<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Chinasquare.be &#187; Internationaal</title>
	<atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/achtergrond/internationaal-achtergrond/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.chinasquare.be</link>
	<description>Een infosite van de Vereniging België China</description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Sep 2010 21:59:41 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Internationale vakbond over Foxconntragedie</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/internationale-vakbondsorganisatie-over-foxconn-tragedie/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/internationale-vakbondsorganisatie-over-foxconn-tragedie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 May 2010 21:31:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank Willems</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Foxconn]]></category>
		<category><![CDATA[ICT]]></category>
		<category><![CDATA[migranten]]></category>
		<category><![CDATA[Parelrivierdelta]]></category>
		<category><![CDATA[Shenzhen]]></category>
		<category><![CDATA[vakbond]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=11115</guid>
		<description><![CDATA[Oproep van de ITUC betreffende de tragische zelfmoorden van Chinese migrantenarbeiders bij  Foxconn Technology Group in Shenzhen, China. 
ITUC is een internationale vakbondsorganisatie die 175 miljoen werkers  in 155 landen en regio’s vertegenwoordigt. ITUC heeft 311 nationale vakbonden als lid. http://www.icftu.org
De Chinese vakbond ACFTU is een  partner van Global Unions. 
ITUC is bedroefd over de reeks zelfmoorden door [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Oproep van de ITUC betreffende de tragische zelfmoorden van Chinese migrantenarbeiders bij  Foxconn Technology Group in Shenzhen, China.</strong></span> </p>
<p><em>ITUC is een internationale vakbondsorganisatie die 175 miljoen werkers  in 155 landen en regio’s vertegenwoordigt. ITUC heeft 311 nationale vakbonden als lid. <a href="http://www.icftu.org">http://www.icftu.org</a></em></p>
<p><em>De Chinese vakbond ACFTU is een  partner van Global Unions.</em> </p>
<div id="attachment_11116" class="wp-caption alignleft" style="width: 152px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/default15.jpg" rel="lightbox[11115]"><img class="size-full wp-image-11116" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/default15.jpg" alt="Excuses van Foxconn voorzitter" width="142" height="200" /></a><p class="wp-caption-text">Excuses van Foxconn voorzitter</p></div>
<p>ITUC is bedroefd over de reeks zelfmoorden door werkers van Foxconn Technology Group in Shenzhen, China in de laatste vijf maanden. In de fabriek van Foxconn in Shenzhen zijn 12 personeelsleden van het gebouw gesprongen of hebben op een andere manier zelfmoord proberen te plegen. Het gaat om jonge migrantenarbeiders, twintigers; tien hebben er het leven bij ingeschoten, twee zijn ernstig gewond. ITUC drukt zijn diepste spijt uit over deze tragedie en  betuigt zijn medeleven aan de familie en vrienden van de slachtoffers.</p>
<p>Tijdens een vergadering om de verkiezing van modelwerkers te vieren in Xiamen in april heeft president Hu Jintao opnieuw het principe van fatsoenlijk werk vooropgesteld en premier Wen Jiabao riep op voor waardig werk toen hij het rapport over het regeringswerk in maart voorlegde aan het Nationaal Volkscongres. Naast het betuigen van onze diepste medeleven met de slachtoffers en hun familie, roept ITUC de Chinese regering, de ACFTU, Foxconn en al de merkenfirma’s die hun producten door Foxconn laten maken op om de nodige maatregelen te nemen teneinde hulp te bieden aan de getroffen families en om efficiënte langetermijnmechanismen te ontwikkelen die leiden tot fatsoenlijk werk zodat verdere tragedies en verlies aan kostbare mensenlevens bij Foxconn en andere firma’s in China vermeden worden. </p>
<p>Foxconn Technology Group is China in het klein: de fabriek van de wereld vandaag. Het is de grootste fabrikant van gsm’s, telecommunicatiemateriaal en computeronderdelen of – assemblage in China en in de wereld.  In 2008 droeg de omzet van de groep met 55,6 miljard dollar voor 3,9 % bij aan de totale Chinese export en met 37 miljard dollar voor 22 % aan die van Shenzhen. De groep stelt in China 800.000 personen tewerk en de fabrieken in Shenzhen alleen al tellen 420.000 personeelsleden.</p>
<p>Tegelijk is de wereld geschokt wanneer we de verhalen van de werknemers horen: het zijn misschien niet de ergste gevallen van sweatshopmisbruiken, maar het zijn niettemin onthutsende verhalen over vervreemding in hun werk en in hun sociaal leven als migrantenarbeiders. De tragedie die bij Foxconn plaatsvond, is het resultaat van de strenge managementpraktijken van deze Taiwanese firma, van de bijzonder kwetsbare situatie waarin de migrantenarbeiders zich in China bevinden, terwijl ze ingeschakeld worden in het op het maximaal drukken van de kostprijs gebaseerde ontwikkelingsmodel van de Chinese en de globale economie, en van het gebrek aan representatieve, participatieve basisorganisaties van de vakbond, in het bijzonder in ondernemingen met buitenlands kapitaal en in privéondernemingen in China.</p>
<p>ITUC verwelkomt de gezamenlijke interventie en het onderzoek door de verschillende afdelingen van het stadsbestuur van Shenzhen, waaronder het Ministerie van Tewerkstelling en Sociale zekerheid, het Ministerie van Gezondheidszorg en de ACFTU-vakbondsafdeling van Shenzhen. Tegelijk stellen we ook vast dat er vanwege het stadsbestuur en van Terry Guo, de  voorzitter van Foxconn Group, een roep is naar “minder reportages over slecht nieuws en meer over goed” , uit schrik nog meer zelfmoorden uit te lokken. ITUC gelooft dat enkel  een onderzoek dat correct de klachten van de werkers weerspiegelt, de problemen erkent, zich engageert voor ernstige verbeteringen en recht doet aan de overleden werkers, in staat is verdere speculaties en klachten bij de werkers en hun familie te ondervangen.</p>
<p>ITUC roept de regering van Shenzhen op tot een open, oprecht en eerlijk onderzoeksrapport dat de werkelijke en fundamentele oorzaken van de dood van deze jonge mensen aantoont en aanbevelingen inhoudt voor snelle verbeteringen.</p>
<p>Destijds in 2005-2006 was Foxconn één van de topprioriteiten voor de ACFTU bij de uitbouw van vakbonden in de top500-multinationals in China. Nadat in december 2006 bij Foxconn in Shenzhen een vakbondsafdeling was opgezet, werd in 2007 een collectieve arbeidsovereenkomst onderhandeld over loonsverhogingen. Maar, de voorzitter van de vakbondsafdeling is tegelijk een assistant van Terry Guo, en spijtig genoeg heeft geen enkel van de slachtoffers hulp gezocht bij hun vakbondsafdeling vooraleer ze zich van het leven beroofden.</p>
<p>ITUC heeft nota genomen van de maatregelen door de ACFTU-afdelingen van Shenzhen en van Foxconn om werkers een hotline aan te bieden, psychologische begeleiding en meer ontspanningsmogelijkheden, naast de noodmaatregelen die de firma zelf nam, zoals het opzetten van een Onderlinge Hulp- en Bijstandsgroep in de fabriek. De ACFTU van Shenzhen belooft ook een vakbondsafdeling op te richten in elk filiaal, bijeenkomsten van werkers te organiseren en het strikt opvolgen van de praktijken van de firma door de vakbond. Toch kunnen het rechtzetten van de te strenge managementpraktijken, de uitvoering van het collectieve arbeidscontract, het collectief onderhandelen over loonsverhogingen en andere werk- en leefvoorwaarden slechts verwezenlijkt worden door een echt representatieve vakbondsafdeling die verkozen is en ondersteund wordt door haar leden.</p>
<p>ITUC roept de ACFTU van Shenzhen en haar afdeling bij Foxconn op om de vakbondsverantwoordelijken te laten verkiezen door de werkers zelf, en om de structuren van de vakbond te democratiseren zodat de deelname van de basis gepromoot wordt,  de collectieve arbeidsovereenkomst echt uitgevoerd wordt en er echt onderhandelingen met de firma plaatsvinden.</p>
<p>Foxconn is een onmisbare leverancier voor toptelecommunicatie- en computerfirma’s in de wereld, zoals Apple, Dell, HP, Sony, Nokia, enzovoort. De bikkelharde concurrentie in de ICT-sector leidt tot lage aankoopprijzen, nulinventaris en strikte veiligheidseisen naar de leverancier om informatielekken te voorkomen. Dit zijn kritische factoren die resulteren in een streng managementsysteem, lage lonen in de fabrieken van de leveranciers zoals Foxconn in China en in andere landen. Het ITUC heeft weet van deze trend in de industrie en zal er via de aangesloten vakbonden en Global Unions  naar streven deze problematiek  aan te kaarten  bij de multinationale ondernemingen en bij de Electronic Industry Citizens Coalition (EICC), waarvan Foxconn en andere Aziatische leveranciers lid zijn. Om ervoor te zorgen dat werkers echt een waardig werk krijgen, moeten dergelijke aankooppraktijken veranderd worden en moet de vrijheid van vereniging en van collectieve onderhandeling door de werkers bij hun leveranciers effectief gerealiseerd worden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/internationale-vakbondsorganisatie-over-foxconn-tragedie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Slenteren op de Wereldexpo in Shanghai</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/slenteren-op-de-wereldtentoonstelling-in-shanghai/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/slenteren-op-de-wereldtentoonstelling-in-shanghai/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 04 May 2010 16:04:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank Willems</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category>
		<category><![CDATA[Expo 2010]]></category>
		<category><![CDATA[Shanghai]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=10453</guid>
		<description><![CDATA[Een bericht vanuit Shanghai.
De drie piekdagen van het 1 mei-verlof zitten erop, met 200.000 bezoekers per dag. Alle beschikbare toegangsbiljetten waren vooraf uitverkocht. Nergens werden ernstige problemen gemeld. Het ziet er naar uit dat de expo klaar is om over te schakelen naar de verwachte kruissnelheid van 400.000 bezoekers per dag. 
Zaterdag 1 mei, 9u00 &#8217;s [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p align="left">Een bericht vanuit Shanghai.</p>
<p align="left"><strong><span style="color: #ff0000;">De drie piekdagen van het 1 mei-verlof zitten erop, met 200.000 bezoekers per dag. Alle beschikbare toegangsbiljetten waren vooraf uitverkocht. Nergens werden ernstige problemen gemeld. Het ziet er naar uit dat de expo klaar is om over te schakelen naar de verwachte kruissnelheid van 400.000 bezoekers per dag. </span></strong></p>
<p align="left">Zaterdag 1 mei, 9u00 &#8217;s morgens: tussen de dranghekkens op het gigantische plein voor ingang 9 staan de bezoekers met tienduizenden te wachten voor de veiligheidscontrole. De sfeer is goed, iedereen staat correct in de rij, vrijwilligers delen plannetjes van de expo uit die prompt dienen om op te zitten of een hoedje van te plooien, alhoewel de vooruitzienden hun eigen vouwstoeltje en zonnescherm meebrachten. Een eindeloze rij scanners en inspecteurs staat klaar voor de taak. Om 9u00 stipt beginnen de rijen te schuiven, en meteen vlot! We stonden al te wachten van 8u15, maar nu zijn we er op 10 minuten door.</p>
<div id="attachment_10459" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9499.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="size-medium wp-image-10459" title="img_9499" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9499-300x225.jpg" alt="om het eerst op de roltrappen" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">om het eerst op de roltrappen</p></div>
<p align="left">Ingang 9 is speciaal, hij geeft toegang tot de nieuwe metrolijn 13 die midden tussen de paviljoenen op de expo zelf stopt en is daardoor de meest comfortabele toegang. Even is er benauwdheid wanneer de hele massa tegelijk uit het volgepropte metrostel gulpt en om het eerst de roltrappen op wil. Waarom wordt ons snel duidelijk: hier moet je een bezoek aan het Chinese paviljoen reserveren; het is in de kortste keren voor de hele dag volgeboekt! Maar later horen we dat het paviljoen op 1 mei veel minder bezoekers ontving dan zijn geplande capaciteit. Te voorzichtige organisatoren of gewoon chaos? Hopelijk komt onze kans later!</p>
<p align="left">Eenmaal in het zeer ruime expopark lost de menigte zich vanzelf op. Je loopt niet echt op de koppen. Toiletten, waterfonteinen, cafés, restaurants, winkels, drinkwaterfonteinen, infostands en -panelen zijn er overal en wie de afstanden te groot vindt, kan gratis de bus nemen. De prijzen voor drank en voedsel vallen naar Europese normen nog mee. Het grootste zorgenkind tot nu toe is het gebrek aan lommerrijke plekken in de wachtrijen en op de verhoogde wandelpaden; allicht zullen de organisatoren naar de zomer toe grote aantallen paraplu&#8217;s moeten bijplaatsen.</p>
<p align="left">Het meest gegeerde souvenir is het speciale expopaspoort, te koop aan 30 yuan. In elk paviljoen dat je bezoekt, kan je daarin een visastempel laten zetten, en zo je virtuele wereldreis illustreren. Bij sommige kleinere Afrikaanse landen zit er gewoon één persoon die met de hand een nota in het paspoort schrijft, terwijl je in Japan zelf je stempel mag zetten.</p>
<p align="left">De paviljoenen zijn gemakshalve gegroepeerd per continent, met individuele paviljoenen voor de belangrijke landen en gemeenschappelijke voor de armere, betaald door China. Zo is er een heel groot paviljoen met enkele tientallen Afrikaanse landen. In dat paviljoen kan je gewoon binnen en buiten lopen. Dat kan je ook in het Nederlandse paviljoen, een straat gebouwd langs een achtbaan. Helaas hebben de meeste andere landen een gesloten paviljoen, waar slechts om de zoveel minuten een groep binnengelaten wordt. Aan de lengte van de wachtrijen kan je de populariteit afmeten: Japan, Zuid-Korea, Saoedi-Arabië, Nepal, Frankrijk, Engeland, de Verenigde Staten en Spanje vormen de top; op dat van de VS na zijn het ook allemaal sensationele paviljoenen. Wachttijden voor de toppers: 1 tot 3 uur, maar tegen de derde expodag loopt het al veel vlotter: wijzelf wagen ons aan Japan en geraken in 75 minuten binnen. België hangt qua wachtrijen in het achtervolgend peloton. Binnen blijft het vrij rustig; ook bij ons kan men nog heel wat meer bezoekers per uur aan.</p>
<p align="left">Sommige paviljoenen waren zelfs de derde dag nog niet open, onder meer Zuid-Afrika, Egypte, Venezuela en Letland. In sommige Westerse media, zoals De Standaard, werd beweerd dat dit komt door de te strenge Chinese douane, maar het Belgische paviljoen was zoals de meeste andere, wel degelijk volledig klaar voor de opening.</p>
<div id="attachment_10460" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9963.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="size-medium wp-image-10460" title="img_9963" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9963-300x225.jpg" alt="Robot speelt viool" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Robot speelt viool</p></div>
<p align="left">Het Japanse paviljoen is verbluffend en gebouwd rond drie thema&#8217;s: milieubescherming en strijd tegen de klimaatopwarming, spitstechnologie in elektronica en telecommunicatie, en samenwerking tussen China en Japan. Die thema&#8217;s worden op een zeer bevattelijke en aanschouwelijke manier uitgewerkt. Wat kan je bijvoorbeeld allemaal aanvangen met de energie die gerecupereerd wordt van de bezoekers die over de vloer stappen? Hoe krijg je vies rioolwater weer drinkbaar? Hoe werkt een intelligent elektriciteitsnet? In een grote aula word een precisiecamera gedemonstreerd: in enkele seconden staat het gezicht van honderden toeschouwers, ook van achteraan in de zaal, uitvergroot en loepzuiver gedetailleerd op de LCD-wand. Diezelfde wand is te gebruiken als telefoon, televisie, video of computerscherm of gewoon als wandpapier naar keuze , alles bestuurd met eenvoudige handbewegingen. Mensen rijden rond in een gesofistikeerde versie van elektrische rolwagens, het vervoermiddel van de toekomst? Een robot komt het podium opgewandeld, groet het publiek en speelt een Chinees deuntje op een Westerse viool. Rond het thema van een met uitsterven bedreigde kraanvogelsoort krijgen we een ontroerend filmpje over de Chinees-Japanse samenwerking, en eindigen doen we met een mengvorm van Japanse no en Chinese opera, live uitgevoerd door een Chinees gezelschap. De boodschap is duidelijk: samen met jullie zijn we onklopbaar.</p>
<p align="left">Het contrast met de buren, Vietnam, kan niet veel groter: Vietnam heeft een prachtige hall in bamboe gebouwd, met daarin langs de wanden een sobere collectie van hedendaagse klassieke kunst. Centraal zit een kitscherig boeddhabeeld in een vijver. Bizar! Terwijl Zuid-Korea een bezoekerskampioen is, blijft het in Noord-Korea heel rustig. Veel valt er niet te beleven, dit bescheiden paviljoen had evengoed 25 jaar geleden op een wereldtentoonstelling kunnen staan.</p>
<p align="left">Het paviljoen van Iran heeft meer publiek; hier kan je enkele gesofistikeerde machines zien die in Iran gebouwd worden; het geheel laat toch eerder een oubollige indruk na, de tapijtenbazaar op de verdieping helpt niet echt om die weg te nemen.</p>
<p align="left">Nog verwarrender is het contrast met de paviljoenen van de minder belangrijke en meestal arme landen in de gemeenschappelijke hallen van Azië en Afrika: een onthutsende illustratie hoe globalisering niet leidt tot gelijkheid maar tot een grotere kennis- en welvaartskloof; mooi voor wie houdt van de ‘echte’ authentieke culturen, dat wel.</p>
<div id="attachment_10467" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9849.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="size-medium wp-image-10467" title="img_9849" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9849-300x225.jpg" alt="Op de plastic weide" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Op de plastic weide</p></div>
<p align="left">Dichter bij ons nu, de Nederlanders. Was hun inspiratie uitgeput na het maken van het originele paviljoensdesign? De gebouwtjes langs de achtbaan zijn geen oerdegelijke Nederlandse huisjes uitgerust met de modernste technologieën, maar bij nader toezien goedkope Chinese barakken, waarvan er nog een deel leeg staan (materiaal niet aangekomen?). Er zijn enkele pareltjes bij zoals de gele kamer van Van Gogh, een kamer met designmeubelen van onder meer Rietveld, een groene kamer met modern design, Delfts porselein in originele vormen, enzovoort, maar het geheel is rommelig en goedkoop. Rond en onder ligt de weide met plastic gras, plastic grachten en polyester schapen vol met picknickende of slapende bezoekers; het scheppen van een sfeer van open gastvrijheid is ongetwijfeld gelukt.</p>
<p align="left">Naast het Belgisch paviljoen staat het paviljoen van Monaco: de Chinese bezoeker krijgt hier waarschijnlijk de indruk dat Monaco één van de belangrijkste landen van Europa is; alleen daarvoor al is het de moeite van een bezoek waard.</p>
<p align="left">Afgezien van de binnenkant van de verschillende paviljoenen is het wandelen door het expopark op zichzelf een onvergetelijke ervaring. Het is waarschijnlijk de grootste verzameling van originele gebouwen ooit: sommigen zochten het in onmogelijke vormen, andere in ongewone duurzame materialen, en wie het moest doen met een klassiek gebouw besteedde veel energie aan een originele decoratie van de buitenwanden. Om maar te zwijgen van de overweldigende tentstructuren en de &#8217;s avonds feeëriek verlichte paddestoelen die de centrale voetgangersstraat overkappen.</p>
<div id="attachment_10462" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9613.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="size-medium wp-image-10462" title="img_9613" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9613-300x225.jpg" alt="neuron en synapsen" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">neuron en synapsen</p></div>
<p align="left">Ondanks de aanvankelijke communautaire strubbelingen en de moeizame financiering mag het Belgisch paviljoen gezien worden. Het mag dan een rechthoekige doos zijn, de volledig glazen voorgevel laat de voorbijganger de reuzenneuron met synapsen zien; vooral &#8217;s avonds sensationeel met de wisselende lichteffecten. Op het pleintje voor het paviljoen kan je bier drinken, friet, roomijs of wafels eten, en kijken naar optredens op een podium. Met een beetje goede wil past het wel in het thema ‘Better city, better life’, en dat geldt ook voor de tentoonstelling binnen. Daar zit een aantal blikvangers tussen. Op een dozijn schermen bekijk je driedimensionale filmpjes over de Belgische steden, met surrealistische elementen van Magritte als bindend element: wat hebben we toch een mooi land!</p>
<p align="left"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9569.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="alignleft size-medium wp-image-10463" title="img_9569" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_9569-300x225.jpg" alt="img_9569" width="300" height="225" /></a>Een sectie toont onze bekendste striphelden, met als uitschieter van succes niet Kuifje maar een wand met smurfen waar elke Chinees wil bij gefotografeerd worden. In het ‘hoogtechnologische’ deel vallen de Chinezen voor de interactieve toepassingen: een elektronisch fotoboek over België dat reageert op de toeschouwer die erin ‘bladert’; virtuele beelden waarbij de bezoeker zich op de Markt in Brussel, in Waterloo of in Brugge bevindt.</p>
<p align="left">
<div id="attachment_10465" class="wp-caption alignright" style="width: 235px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_93481.jpg" rel="lightbox[10453]"><img class="size-medium wp-image-10465" title="img_9348" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/img_93481-225x300.jpg" alt="Chinees penseel flirt met pralines" width="225" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Chinees penseel flirt met pralines</p></div>
<p align="left">Er is ook geïntegreerde kunst die de aandacht trekt: een installatie met wuivende bloemen op zonne-energie (Alexandre Dang) ; een kristallen Kuifjesraket (Eric Delvaux), een kopie van Manneken Pis met foto&#8217;s van artistiek bijgewerkte beelden van Manneken Pis (Patrick Gerola),  4 schilderijen waarop een Chinees penseel en Belgische pralines flirten rond het thema ‘Wat is Kunst?’(Lieve Dejonghe), en een ovoide structuur in hout die verwijst naar DNA spiralen (Odeaubois).</p>
<p align="left">Daarmee is de bezoeker beland bij wat in de media hier het meest belicht is: Belgische chocolade en diamant; van allebei is er een demonstratiehoek met een goeddraaiende winkel erbij. De rest van het paviljoen is interessant, maar te hoog gegrepen voor het grote publiek: foto&#8217;s van belangrijke Belgen van vroeger en nu, Nobelprijswinnaars, spitstechnologie in chemie en biochemie, medische technologie, luchtfotografie, logistiek, architectuur, film, onderzoek op de Zuidpool, het Magrittemuseum, een maquette van de zonne-auto van Umicore en een weinig opvallende maquette van het zonnevliegtuig van Solvay. Voor de historische filmpjes over vroege betrekkingen tussen China en België blijven te weinig bezoekers staan. Een Belgische brasserie en VIP-restaurant zitten een beetje verstopt op de eerste verdieping. Cultuur in het algemeen, van Brel over Panamarenko tot de Gilles van Binche, komt aan bod op een dozijn flatscreens op de verdieping en tegen het plafond van koepels op het gelijkvloers; een originele, maar voor de kijker niet zo comfortabele manier van voorstellen.</p>
<p align="left">Op de openingsdag kwam de voorzitter van de Europese commissie, Barroso, langs. Gelukkig maar, want geen enkele van de aangekondigde Belgische ministers onder leiding van Leterme kwam opdagen. Op 9 mei krijgen we de Europese dag, waarvoor ook ‘onze’ president Van Rompuy verstek laat gaan. Als diplomatieke signalen naar de Chinezen toe kan het tellen. Eind van de maand worden voor de Vlaamse dagen de excellenties Peeters en Schauvlieghe verwacht. De Belgische dagen in juni vallen samen met de verwachte verkiezingen. Geen Leterme of Van Quickenborne dus; gehoopt wordt dat prins Filip toch nog overkomt om de meubelen te redden.</p>
<p align="left"> Zie ook <a href="http://english.cntv.cn/program/dialogue/20100505/104588.shtml">uitzending Dialogue</a> over expo met Italiaans minister</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/slenteren-op-de-wereldtentoonstelling-in-shanghai/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Naar een handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten?</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/naar-een-handelsoorlog-tussen-china-en-de-verenigde-staten/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/naar-een-handelsoorlog-tussen-china-en-de-verenigde-staten/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 27 Mar 2010 14:57:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Eco-fin]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category>
		<category><![CDATA[financieel]]></category>
		<category><![CDATA[USA]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=9283</guid>
		<description><![CDATA[Opinie-artikel overgenomen van www.infochina.be 
 
"De lucht boven de wereldhandel is grauw van de donderwolken. De oorlogstrom klinkt alsmaar luider. Sommigen kijken al uit naar wat het equivalent is van de moord op aartshertog Franz Ferdinand. Eén vonk volstaat voor een wereldwijde brand." Zo luidt de inleiding van een artikel in de Britse beurskrant Financial Times over de Chinees-Amerikaanse handelsrelatie. De moord op aartshertog Franz Ferdinand leidde de Eerste Wereldoorlog in. De kans is reëel dat een rapport van de Amerikaanse schatkist op 15 april over de Chinese munt het schot wordt dat de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China in gang zet. Iedereen op de planeet zal de gevolgen van zo'n oorlog voelen.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="content-header"><strong><span style="color: #ff0000;">Opinie-artikel overgenomen van </span></strong><a href="http://www.infochina.be"><strong><span style="color: #ff0000;">www.infochina.be</span></strong></a><span style="color: #ff0000;"> </span></div>
<div id="content-area">
<div id="node-359">
<div><span style="color: #ff0000;"> </span></div>
<div><strong><span style="color: #ff0000;">&#8220;De lucht boven de wereldhandel is grauw van de donderwolken. De oorlogstrom klinkt alsmaar luider. Sommigen kijken al uit naar wat het equivalent is van de moord op aartshertog Franz Ferdinand. Eén vonk volstaat voor een wereldwijde brand.&#8221; Zo luidt de inleiding van een artikel in de Britse beurskrant Financial Times over de Chinees-Amerikaanse handelsrelatie. De moord op aartshertog Franz Ferdinand leidde de Eerste Wereldoorlog in. De kans is reëel dat een rapport van de Amerikaanse schatkist op 15 april over de Chinese munt het schot wordt dat de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China in gang zet. Iedereen op de planeet zal de gevolgen van zo&#8217;n oorlog voelen.</span></strong></div>
<div>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default17.jpg" rel="lightbox[9283]"><img class="alignleft size-medium wp-image-9284" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default17-300x198.jpg" alt="default" width="300" height="198" /></a><strong>Al enkele maanden woedt een offensief van bijtgrage China-haters tegen de Chinese munt, de yuan. Senator Arlen Specter uit Pennsylvania zegt in februari: &#8220;De Chinezen nemen onze markten en onze jobs af. Tussen 2001 en 2007 stalen ze 2,3 miljoen arbeidsplaatsen van ons. De subsidies aan hun industrie en de manipulatie van hun munt zijn vormen van internationaal banditisme.&#8221;<br />
Enkele dagen later bevestigt Obama dat China &#8220;een markt-gerichte&#8221; wisselkoers voor de yuan moet toelaten. De lage koers van de yuan kost ons land honderdduizenden, zoniet miljoenen jobs, aldus de president. Een woordvoerder van het Witte Huis dreigt: &#8220;Als China niets doet aan de koers van yuan, komen de Verenigde Staten onder druk om daartegen maatregelen te nemen.&#8221;<br />
Weer een paar dagen later schrijven 130 senatoren en leden van het Huis van Afgevaardigden een brief naar de president waarin ze eisen dat de Amerikaanse overheid maatregelen neemt als de Chinezen de wisselkoers van hun munt niet optrekken. Lid van het Huis van Afgevaardigden Michael Maud uit Maine zegt: “Als onze regering geen actie onderneemt, zet ze een rem op het economisch herstel, hindert ze de mogelijkheid van Amerikaanse industriëlen en kleine ondernemingen om de productie uit te breiden en de werkgelegenheid te verhogen.”</strong></p>
<p><strong>De redenering is dus de volgende: de Chinese producten zijn goedkoop omdat de Chinese munt zo laag staat. De Amerikaanse markten worden daardoor overspoeld met Chinese producten waardoor de Amerikaanse fabrieken geen afzet meer vinden. Daardoor stijgt de werkloosheid. De Chinezen moeten hun invoer verminderen door de yuan op te waarderen. Daardoor worden hun producten in de VS duurder, draaien de Amerikaanse fabrieken beter en kunnen meer mensen aan het werk.<br />
Dat is de redenering. De vraag luidt: wat is daar van waar?</strong></p>
<h2>Is de yuan de schuldige?</h2>
<p><strong>Al in 2004 eist een aantal leden van het Amerikaanse parlement dat de Chinese overheid de koers van de yuan zou verhogen met zowat 25 procent. In juli 2005 beslist de Chinese regering de koers van de yuan niet langer vast te bepalen maar beperkt te laten evolueren met een koersdaling of -stijging van hoogstens 0,3 procent per dag. Midden 2008 is de yuan daardoor met 21 procent gestegen ten opzichte van de dollar. De instroom van Chinese goederen in de VS neemt in die periode niet af. De opwaardering van 21 procent helpt niet. Nu eisen de Amerikanen opnieuw een revaluatie, een opwaardering.<br />
</strong></p>
<div id="attachment_9285" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default18.jpg" rel="lightbox[9283]"><strong><img class="size-medium wp-image-9285" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default18-300x194.jpg" alt="Nationale Bank van Japan" width="300" height="194" /></strong></a><p class="wp-caption-text">Nationale Bank van Japan</p></div>
<p><strong>Het Amerikaanse geheugen reikt misschien niet ver, maar dat van de Chinezen wel. Die herinneren zich nog goed hoe in de jaren &#8216;70 en &#8216;80 de Amerikanen bij hun Japanse bondgenoten aandringen op de opwaardering van de yen, om precies dezelfde redenen als die nu ingeroepen worden voor de opwaardering van de yuan. De Japanners trekken hun munt op met 20 procent. En dat een keer of vijf, zes achter mekaar. In 1970 moest je 350 yen betalen voor een dollar. Vandaag 90 yen. Dat is pas een opwaardering! Maar nog altijd voert Japan veel meer producten uit naar de Verenigde Staten dan dat het producten uit de VS invoert. De VS hebben nu een handelstekort ten opzichte van Japan dat, als je het berekent per inwoner, zelfs veel groter is dan het Amerikaanse handelstekort ten opzichte van China. Ondanks de enorme revaluatie van de Japanse yen.</strong></p>
<h5><span style="color: #000000;">Nogal wat economen in de VS gaan niet mee met de anti-China hetze. Zo is er Albert Keidel, professor aan het Georgetown Public Policy Institute. Hij zegt: “Ik ben er absoluut niet van overtuigd dat de Chinese overheid de yuan manipuleert en dat de koers te laag is. Hoe doe je dat overigens: bepalen of een koers te laag is? Daar zijn geen sluitende methodes voor.”<br />
Pieter Bottelier is een econoom van de Carnegie Endowment for International Peace. Hij zegt: &#8220;Beweren dat China de yuan manipuleert is onzin. Het bewijs is er trouwens: na de val van Lehman Brothers steeg de dollar. De yuan steeg mee. Als de Chinezen hun munt manipuleerden, zouden ze dat wel verhinderd hebben.&#8221;<br />
Ook Robert Pozen, econoom van de Harvard Business School is niet overtuigd. Hij zegt: &#8220;Stel dat de Chinezen hun munt revalueren met 15 procent. Zou dat iets veranderen? Nauwelijks.&#8221;<br />
Daniel Griswold, de directeur van het Center for Trade Policy Studies aan het Cato Instituut in Washington, stapt ook niet mee in de kruistocht tegen de yuan. Griswold: &#8220;Een opgewaardeerde yuan zou niet veel zuurstof geven aan de Amerikaanse economie, zelfs niet als de yuan met 25 procent gerevalueerd zou worden. Sinds 2002 is de dollar sterk in waarde gedaald ten opzichte van de Canadese dollar en de Europese euro en toch is ons handelstekort met Canada en Europa alsmaar toegenomen. De revaluatie van een andere munt is zelden een oplossing voor de interne problemen van een economie.&#8221;<br />
Stephen Roach, Azië-chef van de Amerikaanse zakenbank Morgan Stanley, is niet te spreken over Nobelprijswinnaar Paul Krugman die in twee opinie-bijdragen in The New York Times opriep tot invoerheffingen op Chinese producten om zo de prijs van die producten in Amerika met 25 à 40 procent te doen stijgen. Roach: &#8220;Het advies van Krugman is bijzonder slecht en compleet mis. De yuan is in werkelijkheid een baken van licht in de storm om ons heen. Er zijn bij ons mensen die scherp uithalen naar China maar niet zien dat de problemen van onze economie in onze economie zelf liggen. Het is tijd dat Krugman stevig op zijn plaats gezet wordt.&#8221;<br />
Zelfs The Wall Street Journal schrijft: “Je kan je oren niet geloven. Er zijn werkelijk Amerikaanse politici en zakenmensen die beweren dat de oorzaak van onze problemen bij de Chinezen ligt. Zij gebruiken de yuan als zondebok.”<br />
Ook het Internationaal Monetair Fonds denkt niet dat de opwaardering van de yuan veel heil zal brengen: “Een revaluatie van de Chinese yuan zal de Amerikaanse economie een beetje helpen, maar niet de interne problemen ervan oplossen. Als de Chinese yuan met 20 procent opgewaardeerd wordt en als hetzelfde ook nog eens gebeurt met de munt van andere Aziatische groeimarkten, dan kan de Amerikaanse economie misschien groeien met 1 procent.”</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Deze economen en instellingen wijzen op de interne problemen van de Amerikaanse economie. Laat ons één van die problemen eens nader bekijken:.</span></h5>
<h2><span style="color: #000000;">Meer produceren met minder volk</span></h2>
<p><span style="color: #000000;">De Verenigde Staten, nauwelijks 5 procent van de wereldbevolking, maken bijna 25 procent van alles wat jaarlijks in de wereld geproduceerd wordt aan goederen en diensten. Tien jaar geleden was dat nog 20 procent. Ondanks de opkomst van China, ondanks het &#8220;overspoelen van de Amerikaanse markt&#8221;, steeg het aandeel van de VS in de wereldproductie van één vijfde naar één vierde. De productie breidt uit, het Amerikaanse deel van de wereldproductie groeit. Een mens vraagt zich af: waarover klaagt het Amerikaans establishment eigenlijk? Maar het probleem is: die grotere productie wordt gerealiseerd door steeds minder werknemers.</span></p>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default19.jpg" rel="lightbox[9283]"><span style="color: #000000;"><img class="alignleft size-medium wp-image-9286" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default19-300x242.jpg" alt="default" width="300" height="242" /></span></a><span style="color: #000000;">Het ministerie van Arbeid van de VS zegt dat in 1979 19,5 miljoen mensen in de Amerikaanse industriële sector (manufactuur) werkten. Zesentwintig jaar later, in het eerste kwartaal van 2005, zijn ze nog met 14,2 miljoen. De productie die deze 14,2 miljoen mensen in 2005 aanmaakten, was het dubbele van wat de 19,4 miljoen arbeiders en bedienden in 1979 produceerden. Met 20 procent minder werknemers wordt er dubbel zoveel geproduceerd. De eerste 15 jaar na 1979, de startdatum van de berekening van het ministerie van Arbeid, waren er weinig Chinese producten op de Amerikaanse markt, en toch vielen er constant en massaal jobs weg. Volgens het ministerie is naar schatting slechts 1 procent van die geliquideerde jobs te wijten aan de invloed van China.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">De voorbije 10 jaar produceerde iedere werknemer in de VS gemiddeld jaarlijks 2,5 procent meer. Deze productiviteitsstijging wordt niet gebruikt om het werk te verlichten, de lonen op te trekken, arbeidsduurvermindering door te voeren en zo meer jobs te creëren. De Amerikaanse ondernemers doen precies het omgekeerde: de grotere vrucht van de arbeid wordt gebruikt om arbeidsplaatsen te schrappen.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Het is voor de Amerikaanse politici en het zakenleven gemakkelijker China en de yuan met de vinger te wijzen dan deze gang van zaken in de Amerikaanse economie te onderzoeken en er een oplossing voor uit te werken.</span></p>
<h2><span style="color: #000000;">De positieve impact van China op Amerika&#8217;s economie</span></h2>
<p><span style="color: #000000;">Het met het vingertje wijzen is des te opmerkelijk als je nagaat hoeveel de Amerikaanse economie te danken heeft aan China. Vorig jaar, toen de crisis in alle hevigheid woedde, dook de globale uitvoer van de Verenigde Staten met 17 procent naar beneden, maar de uitvoer van de VS naar China daalde met slechts 0,22 procent. Dat was een opsteker voor de Amerikaanse economie.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Er zijn 50.000 Amerikaanse ondernemingen actief in China. De overweldigende meerderheid van hen raapt daar veel geld. Voor sommigen is China zelfs de reddende engel. De Financial Times schrijft: &#8220;Als General Motors in God gelooft, ligt het nu vermoedelijk biddend op de knieën om hem te danken voor het bestaan van China. De verkoop van GM-auto&#8217;s in China steeg vorig jaar met 66 procent terwijl GM in de VS 30 procent minder auto&#8217;s verkocht. Zonder China zou General Motors niet meer gered kunnen worden.&#8221;</span></p>
<div id="attachment_9287" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default20.jpg" rel="lightbox[9283]"><span style="color: #000000;"><img class="size-medium wp-image-9287" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default20-300x199.jpg" alt="Opening GM-fabriek in China" width="300" height="199" /></span></a><p class="wp-caption-text">Opening GM-fabriek in China</p></div>
<p><span style="color: #000000;">De hoge verkoopcijfers van General Motors en van de meeste andere Amerikaanse bedrijven in China zijn maar mogelijk omdat de economie en de koopkracht van de bevolking er zo snel groeien. Dat is niet alleen goed voor de Amerikaanse bedrijven in China maar voor de hele wereldeconomie. China is de belangrijkste economische motor in de wereld geworden. De Britse weekendkrant The Observer schrijft: &#8220;China staat aan het roer van het wereldwijde herstel. Het helpt de rest van Azië en landen als Duitsland, dat veel naar China uitvoert, uit de recessie. China is één van de belangrijkste factoren dat de wereld in 2009 niet nog dieper wegzakte in de crisis.&#8221;</span></p>
<p><span style="color: #000000;">The Economist schrijft in dezelfde zin: “China groeit snel terwijl de rijke landen in een recessie zitten. Hoe durven zij China met de vinger te wijzen?”<br />
Chris Wood, een analist van de financiële groep CLSA Asia-Pacific Markets, zegt dat China meer doet dan de Verenigde Staten om de crisis aan te pakken. De Chinese overheid verhoogt de koopkracht van de mensen en dat is een sterke stimulans voor de economie, zegt hij.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">De cijfers geven hem gelijk. Volgens het studiebureau Gavekal-Dragonomics groeide het netto-inkomen van de Chinese huishoudens in de periode 2004-2009 op het platteland met gemiddeld 7,7 en in de stad met 9,7 procent per jaar. Die tendens gaat sinds het begin van de crisis versterkt verder. Je kan dat aflezen uit onderstaande tabel die de vooruitgang van verschillende indicatoren van de Chinese economie aangeeft in de twee eerste maanden van dit jaar.</span></p>
<h3><span style="color: #000000;">Economische indicatoren in China, procentuele verandering tgo. zelfde periode 2009</span></h3>
<table border="1" cellspacing="0" cellpadding="4" bordercolor="#000000">
<colgroup span="1"></colgroup>
<p><span style="color: #000000;"><br />
</span></p>
<col span="1"></col>
<col span="1"></col>
<tbody>
<tr>
<td><span style="color: #000000;"> </span></td>
<td><span style="color: #000000;">Jan-Feb 2010</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Groei industriële toegevoegde waarde</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 20,7%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Elektriciteitsproductie</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 22,1%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Investeringen (reële groei)</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 23,0%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Verkoop kleinhandel (reële groei)</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 15,4%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Uitvoer</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 31,4%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Invoer</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 63,6%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Verkoop vastgoed</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 38,2%</span></td>
</tr>
<tr>
<td><span style="color: #000000;">Inkomen centrale overheid</span></td>
<td><span style="color: #000000;">+ 32,9%</span></td>
</tr>
</tbody>
</table>
<h5><span style="color: #000000;">Bron: Dragonweek, Gavekal, 15 maart 2010, blz. 2</span></h5>
<p><span style="color: #000000;">Geen enkele economie in het Westen kan zo&#8217;n cijfers voorleggen. De economische indicatoren in het Westen zijn niet eens 10 procent van de Chinese. Zoals The Economist schrijft: “Hoe durven ze China dan met de vinger wijzen?”</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Laten we de toestand overlopen:<br />
– de Verenigde Staten weten dat de Chinese economie een motor van vooruitgang is voor de hele wereldeconomie en ook voor de Amerikaanse economie;<br />
– ze weten dat de Chinese yuan nauwelijks een negatief effect heeft op de tewerkstelling in de VS;<br />
– ze weten dat Canada en niet China de grootste uitvoerder naar de VS is;<br />
– ze weten dat 56 procent van de Chinese uitvoer naar de VS niet door Chinese bedrijven maar door Amerikaanse multinationals gebeurt;<br />
– ze weten dat een product in de VS waar “Made in China” opstaat, meestal het etiket moet dragen “Made in China, the US, Japan, S-Korea, Taiwan, Thailand, Indonesia, Philipines, Vietnam, Singapore, Malaysia”, want voor 55 procent van de Chinese uitvoer is China enkel de plaats waar de verschillende onderdelen geassembleerd worden terwijl die onderdelen zelf buiten China geproduceerd worden;<br />
– ze weten dat van de verkoopprijs van de in China geassembleerde producten er slechts een klein deel naar China gaat en het grootste deel naar de producenten van de onderdelen;<br />
- ze weten dat door de verschuiving van de assemblage naar China, de andere Oost-Aziatische landen veel minder uitvoeren naar de VS maar wel naar China en dat de totale Oost-Aziatische uitvoer, China inbegrepen, naar de Verenigde Staten nu niet groter maar kleiner is dan tien jaar geleden.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">En toch zijn China en de yuan kop van jut. Daniel Griswold van het Center for Trade Policy Studies: “De agressieve houding van Washington tegenover Beijing is ingegeven door politieke en niet door economische overwegingen.”</span></p>
<h3><span style="color: #000000;">De motieven</span></h3>
<p><span style="color: #000000;">De Verenigde Staten eisen dat de yuan opgewaardeerd wordt maar ze eisen ook, en dat is belangrijker, dat de yuan vrijgemaakt wordt. Nu bepaalt de Chinese Nationale Bank dagelijks de koers van de yuan – sinds juli 2008 is dat tussen 8,26 en 8,28 yuan voor een dollar. President Obama zegt: “De koers van de yuan moet meer marktgericht zijn.” Wat betekent dat de koers ervan niet langer door de Nationale Bank maar door de markt bepaald wordt. Dat zou een nederlaag zijn voor de Chinese planeconomie en een overwinning voor de markt. Want dan zou de staat één van de middelen van een zelfstandig en soeverein financieel beleid uit handen geven. De UNCTAD, de organisatie voor handel en ontwikkeling van de Verenigde Naties, ziet waar de VS naartoe willen en schrijft in een rapport over de perikelen rond de yuan: “De rust en kalmte na de financiële storm is helemaal voorbij. Het casino dat een jaar geleden leegliep, is weer stampvol. Er wordt weer volop gewed en gegokt. Ook het rotsvaste geloof in het marktfundamentalisme is helemaal terug van weggeweest. Dat naïeve geloof denkt nog altijd dat economische problemen opgelost kunnen worden door de koers van de munten over te laten aan de wilde, financiële markten. Zij die menen dat China de koers van zijn munt zal laten bepalen door de totaal onbetrouwbare markten, beseffen niet hoe belangrijk de interne stabiliteit van China is voor de regio en voor de wereld.”<br />
Met andere woorden: de koers van de yuan overlaten aan de markt is als de zorg voor je kinderen overlaten aan een pedofiel. Het offensief van de VS tegen de “lage koers” van de yuan en tegen “de greep van de Chinese staat op de munt” wakkert intussen bij een groep Chinese economen en ondernemers de roep aan voor een meer “vrije, marktgerichte munt”. De standpunten pro-markt en voor minder staatstussenkomst winnen in een bepaald segment van de Chinese economische en academische wereld aan kracht en dat komt de VS zeer goed uit.</span></p>
<div id="attachment_9288" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default21.jpg" rel="lightbox[9283]"><span style="color: #000000;"><img class="size-medium wp-image-9288" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default21-300x225.jpg" alt="Beurs in New-York" width="300" height="225" /></span></a><p class="wp-caption-text">Beurs in New-York</p></div>
<p><span style="color: #000000;">De tweede reden voor het Amerikaans offensief tegen de financiële politiek van de Chinese overheid is in de VS zelf te vinden. De U6-werkloosheid in de Verenigde Staten staat op 16,8 procent. De U6 is de officiële werkloosheid plus de werklozen die niet meer naar werk zoeken omdat ze overtuigd zijn toch geen job te vinden, plus de deeltijdse werknemers die graag voltijds willen werken maar geen voltijdse job vinden. De torenhoge werkloosheid van 16,8 procent, de diepste financieel-economische crisis sinds 1929, de onzekerheid of Amerika wel uit de crisis geraakt, de onzekerheid of de Amerikaanse overheid, ondernemingen en gezinnen hun schulden nog wel kunnen betalen, het falen van overheid en ondernemingen om deze miserie te vermijden&#8230; dat alles versterkt de vraag: wie heeft dit veroorzaakt, wie moet de rekening betalen? China is een voor de hand liggende schuldige. Als de publieke opinie die richting uitgaat, blijven de interne problemen en tegenstellingen van de eigen economie buiten beeld. Het blad Monthly Review schrijft: “De bedoeling is de Amerikaanse werknemers ervan te overtuigen dat de oorzaak van de problemen niet in het economisch systeem zelf zit maar in het gedrag van een buitenlandse regering.”</span></p>
<p><span style="color: #000000;">China is ten derde ook een doelwit voor een steeds groter deel van de Amerikaanse politiek en het zakenleven om geostrategische redenen. In heel de wereld knaagt China aan de Amerikaanse invloed. Het centrum van de wereld lag van voor onze tijdrekening tot het midden van de 19de eeuw in het oosten van Azië. Nadien verschoof het naar West-Europa en de Verenigde Staten. Nu keert het terug naar het oosten van Azië. De Verenigde Staten zoeken naar middelen om dat proces tegen te gaan en terug te schroeven. De VS zullen nooit dulden dat ze niet langer de eerste plaats bekleden in de wereld. China wordt daarom getekend als een negatieve, bedreigende factor. Vandaar dat er in de VS boeken verschijnen als “Is China een wolf in de wereld?” van George Walden waarin het land beschreven wordt als een doodsbedreiging voor de wereld, de vrijheid en de democratie. En vandaar dat binnenkort een film als Red Dawn in de Amerikaanse filmzalen zal te zien zijn. Als je gaat kijken kan je huiverend meemaken hoe het Chinese Volksleger de stad Detroit binnenvalt.</span></p>
<h2><span style="color: #000000;">Hoe reageert de Chinese overheid?</span></h2>
<p><span style="color: #000000;">De relaties tussen China en de Verenigde Staten zijn sinds 1991 min of meer stabiel. Dat komt omdat tienduizenden Amerikaanse ondernemingen in China daarbij winnen. Dat komt ook omdat China de belangrijkste buitenlandse financier is van de Amerikaanse overheidsschuld. En omdat de uitvoer van zoveel Chinese producten naar de VS de stijging van de consumptieprijzen in de VS tempert, wat positief is voor de Amerikaanse economie.<br />
Het lijkt er echter steeds meer op dat die motieven voor een goede relatie het beginnen af te leggen tegen de motieven om agressiever te worden ten opzichte van China. Het offensief van de China-haters doet de Amerikaanse voorstanders van goede relaties wijken. De Britse The Telegraph beschrijft de sfeer zo: “Men is ervan overtuigd dat de Amerikaans-Chinese relatie belangrijk is, maar men denkt niet dat een frontale botsing tussen de twee zal leiden tot wederzijdse vernietiging. Washington zal als winnaar uit de strijd komen.” Die overtuiging duwt de Amerikaanse ondernemingen die samen 60 miljard dollar in China geïnvesteerd hebben, achteruit. Zegt Myron Brilliant, vice-voorzitter van de Amerikaanse Kamer van Koophandel: &#8220;Ik denk niet dat de Chinese regering erop mag hopen dat het Amerikaanse zakenleven ons parlement zal stoppen. Onze Kamer van Koophandel blijft een brug tussen China en de VS maar wij kunnen de wolven niet meer tegenhouden.&#8221;</span></p>
<div id="attachment_9289" class="wp-caption alignleft" style="width: 221px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default22.jpg" rel="lightbox[9283]"><span style="color: #000000;"><img class="size-medium wp-image-9289" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/default22-211x300.jpg" alt="Moord op Franz Ferdinand" width="211" height="300" /></span></a><p class="wp-caption-text">Moord op Franz Ferdinand</p></div>
<p><span style="color: #000000;">De Chinese regering houdt intussen voet bij stuk. Ze zal in geen geval plooien voor de Amerikaanse druk. Op dit ogenblik onderzoekt de regering hoe de in- en uitvoersectoren in het land zullen reageren bij een herwaardering van de yuan. De overheid is van plan de yuan licht op te waarderen, 4 à 6 procent, om macro-economische redenen. Een opwaardering maakt de Chinese producten duurder maar de ingevoerde producten goedkoper. China voerde vorig jaar voor 1.000 miljard dollar in; de opwaardering van de yuan kan heilzaam zijn voor de vermindering van het grote handelsoverschot. De opwaardering zal ook passen in de politiek om het economisch apparaat om te bouwen van lage kost productie naar hoogwaardige productie. De opwaardering kan eveneens, wat de bedoeling is, delen van het economisch apparaat verplaatsen naar het binnenland en het westen van het land. Kortom: als er een opwaardering komt, is dat omdat ze past in de macro-economische politiek.</span></p>
<p><span style="color: #000000;">Maar een relatief lichte herwaardering van de yuan is volkomen onvoldoende voor de China-haters. Zij willen een herwaardering van 27 à 40 procent. De volgende stap van de &#8216;wolven&#8217; (dixit Myron Brilliant, de vice-voorzitter van de Amerikaanse Kamer van Koophandel) zal het halfjaarlijkse rapport van de Amerikaanse Schatkist zijn dat ten laatste op 15 april verschijnt. De kans is groot dat de Schatkist China daarin beschuldigt van manipulatie van de yuan. Dat zal het sein zijn voor leden van het Huis van Afgevaardigden en de Senaat om hoge invoerheffingen in te stellen voor een hele reeks Chinese producten. De Financial Times: “Dat staat gelijk met het gebruiken van een atoombom.” Want de Chinese overheid zal tegenmaatregelen nemen. De handelsoorlog is dan een feit. De belangrijkste bilaterale relatie in de wereld, die tussen de Verenigde Staten en China, is dan voor een hele tijd op non-speaking terms met alle gevolgen vandien voor de problemen in de wereld die enkel door een collectieve aanpak een oplossing kunnen krijgen.</span></p>
<h4><span style="color: #000000;">Dit artikel is geschreven door Peter Franssen, redacteur van </span><a title="www.infochina.be" href="http://www.infochina.be/"><span style="color: #000000;">www.infochina.be</span></a><span style="color: #000000;"> op 26 maart 2010. </span></h4>
<p><span style="color: #000000;">Bronnen (in volgorde van gebruik)<br />
- Alan Beattie, &#8216;Skirmishes are not all-out trade war&#8217;, Financial Times, 14 maart 2010<br />
- Gideon Rachman, &#8216;Why America and China will clash&#8217;, Financial Times, 18 januari 2010<br />
- Foster Klug, &#8216;US lawmakers attack China ahead of Nov. Elections&#8217;, Associated Press, 15 maart 2010<br />
- Andrew Batson, Ian Johnson en Andrew Browne, &#8216;China Talks Tough to U.S.&#8217;, Wall Street Journal, 15 maart 2010<br />
- &#8216;US lawmakers urge action on renminbi&#8217;, Financial Times, 15 maart 2010<br />
- Leah Girard, &#8216;US Clash w/ China of Currency Manipulation Heats Up&#8217;, Market News, 17 maart 2010<br />
- Xin Zhiming, Fu Jing en Chen Jialu, &#8216;Yuan not cause of US woes&#8217;, China Daily, 17 maart 2010<br />
- &#8216;Stronger yuan not tonic for US economy&#8217;, Xinhua, 18 maart 2010<br />
- Li Xiang, &#8216;Sharp revaluation of yuan would be &#8216;lose-lose&#8217; situation&#8217;, China Daily, 22 maart 2010<br />
- &#8216;The Yuan Scapegoat&#8217;, Wall Street Journal, 18 maart 2010<br />
- &#8216;RMB is not a cure-all for US economy: IMF&#8217;, Xinhua, 17 februari 2010<br />
- Dan Newman en Frank Newman, &#8216;Hands Off the Yuan&#8217;, Foreign Policy in Focus, 16 maart 2010<br />
- William A. Ward, Manufacturing Productivity and the Shifting US, China and Global Job Scenes – 1990 to 2005, Clemson University Center for International Trade, Working Paper 052507, Clemson, 2005, blz. 6<br />
- Daniella Markheim, &#8216;China&#8217;s Yuan: Manipulated, Misaligned, or Just Misunderstood?&#8217;, Heritage Foundation, 11 september 2007<br />
- Brink Lindsey, Job Losses and Trade &#8211; A Reality Check, Trade Briefing Paper, Cato Institute, nr. 19, 17 maart 2004<br />
- &#8216;Premier Wen Says China Will Keep Yuan Basically Stable&#8217;, Xinhua, 14 maart 2010<br />
- Patti Waldmeir, &#8216;Shanghai tie-up drives profits for GM&#8217;, Financial Times, 21 januari 2010<br />
- Ashley Seager, &#8216;China and the other Brics will rebuild a new world economic order&#8217;, The Observer, 3 januari 2010<br />
- &#8216;Currency contortions&#8217;, The Economist, 19 december 2009<br />
- &#8216;Fear of the dragon&#8217;, The Economist, 9 januari 2010<br />
- DragonWeek, Gavekal, 8 februari 2010, blz. 2<br />
- Daniel Griswold, &#8216;Who&#8217;s Manipulating Whom? China&#8217;s Currency and the U.S. Economy&#8217;, Trade Briefing Paper, Cato Institute, nr. 23, 11 juli 2006<br />
- &#8216;China and the US Economy&#8217;, The US-China Business Council, januari 2009, blz. 2<br />
- Ambrose Evans-Pritchard, &#8216;Is China&#8217;s Politburo spoiling for a showdown with America?&#8217;, The Telegraph, 14 maart 2010<br />
- Martin Hart-Landsberg, &#8216;The U.S. Economy and China: Capitalism, Class, and Crisis&#8217;, Monthly Review, Volume 61, Number 9, februari 2010<br />
- &#8216;Global monetary chaos: Systemic failures need bold multilateral responses&#8217;, UNCTAD, Policy Brief nr. 12, maart 2010<br />
- Ho-fung Hung, &#8216;The Three Transformations of Global Capitalism&#8217;, en Giovanni Arrighi, &#8216;China&#8217;s Market Economy in the Long Run&#8217;, beiden in: Ho-fung Hung, China and the Transformation of Global Capitalism, John Hopkins University Press, Baltimore, 2009, blz. 3-9 en 23<br />
- Ambrose Evans-Pritchard, &#8216;Is China&#8217;s Politburo spoiling for a showdown with America?&#8217;, The Telegraph, 14 maart 2010<br />
- James Politi en Patti Waldmeir, &#8216;China to lose ally against US trade hawks&#8217;, Financial Times, 21 maart 2010<br />
- Keith Bradsher, &#8216;China Uses Rules on Global Trade to Its Advantage&#8217;, The New York Times, 14 maart 2010<br />
- Alan Beattie, &#8216;Skirmishes are not all-out trade war&#8217;, Financial Times, 15 maart 2010</span></p>
<p><span style="color: #000000;"> </span></div>
</div>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/naar-een-handelsoorlog-tussen-china-en-de-verenigde-staten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De inzet van Internet</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-inzet-van-internet/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-inzet-van-internet/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 13 Mar 2010 08:21:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Dirk Nimmegeers</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Militair]]></category>
		<category><![CDATA[Wet & Recht]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category>
		<category><![CDATA[Internet]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=8969</guid>
		<description><![CDATA[Hacken of gehackt worden, that&#8217;s the question. De affaire Google duikt weer op. De onderhandelingen lopen nog, maar een insider beweert dat het voor 99,9 % zeker is dat Google uit China weggaat&#8230; Hacking in het begin van dit jaar werd door het Amerikaanse bedrijf aangevoerd als reden om zich niet langer te voegen naar de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em><span style="color: #ff0000;"><strong><img class="alignleft size-full wp-image-8972" title="china" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/03/china.jpg" alt="china" width="200" height="150" />Hacken of gehackt worden, that&#8217;s the question. De affaire Google duikt weer op. De onderhandelingen lopen nog, maar een insider beweert dat het voor 99,9 % zeker is dat Google uit China weggaat&#8230; Hacking in het begin van dit jaar werd door het Amerikaanse bedrijf aangevoerd als reden om zich niet langer te voegen naar de censuurregels van gastland China. Google krijgt de steun en medewerking van de regering Obama die een campagne is begonnen tegen wat men vooral in het Westen censuur noemt en wat in Chinese termen regulering heet.<br />
De censuurdiscussie lijkt de kern van de zaak te vormen, maar om een of andere reden gooit Google censureren en hacken op één hoop.</strong></span></em></p>
<h2>Hacken of gehackt worden (1)</h2>
<p>China heeft zich krachtig verweerd tegen de beschuldiging van het hacken en wijst erop dat de Amerikaanse overheid en Google nog niets meer hebben gedaan dan insinueren (en nagaan of ze bondgenoten kunnen vinden in de Wereldhandelsorganisatie, WTO, om via de kwestie Google China aan te pakken).<br />
Hacken is een misdaad en bovendien, waar komt dit verschijnsel het meeste voor, in de VS of in de Volksrepubliek? China zegt het krachtig aan te pakken en liefst samen met de internationale gemeenschap.<br />
Kortom, de regering en het leger hebben hier niets mee te maken.<br />
Het land moet zich echter wel voorbereiden op een mogelijke oorlog in cyberspace en een beroep doen op de brains van zijn internetgeneratie. </p>
<p><span style="color: #ff0000;">Beschuldigingen, geen bewijzen</span></p>
<p>China hamert erop dat zodra Google en de Amerikaanse overheid de nodige concrete informatie doorspelen zij samen met hen zullen kunnen onderzoeken wat er precies gebeurd is en wie ervoor verantwoordelijk zijn, maar zegt Zhou Yonglin van het CNCERT: “<em>China heeft van Google nog geen enkel concreet rapport ontvangen&#8230;”</em> (CNCERT is het sinds 2000 opererende Computer Network Emergency Response Technical Team, Zhou werd op 22 januari geïnterviewd door Xinhuawang, Xinhuanet).<br />
De uitspraken van Nicole Wong, onderdirecteur van Google, voor een comité Buitenlandse Zaken van het Huis van Afgevaardigden in de VS wijzen ook nog steeds in die richting. <br />
Mevrouw Wong heeft tijdens de zitting over ‘The Google predicament’ gezegd: ‘<em>wij zijn te weten gekomen dat de aanvallen uit China kwamen’</em> en verder <em>‘we zijn niet van plan om te zeggen wie de aanvallen uivoert’</em>, om er dan vroom de hoop aan toe te voegen dat de Chinese regering met Amerikaanse ambtenaren zou samenwerken bij het onderzoek.</p>
<p><em><span style="color: #ff0000;">De strijd tegen het hacken</span></em></p>
<p>Beijing betoogt met klem dat hacken een misdaad is, dat de Chinese staat en de Chinese bedrijven zelf de slachtoffers zijn van gegevensdiefstal en computersabotage die onder andere miljoenenverliezen veroorzaken. Vooralsnog zitten de meeste en meest bekwame hackers in de VS. Beijing heeft zijn wetgeving terzake aangescherpt en sluit zich graag aan bij de internationale strijd tegen dit verschijnsel. <br />
Zhou Yonglin: <em> “Chinese internetgebruikers zijn nog niet genoeg bewust en deskundig: telkens weer ontstaan er zwakke plekken in systemen en toepassingen, dat maakt van China een kwetsbaar en geliefkoosd doelwit.<br />
Er ‘zitten’ nu 384 miljoen Chinezen ‘op’ internet en 233 miljoen op internet via mobiele telefoons. In 2009 werden maar liefst 262.000 IP-adressen besmet met een Trojan horse. De bronnen van die malware kwamen in 165.000 gevallen uit het buitenland, vooral (16,61 %) uit de VS.<br />
Er werden 42.000 websites onklaar gemaakt, waarvan 2.765 sites van overheidsinstanties, tot op regeringsniveau toe. Meer dan de helft van de belangrijkste 20 aanvallen gebeurden vanuit het buitenland.</em> (n.v.d.r. Chinawatcher Willy Lam, vroeger SCMP en nu Jamestown Foundation, citeert die cijfers met instemming en Zhou’s schatting dat er verder elke maand 18 miljoen pc’s plat gingen door virussen).<br />
<em>Ook de Amerikaanse computerbeveiliger Symantec, de grootste ter wereld, wees er in 2008 op dat 25 % van alle cyberaanvallen ter wereld van een hoofdkwartier in de VS kwamen. Botprogramma’s hadden 33 % van alle servers in de VS overgenomen en 43 % van alle phishing sites in de wereld zaten in de VS.<br />
China is het grootste slachtoffer van cyberaanvallen: het aantal computers dat bij ons door een botprogramma is geïnfiltreerd bedraagt 13 % van alle computers ter wereld.”</em></p>
<p>Vorig jaar heeft Beijing een wet tegen het hacken herzien zodat er nu tot zeven jaar gevangenisstraf voor staat. Zhou Yonglin noemt in het interview met Xinhuawang nog een hele reeks wetten, maatregelen en procedures die CNCERT, netwerkoperatoren, providers van domeinnamen en verkopers van beveiligingsprogramma’s in de gelegenheid stellen informatie uit te wisselen en de computermisdaad met vereende krachten aan te pakken.<br />
De 64 eenheden die dat landelijk doen en de 198 groepen op provinciaal niveau hebben volgens hem intussen al heel wat successen behaald in de strijd tegen Trojan horses en botnets.<br />
Tegen virussen en spam heeft CNCERT samen met de Internet Society of China (ISC) programma’s opgesteld die gebruikers de kans moeten geven om zichzelf te beschermen. De China Alliance Against Network Viruses, die ze samen met allerlei sectoren van de internetgemeenschap (particulieren, bedrijven, overheidsinstanties, zoekmachines, providers enz&#8230;) in juli 2009 hebben gevormd, heeft zich sindsdien gericht tegen de virusaanvallen (18 miljoen slachtoffers per maand, zie boven), in de eerste plaats de over de hele wereld beruchte computerworm Conficker. Zo hebben ze onder andere hulp geboden aan 50 organisaties met gevoelige en belangrijke informatiesystemen: banken en verzekeringen, energiebedrijven, luchtvaartbedrijven enz.</p>
<p>China is ook internationaal actief op het terrein van internetbeveiliging.<br />
Zo heeft CNCERT samen met zijn Amerikaanse collega’s van de US-CERT (US Computer Emergency Readiness Team) het probleem opgelost van &#8220;318x.com&#8221; and &#8220;3b3.org&#8221;, twee kwaadaardige domeinnamen die Trojan horses verspreidden en door de Amerikanen op aanwijzing van de Chinezen konden worden onschadelijk gemaakt.<br />
Chinese deskundigen werken in internationale samenwerkingsverbanden, vooral in Azië, zoals bijvoorbeeld het Asia Pacific Computer Emergency Response Team (APCERT).<br />
Ze nemen deel aan de activiteiten rond het thema van APEC, ASEAN en de Shanghai Cooperation Organization (SCO), maar hebben ook al nuttig beveiligingswerk verricht voor bedrijven uit de VS die aan cyberaanvallen blootstonden zoals eBay and JPMorgan Chase.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><em>Noch de regering, noch het leger</em></span></p>
<p>De Chinese overheid en het leger ontkennen formeel dat ze de opdracht hebben gegeven om websites of blogs van Google en van Chinese staatsburgers te hacken.<br />
Er zijn wat Amerikaanse ‘privé-initiatieven’ geweest om de Chinese hackers die in het begin van het jaar cyberaanvallen zouden hebben gepleegd op te sporen. Anonieme deskundigen uit die hoek hebben beweerd dat ze ‘de schuldigen’ kennen en dat die briljante technici lid zijn van twee scholengemeenschappen, die militaire relaties zouden hebben. Het bewijsmateriaal is door woordvoerders van het leger, de regering en de erkende internetgemeenschap van China onderuitgehaald. Buitenlandse hackers kunnen zich makkelijk achter Chinese IP-adressen verschuilen, de beschuldigde scholen hebben niet de deskundigheid in huis om geavanceerde cyberaanvallen uit te voeren.<br />
Het is weliswaar een, overigens algemeen bekend, feit dat de Chinese overheid de beste computertechnici opspoort en rekruteert. Dat gebeurt echter in vele landen en het wil volgens Beijing nog niet zeggen dat de instellingen waar IT-specialisten worden opgeleid handelen op verzoek of zelfs op commando van de overheid.</p>
<p> <em><span style="color: #ff0000;">Het grote geheel en de kleine vissen</span></em></p>
<p><em></em>Toch verhult China niet, zoals blijkt tijdens de algemene vergadering van het Volkscongres, dat het klaar wil zijn voor de steeds grotere rol die informatica en internet in de moderne oorlogsvoering spelen.<br />
Moeten we ook hierbij aan hacken denken? Hacken is een vage term die in de omgangstaal zowel gebruikt wordt voor criminele als voor niet-criminele activiteiten. Verder zijn er kwalitatieve en kwantitatieve verschillen tussen de inbraken, de informatiewinning, het eigenzinnige programmeren van figuren uit de hacker-subcultuur enerzijds en de cyberaanvallen van geheime diensten en militaire apparaten anderzijds.<br />
Het zou wel erg onverantwoord zijn van de Chinese overheid en defensie om de ontwikkelingen op het gebied van cyberwarfare te negeren. Er is echter nu geen volwaardige oorlog aan de gang. Het is bovendien denkbaar dat een staat zich moet voorzien van wapens die hij zelf niet als eerste wil inzetten, waar hij zelfs tegen is, zoals kernbewapening bijvoorbeeld.</p>
<p>Beijing is dus in allerlei omgevingen (ook webomgevingen) op zoek naar Chinese hackers. Dat kan betekenen: geniale creatievelingen die gefascineerd zijn door de computerwetenschap en haar intellectuele uitdagingen, uit hun ivoren torren halen. Het is echter ook nodig de <em>black hat hackers</em> op te sporen, criminele hackers die niet aan de verleiding weerstaan om die wetenschap te misbruiken voor eigen gewin en misdadige praktijken. Wie tot die laatste groep behoort wordt in principe vervolgd.<br />
Je kunt je echter voorstellen dat sommigen, onder het motto ‘van de beste stroper maak je  een goede boswachter’, misschien de keuze krijgen om op het rechte pad terug te keren en hun kennis en intelligentie in te zetten voor een beter doel, de verdediging van het land bijvoorbeeld. Ook bij het inzetten van hackers, behorende tot verschillende stromingen, kan en wil China wel wat leren van landen die daar al langer ervaring mee hebben. </p>
<p>Ten slotte deze bedenking: het is zeer de vraag of de Chinese overheid zich bezighoudt met het hacken van de websites en blogs van activisten en opposanten, zoals Google heeft beweerd. Het multinationale internetbedrijf doet alsof er geen verschil is tussen een hightech aanval op Amerikaanse bedrijven of instellingen en het geknutsel om in de mailbox van dissidenten te kunnen gluren, maar dat is natuurlijk onzin. Altijd heeft Beijing de webactiviteiten van deze tegenstanders op andere en in hun ogen afdoende manieren bestreden: filteren of domweg sluiten. Waarom zou de regering nu een wapen inzetten dat niet alleen overdreven is, maar ook nog illegaal en contraproductief?</p>
<p> (wordt vervolgd)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-inzet-van-internet/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Handel, Investeringen, Macht en het discours over ‘China in Afrika’ (3/3)</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99-33/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99-33/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 10 Jan 2010 12:21:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Eco-fin]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika - China]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=7692</guid>
		<description><![CDATA[Derde en laatste deel van een artikel van Barry Sautman en Yan Hairong
Originele Engelse tekst en voetnoten via
http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278
Het eerste deel: inleiding en ontwikkeling van Afrika en wat China importeert uit Afrika.
www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&#38;post=7615&#38;message=1
Deel 2: ontwikkeling van Afrika en wat China exporteert naar Afrika
www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&#38;post=7647
Ontwikkeling van Afrika en Chinese Investeringen
De grootste instroom van buitenlandse directe investeringen (BDI) in Afrikaanse [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Derde en laatste deel van een artikel van Barry Sautman en Yan Hairong<br />
Originele Engelse tekst en voetnoten via<br />
</em><a href="http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278"><em>http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278</em></a><br />
<em>Het eerste deel: inleiding en ontwikkeling van Afrika en wat China importeert uit Afrika.<br />
</em><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7615&amp;message=1"><em>www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7615&amp;message=1</em></a><br />
<em>Deel 2: ontwikkeling van Afrika en wat China exporteert naar Afrika<br />
</em><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7647"><em>www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7647</em></a></p>
<h3>Ontwikkeling van Afrika en Chinese Investeringen</h3>
<p>De grootste instroom van buitenlandse directe investeringen (BDI) in Afrikaanse landen komt uit Europa, Zuid-Afrika en de VS. Deze drie zijn samen goed voor meer dan de helft van het totaal. China investeerde in 1990 amper 49 miljoen dollar in Afrika en in 2003 was dat 600 miljoen. Het totaal aan Chinese investeringen in 2005 bedroeg 1,6 miljard, op 57 miljard dollar van alle Chinese BDI overal ter wereld. In 1979-2000, de meest recente jaren waarvoor er cijfers beschikbaar zijn, ging 46 % van de Chinese BDI in Afrika naar fabricage (15 % naar textiel alleen al), 28 % naar grondstoffenontginning, 18 % naar diensten (vooral in de bouw) en 7 % naar landbouw. De VRC heeft gezegd investeringen in Afrika te zullen aanmoedigen in ‘de industrieproductie, infrastructuur, landbouw en grondstoffen’.81</p>
<p>Gedane of beloofde investeringen van Chinese firma’s in Afrika stijgen zo snel dat die tegen eind 2006 al 11,7 miljard dollar zouden hebben bereikt en ze hebben betrekking op fabricage, handel, transport en landbouw. Het huidige kapitaal aan Chinese investeringen in Afrika bereikte 7,8 miljard dollar in 2008, met 5,5 miljard aan directe investeringen (gedaan of beloofd) in dat jaar. Directe investeringen in de eerste 9 maanden van 2009 zouden met 77 % gestegen zijn in vergelijking met dezelfde periode in 2008.82 China lijkt binnenkort de grootste BDI-bron voor Afrika te worden, vooral omdat Chinese regeringsinstanties belastingvoordelen, leningen, krediet en makkelijke toegang tot buitenlandse deviezen aanbieden voor ondernemingen die BDI-activiteiten aangaan in het buitenland.83</p>
<p>Investeringen zijn dus ook een thema in het discours over ‘China in Afrika’.84 Zelfs meer dan bij handel is de focus van het discours hier heel beperkt; het verhaal spreekt hier alleen over één investering door één Chinees staatsbedrijf, van de 800 grote Chinese ondernemingen(waaronder 100 grote staatsbedrijven) in Afrika.85 Westerse media hebben gigantisch onevenredig veel aandacht gewijd aan de Chambishikopermijn, de Non-Ferrous Company-Africa (NFCA).86 Al die verhalen komen erop neer is dat “de Chinezen” Afrika’s grootste uitbuiters zijn.</p>
<p>De vraag of de omstandigheden in Chambishi buitengewoon onderdrukkend zijn, werd aangeraakt maar niet volledig beantwoord in een rapport van 2 Zambiaanse ngo’s uit 2007. Het rapport stelt dat privatisering de grootste oorzaak is van de felle verslechtering van de omstandigheden in de Zambiaanse mijnen. Het geeft ook aan dat de NFCA algemeen beschouwd wordt als de slechtste investeerder in ’de ‘Copperbelt’ van Zambia, gevolgd door het Indische Vedanta, en dat “Zwitserse, Zuid-Afrikaanse, Britse, Canadese en andere typisch als ‘blank’ bestempelde investeerders” de beste zouden zijn. Het stelt ook dat “het debat duidelijk is gevoed door racistische veronderstellingen … en een flinke dosis frequent herhaalde stadsmythes.”87</p>
<p>NFCA’s aankoop van de platliggende Chambishimijn in 1998 herstelde de arbeidsgang en deed de tewerkstelling stijgen van 100 naar 2200 (op 39.000 mijnwerkers in Zambia).88 In april 2005 kwamen er echter 47 Zambiaanse arbeiders om het leven bij een dynamietexplosie. Bij een wilde staking in 2006 wegens loonachterstand werden twee stakers neergeschoten. Weinig Zambianen die in de mijn werken hebben permanente contracten die recht geven op pensioen, in tegenstelling tot de 180 Chinese werknemers. NFCA maakte het aanvankelijk moeilijk voor vakbonden om ’de contractarbeiders te vertegenwoordigen, maar werd later meer toegevend zodat nu meer dan 80 % van de arbeiders aangesloten zijn. Het betaalde in het begin ook de laagste lonen van de privémijnen in Zambia. Er zijn 11 Chinese senior managers tegenover slechts 1 Zambiaan. Mijnfamilies hadden gratis gezondheidszorg toen de mijn Zambiaans staatseigendom was, maar hebben nu moeite om gebruik te maken van mijnziekenhuizen.Hoewel veel mijnwerkers en hun verwanten HIV/AIDS hebben, is er weinig contraceptieve gezondheidszorg. De townships waar mijnwerkers leven hebben weinig voorzieningen.</p>
<div id="attachment_7696" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="aligncenter size-medium wp-image-7697" title="Sign_Dr_Lis_clinic" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/Sign_Dr_Lis_clinic2-300x225.jpg" alt="Sign_Dr_Lis_clinic" width="300" height="225" /><p class="wp-caption-text">Een kliniek in Zambia van de Chinese dokter Li. (voor Wife - Husband- Baby). Foto Yan Hairong</p></div>
<p>Tot voor kort negeerde de Zambiaanse regering grotendeels de omstandigheden in de mijnen. Onlangs echter dreigde ze met straffen voor de NFCA en andere eigenaars die zich “niet houden aan wat normaal is” en “de regering belachelijk maakten”.  In 2006 werden de laagste lonen verhoogd, maar ze lagen nog altijd rond het minimumloon.89 In elk geval vinden de Zambianen dat de toestand in alle mijnen veel slechter is dan voor de privatiseringen en ze nemen het de regering kwalijk dat ze ingegaan is op de vraag van de Wereldbank om de mijnen snel over te dragen aan multinationals. De WB en het IMF gaven inderdaad een half miljard dollar aan steun vrij op voorwaarde dat Zambia de privatisering snel afwerkte.90</p>
<p>Het rapport van de ngo’s stelt dat er bij de Zambiaanse mijnen “heel wat slechte praktijken [gebeuren], vooral bij Metorex”, een blanke Zuid-Afrikaanse firma die 90 % van de Chibulumamijn in handen heeft, die ze ontgint zoals in het rapport beschreven .91 Een Canadese firma, First Quantum Metals (eigenaar van de Kansanshimijn), en Metorex hebben zich verzet tegen de inspanningen van de Zambiaanse regering om de exploitatierechten op 2,5-3 % te brengen voor betere steun voor onderwijs en gezondheidsprogramma’s. De meeste buitenlandse mijnbedrijven betalen er nu de waarschijnlijk laagste exploitatierechten ter wereld.92 Metorex, dat de hoogste mijnwinst had in Zambia in 2006,93 First Quantum en Vendanta (eigenaar van de grote Konkolamijn) betalen allemaal 0,6 % aan exploitatierecht en 25 % bedrijfsbelasting. NFCA betaalt echter 2 % exploitatierechten en 35 % belasting.94 In 1992, toen koper 2280 dollar per ton waard was, droegen de staatsmijnen meer dan 200 miljoen dollar bij tot Zambia’s schatkist. In 2004, met een koperprijs van 2868 dollar en hetzelfde productieniveau, betaalden dezelfde mijnen, nu in buitenlandse handen, slechts 8 miljoen dollar. In tegenstelling tot de jaren voor de privatisering steunen deze mijnen meestal ook geen voorzieningen voor de lokale gemeenschappen. Slechts een minderheid van firma’s zorgt voor geneeskundige verzorging en onderwijs van de werknemers en hun gezinnen.95</p>
<p>De eigenaars van de Chambishikopermijn zijn ongenadige uitbuiters, maar een hiërarchie van relatief goede blanke bazen, slechtere Indische mijnexploitanten en superuitbuitende Chinezen is misleidend.96 Michael Sata, leider van het Patriotic Front (PF) en in 2006 meedingend voor het presidentschap, zei dat hij de Chinezen, Indiërs en Libanezen, die hij “parasieten” noemde, zou buitenjagen.97 Sata ontving fondsen van Taiwan, en zei dat hij het zou erkennen in plaats van de Volksrepubliek. Hij bezocht Taiwan nadat hij de verkiezingen verloor, terwijl sommige van zijn aanhangers Chinese winkels in Lusaka aanvielen.98</p>
<p>De Chambishimijn is zeker niet de grootste Chinese onderneming in Afrika. Een Chinees privé-conglomeraat in  Nigeria, dat een groot aantal Chinese staatsbedrijven als partner heeft in de industrie en de bouw, telt 20.000 werknemers, onder wie veel Nigeriaanse managers.99 Er zijn verscheidene Chinese fabrieken in Afrika, bijv.de textielfabriek Urifiki in Tanzania, met 2000 werknemers, en schoen- en textielfabrieken in Nigeria die 1000-2000 mensen tewerkstellen.100 Chambishi echter staat in het geheugen gegrift van mensen die vatbaar zijn voor het discours over ‘China in Afrika’.</p>
<p>Uit een vergelijkende studie zou waarschijnlijk blijken dat je zowel in Chinese als westerse bedrijven in Afrika onderdrukkende omstandigheden vindt. Er moet echter worden opgemerkt dat Chinese investeringen in Afrika veel minder winstgevend zijn dan westerse. 101 De Wereldbank heeft vastgesteld dat Afrika “de hoogste opbrengsten op buitenlands directe investeringen [geeft] van eender welke regio in de wereld”.102 In de jaren ’90 lagen die returns gemiddeld op 29 % en sindsdien zijn die nog gestegen. Ze liggen veel hoger dan returns van Amerikaanse buitenlandse filialen elders bijvoorbeeld.103 Toch zijn de opbrengsten van Chinese buitenlandse filialen in Afrika laag in vergelijking met de winsten van Chinese bedrijven in andere regio’s. In tegenstelling tot veel westerse investeerders in Afrika gebeuren de meeste Chinese investeringen in een joint venture met gelijkwaardig partnerschap met Afrikaanse ondernemingen, die delen in de winst. De meeste zijn kleine of middelgrote ondernemingen die produceren voor Afrikaanse markten.104 Chinese firma’s zijn vaak flexibel in hun reactie op Afrikaanse ontwikkelingsplannen. In 2007 bijvoorbeeld verbood de Democratische Republiek Congo (DRC) de export van kobaltconcentraat. Chinese firma’s die eerder concentraat kochten haastten zich om in Congo fabrieken op te zetten voor de productie van legeringen van koper en kobalt.105</p>
<p>Chinese investeringen lijken ook minder geconcentreerd in grondstoffenextractie en meer in infrastructuur en industrie dan westerse investeringen. Dit is deels omdat westerse landen “decennia geleden grote infrastructuur- en industrieondernemingen in Afrika bijna volledig opgegeven hadden, wegens niet-winstgevend of te risicovol”.106 Slechts 10 % van de 22 miljard dollar aan Amerikaanse BDI in Afrika in 2005 was in industrie.107 Ongeveer 83 % van Amerikaanse BDI gebeurt in vijf Afrikaanse staten. Met uitzondering van Zuid-Afrika zijn de Amerikaanse BDI in de andere vier landen merendeels in de oliewinning, en er bestaan verschillen tussen westerse oliebedrijven en Chinese parastatalen: Shell zit (zoals de andere ‘groten’) al een halve eeuw in Nigeria, maar die olieproducerende reus moet de meeste benzine die het gebruikt invoeren, terwijl Chinese firma’s in Soedan een structuur hebben gebouwd voor exploratie, productie, raffinage, transport en verkoop.108 De China National Petroleum Company zegt “banen voor meer dan 100.000 Soedanezen [te hebben gecreëerd] en tegelijkertijd [te hebben] bijgedragen tot andere tewerkstellingssectoren omdat de olie-industrie is gegroeid”. 109</p>
<div id="attachment_7700" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-7700" title="IMG_1283" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/IMG_1283-300x225.jpg" alt="Chinezen en Soedanezen werken aan de uitbreiding van een energiecentrale. (fot Yan Hairong 2008)" width="300" height="225" /><p class="wp-caption-text">Chinezen en Soedanezen werken aan de uitbreiding van een energiecentrale. (fot Yan Hairong 2008)</p></div>
<p>Het discours over ‘China in Afrika’ in het Westen houdt grotendeels vol dat Chinezen zich bepaald wel hebben gepositioneerd om Afrika en de Afrikanen uit te buiten; bijvoorbeeld door autoritaire leiders in landen als Soedan en Zimbabwe te steunen.110 Verscheidene westerse staten steunen echter despoten direct via het geven van militaire assistentie en legitimering. Amerikaanse hulp aan Afrikaanse leiders voor de aankoop van Amerikaanse wapens en de opleiding van de strijdkrachten van Afrikaanse staten is onder Obama zelfs sterk gestegen.111 Als je een evaluatie zou maken van hoe buitenlandse investeringen een effect hebben op de ontwikkeling en mensenrechten in Afrika, zou China er dus waarschijnlijk niet slechter uitkomen dan het Westen.</p>
<h3>Conclusie</h3>
<p>Bij het onderzoek van de gevolgen die handel heeft voor ontwikkeling kijkt men gewoonlijk naar de import en export van goederen. Er is echter ook handel in geld en mensen. Westerse, maar geen Chinese, banken hebben geheimhouding en intresten verkocht aan de exporteurs van 40 % van Afrika’s privérijkdom.112 Westerse staten hebben de expertise van vooral dokters en verpleegsters gekocht voor een identiteitskaart. Dit zijn professionals, opgeleid in Afrika maar nu grotendeels verloren voor het continent.113 Deze vormen van handel beïnvloeden waarschijnlijk evenveel als de handel in goederen het recht van de Afrikanen op ontwikkeling.</p>
<p>Het grootste probleem in het discours over‘China in Afrika’ bestaat niet uit empirische onnauwkeurigheden over Chinese activiteiten in Afrika,114 maar uit het feit dat de kritieken om ideologische redenen uit hun context worden gehaald .</p>
<p>. Sommige analyses over Afrika stellen het Westen in een goed en China in een kwaad daglicht. .; andere geven hun beschrijving van de negatieve aspecten van China’s aanwezigheid, geen vergelijkend perspectief zodat diegenen die het verhaal kopen alleen de bomen zien, maar niet het hele bos. Dat soort analyse geeft de visie van de westerse elite weer op nationale belangen of morele superioriteit, begrippen die een rol spelen in de “strategische concurrentie” met China.115 Er zijn veel analisten die amper een vraagteken plaatsen bij de westerse retoriek over “Afrika helpen te ontwikkelen” en “de democratie in Afrika bevorderen”, maar die er als de kippen bij zijn om voorbeelden aan te halen van uitbuiting en onderdrukking door Chinese belanghebbenden.116</p>
<p>Chinese én westerse activiteiten in Afrika uitgebreid onderzoeken betekent een globaal systeem in vraag stellen dat Afrika op vele vlakken ‘on-ontwikkeld’ heeft en waarin China in toenemende mate geïntegreerd is. Bij gebrek hieraan blijft er niet veel meer over dan een eenvoudig zwart-witbeeld tussen een door het Westen gevoerde nieuwe “beschavingsmissie” ten bate van de Afrikanen, en de activiteiten van de “amorele” Chinezen, die weigeren om die missie volledig te onderschrijven door niet alle handels- en investeringspraktijken over te nemen die volledig in de pas lopen bij het neoliberalisme. China kan deze zwart-wit tegenstelling immers even goed terug voor de voeten gooien van de aanhangers door te beweren dat het Westen Afrika weer onder zijn voogdij wil plaatsen en dat China zich niet met Afrikaanse aangelegenheden wil bemoeien en liever zorgt voor ‘win-win’verhoudingen bij handel en investeringen. China zegt dit trouwens ook, net als veel Afrikanen.117 De populariteit van sommige facetten van China’s aanwezigheid in Afrika, tegenover de geliefdheid van de belangrijkste westerse staten, strekt zich verder uit dan tot de elites.118 De Pew Global Attitudes Survey van 2007 vroeg aan Afrikanen in tien landen om de invloed van China en de Verenigde Staten op hun eigen land te vergelijken. In negen van de tien landen, met percentages van 61 tot 91 %, zeiden Afrikaanse deelnemers dat de Chinese invloed goed was. Deze percentages liggen een pak hoger dan die voor de VS. 119 Een belangrijk gevolg van de Chinese aanwezigheid in Afrika is dan dat westerse staten en firma’s meer aan zelfreflectie zullen moeten doen over hun eigen aanwezigheid op het continent.</p>
<p>Er kan verwacht worden dat het discours over ‘China in Afrika’ steeds feller zal worden, vooral rond het thema van het effect dat de Chinese handel en investeringen heeft op ontwikkeling. Wie het debat volgt kan zien dat de beweringen scherp met elkaar in tegenspraak zijn. Wie kijkt naar hoe het discours in Afrika zelf overkomt, kan merken dat veel Afrikanen op hun hoede zijn voor pogingen om de zaak simplistisch in temen van goed en kwaad te stellen. Tegen 2009 viel er in de mainstream westerse pers ook al tenminste één voorbeeld te lezen van een meer evenwichtige kijk op Chinese activiteiten in Afrika.120 Veel Afrikanen verwerpen nu bovendien elke poging om het discours te gebruiken met het doel de aandacht af te leiden van de realiteit van Afrika’s blijvende onderwerping binnen een wereldsysteem dat onlosmakelijk verbonden is met uitbuiting en andere systematische rechtenschendingen.</p>
<p><em>Vertaling: B. Desplenter </em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99-33/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Handel, Investeringen, Macht en het discours over ‘China in Afrika’ (2/3)</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/7647/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/7647/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 09 Jan 2010 15:12:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika - China]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=7647</guid>
		<description><![CDATA[Dit is deel 2 van een artikel van Barry Sautman en Yan Hairong over wat zij het ‘China in Afrika discours’ noemen. Het is de vertaling van &#8220;Trade, Investment, Power and the China-in-Africa Discourse,&#8221; dat we vonden in The Asia-Pacific Journal, 52-3-09, December 28, 2009.
We hebben de nummering van de voetnoten behouden, maar de (120) voetnoten zelf [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>Dit is deel 2 van een artikel van Barry Sautman en Yan Hairong over wat zij het ‘China in Afrika discours’ noemen. Het is de vertaling van &#8220;Trade, Investment, Power and the China-in-Africa Discourse,&#8221; dat we vonden in The Asia-Pacific Journal, 52-3-09, December 28, 2009.<br />
We hebben de nummering van de voetnoten behouden, maar de (120) voetnoten zelf niet.<br />
Daarvoor verwijzen we u naar de originele Engelse tekst, te vinden via<br />
</em><em><a href="http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278">http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278</a></em></p>
<p><em>Het <a href="www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7615&amp;message=1">eerste </a>deel was de inleiding en ging over de <strong>ontwikkeling van Afrika en wat China importeert uit Afrika</strong>.<br />
U vindt het via de link hierboven of via<br />
<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7615&amp;message=1">www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7615&amp;message=1</a><br />
</em></p>
<h3>De ontwikkeling van Afrika en wat China exporteert naar Afrika.<br />
(deel 2 van het opiniestuk van B.Sautman en Yan Hairong)</h3>
<div id="attachment_7656" class="wp-caption aligncenter" style="width: 310px"><img class="alignleft size-medium wp-image-7674" title="IMG_1140" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/IMG_11402-300x225.jpg" alt="IMG_1140" width="300" height="225" /><p class="wp-caption-text">Chinezen met kortlopend contract leiden Soedanese arbeiders op aan productielijnen uit China (Yan Hairong november 2008).</p></div>
<p>Ook China’s export naar Afrika wordt zwaar bekritiseerd en afgeschilderd als een stroom van producten van belabberde kwaliteit waar consumenten niet veel aan hebben en die de Afrikaanse productie nog meer laat achteruitgaan.49</p>
<p>In het grootste deel van Afrika vind je veel en duurbetaalde basisconsumptieproducten afkomstig uit ontwikkelde landen. Die spullen zijn vaak toch nog goedkoper dan plaatselijk geproduceerde goederen, omdat een slechte infrastructuur en de corruptie in Afrika tot hoge productiekosten leiden.50 Chinese goederen zijn goedkoper dan de beide andere en dus aantrekkelijk voor de gewone Afrikaan. Chinese goederen in Madagaskar zijn 2 tot 3 keer goedkoper dan locale of geïmporteerde goederen.51<br />
Omdat meer Chinezen investeren en handel drijven in Afrika en elkaar beconcurreren zakken de prijzen. In Kinsjasa verkochten Chinese handelaars aanvankelijk schoenen tegen 12 dollar per paar, maar er kwamen nog meer Chinezen en de prijs zakte tot 6 dollar.52 In Ghana werden meer en meer Chinese fietsen geïmporteerd en de prijs zakte in twee jaar van 67 naar 25 dollar.53</p>
<p>De betaalbaarheid van Chinese import komt weliswaar ten goede aan de gewone Afrikaanse consumenten,54 maar er zijn in elk geval maar zeven landen die een noemenswaardige hoeveelheid goederen (5-14 %) uit China importeren.55 Het zijn niet de basisconsumptiegoederen die uit China worden gehaald maar wel “machines, elektronische apparatuur en high- en newtechproducten”.56 Een studie van de Britse regering stelde vast dat basisconsumptiegoederen slechts in één Afrikaans land, Oeganda, meer dan een vijfde vertegenwoordigen van de waarde van alle uit China ingevoerde goederen, en dat Chinese import in Afrika hoofdzakelijk import van elders vervangt en weinig effect heeft op de lokale productie.57<br />
De Chinese regering erkent dat sommige Chinese waren van lage kwaliteit zijn. Veel Chinese goederen worden naar Afrika gebracht door Chinese of Afrikaanse privé-ondernemers die niet onder controle staan van de Chinese regering. Niettemin neemt China “strenge maatregelen om ervoor te zorgen dat zijn goederen aan alle minimale kwaliteitseisen voor export voldoen [en] heeft een ministerie om ervoor te zorgen dat goederen van lage kwaliteit niet worden uitgevoerd”.58</p>
<p>Niet enkel verdringt de Chinese export naar Afrika bestaande lokale producenten niet, maar de Chinese export naar de rest van de wereld heeft ook niet het algemeen veronderstelde verpletterende effect op de Afrikaanse export.59<br />
De Export Similarity Index, een overlappingmaatstaf voor de waarde van door verschillende landen geëxporteerde producten, is slechts 4 % voor China en geheel Afrika en het betreft nagenoeg exclusief textiel en kleding (T&amp;K).60</p>
<p>Het discours over ‘China in Afrika’ bevat een constante stroom van aantijgingen dat China de Afrikaanse T&amp;K-productie wegconcurreert.61<br />
China’s T&amp;K-export naar Afrika begon scherp te stijgen rond 2003, maar in veel Afrikaanse landen was de T&amp;K-industrie al lang in verval. In Ghana stelde T&amp;K in 1977 25.000 mensen tewerk, maar in 2000 nog maar 5000.62 In Zambia werkten 25.000 mensen in T&amp;K in de jaren ’80, maar in 2002 nog maar 10.000.  Tijdens de jaren ’60 en ’70 begonnen veel Afrikaanse landen te industrialiseren als alternatief voor de import, waardoor de tewerkstelling in de T&amp;K-sector algauw 20-30 % was van het aantal bekende banen. Tegen de jaren ’80 en ’90 echter, toen de meeste Afrikaanse landen hun schulden niet meer in de hand konden houden, drongen de internationale financiële instellingen(IFI’s) erop aan dat ze zich zouden openstellen voor buitenlandse goederen, met een deïndustrialisering van bepaalde landen tot gevolg, waarvan vooral T&amp;K het slachtoffer werd.63<br />
Structurele aanpassingsprogramma’s (SAPs) opgelegd door WB/IMF waren de echte doodgravers van de Afrikaanse T&amp;K-productie. De toevloed van tweedehandskleding van ontwikkelde landen in het bijzonder deden de inlandse markten voor Afrikaanse T&amp;K-producenten krimpen.64 Kenia in de jaren ’90 bijvoorbeeld opende de textielsector voor tweedehands- (<em>mitumba</em>) en nieuwe kleding uit de VS en EU, die met de subsidiëring van hun katoenboeren ook de Keniaanse katoenindustrie deden krimpen, waardoor de toevoer aan Keniaanse T&amp;K-producenten afnam. Neoliberale hervormingen in Kenia deden de elektriciteits- en andere productiekosten stijgen, waardoor het nog moeilijker werd voor T&amp;K-firma’s om tegen lage prijzen te produceren. Terwijl bij de <em>mitumba</em>-distributie 500.000 Kenianen betrokken raakten, stortte de T&amp;K-industrie, die in de vroege jaren ’80 wel 200.000 werknemers had geteld, nagenoeg in. Tot 70.000 banen in fabrieken en spinnerijen alleen al gingen verloren.65 Tegen 2004, zelfs met het effect van de Amerikaanse AGOA, werkten minder dan 35.000 mensen in de op export gerichte Keniaanse kledijsector.66<br />
Ondertussen, tegen 2001, kwam er een aanzienlijke groei van Chinese T&amp;K-export.67 Ondanks hevige concurrentie groeide het globale aandeel in T&amp;K-export van Chinese firma’s van 9 % in 1990 tot 24 % in 2005.68<br />
T&amp;K-export was in 2006 goed voor 70 % van China’s globale handelsoverschot van 177 miljard dollar.69 Vanaf 1974 beperkte het Multifibre Arrangement (MFA) de Chinese T&amp;K-export naar ontwikkelde landen. De Overeenkomst inzake Textiel- en Kledijproducten(OTK) van de WHO uit 1994 behield de MFA-quota’s tot 1 januari 2005, waarna de Afrikaanse T&amp;K-export naar de VS aanvankelijk zakte met 20 %. In verscheidene landen viel de tewerkstelling in de sector in 2005-2006 fel terug70 wat te verwachten was met de “relatief hoge lasten en transportkosten en lange expeditietijden naar de VS … lagere productiviteit en lagergekwalificeerde werkkrachten dan in Azië, en … minder bronnen voor katoendraad en duurdere stoffen dan in China en India.”71</p>
<p>Lesotho, Madagaskar, Marokko en Zuid-Afrika komen voor in het discours ‘China in Afrika’ als zwaar getroffen door de Chinese concurrentie. Maar hun industrie was, met uitzondering van die in Zuid-Afrika, tegen 2000 al op sterven na dood.<br />
Wat er uiteindelijk met ze gebeurd is laat ook zien dat het discours van &#8216;China als doodgraver van de Afrikaanse T&amp;K-industrie&#8217; niet klopt. In Lesotho zijn bijna alle bazen in T&amp;K buitenlanders (hoofdzakelijk van Taiwan en Hongkong) en zij hebben in de sector het meeste arbeiders die wit werken in dienst. In 2006 richtten ze zich op een nieuwe branche als producenten van “ethische kleding” voor de Amerikaanse markt, met een bijna volledig tewerkstellingsherstel als resultaat.72<br />
In Madagaskar, dat in 2005 zo’n 5000 van de 100.000 T&amp;K-banen kwijtspeelde, vond de industrie een niche in meer hoogwaardige T&amp;K; ze hield stand in 2006 en zou naar verwachting groeien in 2007-2008. De T&amp;K-export van Madagaskar groeide bovendien met 3 % in 2005-2007 en stelde tegen 2009 weer 100.000 mensen tewerk. Zijn output was zelfs goed voor 25 % van alle Afrikaanse AGOA-import in de VS, die geen verband hield met de petroleum.73<br />
De Marokkaanse textielexport begon zich te herstellen vooral bij producenten van hoogwaardig textiel die zich gingen richten op ‘just in time’-productie voor de Europese markt, een markt waarvan zeker 50 à 60% niet kan worden bediend door een exporteur uit een verafgelegen land als China.74<br />
In de periode 2003-2006 zouden in de Zuid-Afrikaanse T&amp;K-industrie 55.000 banen verloren zijn gegaan, waarvan 18.000 sinds eind 2004. Naast de toevloed van Chinese producten was er de stijging met 50% in waarde van de Zuid-Afrikaanse rand in 2002-2004, die de export uit Zuid-Afrika, Lesotho en Swaziland duurder maakte.75<br />
Zuid-Afrikaanse T&amp;K-firma’s kunnen ook niet aan goedkope Aziatische stoffen komen voor goederen die tegen AGOA-voorkeurtarieven naar de VS worden gestuurd.76<br />
De Zuid-Afrikaanse T&amp;K-industrie heeft te kampen met lage kapitaalinvestering en slecht management. De toename van illegale tewerkstelling heeft geleid tot dalend vakmanschap en tot kwaliteitscompromissen.77</p>
<p>Het effect dat de toevloed van Chinese T&amp;K-goederen heeft op de tewerkstelling moet ook in een ruimere context geplaatst worden. Een economist aan een universiteit in Johannesburg heeft aangetoond dat de beschikbaarheid van goedkope Chinese T&amp;K-producten voor Zuid-Afrikaanse winkeliers tot een grote stijging heeft geleid in de tewerkstelling in de kleinhandel, die de grootste bijdrage levert tot het Zuid-Afrikaanse bbp. De toename van banen daar dankzij een grotere afname van Chinese T&amp;K-import is een meer dan voldoende compensatie voor het banenverlies in de T&amp;K-productie.78 In elk geval heeft China voor 2007-2008  quota vastgelegd voor 31 types van T&amp;K-export naar Zuid-Afrika. De Zuid-Afrikaanse regering is van mening dat dit de Chinese import met een derde zou doen dalen en ongeveer het aantal sinds 2003 verloren gegane banen zou laten recupereren.79<br />
De Chinese regering ging er ook mee akkoord om een Zuid-Afrikaans T&amp;K-opleidingsprogramma van 2,5 miljoen dollar te financieren en ze zal “indien nodig voorkeursleningen beschikbaar stellen aan Zuid-Afrika voor de modernisering van zijn textielindustrie”.80</p>
<p>Een balans met de positieve en negatieve impact van ’de Chinese export naar Afrika is niet eenvoudig op te maken. Maar, zoals bij de T&amp;K-industrie, is de balans minder negatief dan het discours laat geloven. Het verhaal dat zich vooral richt op de Afrikaanse T&amp;K-industrie, maakt geen vergelijkende analyse en het laat de historische context weg. China droeg immers niet bij tot de sterke achteruitgang van de Afrikaanse textiel- en kledingindustrie die vooral te wijten was aan de SAPs, terwijl westerse staten hun export naar Afrika van nieuwe en tweedehandskleding nog altijd niet hebben afgeremd.</p>
<p><em>Vertaling B. Desplenter</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/7647/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Handel, Investeringen, Macht en het discours over ‘China in Afrika’ (1/3).</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/opinie-handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/opinie-handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jan 2010 17:28:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Afrika - China]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=7615</guid>
		<description><![CDATA[In de rel tussen de Congolese regering en EU-commissaris Karel De Gucht kreeg deze laatste in De Standaard gelijk van Guy Poppe die echter vooral het vuur opent op China en beweert dat de Volksrepubliek meer te zeggen heeft in Congo dan de EU.
www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9U2KGTK7
Het is een mooi voorbeeld van wat Barry Sautman en Yan Hairong [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In de rel tussen de Congolese regering en EU-commissaris Karel De Gucht kreeg deze laatste in De Standaard gelijk van Guy Poppe die echter vooral het vuur opent op China en beweert dat de Volksrepubliek meer te zeggen heeft in Congo dan de EU.<br />
</em><a href="http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9U2KGTK7"><em>www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9U2KGTK7</em></a></p>
<p><em>Het is een mooi voorbeeld van wat Barry Sautman en Yan Hairong het ‘China in Afrika discours’ noemen. Met toestemming van professor Sautman publiceren we hier, als <strong>OPINIESTUK</strong> de vertaling van hun artikel  &#8220;Trade, Investment, Power and the China-in-Africa Discourse,&#8221; dat we vonden in The Asia-Pacific Journal, 52-3-09, December 28, 2009.<br />
We hebben de nummering van de voetnoten behouden, maar de (120) voetnoten zelf niet.<br />
Daarvoor verwijzen we u naar de originele Engelse tekst, te vinden via<br />
</em><em><a href="http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278">http://japanfocus.org/-Barry-Sautman/3278</a></em></p>
<p><em>Het eerste deel bevat de inleiding en gaat over de ontwikkeling van Afrika en wat China importeert uit Afrika.<br />
<a href="www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7647">Deel 2</a> vindt u via de link<br />
</em><em>of via <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7647">www.chinasquare.be/wp-admin/post.php?action=edit&amp;post=7647</a></em></p>
<h2>Handel, Investeringen, Macht en het discours over ‘China in Afrika’.</h2>
<h3>Barry Sautman en Yan Hairong</h3>
<h3>Inleiding</h3>
<p>Er is een internationaal discours ontstaan over ‘China in Afrika’, vooral in westerse landen die vele en uiteenlopende banden met Afrika hebben: de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. China’s aanwezigheid in Afrika moet kritisch worden onderzocht, maar de interesse ervoor in het Westen wordt vertroebeld doordat de elite China ziet als een rivaal in de strijd om de rijkdommen van Afrika, om invloed in dat continent en als een groeiende macht. De toon van het discours is veel negatiever dan die waarmee gesproken wordt over de westerse aanwezigheid in Afrika.</p>
<p>Het discours gaat deels over hoe &#8216;de Chinese aanwezigheid een “slechte invloed” heeft op de manier van regeren in Afrika&#8217;.1 De bijbehorende gedachte is dat ‘de activiteiten van China de ontwikkeling van Afrika belemmeren’, een aantijging die past in het kader van de ideologie over ‘recht op ontwikkeling’.2 Een hoofdartikel in de New York Times toont aan hoe het discours wordt uitgespeeld in de westerse media; de titel “Patron of African Misgovernment” (Beschermheer van Afrika’s Wanbeleid) wijst naar China.3 Het stelt dat China aan Afrikaanse landen dikke cheques uitschrijft in ruil voor natuurlijke rijkdommen, en dit zonder vragen te stellen over corruptie of autoritaire praktijken. China voert volgens het artikel een “harteloze yuandiplomatie”, profiteert van zijn “verfoeilijke associatie” met de “genocidaire” regering van Soedan en zijn beste vriend is de Zimbabwaanse president Robert Mugabe, waarmee het land bijdraagt tot het feit dat ze in Zimbabwe geen vrije verkiezingen hebben en geen “goed economisch bestuur”. De Times stelt dat China de armste Afrikaanse arbeiders nog dieper in de armoede duwt door Afrika te overstelpen met goedkope goederen en aan Afrikaanse staten te lenen zonder aan te dringen op standaarden die door westerse staten zouden gestimuleerd worden via het ‘Extractive Industries Transparency Initiative’ (EITI). De Times heeft ook al zijn woede geuit over de uitbuiting van Zambiaanse mijnwerkers door een Chinees bedrijf</p>
<p>De essentie van het discours is dus om het beleid van de Volksrepubliek (VRC) in Afrika af te schilderen als het bevorderen van mensenrechtenschendingen of “kolonialisme” 4, een beleid dat  impliciet en met ergernis wordt vergeleken met de nobele Amerikaanse en westerse praktijken. Sommige Chinese activiteiten in Afrika schenden inderdaad de mensenrechten van de Afrikanen; niet zoals de westerse elite beweert, maar eerder precies op dezelfde manier als het westerse beleid dat doet, door onvoordelige handelsvoorwaarden, het afpakken van natuurlijke rijkdommen, door onderdrukkende arbeidsomstandigheden en steun aan autoritaire leiders – al de gewone kenmerken van het moderne wereldsysteem. Dit zijn praktijken die de Chinese leiders vroeger hebben afgekeurd, maar die ze nu bijna zouden gaan ophemelen als vormen van dynamisch kapitalisme. Bijvoorbeeld, een Chinese internationale uitgave publiceerde in 2007 een artikel van Jian Junbo, een onderzoeker van de hoogaangeschreven Fudan Universiteit in Shanghai, over de aantijgingen van “Chinees kolonialisme” in Afrika. Hij gaf het toe: “meer en meer bedrijven uit China worden actief in Afrika, maar ze zijn enkel op winst uit, ongeacht hun schadelijke invloed op de Afrikaanse samenleving, zoals milieuvervuiling, buitensporige bouwprojecten en uitbuiting van plaatselijke arbeidskrachten”. Jian argumenteert desondanks dat het door China gekozen pad “consequent is volgens de logica van marktkapitalisme/vrije handel”, en dit maakt van China geen kolonialist, maar “een succesvolle kapitalist in Afrika”.5</p>
<div class="mceTemp"></div>
<div id="attachment_7618" class="wp-caption aligncenter" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-7618" title="chi.invt.af.2005" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/chi.invt.af.20052-150x150.gif" alt="Chinese investeringen in Afrika 2005" width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Chinese investeringen in Afrika 2005</p></div>
<p>Het discours moet niet op zijn kop gezet worden met de argumenten dat de aanwezigheid van China in Afrika positief is en die van het Westen negatief, of dat activiteiten van twijfelachtig allooi in Afrika gerechtvaardigd zijn omdat het Westen er zich ook aan bezondigt. De analyse van ‘China-Afrika’ moet niet het argument inroepen van “win-win”relaties en moet ook geen zwarte karikatuur maken van wat er aan de hand is.  China’s optreden hoort in plaats daarvan gezien te worden als onderdeel van een wereldsysteem en het discours hoort bekeken te worden aan de hand van een vergelijkende analyse.<br />
Onze argumentatie is drieledig: 1) gezien het wereldsysteem is het moeilijk om de plus- en minpunten van ‘China in Afrika’ te beoordelen als een alleenstaand fenomeen; 2) als een speler in het wereldsysteem heeft China in Afrika meer gemeen met het Westen dan gewoonlijk wordt erkend; 3) en toch zijn er ook beduidende verschillen tussen de westerse en Chinese aanwezigheid in Afrika; veel van die verschillen komen voort uit China’s ervaring als halfkolonie, uit z’n socialistisch verleden en uit zijn status van ontwikkelingsland, kenmerken die allemaal samengenomen de Chinese maatregelen hoogstwaarschijnlijk minder kwetsend maken voor Afrikaanse gevoeligheden over rechten dan die van de westerse staten.6<br />
In wat volgt concentreren we ons op VRC-activiteiten in Afrika die vaak worden aangeklaagd als schadelijk voor Afrikaanse belangen, vooral op het gebied van handel en investeringen. We onderzoeken ook waarom het discours over ‘China in Afrika’ er op deze manier is gekomen en we kijken naar Afrikaanse antwoorden op de belangrijkste stellingen.</p>
<h3>De ontwikkeling van Afrika en wat China importeert uit Afrika.</h3>
<p>De handel tussen China en Afrika neemt sterk toe. Amper 3 miljard Amerikaanse dollar in 1995, maar al 55 miljard in 2006, met een handelsbalans die lichtjes in het voordeel van Afrika uitviel. In 2006 bedroeg China’s handel met Afrika nog maar 3 % van zijn 1,76 biljoen dollar aan buitenlandse handel. Tegen 2008 bereikte China’s handel met Afrika al een totaal van 107 miljard dollar, nu duidelijk in het voordeel van Afrika, maar China’s buitenlandse handel zat ondertussen aan 2,56 biljoen, waardoor de handel met Afrika nog altijd maar 4 % bedroeg.7<br />
In 2006 stond China op de derde plaats, na de Verenigde Staten en Frankrijk  in het rijtje van Afrika’s handelspartners, maar in 2008 sprong het over Frankrijk heen, maar volgde het nog altijd achter de Verenigde Staten, met 140 miljard dollar aan handel. China beweert dat z’n handel verantwoordelijk is voor 20 % van de economische groei in Afrika.8</p>
<div id="attachment_7619" class="wp-caption aligncenter" style="width: 239px"><img class="size-medium wp-image-7619" title="Af.exports2china" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/Af.exports2china-229x300.gif" alt="Afrikaanse export naar China" width="229" height="300" /><p class="wp-caption-text">Afrikaanse export naar China</p></div>
<p>Het discours gaat zowel over China’s import uit als over export naar Afrika. Bij de import focust het op olie en stelt het dat China zorgt voor de instandhouding van Afrika’s afhankelijkheid van inkomsten uit grondstoffen. Een Canadese wetenschapper heeft gemerkt dat volgende stelling regelmatig opduikt: “Beijings vraag naar Afrikaanse olie en andere grondstoffen heeft onvermijdelijk Afrika’s afhankelijkheid van olie-export helpen bestendigen, en hierdoor de groei verder verhinderd van meer arbeidsintensieve sectoren, zoals agrobusiness en industrie”9.<br />
Zoals we zullen zien zijn het echter de Verenigde Staten die nu meer van Afrikaanse olie afhankelijk zijn dan van olie uit eender welke andere regio.</p>
<p>Ongeveer 10 % van de Afrikaanse export ten zuiden van de Sahara ging in 2005 naar China, en in 2007 was dit 13,4 %. De import van China uit Afrika kwam voor 85 % uit vijf olie- en mineraalexporterende landen.<br />
Van de Afrikaanse export naar China in 2004 was 62 % olie en gas, 17 % ertsen en metalen, en 7 % grondstoffen uit de landbouw. In 2009 was het aandeel van olie en gas al gestegen naar 86 %.10<br />
Dit profiel is niet ongewoon: met uitzondering van Zuid-Afrika is de industrie van het continent vooral beperkt tot textiel en kleren, die door China zelf in overvloed geproduceerd worden. Meer zelfs, olie maakte in 2005 ook 80 % uit van de Amerikaanse import uit Afrika ten zuiden van de Sahara; kleding bedroeg minder dan 3 %, en de rest bestond hoofdzakelijk uit mineralen. Petroleumproducten waren goed voor 92 % van de waarde van geïmporteerde producten onder de Amerikaanse ‘African Growth &amp; Opportunity Act’ (AGOA) in 2005. Dit cijfer was nog steeds 92 % in 2008, toen 88 % van alle Amerikaans-Afrikaanse handel (AGOA en non-AGOA) nog iets met petroleum te maken had.11</p>
<p>Ongeveer 47 % van de door China geconsumeerde olie in 2006 en 50 % in 2008 werd ingevoerd. Chinese import in 2006 bedroeg 6,8 % van de oliehandel in de wereld en leverde 12 % van alle energie die China verbruikte; steenkool en water- en kernenergie zijn immers de grootste bronnen van de Chinese energieconsumptie.12<br />
China’s olie-import uit Afrika in 2005 zorgde voor 4 % van ’s lands energiebehoefte. Van de 31 % VRC-olie-import uit Afrika kwam 14 % uit Angola, 5 % uit Soedan, 4 % uit Congo en 3 % uit Equatoriaal-Guinea.13<br />
Van alle olie die door China geconsumeerd werd in 2006 kwam er 14,5 % uit Afrika en in 2008 was dat 16 % , dat is niet veel meer dan de 13,2 % aan Amerikaanse import uit Afrika in 2006, goed voor 5,2 % van de Amerikaanse energiebehoefte.14<br />
China importeert olie hoofdzakelijk voor z’n productie: 70 % van China’s vraag gaat naar industrieel gebruik, terwijl 70 % van de Amerikaanse vraag bestemd is voor motorvoertuigen.15<br />
In 2009 plaatste China’s speciale gezant voor Afrikaanse zaken deze cijfersin hun juiste verhouding, toen hij opmerkte dat China 8,7 % van Afrika’s olie-export krijgt, terwijl er 33 % naar de Europese Unie gaat en nog eens evenveel naar de Verenigde Staten. De Chinese premier stelde bovendien dat China’s investeringen in de olie- en gasindustrieën in Afrika 1/16e uitmaken van de totale globale investeringen in deze industrieën.16<br />
Er kan dus moeilijk gezegd worden dat China de Afrikaanse oliemarkt domineert. Het discours over ‘China in Afrika’ stelt het echter voor alsof de VRC de hoofdafnemer van de Afrikaanse grondstoffen is en alsof het enkel daarom geïnteresseerd is in Afrika.17</p>
<p>China doet inderdaad mee met een uitbuitende business: historisch gezien wordt de verhouding van de prijs voor olie en andere globaal verhandelde grondstoffen tot die voor de industriegoederen, grotendeels bepaald door de ongelijkwaardige politieke machtsverhoudingen.18 Behalve dat de ruilvoorwaarden voor olie en grondstoffen in het algemeen “oneerlijk en ongelijkwaardig” zijn19 is olie ook nog kapitaalintensief, creëert het weinig banen, is het schadelijk voor het milieu en corrumpeert het de olieproducerende staten. Mensen in olierijke regio’s als Zuid-Soedan en de Nigerdelta in Nigeria halen zo weinig voordeel uit hun patrimonium dat er gewelddadige conflicten zijn ontstaan.20</p>
<p>China is in Afrika om de olie want 80 % van ’s werelds bewezen conventionele (niet-teerzand, niet-schalie) oliereserves zijn staatseigendom en goed voor twee derden van de olieproductie. De meeste andere overblijvende reserves zijn ingepalmd door westerse oliefirma’s.21<br />
China neemt olie af uit Afrika op een andere manier dan westerse staten: het haakt vaak leningen voor infrastructuurprojecten vast aan oliedeals.22 Van in de jaren ’70 lieten ontwikkelde landen en internationale financiële instellingen (IFI’s) Afrikaanse infrastructuurprojecten, die ook weinig particuliere en bijna geen publiek-particuliere financiering kregen, grotendeels links liggen.23 Internationale investeringen in infrastructuur in Afrika bedroegen slechts 4 % van alle dergelijke investeringen buiten Noord-Amerika in de periode 1992-2003, hoewel een gebrek aan infrastructuur Afrika’s ontwikkeling blokkeert.24</p>
<p>China is al vier decennia lang aan het werken aan Afrikaanse infrastructuur, en is de voornaamste infrastructuurbouwer van het continent aan het worden. De Wereldbank (WB) schatte dat de infrastructuurleningen van China’s Export-Import Bank aan Afrika sinds half 2006 meer dan 12,5 miljard dollar bedroegen. In 2007 zegde deze bank voor drie jaar 20 miljard dollar toe aan leningen voor infrastructuur en handelsfinancieringen in Afrika (uiteraard met een aandeel voor Chinese aannemers). Dit geld kwam bovenop de 5 miljard dollar van het ‘China-Africa Development Fund’, waarvan de oprichting werd bekendgemaakt in 2006 op het derde Forum voor Chinees-Afrikaanse Samenwerking om Chinese investeringen in Afrika aan te moedigen.25<br />
G8-ministers van Financiën leverden kritiek op die Chinese leningen, want het moest worden voorkomen dat de landen terechtkwamen in een vicieuze cirkel van ‘lenen en kwijtschelden’. Ngo’s wezen er echter op dat van de in 2005 beloofde 25 miljard dollar extra steun aan Afrika er  maar 2,3 miljard daadwerkelijk was gegeven.26</p>
<p>Het standaardvoorbeeld in het ‘China in Afrika’-discours van de Chinese aanpak om olie uit Afrika weg te halen, is de overeenkomst met Angola van 2004. Het discours is hierop gefixeerd omdat de deal infrastructuurleningen inhield aan de corrupte Angolese regering, zonder dat de eis werd gesteld om aan te tonen hoe de fondsen zouden worden aangewend. De aanvankelijke lening van 2 miljard dollar moest gebruikt worden voor het herstel van spoorwegen, voor wegenaanleg, kantoorgebouwen enz.<br />
Angola moest de lening terugbetalen met olie van een voormalig Shell-olieveld, dat 10.000 vaten per dag produceerde. De grootste Indische oliefirma had dat veld graag willen hebben, maar de Chinezen kregen het door de infrastructuurlening, die een rentevoet had van 1,5 % en terug te betalen was over 17 jaar, een rentevrije periode van 5 jaar inbegrepen. De Angolezen hadden recht op 30 % van de waarde van de infrastructuurcontracten die uit de lening voortkwamen; de overige 70 % werd opengesteld, maar de meeste van de contracten zijn waarschijnlijk naar Chinese firma’s gegaan.27 De rentevoet werd later teruggebracht tot 0,25 %. Tegen 2007 had China aan Angola minstens 6 miljard dollar geleend voor infrastructuurprojecten.28</p>
<p>De Angolese en andere leningen toegekend door de Volksrepubliek lokten bij de baas van de Wereldbank Paul Wolfowitz, bij de Britse regering en het IMF (Internationaal Monetair Fonds) commentaren uit dat Chinese activiteiten Afrika in diepe schulden dreigen te dompelen. Het Amerikaanse ministerie van Financiën noemde China een “schurkencrediteur”.29<br />
De schuldenval waar Afrika in blijft zitten is echter juist door het Westen gecreëerd, met een schuld van meer dan 300 miljard dollar en de verplichting tot het bijbetalen van aanzienlijke interesten.30<br />
China daarentegen, zoals de Amerikaanse Afrika-deskundige Deborah Brautigam opmerkte, “annuleert regelmatig de leningen voor Afrikaanse landen, leningen die gewoonlijk werden toegestaan tegen 0 % rente, zonder de lange dans van onderhandelingen en twijfelachtige voorwaarden van de Wereldbank en het IMF”.31<br />
Zo werd bijvoorbeeld een snelweg tussen Ghana’s twee grootste steden Accra en Kumasi die in 2006 klaar was, gebouwd met een Chinese renteloze lening.32</p>
<p>Onderzoekers van het OECD (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) zijn bovendien tot de conclusie gekomen dat toenemende Chinese activiteiten in Afrika de corruptie bij de Afrikaanse regeringen niet hebben doen toenemen.33 China’s leiders weten dat corrupte ambtenaren een deel van hun infrastructuurleningen zullen achterhouden, maar hun ‘gekoppelde’ leningen zullen minder waarschijnlijk geplunderd worden door corrupte figuren dan de hulp uit het Westen. Want, zoals een journalist uit Hong Kong al opmerkte, &#8220;de leningen en de hulp zijn gekoppeld aan infrastructuurprojecten, een groot deel van de fondsen wordt om precies te zijn rechtstreeks aan aannemers toegewezen&#8221;. Zo &#8220;kunnen corrupte leiders ze niet gebruiken om op een of andere manier een Mercedes Benz te kopen&#8221;.34<br />
Een Amerikaan die de Chinese activiteiten in Afrika van nabij volgt, voert aan dat &#8220;de Chinese hulp efficiënter is dan de westerse omdat veel ervan wordt gebruikt voor waterkrachtcentrales, spoorwegen, wegen en vezeloptische kabels, die gewone mensen ten goede kunnen komen, ongeacht hoe corrupt het regime is waarin ze leven”.35</p>
<p>Westerse staten verkopen wel veel retoriek over transparentie met betrekking tot Afrikaanse olieproducenten maar hun burgers en bedrijven zijn niet tot transparantie verplicht. Een bod voor een olievelden in Afrika bevat altijd “een bonus bij ondertekening” voor de regering, die vaak tot in de honderden miljoenen dollar loopt. Buitenlandse oliefirma’s weten dat gastregeringen grote delen afromen van wat de bedrijven betalen. Bij een van hun zeldzame onthullingen vertelden westerse oliefirma’s aan het IMF dat ze in 2001 voor een Angolese olie-ader 400 miljoen dollar betaalden, maar de Angolese regering beweerde niet meer dan 285 miljoen dollar gekregen te hebben.36 Naar alle waarschijnlijkheid verdween het geld in de zakken van regeringsambtenaren.<br />
De staatsoliemaatschappij en het bureau van de president controleren in Angola de inkomsten uit olie. Onderzoekers hebben honderden miljoenen dollar aan bonussen en omkoopgeld van westerse multinationals opgespoord op buitenlandse privérekeningen van Angolese ambtenaren. De meeste multinationals weigeren bekend te maken wat ze betalen om olierechten te pakken te krijgen. Westerse regeringen dwingen oliefirma’s uit hun land niet om onthullingen te doen, maar &#8216;<em>vragen de tijger naar z’n vel</em>&#8216;(yu hou mo pi), zoals de Chinezen zeggen, door de corrupte regeringen te vragen hun eigen corruptie naar buiten te brengen.37</p>
<p>Westerse beleidsinterventies hebben tot nu toe de ‘vloek die rust op de grondstoffen’ niet weggenomen.38 Een groep van Afrikaanse geleerden heeft erop gewezen dat transparentie onvoldoende is als middel om een einde te maken aan de corruptie in de oliehandel, een corruptie waartegen niets kan worden gedaan zolang Afrikaanse ambtenaren en de (hoofdzakelijk westerse) managers die hen corrumperen dergelijke criminaliteit tolereren. Hun acties kunnen amper worden gecontroleerd door het ‘Extractive Industries Transparency Initiative’  (EITI) van de Britse regering, want het is vrijwillig en het legt de verantwoordelijkheid voor de openbaarmaking bij Afrikaanse regeringen.39<br />
De campagne die de ngo’s voeren om firma’s tot ‘Publish What You Pay’ (PWYP) te verplichten, is gericht op beursgenoteerde grondstoffenbedrijven, maar niet op niet-beursgenoteerde of op staatsbedrijven. De meeste westerse oliebedrijven, vooral Amerikaanse, hebben zich met succes verzet tegen PWYP.40<br />
Westerse media citeren vaak de overeenkomst tussen de Wereldbank en Tsjaad om aan te geven hoe er iets kan worden gedaan tegen de ‘vloek op de grondstoffen’ en de armoede. Het zou een succesvolle interventie van buitenaf zijn om corruptie in de oliehandel tegen te gaan.<br />
In ruil voor een bescheiden WB-financiering om de pijplijn Tsjaad-Kameroen aan te leggen, de grootste privé-investering ten zuiden van de Sahara, heeft Tsjaad sinds 2003 alle royalties van Exxon-Mobil en andere pijplijnoperatoren op een Londense bank gezet. Buitenlandse waarnemers houden de rekening in de gaten en keren fondsen uit aan Tsjaad, hoofdzakelijk voor armoedebestrijdingsprogramma’s. Toen de pijplijn werd aangelegd, stonden de olieprijzen laag en stonden multinationals weigerachtig tegen het aanleggen ervan zonder WB-steun. Een studie wees uit dat het WB-Tsjaadpact “een uniek en eenmalig gebeuren” is, “mogelijk gemaakt door een aantal specifieke historische omstandigheden die zich nu niet meer voordoen”. Met hoge prijzen en krappe voorraden hebben oliefirma’s de goedkeuring van de Wereldbank niet meer nodig voor projecten. Het WB-Tsjaadpact wordt ook gezien als heel beperkt in plaats en tijd, en het oordeel is dat het de armoedebestrijding niet veel zal helpen.41</p>
<p>Het discours over ‘China in Afrika’ zal met betrekking tot de Chinese import uit Afrika waarschijnlijk vooral over olie blijven gaan. Amerikaanse analisten zien in de Verenigde Staten de grootste strategische concurrent van China in de strijd om Afrikaanse olie.42<br />
Tegen 2007 kwam 24 % van de dagelijkse Amerikaanse olie-import uit Afrika, meer dan de 18,6 % uit  het Midden-Oosten, en in 2009 leverde Afrika nog steeds 24 % en meer dan het Midden-Oosten.43<br />
De Amerikaanse regering schat dat de Afrikaanse olieproductie in de periode 2002-2025 met 91 % zal groeien, en de globale productie met 53 %. Strijdkrachten in een pas opgezet Amerikaans strijdmachtonderdeel voor Afrika zullen als belangrijkste taak hebben om de Amerikaanse toegang tot olie te beschermen.44<br />
De vooraanstaande plaats van de VS in het afnemen van Afrikaanse olie gaat samen met Amerikaanse steun voor autoritaire leiders in bijna alle olieproducerende landen.45<br />
Soedan is voor een deel een uitzondering: de Amerikanen werken samen met de leiders van het leger en de inlichtingendienst in Soedan en beschermen deze mensen, maar ze zijn tegen de islamistische politici van het land.46 De Amerikaanse elite gebruikt deze wat uitzonderlijke situatie en de Chinese betrokkenheid in Soedans olie-industrie om het discours gericht te houden op China’s veronderstelde “scramble for oil”, hoewel China nog lang niet de mogelijkheden heeft om te concurreren met westerse firma’s als het over Afrikaanse olie gaat47, en hoewel veel van de olie die China afneemt uit Afrika, inclusief die uit Soedan, niet naar China gaat, maar verhandeld wordt op de open markt.48</p>
<p><em>Barry Sautman is buitengewoon hoogleraar, Afdeling Sociale Wetenschappen, aan de Universiteit voor Wetenschappen en Technologie in Hongkong. Zijn onderzoek gaat over etnische politiek en nationalisme in China, en over Chinees-Afrikaanse betrekkingen. Yan Hairong is een antropoloog van het Departement Toegepaste Sociale Wetenschappen aan de Polytechnische Universiteit van Hong Kong</em></p>
<p><em>Het artikel werd vertaald door Brecht Desplenter.</em></p>
<p>Zie ook Dialogue (25 min) op CCTV   afl 1 met ex <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20091125/104917.shtml" target="_blank">president K Kaunda</a> afl 2 over Chinese <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20091213/102126.shtml" target="_blank">zaken in Africa</a> afl 3 <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20091109/104835.shtml" target="_blank">discussie over partnership</a></p>
<div id="attachment_7620" class="wp-caption aligncenter" style="width: 710px"><img class="size-full wp-image-7620" title="demonstration" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/demonstration.JPG" alt="Demonstratie van een Chinese machine in een Zambiaanse fabriek" width="700" height="525" /><p class="wp-caption-text">Demonstratie van een Chinese machine in een Zambiaanse fabriek</p></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/opinie-handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Vrijhandelszone China-ASEAN van start</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/vrijhandelszone-china-asean-van-start/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/vrijhandelszone-china-asean-van-start/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 01 Jan 2010 08:59:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[ASEAN]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=7458</guid>
		<description><![CDATA[
Het in november 2002 getekende Vrijhandelsverdrag tussen China en de ASEAN is in werking getreden. De zone strekt zich uit over 13 miljoen km² en omvat 1,9 miljard personen. Het wordt de derde grootste vrijhandelszone met 450 miljard $ volume, maar ze heeft betrekking op een grotere bevolking. 
Zo&#8217;n 7000 handelsgoederen of meer dan 90 % [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/ASEANFTA.jpg" rel="lightbox[7458]"><img class="aligncenter size-full wp-image-7466" title="ASEANFTA" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/ASEANFTA.jpg" alt="ASEANFTA" width="555" height="92" /></a></strong></span></p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Het in november 2002 getekende Vrijhandelsverdrag tussen China en de ASEAN is in werking getreden. De zone strekt zich uit over 13 miljoen km² en omvat 1,9 miljard personen. Het wordt de derde grootste vrijhandelszone met 450 miljard $ volume, maar ze heeft betrekking op een grotere bevolking. </strong></span></p>
<p>Zo&#8217;n 7000 handelsgoederen of meer dan 90 % van de waren die tussen China en de zes originele ASEAN-landen (Brunei, Indonesië, Maleisië, de Filippijnen, Singapore en Thailand ) verhandeld worden, zullen geen tarieven meer kennen, terwijl dit tot voor kort 10 % bedroeg. Het zerotarief voor 90 % van de goederen wordt in 2015 uitgebreid tot de vier nieuwe ASEAN-landen Cambodja, Laos, Myanmar en Viëtnam.</p>
<div id="attachment_7463" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/yaokanton.jpg" rel="lightbox[7458]"><img class="size-medium wp-image-7463" title="yaokanton" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/yaokanton-300x187.jpg" alt="Yaokanton op grens Yunnan met Laos" width="300" height="187" /></a><p class="wp-caption-text">Yaokanton op grens Yunnan met Laos</p></div>
<p>De handel tussen China en ASEAN, die in 1995 maar 20 miljard $ bedroeg, steeg ondertussen tot 231 miljard $, met een verdubbeling in de laatste vier jaar. ASEAN-voorzitter Sundram Pushpanathan vertelde AFP dat China net ASEAN’s derde handelspartner is geworden en dat hij verwacht dat het land over Japan en de EU zal wippen na een paar jaar werking van de vrijhandelszone. Volgens  Teng Theng Dar, baas van Singapores patroonsorganisatie, zijn de sectoren die het meest profijt zullen halen uit de vrijhandel: de diensten, de bouw en infrastructuur en de nijverheid. Hoofdeconomist Menon van de &#8216;Asian Development Bank&#8217; verwacht geen &#8216;Big bang&#8217;, omdat de zone reeds jaren voorbereid wordt. Hij verwacht dat later andere regionale machten, zoals Japan, Zuid-Korea en de Verenigde Staten, zullen willen toetreden. Hij vindt dat de echte baten van de zone meer op het vlak van de investeringen zullen liggen dan op het vlak van de handel. Hij verwacht op korte termijn nog tegenstand van bijvoorbeeld de Indonesische nijverheid, die textiel, landbouw en staal wil beschermd zien. Het zal nog lang zal duren vooraleer in Azië een integratieproces als in de EU zal plaatsvinden, omdat de structuur van de landen te verschillend is, oppert hij. Hij wijst er nog op dat de hoofdmoot bij de China-ASEAN-handel halfafgewerkte producten betreft die na assemblage in China uiteindelijk voor de westerse markt bestemd zijn.</p>
<div id="attachment_7465" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/bordertrade.jpg" rel="lightbox[7458]"><img class="size-medium wp-image-7465" title="bordertrade" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/01/bordertrade-300x199.jpg" alt="bordertrade" width="300" height="199" /></a><p class="wp-caption-text">Grenshandel via Mekong/Lancang</p></div>
<p>Feit is dat er onder meer tegenstand komt uit Indonesië, waar stemmen uit het parlement vragen dat 12 sectoren zouden beschermd worden omdat ze de concurrentie met de Chinezen niet aankunnen. De Indonesische schoensector vreest voor het verdwijnen van 40.000 jobs, omdat de Chinese firma’s van 40 % marktaandeel tot 60 % zouden klimmen. Ook de meubelsector beweert niet klaar te zijn voor concurrentie met de Chinezen. In de Fillipijnen is er eveneens tegenstand en vraag naar bescherming.  In elk geval kan verwacht worden dat de Chinese munt in Azië een meer prominente rol zal gaan spelen, maar dat ziet bijvoorbeeld de Thaise banksector wel goed zitten.  China bereidt overigens met 31 landen 14 verschillende vrijhandelsovereenkomsten voor, die één vierde van de handel zouden omvatten.</p>
<p>Zie ook <a href="http://english.cctv.com/program/worldwidewatch/20100101/100935.shtml" target="_blank">CCTV-video</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/vrijhandelszone-china-asean-van-start/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>&#8220;Mislukking Kopenhagen is de schuld van de Chinezen&#8221;</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/mislukking-kopenhagen-is-de-schuld-van-de-chinezen/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/mislukking-kopenhagen-is-de-schuld-van-de-chinezen/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Dec 2009 18:48:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[energie]]></category>
		<category><![CDATA[klimaat]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=7214</guid>
		<description><![CDATA[Dit artikel is overgenomen van Indymedia België  http://www.indymedia.be/nl
christophe22 december 2009 


BRUSSEL &#8212; Er komt niks uit de bus in Kopenhagen en op het eind zal het allemaal de schuld zijn van de Chinezen. Het was het donkerste scenario dat we hier hebben besproken op de redactie lang voor de start van de VN-klimaattop.
Foto Gilles
En toch is [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Dit artikel is overgenomen van Indymedia België  <a href="http://www.indymedia.be/nl">http://www.indymedia.be/nl</a></strong></p>
<p><a title="Gebruikersprofiel bekijken." href="http://www.chinasquare.be/nl/user/christophe">christophe</a><span>22 december 2009 </span></p>
<div id="node-36041">
<div>
<p>BRUSSEL &#8212; Er komt niks uit de bus in Kopenhagen en op het eind zal het allemaal de schuld zijn van de Chinezen. Het was het donkerste scenario dat we hier hebben besproken op de redactie lang voor de start van de VN-klimaattop.</p></div>
<p><img title="Cop15.jpg" src="http://www.indymedia.be/nl/files/imagecache/node-page/Cop15.jpg" alt="Cop15.jpg" /><em>Foto <a href="http://www.indymedia.be/en/user/gilles">Gilles</a></em></div>
<p>En toch is dat precies wat er gebeurd is in de Deense hoofdstad. Toen vrijdag duidelijk werd dat de top een flop zou worden, lieten premier Yves Leterme en de Franse president Nicolas Sarkozy het al verstaan. “China is een probleem”, zei Leterme. “China blokkeert de onderhandelingen”, zei Sarkozy.</p>
<p>Na het weekend begon die stem nog wat luider te klinken. De grote meerderheid van de ontwikkelingslanden stond schouder aan schouder met de rijke landen tegenover China dat koppig elke vooruitgang weigerde. Zo beschrijft de Britse minister van klimaatverandering Ed Miliband het in een <a href="http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2009/dec/20/copenhagen-climate-change-accord">opiniestuk</a> in The Guardian.</p>
<p>Op de website van De Morgen zegt een anonieme hooggeplaatste Europese diplomaat: “China, en alleen China heeft het klimaatverdrag gekelderd”. Volgens die bron zou Obama bereid zijn geweest om de uitstoot in de VS tegen 2050 met 80 % te verminderen. In ruil moest de Chinese uitstoot dan met meer dan 50 % naar omlaag.</p>
<p>Hebben Sarkozy, Leterme en Miliband gelijk? Dit is meer dan een rondje zwartepieten. De vraag beantwoorden betekent begrijpen wat de inzet was van de klimaattop in Kopenhagen en waarom het is foutgelopen.</p>
<p><strong>Wedloop op de atmosfeer</strong><br />
De Britse journalist <a href="http://www.monbiot.com/archives/2009/12/21/requiem-for-a-crowded-planet">George Monbiot</a> (The Guardian, maar ook auteur van het boek Heat) vat de top zo samen: “Dit is een wedloop voor de atmosfeer vergelijkbaar in stijl en bedoeling met de wedloop op Afrika (the scramble for Africa).”</p>
<p>Met wat op tafel lag, dreigde de hele Derde Wereld de grote verliezer te worden van de wedloop. Door alle jubelberichten over de economische boom in China zouden we het misschien wel eens kunnen vergeten, maar China blijft een arm derdewereldland. Gerekend volgens BNP per hoofd van de bevolking is China het 104e armste land ter wereld, kort na El Salvador en Namibië. China is volgens die maatstaven veertien keer armer dan de VS.</p>
<p>Een akkoord tekenen met een becijferde grens voor de CO2-uitstoot betekent voor China een bovengrens zetten aan de ontwikkeling. Je kan dat makkelijk aanschouwelijk maken door de reducties te nemen die zogezegd op tafel lagen. China zit nu aan 4,6 ton uitstoot per persoon. De VS stoten 19,8 ton uit per persoon.</p>
<p>Als China de uitstoot halveert, wordt de uitstoot bevroren op 2,3 ton per Chinees. Als de VS inderdaad hun uitstoot met 80 % inkrimpen, kom je uiteindelijk aan 3,96 ton per persoon. De VS zouden zo het recht krijgen om dubbel zoveel uit te stoten als China. China is dan nog de fabriek van de wereld. Een studie stelt dat de productie van goederen die uitgevoerd worden naar Europa en de VS goed is voor een kwart van de Chinese uitstoot. En China heeft ook lang niet de middelen die de VS hebben om hun economie om te vormen tot een groene economie.</p>
<p><strong>Kyoto</strong><br />
Vertegenwoordigers uit het Zuiden hebben er meermaals op gewezen. De rijke landen probeerden in Kopenhagen komaf te maken met het Kyoto Protocol. Dat akkoord dat de VS weigerden te tekenen, gaat uit van de gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid voor de opwarming van de aarde.</p>
<p>De ontwikkelde landen (VS, Europa en Japan) zijn verantwoordelijk voor 70 % van de broeikasgassen in de atmosfeer. Zij stoten al uit sinds de industriële revolutie dik 150 jaar geleden. Die landen konden dus hun rijkdom opbouwen door ongestoord een groot deel van de atmosfeer op te stoken. Kyoto stelt nadrukkelijk dat het Zuiden recht heeft op een stuk van de uitstoot zodat het zich ook kan ontwikkelen.</p>
<p><strong>Bitter over Obama</strong><br />
Is het dan wel echt de schuld van de Chinezen dat Kopenhagen uitdraaide op een mislukking? George Monbiot ziet het anders: “Obama plaatste Peking in een onmogelijke positie. Hij vroeg toegevingen zonder daar iets tegenover te zetten. Ik gok dat dat een berekend manoeuvre was om een njet van China uit te lokken zodat China de schuld kon krijgen voor het resultaat dat hij eigenlijk wou.” Volgens Monbiot kon Obama geen kant uit. Probeer maar eens een sterke klimaatwet door de senaat te krijgen waarvan bijna alle leden met handen en voeten gebonden liggen aan de olielobby.</p>
<p>Ook de Canadese schrijfster en journaliste <a href="http://www.zcommunications.org/znet/viewArticle/23423">Naomi Klein</a> is bijzonder bitter over Obama. “Geen enkele president sinds FDR (Franklin D. Roosevelt, nvdr) kreeg zoveel kansen om de VS te veranderen in iets dat geen bedreiging vormt voor de stabiliteit van het leven op aarde. Telkens weigerde hij om die kansen te grijpen.”</p>
<p>Daar staan we dus. Met een mager niet-bindend akkoord waar verschillende landen uit het Zuiden zich niet eens willen achter scharen. Als het stof gaat liggen, zal de opstand van de landen uit het Zuiden misschien wel het opmerkelijkste fenomeen zijn dat bijblijft na Kopenhagen. We kenden het natuurlijk al. Toen de rijke landen tien jaar geleden op de WTO-top in Seattle de ontwikkelingslanden de arm probeerden om te wringen, kregen ze al eens het deksel op de neus. Tien jaar later staat de WTO-trein nog altijd niet terug op de rails.</p>
<p>Dat mag met de klimaatonderhandelingen niet gebeuren. Landen uit het Zuiden legden de afgelopen weken interessante voorstellen op tafel. Eén van de slimste voorstellen kwam &#8211; een tijd geleden &#8211; van president Rafael Correa van Ecuador. Correa staat voor een dilemma in zijn eigen land. Er zit olie onder de grond van één van de rijkste wouden ter wereld in het Yasuni Nationaal Park. Pomp je die olie op om je land te ontwikkelen of kies je voor de bescherming van het Amazonewoud. Correa is bereid om de olie ongemoeid te laten als het rijke Noorden met de nodige financiële middelen over de brug komt.</p>
<p>Het is een manier om de historische schuld van het Noorden en de rechtmatige ontwikkelingsdrang van het Zuiden te verzoenen. Er zijn nog andere manieren: schenk China en de rest van de Derde Wereld de technologie die die landen de kans geven om de sprong te maken naar ontwikkeling zonder te passeren langs de vervuilende weg die het Noorden heeft afgelegd.</p>
<p>Het zijn voorstellen waar geen enkel mens met gezond verstand kan tegen zijn. Maar er zullen nog veel klimaatbetogingen nodig zijn voor we daar aan toe zijn.</p>
<p>Zie ook CCTV-uitzending Dialogue over <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20091224/104576.shtml" target="_blank">rol wetenschap</a> inzake klimaatverandering</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/mislukking-kopenhagen-is-de-schuld-van-de-chinezen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Kopenhagen Sprokkels (2)</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/kopenhagen-sprokkels-2/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/kopenhagen-sprokkels-2/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 15 Dec 2009 21:27:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Commentaar]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Milieu]]></category>
		<category><![CDATA[energie]]></category>
		<category><![CDATA[energiebesparing]]></category>
		<category><![CDATA[klimaat]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=6985</guid>
		<description><![CDATA[Vorige week brachten we een eerste reeks Kopenhagen sprokkels 
Deze week een nieuwe lading op de vooravond van de ontknoping:
Stand der besprekingen
Dit weekend zijn er twee ontwerpresoluties voorgelegd in Kopenhagen, één van elke werkgroep. De Chinese onderhandelaars hebben dit verwelkomd als een stap vooruit. Maar er blijven belangrijke witte plekken in de resoluties, bijv. hoeveel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/default3.jpg" rel="lightbox[6985]"><img class="alignleft size-full wp-image-6986" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/default3.jpg" alt="default" width="200" height="146" /></a>Vorige week brachten we een eerste reeks <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/economiefinancies-actueel/hopenhagen-sprokkels/" target="_blank">Kopenhagen sprokkels </a></p>
<p>Deze week een nieuwe lading op de vooravond van de ontknoping:<a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/economiefinancies-actueel/hopenhagen-sprokkels/"></a></p>
<p><strong>Stand der besprekingen</strong></p>
<p>Dit weekend zijn er twee ontwerpresoluties voorgelegd in Kopenhagen, één van elke werkgroep. De Chinese onderhandelaars hebben dit verwelkomd als een stap vooruit. Maar er blijven belangrijke witte plekken in de resoluties, bijv. hoeveel vermindering van de koolstofuitstoot tegen 2050 verwacht wordt van de ontwikkelde landen: cijfers gaan van ‘75%-85%’ tot ‘meer dan 95%’.</p>
<p>De eindonderhandelingen in Kopenhagen zullen waarschijnlijk toch vooral gaan tussen de Grote Drie: China, Verenigde Staten en Europa. Samen zijn zij ook verantwoordelijk voor meer dan 50 % van de uitstoot. Japan , Rusland en India volgen in een tweede peloton op een veel lager niveau, maar vooral India zou snel kunnen stijgen. In de derde groep, opnieuw veel lager, vinden we Brazilië, Canada, Australië, Zuid-Korea. Alle andere landen spelen individueel een verwaarloosbare rol.</p>
<p>Volgens het persbureau Xinhua (14 december) draait Kopenhagen rond vier principiële vragen:</p>
<ol>
<li>De historische verantwoordelijkheid. Aanvaarden de ontwikkelde landen dat het klimaatprobleem hun historische verantwoordelijkheid is en zijn ze bereid daar twee besluiten uit te trekken: de ontwikkelde landen moeten meer inspannigen doen dan de ontwikkelingslanden, én de ontwikkelde landen moeten betalen om de opwarming en haar gevolgen te bestrijden in de ontwikkelingslanden.<br />
Precies op dit punt ging de Amerikaanse onderhandelaar Todd Stern frontaal in tegen de wensen van de ontwikkelingslanden. Amerika is niet bereid op te draaien voor zijn historische verantwoordelijkheid en is niet van plan de ontwikkelingslanden daarvoor te betalen. Hoogstens kan er aan de allerarmsten gedacht worden, maar China moet op geen dollar rekenen. De Chinese onderhandelaar noemde deze uitspraak &#8220;totaal onverantwoord&#8221; en verklaarde &#8220;geschokt&#8221; te zijn. Hij benadrukte daarbij dat China aan het belang van alle ontwikkelingslanden denkt en niet noodzakelijk zelf het geld van de Verenigde Staten wil. Verder vergeleek hij het gedrag van de ontwikkelde landen als dat van rijkaards die genieten van een copieus banket, en dan van een arme sukkelaar die pas voor het dessert aankomt, eisen dat hij evenveel betaalt.</li>
<li>Men moet de koolstofuitstoot vergelijken per persoon. Het gaat niet op China met de vinger te wijzen omdat het veel uitstoot. Per inwoner is de Chinese uitstoot veel lager dan die van de ontwikkelde wereld, dus het probleem ligt nog altijd daar. China engageert zich vrijwillig voor een vermindering met 40-45% van de uitstoot per eenheid BNP, en zal meer doen indien het dat kan. Maar het gaat niet op, zoals de Amerikaanse onderhandelaar doet, om vaste engagementen te vragen en een international meet- en controlemechanisme op de Chinese uitstoot; natuurlijk zal de uitstoot van China gecontroleerd worden, door een Chinees controleorgaan.</li>
<li>Het wettelijk kader. Op dit ogenblik zijn er twee: Het VN-Kaderakkoord betreffende Klimaatverandering (UNFCCC) en het Kyoto-Protocol. Het UNFCCC legde het principe vast van ‘gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid’. Het Kyoto-Protocol legt verplichte uitstootverminderingen vast voor de ontwikkelde landen alleen. Deze akkoorden concretiseren dus de historische verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen. Ontwikkelingslanden moeten ook inspanningen doen, maar substantieel minder dan de ontwikkelde landen.<br />
De Verenigde Staten weigeren principieel binnen dit kader te werken en willen iets anders onderhandelen. De ontwikkelingslanden houden even principieel vast en zijn deze maandag zelfs collectief van de onderhandelingstafel weggelopen. De Soedanese voorzitter van de groep van 77 ontwikkelingslanden verklaarde dat de ontwikkelde landen, door Kyoto te laten vallen, het evenwicht tussen verplichtingen van de verschillende landen willen verbreken.</li>
<li>De vraag van de volkeren van de wereld naar een akkoord. De Chinese onderhandelaar in Kopenhagen is viceminister He Yafei. Hij beloofde bij het begin van de conferentie dat China, als een groot land, inspanningen zou doen voor het success van de bijeenkomst. Hij waarschuwde deze week expliciet voor ‘trucs’ van sommige ontwikkelde landen om China de zwarte piet van een eventuele mislukking door te spelen. De Amerikaanse onderhandelaar heeft verklaard dat er zeker geen bindend akkoord komt, maar dat Kopenhagen een stap is in de onderhandelingen voor zo&#8217;n verdrag.</li>
</ol>
<p>De kritiek van China en andere ontwikkelingslanden op de ontwikkelde wereld is dubbel:<br />
- Volgens het IPCC moeten de rijke landen tegen 2020 hun uitstoot tegenover 1990 met 25-40% verminderen. Doch omgerekend komen ze in hun voorstellen maar aan 16-18%, dit vooral door de Verenigde Staten (Europa komt er met 30% dicht bij, maar wil dit alleen &#8220;als de anderen ook meedoen&#8221;).<br />
- De VN heeft becijferd dat de ontwikkelde landen jaarlijks 100 miljard dollar klimaatsteun moeten geven aan de ontwikkelingslanden, maar tot nu toe is slechts 10 miljard gespreid over de volgende drie jaar aangeboden. Voor de daaropvolgende jaren zijn er helemaal geen engagementen. China noemde dit voorstel &#8220;belachelijk&#8221;.</p>
<p><strong>Koolstoftaksen onder vuur?</strong></p>
<p>Er komt reactie op de in sommige landen geplande koolstoftaksen. De Amerikaanse Wet op Schone energie en Energiezekerheid voorziet dat de president vanaf 2020 koolstoftaksen kan heffen op producten die ingevoerd worden. De redenering is eenvoudig: wanneer in de Verenigde Staten normen gelden voor koolstofarme producten, dan moeten ingevoerde producten daar ook aan voldoen, zoniet volgen er taksen. China argumenteert daartegen dat men niet kan eisen dat ontwikkelingslanden op korte termijn even &#8217;schoon’ produceren als ontwikkelde landen; dat zou de historische verantwoordelijkheid van de ontwikkelde landen ontkennen. Taksen heffen op uit de ontwikkelingslanden ingevoerde producten is protectionisme onder het mom van milieubescherming.  Frankrijk heeft zelfs aangekondigd dat het reeds in 2010 met dergelijke koolstoftaksen wil beginnen.</p>
<p><strong>Een controversieel standpunt</strong></p>
<p>Zheng Guogang publiceerde in het partijblad Quishi (De Waarheid Zoeken) een controversieel standpunt. Volgens hem is de opwarming al een feit, en moet China zijn geld bij voorrang besteden aan het bestrijden van de gevolgen die nu al zichtbaar of voorspelbaar zijn, met name in de landbouwsector, eerder dan alles te zetten op het afremmen van de opwarming. Zheng is directeur van de Chinese Meteorologische dienst, en lid van de centrale regeringswerkgroep die een strategie tegen de klimaatopwarming moet bepalen. Greenpeace China heeft verklaard dat het artikel onverantwoord en kortzichtig is en ingaat tegen de regeringspolitiek.</p>
<p>Volgens Zheng zal de Chinese landbouwopbrengst tegen 2030 al met 5-10% dalen, de tarwe vermindert met 31% . In de tweede helft van de eeuw kan de Chinese graanproductie in het algemeen met 37 % dalen. Door de strengere droogtes en grotere overstromingen zou bovendien de jaarlijkse opbrengst wel 30 % schommelen, met problemen van voedselonzekerheid. Als voorbeeld geeft hij de natuurrampen van 1928-30 en 1959-61 met bijbehorende hongersnoden. Het vergroten van de voedselimport is geen optie, want elders geraakt de landbouw ook in problemen, en er komt een daling van de productie van graangewassen in Zuid-Azië met 30 %. China moet nu al beginnen met zijn landbouw te heroriënteren naar gewassen die beter aangepast zijn aan het toekomstig klimaat, en de strategische voedselvoorraden uitbreiden.</p>
<p>Zie uitzending Dialogue over <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20091214/103814.shtml">het dispuut</a> in Kopenhagen</p>
<p>Alles op CCTV <a href="http://www.cctv.com/english/special/Copenhagenconference/Homepage/index.shtml">over Kopenhagen</a>-conferentie</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/kopenhagen-sprokkels-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
