<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Chinasquare &#187; Dossiers</title> <atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/dossiers/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.chinasquare.be</link> <description>Een infosite van de Vereniging België China</description> <lastBuildDate>Sun, 05 Feb 2012 07:58:02 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.0.3</generator> <item><title>Chinezen en de klimaatconferentie in Durban</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinese-en-de-klimaatconferentie-in-durban/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinese-en-de-klimaatconferentie-in-durban/#comments</comments> <pubDate>Sat, 03 Dec 2011 07:00:30 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Milieu]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category> <category><![CDATA[klimaat]]></category> <category><![CDATA[milieu]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=23381</guid> <description><![CDATA[In Durban vindt de klimaatconferentie plaats. Om de Chinese standpunten te kunnen situeren volgt hier een studie over de klimaatproblematiek in China. China op zoek naar duurzame ontwikkeling China lanceerde vanaf 1978 een reeks ambitieuze hervormingen van het socialistische systeem  met als doel  de economische ontwikkeling te versnellen.  Dat kwam niet uit de lucht vallen. [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">In Durban vindt de klimaatconferentie plaats. Om de Chinese standpunten te kunnen situeren volgt hier een studie over de klimaatproblematiek in China.</span></strong></p><h1>China op zoek naar duurzame ontwikkeling</h1><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/12/default.jpg" rel="lightbox[23381]"><img class="alignleft size-medium wp-image-23383" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/12/default-300x199.jpg" alt="" width="300" height="199" /></a>China lanceerde vanaf 1978 een reeks ambitieuze hervormingen van het socialistische systeem  met als doel  de economische ontwikkeling te versnellen.  Dat kwam niet uit de lucht vallen. Tussen 1949 – de oprichting van de Volksrepubliek- en 1978 was het jaarlijks bnp per inwoner weliswaar gestegen van 40 dollar naar 200, maar daarmee bleef het nog een straatarm land. Het verschil  met  Hongkong, Taiwan, Zuid-Korea   en Japan bleef toenemen.  Economische groei werd dé superprioriteit.<br /> De hervormingen hadden succes: In 2000 bereikte het bnp per inwoner 1.000 dollar en in 2011 wordt het  4.500 dollar, zodat China nu officieel bij de landen met laag middelmatig inkomen behoort .<br /> De bezorgdheid voor het leefmilieu betrof aanvankelijk vooral herbebossing in strijd tegen de woestijnvorming en bodemerosie, bedreigingen waar niemand kon naast kijken. Voor de rest ging men ervan uit dat het Westerse ontwikkelingsprincipe ‘eerst vervuilen, later opruimen’ ook wel enige tijd voor China bruikbaar zou zijn.</p><p>Een  breder milieubesef begint te dagen in de jaren 90. Het Nationaal Agentschap voor de Bescherming van het Leefmilieu (NEPA) krijgt een  quasi ministerieel statuut en China ondertekent het protocol van Kyoto. Ook deze evolutie is geen toeval.  Vervuiling van bodem en water, en klimaatverandering vormen immers een toenemende bedreiging voor de voedselvoorziening van het land. Zowel qua per inwoner beschikbare landbouwgrond als qua beschikbaar zoet water zit China ver onder het gemiddelde van de wereld. Een gemiddelde Chinees moet vandaag al zijn voedsel halen uit minder dan 1000 m² landbouwgrond. Binnen de G20 is China het derde meest bedreigd door de klimaatsverandering, na India en Indonesië.  Het afsmelten van  de gletsjers en het opdrogen van de brongebieden van de Gele Stroom en de Yangtze  zorgen voor ongewone droogten.  Meer taifoens en zwaardere regenperiodes  veroorzaken overstromingen. De Gele Stroom is berucht door zijn geschiedenis van catastrofale overstromingen. Extreme weersomstandigheden zouden in 2010 naar schatting 4.800 doden gemaakt hebben en 10% van de totale graanopbrengst zou erdoor verloren zijn. Bovendien leeft een aanzienlijk deel van de bevolking in laaggelegen  kustgebieden die kwetsbaar zijn voor een verhoging van de zeespiegel,  voornamelijk langs de delta van de Yangtze waar zich ook Sjanghai bevindt.</p><p>Nadat China in januari 2002 toetreedt tot de Wereldhandelsorganisatie wordt het tenslotte versneld de ‘fabriek van de wereld’.  Industrie, toenemend gemotoriseerd verkeer en verwarming/airconditioning  van groter wordende  woningen  vervuilen de lucht , industrie en intensieve landbouw vergiftigen het water.  In de hoogste regionen beseft men dat doortastend optreden nodig is. Vanaf 2002 wordt de prioriteit verlegd van snelle economische ontwikkeling  tout court  naar ‘harmonische en wetenschappelijke ontwikkeling’. Dat betekent zowel sociale harmonie – een groter deel van de koek voor de werknemers- als  harmonie met het leefmilieu. Het betekent ook dat de Chinese wetenschappers nog nauwer  bij het uitstippelen van het beleid betrokken worden . Dit kan omdat China in tegenstelling tot ons geen machtige lobby&#8217;s van privé-bedrijven heeft die het beleid bepalen.  ‘Duurzame ontwikkeling’ wordt een strategisch objectief. NEPA lanceert zelfs een project voor een ‘groen bnp’, maar dat wordt afgevoerd wegens  teveel weerstand van lokale belangen en technische problemen.</p><p>We vinden de weerslag van de nieuwe strategie in de opeenvolgende vijfjarenplannen van de afgelopen decennia.</p><p>Het vijfjarenplan 2001-5 voorzag dat 18.2% van het land bebost moet zijn (men was onder de 10% gezakt in de jaren 60) en dat 35% van de stad groen moet zijn. De uitstoot van de belangrijkste vervuilers (zoals zwaveldioxide) moet met 10% dalen. De verwezenlijking van het plan gebeurt door rechtstreekse en onrechtstreekse staatsinterventie. Overheidsorganen en staatsbedrijven krijgen instructies, de privésector  wordt  gestuurd via reglementen, subsidies of boeten.</p><p>Het vijfjarenplan 2005-10 ging een grote stap verder en stelde voor het eerst becijferde klimaateisen: de gebruikte energie per eenheid bnp moest met 20% naar beneden (en men haalde uiteindelijk 19.2%). Verder moest er  30% minder water gebruikt worden per eenheid toegevoegde waarde in de industrie (men haalde 35%). De belangrijkste vervuilers moesten opnieuw met minstens 10% dalen (zo haalde men 14% minder COD, een maatstaf  voor watervervuiling). Het bosareaal moest nog een 1.8% meer van het land bedekken, en de irrigatie moest efficiënter van 45 naar 50%. Tijdens dit vijfjarenplan bedroeg de gemiddelde groei van het bnp 11,2% per jaar, terwijl het energieverbruik slechts 6,6% per jaar toenam. In deze periode werden 17,3 miljard ton broeikasgassen minder uitgestoten dan in een scenario ‘business as usual’ en daarmee droeg China van alle landen het meeste bij aan de strijd tegen de opwarming.</p><p>Het <a href="http://www.chinasquare.be/achtergrond/het-twaalfde-vijfjarenplan-meer-sociaal-en-ecologisch/" target="_blank">vijfjarenplan 2011-15 </a>voorziet nog meer klimaatmaatregelen: een nieuwe daling van de gebruikte energie per eenheid bnp met 16%, terwijl de CO2 uitstoot per eenheid bnp met 17% moet dalen. De energie uit niet-fossiele bronnen moet stijgen van 8.3% naar 11.4% om in het plan 2015-20 naar 15% te kunnen evolueren. Het watergebruik in de industrie moet nog eens met 30% per eenheid toegevoegde waarde naar beneden en de bosbedekking moet naar 21,5%.  De ‘milieusector’ gaat deel uitmaken van de zeven nationale ‘strategische sectoren’  en krijgt veel staatsgeld voor onderzoek en ontwikkeling. Zo worden cijfers genoemd van 5.000 miljard yuan (1 euro = 8,5 yuan) investeringen in leefmilieu, 4.000 miljard voor de uitbouw van een ‘slim’ energienetwerk , en 3.000 miljard voor hernieuwbare energiebronnen.</p><p>Experts gaan ervan uit dat deze doelstellingen bij de huidige stand van de Chinese technologie ambitieus zijn en dat het knokken wordt om ze te realiseren. Er moet daarbij worden opgemerkt dat de vermindering van het  energieverbruik relatief is, namelijk per eenheid bnp.  Indien het bnp zoals nu blijft stijgen met 8-10% per jaar dan blijven het totale energieverbruik en de totale uitstoot nog toenemen.  Wanneer zal de totale uitstoot pieken?  Naargelang  het scenario ergens tussen 2030 en 2040. In 2008 stootte China per inwoner zowat 5.3 ton CO2 uit, België  9.9 ton, de VS 17.5 ton. In 2010 bedroeg het totale Chinese energieverbruik 3.250 miljoen ton steenkoolequivalent. Schattingen gaan tot een piek van 6.000 miljoen ton in 2040. 75% van de primaire energie is steenkool, de enige fossiele energiebron waarvan China een grote reserve heeft. Het geïnstalleerde elektriciteitsvermogen bedraagt 1.000 gigawatt in 2010 en zou kunnen pieken op 3.000 gigawatt in 2040. 80% van de elektriciteit wordt met steenkool gegenereerd. En zowat 90% van de energiesector is staatseigendom.</p><p>De speerpunten van het huidige beleid in de industrie  zijn  integrale recyclage, en minder energieverbruik per eenheid bnp.<br /> Voor transport mikt China op een forse uitbreiding van het openbaar vervoer, met de bouw van 35.000 km hsl, nieuwe spoorlijnen voor goederenvervoer, uitgebouwde metro’s in alle grote steden, meer en schone bussen. Voor de gemotoriseerde voertuigen volgt het de Europese normen voor de uitstoot van dichtbij. Maar voor de toekomst kiest men resoluut voor  elektrische of hybride voertuigen. De regering heeft 100 miljard gepland voor de ontwikkeling daarvan.<br /> De Chinese gebouwen zijn nog steeds energieverslinders. Slechts 5% van de woningen zou al energiezuinig zijn. Hier liggen gemakkelijke winsten door meer isolatie, beter glas enz. Men kiest  resoluut voor hoogbouw die energiezuiniger is dan laagbouw, voor collectieve verwarming per wijk, voor zonneboilers op de daken, voor koken op aardgas in de steden en  voor gebruik van biomassa op het platteland.<br /> Voor de elektriciteitsproductie is het objectief minder koolstof per geproduceerde eenheid. In 2010  zijn 320 miljard investeringen in hernieuwbare energie aangekondigd. Tegen 2040 moet meer dan de helft van de elektriciteit  uit niet-fossiele bronnen komen. Concreet betekent dit dat China alle opties voor elektriciteitsproductie met minder uitstoot op dit moment openlaat en wil uittesten.</p><p>Vermits de meerderheid van de beschikbare primaire energie nu en minstens nog enkele tientallen jaren uit steenkool bestaat is het zaak die zo efficiënt en schoon mogelijk te gebruiken. Daarom bouwt men nu alleen nog ultra-efficiënte steenkoolcentrales (beter dan  Japan) en stelt men strenge eisen aan de rookzuivering (strenger dan de VS). Van de nieuwste nitraatnomen wordt gezegd dat ze de producenten in 2012  100 miljard zouden kosten. Waar mogelijk wordt aan warmtekrachtkoppeling gedaan. China loopt ook aan de spits voor nieuwe technieken . Er worden nu in China proefcentrales op ware grootte gebouwd waarbij  steenkool ondergronds vloeibaar of gasvormig gemaakt wordt, en de uitgestoten CO2 opgevangen en terug ondergronds opgeslagen wordt. China werkt daarvoor samen met zowel de VS  als de EU (Polen) die wel goede technologie hebben maar niet bereid zijn grootschalige proefprojecten te betalen.</p><p>Waterkracht is vandaag met 63 GW geïnstalleerd vermogen de belangrijkste niet-fossiele bron van elektriciteit. Dat moet tegen 2015 naar 83 GW evolueren.  China heeft nog  enorme mogelijkheden op dit gebied. De bouw van stuwdammen in grotendeels ongerepte gebieden botst sinds een aantal jaren echter met milieuoverwegingen. De eisen qua milieueffectrapporten worden strenger en in het afgelopen vijfjarenplan kon slechts een derde van de voorziene projecten afgewerkt worden. Recentelijk kregen echter verschillende nieuwe projecten toch  groen licht, ondermeer op de bovenloop van de Yangtze en op de Mekong.</p><p>Qua <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/debat-over-kernenergie-is-geopend/" target="_blank">kernenergie </a>staat China  met 11 gigawatt, d.w.z.  1% van zijn totale productiecapaciteit en nauwelijks meer dan België, nog nergens. Er is echter besloten deze route niet af te sluiten en de regering voorziet dat tegen 2020 3-4 % van de totale elektriciteitsproductie van kernenergie zal komen. Dat betekent 80-100 gigawatt geïnstalleerd vermogen en maakt dat China de volgende tien jaren meer nieuwe centrales zal bouwen  dan alle andere landen samen. Na de ramp in Fukushima werd een moratorium ingesteld op de bouw van kerncentrales en werden de reeds bestaande aan een veiligheidsanalyse onderworpen; na vier maand kregen de bestaande centrales en deze in opbouw het groene licht. Projecten waarvan de bouw nog niet is gestart worden nog verder tegengehouden; men zou zich vooral zorgen maken over de locaties van de projecten.  Verwacht wordt  dat het streefdoel voor 2015, vijftig gigawatt, nog haalbaar is maar het plan voor 2020 wordt waarschijnlijk naar beneden bijgesteld. China heeft kerntechnologie van alle leveranciers in de wereld ingevoerd en heeft intussen ook zijn eigen technologie ontwikkeld. Verder zijn er pilootprojecten voor wervelbed technologie en een thoriumreactor  die veiliger zijn dan een klassieke kernreactor. Er is ook een pilootproject voor een snelle kweekreactor, die minder uranium vereist maar het gevaarlijke plutonium produceert (in Duitsland en Frankrijk werd die technologie na massaal protest in de jaren 80 stopgezet).</p><p>Voor windenergie is China reeds nummer één in de wereld. Voor deze energie zijn 100 miljard subsidies voorzien en het plan is tegen 2015  waterkracht voorbij te steken en 100 gigwatt te hebben.  Binnen-Mongolië, Tibet en offshore parken kunnen theoretisch ruimschoots voldoende elektriciteit voor heel China leveren. Ze liggen echter ver van de verbruikers. Daarom bouwt China een langeafstandsnet  op 800 kV gelijkstroom uit, een unicum in de wereld. Siemens realiseert er projecten waar ze in Duitsland niet kunnen van dromen.  Tegen 2040 zou windkracht 1.000 GW kunnen leveren, een derde van het piektotaal. Windenergie botst in China op problemen van lage technologie (bijv. snelle slijtage door woestijnzand) en versnippering van de constructeurs. De overheid streeft naar een consolidatie van de sector.</p><p>China is de grootste producent van zonnecellen, maar die zijn vooral bestemd voor de uitvoer. Er is een probleem van versnippering van de producenten en energie- en milieuonvriendelijke productie. Ook hier stuurt de overheid aan op een consolidatie in enkele sterke milieuvriendelijke bedrijven. Het geïnstalleerd vermogen is in China echter nog laag, slechts 2% van het wereldtotaal. De Chinese overheid is hier voorzichtig en wacht op een rijpere technologie. Tegen 2015 moet 15 gigawatt geïnstalleerd zijn. In tegenstelling tot bij ons zal dat vooral gebeuren in gecentraliseerde zonnecentrales. Daarvoor heeft China plaats in woestijngebieden. Ook buitenlandse investeerders met een goede technologie nemen eraan deel.</p><p>Een laatste belangrijke vorm van hernieuwbare energie is biomassa die men promoot op het platteland.  Tegen 2015 moet die instaan voor 13 gigawatt. Men geeft onder meer subsidies aan huishoudens voor de aanleg van putten om  menselijke en dierlijke uitwerpselen te vergisten tot methaangas. China heeft ook proefnemingen uitgevoerd met biobrandstoffen uit graangewassen, doch dat bleek teveel concurrentie voor de voedselvoorziening op te leveren. Tegenwoordig wordt onderzoek gedaan naar het aanplanten van struikgewassen voor biobrandstoffen op overigens onvruchtbare bodems.</p><p>Tenslotte volgt China ook de ontwikkelingen op het gebied van schalieolie en schaliegas. Canada heeft zeer grote voorraden en vooral de VS rekenen daarop om hun afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten te verminderen. Chinese staatsbedrijven kregen een voet tussen de deur door enkele Canadese bedrijven in moeilijkheden op te kopen.  Met technologische steun van een Amerikaans bedrijf is in de provincie Sichuan een pilootproject voor boringen naar schaliegas opgestart.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos2.jpg" rel="lightbox[23381]"><img class="alignleft size-full wp-image-23382" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/12/Naamloos2.jpg" alt="" width="307" height="316" /></a> Op internationale fora vormt China front met de andere BASIC landen (Brazilië, Zuid-Afrika en India). Het benadrukt de historische schuld van de ontwikkelde wereld.  Hun cumulatieve uitstoot sinds 1800 (broeikasgassen blijven ongeveer 200 jaar in de atmosfeer)  bedraagt tussen 80 en 90% van het totaal (zie diagram). Concreet betekent dit dat ontwikkelingslanden nog ruimte moeten krijgen om zich te ontwikkelen,  en dat die toegenomen uitstoot door de ontwikkelde landen moet uitgespaard worden. De ontwikkelde wereld moet dus onverwijld naar verminderingen van 80 tot 90%, terwijl de ontwikkelingslanden nu wel relatieve, maar nog  geen absolute verminderingen kunnen aanvaarden. Verder bezit de ontwikkelde wereld de meest gevorderde technologie om het klimaat te beschermen. Indien ze eerlijk zijn in hun bezorgdheid dan moeten ze die gratis of goedkoop ter beschikking stellen van de ontwikkelingslanden. De ontwikkelde wereld moet bovendien de kwetsbare ontwikkelingslanden compenseren voor de schade die ze zullen lijden door de klimaatsverandering. China verwelkomt de stappen die in die richting gezet zijn in Kopenhagen en Cancun en vraagt dat de ontwikkelde landen hun beloften zouden nakomen (België doet dat niet tot nu toe). Het verwerpt ook dat de ontwikkelde landen – de VS op kop- voorwaarden aan de hulp willen verbinden en zo hun controle over de ontwikkelingslanden proberen te versterken. China pleit ervoor het Kyoto-protocol, dat deze drie principes onderschrijft te verlengen met een tweede fase. Het komt daarmee in botsing met de ontwikkelde landen zoals de VS en Japan, maar ook Rusland, Australië en Canada die zonder de hinderlijke principes van Kyoto een voor hen gunstig nieuw verdrag willen onderhandelen. China hoopte tevergeefs dat de EU een voortrekkersrol zou spelen.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinese-en-de-klimaatconferentie-in-durban/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>China’s “vijfde colonne” zit in het buitenland</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/china%e2%80%99s-%e2%80%9cvijfde-colonne%e2%80%9d-zit-in-het-buitenland/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/china%e2%80%99s-%e2%80%9cvijfde-colonne%e2%80%9d-zit-in-het-buitenland/#comments</comments> <pubDate>Sat, 22 Oct 2011 21:45:49 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse investeringen]]></category> <category><![CDATA[groot-China]]></category> <category><![CDATA[huaqiao]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=22511</guid> <description><![CDATA[Toen Gorbatsjov in 1991 op de G7-top van London om financiële hulp kwam vragen voor zijn hervormingen, kreeg hij nul op het rekest De Chinezen kunnen daarentegen wel rekenen op de gulle steun van de overzeese Chinezen. Bij de buitenlandse investeerders in China staan Hong Kong, Taiwan en andere huaqiao (Chinezen in het buitenland) op [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;"> </span></strong></p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Toen Gorbatsjov in 1991 op de G7-top van London om financiële hulp kwam vragen voor zijn hervormingen, kreeg hij nul op het rekest De Chinezen kunnen daarentegen wel rekenen op de gulle steun van de overzeese Chinezen. Bij de buitenlandse investeerders in China staan Hong Kong, Taiwan en andere huaqiao (Chinezen in het buitenland) op de eerste rij.</span></strong></p><p>Overseas Chinese Foreign Direct Investments (FDI) in China, 1979- 2000 (in 1 mln US$)</p><p>Years          Amount of  FDI       Overseas Chinese FDI            %<br /> 1979-1991                26,885                    17,932                       66 %<br /> 1992-1997              196,810                    27,600                      65%<br /> 1998-2000             126,633                    82,200                       65%</p><p>De triade VS, EU en Japan neemt 90 % van de buitenlandse investeringen wereldwijd voor zijn rekening. Hoewel China aan de top staat betreffende het ontvangen van buitenlandse investeringen is het bijlange niet deze triade die vooraan prijkt op het gebied van investeringen in China. Het zijn Hong Kong, Taiwan en overzeese Chinezen (huaqiao) die veruit het meest investeren in het land van hun voorvaderen. Van 1979 tot &#8217;99 kwam meer dan de helft van de buitenlandse investeringen in China uit Hong Kong en Taiwan, terwijl de Triade samen nauwelijks een kwart aanbracht: alleen al Hong Kong staat in voor bijna de helft, dan komt Taiwan met 7,7 %, de VS (8,34%) en Japan (8,09%) benaderend. De triade samen bereikt nauwelijks 25%. Wanneer de cijfers van 1979 tot 2001 geanalyseerd worden, vallen twee zaken op: de sterke absolute stijging van de Hong Kong en Taiwanese investeringen sinds 1992 toen China overschakelde op een markteconomie en de relatieve daling in het geheel. Van 1992 tot 2001 bereiken beide bronnen een totaal van 206 miljard $ investeringen of 93 % van het totaal, terwijl dit getal van 1979 tot 1991 maar 16 miljard bedroeg of 7 % van het totaal. Tijdens de laatste periode steeg het aandeel van andere investeerders nog meer want het aandeel uit Hong Kong en Taiwan halveerde quasi van 80 % in 1992 tot 43 % in 2001.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/HuaQiaoFlogo.jpg" rel="lightbox[22511]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-22544" title="HuaQiaoFlogo" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/HuaQiaoFlogo-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a></p><p>Wanneer we de kenmerken vergelijken van beide groepen zien we een duidelijk onderscheid. De investeerders uit Hong Kong en Taiwan die na 1992 in China investeerden, hadden vaak een familieband met het vasteland. Het waren kleinere bedrijven die arbeidsintensieve eenvoudige producten vervaardigden (bv speelgoed, kledij) met weinig Onderzoek en Ontwikkeling en voornamelijk gericht op export. De investeringen uit de triade echter zijn grote multinationals met complexe technologie uit kapitaalintensieve sectoren. Ook geografisch bestaat een onderscheid tussen beide groepen: bedrijven uit Hong Kong en Taiwan verkiezen de delta&#8217;s van de Parelrivier en van de Jangtse terwijl de multinationals zich vestigen in alle grote steden. De ondernemers uit Hong Kong en Taiwan waren aangetrokken door goedkopere lonen en gronden waartoe ze makkelijk toegang hadden door een gemeenschappelijke afkomst en taal. Deze producten werden door hun logistieke kanalen dan via Hong Kong geëxporteerd naar EU of VS. De multinationals die zich vestigen in de buurt van dichtbevolkte centra, produceren hun producten eerder voor de lokale afzetmarkt. Laten we even de rol van Hong Kong, Taiwan en de huaqiao van nabij bekijken.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;"> Hong Kong</span></strong></p><p>De rol van Hong Kong in China’s buitenlandse handel valt nauwelijks te overschatten. Hong Kong is veruit het grootste entrepot van China. Indien re-export naar en van China inbegrepen worden, wordt 15 % van China’s buitenlandse handel via Hong Kong behandeld. Dit cijfer is nog hoger als overslag van goederen via Hong Kong wordt meegerekend. Volgens officiële cijfers uit Hong Kong waren in 2010 62% van de re-exports afkomstig uit China en 52 % bestemd voor de Volksrepubliek. Nog altijd blijft Hong Kong de grootste bron van “buitenlandse” investeringen met rond 43% van het totaal. In totaal vloeiden 456 miljard $ naar China. Omgekeerd is China een van de grootste investeerders in Hong Kong met 339 miljard $ in het totaal of 36 %. Bijna 600 ondernemingen op het vasteland zijn in Hong Kong op de beurs genoteerd: zij vertegenwoordigen 57 % van het totaal. Hong Kong is dan ook na de VS en Japan China’s derde handelspartner. Hong Kong is China’s tweede grootste exportmarkt na de VS en China is sinds 1985 Hong Kongs grootste handelspartner. Dit aandeel steeg van 9,3% tot 48,9% in 2010. Hong Kongs handel met China heeft grotendeels betrekking op producten die na verwerking ge-exporteerd worden.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;"> Taiwan</span></strong></p><p>De totale handel tussen China en Taiwan steeg van 1,1 miljard in 1985 tot 88 miljard $ in 2006. In 1993 werd China Taiwans tweede exportmarkt en in 2002 werd het vasteland nummer één. Het handelsvolume tussen 2001 en 2006 verdubbelde nogmaals. In 2005 waren één vierde van China’s topexporteurs van Taiwan en bij de top 10 zijn <strong>Foxconn, Dalang, Asus, Dakong, Compal, Acer </strong>en <strong>AOC</strong>. Taiwan is ook een topinvesteerder in Azië: tot 2004 had het eiland 129 miljard $ geïnvesteerd in Oost- en Zuidoost Azië, wat 80 % uitmaakt van zijn buitenlandse investeringen. China is daarbij favoriet nummer 1.  Tussen 1991 en 2000 verdrievoudigde het aantal projecten en de financiële waarde daarvan vertienvoudigde. Des te merkwaardig dat de Taiwanese overheid een politiek aanhield van “Haast u langzaam”. Deze heeft niet erg veel impact want al in 2001 werkten 40.000 Taiwanese bedrijven in het vasteland met in totaal voor 60 miljard $ buitenlandse investeringen, de helft van het totaal. Hierbij worden dan nog niet de firma’s uit de Caymaneilanden en de Maagdeneilanden gerekend die een dekmantel zijn van Taiwanese ondernemingen of groepen. Officieel investeerde Taiwan cumulatief in 2007 “maar” 44 miljard $, anderen ramen het totaal echter op 150 miljard; Al bij al wordt het volume van de Taiwanese investeringen in het vasteland op 10 % gerekend van het Chinese totaal waarbij Taiwan onmiddellijk na Hong Kong volgt.</p><p>Waar het in de beginperiode ging om kleine arbeidsintensieve KMO’s, gaat het later meer om grote en technologische bedrijven vooral in de ICT-sector. Ook geografisch valt een verhuizing vast te stellen van de Parelrivierdelta naar de delta van de Jangtse. Vooral de productie en de export verhuizen naar het vasteland, terwijl marketing en Onderzoek &amp; Ontwikkeling alsnog in Taiwan blijven. Topsector is de ICT. In 2006 produceerden Taiwanese firma’s 87 % van ’s werelds laptops, 90 % van de moederborden en 70 % van de LCD-monitors. Uit statistieken blijkt dan weer dat van dit aantal laptops 78 % op het vasteland werd vervaardigd en 12 % op het eiland. Kunshan dat deel uitmaakt van Suzhou staat bekend als “klein Taiwan”. 25 miljoen laptops werden in 2006 te Kunshan vervaardigd. Merkwaardig is dat de Taiwanese ondernemingen niet ingebed zitten in het lokaal industrieel weefsel, maar wel toeleveranciers meebrengen zoals de hen gevolgd wordt door de kuikentjes. Ze doen wel beroep op een middel-management uit de Volksrepubliek. Specifiek is ook dat na de nederlaag van de Kuomintang in de verkiezingen in 2000 veel technocraten Taiwans top hightech “Hsinchu Science Park” verlieten om in de Volksrepubliek te gaan werken om daar gelijkaardige technologische zones te gaan opstarten.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;"> Huaqiao</span></strong></p><p>Als Hong Kong rond 45% investeert in China, Taiwan bijna 10 %, komen andere overzeese Chinezen ongeveer aan 5 %. Ook hier valt een sterke verhoging te noteren na Dengs bezoek aan Zuid-China en de overschakeling op een socialistische markteconomie. Singaporese investeringen stegen van 53 miljoen % in 1990 tot 1,18 miljard in 1994. Investeringen uit Indonesië, Maleisië, de Filippijnen en Thailand stegen van 10 miljoen $ in 1990 tot 692 miljoen in 1994. Vooral in deze landen zijn de overzeese Chinezen een economische kracht. Zuidoost Azië telt 20 miljoen overzeese Chinezen. Hoewel ze maar 4 % van de Indonesische bevolking uitmaken, is 70 % van het kapitaal in hun handen. In de Filippijnen hebben ze met 1 % van de bevolking 60 % in de zakensector. Concreet controleren ze in Indonesië 80 % van de ondernemingsactiva en 160 van de 200 grootste ondernemingen; in Maleisië bedraagt het cijfer 40 tot 50% van de activa en in Thailand bedraagt het 90 % in nijverheidsbedrijven en 50 % in de diensten. In 1995 was elke miljardair in Indonesië een Chinees. In Thailand controleren de huaqiao (letterlijk brug-Chinezen) de vier grootste privébanken waaronder de meest winstgevende “Bangkok Bank”. In de Filippijnen controleren ze een derde van de 1000 grootste bedrijven. Midden de jaren negentig werd de collectieve rijkdom van de Overzeese Chinezen in de regio op 400 miljard $ geraamd. Een voorbeeld van een etnisch Chinese onderneming die in China investeert, is Thailands <strong>Charoen Pokphand Group </strong>(CP). Opgestart in de agro business in 1921 diversifieerde CP naar telecom, bedrijven e a. In 1995 had het filialen in 20 landen met een jaarlijkse omzet van 7 miljard $. CP was ook een van de eerste multinationals die bij de aanvang van de opendeurpolitiek rond 1881 begon te investeren in Shantou en Shenzhen. Daarna gingen de investeringen in China sterk omhoog en medio de jaren negentig kwam 60 % van het CP inkomen uit China. In mei 1995 had CP 107 projecten in 27 provincies; landbouw- en veeteeltproducten, aquacultuur, petrochemische producten, wagens en moto’s plus vastgoed. Nu zouden het er al 280 zijn. Andere bekende groepen zijn de <strong>Salimgroep </strong>uit Indonesië, de <strong>Hong Loongroep </strong>uit Maleisië en de <strong>Sy</strong>-groep uit de Filippijnen. Neem bijvoorbeeld de Singapore tak van de Hong Leonggroep die in 1997 30.000 personeelsleden te werk stelde met een marktkapitalisatie van 16 miljard $. In 1989 had de groep maar 6 hotels en tegen 1997 was dit al aangegroeid tot 62 waarvan 13 in Europa. Analoge verhalen van de Salimgroep in Indonesië die onder meer de Nederlandse groep <strong>Hagemeyer</strong> in handen heeft met een netwerk in 21 landen. Het is wel zo dat vooral de twee provincies van herkomst van deze huaqiao het meest profiteren van hun investeringen en zaken; Guangdong waar twee derden van hen uit afkomstig zijn profiteert het meest, daarna gevolgd door Fujian. Stippen we nog aan dat China nu met de ASEAN-landen in de omgeving een vrijhandelsgebied vormt, waardoor de zaken zoals import- en export veel vlotter verlopen.</p><p>Wat niet onvermeld mag blijven in dit verband is dat volgens officiële statistieken van de 130.000 ingenieurs in de VS er 30.000 van Chinese herkomst zijn. Ook bij de top-professoren in de VS zijn 20 tot 30 % van Chinese oorsprong. Het is duidelijk dat China ook een politiek voert om deze groep minstens gunstig tegenover China te stemmen of voor zich te winnen, maar daarbij belanden we bij China’s politiek tegenover de overzeese Chinezen.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Politiek</span></strong></p><p>Na de Mao-periode riep China in december 77 een conferentie bijeen om terug de banden aan te halen met de overzeese Chinezen. Het thema was &#8220;allen die houden van het vaderland zijn familie”. In 1978 volgden de conferenties  All Overseas Chinese Affairs Conference” en de “Second All Nation Conference of Returnee Delegates”.  Vermits vanaf 1979 de klemtoon verschoof naar de socialistische modernisering, werden overzeese Chinezen die hiertoe steun verleenden dan ook met open armen ontvangen. Het bevoegde orgaan dat hiervoor door de regering in 1978 werd opgericht heette: The <strong>Overseas Chinese Affairs Office</strong> (qiaoban) en het wil de huaqiao behandelen als de eigen ingezetenen. Zij worden terug gegroepeerd door het terug in het leven roepen van de in 1956 gestichte “<strong>All-China&#8217;s Federation of Returned Overseas Chinese</strong> (AFROC of qiaolan). Sinds 1978 heeft ook elke provincie met uitzondering van Tibet, elke Autonome regio en zelfs gemeente zijn eigen AFROC waarvan er in totaal een 2000 zijn op het niveau van provincies en steden en nog 8000 organisaties op een lager niveau. Sinds 1984 wordt om de vijf jaar een congres voor hen gehouden en in juli namen er 1000 afgevaardigden er aan deel. Een van de 8 naast de CPC toegelaten partijen heet de Zhigongdang en is primair een partij van onderdanen met een overzees Chinese link, ofwel teruggekeerden of hun familieleden. Tijdens de parlementaire zitting van maart 2004 ging president Hu Jintao de discussies van de China Zhigongdang en “ The All-China Federation of Returned Overseas Chinese “ (ACFROC) vervoegen en beklemtoonde de rol van de overzeese Chinezen in China’s moderniseringsproces. Hij beloofde de teruggekeerden een bescherming van hun investeringen en intellectuele rechten, ziekteverzekering en kwaliteitsonderwijs en werk voor hun kinderen. Als resultaat van het werk van deze verenigingen werden van 1979 tot 2000 door het Volkscongres 360 relevante wetten aangenomen en 800 reglementen door de regering uitgewerkt.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Nieuwe generatie</span></strong></p><p>Na 1996 begint de aandacht stilaan te verschuiven naar de Chinezen die na de hervormingen in het buitenland gingen wonen. : Aangenomen wordt dat deze zogeheten nieuwe migranten 60 tot 80 % uitmaken van de Chinese bevolking in de ontwikkelde landen: in de USA vormen ze 45 % van de Chinezen, in Canada 75%, 80 % in Japan, 70 % in Australië en 80 % in West-Europa. In de VS waren er in 1994 37 takken van de “American Chinese Association” met meer dan 6000 leden. In Europa houden 35 organisaties uit 12 Europese lidstaten een jaarlijkse vergadering. China stuurde 150 leraren uit om taallessen te geven, wat later gevolgd werd door de oprichting van Confucius-instituten. De provincie Fujian bracht van 1993 tot &#8217;97 136 bezoeken in het buitenland wat leidde tot contact met meer dan 800 Chinese etnische verenigingen en omgekeerd het bezoek van 235.000 leiders van dergelijke verenigingen aan Fujian waaronder 36 prominente business tycoons. In 1998 ontving Fujian 500 delegaties en Guangdong meer dan 3000 met 270.000 bezoekers. De provincie Guangdong organiseerde tien onderzoeksteams die tijdens het tweede semester van 2003 veertien landen bezocht om beter de noden te begrijpen van deze nieuwe uitgewekenen. Voor hen werd de website gocn.southcn.com/English in het Engels opgestart. Een van de mogelijkheden voor hen zijn de “Returned Overseas Students Industry Parks”: in 2003 hadden al 551 uit het buitenland teruggekeerde Chinezen een onderneming gesticht in 13 van deze voor hen speciaal bedoelde zones: enkel 44 % leeft er permanent. Aangenomen wordt dat sinds het midden van de negentiger jaren 3000 ondernemingen in China opgestart werden door deze nieuwe migranten met de hulp van de regering.</p><div id="attachment_22548" class="wp-caption alignright" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/husamuel.jpg" rel="lightbox[22511]"><img class="size-thumbnail wp-image-22548" title="husamuel" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/husamuel-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">President Hu praat met mathematicus Samuel Ting tijdens bijeenkomst teruggekeerde Chinezen</p></div><p>Bij het begin van de hervormingen kende China duidelijk een brain drain. Nog niet de helft van de studenten die in het buitenland gingen studeren, keerde terug. Sinds eind 2008 heeft China een ondersteuningsplan lopen die een brain-gain wil op gang brengen. Volgens prof Davig Zweig die hierover een boek schrijft, lijkt dit te lukken. Prof Li Shengtian van de Jiaotong University&#8217;s School of Life Science and Biotechnology, in Shanghai, zegt dat 90 % van zijn wetenschappers personen betreft die uit het buitenland terugkeerden.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Charitatief</span></strong></p><p>De weduwe van Sun Yat-sen’s Soong Ching Ling was de eerste die in 1937  hospitalen oprichtte voor de communisten achter de frontlinie en dit met donaties van tycoons uit Hong Kong . Na de communistische overwinning was Soong voorzitter van het “<strong>China Welfare Fund”</strong> dat kleutertuinen en ziekenhuizen oprichtte in Shanghai en Peking. Het Fonds werd na de culturele revolutie opnieuw opgericht als de “Song Ching Ling Foundation”  die voornamelijk actief is in de moslim-provincie Ningxia waar het 10 miljoen besteedde voor het onderwijs van meisjes.</p><p>De “<strong>Federatie voor overzeese Chinezen</strong>” heeft ook een sociale dienst die gedurende de laatste 3 jaren 500 miljoen yuan inzamelde voor de bouw van een 600-tal scholen (waarbij de lokale overheden 60 % bijdragen) en voor beurzen aan arme studenten uit West-China. De provinciale afdelingen van de Federatie worden aangespoord mee te doen in het “<strong>Overseas Heart Project</strong>” dat donoren opspoort om 100 scholen te bouwen en die 1000 bijkomende projecten steunen (als bibliotheken of computerklassen) en 10.000 beurzen. Ook bestaan er twee universiteiten die op de overzeese Chinezen gericht zijn. De universiteit uit Quanzhou (Fujian) werd door Zhou Enlai gesticht en heeft al 60.000 studenten opgeleid waarvan er iets meer dan de helft kwamen van <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/Huaqiao_Uni.jpg" rel="lightbox[22511]"><img class="size-thumbnail wp-image-22546 alignleft" title="Huaqiao_Uni" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/10/Huaqiao_Uni-150x150.jpg" alt="" width="150" height="150" /></a>buiten de Volksrepubliek. Momenteel zijn er 16.000 ingeschreven studenten, maar slechts een fractie uit andere landen. De universiteit van Jinan is de oudste universiteit die zich richt op de huaqiao en trekt de laatste tijd vooral studenten uit Hong Kong aan. Voor onderwijs zamelt ook het meest succesvolle charitatief project “<strong>Hope</strong>” gelden. Sinds 1989 heeft het Hoop-Fonds 200 miljoen ingezameld voor de bouw van lagere scholen en beurzen. Het geld betreft meestal kleine sommen van gewone particulieren, bijvoorbeeld uit Hong Kong of Singapore. Sinds 1994 bestaat nog de “<strong>China Charities Federation</strong>” waarvan het nationaal niveau 3,25 miljoen $ kreeg van de bankgroep “<strong>Hongkong Shanghai Banking Corporation”</strong>. De 70 lokale of provinciale afdelingen zamelen zelf hun fondsen in. In haar topjaar vergaarde het 600 miljoen yuan voor overstromingen. Een belangrijke schenker, de Hong Kong miljonair Li Kashing, gaf 110 miljoen yuan voor de oprichting van revalidatiecentra. Li is ook de voornaamste donor van “<strong>China Disabled Persons’ Welfare Foundation</strong>”. Al eind van de jaren 70 schonk hij 260 miljoen $ aan zijn geboortestad Shantou om er een universiteit en medische school op te richten met vijf ziekenhuizen voor opleiding. Bij de opening hiervan in 1981 richtte hij in Hong Kong een fonds op dat bijvoorbeeld in 2001 38 miljoen $ gaf voor onderwijs en gezondheidszorg in West-China. De liefdadigheidshulp van de overzeese Chinezen voor China overtreft de 80 miljoen $ die de UNO jaarlijks toekent aan China.</p><p>Kortom China hoeft niet bang te zijn als ze zich van de specifiek westerse interpretatie van universele begrippen als mensenrechten en democratie weinig gelegen laten, ze economisch geen steun meer zouden vinden van hun investeerders.</p><p><strong>Selecte Bibliografie</strong></p><p>Richard C.K. Burdekin and Hsin-hui I.H. Whited; Macroeconomic Interdependence Between Mainland China and Taiwan  A Cross-Strait Perspective on Globalization; The Chinese Economy, vol. 42, no. 1, January–February 2009, pp. 5–39. © 2009 M.E. Sharpe,</p><p>China Economic Review 16 (2005) 293–307,  Why does so much FDI from Hong Kong and Taiwan go to Mainland China? , Kevin HONGLIN ZHANG, Department of Economics, Illinois State University</p><p>ASIEN 96 (Juli 2005), S. 7-28, Trans-nationalising Chineseness: Overseas</p><p>Chinese Policies of the PRC&#8217;s Central Government, Elena Barabantseva</p><p>The Internationalization of Ethnic Chinese Business Firms from Southeast Asia: Strategies, Processes and Competitive Advantage, , HENRY WAI-CHUNG YEUNG, Joint Editors and Blackwell Publishers Ltd 1999. Published by Blackwell Publishers</p><p>The Chinese Diaspora and Philanthropy Nick Young &amp; June Shih, Global Equity Initiative</p><p>Harvard University,  This paper was commissioned by the Global Equity Initiative for a workshop on Diaspora Philanthropy to China and India, held in May 2003.</p><p>Reaching Out and Incorporating Chinese Overseas: The Trans-territorial Scope of the</p><p>PRC by the End of the 20th Century; Mette Thunø, The China Quarterly, 2001</p><p>CHINA’S OVERSEAS CHINESE POLICY IN THE GLOBALIZATION ERA:CHALLENGES AND RESPONSES, Joseph Y. S. Cheng, Ngok Kinglun and Philip Y. K. Cheng</p><p>Sea turtles&#8217; reverse China&#8217;s brain drain, <a target="_blank" href="http://cnntweet.appspot.com/articles/http:/cnn.com/2010/WORLD/asiapcf/10/28/florcruz.china.sea.turtles.overseas/index.html?hpt=T2/%27Sea%20turtles%27%20reverse%20China%27s%20brain%20drain/tweet/" target="_blank"> </a><a target="_blank" href="http://articles.cnn.com/2010-10-28/world/florcruz.china.sea.turtles.overseas_1_china-chinese-experts-overseas-chinese-students?_s=PM:WORLD"> </a>October 28, 2010 Jaime FlorCruz, CNN Beijing Bureau Chief</p><p>http://www.chinasquare.be/tag/groot-china/</p><p>Verschenen in &#8220;<em>China Vandaag</em>&#8221; 01/09/11</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/china%e2%80%99s-%e2%80%9cvijfde-colonne%e2%80%9d-zit-in-het-buitenland/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Guangdongs nieuwe ontwikkelingsstrategie</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/guangdongs-nieuwe-ontwikkelingsstrategie/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/guangdongs-nieuwe-ontwikkelingsstrategie/#comments</comments> <pubDate>Sun, 19 Jun 2011 21:41:07 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Stad & Regio]]></category> <category><![CDATA[Guangdong]]></category> <category><![CDATA[Parelrivierdelta]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=19558</guid> <description><![CDATA[De provincie Guangdong wil dat de weinig technologische- en vervuilende nijverheid van de Parelrivierdelta verhuist naar andere delen van de provincie om van de PRD een hoogtechnologische, sociale en ecologische hub te maken. Hoe denkt de provincie te slagen in het ambitieus opzet? Guangdong is China’s meest zuidoostelijke provincie. Ze is dicht bevolkt hoewel ze [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">De provincie Guangdong wil dat de weinig technologische- en vervuilende nijverheid van de Parelrivierdelta verhuist naar andere delen van de provincie om van de PRD een hoogtechnologische, sociale en ecologische hub te maken. Hoe denkt de provincie te slagen in het ambitieus opzet?</span></strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/06/ocdeguangdong-36.jpg" rel="lightbox[19558]"><img class="alignleft size-medium wp-image-19560" title="ocdeguangdong 36" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/06/ocdeguangdong-36-211x300.jpg" alt="" width="211" height="300" /></a>Guangdong is China’s meest zuidoostelijke provincie. Ze is dicht bevolkt hoewel ze nog geen 2 % van China’s oppervlakte inneemt. Op dit gebied dat iets kleiner is dan het Verenigd Koninkrijk leven 95 miljoen personen, wat neerkomt op 530 personen per km². De provincie kan worden onderverdeeld in 4 delen: de Parelrivierdelta is sterk ontwikkeld; de oostelijke en westelijke flank zijn dit duidelijk minder; overigens net zoals het meer noordelijk bergachtig gedeelte. In de PRD leven 41 miljoen personen; het oosten heeft 23 miljoen inwoners, het westen 23 miljoen; noordelijk Guangdong dat het grootst is, telt maar 9 miljoen inwoners. Guangdong is met een verstedelijkingsgraad van 64 % in 2008 China’s meest verstedelijkte provincie. Deze wordt in Guangdong gedreven door een sterke migratie naar de steden en door het uitdeinen van steden die stukken landelijk gebied opeten. Dorpen worden onderdelen van de oprukkende steden. In Guangdong en de belendende speciaal administratieve zones Hong Kong en Macao vormen zich vier metropolen: Guangzhou en Foshan groeien naar elkaar en deze “GuangFo”-metropolis telt 10 miljoen niet-ruralen. Hong Kong en Shenzhen vormen samen ook een metropolis. Dongguan is een derde metropool. De vierde is de poly- centrische metropool gevormd door Shantou, Jieyang en Chaozhou. De provincie raamt dat ze 27 miljoen migranten heeft, waarvan 8 miljoen uit de provincie zelf komen en 19 miljoen uit andere provincies. Deze toestroom van migranten uit andere provincies is de belangrijkste reden voor de hoge bevolking aangroei die van 1990 tot 2008 2,8 % bedroeg, wat drie maal het Chinees gemiddelde is. Recente trends tonen echter aan dat de Parelrivierdelta van haar aantrekkingskracht voor migranten aan het inboeten is ten nadele van de Yangtzerivier delta (YRD). In 2004 overvleugelden Zhejiang en Jiangsu Guangdong betreffende het aantrekken van migranten. Hierop verhoogde Guangdong de minimumlonen waardoor de toevloed wel even steeg, maar aangenomen wordt dat de sociale voorwaarden voor de migranten gunstiger zijn in de YRD.</p><p>Guangdong heeft met 12 % van China’s BNP de grootste economie en evenaart deze van Australië of Turkije. De groei bedroeg van 1981 tot 2008 13,7 % gemiddeld jaarlijks. Het is dan ook een van de rijkste provincies want het inkomen bedraagt 166 % van het gemiddelde in China. Qua BNP/hoofd overschreed Guangdong in 1998 het cijfer van Jiangsu, nu zijn de posities omgekeerd. Vooral de PRD is de motor van de provincie met 79 % van het BRP. Bij China’s 54 grootste metropolen staat GuangFo tweede, Shenzhen vierde en Dongguan 13 op het gebied BRP. Sinds de hervormingspolitiek in 1978 heeft de provincie zich omgevormd van een achterlijke boereneconomie naar een nijverheidseconomie. Van 2005 tot 2008 bestond het BRP voor 51 % uit industrie (en bouw), de tertiaire sector nam 43 % in en landbouw had nog 5,6 %. Wat vooral Guangdongs industriële groei tekent, is de verwerkings-handel waardoor half-afgewerkte producten geïmporteerd worden, bewerkt of geassembleerd en terug geëxporteerd worden via Hong Kong. Zo kwam het dat Guangdong in 2008 23,8 % van China’s export op zich nam. In de jaren negentig vooraleer de provincies rond Shanghai opkwamen, was het aandeel nog groter. In 2008 exporteerde Guangdong in zijn eentje meer dan de gehele Russische Federatie. Van 1978 tot 2008 ontving de provincie dan ook een kwart van de buitenlandse investeringen in China. Ook hier valt een proportionele vermindering waar te nemen vergeleken met de jaren negentig door de stijging in andere kustprovincies zoals Jiangsu of Shandong. Toch beliep het cijfer van 2005-2008 15 792 miljoen $ of ongeveer dat van Polen of Turkije.</p><p>De opgang van Guangdong werd mogelijk door de “Speciale Economische Zones” die opgericht werden en ook door de bloei toen van de landelijke nijverheden. De meest belangrijke factor achter Guangdongs boom betrof echter de verhuis van de nijverheid uit Hong Kong die zich over de grens kwam vestigen. De bedrijven werden aangetrokken door lage lonen en door de fiscale voordelen in de speciale zones. Het proces begon in 1987 en tegen 2000 was 80 % van Hong Kongs nijverheid verhuisd. De 20 % die overbleef was hightech fabricage. De nijverheid die uit Hong Kong naar Dongguan verhuisde trok veel migranten aan. Daar waren te Changan bijvoorbeeld in 2000 van de 595.000 bewoners 561.500 migranten. Andere steden als Lecong in Shunde, Guzhen in Zhongshan en Humen in Dongguan gingen zich specialiseren in een bepaalde nijverheid respectievelijk meubelen, belichting en kledij. Deze ware hoofdzakelijk bestemd voor de export. Na het vrijmaken van de prijzen, ontstonden nieuwe groothandelsmarkten. Deze bevorderden het vormen van clusters. Tegen 2007 telde de provincie 228 gespecialiseerde gebieden. Van 1990 tot 2000 groeide de bebouwde oppervlakte 300% met steden die uitdeinden op een manier die voorheen ongezien was.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Uitdagingen</span></strong></p><p>Het is glashelder dat er een onevenwicht is in Guangdongs ontwikkelingsmodel vermits 79 % van het BRP in de PRD vervaardigd wordt en dan nog 64 % in de 3 metropolen GuangFo, Shenzhen en Dongguan. Het is noodzakelijk dat in de PRD meer technologische goederen worden vervaardigd want met te verwachten loonsverhogingen en een duurdere yuan valt te verwachten dat bedrijven met geringe winstmarge veroordeeld zijn op termijn. Overigens zijn de gronden vooral in het oostelijk deel van de PRD almaar schaarser. De westerse regio is gespecialiseerd in energie en petrochemie wat niet echt veel jobs oplevert en zeker niet voor de lokale weinig geschoolde bevolking. Twee factoren drijven de productiviteit van Guangdong gedurende het laatste decennium: meer ICT en een verschuiving van lichte naar meer zware industrie. Van 2000 tot 2007 verhoogde het aandeel van ICT in de nijverheid met 7%; de zware nijverheid zag haar aandeel toenemen met 6,4 %. Deze structurele wijzigingen grijpen echter nog meer plaats in de concurrerende YRD. De verandering naar zware nijverheid werd in Guangdong het meest in de hand gewerkt door Japanse investeringen in de autosector. Dit begon met Honda die in 1998 een fabriek overnam van Peugeot. Toyota en Nissan kwamen na de toetreding van China tot de WTO. Deze richten zich tot de interne markt waarvan Guangdongs aandeel tussen 2002 en 2007 steeg van 5,4% tot 16,6 %, juist achter Shanghai met 17,2%. Een andere veelbelovende zware nijverheid is petrochemie incluis raffinaderijen. Zowel binnenlandse groten hebben massieve investeringen aangekondigd als Koeweit dat met Sinopec een raffinaderij van 9 miljard $ plant in Zhanjiang.</p><p>Het aandeel van Guangdong in ‘s lands BNP steeg tussen 1990 en 2007 wel van 7,1 % tot 12 %, maar het aandeel van de YRD vergrootte van 15,5 % tot 22,7 % tijdens dezelfde periode. Een analoog fenomeen doet zich voor in de productiviteit waar de provincies rond Shanghai niet meer moeten onder doen voor Guangdong. Ook heeft de YRD Guangdong verdrongen als de grootste magneet voor het aantrekken van buitenlandse investeringen. Zelfs enkel de provincie Jiangsu heeft meer buitenlandse investeringen dan Guangdong. De indruk bestaat dat Guangdong in vergelijking met de YRD wat ter plaatse trappelt bij het aantrekken van buitenlandse investeringen in hightech . Ook de regio rond Peking en Tianjin doet het in dit verband beter. Tegen 2007 had Chongqing zelfs Guangdong ingehaald betreffende buitenlandse investeringen per persoon.</p><p>De afhankelijkheid van de export deed zich dan ook flink gevoelen tijdens het uitbreken van de financiële crisis. De BRP groei die in 2007 nog 14,7 % bedroeg, viel tot 10,1 % in 2008 en verder nog tot 5,8 % tijdens het eerste kwartaal van 2009. Vooral de PRD was duidelijk aangetast: Dongguan en Zhuhai tekenden zelfs een negatieve groei op. Geschat wordt dat eind 2008-begin 2009 27 miljoenmigranten hun job verloren. Hoe dan ook Guangdong zit van alle provincies met de derde grootste intra-provinciale ongelijkheid. Deze ongelijkheid wordt bevestigd door andere meetmethodes zoals de Theil-index en de Gini-coëfficient waar de provincie helemaal vooraan staat qua ongelijkheid. De oorzaak van deze ongelijkheid ligt bij de tweespalt tussen de ontwikkelde PRD en de andere achterliggende delen van de provincie. Met minder dan een kwart van de oppervlakte bracht de PRD 82 % van het provinciaal product voor. 90 % van de buitenlandse ondernemingen vestigen zich in de PRD en zeven achtsten van de 800 miljard buitenlandse investeringen tussen 1979 en 2008 ging naar de PRD.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Knelpunten</span></strong></p><p>Als Guangdong hoger op de waardenladder wil klimmen, is menselijk kapitaal één  van de belangrijkste uitdagingen. De verstrekking van onderwijs is hiervoor primordiaal. De provincie verhoogde de uitgaven voor onderwijs van 11% in 1999 tot 18 % in 2007. De graad van inschrijvingen verhoogde in alle graden, maar toch staat Guangdong zwak in hoog geschoolden. Slechts 55 per 1000 bewoners ging naar de universiteit of hogeschool wat minder is dan het Chinees gemiddelde van 62/1000 en veel lager dan Peking (242/1000) en Shanghai (240/1000). Daardoor dreigt de provincie minder aantrekkelijk te worden voor firma’s die hoge toegevoegde waarde maken. Ook het beroepsonderwijs is niet zoals het moet: enkele steden zoals Foshan en Shenzhen halen hoge cijfers, maar zitten toch ook onder de cijfers van Peking en Shanghai. Het is zelfs zo dat de migranten die naar Guangdong komen een hogere scholingsgraad hebben dan de autochtonen.</p><p>Naast onderwijs zijn innovatie, onderzoek en ontwikkeling belangrijk. Op het gebied van innovatie was de provincie onmiddellijk geplaatst na Peking en Shanghai en recentelijk stak het Shanghai voorbij als tweede aldus nog een Index die ontworpen werd door het  “S&amp;T Development Strategic Research Team” en die alle provincies en gelijkgestelde municipaliteiten beoordeelt. Het bedrag dat in de provincie besteed werd aan onderzoek en ontwikkeling vervijfvoudigde tussen 2000 en 2008, maar in andere provincies is de aangroei nog sterker. Guangdong staat op dat vlak maar zesde na Beijing, Shanghai, Tianjin, Jiangsu en Liaoning. Multinationale ondernemingen nemen 39 % op zich van het uitgegeven bedrag aan onderzoek en ontwikkeling. Wat de provincie vooral ontbreekt, is universiteiten met naam. Ook op het gebied van patenten houdt Shenzhen 80 % van de patenten en in Shenzhen heeft alleen Huawei er 70%.</p><p>Gezien China’s economisch model in de toekomst meer de binnenlandse markt beklemtoont, is het zaak deze markten goed te kunnen bereiken. Recentelijk werd in Shenzhen heel wat haveninfrastructuur afgewerkt. Hong Kong’s containerhaven te Kwai Tsing heeft een capaciteit van 16 miljoen TEUs en uitbreiding is gepland naar 26 miljoen tegen 2020. In Oost Shenzhen te Yantian heeft een Hong Kongse operator samen met Shenzhen een containerhaven met 11 miljoen TEUs die uitgebreid zal worden tot 17 miljoen. De haven in Shekou-West Shenzhen- is hoofdzakelijk voor bulk vracht met een capaciteit van 15 miljoen TEUs. Een smallere containerhaven te Chiwan heeft een capaciteit van 7 miljoen en in Guangzhou werd in 2004 een containerterminal geopend die 7 miljoen containers aankan per jaar. Al deze inspanningen beletten niet dat de havens van Shanghai en Ningbo (die ook aangepast werden als diepzeehavens) tegen 2015 wellicht de havens van de PRD zouden kunnen overstijgen. De logistiek is ook nog niet echt wat ze hoeft te zijn, hoewel hierin gedurende het 11° vijfjarenplan 103 miljard yuan werd in geïnvesteerd. Shenzhen en Hong Kong tellen samen 2000 bedrijven in de logistiek waaronder 50 buitenlandse zoals UPS, Maersk, FedEx, Walmart…</p><p>Van 1990 tot 2009 werden 5123 km snelwegen aangelegd en van 2010 tot 2020 komen er nog 1410 km bij die vooral de perifere gebieden zullen aandoen. Vooral Guangzhou heeft geprofiteerd van deze aanleg; Hong Kong nauwelijks en de drie steden Zhaoqing, Jiangmen, komen onmiddellijk na Kanton. De spoorwegen leveren maar een bescheiden bijdrage bij het vervoer van goederen. Het gaat hoofdzakelijk om het vervoer van steenkolen. Er is zelfs geen containertransport via het spoor.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Maatregelen</span></strong></p><p>Sinds de tachtiger jaren beschikt Guangdong over de vier soorten ontwikkelingszones die de regering erkent: economische-en technologische ontwikkeling zones, hightech ontwikkelingszones, vrijhandelszones en verwerkingszones voor export. Deze zones kunnen ofwel uitgaan van de centrale- of van het provinciaal bestuur. Ze hebben een gunstig fiscaal statuut, bieden infrastructuur en goedkope gronden aan en ze kennen ook vereenvoudigde administratieve procedures. In 2007 stond de investeringen in de zones in voor 30 % van de buitenlandse investeringen, 20 % van de toegevoegde waarde van de provinciale nijverheid en 21% van de export in de provincie.</p><p>Zoals we al aangaven ontstonden informeel (anderzijds ook in de hand gewerkt door het zgn “Vonk” programma dat landelijke technologie stimuleert) clusters die de provincie formaliseerde in 2000 met haar “Eén stad, één product” campagne die gespecialiseerde steden wou ontwikkelen. Deze moete aan bepaalde voorwaarden voldoen zoals 30 % van de nijverheid moet geconcentreerd zijn in 1 sector en de jaarlijkse industriële productie moet meer dan 2 miljard yuan bedragen. Eenmaal erkend kunnen ze toelagen aanvragen aan de provincie. Deze gaat dan meestal naar het opzetten van een innovatiecentrum over de betrokken specialiteit. De uitvoering van het “Gespecialiseerde steden” programma deed het aantal gespecialiseerde lokaliteiten van 21 in 2001 groeien tot 277 in 2008. Op zeven jaren tijd namen ze een kwart van het BRP voor hun rekening. Het aantal hightech firma’s en het aantal personeelsleden nam vele malen toe. De facto ontstaat zo specialisatie in logistiek, transport en toerisme over chemie en machinebouw tot hightech elektronica. Ook lowtech blijft met kledij, keramiek, meubels en lederwaren. Het aantal patenten steeg van 2852 in 2001 tot 100.000 in 2008. De laatste jaren probeert de provincie vooral betrokken gespecialiseerde steden buiten de PRD te stimuleren.</p><p>Tijdens het 11° vijfjarenplan was Guangdong niet echt aanwezig in de prioritaire gebieden van de nationale overheid. De “Ontwikkelings- en hervormingscommissie” pakte echter in 2008 met een programma van de hervormingen in de PRD uit van 2008 tot 2020. Guangdongs positie wordt in het programma bevestigd als pilootregio voor verdere hervormingen. Het opwaarderen van de nijverheid ven het versterken van innovatie vormen de kern van de nieuwe strategie. Tegen 2012 moeten uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling 2,5 % van het BRP en het aantal onderzoekers moet 280.000 bedragen. Terwijl binnen de PRD gestreefd wordt naar nijverheid met meer toegevoegde waarde, zou de gewone arbeidsintensieve nijverheden verhuisd worden naar de minder ontwikkelde gebieden in Guangdong. Dit valt dan weer samen met de “dubbele verhuis”-politiek die de provincie al zelf had uitgedokterd: 6 miljoen overtallige ruralen zullen aangetrokken worden voor de niet-landbouw en 3,5 miljoen zullen een opleiding ontvangen. Het belangrijkste middel daartoe is tussen 2008 en 2012 het oprichten van industrieparken buiten de PRD waarin 40 miljard zal worden in geïnvesteerd. Het programma van de “Nationale Ontwikkelings-en Hervormingscommissie” voorziet verder nog de verdere aanleg van infrastructuur (autowegen, spoorwegen en openbaar vervoer); een eengemaakt (landelijk én stedelijk) systeem voor ziekteverzekering en een pensioensysteem dat tegen 80 % van de migranten omvat en dit met een verstedelijking van 85%; een verbeterde milieubescherming met energiebesparing; een betere samenwerking met Hong Kong en Macao en tenslotte een streven naar een beter bestuur door lokale experimenten zoals de samenwerking tussen Guangzhou en Foshan. .</p><p>De inkt van dit plan was nog niet droog of de financiële crisis brak uit De diverse regeringen in China werkten anti-crisis stimuleerprogramma’s uit: in Guangdong zullen van 2008 tot 2012 2.270 miljard uitgetrokken worden waarvan 28% voor een beter transport; 24 % gaat naar energiezekerheid; 21 % naar zware industrie en maar 8 % wordt besteed aan geavanceerde diensten en hightech. Er wordt gezegd dat deze programma’s en plannen vooral de “hardware” stimuleren, maar minder de software zoals het cultiveren van merken en een talentenpool. Hoewel Guangdong wel een eigen plan heeft om de innovatie in de nijverheid te stimuleren wordt betreffende het opleiden van talent e.d. gerekend op samenwerking met Hong Kong. In 2007 werd tussen Hong Kong en Guangdong een akkoord gesloten over innovatie. Het driejarig (2009-2012)uitvoeringsprogramma voorziet 24 samenwerkingsprojecten in 3 categorieën: een project is bijvoorbeeld het “Solar Energy Research and Industrial Platform” waarbij het onderzoek in Hong Kong zou gebeuren en de industriële activiteiten in Shenzhen. De OESO ziet de meeste van Guangdongs maatregelen wel zitten. Volgens de OESO zijn de nieuwe industriële parken die voorzien worden echter te ver afgelegen van de logistieke knooppunten. Ook voorbeelden van industriële relocatie uit Japan en Zuid Korea blijken niet gelukkig te zijn afgelopen.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Milieu</span></strong></p><p>Guangdongs grote groei kwam uiteraard met een milieukost. Het totale energieverbruik in Guangdong verdrievoudigde sinds 1997 en verdubbelde sinds 2000. De provincie is nu al de derde grootste energieverbruiker voor Liaoning. Ook het elektriciteitsverbruik verdubbelde sinds 2000. Vermits 82 % van de provinciale nijverheid zich in de PRD bevindt, is het makkelijk te raden waar de grootste schadelijke gassen zullen te vinden zijn. Naast de nijverheid zijn gebouwen ook een belangrijke energieverbruiker. In Shenzhen maakt de energie voor gebouwen 30 % uit van het totale verbruik, het dubbele van Peking en Shanghai. In piekperioden ’s zomers zou 35 % van het provinciale verbruik gaan naar airco’s.</p><p>De PRD is één van de 4 regio’s met smog. De concentratie van SO² steeg met 14 % van 2001 tot 2008. Dat jaar betrof 48 % van de regenval zure regen. 62 % van de steden in de provincie kennen frequent zure regen en Kanton spant de kroon. .Het aantal motorvoertuigen steeg ook sterk het afgelopen decennium: de provincie bezit nu 10 % van ’s lands moto’s. Dit zorgt dan weer voor toename van NOx. Er werd weliswaar geïnvesteerd in waterzuiveringsstations zodat de behandelingsgraad steeg van 30 % in 2000 tot 56 % in 2008. Dit betekent toch dat 2 miljoen m³ water niet behandeld worden. Het is wel zo dat 90 % van het industrieel afvalwater behandeld wordt. De gevolgen voor de rivieren zijn legio: één derde van de riviersegmenten zijn verontreinigd. In Kanton is zelfs maar 82 % van het drinkwater volgens de standaarden.</p><p>Een onderzoeksrapport van de Universiteit van Colorado geeft aan dat de PRD langzaam onder de zeespiegel zinkt. Dit verhoogt de kans van overstromingen met de helft tijdens de volgende decennia. Volgens Guangdongs eigen klimaatrapport zou het zeeniveau met 30 cm kunnen stijgen tegen 2050 waardoor de steden Kanton, Zhuhai en Foshan ernstig bedreigd zijn. Deze stijging met 30 cm zou een gebied van 1153 km² onder water zetten.</p><p>De Ontwikkelings-en Hervormingscommissie heeft al duidelijke milieudoelstellingen geformuleerd voor 2020: een vermindering van energieverbruik tot 0,57 ton steenkoolequivalent; herverbruik van 80 % bij afvalwater in de nijverheid; 15 m² groen of parken per inwoner in de steden; 900.000 ha bos en 82 natuurgebieden; behandeling van het stedelijk afvalwater tot 80 % in 2012 en 90 % in 2020. Bij het industrieel afvalwater moet het cijfer 100 % bedragen in 2020.</p><p>De provincie heeft in haar wetenschappelijk en technologisch Programma uit 2008 100 miljoen uitgetrokken voor het milieu. In 2009 werd Kanton de eerste stad die in China uitpakte met een plan ter bevordering van nieuwe energie. Dit plan wil dat privé en overheid tegen 2020 100 miljard investeren in duurzame energievormen. De provincie is ook van plan het voorbeeld van Shenzhen te volgen betreffende het betoelagen van producenten van zonne-energie waardoor quasi de kost zou worden gedekt. Kanton heeft dan weer een afvalstort die uit afval energie haalt en jaarlijks 50 Gw voortbrengt, voldoende om 300.000 gezinnen van elektriciteit te voorzien. In de lijn van andere provincies pakt Guangdong de 150 grootste energieverslindende bedrijven aan die 65 % uitmaken van het provinciaal energieverbruik in de nijverheid. Shenzhen was dan weer de eerste stad in China met plan voor het energieverbruik in gebouwen. Het stedelijk plan op halflange termijn stelt besparingscijfers voor van 20 % qua belichting; 25 % in hotels; 15 % voor openbare- en 20 % voor regeringsgebouwen en 50 % in nieuwbouw.</p><p>Het is duidelijk dat veel van de PRD-vervuiling afkomstig is van bedrijven uit Hong Kong. Zowel Hong Kongs baas Tsang als Guangdongs partijsecretaris Wang Yang kwamen in 2008 overeen te zullen streven naar een “groene PRD leefruimte” Beide kanten zijn het intussen eens geworden over de cijfers waarmee de vier grote vervuilers naar beneden moeten. Guangdongs milieu valt immers niet los te denken van haar omgeving. Alles bijeen wordt het toch een moeilijke opdracht om tezelfdertijd meer ecologisch te gaan produceren, de migranten beter te betalen als te werken aan het technologisch upgraden.</p><p>,</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/guangdongs-nieuwe-ontwikkelingsstrategie/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Zeldzame aardmetalen, voor wiens ontwikkeling ?</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/zeldzame-aardmetalen-voor-wiens-ontwikkeling/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/zeldzame-aardmetalen-voor-wiens-ontwikkeling/#comments</comments> <pubDate>Mon, 14 Mar 2011 23:06:12 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Internationaal]]></category> <category><![CDATA[buitenlandse handel]]></category> <category><![CDATA[metalen]]></category> <category><![CDATA[mijnen]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=17185</guid> <description><![CDATA[ Door Raf Custers (GRESEA) 2011  “Laten we alstublieft van de zeldzame aardmetalen geen twistpunt maken”, was China’s boodschap kort voor president Hu Jintao in januari naar de VS afreisde. In het Westen echter worden de commentaren over de zeldzame aardmetalen metalen bitsig. Zonder deze grondstoffen kunnen geen elektronische producten gemaakt worden en valt de ‘groene [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong> </strong>Door Raf Custers (GRESEA) 2011 </p><p><span style="color: #ff0000;"><strong>“Laten we alstublieft van de zeldzame aardmetalen geen twistpunt maken”, was China’s boodschap kort voor president Hu Jintao in januari naar de VS afreisde. In het Westen echter worden de commentaren over de zeldzame aardmetalen metalen bitsig. Zonder deze grondstoffen kunnen geen elektronische producten gemaakt worden en valt de ‘groene economie’ stil. Omdat Westerse bedrijven de uitbating van zeldzame aardmetalen niet meer rendabel vonden, zijn ze daar jaren geleden mee gestopt. China produceert nu zo goed als alle <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/economiefinancies-actueel/uitvoerquota-voor-zeldzame-metalen-nog-lager/" target="_blank">zeldzame aardmetalen </a>en is de grootste leverancier aan het Westen. Nu China zijn zeldzame aardmetalen zelf gaat verwerken, roept het Westen – o, ironie : “Mag Niet !”</strong></span> </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default7.jpg" rel="lightbox[17185]"><img class="alignleft size-medium wp-image-17186" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default7-300x165.jpg" alt="" width="300" height="165" /></a>Het geval Mbark Bousoufa zal in café De Toekomst wel drukker besproken worden. Maar in ons dagelijkse leven komen we de spitante spits bijlange niet zo dikwijls tegen als zeldzame aardmetalen. De toepassingen van zeldzame aardmetalen zijn namelijk legio, van kleurentelevisies en de vuursteentjes in aanstekers tot geavanceerde elektronica en wapens (zie Annex-1). Alle spitssectoren van de economie gebruiken nu permanente magneten en andere componenten waarin zeldzame aardmetalen zijn verwerkt. Het belang van deze materialen is evident.</p><p> Zeldzame aardmetalen worden nu bij de kritische grondstoffen ingedeeld. De eerste zeldzame aardmetalen zijn rond 1790 geïdentificeerd en kregen toen hun naam. Die naam is misleidend. Deze &#8216;metalen&#8217; zijn niet zeldzaam, van sommige zitten er zelfs grotere volumes in de aardkorst dan van koper, goud, lood of platina.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn1">[i]</a> Maar er zijn in de hele wereld maar enkele vindplaatsen waar zeldzame aardmetalen in voldoende concentraties voorkomen, al of niet geassocieerd met andere materialen (zoals ijzer), om een uitbating economisch rendabel te maken. Van zeldzame aardmetalen worden relatief kleine volumes geproduceerd, in 2009 wereldwijd slechts een kleine 130.000 ton (tegen 2,3 miljard ton voor ijzererts).<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn2">[ii]</a> </p><p>Voor spitssectoren zoals de elektronica en de groene economie  zijn deze kritiische materialen onmisbaar (zie Annex-2). Daarom ook wedijveren de economische blokken met elkaar over deze grondstoffen. Voor zeldzame aardmetalen is China nu nagenoeg de enige producent. De EU, de VS en Japan zijn voor hun bevoorrading van China afhankelijk geworden. Maar die afhankelijkheid hebben ze zelf gecreëerd. </p><p> <strong>Delocalisatie naar China</strong> </p><p>In twintig jaar tijd is de sector van de zeldzame aardmetalen door elkaar gegooid. Dat blijkt duidelijk uit Tabel-1 (zie onderaan). Tot 1990 waren de VS de grootste producent. Ze voorzagen in hun eigen behoeften en voerden zelfs zeldzame aardmetalen uit, voornamelijk naar Japan, Brazilië en Canada. Maar sinds 1995 voert China de lijst van de producenten aan en in 1999-2000 voerden de VS al ongeveer  90% van hun zeldzame aardmetalen in, direct of indirect uit China.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn3">[iii]</a> </p><p>De Verenigde Staten gingen achteruit omdat grote ondernemingen in de VS stopten met de uitbating van zeldzame aardmetalen. Het bedrijf Ronson, bekend van de aanstekers, had tot 1990 nog een eigen mijn. De firma Delco Remy, een filiaal van General Motors, produceerde magneetlegeringen op basis van neodymium-ijzer-boron. En de Franse firma Rhône-Poulenc had een fabriek van zeldzame aardmetalen in Phoenix. In 1991 werkten er 411 mensen in de mijnen voor zeldzame aardmetalen en aanverwante installaties, nadien kalfde het aantal jobs af. </p><p>De  bedrijven in de VS vonden dat ze met de winning van zeldzame aardmetalen niet meer genoeg verdienden. Een eerste reden was dat hun uitbatingkosten stegen onder druk van strengere wetten om gezondheid en milieu te beschermen. Molycorp, de grootste producent in de VS, kreeg problemen met de lozing van afvalwater van de Mountain Pass mijn in Arizona. Daarom sloot Molycorp eerst de fabriek waar ertsen en metalen werden gescheiden. Daarna werd ook de mijn stilgelegd en begon Molycorp zijn voorraden van zeldzame aardmetalen weg te werken. In 2004  stak Molycorp Mountain Pass, dè grootste mijn voor zeldzame aardmetalen in de VS, in de mottenballen. </p><p>Een tweede reden waren de prijzen op de wereldmarkt. De vraag naar zeldzame aardmetalen nam toe, maar de prijzen bleven laag door de toename van de productie in China en de uitvoer door dat land. Men zou kunnen zeggen dat zich in China een vuile productie ontwikkelde terwijl de VS de hunne opruimden. Dat wordt nu ook in China erkend.  Recent schreef de Beijing Review nog : “ We zijn wereldleider geworden omdat we een snelle en vuile ontginning hebben toegelaten.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn4">[iv]</a> In de jaren ’70 en ’80 ging er in China veel aandacht naar prospectie zodat de productie van zeldzame aardmetalen tussen 1978 en 1989 jaarlijks met 40% toenam.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn5">[v]</a>. In de jaren ’80 verklaarde de toenmalige Chinese leider Deng Xiaoping : “Het Midden-Oosten heeft olie, maar China heeft zeldzame aardmetalen”.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn6">[vi]</a> </p><div id="attachment_17187" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default8.jpg" rel="lightbox[17185]"><img class="size-medium wp-image-17187" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default8-300x210.jpg" alt="" width="300" height="210" /></a><p class="wp-caption-text">Bayan Obo mijn</p></div><p>In het Bayan Obo mijnbekken (Baiyunebo in Chinese documenten) in Binnen-Mongolië baat het bedrijf Baotou Rare Earths de grootste mijn van zeldzame aardmetalen ter wereld uit. Het is een deel van Baotou Iron and Steel, een goed aangeschreven holding van mijnen en metaalfabrieken. Er is in China nog een tweede grote afzetting van zeldzame aardmetalen, in Jiangxi in het Zuidoosten.</p><p>Maar daarnaast kwam er een wildgroei van kleine private mijnen. In het Ganzhou bekken, in de provincie Jiangxi, waren er op het hoogtepunt van de bedrijvigheid 1035 mijnen met een vergunning. Ze gebruikten verouderde technologie, deden hun mensen in lamentabele omstandigheden werken en verspilden massa’s ertsen. De vervuiling werd een nachtmerrie<em>”</em>.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn7">[vii]</a> Ook Amerikaanse bedrijven verhuisden hun productie naar China omdat de kosten daar lager waren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn8">[viii]</a> Dat zette een neerwaartse spiraal in gang, die het voor Westerse bedrijven wel mogelijk maakte om zich goedkoop in China te bevoorraden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn9">[ix]</a> </p><p>De cijfers van de reserves van zeldzame aardmetalen bevestigen dat China de leverancier van het Westen is geworden. In 1990 werden de wereldreserves door de geologische dienst van de VS op 62 miljoen ton geschat. Dit was de hoeveelheid die met de toen gangbare technieken uitgebaat kon worden. Hiervan bevond zich 48 miljoen ton of 78% in China, tegen 22% in landen met een markteconomie. In 1995 (en opnieuw in 2000) werden de reserves op 100 miljoen ton geschat, waarvan 43% in China. Vandaag bevinden 36% van de wereldreserves zich in China. Het aandeel van China in de reserves is dus opvallend gedaald. Dit komt doordat er buiten China is geëxploreerd en daar ook nieuwe ontginbare reserves zijn gevonden terwijl China intussen zijn eigen reserves heeft ontgonnen. De niet-Chinese reserves zijn niet aangesproken omdat de spitsindustrieën in de VS, Europa en Japan in China goedkoop aan zeldzame aardmetalen konden geraken. Het Westen heeft zelfs eigen voorraden aangelegd met zeldzame aardmetalen uit China, waarvan een aanzienlijk deel zelfs uit China zou zijn gesmokkeld.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn10">[x]</a></p><p> <strong>Nieuwe  oriëntaties in China</strong> </p><p> Maar China verandert het geweer van schouder. De politiek van hervormingen die sinds 1978 is ingezet om het land te openen en de economie te doen groeien, wordt nu aangevuld met een politiek gericht op meer binnenlandse consumptie en evenwichtiger interne groei. Sinds 2006 leggen de Chinese autoriteiten voor de uitvoer van zeldzame aardmetalen maximum quota op. Die uitvoer daalt dus (zie Tabel-2 onderaan). In 2008 en 2009 hebben daarin ook de economische crisis en de verminderde Westerse vraag meegespeeld. </p><p>In 2006, 2007 en 2009 bleef de uitvoer onder de toegelaten limiet. In 2008 werd er meer uitgevoerd dan toegelaten. Dat was ook in 2010 het geval. Het quotum voor 2010 was laag gehouden, ervan uitgaande dat de economische crisis ook de internationale vraag laag zou houden. Maar in de eerste negen maanden van 2010 zijn er 32.200 ton zeldzame aardmetalen uitgevoerd en is de jaarlimiet overschreden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn11">[xi]</a> Daarom werd het quotum voor de rest van het jaar in juli 2010 verder verlaagd met 72%.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn12">[xii]</a> </p><p>Verscheidene factoren hebben tot lagere uitvoer geleid. De zeldzame aardmetalen moeten om te beginnen in China zelf de groene industrie bevoorraden die sterk in opmars is. Ten tweede is er in de mijnbouw en zware industrie (staal) in China een sanering bezig. Gevaarlijke, illegale en verouderde mijnen worden gesloten. In 2010 zijn er zo bijna 1600 steenkoolmijnen gesloten en, in één bekken in de provincie Hunan, meer dan 100 illegale antimoonmijnen en -verwerkingsinstallaties.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn13">[xiii]</a> Illegale of onveilige mijnen van zeldzame aardmetalen ontsnappen niet aan deze operatie. Eerdere saneringsacties zijn dikwijls gesaboteerd, onder andere door corrupte ambtenaren. Maar dit keer melden uiteenlopende bronnen dat het ernst is.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn14">[xiv]</a></p><p>Ten derde worden deze sectoren geconsolideerd rond een beperkt aantal grotere staatsbedrijven. Zeldzame aardmetalen zullen naar 5 of 6 staatsbedrijven worden gekanaliseerd, eventueel via een gespecialiseerde beurs of een centraal inkoop bureau.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn15">[xv]</a> Tegen 2015 zou het aantal bedrijven actief in zeldzame aardmetalen gereduceerd moeten worden van 90 tot 25.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn16">[xvi]</a></p><p>Kennelijk wordt paal en perk gesteld aan de roofbouw op niet-hernieuwbare grondstoffen waarvan de voorraden per definitie ooit op zullen zijn. Voor de zeldzame aardmetalen sloeg de scheikundige Xu Guangxian, dè Chinese expert bij uitstek, in 2005 alarm vanwege grootschalige radioactieve vervuiling (aan de Gele Rivier) ; hij waarschuwde ook dat de voorraden van Bayan Obo binnen 35 jaar uitgeput zouden zijn als er niet werd ingegrepen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn17">[xvii]</a> Er moet  rationeler met de beschikbare voorraden worden omgegaan.</p><p>China wil tenslotte voor de zeldzame aardmetalen hogere prijzen krijgen op de wereldmarkt. Er moet dus een trendbreuk komen ten opzichte van de periode tussen 1998 en 2005 toen de uitvoer van zeldzame metalen vertienvoudigde, maar de prijs met 36% zou zijn gedaald.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn18">[xviii]</a> “Nooit eerder”, zo vatte een verslaggever het samen, ”zijn China’s zeldzame aardmetalen zo goedkoop verkocht. De VS en Japan konden de hand leggen op kostbare grondstoffen zonder er veel geld aan uit te geven”.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn19">[xix]</a> </p><p>De Chinese maatregelen maken ook dat zeldzame aardmetalen in China goedkoper zijn dan op de wereldmarkt. China zou buitenlandse bedrijven willen aanzetten om zich in China te vestigen en zeldzame aardmetalen tot (half-)afgewerkte producten te transformeren. Chinese bronnen stellen hier General Motors als voorbeeld, dat in 2009 zijn internationaal hoofdkwartier naar Shanghai verhuisde. GM heeft zeldzame aardmetalen nodig voor de motor en de batterijen van zijn elektrische auto, de Chevrolet Volt. </p><p><strong>Bel de politie (bij de WTO)</strong> </p><p>Het bijsturen van de Chinese strategie botst op onbegrip in het Westen dat zich zorgen maakt over zijn bevoorrading. In september 2010 komt het over de zeldzame aardmetalen tot open conflicten met Japan en de Verenigde Staten. </p><p>Op 7 september 2010 botst een Chinese vissersboot met patrouilleboten van de Japanse kustwacht in de Oost-Chinese Zee. De Chinese kapitein wordt gearresteerd. Het incident maakt in beide landen felle nationalistische gevoelens wakker. Een oude ruzie tussen Japan en China over een eilandengroep laait weer op. In Chinese havens worden leveringen voor Japan geblokkeerd. China wordt ervan beschuldigd dat het geen zeldzame aardmetalen meer naar Japan verscheept. Beijing ontkent dat een embargo is ingesteld. Chinese douaniers zouden op eigen initiatief ladingen voor Japan hebben tegengehouden. De indruk is wel gewekt dat China zijn zeldzame aardmetalen gebruikt als wapen tegen concurrenten. </p><p>Dezelfde maand, meer bepaald op 9 september, dient de Amerikaanse<a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/wto-geeft-usa-gelijk-in-bandenconflict/" target="_blank"> vakbond </a>van staalarbeiders United Steelworkers (USW) bij de regering in Washington formeel een klacht in tegen China wegens concurrentievervalsing in de sector van de groene economie.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn20">[xx]</a> Volgens de USW sluit China de toegang tot kritische mineralen af. China zou verder zijn producenten van groene technologie met illegale maatregelen beschermen. “Veel van die maatregelen”, aldus de USW, “zijn in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie”. De vakbond schrijft nog : “Deze restricties doen voor de industrie buiten China de prijzen stijgen, en zijn een sterke aanmoediging om productie naar China te verhuizen. Regeringsambtenaren in China hebben inderdaad expliciet gezegd dat ze met de uitvoerbeperkingen investeringen willen aanmoedigen in de verwerking van deze mineralen, stroomafwaarts van de mijnen, in China in plaats van in andere landen”.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn21">[xxi]</a> </p><p>De USW-klacht wordt opgepikt in het Amerikaanse parlement en door Ron Kirk, de handelsgezant van de Amerikaanse regering. Maar Kirk heeft tot dusver bij de de Wereldhandelsorganisatie (WHO) voor de zeldzame aardmetalen nog niets ondernomen. Bij de WHO loopt overigens nog altijd een klacht, die in juni 2009 is ingediend door de VS, Mexico en de Europese Unie, omdat China de uitvoer van een tiental andere mineralen, gaande van bauxiet tot zink, zou beperken. </p><p>China heeft geantwoord dat het in zijn recht is. Volgens een topman van de Chinese Rare Earth Society gelden er geen uitvoerbeperkingen voor in China gemaakte componenten met zeldzame aardmetalen (zoals permanente magneten en lichtgevende materialen). “In de WHO-regels staat ook nergens dat een land geen maatregelen mag nemen om de uitvoer van zijn eigen producten te beperken”, aldus deze bron.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn22">[xxii]</a> Chinese bronnen benadrukken dat de Westerse critici enkel voor hun eigen belang de prijzen van zeldzame aardmetalen zo laag mogelijk willen houden en dat China nu doet wat in de VS al veel eerder is gebeurd, namelijk de vuilste mijnen sluiten.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn23">[xxiii]</a></p><p> Ook andere instellingen hebben hun afhankelijkheid van de Chinese zeldzame aardmetalen bestudeerd en erkend. In de VS waren er studies van het Congres en de ministeries van Defensie en Energie; in Japan van de regering en in Europa van de EU-instellingen en de Duitse industrie. Maar de klacht van de USW is tot dusver de meest agressieve actie in dit dossier.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn24">[xxiv]</a> </p><p><strong>Europa toont zijn tanden</strong> </p><p>Nu tekenen zich twee tendensen af. Buiten China ondervindt de sector van de zeldzame aardmetalen ineens een nieuwe dynamiek. Investeerders beseffen dat er met zeldzame aardmetalen weer geld te verdienen valt, en overal beginnen nieuwe projecten. De marktperspectieven op langere termijn lijken gunstig te zijn. De vraag naar zeldzame aardmetalen stijgt, voornamelijk vanuit de groene economie en toepassingen zoals elektrische voertuigen en windturbines . In 2015 zou de vraag 200.000 ton benaderen terwijl, zoals al vermeld, de productie momenteel rond 130.000 ton ligt. Er moet dus productiecapaciteit bijkomen. Maar omdat zeldzame aardmetalen moeilijk te vinden zijn en nog moeilijker te produceren, kan het nog jaren duren voor die capaciteit er is.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn25">[xxv]</a> Zolang &#8211; een extra-aansporing voor investeerders &#8211; blijven de prijzen wel onder druk staan. Het afgelopen jaar is de prijs van sommige zeldzame aardmetalen vervijfvoudigd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn26">[xxvi]</a> Die trend zal onder druk van de vraag (ook uit China) voortduren. </p><p>De geldschieters pompen dus geld in bedrijven die nieuwe mijnen willen ontwikkelen. Dat gaat zo’n vaart dat er al sprake is van een zeepbel. Ter illustratie : een index van aandelen van bedrijven actief in zeldzame aardmetalen schoot in september en oktober 2010 met 35% omhoog. Zes onbekende mijnbedrijven uit de VS, Canada en Australië waren toen samen 5 miljard euro waard, hoewel ze nog geen gram zeldzame aardmetalen hadden geproduceerd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn27">[xxvii]</a> </p><div id="attachment_17189" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default9.jpg" rel="lightbox[17185]"><img class="size-medium wp-image-17189" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/03/default9-300x199.jpg" alt="" width="300" height="199" /></a><p class="wp-caption-text">Mountain Pass mijn</p></div><p>Er staan ook concrete projecten in de steigers. Molycorp wil de Mountain Pass mijn heropenen. In 2010 haalde Molycorp hiervoor 275 miljoen euro vers kapitaal op. Op termijn zou Mountain Pass jaarlijks 20.000 ton zeldzame aardmetalen moeten voortbrengen, bijna een zesde van de huidige wereldproductie en méér dan de totale VS-behoeften. Molycorp heeft intussen contracten gesloten met de grote consumenten Sumitomo, Mitsubishi en Hitachi die minder afhankelijk willen worden van China. Sumitomo zal 95 miljoen euro investeren of lenen aan Molycorp in ruil voor de levering van een kleine 3000 ton zeldzame aardmetalen per jaar uit de Mountain Pass mijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn28">[xxviii]</a> In Australië heropent de firma Lynas binnen negen maanden de Mount Weld mijn. Lynas haalde in 2009 al 295 miljoen euro vers kapitaal op. Lynas gaat de zeldzame aardmetalen van Mount Weld verwerken in Maleisië en heeft een contract gesloten met Japans grootste invoerder van zeldzame aardmetalen, de firma Sojitz. </p><p>Er lopen op dit ogenblik zeker twintig projecten om zeldzame aardmetalen te ontginnen of om nieuwe mijnen te exploreren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn29">[xxix]</a> Maar het zal twee tot vijf jaar duren vooraleer die projecten gaan produceren. Daarbij speelt dat de technologische kennis in het Westen nu achterop loopt bij die van China. Sommigen suggereren dat China het ook op dit vlak handig heeft gespeeld. Zo schrijft de eerder genoemde vakbond USW  dat de laatste verwerkingsfabriek in de VS jaren geleden door “de Chinezen” is opgekocht en naar China verscheept.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn30">[xxx]</a> De USW heeft het hier vermoedelijk over de firma Magnequench, opgericht door General Motors in de jaren ’80, die magneten produceerde voor de auto’s van GM. Magnequench werd in 1995 overgenomen door twee Chinese bedrijven en een Amerikaanse investeerder en verhuisde in 2002 naar China. Niet bij nacht en ontij, zoals de USW suggereert, maar geheel in overeenstemming met het verkoopscontract.</p><p>Er komt dus ook vraag naar Chinese expertise. De Franse firma  Rhodia, opvolger van Rhone-Poulenc, stelde in november 2010 in de afdeling zeldzame aardmetalen een Chinees specialist als directeur aan.  Ook Chinese bedrijven doen mee aan de stormloop, vooral in Australië, al zijn ze vaak niet (meer) welkom. China Non-Ferrous Metal Mining Co (CNMC) moest in september 2009 een bod voor een meerheidsdeelname in Lynas laten vallen omdat de Australische regering de overeenkomst had geblokkeerd.</p><p> Grote consumenten zoeken ook naar technieken om minder afhankelijk te worden van zeldzame aardmetalen uit China. De Japanse Hitachi-groep zegt nu zeldzame aardmetalen te kunnen terugwinnen uit harde schijven van computers. Toyota werkt aan een elektrische motor zonder magneten met zeldzame aardmetalen. De Duitse groep Continental zegt al een motor zonder zeldzame aardmetalen te hebben ontwikkeld. Maar ook op dit vlak zullen doorbraken nog een tijd op zich laten wachten.</p><p> Op het diplomatieke vlak streken China en de VS de plooien glad. Midden januari bracht de Chinese president Hu Jintao een bezoek aan de Verenigde Staten. Daar stonden de zeldzame aardmetalen niet bovenaan de agenda. Beide landen hadden op voorhand sussende taal gesproken. In december had Jon Huntsman, de Amerikaanse ambassadeur in China, gewaarschuwd dat “China zeldzame aardmetalen niet als een wapen mag gebruiken”, maar hij had ook begrip gevraagd voor China’s binnenlandse economische uitdagingen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn31">[xxxi]</a> Vervolgens verklaarde de Chinese viceminister van Buitenlandse Zaken Cui Tiankai dat “zeldzame aardmetalen geen probleem tussen de VS en China hoeven te worden”. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn32">[xxxii]</a> Een dag voor Hu Jintao aankwam in de VS, publiceerde de Wall Street Journal een lang interview met de president.  Daarin benadrukte de Chinese president vooral dat China en de VS sinds twee jaar “een praktische samenwerking” hebben opgebouwd waar ze beiden voordeel uit halen en dat die samenwerking zal worden voortgezet.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn33">[xxxiii]</a></p><p> Maar, en dat is de tweede tendens, in Europa zijn de standpunten wel harder geworden. De Europese industrie wil absoluut zeker zijn dat de bevoorrading met kritische grondstoffen verzekerd is. Zo komt China in het vizier. De uitspraken van het Bundesverband der Deutschen Industrie (BDI), de koepel van de Duitse patroonsfederaties, spreken boekdelen. De BDI heeft drie congressen gewijd – in 2005, 2007 en 2010, aan de <em>Rohstoffsicherheit</em>, dus de vraag of de Duitse industrie de grondstoffen zal krijgen die ze nodig hebben. Tijdens het recente congres in oktober 2010 verklaarde BDI-voorzitter Hans-Peter Heitel : “We zijn met niemand in oorlog, niet met China, noch met enig ander land,maar China veroorzaakt wel de meeste problemen en China’s maatregelen gaan in tegen de regels van de Wereldhandelsorganisatie”. Keitel ziet ook knelpunten voor de leveringen van grondstoffen, die het voortbestaan van sommige ondernemingen kunnen bedreigen. “Bijzonder explosief: zeldzame aardmetalen”, zegt Keitel, want zo’n 97% van die zeldzame aardmetalen worden uit China betrokken.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn34">[xxxiv]</a> Dè oplossing volgens de BDI is “Vrije toegang, zeker wanneer het om spitstechnologieën gaat”. </p><p>Ironisch is wel dat de Duitse industrie kennelijk géén vrije toegang gunt aan Chinese ondernemingen in Oost-Europa en Centraal-Azie. Duitsland beschouwt die gebieden als zijn achtertuin. Het Oost-Europa- bureau van de BDI bestudeerde in 2010 hoe Chinese ondernemingen daar investeren, onder meer om China’s bevoorrading met olie èn zeldzame aardmetalen te versterken. “Veel van deze materialen zijn ook in Rusland, Oekraïne en Centraal-Azie te vinden. Kazakstan is een goed voorbeeld”, aldus dit bureau. Duitsland moet die markt afblokken, zo luidt de aanbeveling, zoals in de jaren ‘70 in contracten met de Sovjet-Unie is gebeurd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn35">[xxxv]</a>  In een toespraak voor dit BDI-bureau neemt de Duitse kanselier Angela Merkel deze conclusie over. Ze verklaart dat er in Centraal-Azië nog veel <em>Luft nach oben </em>is, dat betekent : nog veel ruimte voor Duitsland om economische betrekkingen aan te knopen, ook voor de zeldzame aardmetalen die “we nog voor elektrische batterijen zullen nodig hebben”.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn36">[xxxvi]</a> </p><p>De Duitse industrie lobbyt vanaf 2007 stelselmatig om zijn grondstoffenbelangen in Europese politiek te doen vertalen. Daarin schijnt ze goed te lukken. BDI-voorzitter Keitel noemt als één van de successen dat de Duitse regering in 2007 aan de basis lag van het grondstoffeninitiatief van de Europese Unie en dat “de industrie de ontwikkeling van het initiatief en zijn omzetting heeft begeleid”. Keitel bedoelt het zogenaamde Raw Materials Initiative waarmee de Europese Commissie in 2008 heeft uitgepakt. Het doel van dat programma is te zien hoe afhankelijk de Europese industrie van externe grondstoffenbronnen is en wat daaraan gedaan kan worden.</p><p> In 2010 gaf de Raw Materials Supply Group van de Commissie een overzicht van de situatie. De groep heeft van 41 materialen bestudeerd in hoeverre ze kritisch zijn. Zeldzame aardmetalen blijken hier de grondstof met het hoogste leveringsrisico te zijn. Uiteindelijk hield de groep een lijst van 14 kritische materialen over, met daaronder ook de zeldzame aardmetalen (zie Annex-3). Volgens deze studie is de industrie in de EU voor 100% afhankelijk van de invoer van zeldzame aardmetalen. Ze kan ze niet recycleren, omdat er nog geen procedés bestaan om zeldzame aardmetalen op een economisch rendabele manier te recycleren. En het aantal sites in Europa waar zeldzame metalen gewonnen kunnen worden, is beperkt.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn37">[xxxvii]</a></p><p>Ook de EU wil dus absoluut vrije toegang tot kritische mineralen buiten Europa. Dat blijkt ook uit het Raw Materials-actieplan dat de Commissie op 2 februari 2011 heeft bekendgemaakt. Uit dit plan spreekt dezelfde vastberadenheid als uit de Duitse standpunten om zich toegang tot de grondstoffen te verschaffen en elke uitvoerbeperking te bestraffen. De Commissie sluit daarvoor zelfs commerciële represailles niet uit. </p><p>Raf Custers, journalist en researcher bij GRESEA.be </p><h2>Annex-1</h2><p>Zeldzame aardmetalen (Lanthaniden): Belangrijkste toepassing</p><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="153" valign="top">Lichte zeldzame aardmetalen (vrij veel voorkomend)</td><td width="153" valign="top">Belangrijke toepassing</td><td width="153" valign="top">Zware zeldzame aardmetalen (komen minder voor)</td><td width="153" valign="top">Belangrijke toepassing</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Lanthaan</td><td width="153" valign="top">Hybride motoren, metaallegeringen</td><td width="153" valign="top">Terbium</td><td width="153" valign="top">fosfor, permanente magneten</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Cerium</td><td width="153" valign="top">auto katalysatoren, petroleumraffinage, metaallegeringen</td><td width="153" valign="top">Dysprosium</td><td width="153" valign="top">permanente magneten, hybride motoren</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Praseodymium</td><td width="153" valign="top">magneten</td><td width="153" valign="top">Erbium</td><td width="153" valign="top">fosfor</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Neodymium</td><td width="153" valign="top">auto katalysatoren, petroleumraffinage, harde schijven in laptops, koptelefoons, hybride motoren</td><td width="153" valign="top">Yttrium</td><td width="153" valign="top">Rode kleur in fluorescerende lampen, keramiek, metaalllegeringen</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Samarium</td><td width="153" valign="top">magneten</td><td width="153" valign="top">Holmium</td><td width="153" valign="top">Kleuren van glas, lasers</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Europium</td><td width="153" valign="top">rode kleur voor televisie en computerschermen</td><td width="153" valign="top">Thulium</td><td width="153" valign="top">medische x-stralen</td></tr><tr><td width="153" valign="top">Gadolinium</td><td width="153" valign="top">magneten</td><td width="153" valign="top">Lutetium</td><td width="153" valign="top">catalystorens in petroleum raffinage</td></tr><tr><td width="153" valign="top"> </td><td width="153" valign="top"> </td><td width="153" valign="top">Ytterbium</td><td width="153" valign="top">lasers, staallegeringen</td></tr></tbody></table><p>Bron: DOI, U.S. Geological Survey, Circular 930-N.</p><p>In : Congressional Research, sept 2010</p><h2>Annex-2<br /> Belangrijke toepassingen van hoogtechnologisch materialen in de groene technologieën.</h2><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0" width="623"><tbody><tr><td width="115" valign="top">Probleem</td><td width="168" valign="top">Oplossingen</td><td width="340" valign="top">Gebruikte materialen</td></tr><tr><td rowspan="11" width="115">Energie voor de toekomst</td><td rowspan="3" width="168" valign="top">Brandstofcellen</td><td width="340" valign="top">Platina, palladium</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Zeldzame aardmetalen</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Kobalt</td></tr><tr><td rowspan="4" width="168" valign="top">Hybride wagens</td><td width="340" valign="top">Samarium (permanente magneten)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Zeldzame aardmetalen: Neodynium (supermagneten)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Zilver (nieuwe elektromotoren en generatoren)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Platina, palladium (katalysatoren)</td></tr><tr><td rowspan="3" width="168" valign="top">Alternatieve energie</td><td width="340" valign="top">Silicium, gallium (zonnecellen)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Zilver (zonnecellen, energieopvang, transmissie)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Goud, zilver (superspiegels)</td></tr><tr><td width="168" valign="top">Energie-opslag</td><td width="340" valign="top">Lithium, zink , tantalium, kobalt (herlaadbare batterijen)</td></tr><tr><td rowspan="4" width="115">Energiebesparing</td><td width="168" valign="top">Nieuwe koeltechnieken</td><td width="340" valign="top">Zeldzame aardmetalen</td></tr><tr><td width="168" valign="top">Nieuwe verlichting</td><td width="340" valign="top">Zeldzame aardmetalen, Indium, Gallium: LEDs, LCDs, OLED</td></tr><tr><td width="168" valign="top">Energiebesparende banden</td><td width="340" valign="top">Diverse mineralen</td></tr><tr><td width="168" valign="top">Superlegeringen voor betere turbines</td><td width="340" valign="top">Rhenium</td></tr><tr><td rowspan="2" width="115">Bescherming van het leefmilieu</td><td width="168" valign="top">Minder uitstoot</td><td width="340" valign="top">Platina, palladium</td></tr><tr><td width="168" valign="top">Luchtzuivering</td><td width="340" valign="top">Zilver, Zeldzame aardmetalen</td></tr><tr><td width="115">Precisiemachines</td><td width="168" valign="top">Nanotechnologie</td><td width="340" valign="top">Zilver, Zeldzame aardmetalen</td></tr><tr><td rowspan="4" width="115">Grenzen aan de  informatietechnologie</td><td width="168" valign="top">Miniaturisatie</td><td width="340" valign="top">Tantalium, ruthenium (MicroLab oplossingen)</td></tr><tr><td rowspan="2" width="168" valign="top">Nieuwe  IT oplossingen</td><td width="340" valign="top">Indium (processoren)</td></tr><tr><td width="340" valign="top">Wolfram (hoogwaardig staal hardware)</td></tr><tr><td width="168" valign="top">RFID (kleine verbruikerselektronica)</td><td width="340" valign="top">Indium, Zeldzame aardmetalen, zilver</td></tr></tbody></table><p>Bron: . DG-ENTR selection based on data provided by RWTH Aachen, 2008; BRGM, 2008 and USGS (2008).</p><h2>Tabel 1. Zeldzame aardmetalen : wereldmijnproductie per land (in ton ‘Rare Earth Oxides’-equivalent)</h2><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="94" valign="top">Land</td><td width="83" valign="top">1988</td><td width="83" valign="top">1999</td><td width="83" valign="top">1990</td><td width="79" valign="top">1995</td><td width="73" valign="top">2000</td><td width="69" valign="top">2004</td><td width="55" valign="top">2008</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Verenigde Staten</td><td width="83" valign="top">11.533</td><td width="83" valign="top">20.787</td><td width="83" valign="top">22.713</td><td width="79" valign="top">22.200</td><td width="73" valign="top">5.000</td><td width="69" valign="top">-</td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">China</td><td width="83" valign="top">29.640</td><td width="83" valign="top">25.220</td><td width="83" valign="top">16.480</td><td width="79" valign="top">25.000</td><td width="73" valign="top">73.000</td><td width="69" valign="top">98.000</td><td width="55" valign="top">125.000</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Australië</td><td width="83" valign="top">6.530</td><td width="83" valign="top">7.400</td><td width="83" valign="top">7.975</td><td width="79" valign="top">-</td><td width="73" valign="top">/</td><td width="69" valign="top"> </td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">USSR / GOS</td><td width="83" valign="top"> </td><td width="83" valign="top"> </td><td width="83" valign="top"> </td><td width="79" valign="top">6.000</td><td width="73" valign="top">2.000</td><td width="69" valign="top">Niet beschikbaar</td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">India</td><td width="83" valign="top">2.200</td><td width="83" valign="top">2.200</td><td width="83" valign="top">2.475</td><td width="79" valign="top">2.700</td><td width="73" valign="top">2.700</td><td width="69" valign="top">2.700</td><td width="55" valign="top">2.700</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Kyrgystan (*)</td><td width="83" valign="top"> </td><td width="83" valign="top"> </td><td width="83" valign="top"> </td><td width="79" valign="top"> </td><td width="73" valign="top">16.536</td><td width="69" valign="top">Niet beschikbaar</td><td width="55" valign="top">Niet beschikbaar</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Brazilië</td><td width="83" valign="top">1.690</td><td width="83" valign="top">1.900</td><td width="83" valign="top">1.100</td><td width="79" valign="top">400</td><td width="73" valign="top"> </td><td width="69" valign="top">402</td><td width="55" valign="top">550</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Malaisië</td><td width="83" valign="top">1.630</td><td width="83" valign="top">1.646</td><td width="83" valign="top">1.925</td><td width="79" valign="top">448</td><td width="73" valign="top">450</td><td width="69" valign="top">250</td><td width="55" valign="top">380</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Thailand</td><td width="83" valign="top">375</td><td width="83" valign="top">365</td><td width="83" valign="top">358</td><td width="79" valign="top">-</td><td width="73" valign="top">-</td><td width="69" valign="top"> </td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">Sri Lanka</td><td width="83" valign="top">110</td><td width="83" valign="top">110</td><td width="83" valign="top">110</td><td width="79" valign="top">120</td><td width="73" valign="top">120</td><td width="69" valign="top"> </td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">Canada</td><td width="83" valign="top">100</td><td width="83" valign="top">100</td><td width="83" valign="top">-</td><td width="79" valign="top">/</td><td width="73" valign="top">-</td><td width="69" valign="top"> </td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">Zaïre</td><td width="83" valign="top">92</td><td width="83" valign="top">96</td><td width="83" valign="top">94</td><td width="79" valign="top">11</td><td width="73" valign="top"> </td><td width="69" valign="top"> </td><td width="55" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">Totaal</td><td width="83" valign="top">53.900</td><td width="83" valign="top">59.824</td><td width="83" valign="top">53.230</td><td width="79" valign="top">56.900</td><td width="73" valign="top">83.300</td><td width="69" valign="top">101.000</td><td width="55" valign="top">129.000</td></tr></tbody></table><p>(*) Totaal van uiteenlopende productgroepen van zeldzame aardmetalen.<br /> Bron : Mineral Yearbooks 1990-2008, US Geological Survey </p><h2>Tabel 2. China, uitvoer van zeldzame aardmetalen</h2><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="94" valign="top"> </td><td width="79" valign="top">2005</td><td width="79" valign="top">2006</td><td width="79" valign="top">2007</td><td width="79" valign="top">2008</td><td width="79" valign="top">2009</td><td width="71" valign="top">2010</td><td width="59" valign="top">H1-2011</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Export-quota</td><td width="79" valign="top"> </td><td width="79" valign="top">62.000</td><td width="79" valign="top">60.000</td><td width="79" valign="top">47.449</td><td width="79" valign="top">50.145</td><td width="71" valign="top">30.258</td><td width="59" valign="top">14.446</td></tr><tr><td width="94" valign="top">Zeldzame aardmetalen, scandium &amp; yttrium</td><td width="79" valign="top">12.986</td><td width="79" valign="top">13.677</td><td width="79" valign="top">12.458</td><td width="79" valign="top">6.961</td><td width="79" valign="top">5.345</td><td width="71" valign="top">-</td><td width="59" valign="top"> </td></tr><tr><td width="94" valign="top">Samenstellingen van zeldzame aardmetalen</td><td width="79" valign="top">52.220</td><td width="79" valign="top">52.732</td><td width="79" valign="top">41.894</td><td width="79" valign="top">48.024</td><td width="79" valign="top">38.573</td><td width="71" valign="top">39.813</td><td width="59" valign="top"> </td></tr></tbody></table><p>Bronnen : COMTRADE, UN Statistics Division (2005-2009), China Customs Statistics, cited in Miningweekly (2010); Ministry of Commerce (geciteerd in Beijing Review, 21 januari 2011)</p><p>Annex-3</p><p>Lijst van kritische grondstoffen op EU niveau (alfabetisch gerangschikt)</p><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="307" valign="top">Antimoon</td><td width="307" valign="top">Indium</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Beryllium</td><td width="307" valign="top">Magnesium</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Kobalt</td><td width="307" valign="top">Niobium</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Fluorspaat</td><td width="307" valign="top">Platina Groep Metalen</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Gallium</td><td width="307" valign="top">Zeldzame Aardmetalen</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Germanium</td><td width="307" valign="top">Tantalium</td></tr><tr><td width="307" valign="top">Grafiet</td><td width="307" valign="top">Wolfram</td></tr></tbody></table><p>Source : Critical raw materials for the EU, European Commission DG Enterprise and Industry, 30 July 2010<br /><hr size="1" /><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref1">[i]</a> De groep van de zeldzame metalen bestaat uit 15 metaalachtige elementen (de nummers 57 tot 71 in de Periodieke Tabel), gewoonlijk aangevuld met scandium (Nummer 21) en yttrium (Nummer 39). Ze hebben gelijkaardige chemische eigenschappen. De 15 elementen zijn : lanthanum, cerium, praseodymium, neodymium, promethium, samarium, europium, gadolinium, terbium, dysprosium, holmium, erbium, thulium, ytterbium en lutetium.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref2">[ii]</a> Cijfers van de US Geological Survey.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref3">[iii]</a> <em>Rare Earth Elements &#8211; Critical Resources for High Technology</em>, USGS Fact Sheet 087-02, 2002.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref4">[iv]</a> “It was the country’s tolerance for quick and dirty extraction that made it the global leader”. <em>Rare earth even rarer</em>, Beijing Review, 21 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref5">[v]</a> Hurst, Cindy, <em>China’s Rare Earth Elements Industry: What Can the West Learn?</em> Institute for the Analysis of Global Security, Washington maart 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref6">[vi]</a> Geciteerd in : <em>China&#8217;s Rare Earth Campaign Targets Environmental Protection</em>, Xinhua Insight, 16 september 2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref7">[vii]</a> <em>Rare earth even rarer</em>, Beijing Review, 21 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref8">[viii]</a> “During the 1980s, the United States, once the world&#8217;s leading producer of the minerals, gradually shifted the production to China, mostly due to its lower environmental standards, and lower labor costs”. 11 november 2010, http://seekingalpha.com/article/236231-the-middle-east-has-oil-china-has-rare-earth-minerals</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref9">[ix]</a> <em>Rare</em><em> </em><em>Earths. </em><em>Mineral Yearbook 2008</em>, USGS.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref10">[x]</a> Volgens Xu Giangxian, dè Chinese expert bij uitstek, hebben Zuid-Korea en Japan strategische voorraden van zeldzame metalen aangelegd, waarmee ze 20 jaar voortkunnen. In Japan zou 20% van de leveringen voortkomen uit de zwarte markt in China. Zie : <em>Chinese expert calls for immediate stockpiling</em>, Metal Pages, 2 november 2009, geciteerd in Cindy Hurst, o.c.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref11">[xi]</a> <em>Nearly half of China&#8217;s rare earth exports went to Japan in first 9 months, </em>MofCom, 17 november 2010.<em> </em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref12">[xii]</a> <em>China to exploit rare earth methodically and calmly handle international pressure</em>, ZTS, 25 oktober 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref13">[xiii]</a> Antimonie wordt onder meer als brandwerend materiaal in kledij verwerkt. China is goed voor bijna 90% van de wereldproductie. Zie o.m. <em>Antimony on a high as Beijing goes green</em>, Financial Times, 15 september 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref14">[xiv]</a> “In the past, mines were sometimes closed and reopened soos afterwards. But officials in Hunan say the Lengshuijiang mines and process facilities have stayed closed this time, leading to price pressure”. <em>Antimony price jumps after China’s purge of illegal mines, </em>Financial Times, 18 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref15">[xv]</a> In het Jiangxi-bekken zouden China MinMetals en China Aluminium (Chalco) de voornaamste afzettingen uitbaten, in Sichuan en Guangdong zouden dat Jiangxi Copper en China Nonferrous Metal Industry zijn en in Bayan Obo zou Baotou Steel Rare-Earth High-tech de exploitatie verzekeren. Daniel Krakja, <em>La Chine concentre l’exploitation des terres rares</em>, Usine Nouvelle, 3 juni 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref16">[xvi]</a> Xinhua Insight, o.c. 16 september 2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref17">[xvii]</a> Xu Guangxian et al, <em>An Emergency Call for the Protection of Thorium and Rare Earth</em></p><p><em>Resources at Baiyun Erbo and the Prevention of Radioactive Contamination of the Yellow River</em></p><p><em>and Baotou</em>, geciteerd in Cindy Hurst, o.c.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref18">[xviii]</a> <em>Rare earth even rarer, o.c.</em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref19">[xix]</a> ZTS, o.c. 25 oktober 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref20">[xx]</a> <em>USW Files Trade Case to Preserve Clean, Green Manufacturing Jobs in America</em>, United Steelworkers, perscommuniqué, 9 september 2010. De klacht bestaat uit een dossier van 5800 pagina&#8217;s dat is ingediend bij het bureau van de Handelsafgevaardigde van de Amerikaanse regering. Op onze vraag of de USW ons het volledige document kon bezorgen, verwees de vakbond ons naar de website van dit bureau waar een samenvatting te vinden is. Zie : http://www.ustr.gov/about-us/press-office/reports-and-publications/2010/petition-chinas-policies-affecting-trade-and-inv</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref21">[xxi]</a> <em>United Steelworkers’ Section 301 Petition Demonstrates China’s Green Technology Practices Violate WTO Rules</em>, USW, september 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref22">[xxii]</a> <em>China does not have monopoly on rare earth</em>, Caijing Guojia Zhoukan, 31 oktober 2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref23">[xxiii]</a> <em>China defends its policy on rare earth export control</em>, gov.cn, 29 augustus 2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref24">[xxiv]</a> De USW stelt zich ook chauvinistischer op dan de Amerikaanse Kamer van Koophandel. Wat moet men bij voorbeeld denken van deze zin : “The USW believes that the nation that leads the clean energy economy will lead the global economy”. In : <em>United Steelworkers’ Section 301 Petition Demonstrates China’s Green Technology Practices Violate WTO Rules</em>, USW communiqué, 9 september 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref25">[xxv]</a> <em>Rare earth even rarer, o.c.</em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref26">[xxvi]</a> <em>Price briefing</em>, Industrial Minerals, 27 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref27">[xxvii]</a> <em>Bubble fear as rare earths soar</em>, Financial Times, 25 oktober 2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref28">[xxviii]</a><em> </em><em>Signature of a Memorandum of Understanding with Molycorp, Inc. pertaining to the supply of rare earth to Japan,</em><em> </em>Sumitomo Corporation, 13 december 2010<em></em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref29">[xxix]</a> <em>100525 Shock and ore. Rare Earth Minerals SPECIAL</em>, Industrial Minerals, 25 mei 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref30">[xxx]</a> “Its last processing facility for such materials was purchased by the Chinese and its equipment shipped to China years ago”. <em>United Steelworkers’ Section 301 Petition Demonstrates China’s Green Technology Practices Violate WTO Rules</em>, s.d. (9 september 2010)</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref31">[xxxi]</a> <em>Charlie Rose Talks to Jon Huntsman</em>, Bloomberg-Businessweek, 6 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref32">[xxxii]</a> <em>Terres rares: la Chine défend sa politique avant la visite de Hu aux Etats-Unis</em>, Les Echos, 12 januari 2011</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref33">[xxxiii]</a> <em>China leader answer questions on currency, relations with US</em>, Wals Street Journal, 17 januari 2011.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref34">[xxxiv]</a> Hans-Peter Keitel,<em> Rede. Rohstoffsicherheit für Deutschland und Europa,</em> 26 oktober 2010.<em></em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref35">[xxxv]</a> <em>“A possible model for such a strategy would be the natural gas pipes business which the Federal Republic agreed with the former Soviet Union in the seventies”,</em> in :<em> Position Paper. Chinese Activities in Eastern Europe. Success through market-aggressive financing offers,</em> Ost-Ausschuss des Deutschen Wirtschaft, BDI, oktober 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref36">[xxxvi]</a> <em>Rede von Bundeskanzlerin Dr. Angela Merkel auf der Jahresmitgliederversammlung des Ost-Ausschusses des Dertschen Wirtschaft, </em>Berlijn, 14 oktober 2010.<em></em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref37">[xxxvii]</a> De Canadese firma Tasman Metals is in Zweden en Finland aan het exploreren. Greenland Minerals and Energy (Australië) werkt in Kvanefjeld op Groenland.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/zeldzame-aardmetalen-voor-wiens-ontwikkeling/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Hoe doelmatig gaat China om met energie?</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-doelmatig-gaat-china-om-met-energie/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-doelmatig-gaat-china-om-met-energie/#comments</comments> <pubDate>Sat, 26 Feb 2011 13:21:14 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Milieu]]></category> <category><![CDATA[energiebesparing]]></category> <category><![CDATA[klimaat]]></category> <category><![CDATA[luchtvervuiling]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=16749</guid> <description><![CDATA[De media prenten ons in dat China in absolute cijfers het meeste energie verslindt  en het meest CO² uitstoot. Minder bekend is dat China van 1978 tot 2000 een verviervoudiging van zijn economie bereikte met een verdubbeling van de energie en ook dat China in 2008 instond voor 74 % van de toename in energie [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong><span style="color: #ff0000;">De media prenten ons in dat China in absolute cijfers het meeste energie verslindt  en het meest CO² uitstoot. Minder bekend is dat China van 1978 tot 2000 een verviervoudiging van zijn economie bereikte met een verdubbeling van de energie en ook dat China in 2008 instond voor 74 % van de toename in energie en voor 85 % inzake de toename van het steenkoolgebruik . Vanzelfsprekend rijst de vraag: hoe efficiënt is China’s gebruik van energie.</span></strong></span></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/02/energplan.jpg" rel="lightbox[16749]"><img class="alignleft size-medium wp-image-16751" title="energplan" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/02/energplan-300x233.jpg" alt="" width="300" height="233" /></a> Wanneer we het over de doelmatigheid  van het energieverbruik hebben, bedoelen we de hoeveelheid energie die nodig is per eenheid geproduceerd BNP en zijn er drie zaken die we kunnen behandelen. Een eerste factor is de structuur van het BNP waarbij bepaalde sectoren minder, andere meer energie verbruiken. Zo is het duidelijk dat een economie met meer diensten minder energie-intensief zal zijn, vergeleken met een economie waar nijverheid domineert en dat zware nijverheid een grotere gebruiker is dan de lichte.  Ten tweede telt ook intensiteit binnen bepaalde individuele nijverheden. Tenslotte gaat het ook om het niveau van uitstoot per eenheid energiegebruik. We behandelen bijgevolg eerst China’s economische structuur, het energie-en elektriciteitsverbruik en de toestand binnen de economische sectoren .</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Economische structuur</span></strong></p><p><strong> </strong>China realiseerde tussen 1978 en 2000 een verviervoudiging van zijn economie met een verdubbeling van zijn energie. Gedurende de jaren tachtig verdubbelde de toegevoegde waarde zowel in de landbouw als in de diensten terwijl er weinig groei was in de nijverheid. Het aandeel van de diensten in het BNP steeg met 8 % tussen 1980 en 1990 zodat de primaire en tertiaire sector instonden voor 62 % van de groei. De dynamiek veranderde helemaal tijdens de jaren negentig toen buitenlandse investeringen toevloeiden en de nijverheid de voornaamste bron van groei werd. Tussen 1990 en 1997 groeide de nijverheid met 15,7 % jaarlijks: als resultaat groeide het aandeel van de industrie in het BNP van 37 % tot 48 % tijdens deze periode en droeg de nijverheid voor 60 % bij aan de BNP-groei. Deze tendens werd doorgezet na de toetreding van China tot de WTO: de jaarlijkse groei van China’s BNP tussen 2004 en 2007 bereikte 13 % en dit stond ook voor 60 % op het conto van de nijverheid. China’s export vervijfvoudigde zelfs tussen 2001 en 2008. Na de toetreding tot de WTO bedroeg de jaarlijkse groei van het energieverbruik 9,7 %, het dubbele van de periode voordien waar het 4,2 % bedroeg. De energie-intensiteit per eenheid BNP lag in 2009 4 % hoger dan in 2002. In 2008 was er een lichte verschuiving ten voordele van de diensten: voor de eerste keer sinds 2003 was de aangroeivoet bij de diensten groter dan deze in de industrie. Bijgevolg wordt samenvattend gesteld dat China’s groei de laatste decennia vooral gedreven werd door investeringen in de nijverheid.</p><p>Tussen 2001 en 2009 groeide de capaciteit en de productie van staal met 300 % zodat China dat jaar instond voor 45 % van de wereldproductie. Ook de expansie bij de non-ferro was snel. In de cementsector waar China de helft van de wereldproductie voortbrengt, was dit eveneens het geval.  China werd al de grootste producent van voertuigen met 13,6 miljoen eenheden, 46 % meer dan het jaar voordien. Dan kwam de financiële crisis, gevolgd door het stimuleringsplan. De investeringen in 344.000 nieuwe projecten bedroegen 15.000 miljard yuan, 67 % meer dan in 2008. Resultaat was dat de zware industrie in 2009 instond voor 70 % van de globale nijverheidsproductie, het hoogste percentage sinds 1959. Cement en glas stegen bijvoorbeeld met respectievelijk 64 % en 35 % tijdens de eerste 10 maanden van 2009.</p><p><strong>Energie-en elektriciteitsgebruik</strong></p><p><strong> </strong>Tussen 1978 en 2000 groeide  China’s economie jaarlijks met 10 % gemiddeld terwijl het energieverbruik groeide met 4 %. Tussen 1978  en 1991 verdubbelde het energieverbruik: dus over een tijdspanne van 14 jaren. De volgende verdubbeling geschiedde echter maar over een periode van zeven jaren, namelijk tussen 2002 en 2008. Steenkool staat in voor 69 % van het primaire energieverbruik en voor 80 % in de opwekking van elektriciteit. China’s steenkoolproductie wordt verwacht dit jaar 3,3 miljard ton te bereiken:.  China’s elektriciteitsproductie verdubbelde eveneens tussen 2000 en 2006, namelijk van 100 miljard KWh tot 240 miljard kWu. Petroleum draagt 20 % bij tot de vraag naar energie, waterkracht  6%, gas 4% en het nucleaire enkel 1 %.</p><p>Belangrijk voor onze hoofdvraag is de toename van de zware nijverheid binnen de industrie. De nijverheidssector verbruikt 70 % van de primaire energie. Geschat wordt dat in China echter steenkoolcentrales, staal en cement respectievelijk 22%, 20% en 45 % meer energie (per geproduceerde eenheid) verbruiken dan in een ander land en zelfs dubbel zoveel als in de VS. De OESO raamt dat China’s fabrieken 20 à 40 % meer energie per geproduceerde ton verbruiken dan deze in de OESO.. Omgekeerd, bij de 217 GW aan nieuwe steenkoolcentrales die er tijdens 2008 in de wereld bijgebouwd werden, neemt China er 112 GW voor haar rekening. De meeste van deze centrales gebruiken echter wel de modernste “superkritische” technologie en verwacht wordt dat de “ultra-superkritische” technologie de volgende 10 jaren overheersend zal worden. Naar verluidt is deze vloot steenkoolcentrales dan weer meer efficiënt dan deze in de VS.</p><p><strong>Energie intensiteit</strong></p><p><strong> </strong>De energie intensiteit meet dus de relatie tussen het energiegebruik per voortgebrachte eenheid BNP.. In 2003 bijvoorbeeld had China per dollar BNP koopkracht 0,23 kg equivalent steenkool nodig of ongeveer hetzelfde als in de VS, Indonesië, Z-Korea en Maleisië. Japan en de EU hadden echter maar 0,15 kg nodig.   Voor de economische hervormingen begonnen werd zeer inefficiënt omgegaan met energie. Gedurende de eerste 15 jaren van de hervormingen groeide het energiegebruik minder snel dan het BNP, wat dus een daling van de energie intensiteit impliceert. Dit valt gunstig uit in vergelijking met Japan en Korea. De energie intensiteit steeg in Japan tussen 1960 en 1974 met 23% en deze in Korea tussen 1971 en 1997 vergrootte met 45%. In 1994 bedroeg  China’s totale energie intensiteit 175.000 ton steenkoolequivalent per miljard yuan in waarde uit 2005. Tijdens de eerste periode van 1994 tot 2002 verminderde de energie intensiteit met 64.800 ton steenkoolequivalent of 37 %. Dit was bijna enkel te wijten aan een vermindering in intensiteit binnen de industrieën zelf. Dus zette deze periode de daling van de vijftien eerste jaren verder. Geheel anders wordt de trend tussen 2002 en 2005. De totale energie-intensiteit lag in 2005 11 % hoger dan in 2002, voornamelijk toe te wijten aan een verandering binnen de industriële structuur. De groei was voornamelijk toe te schrijven aan de snelle expansie van de zware industrie, meer bepaald aan energie-intensieve producten zoals staal, aluminium en cement.  Dit schokte de beleidslui en droeg bij tot een nieuwe politiek die in het elfde vijfjarenplan werd geïncorporeerd. Deze had snel een uitwerking want de globale energie-intensiteit viel tussen 2005 en 2007 met 7 %. Vooral in 5 nijverheden (petroleumverwerking, chemie, niet metaalhoudende  ertsen, ijzer en non-ferro) die instonden voor 45 % van China’s energieverbruik, werd ingegrepen met gunstig gevolg dus.</p><p>Dan kwam de financiële crisis gevolgd door het stimuleringspakket van de regering in november 2008. Dit pakket was weliswaar succesvol op het gebied van de stimulering van de economie, maar het was ten koste van het verder dalen van de energie-intensiteit. Er zijn tegenstrijdige berichten over wat het uiteindelijk cijfer is dat gedurende het elfde vijfjarenplan bereikt werd:  premier Wen had het over 14 %; de klimaatgroep heeft het eveneens over 14 % die tijden de eerste vier jaren bereikt werd; prof Hu Angang en  Australische wetenschappers pronostikeren 10 % reductie.  Gao Guangsheng van de “<strong>Nationale Ontwikkelings-en Hervormingscommissie</strong>” verklaarde  in november te Kunming dat tot nog toe 15,61 % bereikt werd terwijl het objectief 20 % reductie is. Een moeizame verworvenheid ten midden van een stimuleringsplan.</p><p><strong>Politiek</strong></p><p>Het politiek document bij uitstek qua energiepolitiek is het elfde vijfjarenplan. Het was echter de geamendeerde wet op de Energiebesparing uit 2008 die de energiebesparing tot een nationale prioriteit optilde. Hoewel ontwikkeling de vooraan blijft, stelt de herziene wet dat energiebesparing een prioriteit wordt. De wet was eerst bedoeld voor de nijverheid, maar later werd dit uitgebreid tot de residentiële en commerciële sector. Belangrijk is dat de wet bepaalt dat alle regeringen op en boven het kantonnale niveau het werk inzake energiebesparing moeten opnemen in hun jaarlijkse sociaal- en economische planning. De lokale besturen en bestuurders zijn verantwoordelijk voor het bepalen en het naleven van de doeleinden op het gebied van energiebesparing. De wet zegt verder dat het aan het ministerie voor Huisvesting en zijn lokale equivalenten toekomt in de residentiële sector de jaarlijkse controle uit te voeren. Van belang hierbij is dat in deze wooncomplexen voortaan gestreefd wordt naar het plaatsen van individuele verwarmingsmeters per woongelegenheid. Bij nieuwe woningen wordt dit verplicht. Tot nu toe werden de kosten voor verwarming berekend op basis van de oppervlakte van het appartement, wat geen stimulans tot besparing bevat.</p><p>De regering zelf focust het meest op de industrie want deze gebruikt 77 % van het commercieel energieverbruik. . Vooral de energieverslinders staal, cement en elektriciteitsopwekking heeft de regering op het oog. Bij de diverse uitgedokterde regerings maatregelen behoren een “Top 1000 bedrijven plan”, een “10 nijverheden hervormingsplan”, nieuwe standaarden voor energieverbruik voor specifieke nijverheden, een differentiële energieprijzenpolitiek en een goedkeuring voor nieuwe projecten gebaseerd op het energieverbruik. Bedoeling van al deze programma’s is verspilling en overcapaciteit tegen te gaan door herstructurering, consolidering, het technologisch upgraden en dit tot en met het sluiten van energie-intensieve sectoren. De sleutelsectoren zijn chemie, petrochemie, scheepsbouw, ijzer en staal, auto’s en textiel. Kleinere energievretende bedrijven in cement, staal, non-ferro kunnen gesloten worden.</p><p>Vorig jaar gingen voor 10 miljoen ton ijzercapaciteit dicht en voor 6 miljoen ton staalbedrijven. Ook kleine steenkoolcentrales met een totale capaciteit van 15 miljoen kW zijn veroordeeld. Elektriciteitsmaatschappijen die capaciteit bij willen, zullen eerst kleinere eenheden moeten sluiten vooraleer ze grote mogen uitbreiden en deze moeten dan ook uitgerust zijn met de nieuwste superkritische technologie. Bij de staalfabrieken bedraagt  de jaarlijkse minimumproductie 1 miljoen ton en voorts zijn er standaarden voor gebruik van zowel energie, water en de uitstoot van SO².  8 van de 22 energie-intensieve sectoren kregen een prijsverhoging van hun elektriciteit à rato van hun meerverbruik. Het “Top 1000 bedrijven plan” dat uit 2006 dateert,  viseert 1000 bedrijven die verantwoordelijk zijn voor 43 % van de koolstofuitstoot en één derde van de primaire vraag naar energie. Het programma wil 20 % energievermindering bereiken. Dit is ook de doelstelling van de Top 10 Energiebesparende projecten waarvoor 2,5 miljard yuan  werd uitgetrokken en dat vooral industriële ketels op steenkool, collectieve residentiële verwarming, motorensystemen en de petroleumproductie viseert.   De facto sloot China tussen 2006 en 2009 voor 54 miljoen kW aan minder efficiënte steenkoolcentrales van minder dan 100 MW en de plannen willen nog voor 31 miljoen kW sluiten tegen 2012. Studies bevestigen dat China’s steenkoolcentrales zich aan het omvormen zijn van ’s werelds meest vervuilde tot de meest doelmatige.  Het is dan ook de grootste markt geworden voor geavanceerde steenkoolcentrales. Het doel voor 2010 om met 355 gram steenkool een KWh op te wekken werd al in 2009 bereikt. In de ontwikkelde landen bedraagt dit 339 gram steenkool. De nieuwste superkritische steenkoolcentrales doen het met 300 gram en één centrale uit Shanghai heeft maar 282 gram nodig. Alles bijeen toch een duidelijke verbetering met de jaren tachtig toen 448 gram nodig was en met de jaren negentig toen 400 gram gangbaar was.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Provincies-Lokaal</span></strong></p><p><strong> </strong>Deze positieve evolutie neemt niet weg dat China nog met 120 miljoen kW elektrische capaciteit zit die niet de goedkeuring van Peking kreeg. Deze opereren weliswaar niet  illegaal in de zin van verborgen, maar ze functioneren buiten het nationaal plan met de bijhorende standaarden. Om dit te begrijpen moeten we klaarder zien in de rol die de provincies en lokale besturen spelen. Zonder hun medewerking zijn alle mooie nationale plannen -zoals ook in het milieusector- tot mislukken gedoemd. Er is wetenschappelijk onderzoek terzake verricht in 3 provincies:  in Shandong die het meest energie verbruikt,  in Shanxi die een rijke steenkoolsector heeft en tenslotte in Jiangxi die midden in een industrialisering zit die ze ecologisch willen houden. Al in de uitwerking van het “1000-Ondernemingen programma”  hadden de provincies een zware verantwoordelijkheid. Bij de energie-efficiency in de bouw en in het stedelijk transport spelen de provinciale overheden een belangrijke coördinerende rol, maar de verantwoordelijkheid voor verdere uitwerking behoort toe aan de stadsbesturen.<br /> Eén van de zaken die de provinciale  besturen doen, is naast de door de nationale regering in hun provincie als grote energieverslinders aangeduide ondernemingen, zelf een aantal bijkomende ondernemingen aanduiden. Deze bijkomende ondernemingen  verbruiken in vele provincies meer dan de helft van de energie. In Shandong verbruiken nu alle ondernemingen die onder het programma vallen, 70 % van het totaal energiegebruik in de provincie. In Shanxi zijn er 86 ondernemingen door nationaal aangeduid en de provincie heeft er 114 aan toegevoegd. In Shandong zijn er 103 ondernemingen aangeduid door nationaal; en 900 toegevoegd door de provincie. Daarna volgden nog een 1000 op initiatief van de prefecturen;  In Jiangxi is de toestand analoog, zij het minder groot in absolute cijfers:19 nationaal , 81 provinciaal en 101 in de prefectuur Nanchang. De provincies beschikken al over een bestuurlijke staf om het proces te controleren en te begeleiden. In Shanxi betreft het 30 personen bij de provincie en 40 ambtenaren op het Taiyuan-prefectuurniveau. Gedurende de periode 2006-2008 heeft Shandong voor 39 MT per jaar verouderde cementproductie geëlimineerd, meer dan de doeleinden van nationaal voorschreven. Kortom in de drie onderzochte provincies valt de medewerking voor de nationale plannen heus wel mee voor wat de nijverheid betreft.</p><p>In de residentiële sector beginnen de resultaten pas goed te starten. Tianjin was de eerste stad die zijn stadsverwarming reorganiseerde. In Peking moeten alle nieuwe wooncomplexen dit jaar 65 % energie-efficiënter zijn dan de gebouwen uit de tachtiger jaren. . Peking beschikt ook over een agentschap dat oordeelt over energie efficiency: elk investeringsproject dat geen fiat krijgt van deze dienst, komt er niet door. Peking vraagt dat alle openbare gebouwen boven 20.000 m², alle grote residentiële gebouwen  en projecten met een energieverbruik van 2.000  ton steenkool equivalent voorgelegd worden voor energie-efficiency.  Ondertussen conformeren zich meer en meer nieuwe gebouwen met de code voor energie efficiency: waar dit maar 30 pct in 2003 bedroeg, steeg dit tot 98 pct. van de nieuwe gebouwen in 2008. Toch maakt dit nog maar 1,2 % uit van de totale bebouwde oppervlakte en is de weg nog lang. Het plan van het ministerie van Huisvesting wil ook in 15 noordelijke provincies 150 miljoen  m² al bestaande gebouwen in overeenstemming met de code brengen: de steun van de regering beloopt 45 à 55 yuan/m². Dit energetisch vernieuwen van bestaande complexen  is de uitdaging bij uitstek waar de lokale besturen voor staan. In de transportsector wordt inzake de uitstoot door voertuigen grosso modo de EURO4-normen nagestreefd. Oubollige stadsbussen zijn vervangen door gloednieuwe modellen.</p><p><span style="color: #ff0000;"><strong>Energiestructuur</strong></span></p><p><strong>H</strong>et plan dat de regering in 2007 opstelde betreffende de doeleinden voor hernieuwbare energieën (zie ons artikel over de groene revolutie)  is al door de praktijk voorbijgestreefd. Het was oorspronkelijk de bedoeling om de hernieuwbare energievormen op te trekken tot 15 % van de energiemix in 2020.  In de praktijk verdubbelde de capaciteit van windenergie jaarlijks tussen 2005 en 2009: .Waar oorspronkelijk in 2010 maar 5 GW windenergie gepland was, bedroeg deze capaciteit reeds in 2009 22 GW. Ook inzake kleine waterkrachtcentrales werd het doel voortijdig bereikt en is China wereldleider.  China heeft haar plan uit 2007 bijgesteld met een plan voor de ontwikkeling van de opkomende nijverheden  dat de komende 10 jaren jaarlijks 3000 à 4500 miljard yuan zal kosten. Dit herziene plan voorziet inzake de ontwikkeling van de nieuwe energieën tegen 2020 300 GW hydro-energie; 20 GW photo-voltaïsche capaciteit en 150 GW windenergie . Het plan focust ook op de ontwikkeling van de nucleaire industrie. Momenteel voorzien de 11 kernreactoren maar 1 % van China’s energie, maar 24 andere kerncentrales wachten op goedkeuring. Tegen 2020 zouden de 86 GW opgewekt door kernenergie een 5% van de energiebehoeften moeten dekken. Aardgas staat momenteel maar in voor 4 % van de energiebehoeften: verwacht wordt dat de vraag tussen 2007 en 2030 jaarlijks met 5,3% groeit namelijk van 73 mld. m³ tot 242 mld. m³ in 2030. De binnenlandse productie is ruim onvoldoende hiervoor en momenteel zijn reeds enkele LNG-terminals klaar, andere worden nog afgewerkt.</p><p>Niet onbelangrijk is ook dat China inzake het “Clean Development Mechanism” (CDM)van nieuwe leerling op 5 jaren tijd geëvolueerd is naar model-leerling. CDM dat volgt uit het Kyoto-protocol voorziet dat westerse vervuilers in ontwikkelingslanden uitstootkredieten kunnen verwerven  als ze in deze landen schone projecten op gang brengen. Het officieel rapport over 5 jaren CDP stelt ronduit dat China het meest dynamische CDP-programma heeft ter wereld: China leidt zowel in aantal projecten (751 ; 36%) als in  te verwachten uitstootvermindering (60%) als reeds vastgestelde vermindering (48%).</p><p><span style="color: #ff0000;"> <strong>Uitstoot</strong></span></p><p>Rest nog de koolstofintensiteit per eenheid BNP en deze ligt in het verlengde van wat voorafging. Volgens McKinsey had China tussen 1990  en 2005 de hoogste verbetering van koolstof-efficiency in de wereld   omdat de jaarlijkse aangroei van het BNP van 10 % gepaard ging met een vermindering van de koolstofintensiteit met  5%: m.a.w. voor elke verhoging van het BNP met 10 % kon China zijn koolstof-voetafdruk met 5 % verminderen.  . De uitstoot verhoogde wel met 671 miljoen ton tussen 2007 en 2008. Als de evolutie gewoon doorgetrokken wordt stijgt China’s primaire energievraag van 1297 miljoen ton steenkoolequivalent in 2000 naar 3280 miljoen ton in 2020. . Hoewel het steenkoolverbruik per jaar met 3% wordt verwacht te stijgen, zal het aandeel ervan in de energiemix dalen tot 63 % in 2020  en de CO² uitstoot zou dan pieken rond 2030 . Behalve dit “business as usual”-scenario zijn er nog twee andere scenario’s die meer de klemtoon leggen op verder gaande maatregelen tegen koolstofuitstoot. De lage uitstoot-benadering ziet tegen 2050 een vermindering van het primair energieverbruik vergeleken met het “business as usual”-model  mogelijk met 26 % en in de koolstofuitstoot met 44 %</p><p>Dit veronderstelt tegen 2050 een  nog mindere afhankelijkheid van steenkool en petroleum en het verder optrekken van het nucleaire en hernieuwbare energievormen . Vooral in de sectoren industrie en transport moet verder aan de energie-efficiency worden getimmerd. Tegen 2020 zal de dienstensector maar haar aandeel in de economie vermeerderen van 42 naar 45 %. De industrie blijft dominant tot in 2030, wanneer ze nog voor 40 % van het BNP instaat. Daarna gaat de dienstensector vooruit ten nadele van een nog verdere afkalving van de primaire sector die tot onder de 5% zakt in 2030.</p><p>Uit verdere detaillering blijkt dat de sectoren elektriciteitsopwekking, transport, gebouwen en huishoudtoestellen het meest uitstoot zullen genereren. De elektriciteitsopwekking staat vooraan met een verdrievoudiging tussen 2005 en 2030.(van 2 miljard ton tot 5,4 miljard ton in 2030). Ook gebouwen en transport verdrievoudigen hun uitstoot van 1,1 miljard ton per jaar tot 3,2 miljard in 2030. De uitstoot in het transport zal met 350 % stijgen tegen 2030, vooral door de lage startwaarde. Momenteel draagt het transport in China maar voor 8 % bij tot de broeikasgassen, waar het in Japan 22% bedraagt en 29 % in de VS. De verdubbeling van het aantal voertuigen die plaats greep tussen 2004 en 2009 zal nog eens worden overgedaan tegen 2015. Tegen 2030 zou er een vertienvoudiging zijn tot 337 miljoen voertuigen.</p><p>China’s Energieonderzoeksinstituut raamt dat China van 2010 tot 2050 40.000 miljard yuan zou moeten spenderen aan geavanceerde technologieën en maatregelen tot een verbeterde koolstofarme economie: vanaf 2010 1000 miljard jaarlijks en dit langzaam verhogend tot 2000 miljard in 2050. De lange mars naar een koolstofarme economie en samenleving is pas gestart. Vooral de lagere overheden hoeven nog getraind en van middelen voorzien te worden om in deze mars mee te stappen.</p><p><strong> </strong><strong>Bibliografie</strong></p><p>“More sustainable energy use in China: Economic Structure and the Application of new technologies project” ; May 2010, Centre for Strategic Economic Studies, Victoria University, Australia, Report for the Australian Department of Climate Change</p><p>“Accelerating Energy Conservation In China’s Provinces”, Robert P. Taylor, Gailius J. Draugelis, Yabei Zhang,Alberto U. Ang Co, June 2010, Word Bank &amp; Australian Agency for International Development</p><p>“China Wind Power Outlook 2010”, Greenpeace, Chinese Renewable Energy Industries Association,  Global Wind Energy Council, October 2010</p><p>“China in the transition to a low carbon economy”, Fondatione Eni Enrico Mattei, Zhong Xiangzhang</p><p>“China’s Envisaged Renewable Energy Target”, The Green Leap Forward, The World Bank &amp; ESMAP</p><p>“Clean Development Mechanism in China, Five Years of Experience (2004–09)”, The International Bank for Reconstruction and Development &amp;The World Bank; May 2010</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-doelmatig-gaat-china-om-met-energie/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Succesverhaal Shenzhen 30 jaren oud</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/succesverhaal-shenzhen-30-jaren-oud/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/succesverhaal-shenzhen-30-jaren-oud/#comments</comments> <pubDate>Sat, 01 Jan 2011 22:30:44 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Stad & Regio]]></category> <category><![CDATA[Guangdong]]></category> <category><![CDATA[Parelrivierdelta]]></category> <category><![CDATA[Shenzhen]]></category> <category><![CDATA[speciale zone]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=15629</guid> <description><![CDATA[Shenzhen staat symbool voor China’s economisch wonder. Groot geworden door arbeidsintensieve nijverheden, blijken deze nu meer naar de binnenprovincies te trekken. Zal Shenzhen er in slagen op voornamelijk high-tech en een kenniseconomie over te schakelen zoals politici en planners voorschrijven? Shenzhen: eerste kennismaking Shenzhen ligt in Zuid-China aan de oosteroever van de Parelriviermonding juist naast [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">Shenzhen staat symbool voor China’s economisch wonder. Groot geworden door arbeidsintensieve nijverheden, blijken deze nu meer naar de binnenprovincies te trekken. Zal Shenzhen er in slagen op voornamelijk high-tech en een kenniseconomie over te schakelen zoals politici en planners voorschrijven?</span></strong></p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Shenzhen: eerste kennismaking</span></strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/01/toekplahenzhenpl.jpg" rel="lightbox[15629]"><img class="alignleft size-medium wp-image-15631" title="toekplahenzhenpl" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2011/01/toekplahenzhenpl-300x182.jpg" alt="" width="300" height="182" /></a>Shenzhen ligt in Zuid-China aan de oosteroever van de Parelriviermonding juist naast Hong Kong. Bijna 2000 km² groot telt de stad 8,9 permanente bewoners, waarvan 2,4 miljoen met een hukou. Dertig jaren geleden was het een kleine grensstad van vissers met een 30.000 inwoners. Nu is Shenzhen vierde qua economische macht na Peking, Shanghai en Kanton  én de stad die het meest en snelst aangroeide. Het BNP/hoofd ligt het hoogst met 92.771 yuan. Vorig jaar groeide Shenzhens economie met 10,7% tot 820 miljard yuan en de kleinhandel met 15 %. Door de wereldcrisis verminderde de buitenlandse handel met 10 %, maar toch blijft de stad nummer één op dat vlak in China. Oorspronkelijk verbond enkel de Shennanlaan de woondistricten van oost naar west. Nu zijn er al drie brede oost-west assen met soms 10 lanen en een groenstrook die de nijverheidsgebieden verbinden. Later waaierden dezen ook uit naar meer afgelegen districten via noord-zuid verbindingen. Shenzhen heeft 17 douanekontroles op de grens met Hong Kong. Vorig jaar  telden deze grensovergangen 185 miljoen personen en 14 miljoen voertuigen. Shenzhens haven is dertig kilometer lang en behandelde 193 miljoen ton cargo en 18 miljoen TEU containers waardoor het qua containers op de vierde plaats komt wereldwijd. De luchthaven vorig jaar had 24 miljoen passagiers en behandelde 605.000 ton cargo. 119 paar treinen sporen tussen Shenzhen en Kanton.  De eerste metrofase was klaar eind 2004 en deze transporteerde vorig jaar 378.000 personen elke dag. Eind dit jaar moet het metronet 238 km bedragen. Bedoeling is dat de helft van de bevolking de metro neemt om naar hun werk te gaan. Eind 2009 had de stad 25.000 bussen op 578 routes van in totaal meer dan 13.000 km lengte. Vorig jaar vervoerde het gemeenschappelijk vervoer meer dan 2 miljard  passagiers.<br /> High-tech, logistiek, financies en de culturele industrie zijn de pilaren van de economie. De stadsplanning wil daarnaast nog drie nieuwe nijverheden aanmoedigen: biotech, nieuwe energie en Internet die samen tegen 2015 650 miljard worden verwacht op te brengen. De productie van high-tech bereikte vorig jaar 850 miljard yuan, waarvan er 60 % producten zijn met eigen “intellectuele rechten”. Meer dan 30.000 lokale firma’s bedrijven onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten, waarvan 1044 staatsondernemingen. 3,6 van het stedelijk BNP wordt aan onderzoek en ontwikkeling besteed.  Vorig jaar werden 42.000 aanvragen tot patenten ingediend en 25.000 toelatingen verleend: nationale koplopers zijn drie Shenzhen ondernemingen <a target="_blank" href="http://www.szcpost.com/2009/11/huawei-2.html">Huawei</a>, <a target="_blank" href="http://www.szcpost.com/2009/11/zet.html">ZTE</a> and <a target="_blank" href="http://www.szcpost.com/2009/10/byd.html">BYD</a>.<br /> De High-Tech industriële zone die uit 1996 dateert, is 11 km² groot en in 2009 produceerden de ondernemingen in de zone voor 254 miljard yuan. De “Shenzhen virtuele universiteitszone” dateert uit 1999 en brengt 52 universiteiten samen zowel uit binnen- als buitenland. Sedertdien kregen meer dan 100.000 professionelen een opleiding, waaronder 28.000 masters en doctors en heeft het meer dan 600 start-up ondernemingen gevoed. Elk jaar wordt in Shenzhen een high-techfoor gehouden waar een half miljoen personen op afkomen en waar voor 13 miljard $ wordt verhandeld. Naast de high-tech is de financiële industrie ook een peiler en waarin de stad nationaal op de derde plaats komt. Eind 2009 telde Shenzhen 76 banken die in totaal 33 miljard (voor belasting) winst maakten. Er is een beurs en de “Small and Medium Enterprises Board” (SME Board) die sedert 2004 werkt, telt 830 firma’s. Een eerste reeks van 28 firma’s werden na 30/10/1999 genoteerd op de Nasdaq-achtige ChiNext.  De stad telt verder 17 effectenvennootschappen, 16 fondsenvennootschappen en 12 verzekeringen met hoofdzetel naast 47 takken van verzekeringen en 147 dito agentschappen. Ook zijn er 34 buitenlandse banken en 24 banktakken. Het is echter niet al geld wat de klok slaat want de stad telt ook het meest NGOs en vrijwilligersverenigingen in China.<br /> De culturele industrie groeide snel om de vierde pilaar te worden na hightech, logistiek en financies. Gedurende de vijf laatste jaren groeide de sector met één vijfde jaarlijks om vorig jaar 53 miljard te bereiken of 7 % van het BNP. De stad was China’s eerste stad die door de UNESCO eind 2008 gehuldigd werd als stad van design. Shenzhen telt 6000 design-firma’s die in totaal 60.000 personen te werk stellen. Het voormalig stadsdorp Dafen telt bijvoorbeeld 15000 kunstenaars die in 40 bedrijven, en 800 studio’s en workshops aan olieschilderen doen op massabasis. De stad is ook een belangrijke basis voor tekenfilms waarvoor het 70 % van China’s productie tekent. Ook won het diverse prijzen als ecologische stad, waar de helft van het grondgebied nu beschermd is tegen de bouwwoede. In de ontwikkelde gebieden bedraagt de groenoppervlakte 45 % met een gemiddelde groenoppervlakte van 16 m² per bewoner;</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Speciale economische zone 30</span></strong></p><p>De speciale economische zones werden in 1980 opgericht om buitenlandse investeringen aan te trekken, de export te vergroten en de assimilatie van nieuwe technologie te versnellen. De gekozen gebieden lagen ver van Peking en dicht bij gebieden die een verleden hebben van contact met de buitenwereld zoals Guangdong en Fujian. De keuze van Shenzhen was strategisch omdat het vissersdorpje zich juist tegenover Hongkong bevindt: het was toen een vissersdorpje zonder één verkeerslicht. Van de vier oorspronkelijke speciale zones mocht Shenzhen het verst gaan bij het exploreren van vernieuwingen. In 1981 vertegenwoordigden de vier speciale zones al 60 % van China’s buitenlandse investeringen. Shenzhen alleen al had 50 %; de anderen elk 3% ongeveer. Tegen 1985 hadden de vier zones 1,17 miljard $ aangetrokken of één vijfde van China’s totaal. Terwijl het nationale BNP tussen 1980 en ’84 met 10 % per jaar steeg, groeide Shenzhen met een fenomenale 58 %, gevolgd door Zhuhai (32%), Shantou (9%) en Xiamen (13%).  Shenzhens economie groeide zes maal en deze van Zhuhai 3 maal. Gezien het succes besloot China ook 14 kuststeden te openen naar de buitenwereld met een voorkeurspolitiek.  In 1988 werd het eiland Hainan erkend als speciale economische zone en in 1990 volgde Shanghais district Pudong. Dit werd dit in 1992 nog verder opengetrokken naar grensgebieden en hoofdsteden van provincies of autonome regio’s. Toen Deng te Shenzhen zijn ideologisch testament uitsprak in 1992 waren de speciale zones nauwelijks nog speciaal.</p><p>Bekijken we  Shenzhens ontwikkeling van naderbij. In 1981 schonk de provincie Guangdong Shenzhen dezelfde politieke status als de hoofdstad Kanton. In 1988 werd deze status zelfs opgetrokken tot het niveau van provincie voor wat economische planning betreft. Daarnaast moest Shenzhen de eerste tien jaren geen belasting betalen noch aan de centrale regering, noch aan de provincie. De autoriteiten van de speciale zones stelden een minimumtarief in; de permanente- en de meeste contractarbeiders kregen een betere sociale zekerheid dan wat voorheen gebruikelijk was in China. Migranten begonnen toe te vloeien: tegen 1989 waren er reeds één miljoen in de stad.<br /> Bovendien heeft Shenzhen een balans behouden tussen buitenlandse investeringen en binnenlandse. In 1985 waren van de 409 industriële projecten meer dan 70 % met binnenlandse linken. Tien jaren later bereikte het aantal binnenlandse projecten 1400, terwijl het aantal joint-ventures steeg tot 9000. Dit naast mekaar functioneren bleek goed voor het verspreiden van technologie. Reeds in 1985 vertegenwoordigde Shenzhens productie van televisies en radiocassette-recorders één zesde en één derde van ’s lands totaal. Tegen 1998 nam de lokale productie van floppy disks 14 % van de wereldproductie; 6,2 % van de PC-moederborden; 8 % van de harde schijven en 10 % van de magnetische koppen. Op de binnenmarkt vervaardigde Shenzhen 70 % van de LCDs, 33 % van de GSMs, 30 % van de PCs en 85 % van de floppy disks. Tegen 1998 vertegenwoordigde high-tech 40 % van Shenzhens nijverheidsproductie. Vele ondernemingen met veel patenten genieten internationale bekendheid zoals Huawei, ZTE en BYD. Terwijl China Japan voorbijstak wat het aantal patenten betreft, staat Shenzhen binnen China nog altijd op kop van alle Chinese steden.</p><p>Het succes van Shenzhen en de aantrekkingskracht om buitenlands kapitaal aan te trekken, heeft ook te maken met een relatieve onafhankelijkheid op economisch vlak en dus een directe toegang van de buitenlandse investeerders tot de beslissers. De resultaten laten zich dan ook gelden bij de export: in 2006 en 2007 was Shenzhen verantwoordelijk voor 14 % van China’s export, waarbij het vijftiende jaar naeen China’s topexporteerder was. In de beginjaren waren Hong Kong en Macao de belangrijkste bronnen van “buitenlandse investeringen”. Tegen 2008 kwam de toevloed uit 82 landen waarbij er 148 ondernemingen zijn uit Fortunes top 500. 60 % van de nijverheidsproductie en export is afkomstig van buitenlandse investeerders.</p><p>Deze duurzame toevloed van buitenlandse investeringen en toename van buitenlandse handel hebben een belangrijke economische structurele verandering te weeg gebracht. Het aandeel van de primaire sector tuimelde van 37 % in 1978 over 4,1 % in 1990 tot 0,1 % in 2007. De secundaire sector groeide van 20 % in 1978 tot 50 % in 2007. Bij de tertiaire sector nam het cijfer toe van 42 % in 1978 tot 49 % in 2007. Bij de start van het elfde vijfjarenplan waren de 4 peilers van Shenzhens industrie: High-tech, logistiek, financiën en de culturele nijverheden.  Shenzhens GDP dat in 1981 0,9 % bedroeg van Hong Kongs, nam tegen 2005 reeds toe tot 34 %. Het BNP per hoofd nam in vergelijking met Hong Kong op zijn beurt toe van 11 % tot 28,5%.</p><p>Premier Wen Jiabao riep naar aanleiding van het dertig jarig bestaan van de speciale zone op verder te gaan op de ingeslagen weg, maar pleitte voor meer politieke hervormingen. Nog zeer recentelijk werd Shenzhens voormalige burgemeester van zijn lidmaatschap van de Communistische partij ontheven nadat hij door de disciplinecommisie van de partij onderzocht werd op beschuldingen van corruptie. De nieuwe politieke hervormingen zouden volgens de premier de machtsconcentratie moeten tegen gaan. Ook op dat vlak timmert Shenzhen echter aan de weg.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Toekomst</span></strong></p><p>Shenzhen heeft dit jaar van de regering de toelating verkregen om de speciale zone die totnogtoe maar twee stadsdistricten besloeg, uit te breiden tot de gehele stad. Hoofd van de stadsplanning Wang Peng deelde begin juni mee dat voortaan ook de districten Longgang en Bao&#8217;an plus de nieuwe zones  Guangming and Pingshan  zullen deel uitmaken van de speciale zone. Het eerste wat het stadsbestuur na uitbreiding zal doen is het grondbeleid strakker maken. De vier buitenstedelijke delen maken vier vijfden uit van de grondoppervlakte in de stad die krap bij gronden zit. De Pingshan nieuwe zone die reeds groten huisvest als BYD, ZTE en Hitachi zal streng optreden tegen onwettelijke bouwsels en wil zijn gebied uitbouwen als een model inzake duurzame ontwikkeling aldus directeur Yang Xusong die meedeelde dat 50 ondernemingen wachten op goedkeuring om er zich te  vestigen. Bao’an district waar de helft van de bevolking woont, is van plan zijn 619 nijverheidszones te integreren in 18. Longgang daarentegen grijpt de nieuwe toestand aan om infrastructuur en openbare diensten uit te breiden aldus districtshoofd Zhang Bei. Op vijf jaren tijd zal daar 160 miljard yuan aan worden gespendeerd, aldus Zhang. Nog dit jaar zal het stadsbestuur 45 miljard besteden aan de ontwikkeling van de vier, wat 72 % uitmaakt van de stedelijke begroting aldus  Chen Biao, hoofd van de stedelijke Ontwikkelings -en hervormingscommissie. Openbare diensten en milieu zullen vooraan staan bij de uitbreiding, aldus nog Chen. Dit knoopt dan weer aan bij het tienjarenplan om van Shenzhen een meer leefbare stad te maken. Het bestuur beoogt vooral ontwikkeling van infrastructuur en energiebesparing. Burgemeester  Xu Qin leidt het plan-team dat meer sociale huisvesting moet aanleggen en de standaarden qua huisvesting aanpassen. Bij het plan horen ook maatregelen ter bescherming van het wateraanbod en ter verbetering van geneeskundige- op onderwijsnormen. Meer sportfaciliteiten en culturele infrastructuur worden eveneens voorzien. Ook honderden kilometers fiets-en wandelpaden zullen op korte termijn worden aangelegd.  Wat is echter de toekomst voor de stadsdorpen waarin quasi de helft van de bevolking leeft? Shenzhen heeft sedert 2005 niet alleen een masterplan voor de renovatie van deze stadsdorpen met overigens districtssubplannen maar beschikt daarnaast over een fonds om de renovatie te bekostigen. De procedure is een handig compromis tussen de stadsvereisten en de autonomie van de vormalige dorpscoöperaties. Deze fungeren als bouwheer en promotor maar hoeven te voldoen aan de stedenboukundige en technische normen die de stad voorschrijft. Als dit na het voorleggen van de plannen het geval blijkt, kan de lokale coöperatieve tot de helft financiële toelage van het stadsbestuur krijgen voor de renovatie. Een handige manier om de stadsdorpen geïntegreerd te krijgen in de stedelijke planning.</p><p>Als geschenk voor het 30-jarig bestaan van de economische zone kreeg Shenzhen van de regering een nieuwe titel. Voorheen was Shenzhen “Een centrale stad in Zuid-China”. Sedert eind augustus decreteerde de regering Shenzhen als “Een nationaal economisch centrum” en “Een stad van globaal kaliber inzake uitwisseling van cultuur, economie en technologie”. Verwacht wordt dat Shenzhen z’n rol voortzet om de gehele regio mee vooruit te trekken. Xu Chongguang, vicedirecteur van de Stedelijke Planning,  legt uit dat de stad in oktober 2006 reeds de plannen opstelde waarbij de stadsuitbreiding beperkt wordt, maar op een meer duurzame manier geschiedt. Bij de rigide doelstelling behoorde het beperken van de bebouwde oppervlakte tot 890 km², de helft van de totale oppervlakte en ook het beperken van de permanente bevolking tot 11 miljoen, 22 % meer dan de huidige 9 miljoen. De regering verwacht van haar kant dat de stad de banden met Hongkong op vlakken transport, douane, milieu , bouw, financiën en IT aanhaalt; prioriteit verleent aan openbaar en groen vervoer en milieuvriendelijke en duurzame huisvesting biedt met kwaliteitsvolle openbare diensten, ook voor lage inkomens. Merkwaardig is dat niet iedereen in Shenzhen tevreden is met de evolutie gedurende de laatste jaren. Partijsecretaris Xu Rong zei nog tijdens de feestelijkheden dat andere steden Shenzhens model willen kopiëren omdat het BRP groeide van 196 miljoen in 1979 tot 820 miljard yuan vorig jaar. Anderzijds merkt Tan Gang, vicevoorzitter van de partijschool, op dat de groeivoeten de laatste jaren onder de 10 % lagen en dus lager uitvielen dan het nationale gemiddelde. Shenzhen bestudeerde op zijn beurt de ervaringen van Beijing, Shanghai en Tianjin en hieruit kwamen nieuwe plannen voort die het nijverheidspatroon willen omvormen in de richting van opkomende nijverheden. Ondertussen trekt arbeidsintensieve nijverheid weg uit de stad, overigens ook aangemoedigd door de provinciale overheid die hen uitnodigt zich in westelijk of oostelijk Guangdong te vestigen. In 2009 werd geraamd dat één derde van de nijverheidspercelen vacant waren. De nijverheidszone Huaqiangbei was de eerste industriële zone die succesvol gereconverteerd werd voor commerciële en residentiële doeleinden.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Investeringen</span></strong></p><p>Op lange termijn worden twee centra gebouwd in het kader van Shenzhens internationale rol. In Qianhai wordt samen met Hongkong een dienstencentrum gebouwd en ten westen van Shajing benoorden de luchthaven een highendfabrieksbasis die terzelfdertijd zal fungeren als regionaal handelscentrum. Meer details over het laatste project volgen pas volgend jaar. Wat het samenwerkingsproject met Hongkong in Qianhai betreft, is reeds meer geweten. Daarin wordt op 15 km² 40 miljard yuan geïnvesteerd, opdat de zone een combinatie zou worden van een kuststad langs het water en een Chinees Manhattan. De zone zal financiële diensten, logistiek, technologie, telecom en media-initiatieven huisvesten. De stad verwacht dat de zone tegen 2020 voor 150 miljard yuan voortbrengt. Uit 62 deelnemende architectenbureaus heeft het bureau James Corner Field Operations uit New York de prijs voor de heraanleg van Qianhai gewonnen. Het ontwerp voorziet vijf corridors die het Nanshandistrict onderverdelen in subdistricten met eigen architecturale stijlen en openbare functies. Het ecologisch gebruik van water met recyclage loopt als een rode draad doorheen het project. (Zie ook <a target="_blank" href="http://english.cntv.cn/program/bizasia/20101222/106195.shtml" target="_blank">CNTV </a>over Qianhai)<br /> Op meer korte termijn zal Shenzhen 100 miljard investeren in 60 grote projecten. Zo’n 20 miljard hiervan wordt nog dit jaar besteed. Het gaat volgens burgemeester Xu Qing over projecten op het vlak van onafhankelijke innovatie, nijverheidsontwikkeling, sociaal welzijn, stadsvernieuwing en infrastructuur. Bij de projecten zijn er zes wegenprojecten om het verkeer tussen de districten te verbeteren. Begin september werd eveneens begonnen met drie ziekenhuisprojecten, die samen 12.000 bijkomende bedden zullen opleveren. De stad plant voorts drie waterreservoirs om de waterbedeling rond Gongming te garanderen. Ook werd de bouw opgestart aan drie havenaanlegplaatsen van 50.000 ton.  Eén miljard yuan wordt uitgetrokken voor toelagen aan 269 projecten in de nieuwe groeisectoren biotech, Internet en nieuwe energie. Darvan krijgt biotech 386 miljoen yuan, Internetprojecten 401 miljoen en de nieuwe energie is goed voor 235 miljoen. De 269 projecten vereisen een totale investering van bijna 20 miljard yuan. Volgens plan zouden dezen in 2115 voor 650 miljard moeten voortbrengen.<br /> Shenzhens ondernemingen participeren mee in de investeringsgolf die de stad meer kwalitatieve nijverheden moet opleveren. Telecomfabricant “ZTE” investeert 160 miljoen in een 3G-laboratorium op basis van China’s eigen TD-SCMD-signaal; “BYD” investeert 23 miljard voor onderzoek in ‘distributed power’; “Salubris Pharmaceuticals” Co 780 miljoen in een geneesmiddelenbasis en “Shenzhen H&amp;T Intelligent Control” Co 235 miljoen in een aantal vestigingen. Om de werknemers te kunnen blijven houden, werkt het stedelijk bestuur voor Bouw en Huisvesting samen met ’s lands grootste vastgoedontwikkelaar Vanke om 4000 volkswoningen te bouwen in Longhua. De totale kost van deze bouw bedraagt 760 miljoen. Staatsonderneming “China Merchants” investeert 30 miljard in de algehele ontwikkeling van sommige stadsdelen. De havengroep Shenzhen Yan Tian Port Holdings zal 3,8 miljard besteden voor een nieuwe containerterminal in het westen van Shenzhen. Al bij al een vrij functionele mengeling van overheidsplanning en marktinitiatieven. Ondertussen heeft de Chinese Internetzoekmachine Baidu bekend gemaakt ook haar internationaal hoofdkwartier te willen bouwen in Shenzhen. Na 30 jaar heeft de stad nog altijd de wind in de zeilen. Dit garandeert een goede uitgangspositie voor het ogenblik dat eenmaal het thema van een duopolis tussen Hong Kong en Shenzhen ter sprake zal komen.</p><p>Selecte bibliografie</p><p><a target="_blank" href="../tag/shenzhen/">http://www.chinasquare.be/tag/shenzhen/</a></p><p>http://english.sz.gov.cn/ln/</p><p>China’s Special Economic Zones at 30; Yue-man Yeung, Joanna Lee, and Gordon Kee; Eurasian Geography and Economics, 2009, 50, No. 2, pp. 222–240. , 2009 by Bellwether Publishing</p><p>Progress in Planning 73 (2010) 209–249;  Restructuring and repositioning Shenzhen, China’s new mega city; John Zacharias a,*, Yuanzhou Tang b a Department of Geography, Planning and Environment, Concordia University, Montreal, Canada b Department of Urban Planning and Design, The University of Hong Kong, Hong Kong, Chin</p><p>The Planning of ‘Villages-in-the-City’ in Shenzhen, China: The Significance of the New State-Led Approach,  International Planning Studies;  Vol. 14, No. 3, 253–273, August 2009,   HIM CHUNG</p><p>Department of Geography, Hong Kong Baptist University,</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/succesverhaal-shenzhen-30-jaren-oud/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>De mineralen van Tibet</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-mineralen-van-tibet/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-mineralen-van-tibet/#comments</comments> <pubDate>Wed, 08 Dec 2010 01:49:19 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Eco-fin]]></category> <category><![CDATA[Tibet]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=15110</guid> <description><![CDATA[‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’. De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar  want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor  het Waalse staal? [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>‘Tibet support’ groepen beschuldigen China: het zou  tal van kostbare ertsen uit Tibet ‘wegroven’.<br /> De term ‘wegroven’ op zichzelf is betwistbaar  want men gaat uit van de premisse dat Tibet geen deel van China zou zijn. Hoe kan je immers in eigen land iets ‘wegroven’? Werden de kolen van Limburg weggeroofd voor  het Waalse staal?<br /> Verder hebben de ‘Tibet support’ groepen het steeds over ‘Groot Tibet’, de maximale omvang van  een historische rijk  dat al meer dan 1000 jaren verdwenen is. Dat territorium omvat het gehele Aziatische hoogplateau, vijf maal Frankrijk,het dubbele van het huidige Tibet.<br /> Maar afgezien daarvan, wat is de reële situatie van de mijnontginningen?</strong> </span></p><p>Tot nu toe gaat het om zeer kleine hoeveelheden mineralen.  De uitgestrektheid, het klimaat, de moeilijkheden van het terrein en de onderontwikkeling van China belemmerden tot nu een ernstige ontginning. Nu is nog niet de helft van de ondergrond van het hoogplateau geologisch in kaart gebracht. Een recent onderzoek, dat een duizendtal experts mobiliseerde gedurende zeven jaar, vond belangrijke ertsaders verspreid over het gehele hoogplateau: vooral koper, lood, zink en enkele grote lagen rijk ijzererts, waarvan de voorraad op enkele honderden miljoenen ton geraamd wordt.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn1">[1]</a> De overheid wil de ontginning gepland en voorzichtig aanpakken, gekoppeld aan een ecologische impactstudie. Vele kleine artisanale mijnen werden de laatste jaren gesloten omdat ze de milieunormen niet naleefden.</p><div id="attachment_15112" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/12/Naamloos.jpg" rel="lightbox[15110]"><img class="size-medium wp-image-15112" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/12/Naamloos-300x189.jpg" alt="" width="300" height="189" /></a><p class="wp-caption-text">Kopermijn Gyiamargang nabij Lhasa</p></div><p>Dit artikel gaat over de mijnen in Tibet zelf.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn2">[2]</a><br /> De mijnen zijn belangrijk voor Tibet, want ze zijn lokaal belastingplichtig<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn3">[3]</a>, en zullen aan belang winnen, want ze zijn strategisch belangrijk voor China. Ze vertegenwoordigen nu  27 % van de weliswaar geringe regionale industriële productie. De weinige operationele mijnen geven de regionale staatskas per jaar ongeveer 15 miljoen euro aan belastingen, dat is 6 % van de lokale inkomsten. Zowat 7000 mensen zijn in de mijnindustrie tewerkgesteld, arbeiders, bedienden en kaders samen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn4">[4]</a> Dit laatste alleen al getuigt van de kleine omvang van de mijnindustrie in dit zeer grote gebied.</p><p><strong>Chroom</strong></p><p>Er zijn voornamelijk twee mijnen van enig belang momenteel in Tibet. De oudste is de Chroommijn Luobusa, opgestart in de jaren 1980 in het departement Shannan, ten zuidoosten van Lhasa. De mijn is integraal eigendom van Tibet Mining Development, een regionale staatsonderneming, zodat niet enkel de belasting op de winst naar de regionale kas gaat, maar ook de winst zelf.   Twee derde van het in China ontgonnen chroom komt uit die mijn. Maar dat volstaat slechts voor 2 % van China’s actuele behoefte. De rest voert China in uit Zuid-Afrika, Kazakstan en Indië.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn5">[5]</a></p><p><strong>Koper</strong></p><p>De tweede mijn van belang is de Yulong kopermijn, in Oost-Tibet nabij de stad Qamdo, zeer recent opgestart, in 2008, met een kleine productie van 2000 ton.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn6">[6]</a> De mijn zal echter de tweede grootste van Azië worden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn7">[7]</a> In 2011 zal de jaarproductie 30.000 ton bereiken.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn8">[8]</a> De totale reserve ginder wordt geschat op 16 miljoen ton kopererts. Eigenlijk bitter weinig, vergeleken met wat China jaarlijks aan koper invoert: 4 miljoen ton.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn9">[9]</a> De Yulong mijn is een investering van drie Chinese (staats)mijnondernemingen: Qinghai West Mining (58 % van de aandelen), Zijin Mining Group (22 %) en Tibet Mining Development (20 %). Totale investering: 500 miljoen euro.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn10">[10]</a></p><p>Voor het ontginnen van koper staan nog een aantal andere kleinere projecten op stapel, maar daar is nog weinig voor gedaan. Eén ervan is vrij dicht bij Lhasa, op 70 km, in het kanton Medrogungkar.</p><p><strong>Uranium</strong></p><p>Vooreerst het verhaal van het uranium. China heeft in 2007 een handelsovereenkomst voor de invoer van uranium afgesloten met Australië, dat 40% van de gekende werelduraniumvoorraad in zijn ondergrond heeft.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn11">[11]</a> Tot op vandaag koopt China zijn uranium, jaarlijks 1.500 ton, in Kazakstan en Canada. De Chinese maatschappij voor atoomenergie onderhandelt ook in Afrika over deelname in mijnen. In China zelf wordt immers geen uranium ontgonnen en alleen in Qinghai zou er in de grond zitten..</p><p>Toch spreekt de administratie van de dalai lama over ‘rijke en onontgonnen lagen uranium, wellicht de grootste ter wereld’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn12">[12]</a> in de provincie Qinghai, die volgens haar deel uitmaakt van Tibet. De 14e dalai lama suggereert indirect dat al dat uranium onbeperkt opgedolven wordt: ‘Mijn land wordt een ecologische ramp door de massale ontbossing en door het excessieve delven naar mineralen’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn13">[13]</a> De dalai lama specifieert niet over welke mineralen het gaat. Maar Tibet Environmental Watch (USA), het Canada Tibet Committee, het Belgische De Vrienden van Tibet en andere organisaties hebben het over ‘ongebreidelde extractie van uranium in wel twintig mijnen (…) de voornaamste bron voor de Chinese nucleaire industrie’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn14">[14]</a> Ook ernstige Belgische journalisten stappen mee in dat verhaal: ‘De bergen die de heilige stad Lhasa omringen, zouden de helft van de wereldreserves van uranium bevatten. Dit en andere ertsen worden overvloedig geëxploiteerd.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn15">[15]</a> Het uranium zou dienen ‘om bommen te maken’ en tegelijk zou massaal radioactief afval in Tibet worden gedumpt. De Chinese overheid houdt het bij één afgedankte ondergrondse opslagplaats voor kernafval buiten de autonome regio Tibet, nabij het Qinghai meer. Dat is ook de enige concrete plaats die de regering van de 14e dalai lama vermeldt.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn16">[16]</a> Het uraniumverhaal dateert van 1950. Het stond in een rapport van het Britse Foreign Office dat wereldkundig werd gemaakt door Lowell Thomas. Die was op dat moment in Lhasa actief als journalist voor het Amerikaanse NBC.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn17">[17]</a></p><p>In Tibet zelf is geen enkele uraniummijn en zijn ook geen ertslagen gevonden. Het enige uranium in Tibet zit in de zoutmeren, als zoutverbinding, in kleine concentraties van enkele gram per liter. Het zou kunnen dat het straks in combinatie met lithium (zie verder) uit het Zhabuye meer gewonnen zal worden, maar dat is niet duidelijk want de techniek staat nog niet op punt, volgens het Internationaal Atoomagentschap ( “unconventional uranium extraction”)</p><p><strong>Goud</strong></p><p>En dan zijn er de verhalen over het overvloedige goud. Volgens een studie in 1939 van het Geologisch Bureau van China waren ongeveer 3.000 goudzifters aan het werk in de regio Yongsheng van de Jinsha rivier, de bovenloop van de Yangzi. “Jin” en “Sha” betekenen “goud” en “zand”. Het zand op de oevers werd gezift. De jaarlijkse totale productie van al die mensen bedroeg…50 kg.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn18">[18]</a></p><p>In de jaren tachtig was het toerisme in Tibet volkomen vrij en het hippe Kathmandu verplaatste zich naar Lhasa. Minder spiritueel waren de duizenden goudzoekers, Han Chinezen en Tibetanen, die op het plateau een paar gram goud wasten uit de riviersteentjes. Zij kampeerden er enkele maanden en wonnen er dan elk enkele honderden euro. Veel van die gebieden werden sindsdien natuurreservaat en de goudrush is dan ook gestopt. In het oude Tibet diende de exploitatie van kleine goudaders hoofdzakelijk voor de bekleding van religieuze beelden, stupa’s en tempeldaken. Er was een weeg- en rekenhof voor het goud onder het gezag van de functionaris van financiën van de dalai lama’s. Een kleine hoeveelheid goud werd opgeslagen als betaalreserve. Toen die reserves ongeveer op waren door de verhoogde uitgaven voor het leger tijdens het bewind van de 13e dalai lama, ging een Tibetaanse missie in Londen goud kopen met een lening. Voor de gouden troon van de huidige 14e dalai lama werd in 1956 eveneens goud buiten Tibet aangekocht, en wel met de opbrengst van een inzameling onder alle gelovigen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn19">[19]</a></p><p>Om riviervervuiling te voorkomen zijn in 2003 de milieunormen voor goudwinning in China streng verscherpt. Toch beschuldigt de regering in ballingschap van de 14e dalai lama de centrale overheid ervan duizenden tonnen goud uit de Tibetaanse ondergrond te stelen en daarvoor tienduizenden Chinese migrantwerkers te gebruiken.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn20">[20]</a> Er wordt daarbij verwezen naar potentiële en echte mijnen in de provincies Qinghai en Gansu, zonder die mijnen bij naam te noemen. De 14e dalai lama toonde zich bezorgd omdat de Chinese overheid ook buitenlandse investeerders toelaat goud te zoeken, het culturele erfgoed te grabbel te gooien als het ware, want goud was destijds bestemd voor de kloosters.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn21">[21]</a> Onder andere een Canadees en een Australisch bedrijf tekenden in. De overheid wil namelijk overal op Chinees grondgebied de artisanale ontginning van goud technologisch rechtzetten en doet daarbij beroep op de hulp van het buitenland. Die hulp is beperkt, ze bedraagt enkele tientallen miljoenen euro.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn22">[22]</a> Ondertussen zijn in Tibet zelf alle goudwinningen stopgezet sinds de opnieuw verstrengde milieunormen van oktober 2005.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn23">[23]</a></p><p><strong>Andere mineralen</strong></p><p>Voor China zijn de belangrijke strategische mineralen in Tibet: chroom, koper, magnesium, lood en zink.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn24">[24]</a> Er zijn grote aders van ijzererts in Tibet, maar er bestaan gemakkelijker sites in het binnenland van China.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn25">[25]</a> Een consortium van ondernemingen onder leiding van Chalco, een Chinees aluminiumbedrijf, voorziet de ontginning van zink en lood in Oost-Tibet, in de regio rond de stad Qamdo. Qamdo wordt de komende vijf jaar uitgebouwd als basis voor non-ferro metalen.</p><p>Er zijn een paar duizend vindplaatsen van mineralen ‘ontdekt’, minder dan 1 % ervan is verder onderzocht. Buiten de twee genoemde grote mijnen zijn er nog een 70-tal zeer kleine mijnondernemingen in Tibet. Slechts ongeveer 10 % daarvan kreeg een productietoelating.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn26">[26]</a> De enige koolmijn is sinds 2006 op inactief gesteld.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn27">[27]</a></p><p><strong>Lithium voor elektrische wagens</strong></p><p>Een project dat vrij vlug van start lijkt te gaan is de winning van lithium in een groot zoutmeer, het Zhabuye meer. De voorraad lijkt er groot en de afnemer wordt een lithiumbatterijproducent BYD uit Shenzhen, die zich meteen voor 18 % inkocht in de toekomstige ontginning.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn28">[28]</a> De hoofdaandeelhouder is Tibet Mineral Development (51 %), een regionale staatsonderneming. De lithiumwinning wordt er de grootste van China.</p><p><strong>En is er petroleum?</strong></p><p>Er is olie gevonden in Tibet zelf. In het Lhunpola bekken in Noordwest-Tibet. Naar schatting 100 miljoen ton. Exploitatie is nog niet begonnen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn29">[29]</a> Tibet verbruikt momenteel 150.000 ton olie per jaar.</p><p>De benzine en de diesel voor Tibet komen integraal uit het Qaidam bekken, in het noordwesten van de Qinghai provincie. Qaidam is een barre, dunbevolkte halfwoestijn op 3000 meter hoogte en vijf maal groter dan België. De olie die er wordt gewonnen, vloeit via een lange pijplijn – de hoogste ter wereld − naar Tibet.</p><p><strong>Ecologie</strong></p><p>Het toezicht op de ecologische impact van mijnen is flink versterkt in Tibet. De centrale overheid vraagt een gedetailleerde voorstudie. Buitenlandse waarnemers, informanten voor buitenlandse deelname in de investeringen, waarschuwen daarvoor: ongeveer 30 % van het investeringsbedrag gaat naar het verzekeren van ecologisch verantwoorde omstandigheden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn30">[30]</a> Zij voegen er aan toe dat dit flink meer is dan in de rest van China.</p><p>Als afsluiter misschien nog dit: de Tibetaanse ondergrond staat open voor buitenlandse wetenschappers. China maakt er dus helemaal geen geheim van. Een voorbeeld is de chroommijn van Luobusa. Blijkt dat er daar ook ‘mineralen ontstaan onder hoge druk’ gevonden zijn. Het bekendste voorbeeld daarvan is diamant. Maar ook legeringen van nikkel-ijzer-chroom-koper of magnesiumsilicaten en nog bijzonderheden. Kortom, rare dingen, die daar eigenlijk geologisch niet thuishoren, veel ouder dan de vorming van het chroom. Japanse, Canadese, Amerikaanse geologen worden uitgenodigd om samen met hun Chinese collega’s het fenomeen te bestuderen. Het studieobject? De bewegingen in de mantel van de planeet aarde.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn31">[31]</a></p><p>De mineralen van Tibet zijn geen ‘verborgen schat’, maar worden vrij openlijk behandeld. China tast zijn ondergrond trouwens overal af, niet enkel in Tibet. Voor het geheel van zijn grondgebied werden in 2007 ongeveer 10.000 nieuwe ontginningsvergunningen afgeleverd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftn32">[32]</a></p><p>Jean-Paul Desimpelaere<br /> <a target="_blank" href="http://infortibet/skynetblogs.be/" target="_blank">Infortibet</a></p><hr size="1" /><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref1">[1]</a> CTIC 13/02/07</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref2">[2]</a> De huidige autonome regio Tibet, toch al 2,5 maal Frankrijk in oppervlakte.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref3">[3]</a> 20% van de winst.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref4">[4]</a> Tibet Statistical Yearbook 2008.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref5">[5]</a> 130.000 ton op een totale behoefte van 6 miljoen ton. Hattongrp.com, Dubai, 6/12/2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref6">[6]</a> Reuters, 15/10/2008</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref7">[7]</a> www.mineweb.com, 18 aug 2008.+ CTIC</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref8">[8]</a> Xinhua, 19/10/2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref9">[9]</a> Reuters, 21/6/2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref10">[10]</a> Xinhua, 19/10/2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref11">[11]</a> BBC, « China to buy Australian uranium », 3/4/2006.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref12">[12]</a> CTA, (administratie in ballingschap), “Tibet’s Environment and Development Issues”.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref13">[13]</a> voorwoord bij een boek “Tibet, Enduring Spirit, Exploited Land”, Apte Robert en Andres Edwards, USA, 1998. Op te merken: Andres Edwards is in de USA een prediker van de “groene duurzame revolutie”.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref14">[14]</a> Zie hun websites.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref15">[15]</a> Michel Bouffioux, website, 170205, interview met Michel Van Herwegen van “Les Amis du Tibet”, artikel verschenen in Ciné-Télé Revue van 17 febr. 2005.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref16">[16]</a> CTA, idem.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref17">[17]</a> Alan Winnington, « Visa pour le Tibet », pag 145, Gallimard, 1958.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref18">[18]</a> HKCTP juli 2008</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref19">[19]</a> Goldstein Melvyn, « A history of modern Tibet, 1913-1951 ».</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref20">[20]</a> CTA, idem</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref21">[21]</a> interview met Asian Pacific Post, 27/01/2005., waar de 14e dalai lama zich verzet tegen de Canadese betrokken firma.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref22">[22]</a> zoiets als de waarde van een Formule 1 wedstrijd.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref23">[23]</a> China Daily, 14/9/2005.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref24">[24]</a> CTIC 5/12/2010</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref25">[25]</a> CTIC 28/12/06</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref26">[26]</a> www.resourceinvestor.com</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref27">[27]</a> Tibet Statistical Yearbook 2008.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref28">[28]</a> CTIC, 18/09/2008</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref29">[29]</a> CTIC, 28/12/2006</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref30">[30]</a> <a href="http://www.resourceinvestor.com/">www.resourceinvestor.com</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref31">[31]</a> ‘ultra-high pressure minerals in the luobusa ophiolite, Tibet and their tectonic implications’, lyellcollection.org</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ftnref32">[32]</a> Ministry of Land and Ressources, communiqué 2007.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-mineralen-van-tibet/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Ontwikkelingsmarathon in spurttempo</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/#comments</comments> <pubDate>Thu, 25 Nov 2010 06:53:41 +0000</pubDate> <dc:creator>Medewerker</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[economie]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[socialisme]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=14841</guid> <description><![CDATA[Marc Vandepitte is filosoof en schrijver. Hij  is co-auteur van ‘Made in China’ ( EPO 2006). Hij publiceerde ondermeer ‘De kloof en de uitweg’ (EPO 2004) over ontwikkelingsproblematiek in het algemeen. Over Cuba schreef hij ‘De gok van Fidel’ (EPO 1998) en recentelijk  als co-auteur ‘Ontmoetingen met Fidel Castro’ (EPO 2010). We brengen hier enkele [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;">Marc Vandepitte is filosoof en schrijver. Hij  is co-auteur van ‘Made in China’ ( EPO 2006). Hij publiceerde ondermeer ‘De kloof en de uitweg’ (EPO 2004) over ontwikkelingsproblematiek in het algemeen. Over Cuba schreef hij ‘De gok van Fidel’ (EPO 1998) en recentelijk  als co-auteur ‘Ontmoetingen met Fidel Castro’ (EPO 2010). We brengen hier enkele recente bespiegelingen van hem over China.<strong> </strong></span></p><p><strong>Ontwikkelingsmarathon in spurttempo</strong></p><p><strong>Bespiegelingen bij een reis door het Chinese platteland</strong> </p><p>In de maand juli maakte ik een groepsreis door China. Vanuit Beijing trokken we naar het binnenland richting Xian. Daar toerden we wat rond in de regio. Daarna deden we een heel traject in de richting van Hangzhou. We passeerden langs Shanghai, waar we de wereldtentoonstelling bezochten. De trip eindigde waar hij begon, in Beijing. Bedoeling van de reis was kennis te maken met de evoluties op het platteland. Ik wil je een aantal bespiegelingen meegeven die ik maakte naar aanleiding van deze boeiende rondreis. Volgende thema’s komen aan bod:</p><ol><li>Situering van de regio die we bezochten</li><li>Is China een derdewereldland?</li><li>De razendsnelle ontwikkeling</li><li>De gigantische proporties</li><li>Niets dan problemen</li><li>Het politiek stelsel</li><li>Het boeren- en migrantenvraagstuk</li><li>Is China socialistisch of kapitalistisch? </li></ol><p><strong>1. Drie regio’s </strong> </p><p>China kan je grosso modo opdelen in drie regio’s. Vooreerst heb je de kustprovincies in het Oosten en het Zuid-Oosten. Dit deel van China is bijna volledig verstedelijkt, de bevolkingsdichtheid is ongeveer dezelfde als die van Vlaanderen. Er wonen een kleine zeshonderd miljoen mensen, 44% van de totale bevolking. Zo’n vijfentwintig jaar geleden, toen de hervormingen op kruissnelheid kwamen, werd deze regio voorbestemd voor een snelle industrialisering. Hier ontstonden de eerste speciale industriële zones en werd het leeuwenaandeel van het buitenlands kapitaal aangetrokken. De gemiddelde levensstandaard kan je vergelijken met die van Portugal, in steden als Shanghai en Beijing zelfs met die van België.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos4.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14843" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos4-300x260.jpg" alt="" width="300" height="260" /></a></p><p>Een tweede regio is centraal en noordelijk gelegen en is meer landelijk. De bevolkingsdichtheid benadert die van Wallonië. Hier wonen rond de vijfhonderd miljoen mensen, of 39% van de bevolking. Een kwarteeuw geleden werd in deze regio de klemtoon vooral gelegd op de winning van grondstoffen en op landbouw. De levensstandaard ligt hier tussen Roemenië en Polen, naargelang de provincie. Het was voornamelijk in deze regio dat onze reis verliep.</p><p> En dan heb je nog de uitgestrekte en weinig bevolkte westelijke provincies, gekenmerkt door hoogvlakte, eindeloze steppes en woestijngebied. Deze gebieden zijn dun tot zeer dun bevolkt. Er leven 220 miljoen mensen, of 17% van de bevolking. De levensstandaard kan je vergelijken met die van Egypte. Het is voornamelijk in deze provincies dat de 200 miljoen armen te vinden zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn1">[1]</a>   </p><p>De cijfers over de levensstandaard zijn o.a. afkomstig van de Wereldbank en de VN, maar wellicht zijn ze een onderschatting en ligt het welvaartsniveau in de realiteit hoger dan wat die cijfers aangeven. Dat wordt niet alleen bevestigd door onze indrukken ter plaatse maar ook door andere berekeningen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn2">[2]</a> </p><p><strong>2. Een derdewereldland?</strong> </p><p>Volgens de gangbare definities is China nog steeds een derdewereldland: het bnp per inwoner, uitgerekend volgens de wisselkoers, is twaalf maal lager dan dat van de rijke landen; het loon van de gemiddelde Chinees is dertig maal lager dan zijn Europese collega en gerangschikt volgens de ontwikkelingsindex van de VN (HDI) staat het land op de 89<sup>ste</sup> plaats van de 169 gecatalogeerde landen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn3">[3]</a></p><p>Toch zijn we op onze reis geen typische derdewereldtoestanden tegengekomen. Geen gigantische bidonvilles met open riolen, waar er nauwelijks elektriciteit of water is. Geen leger van straatventers of marktkramers die kauwgommen, sigaretten of enkele appelsienen per dag proberen te slijten. Geen massa’s bedelende kinderen of kreupelen die een vast onderdeel zijn van het straatbeeld. Geen bewoonde vuilnishopen. Ook geen daklozen die, zoals in San Francisco, elke avond met duizenden uit de ondergrond van de stad opduiken om de nacht op straat door te brengen. Reisgidsen van heel wat derdewereldlanden raden toeristen uitdrukkelijk af om zich zonder begeleiding te begeven in bepaalde wijken. Een dergelijke waarschuwing ontbrak volledig in onze reisgidsen. Om het met de woorden van de <em>Financial Times</em> te zeggen: ‘Veel ontwikkelingslanden zouden een moord begaan om China’s problemen te mogen hebben’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn4">[4]</a> </p><table border="1" cellspacing="0" cellpadding="0"><tbody><tr><td width="224" valign="top"> </td><td width="78" valign="top"><strong>China</strong></td><td width="84" valign="top"><strong>India</strong><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn5">[5]</a><strong> </strong></td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Levensverwachting</strong></td><td width="78" valign="top">73,5</td><td width="84" valign="top">64,4</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Kindersterfte (U5MR) ‰</strong></td><td width="78" valign="top">21</td><td width="84" valign="top">69</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Armoede (&lt;$1,25) %</strong></td><td width="78" valign="top">16</td><td width="84" valign="top">42</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Analfabetisme %</strong></td><td width="78" valign="top">5</td><td width="84" valign="top">37</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Secundair onderwijs %</strong></td><td width="78" valign="top">38</td><td width="84" valign="top">22</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Gezondheidsuitgave/inw. $</strong></td><td width="78" valign="top">233</td><td width="84" valign="top">109</td></tr><tr><td width="224" valign="top"><strong>Dokters/10.000 inw.</strong></td><td width="78" valign="top">14</td><td width="84" valign="top">6</td></tr></tbody></table><p> <strong>3. Razendsnelle ontwikkeling</strong></p><p> Een tweede opvallende vaststelling is de razendsnelle ontwikkeling. Vijf jaar geleden was ik voor het eerst in China. Het lijkt alsof het dertig geleden was. De koopkracht gaat met sprongen vooruit, ongeveer 9% per jaar.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn6">[6]</a> Dat is een verdubbeling om de acht jaar. Aan het huidig groeitempo zullen de Chinezen binnen een goede vijfentwintig jaar een gelijke levensstandaard hebben als de onze.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn7">[7]</a> </p><p> <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos5.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14844" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos5-300x224.jpg" alt="" width="300" height="224" /></a></p><p>Die koopkrachtstijging merk je aan heel wat zaken. Aftandse tv-toestellen hebben plaats gemaakt voor flatscreens, ook in de bescheiden boerenwoningen. Overal zie je op de daken boilers met zonnepanelen. Het aantal voertuigen in de steden lijkt zowat verdubbeld. Vijf jaar geleden zag ik geen enkele elektrische fiets of elektrische motor, vandaag bepalen ze het straatbeeld in de steden. Op toeristische plekken zie je nu praktisch hoofdzakelijk Chinezen waar die voorheen in de minderheid waren,<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn8">[8]</a> er is nu blijkbaar voldoende koopkracht om te reizen. En ook opvallend, je wordt als blanke constant zelf gefotografeerd en dat gebeurt zonder uitzondering met digitale camera’s. ‘Langeneuzen’, zoals ze blanke mensen omschrijven, zijn blijkbaar een curiosum. China is bij mijn weten het enige land ter wereld waar je als toerist zelf gefotografeerd wordt door de autochtoners. </p><p>De nieuwe woningen worden nu ook beduidend groter gebouwd dan vijf jaar geleden en het gemiddelde interieur ziet er veel chiquer uit. Van nieuwbouw gesproken, ik heb in mijn leven nog nooit zoveel kranen en steigers op zo’n korte tijd gezien. Onderweg kwamen we niet honderden, maar duizenden wolkenkrabbers in aanbouw tegen. Wij verbouwen een oud huis of bouwen een nieuw exemplaar. In China doen ze dat voor een hele wijk of een dorp in een keer. Het oude dorp wordt gewoon afgebroken en daarnaast zie je dan een splinternieuw dorp verschijnen. Tussen 1980 en 2000 hebben meer dan een half miljard Chinezen een nieuwe woning betrokken, tegen 2015 zullen dat er nog eens zoveel zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn9">[9]</a></p><p>Ook de constructie van wegen en sporen spreekt tot de verbeelding. Momenteel heeft China 6.500 km spoorlijnen voor hogesnelheidstreinen. Tegen 2020 zal dat verviervoudigd zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn10">[10]</a> De gids vertelde ons dat zo’n hogesnelheidslijn aangelegd wordt met een snelheid van 8km per dag. Het gaat daar blijkbaar iets rapper dan met onze Lange Wapper. Op het moment dat hij die woorden uitsprak reden we op een autostrade met vier rijstroken, die ze aan het verdubbelen waren. Gespreid over tientallen kilometers, het kunnen er meer dan honderd geweest zijn, zagen we honderden, duizenden arbeiders die uitbreiding aanleggen. Het hield gewoon niet op. In 2008 bedroeg de lengte van de autostrades 35.000 km. Het plan is om dat in de nabije toekomst op te trekken tot 85.000 km. Ter vergelijking, in de VS ligt er 75.000 km.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn11">[11]</a>   </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos6.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14845" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos6-300x229.jpg" alt="" width="300" height="229" /></a><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos7.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-medium wp-image-14846" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos7-300x240.jpg" alt="" width="300" height="240" /></a></p><p>Links het spoorwegennet voor hoge snelheidstreinen, rechts de autostrades.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn12">[12]</a> </p><p>Het is minder zichtbaar voor een toerist, maar ook de sociale ontwikkeling gaat met sprongen vooruit. Om te beginnen heeft men voor een vijfde van de wereldbevolking het hardnekkig probleem van de honger uitgeroeid. In tegenstelling tot buurland India, waar tweehonderd miljoen mensen hongeren of ondervoed zijn, is de voedselveiligheid in China grotendeels verzekerd.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn13">[13]</a> Dat is niet evident als je weet dat in China 18% van de wereldbevolking leeft terwijl het slechts over 10% van de bebouwbare landbouwgrond beschikt. </p><p>Op andere vlakken is de balans niet zo gunstig, maar is er toch een sterke vooruitgang merkbaar. Zo werd met de afschaffing van de communes in het begin van de jaren tachtig meteen ook de gratis gezondheidszorg, onderwijs en het hele stelsel van sociale zekerheid ontmanteld. In de jaren negentig kon amper tien procent van de bevolking genieten van een ziekteverzekering.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn14">[14]</a> Aan die situatie wordt sinds enkele jaren hard gewerkt. Sedert het begin van deze eeuw is men in versneld tempo sociale voorzieningen aan het uitbouwen: pensioen, werkloosheidsuitkering, ziekteverzekering, … Tegen 2011 wil men een ziekteverzekering voor 90% van de bevolking en tegen 2020 plant men om voor iedereen een ziekteverzekering en een pensioen te voorzien.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn15">[15]</a> Zeker, het beantwoordt absoluut nog niet aan onze normen en er is nog een lange weg te gaan, maar het gaat in de goede richting en wel in een snel tempo. China zal vervroegd de meeste van de millenniumdoelstellingen halen<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn16">[16]</a> en het laat de grootste vooruitgang optekenen van Oost-Azië op het vlak van sociale ontwikkeling (gemeten volgens de human development index van de VN) en van de armoedebestrijding.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn17">[17]</a></p><table cellspacing="0" cellpadding="0" width="100%"><tbody><tr><td><strong>China en de millenniumdoelstellingen</strong>‘Globaal genomen heeft China grote vooruitgang geboekt in het bereiken van de millenniumdoelstellingen. De meeste doelstellingen zijn zeven jaar op voorhand bereikt of overschreden. Het gaat over armoede, honger, analfabetisme en kindersterfte. China is ook op weg om de moedersterfte te verlagen en om HIV, aids en tuberculose onder controle te brengen, met goede hoop om de MDG doelstellingen tegen 2015 te bereiken.’VN-rapport van 2008</td></tr></tbody></table><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn18">[18]</a></p><p><strong> </strong><strong>4. Gigantische proporties</strong> </p><p>Een ander punt waar je niet naast kan kijken zijn de proporties. China is een land met de afmetingen van een continent: driehonderdvijftien maal groter dan België, evenveel inwoners als West-Europa, Oost-Europa, de Arabische landen, Rusland en Centraal-Azië samen. Er zijn meer dan honderd steden met meer dan een miljoen inwoners, in de VS zijn dat er negen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn19">[19]</a> Toen we in Xian aankwamen, gaf de gids wat uitleg over deze historische stad. Terloops zei hij dat het geen echt grote stad was. Iemand van de groep vroeg naar het aantal inwoners: 7,5 miljoen was het antwoord. Toen de groep in lachen uitbarstte somde hij enkele ‘grote’ steden op: Chongqin 29 miljoen, Beijing 19 miljoen, Shanghai 17 miljoen, Guangzhou 15 miljoen, Shenzhen 13 miljoen, Tianjin 12 miljoen … Aan een Chinees de politieke situatie van België proberen uitleggen met al zijn verschillende niveaus en deelregeringen, is niet eenvoudig. Als je in dat verband vertelt dat er krachten zijn die het land willen splitsen, zij dan benieuwd vragen naar het aantal inwoners en het antwoord daarop krijgen, dan zie je ze beleefd glimlachen, terwijl ze hun verbazing of medelijden amper kunnen verbergen. </p><p>De gigantische proporties vormen meteen een van de grootste uitdagingen van het land, zo niet de belangrijkste. Als je het vertaalt naar de Europese situatie, dan zou dat betekenen dat Egypte of Kirgizië vanuit Brussel moeten bestuurd worden. Komt daarbij dat China, omwille van historische redenen een zeer sterk gefederaliseerde staat is. Het federale budget waarover Beijing beschikt, is een van de laagste ter wereld. Het is nog geen 20% van het bnp, terwijl dat in de OESO landen gemiddeld 45% is.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn20">[20]</a> Dat het land, gezien de proporties, de zeer grote verschillen tussen de regio’s en de gigantische uitdagingen, toch nog regeerbaar blijft en bovendien stevig geregeerd wordt, is grotendeels te danken aan de sterke aanwezigheid van de communistische partij in alle geledingen van de maatschappij. Andere cohesiekrachten zijn de millenniumoude cultuur en geschiedenis, de gemeenschappelijk taal en het sterk patriottisch gevoel, dat de laatste tijd sterk gevoed wordt door de China-bashing in Westerse landen.  </p><p><strong>5. Vely big ploblems</strong> </p><p>Maar dat belet niet dat er geen problemen zijn in China, wel integendeel. Voor we aan onze trip begonnen naar het binnenland hadden we een briefing in Beijing. We mochten bij die gelegenheid al onze vragen die we over China hadden afvuren. En het waren er heel wat. Een professor in de landbouwwetenschappen beantwoordde onze soms ongekuiste vragen en bedenkingen geduldig. ‘Klopt het dat er zoveel corruptie is in China?’ ‘Yes, that’s a vely big ploblem.’ ‘En hoe zit het met de vervuiling.’ ‘Oh, anothel big ploblem’, grinnikte hij. ‘En waarom is er zo een grote kloof tussen rijk en arm in China?’ ‘Yeh, big ploblem’ klonk het opnieuw. Andere vragen gingen over de precaire toestand van de interne migranten, de conflicten op het platteland, de recente zelfmoorden in een groot bedrijf in het Zuid-Oosten, de gebrekkige rechtsstaat, de vergrijzing omwille van de eenkindpolitiek … De professor fietste er niet om heen en deed er soms glimlachend nog een schepje bovenop. </p><p>Dat het land met reusachtige problemen te kampen heeft hoeft niet te verwonderen. De industrialisatie in West-Europa was een brutaal en zeer ingrijpend proces. Het creëerde ongeziene sociale en ecologische problemen. In China gaat het om vijf keer zoveel mensen en om een proces dat vier keer zo snel gaat.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn21">[21]</a> ‘Het heden in China wijzigt constant en bovendien steeds sneller. Een Europeaan zou 400 jaar moeten leven om zo’n ingrijpende verandering te kunnen ervaren’, aldus de romanschrijver Yu Hua.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn22">[22]</a> Groot voordeel is wel dat de problemen benoemd worden door de hoogste gezagsdragers en bediscussieerd worden in de media. Gezien de omvang, de complexiteit van het land en de vaart van het proces, verloopt deze moderniseringsspurt al bij al op een ordentelijke wijze. Er zijn belangrijke etnische spanningen en de lente van 1989 was een spannende periode, maar chaos, burgeroorlogen en sociale ontwrichting die zoveel landen uit het Zuiden kenmerken, werden hier vermeden, in elk geval de laatste 35 jaar. De politieke leiding lijkt de situatie stevig onder controle te hebben, geen evidentie in die omstandigheden. </p><p><strong>6. Politieke legitimiteit</strong> </p><p>Dat brengt ons bij het politiek stelsel. Het is zonneklaar dat het land voor ons geen model is van democratie. Maar hoeft dat wel? Wat er ook van zij, je kan er niet naast kijken dat de Chinese regering een grote legitimiteit geniet, groter dan bij ons. Anno 2010 heeft amper 17% van de Belgen nog vertrouwen in zijn politieke leiders.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn23">[23]</a> Een peiling van het gerenommeerde Pew Research Center van 2008 toont aan dat 86% van de Chinezen tevreden is met de politieke leiding van het land. Een peiling van hetzelfde instituut in vijftien landen in 2006 toonde dat 81 procent van de Chinezen tevreden is met de gang van zaken in zijn land tegenover 31 procent in India, 29 procent in de VS en Duitsland, en 20 procent in Frankrijk.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn24">[24]</a> Dat het land reeds meer dan zestig jaar geen burgeroorlogen meer heeft gekend, dat het land na een eeuw vernedering opnieuw meetelt op het wereldtoneel, dat de inwoners hun land in versneld tempo zien opklimmen van een achterlijk, onderontwikkeld land naar een moderne natie en dat ze hun koopkracht met sprongen zien vooruitgaan, dat zal daar allemaal wel niet vreemd aan zijn. Blijkbaar heeft het land een politiek stelsel dat goed past bij zijn ontwikkelingsmodel. Het heeft geen last van het kortetermijndenken en de politieke spelletjes van het veel bejubelde westers parlementair model. Het wordt ook niet gedicteerd of gedomineerd door buitenlandse multinationals.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn25">[25]</a> Het hoeft dan ook niet te verwonderen dat een toenemend aantal landen uit het Zuiden met bewondering naar het Chinese model kijkt.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn26">[26]</a> </p><p>Zeker, het land kent jaarlijks heel wat sociale conflicten, maar volgens <em>The Economist </em>worden die ‘bijna steeds veroorzaakt door lokale grieven, eerder dan door antipathie ten aanzien van de partij’. Door deze onrusten ‘lijkt China meer op een normaal ontwikkelingsland dan het rigide controlesysteem dat het in het begin van de jaren negentig was’, aldus het weekblad.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn27">[27]</a> En ja, je kan in China de regering niet openlijk aanvallen en er is censuur op het internet. We legden dit voor aan een zestigjarige Chinese professor die we toevallig op het lijf botsten en waar we een lang gesprek mee hadden. De man woont en geeft les in California, hij is getrouwd met een Noord-Amerikaanse. Op onze bedenkingen repliceerde hij met oneliner: ‘In the United States, you can yell at the government, but not at your boss. In China, it’s the opposite.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn28">[28]</a> De zaken zijn natuurlijk ingewikkelder dan dat, maar je kan je toch de vraag stellen in welk van beide systemen de doorsnee Chinees het best af is. En misschien mag die vraag zelfs gesteld worden voor de doorsnee VS-burger.   </p><p><strong>7. Groep zoekt boer</strong> </p><p>China zit opgezadeld met een serieus boerenvraagstuk. Want je zou het bijna vergeten, maar China is nog steeds een boerenland. Het vraagstuk kan je het best aflezen aan de volgende cijfers: zo’n veertig procent van de totale actieve bevolking werkt als boer, maar de landbouw brengt slechts een tiende van het bnp voort.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn29">[29]</a> De landbouw wordt tot op heden gekenmerkt door een lage opbrengst, zelfs naar derdewereldnormen. Een Chinese boer produceert zo’n 40% minder dan zijn doorsnee collega in de rest van de landen van het Zuiden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn30">[30]</a> Dat heeft vooral te maken met twee onderling verbonden factoren: de lage mechaniseringgraad en de kleine lapjes grond die de boeren ter beschikking hebben. Het land heeft in principe het kapitaal en de technologie om de productiviteit en dus de opbrengst op het niveau van een hoog geïndustrialiseerd land te brengen. Maar, dan zouden er op slag een kleine 300 miljoen boeren werkloos worden. Voor een goed begrip: 300 miljoen, dat is ongeveer anderhalve keer de totale actieve bevolking van de Europese Unie! Het is uiteraard onmogelijk om op korte termijn voor die immense groep nieuwe jobs te creëren, zelfs niet met een groei van 10 procent per jaar. Het is wel haalbaar en ook de bedoeling dat te realiseren in een periode van pak weg twintig tot dertig jaar. Omwille daarvan blijft de landbouw echter tijdelijk met een lage productiviteit zitten, met als gevolg dat het een boer beduidend minder verdient dan een stedeling, zo’n drie tot viermaal minder.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn31">[31]</a> </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-full wp-image-14848" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" alt="" width="357" height="252" /></a><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos8.jpg" rel="lightbox[14841]"></a></p><p>Als gevolg van die lage opbrengst gaan heel wat plattelandsbewoners op zoek naar andere inkomsten. Sommigen combineren hun landbouwactiviteiten met een job in de industrie of in de dienstensector. Andere verhuren hun stukje grond aan grote landbouwbedrijven. Het was tijdens onze rondreis dan ook soms eventjes zoeken om een ‘echte’ boer aan het werk te zien. Er waren op voorhand verschillende ontmoetingen gepland met boeren. Maar de ene keer leken ze ondertussen hun boerderij te hebben omgeturnd tot ‘bread and breakfast’. Een andere keer hadden ze hun boerenstiel ingeruild voor een job in een nabijgelegen fabriek en hadden ze hun lapje grond verhuurd. Nog anderen hadden hun stuk land verder door verhuurd, maar werkten nu zelf op zo’n bedrijf als landarbeider. </p><p>Het belangrijkste gevolg van het grote verschil tussen het inkomen in de steden en op het platteland is het groot aanzuigeffect naar de steden: de zogenaamde ‘interne migranten’. Het gaat over een potentieel van 750 miljoen plattelandsbewoners, dat zijn er ongeveer evenveel als de totale bevolking van zwart Afrika. Indien men dit aanzuigeffect niet drastisch binnen de perken houdt, dan zou men hier wellicht afstevenen op de grootste volksverhuizing en sociale chaos uit de wereldgeschiedenis. Die fatale plattelandsvlucht wordt voorkomen door het zogenaamde hukou-systeem. In China word je door dit systeem ofwel geboren (en dus ingeschreven) als ‘plattelandsbewoner’ of als ‘stedeling’, ongeacht welke job je uitvoert. Een volwassen plattelandsbewoner krijgt een stuk land toegewezen en heeft recht op sociale zekerheid, gezondheidszorg en onderwijs voor zijn kinderen, maar enkel op de plaats waar hij of zij ingeschreven is. Verhuist hij naar een andere plek, dan verliest hij zijn lapje grond en de andere sociale voordelen. Vandaar dat de migratie in China vooral tijdelijk is, meestal enkele jaren, en voornamelijk gebeurt door singles. In de rest van de landen van het Zuiden is de interne migratie daarentegen vooral een kwestie van hele families, die definitief hun plek van oorsprong achterlaten. Het hukou-systeem is omstreden, maar heeft wel zijn vruchten afgeworpen. De <em>Financial Times</em> hierover<em>:</em> ‘China heeft de slums, die een litteken vormen in zoveel steden van ontwikkelingslanden, weten te vermijden door een strikt systeem van verblijfsvergunningen, gekend als hukou. Dat maakt het voor mensen uit landelijke gebieden moeilijk om permanent naar de steden te verhuizen.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn32">[32]</a> </p><p>De keerzijde is echter dat de migranten op de plek waar ze werken, veel minder sociale voordelen hebben dan hun collega’s die er permanent verblijven. Hoewel ze nog altijd een pak meer verdienen dan als ze ‘thuis’ waren gebleven, is hun verloning veel slechter dan die van hun stedelijke collega’s. Idem voor de werkomstandigheden. De werkonzekerheid is vaak groot en in veel gevallen is er sprake van regelrechte discriminatie.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn33">[33]</a> En we mogen daarbij niet vergeten dat het hier over een reusachtige groep gaat, van om en bij de 200 miljoen mensen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn34">[34]</a> De laatste jaren zijn in een aantal steden wel al enkele miljoenen migranten geregistreerd als stedeling en zijn de arbeidsvoorwaarden en salarissen voor de overige migranten globaal genomen verbeterd. Maar een gelijkschakeling op korte termijn, hoe wenselijk ook, zou een nooit geziene plattelandsvlucht veroorzaken met catastrofale gevolgen. China staat hier voor een gigantisch sociaal dilemma. </p><p><strong>8. Kapitalisme of socialisme?</strong> </p><p>Voor menig Westerse waarnemer is China sinds de dood van Mao Zedong de kapitalistische toer opgegaan. Het land is alleen nog socialistisch in naam. Er wordt daarvoor verwezen naar verschillende zaken. Om de voornaamste te noemen: de uitbuiting van de Chinese arbeiders, en vooral dan van de interne migranten; de groeiende kloof tussen rijk en arm; de eigendomsverhoudingen: een groot en toenemend aantal bedrijven is in privé-handen terecht gekomen.</p><p>Als we het hebben over de opbouw van een socialistische maatschappij dan zijn er zeker in vergelijking met de eerste dertig jaar van de revolutie, stappen terug gezet. Dat zal niemand betwijfelen. Denk maar aan de gratis gezondheidszorg en onderwijs, de sociale zekerheid voor iedereen en een verregaande vorm van gelijkheid. Maar om daaruit te besluiten dat het land kapitalistisch is geworden, dat is te kort door de bocht. De werkelijkheid is veel complexer dan dat. </p><p>Beginnen we met de uitbuiting. De Chinese lonen zijn in vergelijking met de onze bijzonder laag. Maar die vergelijking zegt zo goed als niets. China moet je in deze vergelijken met zijn buurlanden en als je dat doet krijg je een heel ander plaatje. Het Chinese minimumloon is ongeveer het dubbele van het Indische.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn35">[35]</a> Het gemiddelde loon is er viermaal hoger dan in Vietnam, driemaal hoger dan in de Filippijnen, tweemaal zo hoog als in Indonesië en anderhalve keer het gemiddelde loon van Thaïland. De loonstijgingen zijn ook twee tot meerdere keren hoger dan die van landen uit de regio.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn36">[36]</a> Het is ongetwijfeld waar dat de lonen van de interne migranten in China stukken lager ligt dan dat van hun collega’s. Maar zij zagen hun loon de afgelopen vijf jaar wel met 48% toenemen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn37">[37]</a> Ook is het zo dat de regering de lonen van alle arbeiders aanzienlijk wil verhogen en hen meer rechten wil toekennen in de bedrijven.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn38">[38]</a> Dat zijn allemaal fenomenen die je niet direct associeert met een kapitalistisch land. </p><p>Het meest problematische is de kloof tussen rijk en arm. Sinds de jaren tachtig is die sterk toegenomen. Zo steeg de Gini-index van 29 naar 41,5, allesbehalve een gunstige evolutie.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn39">[39]</a> Zoals we hierboven zagen verdienen stedelingen vandaag drie tot viermaal meer dan mensen uit het platteland. De stijgende kloof doet zich niet alleen voor in China, maar manifesteert zich in alle landen in de regio.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn40">[40]</a> Die kloof is namelijk vooral het gevolg van het gegeven dat de productiviteit in de industrie en in de dienstensectoren sneller groeit dan in de landbouw en dat die beide sectoren in heel de regio een sterke evolutie kennen.</p><p>In China was het een doelbewuste strategie van Deng Xiaoping om de industrialisering gefaseerd te laten verlopen, te beginnen met de verstedelijkte kustprovincies. Die strategie was niet volgens het ‘socialistisch’ boekje, maar heeft wel zijn vruchten afgeworpen. Zo heeft China in de periode 1981-2005 meer dan zeshonderd miljoen mensen uit de armoede gehaald, onuitgegeven in de wereldgeschiedenis.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn41">[41]</a> In kapitalistische landen betekent een toenemende kloof tussen rijk en arm meestal dat de rijken erop vooruitgaan <em>ten koste</em> van de armen. Dat is kennelijk niet het geval in China. </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos9.jpg" rel="lightbox[14841]"><img class="alignleft size-full wp-image-14849" title="Naamloos" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/11/Naamloos9.jpg" alt="" width="338" height="280" /></a></p><p>Ondertussen is de eerste fase van Dengs ontwikkelingsplan nu zowat achter de rug. De laatste jaren is men begonnen met een versnelde versnelde ontwikkeling van de binnenlandse provincies d.m.v. grote infrastructuurwerken (zie hoger) en aanzienlijke investeringen. Dat wordt van hogerhand gestuurd, maar er is ook een spontane evolutie. In de kustprovincies zijn de lonen dermate gestegen dat heel wat bedrijven, zowel binnenlandse als buitenlandse, uitwijken naar het binnenland. Het gevolg van beide evoluties is dat de afgelopen jaren provincies in het binnenland een hogere groei kennen dan het gemiddelde en dus aan een inhaalbeweging bezig zijn.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn42">[42]</a></p><p>Dat was hoog nodig, want de groeiende kloof tussen rijk en arm dreigde de politieke stabiliteit op den duur aan te tasten. Op het hoogste niveau is men bewust dat er op dat vlak dringend iets moest gebeuren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn43">[43]</a> De toekomst zal uitwijzen of en in welke mate men daarin zal slagen. </p><p>En dan zijn er nog de eigendomsverhoudingen. Tot aan 1978 was zowat de hele economie in staatshanden. Vandaag is nog een kleine helft in collectief bezit, dertig procent is in handen van buitenlandse investeerders.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn44">[44]</a> Je moet daarbij wel in rekening brengen dat de sleutelsectoren onverkort in handen zijn van staatsbedrijven. De publieke sector heeft zich vooral teruggetrokken op de grote spelers en de kleintjes aan de privé overgelaten. Van het gezamenlijk kapitaal van de vijfhonderd grootste fabrieken is slechts drie procent in privé-handen, in de top vijftig komt zelfs geen enkel privéfirma voor.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn45">[45]</a> Uit die gegevens kan je al afleiden dat de staat de kern van de economie blijft controleren.</p><p>Maar die cijfers zijn nog een belangrijke onderschatting van de realiteit. In het kapitalisme valt de controle over de economie nagenoeg samen met het bezit van de productiemiddelen. In China ligt dat anders. Voor de overheid is reeds een klein percentage van de aandelen voldoende om een belangrijk impact te hebben op de beslissingen van het management. En die minderheidsaandelen heeft de overheid in een zeer groot deel van de bedrijven, zeker de middelgrote en grote. CEO’s weten zeer goed dat ze best rekening houden met de wensen van de overheid via zijn aandeelhouders, anders wacht hen snel een fraudeonderzoek met alle gevolgen van dien, of een andere onaangename maatregel.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn46">[46]</a> En zelfs als het bedrijf louter privé is weten de managers heel goed dat ze zich best houden aan de richtlijnen van de lokale of centrale overheid.</p><p>We ondervonden deze realiteit tijdens een bezoek aan een wagenconstructeur van landbouwvoertuigen. We werden daar opgewacht door een delegatie, geleid door een vrouw die zich voorstelde als de plaatselijke partijsecretaris. Zij had zelf niets te maken met het bedrijf. Als je hier een officieel bezoek aan een autobedrijf maakt, zal je niet direct rondgeleid worden door Kris Peeters of een andere politicus. Die vrouw had het voortdurend over ‘ons’ bedrijf dit en ‘ons’ bedrijf dat. Het was duidelijk wie er feitelijk de plak zwaaide. De eigendomsstructuur van het bedrijf bleek zelf ook zeer ondoorzichtig en complex te zijn. Er zat kapitaal in van lokale bewoners en van het lokaal bestuur, maar eigenlijk was het een filiaal van een grote keten met vestiging in Chongqing, honderden kilometers verder. </p><p>Zeker, in China is een klasse van kapitalisten ontstaan en werden belangrijke marktrelaties geïntroduceerd. Maar daarom heb je nog geen kapitalisme. Cruciaal om uit maken of een land al dan niet kapitalistisch is, is de vraag <em>wie</em> de economie controleert en aanstuurt: zijn dat individuen (via privé-eigendom) of is dat een politiek orgaan? Zolang de economische belangen ondergeschikt zijn aan de staat en niet omgekeerd, blijft de economie niet-kapitalistisch.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_edn47">[47]</a></p><p>Op de vraag of China socialistisch of kapitalistisch is, antwoordde Michael, het hoofd van een lokale NGO voor rurale ontwikkeling, het volgende: ‘Ik stel me bij die kwestie twee vragen. Ten eerste, heeft de huidige leiding het land onder controle? Mijn antwoord is affirmatief. Het is de communistische partij van China die de koers van China volledig autonoom bepaalt. Ten tweede, de dagelijkse leiding van het Politiek Bureau, zijn dat communisten? Op deze vraag is mijn antwoord eveneens ja.’</p><p> De geschiedenis zal oordelen of deze man het bij het rechte eind heeft. Het bovenstaande maakt in elk geval duidelijk dat China niet met goedkope clichés te vangen is en dat de begrippen socialisme en kapitalisme niet zonder problemen zijn als je ze wil toepassen op dit weerbarstige land. Als er van socialisme sprake is, dan in elk geval een socialisme <em>met Chinese kenmerken</em>, zoals ze het zelf fijntjes opmerken. </p><p>Marc Vandepitte, november 2010</p><p> <strong>Noten</strong></p><hr size="1" /><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref1">[1]</a> Ravallion M., <em>A Comparative Perspective on Poverty Reduction in Brazil, China and India. Working Paper 5080,</em> World Bank, Washington 2009, p. 31.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref2">[2]</a> De levensstandaard wordt doorgaans berekend op basis van het bnp per inwoner uitgedrukt in PPP dollars, d.w.z. in reële koopkrachtcijfers. Onze berekening gebeurt op basis van cijfers van de Wereldbank. Maar die cijfers zijn de inzet van een hele polemiek. In 2005 heeft de Wereldbank het bnp uitgedrukt in PPP dollars voor China met 40% verminderd. UNDP, IMF, <em>The Economist</em> en het CIA Factbook geven ook lichtelijk andere cijfers voor deze indicator. De discussie over het cijfer is niet alleen een technische kwestie, maar ligt politiek erg gevoelig, want het zegt iets over de grootte van je economie en over je status, bijvoorbeeld of je nog als derdewereldland kan beschouwd worden of niet. Volgens de oude berekening zou China op dit moment de VS al voorbij gestoken zijn. Volgens de nieuwe berekening zal dat ‘pas’ rond 2017 zijn, of eventueel vroeger omwille van de gevolgen van de financiële crisis in de rijke landen. Doorgaans bestaat de neiging om het cijfer naar beneden te halen zowel door Chinese als Westerse bronnen. En dat heeft niet alleen met politiek gevoelige zaken te maken. In China worden heel wat goederen zeer sterk gesubsidieerd en zijn nogal wat dienstverleningen gratis of toch zeer goedkoop. Klassieke koopkrachtberekeningen houden daar niet altijd voldoende rekening mee.</p><p>Eigen berekeningen (op basis van reële koopkrachtstudie bij enkele gezinnen in verschillende regio’s van China) leren dat het cijfer van de Wereldbank voor China te laag ligt en dat de oude berekening de realiteit beter benadert.</p><p>Voor de officiële cijfers kan je terecht in de jaarrapporten van UNDP, WB, CIA Factbook. Voor de cijfers van de diverse provincies zie: <a target="_blank" href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Chinese_administrative_divisions_by_GDP_per_capita">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_Chinese_administrative_divisions_by_GDP_per_capita</a>. Achtergrond bij de herziening van de WB: <a target="_blank" href="http://www.voxeu.org/index.php?q=node/4799">http://www.voxeu.org/index.php?q=node/4799</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref3">[3]</a> Uitgerekend in reële koopkracht ($ PPP) is het bnp per inwoner volgens officiële cijfers zes maal zo laag, maar zoals we hierboven aangaven is dat volgens ons is een onderschatting en is het in werkelijkheid 4 à 5 maal kleiner. Cijfers: UNDP,<em> Human Development Report 2010,</em> New York 2010, p. 207 en 210; <em>The Economist,</em> 31 juli 2010, p. 47. De cijfers van de lonen gaan terug op 2006, op dat moment waren ze 45 maal lager dan in Europa. Wij gaan er van uit dat de lonen in China 10% per jaar sneller groeien dan bij ons. Dat betekent dan dat ze in 2010 31 maal lager zijn. <a href="http://www.economist.com/blogs/freeexchange/2010/07/china">http://www.economist.com/blogs/freeexchange/2010/07/china</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref4">[4]</a> McGregor R., ‘China&#8217;s grandfather has to find his balance’, in <em>Financial Times</em> 16/03/2008 p. 9.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref5">[5]</a> Cijfers afkomstig van UNDP,<em> Human Development Report 2010.</em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref6">[6]</a> Het exacte groeicijfer (bnp per capita) tussen 1990 en 2007 is 8,9%. UNDP,<em> Human Development Report 2009,</em> p. 196.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref7">[7]</a> De cijfers zijn berekend op basis van UNDP,<em> Human Development Report 2009, </em>New York 2009, p. 196 en 198. De grafische extrapolatie bevestigt deze berekening. Voor de grafiek, zie <em>Financial Times </em>12 oktober 2005, p. 13.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref8">[8]</a> Voor elke buitenlandse toerist zijn er inderdaad ongeveer dertig Chinese toeristen. <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Tourism_in_China">http://en.wikipedia.org/wiki/Tourism_in_China</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref9">[9]</a> <em>The Economist, </em>12 maart 2005, p. 60; <em>China Vandaag,</em> januari 2007, p. 8</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref10">[10]</a> <a href="http://www.huffingtonpost.com/2010/03/13/us-highspeed-rail-china-t_n_497854.html">http://www.huffingtonpost.com/2010/03/13/us-highspeed-rail-china-t_n_497854.html</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref11">[11]</a> <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways">http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways</a>; http://en.wikipedia.org/wiki/Interstate_Highway_System.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref12">[12]</a> <em>Financial Times </em>24/09/2010, p. 7.; <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways">http://en.wikipedia.org/wiki/China_National_Highways</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref13">[13]</a> In de afgelegen, armste gebieden is er wel nog een probleem van ondervoeding, voornamelijk als gevolg van eenzijdige voeding. Globaal weegt in China 7% van de kinderen te licht, in India is dat 46%. UNDP,<em> Human Development Report 2009,</em> p. 177.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref14">[14]</a> World Bank, <em>China. </em><em>An Evalutation of World Bank Assistance,</em> Washington 2004, p. 22.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref15">[15]</a> <em>Financial Times</em>, 13 mei 2009, p. 7; <em>Financial Times</em>, 8 oktober 2009, p. 2.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref16">[16]</a> <em>China</em><em>&#8216;s Progress Towards the Millennium Development Goals. </em><em>2008 Report.</em> Beijing 2008, p. 15.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref17">[17]</a> The World Bank, <em>An East Asian Renaissance: </em><em>Ideas for Economic Growth,</em> Washington 2006, p. 226 en 229; The World Bank,<em> World</em> <em>Development Report 2005, </em>Washington 2005, p. 3.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref18">[18]</a> United Nations System in China &amp; Ministry of Foreign Affairs of the People&#8217;s Republic of China, <em>China</em><em>&#8216;s Progress Towards the Millennium Development Goals. 2008 Report,</em> Beijing 2008, p. 15.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref19">[19]</a> <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_cities_in_the_People's_Republic_of_China_by_population">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_cities_in_the_People&#8217;s_Republic_of_China_by_population</a>; <a target="_blank" href="http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_United_States_cities_by_population">http://en.wikipedia.org/wiki/List_of_United_States_cities_by_population</a>. </p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref20">[20]</a> Naughton B., <em>The Chinese Economy. Transition and Growth, </em>Cambridge 2007, p. 430-1; <em>The Economist,</em> 3 juni 2006, p. 55-6.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref21">[21]</a> We nemen als startjaar voor West-Europa 1870 en voor China 1980. De snelheid van het industrialiseringsproces meten we aan de groei van het BBP per inwoner. De cijfers zijn berekend op basis van Maddison A., <em>Ontwikkelingsfasen van het kapitalisme, </em>Utrecht 1982, p. 20-21 en UNDP, <em>Human Development Report 2005,</em> p. 233 en 267.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref22">[22]</a> <em>Financial Times,</em> 9-10 april 2005, p. w3.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref23">[23]</a> <em>De Standaard, </em>17/03/2010.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref24">[24]</a> De peiling van 2008: <a href="http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/">http://pewglobal.org/2008/12/18/global-public-opinion-in-the-bush-years-2001-2008/</a>. De andere scores van 2006: Egypte 55%; Jordanië 53%; Spanje 50%, Turkije 40%, Pakistan 35%, India 32%, Groot-Brittannië 35%, Rusland 32%, Japan 27%, Indonesië 26% en Nigeria 7%. Pew Research Center, <em>No Global Warming Alarm in the U.S., China. America’s image slips, but allies share U.S. concerns over Iran, Hamas,</em> 15-Nation Pew Global Attitudes Survey, Washington 13 juni 2006, p. 5, <a target="_blank" href="http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf">http://pewglobal.org/reports/pdf/252.pdf</a>.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref25">[25]</a> Voor een meer uitgewerkte visie over het politiek stelsel in China, zie Vandepitte M., ‘Kanttekeningen bij de Nobelprijs voor Liu Xiaobo’, <a href="http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/10/15/kanttekeningen-bij-de-nobelprijs-voor-liu-xiaobo">http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/10/15/kanttekeningen-bij-de-nobelprijs-voor-liu-xiaobo</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref26">[26]</a> Zie bijvoorbeeld Halper S., <em>The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century,</em> New York 2010.<em> </em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref27">[27]</a> <em>The Economist </em>1 oktober 2005, p. 52.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref28">[28]</a> ‘In de VS kan je schreeuwen tegen de regering maar niet tegen je baas, in China is het het omgekeerde’.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref29">[29]</a> Naughton B., <em>op. cit.,</em> p. 126 en 151; Zweig D., ‘China’s Political Economy’<em>,</em> in Joseph W. (ed.), <em>Politics in China. An introduction,</em> Oxford 2010, 192-221, p. 203; <em>China Economic Quarterly,</em> September 2010, p. 3; <em>China Statistical Yearbook 2010</em>, geciteerd in Franssen P., ‘China en de crisis van het kapitalisme’, <a href="http://www.infochina.be/content/china-en-de-crisis-van-het-kapitalisme">http://www.infochina.be/content/china-en-de-crisis-van-het-kapitalisme</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref30">[30]</a> FAO,<em> The State of Food Insecurity in the World 2005,</em> Rome 2005, p. 177.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref31">[31]</a> <em>Financial Times</em>, 11 augustus 2010, p. 7; Zweig D., <em>op. cit., </em>p. 217.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref32">[32]</a> <em>Financial Times</em>, 4 augustus 2010, p. 7.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref33">[33]</a> Scheineson A., ‘China’s Internal Migrants’, <a href="http://www.cfr.org/publication/12943/chinas_internal_migrants.html">http://www.cfr.org/publication/12943/chinas_internal_migrants.html</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref34">[34]</a> <em>Financial Times</em> 16 april 2010, p. 4.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref35">[35]</a> ILO, <em>Global Wage Report 2008/09,</em> Genève 2008, p. 87.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref36">[36]</a> <em>The Economist</em> 4 september 2010, p. 54.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref37">[37]</a> <em>The Economist</em> 31 juli 2010, p. 46.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref38">[38]</a> Pilling D., ‘How Foxconn signalled a new China price’<em>,</em> <em>Financial Times,</em>18 november 2010, p. 11.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref39">[39]</a> De Gini-index gaat van 0, volledige gelijkheid tot 100, totale ongelijkheid. De laagste scores vind je in Scandinavische landen, zo bedraagt de index in Zweden 25. De hoogste scores vind je Latijns-Amerika. In Colombia bedraagt die 58,5. Ravallion M., <em>op. cit.,</em> p. 31; UNDP,<em> Human Development Report 2010,</em> p. 152 en 153.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref40">[40]</a> In de landen van de regio is er een heel sterke correlatie te zien tussen de stijging van het bnp per inwoner en de toename van de ongelijkheid. The World Bank, <em>An East Asian Renaissance, </em>p. 50.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref41">[41]</a> <em>Shaohua Chen S. &amp; Ravallion M., </em>The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty, World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref42">[42]</a> Zie bijvoorbeeld Dyer G., ‘China: A new core rises’, <em>The Financial Times, </em> 4 augustus 2010.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref43">[43]</a> Zie bijvoorbeeld de speech van afgelopen maart, waarin premier Wen aankondigde dat ze resoluut de kloof opnieuw willen verkleinen. Bristow M., ‘China “must reduce rich-poor gap” &#8211; Premier Wen, BBC 5 maart 2010, <a href="http://news.bbc.co.uk/2/hi/8550930.stm">http://news.bbc.co.uk/2/hi/8550930.stm</a>.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref44">[44]</a> Berekend op basis van industriële output. Naughton B., <em>The Chinese Economy. </em><em>Transitions and Growth,</em> Cambridge 2007, p. 298-304.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref45">[45]</a> De cijfers zijn van 2005. Sedertdien is de greep van de overheid op de grote bedrijven alleen maar toegenomen. <em>The Economist </em>24 december 2005, p. 101.<em> </em></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref46">[46]</a> Zie bijvoorbeeld Ng Sauw T. &amp; Vandepitte M., <em>Made in China. Meningen van daar,</em> Berchem 2006, p. 233-8.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/post-new.php#_ednref47">[47]</a> Arrighi G., <em>Adam Smith in Beijing. Lineages of the Twenty-Firs Century,</em> London 2007, p. 332.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/ontwikkelingsmarathon-in-spurttempo/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Milieu met economie verzoenen rond het Poyangmeer</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieu-met-economie-verzoenen-rond-het-poyang-meer/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieu-met-economie-verzoenen-rond-het-poyang-meer/#comments</comments> <pubDate>Sat, 30 Oct 2010 22:00:19 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Milieu]]></category> <category><![CDATA[Jiangxi]]></category> <category><![CDATA[natuurgebied]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=14317</guid> <description><![CDATA[Hoe milieubescherming en socio-economische ontwikkeling met elkaar combineren en verenigen? Die vraag wil China beantwoorden in de nu gecreëerde &#8216;Ecologische-economische zone van het Poyangmeer&#8217;. Zowel de nationale overheid als die van de zuidelijke provincie Jiangxi maken een gebied van 51.000 km² met 20 miljoen bewoners rond het Poyangmeer tot een laboratorium voor dat experiment. Een [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">Hoe milieubescherming en socio-economische ontwikkeling met elkaar combineren en verenigen? Die vraag wil China beantwoorden in de nu gecreëerde &#8216;Ecologische-economische zone van het Poyangmeer&#8217;. Zowel de nationale overheid als die van de zuidelijke provincie Jiangxi maken een gebied van 51.000 km² met 20 miljoen bewoners rond het Poyangmeer tot een laboratorium voor dat experiment. Een experiment waarvoor 10 jaar is uitgetrokken.</span></strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyang1.jpg" rel="lightbox[14317]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-14319" title="poyang1" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyang1-150x150.jpg" alt="poyang1" width="150" height="150" /></a>Het Poyangmeer is het grootste zoetwatermeer in China en een belangrijk regulerend lichaam voor de Yangtzerivier omdat het 15 % levert aan het volume van de rivier. Het meer is de woonplaats van diverse bedreigde diersoorten (witte kraanvogel, witte ooievaars, zwaanganzen, koffervis) en de rol die het speelt qua biodiversiteit staat buiten kijf. Sinds het begin van de jaren &#8217;80 verminderde Jiangxi’s bosoppervlakte nochtans van de helft tot amper 31 % van het grondgebied. Gronderosie deed het meer dichtslibben, zodat de oppervlakte van Poyang verminderde van 5000 km² in de jaren &#8217;50 tot 3283 km². Om het tij te keren, lanceerde de provincie het ‘Berg-rivier-meer’-project: de logica achter dit project is dat de rivier onder controle moet zijn om het meer te beheersen, en om de rivier te beheersen, moeten er ingrepen gebeuren in de berggebieden (waar de armoede moet worden uitgeroeid).</p><p>Van 1985 tot 2000 heeft de provincie 300 miljoen werkdagen laten besteden aan bebossing, het groen maken van kale bergen en het herinrichten van de kleine valleien. Eén miljoen personen werd opnieuw gehuisvest om het meer te vergroten. De bosoppervlakte vergrootte van 31 % in 1983 tot 60 % en het meer is weer uitgebreid tot 5100 km². Ondertussen regelen 29 decreten en 28 administratieve reglementen de werking van het Poyangmeer om het natuurgebied te beschermen voor de trekvogels en tegen overbevissing.</p><p>Toch verergerde de vervuiling onlangs. De uitdaging is nu om die ontwikkeling te keren en de nijverheid toch draaiende te houden. In 2008 maakte de provincie plannen bekend om de ecologische ontwikkeling parallel te laten verlopen met de economische en in 2009 werden maatregelen tegen klimaatverandering afgekondigd. Jiangxi investeerde 4,7 miljard in de bouw van waterzuiveringsstations in 85 kantons en steden. Ook werd geïnvesteerd in afvalbehandeling en verdere bebossing tot 63 % eind dit jaar. De provincie heeft nu al 8 natuurgebieden van nationaal en 22 van provinciaal niveau. Ook beschermingsmaatregelen werden afgekondigd voor de vijf rivieren en voor de oorsprong van de Dongrivier, waaruit Hongkong zijn water betrekt. Eind vorig jaar keurde de centrale regering dan de plannen goed om de Poyangzone nationaal te erkennen als zone die ecologie en economie integreert.</p><p>De planning en uitbouw vinden plaats van 2009 tot 2015, maar niet zonder de doelstellingen op langere termijn in het oog te houden. De taak tussen 2009 en 2015 is te innoveren betreffende systemen en mechanismen, een ontwikkelingsmodel op poten te zetten, de ecologische economie te versterken en een nieuwe manier op het gebied van gecoördineerde ontwikkeling te vormen. De zone wil nationaal scoren op drie vlakken: een toonvoorbeeld zijn van een ecologisch regionaal leefmilieu, minder ontwikkelde gebieden omvormen met groene industrie en het vormen van een mini-ecologische beschaving. De taken tussen 2016 en 2020 omvatten de bouw van ecologische veiligheidssystemen, geavanceerde groene nijverheidsgroepen en nieuwe ecologische steden. Alles samen hebben de plannen 13 quota vastgelegd: ze omvatten de oppervlakte van de natuurgebieden die gestabiliseerd wordt op 3100 km²; de kwaliteit van het water moet categorie 3 of beter bereiken; het energieverbruik moet tegen 2015 20 % lager liggen dan in 2008; het jaarlijks inkomen zou 8 % moeten stijgen. Acht nieuwe industriële bases zullen worden gebouwd: foto-elektriciteit, nieuwe energie, luchtvaart, bionijverheid, auto’s en auto-onderdelen, kopersmelten, staalverwerking, olieraffinaderij en <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyangh.jpg" rel="lightbox[14317]"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14320" title="poyangh" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyangh-150x150.jpg" alt="poyangh" width="150" height="150" /></a>petrochemie.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Uitbouw</span></strong></p><p>De gehele economische milieuzone zal bestaan uit drie subzones: de beschermde kernzone van 5180 km² omvat het meer met de waterrijke gronden in de onmiddellijke omgeving. Daar staat milieubescherming vooraan en zullen economische activiteiten strikte regels moeten volgen. De zone langs het meer strekt zich 3 km uit naast de kernzone en is 3750 km² groot. Strikte regels zullen ook gelden voor economische activiteiten binnen deze zone. De ontwikkelingszone bestrijkt het grootste gebied met 42.000 km²: economische ontwikkeling en groei is prioritair in dit gebied, hoewel ook de milieuregels zullen moeten worden gerespecteerd.</p><p>De landbouw in het gebied, die koolstofarm moet zijn, wordt georganiseerd rond de kernwoorden ‘Vier productiegebieden en acht productiebases’. Er wordt gestreefd naar landbouwnijverheden die groen zijn met minder koolstofuitstoot en meer -opslag. Een compleet systeem dat productie integreert met aanbod en verkoop zal worden opgezet zodat het inkomen van de boeren en de voedselveiligheid van de verbruiker worden gegarandeerd. In het zuiden worden pollutievrije groenten voorzien; in het noorden kwaliteitskatoen en de productie van ‘Brassica campestris’. Ook organische thee zal worden verbouwd, naast vroegrijpe peren. De veestapel en de kippenkweek moeten eveneens kunnen zonder vervuiling.</p><p>De ontwikkeling van de koolstofarme industriële clusters gaat onder de slagzin ‘Zes ontwikkelingsgebieden en acht nijverheidsbases’. Energiebesparing, beperking uitstoot en cyclische economie zijn de mantra’s. Bij de zes gebieden behoren uitrustingsgoederen en petrochemie, porselein, koper, farmaceutica en voeding, bouwmaterialen en de fotovoltaïsche nijverheid. Tot de bases behoren: foto-elektriciteit, nieuwe energie, kwaliteitsstaal, olieraffinaderij en chemie, luchtvaart en de autonijverheid.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Geografisch</span></strong></p><p>De verschillende steden in de zone krijgen een specialiteit toegewezen. In <strong>Jiujiang</strong> wordt de nijverheidszone langsheen de rivier gepromoot, meer bepaald het ‘Yongxiu Xinghuo organic silicon industrial park’, dat naar een productie streeft van 100 miljard yuan. Jiujiang moet een regionale logistieke hub in Noord-Jiangxi worden die ook voor toeristen aantrekkelijk is, en samen met Finland wordt er voortgebouwd aan de digitale stad. De hoofdstad <strong>Nanchang</strong> wordt uitgebouwd tot een ‘zonnehoofdstad’. Het is de bedoeling een fotovoltaïsche nijverheidsketen tot stand te brengen met upstream-, midstream- en downstreamproducten zoals siliconematerialen, siliconewafels, zonnebatterijen, -modules en -toepassingen. Op termijn moet dit een industrieel cluster worden van honderden miljoenen. De provincie wil er ook een LED-basis uitbouwen, met ook upstream LED-wafels, midstreamchips en downstreamproducten als lampen. Het LED-cluster wordt uitgebouwd in de ‘Jinshajiang’- nijverheidszone in het centrum.</p><p><strong>Jingdezhen,</strong> dat reeds eeuwen de hoofdstad van keramiek is, moet de hoofdstad worden van de groene keramiek. De inspanningen zijn erop gericht de duizendjarige erfenis van een stad waarvan de hulpbronnen uitgeput zijn, om te vormen tot een stad met een geoptimaliseerde industriële structuur. Daarom wordt gestreefd naar een creatieve nijverheid die zich specialiseert in functionele en structurele bio-, kunst- en gebouwenkeramiek. <strong>Yingyan</strong> is reeds een koperhoofdstad. De rijke kopervoorraden zullen worden aangesproken en ook daar komt een cluster van kopergerelateerde nijverheden met lagere energieconsumptie, kopersmelten en gesofistikeerde nijverheid. <strong>Ganzhou</strong> wordt uitgebouwd tot de hoofdstad van wolfram en van zeldzame grondstoffen. Hier ook het streven naar clustering van nijverheden met verminderde energieconsumptie ter uitbouw van een permanente basis van magnetische grondstoffen en magneetmotoren voor sterke snij- en boorwerktuigen.</p><p><strong>Yichun</strong> wordt uitgebouwd tot de lithiumhoofdstad in Azië. Terzake staat een project op stapel voor 100 miljard yuan betreffende lithium-ionbatterijen. Het moet een basis worden van nieuwe energie voor dergelijke batterijen: de ontwikkeling van de mijnbouw en van de keten voor positieve-elektrodematerialen wordt versneld. <strong>PingXiang</strong> wordt een pilootstad betreffende gerecycleerde economie. Oude nijverheden en technieken in steenkool, staal en cement krijgen nieuwe technologieën waardoor ze worden omgevormd tot koolstofarme nijverheden. <strong>Xinyu</strong> wordt een pilootstad inzake nieuwe energie, <strong>Shangrao</strong> een stad van optische nijverheid. In <strong>Ji’an</strong> ligt de klemtoon op de ontwikkeling van groene nijverheden. <strong>Fuzhou</strong> specialiseert zich in groene landbouw: granen, mandarijntjes, varkens, ethanolplanten als productiebasis voor groene brandstof.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Toerisme/Energie</span></strong></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/PoyangWetland.jpg" rel="lightbox[14317]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-14325" title="PoyangWetland" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/PoyangWetland-150x150.jpg" alt="PoyangWetland" width="150" height="150" /></a>Jiangxi speelt handig in op zijn revolutionair verleden en op het mooi uitzicht rond het meer om diverse toeristische routes aan te prijzen: deze gaan van een toer rond het meer over een porseleintoer, een fitnesstoer, een heuse religieuze toer en ten slotte een toer die de bronnen van de revolutie in de Jingangbergen aandoet. Rood en groen blijken hier complementair, maar ecologisch toerisme staat voorop. Het kanton Poyang plant de komende twee jaar voor honderd miljoen te investeren in toeristische infrastructuur. Zhang Yunnan, vicedirecteur van het beschermde natuurgebied rond het Poyangmeer, vertelt: “We willen het natuurgebied rond het meer op drie tot vijf jaar uitbouwen tot een internationale toeristische bestemming”. Naast nieuwe wegen zijn daartoe ook een onderzoeksafdeling van het beschermd gebied gepland, diverse projecten ter conservering en een businesscenter. Duizend visrestaurants schiepen bijvoorbeeld een 3000-tal banen. Om de industrialisering van de landbouw te steunen, zal de cameliaolienijverheid worden uitgebouwd. Gestreefd wordt naar de uitbouw van twee leidende ondernemingen, die jaarlijks 600.000 ton cameliaolie voortbrengen.</p><p>Jiangxi, dat energie ontbeert, importeert de helft van zijn energie. Steenkool neemt 80 % in van de energiemix, maar de provincie slaagde er tussen 1997 tot 2008 in haar energieconsumptie per eenheid van het BNP te halveren. Nu investeert de provincie zwaar in het verbeteren van de energiemix met diverse schone energieën, waarbij de zonne-energie het verst staat. De provinciale plannen voorzien in de uitbouw van 15 elektriciteitscentrales op basis van windenergie, waarvan er 12 komen in de omgeving van Jiujiang. Ondertussen werd in Nanchang de centrale opgestart die elektriciteit produceert uit afval, en ook de Fengchengcentrale op basis van aardgas werd in gebruik genomen. Nanchangs zone voor zonne-energie is in volle uitbouw.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Technologie</span></strong></p><p>Inzake technologie streeft Jiangxi naar het ontwikkelen van tien nieuwe hightechgebieden die ondersteund moeten worden door 100 teams. Bij de tien behoren fotovoltaïsche materialen, wind- en kernenergie, groene auto’s en dito batterijen, luchtvaart, LED, nieuwe materialen, biologie en nieuwe geneesmiddelen, landbouw en groene voeding en ten slotte de culturele en creatieve nijverheden. Tegen 2012 zal de provincie 100 ondernemingen helpen om 100 superieure teams op deze vlakken op te zetten in combinatie met inspanningen door ondernemingen, universiteiten en onderzoeksinstituten. Op het gebied van belichting <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyang4.jpg" rel="lightbox[14317]"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-14327" title="poyang4" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/10/poyang4-150x150.jpg" alt="poyang4" width="150" height="150" /></a>bijvoorbeeld wordt beoogd dat tien steden 10.000 LED-lampen installeren in straten, tunnels, metro en benzinestations. Het ministerie erkende Nanchang als de eerste stad uit een LED-pilootproject met 21 steden. Op het gebied van voertuigen met schone energie wordt in samenwerking met het ministerie nagestreefd dat op drie jaar tijd in tien steden 1000 voertuigen rijden die energiebesparend zijn of elektrisch. De koolstofarme technologie moet ook zijn ingang vinden in de landbouw: biogasprojecten zullen gepromoot worden, net als huiselijke zonne-energie, kleine waterkrachtcentrales en ook de technologie om energie op te wekken uit biomassa. Landbouwmachines en werktuigen moeten ook schoner en meer energiebesparend.</p><p>De publieke opinie wordt met campagnes eveneens warm gemaakt voor de milieubeschermende en energiebesparende doeleinden. In de lagere en middelbare scholen lopen campagnes ter bewustwording. Er worden groene buurtgemeenschappen gevormd en er komt een keten van groene hotels. Dat iedereen zijn steentje bijdraagt tot het project van de ecologisch-economische zone rond het Poyangmeer wordt bewezen door de inspanningen van ‘China Telecom’. De operator plant de komende vijf jaar 12 miljard yuan te investeren om het netwerk sneller te maken, breedband te installeren en rond de zone een draadloze ‘digitale stad’ te maken.</p><p><strong><span style="color: #ff0000;">Lange termijn</span></strong></p><p>Momenteel wordt het geheel van landbouw, bosbouw en veeteelt aangepast en geïntegreerd in de gunstigste verhouding tegen klimaatverandering. Rijst van hoge kwaliteit wordt voorzien rond het Poyangmeer, Brassica Campestris met laag zuur en glucosegehalte in Noord-Jiangxi, ecologisch fruit in het zuiden en bosoliën in het westen. Er wordt getracht om de index op het gebied van meerdere oogsten per jaar te verbeteren. Het gebruik van afval en mest moet verbeterd worden en de landbouwers moeten getraind worden inzake de wetenschappelijke aanwending van kunstmest. Oude machines zullen worden vervangen door machines op energiebesparende diesel. Een gedeelte landbouwland zal weer bos worden.</p><p>De traditionele nijverheden worden omgevormd tot koolstofarme. Daartoe zijn heel wat verbeteringen nodig aan de bestaande technische uitrusting en installaties, bijvoorbeeld in de mijnbouw om de energie-efficiëntie te verbeteren. Zoals al aangegeven, worden de schone energieën resoluut gepromoot. Daarbij behoort de bouw van kerncentrales, windcentrales na de afgewerkte Jishanshuwindboerderij en vier centrales op basis van biomassa en gas. Waterkrachtcentrales worden voorzien op de rivieren Ganjiang, Xiuhe, Xinjiang, Fuhe en Raohe. Niet-fossiele energie moet 15 % vertegenwoordigen van het energieverbruik. Achterhaalde technologie in bestaande warmtekrachtcentrales wordt vervangen door energie-efficiënte technologie, door aardgas, methaangas, superkritische eenheden en drievuldigheidseenheden (leveren zowel warmte, elektriciteit als gas). Ondertussen wordt het elektriciteitsnetwerk aangepast voor het ‘smart grid’. Ook bij de energiebesparing zijn er tien grote projecten. De energiebesparingresultaten moeten beter zijn dan de nationale referentiepunten. Ten slotte moet een reglementair kader ontwikkeld worden die de doelstellingen wettelijk regelt en daartoe wil de provincie samenwerken met zowel binnenlandse als buitenlandse instellingen en fora.</p><p>Aan plannen, voornemens en doelstellingen dus geen tekort. Uitkijken wat er terechtkomt van de ‘ecologische beschaving’. De afgelegen en arme provincie blijkt toch een eigen weg gevonden te hebben naar ontwikkeling.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieu-met-economie-verzoenen-rond-het-poyang-meer/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>&#8216;Dokter voor het volk&#8217; Kris Merckx na 40 jaar terug in China</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/#comments</comments> <pubDate>Mon, 25 Oct 2010 20:01:35 +0000</pubDate> <dc:creator>Frank Willems</dc:creator> <category><![CDATA[Algemeen]]></category> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[socialisme]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=14137</guid> <description><![CDATA[Veertig jaar geleden bezocht Kris Merckx China . Humo publiceerde wekenlang zijn reisindrukken onder de titel &#8216;Hadimao&#8217; (in toenmalige moderne spelling ). Na zijn reis richtte hij &#8216;Geneeskunde voor het Volk&#8217; op en sloot hij zich aan bij &#8216;Alle Macht aan de Arbeiders&#8217; (AMADA) , later omgevormd tot &#8216;Partij van de Arbeid&#8217; (PVDA), waar hij het [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Veertig jaar geleden bezocht Kris Merckx China . <a target="_blank" href="http://www.humo.be/" target="_blank">Humo</a> publiceerde wekenlang zijn reisindrukken onder de titel &#8216;Hadimao&#8217; (in toenmalige moderne spelling ). Na zijn reis richtte hij &#8216;Geneeskunde voor het Volk&#8217; op en sloot hij zich aan bij &#8216;Alle Macht aan de Arbeiders&#8217; (AMADA) , later omgevormd tot &#8216;Partij van de Arbeid&#8217; (<a target="_blank" href="http://www.pvda.be" target="_blank">PVDA</a>), waar hij het tot nationaal woordvoerder bracht. Veertig jaar later en intussen gepensioneerd  keerde hij terug naar China.</strong></span></p><p>Niettegenstaande  een grondige &#8216;theoretische&#8217; voorbereiding bleef het een verrassende ervaring. In een interessant essay vergelijkt hij ervaringen en standpunten uit Humo van toen met de hedendaagse werkelijkheid van China. Het vergt moed om je opvattingen van 40 jaar geleden te confronteren met vandaag maar het resultaat is de moeite. Merckx gaat een aantal hete hangijzers niet uit de weg: Wat is er geworden van het Chinese ideaal van toen? Zijn er vandaag nog socialistische elementen te vinden in China? Kan China nog een rol spelen als model?<br /> Het  essay verschijnt in korte afleveringen, en met heel wat foto&#8217;s, op de <a target="_blank" href="http://krismerckx.be/2010/10/16/china-2010-versus-1970-1-onze-hadimao-serie-in-humo-van-1971-maar-wie-is-er-nu-nog-boer/" target="_blank">blog van Kris Merckx </a>. Op deze site is de volledige tekst  nu reeds te lezen.</p><h1>China herbezocht na 40 jaar: gigantisch veranderd maar toch nog rood?</h1><p>In juli nam ik deel aan een groepsreis van de Vereniging België-China doorheen enkele provincies in het Oosten en het centrum van de Chinese Volksrepubliek. Het land is voor wie er, zoals ik, 40 en 31 jaar geleden was, bijna niet meer te herkennen. Vooral de economische en urbanistische ontwikkeling is duizelingwekkend. En toch meende ik nog heel wat ideologische en politieke herkenningspunten te zien. Zelfs heel wat meer dan ik verwacht had.</p><p>Kris Merckx</p><p>In het woelige academiejaar 1968-69 studeerde ik in Leuven af als arts en was ik ook voorzitter van het Faculteitenconvent, de koepel van faculteitskringen (het huidige LOKO). Acties en debatten transformeerden mij, in enkele maanden, van een progressieve reformistische studentenleider tot een medestander van de zich toen sterk ontwikkelende jonge marxistische beweging waaruit een jaar later AMADA zou ontstaan.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn1">[1]</a> In die kringen groeide al snel een felle interesse voor het China van Mao waar toen de Culturele Revolutie aan de gang was. De oproep ‘Dien het Volk’ van Mao Zedong, en de ideeën die hij daarover in het gelijknamige artikel ontwikkelde, hielpen om mijn leven een wending te geven. Ik besliste om de opleiding tot specialist die ik had aangevat na het eerste jaar af te breken. Begin 1971 zou ik in Hoboken (Antwerpen) starten met de eerste huisartsengroepspraktijk Geneeskunde voor het Volk.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn2">[2]</a> Tussen augustus en december 1970 voorzagen we vier maanden om de zaak op te starten. Een paar mensen van de in die tijd vrij sterk gepolitiseerde Vereniging België-China (VBC) stelden me voor om, in die ‘vrije’ maanden, ook deel te nemen aan een reis in China. Zij hoopten dat dit onze militante plannen een extra boost kon geven. Dat was niet slecht bekeken.</p><h3>‘Hadimao’ in Humo (1971)</h3><p>Zo reisde ik samen met 9 andere Belgen, bijna allen ‘maoïstische sympathisanten’, in oktober 1970 vier  weken door de Chinese Volksrepubliek. We bezochten de hoofdstad Beijing en andere grote steden – de havenstad Tianjin, Wuhan, Changcha, Shanghai en Canton nu Guangzhou – en ook heel wat communes op het platteland. Een passage in het geboortehuis van Mao in Shaoshan – in die tijd een politieke bedevaartplaats – ontbrak natuurlijk niet op het programma.</p><p>Hoewel de meest turbulente periodes toen al achter de rug waren, was de in 1966 gestarte Culturele Revolutie nog stevig aan de gang. China was in al die jaren fel afgesloten geweest van de buitenwereld. Wij waren toen de eerste of de tweede groep Belgen die het land opnieuw gedurende een langere tijd kon doorkruisen. In een deel van de pers bestond interesse voor wat wij in dat nog raadselachtige land beleefd hadden. Het toen ook al populaire weekblad HUMO vroeg aan mij en mijn medereiziger, de sociale assistent Chille De Man, om ons verhaal te doen. Vijf weken lang mochten wij, met de redactionele hulp van journalist en advocaat Jos De Man, telkens over zes à acht pagina’s verslag uitbrengen over onze reis in China. De eerste aflevering (26 februari 1971) van de serie werd op de cover aangekondigd met de titel <em>‘HADIMAO-China, zelf gezien’</em><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn3">[3]</a>. Een kleurrijke compositie-collage van Evert Vermeulen, met daarin centraal een bekend officieel Mao-portret, maakte er een van die grappige voorpagina’s van die later een handelsmerk van HUMO zouden worden. Onze vijf China-artikels in HUMO, achteraf wat ‘in balans gebracht’ door interviews met de in 1949 uit China verbannen pater Scheutist Dries Van Coillie en de Chinaspecialist en toenmalige NAVO-legerkapitein Roger Andries, zijn tekenend voor de interesse die dat land en zijn regime begin van de jaren ’70 ook hier bij ons opwekten.</p><p>In 1979 ben ik nog eens twee weken in China geweest. Een delegatie van de nationale leiding van de PVDA werd toen voor het eerst officieel ontvangen door de Chinese Communistische Partij. Politieke gesprekken maakten de hoofdmoot uit van die reis en er waren minder contacten met de bevolking en haar dagelijkse leven. Ook was er in China nog niet zoveel veranderd in vergelijking met mijn bezoek negen jaar eerder. De communistische leider Deng Xiao Ping, een van de doelwitten van de Culturele Revolutie als zogenaamde ‘kapitalistische wegbereider’, was nog maar een paar jaar gerehabiliteerd. De belangrijke economische hervormingen die onder zijn impuls vanaf 1978 beslist werden, en die het huidige China gestalte gaven, stonden nog compleet in de kinderschoenen.</p><h3>Slechts reisindrukken</h3><p>Verschillende vrienden vroegen me een vergelijking te maken tussen het China van 1970 en 1979 en dat van nu zoals ik het op mijn recente reis zag. Zij weten welke rol China en de ideeën van Mao in het begin van mijn politieke leven gespeeld hebben, Hoe ervaart zo iemand de gigantische veranderingen die zich sindsdien in het ‘Rijk van het Midden’ hebben voorgedaan? Dat intrigeert hen wel. Voor hen doe ik het dus. Ik ga het wel houden bij de verschillen tussen wat ik in 1970 zag en hoe ik het land deze zomer terugvond, de reis van 1979 laat ik terzijde. Dat laat me ook toe om, voor het beschrijven van de verschillen tussen veertig jaar geleden en nu, telkens te vertrekken van een citaat uit ons toch wel wat bijzondere HUMO-relaas van toen.</p><p>Na het herlezen van dat relaas moet me eerst iets van het hart. Ja, we hebben daarin eerlijk weergegeven wat we in 1970 gezien en gehoord hadden. Maar in de duiding ervan stak een flink stuk idealisering en simplificering. Een kwaal die voor een deel te wijten was aan onze eigen kinderziekten van nog maar pas ontloken ‘marxisten’ maar ook aan het officiële propagandadiscours van tijdens de Culturele Revolutie. Veertig jaar later ben ik, zo hoop ik, niet alleen ouder maar ook wijzer geworden. Verwacht dus van mij in dit artikel geen formele politieke oordelen over de weg die China vandaag is ingeslagen. Zo iets is onmogelijk op basis van indrukken opgedaan tijdens een reis van enkele weken. Voor meer diepgaande gegevens en analyses verwijs ik naar bronnen en mensen die kunnen bogen op meer kennis en studie van China of op jarenlange ervaring in het land zelf. Zo is er het goed gedocumenteerde tijdschrift <em>China Vandaag</em> van de VBC.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn4">[4]</a> Verder zijn er de site en de publicaties van Chinaspecialist en auteur Peter Franssen.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn5">[5]</a> Of die van Frank Willems en Lieve Dejonghe, de organisatoren en begeleiders van onze reis.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn6">[6]</a> Frank Willems is een bruggepensioneerde ingenieur van Glaverbel. In de voorbije 25 jaar was hij voor zijn werk tientallen malen in China. Recent woonde hij twee jaar in Shenyang hoofdstad van de noordelijke provincie Liaoning. Daar gaf hij als vrijwilliger lessen Engels en management aan de universiteit. Zijn vrouw, de kunstenares Lieve Dejonghe, schilderde er werken waarin ze steeds meer Chinese elementen verwerkte. Dat leverde haar een uitverkiezing op om met haar schilderijen een installatie te maken voor het paviljoen van België en de EU op de wereldtentoonstelling van Shanghai (mei tot oktober 2010). Daarnaast zijn er massa’s degelijke en interessante boeken over het nieuwe China. Persoonlijk denk ik aan ‘Made in China’ met talrijke interviews met zowel Chinese bedrijfsleiders en vakbondsmensen maar ook Westerse zakenlui die al jarenlang in China actief zijn. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn7">[7]</a> Of aan een boek als ‘Fabrieksmeisjes’. Geschreven door een Amerikaanse van Chinese oorsprong. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn8">[8]</a> Ze keerde een tijdlang naar het vaderland van haar grootouders terug om er te werken als correspondente voor de <em>Wall Street Journal.</em> Ze is zeker geen sympathisante van het communisme. Maar ze is wel diep doorgedrongen in het dagelijkse leven en het niet altijd even verheven denken van twee van de miljoenen jonge Chinese vrouwen die zich als migranten-arbeidsters in de reuzenfabrieken van de Parelrivierdelta een beter leven proberen op te bouwen.</p><p>Voor grondiger info over China verwijs ik ook naar de officiële  sites zoals de on-line-edities van <em>People’s Daily </em>en <em>China Daily</em> maar ook naar die van de<em> Chinese Communist Party</em>.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn9">[9]</a> Het valt me op hoe zij, in tegenstelling tot vroeger, veel opener spreken en debatteren over de scheefgroeiingen, wantoestanden en regelrechte schandalen waarmee de huidige koers in China ook gepaard gaat. Onlangs ontdekte ik tot mijn verwondering op de site van de Chinese CP zelfs een positief artikel over het boeddhisme. Die religie, aldus het partijorgaan, kan sommige mensen helpen om geestelijke rust te vinden in een tijd waar  grote veranderingen zorgen voor ideologische leegte en verwarring.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn10">[10]</a> Aan bezinning en zelfkritiek over de talrijke problemen ontbreekt het in het huidige China inderdaad niet, vooral niet bij politici en beleidsverantwoordelijken. Soms legden ze het er, naar mijn zin, wat te dik op. Zo kregen we een hele uiteenzetting over de situatie op het platteland met een opsomming van ‘problems, problems’. Zo erg dat je op de duur nog zou vergeten dat het boereninkomen sinds 1978 vaak meer dan vertienvoudigd is en de productiviteit van de graanbouw verviervoudigd. Toch niet meteen details.</p><p>Maar genoeg ingeleid nu. Tijd om zelf uit mijn kot te komen met mijn beloofde impressionistische vergelijking China 1970 versus China 2010.</p><h3>Wie is nog boer?</h3><p><strong>1970, oktober.</strong><em><br /> “We landen op de luchthaven van Kanton (Guangzhou) tussen de maïsvelden. Dit is een land van 600 miljoen boeren: elk lapje grond wordt intensief bewerkt, ook op een vliegveld. In de velden één wemeling van mensen in witte, blauwe, rode, bonte hemden onder grote strooien zonnehoeden. De landbouw in het wijdste land ter wereld gebeurt intensief.” </em>(Humo, 1971)<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn11"><em><strong>[11]</strong></em></a></p><p>Veertig jaar geleden stond het platteland centraal in onze reis. Ik heb toen ook wel een paar fabrieken bezocht, ondermeer een staalfabriek in Wuhan dat nog in de steigers was gezet met hulp van de Sovjetunie. Maar de meeste bezoeken die we aflegden gebeurden op het platteland. De landbouw kreeg de hoofdaandacht in het beleid en in de propaganda. Het was al boeren wat de klok sloeg. Zij maakten toen ook nog 80% uit van de bevolking en waren, zoals bekend, de oogappels van voorzitter Mao.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Vandaag is nog slechts 55% van de bevolking geregistreerd als ‘boer’ of plattelandsbewoner en 45% als stedeling. A rato van 1% meer stedelingen per jaar stevenen we trouwens bliksemsnel af op een verhouding 50/50. Bovendien gaat het hier om administratieve cijfers die helemaal niet meer de sociologische realiteit weerspiegelen. Een groot deel van de ‘boeren’ (‘rurals’ in het Engels) werkt al lang niet meer op het veld. Ze verdienen de kost als migrantenarbeiders op de bouwwerven en in de fabrieken in grote en kleinere steden. Officieel bedraagt het aantal migrantenarbeiders in China 150 miljoen. Die behouden, zolang ze geen toelating kregen zich definitief in de stad te vestigen, hun statuut van ‘boer’. Dat geeft nadelen. Zo kunnen hun kinderen vaak nog niet naar de gratis lagere scholen in de stad gaan – hoewel men ook dat in verschillende streken aan een snel tempo begint te corrigeren. Maar het rurale statuut heeft ook voordelen. In 2003 en 2006 werden voor de boeren alle belastingen afgeschaft die met de boerenstiel <em>as such</em> te maken hebben &#8211; en dat kan nogal ruim geïnterpreteerd worden.</p><p>Hoe dan ook in 1970 heb ik urenlang en gedurende honderden kilometers van op de trein – binnenlandse vluchten waren toen nog zeldzaam – door het venster zitten turen. Van ’s ochtends vroeg zag ik toen overal boeren die, vaak met tientallen of zelfs meer, over de rijstvelden gebogen stonden. Of die aan het ploegen, het zaaien of het oogsten waren of irrigatiewerken uitvoerden. Dit jaar voelde het dan ook vreemd aan dat ik nog slechts sporadisch boeren op het veld zag werken. Een groep van tien boeren op een akker, dat is een uitzondering geworden. Mogelijks is het in streken die wij niet bezochten nog anders. Maar op onze reis hebben wij toch verschillende provincies doorkruist: van de hoofdstad Beijing naar de centraal gelegen provincie Shaanxi (met als hoofdstad Xi’an), vandaar verder  naar de steden Luoyang en Zhengzhou in de provincie Henan, vervolgens naar de grootstad Hangzhou in de meer zuidelijke kustprovincie Zheiang en vandaar naar de 200 kilometer hoger gelegen stadsregio Shanghai. Op die duizenden kilometers doorheen plattelandstreken, met de trein of de bus, meestal langs brede autowegen, heb ik iedere keer opnieuw gedacht: hoe weinig boeren zie je nog op de akkers. Wat we wel in overvloed zagen op onze tochten doorheen het platteland waren mensen die huizen bouwden. Vaak heel grote, met 100 of meer m<sup>2</sup> oppervlakte. In de ‘boerendorpen’ aan de Oostkust, zoals onder Hangzhou, waren de huizen vaak nog groter met een tweede of derde verdieping. We vernamen dat de boeren daar vaak kamers verhuren aan migrantenarbeiders. Wat hen een inkomen bezorgt dat veel hoger is dan wat zij zelf nog in de landbouw of in de fabriek verdienen. Soms ontvangen de boeren ook nog een aandeel in de winsten van de gemeentelijke of privé-coöperatieven waarin ze participeren. Die coöperatieven verpachten het gebruiksrecht dat de boeren bezitten over hun lapjes grond, die zij na de ontbinding van de communes terugkregen, aan bedrijven. Die mogen daar dan bedrijven op zetten en staan in ruil een deel van hun winsten af. Gevolg: in dergelijke streken trekken heel wat boeren een inkomen dat ruim hoger is dan het stedelijke gemiddelde. Ze zijn meer renteniers geworden dan landbouwer of arbeider.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn12">[12]</a> Over de ingewikkelde situatie op het platteland, vooral dan inzake eigendomsstructuren, zal ik het verder nog hebben.</p><p>Ondertussen kan ik alleen maar zeggen dat onze reis, die officieel tot doel had vooral de toestand van de boeren te bestuderen, ons ook op het platteland meer in bedrijven en bedrijfjes heeft gebracht dan op boerderijen. We zagen meer plattelandsbewoners die arbeider geworden waren, of uitbaters van hotelletjes, pensions of restaurants, dan de al dan niet met slijk bevuilde en door de zon getaande traditionele boeren die we voor ogen hadden. Ook in de hotels zagen we een pak personeelsleden afkomstig van het platteland. Toen we op de autostrade naar Xi’an stil stonden door een verkeersongeval bleek in de bus achter ons in de file een groep meisjes te zitten die op weg waren voor een horeca-opleiding. (We hebben overigens de tijd gedood door op het asfalt te verzusteren en te verbroederen en voor mekaar wat Europese en Chinese liedjes en dansjes op te voeren.)  Nu, als je in de hotels die meisjes ziet rondlopen met een kraaknet uniformpje en hoge hakken dan kan ik me inbeelden dat die niet zo graag meer op het veld gaan werken onder een loden zon en een vochtigheidsgraad van rond de 85 procent.</p><p>Het is een boutade en dus overdreven, maar volgende anekdote geeft wel een gevoel weer dat we vrij algemeen hadden. Het programma van onze reis was in mekaar gestoken door de NGO Gong He, wat ‘samenwerken’ betekent. Ze legt zich toe op het bevorderen van echte coöperatieven in plattelandsstreken (sommige coöperatieven zijn namelijk ook vermomde privé-bedrijven). Toen we, op het einde van de reis, een debriefing hadden met de verantwoordelijken van Gong He, vroeg een van ons aan hen: ‘En is het misschien mogelijk om nog eens een echte boer te zien? Een die alleen maar op de akker of in de stallen werkt?’ De mensen van Gong He moesten er hartelijk mee lachen.</p><p><strong>Urbanisering alom</strong></p><p><strong>1970, september.</strong><em><br /> </em><em>“Hoe wonen de mensen? In Shanghai vallen de oude stadswijken een beetje tegen. Kleine huizen, oudere huizen ook. De nieuwbouw geschiedt in strenge binding met de productie: rond elke nieuwe fabriek worden meteen de nodige appartementen voor het personeel gebouwd – en ook een hospitaal, scholen, een kinderkribbe. De mensen die in de grote centra wonen, wijken langzamerhand uit naar de periferie. Alle huizen zijn uit steen en bedekt met pannen en hebben elektriciteit. Hoogbouw bestaat niet in China: de nieuwe appartementsgebouwen zijn zelden hoger dan vijf verdiepingen.” </em>(Humo, 1971)<em><br /> </em>‘Hoogbouw bestaat niet in China.’ Het was een zin getekend door mijn primitief ontwakend ecologisch bewustzijn dat een eigen huis met een groen tuintje als zoveel idealer aanzag. Zonder er ook maar bij stil te staan hoeveel open ruimte er dan wel zou overblijven in een land met toen al 800 miljoen inwoners – en inmiddels zijn ze met 1,3 miljard.</p><p><strong>2010</strong></p><p>‘Hoogbouw bestaat niet in China’ was vooral een zin die als geen ander illustreert hoe er, op heel wat terreinen, een verschil van bijna dag en nacht bestaat tussen het China van 1970 en dat van nu. Bij onze aankomst zijn we dit jaar geland in Beijing. Zodra we het centrum binnenreden greep het mij bij de keel: ik had de indruk terechtgekomen te zijn in een bos van woontorens. Overal rondom je zie je tientallen, misschien wel honderden hoogbouwflats, meestal van 32 verdiepingen. Die zijn bestemd voor de huisvesting van gewone burgers. Ik werd er stil van, alleen al bij de gedachte hoe ze het klaarspelen om de huisvesting van die honderdduizenden en miljoenen mensen in immense torens min of meer behoorlijk te laten verlopen. Omdat ik zelf sinds 30 jaar in een sociale woonwijk in Antwerpen woon, met ondermeer drie torengebouwen van ocharme 16 verdiepingen weet ik een beetje wat daar allemaal aan problemen bij kan komen kijken. Verstopte afvoeren van afvalwater en toiletten, vuilnisschuiven die niet werken of kakkerlakken genereren, riolen en straten die overlopen bij hevige regenval, het netjes houden van de gemeenschappelijke delen, het verzekeren van onderhoud en herstellingen, van groenvoorzieningen en speeltuinen, problemen oplossen met en tussen huurders of eigenaars: het is bij ons al geen sinecure om dat allemaal te klaren, wat moet dat dan wel zijn in die Chinese hoogbouwwouden.</p><p>En dan zijn er de echte wolkenkrabbers die ruim boven deze flatgebouwen uitstijgen. Zij huisvesten meestal kantoren van bedrijven of overheidsdiensten. Shanghai steekt op dat vlak iedereen in China naar de kroon. Vooral dan in de nieuwe administratieve wijk Pudong op de rechteroever van de Pu-rivier. Veertig, en zelfs twintig jaar geleden, zag je van op <em>De</em> <em>Bund</em>, de grote boulevard op de linkeroever (het oude Shanghai), aan de overkant alleen eindeloze landbouwvlakten. Met ’s avonds op de rivier op de voorgrond een paar traditionele vissersloepen met vooraan aan de boeg een zwak verlichte lampion. Vandaag kan de skyline van Pudong, met dertig of meer reuzenbuildings in zeer verschillende stijlen, wedijveren met die van New York. <em>&#8216;Amazing&#8217;</em>, geweldig, vindt een jonge Amerikaanse van Chinese origine die, op een avond  naast mij van op de <em>Bund</em> de overkant bewondert. Akkoord, hoewel ik zelf minder enthousiast ben dan zij over de kitscherige verlichting van sommige gevels en toeristenboten op de rivier. Nu ja, Amerikanen en smaak daar scheelt soms wel wat aan. De Oriental Pearl Television Tower (met tien rode bollen van verschillende grootte over de hele lengte) en de Jin Mao Building karakteriseren al enkele jaren het panorama van dit nieuwe Shanghai. Met hun respectievelijk 468 en 421 meter overvleugelden ze al de Empire State Building (381 m) en de Eifeltoren (324 m). Recent kregen ze er een nieuwe buur bij: de SWFC-building van het Shanghai World Finance Center.  Zijn top, in de vorm van een flessenopener, reikt met 492 meter nog hoger in de wolken. Als 3<sup>de</sup> hoogste gebouw ter wereld moet hij alleen de Taipei 101 in Taiwan laten voorgaan (509 m) en natuurlijk de Burj Dubai ook nog Burg Khalif genoemd . Deze ‘Toren van Dubai’ in het gelijknamige olie-emiraat haalt 828 meter. De Sky Walk 100 in het SWFC-Observatory, op de 100ste verdieping, is met zijn 474 meter boven de grond wel de hoogste <em>skywalk</em> ter wereld. Op die verdieping zijn er in de vloer, net boven de <em>vide </em>in de ‘flessenopener’, twee rijen glazen doorkijktegels waarmee je de onder jou liggende gebouwen en straten uit de omgeving kan zien. Auto’s op de grond kan je met het blote oog nog herkennen, mensen niet. Vanuit die Sky Walk kan je zien hoe tussen de kantoorgebouwen ook in Pudong nog flink voor gewone huisvesting is gezorgd. Als vlekken zie je grote groepen appartementsgebouwen met zes verdiepingen (in China tellen ze het gelijkvloers als 1ste verdieping). Per wijk zijn de platte daken van die flatgebouwen rood, groen of blauw gekleurd. Waarom tellen die gebouwen maar zes verdiepingen? Omdat het  in China tot op die hoogte niet verplicht is om een lift te installeren.</p><p><strong>Twee bakstenen in de maag?</strong></p><p>Ook in het oude Shanghai vind je tussen de kolossen door nog meer kleine huizen dan je op het eerste gezicht zou vermoeden. Het gaat dan meestal om delen van wijken die aan de bouwwoede konden weerstaan en waar de oude huizen meestal gerestaureerd werden. Ook door de nauwe straatjes behouden zij  nog wat het karakter van vroeger. Iets gelijkaardigs zie je in Beijing. Vooral in de buurt van de Verboden Stad, zijn daar de vroegere <em>Hutongs</em> – met hun kleine huizen gegroepeerd rond een binnenkoer – min of meer in de oorspronkelijke vorm gerestaureerd. Vermelden we nog dat men einde jaren 90 even gestopt is met wolkenkrabbers in Shanghai. Er waren berichten dat de stad in haar geheel al drie centimeter aan het verzakken was. Dat bleek uiteindelijk niet waar te zijn.</p><p>Hoogbouw is dus troef in China. En met 1,3 miljard inwoners –er komen er elk jaar  nog 10 miljoen bij – kan het gewoon niet anders. De grootste steden tellen stuk voor stuk  meer inwoners dan België: Chongqing 32 miljoen, Shanghai 19 miljoen, Beijing 16 miljoen.  Voor Shanghai en Beijing mag je daar nog een kwart bijtellen voor de niet officieel geregistreerde migrantenarbeiders. Maar ook &#8216;kleinere&#8217; steden dienen miljoenen mensen te huisvesten: Hangzhou telt 7 miljoen inwoners, Zhengzhou (provincie Henan) 6 miljoen.  Dat los je niet op met rijtjeshuizen ‘op zijn Hollands’. Tegelijk dient gezegd dat de hoogbouw in vele gevallen fantasierijker is dan bij ons. Op heel wat plaatsen zag ik verdienstelijke pogingen om die grote flatgebouwen architecturaal een Chinees tintje mee te geven. Door er een dak op te zetten met traditionele golfpannen of iets dat op de punt van een pagodetoren gelijkt. Ook bij de bouw van nieuwe individuele huizen zie je dat regelmatig.</p><p>Inzake hoogbouw vermeld ik nog mijn bijzondere ‘Zhengzhou-gevoel’. Zhengzhou is de hoofdstad van Henan. Met 100 miljoen inwoners, meer dan Duitsland, is het de dichtst bevolkte provincie van China. Tot voor kort liep de economische en sociale ontwikkeling er achterop. Hoezeer dat verandert merk je ook hier aan de stadsuitbreiding. Bij het uitrijden van het oude Zhengzhou werd ik overweldigd door de uitgestrekte gloednieuwe wijken die aan beide zijden van de autoweg oprijzen. Zo ver je kon zien overal nieuwe hoge flatgebouwen van 25 tot 30 verdiepingen. De brede lanen die de wijken doorsnijden  zijn goed onderhouden. Zowel op de zij- als middenbermen zijn er overal mooie groenpartijen aangebracht. Meestal hagen met groene, gele en bruine kleuren door elkaar gemengd en <em>picco bello </em>gesnoeid. Gemillimeterd zeg maar. Het doet me wat. Vooral omdat we het laatste jaar in Antwerpen bij herhaling strijd moesten voeren tegen de verschraling en het slechte onderhoud van de groenvoorzieningen, vooral dan in de volkswijken.</p><p>Die aaneenrijging van wijken met hoogbouw heeft mij het meest verrast. Vooral omdat het zo veralgemeend is in het hele land. Voor mijn reis wist ik, van foto&#8217;s, wel dat delen van Shanghai en Beijing op Manhattan begonnen te lijken. Maar ik had er geen besef van dat ook in alle andere grote en kleine steden de hoogbouw zo&#8217;n vlucht heeft genomen. Nu let ik er op hoe je dat zelfs kan merken bij elke tv-reportage over natuurrampen gelijk waar in China. Maar daarvoor was dat nog niet tot mij doorgedrongen. Je leest regelmatig in de kranten over het risico van &#8216;oververhitting&#8217; in de bouwsector in China. Nu kan ik me daar wel wat bij voorstellen. Het is het eerste en meest opvallende fenomeen dat je, als gewone toerist, laat aanvoelen welke vooruitgang er de laatste dertig jaar geboekt is. &#8216;Amazing&#8217;, &#8216;duizelingwekkend&#8217;, je hoort het niet alleen van al dan niet Amerikaanse toeristen. Het welt spontaan bij iedereen op.</p><p>Meer dan eens maakte ik me de bedenking: Ze zeggen dat de Belg geboren wordt met een baksteen in zijn maag, wel de Chinezen dan met twee bakstenen in hun maag. Dat geldt ook voor het platteland, zo mogelijk nog meer. Misschien lag het aan de tijd van het jaar en onze reisroute, maar ik heb daar meer mensen met truwelen, cementmolens en kranen bezig gezien dan met landbouwwerktuigen. En die boeren zien het groots. In de streek  rond Hangzhou was de streefnorm 80 m2 woonoppervlakte per&#8230; persoon. Drie verdiepingen leek er heel gewoon.</p><h3>Alarm over vastgoedprijzen</h3><p>Toch komen precies in deze <em>boomende </em>sector van woningenbouw vrij scherp de problemen aan het licht die gepaard gaan met China&#8217;s keuze voor een ontwikkeling waarin kapitalistische elementen ruim meespelen. Zo goed als overal kregen we het te horen: de vastgoedprijzen swingen de pan uit. Al naar gelang van de stad had men het over prijzen van 1000 tot 3000 € per m2  voor de aankoop van een appartement. De eerste commentaar die onze ongetrouwde gids in Hanghzou, ‘Joe’ (29 jaar), ons ten beste gaf klonk zo: “Je moet als jongen om te kunnen trouwen tegenwoordig een appartement of huis hebben en een bruidschat van circa 10.000 euro. Dat is heel moeilijk want je betaalt tot 20.000 yuan per m2 voor een appartement. <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn13">[13]</a> Voor 80 m2 is dat dus 1.600.000 yuan of 190.000 euro. Gelukkig heeft de regering drie maanden geleden een maatregel genomen om de aankoop van een tweede of derde appartement te bemoeilijken. Maar er zijn geruchten dat men die maatregel terug ongedaan wil maken.” De maatregel, waarnaar ‘Joe’ verwees, bestaat er in dat degene die een tweede of derde huis of appartement koopt, tot ongeveer 60 procent van het bedrag zelf op tafel moet kunnen leggen. Hij of zij kan dus maar weinig lenen. De bedoeling is de speculatie tegen te gaan. De maatregel wordt als vrij essentieel aangezien. Er wordt inderdaad over gespeculeerd dat hij zou ingetrokken worden als de immobiliënmarkt in elkaar stort en geen andere maatregelen helpen.</p><p>Ook in Zhengzhou had een andere gids, bij het passeren van de hierboven beschreven nieuwe wijken, zijn beklag gedaan dat de prijs van die appartementen daar ook al op loopt tot 80.000 euro of meer. Niet of nauwelijks nog in het bereik van de gewone werkende Chinees wiens maandloon tussen 120 en, in het beste geval, 600 euro per maand schommelt. Zelfs al bedragen de prijzen van producten voor dagdagelijks gebruik vaak maar een derde van bij ons.</p><p>Vastgoedspeculatie heeft inderdaad volop zijn intrede gedaan. Rijke en welgestelde Chinezen investeren in appartementen in de hoop dat ze, door de enorme vraag, snel in waarde stijgen. Op heel wat plaatsen zit de vlam in de vastgoedprijzen. Als gevolg daarvan zouden al hele torengebouwen leeg staan. Een vastgoedbubbel die uiteenspat is niet denkbeeldig. Maar de overheden zouden er zich van bewust zijn en grijpen in om het niet zo ver te laten komen als in de VS.</p><h3>GSM’s en minishorts.</h3><p><strong>1970.</strong></p><p><em>“Een wandeling in Shanghai. Gezellige roezemoezende drukte van enorme golven wandelaars die naar de winkels kijken en appels, peren en thee kopen aan de vele stalletjes. Een vrij uniforme maar geen eentonig menigte. De Chinezen gaan eenvoudig, maar degelijk gekleed. De basiskleding bestaat uit een blauwe, grijze of kaki linnen broek, een wit of gekleurd hemd of blouse. De snit is voor iedereen dezelfde: maar er is een grote variëteit in kleuren. Wisselende modetendensen bestaan niet.” </em>(Humo, 1971)<em> </em></p><p>Dat het straatbeeld bepaald werd door mensen die, op de kleurig uitgedoste kinderen na, ongeveer eenders gekleed waren, hadden we toen zelfs niet hoeven te vermelden in Humo. Het was al lang een gemeenplaats in België. Ik zou het, als veronderstelde maoïst, nog minstens tien jaar lang mogen horen: “Willen jullie dat we hier ook allemaal met hetzelfde grijze of blauwe Mao-pakje rondlopen?”.  Mijn geruststellende woorden dat dit zelfs toen nooit onze bedoeling was geweest werden niet altijd geloofd.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Qua kleding en andere attributen zijn de mensen in het straatbeeld enorm veranderd.</p><p>In alle bezochte steden zie je bijna geen verschil meer met bij ons. Jongeren met flashy gsm&#8217;s in aanslag in de hand. Niet zelden gaat het om betere versies met touch-screens. Meisjes met minirokjes of minishorts en T-shirts met bijna exclusief opschriften in het Engels. China is ‘de fabriek van de wereld’ geworden. Blijkbaar verkopen ze wat ze maken in een moeite ook aan de eigen bevolking. En dat is maar goed ook. Misschien sluit dat wel aan bij het officiële beleid om voor verdere vooruitgang meer te mikken op binnenlandse consumptie dan vooral op export.</p><p>Officieel rekent China zichzelf nog altijd bij de Derde Wereld. En de statistieken van zowel China als de Verenigde Naties over de economie en de indexen inzake Human Development plaatsen China nog altijd bij de ontwikkelingslanden. Maar wat de uiterlijke tekenen van levensniveau betreft hebben wij, in en rond de bezochte steden, niet zoveel Derde Wereld meer gezien. Alvast niet de schrijnende ellende die je in vele sloppenwijken in India nog tegenkomt. In de centra van de steden zelf, ook in provinciesteden als Zhenzhou en Luoyang, heb je overal grote winkelstraten. Zowat alle grote Westerse kleding- en schoenenmerken zijn present met chique filialen maar worden duidelijk minder bezocht. Maar ook de winkels die door de modale Chinees overrompeld worden, kunnen de vergelijking met die van bij ons doorstaan. Verschillende winkelboulevards waren zo groots dat ik dacht: als die mensen van hier gaan shoppen in Antwerpen in de Abdijstraat (Kiel) of de Bredabaan (Merksem), of zelfs op de Meir, dan zullen ze dat maar aan de simpele kant vinden.</p><p>Iets wat ik wel miste in het Chinese straatbeeld in vergelijking met 1970 waren de grote groepen mensen die van ’s ochtends vroeg op straat of in de parken <em>Tai Chi</em> beoefenden. Deze softe vorm van gevechtskunst, voluit <em>Tai Chi Chuan</em> en meestal uitgevoerd met langzame bewegingen, is duidelijk minder populair geworden. Je ziet het nog wel maar lang niet meer zo massaal. De jachtigheid van het moderne leven zal er misschien voor iets tussen zitten, hoewel het daar misschien juist nuttig voor kan zijn. Nu, er is alvast een andere vorm van beweging in de plaats geworden: het sociale straatdansen. Dat is bijzonder in. Vooral ’s avonds, zowel in parken als op pleintjes of gewoon op het trottoir, maar soms ook al in de vroege ochtend. Op muziek die schalt vanuit een draagbare audio-installatie voeren grote groepen dezelfde danspasjes uit, vaak op disco- of latinoritmes. Je ziet ook traditionele dansen op eigen Chinese muziek of koppels die klassieke westerse dansfiguren (van wals tot tango en rock-and-roll) inoefenen of showen. Allemaal gewoon op straat.</p><h3>Daar komt de Chinese auto</h3><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Bussen en vrachtwagens rijden afgeladen vol met personeel naar de fabrieken. Vrachtwagens met honderden mensen in de laadbakken rijden de stad binnen: boeren van volkscommunes in de buurt van de stad die eens in de fabrieken komen rondneuzen. Je ziet haast geen personenwagens. Er rijden een paar gammele Poolse karren rond, taxi’s of officiële voertuigen.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p><strong>2010</strong></p><p>“Hoe laat we in het hotel toekomen zal afhangen van de file op de ring”, is zowat het eerste wat de gids ons vertelt als ze ons ontvangt op de bus die ons afhaalt aan de luchthaven in Beijing. Het probleem van de <em>‘traffic jam’</em> wordt ons ook meteen gesignaleerd in steden als Hangzhou en Shanghai. Buiten de uitbreiding van het wegennet – er zijn al zes ringwegen – gelden in Beijing ook al andere maatregelen. De wagens met pare en onpare nummerplaat dienen alternerend een dag op stal te blijven. De vrij principiële afwijzing van individuele wagens van 1970 is compleet opgeheven. Vorig jaar stak China met meer dan 13 miljoen verkochte auto’s de VS voorbij als grootste automarkt. Alleen al in Beijing kwamen er per dag 1900 wagens bij. De personenwagens in het straatbeeld behoren meestal tot de middenklasse, kleine modellen zie je minder. Sinds de overname van Volvo Gent door Geely beseffen we in België dat de Chinese autoconstructeurs ook hun intrede hebben gedaan op de wereldmarkt.</p><p>Na mijn eerste reis in China heb ik bijna twintig jaar lang verdedigd dat het voor het milieu van onze planeet maar goed was dat het miljard Chinezen niet even massaal met personenwagens reed als bij ons. Alweer een uitleg die aan herziening toe is. Blijkbaar is het comfort van een personenwagen (hopelijk voorlopig) nog altijd een vrij wezenlijke behoefte van mensen die het tijdperk van de moderne welvaart zijn binnengetreden. En met welk recht zouden wij de Chinezen ontzeggen wat 97% van de actieve gezinnen bij ons onmisbaar vindt? Dit alles belet niet dat China zich meer dan bewust lijkt van de milieuproblemen die koning auto in hun gigantisch land kan veroorzaken. De industrie gooit zich aan versneld tempo op de ontwikkeling van elektrische auto’s met alles wat daarbij komt kijken, vooral dan batterijen die een groter bereik toelaten en minder gewicht hebben. Algemeen wordt aangenomen dat de Japanse autoconstructeur Nissan het verste staat op dit terrein. Maar onlangs volgde een reportage van Panorama op Canvas de Japanse ingenieur die bij Nissan de R &amp; D naar elektrische wagens leidt. Je kon de man bij een constructeur in China een testrit zien maken met een elektrische wagen van Chinese makelij. Na afloop kon hij zijn verbazing over de prestaties (bereik en gewicht van de batterijen, rijcomfort, snelheid) nauwelijks verbergen.</p><p>De overheid heeft de laatste jaren gigantisch geïnvesteerd in nieuwe autowegen en in openbaar vervoer. Er zijn al 6.500 kilometer hogesnelheidsporen in gebruik. De stations van Beijing, Xi’an en andere steden bestaan uit immense wachtzalen. Niet zelden zitten in een zaal duizend of meer treinreizigers te wachten, kijkend naar de tv-schermen aan de wand, lezend of slapend (ook op de grond). Omdat veiligheid troef is moeten die tienduizenden aan de ingang eerst een security-controle passeren vergelijkbaar met die op een luchthaven. Dat is ook het geval in de metrostations van Beijing en Shangai hoewel men daar minder strikt is: de rugzak of boodschappentas door de scanner laten rollen volstaat meestal. Ondertussen beschikken bijna alle grote steden over metrolijnen of zijn ze in aanbouw. In Shanghai is met de aanleg pas in 1994 begonnen. Maar vandaag zijn er al 11 metrolijnen met daarbovenop nog een speciale voor de nu lopende Wereldtentoonstelling. Het metronetwerk overtreft er nu in lengte dat van New York en zelfs dat van Tokio. Zowel in Beijing als Shanghai zagen we bijzonder lange en snelle metrostellen. In verschillende stations moeten glazen wanden met poorten die openen bij het uit- en instappen ongevallen op de sporen voorkomen. Op de perrons worden de wachttijden tot op de seconde elektronisch aangegeven. Tijdens het rijden zie je op kleine flatscreens korte nieuwsflashs en de – onvermijdelijke – reclame. In Shanghai meldden ze om het half uur het aantal bezoekers dat Expo 2010 die dag al geregistreerd had. Tegen ’s middags en ’s avonds liep dat meestal op tot 350.000 of zelfs een half miljoen. Voor de hele duur van de Wereldtentoonstelling, die loopt van mei tot oktober, worden er 70 miljoen bezoekers verwacht. Halfweg de Expo zat men al aan 38 miljoen. Dat 98% van de bezoekers Chinezen zijn illustreert ook enigszins de stijgende koopkracht want een ingangsticket kost 160 yuan (20 €) per dag. Aan de andere kant delen gemeentelijke overheden en bedrijven wel elke maand tienduizenden gratis tickets uit. Gevolg: aan heel veel paviljoenen dient in lange files te worden aangeschoven voor al wie geen VIP-introductie heeft. Voor paviljoenen als Japan, Saoedi-Arabië bedraagt de wachttijd vaak 6 uur, voor het nationale paviljoen van China en dat van Zuid-Korea 4 uur. We hebben geen poging ondernomen om daar binnen te geraken. Zeker in de verzengende julihitte leek dat een kleine marteling. Ook al werden de wachtenden onder de zonneluifels regelmatig met waternevel besproeid en kon je voor 10 yuan (1,2 euro) een opklapbaar stoeltje kopen om af en toe wat te zitten..</p><h3>Brommers die niet brommen</h3><p><strong>1970<br /> “</strong><em>Er zijn enorm veel fietsers, allemaal op splinternieuwe karretjes. Karren mag je wel zeggen want de Chinese fiets is een bonk van een tweewieler, verwant aan het Engelse Raleigh-model. Veel vervoer gebeurt met karretjes die achter de fiets worden voortgetrokken. Ik sta een beetje suf van het oorverdovend lawaai in de straten. Duizenden fietsbellen rinkelen, honderden autobussen toeteren.”</em> (Humo, 1971)</p><p><strong>2010</strong></p><p>Over lawaai gesproken. Dit jaar kon ik letterlijk horen dat er ook op dit vlak wat gedaan wordt aan milieu en mobiliteit. Al in Beijing vond ik dat het lawaai in het verkeer niet vermeerderd maar fel verminderd is in vergelijking met 40 jaar geleden. Merkwaardig want er zijn sindsdien toch nog ongeveer 500 miljoen Chinezen bijgekomen. Als het permanente bellengerinkel zo goed als verdwenen is ligt dat niet alleen aan een politiereglement dat het beperkt maar vooral aan het feit dat er minder fietsen zijn. En vooral andere types van fietsen. De gewone fiets, ooit de keizer van de weg en bijna het handelsmerk van het China van Mao, heeft zijn dominante positie verloren. De Chinezen zijn overgeschakeld op auto’s en vooral op gemotoriseerde tweewielers: scooters, brommers en ook elektrische fietsen. Ze bestaan nog wel, de oude <em>fietsen-triporteurs </em>met laadbak, maar ze spelen nog slechts een marginale rol. In 1970 was het nochtans een van de markantste beelden: honderden boeren die zich, vooral ’s ochtends, de ziel uit het lijf trapten om met die voertuigen onwaarschijnlijk hoog en breed gestapelde vrachten groenten vanuit de communes naar de stad te brengen. Er zijn nog altijd veel triporteurs maar nu met motoraandrijving. We bezochten in de buurt van Luoyang (Henan) een filiaal van de Chongqing Jianshe Motorcycle Company Ltd waar ze er meer dan 1 miljoen exemplaren  per jaar kunnen van assembleren.</p><p>De gewone fietsen hebben ook heel vaak ondersteuning van een elektrische motor. Ondermeer in Beijing en Hangzhou zijn alleen nog elektrisch aangedreven motorrijwielen toegelaten. Brommen is daar dus verboden voor brommers. Qua lawaaihinder scheelt dat meer dan een slok op een borrel. Ook viel mij op, hoe zelfs op het platteland, de brandstofmotoren vaak veel stiller zijn dan bij ons, zowel bij wagens als moto’s. Ook de buitenlandse Yamaha’s laten de optrekgeluiden en uitlaatknallen achterwege waarmee motards bij ons de weekendrust op de Ardeense paden verstoren.</p><p>Mobiliteitsgewijs is er tegelijk een retrobeweging. In Hangzhou zagen we <em>The</em> <em>return of the bike</em>, maar dan wel in het kader van een publiek huurfietsennetwerk. Het systeem dat wij, sinds een jaar, op beperkte schaal in Brussel kennen met de gele stadsfietsen van <em>Villonet</em> heeft in Hangzhou al veel langer een heel grote broer rijden. Zowat om de een à twee kilometer zijn er staanplaatsen waar identieke oranje fietsen met een slot aan een paal zijn vastgemaakt. Met een elektronische fietsenpas (kostprijs 24 euro, als waarborg voor de fiets) kan je een fiets losmaken en er een uur gratis mee rijden. Na afloop kan je hem aan gelijk welke andere stalplaats deponeren en vastmaken. Wil je langer rijden dan vermindert het saldo op je kaart met een verwaarloosbaar klein bedrag per uur. Met wat volkse plantrekkerij kan je, als je eerste uur om is, je fiets ook gewoon parkeren aan een stalplaats, met je pasje een andere losmaken en je tocht gratis verder zetten. De oranje stadsfietsen, met een boodschappenmandje aan het stuur, zijn zeer populair, vooral bij studenten, winkelende huisvrouwen en gepensioneerden. De autofiles genereren nieuwe adepten en zo lossen die opstoppingen zichzelf ook al een beetje op.  Misschien zit er voor Keizer Fiets, ooit nog wel een rehabilitatie aan te komen. Wat kon voor Deng Xiao Ping moet voor hem ook kunnen.</p><p><strong>Reclame maar toch wat anders</strong></p><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Op de zwarte daken van de boerderijen één wemeling van witte citaten van Mao Zedong. In de straten troepen de mensen rond voor muurkranten (dazibao’s) met politieke boodschappen. Muurkranten dienen ook voor mededelingen van micro-economische aard, een soort advertenties met de openingsuren van winkels. Maar publiciteit bestaat in China niet.”</em> (Humo, 1971)</p><p><strong>2010</strong></p><p>Commerciële reclame is nu in heel China gewoon. Ik heb wel de indruk dat ze, zowel in omvang als qua esthetische vereisten, op heel wat plaatsen beter in toom gehouden wordt dan bij ons. Zo is er in Xi’an, onder een van de belangrijkste kruispunten een netwerk van voetgangerstunnels dat toegang geeft tot een groot winkelcentrum (Shopping mall). De reclamepanelen (ongeveer 20 m2) op beide wanden ogen zachter en mooier dan bij ons. Geen kakofonie van schreeuwerige papieren posters, in sterk verschillende stijlen. Wel grote stickers – of zijn het elektronische beelden?  &#8211; die allen een beetje in een zachte stijl gemaakt zijn en omlijst door identieke kaders .</p><p>Waar ik geen goed woord voor over heb is de te overvloedige reclame op de meeste televisiezenders. Als daar dan ook nog heel wat spots tussen zitten voor geneesmiddelen, die alleen tot overmatig of ondeskundig gebruik aanleiding geven, dan is er voor mij helemaal een grens overschreden.</p><p>Vanuit Xi’an maakten we een lange busreis naar de bergstreek van het kanton Zhouzhi. Om een einde te maken aan decennia van wilde houtkap en jacht op met uitsterven bedreigde dieren (ondermeer panda’s) helpt het WWF<strong><em> </em></strong>(World Wildlife Fund) de boeren in deze streek zich te om te scholen. Het hele gebied is gereorganiseerd als een beschermd natuurpark. Boerenerven zijn omgeturnd tot pensions waar binnenlandse toeristen op weekend of vakantie komen. Het inkomen van een familie die we bezochten was er mee vervijfvoudigd naar 10.000 yuan (1200 euro) per jaar. Het dorp zelf wordt omgebouwd tot een klein toeristisch centrum met een hotelletje annex feestzaal, ruime parkeerplaatsen en verschillende pensions. Op de weg naar Zhouzhi zien, we net als op andere trajecten, heel wat gevels van boerenhuizen en stallen die voor de helft of volledig beschilderd zijn met witte karakters op blauwe achtergrond. Meestal gaat het om gevelgrote reclame van… China Mobile, de grootste gsm-operator. In het begin deed het me pijn aan het hart. Vroeger stonden daar vaak behartenswaardige citaten van Mao Zedong. Oproepen als ‘Durf te strijden, durf te overwinnen’, ‘Dien het Volk’ of ‘Leren van de internationalistische geest van dokter Norman Bethune’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn14">[14]</a> Waar vroeger de grote karakters van die slogans ondertekend waren met de drie bekende tekens van Mao’s naam stond er nu dus een&#8230;  commerciële signatuur. Dat China Mobile nog een zuiver overheidsbedrijf is zorgde voor wat balsem op de wonde.</p><p>Ik mag het nu ook niet zo voorstellen alsof de politieke boodschappen totaal zouden verdwenen zijn uit het straatbeeld. Ze zijn er nog wel degelijk, onder de vorm van spandoeken of opschriften op muren of op borden voor aankondigingen. Het gaat dan ondermeer om oproepen mee te werken aan ‘een matig welvarende, moderne en harmonische socialistische maatschappij’. Welke andere thema’s en campagnes er aan bod komen kan je zien op internetsites die foto’s van politieke posters en spandoeken uit het hele land publiceren met, gelukkig maar, vertaling van de Chinese teksten.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn15">[15]</a></p><p><strong>Exit voor Mao-standbeelden</strong></p><p>Nu we het toch hadden over Mao in het straatbeeld: zijn standbeelden, bijna allemaal identieke, die ik in 1970 in bijna elke volkscommune en stad zag zijn in de loop der jaren op discrete wijze zowat overal verwijderd. Anno 2010 is er maar een standbeeld dat, qua frequentie van voorkomen, een beetje kan wedijveren met de Mao’s van 1970. Dat zijn de beeldhouwwerken die de <em>een-kind-politiek</em> propageren: een vader, meestal met de filmcamera om de schouder, en een moeder samen met hun enig kind (vaak een meisje) samen gelukkig op uitstap.</p><p>Alleen in Beijing zag ik, langsheen ringweg nr. 4, nog een momumentaal exemplaar van voorzitter Mao vóór een officieel gebouw. De sculpturale demaoïsering is in mijn ogen een goede zaak. Personencultus, met de erbij horende overdrijvingen, heeft zeker op termijn nooit veel stevigs opgeleverd voor een socialistisch regime. Het gaat erom de waardevolle ideeën in de geesten te verankeren en de mensen dag na dag met nieuwe daden en feiten van hun politieke waarde te overtuigen. Zo blijven ze overeind of zijn ze het vertrekpunt van nuttige en nodige aanpassingen. Dat is wat de Chinese CP in 1980 deed met de redactie van een uitvoerig document over haar geschiedenis tot dan toe.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn16">[16]</a> Het document is opgesteld onder leiding van Deng Xiao Ping. Het kritiseert de ernstige vergissingen die er, vooral in de Culturele Revolutie, door Mao gemaakt zijn. Maar tegelijk herhaalt het uitvoerig zijn beslissende rol in de Chinese revolutie die het huidige nieuwe China heeft mogelijk gemaakt. Daarvoor wordt verwezen naar maar liefst veertig teksten van Mao. Het document vermeldt expliciet de ideeën en principes die daarin staan en waaraan, ook na revaluatie, een blijvende waarde wordt toegekend. Door zijn biografieën weten we inmiddels beter wat Deng Xiao Ping zelf in de Culturele Revolutie heeft doorstaan. Hij werd uit al zijn leidende functies verwijderd en diende in een herstelplaats voor tractoren in de provincie Jiangxi handenarbeid te verrichten als mecanicien. Een job die hij als jonge arbeidermigrant nog had uitgeoefend in de Renault-fabriek in Billancourt in Parijs. Bovendien diende hij de zorg op zich te nemen van zijn zwaar gehandicapte zoon. Die was door extremistische Rode Wachters tijdens de Culturele Revolutie uit een venster naar beneden gegooid en zit sindsdien, verlamd, in een rolstoel. Om dan, zoals Deng, een paar jaar later bekwaam te zijn een genuanceerde en uitgebalanceerde balans te maken die, met objectieve argumenten, besluit dat de verdiensten van Mao ruim overwegen: chapeau! Die balans wordt blijkbaar door heel wat Chinezen bijgetreden. Dat de foto van Mao nog altijd aan de Poort van de Hemelse Vrede hangt, boven de tribunes op het Tien Anmenplein, lijkt niet gecontesteerd te worden.</p><p>Terwijl we in China verbleven zapte ik op de hotelkamers regelmatig naar alle beschikbare televisiekanalen om een idee te krijgen van hun aanbod. Ik had de indruk dat er onder de elf of meer zenders van CCTV (Central Chinese TV) een is, namelijk CCTV3, die heel wat programma’s aanbood met een socialistische politieke en ideologische inhoud. Zo liep er in die periode op CCTV3 elke dag een feuilleton met een gedramatiseerde versie van Mao’s leven in het begin van de jaren dertig. Mao leidde toen de guerrillastrijd op het platteland in het zuiden van China. In een van de afleveringen kon je zien hoe de hoogzwangere vrouw van Mao die apart met een kolonne op mars was, in zijn afwezigheid, weeën kreeg. En dat uitgerekend terwijl de regen met bakken uit de hemel viel. De scène waarin ze bevalt onder een tiental traditionele paraplu’s van gelakt papier die haar beschermen tegen de stortregen, had filmisch wel wat.</p><p><strong><em>‘Pure times’-</em>notebook<em> </em></strong></p><p>In heel wat huizen van plattelandsbewoners zagen we in de living nog een poster van Mao hangen. Verschillende Chinezen gaven ons daar volgende verklaring voor: ‘Ondanks het feit dat de materiële situatie er voor de meeste mensen op vooruit ging, uiten ze zo hun nostalgie naar de grotere eerlijkheid en gelijkheid van die tijd.’ Die Mao-nostalgie wordt zelfs commercieel en toeristisch uitgebaat. Zowel in Shangai, Beijing als Hangzhou zagen we winkels gespecialiseerd in gadgets uit de Mao-tijd: theetassen in email met revolutionaire tekeningen en slogans, ook uit de tijd van Deng zoals &#8216;Studeer hard om… meer te verdienen&#8217;. Zelfs tassen  met de klassieke beeltenis van Mao en Lin Biao kunnen. Overigens is deze laatste, ondanks zijn mislukte staatsgreep van 1971, recent officieel opgenomen in de lijst van de x belangrijkste militaire chefs uit de geschiedenis van het nieuwe China. Er is zelfs een uitgeverij met de fantasierijke naam <a target="_blank" href="http://www.pure-time.com/">www.pure-times.com</a>. Speculerend op het heimwee naar ‘de zuivere tijden’ verkoopt ze <em>Puretimes notebooks. </em>Schriftjes met een kaft waarop een kleurige jaren-60-poster met een revolutionaire boerin aan het stuur van een tractor of een alerte soldaten in schietpositie. De boekjes, voor de rest gevuld met lege bladen, kosten wel 20 yuan (2,5 euro) het stuk. In 1970 kocht ik voor een paar centen schriften waarin minstens 10 à 20 van die gekleurde tekeningen stonden.</p><p>Als ik kunstenares Lieve Dejonghe naar de mening van de Chinezen over het Mao-tijdperk vraag, antwoordt ze: “In de twee jaren dat wij in Shenyang woonden ( 2006-08) ondervond ik bewondering voor Mao en hoorde ik weinig over blijvende trauma’s. Er leeft een vrij algemeen gevoel dat Deng zonder Mao niet had kunnen verwezenlijken wat nu bereikt is.” Een Chinese specialist moleculaire biologie van 79 jaar die ik ontmoette beaamde dit: “De meeste mensen denken er zo over. Er zijn door Mao ernstige fouten gemaakt, vooral in de economie. Ook het ontwrichten en stil leggen van het onderwijs in de Culturele Revolutie was een zware vergissing. Maar toch is wat overweegt zijn beslissende bijdrage aan het tot stand komen van het nieuwe China. Deng Xiao Ping heeft in zijn jeugd in Frankrijk gestudeerd. Daardoor had hij een meer open geest. Hij was ook heel intelligent en had een goede kennis van militaire zaken.” De gewezen bioloog, die me dit toevertrouwt, was een van de eerste Chinezen die in de jaren 80 in de VS ging studeren. Na het overlijden van zijn vrouw hertrouwde hij daar met een Amerikaanse professor Chinese taal en letterkunde. Sindsdien woont hij in California maar ze hebben ook nog een huis in Hangzhou. De man is altijd lid geweest van de Chinese CP tot hij vergat om vanuit de VS tijdig de hernieuwing van zijn lidmaatschap te regelen. Ook hij maakt globaal een positieve balans: “Ik kan de vooruitgang inschatten. In de jaren 50 en 60 heb ik maandenlang met medische studenten op het platteland in de bergen gewerkt en bij de boeren gewoond. Het platteland was toen heel arm. We aten allemaal hetzelfde. We deelden een ei met vijf personen. Dat was hun dagelijkse dosis proteïnen. Nu zijn er velen die tien of honderd maal meer hebben. De situatie is sterk verbeterd. Het westen heeft vaak een fout beeld van de Chinezen en van de CP. Binnen in de Chinese CP gaat het er eigenlijk erg democratisch aan toe. Kritiek was daar altijd heel courant. Je kon kritiseren wie en wat je wilde, je mocht het alleen niet publiceren.”</p><p>Hoewel, ook op dat laatste punt lijkt er gelukkig een en ander te veranderen. Voor we een lange nachtreis met de trein aanvangen koopt onze jonge begeleidster Xu Shiyuan (26) een dikke weekendkrant in het Chinees. Ik zie iets wat lijkt op een Opiniepagina met cartoons en brieven. Ik vraag haar te vertalen wat ze aan het lezen is. Het gaat over een thema dat haar duidelijk bezighoudt: klachten van jonge afgestudeerden die, ondanks hun universitair diploma, geen job op hun niveau vinden. Ze moeten vaak eender wat aannemen of een zaakje opzetten om in hun onderhoud te voorzien. Men heeft ze al een bijnaam gegeven &#8211; ‘het mierenvolkje’ (<em>aunt-people</em> in het Engels) – en ze laten van zich horen. Xu is een van de twee jobstudentinnen die we in dienst namen om ons gedurende de hele reis te begeleiden. Voor onze vrij grote groep van 28 reizigers was het wel nuttig om, naast de plaatselijke toeristische gids, bijkomend op hen beroep te kunnen doen. Voor vertaling en praktische problemen maar ook voor inlichtingen en discussies. Ondermeer over het onderwerp van onze reis, het platteland. Als laatstejaars van de Faculteit Landbouwwetenschappen en Plattelandsmanagement konden we daarover van hen wel een en ander leren.</p><p><strong>Manifeste zwarte vlekken</strong></p><p>Mijn voornaamste en eerste indruk, 31 jaar na mijn laatste bezoek, was er een van indrukwekkende vooruitgang. Maar de sinds dertig jaar gevolgde nieuwe koers laat, ondanks voortdurende bijsturingen, nog altijd manifeste zwarte vlekken na. Tijd dus om te melden wat we daar van konden zien of opvangen en hierboven nog niet aanstipten.</p><p>Bij al die negatieve punten lijkt het me wel van belang om steeds de omvang van het land en zijn bevolking voor ogen te houden. Vooral dan het verschil in schaal vergeleken met onze West-Europese landen. De oppervlakte van China is 300 maal groter dan die van België en ze zijn met 130 keer meer mensen. De kans dat er zich rampen, schandalen, mislukkingen kunnen voordoen is daardoor alleen al 100 maal groter. En omgekeerd, als we de negatieve zaken die ons uit China gesignaleerd worden een beetje tot Belgische proporties willen herleiden mogen we misschien delen door een gelijkaardige factor 100. Concreet: indien er ons vanuit China om de week bericht wordt over een financieel schandaal of een monsterfile weegt dat nog altijd maar even zwaar als wanneer we dat in ons land om de 1 à 2 jaar zouden voorhebben –een ‘norm’ die we overigens wel lijken te halen. Politiek gezien is deze redenering wat krom – van een socialistische maatschappij mag je verwachten dat ze beter en correcter presteert – maar louter statistisch mag je dat toch voor ogen houden.</p><p>Daarnaast kan je er niet buiten: in onze pers is er een wanverhouding tussen de berichtgeving over de positieve en de negatieve fenomenen in China. Er deden en doen zich in China ernstige schandalen voor zoals de vergiftiging van melkproducten, de corruptie bij de bouw van scholen met minderwaardige materialen in streken die gevoelig zijn voor aardbevingen enz. Er is de stuitende commercialisering van de geneeskunde die op heel wat plaatsen om zich heen greep. Dat alles wordt, terecht, uitvoerig bij ons verslagen, net als de grote natuurrampen in het land. Maar de indrukwekkende prestaties die China dag aan dag levert op economisch, technologisch, sociaal en ecologisch vlak komen in verhouding veel minder aan bod. Of ze worden niet eens als positief beschreven maar veeleer als een bedreiging voor onze economie en welvaart. Bovendien worden de negatieve zaken vaak nog eens uitvergroot. Zo is er hier veel te doen geweest over de strapatsen van een omhoog gevallen Chinese rijkaard. De man had zich Hollywoodiaanse allures aangemeten en het kasteel van Versailles op zijn domein laten nabouwen. Ik kreeg een kettingmail dat dit toch het bewijs was dat het socialisme in China nu wel finaal om zeep was. Ik heb de zaak nooit onderzocht. Maar het is best denkbaar dat dit, gezien in het geheel van wat in China gebeurt, niet meer dan een bizar epifenomeen is. Zo het al niet een commercieel initiatief is om toeristen te lokken.</p><p>Inzake vervormde en onevenwichtige, informatie over China zijn wij bij de vrt wel extra bedeeld. De reportages van haar China-correspondent Tom Vandeweghe zijn, ook vanuit louter journalistiek oogpunt, regelmatig irritant tendentieus. Gelukkig was er ooit de reeks ‘Terug naar China’ van de Nederlands-Chinese schrijfster Lulu Wang. Maar als kijker van het vrt-journaal kan je met de berichten van Vandeweghe er onmogelijk hoogte van krijgen dat de reusachtige vooruitgang het hoofdgegeven is in China. En dat er vele positieve zaken gebeuren die door de bevolking gewaardeerd worden. Hoe dan ook, zelfs al las ik soms wat anders, ik haalde mijn dagelijkse portie Chinanieuws overwegend uit de dominante media. Kwam daarbij dat, binnen de internationale communistische beweging, niet onbelangrijke maoïstische organisaties al decennia formeel stellen, of stelden, dat het kapitalisme in China hersteld is. Het gevolg was dat ook ik pessimistisch geworden was over de politieke en economische gang van zaken in het land van wijlen Mao Zedong. Wellicht daarom ben ik nu des te aangenamer verrast dat we, tijdens onze drie weken durende <em>bain de foule</em> in China, nog behoorlijk wat dingen konden ontdekken waar ik mij als linkse militant in kan vinden. Daarover meer op het einde. Eerst nog wat aandacht voor de reële schaduwzijden van de sinds 1978 ingeslagen koers. Met de vraag of er iets aan gedaan wordt en wat.</p><p><strong>‘Problems, problems’ everywhere</strong></p><p>Ik had het al over professor Du Yingtang die zijn inleidende uiteenzetting over de situatie van het platteland voor de helft vulde met een opsomming van ‘problems’ en nog eens ‘problems’. Vanuit zijn vakgebied had hij het dan vooral over de gecompliceerde en vaak ondoorzichtige eigendomsstructuren met betrekking tot de grond. In China is sinds de revolutie van 1949 alle grond gemeenschapsbezit. Bij de landhervorming werd de grond wel verdeeld onder de boeren, maar dat sloeg enkel op het vruchtgebruik niet op de eigendom. De gemeenschappelijke landeigendom kan twee vormen aannemen, eigendom van de staat of eigendom van collectieven (gemeenten, coöperaties). Na de ontbinding van de communes in 1978 verwierf elke boer terug het vruchtgebruik van een stukje grond dat voor iedere persoon gelijk is. Meestal gaat het om kleine lapjes van een of enkele mou (1 mou = 1/15<sup>de</sup> ha). De boer heeft een contract dat hij voor dat stukje een gebruiksrecht heeft voor een periode van 30 jaar (inmiddels verlengd tot 50 jaar). Maar ze kunnen met de collectiviteit overeenkomen dat ze het gebruiksrecht voor zo lang afstaan voor een industriezone, de bouw van een hotel of een andere bestemming. De boerenfamilie wordt dan vergoed voor de verkoop van haar vruchtgebruik. Het kan de boeren ook jobs opleveren of een aandeel in de huur die het bedrijf betaalt of in de winst van de onderneming. De dorpsraad kan meerderheid tegen minderheid beslissen of ze op aanbiedingen van bedrijven ingaan. Soms verliest de boer in de loop van die operaties zijn contract of houdt de gemeente het dubbel achter of grijpen er andere frauduleuze machinaties plaats. De dorpspolitiek draait tegenwoordig dan ook dikwijls rond deze kwesties van bezit en gebruiksrecht van de grond. Grond van de collectiviteiten kan alleen gekocht en dus blijvend verworven worden door de regering, door de hogere overheden. Zij hebben het recht om grond voor te bestemmen voor ontwikkelingsplannen. Soms kopen ze aan lage prijzen om daarna door te verkopen aan projectontwikkelaars aan veel hogere prijzen. Dat leidt tot ontevredenheid en betwistingen.</p><p>Desondanks zou het globale landbouwplaatje er niet zo slecht uitzien. Tijdens ons bezoek zijn we veel geconfronteerd geweest met landbouwgronden die een andere bestemming hadden gekregen: voor de oprichting van bedrijven of voor de bouw van grotere huizen voor de boeren. Vandaar onze vraag of daardoor niet de zelfvoorziening in voedsel in het gedrang komt. Naar het schijnt houdt de overheid goed in de gaten dat er voldoende landbouwgrond overblijft. Daarnaast is er de verhoging van de productiviteit. Onlangs citeerde de vice-minister van Landbouw hierover cijfers: “In 2008 kwam onze totale graanproductie (tarwe, rijst, maïs en sojabonen, km) uit op 528.5 miljoen ton, met een gemiddelde opbrengst van 4950 kg per hectare, een dubbel historisch record. China voedt 21% van de wereldbevolking met 9% van de wereldlandbouwoppervlakten.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn17">[17]</a></p><p><strong>Toenemende sociale ongelijkheid.</strong></p><p>Hét negatieve fenomeen is de toenemende sociale ongelijkheid. Zowel binnen als buiten de communistische partij staat het centraal in de discussies en de bekommernissen. Het ‘marktsocialisme met Chinese karakteristieken’ impliceert dat ‘sommigen sneller welvarend worden dan anderen’. Globaal bewijst het economisch en sociaal zijn efficiëntie in de huidige situatie van China. Maar het produceert ook ongelijkheden die te groot zijn voor een regime dat zich beroept op het socialisme. De verhouding tussen het inkomen van de boeren en stedelingen verslechterde continu van 1985 tot 2003 en is sindsdien nauwelijks verbeterd.. (5000 yuan per hoofd en per jaar op het platteland tegen 15000 yuan in de steden).</p><p>Er groeit een te grote kloof tussen de arbeiders en bedienden en de laag nieuwe rijken. De Gini-coëfficiënt, die een algemene maat voor de ongelijkheid van inkomens weergeeft, is nu al hoger dan die van de Verneigde Staten. Een menselijk verhaaltje illustreert wat dat in de praktijk kan betekenen. We ontmoetten een jonge vrouw die na haar universitaire studies helemaal van uit het noordelijke Shenyang in de buurt van Hangzhou was komen wonen omdat daar werk te vinden is. Ze huurde een piepkleine kamer om zo veel mogelijk te kunnen sparen en zo haar neef en nicht te laten studeren. Ondertussen knoopte ze een relatie aan met jongen uit een nog zeer arm plattelandsgezin. Die wil dat ze elke yuan uitspaart om ook nog zoveel mogelijk aan zijn ouders te kunnen geven. Tegelijk wil zij af en toe nog iets voor zichzelf kunnen kopen. Daarom vroeg ze onlangs aan haar baas om te mogen beschikken over een hoekje in het bedrijf om daar te slapen en te eten. Achter de economische boom die je op de straten ziet, schuilt er vaak nog een verborgen zijde. Bij het buitenkomen uit huis wekken vele gewone mensen de indruk dat ze het bijna even goed hebben als wij in het Westen (kleding, gsm, ontspanning, voeding). Maar achter de schermen thuis is het afzien om de touwtjes aan elkaar te knopen.</p><p>We legden het probleem van de ongelijkheid ook voor aan de dorpsverantwoordelijken van een agrarisch dorp in het kanton Yuyao (onder Hangzhou) waar ze fors aan het industrialiseren zijn. Ondermeer met een bedrijf waar ze zowat alles verpakken wat wij als cosmetica- en schoonmaakproducten in het Kruidvat en gelijkaardige ketens over de hele wereld kopen. Die verantwoordelijken zagen er eenvoudig uit, zeg maar ‘proletarisch’. Tegelijk waren ze goed op de hoogte en gemotiveerd. Op de binnenkoer van het gemeentehuis hingen de foto’s en functies van de verantwoordelijken van de partij uit. Verder ook doelstellingen over de ontwikkeling van het dorp, allemaal nog een beetje in de traditionele socialistische stijl van vroeger. We vroegen aan de ‘schepen’ van industriële ontwikkeling eerst of hij nog een vast salaris had en of hij dan niet jaloers was van de buiten- en binnenlandse investeerders die hier nu ongetwijfeld een pak meer verdienen dan hem. Goedlachs repliceerde hij: “Ja ik heb een vast salaris. Maar daarom hoef ik niet jaloers te zijn. Als de bedrijven hier meer winst maken dan betalen ze daar meer belastingen op en dat komt ten goede aan de locale bevolking. Tot 1979 hadden wij hier enkel landbouw. Daarna zijn we de oprichting van lokale bedrijven gaan ondersteunen. Dat heeft vele boeren een job in de fabrieken opgeleverd en een flink hoger inkomen.”</p><h3>De kloof tussen Oosten en Westen</h3><p>Spontaan voegde hij er aan toe: “De voornaamste kloof tussen rijk en arm die ons en de regering het meeste bezig houdt is die tussen het Oosten en het Westen van het land. Het Oosten is nu al goed ontwikkeld, er zijn veel fabrieken, de mensen zijn er rijker geworden. Maar in het Westen en het centrum van het land staan ze bijlange zo ver nog niet. Vandaar komen ook de migrantenarbeiders. In eerste instantie moeten we die kloof dichten.”</p><p>En er worden inspanningen daartoe ondernomen. Een frappant voorbeeld daarvan is de aanpak van de achterstand in Chongqing. Deze megapolis vormt met haar 32 miljoen inwoners de grootse stad van de Volksrepbliek. Vroeger maakte ze deel uit van Sichuan. Net als de rest van deze westelijk en centraal gelegen provincie, slaagde Chongqing er nog niet in aansluiting te vinden bij het Chinese ‘economische mirakel’. Om daar een kentering in te forceren heeft Chongqing, net als Beijing, Shanghai en de havenstad Tianjin, het statuut gekregen van autonoom stadsgewest direct afhangend van de centrale regering. In het geval Chongqing laat premier Wen Jibao himself zich in met de supervisie.  Zelf bezocht ik Chongqing niet, maar wel het paviljoen van de stad op de Expo 2010 in Shanghai. Zoals ik al schreef was het voor ons onmogelijk om, zonder 4 uur aan te schuiven, binnen te geraken in het nationale paviljoen van China. Aan de voet ervan lagen de paviljoenen van de Chinese provincies waar je na een kwartiertje aanschuiven wel binnengeraakte. In de stand van Chongqing was mij de uitgesproken socialistische inslag opgevallen van de doelstellingen die de stad zich formuleerde. Een interessant verslag van de linkse Italiaanse professor filosofie Domenico Losurdo over zijn recent bezoek aan Chongqing bevestigde mijn indruk. Losurdo was er op uitnodiging van de Communistische Partij samen met mensen uit linkse Europese partijen zoals <em>Die Linke </em>uit Duitsland. Ik citeer uit zijn verslag: “Chongqing wil het nieuwe Shanghai worden. Maar over de grens van het economisch mirakel streeft de stad een ambitieuzer doel na. Zij wil aan de hele natie ‘een nieuw model’ van ontwikkeling voorstellen door op een betere en meer harmonieuse manier de verhoudingen te regelen binnen de stad zelf, tussen stad en platteland en tussen mens en natuur. Om Chongqing te leiden is beroep gedaan op niemand minder dan Bo Xilai, een voormalige briljante minister van Buitenlandse Handel. Een vertegenwoordiger van de centrale regering in Beijing die zich bij de uitoefening van zijn ambt had onderscheiden en tot in het buitenland prestige had verworven, is dus naar de provincie gestuurd voor een heel andere taak met reusachtige afmetingen. Hij is er met nauwgezetheid en harde hand opgetreden tegen de corruptie. Hij werkte zowel theoretisch als in de praktijk op het terrein een ‘nieuw model’ van besturen uit. Hij heeft er zich toe verbonden om, veel sneller dan tot nu toe het geval is, komaf te maken met ongelijkheden die stuitend geworden zijn en tot een ‘harmonieuze maatschappij’ te komen.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn18">[18]</a></p><p><strong>Foxconn goes West</strong></p><p>Zelfs hardleerse buitenlandse kapitalisten moeten zich aansluiten bij de oriëntatie <em>Go West</em>, help het binnenland en het Westen te ontwikkelen. Het verhaal van het beruchte Foxconn is typerend. Foxconn Technology Group is een Taiwanese mega-onderaannemer voor Apple, HP, Dell, Nokia, Sony Ericcson, Motorola die op het Chinese vasteland maar liefst 800.000 mensen tewerkstelt. De groep was tot nu toe vooral geconcentreerd in Shenzhen in de Parelrivierdelta dicht bij Hongkong.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn19">[19]</a> Onder de 420.000 werknemers die Foxconn daar tewerkstelt was er in 2010 een golf van zelfmoorden. Twaalf van hen sprongen van de gebouwen. Deze schokkende gebeurtenissen kregen wereldwijd en in China zelf een ruime echo.  We spraken daarover met een vakbondsman in een ander groot elektronikabedrijf onder Hangzhou. Het ging om <em>Teinuro-Tianle</em> dat flatscreentelevisies, laptops en Hi-Fi-geluidsboxen produceert. Giganten als Toshiba, LG, Samsung… plakken daar dan achteraf hun logo op <em>and that’s it.</em> Bij Teinuro viel het menselijke ritme in de productie op en de goede sociale voorzieningen (nette refters en ontspanningsruimtes, zalen voor de vakbondswerking). Toen we daar de mening vroegen over de drama’s in Shenzhen kregen we als repliek: ‘Foxconn is een Taiwanese kapitalist die enkel dacht aan winst. Hier denken wij meer aan belangen van de gemeenschap waarin we verankerd zijn.’ De hevige discussie in de media over deze Foxconn-affaire is wel niet zonder resultaat gebleven. Er werd meteen 30% loonsverhoging afgedwongen voor de arbeiders van Shenzhen. ‘Zonder staking’ onderstrepen sommigen. Er is een belofte dat de lonen van vanaf 1 oktober verder zullen opgetrokken worden tot 2000 yuan (240 €), een verdubbeling.</p><p>Inmiddels is Foxconn volop begonnen met  uit te wijken naar de westelijke provincies. Aan de rand van Zhengzhou in het dichtbevolkte Henan bouwt Foxconn een fabriek voor 200.000 arbeiders die vanaf 2011 opstart. Er komen ook vestigingen in Chongqing en Chengdu (Sichuan). Bij die verhuis speelt enig eigenbelang mee. Foxconn probeert zo gedeeltelijk te ontsnappen aan de verbeterde lonen en arbeidsomstandigheden aan de Oostkust. Tegelijk gaat het concern in op de vraag van de regering om het binnenland bij de vooruitgang te betrekken. Bedrijf en regering hebben ook een gemeenschappelijk belang bij de oplossing van de problemen die nu gepaard gaan met de massale migratie naar het Oosten. De jonge (kandidaat-)migrantenarbeiders zijn ondertussen meer gevormd en hebben hogere eisen. Het wordt moeilijker om arbeidskrachten te doen migreren. Dat alles zet de fabrieken aan zelf naar het Westen te migreren. Ze hopen daar een stabiel en overvloedig reservoir aan personeel aan te treffen dat bovendien dichter bij huis kan werken.</p><p>De uitbuiting van arbeiders, en dan vooral migrantenarbeiders, in de fabrieken van buitenlandse en Chinese kapitalisten is en blijft een feit. Maar men zit niet bij de pakken. De Chinese vakbond heeft een vakbondsvertegenwoordiging afgedwongen bij alle vestigingen van Wal-Mart in China. Dat is niet niks. De Amerikaanse grootwarenhuisketen Wal-Mart is de nummer een in de wereld en berucht om zijn antisyndicale opstelling. Nergens laat het vakbonden toe, zelfs niet in de VS. In China moesten ze wel door de knieën gaan en de regering heeft zich daar niet droevig om getoond. De vreselijke ongevallen in onveilige kolenmijnen hebben China de laatste jaren vaak op negatieve wijze in het nieuws gebracht. Maar er wordt opgetreden. Kleinere, meestal privé-mijnen worden met duizenden gesloten en de productie geconcentreerd in grotere, veilige ondernemingen, waardoor het aantal slachtoffers van jaar tot jaar daalt.</p><h3>Gezondheidszorg niet om mee te pochen</h3><p><strong>1970</strong></p><p><em>“Wij krijgen uitleg over de dokters op blote voeten. Voor de Culturele Revolutie verloor men het platteland uit het oog. Er was bitter weinig medische hulp. Dat is nu gecorrigeerd. In de fabrieken en landbouwcommunes hebben de massa’s </em>(de terminologie van toen!, km) <em>kameraden aangeduid om arbeider-dokter te worden. Die mensen hebben dan gedurende zes maanden een intensieve cursus in algemene geneeskunde gevolgd. Ze hebben stages gedaan in de hospitalen. Nu kunnen ze de meest voorkomende kwalen helen. Ze blijven in contact met hun professoren en bekwamen zich verder terwijl zij ook aan de productie blijven deelnemen.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p>Vermelden dat de gezondheidszorgen toen in China gratis waren was overbodig. Dat was in die tijd algemene regel in alle socialistische landen.</p><p><strong>2010</strong></p><p>Zeer toegankelijke (bijna) gratis gezondheidszorg van hoge kwaliteit is tot op vandaag voor mij een belangrijk streefdoel. Het gaat letterlijk om een vitaal mensenrecht. In mijn ogen is het ook altijd een handelsmerk en een van de meest wervende realisaties geweest van elk echt socialistisch regime. Daarom dat ik zelf, eens ik marxist geworden was, vond dat we dat principe met Geneeskunde voor het Volk ook in België in de praktijk moesten zetten. Iets wat we met behoorlijk succes hebben gedaan. Het concept van de <em>blote-voeten-dokters</em> ben ik altijd interessant blijven vinden, zeker voor landen van de Derde Wereld. Natuurlijk viel er heel wat aan te merken op het lage niveau van de zorgen en een rits andere gebreken. Maar het systeem heeft tijdelijk gezorgd voor een minimale dekking van elementaire zorgbehoeften en vooral voor het propageren van preventieve hygiënische maatregelen. Overigens wordt het systeem van de blotevoetendokters ook nu nog door de Wereldgezondheidsorganisatie aangeprezen als een belangrijk model om de medische situatie in ontwikkelingslanden te verbeteren.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn20">[20]</a></p><p>Vanuit deze achtergrond zal je begrijpen dat de globale evolutie in de gezondheidszorg in China in de laatste drie decennia bij mij pijnlijk aankomt. Met de ontbinding van de communes in 1978 verdween op het platteland toen ook de algemene bescherming op medisch vlak waarvan de boeren genoten. Hoe basaal ze ook was, het wegvallen ervan betekende een achteruitgang voor miljoenen zieke mensen. Voortaan moesten die zich individueel proberen redden met betalende geneeskundige zorgen, die lang niet voor iedereen toegankelijk waren. Ook in de steden deden commercialisering en privatisering hun intrede in de medische sector. De vaak schrijnende gevolgen daarvan halen ruim de wereldpers. Mijn collega dokter Harrie Dewitte van Geneeskunde voor het Volk uit Genk maakte dit jaar een studiereis in China. Als academisch consulent van departement huisartsgeneeskunde van de KUL onderzocht hij, samen met een aantal collega’s, de situatie van vooral de eerstelijnsgezondheidszorg in China.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn21">[21]</a> Hij deed drie voorname vaststellingen:<br /> Een. De ontwikkeling van een performante eerstelijnsgezondheidszorg staat nog in de kinderschoenen. Op het platteland heb je de laatste jaren centra met ‘huisartsen’ wiens opleiding het niveau haalt van een verplegersopleiding. Voor alle iets of wat ernstiger aandoeningen worden de patiënten naar ziekenhuizen verwezen waar en de onderzoeken en de geneesmiddelen voor de patiënt duurder zijn. De regering heeft recent beslist dat ze op korte tijd 300.000 bijkomende “huisartsen” wil opleiden voor het platteland. In België hebben we grof geschat één voltijdse huisarts op 1.000 patiënten. Indien ze er China evenveel zouden willen hebben als bij ons, dan hebben ze er 1,3 miljoen nodig. Er is dus heel wat werk aan de ‘opleidingswinkel’.</p><p>Twee. Het geneesmiddelenbeleid is vrij desastreus. Onder impuls van de farmaceutische industrie is er een mythische cultus van het geneesmiddel. Om nog meer indruk te maken wordt de medicatie vaak nodeloos toegediend per infuus (baxter). Het feit dat voorlopig zowel de specialisten als de huisartsen een deel van hun inkomen halen uit de verkoop van geneesmiddelen (zij ontvangen 30% van de kostprijs) zet aan tot de toediening van duurdere medicamenten, ondermeer antibiotica die normaal dienen voorbehouden te worden voor welbepaalde ernstiger infecties.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn22">[22]</a></p><p>Drie. De eigen bijdrage van de patiënt is hoog en vormt een echte hinderpaal. In de huisartsenposten gaat het nog een beetje. De kostprijs van een rudimentaire raadpleging (veel lichamelijk onderzoek is er meestal niet bij) plus medicatie bedraagt er 1,5 à 3 euro of wat meer. Daarvan wordt, op het platteland, 30% terugbetaald door een ziekteverzekering die in het begin van dit millennium werd ingevoerd: het Nieuw Coöperatief  Medisch Systeem (NCMS). Dat wordt voor een deel gefinancierd door een kleine eigen sociale bijdrage van de patiënt en voor een ander deel door overheidssubsidies. De terugbetaling bij raadpleging of opname in een ziekenhuis bedraagt ongeveer hetzelfde percentage of nog minder. Dat betekent een zware financiële opdoffer, ook al omdat men voor alles wat een beetje ernstig is naar het hospitaal gaat of verwezen wordt en de kosten er een flink pak hoger liggen.</p><p>In 2006 werden de effecten van dit Nieuw Coöperatief  Medisch Systeem geëvalueerd door een universitair onderzoek in de provincies Shandong en Ningxia. Daarbij werkte de Universiteit van Shandong (China) samen met universiteiten en instituten van Stockholm (Zweden) en Liverpool (VK). Hun enquête legde bloot hoe ontoereikend de NCMS tot dan toe was. Voor de ‘out-patient-service’, zeg maar de ambulante raadplegingen bij ziekenhuizen en huisarts kwamen ze aan een terugbetaling van slechts 5,5% in Shandong (13.5 Yuan op 243.7 Yuan) en in Ningxia van slechts 2,2%. De grote kosten situeren zich echter in de ‘in-patient-service’ bij de ziekenhuisopnames. De enquête toonde dat een opname het gezin gemiddeld 3349 Yuan kostte, of 87 % van het netto-inkomen van de familie in die periode. Gemiddeld werd slechts 14, 4% van deze medische kosten bij ziekenhuisopname terugbetaald door NMCS (479.7 Yuan).<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn23">[23]</a></p><p>De situatie was dus in 2006, op het vlak van universele en toegankelijke gezondheidszorg, ronduit slecht. Ondermeer dit rapport toonde dat aan. Het feit zelf dat het gemaakt en gepubliceerd werd toont dat de overheid lijkt te beseffen dat dit een smet is op het blazoen van de hervormingen. Een smet die dringend moest weg gewerkt worden. Bijna een beetje zoals bij Obama in de VS staat de gezondheidszorg nu ook in China hoog op de officiële agenda.  Bij twee bezoeken aan een plattelandshuisartsenpost konden we, alvast in een ervan zien, dat daar vooruitgang werd geboekt. Maar zoals collega Harrie Dewitte schrijft is er nog een heel eind te gaan. Om de soms stuitende misstanden in deze bij uitstek menselijke sector weg te werken zal er meer dan een drastische saneringsoperatie nodig zijn.</p><p><strong>Cultuur en commercie</strong></p><p><strong>1970</strong></p><p><em>‘We gaan naar de opera van Peking. Uit reiszakken en koffers worden gekreukte dassen opgediept, die we nogal onhandig rond onze halzen knopen. Een achtenswaardig maar overbodig initiatief: nadat we voor een ingangskaart 40 fen ofte 8 frank hebben neergeteld, komen we in een dichte menigte werkpakken terecht. Hier en daar zit er toch een burger in smetteloos wit pak, of een burgeres in satijn, die zich evengoed zitten te verkneukelen in het vooruitzicht van de verschrikkelijke pakken ram­mel die de Chinese bourgeois straks gaan krijgen. Want op het programma staat ‘Het meisje met de witte haren’, en dat is geen klein bier. In een &#8216;orgie van lichteffecten, met af en toe een donderslag en een bliksemschicht om te onderstrepen dat hier het buskruit werd uitgevonden, maken wij  het wedervaren mee van de dochter van een arme boer, die door haar vader aan de grondbezitter wordt verkocht, of liever afgestaan ter delging van zijn schulden. Vóór de bevrijding van China was dat een plaatselijke geplogenheid. De arme boeren, drie­kwart van de bevolking, kregen van de landlords lapjes grond te bewerken tegen betaling van zo&#8217;n hoge pacht, dat in minder goede jaren de hele oogst niet volstond om hem te vereffenen. Een welgescha­pen dochter diende dan vaak als pasmunt. De dochter in kwestie, die nog steeds beschikt over een weelderige ravenzwarte haartooi, wordt dus dienstmaagd, en de zoon des heren, een jongeling die zijn dagen slijt in ijdel vertier, laat zijn welgeval­lige blik op haar rusten. Wat haar mishaagt, aange­zien zij verloofd is met een flinke boerenjongen, lid bovendien van de communistische partij. Het wufte zoontje klaagt zijn nood bij mevrouw zijn moeder, die weet hoe het hoort: ‘Als ze niet wil dan verkracht je ze maar.’ </em></p><p><em>Slaagt dit opzet? Neen, driewerf neen! De wufte knaap krijgt een pak slaag en het meisje vlucht de bergen in. Zweefsprongen, tijgersprongen, acrobatisch ballet. ‘In de bergen wil ik zijn’ is een liedje van korte duur, want daar wordt het wortelen vreten en in grotten wonen. Er is zelfs een jakhals in de buurt. Kortom, een hachelijke situatie, het meisje wordt bijna gek van ontbering en eenzaamheid. En haar haren worden spierwit van ellende. Om in leven te blijven, daalt ze af van het gebergte en gaat stelen in de tempels waar de rijken offergaven bij de godenbeelden hebben geplaatst. Wie doolt daar ook rond, in een mystieke bui? De wufte jongeling. Zweefsprongen, tijgersprongen, acrobatisch ballet en de knaap krijgt van het dolgeworden meisje een rammeling die de hele zaal rechtop doet veren. Stefaan, die hier zijn laatste reeks van honderd dia&#8217;s maakt, laat de flitslamp flitsen. Weer veert de zaal recht. Applaus voor Stefaan. Wij allemaal de kluts kwijt, we vragen uitleg aan de tolk. ‘Tuurlijk ‘, zegt de tolk, ‘hij flitste op een goed ogenblik. Dat bewijst dat hij de opera kent en waardeert. Dat vinden onze mensen fijn.’<br /> In marstempo gaat het nu naar de ontknoping toe. Het meisje komt hij het Rode leger terecht, de gronden worden onder de boeren verdeeld en het graan wordt geschonken aan de arme mensen. Niet evenwel voordat enige Kwomingtang detachementen van Tsang Kai Tsjek in de pan zijn gehakt.”</em> (Humo, 1971)<em> </em></p><p><strong>2010</strong></p><p>In Xi’an gaan we in een soort cultuurpaleis zien naar een voorstelling van traditionele dans en muziek uit de <em>Tang Dynasty</em> die rond 700 vanuit deze stad heerste. Nou ‘cultuurpaleis’, het is evenzeer een eettempel. Want als we binnenkomen zijn talrijke obers nog volop maaltijden aan het serveren voor zowat de helft van het publiek. Ze laveren met de bestellingen tussen de tafels. Een drukte en lawaai van belang, ook bij het afruimen, die duurt tot net voor de aanvang van de voorstelling. Na afloop lijken de meeste vooral buitenlandse toeschouwers tevreden. Ik kan het enthousiasme niet volledig delen. Allicht omdat ik nog altijd in mijn hoofd zat met de operavoorstellingen die ik hier in 1970 had gezien. En ook in 1979 zag ik in China een mooie uitvoering van Carmen van Bizet, nog altijd voor een heel proletarisch prijsje en omringd door dito publiek. De &#8216;revolutionaire opera&#8217;s&#8217; van jaren 70 hadden in hun concept natuurlijk iets engs. Er was overdreven aandacht voor het propagandistisch karakter en de politieke correctheid van het ogenblik. Ze waren ook beperkt tot zeven modelopera’s – zo had je ook nog ‘De rode lantaarn’ en ‘De verovering van de Tijgerberg’. Maar ze waren een wervelende show met combinatie van het beste uit de traditionele opera en de Chinese acrobatie. Voor de muziek zorgde een complete orkestbak met authentieke muzikanten. En de opvoeringen waren, gezien de lage prijzen van de tickets, zeer toegankelijk voor het gewone volk.</p><p>In vergelijking met die uitvoeringen vond ik de voorstelling nu eerder pover. Het kwam bij mij over als veredelde kitsch naar de smaak van Amerikaanse toeristen. Choreografisch en muzikaal was het geheel arm. Dans betekent toch meer dan af een toe een been naar achter opheffen en een enkele draaibeweging. Decor en kostuums mochten er zijn maar het aantal muzikanten en hun instrumenten waren beperkt en het beroep op playback en sound-mix des te uitgebreider. Kortom, in mijn ogen was het eerder een illustratie hoe commerciële massificatie van cultuur tot verlaging van het niveau leidt.</p><p>Iemand die nogal vertrouwd is met het Chinese artistieke wereldje deelde voor een flink part mijn mening. Er is wel degelijk een culturele verarming op massaniveau. Een van de redenen is dat de kunst, in tegenstelling tot vroeger, veel minder betoelaagd wordt door de overheid. De fondsen gaan bij voorrang naar de economische en sociale ontwikkeling. Culturele gezelschappen en artiesten moeten op zoek naar privé-sponsors en een meer commerciële koers varen. Toch zag ik op de Expo in Shanghai een voorstelling waarvan het hoge niveau me wel kon bekoren. Het ging om een professioneel optreden van zangers en dansers van het provinciale overheidsgezelschap van Hubei in het kader van de Hubei Culture Week. De bijzondere locatie charmeerde ook: een tot evenementen- en expo-hallen omgevormde oude fabriek van het staalconcern Baoshan Steel van Shanghai. De reconversie tot <em>Baosteel Stage</em> kaderde in de officiële doelstelling van Expo 2010 om te focussen op de bescherming van het milieu door te kiezen voor recyclage en duurzame ontwikkeling.</p><p>En hoe zit het met het onderwijs? Naast cultuur en gezondheidszorg is dit een sector waarin socialistische landen traditioneel sterk investeren, denk maar aan Cuba. Of investeerden zoals in de ex-DDR waar de inspanningen op dat gebied de economische draagkracht van het land zelfs te boven gingen. Over het onderwijs in China heb ik op deze reis slechts zijdelings wat informatie gesprokkeld in gesprekjes met studenten. Het principe ‘de economie eerst’ heeft het principe van gratis onderwijs in vele streken op bijna alle niveaus een tijdlang onderuit gehaald. Op dit terrein zijn zware vergissingen begaan.</p><p>In 2007 heeft de regering ingegrepen door de het verplichte basisonderwijs (6 jaar lager en 3 jaar middelbaar, wat neerkomt op leerplicht tot 16 jaar) opnieuw gratis te maken op het platteland. In 2008 is de maatregel ook van kracht geworden in de steden.</p><p>Universitaire studies blijven naar Chinese normen vrij duur. Een voorbeeld – maar de bedragen verschillen volgens studierichting en instelling -  mij gegeven door een studente in Beijing. Zij betaalt elk jaar 5900 yuan (700 euro) voor inschrijving en huisvesting (kot) samen. Voor de vier universiteitsjaren is dat in totaal 23.600 yuan (2800 euro). Dat lijkt voor ons niet zoveel, maar zij schat dat haar familie, een gezin op het platteland met drie kinderen, gedurende haar vier jaren aan de unief bijna een derde van het jaarlijkse gezinsinkomen in haar studies moet investeren. Een sprankel hoop: in het arrondissement Shipa in de welvarende zuidelijke provincie Guandong wordt vanaf september van dit jaar het hoger onderwijs tot 25 jaar opnieuw gratis.</p><p><strong>Corruptie en andere kwalen</strong></p><p>Niemand wint er bij de vaak gigantische problemen van dit immense land te ontkennen of te minimaliseren. Het nieuwe beleid, waarbij kapitalistische principes en methodes ruim baan kregen, bracht meer corruptie en fraude mee (soms op grote schaal), sociale ongelijkheid  en ecologische problemen. Er heerst behoorlijk wat ideologische verwarring of het nu socialistische dan wel kapitalistische principes zijn die domineren. Bij grote delen van het publiek stellen we een overdreven consumptiezucht vast, plat materialistisch denken en geldzucht. Het verschijnsel is het meest uitgesproken bij het snel stijgend aantal rijke ondernemers in China. Zij beperkten de daling in omzet die de luxe-industrie tijdens de recente crisis in het Westen optekende. ‘De verkoop in China’ door deze producenten van <em>extravaganza</em> zoals handtassenproducent Louis Vuitton en modehuis Chanel ‘steeg in 2009 met 12 procent tot 6,8 miljard euro, goed voor dik een kwart van de luxemarkt. Zo kon de totale terugval wereldwijd voor de sector beperkt worden tot 8 procent.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn24">[24]</a> In een deel van de sociale bovenlaag is bij Chinese mannen het er op nahouden van een of meer maîtresses terug in. Bij sommige vrouwen is het streven naar emancipatie en onafhankelijkheid dan weer vervangen door het zoeken van een rijke man. Om dan hele namiddagen Starbucks koffie te gaan drinken, desnoods onder de voorwaarde dat je op elk ogenblik met je gsm-camera aan je echtgenoot kan bewijzen dat je niet met andere mannen op schok bent.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn25">[25]</a> Al die negatieve fenomenen doen zich ook voor in de geledingen van de partij en de staat, vooral bij de lokale besturen. Maar een paar klikken op de officiële websites leert dat de overheid de kwalen en problemen erkent en te lijf gaat.</p><p>Zo vind je op de homepage van de CPC, in de rubriek ‘Party building’ (Partijopbouw) volgende inleiding: ‘De strategie om de progressieve aard van de partij te verbeteren is de leidraad, en tegelijk de stevige waarborg, voor het opbouwen van het Socialisme met Chinese karakteristieken’. Waarna een link naar acht mededelingen die over dit onderwerp verschenen sinds het laatste partijcongres van oktober 2005. Vier ervan gaan over de strijd tegen corruptie: ‘Politieke integriteit is het voornaamste criterium voor het kiezen van kandidaten voor de nationale leiding’, ‘Chinese gerecht klaagt 1700 corrupte functionarissen aan’, ‘Controle op bankrekeningen om corruptie van functionarissen te beteugelen’, ‘China belooft plechtig om in de nieuwe eeuw de corruptie te bestrijden’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn26">[26]</a> Papier is verduldig kan je terecht opmerken. Zelf las ik recent in onze pers alleen toch al twee daden van formaat. De stichter-eigenaar van Gome, een hypermarktketen van elektrische toestellen, een Chinese miljardair die vorig jaar nog bij de top 5 van de rijkste Chinezen hoorde, zit inmiddels in de gevangenis op beschuldiging van fraude en is zijn zaak kwijt. De vroegere politiechef van de megapolis Chongqing werd dit jaar  ter dood veroordeeld wegens corruptie en banden met de Chinese maffia.</p><p>Voor wat het gezond maken of houden van de partij betreft signaleert Peter Franssen: “In 2004 schrapte de partijleiding het lidmaatschap van 490.000 leden en kaderleden. In januari 2005 startte de partij een nationale campagne ‘voor het behoud van het voorhoedekarakter van de partijleden. In die campagne wordt de vakbekwaamheid van de kaderleden verbonden met de ideologische sterkte en de marxistische vorming. Vijfhonderd kaderleden van ministerieel niveau en 110.000 kaderleden van lagere niveaus krijgen ieder jaar gedurende 16 dagen vorming, aangepast aan hun niveau en werkterreinen. Tijdens die periodes worden zij vrijgesteld van hun taken.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn27">[27]</a></p><p>Een ander thema, de organisatie van de democratie in China, laat ik hier terzijde. Niet omdat het niet belangrijk zou zijn. Wel integendeel. Maar ik heb er, overweldigd door al de andere zaken die ik zag, onvoldoende over kunnen enquêteren en studeren. Sommige gesprekpartners in China zegden er ons <em>en passant</em> wel eens iets over. Bijvoorbeeld dat op dorpsniveau de democratie, met drie- of vierjaarlijkse verkiezing van het bestuur, vrij behoorlijk functioneert. In de steden zou men dan weer veel minder ver staan. De enorm snelle aangroei met nieuwe inwoners en de centrale bekommernis die ze aan de dag leggen om vooral hun materiële situatie te verbeteren zouden daarbij een rol spelen. Op de site van de CCP zie ik dat ze het probleem van de socialistische democratie wel steeds vaker opwerpen. Ze beschrijven maatregelen om alvast de verkiezingsprocedures binnen de CP zelf grondig te verbeteren. Ook gaat het vaak over de rol van niet-communisten en hun partijen. Die zouden, in het kader van een verbeterde werking van de Nationale Raadgevende Politieke Vergadering waarin zij vertegenwoordigd zijn, meer zeggenschap krijgen. Zij leverden inmiddels ook al niet-communistische ministers</p><h3>Nog roder dan ik dacht</h3><p>In welke mate deze maatregelen al een invloed hebben op het maatschappelijke en politieke leven kan ik, alleen op basis van onze beperkte reis, onmogelijk goed inschatten. Onze reis had enig studiekarakter in die zin dat we het soort zaken dat we, naast een aantal toeristische plaatsen, wilden zien omschreven hadden, vooral dan dorpen en bedrijven op het platteland. Maar de uitwerking van het programma was volledig uitbesteed aan commerciële, toeristische agentschappen. Het was in geen geval een politiek omkaderde reis. Een gids zei zelfs regelmatig minder fraaie dingen over het socialisme en geen enkele hield zich in om problemen te signaleren en kritieken te uiten. Daarom vond ik des te verrassender dat ik zelf, op zo’n reis, bij herhaling spontaan toch heel wat elementen van een socialistisch beleid meende op te merken. Ik verwijs naar drie zaken die me daarbij bijzonder troffen.</p><p>Een, heel wat zaken worden duidelijk <strong>nog collectief aangepakt</strong>. Neem nu de huisvesting. In de steden zie je meestal dat de hoge flatgebouwen in groepen van vijf, tien of meer allemaal dezelfde architectuur en structuur hebben en in een groter plan passen. Bij onze reis doorheen het platteland zagen we regelmatig dat de boeren ineens voor het hele dorp of een groot deel ervan nieuwe huizen bouwen. Niet zelden nadat ze eerst het oude dorp met de grond gelijk maakten. Die nieuwbouw is ongeveer dezelfde voor iedereen. Niet even uniform als vroeger in Holland of in onze sociale wijken, maar het scheelt niet veel. Ik legde al uit hoe industriële initiatieven op het platteland vaak het initiatief zijn van dorpsbesturen of coöperatieven die zorgen dat de hele gemeenschap er profijt uit haalt.</p><p>Twee. <strong>De overheid lijkt omnipresent te zijn</strong> om de grote lijnen uit te zetten, te corrigeren, en bij te sturen. Dat hoor je ook in het spontane discours van de mensen. Vastgoedprijzen die de pan uitswingen? Hoe zit het met de migrantenarbeiders hun lonen? Met de toegang van hun kinderen tot het onderwijs in de steden? Met de hoge kosten voor verzorging in het ziekenhuis? Met de quasi afwezigheid van pensioenen op het platteland?<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn28">[28]</a> Iedere keer wordt in het antwoord op zulke vragen verwezen naar <em>the government</em>, de lokale of centrale regering die die of die wet uitvaardigde. Die zo of zo regels oplegt en controle uitoefent. Die die of die maatregel al dan niet met succes probeerde. Als je bij ons de mensen over de politiek en de regering hoort spreken dan is het vaak over alles wat de politici niet of slecht doen. Als de mensen in China het over de overheden hadden, had ik meestal het gevoel dat ze spraken over een regering die in hun ogen echt regeert. En, zoals gezegd, te oordelen naar de kritieken die ze vaak ook gaven, had ik de indruk dat velen vrijuit spraken. In elk geval een serieus verschil met het voorspelbare verhaal dat ik in 1970 vaak te horen kreeg.</p><p>Heel wat linkse mensen vinden het aandeel van de staatssector in de economie het voornaamste criterium om over het socialistisch karakter van een regime te oordelen. Sommigen nuanceren dat (zie verder). Op dit punt is er onduidelijkheid. Professor Chen Zhiwu, van de prestigieuse universiteit van Yale en zelf van Chinese origine, stelt dat ‘de Staat drie kwart van de rijkdom van China controleert’.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn29">[29]</a> Een andere gesprekspartner van ons in China beweerde daarentegen dat de staatssector er  minder zwaar zou wegen dan in Frankrijk en Groot-Brittannië. Dat lijkt niet te kloppen. Zo citeert Peter Franssen over de bezitsstructuur in de industrie een degelijke bron die in 2006 stelt: “Het gedeelte in gemeenschappelijk bezit neemt 38 procent van de productie voor zijn rekening, het privégedeelte 30 procent en het gemengde gedeelte (een mengvorm van privé en gemeenschapsbezit) 32 procent.’<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn30">[30]</a> Die mengvormen zijn soms heel complex: centrale en lokale overheden en coöperatieven samen met privé-investeerders. Frank Willems vertelde ons dat een onderhandeling over de overname van een Chinees glasbedrijf door Glaverbel spaak liep ondermeer omdat men onmogelijk zicht kon krijgen op de aandeelhoudersstructuur. Peter Franssen stelt in 2007 formeel: “De staat bezet alle economische commandoposten. Hij heeft een monopolie of een sterke meerderheid in de sectoren die de ruggengraat van de economie vormen en er de leiding van uitmaken: de financiële sector, de energiesector, de staalsector, de petrochemie, de telecommunicatie, de scheepsbouw, de vliegtuigbouw, de ferro- en non-ferro, de mijnbouw, het transport, de automobielsector, de bouwsector.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn31">[31]</a> Voor wat de financiële sector betreft wordt dit alvast bevestigd door <em>The Economist. </em>Die stelt dat vier van de tien voornaamste banken in de wereld vandaag Chinees zijn. Die verkeren, in tegenstelling tot de westerse banken, in goede gezondheid: “Zij verdienen geld (maar) de Staat bezit de meerderheid van de aandelen en benoemt de topleiders wiens vergoedingen maar een fractie bedragen van die van hun westerse collega’s.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn32">[32]</a></p><p>Dat de overheid en de partij nog een dikke vinger in de pap hebben konden wij soms ook aan kleine dingen merken. Bij een bezoek aan een filiaal van Chongqing Yianshi Motorcyles Ltd. stond een dame van het lokale bestuur prominent in het midden. Ook de bedrijfsvertegenwoordigers behandelden haar als iemand die het mee voor het zeggen had. Gelijkaardige ervaringen hadden we op andere plaatsen. Het leek op het eerste gezicht te bevestigen wat Bert De Graeve, de CEO van Bekaert, de Belgische multinational met staaldraadfabrieken in China zegde: “Ik denk dat het moeilijk zou zijn iets te doen wat zij <em>(de staat en de partij, km)</em> niet willen. De partij is het echte machtscentrum.”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn33">[33]</a></p><p><strong>Hoge eisen aan jonge partijleden</strong></p><p>Derde zaak die mij op deze reis opviel waren <strong>de hoge eisen die worden gesteld om lid te worden van de Communistische Partij</strong>, ondermeer aan de jongeren. Wij hadden geen enkel officieel noch informeel contact met de partij <em>as such. </em>Toch probeerde ik, uit persoonlijke interesse en als het pas gaf, af en toe te achterhalen hoe de gewone man en vrouw met wie we contact hadden over de partij dachten.</p><p>Zo leverde een gesprekje met ‘Joe&#8217; onze jonge gids (29) in Hangzhou mij ongevraagd een sympathieke one-liner op over de partij. Ik had opgemerkt dat hij vrij positief was over wat het land en de regering realiseren maar tegelijk objectief de pijnpunten aangaf (bv. vastgoedspeculatie en dure prijzen appartementen). Tijdens een gesprek met onze Belgische reisleiders had hij ook, spontaan en vrij emotioneel, verteld hoe blij hij was dat onze groep zo oprecht geïnteresseerd was in vele aspecten zijn land. Iets wat met Westerse toeristen niet altijd het geval schijnt te zijn. Ik dacht dat zo iemand misschien wel lid kon zijn van de CP en stelde hem de vraag. Zijn antwoord: “Oh neen, dat is te moeilijk.” Waarom, vraag ik. Hij: “You have to be a nice guy to everybody, or to realize remarkable things in studies, science or sports.” Een vriend zijn voor iedereen. Dat kan er voor mijn part door als populaire interpretatie van het aloude ‘Dien het Volk’.</p><p>Over de partij polste ik ook een van de twee jobstudentinnen die ons permanent vergezelden.  Ik vraag haar wie er in haar klas lid van de partij is en of ze het doen om het volk te dienen of voor hun carrière. Haar antwoord: “Op 40 studenten zijn er 4 (kandidaat-)lid van de partij. Van twee ben ik zeker dat zij het doen om het volk te dienen, aan de twee anderen twijfel ik.” Na onze terugkeer in België bleef ik per mail met haar in contact. Zo vertelde ze over het vrijwilligerswerk dat ze, na onze reis, in augustus verrichtte in de provincie Anhui met als doel beter op de hoogte te geraken van de problemen van de armere bevolking. Het was een project gesponsord door de universiteit en ze was aangemoedigd door de afdeling van de Communistische Jeugdliga om er aan deel te nemen. Omdat ze daar positief over schreef, vroeg ik haar waarom ze zelf niet bij de partij is. Haar antwoord: “Omwille van dingen zoals het werk van de Jeugdliga, ben ik voor de Communistische Partij. Zij doet echt iets voor het volk en probeert voortdurend de levensomstandigheden van het volk te verbeteren. Maar als er dan problemen zijn worden die verantwoordelijken er ook op aangesproken. Ik wil hier niet het kneusje uithangen tegenover jou, maar je toch vertellen waarom ik aarzel om zoals zij lid van de partij te worden. Hun verantwoordelijkheid is te groot en als ik de job niet goed doe zal dat veel mensen benadelen. Ik ben niet sterk genoeg om dat op mij te nemen.” Het is maar een individuele getuigenis, en er zit mogelijk wat jeugdige pathos in, maar ik denk dat ze eerlijk is. En ik geef ze voor wat ze waard is.</p><p>Van de Communistische Jeugdliga kreeg ik indirect ook een goede indruk door mijn contact met de vrijwilligers van de Wereldtentoonstelling in Shanghai. Al bij de eerste dag van ons tweedaags bezoek waren die honderden jonge mensen mij opgevallen. Niet alleen door hun mooie uniformen – wit en lichtgroen voor de meesten, blauw voor de medewerkers aan de controles bij de ingangen (security) – maar ook door hun opvallende dienstvaardigheid en efficiëntie. In totaal zijn er, al een jaar op voorhand, 71.000 vrijwilligers gerekruteerd en getraind om op het Expoterrein zelf dienst te doen. Op de weekdagen zijn ze met een 2500 van dienst, in de weekends met dubbel zoveel. Ze engageren zich voor een periode van 14 dagen, waarna ze afgelost worden door een volgende ploeg. De meeste vrijwilligers zijn jongeren hoewel er ook ouderen werden aangenomen en een 3000-tal buitenlanders. Elke dag werken de vrijwilligers ongeveer zeven uren: aan de ingangen en voor de drukbezochte paviljoenen de files in goede banen leiden, mensen de weg wijzen, programma&#8217;s en plattegronden uitdelen, hulp bieden aan rolstoelpatiënten en andere gehandicapten en zieken, het ordelijk opstappen en uitstappen op de gratis bussen op de Expo-lanen regelen met behulp van een hoofdmicrofoontje en een minimegafoon aan de gordel. In al die drukte en bij die hitte – we waren er tijdens ‘de hondsdagen’ van juli – was dat echt wel een job om respect voor te hebben. Het viel me op dat een groot aantal van de jongeren, naast een reeks Expo-buttons, ook een rode badge droegen. Bij een paar – eerder uitzonderlijk – zag ik daarnaast een rode badge met hamer en sikkel en ster, het embleem van de Communistische Partij. Op een bepaald ogenblik sprak ik jongeren aan over de betekenis van de meest gedragen rode badge. Het bleek die te zijn van de Communistische Jeugdliga. Dat ik, als westerling, zelf gegist had dat het iets te maken had met ‘Youth of the Communist Party?’ en dat nog apprecieerde ook, leek de groep plezier te doen. Achteraf heb ik vernomen dat de rekrutering en opleiding van de in totaal meer dan 700.000 kandidaat-vrijwilligers – er zijn er ook veel in de stad ingezet – gebeurd is door de afdeling Communicatie van de Communistische Partij van Shanghai. Het themalied van de vrijwilligers met als titel ‘World’ wenst de hele wereld vrede en harmonie toe met verzen als ‘Een knuffel, een wereld’ en ‘Een glimlach, een wereld.’ Om ook bij ons vanaf de eerste week op drie te komen in ‘Tien om te zien’, zou ik zeggen.</p><p>Misschien past volgende anekdote ook wel in dit plaatje. Op de Expo blijf ik in het paviljoen van Sichuan lang staan bij een stand over de grote aardbeving van 2008 die in deze provincie 86.000 slachtoffers maakte. Met behulp van geavanceerde <em>touchscreens</em> kan je er beelden opvragen van de verwoestingen en ook van de organisatie van de hulpverlening en de heropbouw en de rol die de regerings- en partijleiders daarbij speelden. Ik bekijk aandachtig de foto’s van talrijke hoge leiders die de streek bezochten en die vaak een rol opnamen in de hulpoperaties. Een assertieve jonge hostess vraagt me: ‘Why are you so interested in our leaders?’ Ik: ‘I want to look if they are real communists in difficult moments’. Geen cynisch lachje of meesmuilen. Ze helpt me meteen om de gezochte beelden efficiënter te bekijken.</p><p><strong>Is dit socialisme?</strong></p><p>En wat antwoord ik nu op de vraag die alle marxisten en linksen ter wereld bezighoudt, ‘Is China nog socialistisch?’. De officiële teksten van de CCP zijn formeel. Actueel realiseren zij de eerste of ‘primaire’ fase van het socialisme, een marktsocialisme met Chinese karakteristieken. Het doel blijft om tegen het midden van deze eeuw te evolueren naar een meer welvarende, gevorderde socialistische maatschappij. Sommigen denken dat dit stadium zelfs eerder kan bereikt worden. Voor me zelf stelde ik al bij het begin van dit artikel: op basis van reisindrukken en beperkte studie kan en mag je daarover geen sluitende uitspraken doen. Ik geef hier wel ter overweging wat een aantal interessante mensen ter plaatse ons op die vraag hebben geantwoord. Je zal merken dat ook zij er, na jaren discussies, niet altijd uit zijn. Een van die boeiende mensen was Michael Crook, een 60-jarige Brit. Hij is zelf geboren in China en op zijn universitaire studies na (die hij in het Verenigd Koninkrijk deed) leeft hij er al heel zijn leven. Zijn grootouders waren protestantse zendelingen die al vóór de revolutie in China werkten. Zijn moeder is sociologe en antropologe en had een bijzondere interesse voor de pogingen tot verdeling van het land onder de boeren in China. In de jaren 40 van vorige eeuw was ze getuige van de landbouwhervormingen van de nationalisten. Ze kwam tot de vaststelling dat die niets voorstelden. Bij de  landhervorming die de communisten ondernamen in de gebieden die ze controleerden stelde ze wel resultaten vast. Zijn ouders werden sympathisanten van de communisten.</p><p>Ik geef in een notendop weer wat Michael tegenover ons kwijt wilde over het karakter van het huidige Chinese regime: “Ik heb de onlangs overleden Joan Hinton gekend en weet dat zij de hervormingen sinds 1978 slecht vond.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn34">[34]</a> Ook heel wat buitenlandse maoïsten en marxisten denken dat het de verkeerde weg opgaat. Maar zeker 90% van de Chinezen zelf vindt van niet. Het levensniveau is fel gestegen.  Er is een enorme vooruitgang van de productiekrachten. Ik ben zelf marxist. Om te beoordelen of een hervorming goed of slecht is moet men zich baseren op de feiten. De waarheid zoeken in de feiten, heet dat.</p><p>Alles hangt er vanaf hoe je socialisme definieert. Is het criterium grootte van staatssector of wie de macht heeft? De situatie voor het volk is vrij stabiel. Het levensniveau en de omstandigheden van de mensen zijn moeilijk geweest in de periode voor 1978. Daarom wilden ze verandering. Er waren onvoldoende <em>incentives</em> (prikkels) om zich in te zetten. Iedereen kreeg hetzelfde aantal werkpunten ongeacht hoe hard hij of zij ook werkte. De hervormingen veranderden dat. Iedereen <em>rushte</em> dan om meer te verdienen. De economie is nu efficiënter maar de maatschappelijke gelijkheid leed er onder.”</p><h3>‘Stevig gecontroleerd kapitalisme’</h3><p>Michael vervolgt: “Mao was vooral geïnteresseerd in de productieverhoudingen, Deng Xiao Ping in de productiekrachten. Deng, en voorheen ook president Liu Shaoqi, stelden dat onze productiekrachten fel onderontwikkeld waren en we eerst nog door een periode van een soort kapitalisme moesten. Mao dacht dat dat niet nodig was. Op dat punt heeft de lijn van Deng het gehaald. De CCP realiseert nu een gecontroleerde ontwikkeling van het kapitalisme in China. Is die controle reëel? Ja, en ze is stevig. Niet voor niks antwoordde een internationale autoriteit als Dr Joseph Needham toen ze hem een vraag stelden over bureaucratie in China: ‘The Chinese bureaucracy is the best in the world’. In tegenstelling tot India zijn er hier geen hongersnoden en andere grote ellende. De productiekrachten zijn nu door de hervormingen wel enorm ontwikkeld, maar er is een verslechtering van de productieverhoudingen opgetreden. De laatste 5 à 10 jaar zijn er vreselijke mijnongevallen geweest, op sommige plaatsen kon je bijna terug van slavernij spreken. Sommige mensen zijn in armoede gestort en zonder <em>empowerment</em> kunnen ze daar niet uit geraken. Maar de regering is zich de laatste 5 jaar zeer bewust geworden dat de markt dient ingetoomd te worden om sociale, economische en ecologische redenen. En ook omwille van de veiligheid en de gezondheid van de mensen. Er is de laatste 5 jaar een terugkeer merkbaar naar meer overheidsinterventie. De huidige regering is duidelijk meer communistisch dan die van twintig jaar geleden met Zhao Zhi Yang, Hu Yao Bang en anderen. Een finaal antwoord geven op de vraag of China nog socialistisch is? Ontsla me daar van. Mijn moeder en ik discussiëren daar al 10 jaar over en we zijn er nog niet uit geraakt. Het is een gecompliceerde maatschappij en een enorm land.”</p><p>Zijn vriend en collega van de NGO Gong He (zie hoger), prof. Du Yingtang merkte ook op dat de regering voortdurend experimenteert, dingen uitprobeert, en als er wat fout loopt, grondig en snel bijstuurt. Dat alles volgens het advies van Deng: <em>‘Crossing the </em><em>river stepping stone by stone’ </em>(de rivier oversteken door van de ene steen op de andere te springen). Michael Crook gaf  zelf nog een belangrijke slotbedenking: “De vraag is hoe de CCP zich zelf gaat ontwikkelen. Van avantgarde-partij tot een people’s party? Dan zal er wellicht ook iets veranderen op politiek vlak. Mijn zorg is: als het lidmaatschap van de partij grondig wijzigt, zal die controle over het kapitalisme dan even stevig blijven?”</p><p>Domenico Losurdo bevestigt bepaalde stellingen van Michael Crook: “Je moet voor ogen houden dat de privéondernemingen in grote mate afhangen van kredieten verleend door een banksysteem dat <em>gecontroleerd</em> wordt door de Staat. Daarnaast zijn de partij en de vakbond duidelijk aanwezig in die bedrijven. Daaruit volgt als conclusie dat in die privéondernemingen de macht van het private eigendom door een soort tegenmacht in evenwicht wordt gebracht en beperkt. ”<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn35">[35]</a> Op de vraag of het toelaten tot de partij van ondernemers, zelfs van enkele superrijke kapitalisten, geen gevaar inhoudt kreeg Losurdo van de Chinese communisten als antwoord dat hun aantal onbetekenend is, eerder symbolisch op een totaal aantal van 78 miljoen leden. Zelf probeert de linkse Italiaanse filosoof het ook als volgt te verantwoorden: “Wij hebben gezien dat sommige van die ondernemers een nationale rol vervullen: in bepaalde sectoren van de economie hebben zij voor China de afhankelijkheid tegenover het buitenland op technologisch vlak weggewerkt of verminderd. Sommigen van die ondernemers hebben zich niet alleen objectief maar ook subjectief op de eerste rijen geplaatst in de strijd die de Communistische Partij vanaf 1949 is aangegaan: de strijd om zich van het imperialisme te bevrijden door vertrekkend van de verovering van de politieke onafhankelijkheid ook de stap te zetten naar onafhankelijkheid op economisch en technologisch vlak.” En hij besluit met te stellen dat “in een wereld waar de <em>knowledge economy</em>, de kenniseconomie, een steeds grotere rol speelt » het best mogelijk is dat de helden van de arbeid, de stakhanovist uit de USSR van de jaren 30, “wel eens een totaal nieuwe gedaante kan aannemen. Meer bepaald die van een supergespecialiseerde ingenieur of technicus die, door een bedrijf op poten te zetten met een hoogstaande technologie, een belangrijke bijdrage levert aan de defensie en de versterking van het socialistische vaderland.” <a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn36">[36]</a></p><h3>Vernieuwde interesse</h3><p>Ik geef deze meningen ter overweging, niet als een uitgemaakte zaak. Je kan er nog heel wat andere bedenkingen bij maken. Wat zal bijvoorbeeld het effect zijn indien de vastgoedsector ook voor een belangrijk deel een artificieel gevoede <em>zeepbel </em>zou blijken? Wat zal er met het socialisme op zijn Chinees en zijn sterke inschakeling in het internationale kapitalistische systeem gebeuren indien het kapitalisme een nieuwe nog zwaardere mondiale crisis zou kennen? Zal het levensniveau dat dankzij de enorme exportprestaties steeg dan geen zware klappen krijgen? Enzovoort, enzovoort. Het aantal denkbare bedreigingen en kronkelwegen lijkt wel oneindig. Formele voorspellingen laten we beter achterwege.</p><p>Wel ben ik van mening dat diegenen die zich, zoals ik, marxist noemen, een veel grotere interesse aan de dag moeten leggen voor wat in China gebeurt en de politiek van de Chinese CP grondiger bestuderen. De Chinese communisten beklemtonen dat hun weg naar een ‘socialisme met Chinese karakteristieken’ bepaald is door de specifieke situatie van hun land. Vooral dan door de graad van economische ontwikkeling, die globaal genomen nog altijd relatief laag blijft, en door de omvang van hun land en hun bevolking. Toch denk ik dat er uit hun ervaring van de laatste 30 jaren zaken te leren zijn die van belang kunnen zijn voor al wie, waar ook ter wereld, ijvert voor een socialisme aangepast aan de noden van zijn of haar land of continent. Persoonlijk ben ik vooral onder de indruk van de grote aandacht voor economische efficiëntie en verhoging van de welvaart van de bevolking. Ook de inspanning om het beleid wetenschappelijk te funderen wekt mijn interesse.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_edn37">[37]</a> Net zoals de durf om, op basis van de praktijk, soms drastische koerscorrecties door te voeren. Ook de pragmatische en soepele aanpak, die bij dit alles gehanteerd wordt, boeit me. Inderdaad: die beruchte kat van Deng.</p><p>Zoals bij elke menselijke onderneming – en zeker een van die omvang – ontbreekt het op ‘de Chinese weg naar het socialisme’ niet aan valkuilen en fouten. Hoe dan ook: deze reis naar China, en de beperkte studie die ik in de marge daarvan verrichtte, hebben me gesterkt in de overtuiging dat China een belangrijke bijdrage blijft leveren aan de zoektocht naar socialistische alternatieven. Dat had ik bij mijn vertrek niet echt meer verwacht. Uw correcties, opmerkingen en kritieken zijn alvast meer dan welkom.</p><hr size="1" /><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref1">[1]</a> AMADA of Alle Macht aan de Arbeiders was de voorloper van de huidige PVDA, de Partij van de Arbeid van België.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref2">[2]</a> Zie <em>Dokter van het Volk</em>, Kris Merckx, EPO Berchem 2008, hoofdstuk 1.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref3">[3]</a> HADIMAO is een woordspeling op het toen succesvolle Nederlandse programma ‘Hadimassa’ van Kees Van Kooten en Wim De Bie.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref4">[4]</a> Zie <a href="http://www.belchin.be/">www.belchin.be</a> en haar infosite <a href="http://www.chinasquare.be/">www.chinasquare.be</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref5">[5]</a> Peter Franssen<em>, Welke weg slaat China in? De ontwikkeling van het socialisme in China</em>, Marxistische Studies nr. 78, 2007 en de site <a href="http://www.infochina.be/">www.infochina.be</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref6">[6]</a> Zie <a href="http://www.frankenlieve.cn/#_blank">www.frankenlieve.cn</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref7">[7]</a> Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, <em>Made in China</em>, EPO, Berchem, 2006</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref8">[8]</a> Leslie T. Chang, <em>Fabrieksmeisjes</em>, Artemis en Co, 2009.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref9">[9]</a> Zie <a href="http://english.peopledaily.com.cn/">http://english.peopledaily.com.cn/</a> en <a target="_blank" href="http://www.chinadaily.com.cn/">http://www.chinadaily.com.cn/</a> en <a target="_blank" href="http://english.cpc.people.com.cn/index.html">http://english.cpc.people.com.cn/index.html</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref10">[10]</a> China Highlights Role of Buddhism in Promoting Social Harmony, <a href="http://english.cpc.people.com.cn/65547/65571/4480957.html">http://english.cpc.people.com.cn/65547/65571/4480957.html</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref11">[11]</a> <em>HADIMAO-CHINA, zelf gezien, </em>Humo nrs 1590 to 1596, 26 februari tot 8 april 1971.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref12">[12]</a> Jan Jonckheere, <em><a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/stadsdorpen-het-thuis-voor-migranten/" target="_blank">Stadsdorpen, thuis voor migranten</a>, </em>China Vandaag, april 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref13">[13]</a> 1 euro = 8,4 yuan of 1 yuan = 1,2 euro, 10 yuan = 1,2 euro enz. (wisselkoersen juli 2010)</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref14">[14]</a> Norman Bethune was de Canadese chirurg en communist die in 1939 in China stierf toen hij de soldaten van het Rode Leger medische hulp was komen bied.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref15">[15]</a> <a href="http://chineseposters.net/themes/index.php">http://chineseposters.net/themes/index.php</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref16">[16]</a> <em>Resolution on certain questions in the history of our party since the founding of the People’s Republic of China</em>, Adopted by the Sixth Plenary Session of the Eleventh Central Committee of the Communist Party of China on June 27, 1981: <a href="http://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/history/01.htm">http://www.marxists.org/subject/china/documents/cpc/history/01.htm</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref17">[17]</a> Toespraak van Goa Hongbin op de Cabi-conferentie in Londen, oktober 2008 (Cabi = <strong>Commonwealth Agricultural Bureaux International). </strong><a href="http://www.cabi.org/Uploads/File/GlobalSummit/Goa%20Hongbin's%20speech.pdf">http://www.cabi.org/Uploads/File/GlobalSummit/Goa%20Hongbin&#8217;s%20speech.pdf</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref18">[18]</a> Doménico Losurdo, <em>Un voyage instructif en Chine &#8211; Réflexions d’un philosophe</em> <a href="http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768">http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref19">[19]</a> De Morgen, 29 augustus 2010, blz. 36-37).</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref20">[20]</a> Gui Tao, <em>China&#8217;s &#8220;barefoot doctors&#8221; inspiration to Africa: WHO, </em><a href="http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-07/27/c_13417435.htm">http://news.xinhuanet.com/english2010/china/2010-07/27/c_13417435.htm</a></p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref21">[21]</a> <a href="http://gvhv.be/blog/harriedewitte/good-morning-beijing-4-de-chinese-huisarts">http://gvhv.be/blog/harriedewitte/good-morning-beijing-4-de-chinese-huisarts</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref22">[22]</a> Bijvoorbeeld de dure chinolones zoals levofloxacine (Tavanic)</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref23">[23]</a> Baorong Yu<a href="http://www.biomedcentral.com/logon/logon.asp?msg=ce"></a>, Charles Collins et al. Rural Health. How does the New Cooperative Medical Scheme influence health service utilization? A study in two provinces in rural China. BMC Health Services Research 2010, <a target="_blank" href="http://www.biomedcentral.com/1472-6963/10/116">http://www.biomedcentral.com/1472-6963/10/116</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref24">[24]</a> <em>Wereldsteden opnieuw in de ban van de </em>luxe, De Morgen, 15 oktober 2010, blz. 21</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref25">[25]</a> Lieve Dejonghe, <em>Verslag van een debat n.a.v. 100<sup>ste</sup> verjaardag Internationale Vrouwendag in het Shanghai Art Museum op 8 maart 2010</em>, China Vandaag, juni 2010, blz. 31-32.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref26">[26]</a> <a href="http://english.cpc.people.com.cn/">http://english.cpc.people.com.cn/</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref27">[27]</a> Peter Franssen, op. cit. blz. 106-110</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref28">[28]</a> Pas recent kende de regering in provincies zoals Zheiang  de bejaarde boerengezinnen een maandelijkse toelage van 100 yuan (12 euro) toe. Niet veel, maar op het echte platteland kan je voor 5 à 10 yuan nog ‘uit’ gaan eten aan een stalletje of in een restaurantje.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref29">[29]</a> Speciale China-bijlage van The International Herald Tribune, 7 juli 2010, p.18)</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref30">[30]</a> Peter Franssen, op. cit. blz. 74.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref31">[31]</a> Ibidem, blz. 75.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref32">[32]</a> The Economist, 10-16 juli 2010.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref33">[33]</a> Ng Sauw Tjhoi en Marc Vandepitte, op. cit., p. 229-230.</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref34">[34]</a> Joan Hinton (1921-2010) is een Amerikaanse atoomspecialiste die vanaf 1948 in China ging werken. Samen met haar man legde ze er zich, tot aan haar overlijden, toe op de ontwikkeling van een groot koeienfokkerij annex zuivelbedrijf in de buurt van Xi’an. Ze is altijd een hevige ‘maoïste van de oude stempel’ gebleven. Getuige een van haar uitspraken: “The reform policies after Mao’s death in 1976 had nothing to do with revolution and led to consumerism and class division.” (bron: <a href="http://www.thechinabeat.org/?p=2354">http://www.thechinabeat.org/?p=2354</a> )</p><p><a target="_blank" href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref35">[35]</a> Doménico Losurdo, op. cit., <a href="http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768">http://www.comite-valmy.org/spip.php?article768</a></p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref36">[36]</a> Ibidem.</p><p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-admin/#_ednref37">[37]</a> <em>Introduction to the Scientific Outlook on Development</em>, Compiled by The Theory Office of the Publicity Department of the Central Committee of the Communist Party of China, Beijing 2006</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/dokter-voor-het-volk-kris-merckx-na-40-jaar-terug-in-china/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk
Page Caching using disk (enhanced)
Database Caching 1/37 queries in 0.037 seconds using disk
Object Caching 876/941 objects using disk

Served from: www.chinasquare.be @ 2012-02-05 08:37:10 -->
