<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Chinasquare &#187; Internationaal</title> <atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/achtergrond/internationaal-achtergrond/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.chinasquare.be</link> <description>Een infosite van de Vereniging België China</description> <lastBuildDate>Sun, 05 Feb 2012 07:58:02 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.0.3</generator> <item><title>“Staatsbezit: het geheim van het Chinese succes?”</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/%e2%80%9cstaatsbezit-het-geheim-van-het-chinese-succes%e2%80%9d/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/%e2%80%9cstaatsbezit-het-geheim-van-het-chinese-succes%e2%80%9d/#comments</comments> <pubDate>Mon, 23 Jan 2012 11:04:06 +0000</pubDate> <dc:creator>Dirk Nimmegeers</dc:creator> <category><![CDATA[Beleid]]></category> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[staatsondernemingen]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=24622</guid> <description><![CDATA[“Staatsbezit in het hart van een gemengde economie: het geheim van het Chinese succes?” Britse sociaaldemocraten (her)ontdekken dank zij China de charmes van de geleide economie. Sommige Britse sociaaldemocraten ontdekken de charmes van het Chinese model. The Guardian, een gerespecteerde krant die zeer vriendelijk staat tegenover Labour en allerlei progressieve stromingen, bracht kort na elkaar [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/Asia-forum.jpg" rel="lightbox[24622]"><img class="alignleft size-medium wp-image-24623" title="Asia forum" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/Asia-forum-300x181.jpg" alt="" width="300" height="181" /></a><span style="color: #ff0000;"><strong>“Staatsbezit in het hart van een gemengde economie: het geheim van het Chinese succes?”</strong></span><br /> <strong><span style="color: #000000;">Britse sociaaldemocraten (her)ontdekken dank zij China de charmes van de geleide economie.</span></strong></p><p>Sommige Britse sociaaldemocraten ontdekken de charmes van het Chinese model. The Guardian, een gerespecteerde krant die zeer vriendelijk staat tegenover Labour en allerlei progressieve stromingen, bracht kort na elkaar twee artikelen over de Chinese economische groei als redelijk betrouwbare motor om de rest van de wereld uit het dal te halen en over hoe China zijn spectaculaire opkomst dankt aan het feit dat banken, financiën en grote bedrijven in handen van de staat zijn gebleven. Op 17 januari was dat een hoofdthema in het opiniestuk van Seumas Milne, een linkse sociaaldemocratische journalist, en op 20 januari herhaalde een redactioneel commentaar dezelfde stellingen. Een linkse stroming binnen Labour lijkt, bij het zien van het Chinese economische mirakel, heimwee te krijgen naar vroeger gehuldigde opvattingen dat de overheid de samenleving moet sturen in een op zijn minst gemengde economie. Zowel voor Milne als voor de redactie van The Guardian was de aanleiding het bezoek van minister van Financiën George Osborne aan Hong Kong waar hij de kansen van de Londense City ging verdedigen als toekomstig centrum voor de verhandeling van de Chinese munt en zijn tocht naar Beijing om er te ijveren voor Chinese investeringen in Groot Brittannië. Nog een interessant punt van overeenkomst tussen het opiniestuk en het redactioneel artikel: de schrijvers laten zich inspireren door John Ross, economist, Chinawatcher, gasthoogleraar aan de Jiaotong universiteit van Shanghai en voormalig topadviseur van Ken Livingstone, toen deze linkse sociaaldemocraat burgemeester van Londen was.</p><p><strong>Rollen omgedraaid</strong></p><p>Milne schrijft: “de rollen zijn duidelijk omgedraaid. Groot Brittannië glijdt af naar een recessie, de eurozone nadert voortdurend de rand van de afgrond en tegelijk snelt minister van Financiën George Osborne … naar Beijing om er te lobbyen voor dat wat de Britten (noch de particuliere, noch de openbare sector) zelf niet meer willen doen: investeren in het door een crisis geplaagde Groot Brittannië. Eerder al heeft de EU tevergeefs geprobeerd om China zover te krijgen dat het met zijn kolossale reserves het noodfonds van de eurozone zou ondersteunen. Vergelijk de economische prestaties van Europa, de VS en China en je begrijpt meteen waarom westerse politici nu behoefte hebben aan Chinese steun.” Het redactioneel commentaar stelt dat “elke inschatting van de vooruitzichten die China heeft, moet beginnen met de erkenning dat het Rijk van het Midden het meest verbluffende succesverhaal in de wereld van nu is en dat het drie decennia van meer dan 9% groei heeft gerealiseerd tegen het algemene scepticisme van buitenlandse waarnemers in.” Dit is een echo van Milne’s “China is nu de op één na grootste economie van de wereld en de snelst groeiende markt. Honderden miljoenen Chinezen zijn uit de armoede gehaald omdat in twintig jaar tijd het Chinese aandeel in de internationale industrie van 2 naar 20% is gestegen.” De linkse publicist voegt eraan toe: “Dat er een kloof gaapt tussen de <a target="_blank" href="/achtergrond/china-tien-jaar-in-de-werelddhandelsorganisatie/">resultaten </a>van China en die van de al lang gevestigde economische wereldmachten dringt echter het duidelijkste door als we kijken naar hoe Europa, de VS en Japan in elkaar zakken. De afgelopen vier jaar is het nationale inkomen van de VS met 0,6% toegenomen, dat van de EU is gekrompen met 0,3% en Japan ging 5,2% achteruit. Terzelfdertijd is, ondanks de achteruitgang van de export naar die landen, China met 42% gegroeid.&#8221;<br /> Volgens Milne “wil de door bezuinigingen geteisterde westerse wereld echter niet zien hoe die ongelooflijke kloof is ontstaan.” Hij geeft als voorbeeld van die koppige weigering dat bondskanselier Merkel met de aankondiging van nog meer bezuinigingen reageert op een situatie waarin het ratingagentschap S&amp;P waarschuwt dat het alleen maar contraproductief is om uitsluitend te rekenen op fiscale besparingen.</p><p><strong>Oplosbare problemen</strong></p><p>Noch de redactie van de Guardian, noch Milne zijn blind voor de onzekerheid waarin ook China verkeert of het een harde landing kan vermijden. De hoofdredactie citeert premier Wen Jiaobao: “onze economie is ook onstabiel, ongecoördineerd en uiteindelijk niet duurzaam”. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/table.png" rel="lightbox[24622]"><img class="alignleft size-medium wp-image-24624" title="table" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/table-300x140.png" alt="" width="300" height="140" /></a>Milne geeft toe dat hoewel de analisten er talloze keren naast hebben gezeten met hun onheilsvoorspellingen, het altijd mogelijk blijft dat ze een keer gelijk krijgen. Inflatie, de oververhitting van de huizenmarkt, een erfenis van slechte bankleningen en het effect op China van de stagnatie of de crisis in Europa en de VS, ga er maar aan staan. Enig optimisme is wel gewettigd. De aanpak waarmee Beijing deze kwalen bestrijdt lijkt te werken. De inflatie en het risico op een luchtbel in de vastgoed nemen af. De sector drijft overigens op spaargeld in China en niet, zoals in de VS, op leningen. Na de schuldencrisis van 1997 in Azië heeft China bewezen dat het slechte leningen kan absorberen. Wat de relatie tussen de malaise in het Westen en de economie van China betreft wijst een Britse econoom, John Ross, erop dat de Volksrepubliek voor meer dan de helft handel drijft met de Derde Wereld en met opkomende landen. China behoort zelf tot die groep en er is een wisselwerking: China trekt de zich ontwikkelende landen mee en profiteert van de groei daar die groot en veelbelovend is. Dat zal Beijing de kans geven om het instorten van de vraag uit het Westen op te vangen. Seumas Milne vindt die argumentatie overtuigend en ook de schrijvers van het redactioneel stuk beamen dat als volgt: “van 2008 tot en met 2010 hebben de economieën van de ontwikkelingslanden gezorgd voor 78,6% van de groei in de wereld. De handelsbetrekkingen tussen China en India, Brazilië en Afrika zullen waarschijnlijk meer toenemen dan die met Groot Brittannië en Europa. Ontwikkelingslanden kunnen de Chinese industrie alle grondstoffen en investeringskansen verschaffen die het nodig heeft.”</p><p><strong>De les van het staatsbezit</strong></p><p>Milne benadrukt het volgende: “Het allerbelangrijkste is echter dat China, in tegenstelling tot de Groot Brittannië, de VS en de landen in de eurozone, een zeer klein begrotingstekort heeft van rond de 2%. Daar moeten we de voornaamste reden zoeken waarom China de wereldcrisis van 2007-8 op een dergelijke indrukwekkende manier heeft doorstaan. China kon het grootste stimuleringsprogramma ter wereld opzetten met serieuze investeringen in de infrastructuur en hoefde dat niet te doen door een overbestedingsbeleid te voeren en geld te drukken. Leningen en investeringen gingen omhoog omdat de regering de banken en de grote staatsbedrijven bezit en controleert. Zo komt het dat het land jaarlijks 10% is blijven groeien sinds de crash, terwijl het Westen en Japan zijn gaan krimpen of stagneren.<br /> China is op dit moment weliswaar ver verwijderd van de gesocialiseerde economie uit de maoïstische periode en het heeft nu een enorme particuliere sector en krijgt op grote schaal buitenlandse investeringen binnen, maar de kern van zijn hybride model blijft het staatsbezit van een aantal banken en bedrijven.<br /> De regeringen in Europa en in de VS slagen er niet in om met hun indirecte mechanismen de inzakking van particuliere investeringen, die de basis is van de crisis, tegen te houden omdat zij afhankelijk zijn van banken en bedrijven. China bezit de macht om direct investeringen, het aantal banen en de inkomens omhoog te laten gaan.<br /> De kern van het staatsbezit is daarnaast de voornaamste oorzaak van de buitengewone groei die China de afgelopen dertig jaar heeft gekend.” Milne noemt uiteraard de migratie, corruptie, lage lonen, de verloedering van het milieu en van gezondheids- en onderwijsvoorzieningen, de ongelijkheid, en de beperkingen op burgerrechten die de uitwassen zijn van dertig jaar onstuimige groei en hij juicht de sociale bewegingen in opkomst toe. Hij verzekert de lezer dat hij geen pleidooi afsteekt om het zich nog volop ontwikkelende economische model van China over te planten op Groot Brittannië of Europa, “maar”,zegt hij, “dat alles &#8211; die uitwassen dus &#8211; beneemt soms het zicht op de lessen die we kunnen trekken uit die economische ervaringen van China.<br /> <a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/leaders.jpg" rel="lightbox[24622]"><img class="alignleft size-medium wp-image-24625" title="leaders" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/leaders-300x191.jpg" alt="" width="300" height="191" /></a>Een van die lessen is dat een ‘<a href="actueel-nieuws/economiefinancies-actueel/the-economist-analyseert-privatiseringen/">gemengde economie</a>’, ooit geprezen door alle ernstige politici van Groot Brittannië en Europa, en controle op het kapitaal, nog een instrument dat al een tijd geleden is weggegooid, wel degelijk resultaten kunnen opleveren. Resultaten waartoe een geprivatiseerde, gedereguleerde economie niet in staat is.”<br /> De Guardian zelf ziet het zo: “Beijing levert een krachtig voorbeeld van hoe groei kan komen van investeringen in nieuwe installaties en dat is een alternatief voor het laten toenemen van de productiviteit waar het kapitalisme op vertrouwt. Beijing toont aan dat de groei kan worden bereikt dank zij een financiële en bankensector die in handen van de staat is.” Er zijn dus linkse sociaaldemocraten in Groot Brittannië die het Chinese succes zien als een impliciete uitdaging voor de westerse manier van zakendoen. Volgens hen is het besef nodig dat de crisis is veroorzaakt door het falen van de particuliere sector en van de markt.<br /> Zij willen dat de kansen die China biedt, ook nog steeds aan het Westen, worden aangegrepen en tegelijk daarmee stellen ze de economische consensus van de afgelopen jaren, de consensus van privatiseren en dereguleren, ter discussie.</p><p>Bronnen:<br /> Seumas Milne<br /> <a target="_blank" href="http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/jan/17/china-success-challenges-america-britain?newsfeed=true">http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/jan/17/china-success-challenges-america-britain?newsfeed=true</a><br /> Hoofdredactioneel commentaar<br /> <a target="_blank" href="http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/jan/20/chinese-economy-headaches-to-die-for">http://www.guardian.co.uk/commentisfree/2012/jan/20/chinese-economy-headaches-to-die-for</a><br /> blog van John Ross<br /> <a target="_blank" href="http://ablog.typepad.com/keytrendsinglobalisation/2012/01/china-and-developing-economies.html">http://ablog.typepad.com/keytrendsinglobalisation/2012/01/china-and-developing-economies.html</a></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/%e2%80%9cstaatsbezit-het-geheim-van-het-chinese-succes%e2%80%9d/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Chinese land- en voedselroof in Afrika?</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-zogenaamde-chinese-land-en-voedselroof-in-afrika/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-zogenaamde-chinese-land-en-voedselroof-in-afrika/#comments</comments> <pubDate>Wed, 18 Jan 2012 06:00:41 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Afrika - China]]></category> <category><![CDATA[landbouw]]></category> <category><![CDATA[voedselveiligheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=24506</guid> <description><![CDATA[Regelmatig krijgen we te horen dat China in Afrika grote stukken grond koopt of huurt om voedsel voor China te produceren. Ten koste van de lokale boeren in Afrika. Daarbij wordt vaak het geval Mozambique naar voor geschoven. Op de blog van specialist ter zake, professor Deborah Brautigam, dit jaar visiting fellow bij IFPRI (International Food [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<h3><span style="color: #ff0000;">Regelmatig krijgen we te horen dat China in Afrika grote stukken grond koopt of huurt om voedsel voor China te produceren. Ten koste van de lokale boeren in Afrika. Daarbij wordt vaak het geval Mozambique naar voor geschoven. Op de <a target="_blank" href="http://www.chinaafricarealstory.com/2012/01/zambezi-valley-chinas-first.html" target="_blank">blog</a> van specialist ter zake, professor Deborah Brautigam, dit jaar visiting fellow bij IFPRI (International Food Policy Research Institute) vonden we deze verhelderende <span style="color: #ff0000;">tekst (vertaling Frank Willems)</span></span><span style="color: #ff0000;">. We recenseerden recentelijk ook nog enkele andere China-Afrika publicaties, ondermeer over Ethiopië en over de mijnen in Zambia, zie <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-afrika-publicaties/" target="_blank">hier</a>.</span></h3><h3>&#8220;De Zambezi vallei: China’s eerste landbouwkolonie?&#8221; Verzinsel of feit?</h3><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos2.jpg" rel="lightbox[24506]"><img class="alignleft size-medium wp-image-24507" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/Naamloos2-300x217.jpg" alt="" width="300" height="217" /></a>Meer dan vier jaar geleden publiceerde Loro Horta, toen doctorandus aan de S. Rajaratnam School of International Studies (RSIS) in Singapore, een reeks verhalen waaronder  &#8220;De Zambezi vallei: China&#8217;s eerste landbouwkolonie?&#8221; (1) op de website van het  Center for Strategic International Studies (CSIS), nadien herhaald in &#8220;Voedselzekerheid in Afrika: China&#8217;s nieuwe rijstkom&#8221; op Jamestown Foundation China Brief (2); in deze publicaties deed hij sterke uitspraken over de Chinese belangen in de landbouw van Mozambique: &#8220;China&#8221; wilde in Mozambique door Chinese boeren rijst laten kweken om die naar China te zenden,en was bereid daarvoor 800 miljoen dollar te investeren.</p><p>Ik heb die tekst gelezen, zoals zovele anderen. Hij wordt regelmatig geciteerd als een typisch voorbeeld van de Chinese interesse in “landroof”. Hij verscheen in een dikwijls geciteerd tijdschrift over landroof gepubliceerd door het International Food Policy Research Institute (3) en werd geciteerd in een gezaghebbende studie over landroof in Afrika door een gezamenlijk FAO-IFAD-IIED (4) team en in een nieuwe studie door twee onderzoekers van Standard Bank (5). Het is een belangrijke bijdrage tot de overtuiging dat &#8220;China&#8221; in Afrika voedsel wil kweken om het naar China te verzenden..</p><p>Maar er is een probleempje: <em>Heel weinig van wat in deze sensationele commentaar geschreven staat blijkt echt.</em></p><p>Daar het verhaal mij intrigeerde, heb ik Mozambique opgenomen in het veldwerk voor mijn boek <em>The Dragon&#8217;s Gift</em>. Ik reisde naar Mozambique in de zomer van 2009. Zo te zien deed Horta geen veldwerk voor zijn onderzoek (hij vermeldt er ook geen in zijn referenties) Geen enkele van de Mozambikaanse experts waarmee ik sprak was door hem gecontacteerd. Horta gaf geen referenties van interviews in Mozambique of enige ander nieuwsbericht dat zijn beweringen kan onderbouwen. Ik heb hem later geschreven en gevraagd of hij mij feitelijke bewijzen voor zijn beweringen kon bezorgen. Hij antwoorde dat hij zijn bronmateriaal en nota’s niet kon vinden.<br /> Na mijn terugkeer uit Mozambique, schreef ik al over het gebrek aan staving voor de beweringen van Horta in een artikel van 2009 voor <em>China Quarterly</em> en in <em>The Dragon&#8217;s Gift</em> (6) . Sigrid Ekman, een Noorse onderzoekster, ging nadien naar Mozambique om er onderzoek te doen voor haar master’s thesis (7). Ze kwam tot hetzelfde besluit: een groot deel van het verhaal was uitgevonden, of beleefder gezegd, samengepuzzeld uit geruchten, vergissingen, en een klein beetje belangen.</p><p>Edoch, mythes op het internet leiden een eigen leven. Vandaag (12 januari 2012) kreeg ik peer review commentaren op een kort artikel over het landbouwengagement van China in Afrika dat ik schreef voor IFPRI. Een van de lektoren drong aan dat ik rekening zou houden met “de research van Horta”. Jammer genoeg krijg ik van IFRI daarvoor niet gneoeg plaats.</p><p>Het is vervelend een paper van een student in het publiek af te breken. Gewoonlijk krijgen we de kans een peer review te maken in een meer professionele en discrete manier vooraleer een tekst gepubliceerd wordt. Maar CSIS liet destijds geen peer review uitvoeren van het artikel van Horta. Niettemin had ik deze blog eigenlijk allang moeten posten.</p><p>Ten eerste bespreekt Horta China&#8217;s &#8220;<em>groeiende vraag naar voedsel uit Afrika”, </em><em>waarbij hij als bewijs de algemene toename van het verbruik van </em>&#8220;zeevruchten, rijst, soyabonen, suiker, granen en andere gewassen” in China aangeeft.  Maar, tussen 2000 en 2009, <strong>heeft geen enkel Afrikaans land rijst, soyabonen, suiker of granen naar China uitgevoerd </strong>(sommigen hebben zeevruchten en sesamzaad uitgevoerd). Dit is niet echt een stevig bewijs van China’s vraag naar voedsel uit Afrika.</p><p><em> </em></p><p><em>&#8220;China’s zoektocht naar nieuwe landbouwgronden heeft Beijing in de voorbije twee jaar gebracht tot het agressief nastreven van grote leasingcontracten voor land in Mozambique, in het bijzonder in de meest vruchtbare zones, zoals de Zambesi vallei in het Noorden en de Limpopo vallei in het Zuiden.&#8221;</em></p><p>Gebeurde dit echt? De studie van Sigrid Ekman&#8217;s, die in een recent politiek bulletin in Mozambique samengevat werd door Joseph Hanlon (8), &#8220;noteert dat het intussen afgeschafte Bureau voor de Zambezi vallei (Gabinete de Promoção do Vale de Zambêze, GPZ) erg probeerde Chinese investeringen aan te trekken, maar daarin mislukte&#8221; . Het waren dus niet de Chinezen die &#8220;aggressief&#8221; grote leasingcontracten nastreefden, maar het promotiekantoor van de Zambezi vallei dat agressief Chinese investeringen zocht.<br /> <em>&#8220;De Chinese interesse in de Zambezi vallei startte in midden 2006, wanneer de Chinese staatsbank Exibank [sic] een zachte lening voor 2 miljard dollar aan de Mozambikaanse regering gaf om de Mpanda Nkua mega-dam te bouwen op een sectie van de Zambezi in de provincie Tete.&#8221;</em></p><p>In feite heeft geen enkele Chinese bank ooit een lening geveven voor Mpanda Nkua . Er waren wel gesprekken over een Chinese financiering ((China Eximbank) voor de  Mpanda Nkua dam, maar dit project ging niet door.</p><p><em>&#8220;Sinds dan is China begonnen met grote stukken land in leasing te vragen om er Chinese megaboerderijen en veeboerderijen op te richten. Er werd gemeld dat in juni 2007 een intentieverklaring ondertekend werd waaronder aanvankelijk 3.000 Chinese kolonisten naar Zambezia en de provincie Tete zouden verhuizen om er boerderijen op te zetten in de vallei. Volgens een Mozambikaans officieel zou het aantal Chinezen uiteindelijk kunnen oplopen tot 10.000. Maar het bekend maken van de deal lokte zo een verontwaardiging uit dat de regering van Mozambique verplicht werd het hele verhaal als een verzinsel af te doen.&#8221;</em></p><p>Misschien was het wel echt een verzinsel. In een verhaal uit 2007 stelt Horta dat het om 20.000 Chinezen gaat. Ik heb geprobeerd om daar meer over te weten te komen in Mozambique. Maar niemand die ik ter plaatse ondervroeg herinnerde zich iets over een dergelijke grote verontwaardiging. In de pers kon ik evenmin iets vinden over de veronderstelde intentieverklaring of over de verontwaardiging (Ik huurde een universiteitsstudent om de kranten van vier jaar te doorzoeken op sporen van Chinese engagementen in de landbouw). Niemand van de dozijnen mensen waarmee ik sprak, burgers, leden van denktanks, donoren, academici, kon zich iets herinneren. Ik begon het hele verhaal erg dubieus te vinden<br /> Indien Chinese investeerders echt leasingovereenkomsten voor grote lappen grond wilden, dan hadden ze er ongetwijfeld enkele kunnen ondertekenen. Inderdaad, volgens een studie van Oakland Institute in 2012, &#8220;gaf Mozambique concessies aan investeerders voor meer dan 2,5 miljoen hectare (ha) grond tussen 2004 en einde 2009&#8243; , en dit gebeurde bijna volledig aan Europese en Zuid-Afrikaanse investeerders, op hun lijstje kwamen geen Chinese investeerders voor.</p><p><em>&#8220;Eén ding lijkt vast te staan: China is vast van plan om Mozambique om te vormen tot één van zijn belangrijkste voedselleveranciers, in het bijzonder van rijst, het hoofvoedsel in China. De analyse van de Chinese activiteiten in de vallei de jongste twee jaar levert sterke aanwijzingen over China’s intenties.”</em></p><p>Volgend op deze stelling heeft Horta een aantal echte feiten verzamelt, zoals het Chinese hulpprogramma, de interesse in de bouw van stuwdammen, wegen en in de modernizering van havens, en vermoedt daaruit dat deze belangstelling “duidelijk bedoeld is om de productie van voedsel te maximaliseren en de uitvoer ervan naar China te vergemakkelijken.” Dat is wel erg kort door de bocht. De Chinezen zijn geinteresseerd in de bouw van infrastructuur in heel Afrika, maar ik denk niet dat men daaruit kan besluiten dat dit het bestaan bewijst van een masterplan om de Chinezen te voeden!</p><p>Daarna doet Horta wat mij betreft zijn meest kolossale bewering:<br /> <em>&#8220;Begin 2008 heeft de Chinese regering beloofd 800 miljoen dollar te investeren in de Mozambikaanse landbouw…&#8221;</em>. Ik heb daarvan geen enkele aanwijzing gevonden op geen enkele plaats in Mozambique of erbuiten.De mensen stonden verstomd wanneer ik er naar vroeg. Niemand wist er iets van, zelfs niet al seen gerucht. Het gebeurt dikwijls dat ik de bron van een grote fout kan ontdekken,maar hier ben ik er niet in geslaagd(11). Het spoor begint gewoon bij Horta.</p><p><em>&#8220;&#8230;met de bedoeling de rijstproductie op te drijven van 100 000 ton tot 500 000 ton per jaar binnen vijf jaar.&#8221;</em></p><p>Het objectief om de rijstproductie op te drijven is van Mozambique, niet van China. De hoeveelheid die hier vermeld wordt komt overeen met het tekort tussen locale productie en locale behoeften, dat toen door invoer gedekt werd. Dat maakt de volgende bewering van Horta des te verbazingwekkender:</p><p><em>&#8220;De verhoogde rijstproductie van Mozambique is duidelijk bedoeld voor export naar de Chinese markt, aangezien rijst slechts voor een klein deel van het Mozambikaans dieet instaat.&#8221;</em></p><p>Het is evident dat Horta de Mozambikaanse consumptie- en invoerstatistieken voor rijst niet bekeken heeft (12).</p><p><em>&#8220;Met dit objectief als leiddraad financiert China de oprichting van het Advanced Crop Research Institute en verschillende andere kleine landbouwscholen verspreid over het land.&#8221;</em></p><p>Horta “bewijst” hier de Chinese plannen om Mozambique als zijn rijstbasis uit te bouwen  met een echt bestaand project – het Umbeluzi/Boane agro-technologisch onderzoeks- en demonstratiecentrum, één van 20 dergelijke centra die China over heel Afrika bouwt als onderdeel van zijn hulpprogramma.</p><p><em>&#8220;Meer dan 100 Chinese landbouwspecialisten bevinden zich momenteel in Mozambique, waaronder teams van het Hunan Hybrid Rice Institute, China’s top instituut op dit gebied.&#8221;</em></p><p>Ik vond geen aanwijzingen dat China ooit 100 landbouwspecialisten naar Mozambique stuurde. Vermoedelijk verwart Horta hier met het Chinese engagement om 100 landbouwspecialisten naar Afrika te sturen. Het klopt wel dat het Hunan Hybrid Rice Institute een team naar Mozambique zond(13). Later besliste dit instituut mee te doen aan de aanbesteding om het door China betaalde agro-technologisch demonstratiecentrum in Liberia te leiden, niet dat in Mozambique (14). Vermoedelijk was hun bezoek in verband met de beslissing voor welk project ze zouden gaan.<br /> <em>&#8220;Andere belangrijke projecten omvatten de bouw van talrijke irrigatiewerken en –kanalen in de vallei.&#8221;</em></p><p>Ik ben niet zeker waarove Horta het hier heeft, maar misschien gaat het over het bescheiden project in de provincie Gaza dat door de provincie Hubei gerund wordt (15). Uit Hubei komt ook de firma die verantoordelijk is voor het met Chinese hulp gebouwde agro-technologisch demonstratiecentrum.(zie verder). De provincie Hubei is verzusterd met de provincie Gaza en heeft zich in dat kader geëngageerd om op 300 hektare de mogelijkheden van geïrrigeerde rijstbouw in Mozambique te demonstreren. In de jaren 2009/2010 hadden ze al 35-40 hectares bebouwd en in 2010 hebben ze land bijgevraagd., (16).</p><p><em>&#8220;Het opheffen van invoerrechten door de Chinese regering voor 400 Mozambikaanse producten, waaronder rijst, zal de uitvoer van voedsel naar China verder vergemakkelijken.&#8221; </em></p><p>China heeft de invoerrechten op 400 producten niet voor Mozambique alleen opgeheven, maar voor alle Afrikaanse landen met een laag inkomen. <strong>Rijst staat niet op die lijst</strong> (17).</p><p><em>&#8220;Het idee om duizenden Chinese kolonisten in de vallei te vestige heeft ter plaatse grote verontwaardiging veroorzaakt, en velen vrezen voor een herhaling van dias negros (de zwarte dagen van onderdrukking).&#8221; </em></p><p>Hier opnieuw konden mijn onderzoeksassistent noch ikzelf éen enkel Mozambikaans nieuwsbericht vinden dat deze “grote verontwaardiging” meldde. Evenmin konden mensen die ik tijdens mijn bezoek interviewde zich hiervan iets herinneren.<br /> <em>&#8220;De uitvoering van belangrijke projecten zoals de bouw van een stuwdam ,en de financiering voor de Catembe brug – een belangrijk project dat de hoofdstad Maputo via de baai zal verbinden met het Catembe district aan de overkant, worden nu door de Chinezen verbonden aan toegevingen betreffende de leasing van landbouwgrond…  In plaats van duizenden Chinese kolonisten lijkt het nu meer waarschijnlijk dat er slechts enkele honderden of misschien duizend zullen verhuizen naar de vallei in de komende jaren. De Chinezen zullen de grote boerderijen leiden, de gesofistikeerde landbouwwerktuigen besturen en onderhouden,en de kanalen onderhouden, terwijl Mozambikaanse werklui de meeste handenarbeid zullen verrichten.&#8221;</em></p><p>Dit lijkt een zuivere gissing te zijn. Er wordt geen staving geleverd of referenties naar interviews of nieuwsberichten die deze bewering zouden ondersteunen.Enzovoorts.</p><p>Mijn bedoeling met dit artikel is niet te beweren dat de Chinezen geen belangstelling hadden voor investeringen in de landbouw van Mozambique. Er is er geweest. In maart 2006 maakte een Chinese delegatie een rondreis in de landbouwzones van Mozambique, alhoewel niet duidelijk is of het ging om investeringsplaatsen te vinden ofwel om de beste locatie te vinden voor het beloofde agro-technologisch demonstratiecentrum(18).Misschien wel om beide.</p><p>De auteurs van het FAO/IIED/IFAD rapport van 2009 (4) hebben COFCO , het Chinese staatsbedrijf voor de handel in granen en oiliehoudende zaden geïnterviewd. Die vertelden dat “ze betrokken waren in discussies over een grote landconcessie om rijst en soyabonen te kweken in Mozambique, maar dat deze deal vandaag nergens stond.&#8221; Hun belangstelling was echt, maar veel kleiner en gewoner dan het lijkt in de geschriften van Horta. Sergio Chichava, een andere Mozambikaanse onderzoeker, toonde aan dat tussen 2000 en 2009 vijf Chinese investeringen in de landbouw het akkoord kregen van de Mozambikaanse regering.(19). Het afgebroken COFCO project was daarbij, het werd in 2005 goedgekeurd voor 6 miljoen dollar. De vier andere projecten waren gemiddeld voor slechts 615.000 dollar, en éen daarvan was het project van Hubei Liangfeng voor iets meer dan één miljoen dollar. (20).</p><p>Niets van dit alles ondersteunt het idee dat “China” de bedoeling had in Mozambique een landbouwkolonie te vestigen, of van de Zambesi vallei China’s rijstkom te maken. Mijn veronderstelling is dat Horta die toen een student was, zijn paper ineengeknutseld heeft met stukjes echte gebeurtenissen gehaald van het internet, gekruid met geruchten. Maar indien iemand anders er een andere mening over heeft , of bewijzen (in de ene of de andere richting) , dat hij ze dan maar post. Ik ben benieuwd.<br /> Noten:</p><p>(1) http://csis.org/publication/zambezi-valley-chinas-first-agricultural-colony May 2008. Horta first made some of these claims in 2007: <a target="_blank" href="http://www.isn.ethz.ch/isn/Current-Affairs/Security-Watch-Archive/Detail/?id=53470&amp;lng=en">http://www.isn.ethz.ch/isn/Current-Affairs/Security-Watch-Archive/Detail/?id=53470&amp;lng=en</a>. Then, he said that &#8220;up to 20,000 Chinese&#8221; might move to the Zambezi Valley.</p><p>(2) http://www.jamestown.org/single/?no_cache=1&amp;tx_ttnews%5Btt_news%5D=35042 May 2009.</p><p>(3) http://www.ifpri.org/sites/default/files/bp013Table01.pdf April 2009.</p><p>(4) http://www.ifad.org/pub/land/land_grab.pdf 2009.</p><p>(5) https://m.research.standardbank.com/DocumentReader?docId=1671-E1AFB8F7AF0747A98326A4419C169FE0-1 November 2010.</p><p>(6) http://www.american.edu/sis/faculty/upload/Brautigam-Tang-CQ-final.pdf December 2009.</p><p>(7) Sigrid-Marianella Stensrud Ekman, “Leasing Land Overseas: A Viable Strategy for Chinese Food Security?” unpublished master’s thesis, Department of Economics, Fudan University, Shanghai, 2010.</p><p>(8) http://www.gg.rhul.ac.uk/Simon/GG3072/2011-67-3.pdf February 11, 2011.</p><p>(9)http://www.oaklandinstitute.org/sites/oaklandinstitute.org/files/OI_country_report_mozambique_0.pdf December 2011.</p><p>(10) I’ve often seen a figure of $55 million associated with the Chinese agrotechnology demonstration center in Mozambique. According to a copy of the contract given to me by the Ministry of Agriculture in Mozambique in June 2009, China&#8217;s agricultural center in Mozambique would cost 55 million RMB (about US$6 &#8211; 9 million depending on the exchange rate), not dollars. Such a typical mistake, but an important one. China is building 20 centers around Africa, all at the request of local governments that will be using them for their own agricultural purposes. Mozambique’s was the first built. All the centers I&#8217;ve seen have a big agricultural training component (labs and dormitories, for example). All the centers appear to have been budgeted at around 40-55 million RMB. They follow in the footsteps of China’s failed projects in the past. See http://www.american.edu/sis/faculty/upload/Brautigam-Tang-CQ-final.pdf December 2009.</p><p>(11) Could it be related to a request the Mozambicans made for China to help fund the Moambe Science and Technology Park, a pet project of the Minister of Science and Technology? Together with the agricultural research center in Umbeluzi/Boane, the two projects would have cost $700 million (the Chinese agricultural center itself was projected to cost 55 million RMB, about US$9 million) (10). The Chinese did say they would help out with Moambe, but not fund the entire thing. Mozambique later received a mixed grant/credit of $15.8 million from China to support distance education and &#8220;science and technology&#8221; See:  <a target="_blank" href="http://www.clubofmozambique.com/solutions1/sectionnews.php">http://www.clubofmozambique.com/solutions1/sectionnews.php</a>? secao=social_development&amp;id=22558&amp;tipo=one</p><p>(12) http://www.riceforafrica.org/card-countries/g1/mozambique/353-mozambiques-rice-statistics</p><p>(13) http://www.macauhub.com.mo/en/2006/03/31/786/</p><p>(14) http://www.american.edu/sis/faculty/upload/Brautigam-Tang-CQ-final.pdf December 2009.</p><p>(15) http://allafrica.com/stories/201112272506.html</p><p>(16) http://www.macauhub.com.mo/en/2010/05/14/9086/</p><p>(17) http://www.chinaafricarealstory.com/2010/04/list-of-zero-tariff-products-is-now.html</p><p>(18) http://www.agroportal.pt/x/agronoticias/2006/03/24.htm</p><p>(19) http://www.iese.ac.mz/lib/noticias/2010/China%20in%20Mozambique_09.2010_SC.pdf</p><p>(20) I haven’t been to Mozambique since 2009, but in 2010, I interviewed a Chinese agricultural specialist who knew about Chinese engagement in Mozambique. She told me that Hubei Liangfeng, the company from Hubei province that is managing China&#8217;s foreign aid research station in Umbeluzi, Boane, Mozambique experimented with growing hybrid rice and soybeans for profit. &#8220;They experimented first on a small scale, but found many problems. The land was too dry. They needed to water two or three times a day. It was very costly. Also, mice destroyed the plants.&#8221;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/de-zogenaamde-chinese-land-en-voedselroof-in-afrika/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Nieuwe Koude Oorlog in de maak in de Stille Oceaan</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/nieuwe-koude-oorlog-in-de-maak-in-de-stille-oceaan/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/nieuwe-koude-oorlog-in-de-maak-in-de-stille-oceaan/#comments</comments> <pubDate>Wed, 04 Jan 2012 06:00:21 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category> <category><![CDATA[VS]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=24234</guid> <description><![CDATA[Artikel door Lode Vanoost 27 december 2011 Terwijl alle aandacht gaat naar Libië, Egypte, Israël, Syrië, Irak, Iran en Afghanistan, let haast niemand op de nieuwe beleidsintenties van Obama in het Verre Oosten. Het ziet er naar uit dat een nieuwe Koude Oorlog in de maak is waarbij China de nieuwe boeman van dienst gaat [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong>Artikel door Lode Vanoost<br /> </strong>27 december 2011</p><div id="attachment_24235" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/default.jpg" rel="lightbox[24234]"><img class="size-medium wp-image-24235" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2012/01/default-300x200.jpg" alt="" width="300" height="200" /></a><p class="wp-caption-text">Clinton in Hanoi</p></div><p><strong><span style="color: #ff0000;">Terwijl alle aandacht gaat naar Libië, Egypte, Israël, Syrië, Irak, Iran en Afghanistan, let haast niemand op de nieuwe beleidsintenties van Obama in het Verre Oosten. Het ziet er naar uit dat een nieuwe Koude Oorlog in de maak is waarbij China de nieuwe boeman van dienst gaat worden</span></strong></p><p><strong> </strong></p><p><strong>Obama stelt de Aussies gerust</strong></p><p><strong> </strong> Half november 2011 bracht president Barack Obama een bezoek aan een aantal landen in het Verre Oosten, waaronder Australië en Indonesië de voornaamste waren. Daar was hier in de massamedia nauwelijks aandacht voor. Op het eerste zicht lijkt er inderdaad niets bijzonders aan de hand.</p><p>De enige directe concrete gevolgen van dat bezoek zijn de afspraak om in 2012 250 mariniers te stationeren in Darwin, in het noorden van Australië en de verkoop van 24 F-16-gevechtsvliegtuigen aan Indonesië. Het militaire akkoord met Australië voorziet een plan om die aanwezigheid geleidelijk op te voeren tot 2.500 mariniers.</p><p>Daarnaast was er ook het bezoek van Obama&#8217;s minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton aan een aantal landen in de regio waarbij vooral het bezoek aan Myanmar opviel. Het is inderdaad 54 jaar geleden dat een zo hoog geplaatste vertegenwoordiger van de VS dit land bezocht.</p><p>Het bezoek van Clinton aan de Filipijnen viel daarbij nauwelijks op, maar was eigenlijk relevanter, omdat het de intenties van de VS in de regio explicieter stelde.</p><div><strong> </strong></div><div><strong>China wordt terug de boeman</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>De Filipijnen hebben reeds lang een territoriaal dispuut met China over eilanden in de Zuid-Chinese Zee.</p><p>&#8216;Zuid-Chinese zee&#8217; is de internationaal aanvaarde naam. Toch had Clinton het in haar toespraak over het &#8216;dispuut&#8217; in de &#8216;West-Filipijnse zee&#8217; (zoals die zee alleen in de Filipijnen wordt genoemd).</p><p>Dat kan triviaal lijken maar is het niet. Het gaat officieel enkel over een dispuut voor visrechten. De Filippijnse marine blokkeert Chinese vissersboten in een deel van de zee, onterecht volgens China.</p><p>Die zee is echter cruciaal voor China onder andere voor de aanvoer van petroleum uit het Midden-Oosten die nog steeds met tankers gebeurt, maar ook voor de steeds maar aangroeiende handel van dit land. Bovendien, de Filipijnen hebben ook historische territoriale disputen met Maleisië, Indonesië en Vietnam. Daar sprak Clinton met geen woord over.</p><div><strong> </strong></div><div><strong>Dit is meer dan een &#8216;handelsakkoord&#8217;</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>Obama sloot bij zijn bezoek een nieuw handelsverdrag met negen landen in de regio. Op 17 november 2011 gaf Obama een speech voor het Australisch parlement die er niet om loog. Hoewel hij in die speech woordelijk bevestigde wat hij in januari 2011 nog aan China had beloofd, namelijk dat de VS goede relaties wil met China, was die speech niet meer of niet minder dan de aanzet voor een nieuwe koude oorlog met datzelfde land. China liet zich dan ook niet onbetaamd in haar reactie.</p><p>De VS zit inderdaad met een &#8216;probleem&#8217; in de Stille Oceaan. Onder andere door de zware inspanningen (en de daarmee samengaande economische achteruitgang van het land in Irak en Afghanistan heeft het land de rol moeten lossen (maar ook de toenemende de-industrialisering van de VS sinds de jaren zeventig speelt daarin een rol). Sinds enkele jaren reeds heeft China vrij spel en is het land de dominante economische actor in de regio.</p><p>Met zijn recente speech heeft Obama de ideologische bondgenoten van de VS in de regio gerustgesteld. De bezuinigingen op defensie zullen niet ten koste gaan van de militaire aanwezigheid van de VS in het Verre Oosten.</p><div><strong>Australië, trouwe bondgenoot van het Westen</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>Bij de regering van de Australische eerste minister Julia Guillard klinkt dit als muziek in de oren. Zij wordt met die speech immers bedankt voor de vlotte en onkritische medewerking van Australië aan de beleidskeuzes van de VS in Irak en Afghanistan. Guillard leidt een Labor-regering die een binnenlands gematigd neoliberaal beleid combineert met een brutaal neoliberaal buitenlands beleid. Het Australisch leger blijft onder haar regering deelnemen aan de oorlog in Afghanistan.</p><p>Toen de onthullingen van WikiLeaks aantoonden dat ook de regering van haar voorganger (en partijgenoot) Kevin Rudd wist dat er van massavernietigingswapens in Irak geen sprake was, noemde zij WikiLeaks-stichter (en Australisch burger) Julian Assange een misdadiger. Dat blijft ze ook vandaag volhouden ondanks het feit dat een op haar verzoek uitgevoerd gerechtelijk onderzoek heeft aangetoond dat Assange geen enkele Australische wet heeft gebroken. Zij weigert zich ook uit te spreken tegen de doodsbedreigingen aan Assange.</p><div><strong>Een keuze voor confrontatie, tegen samenwerking</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>Een bikkelharde dame dus. In plaats van de economische banden met China aan te halen, kiest Australië samen met de VS voor de confrontatie. Op korte termijn zal dit het eiland (of beter gezegd het continent) Australië zeker geen windeieren leggen.</p><p>De VS wil ook de militaire samenwerking met Singapore, Thailand en Vietnam opdrijven. Voor die eerste twee is dat een voortzetting van een alliantie die al sinds 1945 stand houdt.</p><p>Met Vietnam is dat nieuw. Vietnam is altijd een historische vijand geweest van de VS &#8230; maar ook van China.</p><p>Ironisch genoeg was dat iets wat de VS altijd ontkende tijdens de oorlog in Vietnam: de regels van de politiek correcte propaganda schreven toen immers voor dat China (en de Sovjet-Unie) communistische bondgenoten waren van Noord-Vietnam en van de Zuid-Vietnamese guerrilla. Een argument op zijn kop draaien, daar halen de VS-regeringen echter hun neus niet voor op als dat hen zo uitkomt. Vandaag wordt Vietnam dus een bondgenoot (als het lukt, want een afspraak met Vietnam is allesbehalve zeker).</p><div><strong>China is terecht bezorgd</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>China heeft goede redenen om zich over die vernieuwde inzet van de VS in de regio druk te maken. Nauwelijks tien jaar geleden was China weliswaar al aan zijn spectaculaire economische groei begonnen. Het land gebruikte toen echter maar 3,3 miljoen vaten ruwe olie per dag waarvan ongeveer 1,7 miljoen vaten werden ingevoerd, voor het merendeel via pijpleidingen over land.</p><p>In 2008 verbruikte China echter al 7,8 miljoen vaten per dag. De verwachting is dat dit nog zal stijgen tot 13,6 miljoen vaten per dag in 2020 en tot 16,9 in 2035.</p><div><strong> </strong></div><div><strong>De VS blijft koste wat het kost zweren bij petroleum</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>De VS verbruikte in 2001 zo een 19,6 miljoen vaten per dag waarvan er 10,6 werden ingevoerd (onder andere uit Venezuela). De VS spant zich in om voor hun toenemende invoerbehoeftes meer en meer beroep te gaan doen op oliebronnen in de poolgebieden, op diepzeeboringen in de Atlantische Oceaan en op &#8216;fracking&#8217; grondboringen in Canada en een aantal noordwestelijke deelstaten.</p><p>Het &#8216;fracking&#8217; boorprocédé voor winning van olie uit zanderige teerlagen is extreem vervuilend (er zijn enorme hoeveelheden water voor nodig dat na gebruik zwaar vervuild terug in de bodem wordt gepompt), maar boringen in de poolgebieden en diepzeeboringen houden eveneens zware ecologische risico&#8217;s in (zoals al gebleken is uit het olielek in de Golf van Mexico – overigens een ramp waar je nog nauwelijks iets over hoort in de massamedia, maar waar de catastrofale gevolgen er niet minder voor zijn).</p><div><strong>China wordt in het nauw gedreven</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>China heeft niet bepaald een <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/chinese-en-de-klimaatconferentie-in-durban/" target="_blank">ecologisch bewust </a>regime, maar kan de keuzes die de VS heeft niet maken en zal meer en meer afhankelijk worden van olie-import via tankers over zee. Het land bouwt dan wel peperdure pijpleidingen naar Rusland en de Centraal-Aziatische republieken maar zelfs in de meest positieve prognoses gaat dat slechts goed zijn voor een steeds kleiner wordend deel van hun importbehoeftes.</p><p>Door dus nu de banden zo strak aan te halen met landen die China omsingelen en zijn militaire aanwezigheid in de regio op te voeren, zal China niets anders kunnen dan ook zijn militaire inspanningen op te drijven.</p><p>Die zullen onder andere gaan naar de uitbouw van een zeemacht.</p><p>China mag dan wel een wereldmacht zijn op gebied van kernwapens en landleger, qua zeemacht is het nog steeds een kleine speler tegenover de VS. China is niet van plan zijn toevoer van olie over de Zuid-Chinese zee te laten afsnijden. De uitbouw van een grote zeemacht is dan de enige optie.</p><div><strong>Een nieuwe wapenwedloop</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>Een nieuwe wapenwedloop is dus in de maak in het Verre Oosten. Dit dreigt een herhaling van de vorige koude oorlog met de Sovjet-Unie te worden. Naast de hernieuwde dreiging van nieuwe militaire confrontaties houdt dit ook een nieuwe dreiging van een kernoorlog in zich. Maar zelfs als het niet zover komt, dreigen nog andere rampen.</p><p>Olieboringen in de poolgebieden, in de diepe zee en in de teerzandgebieden zullen onvermijdelijk ecologische catastrofes met zich meebrengen.</p><p>Ook hier toont Obama aan wat hij altijd al geweest is: een president van het systeem, een president die de belangen van de grote bedrijven en de economische elite van zijn land ter harte neemt en daar al de rest voor laat wijken.</p><p>Laten we echter niet vergeten dat hij ook spreekt voor de economische elites van de Europese Unie.</p><p>(Die Europese elite is ondertussen met een gelijkaardige strijd bezig. Het verplicht inschrijven van neoliberale doctrines in de grondwetten van de EU-lidstaten is immers niet meer of niet minder een poging om elk sociaal verzet van de toekomst in de kiem te smoren.)</p><div><strong>Propaganda en werkelijkheid</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>Beeld je even het volgende in. China heeft een enorme zeemacht die regelmatig manoeuvres uivoert voor de Amerikaanse oost- en westkust en in de Golf van Mexico. China sluit militaire verdragen met Canada, Mexico en de meeste Caribische eilandstaten.  De VS reageert daar op door ook een zeemacht uit te bouwen.</p><p>Utopie? Nee, de realiteit, alleen heb ik de namen van de landen omgewisseld.</p><p>De propagandisten van het systeem in Washington, Londen, Parijs en Brussel hebben hun weergave van de &#8216;feiten&#8217; al klaar liggen. Binnen enkele jaren zal men beginnen schrijven over de &#8216;toenemende militaire ambities&#8217; van China.</p><p>Het &#8216;rode gevaar&#8217; van de eerste koude oorlog zal het &#8216;gele gevaar&#8217; worden. Dat het hier over een door het Westen zelf uitgelokte escalatie zal gaan, zal uiteraard geen deel uitmaken van het politiek correcte discours.</p><div><strong> </strong></div><div><strong>Werk aan de winkel</strong></div><p><strong> </p><p></strong></p><p>De mensheid kan zich geen tweede koude oorlog of nieuwe ecologische rampen permitteren. Het Amerikaanse en westerse beleid in het Verre Oosten moet nu ontmaskerd worden, niet binnen twintig jaar. Op de hedendaagse massamedia moet de wereldbevolking daarvoor niet rekenen. Dit wordt een strijdpunt voor de nieuwe media. Ik kan alleen maar hopen dat de alternatieve media van vandaag in belang en slagkracht gaan toenemen.</p><p>Dat zijn ze aan de mensheid verplicht.</p><div><span style="font-family: Cambria,Palatino Linotype;"> <span style="font-family: Cambria,Palatino Linotype;"> </span></span></div><p><span style="font-family: Cambria,Palatino Linotype;"><span style="font-family: Cambria,Palatino Linotype;">Info: Artikel van Michael T. Klare in The Asia Times (<a target="_blank" href="http://www.atimes.com/atimes/China_Business/ML08Cb01.html">http://www.atimes.com/atimes/China_Business/ML08Cb01.html</a>)</p><p></span></span></p><p>Dit artikel verscheen reeds in <strong>Uitpers</strong>, nr. 138, 13<sup>de</sup> jg., januari 2012   <a target="_blank" href="http://www.uitpers.be">www.uitpers.be</a> en  <strong>De Wereld Morgen</strong>, 1 januari  2012   <a target="_blank" href="http://www.dewereldmorgen.be">www.dewereldmorgen.be</a></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/nieuwe-koude-oorlog-in-de-maak-in-de-stille-oceaan/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Corrupte Chinezen en beeldvorming in een Vlaamse kwaliteitskrant</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/corrupte-chinezen-en-beeldvorming-in-een-vlaamse-kwaliteitskrant/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/corrupte-chinezen-en-beeldvorming-in-een-vlaamse-kwaliteitskrant/#comments</comments> <pubDate>Thu, 03 Nov 2011 08:27:36 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category> <category><![CDATA[corruptie]]></category> <category><![CDATA[media]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=22747</guid> <description><![CDATA[De jaarlijkse internationale corruptieindex van Transparency International is verschenen.  China komt er slecht uit.Naar aanleiding van het verslag daarover in De Standaard zijn enkele kanttekeningen op hun plaats. In de index van de 28 landen die meest actief zijn in het buitenland scoren Chinese bedrijven in het buitenland het tweede slechts, alleen Russische doen het [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>De jaarlijkse internationale corruptieindex van Transparency International is verschenen.  China komt er slecht uit.Naar aanleiding van het verslag daarover in De Standaard zijn enkele kanttekeningen op hun plaats.</strong> </span></p><div id="attachment_22748" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/11/default1.jpg" rel="lightbox[22747]"><img class="size-medium wp-image-22748" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/11/default1-300x184.jpg" alt="" width="300" height="184" /></a><p class="wp-caption-text">Foto vin De Standaard</p></div><p>In de index van de 28 landen die meest actief zijn in het buitenland scoren Chinese bedrijven in het buitenland het tweede slechts, alleen Russische doen het slechter. <a target="_blank" href="http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=FF3HRJLQ&amp;word=china" target="_blank">De Standaard </a>noteert terecht dat de index gebaseerd is op <strong>perceptie</strong> door bedrijfsleiders uit andere landen en dus moet gerelativeerd worden. Maar er zijn wel meer caveats te maken.De index houdt namelijk geen rekening met het land waarmee men handel drijft of waarin men investeert. Het is evident dat wie meer economische relaties heeft met eerder onstabiele landen met een zwakke overheid sterker onder druk komt om steekpenningen te geven; en China is nu juist een land dat de <a href="http://www.chinasquare.be/achtergrond/leerrijk-china-afrika-seminarie-in-brussel/" target="_blank">zuid-zuid handel </a>versterkt uitbouwt. Verder blijkt uit de enketes ook dat bepaalde sectoren veel meer corruptiegevoelig zijn dan andere: openbare werken, nutsvoorzieningen, mijnen, olie-en gas scoren hoog; landen zoals China die veel buitenlandse transacties in deze sectoren doen staan ook hier onder druk. Tenslotte zou men zich in het specifieke geval van China ook kunnen afvragen of er een verschil is tussen staatsbedrijven en privé-bedrijven.<br /> Genoeg redenen om voorzichtig te zijn met conclusies trekken uit de index, en dat is Transparency International ook; in feite gebruiken zij de index vooral om erop te wijzen dat er in alle landen een corruptieprobleem is en dit internationaal en prioritair in bepaalde sectoren strenger moet aangepakt worden.<br /> De <strong>interpretaties</strong> in het verslag van De Standaard zijn interessant. De krant besluit uit het rapport dat Belgische ondernemingen weinig corrupt zijn en Russische en Chinese erg corrupt. Door de index van buitenlandse corruptie te vergelijken met de index van binnenlandse corruptie besluit de krant bovendien dat er een correlatie is tussen corruptie van firma’s in het buitenland en <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/nu-ook-banden-maffia-politie-in-qingdao-aangepakt/" target="_blank">corrupte overheid </a>in het thuisland. Maar wat China betreft klopt deze bewering niet: het staat voorlaatste op 28 op de index van buitenlandse corruptie, maar 78<sup>ste</sup> op 178 voor binnenlandse corruptie; dat is bij de beste helft en beter dan landen als Mexico, Indonesie, India en Argentinië die wel beter scoren op de index voor buitenlandse corruptie. Alhoewel Transparency International Russische bedrijven als meest corrupt omschrijft, en expliciet naar de mijn- en energiesectoren in Nigeria als probleemsectoren verwijst, plaatst De Standaard een foto van een ….jaja, Chinese koolmijn.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/corrupte-chinezen-en-beeldvorming-in-een-vlaamse-kwaliteitskrant/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Leerrijk China-Afrika seminarie in Brussel</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/leerrijk-china-afrika-seminarie-in-brussel/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/leerrijk-china-afrika-seminarie-in-brussel/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 May 2011 06:00:29 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Afrika - China]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse investeringen]]></category> <category><![CDATA[mijnen]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=19156</guid> <description><![CDATA[Op vrijdag 27 mei vond in Brussel een belangrijk seminarie over China en Afrika plaats, georganiseerd door Intal, 11.11.11., ABVV, ACV, GRESEA en IMAST. Het eerste deel ging over Afrika en China in het algemeen, het tweede deel analyseerde specifiek het grote Chinees-Congolese mijncontract.  In de voormiddag bespraken professor Brautigam van de American University in [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">Op vrijdag 27 mei vond in Brussel een belangrijk seminarie over China en Afrika plaats, georganiseerd door Intal, 11.11.11., ABVV, ACV, GRESEA en IMAST. </span></strong><strong><span style="color: #ff0000;">Het eerste deel ging over Afrika en China in het algemeen, het tweede deel analyseerde specifiek het grote Chinees-Congolese mijncontract.</span></strong> </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/untitled.bmp" rel="lightbox[19156]"><img class="alignleft size-full wp-image-19162" title="untitled" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/untitled.bmp" alt="" /></a>In de voormiddag bespraken professor Brautigam van de American University in Washington, Carlos Polenus van ITUC (Internationaal  Verbond van Vakverenigingen) en Peter Franssen, uitgever van de website infochina.be <strong>de rol van China in Afrika</strong>.</p><p>Professor Brautigam is één van de specialisten op dit gebied. Haar boek ‘<a target="_blank" href="http://groenewaterman.mijnboekhandelaar.com/index.php?option=com_content&amp;view=article&amp;id=121&amp;Itemid=2" target="_blank">The dragons’ gift</a>: the real story of China in Africa’, Oxford University Press 2010 is een  referentiewerk. Uit haar referaat onthouden we een aantal frappante stellingen.</p><p>Zo vergelijkt Brautigam China in Afrika met Japan in China in de vroege jaren 80: Japan gaf grote leningen voor de bouw van infrastructuur, en kreeg in ruil Chinese steenkool en aardolie. Deze deal die louter op marktprincipes stoelde, betekende voor China een grote versnelling van zijn economische ontwikkeling en voor Japan toegang tot broodnodige grondstoffen. Iets gelijkaardigs gebeurt nu in Afrika.</p><p>In Westerse kringen wordt China soms de <a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-in-africa-neokolonialisme-of-win-win-situatie/" target="_blank">nieuwe kolonisator </a>of het rode imperialisme genoemd. Brautigam ontdoet het debat grotendeels van zijn ideologische geladenheid en focust op de twee verschillende concepten voor ontwikkeling. Het huidige Westerse concept vertrekt ervan dat Afrika hulp nodig heeft en moet  geholpen worden in het instellen van ‘good governance’, zeg maar ‘goed beleid’; zo hoopt men ontwikkeling te bereiken. Het <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-afrika-een-witboek/" target="_blank">Chinese concept </a>gaat uit van investeringen, die toelaten de rijkdommen die Afrika heeft voluit te te gebruiken voor zijn ontwikkeling; eerst in infrastructuur, later in industrie en diensten; op basis van die economische  ontwikkeling kan dan  ‘good governance’ gebouwd worden. In het Westen wordt gefocust op de talrijke problemen waarmee de Chinezen in Afrika geassocieerd worden: ondermaatse sociale – en milieunormen, corruptie, lage lonen, illegale immigratie, lage kwaliteit van goederen, onbeperkte <a href="http://www.infochina.be/content/de-economische-opstand-van-de-derde-wereld" target="_blank">wapenleveringen</a>, samenwerking met door het westen verketterde politieke leiders, enz. Deze problemen zijn er maar worden ze soms opgeschroefd. De redenering versluiert echter het essentiële: het huidige Westerse concept werkt niet en al de vorige – denk maar aan de privatiseringen en strucutrele hervormingen  van het IMF en de Wereldbank- evenmin: er komt geen structurele vooruitgang in Afrika, geen beter leven voor de bevolking, Afrika kreeg nooit kans zijn rijkdommen in eigen voordeel te gebruiken. Het <a href="http://www.chinasquare.be/achtergrond/opinie-handel-investeringen-macht-en-het-discours-over-%e2%80%98china-in-afrika%e2%80%99/" target="_blank">Chinese concept </a>daarentegen, brengt Afrika wel tastbare vooruitgang; en het is niet gebaseerd op altruïsme, maar op win-win handelsrelaties.  Afrika is bezig uit het dal te klimmen. In sommige landen ondervindt de lokale industrie wel concurrentie van Chinese producten; de ironie is dat niet China deze markten voor zijn producten opengebroken heeft, dat hebben de Westers geïnspireerde IMF en de Wereldbank gedaan met hun eis voor open markten.</p><p>Het is een misvatting te denken dat China een nieuwe en grote donor van hulp in Afrika is en zo invloed probeert te winnen en grondstoffen te verwerven. China heeft sinds de onafhankelijkheid van de Afrikaanse landen altijd al hulp gegeven aan alle Afrikaanse landen die het diplomatiek erkende, ook aan landen die weinig voor China interessante producten hadden. China is evenmin een zeer grote donor.  In 2009 bedroeg de Chinese hulp aan Afrika 20% van de Amerikaanse hulp. China biedt Afrika voordelige economische relaties aan, veel meer niet. Zo verleende China aan Angola een belangrijke lening voor infrastructuur op 12 jaar, met een gratieperiode voor de interest gedurende de bouw van de infrastructuur; tegelijk kreeg Angola leningen van Westerse banken voor 5 à 7 jaar, zonder gratieperiode maar met een interest die 1% hoger lag dan de Chinese. China leent ook voor projecten, terwijl Westerse banken lenen aan regeringen, zonder waarborg dat het geld naar een specifiek project gaat en met meer risico op corruptie. Aan de Chinese leningen zijn geen andere voorwaarden verbonden dan dat meestal 70% Chinese inhoud voor het project gevraagd wordt; Westerse leningen aan regeringen daarentegen komen steeds met voorwaarden voor het beleid van het land, terwijl intussen Westerse privébedrijven in diezelfde landen volkomen lak hebben aan <em>good governance</em>. </p><p>De volledige presentatie van professor Brautigam lees je <a target="_blank" href="https://docs.google.com/leaf?id=0B6gLUUtdwvnHMjUwOTNkNWMtOGI5My00OGU4LTg3MzYtMjEzYzdkMjgwN2Qz&amp;hl=en_US&amp;authkey=CLCK9PsB" target="_blank">hier.</a></p><p>Carlos Polenus is binnen ITUC verantwoordelijk voor de relaties met de Chinese  officiële vakbond ACFTU. ITUC heeft een aantal afdelingen in Afrika, maar er zijn ook nog enkele andere overkoepelende vakbondsgroeperingen actief. Van Polenus leren we dat er regelmatige en goede contacten zijn met ACFTU en concrete samenwerking rond specifieke problemen. Zo is de ACFTU geïnteresseerd in de werking en ervaringen van de westerse bonden, om ervan te leren. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) betaalt momenteel een studie waarvoor ITUC met ACFTU samenwerkt: het betreft een plan om wereldwijd 50 speciale economische zones op te richten naar het model van de SEZ die in de  jaren 80 en 90 de Chinese ontwikkeling trokken; dat mogen geen ‘export processing zones’ worden, uitsluitend gericht op export, maar er moet een positieve invloed zijn op de binnenlandse ontwikkeling en een sociale vooruitgang. De internationale vakbond staat positief tegenover het concept op voorwaarde dat de lonen er hoger liggen dan elders, dat er een correcte sociale zekerheid is en dat de vakbonden en overheid betrokken zijn bij het management van de zones. Het geheel past in de plannen van China om zijn economie op een hoger technologisch niveau te brengen. Economische sectoren met laag technologisch niveau worden in die strategie verhuisd naar het minder ontwikkelde Chinese binnenland, of naar Afrika. China neemt op die manier nu reeds deel aan de industriële ontwikkeling van Afrika, waar het reeds zes zones opgericht heeft.</p><p>In Afrika moeten vooral de Chinese privé-ondernemers nog leren dat ze met de Afrikaanse vakbonden moeten samenwerken of dat ze met meer dan één vakbond moeten onderhandelen. ITUC staat in dat verband achter haar Afrikaanse leden. Ze staat ook achter de vraag naar meer lokale tewerkstelling. Verder is ITUC ook bezorgd over de Chinese arbeiders in Afrika. Er moet meer transparantie komen over hun lonen, sociale zekerheid, werkvoorwaarden. Ze mogen niet buiten de lokale arbeidswetgeving vallen. Doordat veelal met groepsvisa gewerkt wordt heeft de Chinese arbeider eenmaal in Afrika ook niet veel bewegingsvrijheid meer; er zou ook sprake zijn van malafide ronselaars in China zelf. Daarentegen is er geen enkel concreet element in de richting van de oude roddel dat de Chinezen in Afrika dwangarbeiders zouden zijn; het valse bericht komt misschine voort uit het feit dat Chinezen in eigen beschermde compounds leven.  Over de arbeidsvoorwaarden in Chinese bedrijven in tien landen in Afrika is door de Afrikaanse vakbonden een studie gemaakt die door het Nederlandse FNV betaald is. Polenus merkt op dat men niet alleen op de Chinezen mag schieten, de ondernemers van andere landen zijn zeker geen engelen. <br /> Het volledige referaat van Carlos Polenus vind je <a target="_blank" href="https://docs.google.com/leaf?id=0B6gLUUtdwvnHNmJjMWY4ZWItNTM4Yy00NjBjLThhZmUtOTY1NmQwY2JlNmEw&amp;hl=en_US&amp;authkey=COafp-UF" target="_blank">hier</a>.</p><p>Peter Franssen is niet alleen de persoon achter infochina.be, hij geeft volgend jaar ook een boek uit over China in de wereld. Hij schetst een breed beeld van de verhoudingen in de wereld.</p><p>De samenwerking tussen China en Afrika brengt het zwarte continent na vijf eeuwen slavernij en (neo-)kolonialisme eindelijk zicht op ontwikkeling. De relaties tussen China en tientallen landen in Azië, Latijns-Amerika en Afrika verschuiven het zwaartepunt van de wereldeconomie weg van de kapitalistische landen. Zuid-Afrika is in volle opkomst. Naast China zijn ook India en Brazilië steeds nadrukkelijker aanwezig in Afrika. De sterk toenemende Zuid-Zuid handel en investeringen maken de ontwikkelingslanden minder afhankelijk van de ongelijke Noord-Zuid relaties en halen Afrika uitde marginaliteit. Het volledige referaat vind U op <a target="_blank" href="http://www.infochina.be/content/de-economische-opstand-van-de-derde-wereld" target="_blank">infochina.be</a></p><p>In de namiddag volgde een levendige sessie over <strong>hét Congo contract</strong>.</p><p>Waarover gaat het?<br /> In 2007 werd een intentieverklaring ondertekend en in 2008 een contract waarbij een groep van Chinese staatsbedrijven gedurende dertig jaar gaat investeren in Katangese kopermijnen (met bijproducten kobalt en goud). Het is de grootste contract dat China totnogtoe in Afrika ondertekende. Er wordt door de Chinezen 100 miljoen dollar geïnvesteerd in een joint venture waarbij enkele Congolese staatsbedrijven 32% van de aandelen gratis krijgen.  Verder betalen de Chinezen onmiddellijk 350 miljoen dollar aan het Congolese staatsbedrijf Gecamines  als toegangsrecht tot de mijnen. Het operationeel maken van de mijnen zal 3,2 miljard dollar vergen en daarvoor geeft de Chinese Eximbank een lening met variabele rente. Daarnaast gaan Chinese bedrijven voor 6 miljard dollar wegen, spoorwegen, scholen, hospitalen, electriciteitslijnen en zelfs vliegvelden bouwen volgens een lijst van de Congolese regering in het kader van de ‘cinq chantiers’ waarmee president Kabila de ontwikkeling van het land een kickstart wil geven. Ook daarvoor geeft de Eximbank een lening met een lagere variabele interest. Die lening zal terugbetaald worden met de 85% van de opbrengsten van de joint venture voor de eerste drie miljard dollar infrastructuurwerken, en voor de volgende drie miljard dollar alleen met het Congolese deel van de winst in de joint venture. Het contract stipuleert nog de vermoedelijke hoeveelheden ertsen die kunnen uitgebaat worden, en stelt dat uit de doenbaarheidsstudie moet blijken dat de opbrengst van het kapitaal van de joint venture ten minste 19% per jaar zal zijn. Tenslotte engageert de Congolese regering zich, mocht blijken dat aan het einde van het contract de leningen nog niet terugbetaald zijn, dit op een of andere manier te compenseren. </p><p>Op die laatste clausule is het IMF gesprongen om te weigeren Congo schuldverlichting te geven voor de schulden van het Mobutu tijdperk. Volgens deze clausule zou de Congolese regering immers impliciet een nieuwe schuld aangaan. Na veel getouwtrek werd het contract in 2009 geamendeerd, het &#8216;amendement nr. 3&#8242;. De infrastructuurwerken worden beperkt tot drie miljard dollar met Congolese staatswaarborg, er komt geen staatswaarborg op de lening voor de 3,2 miljard kosten voor de mijninrichting (dat risico komt bij de uitbatende bedrijven en de bank die de lening geeft) en het project wordt gedeeltelijk omschreven als hulp in plaats van commerciële transactie nadat de Chinese zijde de variabele interest omgezet heeft in een voordelige vaste interest. </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/default14.jpg" rel="lightbox[19156]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-19181" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/default14-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a>Op dit contract geeft professor Marysse van de Universiteit Antwerpen stevige kritiek. Die valt in grote lijnen samen met een studie van Global Wittness: &#8216;China and Congo: Friends in need&#8217;.  Ongelijke transactie in plaats van win-win, zegt Marysse.  Weinig transparant contract, geen garantie van lokale tewerkstelling, infrastructuur teveel gericht op de uitbating van grondstoffen, geen verplichte verwerking van het erts in Kongo, geen ‘hulp’ maar een voor de Chinezen zeer winstgevende deal, vrijstelling van belastingen, een onredelijk hoge te verwachten winstvoet van 19%, een waarschijnlijk nog hogere reële winstvoet want de hoeveelheid toegezegde ertsen is zeer groot, een clausule die de Chinezen compenseert wanneer de Congolese regering nieuwe nadelige wetten uitvaardigt. Kortom een quasi-herhaling van de vroegere koloniale verhoudingen. Marysse looft het IMF dat Congo verplicht heeft de deal te heronderhandelen en zo het engagement van de Congolese regering en de interestlast heeft verminderd; met als nadeel dat het nieuwe contract slechts in de helft van de geplande infrastructuurwerken voorziet.  </p><p>Paul Fortin die als door de Wereldbank aangesteld voorzitter van Gecamines mee aan de onderhandelingstafel zat, gaat niet rechtstreeks in op deze kritieken maar ziet de zaak filosofisch. Door een contract met China te sluiten heeft Congo zeer goed onderhandeld en een belangrijke stap vooruit gezet naar ontwikkeling, vanuit een verloren positie: het kwam uit een burgeroorlog en niemand wilde het helpen. Natuurlijk zullen er tijdens de uitvoering problemen opduiken, maar die zijn er om opgelost teworden. De ertsen zitten tenslotte in de Congolese bodem en dat betekent dat Congo hoe dan ook de sterkste partij is. </p><p>Yenga Mabolia, een vertegenwoordiger van het Congolese ministerie van mijnbouw, vroeg zich af waarom hij in Brussel het Congolese contract moet komen verdedigen. Congo is een soeverein land, het is niet aan anderen om te oordelen over wat het doet. Het contract met China biedt voor het eerst een alternatief voor de Westerse onderdrukking waaraan Congo altijd onderworpen geweest is. Het biedt een antwoord op de meest dringende behoefte van het land: goede infrastructuur als basis voor ontwikkeling. Wat betreft enkele preciese verwijten: de te  bouwen infrastructuur bevat ook wegen die totaal nutteloos zijn voor de mijnen, plus een groot aantal scholen en hospitalen; niet de Chinezen maar de Congolezen hebben bepaald wat zal gebouwd worden. Het gebrek aan transparantie wordt opgelost: niet alleen dit contract maar alle mijncontracten worden nu systematisch op de site van het ministerie geplaatst. De uitvoer van kopererts of ruw koper is bij wet verboden, het erts moet in Congo tot koperelectroden verwerkt worden wat automatisch lokale tewerkstelling zal meebrengen. De partijen hebben een contract afgesloten op een terrein waar ze beiden niet goed in thuis waren; er is overeengekomen dat het waar nodig zal aangepast worden. </p><p>Vervolgens kwamen twee vertegenwoordigers van Congolese mijnvakbonden aan het woord,Philip Linza Lukeke van de Union National des Travailleurs du Congo (UNTC) en  Jean de Dieu Ilunga van de Confédération Syndicales Congo (CSC). Ook zij benadrukken dat Congo met de traditionele geldschieters geen kant uit kon om de wederopbouw te starten. 80% van het land leeft van de informele economie. Tijdens de koperboom van 2007 werd bijna alle koper door privébedrijven  -ook Chinese- bovengehaald. Grote goeddraaiende mijnbedrijven die door Chinese staatsbedrijven gerund worden zijn belangrijk voor de Congolese tewerkstelling. De beloofde infrastructuur wordt al volop gebouwd, terwijl de mijnen ten vroegste in 2013 zullen produceren. Vroegere mijncontracten waren alles bijeen tienmaal  groter dan het Chinese contract en hadden geen of nauwelijks positieve impact op het land, zie bvb. ook de Forrest contracten. Over het algemeen kreeg de Congolese staat in de vroegere contracten een aandeel van 15%, nu is het 32%. Op zijn hoogtepunt produceerde Gecamines 470.000 ton koper per jaar, dat is meer dan de Chinezen gaan produceren, en het resultaat was geen infrastructuur maar wel een enorme staatsschuld. Natuurlijk heeft de vakbond ook problemen met de Chinezen: ze stellen weinig lokaal personeel te werk, de communicatie is erg moeilijk, de arbeidsomstandigheden zijn niet altijd correct, privé-Chinezen hebben kleine illegale ovens waar ze erts van illegale Congolese ‘creuseurs&#8217; verwerken en illegaal exporteren. De sector is aan sanering toe waarbij de opbrengsten van het koper moeten dienen om de lokale bevolking te ondersteunen via rurale coöperatieven zodat er niet meer illegaal moet gedolven wordt. </p><p>Een tweede Congolese vakbondsman situeerde de mijnproblemen in een historische context. Het Westen wilde in de jaren 90 Mobutu weg en heeft door zijn embargo de Congolese mijnnijverheid de doodsteek gegeven. Na het einde van de burgeroorlog wilde niemand in Congo investeren , maar de Congolezen hebben het initiatief genomen om een contract te onderhandelen waarin de Chinezen rekening houden met de lokale noden. Ook hij stoort zich vooral aan de kleine Chinese ondernemers die in het circuit van de illegale ontginning en verwerking zitten. En als vakbondsman staat hij paraat om de eisen van de arbeiders, ondermeer voor hoger loon, ook in de Chinese bedrijven te ondersteunen. Dat neemt niet weg dat hij als Congolees zich nu al als winnaar beschouwd. </p><p>Mevrouw Brautigam kreeg het laatste woord om te stellen dat het contract gunstiger is dan professor Marysse denkt. Zijn analyse is te veel in het luchtledige, zonder rekening te houden met wat de realiteit van de andere contracten is/was en wat haalbaar is. Een gelijkaardige kritiek geldt overigens voor het Global Witness rapport.</p><p>Het Chinese contract is stukken transparanter dan de contracten die Congo voorheen met Westerse mijnmaatschappijen afsloot. De rente die de Chinezen aanrekenen is lager dan wat Westerse banken voor gelijkaardige leningen aanrekenen. De gratis deelname van de Kongolese overheid in de joint venture is dan weer hoger dan in contracten met Westerse mijnfirma’s. Er worden geen belastingen betaald maar de winsten van de joint venture worden zwaar afgeroomd (in het begin 85%) om de infrastructuur terug te betalen en nadien krijgt de Congolese staat er nog altijd 32% van; dat staat gelijk aan een fikse belasting. De geplande winstvoet van 19% kan hoog lijken, maar die van andere mijncontracten werden niet bekendgemaakt  en de enkele die we onrechtstreeks wel kennen liggen een stuk hoger; gezien het risico van mijnprojecten en van werken in Congo is een vooruitzicht van 19% niet overdreven; het risico is er wel degelijk,  er zijn immers mijnmaatschappijen die failliet gaan; de Chinese regering heeft overigens het akkoord nog altijd niet definitief goedgekeurd, vermoedelijk proberen ze nog steeds de risico’s correct in te schatten. We spreken dus wel degelijk van winst voor Congo: het was hoe dan ook verplicht met buitenlandse partijen scheep te gaan om uit het moeras te geraken, en het contract met China is voor Congo substantieel gunstiger dan akkoorden met Westerse maatschappijen. Het IMF is erin geslaagd het risico dat de Congolese staat opnieuw in de schuld geraakt indien het mijnproject volledig zou mislukken, fel te verminderen; dat is positief voor de Westerse bankiers die nog schulden van Kongo willen terugbetaald krijgen, maar Kongo krijgt daardoor wel voor 3 miljard minder infrastructuur van de Chinezen; het is dus niet zeker dat het globale plaatje van de IMF-interventie voor Congo wel positief is.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/leerrijk-china-afrika-seminarie-in-brussel/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>China in Afrika: neokolonialisme of win-win situatie?</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-in-africa-neokolonialisme-of-win-win-situatie/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-in-africa-neokolonialisme-of-win-win-situatie/#comments</comments> <pubDate>Thu, 19 May 2011 09:39:03 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Afrika - China]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse investeringen]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=18902</guid> <description><![CDATA[Op 27 mei  organiseren ondermeer 11.11.11, ACV en ABVV in Brussel een belangrijke studiedag over China en Afrika, in het bijzonder over Kongo. In de aanloop naar deze studiedag schreef Marc Vandepitte dit dossier. Weinig thema’s zijn zo controversieel als ‘China in Afrika’. En daar is een goede reden voor: de groeiende aanwezigheid van het grootste [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">Op 27 mei  organiseren ondermeer 11.11.11, ACV en ABVV in Brussel een belangrijke <a target="_blank" href="http://www.11.be/component/one/activity/detail/studiedag_china_afrika_hoe_zit_nu_echt,33387" target="_blank">studiedag</a> over China en Afrika, in het bijzonder over Kongo. In de aanloop naar deze studiedag schreef Marc Vandepitte dit dossier. </span></strong></p><div id="attachment_18903" class="wp-caption alignleft" style="width: 209px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/default9.jpg" rel="lightbox[18902]"><img class="size-full wp-image-18903" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/05/default9.jpg" alt="" width="199" height="119" /></a><p class="wp-caption-text">China en Kongo</p></div><p>Weinig thema’s zijn zo controversieel als ‘China in Afrika’. En daar is een goede reden voor: de groeiende aanwezigheid van het grootste Aziatische land wijzigt de spelregels op het zwarte continent, en daar is niet iedereen gelukkig mee. In dit artikel wegen we de voor- en nadelen af van de vernieuwde Afro-Chinese relatie.</p><p><strong>1. Voor elkaar geboren? </strong></p><p><strong> </strong></p><p>Dat China zijn economische activiteiten uitbreidt tot in Afrika hoeft niet te verwonderen. Voor hun eigen ontwikkeling hebben de Chinezen geen andere keuze dan buiten de grenzen te gaan. In het Middenrijk woont ongeveer 20% van de wereldbevolking, maar je vindt er slechts 2% van de oliereserves, 3% van de bossen, 5% van de koperreserves, 7% van het water en 10% van de vruchtbare grond.[1] Omgekeerd is er in Afrika een overvloed aan heel wat strategische mineralen, vruchtbaar land, hout en petroleum.[2] Het is dus geen toeval dat China Afrika’s belangrijkste handelspartner is geworden en dat meer dan 2000 Chinese bedrijven zich gevestigd hebben op het continent.[3] Maar de behoefte aan natuurlijke rijkdommen is niet de enige drijfveer van de Chinezen om naar Afrika te trekken. Andere redenen zijn het teveel aan binnenlandse productiecapaciteit, een toenemende concurrentie op de binnenlandse markt, risicodiversificatie, voordelige voorwaarden in Afrika om handel te drijven met de Europese Unie en de VS, potentiële afzetmarkten, de wens om in eigen land op te klimmen op de ladder van de toegevoegde waarde. En uiteraard zijn er ook diplomatieke redenen.[4]</p><p>Dat wil niet zeggen dat China al zijn pijlen richt op Afrika, integendeel. Eind 2007 investeerde de Chinese economie vijf maal zoveel in Latijns-Amerika en vijftien maal zo veel in Azië.[5] De cijfers voor de handel zijn vergelijkbaar. Dus, voor China is het belang eerder relatief, terwijl dat voor Afrika precies het omgekeerde is. China is nu al de belangrijkste handelspartner en het is een kwestie van tijd vooraleer het de grootste investeerder en donor zal zijn.</p><p>Dat kan een belangrijke kans zijn voor Afrika. In het continent is er een dringende behoefte aan kapitaal, technologie, infrastructuur en productiecapaciteit. De Chinese betrokkenheid zou heel nuttig kunnen zijn om aan deze behoeften tegemoet te komen. <em>Zou, </em>want een kans is geen garantie. Beide partners zijn in grote mate complementair en vullen elkaar goed aan, maar het zijn geen gelijkwaardige partners. China kan met één stem spreken en heeft een zorgvuldig uitgewerkte en omvattende strategische aanpak. Afrika daarentegen is gefragmenteerd, beschikt niet altijd over voldoende sterke instituties en een strategische visie ontbreekt.[6] De partners zijn misschien voor elkaar geboren, maar of de romance zal eindigen in een gelukkig huwelijk valt nog te bezien. Dat zal afhangen van een reeks voorwaarden. We bekijken nu eerst wat er op het terrein gebeurt.</p><p><strong>2. Feiten en cijfers</strong></p><p>Na de Koude Oorlog verloor het Westen zijn liefde (<em>belang</em>-stelling) voor Afrika. De traditionele stroom van buitenlandse investering en ontwikkelingshulp droogde op. J. Brian Atwoord, toenmalig hoofd van USAID legde dit als volgt uit: ‘de overwinning van de markt en de nederlaag van het communisme verhoogden niet alleen de macht en de invloed van de donoren, de kredietverleners en de multilaterale instellingen, voor het Afrikaanse continent waren ze ook een grote uitdaging en kans. … We hadden niet langer hulpprogramma’s nodig om invloed te verkrijgen.’[7] De met luide trom aangekondigde beloften van de rijkste landen in Gleneagles (G8 top in 2005) werden niet waargemaakt. UNDP, het VN-orgaan dat zich bezighoudt met ontwikkeling en armoede, heeft becijferd dat de subsidie per Europese koe ongeveer 110 maal zoveel is als de hulp per Afrikaan.[8] De Europese Unie en de VS hebben geweigerd om hun markten open te stellen, in het bijzonder voor landbouwproducten, waar Afrika juist een comparatief voordeel heeft. Azië en niet Afrika was nu de plek om te investeren en zelfs de Wereldbank verleende weinig steun aan Afrikaanse fabrikanten. Voor het zwarte continent was het dus tijd voor een nieuwe minnaar. China kwam als geroepen en vulde een leegte die door het Westen was achtergelaten.</p><p>Als dusdanig is China een laatkomer met veel middelen maar met weinig ervaring.[9] De Chinese aanwezigheid en betrokkenheid bevat veel facetten. De verschillenden aspecten zijn vaak onderling met elkaar verbonden en worden meestal in een globale deal onderhandeld. We geven een kort overzicht van de diverse aspecten.</p><p><strong>Handel. </strong>De Afrikaanse handel met China neemt toe terwijl die met andere grote marktspelers stagneert of afneemt. Om de handel met Afrika te stimuleren heeft China aanvankelijk meer dan 400 Afrikaanse producten vrijgesteld van invoerrechten. Dat werd nadien uitgebreid tot 95% van alle exportgoederen uit de 33 minst ontwikkelde landen van het continent. De bilaterale handel bedroeg in 2010 114 miljard dollar, dat is meer dan tienmaal zoveel als in 2000. Die handel is meer dan tien procent van de totale Afrikaanse handel. Ruwe olie is het belangrijkste exportproduct richting China, net zoals het dat is naar de rest van de wereld. De import uit China bestaat voornamelijk uit machines, transportuitrusting, afgewerkte producten en handwerk.[10]</p><p><strong>Leningen. </strong>De laatste tien jaar heeft China leningen verstrekt ter waarde van ettelijke miljarden dollars, vaak met een lage intrestvoet of zelfs renteloos. De vrees dat dit een nieuwe schuldenval zou veroorzaken is ongegrond. Deze kredieten bedragen nog geen vijfde van wat Westerse landen de afgelopen jaren aan Afrikaanse landen hebben kwijtgescholden. Tussen 2001 en 2008 heeft China 3 miljard dollar kwijtgescholden aan meer dan dertig landen, zonder voorwaarden op te leggen. Dat staat in schril contrast met de brutale bezuinigingsprogramma’s die het IMF en de Wereldbank in het verleden hebben opgelegd.[11]</p><p><strong>Ontginning van natuurlijke rijkommen.</strong> Zo’n kwart van de Chinese investeringen (FDI) in Afrika gaat naar het meer ontwikkelde Zuid-Afrika, maar het gros van alle investeringen, 58% in 2009, gebeurt in landen met olie of mineralen in de ondergrond. Voor Afrika is dat geen abnormaal percentage. Bovendien is het percentage van Chinese investeringen in landen zonder natuurlijke rijdomen aan het stijgen.[12] Ook dat staat in schril contrast met de Westerse investeringen. Van alle Westerse investeringen naar de 50 Minst Ontwikkelde landen wereldwijd gaat bijna 90% naar de tien landen met natuurlijke rijkdommen.[13] Afrika vormt daarop geen uitzondering. Tussen 1995 en 2007 ging bijvoorbeeld slechts 11% van de VS investeringen naar industriële activiteiten. Chinese investeringen in de ontginning van natuurlijke rijkdommen gaan bijna steeds gepaard met bijbehorende investeringen in infrastructuur (zie volgend punt). Bij Westerse investeringen ontbreekt deze dimensie praktisch altijd.[14] Tenslotte geeft China ontwikkelingshulp aan <em>alle</em> landen met wie het diplomatieke betrekkingen onderhoudt, met inbegrip dus van landen zonder natuurlijke rijkdommen.[15]</p><p><strong>Infrastructuur.</strong> Om de Millennium Doelstellingen te bereiken, heeft Afrika zo’n 22 miljard dollar per jaar nodig. China neemt daarvan 5 miljard voor zijn rekening. Meer dan 50% van alle Chinese investeringen en hulp aan Afrika in de periode 2002-2007 ging naar infrastructuur of openbare werken.[16] Volgens de Wereldbank voeren de Chinezen de infrastructuurwerken snel en goedkoop uit, sneller dan alle concurrenten. Hun activiteiten beslaan een breed gamma: in verschillende landen bouwen, vernieuwen of onderhouden ze wegen, spoorlijnen, luchthavens, bruggen, irrigatieprojecten, telecommunicatievoorzieningen, stadia, kantoorgebouwen, enz. Ze hebben hydro-elektrische dammen gebouwd in minstens negen landen en daarbij de totale elektriciteitscapaciteit van Afrika met 30% verhoogd. In 2007 hebben Brazilië en China samen een satelliet gelanceerd die Afrika toelaat om zijn landbouwgebieden gedetailleerd en up-to-date in kaart te brengen.[17] De vaak gehoorde kritiek dat de investeringen in infrastructuurwerken volledig in functie staan van het ontginnen en exporteren van natuurlijke rijkdommen, is niet terecht. Slechts 7% van de totale infrastructuurinvesteringen is daarop gericht. Volgens de Wereldbank ‘is het grootste deel van de Chinese financiering van infrastructuurwerken bestemd voor projecten die gericht zijn op ontwikkelingsnoden van de betrokken landen’.[18]</p><p><strong>Industriële productie.</strong> Het merendeel van de investeringen in industriële productie gebeurt d.m.v. joint ventures. De Chinezen zijn actief in een hele waaier van sectoren, verspreid over het gehele continent: autoassemblage, staal, cement, farmaceutische producten, chemicaliën, gsm’s, koelkasten, glas, textiel, schoenen, leder, matrassen, dakpannen, haarlotions, enz.[19] In 2007 werd het China-Afrika Ontwikkelingsfonds (CADF) in het leven geroepen door de Chinese overheid. Er is een budget van 5 miljard dollar voor het lanceren van joint ventures in Afrika. Het gaat om een vijftigtal projecten in bijna dertig Afrikaanse landen. De CADF heeft geen tegenhanger in de Westerse landen. Recentelijk werd ook een budget voorzien van 1 miljard dollar voor kleine en middelgrote bedrijven in Afrika.[20]</p><p><strong>Landbouw.</strong> De ontwikkeling van de landbouw is een belangrijke hefboom voor de bestrijding van armoede. Niettemin is het aandeel van de landbouw in de Westerse hulp, uitgedrukt als percent van de leningen, gedaald van 23% in 1980 tot 6% in 2007, opnieuw in tegenstelling tot de Chinese aanpak.[21] De Chinezen volgen twee strategieën. Ten eerste vormden ze de landbouwbedrijven die ze reeds in de jaren vijftig hadden gevestigd, om tot joint ventures. Bijstand en hulp maakten plaats voor samenwerking op een meer winstgevende basis. Vandaag participeren ze in rijst-, katoen-, en vezelplantages, in het kweken en raffineren van suiker, in veterinaire centra, irrigatieprojecten, enz. Wat hierbij het meest in het oog springt is het telen van hybride rijst, met veelbelovende resultaten. De tweede strategie bestaat in de uitbouw van centra waar landbouwtechnieken aan de plaatselijke bevolking worden aangeleerd. Voor maïs, rijst en tarwe bijvoorbeeld, is de opbrengst in China twee tot drie maal hoger dan in Afrika. Deze centra geven de mogelijkheid om te leren van de Chinese expertise. Op dit moment zijn er zo’n centra in elf landen.[22] De Chinese betrokkenheid in de Afrikaanse landbouw betekent niet dat we hier te maken hebben met een invasie van Chinese boeren die zich in Afrika komen settelen of dat er massale stukken grond worden gereserveerd voor de export naar China. Die geruchten zijn er wel degelijk, maar daar is geen enkele grond voor. Het is één van de vele mythes over de aanwezigheid van China in Afrika.[23]</p><p><strong>Ontwikkelingshulp. </strong>De Chinese ontwikkelingshulp is moeilijk te becijferen en beantwoordt niet altijd aan de traditionele definities. Het is vaak moeilijk om (niet-commerciële) hulp te onderscheiden van (commerciële) handel of investeringen. Desondanks zijn de meeste waarnemers het erover eens dat de Chinese hulp aan Afrika de laatste jaren sterk is toegenomen. De Chinese hulp is goed voor meer dan 80% van alle hulp aan Afrika vanuit landen van het Zuiden.[24] Aan het huidig groeitempo zal China in de nabije toekomst de grootste donor zijn van Afrika. Het zwarte continent werd door China uitgekozen als voornaamste ontvanger van zijn buitenlandse hulp, ongeveer 30% van het totaal. Met dit ontwikkelingsbudget werden ongeveer 900 sociale projecten en infrastructuurwerken gesponsord, zoals de bouw van ziekenhuizen en scholen en het zenden van leerkrachten en dokters.[25] De training van Afrikaans personeel is daarbij een prioriteit. Zo heeft Beijing beloofd om 45.000 Afrikanen op te leiden.[26] Het is in dit verband nuttig op te merken dat China andere prioriteiten legt dan Westerse donoren. Ook al bouwt China scholen en zendt het leerkrachten uit, de nadruk ligt op infrastructuur en de productie, terwijl de OESO landen hun hulp vooral richten op sociale sectoren (gezondheidszorg, onderwijs), governance, noodhulp en wederopbouw.[27]</p><p><strong>3. Karakteristieken van de Chinese aanwezigheid</strong></p><p>De eerste dertig jaar van de Chinese revolutie werden gekenmerkt door een overdosis aan ideologie en voluntarisme. Als gevolg daarvan werden heel wat ernstige fouten gemaakt. Vanaf 1978 sloeg de revolutie een meer pragmatische koers in. Sindsdien werden twee doelstellingen als topprioriteit naar voor geschoven: het uitroeien van de immense armoede en het wegwerken van de economische achterstand t.a.v. het Noorden. Men mag niet vergeten dat in het begin van de jaren zeventig het bnp per inwoner in China ongeveer helft was van dat van Sub Sahara Afrika en 27 maal minder dan dat van de rijke landen.[28] Meer dan 800 miljoen mensen – de actuele bevolking van zwart Afrika – was extreem arm.[29]</p><p>Om beide doelstellingen te bereiken koos Beijing voor een intensieve samenwerking met zowel de rijke als arme landen. Voor de landen van het Zuiden betekende dat de relaties voortaan gebaseerd zouden worden op wederzijds voordeel i.p.v. op liefdadigheid.[30] In het geval van Afrika is dat wederzijds voordeel voornamelijk gebaseerd op de grote complementariteit tussen beide partners (zie hierboven). Pragmatisme betekent ook dat er geen dogma’s zijn en dat er geïnvesteerd wordt daar waar de beste resultaten kunnen bereikt worden. De Chinezen waren in het verleden tot de vaststelling gekomen dat eenmaal ze het terrein hadden verlaten heel wat ontwikkelingsprojecten achteruit boerden of zelfs flopten. Vandaar dat ze zochten naar methodes om de projecten zelfbedruipend te maken. Dat betekende vaak een meer marktgerichte aanpak. Maar ze pasten dit op een voorzichtige en pragmatische wijze toe in tegenstelling tot de dogmatische en drastische aanpak van de Washington Consensus. Dus geen sprong over de rivier (shock therapie) , maar ‘de rivier oversteken door de stenen af te tasten’.</p><p>De Chinezen leerden ook heel wat uit hun eigen ervaring in eigen land. Hun eigen succesvolle ontwikkeling diende als model voor hun opstelling t.a.v. landen in het Zuiden. Deborah Brautigam beschrijft dit als volgt: ‘Op het einde van de jaren zeventig had China een groot nood aan moderne technologie en infrastructuur, maar beschikte over nauwelijks buitenlandse deviezen. Daarom gebruikte het zijn natuurlijke rijkdommen – grote voorraden van olie, steenkool en andere mineralen – om een grote lening van 10 miljard dollar van Japan los te krijgen. China kreeg nieuwe infrastructuur en technologie van Japan en betaalde dit met de levering van olie en steenkool. In 1980 begon Japan met de financiering van zes grote projecten: spoorlijnen, havens en waterkrachtcentrales. Het was het eerste van veel projecten waarin Japanse firma’s meehielpen aan de bouw van transportroutes, steenkoolmijnen en elektriciteitsnetten’. China paste het schema van ‘natuurlijke rijkdom als hefboom voor ontwikkeling’, toe op Afrika en sloot gelijkaardige overeenkomsten met verschillende grondstofrijke landen, zoals bvb. met de Democratische Republiek Congo, Angola of Ghana. Het voordeel is dat de betrokken landen niet moeten wachten tot ze voldoende geld hebben om te starten met de bouw van wegen, krachtcentrales, ziekenhuizen, enz. De bouw kan onmiddellijk beginnen met de grondstoffen als garantie.[31]</p><p>Hetzelfde is waar voor joint ventures. Gemengd eigenaarschap was zeer vruchtbaar voor de snelle ontwikkeling van de Chinese economie. Nu gebruiken ze deze formule in Afrika, die af en toe in de plaats komt van voormalige hulpprogramma’s.</p><p>Een derde les is het gebruik van het bankwezen en subsidies voor het behalen van ontwikkelingsdoelstellingen. Een groot deel van de ontwikkelingsstrategie van Oost-Azië was gebaseerd op goedkope leningen en overheidssteun aan topbedrijven (de zogenaamde champions). Dat liet die bedrijven toe om competitief te worden op de wereldmarkt. Deze strategie werd toegepast in Japan, Zuid-Korea en Taiwan. China haalde voordeel uit deze buitenlandse investeringen en past deze procedure nu zelf toe op Afrika. Met kapitaal van overheidsbanken richt het in Afrika bedrijven op die passen in zijn globale uitbreidingsstrategie, maar die tezelfdertijd ook tewerkstelling creëren in het continent.[32]</p><p>Wellicht de belangrijkste les die ze hebben geleerd uit het verleden, is die van de niet-inmenging. De economische, politieke en militaire inmenging van buitenlandse mogendheden in China waren verwoestend en maakten van het land een van de armste en meest marginale regio’s ter wereld, een beetje vergelijkbaar met de situatie van heel wat Afrikaanse landen vandaag. China wil deze geschiedenis niet herhalen. Ook wenst het niet het pad te volgen van de Westerse landen die getracht hebben om aan de landen van het Zuiden hun model &#8211; markteconomie en een meerpartijensysteem &#8211; op te dringen. Door middel van de Structurele Aanpassingsprogramma’s van het IMF onderwierpen ze de economieën van de ontwikkelingslanden volledig en probeerden ze die te kneden in functie van de behoeften van de metropolen. In de woorden van president Hu Jintao: ‘China zal, zoals altijd, vasthouden aan de Vijf Principes van Vreedzame Co-existentie. Het respecteert de onafhankelijke keuzes van de Afrikaanse landen voor een politiek systeem of ontwikkelingspad in overeenstemming met hun realiteiten. Het steunt de rechtvaardige strijd van de Afrikaanse landen om hun nationale onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit te vrijwaren. Het steunt de inspanningen van deze landen om hun binnenlandse stabiliteit en eenheid te bewaren, de nationale economie te versterken en de sociale vooruitgang te bevorderen.’[33]</p><p><strong>4. Imperialisme?</strong></p><p>Over de aanwezigheid van China in Afrika lopen de meningen sterk uiteen. Voor meer en meer landen in Zuiden is het Middenrijk een inspiratiebron voor hun eigen ontwikkeling. Dat hoeft niet te verwonderen. In de laatste dertig jaar slaagde China erin 600 miljoen mensen uit de armoede te lichten, een absoluut historisch record. De meeste Millennium doelstellingen zullen gehaald worden in 2015 of zelfs vroeger.[34] De levensstandaard gaat met sprongen vooruit. De lonen stijgen gemiddeld jaarlijks met 12%. In de regio volgt India met 2,5% en Thailand met 0,5%.[35] Vandaag zijn de lonen in China vijfmaal zo hoog als in Vietnam, driemaal zo hoog als in de Filippijnen en Indonesië, tweemaal zo hoog als in India en een anderhalve keer zo hoog als in Thailand.[36]</p><p>Ook op politiek vlak stijgt de appreciatie t.a.v. China. Het land slaagt er kennelijk in om aan een vijfde van de wereldbevolking een stabiel politiek bestel te bezorgen. Dat bestel is er niet alleen in geslaagd om de imperialistische overheersing en marginalisering te overwinnen, vandaag speelt het land mee in de eerste klasse van de wereldpolitiek. Voor de eerste keer sinds het ontstaan van het kapitalisme ‘heeft een relatief arm land een enorme mondiale invloed’.[37] Daarom wordt het ook gezien als een nieuw of alternatief model van globalisering. Chinakenner Mark Leonard verwoordt het zo: ‘China is een model voor de rest van de wereld. Zijn duizelingwekkende groeicijfers zonder liberale democratie, creëren de grootste ideologische dreiging die het Westen heeft gekend sinds het einde van de Koude Oorlog.’ We zijn inderdaad getuige van de geleidelijke vervanging van de Washington Consensus door de zogenaamde Beijing Consensus.[38]</p><p>Andere houden er een compleet andere visie op na. Zij beschouwen China als een nieuwe supermacht die zich op dezelfde manier gedraagt als andere imperialistische machten in het heden en het verleden. Dit zal leiden tot een nieuw gevecht voor de beste brokken van Afrika (‘scramble for Africa’). Yves De Smet van <em>De Morgen</em> zegt het zo: ‘China investeert met zoveel drift in heel Afrika om haar immense grondstoffenhonger te stillen dat je haast over een economische kolonisatie mag spreken.’[39] Het is een opinie die wijd verspreid is in het Noorden, zelfs en in het bijzonder in progressieve en NGO-kringen.</p><p>Is de kwalificatie ‘imperialisme’ gerechtvaardigd? Voor Lenin, de grondlegger van de theorie, vormden buitenlandse investeringen, verbonden met financierskapitaal, de drijvende kracht achter het imperialisme. Deze beschrijving is zonder twijfel van toepassing op het huidige China. Maar je moet dit wel in zijn juiste proporties zien. In het geheel van de buitenlandse investeringen speelt China een kleine, bijna marginale rol. In de periode 2001-2007 waren de Chinese buitenlandse investeringen goed voor minder dan 1% van het wereldtotaal, terwijl de VS 17% voor zijn rekening namen en de EU 55%. In 2007 investeerde China buitenshuis ongeveer evenveel als Nederland. Afrika is een beetje een uitzondering op de regel. Daar zijn de Chinese buitenlandse investeringen goed voor 10% van het totaal, en dat percentage is nog aan het stijgen. Maar opgelet, als investeringen in olie en gas niet worden meegeteld, dan is Zuid-Afrika de grootste investeerder in het continent en niet China of de EU.[40] Afrika is inderdaad een buitenbeentje.</p><p>Tot zover de investeringen. Lenins definitie had echter naast een economische component ook een politieke component. En het is die laatste die beslist of we al dan niet te maken hebben met imperialisme. Een imperialistische macht streeft namelijk naar een situatie waarin ‘de betreffende staten en volkeren zodanig onderworpen worden dat zij daarbij hun politieke onafhankelijkheid verliezen’. Dat gebeurt precies met de bedoeling om ‘de concurrentie uit te schakelen, zichzelf van leveringen te verzekeren, overeenkomstige “relaties” te versterken, enz.’[41] Dat is nu exact het tegenovergestelde van China’s opstelling. Het is precies China dat verweten wordt van zich niet in te mengen. Het is China dat het verwijt krijgt van te investeren, handel te drijven en hulp te verlenen ‘zonder voorwaarden te stellen’. Het is het een of het ander: men kan niet zeggen dat een land zich imperialistisch opstelt en tezelfdertijd het verwijt naar het hoofd slingeren dat het niet wenst tussen te komen in andere landen. Tijdens een toespraak in Pretoria in 2007 verwoordde Hu Jintao de Chinese opstelling als volgt: ‘China heeft nooit zijn wil opgelegd aan andere landen of ze op een ongelijkwaardige manier behandeld, en het zal dat ook nooit doen in de toekomst. Het zal absoluut niets ondernemen dat de belangen van Afrika en zijn volkeren zou kunnen schaden. China respecteert de politieke systemen en de ontwikkelingstrajecten die onafhankelijk gekozen en nagevolgd worden door de Afrikaanse volkeren en die het best passen bij hun nationale omstandigheden.’[42]</p><p>De feiten spreken voor zich. Tussen 1960 en 2005 heeft Frankrijk 46 militaire operaties uitgevoerd in zijn voormalige kolonies, China geen enkele. Frankrijk heeft 6 militaire basissen en de VS hebben in minstens 10 landen militaire basissen of permanente installaties. China heeft er geen enkele en heeft niet de minste intentie om er in de toekomst te verwerven. De VS houden op geregelde basis gemeenschappelijke militaire oefeningen met minstens 17 Afrikaans landen en ze leiden militairen op in 34 van de 53 landen. De Chinezen hebben geen militaire aanwezigheid behalve dan in het kader van de VN vredeshandhaving.[43] In de ogen van Washington vormt China ook geen enkele bedreiging voor de veiligheid van de VS. Dat kwam naar boven via een gelekte boodschap afkomstig van de VS-ambassade in Lagos.[44] <em>Financial Times,</em> allesbehalve een China lover, zet een en ander in perspectief: Een aantal zaken die China nog niet heeft gedaan: het illegaal vervangen van een democratisch verkozen regime door een dictator die later zou bekend staan als een bloederige kleptocraat; het steunen met geld en wapens van een president waarvan algemeen werd aangenomen dat hij er kannibalistische praktijken op nahield; of het geven van een half miljard dollar aan hulp aan een moordzuchtige leider van een militaire staatsgreep, die nauwelijks kon lezen of schrijven, alsook het verschaffen van video’s met speeches van Ronald Reagan om hem te helpen voorkomen als een staatsman. China’s interventies zijn ver verwijderd van de vroegere ingrepen in landen als Zaïre, de Centraal Afrikaanse Republiek en Liberia, door de VS en Europese landen, die China vandaag berispen omwille van hun gebrek aan verantwoordelijkheid.’[45]</p><p>Zoals de annex op het einde van dit artikel aantoont, is de wijze waarop China zich internationaal opstelt compleet anders dan de VS. In het algemeen kan men stellen dat het Westen het zwarte continent probeert te onderwerpen met de bedoeling het politiek en economisch te kneden in functie van zijn eigen belangen, daar waar China – juist zoals Brazilië, India en andere groeilanden – zich begeeft in Afrika om zijn eigen ontwikkelingshonger te stillen. Beijing is niet geïnteresseerd in Afrika’s interne problemen of politiek.[46] Men moet zorgvuldig omspringen met de term imperialisme. Lenin waarschuwde daar al voor: ‘“Algemene” beschouwingen over het imperialisme, waarbij het fundamentele verschil tussen de maatschappijformaties vergeten of op de achtergrond geschoven wordt, ontaarden onvermijdelijk in lege banaliteiten of snoeverij’.[47]</p><p><strong>5. Geopolitieke spanningen</strong></p><p>Dat betekent niet dat er geen geopolitieke spanningen zijn, integendeel. Ongelijke ontwikkeling – de aanhoudende spectaculaire economische groei van de Chinese economie tegenover de zwakke economische prestatie in het Westen – verandert de krachtsverhoudingen. De geschiedenis leert dat kapitalistische dominante mogendheden in de regel niet bereid zijn om zich daar bij neer te leggen. Het Westen vreest vandaag inderdaad dat het Afrika en andere grondstofrijke regio’s aan het ‘verliezen’ is. Men is bang dat China’s prominente aanwezigheid in de ontwikkelingslanden de invloed van de VS, Europa op die landen zal aantasten. Teunissen, een Nederlandse ambtenaar, bevoeg op het terreien van de buitenlandse relaties met Zuidelijk Afrika, heeft dit zeer pittig verwoord: ‘Na de val van de Muur dachten we dat Afrika onze achtertuin was. En nu komen de Chinezen de pret bederven.’[48] Peter Brookes van de invloedrijke Heritage Foundation is preciezer: ‘De VS moeten (…) beducht zijn voor de potentiële lange termijn ontwrichting van Amerika’s toegang to belangrijke grondstoffen en energievoorraden, omdat die “afgesloten” worden door Chinese bedrijven voor de binnenlandse markt van China, om er de economische groei te kunnen in stand houden. De nationale belangen van de VS liggen effectief in het counteren van deze ontwikkelingen in Afrika.’[49] Het Witte Huis heeft naar dit advies geluisterd. In november 2006 organiseerde China een uitzonderlijke top over economische samenwerking waarop minstens 45 Afrikaanse staatshoofden aanwezig waren. Een half jaar later kondigde de regering Bush de creatie aan van Africom, een nieuw militair commando dat alle militaire operaties op het continent zou coördineren. Op 1 oktober 2008 werd het operationeel. Met de komst van Africom verhoogden de VS hun militaire aanwezigheid en activiteiten op het continent. Het is de bedoeling om de opkomst van potentiële rivalen tegen te gaan en indien mogelijk een positie te bereiken van ‘strategische ontzegging’ (strategic denial), d.w.z. de mogelijkheid om de toevoer af te sluiten van belangrijke grondstoffen. In dit stadium komt Washington nog niet rechtstreeks of openlijk tussen maar probeert het via lokale bondgenoten te opereren, via de politieke weg indien mogelijk, militair indien nodig.[50]</p><p>Tot op heden zijn er drie regio’s waar die strategie werd toegepast: Soedan, de Democratische Republiek Congo en Niger. Een potentiële kandidaat is Guinea. De militaire interventies in Libië en Ivoorkust moeten ook gezien worden in dit perspectief.[51] In het zuiden van Soedan en Darfoer trainden en bewapenden de VS de SPLA (Zuid Soedan), voorzagen ze JEM en SLA (Darfoer) van wapens, en rekruteerden en trainden ze militaire officieren van Tsjaad, Ethiopië, Eritrea, Kameroen en de Centraal Afrikaanse Republiek. Ze probeerden ook om Navo-troepen te sturen en ze spoorden president Deby van Tsjaad aan om Soedan aan te vallen. China heeft aanzienlijke oliebelangen in het Zuiden van Soedan en ook in Darfoer. Na het referendum van januari, waarin de splitsing van Soedan werd goedgekeurd, is de situatie voor China zeer onzeker geworden.</p><p>Een andere rusteloze regio is Oost-Congo. Kort nadat Kabila een miljardencontract had gesloten met China, viel de Congolese krijgsheer Nkunda Kivu and Goma binnen en eiste hij dat Kabila met hem zou onderhandelen. Nkunda was een handlanger van de Rwandese president Kagame en had een training gekregen in de VS. Een van zijn eisen was de annulering van het miljardencontract met China.[52]</p><p>In Niger gaat het om het vitale grondstof uranium. Hier is het Frankrijk dat aan de touwtjes trekt. Eind 2007 gaf de regering van Niger concessies aan China voor de ontginning van uranium. Daarmee werd het veertig jaar oude feitelijke monopolie van Areva, een Frans overheidsbedrijf doorbroken. Begin 2010 kwam er dan een staatsgreep. Het een heeft wel degelijk met het ander te maken. <em>Financial Times:</em> Hoewel etnische rivaliteit en opportunisme hun deel hadden in de putsch, werd Mamadou Tandja de eerste Afrikaanse leider wiens val rechtstreeks zou kunnen teruggevoerd worden tot zijn omhelzing van Chinese minnaars. “Het was omdat Tandja Chinees geld had dat hij vond dat hij kon spotten met de Europese Unie, Ecowas, de VS”, zegt Mohamed Bazoum, een voormalig minister die nu zetelt in de “adviserende raad” opgericht door de militaire junta die de macht greep.’[53]</p><p>Met het groeiende militaire activisme van de VS en zijn junior partner, de Europese Unie, aan de ene kant, en de toenemende aanwezigheid van groeilanden op het continent aan de andere kant, kunnen we ons de volgende jaren aan meer van dat verwachten. Het lijkt erop alsof het Westen zijn economische teruggang probeert te stoppen met militaire middelen. Fidel Castro merkte ooit op: ‘Elke leidende klasse denkt van zichzelf dat ze onoverwinnelijk is tot de geschiedenis het anders leert’.[54]</p><p>We overlopen nu de positieve en negatieve aspecten van China’s aanwezigheid in Afrika. We starten met de positieve.</p><p><strong>6. Voordelen en opportuniteiten</strong></p><p><strong>Infrastructuur.</strong> Elektriciteit, (spoor)wegen en communicatievoorzieningen zijn noodzakelijke voorwaarden voor elke economische ontwikkeling. De Chinese investeringen leveren in deze sectoren ongetwijfeld een belangrijk bijdrage. Volgens een studie van de Wereldbank ‘is de komst van China als een belangrijke financier van hydro-elektriciteit een trend van groot strategisch belang voor de Afrikaanse energiesector’.[55] De lancering van de satelliet in 2007 ‘zal de regeringen en Afrikaanse organisaties toelaten om satellietbeelden te gebruiken bij de opsporing en bestrijding van natuurrampen, ontbossing, verwoestijning en droogtes, gevaren voor de landbouwproductie of voedselveiligheid, en opkomende gezondheidsrisico’s.[56]</p><p><strong>De vliegende ganzen.</strong> In Oost-Azië werden vanaf de jaren zeventig arbeidsintensieve sectoren verplaatst naar lageloonlanden. Men noemt dat het model van de ‘vliegende ganzen’ die in V-formatie vliegen, waarbij telkens opnieuw een andere gans in de punt van de V vliegt.[57] Die transfer gebeurde eerst van Japan naar de Vier Tijgers, vandaar naar de ASEAN landen, tenslotte naar China en Vietnam.[58] Het lijkt erop dat we nu een nieuwe fase binnentreden waarin China op zijn beurt arbeidsintensieve industrieën uitbesteedt aan andere regio’s, waaronder Afrika. Voor het continent houdt dit drie belangrijke voordelen in: een spillover effect,[59] capaciteitsopbouw en transfer van technologie. Het spillover effect werkt via joint ventures en het zogenaamde demonstratie-effect. Capaciteitsopbouw gebeurt door de opleiding van Afrikaanse specialisten ter plaatse of in China. Een goed voorbeeld is de leerindustrie. Technici uit minstens acht Afrikaanse landen volgen een training in China.[60] Het derde voordeel is de transfer van technologie. Chinese bedrijven zijn blijkbaar meer bereid om hun know how en technologie te delen dan hun Westerse collega’s.[61] Volgens de Wereldbank zijn investeringen uit China en India ook heel gunstig om Afrika uit zijn economische marginaliteit te halen. Bepaalde investeringen integreren de Afrikaanse handel in belangrijke multinationale netwerken, ‘die in toenemende mate de internationale arbeidsdeling wijzigen’.[62]</p><p><strong>Handel en ruilvoeten.</strong> De laatste jaren exporteerde Afrika meer naar China dan het importeerde, behalve wanneer de olieprijzen laag waren.[63] Uiteraard is het plaatje verdeeld: in bepaalde landen is er een handelsoverschot en in andere een handelstekort, maar globaal gesproken was de handelsbalans gunstig voor Afrika. Bovendien stuwt de onverzadigbare honger van China en andere groeilanden naar grondstoffen de prijzen ervan de hoogte in, en dat is voordelig voor landen die grondstoffen exporteren, m.a.w. voor de meeste Afrikaanse landen. Tussen 2000 en 2006 zijn de ruilvoeten[64] tussen China en Afrika verbeterd met 70%.[65] Zoals we hierboven zagen halen de groeiende banden met China en andere groeilanden Afrika uit zijn marginale positie op de wereldmarkt.</p><p><strong>Investeringen.</strong> Een belangrijk aspect van de marginalisering van Afrika betreft de buitenlandse investeringen. In de jaren zeventig ging nog 4,6% van alle buitenlandse investeringen wereldwijd, naar het Afrikaanse continent. In 2000 was dat nog minder dan 3%.[66] Maar die situatie is nu geleidelijk aan het veranderen dankzij hogere grondstofprijzen (waardoor investeringen interessanter worden) en een beter institutioneel kader voor investeringen.[67] Maar het is ook het gevolg van de spectaculaire toename van Chinese investeringen de laatste tien jaar: van minder dan 2% van het totaal in 2000 naar 9% in 2008.[68] Hierboven zagen we dat de komst van nieuwe spelers zoals China, de onderhandelingspositie van de Afrikanen verbetert. Daardoor kunnen ze de geproduceerde rijkdom beter binnen de eigen grenzen houden. De nieuwe investeringsgolf is ook zelfversterkend en zou de kapitaalvlucht kunnen tegengaan. Betere perspectieven en opportuniteiten zouden Afrikaanse kapitalisten inderdaad kunnen aanmoedigen op eigen bodem te investeren i.p.v. het ver weg te beleggen. Als je weet dat de Afrikaanse elites ongeveer 40% van hun rijkdom buiten het continent parkeren, dan is dat geen bagatel.[69] Investeringen zijn goed voor de tewerkstelling in de mate dat Chinese investeerders voldoende lokale werkkrachten rekruteren (zie verder).</p><p><strong>Empowerment. </strong>Tot voor kort had het Westen Afrika in zijn greep. Het bezat een quasi monopolie op het vlak van handel, investeringen, kredieten en hulpverlening. Er was bijgevolg een sterke financiële afhankelijkheid. Westerse bedrijven konden hun voorwaarden unilateraal opleggen en donors legden opdringerige en nadelige condities op. De komst van China en andere groeilanden maakt een eind aan die situatie. Nu kunnen Afrikaanse regeringen onderhandelen met verschillende potentiële partners en de meest interessante er uitpikken. Dat uit zich op verschillende terreinen. Zo blijkt vooreerst dat op de commerciële markt de Chinese leningen voordeliger zijn.[70] Grotere concurrentie geeft aan Afrikaanse bedrijven en regeringen ook een betere onderhandelingspositie. Een goed voorbeeld is Congo. Het mijncontract ter waarde van miljarden dollars, voorziet voor de Congolezen een winstdeelname van 32%. Dat is veel meer dan de 7 tot 25% die meestal bij dergelijke contracten wordt gegeven. Maar het voordeel was nog groter. Gesterkt door 6 miljard dollar vers kapitaal nam de regering Kabila een harder standpunt in tijdens de schuldonderhandelingen met het IMF en de Wereldbank.[71] De fameuze deal lokte heel wat kritiek uit en Europese landen keken met enige afgunst naar het bereikte akkoord. Maar al bij al lijkt de overeenkomst veel kansen in te houden voor de economische ontwikkeling van Congo.[72] Dat geldt ook voor andere landen. Petroleumbedrijven van de VS moeten nu meer concessies toestaan in West-Afrika als gevolg van de concurrentie met China.[73] Tenslotte wijzigt de aanwezigheid van China de traditionele ontwikkelingshulp in de goede richting. <em>The Economist</em> windt er geen doekjes om: ‘Vijftig jaar Europese en Amerikaanse hulp aan Afrika en andere grondstofrijke landen heeft niet veel voorspoed teweeggebracht. Een andere aanpak van China kan misschien tot betere resultaten leiden. Het zal op zijn minst al de andere donoren aansporen om te zoeken naar efficiëntere methodes.’ De Westerse regeringen zijn minder in staat om zich te mengen en hinderlijke voorwaarden op te leggen. Daarom ‘kan China’s toenemende aanwezigheid de Westerse regeringen aansporen om hun neerbuigende houding van “wij weten wat goed is voor jou” te laten vallen’.[74]</p><p><strong>Goedkope consumptieproducten.</strong> Als gevolg van goedkope importgoederen uit China besparen consumenten van de VS zo’n 60 miljard dollar per jaar. Voor de armste lagen betekent dat een koopkrachtverhoging van 5 tot 10%. Voor Afrika zal dat effect wellicht nog veel groter zijn. Ongetwijfeld zijn de producten afkomstig uit China van lagere kwaliteit dan die uit het Westen, maar dat neemt niet weg dat miljoenen Afrikanen zich voor het eerst een hele waaier aan consumptiegoederen kunnen veroorloven. Dr. Mthuli Ncube, de Chief Economist van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank stelt dat ‘Chinese exportgoederen in het algemeen tegemoet komen aan de Afrikaanse behoeftes. Afgewerkte goederen, elektronische speeltjes en textiel, laten de Afrikanen toe om de reikwijdte van hun aankopen uit te breiden. Prijzen zijn relatief laag, waardoor de producten binnen het bereik komen van veel Afrikanen.’[75]</p><p><strong>7. Nadelen en uitdagingen</strong></p><p><strong>Concurrentie en jobverlies. </strong>Afrika en China zijn in grote mate complementair en dat betekent dat beide weinig concurrentie van elkaar ondervinden, met uitzondering van kleding en textiel. Gedurende dertig jaar werden die twee sectoren beschermd, maar vanaf januari 2005 was dat niet langer het geval omdat het multivezelakkoord ten einde liep. Als gevolg daarvan gingen wellicht meer dan 700.000 banen verloren, in het bijzonder in Zuid-Afrika en Nigeria, maar ook in Lesotho, Swaziland, Ghana, Mauritius, Zambia, Madagaskar, Tanzania, Malawi, Namibië and Kenia.[76] Omdat Europa en de VS tijdelijk aan China enkele overgangsmaatregelen oplegden, stabiliseerden alle exportgerichte kledingsindustrieën, behalve die van Zuid-Afrika. Daarop legde China zichzelf quota op voor de export naar Zuid-Afrika en verleende het een subsidie van 31 miljoen dollar voor skill-building in de Zuid-Afrikaanse textielindustrie. Tenslotte verbond Beijing zich ertoe om meer katoen te kopen van West-Afrikaanse producenten, iets waarvan producenten uit Benin, Mali en Togo effectief voordeel uit haalden.[77] Ook enkele andere productiesectoren ondervinden concurrentie van China, maar er is geen ijzeren wet die de Afrikanen veroordeelt om die concurrentie te verliezen. Brautigam geeft de voorbeelden van Nigeriaanse plasticproducenten, Ethiopische schoenfabrikanten en Keniaanse kledingproducenten die erin geslaagd zijn om de Chinese import met succes te beconcurreren.[78]</p><p><strong>Lokale tewerkstelling.</strong> Een vaak gehoorde klacht over Chinese ondernemers in Afrika is dat ze weinig of geen lokale arbeiders tewerkstellen. In de beginfase was dat inderdaad het geval en was er een sterke voorkeur voor Chinese arbeiders. Dat had te maken met taalproblemen, culturele barrières en een sterk verschillende werkethos. Dat zette uiteraard kwaad bloed bij de lokale bevolking.[79] Geleidelijk aan wijzigden de Chinese bedrijfsleiders hun houding. Angus McCoss, een CEO van een groot Brits bedrijf, actief in Ghana en Oeganda, merkt in dat verband op dat ‘de Chinezen hun fout ingezien hebben. En ze hebben er snel uit uitgeleerd.’[80] Ook Afrikaanse regeringen wijzigden hun politiek ter zake en eisen voor nieuwe contracten in toenemende mate een minimumpercentage aan lokale tewerkstelling. Volgens Brautigam ‘worden Chinezen vooral tewerkgesteld in technische en bestuursfuncties waar de taal essentieel is, terwijl de lagere functies eerder opgevuld worden met Afrikaanse arbeiders’.[81] Tot op heden is er over deze kwestie nog geen grootschalig of systematisch onderzoek gebeurd, maar een steekproef van de Wereldbank toont dat in Chinese bedrijven gemiddeld ten hoogste 20% van het personeelsbestand Chinees is. Dat is nog altijd veel en beduidend meer dan in bvb. Indische bedrijven.[82] Hier is dus nog werk aan de winkel.</p><p><strong>Werkomstandigheden.</strong> Een andere klacht betreft de werkomstandigheden. Zoals een studie terecht aanduidt hebben Chinese bedrijven vaak ‘lange werktijden, lage lonen, slechte omstandigheden op vlak van gezondheid en veiligheid en geringe rechten’. Soms worden overuren niet betaald, zijn er geen geschreven contracten en zijn er willekeurige loonsverlagingen.[83] Als zodanig doen de Chinese ondernemers niet veel anders dan wat ze in eigen land gewoon zijn en hun praktijken verschillen ook niet zoveel van die van hun Afrikaanse collega’s. Maar dat is natuurlijk geen excuus. Wel moet er een onderscheid gemaakt worden tussen privé- en staatsondernemingen. Kan men verwachten dat Beijing zijn eigen privéondernemingen in het buitenland gaat controleren? Dat is misschien wat veel gevraagd.</p><p><strong>Bevestiging van onderontwikkeling.</strong> In het verleden was de internationale arbeidsdeling nadelig voor Afrika. Het continent werd gedegradeerd tot leverancier van goedkope grondstoffen. Dit patroon werd in de jaren tachtig en negentig versterkt door de Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP) van het IMF en de Wereldbank, waardoor lokale industrieën teloor gingen. Daarna door de relatieve achteruitgang van de Westerse investeringen en handel met het continent. Gelukkig kwamen andere landen &#8211; in het bijzonder China &#8211; dit gat vullen.[84] Maar er bestaat nu wel een reëel risico dat China dat Westers patroon herhaalt. Voormalig president Mbeki van Zuid-Afrika drukte zijn bezorgdheid daarover uit in 2005: ‘Afrika verkoopt grondstoffen aan China en China verkoopt afgewerkte producten aan Afrika. Dat is een gevaarlijke verhouding die Afrika’s oude relatie met de koloniale machten reproduceert. … Het is in het belang van zowel Afrika als China om oplossingen te vinden voor deze strategieën.’[85] In de mate dat China investeert in infrastructuur en industriële productie, de capaciteitsopbouw stimuleert en bereid is om technologie te delen, kan het tegemoet komen aan de bezwaren van Mbeki. Maar gezien de asymmetrische verhouding tussen beide partners, is het gevaar wel degelijk reëel.</p><p><strong>Aantasting van het milieu.</strong> Hoewel de zaken op dit vlak in beweging zijn, hebben Chinese bedrijven in eigen land in het recente verleden maar weinig aandacht gehad voor milieunormen. Het hoeft dan niet te verwonderen dat Chinese ondernemers het op dat vlak ook niet zo nauw nemen in Afrika. China wordt inderdaad beschuldigd van ernstige milieuschade in diverse Afrikaanse landen. Het gaat dan meestal om vervuiling. Bovendien zou de grote vraag naar hout kunnen leiden tot een verlies aan biodiversiteit en ontbossing.[8]6 De Chinese regering is zich bewust van deze problemen en heeft beloofd om grotere aandacht te besteden aan de bescherming van het milieu. Ze heeft ook verschillende projecten gelanceerd op het vlak van groene energie en milieubehoud.[87] Hier is in elk geval nog werk aan de winkel. Maar uiteraard is dat ook het geval voor de Westerse aanwezigheid in Afrika.</p><p><strong>Macro-economische ontwrichting. </strong>Omwille van de schaal van zijn activiteiten in Afrika kan China de macro-economische impact ervan niet langer negeren. Of en in welke mate die activiteiten duurzaam en voordelig dan wel ontwrichtend zullen zijn, hangt af van twee voorwaarden. Ten eerste moet Beijing zijn handel, investeringen en hulp beter coördineren en op elkaar afstemmen. De laatste jaren is het aantal staats- en privé actoren sterk toegenomen, waardoor de Chinese overheid het overzicht en de controle over de situatie wat heeft verloren. Dit is in het bijzonder het geval voor de privéondernemers die opereren op het continent. Ten tweede kunnen de toegenomen handel, financiering en technologietransfer macro-economische ontwrichting veroorzaken. Een te grote instroom van kapitaal of hulp, kan een opwaartse druk uitoefenen op de lokale munt en zo de concurrentiepositie aantasten. Onbezonnen kredietverstrekking kan ook achteraf een schuldencrisis veroorzaken.[88]</p><p><strong>8. Enkele voorlopige conclusies</strong></p><p>Vijftig jaar Westerse aanwezigheid heeft weinig voorspoed gebracht in Afrika. De aanpak van China is zonder twijfel op een andere leest geschoeid en heeft niets te maken met imperialisme of neokolonialisme. Maar, zal de Chinese aanwezigheid vruchten afwerpen? Het is op dit moment nog te vroeg om stoere en definitieve conclusies te trekken i.v.m. de lange termijngevolgen van China’s engagement op het continent. Toch kunnen al enkele voorlopige conclusies worden getrokken.</p><p>Het is duidelijk dat het partnerschap heel wat voordelen heeft. Zo bieden de complementariteit en het ‘wederzijds voordeel’ tal van mogelijkheden. De komst van nieuwkomers zoals China maakt een einde aan de monopoliepositie die Westerse mogendheden hebben uitgeoefend op het continent. Dat zal hen uitdagen om meer te luisteren naar de Afrikanen en rekening te houden met hun vragen en belangen. Omwille van de groeiende banden met deze kolos kan Afrika ook voordeel halen uit diens spectaculaire economische dynamiek. Als zodanig is China’s aanwezigheid een historische kans, die in de woorden van de gerenommeerde auteur James Kynge, ‘effectief een einde zou kunnen maken aan de decennialange marginalisering van Afrika in de wereldeconomie.’[89] China is voor Afrika een vitale ontwikkelingspartner geworden en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen.</p><p><strong> </strong></p><p>Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Er zijn heel wat tekortkomingen, gevaren en uitdagingen. China en Afrika zijn wel complementaire partners, maar ze zijn ook zeer ongelijk, en daarbij heeft China duidelijk de bovenhand. Dat legt een groot deel van de verantwoordelijkheid op de schouders van China. Herhaaldelijk hebben Chinese beleidsvoerders beloofd dat ze de werkomstandigheden zullen verbeteren, meer lokale bewoners zullen tewerkstellen en het milieu zullen beschermen. Maar het mag niet bij beloftes blijven, ze moeten hun woorden omzetten in daden. Ze moeten er ook voor zorgen dat hun economische aanwezigheid geen macro-economische ontwrichtingen veroorzaakt. Socialisme, al dan niet met Chinese kenmerken, veronderstelt minstens dat je broederlijk omgaat met je partner i.p.v. (enkel) uit te zijn op winst.</p><p>Dat is wat je van de Chinezen kan verwachten. Maar de belangrijkste verantwoordelijkheid rust op de schouders van de Afrikanen zelf. Zoals de auteurs van <em>China Safari</em> het uitdrukken: ‘De bal ligt stevig in het kamp van de Afrikaanse leiders.’ Dankzij China hebben zij ‘nu de middelen om hun ambities door te zetten. Internationale organisaties hebben hen nooit zo’n grote leningen gegeven waar geen voorwaarden aan verbonden waren, zoals China die nu aanbiedt.’[90] Het is aan de Afrikaanse regeringen om de modaliteiten van de Chinese aanwezigheid vast te leggen. Het is hun taak om voorwaarden te stipuleren i.v.m. het tewerkstellen van lokale arbeiders. Het is hun verantwoordelijkheid om minimale sociale en milieueisen normen te eisen, om te bedingen dat een minimaal percentage van het werk moet geleverd worden door lokale firma’s, enz. Uiteraard zal de coördinatie tussen de Afrikaanse regeringen zelf hun capaciteit verhogen om meer voordeel te halen uit de opportuniteiten van China’s aanwezigheid op het continent. Dat deden ze bijvoorbeeld met de Istanbul Verklaring waarin de verlenging gevraagd werd van quota voor de export van Chinees textiel.[91]</p><p><strong>Annex</strong>[92]<strong> </strong></p><p><strong>Verschillende modellen van buitenlandse relaties</strong></p><p><strong><br /> </strong></p><p><strong>China </strong><strong> </strong></p><p>Multilateralisme</p><p>Bevorderen van mulitpolariteit</p><p>Veiligheid op basis van ontwikkeling</p><p>Gemeenschappelijke veiligheid op basis van samenwerking; proberen samenwerken met potentiële tegenstanders eerder dan oorlog tegen hen te voeren</p><p>Conflictoplossende diplomatie en op regels gebaseerde collectieve actie</p><p>Constructieve en coöperatieve partnerschappen op basis van gelijkwaardigheid en gemeenschappelijke belangen</p><p>Soevereiniteit van landen als hoeksteen van de internationale orde</p><p>Niet-inmenging</p><p>Onderhandelingen om win-win-resultaten te bereiken</p><p>Uitbouwen van internationale instellingen om de leidende rol van de VN te versterken</p><p>Gecoördineerde ontwikkeling van het Zuiden om mondiale ongelijkheid te verminderen</p><p>Erkenning van diverse trajecten van ontwikkeling</p><p>Harmonie in diversiteit</p><p><strong> </strong></p><p><strong> </strong></p><p><strong>De Verenigde Staten</strong></p><p>Unilateralisme/coalitie-multilateralisme</p><p>Behouden en uitbreiden van VS dominantie</p><p>Veiligheid op basis van militaire macht</p><p>Absolute veiligheid voor de Verenigde Staten</p><p>Preventieve oorlog en regimewissel</p><p>Militaire allianties en machtspolitiek op basis van gemeenschappelijke waarden (ideologische stereotypen)</p><p>&#8216;Vrijheid en democratie&#8217; als hoeksteen van de internationale orde</p><p>Humanitaire interventie</p><p>Zero-sum strategische spelletjes</p><p>Misprijzen voor het internationaal recht en verdragen</p><p>Neoliberaal vrije marktbeleid ten gunste van de sterkste multinationals</p><p>Nastreven van een neoliberaal patroon dat voor iedereen hetzelfde is</p><p>Universaliteit van de liberale waarden/botsing van de beschavingen</p><p><strong> </strong></p><p><strong>Eindnoten</strong></p><p>[1] Gaye A., ‘China in Africa: Why the West is worried’, <em>The Nation,</em> maart 2008, <a target="_blank" href="http://www.thefreelibrary.com/China+in+Africa%3A+why+the+West+is+worried.-a0176695922">http://www.thefreelibrary.com/China+in+Africa%3A+why+the+West+is+worried.-a0176695922</a>; <a target="_blank" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Agriculture_in_China">http://en.wikipedia.org/wiki/Agriculture_in_China</a>.</p><p>[2] Ngone A., <em>China’s Cooperation and Engagement with Africa: A COMESA Perspective,</em> World Bank, 22 mei 2008, <a target="_blank" href="http://info.worldbank.org/etools/ChinaAfricaKS/docs/ppts/S5d-Andrew%20Ngone-China%27s%20Cooperation%20and%20Engagement%20with%20Africa%20%20A%20COMESA%20Perspective-n.pdf">http://info.worldbank.org/etools/ChinaAfricaKS/docs/ppts/S5d-Andrew%20Ngone-China%27s%20Cooperation%20and%20Engagement%20with%20Africa%20%20A%20COMESA%20Perspective-n.pdf</a>, p. 20; <em>Financial Times</em>, 2 juni 2010, p. 4.</p><p>[3] <em>CNTV, </em>15 <em>o</em>ktober <em>2010,</em><em> </em><em><a target="_blank" href="http://english.cntv.cn/program/bizasia/20101015/101588.shtml">http://english.cntv.cn/program/bizasia/20101015/101588.shtml</a></em>.</p><p>[4] Lampton D., <em>The Three Faces of Chinese Power,</em> Berkeley 2008, p. 103; Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise. What the West Can Learn From Chinese Investment in Africa’, <em>Foreign Affairs,</em> 5 januari, 2010.</p><p>[5] <a target="_blank" href="http://www.vcc.columbia.edu/documents/DaviesPerspective-Final.pdf">http://www.vcc.columbia.edu/documents/DaviesPerspective-Final.pdf</a>, p. 2.</p><p>[6] Cfr. Jacques M., <em>When China Rules the World. The Rise of the Middle Kingdom and the End of the Western World,</em> Londen, 2009, p. 331.</p><p>[7]<em> New York Times,</em> 20 november 1993 p. 5 en 5 december 1993, Section 4:5.</p><p>[8] UNDP,<em> Human Development Report 2003,</em> New York 2003, p. 153.</p><p>[9] Alden C., <em>China in Africa,</em> Londen 2008, p. 101; Alden C., ‘China’s New Engagement with Africa’<em>,</em> in Roett R. &amp; Paz G. (ed.), <em>China’s Expansion into the Western Hemisphere,</em> Washington 2008, 213-235, p. 220 and 224; Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift. The Real Story of China in Africa,</em> New York 2009, p. 230.</p><p>[10]<em> </em><em>Financial Times</em>, Special Report, The World 2010, 1 januari, 2010, p. 6; <a target="_blank" href="http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html">http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html</a>; Xiao Ye, ‘A Path to Mutual Prosperity? The trade and investment between China and Africa’, <a target="_blank" href="http://www.afdb.org/fileadmin/uploads/afdb/Documents/Knowledge/Session%20II.1.2_1_A%20path%20to%20mutral%20prosperity_the%20Trade%20and%20investment%20between%20China%20and%20Africa.pdf">http://www.afdb.org/fileadmin/uploads/afdb/Documents/Knowledge/Session%20II.1.2_1_A%20path%20to%20mutral%20prosperity_the%20Trade%20and%20investment%20between%20China%20and%20Africa.pdf</a>; <a target="_blank" href="http://www.focac.org/eng/wjjh/t404125.htm">http://www.focac.org/eng/wjjh/t404125.htm</a>; Jian-Ye Wang, <em>What Drives China’s Growing Role in Africa,</em> IMF Working Paper 07/211, Oktober 2007, <a target="_blank" href="https://www.imf.org/external/pubs/ft/wp/2007/wp07211.pdf">https://www.imf.org/external/pubs/ft/wp/2007/wp07211.pdf</a>, p. 7; ‘Forum on China-Africa Cooperation Sharm El Sheikh Action Plan (2010-2012)’, 12 november, 2009, <a target="_blank" href="http://www.focac.org/eng/dsjbzjhy/hywj/t626387.htm">http://www.focac.org/eng/dsjbzjhy/hywj/t626387.htm</a>.</p><p>[11] Foster V., e.a., <em>Building Bridges: China’s growing role as infrastructure financier for Sub-Saharan Africa</em>, The World Bank, Washington, 10 juli, 2008, <a target="_blank" href="http://siteresources.worldbank.org/INTAFRICA/Resources/Building_Bridges_Master_Version_wo-Embg_with_cover.pdf">http://siteresources.worldbank.org/INTAFRICA/Resources/Building_Bridges_Master_Version_wo-Embg_with_cover.pdf</a>, p 48-9; Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift., </em>p. 169; Engdahl F., <em>Full Spectrum Dominance. Totalitarian Democracy in the New World Order,</em> Wiesbaden 2009, p. 100.</p><p>[12] Xiao Ye, <em>op. cit.,</em> p. 15. Van alle Chinese buitenlandse investeringen gaat een derde naar de ontginning van mineralen en olie. Deng Ziliang &amp; Zheng Yongnian,<em> </em>‘China reshapes the world economy’, in Wang Gungwu &amp; Zheng Yongnian (ed.), <em>China and the New International Order,</em> 127-48, New York 2008, p.137.</p><p>[13] De gegevens zijn van het jaar 2002. UNCTAD, <em>The Least Developed Countries Report 2004. Linking international trade with poverty 2004</em>, Genève 2004, p. 16; cfr. Cheung Y., a.o.,<strong> </strong><em>China’s Outward Direct Investment in Africa</em>, <a target="_blank" href="http://faculty.buffalostate.edu/qianx/index_files/ChinaODIafrica.pdf">http://faculty.buffalostate.edu/qianx/index_files/ChinaODIafrica.pdf</a>, p. 22.</p><p>[14] Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift,</em> p. 92; Jacques M.,<em> op. cit.,</em> p. 329.</p><p>[15] Brautigam D., <em>‘</em>China in Africa: Seven Myths’, <em>Real Instituto Elcano, </em>8 februari 2011, <a target="_blank" href="http://www.realinstitutoelcano.org/wps/portal/rielcano_eng/Content?WCM_GLOBAL_CONTEXT=/elcano/elcano_in/zonas_in/sub-saharan+africa/ari23-2011">http://www.realinstitutoelcano.org/wps/portal/rielcano_eng/Content?WCM_GLOBAL_CONTEXT=/elcano/elcano_in/zonas_in/sub-saharan+africa/ari23-2011</a>.</p><p>[16] Lum T., e.a., ‘China’s Foreign Aid Activities in Africa, Latin America, and Southeast Asia’, Congressional Research Service, Washington, 25 februari 25, 2009, <a target="_blank" href="http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf">http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf</a>, p. 11.</p><p>[17] Xiao Ye, <em>op. cit.,</em> p. 18; Foster V., e.a., <em>op. cit.,</em> p. 5 and 26; <a target="_blank" href="http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html">http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html</a>.</p><p>[18] Foster V., e.a.,<em> op. cit.</em>, p. 37.</p><p>[19] Child A, &amp; White D., ‘Chinese investors target virgin markets’, <em>Financial Times</em>, 15 maart, 2005, p. 2; Rain S., <em>China’s African Challenges,</em> New York 2009, p. 24-35; ‘<a target="_blank" href="http://allafrica.com/uganda/">Uganda:</a> China to Build U.S. $10 Million Car Assembly Plant’, <a target="_blank" href="http://allafrica.com/stories/200711260481.html">http://allafrica.com/stories/200711260481.html</a>; Halper S., <em>The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century,</em> New York 2010<em>,</em> p. 101.</p><p>[20] <a target="_blank" href="http://www.cadfund.com/en/ques_online.asp?Id=9">http://www.cadfund.com/en/ques_online.asp?Id=9</a>; Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift,</em> p. 95; Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise. What the West Can Learn From Chinese Investment in Africa’, <em>Foreign Affairs,</em> 5 januari 2010.</p><p>[21] FAO, <em>Rapid Assessment of Aid Flows for Agricultural Development in Sub-Saharan Africa. Investment Centre Division Discussion Paper</em>, september 2009, <a target="_blank" href="http://www.fao.org/docrep/012/al144e/al144e.pdf">http://www.fao.org/docrep/012/al144e/al144e.pdf</a> p. 5.</p><p>[22] Li Xiaoyun, <em>What Can Africa Learn From China’s Success in Agriculture?,</em> <a target="_blank" href="http://www.iprcc.org.cn/userfiles/file/Li%20Xiaoyun-EN%282%29.pdf">http://www.iprcc.org.cn/userfiles/file/Li%20Xiaoyun-EN%282%29.pdf</a>, p. 5 en 13; Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift,</em> p. 246v.</p><p>[23] Brautigam D., <em>‘</em>China in Africa: Seven Myths’.</p><p>[24] UNCTAD, <em>South-South Cooperation: Africa and the New Forms of Development Partnership, Economic Development in Africa Report 2010,</em> New York 2010, p. 53.</p><p>[25] Lum. T., a.o., <em>China’s Foreign Aid Activities in Africa, Latin America, and South East Asia,</em> Congressional Research Service, Februari 25, 2009, <a target="_blank" href="http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf">http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf</a>, p. 9; Li Xiaoyun, What Can Africa Learn From China’s Success in Agriculture, p. 2 and 13; <em>The Economist</em>, 6 juni, 2009, p. 57; Li Xiaoyun, <em>China’s Foreign Aid and Aid to Africa: overview,</em> <a target="_blank" href="http://www.oecd.org/dataoecd/27/7/40378067.pdf">http://www.oecd.org/dataoecd/27/7/40378067.pdf</a>, p. 7.</p><p>[26] Li Xiao a.o., ‘China&#8217;s aid to Africa is more about teaching to fish than giving a fish, <a target="_blank" href="http://www.focac.org/eng/mtsy/t720692.htm">http://www.focac.org/eng/mtsy/t720692.htm</a>.</p><p>[27] FAO, <em>Rapid Assessment of Aid Flows for Agricultural Development in Sub-Saharan Africa,</em> p. 5.</p><p>[28] Beaud M., <em>Histoire du capitalisme de 1500 à 2000, </em>Parijs 2000, p. 289.</p><p>[29] Shaohua Chen S. &amp; Ravallion M.,<em> </em><em>The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty,</em> World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34.</p><p>[30] Zie bijvoorbeeld Hu Jintao, ‘Cooperation and Openness for Mutual Benefit and Win-Win Progress’, Brasilia, 16 April 2010, <a target="_blank" href="http://melbourne.china-consulate.org/eng/zyxw/t683414.htm">http://melbourne.china-consulate.org/eng/zyxw/t683414.htm</a>.</p><p>[31] Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise’; Voor wat betreft Congo, zie Vandaele J., ‘China and Congo sign a 15 years, $9 billion deal’, <a target="_blank" href="http://www.asiafinest.com/forum/index.php?showtopic=147778">http://www.asiafinest.com/forum/index.php?showtopic=147778</a>.</p><p>[32] Vandaele J. &amp; Vandepitte M., ‘Wat doet China in Afrika en Latijns-Amerika?’, MO* paper nr. 47, september 2010, <a target="_blank" href="http://www.mo.be/sites/default/files/MO-paper47_china.pdf">http://www.mo.be/sites/default/files/MO-paper47_china.pdf</a>, p. 6-7. Korte versie: in: Vandaele J. &amp; Vandepitte M., ‘China’s interventie in Afrika en Latijns Amerika’, <a target="_blank" href="http://www.mo.be/artikel/chinas-interventie-afrika-en-latijns-amerika">http://www.mo.be/artikel/chinas-interventie-afrika-en-latijns-amerika</a>.</p><p>[33] Hu Jintao, 10 december 2003, <a target="_blank" href="http://www.china.org.cn/english/features/China-Africa/82055.htm">http://www.china.org.cn/english/features/China-Africa/82055.htm</a>.</p><p>[34] Shaohua Chen S. &amp; Ravallion M.,<em> </em><em>The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty</em>, World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34; United Nations System in China &amp; Ministry of Foreign Affairs of the People&#8217;s Republic of China, <em>China&#8217;s Progress Towards the Millennium Development Goals. </em><em>2008 Report,</em> Beijing 2008, p. 15.</p><p>[35]<em> Financial Times,</em> 16 februari, 2011, p. 3. In Maleisië is de stijging 0%, in Zuid-Korea en de Filippijnen -0,5% en in Indonesië -3%. The cijfers slaan op alle werknemers, in de periode 2006-2009.</p><p>[36] ILO, <em>Global Wage Report 2008/09,</em> Genève 2008, p. 87; <em>The Economist,</em> 4 september, 2010, p. 54; <em>Financial Times,</em> 16 februari, 2011, p. 3. De laatste vijf jaar zagen de Chinese werknemers met de laagste lonen, de zogenaamde ‘interne migranten’, hun lonen stijgen met 48%. <em>The Economist,</em> 31 juli 2010, p. 46.</p><p>[37] Pilling D., ‘China at Number Two &#8230; and counting’, <em>Financial Times</em>, 19 august, 2010, p. 7.</p><p>[38] Leonard M., ‘The road obscured’, <em>Financial Times,</em> 9-10 juli 2005, p. w1-2; Ramo J., ‘The Beijing Consensus, <em>Foreign Policy Centre,</em> Spring 2004, <a target="_blank" href="http://fpc.org.uk/fsblob/244.pdf">http://fpc.org.uk/fsblob/244.pdf</a>; Halper S., <em>The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century</em>; Arrighi G. &amp; Lu Zhang, ‘Beyond the Washington Consensus: a New Bandung?’, maart 2009, <a target="_blank" href="http://www.soc.jhu.edu/people/arrighi/publications/Arrighi_and_Zhang_New%20Bandung_3-16-09_version.pdf">http://www.soc.jhu.edu/people/arrighi/publications/Arrighi_and_Zhang_New%20Bandung_3-16-09_version.pdf</a>, p. 28.</p><p>[39] De Smet Y, <em>De Morgen,</em> 25 april 2008. Zie ook Southall R. &amp; Melber H. (Eds.), New Scramble for Africa?: Imperialism, Investment and Development, Scottsville 2009.</p><p>[40] Rosen H. &amp; Hanemann T., <em>China’s Changing Outbound Foreign Direct Investment Profile: Drivers and Policy</em> <em>Implications,</em> Peterson Institute, Juni 2009, <a target="_blank" href="http://www.iie.com/publications/pb/pb09-14.pdf">http://www.iie.com/publications/pb/pb09-14.pdf</a>, p. 7; Xiao Ye, <em>op. cit.,</em> p. 2; <em>Financial Times</em>, 8 juni 2010, p. 6; <em>Financial Times</em>, 24 februari 2010, p. 2.</p><p>[41] Lenin, <em>Imperialism The Highest Stage of Capitalism</em>, <a target="_blank" href="http://www.marxists.org/archive/lenin/works/pdf/Lenin_Imperialism_the_Highest_Stahe_of_Capitalism.pdf">http://www.marxists.org/archive/lenin/works/pdf/Lenin_Imperialism_the_Highest_Stahe_of_Capitalism.pdf</a>, p. 51 &amp; 53. Eigen vertalingen. Voor een Nederlandstalig manuscript, zie bvb. <a target="_blank" href="http://www.marxists.org/nederlands/lenin/1916/imperialisme/6.htm">http://www.marxists.org/nederlands/lenin/1916/imperialisme/6.htm</a>.</p><p>[42] Speech aan de Universiteit van Pretoria, 7 februari 2007, <a target="_blank" href="http://www.fmprc.gov.cn/eng/wjdt/zyjh/t298174.htm">http://www.fmprc.gov.cn/eng/wjdt/zyjh/t298174.htm</a>.</p><p>[43] Griffin C., <em>French Military Interventions in Africa: French Grand Strategy and Defense Policy since Decolonization,</em> 12-15 september 2007, Italy, <a target="_blank" href="http://turin.sgir.eu/uploads/Griffin-france,_the_united_kingdom,_and_eu_capacities_-_christopher_griffin.pdf">http://turin.sgir.eu/uploads/Griffin-france,_the_united_kingdom,_and_eu_capacities_-_christopher_griffin.pdf</a>; <a target="_blank" href="http://fr.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7afrique">http://fr.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7afrique</a>; Volman D., AFRICOM: The New U.S. Military Command for Africa, African Security Research Project, juni 2008, <a target="_blank" href="http://concernedafricascholars.org/african-security-research-project/?p=12">http://concernedafricascholars.org/african-security-research-project/?p=12</a>; Peck J., ‘Remilitarizing Africa for Corporate Profit’, <em>ZMagazine</em>, Oktober 2000, <a target="_blank" href="http://www.zcommunications.org/remilitarizing-africa-for-corporate-profit-by-john-e-peck">http://www.zcommunications.org/remilitarizing-africa-for-corporate-profit-by-john-e-peck</a>.</p><p>[44]<em> </em><em>Financial Times</em>, 10 december 2010, p. 4.</p><p>[45]<em> Financial Times</em>, 23 april 2007.</p><p>[46] Alden C., <em>China in Africa,</em> p. 93.</p><p>[47] Lenin, <em>op. cit.,</em> p. 51.</p><p>[48] Teunissen H., <em>Internationale Solidariteit,</em> september 2006, p. 38; cfr. ‚Special report on China’s quest for resources’, <em>The Economist,</em> 15 maart 2008, p. 4.</p><p>[49] <a target="_blank" title="Peter Brookes" href="http://www.heritage.org/About/Staff/B/Peter-Brookes">Brookes</a> P. &amp; <a target="_blank" title="Ji Hye Shin" href="http://www.heritage.org/About/Staff/S/Ji-Hye-Shin">Ji Hye Shin</a>, ‘China&#8217;s Influence in Africa: Implications for the United States’, The Heritage Foundation, 22 februari 2006, <a target="_blank" href="http://www.heritage.org/research/reports/2006/02/chinas-influence-in-africa-implications-for-the-united-states">http://www.heritage.org/research/reports/2006/02/chinas-influence-in-africa-implications-for-the-united-states</a>.</p><p>[50] Zie Engdahl F., <em>op. cit.</em></p><p>[51] In beide gevallen is het Europa, de junior partner van de VS, die het vuile werk opknapt. In Libië waren de Chinese investeringen niet zozeer in de oliesector, maar vooral in de bouw en constructie. In 2008 sloten Chinese bedrijven voor 10 miljard dollar contracten af voor 180 projecten in die sectoren. Het gros van de oliecontracten waren voor Westerse bedrijven. Brautigam D., ‘China and Libya: What&#8217;s the Real Story?’, <a target="_blank" href="http://www.chinaafricarealstory.com/2011/03/china-and-libya-whats-real-story.html">http://www.chinaafricarealstory.com/2011/03/china-and-libya-whats-real-story.html</a>.</p><p>[52] Engdahl F., <em>op. cit.; </em>Mazzeo A., ‘Le campagne d’Africa di US Army Vicenza’, 18 januari 2011, <a target="_blank" href="http://www.ariannaeditrice.it/articolo.php?id_articolo=36868">http://www.ariannaeditrice.it/articolo.php?id_articolo=36868</a>; Wrigh P., ‘U.S. Military Intervention in Africa: The New Blueprint for Global Domination’, 20 august 2010, <a target="_blank" href="http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&amp;aid=20708">http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&amp;aid=20708</a>; Manson K., ‘Sudan investors prepare for great oil divide’, <em>Financial Times</em>, 8 februari 2011, p. 8.</p><p>[53] Burgis T., ‘Strategic resources: a richer seam’, <em>Financial Times</em>, 21 mei 2010, p. 7; cfr. Burgis T., ‘Uranium: Coup alters the balance as nations jostle for position’, <em>Financial Times</em>, Special Report Africa-China Trade, 14 juni 2010, p. 3.</p><p>[54] Geciteerd in Becker B., ‘The power of protest: U.S. global agenda comes unglued in Seattle’, <em>Workers World,</em> 16 december 1999, <a target="_blank" href="http://www.workers.org/ww/1999/wtodick1216.php">http://www.workers.org/ww/1999/wtodick1216.php</a>.</p><p>[55] Foster V., e.a., <em>op. cit.,</em> p. 17.</p><p>[56] <a target="_blank" href="http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html">http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html</a>.</p><p>[57] Vandaele J. &amp; Vandepitte M., ‘Wat doet China in Afrika en Latijns-Amerika?’, p. 8.</p><p>[58] De vier tijgers: Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hong Kong. ASEAN landen: <a target="_blank" title="Thailand" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Thailand">Thailand</a>, <a target="_blank" title="Indonesia" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Indonesia">Indonesi</a>ë, <a target="_blank" title="Malaysia" href="http://en.wikipedia.org/wiki/Malaysia">Maleisië</a> en de Filippijnen. Arrighi G., <em>The Long Twentieth Century. Money, Power, and the Origins of Our times, </em>Londen 1994, p. 347 and 372.</p><p>[59] Spillover betekent letterlijk overlopen. Het komt er op neer dat een bepaalde economische activiteit gunstige effecten heeft op zijn omgeving.</p><p>[60] Brautigam D., <em>The Dragon’s Gift. The Real Story of China in Africa,</em> p. 224v, 212v.</p><p>[61] ‘China winning resources and loyalties of Africa’, <em>Financial Times,</em> 23 februari 2006, p. 11; cfr. Kurlantzick J., <em>Charm Offensive: How China’s Soft Power Is Transforming the World,</em> New Haven 2007, p. 92.</p><p>[62] Broadman H, <em>Africa</em><em>’s Silk road. China and India’s New Economic Frontier</em>, The World Bank, Washington 2007, p. 2.</p><p>[63] <a target="_blank" href="http://crossedcrocodiles.files.wordpress.com/2010/01/af-exports2china.gif" rel="lightbox[18902]">http://crossedcrocodiles.files.wordpress.com/2010/01/af-exports2china.gif</a> ; <a target="_blank" href="http://www.chinadaily.com.cn/china/2009-02/11/content_7467460.htm">http://www.chinadaily.com.cn/china/2009-02/11/content_7467460.htm</a>; <a target="_blank" href="http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html">http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html</a>.</p><p>[64] Een ruilvoet is de verhouding tussen de prijs die een bepaald land ontvangt voor zijn exportproducten en de prijs die het moet betalen voor zijn importproducten, uitgedrukt in percentages. Derdewereldlanden voeren hoofdzakelijk grondstoffen uit terwijl ze voornamelijk afgewerkte producten invoeren. Als de prijs van de grondstoffen (uit Afrika) sneller stijgt dan die van de afgewerkte producten (uit China) dan betekent het dat de koopkracht van Afrika stijgt ook al produceert het land evenveel of minder dan vroeger.</p><p>[65] Jian-Ye Wang,<em> op. cit.,</em> p. 7.</p><p>[66] UNCTAD, <em>Asian Foreign Direct Investment in Africa. Towards a New Era of Cooperation among Developing Countries,</em> New York 2007, p. 6.</p><p>[67] African Economic Outlook, 29 juli 2010, <a target="_blank" href="http://www.africaneconomicoutlook.org/en/outlook/external-financial-flows-to-africa/direct-investment-inflows/">http://www.africaneconomicoutlook.org/en/outlook/external-financial-flows-to-africa/direct-investment-inflows/</a>; <a target="_blank" href="http://www.economywatch.com/foreign-direct-investment/countries/africa.html">http://www.economywatch.com/foreign-direct-investment/countries/africa.html</a>.</p><p>[68]<em> Financial Times</em>, 24 februari 2010, p. 2.</p><p>[69] Dupasquier C. &amp; Osakwe P., <em>Foreign Direct Investment in Africa: Performance, Challenges and Responsibilities,</em> Economic Commission for Africa, september 2005, <a target="_blank" href="http://www.uneca.org/atpc/Work%20in%20progress/21.pdf">http://www.uneca.org/atpc/Work%20in%20progress/21.pdf</a>, p. 18; ‘Is Chinese Investment Good for Africa?’, Online discussion with Deborah Brautigam and Adama Gaye, 20 februari 2007, <a target="_blank" href="http://www.cfr.org/china/chinese-investment-good-africa/p12622">http://www.cfr.org/china/chinese-investment-good-africa/p12622</a>. Het is moeilijk om de kapitaalvlucht exact te berekenen. Collier e.a. schatten de vlucht van Afrikaans privé-kapitaal in 1990 op 360 miljard dollar, of 39% van het totaal. Collier, P. Hoeffler A. &amp; Patillo C., <em>Flight Capital as a Portfolio Choice,</em> Policy Research Working Paper 2066, World Bank 1999, <a target="_blank" href="http://elibrary.worldbank.org/content/workingpaper/10.1596/1813-9450-2066">http://elibrary.worldbank.org/content/workingpaper/10.1596/1813-9450-2066</a>, p. 4.</p><p>[70] Foster e.a., <em>op. cit.,</em> p. x. Het gaat hier over commerciële leningen. Uiteraard zijn de Chinese commerciële leningen niet zo attractief als de zogenaamde ‘zachte leningen’ in het kader van officiële ontwikkelingshulp.</p><p>[71] Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise; Smith P., ‘East outmanoeuvres west over Africa’, <em>Financial Times,</em> 2 juni 2010, <a target="_blank" href="http://www.ft.com/cms/s/0/14d9df86-6e61-11df-ad16-00144feabdc0.html">http://www.ft.com/cms/s/0/14d9df86-6e61-11df-ad16-00144feabdc0.html</a>.</p><p>[72] Vandaele J., ‘Het Congolese roofdier, Mozes in Katanga en de Chinezen’, <em>MO*,</em> 28 januari 2008, <a target="_blank" href="http://www.mo.be/artikel/het-congolese-roofdier-mozes-katanga-en-de-chinezen">http://www.mo.be/artikel/het-congolese-roofdier-mozes-katanga-en-de-chinezen</a>; Vandaele J., <strong>‘China outdoes Europeans in Congo’, <em>Asia Times, </em>12 februari 2008, </strong><a target="_blank" href="http://www.atimes.com/atimes/China_Business/JB12Cb01.html">http://www.atimes.com/atimes/China_Business/JB12Cb01.html</a>.</p><p>[73] Wallis W. &amp; Burgis T., ‘Lagos Cables show US wary of China’s Africa dealings’, <em>Financial Times</em>, 10 december 2010, p. 4.</p><p>[74] ‘Special Report on China’s quest for resources’, <em>The Economist</em>, 15 maart 2008, p. 4; <em>The Economist,</em> 3 februari 2007, p. 16.</p><p>[75] <a target="_blank" href="http://www.eurekalert.org/pub_releases/2010-09/adb-cat091310.php">http://www.eurekalert.org/pub_releases/2010-09/adb-cat091310.php</a>.</p><p>[76] In Nigeria: 350,000 jobs, in Zuid-Afrika: 300,000 jobs. <strong>Phiri F. &amp; Nduru M., ‘Asia strips Africa&#8217;s textile industry’, <em>Asia</em><em> Times, 26 a</em>pril 2005, <a target="_blank" href="http://www.atimes.com/atimes/Global_Economy/GD26Dj01.html">http://www.atimes.com/atimes/Global_Economy/GD26Dj01.html</a>; </strong>Carmody P. &amp; Owusu F., ‘Competing hegemons? Chinese versus American geo-economic strategies in Africa’, <em>Political Geography,</em> 26 (2007), 504-524, <a target="_blank" href="http://ic.ucsc.edu/~rlipsch/AFRICOM/Carmody.pdf">http://ic.ucsc.edu/~rlipsch/AFRICOM/Carmody.pdf</a>, p. 510; Mutume G., ‘Loss of textile market costs African jobs’, <em>Africa Renewal,</em> 12 augustus 2006 <a target="_blank" href="http://www.newsfromafrica.org/newsfromafrica/articles/art_10751.html">http://www.newsfromafrica.org/newsfromafrica/articles/art_10751.html</a>.</p><p>[77] Brautigam D., <em>The Dragon’s gift,</em> p. 218-20; Alden C., <em>China in Africa,</em> p. 81-2.</p><p>[78] Brautigam D., <em>The Dragon’s gift,</em> p. 231.</p><p>[79] Alden C., <em>China in Africa, </em>p. 83.</p><p>[80] Geciteerd door Hoyos C., ‘Burning ambition’, <em>Financial Times</em>, 4 november 2009, p. 9.</p><p>[81] Brautigam D., <em>‘</em>China in Africa: Seven Myths’.</p><p>[82] Broadman H, <em>Africa’s Silk road, </em>p. 251 ; Centre for Chinese Studies, <em>China’s Interest and Activity in Africa’s Construction and Infrastructure Sectors,</em> Stellenbosch University, november 2006, p. 58 &amp; 80; Brautigam D., <em>The Dragon’s gift,</em> p. 157.</p><p>[83] Centre for Chinese Studies, <em>China’s Interest and Activity in Africa’s Construction and Infrastructure Sectors,</em> p. 59; Otieno J., e.a., ‘<a target="_blank" href="http://allafrica.com/tanzania/">Tanzania:</a> Afro-Chinese Labour Ties Turn Increasingly Icy’, All Africa, 26 oktober 2010, <a target="_blank" href="http://allafrica.com/stories/201010270889.html">http://allafrica.com/stories/201010270889.html</a>.</p><p>[84] Dupasquier C. &amp; Osakwe P., <em>Foreign Direct Investment in Africa,</em> p. 3-7; UNCTAD, <em>South-South Cooperation: Africa and the New Forms of Development Partnership,</em>p. 81-2; Ismi A., ‘Impoverishing a Continent: The World Bank and the IMF in Africa’, juli 2004, <a target="_blank" href="http://www.halifaxinitiative.org/updir/ImpoverishingAContinent.pdf">http://www.halifaxinitiative.org/updir/ImpoverishingAContinent.pdf</a>, p. 6.</p><p>[85] Geciteerd in in <em>Pambazuka News, </em>14 december 2006, <a target="_blank" href="http://www.pambazuka.org/en/category/features/38845">http://www.pambazuka.org/en/category/features/38845</a>.</p><p>[86] Tutdel I., ‘Falling between the Cracks? Prospects for Environmental Litigation Arising from Oil Production in Southern Sudan’, ‘<a target="_blank" href="javascript:ABLFrame.Search('publisher:%22South%20African%20Institute%20of%20International%20Affairs%20(SAIIA)%22',%20'user',%20'',%20'user');">South African Institute of International Affairs’, </a>2010, Paper No 61, <a target="_blank" href="http://www.saiia.org.za/images/stories/pubs/occasional_papers/saia_sop_61_tutdel_20100525.pdf">http://www.saiia.org.za/images/stories/pubs/occasional_papers/saia_sop_61_tutdel_20100525.pdf</a>; Horta L., ‘China in Africa: Soft Power, Hard Results’, <em>YaleGlobal</em> ,13 november 2009, <a target="_blank" href="http://yaleglobal.yale.edu/content/china%E2%80%99s-soft-power-africa-could-have-hard-results">http://yaleglobal.yale.edu/content/china%E2%80%99s-soft-power-africa-could-have-hard-results</a>, Kinver M., <em>BBC News,</em> 3 augustus 2010, ‘Model shows “waves of forest degradation”’, <a target="_blank" href="http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-10839465">http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-10839465</a>; ‘Primatologist Goodall: China plundering Africa resources’, <em>Google News</em>, maart 10, 2009, <a target="_blank" href="http://www.janegoodall.ca/ChinaplunderingAfricaresources.php">http://www.janegoodall.ca/ChinaplunderingAfricaresources.php</a>.</p><p>[87] Harsch E., ‘Big leap in China-Africa ties’, African Renewal, (20) nr. 4, januari 2007, p. 3 &amp; 22, <a target="_blank" href="http://www.un.org/ecosocdev/geninfo/afrec/vol20no4/ar-20no4-english-web.pdf">http://www.un.org/ecosocdev/geninfo/afrec/vol20no4/ar-20no4-english-web.pdf</a>, p. 3 en 22; ‘China-Africa Summit in Sharm el-Sheikh begins today’, <em>Almasry Alyoum, </em>November 8, 2009, <a target="_blank" href="http://www.almasryalyoum.com/en/node/995">http://www.almasryalyoum.com/en/node/995</a>; <a target="_blank" href="http://info.e-to-china.com/investment_guide/63737.html">http://info.e-to-china.com/investment_guide/63737.html</a>.</p><p>[88] Christensen B., <em>China in Africa. </em><em>A Macroeconomic Perspective,</em> Center for Global Development, Working Paper 230, November 2010, <a target="_blank" href="http://www.cgdev.org/content/publications/detail/1424567/">http://www.cgdev.org/content/publications/detail/1424567/</a>. Voor een bespreking daarvan, zie Vandepitte M., ‘China in Afrika: een win-winsituatie?’, <a target="_blank" href="http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/01/03/china-afrika-een-win-winsituatie">http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/01/03/china-afrika-een-win-winsituatie</a>.</p><p>[89] Kynge J., ‘China blurs bipolar view of the world’, <em>Financial Times</em>, 20 november 2009, p. 2.</p><p>[90] Michel S. &amp; Beuret M., <em>China Safari. </em><em>On the Trail of Beijing’s Expansion in Africa,</em> New York 2009, p. 259-60.</p><p>[91] Raine S., <em>China’s African Challenges,</em> Londen, p. 218; Alden C., <em>China in Africa,</em> p. 77.</p><p>[92] Clegg J., <em>China</em><em>’s Global Strategy. Towards a Multipolar World,</em> Londen 2009, p. 63.</p><p>Zie ook CNTV uitzending <a target="_blank" href="http://english.cntv.cn/program/dialogue/20110516/110526.shtml" target="_blank">Dialogue</a> met president Malawi (27 min)</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-in-africa-neokolonialisme-of-win-win-situatie/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>China vervangt VS in Japanse- en Koreaanse export</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-vervangt-vs-in-japanse-en-koreaanse-export/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-vervangt-vs-in-japanse-en-koreaanse-export/#comments</comments> <pubDate>Sat, 16 Apr 2011 21:45:58 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse bedrijven]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category> <category><![CDATA[Japan]]></category> <category><![CDATA[technologie]]></category> <category><![CDATA[Zuid-Korea]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=18144</guid> <description><![CDATA[China heeft de VS reeds vervangen als grootste afnemer van zowel Japanse- als Zuid-Koreaanse export, aldus een Zuid-Koreaanse studie die waarschuwt dat de buren in de toekomst uit een ander vaatje zullen moeten tappen als ze opgewassen willen blijven tegen de Chinezen. China is niet enkel mee met de top, maar overklast de concurrentie al [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">China heeft de VS reeds vervangen als grootste afnemer van zowel Japanse- als Zuid-Koreaanse export, aldus een Zuid-Koreaanse studie die waarschuwt dat de buren in de toekomst uit een ander vaatje zullen moeten tappen als ze opgewassen willen blijven tegen de Chinezen. China is niet enkel mee met de top, maar overklast de concurrentie al in bepaalde sectoren zoals zonne-en windenergie.</span></strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/Chexports.jpg" rel="lightbox[18144]"><img class="alignleft size-medium wp-image-18147" title="Chexports" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/Chexports-300x177.jpg" alt="" width="300" height="177" /></a>Naar aanleiding van het Boao forum – een soort Aziatische versie van Davos- analyseert het Zuid-Koreaanse <em>SERI-quarterly</em> (van <strong>Samsung</strong>) de betrekkingen tussen de Aziatische groten. Daarbij vallen ons de twee bijdragen over de economische betrekkingen tussen Japan, Zuid-Korea en China op. De opgang van de Japanse- en de Zuid-Koreaanse economiën worden aanzien als de grote succesverhalen tijdens de tweede helft van de vorige eeuw. Reeds in de jaren zestig nam de Verenigde Staten één derde op zich van de Japanse export en Japan zou nog 5 decennia op de VS kunnen steunen als grootste afzetmarkt. Zuid-Korea was na de oorlog sowieso op de VS aangewezen: in 1970 ging 47 % van de export naar de VS en, dit bleef hoog nog tijdens de jaren 80 met 35 %. Ondertussen klommen beide landen hoger op de technologische ladder en werd hun export meer gesofisticeerd met auto’s en elektronica. Alhoewel de eerste tekenen van een afzwakking reeds zichtbaar waren in 1985, zou de grote afgang pas na 2000 volgen. Japan zag tussen 2000 en 2010 zijn aandeel van export naar de VS halveren, namelijk van 30 % in 2000 tot 15 %. Korea beleefde dit nog duidelijker: van 21,9 % naar 10,7 % tijdens dezelfde periode. Ook China’s open-deur politiek was toenemend afhankelijk van uitvoer naar de VS: deze nam toe van 8,5 % in 1990 tot 20,9 % in 2000.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Wending</span></strong></p><p>Na 2000 zou de grote wending volgen. De Koreaanse export naar China die in 2000 met 18 miljard $ maar 10 % instond van de uitvoer, zou stijgen tot 116 miljard in 2010 of 25 %. Dit werd de drijvende kracht van de economie. Een analoge evolutie deed zich voor in Japan. Het land exporteerde in 2000 maar 6,3 % naar de buur, maar tegen 2010 was dit reeds opgelopen tot 149 miljard $ wat 19,4 % betekent en 30 miljard meer is dan de uitvoer naar de VS. Deze uitvoer liet Japan toe de stagnerende periode uit de jaren 90 achter zich te laten.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/techrace.jpg" rel="lightbox[18144]"><img class="alignright size-full wp-image-18148" title="techrace" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/techrace.jpg" alt="" width="180" height="180" /></a></p><p>Bovendien wordt de Chinese markt zowel voor Japanse als Koreaanse bedrijven in China meer en meer belangrijk. Uit een onderzoek bij 1091 Koreaanse bedrijven die meer dan 1 miljoen $ in China investeerden, blijkt dat deze ondernemingen voor 55 % voor de lokale markt werken; voor 30 % voor re-export naar Korea en de rest naar derde landen. Volgens JETRO re-exporteerden de Japanse bedrijven in China 38 % van hun producten naar Japan. 30 % van deze Japanse bedrijven zijn puur gericht op de Chinese markt; 18 % van hen voert minder dan 20 % uit ; 14 % hebben een exportpercentage van meer dan 20 %. Verwacht wordt dat het profiteren van de Chinese markt nog een tiental jaren kan voortduren. Hoewel China een sterke vooruitgang maakte in scheepsbouw en vooraan staat in elektrische auto’s is de technologie in elektronica, machines en chemie niet rijp. De economische verstrengeling in Oost-Azië is echter een feit.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Technologie per sector<br /> </span></strong></p><p>China’s <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/beleid-actueel/onderzoek-en-ontwikkeling/" target="_blank">opgang in technologie</a> is merkwaardig. China spendeert anderhalf maal het bedrag van Korea, maar Japan investeert wel driemaal het bedrag van China. China heeft al meer onderzoekers dan de VS, drie maal zo veel als Japan en zes maal meer dan Korea. Chinese vorsers worden ook duidelijk meer geciteerd in de <em>Science Citation Index</em>. In 2008 wipte <strong>Huawei </strong>over <strong>Panasonic </strong>qua het meest patenten. In 2009 stond Panasonic met 1981 vooraan, Huawei terug op twee met 34 patenten minder. Inzake patenten maakte China een grote inhaalbeweging en staat nu derde na de VS en Japan. Volgens <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-tweede-in-wetenschappelijk-onderzoek-na-us/" target="_blank">Thompson-Reuters</a> zal China in 2013 zijn concurrenten achter zich laten.</p><div id="attachment_6534" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/suntech2.jpg" rel="lightbox[18144]"><img class="size-medium wp-image-6534 " title="suntech2" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/suntech2-300x200.jpg" alt="" width="300" height="200" /></a><p class="wp-caption-text">Suntech staat op 2 in Top-10</p></div><p>In windenergie is China ondubbelzinnig vooruit op Korea en Japan: China heeft 3 producenten bij de top 10 windmolenproducenten en noch Korea noch Japan heeft er één.</p><p>In zonne-energie presteerde Japan lang goed, maar verloor het onlangs marktaandeel aan China. In 2006 stond maar één Chinese producent in de top 10 en vier Japanse. Drie jaar later heeft China er al vier in staan, terwijl het aantal Japanse in de top 10 daalde tot 2. China produceert al meest zonnebatterijen. Korea behoudt zijn groot marktaandeel in de productie van polysiliconen wegens de grote complexiteit van het proces.</p><p>Wat de bio-medische industrie betreft heeft China reeds Korea voorbijgestoken en komt het in de buurt van Japan. China heeft een aggressief plan om talent te recuteren: in 2001 studeerden maar 1200 af in geneeskunde en biologie; in 2009 bedroeg het aantal 55000 of 4,6 maal dat in Korea. Inzake de pillenmarkt ligt China ver achter op Japan, maar is het al groter dan Korea. Wat opvalt is het grote aantal farmaceutische multinationals met R&amp;D-centra in Peking of Shanghai.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/madeinchina.jpg" rel="lightbox[18144]"><img class="alignright size-full wp-image-18152" title="madeinchina" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/04/madeinchina.jpg" alt="" width="180" height="180" /></a></p><p>China overtrof in 2006 de VS als grootste producent van ICT-produkten en haalt zijn buren in qua chips en schermen. Inzake telecommunicatieapparatuur kan de Chinese technologie wedijveren met deze van geavanceerde landen. Qua halfgeleiders is China op Japan ten achter met 3,4 jaren en op Korea met 2,8 jaren. De kloof is nog groter in sleutelcomponenten. China werd de grootste chipmarkt in 2005 en bleef dit: het globaal marktaandeel steeg van 2 % in 2003 tot 8 % in 2008 en zou tegen volgend jaar 9,8% bedragen. China’s vraag naar LCD-TVs neemt 19 % in van de globale vraag en het aantal verkochte eenheden verdubbelde tussen 2008 en 2009 tot 26 miljoen. Momenteel zijn de in China gebaseerde <a target="_blank" href="/tag/lcd/">LCD</a>-schermen enkel van de vijfde generatie, maar door de Koreaanse en Taiwanese bedrijven in China wordt de achtste generatie LCD-schermen operationeel volgend jaar.</p><p>In 2010 werd China de <a target="_blank" href="/actueel-nieuws/12479/" target="_blank">grootste </a>scheepsbouwer, Korea blijft gerenommeerd voor zijn scheepsbouwdesign. Deze ontwerpers kunnen <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/shipbuild.jpg" rel="lightbox[18144]"><img class="alignleft size-medium wp-image-6077" title="shipbuild" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/shipbuild-300x207.jpg" alt="" width="300" height="207" /></a>gespecialiseerde containerschepen, tankers en LNG-dragers aan. Nu specialiseert de Koreaanse scheepsbouw zich onder meer in drill-schepen die diepwaterzeëen moeten exploreren op olie.</p><p>China focust op <a href="http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-wil-voortouw-nemen-qua-e-wagens/" target="_blank">groene voertuigen</a> en spaart geld nog middelen: het land heeft 100 miljard veil voor de ontwikkeling en er werken 35.000 vorsers aan: Korea heeft er minder dan 1000. Tegen 2012 zouden de Chinese firma’s 25 types groene wagens klaar hebben waarvan 13 puur elektrische. De Koreaanse zouden maar twee elektrische “uitrollen”. Ook Japan heeft een stimuleringsprogramma voor groene wagens.  Overigens heeft Japan 30 maal meer patenten dan de Koreanen inzake groene auto’s. Voorzitter Chen Qingquan van de &#8220;<strong>World Electric Vehicle Association</strong>&#8221;  verwacht dat China tegen 2020 leider zal zijn in groene auto&#8217;s.</p><p>De Koreaanse studie besluit dat China door een bewuste inhaalbeweging goed mee is met de laatste technologie en daardoor zien de buren zich voor een uitdaging geplaatst. Als dit zich doorzet wordt China een dominante kracht in het tijdperk van groene innovatie, net zoals Japan dominant was in het tijdperk van de analoge hardware en Korea in het tijdperk van de digitale hardware.</p><p>Bron: http://www.seriquarterly.com</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-vervangt-vs-in-japanse-en-koreaanse-export/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>China – Arabische landen: wie zal wie inspireren?</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-arabische-landen-wie-zal-wie-inspireren/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-arabische-landen-wie-zal-wie-inspireren/#comments</comments> <pubDate>Fri, 18 Feb 2011 15:03:24 +0000</pubDate> <dc:creator>Dirk Nimmegeers</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Wet & Recht]]></category> <category><![CDATA[CPC]]></category> <category><![CDATA[ICT]]></category> <category><![CDATA[Internet]]></category> <category><![CDATA[mensenrechten]]></category> <category><![CDATA[midden-oosten]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=16558</guid> <description><![CDATA[     &#8216;Is er in China een beweging mogelijk (op korte of lange termijn), vergelijkbaar met die in een aantal Arabische landen?’ Het is een vraag die veel waarnemers en journalisten, vooral in de Angelsaksische wereld, bezighoudt. Je kunt de vraag echter ook omkeren. De meeste vragenstellers antwoorden al meteen zelf: waarschijnlijk niet. Dat kan [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div><strong><span style="color: #ff0000;"><em> </em></span></strong><strong><span style="color: #ff0000;"><em> </em></span></strong></div><div><strong><span style="color: #ff0000;"><em> </em></span></strong></div><div><strong><span style="color: #ff0000;"><em></em></span></strong></div><p><strong><span style="color: #ff0000;"><em></p><div id="attachment_16559" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/02/Sinas-twitter.jpg" rel="lightbox[16558]"><img class="size-medium wp-image-16559" title="Sina's twitter" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/02/Sinas-twitter-300x227.jpg" alt="" width="300" height="227" /></a><p class="wp-caption-text">China&#39;s en Sina&#39;s antwoord op Twitter</p></div><p>&#8216;Is er in China een beweging mogelijk (op korte of lange termijn), vergelijkbaar met die in een aantal <a target="_blank" href="/achtergrond/egypte-en-china/">Arabische </a>landen?’</p><p>Het is een vraag die veel waarnemers en journalisten, vooral in de Angelsaksische wereld, bezighoudt. Je kunt de vraag echter ook omkeren.</p><p></em></span></strong></p><p>De meeste vragenstellers antwoorden al meteen zelf: waarschijnlijk niet. Dat kan goed kloppen. De meerderheid van de Chinese bevolking is tevreden over de sterk toegenomen en nog altijd stijgende welvaart. De Chinezen denken dat hun regering met succes zal blijven reageren op de economische crisis. Problemen ziet iedereen genoeg, maar ook dat er met man en macht aan oplossingen wordt gewerkt. Het feit dat de Chinese leiders het land weer op de internationale kaart hebben gezet als een grote macht die een woordje meespreekt, stemt tot tevredenheid. Optimisme en gegroeide zelfverzekerdheid komen naar voren uit de berichten over het China van vandaag en de reis- en verblijfservaringen van buitenlandse toeristen en werknemers. Er heeft zich een levendige consumptiemaatschappij ontwikkeld in de miljoenensteden en in grote delen van het land. In opiniepeilingen, ook internationale zoals die van <a target="_blank" href="/actueel-nieuws/goed-rapport/">Pew</a>, geven de ondervraagden hun maatschappij en hun regering goede cijfers. Een totaal ander beeld dan in 1989, toen er op het Tiananmenplein een beweging ontstond die sommigen graag vergelijken met die op het <a target="_blank" href="/achtergrond/egypte-en-china/">Tahrirplein </a>van de afgelopen weken. Toen was er echter politieke tweedracht aan de top en twijfel aan de werkbaarheid van het socialisme. Het Westen werd in brede kringen blind geadoreerd, onder meer omdat er 10 jaar lang een naïef ideaalbeeld was verspreid. Dat alles is verdwenen of sterk afgezwakt. Ook inflatie en corruptie lijken vandaag beter onder controle dan in de jaren ‘88-’89.</p><p>Verrassingen zijn natuurlijk niet uitgesloten. De hemel boven China hangt vol met wolken. Economische onweerswolken van de vastgoedbel, inflatie, te grote afhankelijkheid van export, nog te lage binnenlandse consumptie. Sociale onweerswolken van de bekende ongelijkheden en van de corruptie en andere schandalen zoals dat van de kinderhandel. Er hangt ook letterlijk een donker wolkendek van vervuilde lucht boven de steden en de bevolking ondervindt last en loopt gezondheidsrisico’s vanwege de smerige waterlopen. In bepaalde regio’s hebben separatistische bewegingen enige invloed.</p><p>Als er iets echt grondig misgaat, zou het wel degelijk kunnen komen tot grootschalige onrust. Daar staat tegenover dat het vertrouwen van de Chinezen in de CPC niet moet worden onderschat. De partij had een zo indrukwekkende staat van dienst voor 1949 dat ze overeind kon blijven ondanks de fouten die er onder Mao werden begaan. Vervolgens bleek de CPC in staat tot een historische en diepgaande zelfkritiek op de periode van de Grote Sprong en de Culturele Revolutie. Ze kon zich herbronnen, een essentieel andere koers inslaan en sinds 1978 leiding geven aan een traject dat nog niet is afgelopen en dat in hoofdzaak een succesverhaal mag heten. Redenen voor de bevolking om de kritieken te combineren met een overwegende goedkeuring. </p><p>Waarnemers en journalisten zijn het op punten met de bovenstaande inschatting eens. Ze wegen de kansen af en voorspellen: op Tiananmen in elk geval dit jaar nog geen Tahrir. Daarvoor is de verklaring dan dat de Chinese regering de bevolking heeft ‘omgekocht’ met welvaart. Daarbij komen de andere bekende verhalen. ‘De angst voor een herhaling van de chaos en van de repressie in 1989 zit er nog steeds in. De bevolking wordt toch nog erg kort gehouden door censuur, politie en partijdige justitie.’ </p><p><strong>De democratie op zijn Chinees leeft</strong> </p><p>Wie China alleen door die negatieve bril beziet negeert een essentiële ontwikkeling die evengoed bezig is. Chinezen zijn niet alleen tevreden dat ze het nu veel beter hebben dan ooit, ze waarderen wel degelijk ook de langzaam toenemende vrijheden en inspraak. Er was in China ook nooit eerder meer democratie dan vandaag (tenzij misschien de misleidende en destructieve democratie van de Culturele Revolutie). Ook daarvoor zijn er aanwijzingen. Er is de feitelijke afwezigheid van dissidentie van betekenis. De fundamentele tegenstanders van het systeem hebben meer aanhang in het Westen dan in hun eigen land en dat niet alleen omdat hun boodschap weggemoffeld wordt, maar ook omdat ze niet aanslaat. Dat kan ook moeilijk bij een bevolking met mensen waarvan er velen het nog steeds niet breed hebben of zich levendig herinneren hoe het was om arm te zijn.</p><p>Er is het gretige gebruik van de snel groeiende diverse mogelijkheden om je mening te geven. Tienduizenden reageren op internetraadplegingen over wetsvoorstellen, spreken mee op de <a target="_blank" href="actueel-nieuws/economiefinancies-actueel/de-digitale-stand-van-zaken-4/">internetfora</a>, er waren stakingen voor hogere lonen en op straat geeft men tegenwoordig ongezouten zijn mening. Een onderzoek van de internationaal bekende Jiao Tong universiteit in Shanghai wijst uit dat er in 2010 om de vijf dagen wel ergens een protestactiviteit of een crisissituatie was. Het rapport geeft aan dat het crisismanagement nog sterk kan verbeteren, maar ook dat de overheid al een heel eind op de goede weg is. Een belangrijke kanttekening hierbij: protesten worden getolereerd, geaccepteerd en zelfs als valabele en terechte kritieken gunstig onthaald. De belangrijkste voorwaarde is dat ze de kern van het systeem, het machtsmonopolie van de CPC, niet bedreigen.</p><p>Een voorbeeld. Twitter wordt geblokkeerd. Het aantal internetgebruikers dat deze censuur wil en kan omzeilen (met technische kennis en geld) is gering. Maar het Chinese antwoord op Twitter, de microblogs van Sina, kent honderdduizenden gebruikers in China alleen al. Een actie, begin van dit jaar, om via die <a target="_blank" href="/actueel-nieuws/microblogs-tegen-kinderhandel/">microblogs </a>kinderen op te sporen die waren ontvoerd en tot bedelen gedwongen kende een reusachtig succes en werd door de overheid gezien als een welkome aanvulling door het publiek van het werk dat de politie rond dit probleem al verzet. De kritieken op de laksheid uit het verleden tegenover de kinderhandel blijven scherp, maar opbouwend. Sina zal de grenzen van wat er mag worden gepubliceerd ook wel aftasten en oprekken, maar er zelden helemaal overheen gaan.</p><p><strong>Een wereld van verschil</strong> </p><p>Nu dan maar even naar de Arabische landen. Toen Mubarak zei dat hij ‘altijd het volk heeft willen dienen’ werd hij in zijn eigen land op hoongelach onthaald. De Egyptenaren hebben zich nooit illusies gemaakt over het regime. Als daarentegen de Chinese leiders zeggen dat ze het volk dienen wordt daar alleen in het Westen om gelachen. De Chinese bevolking heeft ondervonden dat ze er dank zij de leiding van de CPC voortdurend op vooruit is gegaan. Sterker nog, de Chinezen gaan er niet van uit de CPC een corrupte bende is. Zij zijn doordrongen van het besef dat ‘het volk dienen’ de openlijk uitgesproken intentie en bestaansreden is van de CPC en rekenen de partij daarop af. Het wordt kaderleden en ambtenaren bijvoorbeeld hevig verweten als ze hun werk niet goed doen en hun principes verloochenen.</p><p>Als de huidige uitwassen van corruptie, pollutie en de inkomenskloof niet afdoende worden aangepakt zullen partij en staat echt van karakter veranderd zijn en daardoor hun draagvlak onder de bevolking kwijtspelen. Een goed bestuur voor de meerderheid van het volk is de voornaamste en enig correcte doelstellling voor die partij en niet ‘de laatste manier voor de CPC om zich aan de macht vast te klampen’, zoals  het hier wordt voorgesteld. Mensen zoals Mubarak hebben altijd de belangen van de binnenlandse economische elite, met een sterke vertegenwoordiging in het leger, behartigt en waren de mannen van de VS in hun landen, veel meer dienaren dan bondgenoten. In China is er geen economische elite die de politiek dicteert. De overheid moet wel steeds meer rekening houden met de druk die uitgaat van de ondernemers en rijken die ze zelf de ruimte heeft gegeven om de economische ontwikkeling te stimuleren. Beijing en lokale overheden komen daardoor ook in aanvaring met hun eigen achterban van vakbonden, kleine boeren en werknemers. Verder gaat het niet: de regering en de leidende partij is niet ondergeschikt aan de zakenwereld.</p><p>De CPC is niet de partij van één of twee belangengroepen binnen de leidende klasse, partij van standen of ondernemers. En het verdedigen van de nationale zelfstandigheid is zowat de oogappel van de Chinese staat, en alweer een grond waarop de CPC aan de macht is gekomen en blijft. </p><p>Eigenlijk zijn al die verschillen tussen China en de Arabische landen hemelsbreed. De vraag <em>‘is er in China een beweging mogelijk zoals die in een aantal Arabische landen?’</em> komt neer op appels met peren vergelijken. Toch stellen velen in het Westen die vraag, want ze menen dat een Chinese variant van wat er in de Arabische landen gebeurt een goede zaak zou zijn. Volgens hen heeft China een democratische revolutie nodig. Hun definitie van democratie hierbij is de westerse: onaantastbaarheid van privébezit &#8211; verkiezingen – meerpartijenstelsel – onaantastbaarheid van burgerlijke vrijheden.</p><p>Sommigen (bijvoorbeeld in de elite van de VS) vinden dat China deze vorm van ‘democratie’ nodig heeft omdat ze beter grip zouden kunnen krijgen op een China met een meerpartijenstelsel en elkaar beconcurrerende groepen en regio’s. Anderen (een meerderheid onder de linkse en progressieve intellectuelen bijvoorbeeld) vinden de westerse democratie nodig voor China uit de twee verwante overtuigingen dat dit de enige echte democratie is en dat het de Chinezen zou bevrijden en mondig maken.</p><p>De beide richtingen voeren daarom een gepassioneerde ideologische campagne om de merken vrijheid en democratie (made in the West) te promoten. Die zorgt voor een emotionele, ‘betrokken’ en tendentieuze berichtgeving over Tunesië en Egypte die fel afsteekt tegen de afstandelijkheid en zakelijkheid van de Chinese berichtgeving. </p><p><strong>Laten we de vraag maar eens omkeren</strong></p><div><em>‘Zullen de bewegingen in Arabische landen erin slagen hun politieke en economische systemen te veranderen in stelsels die vergelijkbaar zijn met dat van China?’ </em></p><div>Wat is er kenmerkend voor die Volksrepubliek? De belangrijkste sectoren van de economie, de grond en andere productiemiddelen zijn staatseigendom. De economie functioneert onder voogdij van een staat die bepaalt welke en hoeveel vrijheden en speelruimte ondernemers krijgen. De staat wordt op zijn beurt gedomineerd door een partij die per definitie de belangen van de meerderheid van de bevolking behartigt en die in de praktijk bewezen heeft dat te willen en te kunnen. Er is een bewuste keuze gemaakt voor mensenrechten in een bepaalde hiërarchie en met twee snelheden: basisbehoeften en economische zekerheid eerst en met snelle en gedurfde ingrepen, politieke vrijheden en inspraak op de tweede plaats, maar wel in ontwikkeling, zij het langzaam en voorzichtig.</div><p>In China hebben ze een andere definitie van <a target="_blank" href="/beleid-actueel/uitspraken-van-wen-wakkeren-internetdiscussies-aan/">democratie</a>, onlangs verwoord door Hu Jintao: ‘dat wat goed is voor de meerderheid van de bevolking’. Ze streven er minder naar een representatieve democratie dan naar een participatieve democratie.</p><p>Aan de nationale integriteit en onafhankelijkheid en aan de niet-inmenging in andere landen houdt China stevig vast. Beijing wil wel de internationale betrekkingen democratiseren en meespelen op het internationale vlak zonder zich te laten manipuleren. De rol die het speelt in de kwesties rond Korea, Iran en Soedan illustreert dat goed: voorzichtige op vreedzame oplossingen gerichte bemiddeling, systematisch uitgaande van eigen analyses (en belangen). <em> </em></p><div><strong>Bewegingen anders bekeken</strong></div><p>Als we de kenmerken van dat systeem overlopen en hoe gunstig dat alles overwegend uitpakt, dringen een paar conclusies zich op. Het zou goed zijn als de bewegingen in de Arabische landen een programma zoals hierboven beschreven zouden kunnen overnemen. Het zou goed zijn als ze dit stelsel zouden kunnen creëren, aangepast aan hun eigen situatie en traditie natuurlijk. De bevolking heeft redenen genoeg om in opstand te komen: armoede, corruptie, geen toekomstperspectief, vernedering van de Arabieren, machteloosheid. Om die opstand tot een goed einde te brengen hebben ze een duidelijk programma nodig en principevaste, goed georganiseerde partijen om het te realiseren. Ze zouden de historische ervaring van China kunnen bekijken als een <em>best practice</em> met zowel negatieve als positieve voorbeelden.</p><p>De Chinese regering kan niet veel anders doen dan waar ze nu mee bezig is: observeren, afwachten en zich pragmatisch aanpassen aan wat er de komende maanden uitrolt. Zij gelooft niet in het exporteren van een revolutie of een politiek stelsel. Regeringen in andere derdewereldlanden zijn in de eerste plaats zakenpartners, geen marionetten of mensen die je onder druk kunt zetten. Natuurlijk leggen de Chinezen met plezier uit (en demonstreren ze in de praktijk) wat de resultaten en de voordelen van hun aanpak zijn, maar ook hier: verder gaat het niet. </p><p><strong>Zullen de bewegingen van Arabische landen navolging vinden in China?</strong></p><p>De Chinezen zuchten echt niet onder een dictatuur, ze hebben geen regime dat het land tot een pion van het Westen maakt, ze hebben veel te verliezen bij een periode van onzekerheid, verdeeldheid en in het slechtste geval burgeroorlog op grote schaal. Dus Tahrir op Tiananmen? Niet nodig, niet waarschijnlijk en vooral: niet wenselijk.</p><p> Zullen er in sommige Arabische landen partijen naar voren komen die een maatschappij nastreven en kunnen verwezenlijken zoals in China? Dat wil zeggen: een stelsel met duidelijke leiding die zorgt voor<em> </em><a target="_blank" href="/actueel-nieuws/beleid-actueel/plenum-centraal-comite-keurt-principes-vijfjarenplan-goed">groei</a>, toename van de welvaart<em> </em>en vooruitgang, de basis voor een toenemende democratie voor het volk. Een regering die zorgt voor eenheid en die echt afstand neemt van de VS en van haar beleid. Als dat het soort overwinning is dat de Arabische bewegingen binnenhalen, dan zullen ze werkelijk een fundamentele en gunstige wending aan hun geschiedenis geven.</p><p><strong> Dirk Nimmegeers </strong>redacteur China Vandaag, Chinasquare.be</p></div> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-arabische-landen-wie-zal-wie-inspireren/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>4</slash:comments> </item> <item><title>China wordt locomotief van Azië</title><link>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-wordt-locomotief-van-azie/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-wordt-locomotief-van-azie/#comments</comments> <pubDate>Thu, 06 Jan 2011 23:11:37 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Commentaar]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Azië]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=15714</guid> <description><![CDATA[Volgend artikel is overgenomen van IPS en verscheen reeds in De Wereld Morgen woensdag 05 januari 2011 door  Marwaan Macan-Markar BANGKOK — China voert steeds meer halfafgewerkte producten in uit zijn buurlanden, een gevolg van de stijgende loonkosten in eigen land. Samen met de economische stagnatie in Europa en de VS maakt dat van China [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div>Volgend artikel is overgenomen van <a target="_blank" href="http://www.ipsnews.be/" target="_blank">IPS</a> en verscheen reeds in <a target="_blank" href="http://www.dewereldmorgen.be/home" target="_blank">De Wereld Morgen</a></div><div>woensdag 05 januari 2011</div><div>door  Marwaan Macan-Markar</div><div><div><div><span style="color: #ff0000;"><strong>BANGKOK — China voert steeds meer halfafgewerkte producten in uit zijn buurlanden, een gevolg van de stijgende loonkosten in eigen land. Samen met de economische stagnatie in Europa en de VS maakt dat van China de nieuwe motor van de regionale economie.</strong></span></div></div></div><div><div id="node-34222"><div><div id="attachment_15715" class="wp-caption alignleft" style="width: 209px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/01/default5.jpg" rel="lightbox[15714]"><img class="size-full wp-image-15715" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/01/default5.jpg" alt="" width="199" height="133" /></a><p class="wp-caption-text">Escap vergadering in Pnomh Pen in augustus</p></div><p>&#8220;China is centraal voor de toekomstige groei in Azië&#8221;, zegt Simon Tay, de voorzitter van het Singaporees Instituut van Internationale Zaken. &#8220;De vraag uit de industrielanden neemt nauwelijks toe, en dus moet Azië zijn eigen consumptie opdrijven. China is daarin met zijn snelle groei het belangrijkst.&#8221;</p><h3>Exportgroei</h3><p>Door de sterke vraag uit China lieten de ontwikkelingslanden in Azië een exportgroei van gemiddeld 19,3 procent optekenen, zegt de Economische en Sociale Commissie voor Azië en de Stille Oceaan (Escap). China voert grondstoffen, halfafgewerkte producten, onderdelen en diensten in die het vroeger grotendeels zelf produceerde, en zet die in bij de vervaardiging van exportproducten waarmee het de wereldmarkten verovert.</p><p>Voor andere Aziatische exportlanden als Zuid-Korea, Taiwan, Zuid-Korea, Maleisië, Indonesië, Singapore, Thailand en de Filipijnen kwam die bijkomende vraag uit China als geroepen. Ze hadden immers zwaar te lijden onder de terugvallende invoer door hun traditionele klanten in de VS en Europa als gevolg van de internationale economische crisis die in 2008 begon.</p><h3>Diversificatie</h3><p>&#8220;De markt voor intermediaire goederen in China was dé positieve ontwikkeling in 2010&#8243;, zegt Ravi Ratnayake, directeur handel en investeringen bij de Escap. &#8220;Aziatische landen hebben er een belangrijke markt bij gekregen en werden minder afhankelijk van de uitvoer van afgewerkte producten naar de VS en Europa.&#8221;</p><p>Sommige Chinese experts zien de ontwikkeling ook als positief, ook al heeft de verschuiving veel te maken met de stijgende loonkosten die heel wat bedrijven in China de voorbije jaren voor grote uitdagingen stelden. Ze geloven dat de hogere loonkosten China op lange termijn zullen helpen minder afhankelijk te worden van exportproducten met een lage toegevoegde waarde.</p><p>China &#8220;wil opklimmen op de industriële waardeketen&#8221;, zegt Ganeshan Wignaraja, de hoofdeconoom van het Bureau voor Regionale Economische Integratie van de Aziatische Ontwikkelingsbank. &#8220;China doet nu alles – grondstoffen, onderdelen en afgewerkte producten&#8221;, en dat zowel voor eenvoudige verbruiksgoederen als voor hoogtechnologische producten. China voerde het voorbije jaar voor ongeveer 1700 miljard dollar (1300 miljard euro) uit, en hoogtechnologische producten als auto&#8217;s en auto-onderdelen waren al goed voor 11 procent van dat bedrag.</p><p>Voor de Aziatische handelspartners van China is het voorlopig wachten op nog bredere exportkansen. Door de groeiende vraag uit China gaat de handel tussen Aziatische landen erop vooruit, maar afgewerkte producten ontbreken nog grotendeels in het exportpalet. Slechts 17,5 procent van de intraregionale handel dekt de behoeften van eindverbruikers.</p></div></div></div> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-wordt-locomotief-van-azie/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>China-Afrika, een witboek</title><link>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-afrika-een-witboek/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-afrika-een-witboek/#comments</comments> <pubDate>Thu, 23 Dec 2010 09:44:57 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Actueel]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[Afrika - China]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=15500</guid> <description><![CDATA[De Chinese regering heeft, voor het eerst, een witboek gepubliceerd over de samenwerking tussen China en Afrika op het gebied van handel en economie. Het gaat over de resultaten tot nog toe en schetst een zonnige toekomst voor de economische groei van de beide partners. Een paar belangrijke uitspraken in het 29 pagina’s tellende boekje: [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/12/xin_0921103010948546134912.jpg" rel="lightbox[15500]"></a><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/12/FOCAC.jpg" rel="lightbox[15500]"><img class="alignleft size-full wp-image-15502" title="FOCAC" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/12/FOCAC.jpg" alt="" width="268" height="188" /></a><strong><span style="color: #ff0000;">De Chinese regering heeft, voor het eerst, een witboek gepubliceerd over de samenwerking tussen China en Afrika op het gebied van handel en economie. Het gaat over de resultaten tot nog toe en schetst een zonnige toekomst voor de economische groei van de beide partners.</span></strong></p><p>Een paar belangrijke uitspraken in het 29 pagina’s tellende boekje: de betrekkingen helpen Afrika de millenniumdoelstellingen te bereiken. Ze zijn in het belang van beide deelnemers, en brengen hen allebei welvaart en vooruitgang. De bewijzen hiervoor moeten komen van cijfers en feiten over toenemende handel en investeringen en over de samenwerking bij de opbouw van infrastructuur en op andere terreinen.<br /> Een groot voordeel is dat de beide partijen elkaar kunnen aanvullen, onder andere omdat ze allebei nog volop bezig zijn op hun eigen manier te industrialiseren en te verstedelijken.<br /> China is nu Afrika’s grootste handelspartner geworden, met een huidig volume van meer dan honderd miljard dollar.<br /> Investeringen in bedrijven zijn er vooral gekomen, en wel supersnel, sinds in 2000 het Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC) is opgericht. Ook een aantal Afrikaanse bedrijven doet het tegenwoordig erg goed op de Chinese markt.<br /> De Chinese regering stimuleert Chinese bedrijven en ondersteunt ze bij hun activiteiten in Afrika.<br /> Beijing zorgt er ook voor dat ze letten op hun goede naam en waakt hierover met maatregelen en instructies.<br /> Grondstoffen, een van de grote rijkdommen van Afrika, vormen natuurlijk een belangrijk onderdeel. Het is volgens het witboek China’s streven om de grondstoffen te ontginnen en te benutten samen met de Afrikaanse landen en met internationale ondernemingen. Dat moet gebeuren op een transparante en veelvormige manier die ingaat tegen monopolievorming en uitsluiting.<br /> Beijing stimuleert de Chinese bedrijven om deel te nemen aan infrastructuurwerkzaamheden.<br /> Ook voor de kwaliteit van het bestaan van de Afrikaanse volkeren heeft China oog, aldus de auteurs van het witboek (de voorlichtingsdienst van de regering). Het helpt bij de realisatie van openbare voorzieningen, bij de productieverhoging van de landbouw, in de gezondheidszorg.<br /> China doet aan schuldverlichting en levert humanitaire hulp, onder andere bij natuurrampen.<br /> <a target="_blank" href="www.chinasquare.be/actueel-nieuws/afrika-%e2%80%93-china-tien-jaar-win-win-en-leren-van-elkaar/">FOCAC </a>is de voornaamste structuur voor dit alles. Ze regelt onderhandelingen en conferenties van verschillende betrokken groepen zoals ministers, ambtenaren en ondernemers.<br /> Zo zijn er in de tien jaar van het bestaan 4 ministerconferenties belegd en een topconferentie.</p><p>China ziet het partnerschap met Afrika als een manier om het streven te ondersteunen naar een nieuwe wereldorde. Dit moet een situatie worden waarbij de economische en politieke verhoudingen tussen de landen eerlijk zijn en op rede gebaseerd.<br /> Er ontstaat ook een bondgenootschap met Afrika rond een aantal grote wereldproblemen, zoals de klimaatsverandering.</p><p>Volgens Beijing is dit een goed moment om met een dergelijk witboek te komen. De samenwerking tussen China en Afrika staat voor een historische nieuwe wending. De handels- en economische relaties, de opbouw van infrastructuur en ontwikkelingscapaciteit zullen een nieuwe schwung krijgen en ook in de financiële en de toeristische sectoren begint er allerlei moois te bloeien.</p><p>China zou verder bereid zijn nog meer landen en internationale organisaties te betrekken bij het promoten van vrede, ontwikkeling en vooruitgang in Afrika.<br /> Gelijkheid, wederzijds voordeel en gezamenlijke ontwikkeling moeten bij alle relaties met Afrika de <a target="_blank" href="www.chinasquare.be/actueel-nieuws/chinees-neokolonialisme-in-afrika-wen-antwoordt/">hoofdprincipes </a>zijn, zo staat het in het witboek. De samenwerking moet doeltreffend en realistisch zijn en de partners moeten elkaar op vriendschappelijke wijze raadplegen en met raad en daad bijstaan.</p><p>De volledige Engelse tekst is hier te vinden:<br /> <a target="_blank" href="http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-12/23/c_13661470.htm">http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-12/23/c_13661470.htm</a><br /> Bron: Xinhua</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/china-afrika-een-witboek/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk
Page Caching using disk (enhanced)
Database Caching 2/40 queries in 0.030 seconds using disk
Object Caching 804/949 objects using disk

Served from: www.chinasquare.be @ 2012-02-05 08:50:56 -->
