<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Chinasquare &#187; Algemeen</title> <atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/dossiers/algemeene/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.chinasquare.be</link> <description>Een infosite van de Vereniging België China</description> <lastBuildDate>Sun, 05 Feb 2012 07:58:02 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.0.3</generator> <item><title>Ontwikkelingsmarathon in spurttempo</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/#comments</comments> <pubDate>Thu, 25 Nov 2010 06:53:41 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[economie]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[socialisme]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=14841</guid> <description><![CDATA[Marc Vandepitte is filosoof en schrijver. Hij  is co-auteur van ‘Made in China’ ( EPO 2006). Hij publiceerde ondermeer ‘De kloof en de uitweg’ (EPO 2004) over ontwikkelingsproblematiek in het algemeen. Over Cuba schreef hij ‘De gok van Fidel’ (EPO 1998) en recentelijk  als co-auteur ‘Ontmoetingen met Fidel Castro’ (EPO 2010). We brengen hier enkele [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;">Marc Vandepitte is filosoof en schrijver. Hij  is co-auteur van ‘Made in China’ ( EPO 2006). Hij publiceerde ondermeer ‘De kloof en de uitweg’ (EPO 2004) over ontwikkelingsproblematiek in het algemeen. Over Cuba schreef hij ‘De gok van Fidel’ (EPO 1998) en recentelijk  als co-auteur ‘Ontmoetingen met Fidel Castro’ (EPO 2010). We brengen hier enkele recente bespiegelingen van hem over China.<strong> </strong></span></p><p><strong>Ontwikkelingsmarathon in spurttempo</strong></p><p><strong>Bespiegelingen bij een reis door het Chinese platteland</strong> </p><p>In de maand juli maakte ik een groepsreis door China. Vanuit Beijing trokken we naar het binnenland richting Xian. Daar toerden we wat rond in de regio. Daarna deden we een heel traject in de richting van Hangzhou. We passeerden langs Shanghai, waar we de wereldtentoonstelling bezochten. De trip eindigde waar hij begon, in Beijing. Bedoeling van de reis was kennis te maken met de evoluties op het platteland. Ik wil je een aantal bespiegelingen meegeven die ik maakte naar aanleiding van deze boeiende rondreis. Volgende thema’s komen aan bod:</p><ol><li>Situering van de regio die we bezochten</li><li>Is China een derdewereldland?</li><li>De razendsnelle ontwikkeling</li><li>De gigantische proporties</li><li>Niets dan problemen</li><li>Het politiek stelsel</li><li>Het boeren- en migrantenvraagstuk</li><li>Is China socialistisch of kapitalistisch? </li></ol><p><strong>1. Drie regio’s </strong> </p><p>China kan je grosso modo opdelen in drie regio’s. Vooreerst heb je de kustprovincies in het Oosten en het Zuid-Oosten. Dit deel van China is bijna volledig verstedelijkt, de bevolkingsdichtheid is ongeveer dezelfde als die van Vlaanderen. Er wonen een kleine zeshonderd miljoen mensen, 44% van de totale bevolking. Zo’n vijfentwintig jaar geleden, toen de hervormingen op kruissnelheid kwamen, werd deze regio voorbestemd voor een snelle industrialisering. Hier ontstonden de eerste speciale industriële zones en werd het leeuwenaandeel van het buitenlands kapitaal aangetrokken. De gemiddelde levensstandaard kan je vergelijken met die van Portugal, in steden als Shanghai en Beijing zelfs met die van België.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos4.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14843" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos4-300x260.jpg" alt="" width="300" height="260" /></a></p><p>Een tweede regio is centraal en noordelijk gelegen en is meer landelijk. De bevolkingsdichtheid benadert die van Wallonië. Hier wonen rond de vijfhonderd miljoen mensen, of 39% van de bevolking. Een kwarteeuw geleden werd in deze regio de klemtoon vooral gelegd op de winning van grondstoffen en op landbouw. De levensstandaard ligt hier tussen Roemenië en Polen, naargelang de provincie. Het was voornamelijk in deze regio dat onze reis verliep.</p><p> En dan heb je nog de uitgestrekte en weinig bevolkte westelijke provincies, gekenmerkt door hoogvlakte, eindeloze steppes en woestijngebied. Deze gebieden zijn dun tot zeer dun bevolkt. Er leven 220 miljoen mensen, of 17% van de bevolking. De levensstandaard kan je vergelijken met die van Egypte. Het is voornamelijk in deze provincies dat de 200 miljoen armen te vinden zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn1">[1]</a>   </p><p>De cijfers over de levensstandaard zijn o.a. afkomstig van de Wereldbank en de VN, maar wellicht zijn ze een onderschatting en ligt het welvaartsniveau in de realiteit hoger dan wat die cijfers aangeven. Dat wordt niet alleen bevestigd door onze indrukken ter plaatse maar ook door andere berekeningen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn2">[2]</a> </p><p><strong>2. Een derdewereldland?</strong> </p><p>Volgens de gangbare definities is China nog steeds een derdewereldland: het bnp per inwoner, uitgerekend volgens de wisselkoers, is twaalf maal lager dan dat van de rijke landen; het loon van de gemiddelde Chinees is dertig maal lager dan zijn Europese collega en gerangschikt volgens de ontwikkelingsindex van de VN (HDI) staat het land op de 89<sup>ste</sup> plaats van de 169 gecatalogeerde landen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn3">[3]</a></p><p>Toch zijn we op onze reis geen typische derdewereldtoestanden tegengekomen. Geen gigantische bidonvilles met open riolen, waar er nauwelijks elektriciteit of water is. Geen leger van straatventers of marktkramers die kauwgommen, sigaretten of enkele appelsienen per dag proberen te slijten. Geen massa’s bedelende kinderen of kreupelen die een vast onderdeel zijn van het straatbeeld. Geen bewoonde vuilnishopen. Ook geen daklozen die, zoals in San Francisco, elke avond met duizenden uit de ondergrond van de stad opduiken om de nacht op straat door te brengen. Reisgidsen van heel wat derdewereldlanden raden toeristen uitdrukkelijk af om zich zonder begeleiding te begeven in bepaalde wijken. Een dergelijke waarschuwing ontbrak volledig in onze reisgidsen. Om het met de woorden van de <em>Financial Times</em> te zeggen: ‘Veel ontwikkelingslanden zouden een moord begaan om China’s problemen te mogen hebben’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn4">[4]</a> </p><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="224" valign="top"> </td><td width="78" valign="top"><strong>China</strong></td><td width="84" valign="top"><strong>India</strong><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn5">[5]</a><strong> </strong></td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Levensverwachting</strong></td><td width="78" valign="top">73,5</td><td width="84" valign="top">64,4</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Kindersterfte (U5MR) ‰</strong></td><td width="78" valign="top">21</td><td width="84" valign="top">69</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Armoede (&lt;$1,25) %</strong></td><td width="78" valign="top">16</td><td width="84" valign="top">42</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Analfabetisme %</strong></td><td width="78" valign="top">5</td><td width="84" valign="top">37</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Secundair onderwijs %</strong></td><td width="78" valign="top">38</td><td width="84" valign="top">22</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Gezondheidsuitgave/inw. $</strong></td><td width="78" valign="top">233</td><td width="84" valign="top">109</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Dokters/10.000 inw.</strong></td><td width="78" valign="top">14</td><td width="84" valign="top">6</td></tr></tbody></table><p> <strong>3. Razendsnelle ontwikkeling</strong></p><p> Een tweede opvallende vaststelling is de razendsnelle ontwikkeling. Vijf jaar geleden was ik voor het eerst in China. Het lijkt alsof het dertig geleden was. De koopkracht gaat met sprongen vooruit, ongeveer 9% per jaar.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn6">[6]</a> Dat is een verdubbeling om de acht jaar. Aan het huidig groeitempo zullen de Chinezen binnen een goede vijfentwintig jaar een gelijke levensstandaard hebben als de onze.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn7">[7]</a> </p><p> <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos5.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14844" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos5-300x224.jpg" alt="" width="300" height="224" /></a></p><p>Die koopkrachtstijging merk je aan heel wat zaken. Aftandse tv-toestellen hebben plaats gemaakt voor flatscreens, ook in de bescheiden boerenwoningen. Overal zie je op de daken boilers met zonnepanelen. Het aantal voertuigen in de steden lijkt zowat verdubbeld. Vijf jaar geleden zag ik geen enkele elektrische fiets of elektrische motor, vandaag bepalen ze het straatbeeld in de steden. Op toeristische plekken zie je nu praktisch hoofdzakelijk Chinezen waar die voorheen in de minderheid waren,<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn8">[8]</a> er is nu blijkbaar voldoende koopkracht om te reizen. En ook opvallend, je wordt als blanke constant zelf gefotografeerd en dat gebeurt zonder uitzondering met digitale camera’s. ‘Langeneuzen’, zoals ze blanke mensen omschrijven, zijn blijkbaar een curiosum. China is bij mijn weten het enige land ter wereld waar je als toerist zelf gefotografeerd wordt door de autochtoners. </p><p>De nieuwe woningen worden nu ook beduidend groter gebouwd dan vijf jaar geleden en het gemiddelde interieur ziet er veel chiquer uit. Van nieuwbouw gesproken, ik heb in mijn leven nog nooit zoveel kranen en steigers op zo’n korte tijd gezien. Onderweg kwamen we niet honderden, maar duizenden wolkenkrabbers in aanbouw tegen. Wij verbouwen een oud huis of bouwen een nieuw exemplaar. In China doen ze dat voor een hele wijk of een dorp in een keer. Het oude dorp wordt gewoon afgebroken en daarnaast zie je dan een splinternieuw dorp verschijnen. Tussen 1980 en 2000 hebben meer dan een half miljard Chinezen een nieuwe woning betrokken, tegen 2015 zullen dat er nog eens zoveel zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn9">[9]</a></p><p>Ook de constructie van wegen en sporen spreekt tot de verbeelding. Momenteel heeft China 6.500 km spoorlijnen voor hogesnelheidstreinen. Tegen 2020 zal dat verviervoudigd zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn10">[10]</a> De gids vertelde ons dat zo’n hogesnelheidslijn aangelegd wordt met een snelheid van 8km per dag. Het gaat daar blijkbaar iets rapper dan met onze Lange Wapper. Op het moment dat hij die woorden uitsprak reden we op een autostrade met vier rijstroken, die ze aan het verdubbelen waren. Gespreid over tientallen kilometers, het kunnen er meer dan honderd geweest zijn, zagen we honderden, duizenden arbeiders die uitbreiding aanleggen. Het hield gewoon niet op. In 2008 bedroeg de lengte van de autostrades 35.000 km. Het plan is om dat in de nabije toekomst op te trekken tot 85.000 km. Ter vergelijking, in de VS ligt er 75.000 km.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn11">[11]</a>   </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos6.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14845" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos6-300x229.jpg" alt="" width="300" height="229" /></a><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos7.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14846" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos7-300x240.jpg" alt="" width="300" height="240" /></a></p><p>Links het spoorwegennet voor hoge snelheidstreinen, rechts de autostrades.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn12">[12]</a> </p><p>Het is minder zichtbaar voor een toerist, maar ook de sociale ontwikkeling gaat met sprongen vooruit. Om te beginnen heeft men voor een vijfde van de wereldbevolking het hardnekkig probleem van de honger uitgeroeid. In tegenstelling tot buurland India, waar tweehonderd miljoen mensen hongeren of ondervoed zijn, is de voedselveiligheid in China grotendeels verzekerd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn13">[13]</a> Dat is niet evident als je weet dat in China 18% van de wereldbevolking leeft terwijl het slechts over 10% van de bebouwbare landbouwgrond beschikt. </p><p>Op andere vlakken is de balans niet zo gunstig, maar is er toch een sterke vooruitgang merkbaar. Zo werd met de afschaffing van de communes in het begin van de jaren tachtig meteen ook de gratis gezondheidszorg, onderwijs en het hele stelsel van sociale zekerheid ontmanteld. In de jaren negentig kon amper tien procent van de bevolking genieten van een ziekteverzekering.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn14">[14]</a> Aan die situatie wordt sinds enkele jaren hard gewerkt. Sedert het begin van deze eeuw is men in versneld tempo sociale voorzieningen aan het uitbouwen: pensioen, werkloosheidsuitkering, ziekteverzekering, … Tegen 2011 wil men een ziekteverzekering voor 90% van de bevolking en tegen 2020 plant men om voor iedereen een ziekteverzekering en een pensioen te voorzien.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn15">[15]</a> Zeker, het beantwoordt absoluut nog niet aan onze normen en er is nog een lange weg te gaan, maar het gaat in de goede richting en wel in een snel tempo. China zal vervroegd de meeste van de millenniumdoelstellingen halen<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn16">[16]</a> en het laat de grootste vooruitgang optekenen van Oost-Azië op het vlak van sociale ontwikkeling (gemeten volgens de human development index van de VN) en van de armoedebestrijding.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn17">[17]</a></p><table cellspacing="0" cellpadding="0" width="100%"><tbody><tr><td><strong>China en de millenniumdoelstellingen</strong>‘Globaal genomen heeft China grote vooruitgang geboekt in het bereiken van de millenniumdoelstellingen. De meeste doelstellingen zijn zeven jaar op voorhand bereikt of overschreden. Het gaat over armoede, honger, analfabetisme en kindersterfte. China is ook op weg om de moedersterfte te verlagen en om HIV, aids en tuberculose onder controle te brengen, met goede hoop om de MDG doelstellingen tegen 2015 te bereiken.’VN-rapport van 2008</td></tr></tbody></table><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn18">[18]</a></p><p><strong> </strong><strong>4. Gigantische proporties</strong> </p><p>Een ander punt waar je niet naast kan kijken zijn de proporties. China is een land met de afmetingen van een continent: driehonderdvijftien maal groter dan België, evenveel inwoners als West-Europa, Oost-Europa, de Arabische landen, Rusland en Centraal-Azië samen. Er zijn meer dan honderd steden met meer dan een miljoen inwoners, in de VS zijn dat er negen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn19">[19]</a> Toen we in Xian aankwamen, gaf de gids wat uitleg over deze historische stad. Terloops zei hij dat het geen echt grote stad was. Iemand van de groep vroeg naar het aantal inwoners: 7,5 miljoen was het antwoord. Toen de groep in lachen uitbarstte somde hij enkele ‘grote’ steden op: Chongqin 29 miljoen, Beijing 19 miljoen, Shanghai 17 miljoen, Guangzhou 15 miljoen, Shenzhen 13 miljoen, Tianjin 12 miljoen … Aan een Chinees de politieke situatie van België proberen uitleggen met al zijn verschillende niveaus en deelregeringen, is niet eenvoudig. Als je in dat verband vertelt dat er krachten zijn die het land willen splitsen, zij dan benieuwd vragen naar het aantal inwoners en het antwoord daarop krijgen, dan zie je ze beleefd glimlachen, terwijl ze hun verbazing of medelijden amper kunnen verbergen. </p><p>De gigantische proporties vormen meteen een van de grootste uitdagingen van het land, zo niet de belangrijkste. Als je het vertaalt naar de Europese situatie, dan zou dat betekenen dat Egypte of Kirgizië vanuit Brussel moeten bestuurd worden. Komt daarbij dat China, omwille van historische redenen een zeer sterk gefederaliseerde staat is. Het federale budget waarover Beijing beschikt, is een van de laagste ter wereld. Het is nog geen 20% van het bnp, terwijl dat in de OESO landen gemiddeld 45% is.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn20">[20]</a> Dat het land, gezien de proporties, de zeer grote verschillen tussen de regio’s en de gigantische uitdagingen, toch nog regeerbaar blijft en bovendien stevig geregeerd wordt, is grotendeels te danken aan de sterke aanwezigheid van de communistische partij in alle geledingen van de maatschappij. Andere cohesiekrachten zijn de millenniumoude cultuur en geschiedenis, de gemeenschappelijk taal en het sterk patriottisch gevoel, dat de laatste tijd sterk gevoed wordt door de China-bashing in Westerse landen.  </p><p><strong>5. Vely big ploblems</strong> </p><p>Maar dat belet niet dat er geen problemen zijn in China, wel integendeel. Voor we aan onze trip begonnen naar het binnenland hadden we een briefing in Beijing. We mochten bij die gelegenheid al onze vragen die we over China hadden afvuren. En het waren er heel wat. Een professor in de landbouwwetenschappen beantwoordde onze soms ongekuiste vragen en bedenkingen geduldig. ‘Klopt het dat er zoveel corruptie is in China?’ ‘Yes, that’s a vely big ploblem.’ ‘En hoe zit het met de vervuiling.’ ‘Oh, anothel big ploblem’, grinnikte hij. ‘En waarom is er zo een grote kloof tussen rijk en arm in China?’ ‘Yeh, big ploblem’ klonk het opnieuw. Andere vragen gingen over de precaire toestand van de interne migranten, de conflicten op het platteland, de recente zelfmoorden in een groot bedrijf in het Zuid-Oosten, de gebrekkige rechtsstaat, de vergrijzing omwille van de eenkindpolitiek … De professor fietste er niet om heen en deed er soms glimlachend nog een schepje bovenop. </p><p>Dat het land met reusachtige problemen te kampen heeft hoeft niet te verwonderen. De industrialisatie in West-Europa was een brutaal en zeer ingrijpend proces. Het creëerde ongeziene sociale en ecologische problemen. In China gaat het om vijf keer zoveel mensen en om een proces dat vier keer zo snel gaat.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn21">[21]</a> ‘Het heden in China wijzigt constant en bovendien steeds sneller. Een Europeaan zou 400 jaar moeten leven om zo’n ingrijpende verandering te kunnen ervaren’, aldus de romanschrijver Yu Hua.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn22">[22]</a> Groot voordeel is wel dat de problemen benoemd worden door de hoogste gezagsdragers en bediscussieerd worden in de media. Gezien de omvang, de complexiteit van het land en de vaart van het proces, verloopt deze moderniseringsspurt al bij al op een ordentelijke wijze. Er zijn belangrijke etnische spanningen en de lente van 1989 was een spannende periode, maar chaos, burgeroorlogen en sociale ontwrichting die zoveel landen uit het Zuiden kenmerken, werden hier vermeden, in elk geval de laatste 35 jaar. De politieke leiding lijkt de situatie stevig onder controle te hebben, geen evidentie in die omstandigheden. </p><p><strong>6. Politieke legitimiteit</strong> </p><p>Dat brengt ons bij het politiek stelsel. Het is zonneklaar dat het land voor ons geen model is van democratie. Maar hoeft dat wel? Wat er ook van zij, je kan er niet naast kijken dat de Chinese regering een grote legitimiteit geniet, groter dan bij ons. Anno 2010 heeft amper 17% van de Belgen nog vertrouwen in zijn politieke leiders.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn23">[23]</a> Een peiling van het gerenommeerde Pew Research Center van 2008 toont aan dat 86% van de Chinezen tevreden is met de politieke leiding van het land. Een peiling van hetzelfde instituut in vijftien landen in 2006 toonde dat 81 procent van de Chinezen tevreden is met de gang van zaken in zijn land tegenover 31 procent in India, 29 procent in de VS en Duitsland, en 20 procent in Frankrijk.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn24">[24]</a> Dat het land reeds meer dan zestig jaar geen burgeroorlogen meer heeft gekend, dat het land na een eeuw vernedering opnieuw meetelt op het wereldtoneel, dat de inwoners hun land in versneld tempo zien opklimmen van een achterlijk, onderontwikkeld land naar een moderne natie en dat ze hun koopkracht met sprongen zien vooruitgaan, dat zal daar allemaal wel niet vreemd aan zijn. Blijkbaar heeft het land een politiek stelsel dat goed past bij zijn ontwikkelingsmodel. Het heeft geen last van het kortetermijndenken en de politieke spelletjes van het veel bejubelde westers parlementair model. Het wordt ook niet gedicteerd of gedomineerd door buitenlandse multinationals.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn25">[25]</a> Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een toenemend aantal landen uit het Zuiden met bewondering naar het Chinese model kijkt.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn26">[26]</a> </p><p>Zeker, het land kent jaarlijks heel wat sociale conflicten, maar volgens <em>The Economist </em>worden die ‘bijna steeds veroorzaakt door lokale grieven, eerder dan door antipathie ten aanzien van de partij’. Door deze onrusten ‘lijkt China meer op een normaal ontwikkelingsland dan het rigide controlesysteem dat het in het begin van de jaren negentig was’, aldus het weekblad.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn27">[27]</a> En ja, je kan in China de regering niet openlijk aanvallen en er is censuur op het internet. We legden dit voor aan een zestigjarige Chinese professor die we toevallig op het lijf botsten en waar we een lang gesprek mee hadden. De man woont en geeft les in California, hij is getrouwd met een Noord-Amerikaanse. Op onze bedenkingen repliceerde hij met oneliner: ‘In the United States, you can yell at the government, but not at your boss. In China, it’s the opposite.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn28">[28]</a> De zaken zijn natuurlijk ingewikkelder dan dat, maar je kan je toch de vraag stellen in welk van beide systemen de doorsnee Chinees het best af is. En misschien mag die vraag zelfs gesteld worden voor de doorsnee VS-burger.   </p><p><strong>7. Groep zoekt boer</strong> </p><p>China zit opgezadeld met een serieus boerenvraagstuk. Want je zou het bijna vergeten, maar China is nog steeds een boerenland. Het vraagstuk kan je het best aflezen aan de volgende cijfers: zo’n veertig procent van de totale actieve bevolking werkt als boer, maar de landbouw brengt slechts een tiende van het bnp voort.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn29">[29]</a> De landbouw wordt tot op heden gekenmerkt door een lage opbrengst, zelfs naar derdewereldnormen. Een Chinese boer produceert zo’n 40% minder dan zijn doorsnee collega in de rest van de landen van het Zuiden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn30">[30]</a> Dat heeft vooral te maken met twee onderling verbonden factoren: de lage mechaniseringgraad en de kleine lapjes grond die de boeren ter beschikking hebben. Het land heeft in principe het kapitaal en de technologie om de productiviteit en dus de opbrengst op het niveau van een hoog geïndustrialiseerd land te brengen. Maar, dan zouden er op slag een kleine 300 miljoen boeren werkloos worden. Voor een goed begrip: 300 miljoen, dat is ongeveer anderhalve keer de totale actieve bevolking van de Europese Unie! Het is uiteraard onmogelijk om op korte termijn voor die immense groep nieuwe jobs te creëren, zelfs niet met een groei van 10 procent per jaar. Het is wel haalbaar en ook de bedoeling dat te realiseren in een periode van pak weg twintig tot dertig jaar. Omwille daarvan blijft de landbouw echter tijdelijk met een lage productiviteit zitten, met als gevolg dat het een boer beduidend minder verdient dan een stedeling, zo’n drie tot viermaal minder.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn31">[31]</a> </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-full wp-image-14848" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" alt="" width="357" height="252" /></a><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" rel="lightbox[14841]"></a></p><p>Als gevolg van die lage opbrengst gaan heel wat plattelandsbewoners op zoek naar andere inkomsten. Sommigen combineren hun landbouwactiviteiten met een job in de industrie of in de dienstensector. Andere verhuren hun stukje grond aan grote landbouwbedrijven. Het was tijdens onze rondreis dan ook soms eventjes zoeken om een ‘echte’ boer aan het werk te zien. Er waren op voorhand verschillende ontmoetingen gepland met boeren. Maar de ene keer leken ze ondertussen hun boerderij te hebben omgeturnd tot ‘bread and breakfast’. Een andere keer hadden ze hun boerenstiel ingeruild voor een job in een nabijgelegen fabriek en hadden ze hun lapje grond verhuurd. Nog anderen hadden hun stuk land verder door verhuurd, maar werkten nu zelf op zo’n bedrijf als landarbeider. </p><p>Het belangrijkste gevolg van het grote verschil tussen het inkomen in de steden en op het platteland is het groot aanzuigeffect naar de steden: de zogenaamde ‘interne migranten’. Het gaat over een potentieel van 750 miljoen plattelandsbewoners, dat zijn er ongeveer evenveel als de totale bevolking van zwart Afrika. Indien men dit aanzuigeffect niet drastisch binnen de perken houdt, dan zou men hier wellicht afstevenen op de grootste volksverhuizing en sociale chaos uit de wereldgeschiedenis. Die fatale plattelandsvlucht wordt voorkomen door het zogenaamde hukou-systeem. In China word je door dit systeem ofwel geboren (en dus ingeschreven) als ‘plattelandsbewoner’ of als ‘stedeling’, ongeacht welke job je uitvoert. Een volwassen plattelandsbewoner krijgt een stuk land toegewezen en heeft recht op sociale zekerheid, gezondheidszorg en onderwijs voor zijn kinderen, maar enkel op de plaats waar hij of zij ingeschreven is. Verhuist hij naar een andere plek, dan verliest hij zijn lapje grond en de andere sociale voordelen. Vandaar dat de migratie in China vooral tijdelijk is, meestal enkele jaren, en voornamelijk gebeurt door singles. In de rest van de landen van het Zuiden is de interne migratie daarentegen vooral een kwestie van hele families, die definitief hun plek van oorsprong achterlaten. Het hukou-systeem is omstreden, maar heeft wel zijn vruchten afgeworpen. De <em>Financial Times</em> hierover<em>:</em> ‘China heeft de slums, die een litteken vormen in zoveel steden van ontwikkelingslanden, weten te vermijden door een strikt systeem van verblijfsvergunningen, gekend als hukou. Dat maakt het voor mensen uit landelijke gebieden moeilijk om permanent naar de steden te verhuizen.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn32">[32]</a> </p><p>De keerzijde is echter dat de migranten op de plek waar ze werken, veel minder sociale voordelen hebben dan hun collega’s die er permanent verblijven. Hoewel ze nog altijd een pak meer verdienen dan als ze ‘thuis’ waren gebleven, is hun verloning veel slechter dan die van hun stedelijke collega’s. Idem voor de werkomstandigheden. De werkonzekerheid is vaak groot en in veel gevallen is er sprake van regelrechte discriminatie.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn33">[33]</a> En we mogen daarbij niet vergeten dat het hier over een reusachtige groep gaat, van om en bij de 200 miljoen mensen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn34">[34]</a> De laatste jaren zijn in een aantal steden wel al enkele miljoenen migranten geregistreerd als stedeling en zijn de arbeidsvoorwaarden en salarissen voor de overige migranten globaal genomen verbeterd. Maar een gelijkschakeling op korte termijn, hoe wenselijk ook, zou een nooit geziene plattelandsvlucht veroorzaken met catastrofale gevolgen. China staat hier voor een gigantisch sociaal dilemma. </p><p><strong>8. Kapitalisme of socialisme?</strong> </p><p>Voor menig Westerse waarnemer is China sinds de dood van Mao Zedong de kapitalistische toer opgegaan. Het land is alleen nog socialistisch in naam. Er wordt daarvoor verwezen naar verschillende zaken. Om de voornaamste te noemen: de uitbuiting van de Chinese arbeiders, en vooral dan van de interne migranten; de groeiende kloof tussen rijk en arm; de eigendomsverhoudingen: een groot en toenemend aantal bedrijven is in privé-handen terecht gekomen.</p><p>Als we het hebben over de opbouw van een socialistische maatschappij dan zijn er zeker in vergelijking met de eerste dertig jaar van de revolutie, stappen terug gezet. Dat zal niemand betwijfelen. Denk maar aan de gratis gezondheidszorg en onderwijs, de sociale zekerheid voor iedereen en een verregaande vorm van gelijkheid. Maar om daaruit te besluiten dat het land kapitalistisch is geworden, dat is te kort door de bocht. De werkelijkheid is veel complexer dan dat. </p><p>Beginnen we met de uitbuiting. De Chinese lonen zijn in vergelijking met de onze bijzonder laag. Maar die vergelijking zegt zo goed als niets. China moet je in deze vergelijken met zijn buurlanden en als je dat doet krijg je een heel ander plaatje. Het Chinese minimumloon is ongeveer het dubbele van het Indische.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn35">[35]</a> Het gemiddelde loon is er viermaal hoger dan in Vietnam, driemaal hoger dan in de Filippijnen, tweemaal zo hoog als in Indonesië en anderhalve keer het gemiddelde loon van Thaïland. De loonstijgingen zijn ook twee tot meerdere keren hoger dan die van landen uit de regio.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn36">[36]</a> Het is ongetwijfeld waar dat de lonen van de interne migranten in China stukken lager ligt dan dat van hun collega’s. Maar zij zagen hun loon de afgelopen vijf jaar wel met 48% toenemen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn37">[37]</a> Ook is het zo dat de regering de lonen van alle arbeiders aanzienlijk wil verhogen en hen meer rechten wil toekennen in de bedrijven.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn38">[38]</a> Dat zijn allemaal fenomenen die je niet direct associeert met een kapitalistisch land. </p><p>Het meest problematische is de kloof tussen rijk en arm. Sinds de jaren tachtig is die sterk toegenomen. Zo steeg de Gini-index van 29 naar 41,5, allesbehalve een gunstige evolutie.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn39">[39]</a> Zoals we hierboven zagen verdienen stedelingen vandaag drie tot viermaal meer dan mensen uit het platteland. De stijgende kloof doet zich niet alleen voor in China, maar manifesteert zich in alle landen in de regio.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn40">[40]</a> Die kloof is namelijk vooral het gevolg van het gegeven dat de productiviteit in de industrie en in de dienstensectoren sneller groeit dan in de landbouw en dat die beide sectoren in heel de regio een sterke evolutie kennen.</p><p>In China was het een doelbewuste strategie van Deng Xiaoping om de industrialisering gefaseerd te laten verlopen, te beginnen met de verstedelijkte kustprovincies. Die strategie was niet volgens het ‘socialistisch’ boekje, maar heeft wel zijn vruchten afgeworpen. Zo heeft China in de periode 1981-2005 meer dan zeshonderd miljoen mensen uit de armoede gehaald, onuitgegeven in de wereldgeschiedenis.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn41">[41]</a> In kapitalistische landen betekent een toenemende kloof tussen rijk en arm meestal dat de rijken erop vooruitgaan <em>ten koste</em> van de armen. Dat is kennelijk niet het geval in China. </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos9.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-full wp-image-14849" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos9.jpg" alt="" width="338" height="280" /></a></p><p>Ondertussen is de eerste fase van Dengs ontwikkelingsplan nu zowat achter de rug. De laatste jaren is men begonnen met een versnelde versnelde ontwikkeling van de binnenlandse provincies d.m.v. grote infrastructuurwerken (zie hoger) en aanzienlijke investeringen. Dat wordt van hogerhand gestuurd, maar er is ook een spontane evolutie. In de kustprovincies zijn de lonen dermate gestegen dat heel wat bedrijven, zowel binnenlandse als buitenlandse, uitwijken naar het binnenland. Het gevolg van beide evoluties is dat de afgelopen jaren provincies in het binnenland een hogere groei kennen dan het gemiddelde en dus aan een inhaalbeweging bezig zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn42">[42]</a></p><p>Dat was hoog nodig, want de groeiende kloof tussen rijk en arm dreigde de politieke stabiliteit op den duur aan te tasten. Op het hoogste niveau is men bewust dat er op dat vlak dringend iets moest gebeuren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn43">[43]</a> De toekomst zal uitwijzen of en in welke mate men daarin zal slagen. </p><p>En dan zijn er nog de eigendomsverhoudingen. Tot aan 1978 was zowat de hele economie in staatshanden. Vandaag is nog een kleine helft in collectief bezit, dertig procent is in handen van buitenlandse investeerders.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn44">[44]</a> Je moet daarbij wel in rekening brengen dat de sleutelsectoren onverkort in handen zijn van staatsbedrijven. De publieke sector heeft zich vooral teruggetrokken op de grote spelers en de kleintjes aan de privé overgelaten. Van het gezamenlijk kapitaal van de vijfhonderd grootste fabrieken is slechts drie procent in privé-handen, in de top vijftig komt zelfs geen enkel privéfirma voor.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn45">[45]</a> Uit die gegevens kan je al afleiden dat de staat de kern van de economie blijft controleren.</p><p>Maar die cijfers zijn nog een belangrijke onderschatting van de realiteit. In het kapitalisme valt de controle over de economie nagenoeg samen met het bezit van de productiemiddelen. In China ligt dat anders. Voor de overheid is reeds een klein percentage van de aandelen voldoende om een belangrijk impact te hebben op de beslissingen van het management. En die minderheidsaandelen heeft de overheid in een zeer groot deel van de bedrijven, zeker de middelgrote en grote. CEO’s weten zeer goed dat ze best rekening houden met de wensen van de overheid via zijn aandeelhouders, anders wacht hen snel een fraudeonderzoek met alle gevolgen van dien, of een andere onaangename maatregel.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn46">[46]</a> En zelfs als het bedrijf louter privé is weten de managers heel goed dat ze zich best houden aan de richtlijnen van de lokale of centrale overheid.</p><p>We ondervonden deze realiteit tijdens een bezoek aan een wagenconstructeur van landbouwvoertuigen. We werden daar opgewacht door een delegatie, geleid door een vrouw die zich voorstelde als de plaatselijke partijsecretaris. Zij had zelf niets te maken met het bedrijf. Als je hier een officieel bezoek aan een autobedrijf maakt, zal je niet direct rondgeleid worden door Kris Peeters of een andere politicus. Die vrouw had het voortdurend over ‘ons’ bedrijf dit en ‘ons’ bedrijf dat. Het was duidelijk wie er feitelijk de plak zwaaide. De eigendomsstructuur van het bedrijf bleek zelf ook zeer ondoorzichtig en complex te zijn. Er zat kapitaal in van lokale bewoners en van het lokaal bestuur, maar eigenlijk was het een filiaal van een grote keten met vestiging in Chongqing, honderden kilometers verder. </p><p>Zeker, in China is een klasse van kapitalisten ontstaan en werden belangrijke marktrelaties geïntroduceerd. Maar daarom heb je nog geen kapitalisme. Cruciaal om uit maken of een land al dan niet kapitalistisch is, is de vraag <em>wie</em> de economie controleert en aanstuurt: zijn dat individuen (via privé-eigendom) of is dat een politiek orgaan? Zolang de economische belangen ondergeschikt zijn aan de staat en niet omgekeerd, blijft de economie niet-kapitalistisch.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn47">[47]</a></p><p>Op de vraag of China socialistisch of kapitalistisch is, antwoordde Michael, het hoofd van een lokale NGO voor rurale ontwikkeling, het volgende: ‘Ik stel me bij die kwestie twee vragen. Ten eerste, heeft de huidige leiding het land onder controle? Mijn antwoord is affirmatief. Het is de communistische partij van China die de koers van China volledig autonoom bepaalt. Ten tweede, de dagelijkse leiding van het Politiek Bureau, zijn dat communisten? Op deze vraag is mijn antwoord eveneens ja.’</p><p> De geschiedenis zal oordelen of deze man het bij het rechte eind heeft. Het bovenstaande maakt in elk geval duidelijk dat China niet met goedkope clichés te vangen is en dat de begrippen socialisme en kapitalisme niet zonder problemen zijn als je ze wil toepassen op dit weerbarstige land. Als er van socialisme sprake is, dan in elk geval een socialisme <em>met Chinese kenmerken</em>, zoals ze het zelf fijntjes opmerken. </p><p>Marc Vandepitte, november 2010</p><p> <strong>Noten</strong></p><hr size="1" /><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref1">[1]</a> Ravallion M., <em>A Comparative Perspective on Poverty Reduction in Brazil, China and India. Working Paper 5080,</em> World Bank, Washington 2009, p. 31.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref2">[2]</a> De levensstandaard wordt doorgaans berekend op basis van het bnp per inwoner uitgedrukt in PPP dollars, d.w.z. in reële koopkrachtcijfers. Onze berekening gebeurt op basis van cijfers van de Wereldbank. Maar die cijfers zijn de inzet van een hele polemiek. In 2005 heeft de Wereldbank het bnp uitgedrukt in PPP dollars voor China met 40% verminderd. UNDP, IMF, <em>The Economist</em> en het CIA Factbook geven ook lichtelijk andere cijfers voor deze indicator. De discussie over het cijfer is niet alleen een technische kwestie, maar ligt politiek erg gevoelig, want het zegt iets over de grootte van je economie en over je status, bijvoorbeeld of je nog als derdewereldland kan beschouwd worden of niet. Volgens de oude berekening zou China op dit moment de VS al voorbij gestoken zijn. Volgens de nieuwe berekening zal dat ‘pas’ rond 2017 zijn, of eventueel vroeger omwille van de gevolgen van de financiële crisis in de rijke landen. Doorgaans bestaat de neiging om het cijfer naar beneden te halen zowel door Chinese als Westerse bronnen. En dat heeft niet alleen met politiek gevoelige zaken te maken. In China worden heel wat goederen zeer sterk gesubsidieerd en zijn nogal wat dienstverleningen gratis of toch zeer goedkoop. Klassieke koopkrachtberekeningen houden daar niet altijd voldoende rekening mee.</p><p>Eigen berekeningen (op basis van reële koopkrachtstudie bij enkele gezinnen in verschillende regio’s van China) leren dat het cijfer van de Wereldbank voor China te laag ligt en dat de oude berekening de realiteit beter benadert.</p><p>Voor de officiële cijfers kan je terecht in de jaarrapporten van UNDP, WB, CIA Factbook. Voor de cijfers van de diverse provincies zie: <a target="_blank" href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Chinese_administrative_divisions_by_GDP_per_capita">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Chinese_administrative_divisions_by_GDP_per_capita</a>. Achtergrond bij de herziening van de WB: <a target="_blank" href="http://www.voxeu.org/index.php?q=node/4799">http://www.voxeu.org/index.php?q=node/4799</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref3">[3]</a> Uitgerekend in reële koopkracht ($ PPP) is het bnp per inwoner volgens officiële cijfers zes maal zo laag, maar zoals we hierboven aangaven is dat volgens ons is een onderschatting en is het in werkelijkheid 4 à 5 maal kleiner. Cijfers: UNDP,<em> Human Development Report 2010,</em> New York 2010, p. 207 en 210; <em>The Economist,</em> 31 juli 2010, p. 47. De cijfers van de lonen gaan terug op 2006, op dat moment waren ze 45 maal lager dan in Europa. Wij gaan er van uit dat de lonen in China 10% per jaar sneller groeien dan bij ons. Dat betekent dan dat ze in 2010 31 maal lager zijn. <a href="http://www.economist.com/blogs/freeexchange/2010/07/china">http://www.economist.com/blogs/freeexchange/2010/07/china</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref4">[4]</a> McGregor R., ‘China&#8217;s grandfather has to find his balance’, in <em>Financial Times</em> 16/03/2008 p. 9.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref5">[5]</a> Cijfers afkomstig van UNDP,<em> Human Development Report 2010.</em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref6">[6]</a> Het exacte groeicijfer (bnp per capita) tussen 1990 en 2007 is 8,9%. UNDP,<em> Human Development Report 2009,</em> p. 196.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref7">[7]</a> De cijfers zijn berekend op basis van UNDP,<em> Human Development Report 2009, </em>New York 2009, p. 196 en 198. De grafische extrapolatie bevestigt deze berekening. Voor de grafiek, zie <em>Financial Times </em>12 oktober 2005, p. 13.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref8">[8]</a> Voor elke buitenlandse toerist zijn er inderdaad ongeveer dertig Chinese toeristen. <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Tourism_in_China">http://en.wikipedia.org/wiki/Tourism_in_China</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref9">[9]</a> <em>The Economist, </em>12 maart 2005, p. 60; <em>China Vandaag,</em> januari 2007, p. 8</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref10">[10]</a> <a href="http://www.huffingtonpost.com/2010/03/13/us-highspeed-rail-china-t_n_497854.html">http://www.huffingtonpost.com/2010/03/13/us-highspeed-rail-china-t_n_497854.html</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref11">[11]</a> <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways">http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways</a>; http://en.wikipedia.org/wiki/Interstate_Highway_System.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref12">[12]</a> <em>Financial Times </em>24/09/2010, p. 7.; <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways">http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref13">[13]</a> In de afgelegen, armste gebieden is er wel nog een probleem van ondervoeding, voornamelijk als gevolg van eenzijdige voeding. Globaal weegt in China 7% van de kinderen te licht, in India is dat 46%. UNDP,<em> Human Development Report 2009,</em> p. 177.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref14">[14]</a> World Bank, <em>China. </em><em>An Evalutation of World Bank Assistance,</em> Washington 2004, p. 22.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref15">[15]</a> <em>Financial Times</em>, 13 mei 2009, p. 7; <em>Financial Times</em>, 8 oktober 2009, p. 2.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref16">[16]</a> <em>China</em><em>&#8216;s Progress Towards the Millennium Development Goals. </em><em>2008 Report.</em> Beijing 2008, p. 15.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref17">[17]</a> The World Bank, <em>An East Asian Renaissance: </em><em>Ideas for Economic Growth,</em> Washington 2006, p. 226 en 229; The World Bank,<em> World</em> <em>Development Report 2005, </em>Washington 2005, p. 3.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref18">[18]</a> United Nations System in China &amp; Ministry of Foreign Affairs of the People&#8217;s Republic of China, <em>China</em><em>&#8216;s Progress Towards the Millennium Development Goals. 2008 Report,</em> Beijing 2008, p. 15.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref19">[19]</a> <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_cities_in_the_People's_Republic_of_China_by_population">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_cities_in_the_People&#8217;s_Republic_of_China_by_population</a>; <a target="_blank" href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_United_States_cities_by_population">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_United_States_cities_by_population</a>. </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref20">[20]</a> Naughton B., <em>The Chinese Economy. Transition and Growth, </em>Cambridge 2007, p. 430-1; <em>The Economist,</em> 3 juni 2006, p. 55-6.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref21">[21]</a> We nemen als startjaar voor West-Europa 1870 en voor China 1980. De snelheid van het industrialiseringsproces meten we aan de groei van het BBP per inwoner. De cijfers zijn berekend op basis van Maddison A., <em>Ontwikkelingsfasen van het kapitalisme, </em>Utrecht 1982, p. 20-21 en UNDP, <em>Human Development Report 2005,</em> p. 233 en 267.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref22">[22]</a> <em>Financial Times,</em> 9-10 april 2005, p. w3.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref23">[23]</a> <em>De Standaard, </em>17/03/2010.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref24">[24]</a> De peiling van 2008: <a href="http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/">http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/</a>. De andere scores van 2006: Egypte 55%; Jordanië 53%; Spanje 50%, Turkije 40%, Pakistan 35%, India 32%, Groot-Brittannië 35%, Rusland 32%, Japan 27%, Indonesië 26% en Nigeria 7%. Pew Research Center, <em>No Global Warming Alarm in the U.S., China. America’s image slips, but allies share U.S. concerns over Iran, Hamas,</em> 15-Nation Pew Global Attitudes Survey, Washington 13 juni 2006, p. 5, <a target="_blank" href="http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf">http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref25">[25]</a> Voor een meer uitgewerkte visie over het politiek stelsel in China, zie Vandepitte M., ‘Kanttekeningen bij de Nobelprijs voor Liu Xiaobo’, <a href="http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/10/15/kanttekeningen-bij-de-nobelprijs-voor-liu-xiaobo">http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/10/15/kanttekeningen-bij-de-nobelprijs-voor-liu-xiaobo</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref26">[26]</a> Zie bijvoorbeeld Halper S., <em>The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century,</em> New York 2010.<em> </em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref27">[27]</a> <em>The Economist </em>1 oktober 2005, p. 52.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref28">[28]</a> ‘In de VS kan je schreeuwen tegen de regering maar niet tegen je baas, in China is het het omgekeerde’.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref29">[29]</a> Naughton B., <em>op. cit.,</em> p. 126 en 151; Zweig D., ‘China’s Political Economy’<em>,</em> in Joseph W. (ed.), <em>Politics in China. An introduction,</em> Oxford 2010, 192-221, p. 203; <em>China Economic Quarterly,</em> September 2010, p. 3; <em>China Statistical Yearbook 2010</em>, geciteerd in Franssen P., ‘China en de crisis van het kapitalisme’, <a href="http://www.infochina.be/content/china-en-de-crisis-van-het-kapitalisme">http://www.infochina.be/content/china-en-de-crisis-van-het-kapitalisme</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref30">[30]</a> FAO,<em> The State of Food Insecurity in the World 2005,</em> Rome 2005, p. 177.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref31">[31]</a> <em>Financial Times</em>, 11 augustus 2010, p. 7; Zweig D., <em>op. cit., </em>p. 217.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref32">[32]</a> <em>Financial Times</em>, 4 augustus 2010, p. 7.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref33">[33]</a> Scheineson A., ‘China’s Internal Migrants’, <a href="http://www.cfr.org/publication/12943/chinas_internal_migrants.html">http://www.cfr.org/publication/12943/chinas_internal_migrants.html</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref34">[34]</a> <em>Financial Times</em> 16 april 2010, p. 4.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref35">[35]</a> ILO, <em>Global Wage Report 2008/09,</em> Genève 2008, p. 87.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref36">[36]</a> <em>The Economist</em> 4 september 2010, p. 54.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref37">[37]</a> <em>The Economist</em> 31 juli 2010, p. 46.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref38">[38]</a> Pilling D., ‘How Foxconn signalled a new China price’<em>,</em> <em>Financial Times,</em>18 november 2010, p. 11.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref39">[39]</a> De Gini-index gaat van 0, volledige gelijkheid tot 100, totale ongelijkheid. De laagste scores vind je in Scandinavische landen, zo bedraagt de index in Zweden 25. De hoogste scores vind je Latijns-Amerika. In Colombia bedraagt die 58,5. Ravallion M., <em>op. cit.,</em> p. 31; UNDP,<em> Human Development Report 2010,</em> p. 152 en 153.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref40">[40]</a> In de landen van de regio is er een heel sterke correlatie te zien tussen de stijging van het bnp per inwoner en de toename van de ongelijkheid. The World Bank, <em>An East Asian Renaissance, </em>p. 50.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref41">[41]</a> <em>Shaohua Chen S. &amp; Ravallion M., </em>The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty, World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref42">[42]</a> Zie bijvoorbeeld Dyer G., ‘China: A new core rises’, <em>The Financial Times, </em> 4 augustus 2010.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref43">[43]</a> Zie bijvoorbeeld de speech van afgelopen maart, waarin premier Wen aankondigde dat ze resoluut de kloof opnieuw willen verkleinen. Bristow M., ‘China “must reduce rich-poor gap” &#8211; Premier Wen, BBC 5 maart 2010, <a href="http://news.bbc.co.uk/2/hi/8550930.stm">http://news.bbc.co.uk/2/hi/8550930.stm</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref44">[44]</a> Berekend op basis van industriële output. Naughton B., <em>The Chinese Economy. </em><em>Transitions and Growth,</em> Cambridge 2007, p. 298-304.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref45">[45]</a> De cijfers zijn van 2005. Sedertdien is de greep van de overheid op de grote bedrijven alleen maar toegenomen. <em>The Economist </em>24 december 2005, p. 101.<em> </em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref46">[46]</a> Zie bijvoorbeeld Ng Sauw T. &amp; Vandepitte M., <em>Made in China. Meningen van daar,</em> Berchem 2006, p. 233-8.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref47">[47]</a> Arrighi G., <em>Adam Smith in Beijing. Lineages of the Twenty-Firs Century,</em> London 2007, p. 332.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>&#8216;Dokter voor het volk&#8217; Kris Merckx na 40 jaar terug in China</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/#comments</comments> <pubDate>Mon, 25 Oct 2010 20:01:35 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[socialisme]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=14137</guid> <description><![CDATA[Veertig jaar geleden bezocht Kris Merckx China . Humo publiceerde wekenlang zijn reisindrukken onder de titel &#8216;Hadimao&#8217; (in toenmalige moderne spelling ). Na zijn reis richtte hij &#8216;Geneeskunde voor het Volk&#8217; op en sloot hij zich aan bij &#8216;Alle Macht aan de Arbeiders&#8217; (AMADA) , later omgevormd tot &#8216;Partij van de Arbeid&#8217; (PVDA), waar hij het [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Veertig jaar geleden bezocht Kris Merckx China . <a target="_blank" href="http://www.humo.be/" target="_blank">Humo</a> publiceerde wekenlang zijn reisindrukken onder de titel &#8216;Hadimao&#8217; (in toenmalige moderne spelling ). Na zijn reis richtte hij &#8216;Geneeskunde voor het Volk&#8217; op en sloot hij zich aan bij &#8216;Alle Macht aan de Arbeiders&#8217; (AMADA) , later omgevormd tot &#8216;Partij van de Arbeid&#8217; (<a target="_blank" href="http://www.pvda.be" target="_blank">PVDA</a>), waar hij het tot nationaal woordvoerder bracht. Veertig jaar later en intussen gepensioneerd  keerde hij terug naar China.</strong></span></p><p>Niettegenstaande  een grondige &#8216;theoretische&#8217; voorbereiding bleef het een verrassende ervaring. In een interessant essay vergelijkt hij ervaringen en standpunten uit Humo van toen met de hedendaagse werkelijkheid van China. Het vergt moed om je opvattingen van 40 jaar geleden te confronteren met vandaag maar het resultaat is de moeite. Merckx gaat een aantal hete hangijzers niet uit de weg: Wat is er geworden van het Chinese ideaal van toen? Zijn er vandaag nog socialistische elementen te vinden in China? Kan China nog een rol spelen als model?<br /> Het  essay verschijnt in korte afleveringen, en met heel wat foto&#8217;s, op de <a target="_blank" href="http://krismerckx.be/2010/10/16/china-2010-versus-1970-1-onze-hadimao-serie-in-humo-van-1971-maar-wie-is-er-nu-nog-boer/" target="_blank">blog van Kris Merckx </a>. Op deze site is de volledige tekst  nu reeds te lezen.</p><h1>China herbezocht na 40 jaar: gigantisch veranderd maar toch nog rood?</h1><p>In juli nam ik deel aan een groepsreis van de Vereniging België-China doorheen enkele provincies in het Oosten en het centrum van de Chinese Volksrepubliek. Het land is voor wie er, zoals ik, 40 en 31 jaar geleden was, bijna niet meer te herkennen. Vooral de economische en urbanistische ontwikkeling is duizelingwekkend. En toch meende ik nog heel wat ideologische en politieke herkenningspunten te zien. Zelfs heel wat meer dan ik verwacht had.</p><p>Kris Merckx</p><p>In het woelige academiejaar 1968-69 studeerde ik in Leuven af als arts en was ik ook voorzitter van het Faculteitenconvent, de koepel van faculteitskringen (het huidige LOKO). Acties en debatten transformeerden mij, in enkele maanden, van een progressieve reformistische studentenleider tot een medestander van de zich toen sterk ontwikkelende jonge marxistische beweging waaruit een jaar later AMADA zou ontstaan.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn1">[1]</a> In die kringen groeide al snel een felle interesse voor het China van Mao waar toen de Culturele Revolutie aan de gang was. De oproep ‘Dien het Volk’ van Mao Zedong, en de ideeën die hij daarover in het gelijknamige artikel ontwikkelde, hielpen om mijn leven een wending te geven. Ik besliste om de opleiding tot specialist die ik had aangevat na het eerste jaar af te breken. Begin 1971 zou ik in Hoboken (Antwerpen) starten met de eerste huisartsengroepspraktijk Geneeskunde voor het Volk.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn2">[2]</a> Tussen augustus en december 1970 voorzagen we vier maanden om de zaak op te starten. Een paar mensen van de in die tijd vrij sterk gepolitiseerde Vereniging België-China (VBC) stelden me voor om, in die ‘vrije’ maanden, ook deel te nemen aan een reis in China. Zij hoopten dat dit onze militante plannen een extra boost kon geven. Dat was niet slecht bekeken.</p><h3>‘Hadimao’ in Humo (1971)</h3><p>Zo reisde ik samen met 9 andere Belgen, bijna allen ‘maoïstische sympathisanten’, in oktober 1970 vier  weken door de Chinese Volksrepubliek. We bezochten de hoofdstad Beijing en andere grote steden – de havenstad Tianjin, Wuhan, Changcha, Shanghai en Canton nu Guangzhou – en ook heel wat communes op het platteland. Een passage in het geboortehuis van Mao in Shaoshan – in die tijd een politieke bedevaartplaats – ontbrak natuurlijk niet op het programma.</p><p>Hoewel de meest turbulente periodes toen al achter de rug waren, was de in 1966 gestarte Culturele Revolutie nog stevig aan de gang. China was in al die jaren fel afgesloten geweest van de buitenwereld. Wij waren toen de eerste of de tweede groep Belgen die het land opnieuw gedurende een langere tijd kon doorkruisen. In een deel van de pers bestond interesse voor wat wij in dat nog raadselachtige land beleefd hadden. Het toen ook al populaire weekblad HUMO vroeg aan mij en mijn medereiziger, de sociale assistent Chille De Man, om ons verhaal te doen. Vijf weken lang mochten wij, met de redactionele hulp van journalist en advocaat Jos De Man, telkens over zes à acht pagina’s verslag uitbrengen over onze reis in China. De eerste aflevering (26 februari 1971) van de serie werd op de cover aangekondigd met de titel <em>‘HADIMAO-China, zelf gezien’</em><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn3">[3]</a>. Een kleurrijke compositie-collage van Evert Vermeulen, met daarin centraal een bekend officieel Mao-portret, maakte er een van die grappige voorpagina’s van die later een handelsmerk van HUMO zouden worden. Onze vijf China-artikels in HUMO, achteraf wat ‘in balans gebracht’ door interviews met de in 1949 uit China verbannen pater Scheutist Dries Van Coillie en de Chinaspecialist en toenmalige NAVO-legerkapitein Roger Andries, zijn tekenend voor de interesse die dat land en zijn regime begin van de jaren ’70 ook hier bij ons opwekten.</p><p>In 1979 ben ik nog eens twee weken in China geweest. Een delegatie van de nationale leiding van de PVDA werd toen voor het eerst officieel ontvangen door de Chinese Communistische Partij. Politieke gesprekken maakten de hoofdmoot uit van die reis en er waren minder contacten met de bevolking en haar dagelijkse leven. Ook was er in China nog niet zoveel veranderd in vergelijking met mijn bezoek negen jaar eerder. De communistische leider Deng Xiao Ping, een van de doelwitten van de Culturele Revolutie als zogenaamde ‘kapitalistische wegbereider’, was nog maar een paar jaar gerehabiliteerd. De belangrijke economische hervormingen die onder zijn impuls vanaf 1978 beslist werden, en die het huidige China gestalte gaven, stonden nog compleet in de kinderschoenen.</p><h3>Slechts reisindrukken</h3><p>Verschillende vrienden vroegen me een vergelijking te maken tussen het China van 1970 en 1979 en dat van nu zoals ik het op mijn recente reis zag. Zij weten welke rol China en de ideeën van Mao in het begin van mijn politieke leven gespeeld hebben, Hoe ervaart zo iemand de gigantische veranderingen die zich sindsdien in het ‘Rijk van het Midden’ hebben voorgedaan? Dat intrigeert hen wel. Voor hen doe ik het dus. Ik ga het wel houden bij de verschillen tussen wat ik in 1970 zag en hoe ik het land deze zomer terugvond, de reis van 1979 laat ik terzijde. Dat laat me ook toe om, voor het beschrijven van de verschillen tussen veertig jaar geleden en nu, telkens te vertrekken van een citaat uit ons toch wel wat bijzondere HUMO-relaas van toen.</p><p>Na het herlezen van dat relaas moet me eerst iets van het hart. Ja, we hebben daarin eerlijk weergegeven wat we in 1970 gezien en gehoord hadden. Maar in de duiding ervan stak een flink stuk idealisering en simplificering. Een kwaal die voor een deel te wijten was aan onze eigen kinderziekten van nog maar pas ontloken ‘marxisten’ maar ook aan het officiële propagandadiscours van tijdens de Culturele Revolutie. Veertig jaar later ben ik, zo hoop ik, niet alleen ouder maar ook wijzer geworden. Verwacht dus van mij in dit artikel geen formele politieke oordelen over de weg die China vandaag is ingeslagen. Zo iets is onmogelijk op basis van indrukken opgedaan tijdens een reis van enkele weken. Voor meer diepgaande gegevens en analyses verwijs ik naar bronnen en mensen die kunnen bogen op meer kennis en studie van China of op jarenlange ervaring in het land zelf. Zo is er het goed gedocumenteerde tijdschrift <em>China Vandaag</em> van de VBC.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn4">[4]</a> Verder zijn er de site en de publicaties van Chinaspecialist en auteur Peter Franssen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn5">[5]</a> Of die van Frank Willems en Lieve Dejonghe, de organisatoren en begeleiders van onze reis.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn6">[6]</a> Frank Willems is een bruggepensioneerde ingenieur van Glaverbel. In de voorbije 25 jaar was hij voor zijn werk tientallen malen in China. Recent woonde hij twee jaar in Shenyang hoofdstad van de noordelijke provincie Liaoning. Daar gaf hij als vrijwilliger lessen Engels en management aan de universiteit. Zijn vrouw, de kunstenares Lieve Dejonghe, schilderde er werken waarin ze steeds meer Chinese elementen verwerkte. Dat leverde haar een uitverkiezing op om met haar schilderijen een installatie te maken voor het paviljoen van België en de EU op de wereldtentoonstelling van Shanghai (mei tot oktober 2010). Daarnaast zijn er massa’s degelijke en interessante boeken over het nieuwe China. Persoonlijk denk ik aan ‘Made in China’ met talrijke interviews met zowel Chinese bedrijfsleiders en vakbondsmensen maar ook Westerse zakenlui die al jarenlang in China actief zijn. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn7">[7]</a> Of aan een boek als ‘Fabrieksmeisjes’. Geschreven door een Amerikaanse van Chinese oorsprong. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn8">[8]</a> Ze keerde een tijdlang naar het vaderland van haar grootouders terug om er te werken als correspondente voor de <em>Wall Street Journal.</em> Ze is zeker geen sympathisante van het communisme. Maar ze is wel diep doorgedrongen in het dagelijkse leven en het niet altijd even verheven denken van twee van de miljoenen jonge Chinese vrouwen die zich als migranten-arbeidsters in de reuzenfabrieken van de Parelrivierdelta een beter leven proberen op te bouwen.</p><p>Voor grondiger info over China verwijs ik ook naar de officiële  sites zoals de on-line-edities van <em>People’s Daily </em>en <em>China Daily</em> maar ook naar die van de<em> Chinese Communist Party</em>.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn9">[9]</a> Het valt me op hoe zij, in tegenstelling tot vroeger, veel opener spreken en debatteren over de scheefgroeiingen, wantoestanden en regelrechte schandalen waarmee de huidige koers in China ook gepaard gaat. Onlangs ontdekte ik tot mijn verwondering op de site van de Chinese CP zelfs een positief artikel over het boeddhisme. Die religie, aldus het partijorgaan, kan sommige mensen helpen om geestelijke rust te vinden in een tijd waar  grote veranderingen zorgen voor ideologische leegte en verwarring.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn10">[10]</a> Aan bezinning en zelfkritiek over de talrijke problemen ontbreekt het in het huidige China inderdaad niet, vooral niet bij politici en beleidsverantwoordelijken. Soms legden ze het er, naar mijn zin, wat te dik op. Zo kregen we een hele uiteenzetting over de situatie op het platteland met een opsomming van ‘problems, problems’. Zo erg dat je op de duur nog zou vergeten dat het boereninkomen sinds 1978 vaak meer dan vertienvoudigd is en de productiviteit van de graanbouw verviervoudigd. Toch niet meteen details.</p><p>Maar genoeg ingeleid nu. Tijd om zelf uit mijn kot te komen met mijn beloofde impressionistische vergelijking China 1970 versus China 2010.</p><h3>Wie is nog boer?</h3><p><strong>1970, oktober.</strong><em><br /> “We landen op de luchthaven van Kanton (Guangzhou) tussen de maïsvelden. Dit is een land van 600 miljoen boeren: elk lapje grond wordt intensief bewerkt, ook op een vliegveld. In de velden één wemeling van mensen in witte, blauwe, rode, bonte hemden onder grote strooien zonnehoeden. De landbouw in het wijdste land ter wereld gebeurt intensief.” </em>(Humo, 1971)<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn11"><em><strong>[11]</strong></em></a></p><p>Veertig jaar geleden stond het platteland centraal in onze reis. Ik heb toen ook wel een paar fabrieken bezocht, ondermeer een staalfabriek in Wuhan dat nog in de steigers was gezet met hulp van de Sovjetunie. Maar de meeste bezoeken die we aflegden gebeurden op het platteland. De landbouw kreeg de hoofdaandacht in het beleid en in de propaganda. Het was al boeren wat de klok sloeg. Zij maakten toen ook nog 80% uit van de bevolking en waren, zoals bekend, de oogappels van voorzitter Mao.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Vandaag is nog slechts 55% van de bevolking geregistreerd als ‘boer’ of plattelandsbewoner en 45% als stedeling. A rato van 1% meer stedelingen per jaar stevenen we trouwens bliksemsnel af op een verhouding 50/50. Bovendien gaat het hier om administratieve cijfers die helemaal niet meer de sociologische realiteit weerspiegelen. Een groot deel van de ‘boeren’ (‘rurals’ in het Engels) werkt al lang niet meer op het veld. Ze verdienen de kost als migrantenarbeiders op de bouwwerven en in de fabrieken in grote en kleinere steden. Officieel bedraagt het aantal migrantenarbeiders in China 150 miljoen. Die behouden, zolang ze geen toelating kregen zich definitief in de stad te vestigen, hun statuut van ‘boer’. Dat geeft nadelen. Zo kunnen hun kinderen vaak nog niet naar de gratis lagere scholen in de stad gaan – hoewel men ook dat in verschillende streken aan een snel tempo begint te corrigeren. Maar het rurale statuut heeft ook voordelen. In 2003 en 2006 werden voor de boeren alle belastingen afgeschaft die met de boerenstiel <em>as such</em> te maken hebben &#8211; en dat kan nogal ruim geïnterpreteerd worden.</p><p>Hoe dan ook in 1970 heb ik urenlang en gedurende honderden kilometers van op de trein – binnenlandse vluchten waren toen nog zeldzaam – door het venster zitten turen. Van ’s ochtends vroeg zag ik toen overal boeren die, vaak met tientallen of zelfs meer, over de rijstvelden gebogen stonden. Of die aan het ploegen, het zaaien of het oogsten waren of irrigatiewerken uitvoerden. Dit jaar voelde het dan ook vreemd aan dat ik nog slechts sporadisch boeren op het veld zag werken. Een groep van tien boeren op een akker, dat is een uitzondering geworden. Mogelijks is het in streken die wij niet bezochten nog anders. Maar op onze reis hebben wij toch verschillende provincies doorkruist: van de hoofdstad Beijing naar de centraal gelegen provincie Shaanxi (met als hoofdstad Xi’an), vandaar verder  naar de steden Luoyang en Zhengzhou in de provincie Henan, vervolgens naar de grootstad Hangzhou in de meer zuidelijke kustprovincie Zheiang en vandaar naar de 200 kilometer hoger gelegen stadsregio Shanghai. Op die duizenden kilometers doorheen plattelandstreken, met de trein of de bus, meestal langs brede autowegen, heb ik iedere keer opnieuw gedacht: hoe weinig boeren zie je nog op de akkers. Wat we wel in overvloed zagen op onze tochten doorheen het platteland waren mensen die huizen bouwden. Vaak heel grote, met 100 of meer m<sup>2</sup> oppervlakte. In de ‘boerendorpen’ aan de Oostkust, zoals onder Hangzhou, waren de huizen vaak nog groter met een tweede of derde verdieping. We vernamen dat de boeren daar vaak kamers verhuren aan migrantenarbeiders. Wat hen een inkomen bezorgt dat veel hoger is dan wat zij zelf nog in de landbouw of in de fabriek verdienen. Soms ontvangen de boeren ook nog een aandeel in de winsten van de gemeentelijke of privé-coöperatieven waarin ze participeren. Die coöperatieven verpachten het gebruiksrecht dat de boeren bezitten over hun lapjes grond, die zij na de ontbinding van de communes terugkregen, aan bedrijven. Die mogen daar dan bedrijven op zetten en staan in ruil een deel van hun winsten af. Gevolg: in dergelijke streken trekken heel wat boeren een inkomen dat ruim hoger is dan het stedelijke gemiddelde. Ze zijn meer renteniers geworden dan landbouwer of arbeider.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn12">[12]</a> Over de ingewikkelde situatie op het platteland, vooral dan inzake eigendomsstructuren, zal ik het verder nog hebben.</p><p>Ondertussen kan ik alleen maar zeggen dat onze reis, die officieel tot doel had vooral de toestand van de boeren te bestuderen, ons ook op het platteland meer in bedrijven en bedrijfjes heeft gebracht dan op boerderijen. We zagen meer plattelandsbewoners die arbeider geworden waren, of uitbaters van hotelletjes, pensions of restaurants, dan de al dan niet met slijk bevuilde en door de zon getaande traditionele boeren die we voor ogen hadden. Ook in de hotels zagen we een pak personeelsleden afkomstig van het platteland. Toen we op de autostrade naar Xi’an stil stonden door een verkeersongeval bleek in de bus achter ons in de file een groep meisjes te zitten die op weg waren voor een horeca-opleiding. (We hebben overigens de tijd gedood door op het asfalt te verzusteren en te verbroederen en voor mekaar wat Europese en Chinese liedjes en dansjes op te voeren.)  Nu, als je in de hotels die meisjes ziet rondlopen met een kraaknet uniformpje en hoge hakken dan kan ik me inbeelden dat die niet zo graag meer op het veld gaan werken onder een loden zon en een vochtigheidsgraad van rond de 85 procent.</p><p>Het is een boutade en dus overdreven, maar volgende anekdote geeft wel een gevoel weer dat we vrij algemeen hadden. Het programma van onze reis was in mekaar gestoken door de NGO Gong He, wat ‘samenwerken’ betekent. Ze legt zich toe op het bevorderen van echte coöperatieven in plattelandsstreken (sommige coöperatieven zijn namelijk ook vermomde privé-bedrijven). Toen we, op het einde van de reis, een debriefing hadden met de verantwoordelijken van Gong He, vroeg een van ons aan hen: ‘En is het misschien mogelijk om nog eens een echte boer te zien? Een die alleen maar op de akker of in de stallen werkt?’ De mensen van Gong He moesten er hartelijk mee lachen.</p><p><strong>Urbanisering alom</strong></p><p><strong>1970, september.</strong><em><br /> </em><em>“Hoe wonen de mensen? In Shanghai vallen de oude stadswijken een beetje tegen. Kleine huizen, oudere huizen ook. De nieuwbouw geschiedt in strenge binding met de productie: rond elke nieuwe fabriek worden meteen de nodige appartementen voor het personeel gebouwd – en ook een hospitaal, scholen, een kinderkribbe. De mensen die in de grote centra wonen, wijken langzamerhand uit naar de periferie. Alle huizen zijn uit steen en bedekt met pannen en hebben elektriciteit. Hoogbouw bestaat niet in China: de nieuwe appartementsgebouwen zijn zelden hoger dan vijf verdiepingen.” </em>(Humo, 1971)<em><br /> </em>‘Hoogbouw bestaat niet in China.’ Het was een zin getekend door mijn primitief ontwakend ecologisch bewustzijn dat een eigen huis met een groen tuintje als zoveel idealer aanzag. Zonder er ook maar bij stil te staan hoeveel open ruimte er dan wel zou overblijven in een land met toen al 800 miljoen inwoners – en inmiddels zijn ze met 1,3 miljard.</p><p><strong>2010</strong></p><p>‘Hoogbouw bestaat niet in China’ was vooral een zin die als geen ander illustreert hoe er, op heel wat terreinen, een verschil van bijna dag en nacht bestaat tussen het China van 1970 en dat van nu. Bij onze aankomst zijn we dit jaar geland in Beijing. Zodra we het centrum binnenreden greep het mij bij de keel: ik had de indruk terechtgekomen te zijn in een bos van woontorens. Overal rondom je zie je tientallen, misschien wel honderden hoogbouwflats, meestal van 32 verdiepingen. Die zijn bestemd voor de huisvesting van gewone burgers. Ik werd er stil van, alleen al bij de gedachte hoe ze het klaarspelen om de huisvesting van die honderdduizenden en miljoenen mensen in immense torens min of meer behoorlijk te laten verlopen. Omdat ik zelf sinds 30 jaar in een sociale woonwijk in Antwerpen woon, met ondermeer drie torengebouwen van ocharme 16 verdiepingen weet ik een beetje wat daar allemaal aan problemen bij kan komen kijken. Verstopte afvoeren van afvalwater en toiletten, vuilnisschuiven die niet werken of kakkerlakken genereren, riolen en straten die overlopen bij hevige regenval, het netjes houden van de gemeenschappelijke delen, het verzekeren van onderhoud en herstellingen, van groenvoorzieningen en speeltuinen, problemen oplossen met en tussen huurders of eigenaars: het is bij ons al geen sinecure om dat allemaal te klaren, wat moet dat dan wel zijn in die Chinese hoogbouwwouden.</p><p>En dan zijn er de echte wolkenkrabbers die ruim boven deze flatgebouwen uitstijgen. Zij huisvesten meestal kantoren van bedrijven of overheidsdiensten. Shanghai steekt op dat vlak iedereen in China naar de kroon. Vooral dan in de nieuwe administratieve wijk Pudong op de rechteroever van de Pu-rivier. Veertig, en zelfs twintig jaar geleden, zag je van op <em>De</em> <em>Bund</em>, de grote boulevard op de linkeroever (het oude Shanghai), aan de overkant alleen eindeloze landbouwvlakten. Met ’s avonds op de rivier op de voorgrond een paar traditionele vissersloepen met vooraan aan de boeg een zwak verlichte lampion. Vandaag kan de skyline van Pudong, met dertig of meer reuzenbuildings in zeer verschillende stijlen, wedijveren met die van New York. <em>&#8216;Amazing&#8217;</em>, geweldig, vindt een jonge Amerikaanse van Chinese origine die, op een avond  naast mij van op de <em>Bund</em> de overkant bewondert. Akkoord, hoewel ik zelf minder enthousiast ben dan zij over de kitscherige verlichting van sommige gevels en toeristenboten op de rivier. Nu ja, Amerikanen en smaak daar scheelt soms wel wat aan. De Oriental Pearl Television Tower (met tien rode bollen van verschillende grootte over de hele lengte) en de Jin Mao Building karakteriseren al enkele jaren het panorama van dit nieuwe Shanghai. Met hun respectievelijk 468 en 421 meter overvleugelden ze al de Empire State Building (381 m) en de Eifeltoren (324 m). Recent kregen ze er een nieuwe buur bij: de SWFC-building van het Shanghai World Finance Center.  Zijn top, in de vorm van een flessenopener, reikt met 492 meter nog hoger in de wolken. Als 3<sup>de</sup> hoogste gebouw ter wereld moet hij alleen de Taipei 101 in Taiwan laten voorgaan (509 m) en natuurlijk de Burj Dubai ook nog Burg Khalif genoemd . Deze ‘Toren van Dubai’ in het gelijknamige olie-emiraat haalt 828 meter. De Sky Walk 100 in het SWFC-Observatory, op de 100ste verdieping, is met zijn 474 meter boven de grond wel de hoogste <em>skywalk</em> ter wereld. Op die verdieping zijn er in de vloer, net boven de <em>vide </em>in de ‘flessenopener’, twee rijen glazen doorkijktegels waarmee je de onder jou liggende gebouwen en straten uit de omgeving kan zien. Auto’s op de grond kan je met het blote oog nog herkennen, mensen niet. Vanuit die Sky Walk kan je zien hoe tussen de kantoorgebouwen ook in Pudong nog flink voor gewone huisvesting is gezorgd. Als vlekken zie je grote groepen appartementsgebouwen met zes verdiepingen (in China tellen ze het gelijkvloers als 1ste verdieping). Per wijk zijn de platte daken van die flatgebouwen rood, groen of blauw gekleurd. Waarom tellen die gebouwen maar zes verdiepingen? Omdat het  in China tot op die hoogte niet verplicht is om een lift te installeren.</p><p><strong>Twee bakstenen in de maag?</strong></p><p>Ook in het oude Shanghai vind je tussen de kolossen door nog meer kleine huizen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het gaat dan meestal om delen van wijken die aan de bouwwoede konden weerstaan en waar de oude huizen meestal gerestaureerd werden. Ook door de nauwe straatjes behouden zij  nog wat het karakter van vroeger. Iets gelijkaardigs zie je in Beijing. Vooral in de buurt van de Verboden Stad, zijn daar de vroegere <em>Hutongs</em> – met hun kleine huizen gegroepeerd rond een binnenkoer – min of meer in de oorspronkelijke vorm gerestaureerd. Vermelden we nog dat men einde jaren 90 even gestopt is met wolkenkrabbers in Shanghai. Er waren berichten dat de stad in haar geheel al drie centimeter aan het verzakken was. Dat bleek uiteindelijk niet waar te zijn.</p><p>Hoogbouw is dus troef in China. En met 1,3 miljard inwoners –er komen er elk jaar  nog 10 miljoen bij – kan het gewoon niet anders. De grootste steden tellen stuk voor stuk  meer inwoners dan België: Chongqing 32 miljoen, Shanghai 19 miljoen, Beijing 16 miljoen.  Voor Shanghai en Beijing mag je daar nog een kwart bijtellen voor de niet officieel geregistreerde migrantenarbeiders. Maar ook &#8216;kleinere&#8217; steden dienen miljoenen mensen te huisvesten: Hangzhou telt 7 miljoen inwoners, Zhengzhou (provincie Henan) 6 miljoen.  Dat los je niet op met rijtjeshuizen ‘op zijn Hollands’. Tegelijk dient gezegd dat de hoogbouw in vele gevallen fantasierijker is dan bij ons. Op heel wat plaatsen zag ik verdienstelijke pogingen om die grote flatgebouwen architecturaal een Chinees tintje mee te geven. Door er een dak op te zetten met traditionele golfpannen of iets dat op de punt van een pagodetoren gelijkt. Ook bij de bouw van nieuwe individuele huizen zie je dat regelmatig.</p><p>Inzake hoogbouw vermeld ik nog mijn bijzondere ‘Zhengzhou-gevoel’. Zhengzhou is de hoofdstad van Henan. Met 100 miljoen inwoners, meer dan Duitsland, is het de dichtst bevolkte provincie van China. Tot voor kort liep de economische en sociale ontwikkeling er achterop. Hoezeer dat verandert merk je ook hier aan de stadsuitbreiding. Bij het uitrijden van het oude Zhengzhou werd ik overweldigd door de uitgestrekte gloednieuwe wijken die aan beide zijden van de autoweg oprijzen. Zo ver je kon zien overal nieuwe hoge flatgebouwen van 25 tot 30 verdiepingen. De brede lanen die de wijken doorsnijden  zijn goed onderhouden. Zowel op de zij- als middenbermen zijn er overal mooie groenpartijen aangebracht. Meestal hagen met groene, gele en bruine kleuren door elkaar gemengd en <em>picco bello </em>gesnoeid. Gemillimeterd zeg maar. Het doet me wat. Vooral omdat we het laatste jaar in Antwerpen bij herhaling strijd moesten voeren tegen de verschraling en het slechte onderhoud van de groenvoorzieningen, vooral dan in de volkswijken.</p><p>Die aaneenrijging van wijken met hoogbouw heeft mij het meest verrast. Vooral omdat het zo veralgemeend is in het hele land. Voor mijn reis wist ik, van foto&#8217;s, wel dat delen van Shanghai en Beijing op Manhattan begonnen te lijken. Maar ik had er geen besef van dat ook in alle andere grote en kleine steden de hoogbouw zo&#8217;n vlucht heeft genomen. Nu let ik er op hoe je dat zelfs kan merken bij elke tv-reportage over natuurrampen gelijk waar in China. Maar daarvoor was dat nog niet tot mij doorgedrongen. Je leest regelmatig in de kranten over het risico van &#8216;oververhitting&#8217; in de bouwsector in China. Nu kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Het is het eerste en meest opvallende fenomeen dat je, als gewone toerist, laat aanvoelen welke vooruitgang er de laatste dertig jaar geboekt is. &#8216;Amazing&#8217;, &#8216;duizelingwekkend&#8217;, je hoort het niet alleen van al dan niet Amerikaanse toeristen. Het welt spontaan bij iedereen op.</p><p>Meer dan eens maakte ik me de bedenking: Ze zeggen dat de Belg geboren wordt met een baksteen in zijn maag, wel de Chinezen dan met twee bakstenen in hun maag. Dat geldt ook voor het platteland, zo mogelijk nog meer. Misschien lag het aan de tijd van het jaar en onze reisroute, maar ik heb daar meer mensen met truwelen, cementmolens en kranen bezig gezien dan met landbouwwerktuigen. En die boeren zien het groots. In de streek  rond Hangzhou was de streefnorm 80 m2 woonoppervlakte per&#8230; persoon. Drie verdiepingen leek er heel gewoon.</p><h3>Alarm over vastgoedprijzen</h3><p>Toch komen precies in deze <em>boomende </em>sector van woningenbouw vrij scherp de problemen aan het licht die gepaard gaan met China&#8217;s keuze voor een ontwikkeling waarin kapitalistische elementen ruim meespelen. Zo goed als overal kregen we het te horen: de vastgoedprijzen swingen de pan uit. Al naar gelang van de stad had men het over prijzen van 1000 tot 3000 € per m2  voor de aankoop van een appartement. De eerste commentaar die onze ongetrouwde gids in Hanghzou, ‘Joe’ (29 jaar), ons ten beste gaf klonk zo: “Je moet als jongen om te kunnen trouwen tegenwoordig een appartement of huis hebben en een bruidschat van circa 10.000 euro. Dat is heel moeilijk want je betaalt tot 20.000 yuan per m2 voor een appartement. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn13">[13]</a> Voor 80 m2 is dat dus 1.600.000 yuan of 190.000 euro. Gelukkig heeft de regering drie maanden geleden een maatregel genomen om de aankoop van een tweede of derde appartement te bemoeilijken. Maar er zijn geruchten dat men die maatregel terug ongedaan wil maken.” De maatregel, waarnaar ‘Joe’ verwees, bestaat er in dat degene die een tweede of derde huis of appartement koopt, tot ongeveer 60 procent van het bedrag zelf op tafel moet kunnen leggen. Hij of zij kan dus maar weinig lenen. De bedoeling is de speculatie tegen te gaan. De maatregel wordt als vrij essentieel aangezien. Er wordt inderdaad over gespeculeerd dat hij zou ingetrokken worden als de immobiliënmarkt in elkaar stort en geen andere maatregelen helpen.</p><p>Ook in Zhengzhou had een andere gids, bij het passeren van de hierboven beschreven nieuwe wijken, zijn beklag gedaan dat de prijs van die appartementen daar ook al op loopt tot 80.000 euro of meer. Niet of nauwelijks nog in het bereik van de gewone werkende Chinees wiens maandloon tussen 120 en, in het beste geval, 600 euro per maand schommelt. Zelfs al bedragen de prijzen van producten voor dagdagelijks gebruik vaak maar een derde van bij ons.</p><p>Vastgoedspeculatie heeft inderdaad volop zijn intrede gedaan. Rijke en welgestelde Chinezen investeren in appartementen in de hoop dat ze, door de enorme vraag, snel in waarde stijgen. Op heel wat plaatsen zit de vlam in de vastgoedprijzen. Als gevolg daarvan zouden al hele torengebouwen leeg staan. Een vastgoedbubbel die uiteenspat is niet denkbeeldig. Maar de overheden zouden er zich van bewust zijn en grijpen in om het niet zo ver te laten komen als in de VS.</p><h3>GSM’s en minishorts.</h3><p><strong>1970.</strong></p><p><em>“Een wandeling in Shanghai. Gezellige roezemoezende drukte van enorme golven wandelaars die naar de winkels kijken en appels, peren en thee kopen aan de vele stalletjes. Een vrij uniforme maar geen eentonig menigte. De Chinezen gaan eenvoudig, maar degelijk gekleed. De basiskleding bestaat uit een blauwe, grijze of kaki linnen broek, een wit of gekleurd hemd of blouse. De snit is voor iedereen dezelfde: maar er is een grote variëteit in kleuren. Wisselende modetendensen bestaan niet.” </em>(Humo, 1971)<em> </em></p><p>Dat het straatbeeld bepaald werd door mensen die, op de kleurig uitgedoste kinderen na, ongeveer eenders gekleed waren, hadden we toen zelfs niet hoeven te vermelden in Humo. Het was al lang een gemeenplaats in België. Ik zou het, als veronderstelde maoïst, nog minstens tien jaar lang mogen horen: “Willen jullie dat we hier ook allemaal met hetzelfde grijze of blauwe Mao-pakje rondlopen?”.  Mijn geruststellende woorden dat dit zelfs toen nooit onze bedoeling was geweest werden niet altijd geloofd.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Qua kleding en andere attributen zijn de mensen in het straatbeeld enorm veranderd.</p><p>In alle bezochte steden zie je bijna geen verschil meer met bij ons. Jongeren met flashy gsm&#8217;s in aanslag in de hand. Niet zelden gaat het om betere versies met touch-screens. Meisjes met minirokjes of minishorts en T-shirts met bijna exclusief opschriften in het Engels. China is ‘de fabriek van de wereld’ geworden. Blijkbaar verkopen ze wat ze maken in een moeite ook aan de eigen bevolking. En dat is maar goed ook. Misschien sluit dat wel aan bij het officiële beleid om voor verdere vooruitgang meer te mikken op binnenlandse consumptie dan vooral op export.</p><p>Officieel rekent China zichzelf nog altijd bij de Derde Wereld. En de statistieken van zowel China als de Verenigde Naties over de economie en de indexen inzake Human Development plaatsen China nog altijd bij de ontwikkelingslanden. Maar wat de uiterlijke tekenen van levensniveau betreft hebben wij, in en rond de bezochte steden, niet zoveel Derde Wereld meer gezien. Alvast niet de schrijnende ellende die je in vele sloppenwijken in India nog tegenkomt. In de centra van de steden zelf, ook in provinciesteden als Zhenzhou en Luoyang, heb je overal grote winkelstraten. Zowat alle grote Westerse kleding- en schoenenmerken zijn present met chique filialen maar worden duidelijk minder bezocht. Maar ook de winkels die door de modale Chinees overrompeld worden, kunnen de vergelijking met die van bij ons doorstaan. Verschillende winkelboulevards waren zo groots dat ik dacht: als die mensen van hier gaan shoppen in Antwerpen in de Abdijstraat (Kiel) of de Bredabaan (Merksem), of zelfs op de Meir, dan zullen ze dat maar aan de simpele kant vinden.</p><p>Iets wat ik wel miste in het Chinese straatbeeld in vergelijking met 1970 waren de grote groepen mensen die van ’s ochtends vroeg op straat of in de parken <em>Tai Chi</em> beoefenden. Deze softe vorm van gevechtskunst, voluit <em>Tai Chi Chuan</em> en meestal uitgevoerd met langzame bewegingen, is duidelijk minder populair geworden. Je ziet het nog wel maar lang niet meer zo massaal. De jachtigheid van het moderne leven zal er misschien voor iets tussen zitten, hoewel het daar misschien juist nuttig voor kan zijn. Nu, er is alvast een andere vorm van beweging in de plaats geworden: het sociale straatdansen. Dat is bijzonder in. Vooral ’s avonds, zowel in parken als op pleintjes of gewoon op het trottoir, maar soms ook al in de vroege ochtend. Op muziek die schalt vanuit een draagbare audio-installatie voeren grote groepen dezelfde danspasjes uit, vaak op disco- of latinoritmes. Je ziet ook traditionele dansen op eigen Chinese muziek of koppels die klassieke westerse dansfiguren (van wals tot tango en rock-and-roll) inoefenen of showen. Allemaal gewoon op straat.</p><h3>Daar komt de Chinese auto</h3><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Bussen en vrachtwagens rijden afgeladen vol met personeel naar de fabrieken. Vrachtwagens met honderden mensen in de laadbakken rijden de stad binnen: boeren van volkscommunes in de buurt van de stad die eens in de fabrieken komen rondneuzen. Je ziet haast geen personenwagens. Er rijden een paar gammele Poolse karren rond, taxi’s of officiële voertuigen.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p><strong>2010</strong></p><p>“Hoe laat we in het hotel toekomen zal afhangen van de file op de ring”, is zowat het eerste wat de gids ons vertelt als ze ons ontvangt op de bus die ons afhaalt aan de luchthaven in Beijing. Het probleem van de <em>‘traffic jam’</em> wordt ons ook meteen gesignaleerd in steden als Hangzhou en Shanghai. Buiten de uitbreiding van het wegennet – er zijn al zes ringwegen – gelden in Beijing ook al andere maatregelen. De wagens met pare en onpare nummerplaat dienen alternerend een dag op stal te blijven. De vrij principiële afwijzing van individuele wagens van 1970 is compleet opgeheven. Vorig jaar stak China met meer dan 13 miljoen verkochte auto’s de VS voorbij als grootste automarkt. Alleen al in Beijing kwamen er per dag 1900 wagens bij. De personenwagens in het straatbeeld behoren meestal tot de middenklasse, kleine modellen zie je minder. Sinds de overname van Volvo Gent door Geely beseffen we in België dat de Chinese autoconstructeurs ook hun intrede hebben gedaan op de wereldmarkt.</p><p>Na mijn eerste reis in China heb ik bijna twintig jaar lang verdedigd dat het voor het milieu van onze planeet maar goed was dat het miljard Chinezen niet even massaal met personenwagens reed als bij ons. Alweer een uitleg die aan herziening toe is. Blijkbaar is het comfort van een personenwagen (hopelijk voorlopig) nog altijd een vrij wezenlijke behoefte van mensen die het tijdperk van de moderne welvaart zijn binnengetreden. En met welk recht zouden wij de Chinezen ontzeggen wat 97% van de actieve gezinnen bij ons onmisbaar vindt? Dit alles belet niet dat China zich meer dan bewust lijkt van de milieuproblemen die koning auto in hun gigantisch land kan veroorzaken. De industrie gooit zich aan versneld tempo op de ontwikkeling van elektrische auto’s met alles wat daarbij komt kijken, vooral dan batterijen die een groter bereik toelaten en minder gewicht hebben. Algemeen wordt aangenomen dat de Japanse autoconstructeur Nissan het verste staat op dit terrein. Maar onlangs volgde een reportage van Panorama op Canvas de Japanse ingenieur die bij Nissan de R &amp; D naar elektrische wagens leidt. Je kon de man bij een constructeur in China een testrit zien maken met een elektrische wagen van Chinese makelij. Na afloop kon hij zijn verbazing over de prestaties (bereik en gewicht van de batterijen, rijcomfort, snelheid) nauwelijks verbergen.</p><p>De overheid heeft de laatste jaren gigantisch geïnvesteerd in nieuwe autowegen en in openbaar vervoer. Er zijn al 6.500 kilometer hogesnelheidsporen in gebruik. De stations van Beijing, Xi’an en andere steden bestaan uit immense wachtzalen. Niet zelden zitten in een zaal duizend of meer treinreizigers te wachten, kijkend naar de tv-schermen aan de wand, lezend of slapend (ook op de grond). Omdat veiligheid troef is moeten die tienduizenden aan de ingang eerst een security-controle passeren vergelijkbaar met die op een luchthaven. Dat is ook het geval in de metrostations van Beijing en Shangai hoewel men daar minder strikt is: de rugzak of boodschappentas door de scanner laten rollen volstaat meestal. Ondertussen beschikken bijna alle grote steden over metrolijnen of zijn ze in aanbouw. In Shanghai is met de aanleg pas in 1994 begonnen. Maar vandaag zijn er al 11 metrolijnen met daarbovenop nog een speciale voor de nu lopende Wereldtentoonstelling. Het metronetwerk overtreft er nu in lengte dat van New York en zelfs dat van Tokio. Zowel in Beijing als Shanghai zagen we bijzonder lange en snelle metrostellen. In verschillende stations moeten glazen wanden met poorten die openen bij het uit- en instappen ongevallen op de sporen voorkomen. Op de perrons worden de wachttijden tot op de seconde elektronisch aangegeven. Tijdens het rijden zie je op kleine flatscreens korte nieuwsflashs en de – onvermijdelijke – reclame. In Shanghai meldden ze om het half uur het aantal bezoekers dat Expo 2010 die dag al geregistreerd had. Tegen ’s middags en ’s avonds liep dat meestal op tot 350.000 of zelfs een half miljoen. Voor de hele duur van de Wereldtentoonstelling, die loopt van mei tot oktober, worden er 70 miljoen bezoekers verwacht. Halfweg de Expo zat men al aan 38 miljoen. Dat 98% van de bezoekers Chinezen zijn illustreert ook enigszins de stijgende koopkracht want een ingangsticket kost 160 yuan (20 €) per dag. Aan de andere kant delen gemeentelijke overheden en bedrijven wel elke maand tienduizenden gratis tickets uit. Gevolg: aan heel veel paviljoenen dient in lange files te worden aangeschoven voor al wie geen VIP-introductie heeft. Voor paviljoenen als Japan, Saoedi-Arabië bedraagt de wachttijd vaak 6 uur, voor het nationale paviljoen van China en dat van Zuid-Korea 4 uur. We hebben geen poging ondernomen om daar binnen te geraken. Zeker in de verzengende julihitte leek dat een kleine marteling. Ook al werden de wachtenden onder de zonneluifels regelmatig met waternevel besproeid en kon je voor 10 yuan (1,2 euro) een opklapbaar stoeltje kopen om af en toe wat te zitten..</p><h3>Brommers die niet brommen</h3><p><strong>1970<br /> “</strong><em>Er zijn enorm veel fietsers, allemaal op splinternieuwe karretjes. Karren mag je wel zeggen want de Chinese fiets is een bonk van een tweewieler, verwant aan het Engelse Raleigh-model. Veel vervoer gebeurt met karretjes die achter de fiets worden voortgetrokken. Ik sta een beetje suf van het oorverdovend lawaai in de straten. Duizenden fietsbellen rinkelen, honderden autobussen toeteren.”</em> (Humo, 1971)</p><p><strong>2010</strong></p><p>Over lawaai gesproken. Dit jaar kon ik letterlijk horen dat er ook op dit vlak wat gedaan wordt aan milieu en mobiliteit. Al in Beijing vond ik dat het lawaai in het verkeer niet vermeerderd maar fel verminderd is in vergelijking met 40 jaar geleden. Merkwaardig want er zijn sindsdien toch nog ongeveer 500 miljoen Chinezen bijgekomen. Als het permanente bellengerinkel zo goed als verdwenen is ligt dat niet alleen aan een politiereglement dat het beperkt maar vooral aan het feit dat er minder fietsen zijn. En vooral andere types van fietsen. De gewone fiets, ooit de keizer van de weg en bijna het handelsmerk van het China van Mao, heeft zijn dominante positie verloren. De Chinezen zijn overgeschakeld op auto’s en vooral op gemotoriseerde tweewielers: scooters, brommers en ook elektrische fietsen. Ze bestaan nog wel, de oude <em>fietsen-triporteurs </em>met laadbak, maar ze spelen nog slechts een marginale rol. In 1970 was het nochtans een van de markantste beelden: honderden boeren die zich, vooral ’s ochtends, de ziel uit het lijf trapten om met die voertuigen onwaarschijnlijk hoog en breed gestapelde vrachten groenten vanuit de communes naar de stad te brengen. Er zijn nog altijd veel triporteurs maar nu met motoraandrijving. We bezochten in de buurt van Luoyang (Henan) een filiaal van de Chongqing Jianshe Motorcycle Company Ltd waar ze er meer dan 1 miljoen exemplaren  per jaar kunnen van assembleren.</p><p>De gewone fietsen hebben ook heel vaak ondersteuning van een elektrische motor. Ondermeer in Beijing en Hangzhou zijn alleen nog elektrisch aangedreven motorrijwielen toegelaten. Brommen is daar dus verboden voor brommers. Qua lawaaihinder scheelt dat meer dan een slok op een borrel. Ook viel mij op, hoe zelfs op het platteland, de brandstofmotoren vaak veel stiller zijn dan bij ons, zowel bij wagens als moto’s. Ook de buitenlandse Yamaha’s laten de optrekgeluiden en uitlaatknallen achterwege waarmee motards bij ons de weekendrust op de Ardeense paden verstoren.</p><p>Mobiliteitsgewijs is er tegelijk een retrobeweging. In Hangzhou zagen we <em>The</em> <em>return of the bike</em>, maar dan wel in het kader van een publiek huurfietsennetwerk. Het systeem dat wij, sinds een jaar, op beperkte schaal in Brussel kennen met de gele stadsfietsen van <em>Villonet</em> heeft in Hangzhou al veel langer een heel grote broer rijden. Zowat om de een à twee kilometer zijn er staanplaatsen waar identieke oranje fietsen met een slot aan een paal zijn vastgemaakt. Met een elektronische fietsenpas (kostprijs 24 euro, als waarborg voor de fiets) kan je een fiets losmaken en er een uur gratis mee rijden. Na afloop kan je hem aan gelijk welke andere stalplaats deponeren en vastmaken. Wil je langer rijden dan vermindert het saldo op je kaart met een verwaarloosbaar klein bedrag per uur. Met wat volkse plantrekkerij kan je, als je eerste uur om is, je fiets ook gewoon parkeren aan een stalplaats, met je pasje een andere losmaken en je tocht gratis verder zetten. De oranje stadsfietsen, met een boodschappenmandje aan het stuur, zijn zeer populair, vooral bij studenten, winkelende huisvrouwen en gepensioneerden. De autofiles genereren nieuwe adepten en zo lossen die opstoppingen zichzelf ook al een beetje op.  Misschien zit er voor Keizer Fiets, ooit nog wel een rehabilitatie aan te komen. Wat kon voor Deng Xiao Ping moet voor hem ook kunnen.</p><p><strong>Reclame maar toch wat anders</strong></p><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Op de zwarte daken van de boerderijen één wemeling van witte citaten van Mao Zedong. In de straten troepen de mensen rond voor muurkranten (dazibao’s) met politieke boodschappen. Muurkranten dienen ook voor mededelingen van micro-economische aard, een soort advertenties met de openingsuren van winkels. Maar publiciteit bestaat in China niet.”</em> (Humo, 1971)</p><p><strong>2010</strong></p><p>Commerciële reclame is nu in heel China gewoon. Ik heb wel de indruk dat ze, zowel in omvang als qua esthetische vereisten, op heel wat plaatsen beter in toom gehouden wordt dan bij ons. Zo is er in Xi’an, onder een van de belangrijkste kruispunten een netwerk van voetgangerstunnels dat toegang geeft tot een groot winkelcentrum (Shopping mall). De reclamepanelen (ongeveer 20 m2) op beide wanden ogen zachter en mooier dan bij ons. Geen kakofonie van schreeuwerige papieren posters, in sterk verschillende stijlen. Wel grote stickers – of zijn het elektronische beelden?  &#8211; die allen een beetje in een zachte stijl gemaakt zijn en omlijst door identieke kaders .</p><p>Waar ik geen goed woord voor over heb is de te overvloedige reclame op de meeste televisiezenders. Als daar dan ook nog heel wat spots tussen zitten voor geneesmiddelen, die alleen tot overmatig of ondeskundig gebruik aanleiding geven, dan is er voor mij helemaal een grens overschreden.</p><p>Vanuit Xi’an maakten we een lange busreis naar de bergstreek van het kanton Zhouzhi. Om een einde te maken aan decennia van wilde houtkap en jacht op met uitsterven bedreigde dieren (ondermeer panda’s) helpt het WWF<strong><em> </em></strong>(World Wildlife Fund) de boeren in deze streek zich te om te scholen. Het hele gebied is gereorganiseerd als een beschermd natuurpark. Boerenerven zijn omgeturnd tot pensions waar binnenlandse toeristen op weekend of vakantie komen. Het inkomen van een familie die we bezochten was er mee vervijfvoudigd naar 10.000 yuan (1200 euro) per jaar. Het dorp zelf wordt omgebouwd tot een klein toeristisch centrum met een hotelletje annex feestzaal, ruime parkeerplaatsen en verschillende pensions. Op de weg naar Zhouzhi zien, we net als op andere trajecten, heel wat gevels van boerenhuizen en stallen die voor de helft of volledig beschilderd zijn met witte karakters op blauwe achtergrond. Meestal gaat het om gevelgrote reclame van… China Mobile, de grootste gsm-operator. In het begin deed het me pijn aan het hart. Vroeger stonden daar vaak behartenswaardige citaten van Mao Zedong. Oproepen als ‘Durf te strijden, durf te overwinnen’, ‘Dien het Volk’ of ‘Leren van de internationalistische geest van dokter Norman Bethune’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn14">[14]</a> Waar vroeger de grote karakters van die slogans ondertekend waren met de drie bekende tekens van Mao’s naam stond er nu dus een&#8230;  commerciële signatuur. Dat China Mobile nog een zuiver overheidsbedrijf is zorgde voor wat balsem op de wonde.</p><p>Ik mag het nu ook niet zo voorstellen alsof de politieke boodschappen totaal zouden verdwenen zijn uit het straatbeeld. Ze zijn er nog wel degelijk, onder de vorm van spandoeken of opschriften op muren of op borden voor aankondigingen. Het gaat dan ondermeer om oproepen mee te werken aan ‘een matig welvarende, moderne en harmonische socialistische maatschappij’. Welke andere thema’s en campagnes er aan bod komen kan je zien op internetsites die foto’s van politieke posters en spandoeken uit het hele land publiceren met, gelukkig maar, vertaling van de Chinese teksten.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn15">[15]</a></p><p><strong>Exit voor Mao-standbeelden</strong></p><p>Nu we het toch hadden over Mao in het straatbeeld: zijn standbeelden, bijna allemaal identieke, die ik in 1970 in bijna elke volkscommune en stad zag zijn in de loop der jaren op discrete wijze zowat overal verwijderd. Anno 2010 is er maar een standbeeld dat, qua frequentie van voorkomen, een beetje kan wedijveren met de Mao’s van 1970. Dat zijn de beeldhouwwerken die de <em>een-kind-politiek</em> propageren: een vader, meestal met de filmcamera om de schouder, en een moeder samen met hun enig kind (vaak een meisje) samen gelukkig op uitstap.</p><p>Alleen in Beijing zag ik, langsheen ringweg nr. 4, nog een momumentaal exemplaar van voorzitter Mao vóór een officieel gebouw. De sculpturale demaoïsering is in mijn ogen een goede zaak. Personencultus, met de erbij horende overdrijvingen, heeft zeker op termijn nooit veel stevigs opgeleverd voor een socialistisch regime. Het gaat erom de waardevolle ideeën in de geesten te verankeren en de mensen dag na dag met nieuwe daden en feiten van hun politieke waarde te overtuigen. Zo blijven ze overeind of zijn ze het vertrekpunt van nuttige en nodige aanpassingen. Dat is wat de Chinese CP in 1980 deed met de redactie van een uitvoerig document over haar geschiedenis tot dan toe.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn16">[16]</a> Het document is opgesteld onder leiding van Deng Xiao Ping. Het kritiseert de ernstige vergissingen die er, vooral in de Culturele Revolutie, door Mao gemaakt zijn. Maar tegelijk herhaalt het uitvoerig zijn beslissende rol in de Chinese revolutie die het huidige nieuwe China heeft mogelijk gemaakt. Daarvoor wordt verwezen naar maar liefst veertig teksten van Mao. Het document vermeldt expliciet de ideeën en principes die daarin staan en waaraan, ook na revaluatie, een blijvende waarde wordt toegekend. Door zijn biografieën weten we inmiddels beter wat Deng Xiao Ping zelf in de Culturele Revolutie heeft doorstaan. Hij werd uit al zijn leidende functies verwijderd en diende in een herstelplaats voor tractoren in de provincie Jiangxi handenarbeid te verrichten als mecanicien. Een job die hij als jonge arbeidermigrant nog had uitgeoefend in de Renault-fabriek in Billancourt in Parijs. Bovendien diende hij de zorg op zich te nemen van zijn zwaar gehandicapte zoon. Die was door extremistische Rode Wachters tijdens de Culturele Revolutie uit een venster naar beneden gegooid en zit sindsdien, verlamd, in een rolstoel. Om dan, zoals Deng, een paar jaar later bekwaam te zijn een genuanceerde en uitgebalanceerde balans te maken die, met objectieve argumenten, besluit dat de verdiensten van Mao ruim overwegen: chapeau! Die balans wordt blijkbaar door heel wat Chinezen bijgetreden. Dat de foto van Mao nog altijd aan de Poort van de Hemelse Vrede hangt, boven de tribunes op het Tien Anmenplein, lijkt niet gecontesteerd te worden.</p><p>Terwijl we in China verbleven zapte ik op de hotelkamers regelmatig naar alle beschikbare televisiekanalen om een idee te krijgen van hun aanbod. Ik had de indruk dat er onder de elf of meer zenders van CCTV (Central Chinese TV) een is, namelijk CCTV3, die heel wat programma’s aanbood met een socialistische politieke en ideologische inhoud. Zo liep er in die periode op CCTV3 elke dag een feuilleton met een gedramatiseerde versie van Mao’s leven in het begin van de jaren dertig. Mao leidde toen de guerrillastrijd op het platteland in het zuiden van China. In een van de afleveringen kon je zien hoe de hoogzwangere vrouw van Mao die apart met een kolonne op mars was, in zijn afwezigheid, weeën kreeg. En dat uitgerekend terwijl de regen met bakken uit de hemel viel. De scène waarin ze bevalt onder een tiental traditionele paraplu’s van gelakt papier die haar beschermen tegen de stortregen, had filmisch wel wat.</p><p><strong><em>‘Pure times’-</em>notebook<em> </em></strong></p><p>In heel wat huizen van plattelandsbewoners zagen we in de living nog een poster van Mao hangen. Verschillende Chinezen gaven ons daar volgende verklaring voor: ‘Ondanks het feit dat de materiële situatie er voor de meeste mensen op vooruit ging, uiten ze zo hun nostalgie naar de grotere eerlijkheid en gelijkheid van die tijd.’ Die Mao-nostalgie wordt zelfs commercieel en toeristisch uitgebaat. Zowel in Shangai, Beijing als Hangzhou zagen we winkels gespecialiseerd in gadgets uit de Mao-tijd: theetassen in email met revolutionaire tekeningen en slogans, ook uit de tijd van Deng zoals &#8216;Studeer hard om… meer te verdienen&#8217;. Zelfs tassen  met de klassieke beeltenis van Mao en Lin Biao kunnen. Overigens is deze laatste, ondanks zijn mislukte staatsgreep van 1971, recent officieel opgenomen in de lijst van de x belangrijkste militaire chefs uit de geschiedenis van het nieuwe China. Er is zelfs een uitgeverij met de fantasierijke naam <a target="_blank" href="http://www.pure-time.com/">www.pure-times.com</a>. Speculerend op het heimwee naar ‘de zuivere tijden’ verkoopt ze <em>Puretimes notebooks. </em>Schriftjes met een kaft waarop een kleurige jaren-60-poster met een revolutionaire boerin aan het stuur van een tractor of een alerte soldaten in schietpositie. De boekjes, voor de rest gevuld met lege bladen, kosten wel 20 yuan (2,5 euro) het stuk. In 1970 kocht ik voor een paar centen schriften waarin minstens 10 à 20 van die gekleurde tekeningen stonden.</p><p>Als ik kunstenares Lieve Dejonghe naar de mening van de Chinezen over het Mao-tijdperk vraag, antwoordt ze: “In de twee jaren dat wij in Shenyang woonden ( 2006-08) ondervond ik bewondering voor Mao en hoorde ik weinig over blijvende trauma’s. Er leeft een vrij algemeen gevoel dat Deng zonder Mao niet had kunnen verwezenlijken wat nu bereikt is.” Een Chinese specialist moleculaire biologie van 79 jaar die ik ontmoette beaamde dit: “De meeste mensen denken er zo over. Er zijn door Mao ernstige fouten gemaakt, vooral in de economie. Ook het ontwrichten en stil leggen van het onderwijs in de Culturele Revolutie was een zware vergissing. Maar toch is wat overweegt zijn beslissende bijdrage aan het tot stand komen van het nieuwe China. Deng Xiao Ping heeft in zijn jeugd in Frankrijk gestudeerd. Daardoor had hij een meer open geest. Hij was ook heel intelligent en had een goede kennis van militaire zaken.” De gewezen bioloog, die me dit toevertrouwt, was een van de eerste Chinezen die in de jaren 80 in de VS ging studeren. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde hij daar met een Amerikaanse professor Chinese taal en letterkunde. Sindsdien woont hij in California maar ze hebben ook nog een huis in Hangzhou. De man is altijd lid geweest van de Chinese CP tot hij vergat om vanuit de VS tijdig de hernieuwing van zijn lidmaatschap te regelen. Ook hij maakt globaal een positieve balans: “Ik kan de vooruitgang inschatten. In de jaren 50 en 60 heb ik maandenlang met medische studenten op het platteland in de bergen gewerkt en bij de boeren gewoond. Het platteland was toen heel arm. We aten allemaal hetzelfde. We deelden een ei met vijf personen. Dat was hun dagelijkse dosis proteïnen. Nu zijn er velen die tien of honderd maal meer hebben. De situatie is sterk verbeterd. Het westen heeft vaak een fout beeld van de Chinezen en van de CP. Binnen in de Chinese CP gaat het er eigenlijk erg democratisch aan toe. Kritiek was daar altijd heel courant. Je kon kritiseren wie en wat je wilde, je mocht het alleen niet publiceren.”</p><p>Hoewel, ook op dat laatste punt lijkt er gelukkig een en ander te veranderen. Voor we een lange nachtreis met de trein aanvangen koopt onze jonge begeleidster Xu Shiyuan (26) een dikke weekendkrant in het Chinees. Ik zie iets wat lijkt op een Opiniepagina met cartoons en brieven. Ik vraag haar te vertalen wat ze aan het lezen is. Het gaat over een thema dat haar duidelijk bezighoudt: klachten van jonge afgestudeerden die, ondanks hun universitair diploma, geen job op hun niveau vinden. Ze moeten vaak eender wat aannemen of een zaakje opzetten om in hun onderhoud te voorzien. Men heeft ze al een bijnaam gegeven &#8211; ‘het mierenvolkje’ (<em>aunt-people</em> in het Engels) – en ze laten van zich horen. Xu is een van de twee jobstudentinnen die we in dienst namen om ons gedurende de hele reis te begeleiden. Voor onze vrij grote groep van 28 reizigers was het wel nuttig om, naast de plaatselijke toeristische gids, bijkomend op hen beroep te kunnen doen. Voor vertaling en praktische problemen maar ook voor inlichtingen en discussies. Ondermeer over het onderwerp van onze reis, het platteland. Als laatstejaars van de Faculteit Landbouwwetenschappen en Plattelandsmanagement konden we daarover van hen wel een en ander leren.</p><p><strong>Manifeste zwarte vlekken</strong></p><p>Mijn voornaamste en eerste indruk, 31 jaar na mijn laatste bezoek, was er een van indrukwekkende vooruitgang. Maar de sinds dertig jaar gevolgde nieuwe koers laat, ondanks voortdurende bijsturingen, nog altijd manifeste zwarte vlekken na. Tijd dus om te melden wat we daar van konden zien of opvangen en hierboven nog niet aanstipten.</p><p>Bij al die negatieve punten lijkt het me wel van belang om steeds de omvang van het land en zijn bevolking voor ogen te houden. Vooral dan het verschil in schaal vergeleken met onze West-Europese landen. De oppervlakte van China is 300 maal groter dan die van België en ze zijn met 130 keer meer mensen. De kans dat er zich rampen, schandalen, mislukkingen kunnen voordoen is daardoor alleen al 100 maal groter. En omgekeerd, als we de negatieve zaken die ons uit China gesignaleerd worden een beetje tot Belgische proporties willen herleiden mogen we misschien delen door een gelijkaardige factor 100. Concreet: indien er ons vanuit China om de week bericht wordt over een financieel schandaal of een monsterfile weegt dat nog altijd maar even zwaar als wanneer we dat in ons land om de 1 à 2 jaar zouden voorhebben –een ‘norm’ die we overigens wel lijken te halen. Politiek gezien is deze redenering wat krom – van een socialistische maatschappij mag je verwachten dat ze beter en correcter presteert – maar louter statistisch mag je dat toch voor ogen houden.</p><p>Daarnaast kan je er niet buiten: in onze pers is er een wanverhouding tussen de berichtgeving over de positieve en de negatieve fenomenen in China. Er deden en doen zich in China ernstige schandalen voor zoals de vergiftiging van melkproducten, de corruptie bij de bouw van scholen met minderwaardige materialen in streken die gevoelig zijn voor aardbevingen enz. Er is de stuitende commercialisering van de geneeskunde die op heel wat plaatsen om zich heen greep. Dat alles wordt, terecht, uitvoerig bij ons verslagen, net als de grote natuurrampen in het land. Maar de indrukwekkende prestaties die China dag aan dag levert op economisch, technologisch, sociaal en ecologisch vlak komen in verhouding veel minder aan bod. Of ze worden niet eens als positief beschreven maar veeleer als een bedreiging voor onze economie en welvaart. Bovendien worden de negatieve zaken vaak nog eens uitvergroot. Zo is er hier veel te doen geweest over de strapatsen van een omhoog gevallen Chinese rijkaard. De man had zich Hollywoodiaanse allures aangemeten en het kasteel van Versailles op zijn domein laten nabouwen. Ik kreeg een kettingmail dat dit toch het bewijs was dat het socialisme in China nu wel finaal om zeep was. Ik heb de zaak nooit onderzocht. Maar het is best denkbaar dat dit, gezien in het geheel van wat in China gebeurt, niet meer dan een bizar epifenomeen is. Zo het al niet een commercieel initiatief is om toeristen te lokken.</p><p>Inzake vervormde en onevenwichtige, informatie over China zijn wij bij de vrt wel extra bedeeld. De reportages van haar China-correspondent Tom Vandeweghe zijn, ook vanuit louter journalistiek oogpunt, regelmatig irritant tendentieus. Gelukkig was er ooit de reeks ‘Terug naar China’ van de Nederlands-Chinese schrijfster Lulu Wang. Maar als kijker van het vrt-journaal kan je met de berichten van Vandeweghe er onmogelijk hoogte van krijgen dat de reusachtige vooruitgang het hoofdgegeven is in China. En dat er vele positieve zaken gebeuren die door de bevolking gewaardeerd worden. Hoe dan ook, zelfs al las ik soms wat anders, ik haalde mijn dagelijkse portie Chinanieuws overwegend uit de dominante media. Kwam daarbij dat, binnen de internationale communistische beweging, niet onbelangrijke maoïstische organisaties al decennia formeel stellen, of stelden, dat het kapitalisme in China hersteld is. Het gevolg was dat ook ik pessimistisch geworden was over de politieke en economische gang van zaken in het land van wijlen Mao Zedong. Wellicht daarom ben ik nu des te aangenamer verrast dat we, tijdens onze drie weken durende <em>bain de foule</em> in China, nog behoorlijk wat dingen konden ontdekken waar ik mij als linkse militant in kan vinden. Daarover meer op het einde. Eerst nog wat aandacht voor de reële schaduwzijden van de sinds 1978 ingeslagen koers. Met de vraag of er iets aan gedaan wordt en wat.</p><p><strong>‘Problems, problems’ everywhere</strong></p><p>Ik had het al over professor Du Yingtang die zijn inleidende uiteenzetting over de situatie van het platteland voor de helft vulde met een opsomming van ‘problems’ en nog eens ‘problems’. Vanuit zijn vakgebied had hij het dan vooral over de gecompliceerde en vaak ondoorzichtige eigendomsstructuren met betrekking tot de grond. In China is sinds de revolutie van 1949 alle grond gemeenschapsbezit. Bij de landhervorming werd de grond wel verdeeld onder de boeren, maar dat sloeg enkel op het vruchtgebruik niet op de eigendom. De gemeenschappelijke landeigendom kan twee vormen aannemen, eigendom van de staat of eigendom van collectieven (gemeenten, coöperaties). Na de ontbinding van de communes in 1978 verwierf elke boer terug het vruchtgebruik van een stukje grond dat voor iedere persoon gelijk is. Meestal gaat het om kleine lapjes van een of enkele mou (1 mou = 1/15<sup>de</sup> ha). De boer heeft een contract dat hij voor dat stukje een gebruiksrecht heeft voor een periode van 30 jaar (inmiddels verlengd tot 50 jaar). Maar ze kunnen met de collectiviteit overeenkomen dat ze het gebruiksrecht voor zo lang afstaan voor een industriezone, de bouw van een hotel of een andere bestemming. De boerenfamilie wordt dan vergoed voor de verkoop van haar vruchtgebruik. Het kan de boeren ook jobs opleveren of een aandeel in de huur die het bedrijf betaalt of in de winst van de onderneming. De dorpsraad kan meerderheid tegen minderheid beslissen of ze op aanbiedingen van bedrijven ingaan. Soms verliest de boer in de loop van die operaties zijn contract of houdt de gemeente het dubbel achter of grijpen er andere frauduleuze machinaties plaats. De dorpspolitiek draait tegenwoordig dan ook dikwijls rond deze kwesties van bezit en gebruiksrecht van de grond. Grond van de collectiviteiten kan alleen gekocht en dus blijvend verworven worden door de regering, door de hogere overheden. Zij hebben het recht om grond voor te bestemmen voor ontwikkelingsplannen. Soms kopen ze aan lage prijzen om daarna door te verkopen aan projectontwikkelaars aan veel hogere prijzen. Dat leidt tot ontevredenheid en betwistingen.</p><p>Desondanks zou het globale landbouwplaatje er niet zo slecht uitzien. Tijdens ons bezoek zijn we veel geconfronteerd geweest met landbouwgronden die een andere bestemming hadden gekregen: voor de oprichting van bedrijven of voor de bouw van grotere huizen voor de boeren. Vandaar onze vraag of daardoor niet de zelfvoorziening in voedsel in het gedrang komt. Naar het schijnt houdt de overheid goed in de gaten dat er voldoende landbouwgrond overblijft. Daarnaast is er de verhoging van de productiviteit. Onlangs citeerde de vice-minister van Landbouw hierover cijfers: “In 2008 kwam onze totale graanproductie (tarwe, rijst, maïs en sojabonen, km) uit op 528.5 miljoen ton, met een gemiddelde opbrengst van 4950 kg per hectare, een dubbel historisch record. China voedt 21% van de wereldbevolking met 9% van de wereldlandbouwoppervlakten.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn17">[17]</a></p><p><strong>Toenemende sociale ongelijkheid.</strong></p><p>Hét negatieve fenomeen is de toenemende sociale ongelijkheid. Zowel binnen als buiten de communistische partij staat het centraal in de discussies en de bekommernissen. Het ‘marktsocialisme met Chinese karakteristieken’ impliceert dat ‘sommigen sneller welvarend worden dan anderen’. Globaal bewijst het economisch en sociaal zijn efficiëntie in de huidige situatie van China. Maar het produceert ook ongelijkheden die te groot zijn voor een regime dat zich beroept op het socialisme. De verhouding tussen het inkomen van de boeren en stedelingen verslechterde continu van 1985 tot 2003 en is sindsdien nauwelijks verbeterd.. (5000 yuan per hoofd en per jaar op het platteland tegen 15000 yuan in de steden).</p><p>Er groeit een te grote kloof tussen de arbeiders en bedienden en de laag nieuwe rijken. De Gini-coëfficiënt, die een algemene maat voor de ongelijkheid van inkomens weergeeft, is nu al hoger dan die van de Verneigde Staten. Een menselijk verhaaltje illustreert wat dat in de praktijk kan betekenen. We ontmoetten een jonge vrouw die na haar universitaire studies helemaal van uit het noordelijke Shenyang in de buurt van Hangzhou was komen wonen omdat daar werk te vinden is. Ze huurde een piepkleine kamer om zo veel mogelijk te kunnen sparen en zo haar neef en nicht te laten studeren. Ondertussen knoopte ze een relatie aan met jongen uit een nog zeer arm plattelandsgezin. Die wil dat ze elke yuan uitspaart om ook nog zoveel mogelijk aan zijn ouders te kunnen geven. Tegelijk wil zij af en toe nog iets voor zichzelf kunnen kopen. Daarom vroeg ze onlangs aan haar baas om te mogen beschikken over een hoekje in het bedrijf om daar te slapen en te eten. Achter de economische boom die je op de straten ziet, schuilt er vaak nog een verborgen zijde. Bij het buitenkomen uit huis wekken vele gewone mensen de indruk dat ze het bijna even goed hebben als wij in het Westen (kleding, gsm, ontspanning, voeding). Maar achter de schermen thuis is het afzien om de touwtjes aan elkaar te knopen.</p><p>We legden het probleem van de ongelijkheid ook voor aan de dorpsverantwoordelijken van een agrarisch dorp in het kanton Yuyao (onder Hangzhou) waar ze fors aan het industrialiseren zijn. Ondermeer met een bedrijf waar ze zowat alles verpakken wat wij als cosmetica- en schoonmaakproducten in het Kruidvat en gelijkaardige ketens over de hele wereld kopen. Die verantwoordelijken zagen er eenvoudig uit, zeg maar ‘proletarisch’. Tegelijk waren ze goed op de hoogte en gemotiveerd. Op de binnenkoer van het gemeentehuis hingen de foto’s en functies van de verantwoordelijken van de partij uit. Verder ook doelstellingen over de ontwikkeling van het dorp, allemaal nog een beetje in de traditionele socialistische stijl van vroeger. We vroegen aan de ‘schepen’ van industriële ontwikkeling eerst of hij nog een vast salaris had en of hij dan niet jaloers was van de buiten- en binnenlandse investeerders die hier nu ongetwijfeld een pak meer verdienen dan hem. Goedlachs repliceerde hij: “Ja ik heb een vast salaris. Maar daarom hoef ik niet jaloers te zijn. Als de bedrijven hier meer winst maken dan betalen ze daar meer belastingen op en dat komt ten goede aan de locale bevolking. Tot 1979 hadden wij hier enkel landbouw. Daarna zijn we de oprichting van lokale bedrijven gaan ondersteunen. Dat heeft vele boeren een job in de fabrieken opgeleverd en een flink hoger inkomen.”</p><h3>De kloof tussen Oosten en Westen</h3><p>Spontaan voegde hij er aan toe: “De voornaamste kloof tussen rijk en arm die ons en de regering het meeste bezig houdt is die tussen het Oosten en het Westen van het land. Het Oosten is nu al goed ontwikkeld, er zijn veel fabrieken, de mensen zijn er rijker geworden. Maar in het Westen en het centrum van het land staan ze bijlange zo ver nog niet. Vandaar komen ook de migrantenarbeiders. In eerste instantie moeten we die kloof dichten.”</p><p>En er worden inspanningen daartoe ondernomen. Een frappant voorbeeld daarvan is de aanpak van de achterstand in Chongqing. Deze megapolis vormt met haar 32 miljoen inwoners de grootse stad van de Volksrepbliek. Vroeger maakte ze deel uit van Sichuan. Net als de rest van deze westelijk en centraal gelegen provincie, slaagde Chongqing er nog niet in aansluiting te vinden bij het Chinese ‘economische mirakel’. Om daar een kentering in te forceren heeft Chongqing, net als Beijing, Shanghai en de havenstad Tianjin, het statuut gekregen van autonoom stadsgewest direct afhangend van de centrale regering. In het geval Chongqing laat premier Wen Jibao himself zich in met de supervisie.  Zelf bezocht ik Chongqing niet, maar wel het paviljoen van de stad op de Expo 2010 in Shanghai. Zoals ik al schreef was het voor ons onmogelijk om, zonder 4 uur aan te schuiven, binnen te geraken in het nationale paviljoen van China. Aan de voet ervan lagen de paviljoenen van de Chinese provincies waar je na een kwartiertje aanschuiven wel binnengeraakte. In de stand van Chongqing was mij de uitgesproken socialistische inslag opgevallen van de doelstellingen die de stad zich formuleerde. Een interessant verslag van de linkse Italiaanse professor filosofie Domenico Losurdo over zijn recent bezoek aan Chongqing bevestigde mijn indruk. Losurdo was er op uitnodiging van de Communistische Partij samen met mensen uit linkse Europese partijen zoals <em>Die Linke </em>uit Duitsland. Ik citeer uit zijn verslag: “Chongqing wil het nieuwe Shanghai worden. Maar over de grens van het economisch mirakel streeft de stad een ambitieuzer doel na. Zij wil aan de hele natie ‘een nieuw model’ van ontwikkeling voorstellen door op een betere en meer harmonieuse manier de verhoudingen te regelen binnen de stad zelf, tussen stad en platteland en tussen mens en natuur. Om Chongqing te leiden is beroep gedaan op niemand minder dan Bo Xilai, een voormalige briljante minister van Buitenlandse Handel. Een vertegenwoordiger van de centrale regering in Beijing die zich bij de uitoefening van zijn ambt had onderscheiden en tot in het buitenland prestige had verworven, is dus naar de provincie gestuurd voor een heel andere taak met reusachtige afmetingen. Hij is er met nauwgezetheid en harde hand opgetreden tegen de corruptie. Hij werkte zowel theoretisch als in de praktijk op het terrein een ‘nieuw model’ van besturen uit. Hij heeft er zich toe verbonden om, veel sneller dan tot nu toe het geval is, komaf te maken met ongelijkheden die stuitend geworden zijn en tot een ‘harmonieuze maatschappij’ te komen.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn18">[18]</a></p><p><strong>Foxconn goes West</strong></p><p>Zelfs hardleerse buitenlandse kapitalisten moeten zich aansluiten bij de oriëntatie <em>Go West</em>, help het binnenland en het Westen te ontwikkelen. Het verhaal van het beruchte Foxconn is typerend. Foxconn Technology Group is een Taiwanese mega-onderaannemer voor Apple, HP, Dell, Nokia, Sony Ericcson, Motorola die op het Chinese vasteland maar liefst 800.000 mensen tewerkstelt. De groep was tot nu toe vooral geconcentreerd in Shenzhen in de Parelrivierdelta dicht bij Hongkong.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn19">[19]</a> Onder de 420.000 werknemers die Foxconn daar tewerkstelt was er in 2010 een golf van zelfmoorden. Twaalf van hen sprongen van de gebouwen. Deze schokkende gebeurtenissen kregen wereldwijd en in China zelf een ruime echo.  We spraken daarover met een vakbondsman in een ander groot elektronikabedrijf onder Hangzhou. Het ging om <em>Teinuro-Tianle</em> dat flatscreentelevisies, laptops en Hi-Fi-geluidsboxen produceert. Giganten als Toshiba, LG, Samsung… plakken daar dan achteraf hun logo op <em>and that’s it.</em> Bij Teinuro viel het menselijke ritme in de productie op en de goede sociale voorzieningen (nette refters en ontspanningsruimtes, zalen voor de vakbondswerking). Toen we daar de mening vroegen over de drama’s in Shenzhen kregen we als repliek: ‘Foxconn is een Taiwanese kapitalist die enkel dacht aan winst. Hier denken wij meer aan belangen van de gemeenschap waarin we verankerd zijn.’ De hevige discussie in de media over deze Foxconn-affaire is wel niet zonder resultaat gebleven. Er werd meteen 30% loonsverhoging afgedwongen voor de arbeiders van Shenzhen. ‘Zonder staking’ onderstrepen sommigen. Er is een belofte dat de lonen van vanaf 1 oktober verder zullen opgetrokken worden tot 2000 yuan (240 €), een verdubbeling.</p><p>Inmiddels is Foxconn volop begonnen met  uit te wijken naar de westelijke provincies. Aan de rand van Zhengzhou in het dichtbevolkte Henan bouwt Foxconn een fabriek voor 200.000 arbeiders die vanaf 2011 opstart. Er komen ook vestigingen in Chongqing en Chengdu (Sichuan). Bij die verhuis speelt enig eigenbelang mee. Foxconn probeert zo gedeeltelijk te ontsnappen aan de verbeterde lonen en arbeidsomstandigheden aan de Oostkust. Tegelijk gaat het concern in op de vraag van de regering om het binnenland bij de vooruitgang te betrekken. Bedrijf en regering hebben ook een gemeenschappelijk belang bij de oplossing van de problemen die nu gepaard gaan met de massale migratie naar het Oosten. De jonge (kandidaat-)migrantenarbeiders zijn ondertussen meer gevormd en hebben hogere eisen. Het wordt moeilijker om arbeidskrachten te doen migreren. Dat alles zet de fabrieken aan zelf naar het Westen te migreren. Ze hopen daar een stabiel en overvloedig reservoir aan personeel aan te treffen dat bovendien dichter bij huis kan werken.</p><p>De uitbuiting van arbeiders, en dan vooral migrantenarbeiders, in de fabrieken van buitenlandse en Chinese kapitalisten is en blijft een feit. Maar men zit niet bij de pakken. De Chinese vakbond heeft een vakbondsvertegenwoordiging afgedwongen bij alle vestigingen van Wal-Mart in China. Dat is niet niks. De Amerikaanse grootwarenhuisketen Wal-Mart is de nummer een in de wereld en berucht om zijn antisyndicale opstelling. Nergens laat het vakbonden toe, zelfs niet in de VS. In China moesten ze wel door de knieën gaan en de regering heeft zich daar niet droevig om getoond. De vreselijke ongevallen in onveilige kolenmijnen hebben China de laatste jaren vaak op negatieve wijze in het nieuws gebracht. Maar er wordt opgetreden. Kleinere, meestal privé-mijnen worden met duizenden gesloten en de productie geconcentreerd in grotere, veilige ondernemingen, waardoor het aantal slachtoffers van jaar tot jaar daalt.</p><h3>Gezondheidszorg niet om mee te pochen</h3><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Wij krijgen uitleg over de dokters op blote voeten. Voor de Culturele Revolutie verloor men het platteland uit het oog. Er was bitter weinig medische hulp. Dat is nu gecorrigeerd. In de fabrieken en landbouwcommunes hebben de massa’s </em>(de terminologie van toen!, km) <em>kameraden aangeduid om arbeider-dokter te worden. Die mensen hebben dan gedurende zes maanden een intensieve cursus in algemene geneeskunde gevolgd. Ze hebben stages gedaan in de hospitalen. Nu kunnen ze de meest voorkomende kwalen helen. Ze blijven in contact met hun professoren en bekwamen zich verder terwijl zij ook aan de productie blijven deelnemen.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p>Vermelden dat de gezondheidszorgen toen in China gratis waren was overbodig. Dat was in die tijd algemene regel in alle socialistische landen.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Zeer toegankelijke (bijna) gratis gezondheidszorg van hoge kwaliteit is tot op vandaag voor mij een belangrijk streefdoel. Het gaat letterlijk om een vitaal mensenrecht. In mijn ogen is het ook altijd een handelsmerk en een van de meest wervende realisaties geweest van elk echt socialistisch regime. Daarom dat ik zelf, eens ik marxist geworden was, vond dat we dat principe met Geneeskunde voor het Volk ook in België in de praktijk moesten zetten. Iets wat we met behoorlijk succes hebben gedaan. Het concept van de <em>blote-voeten-dokters</em> ben ik altijd interessant blijven vinden, zeker voor landen van de Derde Wereld. Natuurlijk viel er heel wat aan te merken op het lage niveau van de zorgen en een rits andere gebreken. Maar het systeem heeft tijdelijk gezorgd voor een minimale dekking van elementaire zorgbehoeften en vooral voor het propageren van preventieve hygiënische maatregelen. Overigens wordt het systeem van de blotevoetendokters ook nu nog door de Wereldgezondheidsorganisatie aangeprezen als een belangrijk model om de medische situatie in ontwikkelingslanden te verbeteren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn20">[20]</a></p><p>Vanuit deze achtergrond zal je begrijpen dat de globale evolutie in de gezondheidszorg in China in de laatste drie decennia bij mij pijnlijk aankomt. Met de ontbinding van de communes in 1978 verdween op het platteland toen ook de algemene bescherming op medisch vlak waarvan de boeren genoten. Hoe basaal ze ook was, het wegvallen ervan betekende een achteruitgang voor miljoenen zieke mensen. Voortaan moesten die zich individueel proberen redden met betalende geneeskundige zorgen, die lang niet voor iedereen toegankelijk waren. Ook in de steden deden commercialisering en privatisering hun intrede in de medische sector. De vaak schrijnende gevolgen daarvan halen ruim de wereldpers. Mijn collega dokter Harrie Dewitte van Geneeskunde voor het Volk uit Genk maakte dit jaar een studiereis in China. Als academisch consulent van departement huisartsgeneeskunde van de KUL onderzocht hij, samen met een aantal collega’s, de situatie van vooral de eerstelijnsgezondheidszorg in China.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn21">[21]</a> Hij deed drie voorname vaststellingen:<br /> Een. De ontwikkeling van een performante eerstelijnsgezondheidszorg staat nog in de kinderschoenen. Op het platteland heb je de laatste jaren centra met ‘huisartsen’ wiens opleiding het niveau haalt van een verplegersopleiding. Voor alle iets of wat ernstiger aandoeningen worden de patiënten naar ziekenhuizen verwezen waar en de onderzoeken en de geneesmiddelen voor de patiënt duurder zijn. De regering heeft recent beslist dat ze op korte tijd 300.000 bijkomende “huisartsen” wil opleiden voor het platteland. In België hebben we grof geschat één voltijdse huisarts op 1.000 patiënten. Indien ze er China evenveel zouden willen hebben als bij ons, dan hebben ze er 1,3 miljoen nodig. Er is dus heel wat werk aan de ‘opleidingswinkel’.</p><p>Twee. Het geneesmiddelenbeleid is vrij desastreus. Onder impuls van de farmaceutische industrie is er een mythische cultus van het geneesmiddel. Om nog meer indruk te maken wordt de medicatie vaak nodeloos toegediend per infuus (baxter). Het feit dat voorlopig zowel de specialisten als de huisartsen een deel van hun inkomen halen uit de verkoop van geneesmiddelen (zij ontvangen 30% van de kostprijs) zet aan tot de toediening van duurdere medicamenten, ondermeer antibiotica die normaal dienen voorbehouden te worden voor welbepaalde ernstiger infecties.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn22">[22]</a></p><p>Drie. De eigen bijdrage van de patiënt is hoog en vormt een echte hinderpaal. In de huisartsenposten gaat het nog een beetje. De kostprijs van een rudimentaire raadpleging (veel lichamelijk onderzoek is er meestal niet bij) plus medicatie bedraagt er 1,5 à 3 euro of wat meer. Daarvan wordt, op het platteland, 30% terugbetaald door een ziekteverzekering die in het begin van dit millennium werd ingevoerd: het Nieuw Coöperatief  Medisch Systeem (NCMS). Dat wordt voor een deel gefinancierd door een kleine eigen sociale bijdrage van de patiënt en voor een ander deel door overheidssubsidies. De terugbetaling bij raadpleging of opname in een ziekenhuis bedraagt ongeveer hetzelfde percentage of nog minder. Dat betekent een zware financiële opdoffer, ook al omdat men voor alles wat een beetje ernstig is naar het hospitaal gaat of verwezen wordt en de kosten er een flink pak hoger liggen.</p><p>In 2006 werden de effecten van dit Nieuw Coöperatief  Medisch Systeem geëvalueerd door een universitair onderzoek in de provincies Shandong en Ningxia. Daarbij werkte de Universiteit van Shandong (China) samen met universiteiten en instituten van Stockholm (Zweden) en Liverpool (VK). Hun enquête legde bloot hoe ontoereikend de NCMS tot dan toe was. Voor de ‘out-patient-service’, zeg maar de ambulante raadplegingen bij ziekenhuizen en huisarts kwamen ze aan een terugbetaling van slechts 5,5% in Shandong (13.5 Yuan op 243.7 Yuan) en in Ningxia van slechts 2,2%. De grote kosten situeren zich echter in de ‘in-patient-service’ bij de ziekenhuisopnames. De enquête toonde dat een opname het gezin gemiddeld 3349 Yuan kostte, of 87 % van het netto-inkomen van de familie in die periode. Gemiddeld werd slechts 14, 4% van deze medische kosten bij ziekenhuisopname terugbetaald door NMCS (479.7 Yuan).<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn23">[23]</a></p><p>De situatie was dus in 2006, op het vlak van universele en toegankelijke gezondheidszorg, ronduit slecht. Ondermeer dit rapport toonde dat aan. Het feit zelf dat het gemaakt en gepubliceerd werd toont dat de overheid lijkt te beseffen dat dit een smet is op het blazoen van de hervormingen. Een smet die dringend moest weg gewerkt worden. Bijna een beetje zoals bij Obama in de VS staat de gezondheidszorg nu ook in China hoog op de officiële agenda.  Bij twee bezoeken aan een plattelandshuisartsenpost konden we, alvast in een ervan zien, dat daar vooruitgang werd geboekt. Maar zoals collega Harrie Dewitte schrijft is er nog een heel eind te gaan. Om de soms stuitende misstanden in deze bij uitstek menselijke sector weg te werken zal er meer dan een drastische saneringsoperatie nodig zijn.</p><p><strong>Cultuur en commercie</strong></p><p><strong>1970</strong></p><p><em>‘We gaan naar de opera van Peking. Uit reiszakken en koffers worden gekreukte dassen opgediept, die we nogal onhandig rond onze halzen knopen. Een achtenswaardig maar overbodig initiatief: nadat we voor een ingangskaart 40 fen ofte 8 frank hebben neergeteld, komen we in een dichte menigte werkpakken terecht. Hier en daar zit er toch een burger in smetteloos wit pak, of een burgeres in satijn, die zich evengoed zitten te verkneukelen in het vooruitzicht van de verschrikkelijke pakken ram­mel die de Chinese bourgeois straks gaan krijgen. Want op het programma staat ‘Het meisje met de witte haren’, en dat is geen klein bier. In een &#8216;orgie van lichteffecten, met af en toe een donderslag en een bliksemschicht om te onderstrepen dat hier het buskruit werd uitgevonden, maken wij  het wedervaren mee van de dochter van een arme boer, die door haar vader aan de grondbezitter wordt verkocht, of liever afgestaan ter delging van zijn schulden. Vóór de bevrijding van China was dat een plaatselijke geplogenheid. De arme boeren, drie­kwart van de bevolking, kregen van de landlords lapjes grond te bewerken tegen betaling van zo&#8217;n hoge pacht, dat in minder goede jaren de hele oogst niet volstond om hem te vereffenen. Een welgescha­pen dochter diende dan vaak als pasmunt. De dochter in kwestie, die nog steeds beschikt over een weelderige ravenzwarte haartooi, wordt dus dienstmaagd, en de zoon des heren, een jongeling die zijn dagen slijt in ijdel vertier, laat zijn welgeval­lige blik op haar rusten. Wat haar mishaagt, aange­zien zij verloofd is met een flinke boerenjongen, lid bovendien van de communistische partij. Het wufte zoontje klaagt zijn nood bij mevrouw zijn moeder, die weet hoe het hoort: ‘Als ze niet wil dan verkracht je ze maar.’ </em></p><p><em>Slaagt dit opzet? Neen, driewerf neen! De wufte knaap krijgt een pak slaag en het meisje vlucht de bergen in. Zweefsprongen, tijgersprongen, acrobatisch ballet. ‘In de bergen wil ik zijn’ is een liedje van korte duur, want daar wordt het wortelen vreten en in grotten wonen. Er is zelfs een jakhals in de buurt. Kortom, een hachelijke situatie, het meisje wordt bijna gek van ontbering en eenzaamheid. En haar haren worden spierwit van ellende. Om in leven te blijven, daalt ze af van het gebergte en gaat stelen in de tempels waar de rijken offergaven bij de godenbeelden hebben geplaatst. Wie doolt daar ook rond, in een mystieke bui? De wufte jongeling. Zweefsprongen, tijgersprongen, acrobatisch ballet en de knaap krijgt van het dolgeworden meisje een rammeling die de hele zaal rechtop doet veren. Stefaan, die hier zijn laatste reeks van honderd dia&#8217;s maakt, laat de flitslamp flitsen. Weer veert de zaal recht. Applaus voor Stefaan. Wij allemaal de kluts kwijt, we vragen uitleg aan de tolk. ‘Tuurlijk ‘, zegt de tolk, ‘hij flitste op een goed ogenblik. Dat bewijst dat hij de opera kent en waardeert. Dat vinden onze mensen fijn.’<br /> In marstempo gaat het nu naar de ontknoping toe. Het meisje komt hij het Rode leger terecht, de gronden worden onder de boeren verdeeld en het graan wordt geschonken aan de arme mensen. Niet evenwel voordat enige Kwomingtang detachementen van Tsang Kai Tsjek in de pan zijn gehakt.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p><strong>2010</strong></p><p>In Xi’an gaan we in een soort cultuurpaleis zien naar een voorstelling van traditionele dans en muziek uit de <em>Tang Dynasty</em> die rond 700 vanuit deze stad heerste. Nou ‘cultuurpaleis’, het is evenzeer een eettempel. Want als we binnenkomen zijn talrijke obers nog volop maaltijden aan het serveren voor zowat de helft van het publiek. Ze laveren met de bestellingen tussen de tafels. Een drukte en lawaai van belang, ook bij het afruimen, die duurt tot net voor de aanvang van de voorstelling. Na afloop lijken de meeste vooral buitenlandse toeschouwers tevreden. Ik kan het enthousiasme niet volledig delen. Allicht omdat ik nog altijd in mijn hoofd zat met de operavoorstellingen die ik hier in 1970 had gezien. En ook in 1979 zag ik in China een mooie uitvoering van Carmen van Bizet, nog altijd voor een heel proletarisch prijsje en omringd door dito publiek. De &#8216;revolutionaire opera&#8217;s&#8217; van jaren 70 hadden in hun concept natuurlijk iets engs. Er was overdreven aandacht voor het propagandistisch karakter en de politieke correctheid van het ogenblik. Ze waren ook beperkt tot zeven modelopera’s – zo had je ook nog ‘De rode lantaarn’ en ‘De verovering van de Tijgerberg’. Maar ze waren een wervelende show met combinatie van het beste uit de traditionele opera en de Chinese acrobatie. Voor de muziek zorgde een complete orkestbak met authentieke muzikanten. En de opvoeringen waren, gezien de lage prijzen van de tickets, zeer toegankelijk voor het gewone volk.</p><p>In vergelijking met die uitvoeringen vond ik de voorstelling nu eerder pover. Het kwam bij mij over als veredelde kitsch naar de smaak van Amerikaanse toeristen. Choreografisch en muzikaal was het geheel arm. Dans betekent toch meer dan af een toe een been naar achter opheffen en een enkele draaibeweging. Decor en kostuums mochten er zijn maar het aantal muzikanten en hun instrumenten waren beperkt en het beroep op playback en sound-mix des te uitgebreider. Kortom, in mijn ogen was het eerder een illustratie hoe commerciële massificatie van cultuur tot verlaging van het niveau leidt.</p><p>Iemand die nogal vertrouwd is met het Chinese artistieke wereldje deelde voor een flink part mijn mening. Er is wel degelijk een culturele verarming op massaniveau. Een van de redenen is dat de kunst, in tegenstelling tot vroeger, veel minder betoelaagd wordt door de overheid. De fondsen gaan bij voorrang naar de economische en sociale ontwikkeling. Culturele gezelschappen en artiesten moeten op zoek naar privé-sponsors en een meer commerciële koers varen. Toch zag ik op de Expo in Shanghai een voorstelling waarvan het hoge niveau me wel kon bekoren. Het ging om een professioneel optreden van zangers en dansers van het provinciale overheidsgezelschap van Hubei in het kader van de Hubei Culture Week. De bijzondere locatie charmeerde ook: een tot evenementen- en expo-hallen omgevormde oude fabriek van het staalconcern Baoshan Steel van Shanghai. De reconversie tot <em>Baosteel Stage</em> kaderde in de officiële doelstelling van Expo 2010 om te focussen op de bescherming van het milieu door te kiezen voor recyclage en duurzame ontwikkeling.</p><p>En hoe zit het met het onderwijs? Naast cultuur en gezondheidszorg is dit een sector waarin socialistische landen traditioneel sterk investeren, denk maar aan Cuba. Of investeerden zoals in de ex-DDR waar de inspanningen op dat gebied de economische draagkracht van het land zelfs te boven gingen. Over het onderwijs in China heb ik op deze reis slechts zijdelings wat informatie gesprokkeld in gesprekjes met studenten. Het principe ‘de economie eerst’ heeft het principe van gratis onderwijs in vele streken op bijna alle niveaus een tijdlang onderuit gehaald. Op dit terrein zijn zware vergissingen begaan.</p><p>In 2007 heeft de regering ingegrepen door de het verplichte basisonderwijs (6 jaar lager en 3 jaar middelbaar, wat neerkomt op leerplicht tot 16 jaar) opnieuw gratis te maken op het platteland. In 2008 is de maatregel ook van kracht geworden in de steden.</p><p>Universitaire studies blijven naar Chinese normen vrij duur. Een voorbeeld – maar de bedragen verschillen volgens studierichting en instelling -  mij gegeven door een studente in Beijing. Zij betaalt elk jaar 5900 yuan (700 euro) voor inschrijving en huisvesting (kot) samen. Voor de vier universiteitsjaren is dat in totaal 23.600 yuan (2800 euro). Dat lijkt voor ons niet zoveel, maar zij schat dat haar familie, een gezin op het platteland met drie kinderen, gedurende haar vier jaren aan de unief bijna een derde van het jaarlijkse gezinsinkomen in haar studies moet investeren. Een sprankel hoop: in het arrondissement Shipa in de welvarende zuidelijke provincie Guandong wordt vanaf september van dit jaar het hoger onderwijs tot 25 jaar opnieuw gratis.</p><p><strong>Corruptie en andere kwalen</strong></p><p>Niemand wint er bij de vaak gigantische problemen van dit immense land te ontkennen of te minimaliseren. Het nieuwe beleid, waarbij kapitalistische principes en methodes ruim baan kregen, bracht meer corruptie en fraude mee (soms op grote schaal), sociale ongelijkheid  en ecologische problemen. Er heerst behoorlijk wat ideologische verwarring of het nu socialistische dan wel kapitalistische principes zijn die domineren. Bij grote delen van het publiek stellen we een overdreven consumptiezucht vast, plat materialistisch denken en geldzucht. Het verschijnsel is het meest uitgesproken bij het snel stijgend aantal rijke ondernemers in China. Zij beperkten de daling in omzet die de luxe-industrie tijdens de recente crisis in het Westen optekende. ‘De verkoop in China’ door deze producenten van <em>extravaganza</em> zoals handtassenproducent Louis Vuitton en modehuis Chanel ‘steeg in 2009 met 12 procent tot 6,8 miljard euro, goed voor dik een kwart van de luxemarkt. Zo kon de totale terugval wereldwijd voor de sector beperkt worden tot 8 procent.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn24">[24]</a> In een deel van de sociale bovenlaag is bij Chinese mannen het er op nahouden van een of meer maîtresses terug in. Bij sommige vrouwen is het streven naar emancipatie en onafhankelijkheid dan weer vervangen door het zoeken van een rijke man. Om dan hele namiddagen Starbucks koffie te gaan drinken, desnoods onder de voorwaarde dat je op elk ogenblik met je gsm-camera aan je echtgenoot kan bewijzen dat je niet met andere mannen op schok bent.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn25">[25]</a> Al die negatieve fenomenen doen zich ook voor in de geledingen van de partij en de staat, vooral bij de lokale besturen. Maar een paar klikken op de officiële websites leert dat de overheid de kwalen en problemen erkent en te lijf gaat.</p><p>Zo vind je op de homepage van de CPC, in de rubriek ‘Party building’ (Partijopbouw) volgende inleiding: ‘De strategie om de progressieve aard van de partij te verbeteren is de leidraad, en tegelijk de stevige waarborg, voor het opbouwen van het Socialisme met Chinese karakteristieken’. Waarna een link naar acht mededelingen die over dit onderwerp verschenen sinds het laatste partijcongres van oktober 2005. Vier ervan gaan over de strijd tegen corruptie: ‘Politieke integriteit is het voornaamste criterium voor het kiezen van kandidaten voor de nationale leiding’, ‘Chinese gerecht klaagt 1700 corrupte functionarissen aan’, ‘Controle op bankrekeningen om corruptie van functionarissen te beteugelen’, ‘China belooft plechtig om in de nieuwe eeuw de corruptie te bestrijden’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn26">[26]</a> Papier is verduldig kan je terecht opmerken. Zelf las ik recent in onze pers alleen toch al twee daden van formaat. De stichter-eigenaar van Gome, een hypermarktketen van elektrische toestellen, een Chinese miljardair die vorig jaar nog bij de top 5 van de rijkste Chinezen hoorde, zit inmiddels in de gevangenis op beschuldiging van fraude en is zijn zaak kwijt. De vroegere politiechef van de megapolis Chongqing werd dit jaar  ter dood veroordeeld wegens corruptie en banden met de Chinese maffia.</p><p>Voor wat het gezond maken of houden van de partij betreft signaleert Peter Franssen: “In 2004 schrapte de partijleiding het lidmaatschap van 490.000 leden en kaderleden. In januari 2005 startte de partij een nationale campagne ‘voor het behoud van het voorhoedekarakter van de partijleden. In die campagne wordt de vakbekwaamheid van de kaderleden verbonden met de ideologische sterkte en de marxistische vorming. Vijfhonderd kaderleden van ministerieel niveau en 110.000 kaderleden van lagere niveaus krijgen ieder jaar gedurende 16 dagen vorming, aangepast aan hun niveau en werkterreinen. Tijdens die periodes worden zij vrijgesteld van hun taken.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn27">[27]</a></p><p>Een ander thema, de organisatie van de democratie in China, laat ik hier terzijde. Niet omdat het niet belangrijk zou zijn. Wel integendeel. Maar ik heb er, overweldigd door al de andere zaken die ik zag, onvoldoende over kunnen enquêteren en studeren. Sommige gesprekpartners in China zegden er ons <em>en passant</em> wel eens iets over. Bijvoorbeeld dat op dorpsniveau de democratie, met drie- of vierjaarlijkse verkiezing van het bestuur, vrij behoorlijk functioneert. In de steden zou men dan weer veel minder ver staan. De enorm snelle aangroei met nieuwe inwoners en de centrale bekommernis die ze aan de dag leggen om vooral hun materiële situatie te verbeteren zouden daarbij een rol spelen. Op de site van de CCP zie ik dat ze het probleem van de socialistische democratie wel steeds vaker opwerpen. Ze beschrijven maatregelen om alvast de verkiezingsprocedures binnen de CP zelf grondig te verbeteren. Ook gaat het vaak over de rol van niet-communisten en hun partijen. Die zouden, in het kader van een verbeterde werking van de Nationale Raadgevende Politieke Vergadering waarin zij vertegenwoordigd zijn, meer zeggenschap krijgen. Zij leverden inmiddels ook al niet-communistische ministers</p><h3>Nog roder dan ik dacht</h3><p>In welke mate deze maatregelen al een invloed hebben op het maatschappelijke en politieke leven kan ik, alleen op basis van onze beperkte reis, onmogelijk goed inschatten. Onze reis had enig studiekarakter in die zin dat we het soort zaken dat we, naast een aantal toeristische plaatsen, wilden zien omschreven hadden, vooral dan dorpen en bedrijven op het platteland. Maar de uitwerking van het programma was volledig uitbesteed aan commerciële, toeristische agentschappen. Het was in geen geval een politiek omkaderde reis. Een gids zei zelfs regelmatig minder fraaie dingen over het socialisme en geen enkele hield zich in om problemen te signaleren en kritieken te uiten. Daarom vond ik des te verrassender dat ik zelf, op zo’n reis, bij herhaling spontaan toch heel wat elementen van een socialistisch beleid meende op te merken. Ik verwijs naar drie zaken die me daarbij bijzonder troffen.</p><p>Een, heel wat zaken worden duidelijk <strong>nog collectief aangepakt</strong>. Neem nu de huisvesting. In de steden zie je meestal dat de hoge flatgebouwen in groepen van vijf, tien of meer allemaal dezelfde architectuur en structuur hebben en in een groter plan passen. Bij onze reis doorheen het platteland zagen we regelmatig dat de boeren ineens voor het hele dorp of een groot deel ervan nieuwe huizen bouwen. Niet zelden nadat ze eerst het oude dorp met de grond gelijk maakten. Die nieuwbouw is ongeveer dezelfde voor iedereen. Niet even uniform als vroeger in Holland of in onze sociale wijken, maar het scheelt niet veel. Ik legde al uit hoe industriële initiatieven op het platteland vaak het initiatief zijn van dorpsbesturen of coöperatieven die zorgen dat de hele gemeenschap er profijt uit haalt.</p><p>Twee. <strong>De overheid lijkt omnipresent te zijn</strong> om de grote lijnen uit te zetten, te corrigeren, en bij te sturen. Dat hoor je ook in het spontane discours van de mensen. Vastgoedprijzen die de pan uitswingen? Hoe zit het met de migrantenarbeiders hun lonen? Met de toegang van hun kinderen tot het onderwijs in de steden? Met de hoge kosten voor verzorging in het ziekenhuis? Met de quasi afwezigheid van pensioenen op het platteland?<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn28">[28]</a> Iedere keer wordt in het antwoord op zulke vragen verwezen naar <em>the government</em>, de lokale of centrale regering die die of die wet uitvaardigde. Die zo of zo regels oplegt en controle uitoefent. Die die of die maatregel al dan niet met succes probeerde. Als je bij ons de mensen over de politiek en de regering hoort spreken dan is het vaak over alles wat de politici niet of slecht doen. Als de mensen in China het over de overheden hadden, had ik meestal het gevoel dat ze spraken over een regering die in hun ogen echt regeert. En, zoals gezegd, te oordelen naar de kritieken die ze vaak ook gaven, had ik de indruk dat velen vrijuit spraken. In elk geval een serieus verschil met het voorspelbare verhaal dat ik in 1970 vaak te horen kreeg.</p><p>Heel wat linkse mensen vinden het aandeel van de staatssector in de economie het voornaamste criterium om over het socialistisch karakter van een regime te oordelen. Sommigen nuanceren dat (zie verder). Op dit punt is er onduidelijkheid. Professor Chen Zhiwu, van de prestigieuse universiteit van Yale en zelf van Chinese origine, stelt dat ‘de Staat drie kwart van de rijkdom van China controleert’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn29">[29]</a> Een andere gesprekspartner van ons in China beweerde daarentegen dat de staatssector er  minder zwaar zou wegen dan in Frankrijk en Groot-Brittannië. Dat lijkt niet te kloppen. Zo citeert Peter Franssen over de bezitsstructuur in de industrie een degelijke bron die in 2006 stelt: “Het gedeelte in gemeenschappelijk bezit neemt 38 procent van de productie voor zijn rekening, het privégedeelte 30 procent en het gemengde gedeelte (een mengvorm van privé en gemeenschapsbezit) 32 procent.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn30">[30]</a> Die mengvormen zijn soms heel complex: centrale en lokale overheden en coöperatieven samen met privé-investeerders. Frank Willems vertelde ons dat een onderhandeling over de overname van een Chinees glasbedrijf door Glaverbel spaak liep ondermeer omdat men onmogelijk zicht kon krijgen op de aandeelhoudersstructuur. Peter Franssen stelt in 2007 formeel: “De staat bezet alle economische commandoposten. Hij heeft een monopolie of een sterke meerderheid in de sectoren die de ruggengraat van de economie vormen en er de leiding van uitmaken: de financiële sector, de energiesector, de staalsector, de petrochemie, de telecommunicatie, de scheepsbouw, de vliegtuigbouw, de ferro- en non-ferro, de mijnbouw, het transport, de automobielsector, de bouwsector.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn31">[31]</a> Voor wat de financiële sector betreft wordt dit alvast bevestigd door <em>The Economist. </em>Die stelt dat vier van de tien voornaamste banken in de wereld vandaag Chinees zijn. Die verkeren, in tegenstelling tot de westerse banken, in goede gezondheid: “Zij verdienen geld (maar) de Staat bezit de meerderheid van de aandelen en benoemt de topleiders wiens vergoedingen maar een fractie bedragen van die van hun westerse collega’s.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn32">[32]</a></p><p>Dat de overheid en de partij nog een dikke vinger in de pap hebben konden wij soms ook aan kleine dingen merken. Bij een bezoek aan een filiaal van Chongqing Yianshi Motorcyles Ltd. stond een dame van het lokale bestuur prominent in het midden. Ook de bedrijfsvertegenwoordigers behandelden haar als iemand die het mee voor het zeggen had. Gelijkaardige ervaringen hadden we op andere plaatsen. Het leek op het eerste gezicht te bevestigen wat Bert De Graeve, de CEO van Bekaert, de Belgische multinational met staaldraadfabrieken in China zegde: “Ik denk dat het moeilijk zou zijn iets te doen wat zij <em>(de staat en de partij, km)</em> niet willen. De partij is het echte machtscentrum.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn33">[33]</a></p><p><strong>Hoge eisen aan jonge partijleden</strong></p><p>Derde zaak die mij op deze reis opviel waren <strong>de hoge eisen die worden gesteld om lid te worden van de Communistische Partij</strong>, ondermeer aan de jongeren. Wij hadden geen enkel officieel noch informeel contact met de partij <em>as such. </em>Toch probeerde ik, uit persoonlijke interesse en als het pas gaf, af en toe te achterhalen hoe de gewone man en vrouw met wie we contact hadden over de partij dachten.</p><p>Zo leverde een gesprekje met ‘Joe&#8217; onze jonge gids (29) in Hangzhou mij ongevraagd een sympathieke one-liner op over de partij. Ik had opgemerkt dat hij vrij positief was over wat het land en de regering realiseren maar tegelijk objectief de pijnpunten aangaf (bv. vastgoedspeculatie en dure prijzen appartementen). Tijdens een gesprek met onze Belgische reisleiders had hij ook, spontaan en vrij emotioneel, verteld hoe blij hij was dat onze groep zo oprecht geïnteresseerd was in vele aspecten zijn land. Iets wat met Westerse toeristen niet altijd het geval schijnt te zijn. Ik dacht dat zo iemand misschien wel lid kon zijn van de CP en stelde hem de vraag. Zijn antwoord: “Oh neen, dat is te moeilijk.” Waarom, vraag ik. Hij: “You have to be a nice guy to everybody, or to realize remarkable things in studies, science or sports.” Een vriend zijn voor iedereen. Dat kan er voor mijn part door als populaire interpretatie van het aloude ‘Dien het Volk’.</p><p>Over de partij polste ik ook een van de twee jobstudentinnen die ons permanent vergezelden.  Ik vraag haar wie er in haar klas lid van de partij is en of ze het doen om het volk te dienen of voor hun carrière. Haar antwoord: “Op 40 studenten zijn er 4 (kandidaat-)lid van de partij. Van twee ben ik zeker dat zij het doen om het volk te dienen, aan de twee anderen twijfel ik.” Na onze terugkeer in België bleef ik per mail met haar in contact. Zo vertelde ze over het vrijwilligerswerk dat ze, na onze reis, in augustus verrichtte in de provincie Anhui met als doel beter op de hoogte te geraken van de problemen van de armere bevolking. Het was een project gesponsord door de universiteit en ze was aangemoedigd door de afdeling van de Communistische Jeugdliga om er aan deel te nemen. Omdat ze daar positief over schreef, vroeg ik haar waarom ze zelf niet bij de partij is. Haar antwoord: “Omwille van dingen zoals het werk van de Jeugdliga, ben ik voor de Communistische Partij. Zij doet echt iets voor het volk en probeert voortdurend de levensomstandigheden van het volk te verbeteren. Maar als er dan problemen zijn worden die verantwoordelijken er ook op aangesproken. Ik wil hier niet het kneusje uithangen tegenover jou, maar je toch vertellen waarom ik aarzel om zoals zij lid van de partij te worden. Hun verantwoordelijkheid is te groot en als ik de job niet goed doe zal dat veel mensen benadelen. Ik ben niet sterk genoeg om dat op mij te nemen.” Het is maar een individuele getuigenis, en er zit mogelijk wat jeugdige pathos in, maar ik denk dat ze eerlijk is. En ik geef ze voor wat ze waard is.</p><p>Van de Communistische Jeugdliga kreeg ik indirect ook een goede indruk door mijn contact met de vrijwilligers van de Wereldtentoonstelling in Shanghai. Al bij de eerste dag van ons tweedaags bezoek waren die honderden jonge mensen mij opgevallen. Niet alleen door hun mooie uniformen – wit en lichtgroen voor de meesten, blauw voor de medewerkers aan de controles bij de ingangen (security) – maar ook door hun opvallende dienstvaardigheid en efficiëntie. In totaal zijn er, al een jaar op voorhand, 71.000 vrijwilligers gerekruteerd en getraind om op het Expoterrein zelf dienst te doen. Op de weekdagen zijn ze met een 2500 van dienst, in de weekends met dubbel zoveel. Ze engageren zich voor een periode van 14 dagen, waarna ze afgelost worden door een volgende ploeg. De meeste vrijwilligers zijn jongeren hoewel er ook ouderen werden aangenomen en een 3000-tal buitenlanders. Elke dag werken de vrijwilligers ongeveer zeven uren: aan de ingangen en voor de drukbezochte paviljoenen de files in goede banen leiden, mensen de weg wijzen, programma&#8217;s en plattegronden uitdelen, hulp bieden aan rolstoelpatiënten en andere gehandicapten en zieken, het ordelijk opstappen en uitstappen op de gratis bussen op de Expo-lanen regelen met behulp van een hoofdmicrofoontje en een minimegafoon aan de gordel. In al die drukte en bij die hitte – we waren er tijdens ‘de hondsdagen’ van juli – was dat echt wel een job om respect voor te hebben. Het viel me op dat een groot aantal van de jongeren, naast een reeks Expo-buttons, ook een rode badge droegen. Bij een paar – eerder uitzonderlijk – zag ik daarnaast een rode badge met hamer en sikkel en ster, het embleem van de Communistische Partij. Op een bepaald ogenblik sprak ik jongeren aan over de betekenis van de meest gedragen rode badge. Het bleek die te zijn van de Communistische Jeugdliga. Dat ik, als westerling, zelf gegist had dat het iets te maken had met ‘Youth of the Communist Party?’ en dat nog apprecieerde ook, leek de groep plezier te doen. Achteraf heb ik vernomen dat de rekrutering en opleiding van de in totaal meer dan 700.000 kandidaat-vrijwilligers – er zijn er ook veel in de stad ingezet – gebeurd is door de afdeling Communicatie van de Communistische Partij van Shanghai. Het themalied van de vrijwilligers met als titel ‘World’ wenst de hele wereld vrede en harmonie toe met verzen als ‘Een knuffel, een wereld’ en ‘Een glimlach, een wereld.’ Om ook bij ons vanaf de eerste week op drie te komen in ‘Tien om te zien’, zou ik zeggen.</p><p>Misschien past volgende anekdote ook wel in dit plaatje. Op de Expo blijf ik in het paviljoen van Sichuan lang staan bij een stand over de grote aardbeving van 2008 die in deze provincie 86.000 slachtoffers maakte. Met behulp van geavanceerde <em>touchscreens</em> kan je er beelden opvragen van de verwoestingen en ook van de organisatie van de hulpverlening en de heropbouw en de rol die de regerings- en partijleiders daarbij speelden. Ik bekijk aandachtig de foto’s van talrijke hoge leiders die de streek bezochten en die vaak een rol opnamen in de hulpoperaties. Een assertieve jonge hostess vraagt me: ‘Why are you so interested in our leaders?’ Ik: ‘I want to look if they are real communists in difficult moments’. Geen cynisch lachje of meesmuilen. Ze helpt me meteen om de gezochte beelden efficiënter te bekijken.</p><p><strong>Is dit socialisme?</strong></p><p>En wat antwoord ik nu op de vraag die alle marxisten en linksen ter wereld bezighoudt, ‘Is China nog socialistisch?’. De officiële teksten van de CCP zijn formeel. Actueel realiseren zij de eerste of ‘primaire’ fase van het socialisme, een marktsocialisme met Chinese karakteristieken. Het doel blijft om tegen het midden van deze eeuw te evolueren naar een meer welvarende, gevorderde socialistische maatschappij. Sommigen denken dat dit stadium zelfs eerder kan bereikt worden. Voor me zelf stelde ik al bij het begin van dit artikel: op basis van reisindrukken en beperkte studie kan en mag je daarover geen sluitende uitspraken doen. Ik geef hier wel ter overweging wat een aantal interessante mensen ter plaatse ons op die vraag hebben geantwoord. Je zal merken dat ook zij er, na jaren discussies, niet altijd uit zijn. Een van die boeiende mensen was Michael Crook, een 60-jarige Brit. Hij is zelf geboren in China en op zijn universitaire studies na (die hij in het Verenigd Koninkrijk deed) leeft hij er al heel zijn leven. Zijn grootouders waren protestantse zendelingen die al vóór de revolutie in China werkten. Zijn moeder is sociologe en antropologe en had een bijzondere interesse voor de pogingen tot verdeling van het land onder de boeren in China. In de jaren 40 van vorige eeuw was ze getuige van de landbouwhervormingen van de nationalisten. Ze kwam tot de vaststelling dat die niets voorstelden. Bij de  landhervorming die de communisten ondernamen in de gebieden die ze controleerden stelde ze wel resultaten vast. Zijn ouders werden sympathisanten van de communisten.</p><p>Ik geef in een notendop weer wat Michael tegenover ons kwijt wilde over het karakter van het huidige Chinese regime: “Ik heb de onlangs overleden Joan Hinton gekend en weet dat zij de hervormingen sinds 1978 slecht vond.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn34">[34]</a> Ook heel wat buitenlandse maoïsten en marxisten denken dat het de verkeerde weg opgaat. Maar zeker 90% van de Chinezen zelf vindt van niet. Het levensniveau is fel gestegen.  Er is een enorme vooruitgang van de productiekrachten. Ik ben zelf marxist. Om te beoordelen of een hervorming goed of slecht is moet men zich baseren op de feiten. De waarheid zoeken in de feiten, heet dat.</p><p>Alles hangt er vanaf hoe je socialisme definieert. Is het criterium grootte van staatssector of wie de macht heeft? De situatie voor het volk is vrij stabiel. Het levensniveau en de omstandigheden van de mensen zijn moeilijk geweest in de periode voor 1978. Daarom wilden ze verandering. Er waren onvoldoende <em>incentives</em> (prikkels) om zich in te zetten. Iedereen kreeg hetzelfde aantal werkpunten ongeacht hoe hard hij of zij ook werkte. De hervormingen veranderden dat. Iedereen <em>rushte</em> dan om meer te verdienen. De economie is nu efficiënter maar de maatschappelijke gelijkheid leed er onder.”</p><h3>‘Stevig gecontroleerd kapitalisme’</h3><p>Michael vervolgt: “Mao was vooral geïnteresseerd in de productieverhoudingen, Deng Xiao Ping in de productiekrachten. Deng, en voorheen ook president Liu Shaoqi, stelden dat onze productiekrachten fel onderontwikkeld waren en we eerst nog door een periode van een soort kapitalisme moesten. Mao dacht dat dat niet nodig was. Op dat punt heeft de lijn van Deng het gehaald. De CCP realiseert nu een gecontroleerde ontwikkeling van het kapitalisme in China. Is die controle reëel? Ja, en ze is stevig. Niet voor niks antwoordde een internationale autoriteit als Dr Joseph Needham toen ze hem een vraag stelden over bureaucratie in China: ‘The Chinese bureaucracy is the best in the world’. In tegenstelling tot India zijn er hier geen hongersnoden en andere grote ellende. De productiekrachten zijn nu door de hervormingen wel enorm ontwikkeld, maar er is een verslechtering van de productieverhoudingen opgetreden. De laatste 5 à 10 jaar zijn er vreselijke mijnongevallen geweest, op sommige plaatsen kon je bijna terug van slavernij spreken. Sommige mensen zijn in armoede gestort en zonder <em>empowerment</em> kunnen ze daar niet uit geraken. Maar de regering is zich de laatste 5 jaar zeer bewust geworden dat de markt dient ingetoomd te worden om sociale, economische en ecologische redenen. En ook omwille van de veiligheid en de gezondheid van de mensen. Er is de laatste 5 jaar een terugkeer merkbaar naar meer overheidsinterventie. De huidige regering is duidelijk meer communistisch dan die van twintig jaar geleden met Zhao Zhi Yang, Hu Yao Bang en anderen. Een finaal antwoord geven op de vraag of China nog socialistisch is? Ontsla me daar van. Mijn moeder en ik discussiëren daar al 10 jaar over en we zijn er nog niet uit geraakt. Het is een gecompliceerde maatschappij en een enorm land.”</p><p>Zijn vriend en collega van de NGO Gong He (zie hoger), prof. Du Yingtang merkte ook op dat de regering voortdurend experimenteert, dingen uitprobeert, en als er wat fout loopt, grondig en snel bijstuurt. Dat alles volgens het advies van Deng: <em>‘Crossing the </em><em>river stepping stone by stone’ </em>(de rivier oversteken door van de ene steen op de andere te springen). Michael Crook gaf  zelf nog een belangrijke slotbedenking: “De vraag is hoe de CCP zich zelf gaat ontwikkelen. Van avantgarde-partij tot een people’s party? Dan zal er wellicht ook iets veranderen op politiek vlak. Mijn zorg is: als het lidmaatschap van de partij grondig wijzigt, zal die controle over het kapitalisme dan even stevig blijven?”</p><p>Domenico Losurdo bevestigt bepaalde stellingen van Michael Crook: “Je moet voor ogen houden dat de privéondernemingen in grote mate afhangen van kredieten verleend door een banksysteem dat <em>gecontroleerd</em> wordt door de Staat. Daarnaast zijn de partij en de vakbond duidelijk aanwezig in die bedrijven. Daaruit volgt als conclusie dat in die privéondernemingen de macht van het private eigendom door een soort tegenmacht in evenwicht wordt gebracht en beperkt. ”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn35">[35]</a> Op de vraag of het toelaten tot de partij van ondernemers, zelfs van enkele superrijke kapitalisten, geen gevaar inhoudt kreeg Losurdo van de Chinese communisten als antwoord dat hun aantal onbetekenend is, eerder symbolisch op een totaal aantal van 78 miljoen leden. Zelf probeert de linkse Italiaanse filosoof het ook als volgt te verantwoorden: “Wij hebben gezien dat sommige van die ondernemers een nationale rol vervullen: in bepaalde sectoren van de economie hebben zij voor China de afhankelijkheid tegenover het buitenland op technologisch vlak weggewerkt of verminderd. Sommigen van die ondernemers hebben zich niet alleen objectief maar ook subjectief op de eerste rijen geplaatst in de strijd die de Communistische Partij vanaf 1949 is aangegaan: de strijd om zich van het imperialisme te bevrijden door vertrekkend van de verovering van de politieke onafhankelijkheid ook de stap te zetten naar onafhankelijkheid op economisch en technologisch vlak.” En hij besluit met te stellen dat “in een wereld waar de <em>knowledge economy</em>, de kenniseconomie, een steeds grotere rol speelt » het best mogelijk is dat de helden van de arbeid, de stakhanovist uit de USSR van de jaren 30, “wel eens een totaal nieuwe gedaante kan aannemen. Meer bepaald die van een supergespecialiseerde ingenieur of technicus die, door een bedrijf op poten te zetten met een hoogstaande technologie, een belangrijke bijdrage levert aan de defensie en de versterking van het socialistische vaderland.” <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn36">[36]</a></p><h3>Vernieuwde interesse</h3><p>Ik geef deze meningen ter overweging, niet als een uitgemaakte zaak. Je kan er nog heel wat andere bedenkingen bij maken. Wat zal bijvoorbeeld het effect zijn indien de vastgoedsector ook voor een belangrijk deel een artificieel gevoede <em>zeepbel </em>zou blijken? Wat zal er met het socialisme op zijn Chinees en zijn sterke inschakeling in het internationale kapitalistische systeem gebeuren indien het kapitalisme een nieuwe nog zwaardere mondiale crisis zou kennen? Zal het levensniveau dat dankzij de enorme exportprestaties steeg dan geen zware klappen krijgen? Enzovoort, enzovoort. Het aantal denkbare bedreigingen en kronkelwegen lijkt wel oneindig. Formele voorspellingen laten we beter achterwege.</p><p>Wel ben ik van mening dat diegenen die zich, zoals ik, marxist noemen, een veel grotere interesse aan de dag moeten leggen voor wat in China gebeurt en de politiek van de Chinese CP grondiger bestuderen. De Chinese communisten beklemtonen dat hun weg naar een ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ bepaald is door de specifieke situatie van hun land. Vooral dan door de graad van economische ontwikkeling, die globaal genomen nog altijd relatief laag blijft, en door de omvang van hun land en hun bevolking. Toch denk ik dat er uit hun ervaring van de laatste 30 jaren zaken te leren zijn die van belang kunnen zijn voor al wie, waar ook ter wereld, ijvert voor een socialisme aangepast aan de noden van zijn of haar land of continent. Persoonlijk ben ik vooral onder de indruk van de grote aandacht voor economische efficiëntie en verhoging van de welvaart van de bevolking. Ook de inspanning om het beleid wetenschappelijk te funderen wekt mijn interesse.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn37">[37]</a> Net zoals de durf om, op basis van de praktijk, soms drastische koerscorrecties door te voeren. Ook de pragmatische en soepele aanpak, die bij dit alles gehanteerd wordt, boeit me. Inderdaad: die beruchte kat van Deng.</p><p>Zoals bij elke menselijke onderneming – en zeker een van die omvang – ontbreekt het op ‘de Chinese weg naar het socialisme’ niet aan valkuilen en fouten. Hoe dan ook: deze reis naar China, en de beperkte studie die ik in de marge daarvan verrichtte, hebben me gesterkt in de overtuiging dat China een belangrijke bijdrage blijft leveren aan de zoektocht naar socialistische alternatieven. Dat had ik bij mijn vertrek niet echt meer verwacht. Uw correcties, opmerkingen en kritieken zijn alvast meer dan welkom.</p><hr size="1" /><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref1">[1]</a> AMADA of Alle Macht aan de Arbeiders was de voorloper van de huidige PVDA, de Partij van de Arbeid van België.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref2">[2]</a> Zie <em>Dokter van het Volk</em>, Kris Merckx, EPO Berchem 2008, hoofdstuk 1.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref3">[3]</a> HADIMAO is een woordspeling op het toen succesvolle Nederlandse programma ‘Hadimassa’ van Kees Van Kooten en Wim De Bie.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref4">[4]</a> Zie <a href="http://www.belchin.be/">www.belchin.be</a> en haar infosite <a href="http://www.chinasquare.be/">www.chinasquare.be</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref5">[5]</a> Peter Franssen<em>, Welke weg slaat China in? De ontwikkeling van het socialisme in China</em>, Marxistische Studies nr. 78, 2007 en de site <a href="http://www.infochina.be/">www.infochina.be</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref6">[6]</a> Zie <a href="http://www.frankenlieve.cn/#_blank">www.frankenlieve.cn</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref7">[7]</a> Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, <em>Made in China</em>, EPO, Berchem, 2006</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref8">[8]</a> Leslie T. Chang, <em>Fabrieksmeisjes</em>, Artemis en Co, 2009.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref9">[9]</a> Zie <a href="http://english.peopledaily.com.cn/">http://english.peopledaily.com.cn/</a> en <a target="_blank" href="http://www.chinadaily.com.cn/">http://www.chinadaily.com.cn/</a> en <a target="_blank" href="http://english.cpc.people.com.cn/index.html">http://english.cpc.people.com.cn/index.html</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref10">[10]</a> China Highlights Role of Buddhism in Promoting Social Harmony, <a href="http://english.cpc.people.com.cn/65547/65571/4480957.html">http://english.cpc.people.com.cn/65547/65571/4480957.html</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref11">[11]</a> <em>HADIMAO-CHINA, zelf gezien, </em>Humo nrs 1590 to 1596, 26 februari tot 8 april 1971.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref12">[12]</a> Jan Jonckheere, <em><a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/stadsdorpen-het-thuis-voor-migranten/" target="_blank">Stadsdorpen, thuis voor migranten</a>, </em>China Vandaag, april 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref13">[13]</a> 1 euro = 8,4 yuan of 1 yuan = 1,2 euro, 10 yuan = 1,2 euro enz. (wisselkoersen juli 2010)</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref14">[14]</a> Norman Bethune was de Canadese chirurg en communist die in 1939 in China stierf toen hij de soldaten van het Rode Leger medische hulp was komen bied.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref15">[15]</a> <a href="http://chineseposters.net/themes/index.php">http://chineseposters.net/themes/index.php</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref16">[16]</a> <em>Resolution on certain questions in the history of our party since the founding of the People’s Republic of China</em>, Adopted by the Sixth Plenary Session of the Eleventh Central Committee of the Communist Party of China on June 27, 1981: <a href="http://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/history/01.htm">http://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/history/01.htm</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref17">[17]</a> Toespraak van Goa Hongbin op de Cabi-conferentie in Londen, oktober 2008 (Cabi = <strong>Commonwealth Agricultural Bureaux International). </strong><a href="http://www.cabi.org/Uploads/File/GlobalSummit/Goa%20Hongbin's%20speech.pdf">http://www.cabi.org/Uploads/File/GlobalSummit/Goa%20Hongbin&#8217;s%20speech.pdf</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref18">[18]</a> Doménico Losurdo, <em>Un voyage instructif en Chine &#8211; Réflexions d’un philosophe</em> <a href="http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768">http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref19">[19]</a> De Morgen, 29 augustus 2010, blz. 36-37).</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref20">[20]</a> Gui Tao, <em>China&#8217;s &#8220;barefoot doctors&#8221; inspiration to Africa: WHO, </em><a href="http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-07/27/c_13417435.htm">http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-07/27/c_13417435.htm</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref21">[21]</a> <a href="http://gvhv.be/blog/harriedewitte/good-morning-beijing-4-de-chinese-huisarts">http://gvhv.be/blog/harriedewitte/good-morning-beijing-4-de-chinese-huisarts</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref22">[22]</a> Bijvoorbeeld de dure chinolones zoals levofloxacine (Tavanic)</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref23">[23]</a> Baorong Yu<a href="http://www.biomedcentral.com/logon/logon.asp?msg=ce"></a>, Charles Collins et al. Rural Health. How does the New Cooperative Medical Scheme influence health service utilization? A study in two provinces in rural China. BMC Health Services Research 2010, <a target="_blank" href="http://www.biomedcentral.com/1472-6963/10/116">http://www.biomedcentral.com/1472-6963/10/116</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref24">[24]</a> <em>Wereldsteden opnieuw in de ban van de </em>luxe, De Morgen, 15 oktober 2010, blz. 21</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref25">[25]</a> Lieve Dejonghe, <em>Verslag van een debat n.a.v. 100<sup>ste</sup> verjaardag Internationale Vrouwendag in het Shanghai Art Museum op 8 maart 2010</em>, China Vandaag, juni 2010, blz. 31-32.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref26">[26]</a> <a href="http://english.cpc.people.com.cn/">http://english.cpc.people.com.cn/</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref27">[27]</a> Peter Franssen, op. cit. blz. 106-110</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref28">[28]</a> Pas recent kende de regering in provincies zoals Zheiang  de bejaarde boerengezinnen een maandelijkse toelage van 100 yuan (12 euro) toe. Niet veel, maar op het echte platteland kan je voor 5 à 10 yuan nog ‘uit’ gaan eten aan een stalletje of in een restaurantje.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref29">[29]</a> Speciale China-bijlage van The International Herald Tribune, 7 juli 2010, p.18)</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref30">[30]</a> Peter Franssen, op. cit. blz. 74.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref31">[31]</a> Ibidem, blz. 75.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref32">[32]</a> The Economist, 10-16 juli 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref33">[33]</a> Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, op. cit., p. 229-230.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref34">[34]</a> Joan Hinton (1921-2010) is een Amerikaanse atoomspecialiste die vanaf 1948 in China ging werken. Samen met haar man legde ze er zich, tot aan haar overlijden, toe op de ontwikkeling van een groot koeienfokkerij annex zuivelbedrijf in de buurt van Xi’an. Ze is altijd een hevige ‘maoïste van de oude stempel’ gebleven. Getuige een van haar uitspraken: “The reform policies after Mao’s death in 1976 had nothing to do with revolution and led to consumerism and class division.” (bron: <a href="http://www.thechinabeat.org/?p=2354">http://www.thechinabeat.org/?p=2354</a> )</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref35">[35]</a> Doménico Losurdo, op. cit., <a href="http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768">http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref36">[36]</a> Ibidem.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref37">[37]</a> <em>Introduction to the Scientific Outlook on Development</em>, Compiled by The Theory Office of the Publicity Department of the Central Committee of the Communist Party of China, Beijing 2006</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Het Hemels Mandaat, geschiedenis van China</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/#comments</comments> <pubDate>Thu, 13 May 2010 19:37:53 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[geschiedenis]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=11353</guid> <description><![CDATA[Het Hemels Mandaat. Boekbespreking met samenvatting die een overzicht geeft van mijlpalen in de geschiedenis van China. Elke maand verschijnt in onze taal alleen minstens één boek over China. Dat handelt dan meestal over deelaspecten uit de geschiedenis of maatschappij, economie, dagelijks leven, filosofie, ontmoetingen met Chinezen, Westerlingen in China, de huidige en toekomstige rol [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Hemels Mandaat.<br /> Boekbespreking met samenvatting die een <span style="color: #ff0000;">overzicht geeft van mijlpalen in de geschiedenis van </span>China.</strong></p><p><img class="alignleft size-full wp-image-11354" title="ter haar" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/06/ter-haar.jpg" alt="ter haar" width="200" height="283" /></p><p>Elke maand verschijnt in onze taal alleen minstens één boek over China. Dat handelt dan meestal over deelaspecten uit de geschiedenis of maatschappij, economie, dagelijks leven, filosofie, ontmoetingen met Chinezen, Westerlingen in China, de huidige en toekomstige rol van China in de wereld, de relatie van China met India of de VS.<br /> Een diepgravende studie van de geschiedenis was er nog niet. Wel een aanzet daartoe in het zeer toegankelijke boek van Shan Hwei Cheng en Jan Willem Nienhuys (1).<br /> Barend ter Haar(2), hoogleraar Chinese geschiedenis aan de universiteit te Leiden, brengt daar verandering in. Zijn studie is bijzonder grondig, bij momenten erg moeilijk, ze vereist veel concentratie bij de lectuur, maar die moeite wordt ook beloond.</p><p>Ter Haar begint met een handige chronologische lijst van de dynastieën, vanaf 1550 v.C. tot 1911 en een initiatie in het begrip “Hemels Mandaat”, dat de Chinese koningen en keizers claimden van 1045 v.C. tot 1911 n.C.<br /> Vervolgens vergelijkt hij de bevolking van China met die van de E.U.: diverse provincies tellen meer inwoners dan Duitsland en vele grote steden meer dan Nederland of België. Hij ziet China niet zozeer als een land, ook niet als een etnische of culturele eenheid, maar als een soort Europa, met verschillende volkeren, maar dan wel met een succesvoller eenwordingsproces en één krachtig bestuur. Hij bespreekt ook de overzeese Chinezen, inclusief de problemen(zoals jaloezie) die zij ondervonden en ondervinden. De Westerse term China is afgeleid van de Qin-dynastie (221-206 v.C.) en gaat terug op het begin van de Christelijke jaartelling. Hun benaming Zhongguo vertalen wij meestal als Middenrijk of rijk van het midden van de wereld.</p><p><strong>Na de introductie, begint een lang historisch overzicht.</strong></p><p>De oudste inscripties op orakelbeenderen dateren uit de 13° eeuw. Een verwijzing naar het schitterende boek van Lindqvist (3) ontbreekt hierbij.<br /> De periode 1045 – 221 v.C. krijgt de benaming “Het feodale China”, hoewel die naam m.i. ook toepasselijk is op latere periodes ; tussen 221 n.C. en 534 en tussen 907 en 1234 was er weer verdeeldheid. De feodale periode laat hij eindigen met de “Strijdende Staten” (481-221), genoemd naar een boek uit die tijd: koningen proberen andere staten te annexeren. De Qin-staat wint deze strijd.</p><p>Confucius leefde van 551 tot 479 v.C. Hij was een rondreizende leraar van de feodale elite. Zijn hiërarchische leer werd later verder uitgewerkt door o.a. Mencius (372-289) en Xun (312-230). Ook het taoïsme, toegeschreven aan Laozi, en andere filosofische stromingen worden hier en verder in het boek besproken. In bijna alle hoofdstukken komen filosofische strekkingen aan bod. Ze vormen de moeilijkste delen van het boek.</p><p>Vanaf 221 v.C. wordt China een keizerrijk. De koning van de Qin roept zich dan uit tot “Verheven Soeverein” of eerste keizer met goddelijke status. Ter haar verwijst telkens naar andere rijken, zoals het Parthische, de Hellenistische en het Romeinse. Hij beschouwt de jaren 256/221 v.C. als het einde van de feodale periode, omdat de Qin dan de Zhou verslaan, de definitieve vereniging van China inzetten en in 230-221 de overige staten definitief veroveren. Het graf van de eerste keizer van de Qin illustreert niet enkel de degelijke militaire organisatie, maar ook de administratieve: bamboelatjes met wetten, bestuurlijke regels en rechtspraak en ook een handboek over voorspoedige en onvoorspoedige dagen. Er zijn ook bewijzen dat die wetten uitgevoerd werden: schrift, gewichten, maten en munten werden gestandaardiseerd evenals de as van de wielen voor wagens met vier, karren met twee en kruiwagens met één wiel. De kruiwagen was al in gebruik vanaf de Han-dynastie (202 v.C. – 220 n.C.), maar in 1978  stond men niet veel verder. Er komen ook grote bouwwerken, o.a. verdedigingsmuren, maar nog geen lange doorlopende muur: die volgt pas in de 15° &#8211; 16° eeuw.<br /> Ondanks hun verdiensten, wordt de laatste keizer van de Qin al in 206 v.C. ten val gebracht en gedood. Het graf van Qin Shihuang in Xian wordt geplunderd en pas in 1974 herontdekt.<br /> Ter Haar spreekt niet over de hypothese die  historicus en architect Chen Jingyuan formuleert in zijn boek “The truth of Terracotta Warriors”, dat het graf misschien van de machtige keizerin Xuan is, die 55 jaar eerder stierf (China Daily, 16.02.2010).</p><p>Er volgen twee Han-dynastieën: 202 v.C. – 9 n.C., met als hoofdstad Chang’an en 25 n.C. – 220 n.C. , met Luoyang als centrum. In plaats van militaire expansie, komt er langzame kolonisatie van grensgebieden door gewone boeren.<br /> Rond de 2° eeuw v.C. ontstaat een handelsroute over land, die pas  in 1877 door de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen de Zijderoute wordt genoemd. De belangrijkste handelaars zijn niet de Chinezen, maar de Perzen of Parthen.  Zij brengen Chinese zijde naar Rome. Hellenistische Grieken noemen de zijde “sèr” en het zijdevolk “Sères” of “Sèrikoi”. Plinius vertelt erover in zijn Historia Naturalis (77 n.C.).<br /> In 2 n.C. wordt in China een volkstelling gehouden. Ze wijst uit dat er minstens 59 miljoen mensen wonen, van wie de grote meerderheid in het noorden. In 140 n.C. daarentegen woont bijna de helft in het zuiden.<br /> De eeuwen tussen 220 en 589 n.C. krijgen in de westerse literatuur de naam “Periode van verdeeldheid”. Dat klopt niet helemaal, want ook de voorafgaande Han en de daarna volgende Sui en Tang waren niet altijd in staat hun rijk echt onder controle te houden. De aanvallers te paard zijn verwant aan de Turken, Tibetanen en Mongolen. Opmerkelijk is dat al in 485 een landhervorming wordt doorgevoerd, waarbij de boeren in Noord-China stukken grond in pacht krijgen met gelijke opbrengst. Ze worden belast in de vorm van graan en zijde. In het zuiden doet men voornamelijk aan rijstbouw. In het noorden eet men meer vlees en melkproducten, in het zuiden gewassen en dieren uit de waterrijke omgeving.<br /> Vanaf de 3° eeuw ontwikkelt de kalligrafie zich tot zelfstandige kunstvorm in de aristocratische bovenlaag.<br /> Vanaf de 1° eeuw n.C. komt het boeddhisme in China binnen vanuit India via de zijderoute en de zuidelijke zeeroute. Pas in de 4° eeuw dringt het door bij de aristocratie en het hof. Dank zij het boeddhisme ontstaan ook een nieuwe beeldencultuur en grottentempels.</p><p>De periode van de Sui (589-618) en de Tang (618 – 907) valt gedeeltelijk samen met het Byzantijnse rijk en met de opkomst van de islam. In 655 verovert een vrouw de troon en ze houdt 50 jaar stand. In 751 wordt een Tang-leger verslagen door Arabieren bij  Talas. De auteur situeert deze slag in Kazakstan in plaats van Kirgizië. De Arabieren, die op dat moment op het hoogtepunt van hun veroveringen zitten en in Europa Portugal en Spanje veroverd hebben,  nemen het gebied niet in wegens te ver weg. Maar ze nemen wel Chinese krijgsgevangenen mee en  ze  nemen van de Chinezen allerlei technieken over  zoals de bereiding van papier, de boekdrukkunst en het kompas. Het machtsvacuüm wordt opgevuld door …Tibet, dat in die tijd zeer sterk is.</p><p>Tijdens de Song-dynastieën (960-1270) wordt het rijk opnieuw verenigd, soms door niet-Chinezen. Het inbinden van de voetjes, dat ontstond in de late Tang-dynastie (763-960)  bij danseressen aan het keizerlijk hof in Chang’an, verspreidt zich in de 11° en 12° eeuw onder de elite en in de 14° eeuw is het wijd verbreid, vooral in het noorden. De tenen worden daarbij onder de voetzool gebogen en permanent met windels samengebonden. In de 13° eeuw wordt in een tekst al een eerste keer ertegen geprotesteerd, maar vooral in de 19° eeuw is het verzet van de culturele elite groot. Ter Haar zegt: zonder hen was de gewoonte niet verdwenen. Hij schrijft het verbod dus niet toe aan Mao (226) en hij zegt er ook net bij hoe klein de voetjes waren, namelijk ca. 16 cm!<br /> Tijdens de Song is er ook een grote technologische vooruitgang: waterklok, kompas, boekdrukkunst en buskruit worden uitgevonden. Voor alle vier is er sprake van een lang ontwikkelingsproces. Het kompas maakt het mogelijk te varen zonder de sterrenhemel en zonder de kustlijn te volgen. Opmerkelijk is dat de westerse ontdekkingsreizigers  er meer gebruik van zullen maken dan de Chinezen zelf. De drukkunst is al rond 700 uitgevonden, maar neemt een grote vlucht vanaf de 10° &#8211; 11° eeuw. Ook de uitvinding van het buskruit, wsch. ergens in de 10° eeuw,  valt niet precies te dateren. Het doel was aanvankelijk: lawaai maken om de paarden van de tegenstanders te laten schrikken; verder ook huizen en stro in brand steken. Ook nu gebruiken de Chinezen nog buskruit om demonen te verjagen. De productie van porselein, uit speciale kaolin-klei plus hoge temperatuur van 1200 – 1400° wordt verfijnd. Het valt me wel op dat de auteur bij geen enkele uitvinding een datum plaatst.</p><p>De periode 907-1368 wordt ook gekenmerkt door nieuwe, niet-Chinese veroveraars. Helemaal nieuw is dat niet, want tussen 220 en 960 spelen Turkse volkeren en de half-Turkse Sui- en Tang-dynastieën ook al een rol in China. De bekendste nieuwkomers zijn de Mongolen, die tussen 1206 en 1368 niet alleen China inpalmen, maar ook doordringen tot in Zuid-Rusland. Vanuit hun rijk van de Gouden Horde in Zuid-Rusland ondernemen ze veldtochten in Oost-Europa, tot aan de Dalmatische kust, maar zonder blijvend resultaat. Gedurende een korte tijd van ca. 100 à 150 jaar vormen zij het grootste aaneengesloten imperium dat ooit heeft bestaan. De verovering van Japan mislukt in 1274 en 1281, telkens door een storm. Het onafhankelijke Tibet veroveren ze evenmin.<br /> Tijdens het Mongoolse bewind zijn er herhaalde contacten tussen China en de katholieke landen van Europa: franciscaanse monniken en Italiaanse kooplui reizen naar het hof in Karakorum en in Beijing. De belangrijkste is de Vlaamse franciscaan Willem van Rubroek (1220-1293), die in 1253 – 1254 met de steun van de Franse koning en van de paus naar de hoofdstad Karakorum reist, maar geen toestemming krijgt om het christendom te verspreiden en de khan ook niet kan overtuigen om samen met het westen tegen de Turken in het Heilig Land te vechten. Zijn “Itinerarium” of reisverslag is wel de eerste  betrouwbare westerse bron over de situatie in het Mongoolse rijk, wat we niet kunnen zeggen over het iets latere  “Il Milione” van Marco Polo.<br /> Zijn medebroeder Giovanni Montecorvino (1246-1328) vestigt zich in 1294 in China en leert ook Chinees, wat Marco Polo niet deed. Deze vertrekt uit Venetië en vestigt  zich van 1275 tot 1295 in Beijing. Met zijn rijke fantasie oefent hij de volgende eeuwen grote invloed uit op de ontdekkingsreizigers. Ter Haar gaat in op de discussie of Marco Polo in China is geweest, zonder te verwijzen naar de tegenstanders zoals Frances Wood en de voorstanders zoals Laurence Green en ook zonder zelf een duidelijk standpunt in te nemen.<br /> Hij signaleert wel een aantal leemtes in het boek: Marco Polo spreekt nergens over het Chinese schrift, boekdrukkunst, porselein, thee of voetjes binden (273).</p><p>Met de Ming-dynastie (1368-1644) neemt eindelijk weer een inheems heersershuis de macht over en brengt het land tot grote bloei. Mongolië en Tibet horen niet bij dat rijk. De Mongoolse Moghuls veroveren India en heersen er als keizers van 1526 tot 1857. Het Ottomaanse rijk (1300-1922) fungeert als grote afnemer van Chinees porselein. De auteur beweert dat Ming-China de motor was van de toenmalige wereldeconomie, maar hij bewijst nergens dat het belangrijker was dan het Portugese, Spaanse of Ottomaanse rijk. Tussen 1393 en 1650 evolueert de bevolking van 85 naar 268 miljoen inwoners. Deze schatting wijkt sterk af van vroegere die voor 1650 over 150 miljoen Chinezen spreken (297).<br /> Tussen 1405 en 1433 onderneemt Zheng He zeven expedities langs de kusten van Azië en Afrika tot aan het huidige Mombasa in Kenia(292-302). Het zijn geen ontdekkingsreizen, want hij volgt de routes die door Perzische handelaars al eeuwen bevaren werden. Korea, Japan en andere gebieden horen daar niet bij.<br /> In tegenstelling met wat Gavin Menzies beweert in zijn fantasierijk verhaal “1421”(4a), ontdekt Zheng Amerika niet. Over het tweede, nog fantasievollere boek van Menzies, “1434. Het jaar waarin China de Italiaanse Renaissance deed ontbranden”(4b), rept Ter Haar terecht met geen woord. De naam Menzies komt in zijn boek zelfs niet voor. Jammer dat hij geen duidelijker standpunt inneemt.</p><p>In 1449 probeert de Ming-keizer de Mongolen te onderwerpen. Dit mislukt. Hij kiest dan voor een gigantisch verdedigingscomplex, dat we nu kennen als de Grote of Lange Muur(Changcheng).<br /> Die muur is niet de opvolger van de vroegere muurtjes: die dienden om het pas veroverde gebied te beschermen en waren dus offensief van aard. Die van 1449 is defensief. Er is twee eeuwen aan gewerkt en ze ligt op andere locaties dan de vroegere.<br /> Ter Haar beweert ook dat de muur na zijn voltooiing in verval raakte, maar in de late 19° eeuw herontdekt werd door Westerse toeristen. Zijn visie sluit aan bij die van specialiste Julie Lovell (5), naar wie hij helaas niet verwijst. Hij gaat nog een stapje verder: de resten van de Qin-muren uit ca. 215 v.C. zijn nog steeds niet aangetoond door opgravingen en evenmin door schriftelijke getuigenissen. Er zijn wel archeologische bewijzen voor een muur uit het Han-tijdperk (202 v.C.-220 n.C.).</p><p>In de 16° &#8211; 17° eeuw komt China in de wereldeconomie terecht: zilver wordt geïmporteerd uit Japan, eerst door de Portugezen via Macao, dan door de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie via Taiwan.<br /> Vervolgens halen Chinese handelaars zelf zilver uit de Spaanse Filippijnen. Zilver fungeert als voornaamste betaalmiddel in die economie. Vanaf de 17° eeuw spelen ook de Engelsen een steeds grotere rol. China zelf exporteert zijde, thee en porselein.<br /> De V.O.C. verdrijft de Portugezen met geweld uit Malakka (nu Maleisië) en opereert vanuit Batavia (nu Jakarta), waar ze veel in contact komen met plaatselijke Chinese handelaars en Chinese producten. In 1623 vestigen zij zich op Formosa (nu Taiwan), dat aanvankelijk Portugees gebied was. Van daaruit drijven ze handel met Japan.<br /> Die handel was aanvankelijk ook in Portugese handen, maar Japan koos voor een partner die geen bekeringsplannen had. In Guangzhou ontstaat een beperkte internationale handel, totdat de Engelsen vanaf de eerste Opiumoorlog (1839-1842) China verplichten zijn havens open te stellen voor het Westen.<br /> Vanaf de tweede helft van de 16° eeuw ontstaat ook een toenemende migratie van Chinese handelaars naar de Filippijnen en andere gebieden in Zuidoost Azië. Hiermee begint het fenomeen van de Overzeese Chinezen, die actief zijn in de handel en in de dienstensector, in deze laatste vooral als apothekers en dokters. In de 19° en 20° eeuw migreren ze ook naar Nederlands Indië, Amerika en andere delen van de wereld, deels als handelaars, deels ook als arbeiders. In de 1° W.O. werkten er tienduizenden Chinese arbeiders in en achter de loopgraven van West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk, zoals blijkt uit het boek van hun tolk Gu Xingqing(6). Het Indische woord koelie of kuli betekent dwangarbeider of slaaf en klinkt beledigend. De Chinese vertaling is “bittere arbeid”.<br /> De missionering van China wordt ingezet vanuit het Portugese Macao vanaf 1583, door de Italiaanse jezuïet Ricci(1552-1610). Vanaf 1601 mogen hij en later ook Vlaamse jezuïeten zoals Ferdinand Verbiest zich vestigen in Beijing als adviseurs van de keizer. Philip Couplet, die in 1656 samen met Verbiest via Portugal naar China reist, ontbreekt hier(348). In 1682 komt hij even terug naar Europa, samen met de bekeerde Chinees Michael Shan Fuzong. In 1684 mogen ze bij Lodewijk XIV in Versailles komen demonstreren hoe Chinezen schrijven en eten en in 1686 mogen ze dat overdoen bij James II in Londen. In 1687 zorgt Couplet voor de eerste Latijnse vertaling van Confucius. Zijn Brusselse confrater Albert Dorville bezoekt in 1661, samen met de Oostenrijkse jezuïet Johannes Grueber, als eerst Europeaan Tibet. In 1693 introduceren de jezuïeten kinine vanuit Amerika, waarmee ze de keizer en zijn hof genezen van malaria. In 1773 wordt de orde verboden door de paus en eindigt hun aanwezigheid in China. Ook dominicanen, franciscanen en in de 19° eeuw Scheutisten vestigen zich in China. Het aantal bekeringen blijft beperkt.</p><p>Extreem koude winters veroorzaken in 1586-1590 en in 1636-1643 epidemieën, natuurrampen en grote opstanden. In 1644 valt de Ming-dynastie. Er bestaat geen eensgezindheid over de oorzaken.<br /> Ze worden opgevolgd door de Qing. Deze Mantsjoes regeren van 1644 tot 1911, dus ongeveer parallel met de laatste tsaren in Moskou (1613-1917). De Mantsjoe-adel trekt na de verovering van China met legers en lijfeigenen naar Beijing en omgeving. In 1683 veroveren ze ook Taiwan. Alle Chinese mannen, behalve de boeddhistische monniken, moeten een paardenstaart dragen als symbool van onderdanigheid aan de Mantsjoes. De Qing handhaven wel het bestuurssysteem van de Ming. De meeste Chinezen accepteren de Mantsjoes als de nieuwe dragers van het Hemels Mandaat. Deze periode krijgt terecht veel aandacht: veel kenmerken van het huidige China, zoals het nationalisme van de Han-Chinezen en de continue problemen met Oeigoeren en Tibetanen, vinden hun oorsprong in de Qing-tijd. De heerschappij van de Mantsjoes leidde tot nationalisme onder de “echte” Chinezen.<br /> Rond 1700 telt China 120 à 200 miljoen inwoners volgens de traditionele schattingen, 250 à 275 volgens de nieuwste reconstructies. Maïs en aardappelen worden vanaf de 16° eeuw geïmporteerd uit Latijns-Amerika voor periodes van hongersnood, naast pepers, paprika, pinda en ook de tabaksplant. Mannen en vrouwen roken er op los. Ook nu nog telt China het grootste aantal fervente rokers. Roken onderdrukt de honger en houdt de muggen weg. China exporteert thee, porselein, andere consumptiegoederen en ook mensen, die overal gaan werken en wonen. De Chinese handel in Zuidoost Azië is minstens even groot als de westerse (300). Vooral vanuit Siam (nu Thailand) wordt veel geïmporteerd, o.a. rijst en schepen.<br /> Na 1842 komen westerse goedkopere stoomschepen in de plaats; het klinkt vreemd dat het westen toen goedkoper was(380).<br /> In 1728 komt ook Tibet formeel onder Mantsjoe soevereiniteit te staan, maar het bestuur blijft Tibetaans en de horigheid ook; tot in de 20° eeuw horen boeren bij de grond van kloosters, staat en grootgrondbezitters, ze bewerken die grond in ruil voor pacht (383-385). De Qing verovert rond 1757 ook Centraal Azië, de islamitische “Nieuwe Gebieden”, nu het autonome Xinjiang. Rond 1860 breken er zware opstanden uit. Expedities naar Birma, Vietnam en Nepal kennen geen succes. De Russen veroveren in de 16° &#8211; 17° eeuw Siberië. Met twee jezuïeten als tolk, sluiten ze in 1689 een handelsverdrag met de Chinezen, in het …Latijn. Ter haar vermeldt niet de namen van die twee: het zijn Tome Pereira en Jean-François Gerbillion. De Russen hebben op dat moment een ambassade in Beijing. En de Chinese keizers hebben meer interesse in het machtige en nabije Rusland dan in het westen met zijn kleine schepen. De jezuïeten hebben met nieuwe landmetingstechnieken het hele land in kaart gebracht! Die kaarten leiden tot het grensverdrag van 1727 en ze vormen tot in de 20° eeuw de basis van China’s territoriale aanspraken t.o.v. Rusland.<br /> China importeert uit Rusland bont, paarden en schapen voor de heersende Mantsjoe- en Mongolenklasse, Rusland importeert katoen, zijde, thee en rabarber, dit laatste vooral om zijn genezende werking.<br /> De 19° eeuw is de eeuw van de Britse uitvindingen en van het Europese kolonialisme en imperialisme. Ze doen de internationale politieke, militaire en economische balans overslaan naar Europa. Westerlingen kijken met onbegrip naar het Chinese verzet tegen hun kennis en techniek, iets wat gezantschappen van Macartney e.a. ondervinden. De Britse East India Company en de Nederlandse V.O.C. hebben sinds 1685 al wel een toestemming om handel te drijven met Zuid-China. Ze importeren thee en porselein uit China. In de 19° eeuw voeren de Britten ook opium in, net zoals de Portugezen en de Nederlanders. Voor de Britten is die opium een reactie op de afwijzing van hun gezantschappen en een zeer lucratief alternatief voor het afnemende zilver uit Latijns-Amerika. Ter Haar beweert zelfs dat de winstgevende opiumhandel een cruciale factor is in de opkomst van Groot-Brittannië als economische en militaire macht. Chinezen gebruiken opium als medicijn en vooral als verslavend afrodisiacum. Ze roken, eten of drinken het, vooral in de wereld van vermaak en prostitutie.</p><p>Er ontstaan twee oorlogen om de invoer van opium en andere redenen: 1839-1842 en 1856-1860. Ze leiden tot de “Ongelijke Verdragen”, die China open stellen voor buitenlandse inmenging in de vorm van havens en westerse rechtspraak. In 1842 krijgt Groot-Brittannië vijf havens, in 1844 volgen Frankrijk en de VS, in 1861 zijn er al vijftien. De havens van Shanghai en Tianjin nemen sterk in betekenis toe. Met de westerlingen komen in Shanghai ook de eerste kranten.<br />  In 1860 brandt een Brits-Frans leger het Zomerpaleis nabij Beijing plat. Het huidige is gebouwd naast de resten van het oude, die blijven herinneren aan de vernederingen van 1860. In dit klimaat kent China talloze opstanden, o.m. van de arme Hakka’s (1850), van de Taiping of het Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede (1851-1861) en van moslims in het westen (1855-1878). China verliest ook oude tribuutstaten zoals Vietnam aan Frankrijk, Birma aan Engeland, Korea aan Japan. Vele Chinezen migreren naar westerse kolonies om er te werken als koelie. Ze sturen veel geld naar het moederland, iets dat ze ook nu nog altijd doen. China wordt in deze periode ook getroffen door aardbevingen, andere natuurrampen, besmettelijke ziektes zoals pest en cholera en door hongersnoden.<br /> De Frans-Chinese oorlog van 1884-1885 en nog meer de Chinees-Japanse van 1894-1895 vormen een keerpunt. De gemoderniseerde Chinese vloot wordt vernietigd. In 1895 verliest China Korea en Taiwan aan Japan. Daarop stuurt China studenten naar Japan om er westerse kennis op te doen: 13 in 1896, 8.000 in 1905. Dit markeert dus een (tijdelijke? ) breuk in het denken in termen van het middelpunt van de wereld.<br /> De wrede Boksersopstand van 1900 breekt uit in een klimaat van mislukte oogsten, droogte, cholera. Hij wordt genadeloos onderdrukt door het “Verenigde Leger der acht Naties”, een Westers-Japanse coalitie, die Beijing plundert zoals in 1860. De vrede die volgt is zeer vernederend.</p><p>Nu volgen er drastische hervormingen in onderwijs, bestuur en gerecht. In 1905 was het examensysteem al afgeschaft: het leidde op tot het hoogste ambt, nl. dienaar van de keizer, maar het testte enkel de kennis van klassieke geschriften, niet die van handel of praktisch verstand. De inspiratie komt uit Japan. In 1911 valt het keizerrijk, na ruim 2100 jaar. Deze constitutionele revolutie illustreert de overgang van traditie naar moderniteit. Kind-keizer Puyi (1906-1967)wordt van de troon gehaald. In de jaren ’30 zetten de Japanners hem in Mantsjoerije op de troon, daar wordt hij in 1945 gearresteerd door de Russen en na vijf jaar Siberië krijgt hij in 1950 van Mao nog eens tien jaar heropvoedingskamp. In 1960 wordt hij vrijgelaten, in 1967 sterft hij onder verdachte omstandigheden bij het begin van de Culturele Revolutie(548).<br /> De revolutionair Sun Yatsen wordt de eerste president, 1912 het eerste jaar van de republiek en Sun “De vader van de Chinese Republiek”. Zijn opleiding had hij gehad in de VS (Hawaï). Overigens heeft de auteur niet zo’n hoge dunk van deze pater patriae: zijn mederevolutionairen zijn veel actiever, Sun is vooral een prater en agitator (513). Maar hij baseert zijn macht niet langer op het hemelse mandaat.<br /> In de periode 1895-1913 stijgt het aantal buitenlanders enorm, van 10.000 naar 164.000, onder wie 80.000 Japanners en het aantal buitenlandse ondernemingen neemt toe van 603 tot 3805. Vanaf 1901 worden ook meisjesscholen opgericht, wat de positie van de vrouw ten goede komt. De gewoonte van het voeten binden verdwijnt heel langzaam(523).<br /> In 1911 komt er ook een einde aan de geschiedenis van het Hemels Mandaat, die begonnen is rond 1045 v.C. met de overwinning van de Zhou-koningen op de Shang-heersers en die voortgezet is in 221 v.C. met de vereniging van China door de eerste keizerlijke dynastie, de Qin.<br /> Het moderne China, dat begint met de nederlaag tegen Japan in 1895, is een republikeins systeem, dat in vele opzichten de erfenis voortzet, maar tegelijk ook een breekpunt is: de macht is niet meer erfelijk en wordt in principe niet meer gerelateerd aan de Hemel als bron van alle gezag. Tegelijk verdwijnt ook het morele plichtsbesef dat met het Hemels Mandaat is verbonden.<br /> Op 4 mei 1919 protesteren diverse groepen tegen de begunstiging van Japan ten koste van China op de conferentie van Versailles. Japan krijgt daar de Duitse concessie. In 1921 wordt de CPC opgericht. Een groot deel van hen wordt in 1927 uitgemoord door Chinag Kaishek. Maar hij slaagt er niet in om heel China onder controle te krijgen.</p><p>De zoektocht naar een nieuw politiek systeem duurt nog tot 1949. Oorlogen en epidemieën (malaria, pest, cholera) veroorzaken miljoenen doden in de jaren ’20-’30-’40.<br /> De burgeroorlog, de Japanse invasies van 1931 en 1937, drie decennia van voluntaristische massacampagnes tegen de traditionele cultuur, met als hoogtepunt de Grote Proletarische Revolutie, leiden tot een enorme kaalslag en vernietiging van die cultuur.<br /> In 1949 wint Mao dus de burgeroorlog, o.a. door gebruik te maken van de wapenvoorraden die de Japanners in 1945 in Mantsjoerije hebben achtergelaten. 1 oktober 1949 heet nog altijd “De bevrijding”.<br /> Mao maakt snel een einde aan het westerse imperialisme, aan de nog altijd bestaande vernederende verdragen, de verdragshavens, de missies, de kapitalistische economie.<br /> Dit gebeurt niet met zachte hand. De omwenteling is gigantisch, de terreur en de heropvoedingskampen eveneens. Tot 1978 wordt de kapitalistische markteconomie en de globalisering afgewezen. De handelseconomie, waar China al eeuwen deel van uitmaakte, wordt teruggeschroefd.<br /> De communisten maken wel werk van een gezondheidssysteem, door campagnes voor meer hygiëne, massale aanleg van publieke toiletten en blotevoetendokters, die in feite veredelde EHBO’ers waren. Andere campagnes zoals de strijd tegen ratten, vliegen, muggen en spreeuwen en de Grote Sprong om Groot-Brittannië snel in te halen, lopen faliekant af en veroorzaken grote hongersnood in 1959-1961. Uit de volkstelling van 1982 blijkt dat er ca. 30 miljoen doden zijn gevallen. Tijdens de Culturele Revolutie komen er nog honderdduizenden bij, vooral …partijleden, intellectuelen en cultuurdragers. Het onderwijs en de wetenschap liggen stil van 1966 tot 1978. Tijdens de Grote Sprong van 1958 verdwijnt ook veel religieuze infrastructuur, doordat alle metalen voorwerpen, dus ook wierookvaten en andere rituele objecten, worden omgesmolten om de ijzerproductie van Groot-Brittannië te evenaren. Bij de zoektocht naar brandhout worden heuvels ontbost en heilige bomen gerooid, waardoor de erosie toeneemt en de stofstormen verergeren. De Rode Gardisten vernietigen in China en in Tibet de religieuze cultuur van hun eigen ouders en grootouders.<br /> Taiwan en Hongkong vormen hierop een uitzondering: daar heeft de traditionele religieuze cultuur stand gehouden, ook na 1978 en daar is Falun Gong niet verboden.<br /> De traditionele cultuur krijgt ook klappen door de moderne massacommunicatie, nieuwe vormen van transport(trein, auto, vliegtuig) en door de ongebreidelde economische groei. Tegelijk werkt de traditie sterk door in de moderne tijd.<br /> De rol van de familie bij voorbeeld is, ondanks de communistische campagnes, overeind gebleven. Kleine opmerking: de campagnes om de familie op te heffen vonden enkel plaats in de Maoïstische periode, nl. tussen 1953 en 1976 en dan nog met onderbrekingen. In 1981 werd de familie weer opgewaardeerd.<br /> Rond het Chinese Nieuwjaar probeert iedereen zijn familie op te zoeken, zelfs aan de andere kant van het land of van de wereld. De familie blijft de basis voor allerlei vormen van sociale en economische steun en het is het enige netwerk dat ontsnapt aan de hiërarchie van de CPC(557). Ook de kalligrafie, die vanaf de 3° e. n.C. een wezenlijk onderdeel vormt van de culturele en sociale elite-identiteit, heeft de revoluties overleefd. Nu heeft ze een nieuwe concurrent, de computer, waardoor kinderen nauwelijks nog schrijven. De traditionele geneeskunde en in het bijzonder de acupunctuur herleeft, met dit verschil dat de artsen nu opgeleid worden aan de universiteit.<br /> Hier had Ter Haar ook mogen verwijzen naar de culturele banden tussen Chinezen wereldwijd: over de grenzen heen, delen ze dezelfde waarden en voelen ze zich volwaardige leden van het Middenrijk. Het Hemels Mandaat is nog niet weggebrand uit hun eenheidsideaal.</p><p>Vanaf 1978 keert China terug naar de kapitalistische markteconomie en de wereldhandel. Het succes is enorm. Detail: de Chinezen zelf noemen hun markteconomie niet kapitalistisch, maar socialistisch. Maar aan het machtsmonopolie van de CPC wordt niet geraakt.<br /> Het Hemels Mandaat speelt nog een rol bij de interpretatie van natuurrampen, zoals de aardbeving bij Tangshan op 200 km ten oosten van Beijing in juli 1976. Ze vindt plaats kort na de dood van Zhou Enlai en net vóór de dood van Mao Zedong. Die van Sichuan in 2008 gaat niet gepaard met politieke verschuivingen.<br /> De Olympische Spelen van 2008 vormen een voorlopig hoogtepunt in de steile opgang van China. De openingsceremonie knoopt aan bij de hoogtepunten en de uitvindingen uit het glorieuze verleden en bij het Confucianistisch gedachtegoed. </p><p>De auteur eindigt met kritische leestips en informatiebronnen (565-573). Hierbij ligt de nadruk op Leiden en lijkt het alsof Leuven en Gent in een ander taalgebied liggen en nog met sinologie moeten beginnen (hoewel Leuven toch een stevige afdeling heeft sinds 1979).<br /> De uitgebreide en tamelijk volledige index (575-601) bevat zowel personen en plaatsen als begrippen, uitvindingen en gewoontes. Twee uitzonderingen: porselein en voetjes binden staan er niet in.<br /> Ter Haar had ook meer aandacht mogen besteden aan de Belgische missionarissen die een prominente rol speelden in de Chinese geschiedenis: Willem van Rubroek en Ferdinand Verbiest krijgen hoop en al één alinea, Philippe Couplet en Albert Dorville ontbreken helemaal.</p><p>Hoewel de leesbaarheid wordt vergroot door vele, soms unieke illustraties, blijven de hoofdstukken over culturele, literaire en religieuze onderwerpen doorgaans erg moeilijk. En de periode van Deng, Jiang Zemin en Hu Jintao komt hopelijk in een volgend boek aan de orde.<br /> Voor de rest is het een onuitputtelijke bron van veelzijdige informatie, met geregeld een andere visie dan de gangbare. Die alternatieve visies worden telkens gestaafd met bewijsmateriaal. </p><p>Het is het beste en meest genuanceerde China-boek en de eerste omvattende geschiedenis van China in ons taalgebied en één van de beste boeken die ik ooit mocht beoordelen. In de Vlaamse pers kreeg het nauwelijks aandacht. Zeer ten onrechte! </p><p>Referenties:</p><p> 1. Shan-Hwei Cheng, Jan Willem Nienhuys,</p><p>      China.</p><p>      Geschiedenis, cultuur, wetenschap, kunst, politiek.</p><p>      Uitgeverij VBK, Wommelgem, 2006.</p><p> 2. Barend ter Haar,</p><p>      Het Hemels Mandaat.</p><p>      De geschiedenis van het  Chinese Keizerrijk.</p><p>      Amsterdam University Press, Amsterdam, 2009 / Davidsfonds, Leuven, 2010.</p><p>      601 p. ; kaarten, foto’s, tabellen, tekeningen, chronologie, literatuur, register.</p><p>      ISBN 978 90 8964120 5 / 978 90 5826 677 4.           € 49,50.</p><p> 3. Cecilia Lindqvist,</p><p>      Het karakter van China.</p><p>      Het verhaal van de Chinezen en hun schrift.</p><p>      Uitgeverij Balans / WPG,     Amsterdam / Antwerpen, 2007.</p><p> 4a. Gavin Menzies,</p><p>      1421. Het jaar waarin China de Nieuwe Wereld ontdekte.</p><p>      Uitgeverij Ambo, Amsterdam / VBKU, Antwerpen, 2002.</p><p> 4b. Gavin Menzies,</p><p>      1434. Het jaar waarin China de Italiaanse Renaissance deed ontbranden.</p><p>      Uitgeverij Ambo, Amsterdam / VBKU, Antwerpen, 2008.</p><p> 5. Julie    Lovell,</p><p>      Achter de Chinese Muur.</p><p>      Geschiedenis van China’s isolement, 1000 v.C. – 2000 n.C.</p><p>      Uitgeverij Standaard, Antwerpen, 2006.</p><p> 6. Gu  Xingqing,</p><p>      Herinneringen van een tolk voor Chinese arbeiders tijdens WO I.</p><p>      Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2010.</p><p> Jef Abbeel  april – mei 2010.</p><p> </p><p> </p><p> </p><p> </p><p> </p><p>??</p><p> </p><p>??</p><p> </p><p>1</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>1 oktober 2009: 60 jaar Volksrepubliek</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/#comments</comments> <pubDate>Wed, 23 Sep 2009 18:30:37 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Beleid]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[geschiedenis]]></category> <category><![CDATA[sociaal]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=4858</guid> <description><![CDATA[Een beknopt overzicht van 60 jaar Volksrepubliek]]></description> <content:encoded><![CDATA[<h1><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default11.jpg" rel="lightbox[4858]"></a></h1><h2>“De toekomst is stralend, maar de weg is kronkelend” (Mao)</h2><p><em>Dit artikel verscheen in <a target="_blank" href="http://http://www.belchin.be/default_nl.aspx" target="_blank">China Vandaag </a>4/2009 </em></p><p>Na 60 jaar VRC  is de opkomst van China in de wereld stilaan voor iedereen duidelijk aan het worden. In dit artikel kijken we eerst terug op de geschiedenis: hoe is het zover gekomen? En vervolgens overlopen we de belangrijkste uitdagingen waarvoor het land staat.</p><h3>Deel 1: Hoe is het zover gekomen?</h3><p>In dit deel bekijken we de toestand van China om de tien jaar.</p><h4>1949: ‘Het Chinese volk is opgestaan’</h4><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default7.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4859" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default7.jpg" alt="default" width="200" height="139" /></a>Met die woorden echode Mao de uitspraak van Napoleon, 150 jaar vroeger : ‘Laat de Chinese reus slapen’. Het kolonialisme heeft er samen met een conservatieve Qingdynastie inderdaad voor gezorgd dat China de trein van de moderne tijden miste. Het China van 1949 was zo onderontwikkeld dat ik zelfs geen statistieken kon vinden over nationaal inkomen… . Je leest soms over een inkomen van minder dan 50 dollar per hoofd, een levensverwachting van 35 jaar …, het was een overbevolkt land vol arme boeren en nauwelijks industrie.</p><p>De beslissing van Mao om een Nieuw China te creëren was ambitieus. Maar hij had al een en ander bewezen: de westerse marxistische leer van de arbeidersrevolutie in een industrieland aanpassen aan een arm boerenland, een winnende militaire strategie ontwikkelen tegen de overmacht van het Japanse en daarna het Guomindangleger, een politiek front opbouwen met liefst acht andere oppositiepartijen – allen samen tegen de corrupte dictator Tchang Kaishek.</p><p>Mao had verschillende troeven: de bevolking stond massaal achter de landhervorming – het verdelen van het grootgrondbezit onder de boeren; en de Sovjets waren bereid leningen toe te staan en expertise te leveren om zeer snel het land te industrialiseren via vijfjarenplannen.</p><p>Er was ook tegenstand: Tchang en de rijkste families namen alles mee wat ze konden en trokken zich terug op het onbereikbare eiland Taiwan; de VS verklaarde de koude oorlog en stelde een economische blokkade in; en toen het Amerikaanse leger in de Koreaanse oorlog -Vietnam avant la lettre- opdook aan de Chinese grens, werd China meegezogen in een conflict waarin 500.000 vrijwilligers zouden sneuvelen.</p><p> </p><h4>1959: Eén voor allen, allen voor één een grote sprong vooruit</h4><p>Het kwam erop aan snel vooruit te gaan.</p><p>Snelle onteigening van het grootgrondbezit om te beginnen; die klus was in twee jaar geklaard, zoals te verwachten niet altijd zachtaardig. De nieuwe keuterboertjes hadden geen werktuigen, geen geld voor zaad. De regering had evenmin geld voor subsidies. Eenvoudige coöperatieven waren de natuurlijke oplossing: spontaan en met aanmoediging van boven. Kolchozen en sovchozen in Sovjetstijl leken iets voor de verre toekomst, binnen 20 of 25 jaar? </p><p>De middenstand en de ondernemers die in de regeringscoalitie zaten, bleken niet erg behulpzaam bij de algemene vooruitgang: hebzucht, speculatie, fraude overheersten. De staat richtte eigen groot- en kleinhandels op en kocht de burgerij in de kortste keren uit voor een appel en een ei. Hun partijen mochten wel blijven en zijn er nog altijd.</p><p>Het eerste vijfjarenplan voor de nieuw opgerichte staatsindustrie liep af in 1957 en was een groot succes.  Maar die nieuwe arbeiders moesten eten, en dat voedsel moesten de boeren produceren. En in die nieuwe steden was het leven veel beter dan op het platteland.  Wat te doen met de boeren?</p><p>Het succes van de coöperatieven verleidde de Partij in 1958 ertoe de overgang naar communes te lanceren, veel sneller dan gedacht. Communes waren zoals kolchozen: iedereen werkt samen op één grote boerderij en verdeelt de opbrengst volgens geleverd werk. Communes waren echter veel meer dan kolchozen: ze zouden ook eigen fabrieken oprichten, eigen scholen, hospitalen, politie en dorpsadministratie; alle problemen zouden zo ineens opgelost worden: de communes moesten op korte tijd de voedselproductie heel sterk doen toenemen, de industrieproductie sterk doen toenemen, en de socialistische overtuiging van de boeren verhogen. Heel China zette zich enthousiast aan het werk voor de Grote Sprong Voorwaarts!</p><p>Het was te hoog gegrepen: te veel boeren wilden het liefst &#8216;gewoon&#8217; hun eigen bedrijf en waren ongemotiveerd, landbouwers hadden geen ervaring met industrie en verknoeiden grondstoffen (ijzererts, kolen, hout,…) zonder dat er veel bruikbaars uitkwam, terwijl de oogst op het veld stond te rotten; niemand was persoonlijk verantwoordelijk voor het resultaat; van overal kwamen overtrokken zegebulletins binnen en iedereen dacht dat er wel hulp zou komen van die andere plaatsen waar het zo goed ging.</p><p>China ging in 59-61 door een diepe crisis; in sommige streken brak hongersnood uit en er waren geen centrale reserves om te helpen. De regering moest stappen achteruit doen: de boeren kregen terug lapjes grond en vee om voor eigen rekening te werken. Voor de industrie keerde men terug naar een realistisch vijfjarenplan, met echte fabrieken in plaats van een hoogoven in het dorp.</p><p>Ongetwijfeld is de collectivisering te snel gebeurd en was de snelle industrialisering van het platteland slecht overdacht. Vandaag zeggen sommigen dat er helemaal niet hoefde gecollectiviseerd te worden: na 1978 is de grond immers terug onder de boeren verdeeld. Dat lijkt me te simpel. De boeren hebben vandaag gebruiksrecht over de gronden, maar de eigendom ligt bij de collectiviteit; de staat kan gemakkelijk grond onteigenen voor grote ontwikkelingsprojecten; en het gebruiksrecht wordt ook regelmatig aangepast, aan de grootte van de familie, de situatie van families met migranten enz., zodat het als sociaal vangnet dient; bovendien was China zonder collectivisering waarschijnlijk terug veranderd in een land met een klein aantal rijke boeren en heel veel arme.</p><p>De hele Partijleiding had achter de Sprong gestaan, maar vooral het prestige van voorzitter Mao kreeg een knauw en hij verloor aan invloed. Echter niet bij de boeren, die hem tot de dag van vandaag beschouwen als de leider van ‘hun’ revolutie, die alles deed om het platteland vooruit te helpen, ook al beging hij daarbij een ernstige flater. Het beeld van Mao als moordenaar verantwoordelijk voor miljoenen hongerdoden staat haaks op de perceptie van de Chinese boeren.</p><h4>1969: Culturele Revolutie eindigt in chaos</h4><p>Na de Grote Sprong herneemt de groei snel. De stedelijke kaders en intellectuelen leven beter terwijl het platteland trager vooruitgaat. Het particuliere grondbezit, hoe miniem ook, maakt meteen alweer verschil tussen armere en rijkere boeren. In de Sovjet-Unie krijgt het ontwikkelingsmodel problemen en wordt Kroetsjev afgezet. Hoe ziet de toekomst eruit voor de Chinese Communistische Partij? Mao radicaliseert: hij wil naar meer gelijkheid; dat vereist dat de mentaliteit van de mensen verandert, dat men minder op eigen gewin uit is; mensen moeten gemotiveerd worden om te werken vanuit morele principes van solidariteit. Dat botst met president Liu, een traditionele communist die het normaal vindt dat verantwoordelijke kaders meer voorrechten hebben; en ook met Deng die pleit voor motivatie door persoonlijk voordeel. Mao zit in de minderheid, maar vindt gehoor bij radicale jongeren en ambitieuze radicale partijkaders. Hij roept de jongeren, en later de arbeiders, op om kritiek te leveren op mensen met burgerlijke opvattingen en op foute partijkaders en ze desnoods af te zetten. Hij ontwikkelt de theorie dat in een socialistisch systeem de sympathisanten van het kapitalisme de communistische partij van binnenuit willen veroveren – een profetische theorie wanneer men ze toepast op de Sovjet-Unie einde jaren 80, maar – zo zal Deng achteraf stellen- niet overeenkomend met de situatie van China in de jaren 60. Een chaotische strijd met een complexe sociale achtergrond breekt los, eerst op het domein van de literatuur en de opera, vandaar de naam Culturele Revolutie. Kaders en intellectuelen worden vernederd, scholen worden gesloten, groepen van jongeren trekken het land rond en gaan soms mekaar te lijf, allen in naam van Mao. Het vernietigen van de achterlijke oude cultuur wordt letterlijk opgevat. In 1968 beseft Mao dat de chaos niet vanzelf zal evolueren zoals hij gehoopt had. Het leger moet de orde in het land herstellen. Miljoenen jongeren, intellectuelen, kaderleden worden tijdelijk naar het platteland gestuurd om het harde boerenleven aan den lijve te ondervinden en te leren van de gezonde mentaliteit van de boeren. De Culturele Revolutie is officieel afgelopen in 1969 maar zal nog voortsudderen tot de dood van Mao in 1976, in de vorm van een strijd tussen verschillende fracties in de partij:  Mao’s aangeduide opvolger Lin Biao komt om bij een mislukte staatsgreep, Deng komt met de steun van premier Zhou Enlai terug in 73  en voert een machtsstrijd met de ultraradicale Bende van Vier, Mao balanceert tussen beide fracties.</p><p>De Chinese regering legt vandaag de nadruk op de jaren van chaos die de economische en technologische ontwikkeling van China fel afgeremd heeft. Ook het onrecht dat kaders en intellectuelen aangedaan is, leeft nog sterk  in de hogere maatschappelijke groepen. Allemaal correct, maar het kan ook gerelativeerd worden. Op de woelige periode 67-68 en het rampenjaar 1976 na groeide de economie snel tot heel snel. Veel van de jongeren die de boer opgingen, ervoeren dat niet als een ongelukkige periode; de ‘littekenliteratuur’ geeft daarvan een eenzijdig beeld; &#8216;Culturele Revolutie&#8217;-restaurants en -shows zijn vandaag populair bij de generatie van de jaren 60.</p><p>Mao’s ideeën van egalitarisme hebben vandaag niet veel aanhang meer in China, waar sterk de nadruk ligt op beloning volgens prestatie. Maar met zijn revolutionaire opvatting dat de gewone man zijn zeg mag en moet hebben, ging hij in tegen het eeuwenoude confucianistisch model van sociale hiërarchie; die opvatting  blijft vandaag attractief,  ligt aan de oorsprong van de mondigheid van de doorsnee Chinees en is een basis voor de ontwikkeling van ‘democratie op zijn Chinees’.</p><h4>1979: De waarheid zoeken in de feiten</h4><p>1976 is een rampenjaar: de grootste aardbeving ooit, drie historische topleiders sterven, de politieke fractiestrijd bereikt een hoogtepunt en verlamt de economie.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default8.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4860" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default8.jpg" alt="default" width="199" height="128" /></a>Maar Deng komt terug op het voorplan en broedt op nieuwe strategieën. Hoe kan China de buurlanden en -regio’s die een enorme economische boom kennen, inhalen? Einde 78 stelt hij zijn plan voor: in plaats van de bureaucratisch opgelegde  planning zoals in de Sovjet-Unie, die intussen aan het vastlopen is, of de morele socialistische motivatie van Mao, die in chaos en verlamming eindigde, laat Deng iedereen vrij om zijn eigen belang na te streven. De staat is er voor de algemene strategie, de grote projecten en om te zorgen dat al die individualisten in de lijn van die strategie werken.</p><p>Volgens Deng betekent socialisme ontwikkeling zonder sociale polarisatie. En verder “de waarheid komt uit de feiten”, het marxisme is geen dogma. En “om een rivier over te steken stap je van steen tot steen”. En natuurlijk heeft de kleur van de kat geen belang als ze maar muizen vangt. Praktisch gezien: als de boeren graag decollectiviseren en voor eigen rekening werken, laat ze doen zolang de oogst toeneemt; en laat iedereen delen in de winst van de bedrijven, versoepel het plan en laat de markt meespelen, zolang dat leidt tot meer, betere en goedkopere verbruiksgoederen; kijk wat werkt in het kapitalisme en pas dat ook toe; laat desnoods privékapitaal toe; en om sneller technologisch te ontwikkelen, laat je buitenlands kapitaal binnen. Natuurlijk zijn er aan deze strategie ook nadelen verbonden: een nieuwe klasse rijken, winsten die naar het buitenland gaan, corrupte ambtenaren, morele en ideologische verwarring; het doet er niet toe, “laat sommigen eerst rijk worden” en nog “we zetten de ramen open zodat er frisse lucht binnen stroomt, en wanneer er te veel muggen binnenkomen, dan slaan we ze dood”.</p><p>Deng heeft onmiddellijk veel succes op het platteland: de boeren mogen terug  hun eigen gezinsbedrijf gaan beheren en de aankoopprijzen voor landbouwproducten worden verhoogd. Op vijf jaar tijd verdwijnen bijna alle communes. En in vijf jaar tijd stijgt de graanproductie met 60 %. De toegenomen koopkracht van de boeren schept een markt voor de fabrieken in de stad, en voor de nieuwe fabriekjes op het platteland.</p><p>Vanaf 1985 komt de hervorming van de stedelijke bedrijven aan de beurt. Winstdeling voor het personeel, maar ook minimumlonen in geval van verlies. De kleinhandel en nadien een deel van de groothandel worden geprivatiseerd. Gedaan met rantsoenbonnen, de markten zijn voortaan overvloedig voorzien van alle mogelijke producten.</p><p>De invoer van buitenlands kapitaal komt trager op gang, enkele Belgen (Janssen Pharmaceutica, intussen Johnson en Johnson,  en Bell Telephone, intussen Alcatel) zijn bij de pioniers, maar de redding moet vooral komen van de 40 miljoen uitgeweken Chinezen die hun fortuin in het land van hun voorouders willen investeren.</p><p>Om een maximum te kunnen leren van het ontwikkelde Westen, worden de deuren ook wijd opengezet voor westerse publicaties en ngo’s.</p><p>In 1988 ten slotte worden ook Chinese privéondernemingen officieel toegelaten.</p><p>Al die veranderingen gebeuren niet zonder slag of stoot. Binnen de Partij is er een belangrijke groep die de hervormingen niet aanvaardt. Op elk partijcongres keurt de meerderheid een motie goed waarin gewezen wordt op het gevaar dat de linkse lijn weer de overhand haalt.</p><p> </p><h4>1989: Het Tian An Men-plein als kruispunt van de geschiedenis</h4><p>Ook de rechterzijde zit niet stil. Vooral in intellectuele middens ontstaat een stroming die zegt dat China en het socialisme mislukt zijn, en dat alleen kapitalisme op westerse leest heil brengt.</p><p>De hervorming van de handel leidt tot opstoten van inflatie; sommige arbeiders zien hun koopkracht dalen; er ontstaat paniek en hamsterwoede. Verder is dit een gouden periode voor personen zonder scrupules om snel rijk te worden door de staat op te lichten. Ook dat zet veel kwaad bloed, maar Deng Xiaoping vindt dat er nog niet te veel &#8216;muggen&#8217; zijn en laat begaan.</p><p>In 1987 organiseren pro-westerse studenten opstootjes in Nanjing. Partijleider Hu Yaobang die in dezelfde richting denkt, wordt afgezet. Wanneer hij in april 1989 sterft, beginnen opnieuw studentenbetogingen. De Partij veroordeelt die op 26 april als antisocialistisch, maar de leiding is daarover verdeeld: de nieuwe partijleider Zhao Ziyang staat ook sympathiek tegenover de studenten. Allerlei groepen ontevredenen sluiten aan bij het protest, ook in andere steden. Zo bijv. arbeiders die opkomen voor het behoud van hun levensniveau en die betogen met portretten van Mao om te vragen dat de corruptie zou aangepakt worden. Wekenlang is er chaos. Pas wanneer de harde kern op het Tian An Men-plein een westerse ‘godin van de vrijheid’ opricht en de regering verandering belooft aan de opstandige arbeiders, komt er klaarheid. De grote meerderheid van de betogers gaat naar huis, een harde kern blijft achter en stuurt aan op omverwerping van het regime. Zhao sympathiseert met hen en wordt gewipt als partijvoorzitter. De staat van beleg wordt uitgeroepen en in de nacht van 3 op 4 juni komt de gewelddadige ontknoping van de opstand. </p><p>China blijft achter met een kater. Voor het eerst is een deel van de bevolking op straat gekomen tegen het regime. Voor het eerst is het leger opgetreden tegen de burgers. Had de Chinese regering moeten capituleren en het kapitalisme laten invoeren, zoals in datzelfde jaar overal in Oost-Europa gebeurde, of is het goed dat ze het socialisme gered heeft, zelfs ten koste van mensenlevens?</p><div id="attachment_4861" class="wp-caption alignleft" style="width: 209px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default9.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4861" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default9.jpg" alt="Jiang Zemin, in 89 nieuw partijleider, vandaag nog actief" width="199" height="180" /></a><p class="wp-caption-text">Jiang Zemin, in 89 nieuw partijleider, vandaag nog actief</p></div><p>In de nasleep van Tian An Men worden er maatregelen genomen om de arbeiders en studenten economisch tegemoet te komen. En opnieuw rijst de vraag: zijn de hervormingen goed of moeten we terug naar de socialistische moraal van Mao?  De oude Deng, die geen enkele officiële functie meer heeft, reist in 1992 naar de Speciale Economische Zone Shenzhen en orakelt daar: de Sovjet-Unie is ineengestort omdat ze economisch gefaald heeft. Wij moeten ten koste van alles economisch lukken, de mensen aan ons binden door hen een steeds betere levensstandaard te bezorgen. De hervormingen moeten niet teruggeschroefd worden, integendeel, we moeten nog beslister alles gebruiken wat in ons kraam past. Shenzhen is een model voor heel China. Deng laat de balans doorslaan. China voert in 1992 officieel de markteconomie in en besluit het buitenlands kapitaal en het Chinese privékapitaal meer te steunen.</p><h4>1999: Dansen op de slappe koord</h4><p>De privé-economie neemt toe, er komt meer buitenlands kapitaal, de staatsbedrijven worden op de markt gejaagd. In 1997 verklaart de Partij dat de privésector voor langere tijd mag rekenen op haar  steun. Tegelijk hebben de staatsbedrijven op de markt problemen: geen kapitaal, te veel personeel, verouderde installaties. Besloten wordt de toestand in vijf jaar recht te trekken! Alle kleine staatsbedrijven worden geprivatiseerd of omgevormd in coöperatieven. Grotere staatsbedrijven worden grondig gerationaliseerd: afdankingen, fusies, nieuw kapitaal, modernisering van de installaties.  Wat niet te rationaliseren valt, gaat dicht. Werkloze arbeiders krijgen een (beperkte) steun en worden aangemoedigd werk te zoeken in de nieuwe privébedrijven of zich te lanceren als zelfstandige. In 1999 zitten we midden in die fase. De kloof tussen arm en rijk wordt breder. De oude sociale zekerheid per fabriek wordt ondermijnd wanneer fabrieken verdwijnen of een nieuwe eigenaar krijgen. De regering moet op eieren lopen om grootschalige sociale onrust te vermijden, maar de modernisering van de staatsbedrijven wordt een succes.  De fabrieken presteren nu en ze produceren schoner. De meeste industriesteden worden volledig gerenoveerd.</p><p>Wat de samenwerking met het buitenland betreft, trekt China ook conclusies: export biedt vele voordelen, en zeker indien China vrije toegang krijgt tot de westerse markten. Daarvoor moet het lid worden van de Wereldhandelsorganisatie en zich helemaal integreren in de wereldeconomie. De moeizame onderhandelingen duren 13 jaar en zijn pas in 2001 afgerond. In de jaren 1999-2001 moet China nog belangrijke nieuwe toegevingen doen. Westerse waarnemers voorspellen dat de Chinese staatsbedrijven door de westerse concurrentie zullen weggevaagd worden …; het lijkt dat de Chinese regering een zware gok doet.</p><p>Ondertussen loopt de ontwikkeling van het platteland alsmaar verder achter op de stad. De landbouw moderniseert wel maar de te kleine boerenbedrijven hebben weinig mogelijkheden om hun situatie te verbeteren. Nu de stedelijke industrie gemoderniseerd wordt, krijgen de primitieve plattelandsfabriekjes het moeilijk. Tijdelijke arbeid in de steden biedt een kans om bij te verdienen. Het aantal interne migranten neemt snel toe tot tientallen miljoenen, en vandaag tot 200 miljoen. Hun arbeidsomstandigheden zijn slecht en stadsbewoners verwelkomen hen lang niet  altijd. Lokale besturen op het platteland hebben voortdurend geld tekort om goed te kunnen besturen; scholen en hospitalen worden verwaarloosd. De belastingen worden verhoogd. Het aantal boerenprotesten neemt toe.</p><p>Er moet iets gebeuren om de tijdbom van toenemende sociale polarisatie te ontmijnen.</p><p>Het keerpunt komt na het Partijcongres van 2002. De nieuwe motto’s  ‘de mensen eerst’ en ‘de harmonieuze maatschappij” nuanceren de tot dan toe gevolgde politiek van economische groei ten allen prijze. Er komen meer budgetten vrij voor plattelandsontwikkeling, de landbouwbelasting wordt afgeschaft, de levensomstandigheden van interne migranten worden stap voor stap verbeterd. In de steden komt meer geld vrij voor sociale zekerheid en voor de kwaliteit van het leven. Milieubescherming wordt een prioriteit. Nieuwe wetten op de arbeid en op de vakbonden moeten de positie van arbeiders in de bedrijven versterken en de werk- en loonomstandigheden verbeteren. De fase van grootschalige privatisering is voorbij en de staatsbedrijven winnen terug terrein, zelfs in het buitenland.</p><h4>2009: Geen tijd om op de lauweren te rusten</h4><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default10.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4862" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default10.jpg" alt="default" width="200" height="160" /></a>Het dynamisme, het geloof dat een betere toekomst maakbaar is, voel je vandaag overal in het land. Mao&#8217;s ambities van 1949 zijn springlevend. Gedaan met de blinde bewondering voor het Westen van de jaren 80. China staat er.</p><p>Toch is  China nog altijd een arm land, met een inkomen per hoofd van ongeveer 3000 dollar. De volgende tien  jaar wil het dat inkomen verdubbelen. Tegen 2050 wil het een gemiddeld welvarend land zijn, zeg maar te vergelijken met Portugal of Griekenland. Tegen 2030 moet twee derden van de bevolking in de steden wonen, en pas van dan af zal de welvaartskloof tussen stad en platteland beginnen dichtgroeien. Er is nog heel wat werk voor de boeg!</p><p>Tegelijk is China door zijn snelle groei nu al een wereldspeler. Het zit Japan op de hielen als tweede economie in de wereld. Het beïnvloedt de prijs van zowat alle grondstoffen en goederen in de wereld. China voert al tien jaar meer uit dan in en is daardoor de grootste buitenlandse schuldeiser van de Amerikaanse schatkist geworden; China bepaalt het lot van de dollar! Chinese investeerders zijn een mogelijke reddingsboei voor grote westerse bedrijven in moeilijkheden. Vroeger dan verwacht moet China rekening beginnen houden met het effect van zijn ontwikkelingsstrategie op de rest van de wereld.</p><p>Dat geldt ook op politiek vlak: China verdedigt sinds 1954 consequent het principe van niet-inmenging in andermans zaken en gelijke rechten voor ieder land; het veroordeelde de invasieoorlogen in Joegoslavië en Irak; vandaag komt het in dossiers als Noord-Korea, Iran, Soedan, Myanmar, Zimbabwe,… onder druk te staan om die principes te laten varen. En dan zijn er nog de eigen belangen: in 2008 is voor het eerst sinds de vijftiende eeuw een Chinese vlooteenheid opgedoken voor de kusten van Somalië, om de piraterij te helpen bestrijden.</p><p>Er was een tijd dat Mao de volkeren opriep om de papieren tijger van het Amerikaans imperialisme te verslaan; maar Vietnam is geschiedenis. Deng en zijn opvolgers vermijden de confrontatie met de VS maar ondersteunen ondertussen overal alternatieve machtscentra:  de EU, BRIC, ASEAN+3, de Shanghai Verdrags Organisatie (met Rusland en Centraal Azië), de verschillende eenheidsinitiatieven in Afrika en Latijns-Amerika, de uitbreiding van de Veiligheidsraad, de democratisering van IMF , bilaterale samenwerkingsakkoorden met ieder land dat geïnteresseerd is …; hun objectief is een multipolaire wereld. De Chinese leiders zijn de absolute kampioenen in het wereldreizen geworden.</p><p>De internationale recessie vergt eveneens bijsturingen van de Chinese ontwikkelingsstrategie. China is ervan uitgegaan dat de kapitalistische wereld voor langere tijd stabiel was, en heeft van export één van de drie poten van zijn snelle ontwikkeling gemaakt. Nu die export onverwachts snel wegsmelt, moet het halsoverkop de twee andere poten van de groei ontwikkelen: overheidsinvesteringen in infrastructuur en binnenlandse consumptie.</p><p>Al in oktober 2008 kwam het op de proppen met een gigantisch driejarenplan, waarbij de overheid bijna 400 miljard euro gaat investeren. Met die investeringen moet het mensen aan het werk houden voor sociaal nuttige projecten (wegen, hospitalen, scholen, sociale woningen,…) , en de Chinese bedrijven ondersteunen bij de omschakeling van productie voor export naar productie voor binnenlands verbruik. Die omschakeling is gekoppeld aan een driejarenplan voor de tien belangrijkste sectoren van de economie; het motto is overal hetzelfde: moderner, properder, energiezuiniger, efficiënter en meestal groter. Banken kregen opdracht zoveel mogelijk leningen te verschaffen.</p><p>Om de binnenlandse consumptie aan te wakkeren, kiest men niet voor een drastische verhoging van de lonen, maar voor sociale herverdeling: overheidspremies bij aankoop van huishoudtoestellen, gesubsidieerde bouw van sociale woningen, snelle verbetering van de sociale zekerheid, optrekken van minimumuitkeringen, creatie van werkgelegenheid en afremmen van afdankingen, steun aan beginnende zelfstandigen, …; in tegenstelling tot de Amerikanen hebben de gewone Chinezen geen schulden maar een spaarboekje, het komt er dus vooral op aan hen te overtuigen geld uit te geven.</p><p>Tot nog toe heeft het antirecessieplan succes, en blijft de Chinese economie nog groeien. Maar voor de boeren die naar de stad komen en de jongeren die beginnen werken, moeten er jaarlijks 20 miljoen nieuwe jobs bijkomen; dat vereist een groei van de economie met  minimum 8%. De vraag is hoelang de overheid en de banken zullen kunnen bijspringen zonder de inflatie sterk aan te wakkeren.</p><p><strong>Deel 2: Uitdagingen bij de vleet </strong></p><p>China staat bij deze 60<sup>e</sup> verjaardag overigens nog voor veel meer uitdagingen:  We beperken ons hier tot de 4M: Mensenrechten, maatschappij, milieu en minderheden.</p><h4>Mensenrechten, Democratie, één partij</h4><p>Mensenrechten stonden altijd al hoog op de agenda in China. Het recht op leven, op een onafhankelijk land, op bescherming, voedsel, onderdak, onderwijs, gezondheidszorg, enz.. </p><div id="attachment_4865" class="wp-caption alignleft" style="width: 110px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default13.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4865" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default13.jpg" alt="Chinese spreker over mensenrechten aan VUB, sept. 2009" width="100" height="68" /></a><p class="wp-caption-text">Chinese spreker over mensenrechten aan VUB, sept. 2009</p></div><p>De Chinese overheid vindt dat er prioriteiten zijn, en politieke rechten staan niet vooraan. Niet onlogisch: de enorm snelle veranderingen die China onderging en ondergaat zouden onbestuurbaar zijn in een model zoals bijv. het Belgische; en de leidende personen in China zitten nog altijd met een stevige kater van de vervolgingen en chaos tijdens Mao’s ultrademocratische Culturele Revolutie.</p><p>Dat is aan het veranderen. De basisbehoeften van de meeste Chinezen zijn vervuld, er is een snel groeiende stedelijke middenklasse van 200 miljoen mensen. Tijd voor de burger om meer zeggenschap te eisen, en de regering erkent die verzuchting. De westerse media missen gewoonlijk de evolutie die er aan de gang is. China is bezig stap voor stap een echte rechtsstaat te worden, met wetten die rechten en plichten vastleggen en nageleefd moeten worden, ook door de lokale overheden, de politie, het gevangenispersoneel. Strengere procedures hebben het aantal doodstraffen sterk doen dalen. Er is een explosie van onafhankelijke media, en de grenzen van wat kan, worden elke dag verder uitgerokken: media worden aangemoedigd om de waakhonden van de maatschappij te zijn, zolang ze maar niet aan onverantwoorde stemmingmakerij doen. De Chinese vakbond wordt aangemoedigd om de belangen van werknemers in de privésector te verdedigen en om de migrantenwerking uit te breiden. Burgers worden rechtstreeks betrokken bij de wetgeving en het bestuur: wetsontwerpen en bestuursrapporten staan op het internet en iedere betrokkene kan zijn commentaar of advies geven. Op het laagste bestuursniveau (dorpen, wijken) zoekt men al twintig jaar naar de beste formules van rechtstreekse vrije verkiezingen met de bedoeling dit dan uit te breiden naar hogere besturen (het systeem blijkt nog altijd niet goed te werken, dorpsbesturen vallen te gemakkelijk in handen van maffiosi). Aan de werking van de Communistische Partij zelf wordt volop gesleuteld, het scholingsniveau van de kaders moet omhoog en de basis moet meer echte inbreng krijgen, zowel in de besluiten als in de verkiezing van verantwoordelijken; corruptie wordt strenger bestreden.</p><p>Wie die evolutie meet aan conformiteit met ons systeem zal bedrogen uitkomen. De Chinezen verklaren uitdrukkelijk dat ze een eigen systeem uitbouwen, volgens hun behoeften. Daarin zullen bepaalde beperkingen op de persoonlijke vrijheid nog lange tijd nodig zijn (die zijn er overigens bij ons ook). Een onafhankelijke rechtsmacht die de besluiten van parlement en regering kan dwarsbomen, strookt niet met het machtsmonopolie van de Communistische Partij van China. Een meerpartijenstelsel evenmin; het machtsmonopolie van de CPC laat bekwame technocraten toe langetermijnplannen op te stellen; die CPC hoeft daarbij geen rekening houden met de eisen van lobbygroepen van privékapitaal zoals in het Westen. Het systeem werkt, waarom zouden ze het veranderen?</p><p>Een machtsmonopolie corrumpeert natuurlijk. Strijd tegen de corruptie is een constante in de media sinds 25 jaar, maar valt niet definitief te winnen. Onlangs werd er nog een speciale kliklijn voor corruptiegevallen opgestart.</p><p>Naargelang China welvarender wordt, zal het maatschappelijke debat complexer worden en zullen nieuwe methoden voor inbreng van de volksopinie moeten gezocht worden. Sommigen stellen nu al voor twee concurrerende communistische partijen op te richten! Een meer realistische optie werd in 2002 genomen, toen de Partij opengezet werd voor privéondernemers: zo werd meteen een kanaal gecreëerd waarlangs hun belangen op een ordentelijke manier kunnen verdedigd worden.</p><div class="mceTemp"><p><strong>Maatschappij</strong></p><p>Een meer welvarend China krijgt vooral in de steden ook meer en meer te maken met westerse kwalen. Chinezen worden vandaag geteisterd door kanker, maag- en hartziekten, niet meer door tbc en tyfus zoals de bevolking in vele andere ontwikkelingslanden. De verhoogde kosten voor gezondheidszorg zetten de sociale zekerheid onder druk en zijn een bron van bezorgdheid voor heel veel Chinezen.</p><p>Generatieconflicten en individualisme hebben nog steeds geen extreme vormen aangenomen. De Chinese maatschappij behoudt haar traditioneel respect en zorg voor de ouderen, en een diepgeworteld gevoel van solidariteit. Maar kan dat alles blijven weerstaan aan het markt- en winstgerichte denken?</p><p>De snelle veranderingen veroorzaken een enorme stress. Onzekere werkvooruitzichten voor jongeren en voor ouderen, gedwongen verhuizing van miljoenen mensen wanneer steden volledig herbouwd worden, de stress van de interne migratie met de uiteengerukte gezinnen, een sociale zekerheid met gaten als een gruyèrekaas. Het aantal zelfdodingen bij Chinese boerenvrouwen ligt bij de hoogste ter wereld: mannen trekken naar de stad, de vrouwen blijven achter met de volledige verantwoordelijkheid voor gezin en boerderij. </p><p>China past een strenge geboortebeperking toe, en toch groeit de bevolking nog. Maar ergens rond 2030 slaat die evolutie om en wordt de Chinese bevolking in recordtempo oud. Om het karikaturaal te stellen: één kleinkind dat moet werken voor twee ouders en vier grootouders. Een gigantische uitdaging voor de Chinese leiders.</p><p>‘Socialisme is ontwikkeling zonder polarisatie’ zei Deng. Het heeft niet mogen zijn. Het verschil tussen de rijke stad en het arme platteland, tussen de miljonair en de werkloze, is nu al té groot geworden. De Ginicoëfficiënt die de ongelijkheid uitdrukt, ligt nu al hoger dan die van de VS en veel hoger dan de Belgische. Minstens de helft van de economie is in privéhanden. Hoe zal dit ‘socialisme op zijn Chinees’ verder evolueren’? Verder naar een volledig kapitalistisch stelsel? Of terug naar een meer klassiek sovjetmodel? Of gewoon naar iets nieuws? De Chinese leiders spreken heel weinig over het verschil tussen socialisme en kapitalisme en benadrukken vooral de eigen weg voor China. De doorsnee Chinees, zelfs een basispartijlid of een jonge universitair, is niet in staat uit te leggen wat het verschil tussen beide systemen is.</p><p><strong>Milieu, broeikaseffect</strong></p><p>Milieu is lange tijd bijzaak geweest. Het Westen heeft zich eerst geïndustrialiseerd en is pas honderd jaar later aan het milieu beginnen werken. Waarom zouden de Chinezen niet hetzelfde kunnen doen? Het besef dat milieuvervuiling een onmiddellijke bedreiging voor China vormt, dateert pas van na de eeuwwisseling. Lucht- , water- en bodemvervuiling namen exponentieel toe. De woestijnvorming tengevolge van ontbossing en overbegrazing gaat verder; droogten, overstromingen en frequente zandstormen in Beijing zijn er het gevolg van. </p><dl id="attachment_4866" class="wp-caption alignleft" style="width: 109px;"><dt class="wp-caption-dt"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default14.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4866" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default14.jpg" alt="autovrije zondag in Hainan" width="99" height="66" /></a></dt><dd class="wp-caption-dd">autovrije zondag in Hainan</dd></dl></div><p>De regering heeft op korte termijn en erg resoluut het roer omgegooid. Er is een Ministerie van Milieubehoud dat elk jaar krachtiger wil en mag optreden. Akkers worden omgezet in weiden, weiden in bossen; de begrazing van de Mongoolse steppen en het Tibetaanse plateau wordt verminderd. Vervuilende fabrieken moeten saneren of sluiten. Landbouw moet meer ecologisch. De normen voor voertuigen in de grote steden liggen op Europees niveau. Voor verwarming en in de keuken schakelen Chinese gezinnen, zeker in de stad, over van steenkool op aardgas. Gebouwen worden geïsoleerd. De uitstoot van nieuwe steenkoolcentrales wordt beperkt. In de steden begint de verbetering merkbaar te worden. Beijing had met de Olympische Spelen een voorbeeldfunctie.</p><p>Recent onderzoek dat uitwees dat de opwarming van de aarde voor China fatale gevolgen kan hebben op het gebied van watervoorziening en voedselproductie gaf de Chinezen een nieuwe schok. In juli zijn 300.000 Chinezen geëvacueerd wegens zware overstromingen tengevolge van de opwarming.  Ze kunnen de opwarming niet langer beschouwen als een luxeprobleem dat het Westen veroorzaakt heeft en dus maar moet oplossen. China heeft er alle belang bij zelf de wagen te gaan trekken. De officiële politiek is ‘gedifferentieerde verantwoordelijkheid’: de rijke landen zijn de historische oorzaak van het probleem en zij moeten het meest inleveren, 40% minder CO2 in twintig jaar. De ontwikkelingslanden zullen maximale inspanningen leveren volgens hun mogelijkheden, zonder hun ontwikkeling af te remmen. De rijke landen moeten 1% van hun BNP besteden aan steun voor de ontwikkelingslanden om het broeikaseffect te bestrijden. China zelf werkt intussen op drie vlakken: het beperken van het energieverbruik door efficiëntere fabrieken en elektriciteitscentrales -20% minder specifiek energieverbruik in het huidige vijfjarenplan; nummer één in de wereld worden in alle hernieuwbare energiebronnen: waterkracht, wind, zonne-energie, kernenergie; onderzoek naar de schone verbranding van steenkool, door vergassing en opslaan van CO2 – een eerste pilootcentrale in Tianjin is in aanbouw. Alhoewel het zich niet wil vastpinnen op een becijferde begrenzing van zijn CO2-uitstoot, doet het op deze drie vlakken fenomenale inspanningen.</p><p>De huidige recessie geeft de milieubescherming extra dynamiek. In de wereldeconomie na de recessie zullen de milieuvriendelijke economieën het sterkst staan. Het Chinese antirecessieplan speelt daarop in: wie niet milieuvriendelijk is, krijgt geen overheidssteun. Bovendien gaat de overheid zelf tientallen miljarden yuan investeren in het milieu. China kiest ervoor zich om te vormen tot groene kampioen.</p><p><strong>Minderheden</strong></p><div class="mceTemp"><p>China telt 54 minderheden, die alles bijeen minder dan 10% van zijn bevolking uitmaken. De verhouding met de Hanmeerderheid is goed. China voorziet positieve discriminatie tegenover minderheden, onder meer op gebied van onderwijs en geboorteplanning; niet te verwonderen dat alle gemengde Chinezen zich als minderheid laten erkennen. Ook de cultuur van de minderheden wordt heel actief beschermd. Alleen met de Tibetanen en Oeigoeren zijn er problemen. Dit zijn nochtans lang niet de belangrijkste minderheden: de Zhuang,  Yi,  Hui zijn talrijker.</p><p>De Oeigoeren  – in totaal zowat 9 miljoen-, wonen in de autonome regio Xinjiang in het verre Westen. Het zijn Turkse moslims en hun enige culturele verwantschap met de Han is dat ze eetstokjes gebruiken. De regio controleert de Zijderoute en valt al meer dan 2000 jaar min of meer onder controle van het Chinese keizerrijk. In het verleden waren er pogingen om delen van het gebied onafhankelijk te maken, de laatste nog tijdens de Tweede Wereldoorlog. De regio ligt afgezonderd tussen woestijnen en hooggebergte, maar door het recente verbeteren van de verbindingen met China is de economische band erg sterk geworden. In tegenstelling met wat men zou kunnen denken, is de streek dankzij vruchtbare oasen, petroleum en grondstoffen tamelijk welvarend. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, veroorzaakt de opkomst van door het buitenland gestuende afscheidingsbewegingen er sinds de jaren 90 onrust, met verschillende bloedige aanslagen in 2008 en bloedige pogroms tegen Han-Chinezen in Urumqi in juli van dit jaar. Oeigoerse extremisten vochten in Afghanistan samen met de taliban en belandden in Guantanamo. Toch steunt de Amerikaanse regering via de NED (National Endowment for Democracy) nog steeds verschillende Oeigoerse afscheidingsbewegingen in het buitenland. Die deden alles om via gsm’s en het internet de racistische rellen van juli aan te wakkeren. De Chinese regering trekt de kaart van economische ontwikkeling en van repressie tegen het separatisme. Ze steunt ook de lokale cultuur; toch is de renovatie van Kashgar een project dat voor verdere onrust kan zorgen: het oude stadscentrum is een labyrint van veelal lemen huizen dat deel uitmaakt van het Unesco-Werelderfgoed, maar niet bestand is tegen aardbevingen en zonder elementair comfort; de autoriteiten gaan het grotendeels afbreken en veilig herbouwen.   </p><dl id="attachment_4868" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px;"><dt class="wp-caption-dt"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/img_2544.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-thumbnail wp-image-4868" title="img_2544" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/img_2544-150x150.jpg" alt="In Xinjiang zijn hoofddoeken geen probleem" width="150" height="150" /></a></dt><dd class="wp-caption-dd">In Xinjiang zijn hoofddoeken geen probleem</dd></dl></div><p> </p><p> </p><p> </p><p> </p><p> </p><p> </p><p>De zes miljoen Tibetanen vormen de zesde grootste minderheid. Ze wonen voor de helft in de autonome regio Tibet, en voor de helft in gemengde gebieden in andere provincies (het zogenaamde groot-Tibet). De regeringen van alle landen erkennen zonder enige reserve dat Tibet deel was en is van China. Eind jaren 50 kwam de Chinese regering in aanvaring met de oude adel en de kloosters, die toen nog werkten met lijfeigenen. De elite vluchtte naar India. Een radicale fractie streeft nog naar de onafhankelijkheid en het herstel van hun oude macht. De dalai lama verdedigt de  ‘middenweg’: een zelfstandig, maar toch etnisch gezuiverd en fundamentalistisch groot-Tibet  formeel binnen China; een China waaruit de communisten volgens hem wel weg moeten. Als geestelijk leider heeft hij veel prestige bij de meestal diepgelovige bevolking. In maart 2008 braken in Lhasa rellen uit waarbij meer dan 20 Han en Hui vermoord werden. De onrust begon vanuit de kloosters en werd dan overgenomen door groepjes jongeren. De toekomst zal uitwijzen of het om kleine groepen vanuit het buitenland geleide herrieschoppers gaat (Chinese versie) of om algemeen volksverzet (versie van de bannelingen).  De Chinese regering combineert ook hier economische ontwikkeling, steun aan de lokale cultuur en repressie, vooral tegen separatistische kloosters. Tibet is afgelegen, heeft nauwelijks natuurlijke rijkdommen en is zeer arm. Zo’n 90% van het regionaal budget bestaat uit subsidies van Beijing. Toch wordt er gezegd dat (jonge) Tibetanen wegens gebrek aan opleiding onvoldoende aan de bak komen in goedbetaalde jobs. Beijing hoopt dat er na deze dalai lama religieuze leiders komen die, zoals de vorige panchen lama, wel bereid zijn het socialisme te aanvaarden en met hen samen te werken.</p><p><strong>Besluit?</strong></p><p>Wat gaan we binnen nog eens tien jaar vertellen?</p><p>China zal anders zijn, maar hoe? China zal belangrijker zijn in de wereld, maar hoe? En ook in onze eigen wereld zullen ongetwijfeld veel zekerheden sneuvelen. Eén ding is zeker, om mee te zijn met de trein van de geschiedenis zullen we open moeten staan voor samenwerking met en leren van het immense rijk van het Midden. Laten we in onze betrekkingen met China de eurocentristische oogkleppen, het exclusief vasthouden aan onze eigen normen, racistische vooroordelen, fundamentalistisch antisocialisme maar op de mestvaalt van de geschiedenis gooien.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Door welke lens kijken wij naar China?</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/door-welke-lens-kijken-wij-naar-china/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/door-welke-lens-kijken-wij-naar-china/#comments</comments> <pubDate>Wed, 03 Jun 2009 16:37:51 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[energie]]></category> <category><![CDATA[financieel]]></category> <category><![CDATA[mensenrechten]]></category> <category><![CDATA[milieu]]></category> <category><![CDATA[minderheden]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=2022</guid> <description><![CDATA[Een Mo-paper juli 2008 Het olympisch jaar 2008 is tot dusver een bijzonder tumultueus jaar gebleken voor China. We sommen even op: een barkoud Chinees Nieuwjaar met miljoenen reizigers die vast kwamen te zitten in bevroren treinstations; de zwaarste treincrash sinds een decennium in de provincie Shandong, oproer in Tibet, dat zich vervolgens verspreidde naar [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een Mo-paper juli 2008</strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/06/tijdelijk3.jpg" rel="lightbox[2022]"><img class="alignleft size-medium wp-image-2039" title="Welke lens?" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/06/tijdelijk3-207x300.jpg" alt="Welke lens?" width="207" height="300" /></a>Het olympisch jaar 2008 is tot dusver een bijzonder tumultueus jaar gebleken voor China. We sommen even op: een barkoud Chinees Nieuwjaar met miljoenen reizigers die vast kwamen te zitten in bevroren treinstations; de zwaarste treincrash sinds een decennium in de provincie Shandong, oproer in Tibet, dat zich vervolgens verspreidde naar de Tibetaanse regio&#8217;s in de aangrenzende Chinese provincies Sichuan, Gansu en Qinghai; de erg woelige doortocht van de olympische vlam in tal van wereldsteden, de aardbeving in Sichuan die aan minstens 70.000 mensen het leven kostte, overstromingen in Zuid-China, de beurzen van Shanghai en Shenzhen die een duik naar beneden maakten, een galopperende inflatie, &#8230; het houdt niet op. Het lijkt erop alsof de Olympische goden China in 2008 nadrukkelijk in het vizier houden.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/06/mo-paper-china-door-een-lens-2007.pdf">lees meer</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.MO.be/mopapers">www.MO.be/mopapers</a></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/door-welke-lens-kijken-wij-naar-china/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>“China: niet voor watjes!”</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/849/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/849/#comments</comments> <pubDate>Sun, 31 May 2009 21:35:20 +0000</pubDate> <dc:creator>redactie</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Deng Xiaoping]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[maatschappij]]></category> <category><![CDATA[Mao Zedong]]></category> <category><![CDATA[politiek]]></category> <category><![CDATA[sociale zekerheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=849</guid> <description><![CDATA[&#8220;China: niet voor watjes !&#8221; Ng Sauw Tjhoi, VRT-journalist in &#8220;De Gids&#8221; (op maatschappelijk gebied) van het ACW (nov-dec 2008)  De auteur heeft o.m. de volgende boeken gepubliceerd: &#8216;Made in China, meningen van daar&#8217; en het recente &#8216;China Express&#8217; Tot voor kort cirkelden nog maar weinig actuele beelden van China in ons collectief visueel arsenaal. [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><img class="alignnone size-full wp-image-848" title="martial-arts2" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/martial-arts2.jpg" alt="martial-arts2" width="450" height="309" /></p><p><strong>&#8220;China: niet voor watjes !&#8221; </strong>Ng Sauw Tjhoi, VRT-journalist in &#8220;De Gids&#8221; (op maatschappelijk gebied) van het ACW (nov-dec 2008)  De auteur heeft o.m. de volgende boeken gepubliceerd: <em>&#8216;Made in China, meningen van daar&#8217;</em> en het recente <em>&#8216;China Express&#8217;</em></p><p>Tot voor kort cirkelden nog maar weinig actuele beelden van China in ons collectief visueel arsenaal. Het woord &#8216;China&#8217; genereerde associaties met keizerlijke dynastieën en mysterieuse sampan-bootjes in een Shanghai-achtige haven, met ingebonden voeten van vrouwen of met een uniforme groep Chinezen gekleed in arbeidersblauwe Maopakken zwaaiend met het Rode Boekje. Maar het beeld dat toch wel als het meest recente bijna-icoon gebrand staat op ons collectieve netvlies is de eenzame student die bij het Plein van de Hemelse Vrede een rij tanks probeert tegen te houden.  Maar dan houdt de beeldvorming over het Middenrijk plots op. China lijkt prompt bevroren in 1989. Dat de tijd in China niet heeft stilgestaan, dat er gigantische omwentelingen op economisch en cultureel vlak hebben plaatsgevonden, dat de Communistische Partij niet gescleroseerd is maar aan het roer staat van deze ontwikkelingen wordt ons na ongeveer twintig jaar stilte op het front &#8230; druppelsgewijs duidelijk. Media, politici, zakenlui, maar evengoed het middenveld hebben jarenlang vooral naar de westkant van de aardbol gekeken. Tot er plots business-gewijs &#8220;een slaatje viel te slaan&#8221; uit het Verre Oosten. We moeten eerlijk zijn, China had het label van de Koude Oorlog, en daar had het zegevierende neo-liberalisme niets mee. Pas als er dollartekens aan de oostelijke horizon opdaagden, kriebelde het, &#8230; en tja, dan moet je krabben.</p><p>We hebben wat in te halen, maar voor we de drijvende krachten ontleden die aan de basis liggen van die Chinese metamorfoses, lijkt het me onontbeerlijk om eerst de contouren van het land te schetsen. Daarom graag eerst enkele harde data. Deze cijfers en gegevens over afstanden, economie en mensen laten China meteen zien op ware grootte. Dat is nodig om enig inzicht in dit onmetelijke land te kunnen krijgen. De Chinese proporties zijn nu eenmaal net iets anders.</p><p><strong>China&#8217;s zoetzure cijfers</strong>.<a name="_ftnref1" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn1">[1]</a></p><p>China&#8217;s oppervlakte bedraagt 9.596.960 km2. Ter vergelijking: België is 30.528 km2. Anders bekeken: China is 314 maal groter dan België en 300 maal groter dan Nederland.</p><p>China, om eens een vergelijking te maken&#8230;  is van west naar oost, de afstand van Brussel naar Kazachstan. En van noord naar zuid, de afstand van Brussel tot in hartje Burkina Faso. In deze vergelijking bestuur je een wijk in Caïro vanuit Brussel. Bij wijze van spreken.</p><p>Wilt u de &#8216;nabije buitenlandse politiek&#8217; van China begrijpen moet u de grenzen met de buurlanden in rekening brengen: Afghanistan 76 km, Bhutan 470 km, Myanmar 2.185 km, India 3.380 km, Kazachstan 1.533 km, Noord-Korea 1.416 km, Kirgizië 858 km, Laos 423 km, Mongolië 4.677 km, Nepal 1.236 km, Pakistan 523 km, Rusland (noordoosten) 3.605 km, Rusland (noordwesten) 40 km, Tadjikistan 414 km, Vietnam 1.281 km.</p><p>Het gebruik van het land</p><p>-akkerland: 14.86%</p><p>-permanente gewassen: 1.27%</p><p>-andere: 83.87% (cijfers uit 2005)</p><p>China beschikt over ongeveer 10% van de landbouwgrond in de wereld, geeft daarmee ongeveer 20% van de wereldbevolking te eten.</p><p>De Chinese bevolking bestaat uit 1.330.044.605 mensen (cijfers 2007)</p><p>Bevolkingssamenstelling: 56 ethnische groepen waarvan de Han-Chinezen de grootste is: 91.9%</p><p>De anderen waaronder de Zhuang, Oeigoeren, Hui, Yi, Tibetanen, Miao, Manchu, Mongolen, Buyi, Koreanen en nog vele andere minderheden: 8.1%.</p><p>De bevolkingsaangroei is 0.87% per jaar. Elk jaar komen er ongeveer 13 miljoen Chinezen bij. Bijna één Nederland of één dik België per jaar erbij. De eenkindpolitiek heeft een generatie van 90 miljoen &#8216;enige-kinderen&#8217; voortgebracht. De eenkindpolitiek zou ervoor gezorgd hebben dat er naar schatting 400 miljoen Chinezen minder geboren zijn sinds de in 1979 ingevoerde geboortebeperking.</p><p>Voor elke 100 meisjes worden er 119 jongetjes geboren. Naar schatting zullen er 30 miljoen ongetrouwde mannen zijn in het jaar 2020.</p><p>In China zijn 764 miljoen mensen aan het werk (actieve bevolking): 325,5 miljoen in de landbouw, 192 miljoen in de industrie en 246,5 miljoen in de dienstensector.</p><p>Er leven 33.3 miljoen Chinezen (dit zijn geen vluchtelingen) in andere landen: 7.5 miljoen in Indonesië; 7 miljoen in Thailand; 6.2 miljoen in Maleisië; 3.3 miljoen in de VS; 2.7 miljoen in Singapore; 230.515 in Frankrijk; 144.928 in Nederland; 3.674 in België.</p><p>Levensverwachting: 73.18 jaar (mannen: 71.37 jaar / vrouwen: 75.18 jaar) (2007)</p><p>Religies</p><p>Taoïsme (geen cijfer), Boeddhisme ongeveer 100 miljoen, Christendom ongeveer 25 miljoen, Islam ongeveer 20 miljoen, Falun Gong (naar schatting 1 tot 7 miljoen)</p><p>Officieel: Atheïsme (Confucianisme)</p><p>Het Mandarijn (Chinees) is voor 916 miljoen mensen de moedertaal en dus de meest gesproken taal ter wereld. Ter vergelijking: Engels is voor 354 miljoen mensen de moedertaal, Spaans voor 325 miljoen mensen.</p><p>Lezen en schrijven</p><p>Definitie: leeftijd boven 15 jaar en kunnen lezen en schrijven 90.9% (mannen: 95.1% / vrouwen: 86.5%) (2006)</p><p>China heeft 314 televisiestations en 282 radiostations; die bereiken 95% van de bevolking.  In 1978 had China 186 kranten en 930 magazines. Vandaag zijn er 2.081 kranten en 9.363 magazines. De Chinese kranten en magazines zijn erg gediversifieerd en kennen slechts een minieme economische concentratie. Niet zoals bij ons, dus, waar de pers in handen is van een erg beperkte groep. In 1978 had China 105 uitgeverijen die samen 10.000 boekentitels op de markt brachten. Nu zijn er 600 uitgeverijen die vorig jaar 300.000 boektitels publiceerden. (Ter vergelijking: in 2007 kwamen er in West-Europa 85.000 titels uit in Duitsland, 65.000 in Frankrijk en 17.000 in het Nederlandstalig gebied.)</p><p>China telt 2.858 culturele centra, 2.710 bibliotheken en 1.509 musea. In 2005 produceerde de Chinese filmindustrie 260 films. In Amerika kwamen er 425 films uit en in India 800.</p><p>China heeft 220 miljoen internetgebruikers, het hoogste aantal ter wereld.</p><p>In het jaar 2000 telde China 87 miljoen gsm-gebruikers, vandaag zijn er dat 432 miljoen.</p><p>China is eerste producent van steenkool, staal, cement, kunstmest en televisietoestellen. Het maakt tweederde van alle copieermachines, microgolfovens, dvd-spelers, schoenen en speelgoed.</p><p>2003 waren er 60.000 supermarkten in China, slechts tien jaar nadat de eerste werd geopend. Wal-Mart en Carrefour voeren een scherpe concurrentiestrijd.</p><p>In 2007 werden 6.2 miljoen auto&#8217;s geproduceerd en 5.8 miljoen verkocht. Een vergelijking met andere landen: per duizend mensen hebben 764 Amerikanen een auto, 589 Canadezen, 523 Japanners, 501 Fransen, 428 Britten, 64 Brazilianen, 22 Chinezen, 6 Indiërs.</p><p>China produceerde 6.200 Mton CO2 in 2006, en is de belangrijkste vervuiler ter wereld op dat vlak. De Verenigde Staten is de tweede grootste vervuiler wat betreft CO2-uitstoot met 5.800 Mton. China&#8217;s emissies waren in het jaar 2005 twee procent minder dan die van de Verenigde Staten. Per inwoner is China&#8217;s vervuiling relatief laag. Ongeveer een vierde van een Amerikaan en de helft van een Brit.</p><p>Om de achterstand op het Chinese platteland aan te pakken investeert de centrale overheid 340 miljard RMB (of 187 miljard USD), dat is ongeveer driemaal zoveel als de zeven rijkste landen samen aan ontwikkelingshulp uitgeven (G7 besteedden 58 miljard USD in 2004).</p><p>China is goed voor ongeveer 12% van de totale wereldproductie. In 2025 voorspelt men verdubbeling van China&#8217;s aandeel. In 1820 stond China in voor 33%.</p><p>In 2007 telde de Chinese Communistische Partij (CCP) 73.36 miljoen leden. 40% van de Chinese bedrijfsleiders van middel- en grote bedrijven zijn lid van de CCP.  25% overweegt het lidmaatschap.</p><p>De ACFTU (All-China Federation of Trade Unions), de Chinese vakbond, telt 169.94 miljoen leden waarvan 61.7 miljoen vrouwen (36.4%). 40.9 miljoen zijn migranten (24.1%). De vakbond beschikt over 543.000 fulltime vrijgestelden. (cijfers 2007) In augustus 2008 waren er 203 miljoen leden, de inhaalbeweging om binnenlandse migranten lid van de vakbond te maken is ingezet (er zijn naar schatting 140 miljoen binnenlandse migranten)<a name="_ftnref2" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn2">[2]</a>.</p><p>Volgens het tijdschrift Forbes telde China in het jaar 2005 driehonderdduizend dollarmiljonairs en 10 miljardairs. En volgens The Economist waren er datzelfde jaar naar schatting 100 miljoen welstellende middenklassers.</p><p><strong>Rijkdom in China</strong><a name="_ftnref3" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn3">[3]</a></p><p>Al 30 jaar gaat China economisch ongezien vooruit. Sinds de start van de hervormingen in 1978 bedraagt de economische groei gemiddeld 9.8%. In de periode 2003-2007 steeg de jaarlijkse groei gemiddeld met 10.6%. Dat is 2.5 keer hoger dan de economische groei in de wereld. In 2007 bedroeg de Chinese groei 11.9%, vier maal meer dan in West-Europa. Deze sterke economische groei zorgt voor een inhaalmanoeuvre. China heeft nu de vierde grootste economie ter wereld. Alleen de Verenigde Staten, Japan en Duitsland doen beter.  In 2007 had China Duitsland bijna ingehaald. Even groot worden als Japan en de VS zal nog wel een tijdje duren. Door de internationale financiële crisis dreigt -volgens sommige Chinese analysten- de Chinese economie de komende jaren met 2 à 3 procent minder snel te groeien, dat betekent weliswaar nog steeds zo&#8217;n 6,5 à 7,5%<a name="_ftnref4" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn4">[4]</a> . Toch houdt men ook in China de adem in. Er wordt gevreesd voor een groter negatief effect van de zware terugval van de Amerikaanse, op de Chinese economie.</p><p>De economische groei in China verloopt haast volgens een schema.  Het begint zo goed als altijd eerst in een aantal steden en regio&#8217;s langs de oostkust van het land. Daar zijn zo&#8217;n dertig jaar geleden ook de eerste openingen van de markt gemaakt (zie verder). Vanuit die centra deint de economische en sociale groei dan uit naar de verderaf gelegen gebieden, met vertraging en meestal ook aan een lager ritme.  De stad Shanghai bijvoorbeeld is zo&#8217;n centrum. De stadsregio kent al 16 jaar een economische groei van meer dan 10%. In 2007 groeide de economie daar met 13.3%, opnieuw een stuk hoger dan het landsgemiddelde en nog een stuk hoger dan de groei op het platteland.</p><p>Het verschil in economische groei tussen stad en platteland wordt ook vertaald in de groei van het inkomen: iedereen gaat erop vooruit maar niet iedereen even snel. Vandaar dat de kloof tussen rijke en armere gebieden toeneemt, ook de inkomenskloof tussen zij die in de landbouw werken en de industriearbeiders. Het beschikbare inkomen van de stedelingen steeg in de periode 2002-2007 met gemiddelde van 9.8% per jaar (na aftrek van de stijging van de consumptieprijzen). Het netto beschikbare inkomen van de plattelandsbewoner steeg in 2002-2007 jaarlijks met gemiddeld 6.8%. In 2007 steeg het netto beschikbare inkomen van de gemiddelde Chinese stedeling met 12.2% en dat van de plattelandsbewoner met 9.5%.</p><p>De landbouw neemt een steeds kleiner deel van de economie voor zijn rekening. Het aandeel van de industrie in de economie is de voorbije 30 jaar nagenoeg constant gebleven terwijl de dienstensector een belangrijk aandeel van de landbouw overneemt.  De landbouwproductie maakt nog slechts 11% uit van de totale economische productie. Het aantal werkenden in de landbouw neemt jaar na jaar af: hun procentueel aandeel in het totaal aantal tewerkgestelden is sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw gedaald met de helft.</p><p>Het Centraal Comité van de Communistische partij in China heeft op 12 oktober jl. een reeks landhervormingen aangenomen, die Chinese boeren meer invloed geven op hun eigen grond. De bedoeling is dat het inkomen van de bevolking op het platteland (325,5 miljoen mensen of 42% van de actieve bevolking) de komende twaalf jaar verdubbelt. De boeren krijgen het recht hun land over te dragen of te verhuren. Op dit moment sluiten Chinese boeren contracten van dertig jaar af met de Staat. Het grondoppervlak van het gemiddelde Chinese boerenbedrijf is vrij klein (0,67 hectare), waardoor het moeilijk is zo geld te verdienen. Veel Chinezen die naar de stad trekken om daar geld te verdienen, verhuren nu vaak al informeel hun land.  Dit gebruik zal nu officieel worden gemaakt.</p><p>De economische groei zorgt voor een stijging van de inkomsten van de overheid. Die inkomsten zijn in de periode 2002-2007 bijna verdrievoudigd. In 2007 was dat 5.13 biljoen RMB (een biljoen is duizend miljard). Dankzij de groei van dat inkomen kan de Staat grote infrastructuurwerken uitvoeren en sommige zwakke punten in de economische en sociale ontwikkelingen verbeteren.</p><p>In China zijn 764 miljoen mensen aan de slag: 325,5 miljoen in de landbouw, 192 miljoen in de industrie en 246,5 miljoen in de dienstensector. China moet elk jaar zorgen voor 20 miljoen nieuwe jobs. De werkloosheid bedraagt officieel 3,5% maar er zijn aanwijzingen dat het eerder 8% zou zijn.<a name="_ftnref5" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn5">[5]</a> De stedelijke werkloosheid zou liggen rond 12%.  Er is ook een andere kant aan de medaille, armoede.  De Wereldbank neemt de norm van 1 dollar per dag als graadmeter voor de armoede. Wie minder dan één dollar per dag heeft om van te leven, is &#8216;arm&#8217;. Volgens de Wereldbank verminderde China het aantal armen sinds 1980 met 400 miljoen. Er blijven volgens de Wereldbank nog 80 miljoen armen over. Jaar na jaar neemt het aantal armen af.</p><p><strong>Over &#8216;links en rechts&#8217;, en averechts</strong></p><p>Vroeger waren &#8216;rechts&#8217; en &#8216;links&#8217; duidelijke termen. Je wist tenminste dat je in het geval van &#8220;rechts&#8221; te maken had met een aanhanger van de vrije markt en als het over &#8220;links&#8221; ging had je wellicht een supporter van de planeconomie voor je staan.  Sinds de &#8216;Val van de Berlijnse Muur&#8217; (1989)<a name="_ftnref6" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn6">[6]</a> en dus de definitieve afbrokkeling van het Sovjetcommunisme is spreken en denken in links-rechts-termen uit de mode. Het postmodernisme werd de mantra bij uitstek. Geen grote verhalen meer. Nieuwe denkkaders haalden de bovenhand. Het collectieve is niet langer een hoofdobjectief, maar &#8216;struggle and be the fittest&#8217;. Liberalisme en individualisme kregen de vrije baan. Rechts stond voor vrijheid en links voor sociaal. Rechts voor individueel ondernemerschap, links voor overheidsplanning en staatssteun.</p><p>Is het toeval dat precies dezer dagen -pal in de kredietcrisis- deze oudmodische termen weer opduiken  in de dagelijkse newsspeech. Regeringen en overheden die private ondernemingen (overwegen te) &#8216;nationaliseren&#8217;.  Zoals (voormalig) VS-president Bush op 14 oktober 2008 besliste dat de overheid zich in negen private banken inkoopt. Of nog, de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker die na het nationaliseren van een bank glimlachend uitriep tegen een collega: „We are all socialists now !&#8221;.<a name="_ftnref7" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn7">[7]</a> En wat te denken van de uitspraak van Lorin Parys<a name="_ftnref8" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn8">[8]</a>: &#8220;&#8230; miljoenen mensen in China zijn uit de armoede gehaald door het invoeren van de vrije markt &#8230;&#8221; In een communistisch land als China voert men de vrijemarkteconomie in. En het kapitalistische westen nationaliseert banken, bijna naar model van het Chinese bankwezen waar 94%  in handen van de Staat is. Kan u nog volgen ?</p><p><strong>Wat is er aan de hand in dat land ?</strong></p><p><strong> </strong>En als je de vraag wat scherper laat formuleren, wordt het: &#8220;Is dat daar nog socialisme of is China helemaal kapitalistisch ?&#8221;  Een simplistisch antwoord is uit den boze.  Het verhaal van het hedendaagse China is zo&#8217;n dertig jaar geleden begonnen.  Het lijkt me verhelderend eerst het theoretisch kader te schetsen waarbinnen de hervormingen van de laatste 30 jaar zijn ontwikkeld. Deng Xiaoping, de architect van het hedendaagse Chinese systeem, zei op de vraag of China kapitalistisch of socialistisch is: &#8220;Een planeconomie is niet hetzelfde als socialisme, omdat er in het kapitalisme ook gepland wordt. Een markteconomie is geen kapitalisme, omdat er in het socialisme ook markten zijn.&#8221; &#8211; &#8220;Stabiliteit is essentieel voor de economische ontwikkeling, en enkel onder het leiderschap van de communistische partij kan er een stabiel socialistisch China zijn.&#8221; &#8211; &#8220;De essentie van het socialisme is de ontwikkeling van de productiekrachten, het afschaffen van uitbuiting en polarisatie, en het bereiken van welvaart voor iedereen.&#8221; Op gevaar af een Rood Dengboekje te creeëren en citaten te reciteren, lijkt me desalniettemin dit drieluik van gedachtengangen, de kern van het antwoord te zijn op de bovengestelde vragen. Tegen deze uitspraken gelegd krijgen de volgende slogans van Deng Xiaoping een vollere betekenis: &#8220;Armoede is geen socialisme. Rijk worden is fatsoenlijk (&#8220;Poverty is not socialism. To be rich is glorious.&#8221;).&#8221; en &#8220;Het maakt niet uit of een kat zwart of wit is, als hij maar muizen vangt (&#8220;It doesn&#8217;t matter if a cat is black or white, so long as it catches mice.&#8221;).&#8221;</p><p>De impliciete boodschap was duidelijk. Geen ideologisch-theoretisch gezwam, vooruit met de geit in de praktijk en -nog een Deng-waarheid- &#8220;Vind de waarheid in de feiten&#8221; (&#8220;Seek truth from facts&#8221;). Een buitenstaander als ik, denkt dan stilletjes &#8220;er zullen wel nog andere doorslaggevende redenen zijn voor zo&#8217;n sprong in het ongewisse&#8221; &#8230;</p><p>Op de achtergrond spelen inderdaad enkele zware drama&#8217;s een grote rol. Daarvoor moeten we even terug in de woelige geschiedenis van China, naar het desastreuze jaar 1976. Een jaar van nogal wat rampen. De dood van Mao Zedong (9 september) en Zhou Enlai (8 januari), de twee bezielers van de toen nog jonge volksrepubliek. De wanhoopspoging van de Bende van Vier, het extremistisch kwartet dat de macht greep tijdens de verwarring aan het einde van de Culturele Revolutie. En vergeten we ook niet de aardbeving in Tangshan (waarbij minstens 240.000 mensen het leven lieten) die door de Bende van Vier quasi verzwegen werd. Een Chinees gezegde wil dat &#8216;ongeluk altijd met vier&#8217; komt<a name="_ftnref9" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn9">[9]</a>. 1976 is dus een jaar om gauw te vergeten. Om de schijnbare ommezwaai te begrijpen is het meer dan nuttig om terug te kijken in de tijd.</p><p><strong>Culturele Revolutie: pijnlijk resultaat</strong></p><p>Het land was tijdens de tien jaren van de Culturele Revolutie in een (economische) gordiaanse knoop terechtgekomen. Voorzitter Mao Zedong wilde de geesten zuiveren van pro-kapitalistische ideeën en houdingen, op de eerste plaats in de communistische partij zelf. Vele partijkaders en intellectuelen werden verplicht op het land te werken. Het leven van boeren en arbeiders werd verheerlijkt: de &#8216;nieuwe mens&#8217; zou opnieuw worden geboren. De geest zou de motor van de verandering zijn, niet de rommelende maag. In theorie misschien wel logisch na alle collectivistische campagnes die in de jonge volksrepubliek het licht hadden gezien (o.m. in 1958 De Grote Sprong Voorwaarts, die eigenlijk niet echt een &#8216;grote&#8217; sprong was). Het politiek-economisch model van Mao Zedong moest China in korte tijd van een arm landbouwland omvormen tot een moderne geïndustrialiseerde natie. Het was geïnspireerd op het model van de Sovjet-Unie, maar met eigen Chinese accenten (landbouw en boeren als leidende groep van de veranderingen). Het moet gezegd, de balans van de Mao-periode op economisch vlak is niet volledig negatief. Verschillende bronnen zijn het eens over de vrij snelle groei van de industriële productie (tijdens 1952-1978 met 8% jaarlijks). Ook het bruto binnenlands product, de totale (geld)waarde van alle in een land gedurende een jaar geproduceerde goederen en diensten, kende tijdens bepaalde jaren een grote groei.<a name="_ftnref10" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn10">[10]</a> Maar uit de cijfers blijkt duidelijk dat de effecten van De Grote Sprong Voorwaarts, waarmee Mao Zedong de landbouw een duw wilde geven door te collectiviseren (cfr. de landbouwcommunes), ronduit negatief waren. Ook het economische resultaat van de Culturele Revolutie is niet om over naar huis te schrijven. De negatieve weerslag is vooral in 1976, &#8217;77 en &#8217;78 te merken. Dat waren ronduit slechte economische jaren voor China.</p><p>Er was een grote mate van gelijkheid ontstaan, maar dan wel in de armoede. Om evenwichtig kritisch te blijven: op het vlak van de gezondheidszorg (&#8216;blotevoetendokters&#8217; waren geen medisch alternatief maar wel een goede eerstelijnszorg), de bestrijding van het analfabetisme, de gelijke sociale positie tussen mannen en vrouwen en de levensverwachting (die was gestegen van 35 jaar in 1949 tot 65 jaar in 1976) scoorde Mao Zedong&#8217;s beleid wel goed.</p><p>Aan het einde van de jaren zeventig was China in vergelijking met zijn buurlanden de rode lantaarn in plaats van het &#8216;lichtend voorbeeld&#8217;. Zuid-Korea en Taiwan kenden een economische bloei. Japan boomde volop. De keuze was niet zo eenvoudig voor de Chinese Communistische Partij en voor sterke man Deng Xiaoping. Ze zaten tussen hamer (de armoede) en aambeeld (de kapitalistische buurlanden). In geen geval wilden ze nog verder afglijden in de gelijkverdelende armoede. Maar hoe moest die economie dan wel worden aangezwengeld? Kon het politiek-ideologisch toegelaten zijn om een beperkte vorm van kapitalisme in het Chinese model van socialisme in te brengen? Toen Deng Xiaoping op 22 juli 1977 tijdens een partijconferentie in ere werd hersteld, en wat later de toenmalige leider Hua Guofeng de Bende van Vier oprolde, zou het geen jaar meer duren of de eerste experimenten met een markteconomie binnen een socialistisch kader (&#8216;De vogel mag vliegen maar in de kooi&#8217;) werden in de startblokken gezet. Het partijcongres van december 1978 keurde de hervormingsplannen van Deng Xiaoping goed. Marktmethodes in het Chinese socialisme: sommigen werden wild van het idee alleen al, anderen werden wild van woede.</p><p><strong>Marktmethodes in Chinees socialisme</strong></p><p>Vanaf 1978 kregen boeren opnieuw een eigen stuk grond om te bewerken (decollectivisatie van de landbouw) en mochten de opbrengst (na aftrek van een overeengekomen quotum dat aan de staat werd afgedragen) op welbepaalde markten verkopen. De vier eerste speciale economische zones werden opengemaakt: Xiamen, Shenzhen, Zhuhai en Shantou. Daar werden vanaf dat magische jaartal 1978 buitenlandse investeringen toegelaten. In 1984 gingen veertien (oost)kuststeden open voor een beperkte investering van buitenlands kapitaal, in 1988 volgde het zuidchinese eiland Hainan, in 1990 de stad Shanghai, en nog wat later kregen 223 middelgrote steden ook de toestemming om buitenlandse investeringen aan te trekken. En tot slot waren de westelijke en centrale provincies aan de beurt. Op dit ogenblik zijn meer dan vierhonderd van de Top-500 van de multinationale ondernemingen actief in China. Het succes van de &#8216;vliegende vogel in de kooi&#8217; lijkt constant.</p><p>Een andere niet te onderschatten stap in de periode van de hervorming was de oprichting van de &#8216;township and village enterprises&#8217; (TVE). Dat is de verzamelnaam voor allerhande bedrijven op het platteland die vaak een mengvorm als eigendomsstructuur hebben: de lokale overheid oefent samen met privéboeren en/of anderen een industriële of artisanale activiteit uit, in de productie of als dienst. Een steenbakkerij bijvoorbeeld, een transportbedrijfje, een melkfabriek, enzovoort. De snelle groei van dergelijke bedrijven op het platteland heeft halverwege de jaren tachtig een flinke boost aan de economie gegeven. Er werken nu 147 miljoen mensen in de TVE&#8217;s.<a name="_ftnref11" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn11">[11]</a></p><p><strong>De Grote trek</strong></p><p>China was en is nog steeds een groot landbouwland. Van de 764 miljoen actieve Chinezen werken er 325,5 miljoen in de landbouw, dat is 42 procent. Er zijn om en bij de 140 miljoen plattelanders naar de stad getrokken en zij werken er als binnenlandse migrant. Want dat mogen we even niet vergeten: migranten in China komen niet uit een ander land, maar uit een ander dorp, duizenden kilometer verderop &#8230; De eerste migratie kwam op gang nadat de collectivisering in de landbouw werd afgebouwd. In het begin van de jaren tachtig kwam de verdoken werkloosheid in alle omvang aan het licht. Honderdduizenden mensen die voorheen mee gevoed werden maar weinig productief waren, vielen uit de boot van de rentabiliteit. Een tweede opmerkelijke opstoot van werkloosheid kwam er toen in het begin van de jaren negentig de staatsbedrijven onder handen werden genomen. Vele staatsondernemingen moesten de deuren sluiten, andere ondergingen zware rationaliseringen, met massale afdankingen als gevolg. Telkens werden die werkloosheidsgolven gevolgd door een trek naar de steden.</p><p>Deze &#8216;binnenlandse trek naar de Chinese steden&#8217; wordt de grootste migratie in de geschiedenis van de mensheid genoemd. Oorzaak van die opmerkelijke migratie is de armoede op het platteland, ook al heeft de Chinese regering al heel wat inspanningen geleverd (vorig jaar ondermeer werd de 10%-personenbelasting voor boeren afgeschaft). Een andere verklaring is de aanwezigheid van tientallen buitenlandse bedrijven in de grote stad, die net op zoek zijn naar ongeschoolde arbeidskrachten. De rem op de migratie die ten tijde van de landbouwcommunes was ingesteld, het zogeheten hukou-registratiesysteem, is vandaag nog niet opgeheven maar de lokale autoriteiten hanteren het nog nauwelijks. Het systeem van de hukou moe(s)t de boeren ervan weerhouden naar de stad te migreren. De hele sociale bescherming hangt vast aan de hukou-registratie, ook de toegang tot medische zorgen, onderwijs&#8230; Zelfs voeding was in de jaren zestig en zeventig via bonnen (&#8216;liangpiao&#8217;) gelinkt aan de verblijfsvergunning of hukou. Het toenmalige systeem van &#8216;de ijzeren rijstkom&#8217;, dat sociale veiligheid garandeerde van in de wieg tot in het graf, was voor eenieder vastgelegd langs de hukou of de werkeenheid (&#8216;danwei&#8217;), als je in een bedrijf of administratie werkte. Na de opening van de markt kwam het hele &#8216;hukou &amp; danwei&#8217;-systeem onder druk. De economische noodzaak om werkkrachten van het platteland aan te trekken gooide het hele registratiesysteem in de war. Gevolg was dat tot voor kort migranten geen wettelijk statuut hadden in de stad en hun kinderen dus bijvoorbeeld geen toegang hadden tot onderwijs en dat ze geen beroep konden doen op medische zorg, enzovoort. Deze wantoestand is sinds het voorjaar 2008 officieel veranderd, en de noodzaak aan bijvoorbeeld thuisonderwijs of eigen medische posten zal wellicht snel verdwijnen.</p><p><strong>Veranderingen op de werkvloer</strong></p><p>In een groot deel van de staatsondernemingen &#8211; ongeveer een derde van de Chinese economie &#8211; zijn de arbeidsomstandigheden meer dan behoorlijk en is er weinig of geen ontevredenheid. De vakbond is daar waakzaam en bepaalt er mee het beleid. In het gemengde gedeelte van de economie, waarin privé en overheid samenwerken, blijken de arbeidsomstandigheden en arbeidsverhoudingen ook meer dan behoorlijk. Dat beweert de Chinese vakbond ACFTU, en wordt ook door verschillende (Belgische) managers bevestigd<a name="_ftnref12" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn12">[12]</a>. De reden ligt voor de hand: de arbeidswetgeving en de sociale inspectie van die wetten worden vrij streng opgevolgd. In het derde segment van de economie, tot slot, zijn er drie opmerkelijke fenomenen. In de westerse buitenlandse bedrijven &#8211; Amerikaanse, Finse, Europese, Latijns-Amerikaanse &#8211; zijn de arbeidsomstandigheden in orde, met uitzondering van enkele hardliners zoals Wal-Mart. In de Aziatische buitenlandse ondernemingen &#8211; Taiwanese, Japanse, Zuid-Koreaanse &#8211; verlopen de arbeidsverhoudingen niet altijd even rimpelloos. En in de binnenlandse Chinese privébedrijven durft het al wel eens flink mis te lopen. In deze laatste bedrijven spelen een heleboel andere factoren mee. Die mogen zeker niet begrepen worden als een rechtvaardiging of goedkeuring, integendeel, maar ze kunnen wel veel verklaren. De concurrentie is er bikkelhard, in en tussen bedrijven. Het gaat dikwijls om eenmans- of familiebedrijfjes waar wel tientallen tot soms honderden arbeid(st)ers werken. De productie dient er meestal om de just in time-strategie van de grotere westerse multinationals mogelijk te maken. De grote multi&#8217;s creëren de zware concurrentiestrijd en duwen veel van dergelijke &#8216;snelrijkbedrijfjes&#8217; in de grijze zone. Neem het lijmen van schoenen voor giganten als Nike. In de toeleveringsbedrijven worden de veiligheidsvoorschriften, die er op verordening van de overheid echt wel zijn, letterlijk aan de laars gelapt. Hier verwacht elk weldenkend mens een krachtdadig optreden van de vakbond. En daar wringt het &#8216;schoentje&#8217;, want &#8216;krachtdadig&#8217; heeft een verschillende culturele inhoud. &#8216;Staken&#8217;, zegt men in het Westen. In China staat staken gelijk met gezichtsverlies, want door te staken geef je toe dat de tegenpartij te sterk is en jij dus te zwak. Het is maar hoe je de zaken wil bekijken en in welke culturele context je bepaalde fenomenen plaatst. Staken is bovendien duidelijk &#8216;nee&#8217; zeggen en daar hebben nogal wat Chinezen, zeker zij die van het platteland afkomstig zijn, het moeilijk mee. Maar er is ook op dat vlak steeds meer in beweging. Neem nu Shenzhen, waar honderden dergelijke kleine bedrijven actief zijn, daar worden tientallen sociale acties gevoerd, van kleine acties tot wilde stakingen. Sommige bronnen spreken over één groot sociaal conflict per dag (in de Pearl River Delta), waar gemiddeld duizend mensen bij betrokken zouden zijn, en daarnaast dagelijks een twaalftal kleinere stakingen en/of werkonderbrekingen. Op 5 juni 2008 citeerde de Zuidchinese krant &#8216;The New Express &#8211; Xinkuaibao&#8217; vakbondsman Chen Yu van de Shantou Federation of Trade Unions over het nieuwe ontwerp van &#8216;Regulations on the Growth and Development of Harmonious Labour Relations in the Shenzhen Special Economic Zone&#8217;. Meer bepaald over het wettelijk recht op staken zegt Chen Yu: &#8216;Dat is nog maar een kleine stap&#8217;.</p><p>Cruciaal in de veranderende Chinese arbeidsomstandigheden is het uitvaardigen van de nieuwe Wet op de Arbeidsovereenkomst (in voege vanaf 1 januari 2008). Deze nieuwe wet moet werknemers -en in het bijzonder de binnenlandse migranten, die overwegend in slechte arbeidsomstandigheden werken- een lotsverbetering brengen: een geschreven arbeidscontract, vastgelegde afspraken rond loon, overuren, vakantie, opzegtermijnen en -vergoedingen, &#8230;  Deze wet stuitte op hevig protest vanwege werkgevers (aangevoerd door de Amerikaanse Kamer van Koophandel in China) en kreeg grote bijval van de Chinese vakbond ACFTU, migranten-NGO&#8217;s, sommige academici en sociale advocaten &#8230; Bovendien kregen de bedrijven tot en met 30 september 2008 de tijd om de vakbond toe te laten een werking op te starten. De regeringsmaatregel kwam er na de stormachtige ontstaansgeschiedenis van de eerste vakbondsafdeling in het wereldwijd beruchte (wegens zijn antisyndicale houding) Wal-Mart.  Bedrijven die na 30 september geen vakbondsafdeling hebben, komen op een zwarte lijst.  Niet toevallig lopen berichten binnen van bedrijven die zich uit China terugtrekken &#8230; Herbert Hainer van Adidas<a name="_ftnref13" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn13">[13]</a>: &#8220;De lonen die vastgelegd worden door de regering zijn geleidelijk aan te hoog geworden.&#8221; In de eerste helft van 2008 zijn de lonen gestegen met maar liefst 19% (bij een inflatie van 8%). Adidas kiest het hazenpad richting India, maar andere multinationals hebben China ingeruild voor Vietnam of Thailand.</p><p>Overigens is ook stilaan duidelijk dat China een -weliswaar geen klassieke- planeconomie heeft behouden doorheen de omvorming van zijn socialistisch systeem naar een markteconomie. Alle economische sleutelsectoren zitten gebeiteld in handen van de Staat, weliswaar een overheid die met het grootste gemak en soepelheid aan marktdenken doet.  De sectoren van energie, financiële instellingen, militaire organisatie, onderwijs, &#8230; zijn allemaal in handen van de centrale overheid. Recentelijk is een opmerkelijke analyse over de staatsbedrijven gepubliceerd: de Chinese staatsbedrijven (d.i. 8% van alle bedrijven) staan in voor 44% van alle gemaakte winst<a name="_ftnref14" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn14">[14]</a>. Staatsondernemingen hoeven dus niet per definitie onrendabel en verlieslatend te zijn.</p><p><strong>Westerse media en China: onbegrip of ondeskundigheid ?</strong></p><p>Het is bij nader inzien niet toevallig dat het lijkt alsof mijn voorouderlijk<a name="_ftnref15" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn15">[15]</a> land uitdaagt, extremen herbergt, op een slappe koord danst, &#8230;  Zoals bij het inleidend woord al geschreven, er lijkt een hap uit ons collectief beeldarsenaal te zijn. Sinds 1989 tot voor kort zijn er nauwelijks beelden over China. De media zijn daar niet vreemd aan. Erger nog, tot voor kort, meer precies, voor en vooral tijdens de Olympische Spelen in Beijing (augustus 2008) mocht je de toets van de tv-afstandsbediening niet beroeren of er spatte een talkshow, documentaire of reportage over China uit je toestel. Wat een schril contrast met de jaren ervoor. Je zou kunnen zeggen &#8216;dat is prima, de burger informeren&#8217;, maar -naar mijn bescheiden mening- het had meer weg van desinformeren. Een overdaad aan feiten en data, &#8230; niet curiosity, maar overkill killed the cat.  Bijzonder weinig en vooral eenzijdige duiding.  Bovendien -en volgens mij het ergste- ontwaardde kritische journalistiek tot een soort veilinghuis waarin het spel van opbod om het meest negatieve bericht over &#8220;iets in China&#8221;, de plak zwaaide. Toegegeven, de Olympische Spelen zijn van oudsher gesneden brood om kritische journalisten op los te laten en zo de achterkant van de blinkblink medaille te onthullen. En ja, vaak was in het verleden de kritiek terecht, zonder in details te willen treden. Ook in het geval van de Chinese Spelen konden er kritische bedenkingen gemaakt worden, maar naar mijn indruk werd in de aanloop naar en tijdens de Spelen, zowat elke mistoestand in China uitvergroot tot planetaire ramp, elke zonde verheven tot wereldprobleem en als er iets positief te melden was -zelfs faits divers als taxichauffeurs die met de moed der wanhoop Engels leren om de toeristen te plezieren- werd dat schoorvoetend toegegeven en meteen met het nodige sausje van sarcasme overgoten&#8230;, je moet toch kritisch zijn.  En, weerom, er zijn veel problemen in China, daar niet van. In ieder geval, evenwichtige berichtgeving over China, nee, daar heb ik weinig van kunnen proeven, tot nu toe.</p><p>Een voorbeeld: de onfrisse kwestie van het gevaarlijke speelgoed uit China (eind 2007). Ellendig, die toys &#8216;Made in China&#8217;!  Mattel, één van &#8216;s werelds grootste speelgoedgiganten, besliste plots zijn speelgoed gemaakt in China uit de winkelrekken te nemen. In september 2007 berichtten de media gedetailleerd over het gevaarlijk speelgoed uit China. Grote merken als Fisher Price (Mattel) zouden het slachtoffer zijn van Chinese knoeiers en de Chinese kwaliteitscontrole zou hebben gefaald. Checkt u het eens bij uw vrienden: &#8220;Is speelgoed uit China gevaarlijk ? Ja ! En wie heeft daar schuld aan ? China !&#8221; Goed zo. Tot daar. De toon was gezet, China is verantwoordelijk voor die rotzooi. Want dat hebben we toch in de krant gelezen en op de televisie gezien. Hebt u toevallig ook het excusesverhaal van Mattel aan de Chinese regering uitgesmeerd in de media gezien ? Ik wil het u niet onthouden.</p><p>&#8220;Het is belangrijk dat iedereen begrijpt dat een overgrote meerderheid van de producten werd teruggeroepen na een fout in het ontwerp bij Mattel, en niet na een probleem veroorzaakt door Chinese fabrikanten&#8221;, aldus Thomas Debrowski, vicevoorzitter van de wereldleider op de speelgoedmarkt. De man richtte zich tot het hoofd van het Chinese agentschap dat instaat voor de kwaliteitscontrole. &#8220;Mattel neemt de verantwoordelijkheid voor het terugroepen van het speelgoed volledig op zich en ik wil me persoonlijk bij u, het Chinese volk en al de consumenten die onze producten kochten, verontschuldigen&#8221;, zei Debrowski. &#8220;Het terugroepen heeft desastreuze gevolgen gehad voor onze onderneming. We produceren speelgoed voor 150 landen in de wereld, en niemand is zwaarder getroffen dan Mattel&#8221;, aldus Debrowski aan het adres van Li Changjiang tijdens een persconferentie. Sinds de zomer heeft Mattel en onder meer zijn merk Fisher Price al bijna twintig miljoen stuks speelgoed afkomstig uit China teruggeroepen. Een belangrijk deel van het speelgoed zou per ongeluk los kunnen komen, en op die manier een gevaar inhouden voor de spelende kinderen.<a name="_ftnref16" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn16">[16]</a></p><p>Berichten over een land als China is -ik kan ervan meepraten- geen sinecure. Er komt veel terreinkennis en deskundigheid bij kijken. Want je vindt in dit onmetelijke land feiten en ontwikkelingen die het China van vandaag meer dan verantwoorden, maar je kan evenveel tegenvoorbeelden vinden die het maatschappelijk systeem de grond inboren. Het komt er dus op aan een concrete analyse te maken van elk voorbeeld, te zoeken wie precies wat doet, en bovendien na te gaan hoe de eigendomsstructuur van bijvoorbeeld een bekritiseerd bedrijf in elkaar zit. Want door het amalgaam te maken van staatsbedrijven, jointventures, private ondernemingen, &#8230; kan je in China wel eens een flinke inschattingsfout maken.</p><p>Het recente &#8216;Sanlu&#8217; melkpoederschandaal is een goede oefening. In het Noordwesten van China zijn zeker 14 baby&#8217;s behandeld voor ernstige nierstenen. Alle zuigelingen hadden melk -gemaakt van poeder van het merk Sanlu- gedronken. De zuivelproducent beweert dat de verpakkingen nep zijn en niet van het bedrijf afkomstig. Alle kinderen waren er zo ernstig aan toe dat zij helemaal niet meer plasten. Nierstenen komen zelden voor bij kinderen onder de 1 jaar. Alle baby&#8217;s die deze zomer ziek zijn geworden, waren door hun ouders gevoed met aangemaakt melkpoeder van het goedkope merk Sanlu. De Sanlu Groep, een van China&#8217;s grootste zuivelproducenten, zegt dat het poeder niet van het bedrijf afkomstig is. De verpakkingen zouden nep zijn en Sanlu heeft een eigen onderzoeksteam naar Gansu gestuurd om de zaak uit te zoeken. Het bedrijf is echter al eerder betrokken geweest bij een vergelijkbaar schandaal. Toen werd illegaal geproduceerd melkpoeder dat bijna geen voedingswaarde bevatte voorzien van de merknamen van Sanlu en andere grote zuivelbedrijven in China. Dit kostte uiteindelijk 13 baby&#8217;s het leven.  Midden in het onderzoek staat het toonaangevend productiebedrijf Sanlu, in wiens melkpoeder het verboden chemisch product melamine werd aangetroffen, een substantie die wordt gebruikt in de productie van plastic en lijmen en die het proteïnegehalte kunstmatig kan verhogen. Ondertussen (half oktober 2008) zijn er vier baby&#8217;s overleden door het gebruik van dit melkpoeder. De Chinese overheid kondigde strenge staffen aan voor de verantwoordelijken. Het multinaltionale zuivelbedrijf Fonterra uit Nieuw-Zeeland heeft na het schandaal in China bijna 70 procent van de waarde van de Chinese dochteronderneming San Lu uit de boeken gehaald. En de Chinese premier Wen Jiabao verklaarde: &#8220;Hoewel de problemen zich hebben voorgedaan bij het bedrijf, draagt de overheid ook verantwoordelijkheid&#8221;<a name="_ftnref17" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn17">[17]</a>, De overheid schoot volgens de premier met name tekort op het gebied van &#8216;toezicht en management&#8217;.  Hij zei ook dat de regering lessen zal trekken uit het schandaal.</p><p>Overigens kan het razendsnel gaan in het Land van het Midden. Economie, sociale verhoudingen en culturele trends ontwikkelen met een razendsnel tempo. Het klinkt ouderwets, maar diepgravende journalistiek -en format&#8217;s doen er niet toe- wil de eenvoudige en toch zo relevante vraag beantwoord krijgen: waarom ? Waarom krijgt China in de westerse pers de volle laag ? Waarom zijn westerse journalisten zo eenzijdig over China ? Waarom ?   Bernard Pierre, de Belgische ambassadeur in China<a name="_ftnref18" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftn18">[18]</a>: &#8220;Ik zie in de westerse pers veel onnozelheden verschijnen over het bewind hier. Dit bewind is erkend en gesteund door de overgrote meerderheid van de bevolking.&#8221;  Ambassadeur Bernard Pierre geeft zijn antwoord op de vraag waarom China-bashing ?: &#8220;China zal evolueren volgens Chinese, niet volgens Westerse parameters. Wij vertrekken van het individu om naar een groep te gaan, vanuit het humanisme. Zij vertrekken van de groep in de richting van de persoon. Hoe kun je een systeem opbouwen vertrekkend van een individu, als je met meer dan één miljard individuen bent? Dat leidt alleen tot chaos.&#8221;</p><p>Een uitval naar de westerse media wegens hun hoog gehalte -zo noem ik het- eurocentrisme. Laten we in dit debat hard maar eerlijk voor elkaar zijn, want, &#8230; China is niet voor watjes.</p><p><a name="_ftn1" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref1">[1]</a> China Express, Ng Sauw Tjhoi, VRT (LE) ism EPO (Berchem 2008), deel 4, blz 369</p><p><a name="_ftn2" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref2">[2]</a> Voor recent cijfermateriaal, zie website van de Chinese vakbond: www.acftu.org</p><p><a name="_ftn3" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref3">[3]</a> China Express, Ng Sauw Tjhoi, VRT (LE) ism EPO (Berchem 2008), deel 4, blz 369</p><p><a name="_ftn4" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref4">[4]</a></p><p><a name="_ftn5" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref5">[5]</a> Citaat: Tian Chengping, de Chinese minister van Informatie, zegt dat het land gebukt gaat onder een ernstig werkloosheidprobleem. &#8220;Jaarlijks stromen 20 miljoen werkzoekenden toe tot de arbeidsmarkt. Helaas zijn er maar 12 miljoen openstaande vacatures,&#8217; stelt de minister van Informatie. Werkgevers klagen over een gebrek aan bekwame arbeidskrachten en daarom wil China in de loop van dit jaar 10 miljoen nieuwe banen creëren. Officieel staat de werkloosheidsbarometer op 3,5 procent maar overheidsadviseurs spreken soms over 8 procent.&#8221; Knack/Mo, 11 maart 2008.</p><p><a name="_ftn6" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref6"></a></p><p><a name="_ftn7" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref7">[7]</a> Trouw, columnist Hans Goslinga 11 oktober 2008, website</p><p><a name="_ftn8" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref8">[8]</a> Lorin Parys, (economisch) columnist in De Standaard (&#8216;De paradox van Parys&#8217;)</p><p><a name="_ftn9" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref9">[9]</a> Het Chinese karakter &#8216;si&#8217; betekent &#8216;vier&#8217; maar klinkt ook als het Chinese karakter voor de &#8216;dood&#8217;.</p><p><a name="_ftn10" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref10">[10]</a> Bron: www.chinability.com.</p><p><a name="_ftn11" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref11">[11]</a> Sylvain Plasschaert, China. Inzicht in zijn doorbraak, Davidsfonds, Leuven, 2007, p.131</p><p><a name="_ftn12" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref12">[12]</a> &#8220;Made in China, meningen van daar&#8221;, Marc Vandepitte &amp; Ng Sauw Tjhoi, Epo ism VRT-Radio 1, Berchem 2006</p><p><a name="_ftn13" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref13">[13]</a> Trends, 28 juli 2008</p><p><a name="_ftn14" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref14">[14]</a> Financial Times, 14 juli 2008</p><p><a name="_ftn15" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref15">[15]</a> Mijn overgrootvader -een Hakka-chinees- vluchtte in 1880 weg uit San He, een dorpje in de Zuidchinese provincie Guangdong. De gevolgen van de aanhoudende burgeroorlogen dreven hem naar Indonesië op zoek naar werk en inkomen voor de familie. Het is uiteindelijk de tinmijnindustrie op Bangka (Sumatra) geworden. Daar is mijn vader geboren en vele jaren later ben ik in Jakarta geboren binnen de Chinese minderheid. Toen het eind jaren vijftig heet onder vele Chinese voeten werd, wegens de discriminaties van de Indonesische overheid tegenover de Chinezen, vluchtten we naar Europa. Nederland was het objectief, het is België geworden wegens een Hollandse immigratiestop. De rest van mijn verhaal is Belgisch.</p><p><a name="_ftn16" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref16">[16]</a> De Morgen, 21 september 2007, ergens op een binnenpagina (sic)</p><p><a name="_ftn17" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref17">[17]</a> Dit zegt premier Wen Jiabao in het interview, dat zaterdag 18 oktober 2008 op de website van het wetenschappelijke tijdschrift Science verscheen. Een Chineestalige versie van het interview verscheen in de krant van de communistische partij, het Volksdagblad (http://english.peopledaily.com.cn)</p><p><a name="_ftn18" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ftnref18">[18]</a> Ambassadeur Bernard Pierre in een interview met Knack, 13 augustus 2008, blz. 101-103.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/849/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Deng toonde China weg naar ontwikkeling</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/deng-toonde-china-weg-naar-ontwikkeling/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/deng-toonde-china-weg-naar-ontwikkeling/#comments</comments> <pubDate>Thu, 09 Apr 2009 16:47:59 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[bio]]></category> <category><![CDATA[CPC]]></category> <category><![CDATA[Deng Xiaoping]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=429</guid> <description><![CDATA[   Deng wordt in 1956 als beloning voor 30 jaar loyale trouw aan Mao benoemd tot secretaris-generaal van de partij op het 8ste Congres. In zijn toespraak voor het Congres stelt Deng dat gebeurtenissen zoals in Hongarije en Polen kunnen vermeden worden als aan 3 voorwaarden wordt voldaan: democratie binnen de partij, partijleiderschap en een [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div><strong></strong></div><div><strong></strong></div><div><strong></strong></div><div id="attachment_981" class="wp-caption alignnone" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-981" title="DENG MAO" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/maodng594-150x150.jpg" alt="DENG MAO" width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Deng bij Mao in &#39;59</p></div><p> </p><p> Deng wordt in 1956 als beloning voor 30 jaar loyale trouw aan Mao benoemd tot secretaris-generaal van de partij op het 8ste Congres. In zijn toespraak voor het Congres stelt Deng dat gebeurtenissen zoals in Hongarije en Polen kunnen vermeden worden als aan 3 voorwaarden wordt voldaan: democratie binnen de partij, partijleiderschap en een goede relatie tussen volk en partij.  Hij had de indruk dat sommige kaders op hun lauweren rustten en als remedie ziet hij een rectificatiebeweging binnen de partij én structuren op te zetten voor supervisie van partijactiviteiten door het volk. Dit laatste zijn arbeiderscongressen, volkscongressen, lokale raden en deze van niet-communistische partijen.<br /> Mao van zijn kant lanceert de 100 bloemen- campagne  in een poging om de bureaucratie te bekritiseren via een uitgebreide democratiebeweging. Op de 100 bloemen volgt dan een tegenovergestelde beweging: deze anti-rechtsencampagne zou rechtstreeks geleid worden door Deng en zou 550.000 personen treffen. In zijn slotrapport over de campagne heeft Deng het over een mogelijke bourgeois-revival en het opduiken van kapitalistische tendensen bij de boeren. Ook tijdens de Grote Sprong Voorwaarts volgt Deng Maos lijn totenmet. Over de Sprong zegt hij bijvoorbeeld op 2/10/59 &#8220;<em>Enkele rechtsen willen de opmerkelijke realisaties van de Sprong niet aanvaarden(&#8230;)Ze buiten de fouten uit en gebruiken het als voorwendsel om de partijlijn aan te vallen. De beweging van 58 heeft de economische opbouw versterkt. Maar de rechtsen sluiten hun ogen en benadrukken dat de campagne catastrofale gevolgen heeft. (..)Zij stellen dat de levensstandaard slechts kan verbeteren als de communes afgeschaft worden. De massa&#8217;s daarentegen geloven dat ze grote vooruitgang gebracht hebben&#8221;</em> </p><p><strong>H<span style="color: #ff0000;">ONGER</span></strong></p><p align="center"> </p><p>Als hij echter bezoeken brengt aan communes ziet hij dat er niet genoeg eten is, waarbij hij suggereert collectieve kantines op te zetten. Deng breekt zijn been en doet niet echt mee aan de Conferentie van Lushan waar Peng Dehuai in een brief Mao&#8217;s Sprong op de korrel neemt. Dit zal echter een tegenovergesteld effect bereiken : de poging tot &#8220;Sprong-rectificatie &#8220;van 1959 wordt gesmoord met een tweede sprong die een vrij catastrofaal gevolg zou kennen. Onmiddellijk na Lushan waren de betrekkingen tussen Mao en Deng echter bijzonder goed. Op een uitgebreid politbureau te Shanghai in maart 1960 spreekt Mao over Deng zelfs als zijn plaatsvervanger.<br /> Deng verlaat in de lente van &#8217;61 de rijk gevulde tafelen van Peking om op inspectiebezoek te gaan te gaan in Shunyi. Hij stelt er vast dat de boeren, die niet van de armste zijn, al maanden geen varken gegeten hebben en nog erger dat bepaalde lokale kaders corrupt zijn, zich werkpunten toekennen voor werk dat ze niet deden, graan doen verdwijnen uit de gemeenschapssilo&#8217;s en de collectieve eigendom gebruiken voor eigen gebruik.  In maart &#8217;61 brengt Deng samen met Peng Zhen zijn besluiten over de communes naar voor: ze zijn te snel en te onvoorbereid gestart zonder discussie naar de concrete omstandigheden.</p><p>De economische cijfers waren nog slechter: lichte industrie valt met 10 pct. in 60 en 22 pct. in 61; zware industrie daalt met 47 pct in 61 ; de landbouw in 1960 was maar 75pct van die uit  58 en daalde in 61 nog met 2,4 pct. Volgens Uli zouden tussen 59 en eind 62 19 miljoen Chinezen omgekomen zijn van fysieke overspanning en honger. Wellicht op initiatief van Deng wordt er een ploeg gevormd die een herstelprogramma  uitdoktert: Mao zou de communes voor zich nemen; Bo Yibo de industrie; Li Xiannian de financiën, Peng Zhen het onderwijs en dit onder drie subcomités die geleid worden door Chen Yun, Peng Zhen en Deng Xiaoping. Het is juist dat de besluiten van deze werkgroepen meer de nadruk legden op expertise. Inzake landbouw komt het secretariaat van Deng met voorstellen op de proppen die om de boeren aan te sporen, de collectivistische politiek zwakken. In dit kader haalt Deng Liu Bochengs uitspraak van onder de oorlog over de witte en zwarte kat naar voren tijdens een Conferentie van de Jeugdliga op 7 juli 62 Alle middelen zijn goed voor Deng om de graanoogst te verhogen, ook het privé-initiatief, zoals onder de oorlog alle middelen goed waren om deze te winnen. Mao komt echter die avond terug van een inspectietoer in Hunan. Hij verwittigt onmiddellijk iedereen dat de arme en middelarme boeren tegen het gezinsbeheer  van de landbouw zijn. Mao vraagt de collectieve economie te consolideren en Deng telefoneert naar Hu Yaobang, toen van de Jeugdliga, de kattenpassage uit zijn toespraak te schrappen en een paragraaf er aan toe te voegen die de noodzaak van een collectieve economie beklemtoont.</p><p> </p><p><strong>H<span style="color: #ff0000;">OE HERPAKKEN?</span></strong></p><p> </p><p>Het was de bedoeling van de Centrale Werkconferentie van jan/feb 1962 om een oordeel te vellen over de Sprong en een toekomstbeleid op te stellen. Deng en Liu Shaoqi vragen er dat het geval van Peng Dehai en de rechtsen na Lushan, opnieuw wordt onderzocht. Deng beklemtoont de noodzaak dat de kaders de aansporingen van Mao zouden begrijpen. Liu Shaoqi schrijft  publiekelijk het fiasco van de Sprong voor 70 pct toe aan politieke factoren en voor 30 pct. aan externe factoren zoals het terugtrekken van Sovjethulp en het slechte weer. Chen Yun vertikt het op Mao&#8217;s vraag in te gaan om een stand van de economie te schetsen. Peng Zhens rapport legde in t de schuld van de mislukking ook grotendeels bij het Politbureau. Mao van zijn kant meende dat het ergste voorbij was. Dit was buiten Chen Yun gerekend . Deze maakt nà de Conferentie bekend dat het deficit 2 tot 3 miljard yuan zou bedragen en meent dat een herstelperiode van 3 jaar absoluut noodzakelijk is. Chens tekst wordt goedgekeurd door Liu Shaoqi en Li Xiannian. Liu en Deng trekken er mee naar Mao in Wuhan die het goedkeurt. Ook Zhou Enlai  vindt het een korrect schema voor verdere planning.  Mao wordt enkel gesteund door Lin Piao in de mening dat het ergste voorbij is en dat hogere socialistische idealen kunnen nagestreefd. Zelfs Zhu De pleitte op het 10de plenum in september 62 voor het individuele verantwoordelijkheidssysteem in de landbouw, wat hem op een lijn stelde met Liu, Deng, Zhou en Chen.<br /> Mao die getroubleerd was tijdens de maanden na de Centrale Werkconferentie, doet een aanval op dit systeem, wou nog een campagne van socialistische opvoeding en waarschuwde voor een kapitalistisch herstel. Hij viel ook het ministerie van financiën aan op basis waarvan Chen Yuns rapport geschreven was. .en vroeg de communes te behouden. Het 10de Plenum bereikt een compromis door enerzijds Mao&#8217;s doelstellingen te onderschrijven maar toch vele recepten van de pragmatici. toe te passen. Van dan af gaan Mao&#8217;s en Dengs economische wegen uiteen.In de zomer van 1963 doen Deng en Peng Zhen weer inspectietochten meer bepaald in het Zuidwesten over de problemen van de Socialistische Opvoedingsbeweging. Zij vinden de boerenverenigingen pover georganiseerd en stellen voor dat werkteams vanuit de steden de rectificatie zouden doorvoeren. Doelwit zouden de middelste niveaus van de bureaucratie zijn ipv lokale kaders</p><p> </p><p><strong>K<span style="color: #ff0000;">APABEL</span></strong><em><span style="color: #ff0000;">?</span></em></p><p> </p><p>Waar Mao en Deng wel nog samenwerken is in het afhandelen van de Sino-Sovjetrelaties. Mao had niets dan lof voor Dengs onderhandelingen met de SU en de KPSU. Gedurende de zestiger jaren was Deng het formele hoofd van de groep binnen het Centraal comité -de &#8220;anti-revisionist Writing group&#8221;- die de Chinese replieken op papier zette. Deng leidde in juli 63 nog een kleine delegatie met Peng Zhen naar Moskou. Het mislukken van het terug aanhalen van de Sino-Sovjetrelaties wordt verwelkomd als een overwinning over het revisionisme door de Chinese leiders die in groep Deng gingen verwelkomen. Peng Zhen zou het eerste slachtoffer worden in de jacht van de culturele revolutie op revisionisten. Deng zou volgen.In het begin van de culturele revolutie doet Deng nog mee aan zelfkritieksessies. Mao verweet Liu en Deng dat ze hem in begin van de zestiger jaren behandelden als een overleden voorvader. In oktober 66 zei Mao over zijn secretaris-generaal <em>&#8220;Alhoewel hij hardhorig is, ging Deng gedurende de zittingen ver van mij zitten. Gedurende 6 jaren vanaf 1959 heeft hij geen enkel rapport over zijn werk voorgelegd. Wat de activiteiten van het Centraal Comité betreft, steunde hij volledig op Peng Zhen. Noem je dat een kapabele medewerker</em>&#8221; Toch een eerder povere beschuldiging voor de tweede verantwoordelijke van de kapitalistische weg, temeer dat Mao zelf zich op de achtergrond had geplaatst zowel in staats- als in partijzaken en dat Deng voor partijzaken normaal aan Liu had te rapporteren, als we de Cambridgeschiedschrijving  van China mogen geloven .Ook zijn passie voor kaarten wordt hem door Rode Gardisten kwalijk genomen.Van 69 tot 73 leeft hij in verbanning in de provincie Jiangxi, een bastion van Lin Piao met als goeverneur Cheng Shiqing die tijdens de oorlog de ondergeschikte was van Deng.</p><p> </p><p> </p><p><strong>S<span style="color: #ff0000;">CHAARS BEGAAFD</span></strong></p><p> </p><p>&#8220;<em>Kameraad Deng Xiaoping is begaafd met schaarse talenten. Hij heeft verdiensten op het slagveld verworven en heeft beslist tegenstand geboden aan het sovjetrevisionisme. Bovendien is hij expert in economie en in militaire kwesties&#8221;.</em> Met deze in de mond van Mao zeldzaam lovende woorden tegenover de Bende van Vier wilde Mao Deng in 1976 rehabiliteren . Mao wou daarmee twee vliegen in één klap slaan. Zhou Enlai was zwaar ziek en Wang Hongwen was niet van het kaliber om eerste minister te zijn. Bovendien -en niet minder belangrijk- was Deng de man die in het leger terug orde op zaken kon stellen na de ultragauchistische periode o.l.v. Lin Piao. Tijdens zijn jaar aan de macht waren 3 van Dengs 8 toespraken dan ook gewijd aan militaire zaken. In zijn document over een industriële politiek heeft hij het  vooral over meer orde brengen in de chaos van lage productiviteit en benadrukt hij vooral het belang van de wetenschap. De bende rond Jiang Qing neemt hem vooral kwalijk dat hij in een document over partijopbouw Mao citeert waarin gesteld wordt dat &#8220;<em>Het pure nonsens is dat een bepaalde eenheid onze revolutie goed doorvoert wanneer de productie verwaarloosd wordt. Het standpunt dat wanneer eenmaal de revolutie is gevat (grasped), de productie natuurlijk zal vergroten zonder inspanning, is enkel iets voor zij die in sprookjes geloven&#8221;.</em> De dood van Zhou stelt de opvolgingskwestie in alle scherpte. Mao kiest Hua Guofeng als dienstdoend premier. Dan doet zich het Tienanmenincident voor waarbij het volk kransen komt brengen ter nagedachtenis van Zhou, kransen die door de politie weggenomen worden. Gevreesd wordt dat de eerbetuigingen voor Zhou zouden uitdraaien op een vraag tot Deng aan de top. Daarna beslist Mao dat Hua enerzijds van waarnemend premier tot premier benoemd wordt én eerste ondervoorzitter van de CKP. en dat Deng geschorst wordt. Mao sterft een paar maand later en de bende van vier wordt gearresteerd. Hua zag zich voor een dilemma: enerzijds de linkse partijtraditie voortzetten en anderzijds de broodnodige moderniseringen doorvoeren</p><p> </p><p><strong>W<span style="color: #ff0000;">EER REHABILITATIE</span></strong></p><p> </p><p>Op ideologisch vlak lanceert Hua de 2 whatevers: elke politiek die Mao besliste, moet resoluut verdedigd; elke instructie die hij gaf, moet strikt gehoorzaamd. Deng van zijn kant heeft het over het begrijpen van Mao&#8217;s gedachtengoed als een geheel. Hu Yaobang die de partijschool had overgenomen, lanceert het principe dat de praktijk de enige bron is van waarheid, lees minder Maoistische dogma&#8217;s. In 1977 wil Wang Zhen de terugkeer van Deng ter sprake brengen, maar hij wordt teruggefloten. Er heerst op ideologisch vlak een sterke discussie over de 2 whatevers tegenover Hu Yaobangs principe. Deze laatste houdt zich eveneens speciaal bezig met het rehabiliteren van slachtoffers van de Culturele Revolutie zoals BoYibo, Peng Zheng en Yang Shangkun. Deze van Deng hangt ook in de lucht. Hua Guofeng geeft toe dat het normaal was dat de massa&#8217;s premier Zhou kwamen eren op Tienanmen en dat Deng geen uitstaans had met het incident. Hij zou ten gepasten tijde het werk kunnen hervatten. Daarna schrijft Deng 2 brieven naar Hua waarin hij deze zijn volledige steun toezegt. In juli 77 krijgt hij de functies terug die hij in april 76 verloor. Hua kon het zich permitteren want hij had alle macht in regering, partij en ook bij de militairen. Deng kiest zich een kabinet met Hu Qiaomu aan het hoofd, maar ook met Deng Liqun, Yu Guangyuan en.Hu Sheng. Over Hu Qiaomu had Mao nog beweerd dat hij <em>de meest onbevlekte intellectueel was wiens ziel het meest zuiver was </em>In zijn eerste speech na zijn nieuwe rentree op de politieke scene op 2 juni &#8217;78 steunt Deng Hu Yaobangs slogan om de waarheid te zoeken in de feiten.</p><p>In december 78 gaat de uiterst belangrijke partijconferentie door die oorspronkelijk de bedoeling had om de klassenstrijd als sleutel te combineren met de modernisering van het land. De maand ervoor had zich de Xidan-democratie muurkrantenbeweging voorgedaan. In de muurkranten werd onder meer gepleit voor de rehabilitatie van oude kaders. Deze muurkranten vond Deng volstrekt normaal en democratisch zo zei hij tegen de voorzitter van de Japanse socialisten.  Deze beweging had echter een verregaande invloed  en deed de doelstellingen van de partijconferentie ombuigen. De rehabilitaties die Hu Yaobang als hoofd van het Partijorganisatie Departement had voorbereid, werden op slag aanvaard (behalve die van Liu Shaoqi). De partijconferentie ontheft Mao&#8217;s ideologische waakhond Wang Dongxing, die steeds de 2 whatevers steunde, van zijn functies op ideologisch vlak ten voordele van Hu Yaobang die partijsecretaris wordt en hoofd van de propaganda. Dit was een eerste blauwtje voor Hua Guofeng.</p><div id="attachment_982" class="wp-caption alignright" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-982" title="dengshenzhen4" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/dengshenzhen4-150x150.jpg" alt="Dengs bezoek aan Shenzhen '92" width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Dengs bezoek aan Shenzhen &#39;92</p></div><p align="center"><strong>  </strong></p><p align="center"><strong>  </strong></p><p><strong>R<span style="color: #ff0000;">ECHTS GEVAAR</span></strong></p><p> </p><p>Begin 1979 zou Hu Qiaomu in actie schieten. Hij vindt dat de democratiebeweging het gevaar inhoudt van burgerlijke democratie na te streven Hij vergelijkt de situatie met deze in 1957 toen de 100 bloemenbeweging omsloeg in een anti-rechtsen beweging. Hu probeerde effectief Hua te bewegen tot een dergelijke beweging, maar Hua wijst het af. Op 15 februari gaat weer een theoretische Conferentie door die de thema&#8217;s van democratie en vrije meningsuiting zou uitspitten. Op 17 februari lanceert Deng de oorlog tegen Vietnam . Wei Jingsheng plakt een muurkrant op de Xidanmuur waarbij hij naar aanleiding van de weinig eervolle militaire onderneming, Deng bekritiseert een nieuwe despoot te worden. Deng is furieus want aangetast in zijn militaire eer. Na de oorlog op 16 maart 79 concentreert Deng zich op binnenlandse thema&#8217;s.</p><p>Hu Qiaomu en Deng Liqun wenden zich nu niet meer tot Hua maar tot Deng om te vragen een anti-rechtse beweging te lanceren. Daarop steekt Deng zijn speech af over het hooghouden van de 4 hoofdprincipes, speech die door Hu Qiaomu werd geschreven.. Hij die 2 maand voordien de muur van de democratie had geprezen, zegt nu dat de protesterenden &#8220;hooligans zijn die tegen de dictatuur van het proletariaat zijn&#8221;. Hua Guofeng is nergens. In april 79 zijn de aanhangers van de 2 whatevers weer in de aanval en zij beschuldigen de Conferentie van december te rechts te zijn. Hua van zijn kant bezoekt militairen in het noordoosten, waar hij hartelijk verwelkomd wordt. Daarop lanceert Deng een campagne bij de militairen om het debat over het criterium van de waarheid te herzien.<br /> Op 1 april lanceert Hu Qiaomu zijn eerste aanval op het Propagandadepartement van Hu Yaobang en Ruan Ming. Deng van zijn kant heeft een gesprek met oud medestrijder Li Weihan die hem vraagt minder het bekritiseren van de burgerlijke ideeën te benadrukken en daarentegen meer de restanten van het &#8220;feodalisme&#8221; te bestrijden. Dit was het ideologische debat gedurende de zomer van 1980. Ruan Ming wil een artikel publiceren over de eliminatie van feodale invloeden, maar Deng Liqun en Hu Qiaomu schuiven het terzijde terwijl Hu Yaobang het steunt. Gedurende die tijd berijdt de Poolse Solidariteit de tongen en Deng zwijgt twee maanden.</p><p> </p><p><strong>Z<span style="color: #ff0000;">IGZAG</span></strong></p><p align="center"><strong>  </strong></p><p> Op 18 mei steekt hij dan zijn toespraak af over de Hervorming van het Partijsysteem en het Staatsleiderschap enerzijds en staat hij een belangrijk interview toe aan Oriana Fallaci. Deng heeft het over <em>bureaucratie, overconcentratie van macht, patriarchale methoden, levenslange duren van bepaalde posten en privileges van allerlei aard. Het doel van de politieke hervormingen is dat het volk echt door allerhande vormen vooral aan de basis de staatszaken kan beslissen zodat een hogere vorm van democratie kan bereikt dan in de kapitalistische landen.</em> Ook verwerpt hij het systeem waarbij leiders hun eigen opvolgers kiezen, wat hij als feodalistisch bestempelt.<br />  In september beslist het Centraal Comité onder leiding van Hu Yaobang om flexibele politieke maatregelen af te kondigen voor Guangdong en Fujian. Wat de weerslag van de Poolse crisis betreft, betrouwden Deng en Hu Yaobang er opdat dergelijke gebeurtenissen zich niet zouden voordoen in China. Hu Qiaomu schrijft naar Hu Yaobang dat dit wel in China kan exploderen. Chen Yun is het eens dat, indien niet voldoende aandacht wordt besteed aan economie en propaganda, dezelfde gebeurtenissen zich kunnen voordoen als in Polen.</p><p>Drie feiten doen zich voor op de Chinese politieke scene.  Eerstens wordt Hua vervangen door Hu Yaobang als partijleider en door Deng als voorzitter van de Militaire Commissie. Ten tweede beginnen de processen tegen de Bende van vier en ten derde wordt een politiek bilan opgemaakt van de Mao periode (in eerste instantie geschreven door  Deng Liqun.) De 3 gebeurtenissen markeren de overgang van het Hua- naar het Deng-tijdperk. Deng Liqun van zijn kant schaart zich helemaal aan de zijde van Chen Yun. Deze van zijn kant gaat een alliantie aan met Zhao Ziyang en Li Xiannian vooraleer de Centrale Werkconferentie begint van december 1980. Chen heeft het voor het eerst over de strijd tegen het burgerlijk liberalisme. Op economisch vlak komt een periode van <em>readjustment</em> uit de bus . Ook Zhao vraagt een centralisatie van de macht.  Noch Hua Guofeng noch Hu Yaobang zeggen iets. Deng gaat volledig akkoord met Chen en Zhao tot en met het bekritiseren van decadent burgerlijke ideeën , het geld eerst  en het ultraindividualisme. Hij pleit eveneens voor een reglementering van betogingen en voor regels tot bemiddeling bij stakingen. In twee van zijn toespraken begin 1981 zegt hij dat de anti-rechtse campagne van 1957 volstrekt noodzakelijk waren en dat nu bepaalde personen dezelfde look vertonen als toen. Deng Liqun krijgt er de post van directeur van het propagandadepartement bij.<br /> De strategie van de groep rond Chen Yun was er volgens Ruan Ming één in 3 fasen: eerst zich verbinden met Deng om Hua te onttronen; ten tweede zich verbinden met Zhao Ziyang om Hu Yaobang te vernietigen  en ten derde zich verbinden met Deng Xiaoping om Zhao eruit te lichten.  Dit alles om later Deng zelf te isoleren. De eerste fase was dus achter de rug. Gedurende anderhalf jaar van juni 81 tot het 12 Congres lanceerde de Chen Yun-groep verschillende campagnes tegen het bourgeois-liberalisme. Door toedoen van Chen Yun stelt Deng Xiaoping Wang Zhen aan als voorzitter van de partijschool en Ruan Ming, pion van Hu Yaobang., wordt ontslagen uit zijn opdracht aan de school en tevens uit de partij.  Deng Liqun trekt de macht naar zich toe bij de Propaganda, andere departementen volgen voor de Chengroep zoals het Organisatiedepartement en de Discipline Inspectiekommissie. Op het 12 Congres verliest Hu Yaobang volgens de nieuwe partijwet de titel van voorzitter maar behoudt de secretaris-generaal-functie.</p><p> </p><p><strong>W<span style="color: #ff0000;">EER HERVORMEN</span></strong></p><p> </p><p>In de tweede helft van 83 willen Deng Liqun en Hu Qiaomu dat Deng een campagne lanceert tegen de geestesvervuiling, Deng ziet het niet zitten en verwijderd Deng Liqun als hoofd van het Propaganda-departement. Toen de Voice of Amerika dit nieuws bekend, maakte was er in dit kamp euforie, waarna Deng Xiaoping de verwijdering opschortte. De economie ging er tezelfdertijd nogal op vooruit. Deng Xiaoping vertrekt op inspectietoer naar Shenzhen  en Xiamen Deze speciale zones  waren er volgens Ruan Ming gekomen op verzoek van Hu Yaobang. Deng ondersteunde Hu Yaobang niet tijdens de zomer van 81 toen deze verder wilde pushen tot hervorming in deze zones. In  december 81 zegt Chen Yun dat er naast de 5 bestaande speciale zones geen nieuwe  zouden bijkomen. Hu Yaobang doet in januari 82 een nieuwe poging, maar Chen Yun vetoot nieuwe maatregelen. Deng gaat er dus naar op bezoek en bij zijn terugkeer houdt hij er een toespraak over. Resultaat is dat er 14 nieuwe open steden komen. Chen Yun blijft afwezig op het Politbureau dat dit beslist.</p><p>Dengs zigzaggen tussen orthodoxie en hervormingen slaat in 1984 om in het voordeel van de hervormingen  en op 20 oktober wordt een samenhangend plan over de economische hervormingen aangenomen. Hierin staat het concept van de geplande wareneconomie centraal. Terzelfdertijd bereikten de economische indicatoren een hoogtepunt in 1984.  Begin 85 werd beslist dat de staat niet langer quota&#8217;s aan de boeren zou opleggen. Dit systeem zou vervangen worden door een contractueel systeem. Tijdens de eerste helft van 1985 zijn er allerhande bijeenkomsten voor verdere economische hervormingen. In de tweede helft van het jaar is Chen Yun in de aanval en stigmatiseert via zijn Disciplinekommissie de provincies Hainan en Fujian . Op een partijconferentie in september benadrukt hij de &#8220;socialistische economische wetten gebaseerd op plannen en goederenevenwichten&#8221;.<br />  Deng van zijn kant geeft van juni tot midden september 1986 4 toespraken over politieke hervormingen. Hij vindt dat <em>het democratisch leven aan de basis nieuw leven moet ingeblazen tegen de bureaucratie  Het kan niet zijn dat er enkel economische hervormingen zijn zonder politieke. Dit is echter zo&#8217;n complexe zaak waar zo veel belangen mee gemoeid zijn dat hij zegt nog niet te weten waarmee te beginnen. Er moet een blauwdruk komen tegen het volgend partijcongres maar wat hem betreft moeten partij en staat duidelijk gescheiden worden enerzijds zonder te vervallen in liberalisme anderzijds.  </em>Hij wendt zich tot Zhao Ziyang om zijn ideeën over politieke hervormingen in de praktijk uit te werken.</p><p> </p><p> </p><p><strong>E<span style="color: #ff0000;">XIT HU YAOBANG</span></strong></p><p align="center"><strong>  </strong></p><p> Hu Yaobang is bezig van zijn kant met het uitwerken van zijn principes over de opbouw van een Socialistische Geestesbeschaving. Zijn ontwerp die de strijd tegen het burgerlijke liberalisme laat vallen ,stuit op de tegenstand van de Chen Yun-fraktie. Daarop is er een fel intern partijgetouwtrek waarop Deng Xiaoping fel uitvaart tegen het liberalisme &#8220;<em>Wat is liberalisme? Het stuurt onze politiek de kapitalistische weg op en de vertegenwoordigers van deze ideologische trend stuwen ons voorwaarts naar de kapitalistische weg. Liberalisme is op zich burgerlijk en er is niet zo iets als proletarisch of socialistisch liberalisme.(..)daarom namen we de stelling aan van strijd tegen het burgerlijk liberalisme(..)Het schijnt dat antiliberalisme moet benadrukt heden ten dage en voor de komende 10 of 20 jaar  </em>In september 86 vormt zich Deng een anti Hu Yaobang-alliantie die explodeert op 30/12/86. Zhao Ziyang vertelt Deng Xiaoping mee dat Liu Binyan een herdenkingsbijeenkomst zou bijeenroepen voor de slachtoffers van de anti-rechtsencampagne uit 1957 die Deng zelf leidde. Deng, furieus, wil dat Liu Binyan uit de partij wordt gesloten. Wang Zhen steekt een donderspeech af in de partijschool en de studenten slaan aan het protesteren.  Op 2 januari 87 biedt Hu Yaobang zijn ontslag aan als partijleider. Zhao zou hem opvolgen.</p><p>Op 28 januari, de vooravond van het Chinese nieuwjaar, legt Zhao voor 200 kaders het proces van de afzetting van Hu Yaobang  uit. <em>Reeds van in 1984 werd er aan gedacht hem te wippen. Nu met de studentenonrust kan Hu zelf zien welke fouten hij gemaakt heeft, vermits hij niet in staat is deze te vermijden. Vooral zijn schuchterheid tegen het liberalisme wordt hem kwalijk genomen.</em> &#8216;s Anderendaags op een nieuwjaarsreceptie prijst hij Deng de hemel in . De twee speechen zouden de basis worden van zijn verstandhouding met Deng. Zhao resumeert de Deng Xiaoping-hervormingen sedert 1978 in twee basispunten. <em>Enerzijds de 4 hoofdprincipes is een deel en het ander is de politiek van hervormingen, open-deur en heropleven van de economie. De twee zijn gelieerd en hangen af van elkaar</em>. Zhao zou eerst in conflict raken met Deng Liqun over het voeren van de strijd tegen het burgerlijk liberalisme. Deng Liqun had een klad gemaakt dat door Zhao niet werd op prijs gesteld en door hem doorgegeven aan zijn assistent Bao Tong. Deze levert een tekst af die diametraal ingaat tegen deze van Deng Liqun, maar Zhao legt deze tekst aan Deng Xiaoping voor, die hem goedkeurt. Deng Liqun staat machteloos. want Zhao gebruikt systematisch deze methode van eerst naar Deng Xiaoping te lopen i.p.v.; de voorstellen aan het secretariaat voor te leggen.  Deng Liqun stelt lijsten op van te liberaal geachte intellectuelen waarvan er enkelen uitgestoten worden. Tot ieders grote verbazing wordt Deng Liqun door een verandering in het kiessysteem, niet herkozen in het Centraal Comité. Dit was hét feit van het 13 Congres. Enkele ouderen waaronder Wang Zhen en Bo Yibo, verzamelen na het congres om dit voorval dat ze als een schande bestempelen, te bespreken. Zhao wordt verantwoordelijk gesteld voor de eliminatie van Deng Liqun. Zhao van zijn kant wou geen partijvoorzitter worden zonder macht zoals Hu en stelde voor dat zijn mannetje Tian Jiyun eerste minister zou worden. Deng van zijn kant wou Wan Li tot premier. Als compromisfiguur komt Li Peng uit de bus. Deze schaart zich vlug langs de kant van de Chen Yun groep en meer bepaald van Yao Yilin.</p><p> </p><p><strong>E<span style="color: #ff0000;">XIT ZHAO</span></strong></p><p> </p><p>Zhao begon te voelen dat zijn macht niet vergroot, maar verminderd was. De economische macht was naar Li Peng gegaan, terwijl de macht over het personeel berustte bij de oudere mannen terwijl Deng Liqun nog de ideologie bleef bepalen.  Zhao probeert Deng Xiaoping de theorie van het nieuw autoritarisme aan te kaarten. Deng ziet echter niet veel in deze theorie van de sterke staat. Meer op het concrete vlak wil Deng de doorvoering van de prijshervorming volgens het schema van Wu Jinglian. Zhao praat met Wu maar deze stelt dat hij deze hervorming niet zou durven voor te stellen in dit jaar waar de inflatie de pan uitswingt. Zhao durft niet meer achteruit en geeft economisten de opdracht tot het uitwerken van diverse scenario&#8217;s gaande van een snelle weg voor de prijshervorming  tot een uitsmering over een periode van 8 jaar. Dit lekte naar het publiek dat rushte op de goederen waarvan gevreesd werd dat ze flink duurder zouden worden. Yao Yilin en Li Peng gebruiken de paniek en hoge inflatie om tot een soberheidsbeleid over te gaan dat hen niet populair zou maken. Zhao staat buiten spel en zijn adjudanten gaan nog meer pleiten voor het &#8220;nieuw autoritarisme&#8221;. Zijn adviseur Xu Guoguang gaf zodra hij in Californië aankwam, een interview weg waarin hij stelde dat, waarop het nu in China aankwam, was zoveel mogelijk macht te concentreren in de handen van Zhao. Koren op de molen van de ouderen rond Deng Liqun die zich verbinden met Li Peng.. Dit bondgenootschap van de ouderen zou vrij doorslaggevend zijn in geheel de affaire rond Tienanmen. Het zijn de ouderen die Deng hebben overgehaald Zhao te laten vallen . Toen Zhao op 16 mei voorstelde toe te geven aan de studenten zei Deng ferm &#8220;We kunnen niet terug. De ene toegeving zou op de andere volgen&#8221;</p><p> </p><p style="text-align: left;"><strong>J<span style="color: #ff0000;">IANGPERIODE</span></strong></p><p style="text-align: left;"><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>De nieuwe partijvoorzitter Jiang Zemin is er naar verluidt gekomen op voorstel van Li Xiannian. Deng zegt in een toespraak onmiddellijk na Tienanmen op 9 juni dat &#8220;<em>er niets mis is met het basisconcept van openheid en hervormingen. Noch is er iets fout met de 4 basisprincipes. Als er iets mis is ermee is dat ze niet grondig genoeg zijn doorgevoerd. Ze zijn niet gebruikt om het volk, de studenten en de kaders en partijleden op te voerden</em>&#8220;. Er wordt een herwerkt austeriteitsprogramma aangenomen die voorziet 3 jaar te zullen duren. Op het plenum van november trekt Deng zich terug uit al zijn functies. Na de collaps van de Sovjetunie wordt er verschillend gereageerd. Deng Liqun wil de campagne tegen de burgerlijke liberalisering aanwakkeren en ook Gao Di noemt het vergeten van de klassenstrijd Gorbatchevs grootste fout. De zoon van Chen Yun pleit voor een terugkeer naar een zorgvuldig geleide economische hervorming. Het soberheidsprogramma van 89 kon de vraag wel afkoelen, maar niet de productiviteit verbeteren en er waren tekenen van recessie. Begin 90 was er helemaal geen industriële groei. Ook de val van het steeds orthodox geacht Roemenië, zorgt voor het nodige wenkbrauengefrons. Van officiële zijde wordt gepoogd om de soberheidsmaatregelen losser te maken.  Li Peng bezoekt de Speciale Zone Shenzhen. Deng van zijn kant gelooft na de val van Oost-Europa dat enkel stabiliteit in China kan verzekerd worden door een evenwicht tussen hervormingen en orthodoxie.</p><p> Op 1 september 91 is er een een aanval in het Volksdagblad  op het programma van economische hervormingen door een Chen Yun aanhanger. Deng die de partijleider en de president bij zich roept, waarschuwt voor gauchisme, een thema dat in 92 op de voorgrond zou komen.  Eind december vond Deng dat de austeriteit lang genoeg had geduurd (de 3 voorziene jaren waren om) en hij maakt een tocht naar het Zuiden waar hij zijn ideologisch testament uitspreekt. Zijn trip wordt door de media in Peking geboycot evenals door Li Xiannian die Dengs Document nr 2 niet doorspeelt naar het parlement . In het document noemt Deng het voortzetten van de economische hervormingen vitaal voor de legitimiteit van de partij. Anders zou ze de steun van het volk verliezen. Zij die tegen de hervormingen zijn vormen het hoofdgevaar, dat dus nu van links komt aldus Deng. Li Peng neemt in zijn regeringsspeech een reeks van Dengs hervormingsideeën over, maar laat de zin vallen dat links het hoofdgevaar is. Dit wordt door het parlement veranderd samen met niet minder van 150 amendementen. In mei volgt nog Dengs eveneens symbolisch (maar door Westerse pers doodgezwegen) bezoek aan de Hoofdstedelijke Staalfabriek die model staat inzake hervorming van een staatsbedrijf  Daarop volgt dan nog het Centraal Document 4 die de opendeurpolitiek uitbreidt tot zowat geheel China.</p><p>Tijdens het 14 Congres zou zowel inzake de benoemingen als in het verslag, een evenwicht gezocht tussen orthodoxie en hervormingen. Vlak voor het Congres wordt het oordeel over Zhao Ziyang, dat hij de partij verdeeld heeft tijdens zijn optreden in de Tienanmengebeurtenissen, bevestigd. Ook nog in de aanloop van het Congres houdt Deng flink kuis in het leger om te verhinderen dat na zijn dood de broer van president Yang Shangkun de sterke man zou worden. Tijdens het Congres krijgen de zonen en dochters van partijkopstukken, in tegenstelling tot wat verwacht, geen promotie. Het Congresrapport heeft volgens de Hongkongse Chinaspecialist Wo Lap-lam een puur formeel statement van strijd tegen gauchisme, beweging die tegen eind 92 uitsterft. Na het Congres vieren de personen rond Deng Liqun dat ze zonder kleerscheuren door Dengs anti-linkse campagne gekomen zijn enerzijds en dat ze er in geslaagd zijn de promotie van Tian Jiyun en Li Ruihuan te verhinderen anderzijds evenals hun mannetje op de Propaganda te houden. Parallel hiernaast wordt de technocraat  Zhu Rongji gepromoveerd. Hij krijgt de taak van de macrocontrole op te zetten, en in tegenstelling tot Zhao die opkeek naar het Westen, inspireert hij zich voor zijn &#8220;Economic en Trade Office&#8221; op het model van de Japanse MITI. Hij verbiedt nieuwe beurzen buiten de 2 reeds bestaande en legt strenge beperkingen op aan bedrijven die het wel mogen. De regio&#8217;s komen ook meer aan hun trekken in hun vertegenwoordiging op het 14 Congres en tenslotte krijgt Hua Guofeng het meest stemmen. In tegenstelling tot wat de Westerse pers voorspelde, behoudt Li Peng zijn premierschap voor 5 jaar in maart 93. Li Peng verklaarde ook dat het de Plancommissie zou zijn die het 8ste vijfjarenplan zou herberekenen in functie van de hogere groei die Deng wilde. Jiang Zemin krijgt er van zijn kant in maart 93 het presidentschap bij en bouwt een zgn. Shanghai-fraktie op met o.m. Zhu Rongji, Wu Bangguo&#8230;Anderzijds maakt Zhu Rongji zich niet populair met zijn toedraaien van de geldkraan voor de regio&#8217;s ter bestrijding van de inflatie. Als Deng overlijd, lijkt de opvolging met het door hem gewenste evenwicht verzekerd voor een tijdje.Op theoretisch vlak tenslotte werd eind 93 een plenum gehouden die enerzijds een blauwdruk uittekende voor verdere hervormingen en anderzijds een afspraak maakte tussen provincies en centraal om het gedeelte belastingen voor de centrale regering te verhogen.</p><p>Wanneer Deng Marx en Mao gaat vervoegen zal hij een voor een natie van meer als een miljard inwoners indrukwekkend bilan kunnen voorleggen.: de industriële groei nam de afgelopen 15 jaar met 9,3 pct. jaarlijks toe, terwijl de waarde van de landbouwproductie steeg met 6,1 pct. gemiddeld (tegen 2,6 pct. van 53 tot 78) . Het levensniveau -aan het gemiddelde besteding gemeten- ging er jaarlijks met 7 pct. op vooruit (na prijsverrekening), terwijl dit voor de hervormingen maar 2,2 pct. bedroeg. Reeds in 1996 werden de doelstellingen gehaald van een verviervoudiging van het BNP van &#8217;78. Tegen het jaar 2000 zal de bevolking een relatieve welstand van de bevolking kennen en de armoede zal ongeveer uitgeschakeld zijn. Geen kip zal nog naast deze verbetering van de mensenrechten voor 1,2 miljard eenheden kunnen kijken. Alhoewel nu  reeds 90 pct. van goederen en materialen via de markt verhandeld worden is het duidelijk dat de verhoging van de welstand niet verworven werd door het kapitalisme, zoals wel wordt beweerd. Bij de industriële productie neemt de staatssector 48 pct. voor haar rekening en de collectieve sector 38 pct. In de handel neemt de staatshandel 41 pct. van de verkoop op zich en de collectieve handel 27 pct. In beide sectoren is gemeenschapseigendom dus dominant.</p><p><strong>Bibliografie</strong></p><p> </p><p>David Goodman, <em>Deng Xiaoping and the Chinese Revolution</em>, 1994<br /> Uli Franz, <em>Deng Xiaoping</em>,1987<br /> R. Macfarquhar, <em>The Politics of China</em>,<em> 1949-89,</em>1993<br /> Ruan Ming <em>Deng Xiaoping:Chronicle of an Empire</em>&#8221; ,1992<br /> China Briefing, 91//92//94<br /> China Review 1993</p><p><em>15 ans de réforme économique en Chine (1978-93), </em>Beijing Information<em> ,</em>1994</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/deng-toonde-china-weg-naar-ontwikkeling/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Chen Yun: zijn 3 evenwichten, zijn vogelkooi</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/chen-yun-zijn-3-evenwichten-zijn-vogelkooi/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/chen-yun-zijn-3-evenwichten-zijn-vogelkooi/#comments</comments> <pubDate>Thu, 09 Apr 2009 16:39:42 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[bio]]></category> <category><![CDATA[Chen Yun]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=424</guid> <description><![CDATA[  Chen Yun  een van de &#8220;onsterfelijken&#8221; van de Chinese revolutie is overleden. Vele tientallen jaren heeft hij mee vanuit de eerste loge het beleid in China mee bepaald. Hoewel er overeenstemming zal zijn dat hij de belangrijkste econoom was onder de Chinese leiders, is er minder overeenstemming over zijn betekenis. Volgens de enen de [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div><p> </p><div class="mceTemp"><div class="mceTemp"><div id="attachment_759" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-759" title="chenyunmao3" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/chenyunmao3-300x199.jpg" alt="Chen Yun bij Mao" width="300" height="199" /><p class="wp-caption-text">Chen Yun bij Mao</p></div></div></div><p><strong>C<span style="color: #ff0000;">hen Yun  een van de &#8220;onsterfelijken&#8221; van de Chinese revolutie is overleden. Vele tientallen jaren heeft hij mee vanuit de eerste loge het beleid in China mee bepaald. Hoewel er overeenstemming zal zijn dat hij de belangrijkste econoom was onder de Chinese leiders, is er minder overeenstemming over zijn betekenis. Volgens de enen de eerste &#8216;marketeer&#8217; bij de verantwoordelijken van de Volksrepubliek, volgens de anderen de laatste Stalinist. Feit is dat zijn invloed het grootst was bij de stichting van de Volksrepubliek tot in 1957 enerzijds en bij het begin van de hervormingen van &#8217;78 tot &#8217;85, hoewel hij ook erna steeds werd gekonsulteerd bij de belangrijke beslissingen. Hij zal vooral bijblijven wegens zijn pogingen om een marktpolitiek te laten gedijen binnen een socialistisch systeem. </span></strong></p><p><em><span style="color: #ff0000;"> </span></em></p><p><span style="color: #ff0000;">C</span>hen Yun werd in 1905 geboren in Qingpu, een dorpje van Jiangsu dat nu onder de jurisdictie valt van Shanghai. Hij verloor beide ouders -arme boeren-gedurende zijn jeugd en werd opgevoed door een oom. Hij gaat werken in een drukkerij te Shanghai en wordt in 1925 lid van de Kommunistische Partij, waar hij deelneemt aan de onderdrukte opstand. In de jaren dertig werkt hij in de Sovjetgebieden, verricht ondergronds werk in Shanghai, wordt naar Moskou gestuurd als afgevaardigde bij de Komintern waarna hij naar Yenan terugkeert. Tot aan de bevrijding staat hij aan de top van financieel-ekonomische verantwoordelijkheden. Tijdens de eerste dagen van de Volksrepubliek was hij vice-premier en hoofd van de Financieel-Ekonomische Kommissie van de regering.  Van oktober &#8217;49 tot april &#8217;50 diende hij even als minister van zware industrie. Gedurende de eerste negen maanden besteedde hij het meeste van zijn aandacht aan de het bedwingen van de hyperinflatie.  Het was in feite hij die de ekonomie leidde van 1949 en 1952, gesteund door Zhou Enlai.  Naast de strijd tegen de hyperinflatie hield hij zich bezig met vergaderingen over thee, spijsolie, douane, taksen, waterbeheersing, kolen, wegen, spoorwegen, graan, ijzer en staal, post, non-ferro, energie maar het belangrijkst vond hij de financiën. Tegen april &#8217;50 was zijn strijd tegen de inflatie met succes afgerond, zodat hij kon focussen op het reorganiseren van industrie en handel. Zijn tweede belangrijke taak was de produktie herstellen door privehandel en industrie te kontroleren terwijl ze ze terzelfdertijd ook gebruikt en gestimuleerd worden. Om de kapitalistische produktie en handel langzaam binnen het bereik van de planning te brengen is Chen voorstander van het kontraktsysteem tussen staat en handelaars, waarbij laatstgenoemden een bepaalde winst gegarandeerd wordt. Ook dit leek te werken, waarna de industrie aan de beurt is. Hij waarschuwt daarbij voor een te sterke extractie uit de landbouw om de industrialisatie te betalen en stelt dat bij het bekostigen van sleutelprojekten eerst de energie moet aan bod komen en later de infrastruktuur. Dit is nooit goed begrepen, want tot heden zit China met een energieprobleem. Volgens Rode Gardisten zou Chen Yun weinig gevoeld hebben voor het meedoen van China in de Koreaanse oorlog, omdat dit de ekonomische heropleving erg moeilijk zou maken.</p><p> </p><p><strong>V<span style="color: #ff0000;">ijfjarenplan</span></strong></p><p> </p><p>Chen Yun steunde de 3 Anti-kampagne, maar had meer reserves over de 5 Anti-kampagne die de priveondernemingen viseerde.  Door zware boetes en kampagnes tegen de prive, ging het staatsaandeel in handel en industrie er op vooruit zodat sommigen zich gingen afvragen of de prive nog wel zin had. Chen Yun vond dat het staatspercentage van 25 pct in de handel konstant mocht blijven, de priveindustrie mocht winstpercentages kennen van 10 tot 30 pct en hij vond dat kontroleurs die 80 pct van de door de prive geproduceerde goederen niet volgens de standaard vonden, overdreven. Het is duidelijk dat Chen Yun met zijn speech waarin &#8220;economie op de kommandopost&#8221; leek te staan, in aanvaring kon raken met de kampagnes waarin de &#8220;politiek op de kommandopost&#8221; kwam.  Feit is dat gedurende de herfst van 1952 de Staatsplanningskommissie werd opgericht die Chens invloed zou verminderen. Dit zou er niet op verbeteren toen Chen Yuns ondergeschikte een gelijke taks voorstelt voor staats- en privebedrijven. Mao bekritiseert dit plan als &#8220;weerspiegeling van burgerlijke ideeën&#8221; en Bo wordt als minister vervangen door Deng Xiaoping. Terzelfdertijd werkt Chen samen met Li Fuchun aan het eerste vijfjarenplan dat in nauwe samenwerking wordt opgesteld met Sovjetexperts. Fabrieken van Sovjetmakelij zouden instaan voor meer dan 25 pct van de industriële produktie.  De ratio van investering tussen lichte en zware industrie was 1 tegen 7,3. Landbouw kreeg nog geen 10 pct van de fondsen. Inzake landbouw pleit Chen voor de vorming van koöperaties maar tegen geen te hoge snelheid. Tegen 1957 zou volgens Chen Yun een derde van de landbouwgezinnen deel moeten uitmaken van coöps.</p><p>Ondertussen werd hij benoemd tot vice-premier. In de periode van &#8217;54 tot &#8217;56 wilde hij dat de planning uitgebreid wordt tot alle terreinen van de ekonomie, ook de privesektor. Hij werkte een tweejarenplan uit voor de socialistische transformatie van de priveondernemingen, dat door Mao werd goedgekeurd. De burgemeester van Peking Peng Zhen presteert het echter om de transformatie in zijn stad uit te voeren op 12 dagen tijd. Chen waarschuwt echter dat dit een lang en gekompliceerd proces zal zijn.  In het restaurant waar hij zijn geliefkoosd geroosterd schaap ging eten, is de kwaliteit van het voedsel na de transformatie niet meer die van vroeger. Van dan af stapt hij af van het principe &#8220;hoe meer planning hoe beter&#8221; en gaat hij de rol van de markt erkennen.</p><p> </p><p><strong>A<span style="color: #ff0000;">chtste Kongres</span></strong></p><p><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>Het achtste partijkongres (eerste zitting:sept &#8217;56) was de plaats om een juiste stand van zaken op te maken. In zijn toespraak tot het Kongres gaf hij zijn meest bekende werk ten beste en misschien een van de twee belangrijkste in zijn carriere. Ook wordt de tekst gezien als een van de 3 die braken met  het Sovjetmodel. De 2 andere zijn de toespraak van Zhou Enlai over de intellektuelen en Mao&#8217;s 10 grote verhoudingen. In de 5 punten van zijn speech wordt voornamelijk gefocust op de nieuw gesocialiseerde privehandel- en nijverheid. Vooreerst argumenteert hij dat de fabrieken zouden moeten toegelaten worden zelf de grondstoffen te kopen enerzijds en hun produkten te verkopen anderzijds i.p.v. dat handelsdepartementen dit voorschrijven. Tweedens haalt hij uit tegen een blind amalgaam in industrie, handel en artisanaat. Ten derde pleitte hij voor kompetitie en konkurrentie die een monopolievorming in de staatssektor zouden tegengaan. Ten vierde was hij er voorstander van dat bepaalde prijzen konden variëren volgens de markt. Tenslotte vond hij dat alhoewel de planning de hoofdmoot in de produktie uitmaakt, dit moet aangevuld met de marktsoepelheid.</p><p>Dit was een nogal sterke wending met de Sovjet-methoden die tot dantoe werden gehanteerd. Vandanaf gaan de wegen van Chen en deze van Li Fuchun uiteen. Li Fuchun blijft het Sovjetmodel van planning met hoge akkumulatievoeten ten voordele van de zware industrie volgen. In Chen Yuns toespraken was er wel weinig plaats voor de massabewegingen die Mao zo geliefd waren en Mao gispt hem op een bepaald ogenblik wegens zijn &#8216;boekhoudersmentaliteit&#8217;, waarop Chen Mao lik op stuk geeft met zijn repliek &#8216;Het is even verkeerd enkel de cijfers te zien zonder de politieke principes, als het verkeerd is alleen oog te hebben voor de grote principes, zonder te zien welke middelen er zijn om deze principes te verwezenlijken.&#8221; In mei &#8217;56 wordt weer een nieuwe Staats Ekonomische Kommissie opgericht onder leiding van Bo Yibo die de jaarlijkse plannen zou opstellen. Bo Yibo was ook een planner die vooral middelen wou voor de zware industrie.</p><p> </p><p><strong>E<span style="color: #ff0000;">venwichten</span></strong></p><p><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>Op een konferentie in juli 1957 stelt Chen dat te veel aandacht gaat naar het maken van fabrieken en machines terwijl de dagelijkse noden van de arbeiders verwaarloosd worden. Dit benadrukken dat de behoeften van levensonderhoud even belangrijk zijn als deze van de industriële opbouw blijkt uit de meeste van zijn toespraken in &#8217;56 -&#8217;57. In januari &#8217;57 lanceert hij zijn fameuze theorie van de 3 balansen waarbij zowel inzake begroting, bankleningen en goederen er een evenwicht moet zijn. Dit kan gegarandeerd via 5 methoden. Vooreerst moeten financiële ontvangsten en uitgaven in evenwicht zijn evenals bankleningen en terugbealingen, liefst met een klein overschot voor de inkomsten en de terugbetalingen. Tweedens is bij de goederenstroom het verzekeren van het minimum voor levensonderhoud prioritair, gevolgd door de produktienoden en tenslotte de kapitaalopbouw. Ten derde moet het aanbod van konsumptiegoederen korresponderen met de sociale koopkracht. Ten vierde kunnen plannen wanneer het evenwicht niet kan bereikt op een jaar, overvloeien naar het volgende. Tenslotte zou de landbouw maar traag groeien, gezien het meeste geld gaat naar het bekostigen van de nieuwe industrie.  Hij was ondertussen vice-voorzitter van de Kommunistische Partij en terwijl de andere Chinese leiders na Kroetsjevs destalinisatiespeech en na de gebeurtenissen in Polen en Hongarije, zich toeleggen op de politiek heeft Chen Yun de handen vrij in de economie. In november &#8217;56 werd hij tot minister van handel en als Zhou Enlai het land verlaat, is Chen waarnemend premier. In tegenstelling tot Deng was Chen Yun een voorstander van Mao&#8217;s Honderd bloemen kampagne.  Dit verklaart misschien waarom Mao in de strijd tussen de planners volgens het Sovjetmodel enerzijds en Chen Yuns &#8216;financiële koalitie&#8217;, van oktober &#8217;56 tot februari &#8217;57 de zijde van de laatste kiest.</p><p> </p><p><strong>T<span style="color: #ff0000;">weestrijd</span></strong></p><p><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>Tot de eerste groep behoorden Li Fuchun, Bo Yibo en de topministers van de zware industrie. Tot de financiele koalitie hoorden naast Chen Yun de ministers van financiën, landbouw, lichte industrie, textiel en handel met o.m. Li Xiannian en Yao Yilin. Deze ministeries waren het die het graan van dee boeren kollekteerden en met deze inkomsten en taksen een begroting moesten maken die zo weinig de landbouw en lichte industrie bevoordeligde. Van de afwezigheid van Zhou Enlai maakt Chen Yun gebruik om de volgens hem te hoge objektieven van het plan voor 1957 en het tweede vijfjarenplan, te drukken. Vanzelfsprekend zinnen de planners reeds op een methode om toch hun slag thuis te halen. In de periode van maart &#8217;57 tot juni &#8217;57, periode waarin Mao een rektifikatiebeweging op gang wil krijgen maar tegenwind krijgt van binnen de partij, kruisen ze het land door en keren terug met een gerenoveerde strategie. Ze pleitten voor het opzetten van middelgrote en kleine lokale fabrieken in de mijnbouw en metallurgie. Mao&#8217;s impliciete kritiek (In zijn &#8220;Behandeling van de tegenstellingen onder het volk&#8221;) dat de planners te weinig oog hebben voor de landbouw, pareren ze met de nadruk te leggen op de kunstmeststofsektor. Bo Yibo voegt er aan toe dat er een grotere landbouwproduktie kan bereikt door massamobilisatie, wat Mao als muziek in de oren klinkt. Hun vernieuwde aanpak legt de klemtoon op selfreliance, kleinschaligheid en massamobilisatie wat Mao goed lijkt uit tekomen in zijn zoektocht naar nieuwe methoden. In september &#8217;57 schaart hij zich langs de zijde van de planners. Deng Xiaoping van zijn kant doet een uitval tegen de opening van vrije markten op het platteland en de trend tot herstel van het kapitalisme vooral bij welgestelde boeren. Tijdens dit derde plenum mocht Chen Yun een speech geven over decentralisatie die een van de nieuwe methoden moest worden om los te komen van de centrale bureaucratie. Hoewel hijzelf liever een decentralisatie gezien had naar de bedrijven met kontrole vanuit het ministerie van financiën, werkte hij de plannen uit met een decentralisatie via de lokale overheden. Hij ging akkoord met de irrigatieplannen en met meer kunstmest, maar  herhaalde nogmaals zijn bekende themas: behoedzaam en evenwichtige groei plus klemtoon op landbouw en konsumptiegoederen. Hij beloofde enkel jaren van hard werken voor in het beste geval met moeite een aanbod van de basisgoederen. Een weinig opbeurend pespektief. Mao van zijn kant ziet alles in termen van klassenstrijd. Deze is lang niet afgelopen zegt hij in tegenstelling tot het jaar voordien. Meteen  geeft hij Zhou Enlai en Chen Yun een veeg uit de pan omdat ze in 1956 tegen zijn kleine sprong voorwaarts waren. Massabeweging hangt in de lucht, wat in konflikt raakt met de marktaanpak gekombineerd met materiële stimulans van Chen. Na het plenum verdwijnt Chen Yun voor een jaar uit het zicht.</p><p> </p><p><strong>S<span style="color: #ff0000;">prong Voorwaarts</span></strong></p><p><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>Mao gaat naar Moskou waar de eerste Sputnik de lucht in gaat en hij keert terug vol overtuiging van de superioriteit van het socialisme. Hij zou vol revolutionair voluntarisme &#8220;een nieuwe sprong voorwaarts&#8221; lanceren die duidelijk gericht was tegen de voorzichtigen. In Nanning werden aanvallen gelanceerd die zowel tegen Chen als tegen Zhou gericht waren. Chen verliest zijn portefeuille als minister van handel. Tijdens de tweede sessie van het Achtste Partijkongres, toen Liu Shaoqi de sprong definitief lanceerde, werd Chen Yun naar Moskou gezonden om een COMECON-konferentie bij te wonen. Op 6 weken tijd werden de agrarische kollektiviteiten omgevormd tot communes.In 1958 zijn er verschillende partijkonferenties om de sprong te bespreken. Naarmate het duidelijker wordt dat de sprong het kontakt met de realiteit verloor, wordt Chen Yun teruggeroepen. In het partijblad &#8216;Rode Vlag&#8217; heeft hij het over de noodzaak van recentralisatie, bekritiseert de provinciale self-reliance, stigmatiseert de lage kwaliteit van de projekten en doet een oproep tot eengemaakte planning. Hij vond dat de staalquota drastisch dienden gereduceerd. Hij schreef aan Mao een brief waarin hij kritiek uitoefende op diens kleine staaloventjes. Daarna valt hij &#8220;ziek&#8221;. Nochtans gaf Mao Chen midden &#8217;59 uitdrukkelijk gelijk in zijn teorien over de 3 evenwichten van januari &#8217;57: Mao zegde dat de massalijn enkel kan funktioneren in een ekonomisch evenwicht. Na de konferentie van Lushan met de aanval van Peng Dehuai op de sprong, wordt deze niet afgezwakt, integendeel. De Sovjets roepen hun adviseurs terug en het jaar 1960 verloopt in zwarte miserie. In 1961 besluit Zhou Enlai Chen terug te roepen. Tijdens zijn politieke retraite had hij zich in zijn geboortestreek bezig gehouden met pingtan, een lokale soort opera, en hij korrespondeert met de nationale partijverantwoordelijke over de pingtan policy. Terug in de politiek doet hij een aantal enquetes, maar het is moeilijk om tot konklusies te komen die  Maos gezag niet in het gedrang brengen. Hij wordt gelast de kolensektor vlot te trekken, waar noch Li Fuchun noch Bo Yibo in geslaagd zijn. Wanneer Mao hem vraagt een overzicht te geven over de ekonomische toestand, heeft hij maar weinig zin in hetzelfde euvel te trappen als in 1959 en hij antwoordt dat alle cijfers over de financiën nog niet binnen zijn. Hij geeft die toespraak wel een maand later, wanneer Mao afwezig is. Hij schetst de rampzalige toestand en stelt dat het 3 tot 5 jaar zal duren vooraleer de economie terug normaal zou draaien. Chen zou er nog even met de hulp van Zhou Enlai in slagen de te hoge staalnormen uit het Derde Vijfjarenplan te verminderen ten voordele van meer aandacht voor de landbouw en konsumptiegoederen. Mao kiest echter in 1964 voor Yu Qiuli om plannen op te stellen met snelle ontwikkeling en massieve investeringen in het binnenland, het zogenaamde derde front. Chen Yun verdwijnt terug uit het oog. Volgens Rode Gardisten was Chen een voorstander voor een opsplitsen van de landbouwgrond per gezin, wat als een negatie van het socialistisch systeem aanzien werd. Mao geloofde dat het ergste voorbij was en benadrukt resoluut de klassenstrijd. Bij het begin van de kulturele revolutie wordt Chen gedegradeerd van de vijfde tot de elfde plaats in de partijrangorde. Tijdens de kulturele revolutie heeft Chen 3 maal de 3 delen van Marx Kapitaal gelezen. In het begin van de zeventiger jaren speelt hij een meer formele rol.</p><p> </p><p><strong>H<span style="color: #ff0000;">erstel</span></strong><span style="color: #ff0000;"> </span></p><p>Maos opvolger Hua Guofeng vraagt hem wat hij denkt van de politiek en hij vraagt de rehabilitatie van het Tienanmenincident (1976) en deze van Peng Dehuai, Peng Zhen, Deng Xiaoping en Bo Yibo.. Hoewel Hua het afwijst, groeit zijn invloed als overlevende van het Achtste Kongres. Deng Xiaoping en Chen Yun vinden mekaar en beiden komen terug op het voorplan. Chen Yun vond het eerst en vooral nodig dat de economie terug in orde gebracht wordt. In &#8217;77-&#8217;78 was onder invloed van de zgn. Petroleumlobby -die inzake planning vooral de nadruk legden op de zware industrie- een te ambitieus plan aangenomen om het land te modernizeren door import van westerse technologie. Chen Yuns voorstel voor een herstelperiode wordt aanvaard en hij brengt zijn theorie van de evenwichten in de praktijk. De ideeën die hij naar voor brengt zijn niet nieuw. Zijn vogelkooitheorie (de vogel alias de markt moet kunnen vliegen binnen het raam van de kooi alias de planning) is eigenlijk een hernemen van wat hij in 1956 zei over planning en markt. Gedurende de tachtiger jaren is er eigenlijk ook een strijd tussen een drietal lijnen. Vooreerst is er de Petroleumlobby van de zware industrie met Yu Qiuli en Li Xiannian. Tweedens zijn er de &#8216;reajusters&#8217; rond Chen Yun  en Yao Yilin. De derde fraktie wordt gevormd door de hervormers met o.m. Zhao Ziyang en Wan Li. In de periode &#8217;78-&#8217;83 slaagt Chen Yun er in dat Yu Qiuli als hoofd van de Plankommissie vervangen wordt door Yao Yilin. Ook op theoretisch vlak was zijn invloed groot en in de toespraak op het Twaalfde Kongres komen zijn ideeën over plan- en marktverhouding aan bod. Ondertussen was geheel het financieel-ekonomisch planapparaat in handen van Chen Yun aanhangers. Vanaf oktober &#8217;84 gaat Deng meer de richting van de hervormers steunen, omdat hij Chen wat te voorzichtig vindt. De strekking van de hervormers vindt veld tussen 1985 en 1988. Zij gaan pleiten voor een hoge groei die in werkelijkheid tot een oververhitting leidt. Hun nadruk op een ontwikkeling van de zelfstandigheid van de bedrijven veroorzaakt een investeringshonger die tot te hoge extrabudgettaire fondsen leidt. Een gruwel in het oog van Chen.  Tijdens dat jaar steekt een hoge inflatie op -niet in het minst door Dengs aankondiging dat de prijzen zouden losgelaten worden- en Li Peng werkt samen met Yao Yilin een soberheidsprogramma uit dat zich inspireert op Chens evenwichtsideeën, zoniet door hem gedikteerd is. Dit soberheidsprogramma zou duren van eind 1988 tot eind 1991, zij het dat het vanaf 1990 soepeler wordt toegepast. Tijdens de Tiananmenkrisis nam Chen Yun Deng kwalijk dat die op eigen initiatief de 7 gewestelijke militiare leiders had ontboden om de reaktie tegen de studenten voor te bereiden, zonder dat andere ouderen daarbij gekonsulteerd worden. Hij verweet Deng een &#8220;linkse&#8221; overreaktie terwijl Deng voordien een te &#8220;rechtse&#8221; politiek had gedoogd. Tegen begin 1992 neemt Deng echter opnieuw het initiatief over met zijn bezoek aan de speciale zones in het zuiden. Bij de dood van Li Xiannian die ook een tijdje de boodschap van Dengs bezoek aan het zuiden heeft geblokkeerd, zegt Chen Yun medio 1992 &#8220;Dat hij nieuwe dingen te leren had&#8230;Bepaalde handelswijzen uit het verleden zijn niet langer geldig tijdens de nieuwe situatie van hervormingen en open deur&#8230;We moeten onophoudelijk nieuwe problemen exploreren en oplossen&#8221; aldus nog de hoogbejaarde patriarch die midden april dit jaar kwam te overlijden. Ondertussen is weer een inflatie in China de kop komen opsteken. Chen zal er niet meer bij zijn om die te beteugelen. Anderen zullen zich van die taak kwijten zoals zijn zoon Chen Yuan die mede aan het hoofd staat van de Nationale Bank.</p><p> </p><p> </p><p><strong>BIBLIOGRAFIE</strong></p><p> </p><p>D. Bachman <span style="text-decoration: underline;">Chen Yun and the Chinese Political System</span>, Berkeley, 1985</p><p>D. Bachman <span style="text-decoration: underline;">Bureaucracy, economy and leadership in China.</span> <em>Institutional Origins of the great leap forward</em> 1991</p><p>J. Fewsmith <span style="text-decoration: underline;">Dilemmas of Reform in China Political Conflict and Economic Debate,</span> London -NY, 1994</p><p>N. Lardy, K. <span style="text-decoration: underline;">Lieberthal Chen Yuns Strategy for Development: A Non-Maoist Alternative</span>, NY, 1983</p><p class="MsoNormal" style="text-align: justify; margin: 0cm 106.3pt 0pt 0cm;"> </p><div id="attachment_791" class="wp-caption alignright" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-791" title="chendeng2" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/chendeng2-300x176.jpg" alt="Chen en Deng" width="300" height="176" /><p class="wp-caption-text">Chen en Deng</p></div> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/chen-yun-zijn-3-evenwichten-zijn-vogelkooi/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk
Page Caching using disk (enhanced)
Database Caching using disk
Object Caching 742/807 objects using disk

Served from: www.chinasquare.be @ 2012-02-05 08:40:38 -->
