<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Chinasquare.be &#187; Dossiers</title>
	<atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/dossiers/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.chinasquare.be</link>
	<description>Een infosite van de Vereniging België China</description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Sep 2010 21:59:41 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Stadsdorpen, het thuis voor migranten</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/stadsdorpen-het-thuis-voor-migranten/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/stadsdorpen-het-thuis-voor-migranten/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 15 May 2010 11:33:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & Regio]]></category>
		<category><![CDATA[huisvesting]]></category>
		<category><![CDATA[migranten]]></category>
		<category><![CDATA[steden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=10789</guid>
		<description><![CDATA[Driekwart van de migranten woont in stadsdorpen; dit zijn rurale dorpen die omsingeld zijn door de stad. Daar wonen ze in huizen die door de oorspronkelijke rurale bewoners uitgebreid werden zodat deze van hun huur kunnen leven en zelf niet meer hoeven te boeren. We onderzoeken enerzijds hoe het verbond tussen de oude ruralen en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Driekwart van de migranten woont in stadsdorpen; dit zijn rurale dorpen die omsingeld zijn door de stad. Daar wonen ze in huizen die door de oorspronkelijke rurale bewoners uitgebreid werden zodat deze van hun huur kunnen leven en zelf niet meer hoeven te boeren. We onderzoeken enerzijds hoe het verbond tussen de oude ruralen en de migranten werkt en anderzijds wat de relatie is met de stad.</strong></span></p>
<div id="attachment_10791" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/urbvillageshousg.jpg" rel="lightbox[10789]"><img class="size-thumbnail wp-image-10791" title="urbvillageshousg" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/urbvillageshousg-150x150.jpg" alt="Huizen die mekaar &quot;kussen&quot;" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Huizen die mekaar &quot;kussen&quot;</p></div>
<p>Statistieken wijzen uit dat 30 % van de migranten in slaapzalen woont die door de werkgever ter beschikking worden gesteld. Hoewel de meeste hiervan zich in industriële gebieden bevinden, ligt één vierde van deze slaapzalen in de stadsdorpen. Daarnaast huurt 41 % van de boer-migranten een ruimte in deze dorpen waar de oorspronkelijke landbouwbevolking haar ruraal statuut heeft mogen behouden. Neem bijvoorbeeld Rui Bao-dorp nabij Kanton: 2000 autochtone boeren verpachten huisvesting aan 60.000 boer-migranten. De reden waarom deze migranten bij voorkeur naar de stadsdorpen trekken, heeft te maken met een financiële, maar ook met een institutionele reden. De huurprijzen in de stadsdorpen bedragen maar een fractie van wat de migranten in de stedelijke privésector zouden betalen. Toch winnen de voormalige boeren en eigenaars vlug hun kosten terug uit hun investering die ze gedaan hebben om enkele bouwlagen met rudimentair comfort op hun huizen bij te bouwen. De institutionele factor is echter ook doorslaggevend, zij het iets moeilijker te begrijpen.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Grond</strong></span></p>
<p>Door het feit dat de migranten geen stedelijke hukou hebben, kunnen ze geen beroep doen op bescheiden woningen in de stad die enkel voor stedelingen zijn weggelegd. Van fundamenteel belang is echter dat het gebruik van de grond in de rurale dorpen gratis blijft voor de oorspronkelijke bevolking. In China behoort de grond in de steden toe aan de staat. In landbouwgebieden en rurale districten is deze van de lokale gemeenschap, die de bewoners toestaat om huizen voor zichzelf te bouwen zonder dat ze deze grond moeten betalen. De facto gebeurt het zeer vaak dat de stad uitbreidt en een dorp omsingelt. Peking en Shanghai hebben meestal wel voldoende geld om deze gebieden te onteigenen volgens de dure wettelijke voorschriften. Nochtans heeft Peking drie districten met 112 dorpscomités die 180 km² bestrijken of 17 % van de betrokken drie districten. Veelal onteigent de stad enkel de landbouwgrond van de boeren, maar raakt ze niet aan hun huizen en handelszaken.</p>
<p>Vooral in Guangdong blijft het fenomeen van de stadsdorpen bestaan. Om te vermijden dat de stad te zwaar moet betalen om de ruralen te onteigenen, mogen de (voormalige) rurale collectiviteiten hun rurale status behouden. Dit geeft hen het voordeel dat niet alleen hun grond gratis blijft, maar ook dat ze blijven genieten van de inkomsten van de coöperatieven waar ze deel van uitmaken. Overigens is het vormen van coöperatieven een middel van de dorpen om te verhinderen dat hun grond onder het statuut van (goedkopere) landbouwgrond opgekocht wordt. In Kanton is het zo dat de overeenkomst met de oprukkende stad ook inhoudt dat ze, indien ze hun landbouwgrond aan de stad afstaan, 8 à 12 % van deze dorpsgronden mogen blijven behouden op voorwaarde dat deze niet overgedragen of verkocht wordt. In feite beheert de coöperatieve deze grond die bijvoorbeeld aan ontwikkelaars wordt verpacht en waarvan de aandeelhouders de inkomsten opstrijken. De voormalige boeren willen daarom per se hun rurale status behouden. Met de inkomsten uit de coöperatieve kunnen ze de investering bekostigen om, naast een nieuw huis voor zichzelf, enkele bouwlagen aan hun bestaande huizen toe te voegen, waar dan de talrijke migranten in gehuisvest worden. Zo worden de voormalige boeren eigenlijk renteniers. In het dorp Sanyuanli bijvoorbeeld streek een gemiddeld gezin in 1999 35.000 yuan aan inkomen op uit de coöperatieven, waarbij de huur aan migranten niet inbegrepen zijn. Ter vergelijking: dat jaar bedroeg het stedelijk inkomen 27.000 yuan.</p>
<p>Maar meteen komt de negatieve kant aan bod van de stadsdorpen. Doordat deze eigenlijk niet onder de controle van de stad vallen, wordt de stadsplanning er met zijn reguleringen en technische voorschriften nauwelijks toegepast. Bij het bijplaatsen van bouwlagen worden stedenbouwkundige reglementen of brandvoorschriften niet te nauw genomen in de rush tot vermeerdering van de huuropbrengst. Wel vereist de stedelijke overheid dat zowel de verhuurders als de huurders geregistreerd zijn bij de politie. De migranten zijn wel tevreden over hun goedkope woonst met beperkt comfort omdat ze zo veel geld naar huis kunnen opsturen. Toch kijkt de stad maar laagdunkend naar deze dorpen, die voor hen synoniem zijn voor illegaliteit, drugs, misdaad en prostitutie. Tot zover de theorie inzake de tweespalt stad-land.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Praktijk</strong></span></p>
<p>In de praktijk blijkt het systeem van de stadsdorpen het meest verspreid in Guangdong, waar de landbouw om klimaatredenen goed ontwikkeld was. Kanton werd de stad in China met het meeste stadsdorpen. Volgens satellietbeelden uit 1998 bedroeg de totale oppervlakte van de 120 dorpen 30 km² of 11 % van de bebouwde agglomeratie. Hun totale bevolking (huurders en verhuurders) bedroeg 1,2 miljoen personen of 30 % van de bebouwde agglomeratie. Tegen 2001 was het aantal stadsdorpen reeds opgelopen tot 139 en dit zou recentelijk tot 277 zijn aangegroeid. De stad Shenzhen -eveneens in de Parelrivierdelta- was de eerste stad die in China een urbanisatiegraad van 100 % claimde: toch bevat Shenzhen 241 stadsdorpen met in totaal 43 km², waarvan sommigen dichtbij het ‘Central Business District’. Nanjing, dat in de Yangtzerivierdelta ligt, telt 71 stadsdorpen met een grondoppervlakte van 67 km², waarvan 17,7 km² collectieve grond.</p>
<div id="attachment_10794" class="wp-caption alignright" style="width: 258px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/Shenzhensdo.jpg" rel="lightbox[10789]"><img class="size-medium wp-image-10794" title="Shenzhensdo" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/05/Shenzhensdo-248x300.jpg" alt="Shenzhensdo" width="248" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Stadsdorpen in Shenzhen</p></div>
<p>Onderzoek bij de migranten in Kanton wees uit dat de geïnterviewden uit de stadsdorpen na de migratie bijna vier maal zoveel verdienden als voorheen in hun dorp van oorsprong. Ze slagen er in om maandelijks gemiddeld 425 yuan te sparen, waarvan er 347 yuan opgestuurd wordt naar hun gezin. Toch verdienen ze in de stad minder dan de autochtonen. In het dorp Liede werd vastgesteld dat de huur er 200 yuan per maand bedroeg, terwijl een appartement met één bed in de stad 1000 yuan huur kost. Het is dus niet te verwonderen dat in 2001 80% van Kantons migranten huurde in de stadsdorpen en tevreden was over de prijs/kwaliteitsverhouding. Over de kwaliteit van de huisvesting vallen wel opmerkingen te maken. De meeste gebouwen zijn duurzaam in de zin van gebouwd op funderingen, met deuren en ramen plus een dak. Sommige beschikken over stromend water, elektriciteit, toiletten en afvoer, maar dit is reeds minder evident. Vaak wordt huisvesting gedeeld onder de migranten waardoor de gemiddelde oppervlakte niet veel groter is dan een bed. Uit onderzoek bij migranten in stadsdorpen in Ningbo blijkt dat 2 à 3 personen één kamer delen, waarin dan nog gekookt wordt en geslapen. Amper 5 % heeft een eigen badkamer. De ongeveer 5000 migranten in Ningbo’s district Changfeng beschikken over 34 toiletten en de 2000 in de Jinjiacaobuurt over 16 wc’s, zodat je een kwartier moet wachten vooraleer je kan.</p>
<p>Hoewel vijf of zes bouwlagen regel is bij de gebouwen, tellen sommigen er acht of negen zonder lift. Tussen de gebouwen is er weinig ruimte en brandweerwagens kunnen nauwelijks binnen in de stegen. Elektriciteitsdraden liggen in een knoop, aan- en afvoer van water en gas raken geblokkeerd. Afval stapelt zich in alle hoeken op. Open ruimtes en openbare diensten zijn schaars. Drugs, prostitutie en misdaad floreren. In 2003 vond driekwart van de misdaden in Kanton z’n oorsprong in de stadsdorpen, waar ook 80 % van de huizen zonder bouwvergunning staat. In Shenzhen is de toestand nog erger met respectievelijk 70 % en 90 % in 2003.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Voorbeeld 1: Nieuwe Parelrivierstad</strong></span></p>
<p>In 1992 formuleerde Kanton de ‘Nieuwe Parelrivierstad’ als kernstuk van het ‘Centrale Zakendistrict’. Het district van 6,6 km² ligt centraal tussen het oude centrum van Kanton ten westen en de nieuwe uitbreiding Tianhe plus economische zone ten oosten. Van 1992 tot 2000 investeerde Kanton 4,5 miljard yuan voor infrastructuur in het gebied, wat de grondprijs deed stijgen. In de ‘Nieuwe Parelrivierstad’ werden drie stadsdorpen Liede, Xiancun en Tancun weerhouden. De rurale bevolking mocht 150 ha grond houden voor huisvesting (52 ha) én voor de ontwikkeling van de economie (98 ha). Dit is één vijfde van de grond. Op 38 % komen openbare diensten, publieke ruimte en wegen. Ook 38 % grond wordt behouden voor winstgevende activiteiten als handel, burelen &#8230; . Na heel wat druk van de dorpen gaf de stad aan de dorpen toe dat de gronden voor de economische ontwikkeling mochten ontwikkeld worden in partnerschap met promotoren. Deze kregen bovendien een ferme korting op de prijs voor het grondgebruik: 700 yuan/m², terwijl het elders in de stad rond de 2500 yuan/m² schommelde. Veertien jaar na de formulering van het plan was maar één derde van de geplande infrastructuur gebouwd. Sommigen wijzen naar de Aziatische crisis als oorzaak, anderen argumenteren dat de chaotische collectieve markt het prijsmechanisme ontregeld heeft. Feit is dat vastgoedgigant Richard Ellis in z’n laatste verslag de toekomst van het zakendistrict vol vertrouwen tegemoet ziet als bureelruimte eerste klas. De nieuwe metro maakt het centraal gelegen gebied nog beter bereikbaar.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Voorbeeld 2 Onteigend dorp Shipai</strong></span></p>
<p>Nu bekijken we even het dorp Shipai, dat zo centraal ligt in het CBD dat geheel het dorp ondertussen opgeslokt werd door de stad en waarbij het dorpscomité ondertussen tot straatcomité werd herleid.  Eeuwenlang was het dorp in handen van de vier clans Dong, Chi, Pan en Xian, die hun gemeenschappelijke zaken regelden in de zgn ‘Centrale Hall’. De verantwoordelijken werden altijd proportioneel verdeeld en aangesteld. De partijsecretaris was iemand uit de clans met hoog aanzien. Rond 1997-99 leefden er 9317 dorpelingen in Shipai, die 42.000 migranten onderdak boden. Het dorp kende verschillende golven van onteigening. Eerst werd in 1985 834 mu afgenomen voor de bouw van het sportcomplex voor de zesde nationale Spelen. In 1992 werd 945 mu onteigend voor een groot vastgoedproject en hightechzone. Ten slotte werd in 1994 1117 mu landbouwgrond ingenomen voor de ‘Nieuwe Parelrivierstad’ en voor stadsdiensten die naar de buurt verhuisden. De laatst beschikbare grond werd ingepalmd in 1997 en het ex-dorp ligt nu in een verstedelijkt gebied met 4 universiteiten en 22 IT-markten. Ondertussen is het dorp deel geworden van het district Tianhe. Het stadsdistrict was wel zo wijs toe te staan dat de economische coöperatieve van het voormalig dorp rustig kan blijven functioneren: in de loop van de diverse golven onteigeningen mocht de lokale coöperatieve telkens ongeveer 8 % van de onteigende grond houden. Er is dus economisch leven na de politieke dood van de dorpen. De coöperatieve heeft overigens ook infrastructuur aangelegd, wegen en scholen.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Welke toekomst?</strong></span></p>
<p>Welke toekomst is er weggelegd voor de stadsdorpen? De steden beschouwen de stadsdorpen als een noodzakelijk kwaad, om niet te zeggen een zootje ongeregeld. Er zijn dan ook momenteel twee soorten van aanpak. Vooreerst is er de strekking die het sociaal netwerk in de dorpen wil breken en vervangen door infrastructuur van stad en promotoren. Anderzijds bestaat de tendens om het met het dorp en zijn coöperatieven op een akkoord te gooien, maar voorlopig is er nog geen gestructureerde samenwerking van stadswege om de coöperatieven te helpen bij de renovatie van het belabberde patrimonium waarin de migranten leven.</p>
<p>Als voorbeeld van de radicale opkuisaanpak wordt Kanton genoemd. De ontwikkelaars deinzen echter terug voor de kosten en de onderhandelingen die onteigening met zich meebrengt. De schatting van alle kosten die de onteigening van de grondoppervlakte in de stadsdorpen uit 2001 zou bedragen, wordt op 50 à 60 miljard yuan geraamd, wat zeven jaar de ontvangsten bedraagt van de stad Kanton. Daartegenover staat de bemiddelende aanpak in Zhuhai. Zhuhai wil dat zowel de dorpsbewoners als de ontwikkelaars betrokken worden in een win-winsituatie bij de ontwikkeling van hun gebied als deel van de stad. De grond wordt weliswaar overgedragen aan de stad, maar de dorpelingen kunnen tot 1 à 1,2 maal hun grondoppervlakte terugkrijgen met wettelijke titel. Voor de economische ontwikkelingsgrond moet geen grondgebruiksgeld betaald worden. De coöperatieven worden aandeelhoudersvennootschappen waarin de aandelen gelijk verdeeld worden onder alle dorpelingen. De ontwikkelaars worden vrijgesteld van grondgebruiksgeld voor 2 tot 3 m² à rato voor elke renovatie van één m² oppervlakte in het voormalige dorp. Zhuhai beloofde in ruil om de komende drie jaar geen andere projecten te zullen goedkeuren. Deze politiek kende succes, want ondertussen doen honderd ontwikkelingsfirma’s mee aan het renovatieproces. De stad vroeg de ontwikkelaars eerst om vervangende woningbouw waarin de uitgedreven ex-dorpelingen terecht kunnen. Als resultaat bestaan er in Zhuhai geen stadsdorpen meer en ontstonden nieuwe gebieden. Nu is het wel zo dat Zhuhai minder migranten telt.</p>
<p>Ons komt het voor dat de coöperatieven van de voormalige dorpsbewoners het institutioneel kanaal bij uitstek vormen waarmee de steden ook in discussie kunnen treden voor het opknappen van de huisvesting van de migranten. De regering wil immers de toegang van de migranten tot en hun integratie in de stad vergemakkelijken. Het zou nuttig zijn de win-winsituatie die in Zhuhai bereikt werd door te trekken naar het vernieuwen van de huisvesting voor de migranten. Als de coöperatieven, die het dichtst bij de tijdelijke bewoners leven, kunnen samenwerken met de stedelijke organisaties met hun know-how en financiën enerzijds en met migranten-ngo’s anderzijds, kan misschien een dynamiek ontwikkeld worden waardoor de migrantenbuurten niet alleen geen synoniem meer zijn van leprabuurten maar waarbij de coöperatieven het integratiekanaal worden van de migranten in de stad.</p>
<p><strong>Selecte bibliografie</strong></p>
<p>Siqi Zheng, Fenjie Long, C. Cindy Fan, and Yizhen Gu, Urban Villages in China: A 2008 Survey of Migrant Settlements in Beijing,  Eurasian Geography and Economics, 2009, 50, No. 4, pp. 425–446.</p>
<p>Liu Weibin,  Social capital and urbanization: the case of “villages within city” in Shenzhen, China, The University of Hong Kong, Universitas 21 International Graduate Research Conference: Sustainable Cities for the Future, Melbourne &amp; Brisbane. Nov 29 – Dec 5, 2009</p>
<p>Zhiming LI and Wei WANG, Illegal construction on the urban fringe, 44th ISOCARP Congress 2008  Illegal construction on the urban fringe as new landscape of urban sprawl: the case of Nanjing, China</p>
<p>Yaping Wei &amp; Min Zhao, Entangling Land-use Regulations in China&#8217;s Urban Growth , 44th ISOCARP Conference 2008, Entangling Land-use Regulations in China’s Urban Growth, The Case of Guangzhou</p>
<p>Quanle HUANG, Tao LI, In the shadow of the metropolis,  Case study on the urban village in Guangzhou, China   Guangzhou Urban Planning Institute</p>
<p>Qi Changqing, Volker Kreibich, Sabine Baumgart , ASIEN 103 (April 2007), S. 23-44, Informal Elements in Urban Growth Regulation in China – Urban Villages in Ningbo</p>
<p>Ma Hang, Villages in Shenzhen 44th ISOCARP Congress 2008, Villages in Shenzhen-typical economic phenomena of rural urbanization in China</p>
<p>Luo Ji, and Peng Yang,  World Academy of Science, Engineering and Technology,  VOL 36 December 2008, From Family Rental Houses to Low-rent Houses- a research on urban village renewal based on renting ,</p>
<p>Yan Song, Yves Zenou and Chengri Ding, Housing Rural Migrants in China</p>
<p>Let&#8217;s Not Throw the Baby Out with the Bath Water: The Role of Urban Villages in Urban Studies 2008; 45; 313</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/stadsdorpen-het-thuis-voor-migranten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het Hemels Mandaat, geschiedenis van China</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 May 2010 19:37:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Dossiers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=11353</guid>
		<description><![CDATA[Het Hemels Mandaat.
Boekbespreking met samenvatting die een overzicht geeft van mijlpalen in de geschiedenis van China.

Elke maand verschijnt in onze taal alleen minstens één boek over China. Dat handelt dan meestal over deelaspecten uit de geschiedenis of maatschappij, economie, dagelijks leven, filosofie, ontmoetingen met Chinezen, Westerlingen in China, de huidige en toekomstige rol van China [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Het Hemels Mandaat.<br />
Boekbespreking met samenvatting die een <span style="color: #ff0000;">overzicht geeft van mijlpalen in de geschiedenis van </span>China.</strong></p>
<p><img class="alignleft size-full wp-image-11354" title="ter haar" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/06/ter-haar.jpg" alt="ter haar" width="200" height="283" /></p>
<p>Elke maand verschijnt in onze taal alleen minstens één boek over China. Dat handelt dan meestal over deelaspecten uit de geschiedenis of maatschappij, economie, dagelijks leven, filosofie, ontmoetingen met Chinezen, Westerlingen in China, de huidige en toekomstige rol van China in de wereld, de relatie van China met India of de VS.<br />
Een diepgravende studie van de geschiedenis was er nog niet. Wel een aanzet daartoe in het zeer toegankelijke boek van Shan Hwei Cheng en Jan Willem Nienhuys (1).<br />
Barend ter Haar(2), hoogleraar Chinese geschiedenis aan de universiteit te Leiden, brengt daar verandering in. Zijn studie is bijzonder grondig, bij momenten erg moeilijk, ze vereist veel concentratie bij de lectuur, maar die moeite wordt ook beloond.</p>
<p>Ter Haar begint met een handige chronologische lijst van de dynastieën, vanaf 1550 v.C. tot 1911 en een initiatie in het begrip “Hemels Mandaat”, dat de Chinese koningen en keizers claimden van 1045 v.C. tot 1911 n.C.<br />
Vervolgens vergelijkt hij de bevolking van China met die van de E.U.: diverse provincies tellen meer inwoners dan Duitsland en vele grote steden meer dan Nederland of België. Hij ziet China niet zozeer als een land, ook niet als een etnische of culturele eenheid, maar als een soort Europa, met verschillende volkeren, maar dan wel met een succesvoller eenwordingsproces en één krachtig bestuur. Hij bespreekt ook de overzeese Chinezen, inclusief de problemen(zoals jaloezie) die zij ondervonden en ondervinden. De Westerse term China is afgeleid van de Qin-dynastie (221-206 v.C.) en gaat terug op het begin van de Christelijke jaartelling. Hun benaming Zhongguo vertalen wij meestal als Middenrijk of rijk van het midden van de wereld.</p>
<p><strong>Na de introductie, begint een lang historisch overzicht.</strong></p>
<p>De oudste inscripties op orakelbeenderen dateren uit de 13° eeuw. Een verwijzing naar het schitterende boek van Lindqvist (3) ontbreekt hierbij.<br />
De periode 1045 – 221 v.C. krijgt de benaming “Het feodale China”, hoewel die naam m.i. ook toepasselijk is op latere periodes ; tussen 221 n.C. en 534 en tussen 907 en 1234 was er weer verdeeldheid. De feodale periode laat hij eindigen met de “Strijdende Staten” (481-221), genoemd naar een boek uit die tijd: koningen proberen andere staten te annexeren. De Qin-staat wint deze strijd.</p>
<p>Confucius leefde van 551 tot 479 v.C. Hij was een rondreizende leraar van de feodale elite. Zijn hiërarchische leer werd later verder uitgewerkt door o.a. Mencius (372-289) en Xun (312-230). Ook het taoïsme, toegeschreven aan Laozi, en andere filosofische stromingen worden hier en verder in het boek besproken. In bijna alle hoofdstukken komen filosofische strekkingen aan bod. Ze vormen de moeilijkste delen van het boek.</p>
<p>Vanaf 221 v.C. wordt China een keizerrijk. De koning van de Qin roept zich dan uit tot “Verheven Soeverein” of eerste keizer met goddelijke status. Ter haar verwijst telkens naar andere rijken, zoals het Parthische, de Hellenistische en het Romeinse. Hij beschouwt de jaren 256/221 v.C. als het einde van de feodale periode, omdat de Qin dan de Zhou verslaan, de definitieve vereniging van China inzetten en in 230-221 de overige staten definitief veroveren. Het graf van de eerste keizer van de Qin illustreert niet enkel de degelijke militaire organisatie, maar ook de administratieve: bamboelatjes met wetten, bestuurlijke regels en rechtspraak en ook een handboek over voorspoedige en onvoorspoedige dagen. Er zijn ook bewijzen dat die wetten uitgevoerd werden: schrift, gewichten, maten en munten werden gestandaardiseerd evenals de as van de wielen voor wagens met vier, karren met twee en kruiwagens met één wiel. De kruiwagen was al in gebruik vanaf de Han-dynastie (202 v.C. – 220 n.C.), maar in 1978  stond men niet veel verder. Er komen ook grote bouwwerken, o.a. verdedigingsmuren, maar nog geen lange doorlopende muur: die volgt pas in de 15° &#8211; 16° eeuw.<br />
Ondanks hun verdiensten, wordt de laatste keizer van de Qin al in 206 v.C. ten val gebracht en gedood. Het graf van Qin Shihuang in Xian wordt geplunderd en pas in 1974 herontdekt.<br />
Ter Haar spreekt niet over de hypothese die  historicus en architect Chen Jingyuan formuleert in zijn boek “The truth of Terracotta Warriors”, dat het graf misschien van de machtige keizerin Xuan is, die 55 jaar eerder stierf (China Daily, 16.02.2010).</p>
<p>Er volgen twee Han-dynastieën: 202 v.C. – 9 n.C., met als hoofdstad Chang’an en 25 n.C. – 220 n.C. , met Luoyang als centrum. In plaats van militaire expansie, komt er langzame kolonisatie van grensgebieden door gewone boeren.<br />
Rond de 2° eeuw v.C. ontstaat een handelsroute over land, die pas  in 1877 door de Duitse geograaf Ferdinand von Richthofen de Zijderoute wordt genoemd. De belangrijkste handelaars zijn niet de Chinezen, maar de Perzen of Parthen.  Zij brengen Chinese zijde naar Rome. Hellenistische Grieken noemen de zijde “sèr” en het zijdevolk “Sères” of “Sèrikoi”. Plinius vertelt erover in zijn Historia Naturalis (77 n.C.).<br />
In 2 n.C. wordt in China een volkstelling gehouden. Ze wijst uit dat er minstens 59 miljoen mensen wonen, van wie de grote meerderheid in het noorden. In 140 n.C. daarentegen woont bijna de helft in het zuiden.<br />
De eeuwen tussen 220 en 589 n.C. krijgen in de westerse literatuur de naam “Periode van verdeeldheid”. Dat klopt niet helemaal, want ook de voorafgaande Han en de daarna volgende Sui en Tang waren niet altijd in staat hun rijk echt onder controle te houden. De aanvallers te paard zijn verwant aan de Turken, Tibetanen en Mongolen. Opmerkelijk is dat al in 485 een landhervorming wordt doorgevoerd, waarbij de boeren in Noord-China stukken grond in pacht krijgen met gelijke opbrengst. Ze worden belast in de vorm van graan en zijde. In het zuiden doet men voornamelijk aan rijstbouw. In het noorden eet men meer vlees en melkproducten, in het zuiden gewassen en dieren uit de waterrijke omgeving.<br />
Vanaf de 3° eeuw ontwikkelt de kalligrafie zich tot zelfstandige kunstvorm in de aristocratische bovenlaag.<br />
Vanaf de 1° eeuw n.C. komt het boeddhisme in China binnen vanuit India via de zijderoute en de zuidelijke zeeroute. Pas in de 4° eeuw dringt het door bij de aristocratie en het hof. Dank zij het boeddhisme ontstaan ook een nieuwe beeldencultuur en grottentempels.</p>
<p>De periode van de Sui (589-618) en de Tang (618 – 907) valt gedeeltelijk samen met het Byzantijnse rijk en met de opkomst van de islam. In 655 verovert een vrouw de troon en ze houdt 50 jaar stand. In 751 wordt een Tang-leger verslagen door Arabieren bij  Talas. De auteur situeert deze slag in Kazakstan in plaats van Kirgizië. De Arabieren, die op dat moment op het hoogtepunt van hun veroveringen zitten en in Europa Portugal en Spanje veroverd hebben,  nemen het gebied niet in wegens te ver weg. Maar ze nemen wel Chinese krijgsgevangenen mee en  ze  nemen van de Chinezen allerlei technieken over  zoals de bereiding van papier, de boekdrukkunst en het kompas. Het machtsvacuüm wordt opgevuld door …Tibet, dat in die tijd zeer sterk is.</p>
<p>Tijdens de Song-dynastieën (960-1270) wordt het rijk opnieuw verenigd, soms door niet-Chinezen. Het inbinden van de voetjes, dat ontstond in de late Tang-dynastie (763-960)  bij danseressen aan het keizerlijk hof in Chang’an, verspreidt zich in de 11° en 12° eeuw onder de elite en in de 14° eeuw is het wijd verbreid, vooral in het noorden. De tenen worden daarbij onder de voetzool gebogen en permanent met windels samengebonden. In de 13° eeuw wordt in een tekst al een eerste keer ertegen geprotesteerd, maar vooral in de 19° eeuw is het verzet van de culturele elite groot. Ter Haar zegt: zonder hen was de gewoonte niet verdwenen. Hij schrijft het verbod dus niet toe aan Mao (226) en hij zegt er ook net bij hoe klein de voetjes waren, namelijk ca. 16 cm!<br />
Tijdens de Song is er ook een grote technologische vooruitgang: waterklok, kompas, boekdrukkunst en buskruit worden uitgevonden. Voor alle vier is er sprake van een lang ontwikkelingsproces. Het kompas maakt het mogelijk te varen zonder de sterrenhemel en zonder de kustlijn te volgen. Opmerkelijk is dat de westerse ontdekkingsreizigers  er meer gebruik van zullen maken dan de Chinezen zelf. De drukkunst is al rond 700 uitgevonden, maar neemt een grote vlucht vanaf de 10° &#8211; 11° eeuw. Ook de uitvinding van het buskruit, wsch. ergens in de 10° eeuw,  valt niet precies te dateren. Het doel was aanvankelijk: lawaai maken om de paarden van de tegenstanders te laten schrikken; verder ook huizen en stro in brand steken. Ook nu gebruiken de Chinezen nog buskruit om demonen te verjagen. De productie van porselein, uit speciale kaolin-klei plus hoge temperatuur van 1200 – 1400° wordt verfijnd. Het valt me wel op dat de auteur bij geen enkele uitvinding een datum plaatst.</p>
<p>De periode 907-1368 wordt ook gekenmerkt door nieuwe, niet-Chinese veroveraars. Helemaal nieuw is dat niet, want tussen 220 en 960 spelen Turkse volkeren en de half-Turkse Sui- en Tang-dynastieën ook al een rol in China. De bekendste nieuwkomers zijn de Mongolen, die tussen 1206 en 1368 niet alleen China inpalmen, maar ook doordringen tot in Zuid-Rusland. Vanuit hun rijk van de Gouden Horde in Zuid-Rusland ondernemen ze veldtochten in Oost-Europa, tot aan de Dalmatische kust, maar zonder blijvend resultaat. Gedurende een korte tijd van ca. 100 à 150 jaar vormen zij het grootste aaneengesloten imperium dat ooit heeft bestaan. De verovering van Japan mislukt in 1274 en 1281, telkens door een storm. Het onafhankelijke Tibet veroveren ze evenmin.<br />
Tijdens het Mongoolse bewind zijn er herhaalde contacten tussen China en de katholieke landen van Europa: franciscaanse monniken en Italiaanse kooplui reizen naar het hof in Karakorum en in Beijing. De belangrijkste is de Vlaamse franciscaan Willem van Rubroek (1220-1293), die in 1253 – 1254 met de steun van de Franse koning en van de paus naar de hoofdstad Karakorum reist, maar geen toestemming krijgt om het christendom te verspreiden en de khan ook niet kan overtuigen om samen met het westen tegen de Turken in het Heilig Land te vechten. Zijn “Itinerarium” of reisverslag is wel de eerste  betrouwbare westerse bron over de situatie in het Mongoolse rijk, wat we niet kunnen zeggen over het iets latere  “Il Milione” van Marco Polo.<br />
Zijn medebroeder Giovanni Montecorvino (1246-1328) vestigt zich in 1294 in China en leert ook Chinees, wat Marco Polo niet deed. Deze vertrekt uit Venetië en vestigt  zich van 1275 tot 1295 in Beijing. Met zijn rijke fantasie oefent hij de volgende eeuwen grote invloed uit op de ontdekkingsreizigers. Ter Haar gaat in op de discussie of Marco Polo in China is geweest, zonder te verwijzen naar de tegenstanders zoals Frances Wood en de voorstanders zoals Laurence Green en ook zonder zelf een duidelijk standpunt in te nemen.<br />
Hij signaleert wel een aantal leemtes in het boek: Marco Polo spreekt nergens over het Chinese schrift, boekdrukkunst, porselein, thee of voetjes binden (273).</p>
<p>Met de Ming-dynastie (1368-1644) neemt eindelijk weer een inheems heersershuis de macht over en brengt het land tot grote bloei. Mongolië en Tibet horen niet bij dat rijk. De Mongoolse Moghuls veroveren India en heersen er als keizers van 1526 tot 1857. Het Ottomaanse rijk (1300-1922) fungeert als grote afnemer van Chinees porselein. De auteur beweert dat Ming-China de motor was van de toenmalige wereldeconomie, maar hij bewijst nergens dat het belangrijker was dan het Portugese, Spaanse of Ottomaanse rijk. Tussen 1393 en 1650 evolueert de bevolking van 85 naar 268 miljoen inwoners. Deze schatting wijkt sterk af van vroegere die voor 1650 over 150 miljoen Chinezen spreken (297).<br />
Tussen 1405 en 1433 onderneemt Zheng He zeven expedities langs de kusten van Azië en Afrika tot aan het huidige Mombasa in Kenia(292-302). Het zijn geen ontdekkingsreizen, want hij volgt de routes die door Perzische handelaars al eeuwen bevaren werden. Korea, Japan en andere gebieden horen daar niet bij.<br />
In tegenstelling met wat Gavin Menzies beweert in zijn fantasierijk verhaal “1421”(4a), ontdekt Zheng Amerika niet. Over het tweede, nog fantasievollere boek van Menzies, “1434. Het jaar waarin China de Italiaanse Renaissance deed ontbranden”(4b), rept Ter Haar terecht met geen woord. De naam Menzies komt in zijn boek zelfs niet voor. Jammer dat hij geen duidelijker standpunt inneemt.</p>
<p>In 1449 probeert de Ming-keizer de Mongolen te onderwerpen. Dit mislukt. Hij kiest dan voor een gigantisch verdedigingscomplex, dat we nu kennen als de Grote of Lange Muur(Changcheng).<br />
Die muur is niet de opvolger van de vroegere muurtjes: die dienden om het pas veroverde gebied te beschermen en waren dus offensief van aard. Die van 1449 is defensief. Er is twee eeuwen aan gewerkt en ze ligt op andere locaties dan de vroegere.<br />
Ter Haar beweert ook dat de muur na zijn voltooiing in verval raakte, maar in de late 19° eeuw herontdekt werd door Westerse toeristen. Zijn visie sluit aan bij die van specialiste Julie Lovell (5), naar wie hij helaas niet verwijst. Hij gaat nog een stapje verder: de resten van de Qin-muren uit ca. 215 v.C. zijn nog steeds niet aangetoond door opgravingen en evenmin door schriftelijke getuigenissen. Er zijn wel archeologische bewijzen voor een muur uit het Han-tijdperk (202 v.C.-220 n.C.).</p>
<p>In de 16° &#8211; 17° eeuw komt China in de wereldeconomie terecht: zilver wordt geïmporteerd uit Japan, eerst door de Portugezen via Macao, dan door de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie via Taiwan.<br />
Vervolgens halen Chinese handelaars zelf zilver uit de Spaanse Filippijnen. Zilver fungeert als voornaamste betaalmiddel in die economie. Vanaf de 17° eeuw spelen ook de Engelsen een steeds grotere rol. China zelf exporteert zijde, thee en porselein.<br />
De V.O.C. verdrijft de Portugezen met geweld uit Malakka (nu Maleisië) en opereert vanuit Batavia (nu Jakarta), waar ze veel in contact komen met plaatselijke Chinese handelaars en Chinese producten. In 1623 vestigen zij zich op Formosa (nu Taiwan), dat aanvankelijk Portugees gebied was. Van daaruit drijven ze handel met Japan.<br />
Die handel was aanvankelijk ook in Portugese handen, maar Japan koos voor een partner die geen bekeringsplannen had. In Guangzhou ontstaat een beperkte internationale handel, totdat de Engelsen vanaf de eerste Opiumoorlog (1839-1842) China verplichten zijn havens open te stellen voor het Westen.<br />
Vanaf de tweede helft van de 16° eeuw ontstaat ook een toenemende migratie van Chinese handelaars naar de Filippijnen en andere gebieden in Zuidoost Azië. Hiermee begint het fenomeen van de Overzeese Chinezen, die actief zijn in de handel en in de dienstensector, in deze laatste vooral als apothekers en dokters. In de 19° en 20° eeuw migreren ze ook naar Nederlands Indië, Amerika en andere delen van de wereld, deels als handelaars, deels ook als arbeiders. In de 1° W.O. werkten er tienduizenden Chinese arbeiders in en achter de loopgraven van West-Vlaanderen en Noord-Frankrijk, zoals blijkt uit het boek van hun tolk Gu Xingqing(6). Het Indische woord koelie of kuli betekent dwangarbeider of slaaf en klinkt beledigend. De Chinese vertaling is “bittere arbeid”.<br />
De missionering van China wordt ingezet vanuit het Portugese Macao vanaf 1583, door de Italiaanse jezuïet Ricci(1552-1610). Vanaf 1601 mogen hij en later ook Vlaamse jezuïeten zoals Ferdinand Verbiest zich vestigen in Beijing als adviseurs van de keizer. Philip Couplet, die in 1656 samen met Verbiest via Portugal naar China reist, ontbreekt hier(348). In 1682 komt hij even terug naar Europa, samen met de bekeerde Chinees Michael Shan Fuzong. In 1684 mogen ze bij Lodewijk XIV in Versailles komen demonstreren hoe Chinezen schrijven en eten en in 1686 mogen ze dat overdoen bij James II in Londen. In 1687 zorgt Couplet voor de eerste Latijnse vertaling van Confucius. Zijn Brusselse confrater Albert Dorville bezoekt in 1661, samen met de Oostenrijkse jezuïet Johannes Grueber, als eerst Europeaan Tibet. In 1693 introduceren de jezuïeten kinine vanuit Amerika, waarmee ze de keizer en zijn hof genezen van malaria. In 1773 wordt de orde verboden door de paus en eindigt hun aanwezigheid in China. Ook dominicanen, franciscanen en in de 19° eeuw Scheutisten vestigen zich in China. Het aantal bekeringen blijft beperkt.</p>
<p>Extreem koude winters veroorzaken in 1586-1590 en in 1636-1643 epidemieën, natuurrampen en grote opstanden. In 1644 valt de Ming-dynastie. Er bestaat geen eensgezindheid over de oorzaken.<br />
Ze worden opgevolgd door de Qing. Deze Mantsjoes regeren van 1644 tot 1911, dus ongeveer parallel met de laatste tsaren in Moskou (1613-1917). De Mantsjoe-adel trekt na de verovering van China met legers en lijfeigenen naar Beijing en omgeving. In 1683 veroveren ze ook Taiwan. Alle Chinese mannen, behalve de boeddhistische monniken, moeten een paardenstaart dragen als symbool van onderdanigheid aan de Mantsjoes. De Qing handhaven wel het bestuurssysteem van de Ming. De meeste Chinezen accepteren de Mantsjoes als de nieuwe dragers van het Hemels Mandaat. Deze periode krijgt terecht veel aandacht: veel kenmerken van het huidige China, zoals het nationalisme van de Han-Chinezen en de continue problemen met Oeigoeren en Tibetanen, vinden hun oorsprong in de Qing-tijd. De heerschappij van de Mantsjoes leidde tot nationalisme onder de “echte” Chinezen.<br />
Rond 1700 telt China 120 à 200 miljoen inwoners volgens de traditionele schattingen, 250 à 275 volgens de nieuwste reconstructies. Maïs en aardappelen worden vanaf de 16° eeuw geïmporteerd uit Latijns-Amerika voor periodes van hongersnood, naast pepers, paprika, pinda en ook de tabaksplant. Mannen en vrouwen roken er op los. Ook nu nog telt China het grootste aantal fervente rokers. Roken onderdrukt de honger en houdt de muggen weg. China exporteert thee, porselein, andere consumptiegoederen en ook mensen, die overal gaan werken en wonen. De Chinese handel in Zuidoost Azië is minstens even groot als de westerse (300). Vooral vanuit Siam (nu Thailand) wordt veel geïmporteerd, o.a. rijst en schepen.<br />
Na 1842 komen westerse goedkopere stoomschepen in de plaats; het klinkt vreemd dat het westen toen goedkoper was(380).<br />
In 1728 komt ook Tibet formeel onder Mantsjoe soevereiniteit te staan, maar het bestuur blijft Tibetaans en de horigheid ook; tot in de 20° eeuw horen boeren bij de grond van kloosters, staat en grootgrondbezitters, ze bewerken die grond in ruil voor pacht (383-385). De Qing verovert rond 1757 ook Centraal Azië, de islamitische “Nieuwe Gebieden”, nu het autonome Xinjiang. Rond 1860 breken er zware opstanden uit. Expedities naar Birma, Vietnam en Nepal kennen geen succes. De Russen veroveren in de 16° &#8211; 17° eeuw Siberië. Met twee jezuïeten als tolk, sluiten ze in 1689 een handelsverdrag met de Chinezen, in het …Latijn. Ter haar vermeldt niet de namen van die twee: het zijn Tome Pereira en Jean-François Gerbillion. De Russen hebben op dat moment een ambassade in Beijing. En de Chinese keizers hebben meer interesse in het machtige en nabije Rusland dan in het westen met zijn kleine schepen. De jezuïeten hebben met nieuwe landmetingstechnieken het hele land in kaart gebracht! Die kaarten leiden tot het grensverdrag van 1727 en ze vormen tot in de 20° eeuw de basis van China’s territoriale aanspraken t.o.v. Rusland.<br />
China importeert uit Rusland bont, paarden en schapen voor de heersende Mantsjoe- en Mongolenklasse, Rusland importeert katoen, zijde, thee en rabarber, dit laatste vooral om zijn genezende werking.<br />
De 19° eeuw is de eeuw van de Britse uitvindingen en van het Europese kolonialisme en imperialisme. Ze doen de internationale politieke, militaire en economische balans overslaan naar Europa. Westerlingen kijken met onbegrip naar het Chinese verzet tegen hun kennis en techniek, iets wat gezantschappen van Macartney e.a. ondervinden. De Britse East India Company en de Nederlandse V.O.C. hebben sinds 1685 al wel een toestemming om handel te drijven met Zuid-China. Ze importeren thee en porselein uit China. In de 19° eeuw voeren de Britten ook opium in, net zoals de Portugezen en de Nederlanders. Voor de Britten is die opium een reactie op de afwijzing van hun gezantschappen en een zeer lucratief alternatief voor het afnemende zilver uit Latijns-Amerika. Ter Haar beweert zelfs dat de winstgevende opiumhandel een cruciale factor is in de opkomst van Groot-Brittannië als economische en militaire macht. Chinezen gebruiken opium als medicijn en vooral als verslavend afrodisiacum. Ze roken, eten of drinken het, vooral in de wereld van vermaak en prostitutie.</p>
<p>Er ontstaan twee oorlogen om de invoer van opium en andere redenen: 1839-1842 en 1856-1860. Ze leiden tot de “Ongelijke Verdragen”, die China open stellen voor buitenlandse inmenging in de vorm van havens en westerse rechtspraak. In 1842 krijgt Groot-Brittannië vijf havens, in 1844 volgen Frankrijk en de VS, in 1861 zijn er al vijftien. De havens van Shanghai en Tianjin nemen sterk in betekenis toe. Met de westerlingen komen in Shanghai ook de eerste kranten.<br />
 In 1860 brandt een Brits-Frans leger het Zomerpaleis nabij Beijing plat. Het huidige is gebouwd naast de resten van het oude, die blijven herinneren aan de vernederingen van 1860. In dit klimaat kent China talloze opstanden, o.m. van de arme Hakka’s (1850), van de Taiping of het Hemelse Koninkrijk van de Grote Vrede (1851-1861) en van moslims in het westen (1855-1878). China verliest ook oude tribuutstaten zoals Vietnam aan Frankrijk, Birma aan Engeland, Korea aan Japan. Vele Chinezen migreren naar westerse kolonies om er te werken als koelie. Ze sturen veel geld naar het moederland, iets dat ze ook nu nog altijd doen. China wordt in deze periode ook getroffen door aardbevingen, andere natuurrampen, besmettelijke ziektes zoals pest en cholera en door hongersnoden.<br />
De Frans-Chinese oorlog van 1884-1885 en nog meer de Chinees-Japanse van 1894-1895 vormen een keerpunt. De gemoderniseerde Chinese vloot wordt vernietigd. In 1895 verliest China Korea en Taiwan aan Japan. Daarop stuurt China studenten naar Japan om er westerse kennis op te doen: 13 in 1896, 8.000 in 1905. Dit markeert dus een (tijdelijke? ) breuk in het denken in termen van het middelpunt van de wereld.<br />
De wrede Boksersopstand van 1900 breekt uit in een klimaat van mislukte oogsten, droogte, cholera. Hij wordt genadeloos onderdrukt door het “Verenigde Leger der acht Naties”, een Westers-Japanse coalitie, die Beijing plundert zoals in 1860. De vrede die volgt is zeer vernederend.</p>
<p>Nu volgen er drastische hervormingen in onderwijs, bestuur en gerecht. In 1905 was het examensysteem al afgeschaft: het leidde op tot het hoogste ambt, nl. dienaar van de keizer, maar het testte enkel de kennis van klassieke geschriften, niet die van handel of praktisch verstand. De inspiratie komt uit Japan. In 1911 valt het keizerrijk, na ruim 2100 jaar. Deze constitutionele revolutie illustreert de overgang van traditie naar moderniteit. Kind-keizer Puyi (1906-1967)wordt van de troon gehaald. In de jaren ’30 zetten de Japanners hem in Mantsjoerije op de troon, daar wordt hij in 1945 gearresteerd door de Russen en na vijf jaar Siberië krijgt hij in 1950 van Mao nog eens tien jaar heropvoedingskamp. In 1960 wordt hij vrijgelaten, in 1967 sterft hij onder verdachte omstandigheden bij het begin van de Culturele Revolutie(548).<br />
De revolutionair Sun Yatsen wordt de eerste president, 1912 het eerste jaar van de republiek en Sun “De vader van de Chinese Republiek”. Zijn opleiding had hij gehad in de VS (Hawaï). Overigens heeft de auteur niet zo’n hoge dunk van deze pater patriae: zijn mederevolutionairen zijn veel actiever, Sun is vooral een prater en agitator (513). Maar hij baseert zijn macht niet langer op het hemelse mandaat.<br />
In de periode 1895-1913 stijgt het aantal buitenlanders enorm, van 10.000 naar 164.000, onder wie 80.000 Japanners en het aantal buitenlandse ondernemingen neemt toe van 603 tot 3805. Vanaf 1901 worden ook meisjesscholen opgericht, wat de positie van de vrouw ten goede komt. De gewoonte van het voeten binden verdwijnt heel langzaam(523).<br />
In 1911 komt er ook een einde aan de geschiedenis van het Hemels Mandaat, die begonnen is rond 1045 v.C. met de overwinning van de Zhou-koningen op de Shang-heersers en die voortgezet is in 221 v.C. met de vereniging van China door de eerste keizerlijke dynastie, de Qin.<br />
Het moderne China, dat begint met de nederlaag tegen Japan in 1895, is een republikeins systeem, dat in vele opzichten de erfenis voortzet, maar tegelijk ook een breekpunt is: de macht is niet meer erfelijk en wordt in principe niet meer gerelateerd aan de Hemel als bron van alle gezag. Tegelijk verdwijnt ook het morele plichtsbesef dat met het Hemels Mandaat is verbonden.<br />
Op 4 mei 1919 protesteren diverse groepen tegen de begunstiging van Japan ten koste van China op de conferentie van Versailles. Japan krijgt daar de Duitse concessie. In 1921 wordt de CPC opgericht. Een groot deel van hen wordt in 1927 uitgemoord door Chinag Kaishek. Maar hij slaagt er niet in om heel China onder controle te krijgen.</p>
<p>De zoektocht naar een nieuw politiek systeem duurt nog tot 1949. Oorlogen en epidemieën (malaria, pest, cholera) veroorzaken miljoenen doden in de jaren ’20-’30-’40.<br />
De burgeroorlog, de Japanse invasies van 1931 en 1937, drie decennia van voluntaristische massacampagnes tegen de traditionele cultuur, met als hoogtepunt de Grote Proletarische Revolutie, leiden tot een enorme kaalslag en vernietiging van die cultuur.<br />
In 1949 wint Mao dus de burgeroorlog, o.a. door gebruik te maken van de wapenvoorraden die de Japanners in 1945 in Mantsjoerije hebben achtergelaten. 1 oktober 1949 heet nog altijd “De bevrijding”.<br />
Mao maakt snel een einde aan het westerse imperialisme, aan de nog altijd bestaande vernederende verdragen, de verdragshavens, de missies, de kapitalistische economie.<br />
Dit gebeurt niet met zachte hand. De omwenteling is gigantisch, de terreur en de heropvoedingskampen eveneens. Tot 1978 wordt de kapitalistische markteconomie en de globalisering afgewezen. De handelseconomie, waar China al eeuwen deel van uitmaakte, wordt teruggeschroefd.<br />
De communisten maken wel werk van een gezondheidssysteem, door campagnes voor meer hygiëne, massale aanleg van publieke toiletten en blotevoetendokters, die in feite veredelde EHBO’ers waren. Andere campagnes zoals de strijd tegen ratten, vliegen, muggen en spreeuwen en de Grote Sprong om Groot-Brittannië snel in te halen, lopen faliekant af en veroorzaken grote hongersnood in 1959-1961. Uit de volkstelling van 1982 blijkt dat er ca. 30 miljoen doden zijn gevallen. Tijdens de Culturele Revolutie komen er nog honderdduizenden bij, vooral …partijleden, intellectuelen en cultuurdragers. Het onderwijs en de wetenschap liggen stil van 1966 tot 1978. Tijdens de Grote Sprong van 1958 verdwijnt ook veel religieuze infrastructuur, doordat alle metalen voorwerpen, dus ook wierookvaten en andere rituele objecten, worden omgesmolten om de ijzerproductie van Groot-Brittannië te evenaren. Bij de zoektocht naar brandhout worden heuvels ontbost en heilige bomen gerooid, waardoor de erosie toeneemt en de stofstormen verergeren. De Rode Gardisten vernietigen in China en in Tibet de religieuze cultuur van hun eigen ouders en grootouders.<br />
Taiwan en Hongkong vormen hierop een uitzondering: daar heeft de traditionele religieuze cultuur stand gehouden, ook na 1978 en daar is Falun Gong niet verboden.<br />
De traditionele cultuur krijgt ook klappen door de moderne massacommunicatie, nieuwe vormen van transport(trein, auto, vliegtuig) en door de ongebreidelde economische groei. Tegelijk werkt de traditie sterk door in de moderne tijd.<br />
De rol van de familie bij voorbeeld is, ondanks de communistische campagnes, overeind gebleven. Kleine opmerking: de campagnes om de familie op te heffen vonden enkel plaats in de Maoïstische periode, nl. tussen 1953 en 1976 en dan nog met onderbrekingen. In 1981 werd de familie weer opgewaardeerd.<br />
Rond het Chinese Nieuwjaar probeert iedereen zijn familie op te zoeken, zelfs aan de andere kant van het land of van de wereld. De familie blijft de basis voor allerlei vormen van sociale en economische steun en het is het enige netwerk dat ontsnapt aan de hiërarchie van de CPC(557). Ook de kalligrafie, die vanaf de 3° e. n.C. een wezenlijk onderdeel vormt van de culturele en sociale elite-identiteit, heeft de revoluties overleefd. Nu heeft ze een nieuwe concurrent, de computer, waardoor kinderen nauwelijks nog schrijven. De traditionele geneeskunde en in het bijzonder de acupunctuur herleeft, met dit verschil dat de artsen nu opgeleid worden aan de universiteit.<br />
Hier had Ter Haar ook mogen verwijzen naar de culturele banden tussen Chinezen wereldwijd: over de grenzen heen, delen ze dezelfde waarden en voelen ze zich volwaardige leden van het Middenrijk. Het Hemels Mandaat is nog niet weggebrand uit hun eenheidsideaal.</p>
<p>Vanaf 1978 keert China terug naar de kapitalistische markteconomie en de wereldhandel. Het succes is enorm. Detail: de Chinezen zelf noemen hun markteconomie niet kapitalistisch, maar socialistisch. Maar aan het machtsmonopolie van de CPC wordt niet geraakt.<br />
Het Hemels Mandaat speelt nog een rol bij de interpretatie van natuurrampen, zoals de aardbeving bij Tangshan op 200 km ten oosten van Beijing in juli 1976. Ze vindt plaats kort na de dood van Zhou Enlai en net vóór de dood van Mao Zedong. Die van Sichuan in 2008 gaat niet gepaard met politieke verschuivingen.<br />
De Olympische Spelen van 2008 vormen een voorlopig hoogtepunt in de steile opgang van China. De openingsceremonie knoopt aan bij de hoogtepunten en de uitvindingen uit het glorieuze verleden en bij het Confucianistisch gedachtegoed. </p>
<p>De auteur eindigt met kritische leestips en informatiebronnen (565-573). Hierbij ligt de nadruk op Leiden en lijkt het alsof Leuven en Gent in een ander taalgebied liggen en nog met sinologie moeten beginnen (hoewel Leuven toch een stevige afdeling heeft sinds 1979).<br />
De uitgebreide en tamelijk volledige index (575-601) bevat zowel personen en plaatsen als begrippen, uitvindingen en gewoontes. Twee uitzonderingen: porselein en voetjes binden staan er niet in.<br />
Ter Haar had ook meer aandacht mogen besteden aan de Belgische missionarissen die een prominente rol speelden in de Chinese geschiedenis: Willem van Rubroek en Ferdinand Verbiest krijgen hoop en al één alinea, Philippe Couplet en Albert Dorville ontbreken helemaal.</p>
<p>Hoewel de leesbaarheid wordt vergroot door vele, soms unieke illustraties, blijven de hoofdstukken over culturele, literaire en religieuze onderwerpen doorgaans erg moeilijk. En de periode van Deng, Jiang Zemin en Hu Jintao komt hopelijk in een volgend boek aan de orde.<br />
Voor de rest is het een onuitputtelijke bron van veelzijdige informatie, met geregeld een andere visie dan de gangbare. Die alternatieve visies worden telkens gestaafd met bewijsmateriaal. </p>
<p>Het is het beste en meest genuanceerde China-boek en de eerste omvattende geschiedenis van China in ons taalgebied en één van de beste boeken die ik ooit mocht beoordelen. In de Vlaamse pers kreeg het nauwelijks aandacht. Zeer ten onrechte! </p>
<p>Referenties:</p>
<p> 1. Shan-Hwei Cheng, Jan Willem Nienhuys,</p>
<p>      China.</p>
<p>      Geschiedenis, cultuur, wetenschap, kunst, politiek.</p>
<p>      Uitgeverij VBK, Wommelgem, 2006.</p>
<p> 2. Barend ter Haar,</p>
<p>      Het Hemels Mandaat.</p>
<p>      De geschiedenis van het  Chinese Keizerrijk.</p>
<p>      Amsterdam University Press, Amsterdam, 2009 / Davidsfonds, Leuven, 2010.</p>
<p>      601 p. ; kaarten, foto’s, tabellen, tekeningen, chronologie, literatuur, register.</p>
<p>      ISBN 978 90 8964120 5 / 978 90 5826 677 4.           € 49,50.</p>
<p> 3. Cecilia Lindqvist,</p>
<p>      Het karakter van China.</p>
<p>      Het verhaal van de Chinezen en hun schrift.</p>
<p>      Uitgeverij Balans / WPG,     Amsterdam / Antwerpen, 2007.</p>
<p> 4a. Gavin Menzies,</p>
<p>      1421. Het jaar waarin China de Nieuwe Wereld ontdekte.</p>
<p>      Uitgeverij Ambo, Amsterdam / VBKU, Antwerpen, 2002.</p>
<p> 4b. Gavin Menzies,</p>
<p>      1434. Het jaar waarin China de Italiaanse Renaissance deed ontbranden.</p>
<p>      Uitgeverij Ambo, Amsterdam / VBKU, Antwerpen, 2008.</p>
<p> 5. Julie    Lovell,</p>
<p>      Achter de Chinese Muur.</p>
<p>      Geschiedenis van China’s isolement, 1000 v.C. – 2000 n.C.</p>
<p>      Uitgeverij Standaard, Antwerpen, 2006.</p>
<p> 6. Gu  Xingqing,</p>
<p>      Herinneringen van een tolk voor Chinese arbeiders tijdens WO I.</p>
<p>      Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2010.</p>
<p> Jef Abbeel  april – mei 2010.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>??</p>
<p> </p>
<p>??</p>
<p> </p>
<p>1</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/het-hemels-mandaat-geschiedenis-van-china/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>China voert groene revolutie door</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-voert-groene-revolutie-door/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-voert-groene-revolutie-door/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 14 Feb 2010 15:34:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Milieu]]></category>
		<category><![CDATA[energiebesparing]]></category>
		<category><![CDATA[klimaat]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=8494</guid>
		<description><![CDATA[China’s geïnstalleerde windenergie verdubbelt elk jaar, het land produceert 40 % van de zonne-energieproducten, het heeft de grootste grondstoffenbasis voor biobrandstof en het werkt volop om de wereld te leiden op het vlak van auto’s met nieuwe energie. Dit zijn maar enkele voorbeelden uit twee rapporten die de ‘Internationale Klimaatgroep’ wijdt aan de grote omwenteling [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;">China’s geïnstalleerde windenergie verdubbelt elk jaar, het land produceert 40 % van de zonne-energieproducten, het heeft de grootste grondstoffenbasis voor biobrandstof en het werkt volop om de wereld te leiden op het vlak van auto’s met nieuwe energie. Dit zijn maar enkele voorbeelden uit twee rapporten die de ‘Internationale Klimaatgroep’ wijdt aan de grote omwenteling die China doorvoert om tot een schonere economie en maatschappij te komen.</span></strong></p>
<div id="attachment_5768" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/solartheme.jpg" rel="lightbox[8494]"><img class="size-thumbnail wp-image-5768 " title="solartheme" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/solartheme-150x150.jpg" alt="Werker op het Themaviljoen" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Zonnepanelen bovenaan expo-paviljoen</p></div>
<p>De media gaven recentelijk weer dat China nu in absolute cijfers het land is met de grootste koolstofuitstoot. Nochtans droeg China voor 2002 maar voor 7 % bij tot de wereldwijde uitstoot, terwijl de Europese Unie 26 % voor haar rekening nam en de Verenigde Staten 29 %. Sedertdien is China’s aandeel sterk gegroeid, om nu rond één kwart van de totale uitstoot te bedragen. Indien echter de norm van 2 m³ CO² per persoon per jaar wordt aangehouden, die de Londense school voor Economie voorstelt als doel tegen 2050, zit China nauwelijks boven het wereldgemiddelde en boven waar het zich in 2050 hoeft te bevinden.</p>
<p>China maakte in 2005 van energiebesparing en vermindering van uitstoot een deel van het elfde vijfjarenplan. Sedertdien werden meer dan 20 wetten, regelgevingen of standaarden van kracht. Op 31 augustus 2007 werd China’s &#8216;Programma op middellange en lange termijn voor hernieuwbare energie&#8217; bekendgemaakt. Het programma heeft als doel om tegen 2020 het aandeel van de hernieuwbare energie van de huidige 8 % op te trekken tot 15 %, en minstens 3 % moet komen van zonne-, wind- of biomassaenergie. Om dit doel te bereiken, legt de staat de elektriciteitsmaatschappijen op een gedeelte uit hernieuwbare energie opgewekte elektriciteit aan te bieden, en hiervoor gelden ook preferentiële prijzen. Belastingvoordelen kunnen eveneens tot 50 % oplopen. Het programma bepaalt ook specifieke te bereiken doelstellingen per sector. Tegen 2020 zou 30 GW moeten opgewekt worden door windenergie, 30 GW door biomassa, 300 GW door waterkracht en 1,8 GW door zonne-energie. Laten we even de sectoren overlopen.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Zonne-energie</span></strong></p>
<p>Wat de productie betreft, had China volgens het eerste rapport van de Klimaatgroep een volume van 820 MW, waardoor het op de tweede plaats komt na Japan. De producenten van zonnebatterijen hebben een capaciteit van 1300 MW en dachten dit (voor de crisis) tot 4000 MW uit te breiden tegen 2010. Er zijn 400 ondernemingen en 4 ervan hebben marktkapitalisaties van meer dan 2 miljard $: Suntech Power Holdings, LDK Solar, JA Solar Holdings en Yingli Solar. De groeivoet van deze ondernemingen bedraagt niet zelden 100 % per jaar. Zwaktepunt is wel dat quasi de totaliteit van de productie voor het buitenland bestemd is: Duitsland, Spanje en de Verenigde Staten. De Volksrepubliek heeft 30 % van de wereldwijde markt in fotovoltaïsche cellen.</p>
<p>Toen kwam de financiële crisis en de overproductie. Volgens de Zuid-Koreaanse Displaybank, die door het tweede Klimaatrapport wordt geciteerd, zou China’s aanbod van zonnebatterijen in 2010 met 15 GW ruimschoots de vraag van 11 GW overtreffen. De prijs van polysilicone bedraagt momenteel 100 $ per ton, of 80 % minder dan vroeger. Wellicht zal de crisis een herstructurering van de sector veroorzaken, waardoor kleintjes zullen verdwijnen en groten overblijven, maar zelfs deze groten als Suntech hebben hun winstverwachtingen bijgesteld. Op technologisch vlak grijpt momenteel een verschuiving plaats van batterijen op siliconen naar de dunnelaagtechnologie. Volgens het tweede rapport van de Klimaatgroep zal deze technologie snel rijper worden en ook de prijs ervan dalen.</p>
<p>Toch kost de opwekking van energie op basis van PV-cellen nog 4 yuan per kWh. Het ministerie komt dan ook tussen voor toelagen bij zonnecentrales. Ook bij toepassingen los van het elektriciteitsnetwerk bestaan tussenkomsten: in landelijke gebieden bezorgen 768 hybride PV-windsystemen en 268 kleine waterkrachtcentrales elektriciteit aan 1,3 miljoen personen, het grootste dergelijk ruraal project wereldwijd. De regering trok ook geld uit voor 3 pilootprojecten voor centrales met zonne-energie: van 10 MW in Dunhuang, van 1 MW op het eco-eiland Congming (Shanghai) en van 255 Kw in Ordos (Binnen-Mongolië). Inzake zonne-energie besluit het rapport dat de industriële keten weliswaar volledig is, maar dat er nog een lange weg te gaan is voor de technologische uitrusting die lokaal wordt geproduceerd.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Windenergie</span></strong></p>
<p>De windenergie in China groeide in 2008 tot 12 GW, waardoor het India op de vierde plaats in de wereld vervangt. Tegen alle <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/02/hujtwind.jpg" rel="lightbox[8494]"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-8497" title="hujtwind" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2010/02/hujtwind-150x150.jpg" alt="hujtwind" width="150" height="150" /></a>verwachtingen in werd de sprong tot boven de 10 GW op amper 8 jaar tijd bereikt en ook het aandeel van Chinese producenten groeide van 5 % in 2000 tot 55 % in 2008. Geschat wordt dat de capaciteit inzake windenergie ook dit jaar kan verdubbeld worden, zodat China één derde zou vertegenwoordigen van’s werelds nieuwe capaciteit. Zo zou China’s streefdoel voor 2020 reeds bereikt zijn in 2010 en zou het over Duitsland en Spanje wippen in de rangschikking. Van alle beleidsmaatregelen in de sector van de hernieuwbare energie, beschikt windenergie over de compleetste set: dit gaat van macro-economische maatregelen over industriële politiek tot fiscale maatregelen. Windturbines in China zijn van kleine of middelgrote omvang, maar de markt vraagt naar meer turbines van grote omvang. Bijgevolg zijn recentelijk ook steunmaatregelen afgekondigd om dit te bevorderen. Een zwak punt is nog het onvoldoende ontwikkeld transmissienet, onder meer ook in de provincie Gansu, die tegen 2020 de grootste windboerderij zou hebben met 13 miljoen kW.</p>
<p>China’s windenergiecapaciteit op zee is drie keer groter dan deze op land; China’s eerste offshorewindboerderij van 100 MW opent dit jaar in de nabijheid van Shanghai. Installaties op zee genieten van meer wind en hogere snelheden en de efficiëntie is 30 % hoger dan deze op het land. Nadelen zijn dat de bouwtechnologie voor deze op zee 10 jaar achter ligt, en dat de installaties op zee 3 keer duurder zijn. Ook ligt de Chinese technologie nog achter op de buitenlandse. China heeft momenteel evenmin een  officiële test- en certificatiedienst, maar plant er wel een. De Klimaatgroep gelooft dat China de crisis kan aanwenden om de eigen zwakke punten in de sector te verbeteren.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Waterkracht</span></strong></p>
<p>China heeft de grootste hydro-elektrische vloot in de wereld en de energie die het op deze manier genereerde, vermeed 450 miljoen m³ uitstoot in 2006 alleen al. Gedurende het laatste decennium werd meer dan 60 % van ’s werelds hydro-elektriciteitsprojecten in China verwezenlijkt. De plannen voorzien dat de huidige capaciteit van 142 GW tegen 2020 verdubbeld wordt, waardoor jaarlijks 1000 miljoen m³ CO² zou kunnen vermeden worden. Om het doel te bereiken, is een investering nodig van 110 miljard $. Probleem is dat China weliswaar veel hydrocapaciteit bezit in het bergachtige zuidwesten, zoals in de provincie Yunnan, maar dat enkele geplande centrales op de Jinsharivier (Yangtze) dreigen afbreuk te doen aan waardevol landschapspatrimonium.</p>
<p>Momenteel zijn er immers plannen voor niet minder dan 12 dammen (sommige van 200 m hoog) op de Jinsha: 6 zijn reeds gebouwd en voor 4 werden de voorbereidingen getroffen. Alle dammen samen zouden 17 % meer elektriciteit leveren dan de Drieklovendam, maar meer dan 100.000 personen zouden moeten verhuizen. De UNESCO heeft reeds geprotesteerd dat de dammen een in 2003 erkende werelderfgoedsite in gevaar brengt, meer bepaald het gebied waar de drie stromen Nu (Salween), Lancang (Mekong) en Jinsha vloeien. Feit is dat de dammen het toerisme in de regio dreigen in gevaar te brengen. Bovendien argumenteren tegenstanders dat de provincie onderhevig is aan aardbevingen, die nog ergere gevolgen dreigen te hebben met de dammen. Ondertussen werd het project aan de ‘Tiger Leaping Gorge’ noordwaarts opgeschoven. Toch blijft er protest dat met werken aan twee dammen begonnen werd, niettegenstaande het milieueffectrapport negatief was.</p>
<p>Naast de grote dammen zou volgens een onderzoek van het ministerie op 16.572 rivieren 128 miljoen Kwh kunnen opgewekt worden via de bouw van kleine waterkrachtcentrales van elk 50.000 kwh. Dit is 44 % meer dan wat in 1980 gedacht werd. Met dit onderzoek bij de hand heeft de regering plannen gemaakt om de capaciteit aan waterkracht tegen 2020 op te drijven tot 75 miljoen Kwh, het dubbele van nu. Door de bouw van rurale waterkrachtcentrales hoopt het ministerie deze vorm van energie aan te bieden aan 1,7 miljoen gezinnen of 6,77 miljoen bewoners, die voorheen hun toevlucht namen tot het kappen van hout. Volgens de ministeriële planning tot 2020 zou er jaarlijks 16 miljard Kwh door dergelijke centrales bijkomen in 400 kantons, zodat 880.000 landelijke bewoners zonder elektriciteit en 4,8 miljoen met onvoldoende elektriciteit eindelijk voldoende kunnen bediend worden.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Andere energievormen</span></strong></p>
<p>Volgens regeringsbronnen bedraagt de capaciteit voor biomassa 2 GW en heeft China 1600 biogascentrales en 18 miljoen thuisinstallaties. Er bestaat een toelage van 9,25 yuan per Kwu om het land toe te laten het doel van 30 GW te bereiken tegen 2020. Nochtans vindt de Klimaatgroep dat landbouwafval nog een ondergebruikte bron blijft. Momenteel wordt onderzoek verricht naar ‘Cellulose ethanol’, waarbij van landbouwafval brandstof kan geproduceerd worden, maar het zal nog jaren duren vooraleer deze technologie aan commercialisering toe zal zijn. China produceert wel jaarlijks 300.000 ton biodiesel gewonnen uit olie van katoenzaad, olie uit hout, theeolie en gebruikte oliën. In China’s steden zijn er momenteel ook 50 verbrandingsovens die elk jaar 1000 GW aan elektriciteit produceren met de warmte die vrijkomt bij de verbranding van drie miljoen m³ afval. China’s afvalstorten raken vol en er zijn overal plannen voor de bouw van verbrandingsovens, maar deze stuiten dan weer op protest van bewoners, die toxische uitwasemingen van de ovens vrezen.</p>
<p>De Chinese nucleaire capaciteit, voorlopig enkel in de kuststreek, bedraagt maar 2 % van de totale elektriciteit. De regering wil die capaciteit optrekken tot 4 % tegen 2020, wat dan 40 GW zou zijn. In het vervolg zijn ook kerncentrales gepland in het binnenland –dus niet enkel aan de kust-en daarbij worden verschillende geavanceerde buitenlandse technologieën gebruikt: Russische, Amerikaanse, Canadese en Franse technologie.</p>
<p>Wat de elektriciteitscentrales met steenkool betreft, werden sedert 2005 enkel maar nieuwe centrales gebouwd met de efficiënte &#8217;superkritische&#8217; technologie, die de efficiëntie van de thermische omzetting van de steenkool verhoogt met 30 %, een niveau dicht bij dat van de ontwikkelde landen. Sedert 2007 werd zelfs begonnen met de nog meer geavanceerde steenkoolcentrales, die de nieuwe standaard zullen worden. China is reeds een van de landen met het grootste aantal centrales (150) met zogenaamde superkritische en ultrasuperkritische technologie.</p>
<p>Naast de introductie van nieuwe technologieën gaan oudere en kleinere centrales van minder dan 100 MW dicht. De regering sloot in 2007 alleen al 553 dergelijke installaties voor in totaal 14 GW. Een gelijkaardige politiek voorziet de sluiting van de centrales onder 300 MW, die één derde van de vloot uitmaken. Overigens worden nieuwe centrales van de energiegroten pas goedgekeurd als ze inefficiënte sites sluiten.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Warmte</span></strong></p>
<p>Geothermische warmtepompen ontwikkelen zich ook snel in China. Over geheel het land steeg de verwarmde (en ietwat verkoelde) oppervlakte van 7 miljoen m² in 2004 tot 38 miljoen m² in 2008. De geïnstalleerde capaciteit in 2007 bedroeg 1900 Mwt. Voorspeld wordt dat de verkoop van deze systemen tegen volgend jaar tot 7,6 miljard yuan zal oplopen, wat 116 % meer is dan in 2005. Met deze jaarlijkse groei van één vijfde zal China binnenkort de derde plaats innemen en Duitsland en Frankrijk overvleugelen. De stad Shenyang werd in 2006 uitgekozen tot pilootstad. Tegen eind 2008 had de stad voor bijna 30 miljoen m² installaties, wat tegen eind 2010 zou stijgen tot 65 miljoen m² of bijna één derde van de lokale warmtevoorziening zou vertegenwoordigen. Er zijn 38 binnenlandse firma’s betrokken bij Shenyangs project. Shenyang wordt op de voet gevolgd door Beijing, dat in 2007 700 projecten had en dit tegen 2010 wil uitbreiden tot 30 miljoen m², een groeivoet van 6 miljoen m² per jaar. Ook in Chongqing en Qingdao lopen proefprojecten. Voorlopig is de provincie Guangdong het voornaamste productie- en consumptiecentrum van de geothermische warmtepompen, met bijna 200 ondernemingen, meer dan de helft uit het gehele land.</p>
<p>China leidt ook inzake waterverwarming door zonne-energie thuis. China produceert twee keer zoveel waterverwarmers op basis van zonne-energie als Europa en vier keer zoveel als de Verenigde Staten. Volgens het ‘China GreenTech Report’ heeft het land ’s werelds grootste hoeveelheid dergelijke waterverwarmers, namelijk bij 30 miljoen gezinnen en met 125 miljoen m². Er bestaan een drietal types, waarbij de buisvormige collectoren 88 % van de markt uitmaken. De efficiëntie bij het opvangen van de zon bedraagt 36 à 40 %. De markt is wel sterk versplinterd, met meer dan 5000 producenten. In 2007 genereerden Chinese firma’s voor 470 miljoen $ verkoop. Zo’n 95 % van de patenten in de sector is Chinees.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Gebouwen</span></strong></p>
<p>De helft van de wereldwijde nieuwbouw gebeurt in China, maar deze gebouwen verbruiken de helft tot 100 % meer energie als deze in dezelfde klimaatzone in Europa en Noord-Amerika. Volgens de Wereldbank bestaat echter de mogelijkheid om in China de energie-efficiëntie van de gebouwen met de helft te verbeteren. De kost om een nieuw gebouw aan te passen, bedraagt maar 8 % van de kostprijs, maar het aanpassen van oudere gebouwen kost daarentegen 365 yuan/m². Dit blijkt uit een Duitse studie.</p>
<p>Er wordt geraamd dat slechts 4 % van de 43 miljard m² gebouwen energie-efficiënt is. De regering raamt de noodzakelijke uitgaven op dit vlak op 1500 miljard yuan. In de stad Tangshan liep in samenwerking met Duitsland een pilootproject waarbij gebouwen werden heraangepast. De kosten werden als volgt verdeeld: de regering betaalde 53 %, een internationaal Duits-Chinees ontwikkelingsproject 25 %, de verwarmingsmaatschappij 11 %, de bewoners 6 %, en 5 % kwam van giften. Bij de gewone Chinees en de verwarmingsmaatschappijen schuilt nog veel achterdocht, vooral uit vrees dat de prijs zal verhogen. De modale Chinees vindt het meestal een probleem voor de overheid.</p>
<p>Over geheel China gezien heeft 80 % van de gezinnen een airco (in Shanghai is het 100%). Drie vierden van de airco’s zijn van de laagste klasse 5 inzake energiebesparing. De energiezuinige airco’s van klasse 1 komen maar voor bij 1%, maar ze kosten dan ook het dubbele. Ecolabeling zorgt voor een verbetering. Tegen maart 2009 hadden meer dan 1000 ondernemingen een aanvraag ingediend voor de erkenning van hun 60.000 producten als groen. Door dit systeem viel het aantal van energievretende airco’s terug van 60 % in 2005 tot 20 % in 2008. Bij de energiebesparende koelkasten steeg het aantal van 60 % in 2005 tot 90 % in 2008.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Transport</span></strong></p>
<div id="attachment_6003" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/zondaelbus1.jpg" rel="lightbox[8494]"><img class="size-thumbnail wp-image-6003" title="zondaelbus" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/zondaelbus1-150x150.jpg" alt="Zonda-elektrische bus rijdt 500 km" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Zonda-elektrische bus rijdt 500 km</p></div>
<p>In januari 2009 werden in China voor het eerst meer <strong>wagens</strong> verkocht dan in de VS. Direct of indirect werken 30 miljoen personen in de autonijverheid en dit is goed voor 2,31 % van het BNP. Tegen 2030 zou China 287 miljoen voertuigen tellen, één derde van ’s werelds totaal. Dan zou China meer dan 6 miljoen vaten petroleum moeten importeren, en die olie zou één vijfde van de CO2-uitstoot veroorzaken. Het land heeft dus geen andere keuze dan de koolstofarme toer op te gaan. In 2009 keurde de regering een plan voor de heraanpassing van de autonijverheid goed dat de efficiënte, innovatieve en energie-efficiënte ontwikkeling wil bevorderen van kleine voertuigen met weinig uitlaat. Allerlei belastingvoordelen en toelagen worden voorzien, waaronder 20 miljard voor de bouw van het herladingsnetwerk voor elektrische voertuigen. Het plan voorziet dat in 10 steden nog dit jaar duizend elektrische voertuigen rijden. In China rolde ook de eerste hybride wagen van de band in massaproductie. Insiders verwachten dat de markt voor hybride elektrische voertuigen jaarlijks met 12 % groeit tot 2012. Bij dit schrijven maakte producent SAIC bekend dat de groep dit en de komende 2 jaar 6 miljard yuan zal investeren in research en productie van auto’s op basis van nieuwe energie. Tegen volgend jaar wil de groep een model op de markt brengen dat 30 % energie bespaart en het doel is tegen 2012 een model dat de helft bespaart.</p>
<p>Ook inzake het produceren van elektrische of hybride <strong>stadsbussen</strong> laat China zich niet onbetuigd. De diverse constructeurs wedijveren met diverse technieken: sommige bussen rijden verder dan 200 km zonder herlading, andere moeten frequent herladen, nog andere pronken met de korte herlaadtijd. Omdat een rit met een elektrische bus meer kost, betoelaagt de regering het kostenverschil met de gewone benzinebus. De productielijn van producent ‘Lithium Energy’ en ‘Dongfeng’ produceert 100 elektrische bussen per maand. Het doel van de regering is dat er vanaf 2011 jaarlijks 500.000 elektrische auto’s en bussen worden vervaardigd.</p>
<p>Naast de elektrische en hybride auto’s en bussen rijden naast de klassieke fietsen ook 50 miljoen elektrische <strong>fietsen</strong> en scooters. Leidende producent Xinri werd opgestart in 1999 en bracht vorig jaar 1,6 miljoen tuigen op de markt. De fietsen zijn populair bij migranten die soms lange afstanden moeten afleggen. Ze kosten rond de 2000 RMB en kunnen gemiddeld 60 km ver zonder bijladen. Volgens TIME kochten de Chinezen 90 % van de e-fietsen wereldwijd.</p>
<p>Uiteraard promoot China ook het <strong>openbaar vervoer </strong>om uitstoot te verminderen: tegen 2015 zullen 19 bijkomende steden een metronetwerk hebben, goed voor 2100 km spoorlijnen. De projecten zullen een investering omvatten van 800 miljard yuan, aldus China Daily. De 19 zijn een uitbreiding van de 14 die vorig jaar het licht op groen kregen voor hun metro. Wat treinen betreft, zal China gedurende 3 jaar meer dan 700 miljard yuan per jaar investeren in spoorinfrastructuur. Tegen 2012 moet China’s spoornet 110.000 km lang zijn. Wat de supersnelle lijnen betreft, zal China tegen 2012 qua aantal kilometers ‘s werelds grootste net hebben van ultrasnelle treinlijnen. De supersnelle trein, die dan over een net van 13.000 km zal rijden, heet er CRH (China Railway High-Speed). Op middellange afstand wordt deze een ernstige concurrent van het vliegtuig.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Nijverheid</span></strong></p>
<p>Het eerste klimaatrapport toonde reeds aan dat de energie-intensiteit van de Chinese economie daalde met 60 % sedert 1980 en dat de regering een verdere vermindering nastreeft van 20 % tussen 2005 en 2010. Om dit doel te bereiken, werd een mix van maatregelen uitgevaardigd. Vooreerst werd voor de top-1000 van China’s energieverslinders een energiebesparingsprogramma uitgewerkt dat tegen 2010 240 miljoen TCE (ton steenkoolequivalent) wil uitsparen. In februari 2009 werden voorts revitalisatieprogramma’s opgesteld voor 10 nijverheidstakken, waarbij energiebesparing en milieubescherming voorop staan. Andere maatregelen betreffen een differentiële prijspolitiek, financiële en fiscale stimuli, preferentiële leningen en maatregelen inzake labeling en certificatie.</p>
<p>In 2004 en 2006 catalogiseerde de regering verschillende nijverheidstakken van &#8216;te elimineren&#8217; tot &#8216;aan te moedigen&#8217;, en ze verbond hieraan een differentiële prijzenpolitiek. Sedertdien hebben 2000 energieverslinders moeten sluiten ofwel hun productie aanpassen, goed voor 70 % van de categorie &#8216;te elimineren&#8217;. In 2007 werden voordelige elektriciteitstarieven afgeschaft voor bepaalde nijverheden met hoog energieverbruik. Anderzijds krijgen ondernemingen die investeren in energiebesparing een toelage van 200 à 250 yuan per uitgespaard TCE.</p>
<p>Ook de Bankcommissie vaardigde een groene politiek uit om banken te motiveren leningen toe te kennen voor energiebesparende maatregelen. Enkel in 2007 alleen al keerden de 5 grote staatsbanken voor 106 miljard dito leningen uit. Overigens wordt de energiebesparings- en milieuindustrie een groeitak met toekomst: tegen 2012 zou de sector volgens Xie Zhenhua, onderdirecteur van de Plan- en Hervormingscommissie, goed zijn voor 2800 miljard yuan. Toch kunnen we dit artikel niet afsluiten met een echt groene noot waar de klimaatrapporten het niet over hebben. Van 1977 tot 2010 zal de bebossing in China zijn aangegroeid van 5 tot 20 % van het grondbebied. Toch geen klein beetje meer groene longen &#8230; .</p>
<p><strong>Selecte Bibliografie</strong></p>
<p>China’s Clean revolution, The Climate Group, 2008</p>
<p>China’s Clean Revolution 2, Opportunities for a low Carbon Future, The Climate Group, Aug 2009</p>
<p><a href="../../../../../tag/klimaat/">http://www.chinasquare.be/tag/klimaat/</a></p>
<p>http://www.chinasquare.be/tag/energie/</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-voert-groene-revolutie-door/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe groen is Shanghai zelf ?</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-groen-is-shanghai-zelf/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-groen-is-shanghai-zelf/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 Dec 2009 09:42:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & Regio]]></category>
		<category><![CDATA[Expo 2010]]></category>
		<category><![CDATA[milieu]]></category>
		<category><![CDATA[Shanghai]]></category>
		<category><![CDATA[steden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=6932</guid>
		<description><![CDATA[Volgend jaar wordt in Shanghai de Wereldexpo 2010 gehouden onder het thema ‘Betere stad, beter leven’. Vandaar de voor de hand liggende vraag: “Hoe groen is Shanghai zelf?”. Voor het antwoord op deze vraag baseren we ons op een studie van de VN-commissie over het leefmilieu.
 Het milieubeleid in Shanghai wordt gevoerd door het ‘Bestuur voor [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong><em>Volgend jaar wordt in Shanghai de Wereldexpo 2010 gehouden onder het thema ‘Betere stad, beter leven’. Vandaar de voor de hand liggende vraag: “Hoe groen is Shanghai zelf?”. Voor het antwoord op deze vraag baseren we ons op een studie van de VN-commissie over het leefmilieu</em>.</strong></span></p>
<p> <a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/straatlpzon.jpg" rel="lightbox[6932]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-6935" title="straatlpzon" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/straatlpzon-150x150.jpg" alt="straatlpzon" width="150" height="150" /></a>Het milieubeleid in Shanghai wordt gevoerd door het ‘Bestuur voor Milieubescherming’, dat afdelingen heeft in de 19 districten van de stad. Uniek is dat daarnaast nog een politiek ‘Comité voor Milieubescherming’ bestaat, dat geleid wordt door de burgemeester en zijn adjuncten. Dit comité coördineert de milieupolitiek over de diverse departementen, onderdelen en materies heen. Het doktert ook de driejaarlijkse milieuplannen uit en voorziet de middelen voor de realisatie ervan. Het vierde driejaarlijks milieuplan (2009-2011) bevat 260 projecten met een totale investering van 82 miljard yuan. Ten slotte beschikt de metropool nog over een controlecentrum dat ook controleafdelingen heeft in de 19 districten, met in totaal 150 stafpersoneel, voor zowel water-, lucht- als grondkwaliteit. Van 2000 tot 2008 trok Shanghai 3 % van het BNP uit voor het milieu en in 2008 was het geïnvesteerde bedrag (42 miljard yuan) drie keer zo groot als in 2000.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Luchtkwaliteit</strong></span></p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong> </strong></span></p>
<p>De kwaliteit van de lucht wordt aan de hand van vier factoren gecontroleerd door 45 automatische en 23 manuele stations. Daarnaast zijn er nog 211 controlesets die 24u/24 functioneren bij grote vervuilers. Het laatste decennium heeft Shanghai veel aandacht besteed aan het verminderen van de steenkoolafhankelijkheid voor energie. Van 2000 tot 2007 verlaagde het aandeel van steenkool in de energiebevoorrading van 65 % tot 51 %. Aan fabrieken worden strengere eisen gesteld en van 2005 tot 2007 werden 1500 vervuilers gesloten. De hoeveelheid energie die in 2008 nodig was om dezelfde hoeveelheid BNP te produceren, daalde met 31 % vergeleken met 2000. Zoals in Peking werden stoomketels op basis van steenkool vervangen door tegenhangers op aardgas. Tegen eind 2008 waren zo bijna 6000 stoomketels verbeterd, zodat 666 km² van Shanghai quasi volledig verlost is van steenkoolverbranding.</p>
<p>In 2005 werd ook gestart met de ontzwaveling van de elektriciteitscentrales op basis van steenkool. Tegen juni 2009 was dit het geval voor de totaliteit van 10 GW uit steenkoolstations, behalve diegene die gesloten moesten worden. Ook inefficiënte centrales voor een totaal van 695 MW gingen dicht.</p>
<p>Maatregelen getroffen bij het openbaar vervoer zorgden voor een vermindering van stikstofdioxyde met 40 % tussen 2000 en 2005. De stad promoot ook het gebruik van het openbaar vervoer (zie verder Transport). Alles bijeen kende Shanghai gedurende de laatste vijf jaar 85 % dagen ‘blauwe lucht’  van kwaliteit 1 of 2. De jaarlijkse uitstoot van stof daalde van 300.000 ton in 1986 tot 100.000 ton in 2007. Tijdens dezelfde periode daalde het stof uit de industrie met factor tien.</p>
<p>Bij de vier gemeten factoren was er vergeleken met 2000 enkel een verhoging merkbaar bij SO², maar hierbij moet rekening worden gehouden met het feit dat de opwekking van energie steeg van 56 miljard kWh in 2000 tot 107 miljard in 2008, bijna een verdubbeling. Ook zure regen nam toe, hoewel de zuurtegraad daalde. Het VN-rapport prijst Shanghai voor zijn aanpak, maar raadt aan met de omliggende provincies te overleggen opdat zij dezelfde strenge normen zouden hanteren. Alle bestaande elektriciteitscentrales in de omgeving zouden tegen 2010 moeten ontzwaveld worden, er zouden geen nieuwe dergelijke stations mogen bijkomen en de Euro 3-norm zou verplichtend moeten worden voor voertuigen. Gesuggereerd wordt ook verder te gaan dan de vier gemeten factoren CO², NO², SO² en PM 10, en ook PM 2,5 , ozon en VOC’s als objectieven te betrekken in het burenoverleg.</p>
<p> <strong><span style="color: #ff0000;">Transport</span></strong></p>
<p>Shanghai heeft de Expo aangegrepen om het transportbeleid helemaal te herstructureren. De metro in Shanghai is één van ’s werelds jongste. De eerste lijn dateert uit 1995, de tweede en de derde lijn uit 2000.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/electricbus.jpg" rel="lightbox[6932]"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-6936" title="electricbus" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/electricbus-150x150.jpg" alt="electricbus" width="150" height="150" /></a> Twee jaar later volgde de Maglevtrein vanuit de luchthaven. In 2007 werd het driejarenplan (2007-09) gelanceerd om het openbaar vervoer meer prioriteit te verlenen. Hoofdobjectief is van het gemeenschappelijk vervoer het eerste vervoersmiddel te maken van de burgers. Concreet wordt nagestreefd dat het openbaar vervoer tegen 2010 65 % inneemt van het gemotoriseerd passagiersvolume, dat in het stedelijk gebied om de 500 meter een metrostation is en dat elk punt in de binnenstad binnen het uur kan worden bereikt. Personen uit het randgebied kunnen het metronet bereiken door één supplementaire rit. Het metronet zal in 2010 30 % van het gemeenschappelijk vervoer vertegenwoordigen. Er komen 60 geïntegreerde transitstations, waarvan sommige met transitparkings. Ook worden 300 km eigen beddingen voor bussen voorzien, waarvan 110 km in de binnenstad. De busdiensten worden eveneens verbeterd en er komt parking bij voor 3500 bussen. Ter bekostiging van het plan wordt 110 miljard yuan geïnvesteerd.</p>
<p>Tegen eind 2010 zal het net 400 km bedragen;  tegen 2020 ongeveer 800 km.</p>
<p>Naast de metro heeft Shanghai een uitgebreid netwerk van bussen. In 2008 had de stad 16.400 bussen in dienst en reden op 991 buslijnen. Volgend jaar wordt verwacht dat metro en bussen dagelijks respectievelijk 5 miljoen en 8,6 miljoen passagiers zullen vervoeren, wat één derde en de helft uitmaakt van het gemeenschappelijk vervoer. De lijnen met eigen bedding zullen opgetrokken worden van 86 km in 2008 tot 300 km.</p>
<p>Shanghai is een van de leidende steden in de wereld die experimenteren met bussen met lage of geen uitstoot. LPG-taxi’s werden geïntroduceerd in 1997, maar na 11 jaar maken ze slechts 10 % uit van het totaal. De stad was niet erg succesvol bij het invoeren van CNG-bussen (samengedrukt aardgas). De plannen voorzagen 3000 bussen tegen 2005, maar in feite rijden er nu maar 281, en dit in scherp contrast met Peking waar 20 % van de vloot bestaat uit CNG-bussen. Momenteel worden verschillende types van voertuigen met nieuwe energie uitgetest in het commercieel circuit, zoals trolleybussen, volledig elektrische bussen, hybride bussen, bussen op waterstofbatterij &#8230; . Van dit laatste type is Shanghai een onderzoekscentrum: 200 dergelijke bussen zullen de Expo bedienen. Overigens mogen enkel voertuigen met zero-emissie het Expodomein binnen.</p>
<p>Doordat Shanghai een veilingsysteem heeft voor nieuwe autoplaten komen er gemiddeld 600.000 voertuigen per jaar minder op de baan dan in Peking. De laatste tien jaar heeft Shanghai ook de emissienormen opgetrokken van de Euro 1- tot de Euro 4-norm. In 2008 werden 650.000 vervuilende voertuigen van straat genomen. Tegen volgend jaar moeten alle voertuigen van het gemeenschappelijk vervoer in orde zijn met de Euro 3-norm.</p>
<p>Tot slot vraagt de VN-commissie voor het milieu aan Shanghai om de experimenten met fietsparkings aan transitstations uit te breiden.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Energie</strong></span></p>
<p>Tot op het ogenblik dat China in 2002 de organisatie van de Expo toegekend kreeg, was China voor energie afhankelijk van steenkool. De inspanningen om meer energie-efficiënt te werken, vallen grotendeels samen met de objectieven van het elfde vijfjarenplan. Deze voorzien de energie-intensiteit tegen 2010 te verminderen met één vijfde vergeleken met 2005 en om de energieconsumptie te diversifiëren, meer veilig en schoon. Een snelgroeiende stad zijnde, verbruikte de metropool in 2007, met bijna 100 miljoen ton steenkoolequivalent (TSE), echter twee keer zoveel stroom als in 1996. Sedert 2000 wordt jaarlijks 10 % meer verbruikt. Het is in de gegeven omstandigheden niet eenvoudig om de uitstoot te verminderen. De toename van de tertiaire sector in het economisch geheel was eerder beperkt: van 2000 tot 2008 nam deze minder vervuilende sector toe van 50 % tot 53 %. De industriële sector blijft veruit de grootste verbruiker van energie, met drie vierden van de verbruikte elektriciteit.</p>
<p>Om de doeleinden van het elfde vijfjarenplan te verwezenlijken, werd beslist dat 3 miljoen TSE moest gespaard worden door het sluiten of verbeteren van 3000 oudere vervuilende industrieprojecten. Tot dusver gingen er 2000 dicht. Anderzijds bestaat er een 30 km² grote petrochemische zone die door de staat is erkend en waarin 53 ondernemingen gevestigd zijn: binnen deze zone geldt het principe van de kringloopeconomie. De bedrijven zijn onderling verbonden en gebruiken producten, bijproducten of afval of hitte van de anderen. Het park heeft gecentraliseerde diensten inzake logistiek, afvalbehandeling en milieubeheer. In 2008 werd bijna één TSE minder gebruikt per productie van 10.000 yuan BNP. De afhankelijkheid in Shanghai van steenkool daalde reeds van 64 % naar 51 %, maar dit zal verder naar beneden gaan tot 46 % volgend jaar. De consumptie van aardolie daalde ook weliswaar, maar dit zal weer stijgen tot 37 % door de groei bij de auto’s. Het gebruik van aardgas steeg van 0,7 % in 2001 naar 4,5 % in 2007 en dit zal blijven groeien tot 7%. Daarbij moet wel bedacht worden dat Shanghai, in tegenstelling tot het verleden, nu meer dan 10 % van zijn energie betrekt uit omliggende provincies; hierover heeft de VN-commissie geen gegevens qua samenstelling. Volgens de ‘Hervormings- en Ontwikkelingscommissie’ van Shanghai werd in 2005 één zesde van de steenkool verbrand in vervuilende, verouderde branders. Tegen 2010 moeten 29 vervuilende steenkoolverbranders dicht in 7 centrales, voor een totale capaciteit van 2108 MW. De Nanshi-elektriciteitseenheid, die op het expoterrein ligt, werd gesloten en wordt omgebouwd tot een expocentrum voor hernieuwbare energie. Overigens leidt Shanghai ook inzake steenkoolcentrales die uitgerust zijn met de laatste geavanceerde technologieën voor een schonere productie.</p>
<p>Wat energiebesparing betreft, moeten alle nieuwe gebouwen in orde zijn met de norm om de helft energie te besparen. Tegen volgend jaar zal Shanghai 3 miljoen m² gebouwen hebben die participeren in het vertonen van energiebesparende technologieën en maatregelen. Zo’n 350 grote winkelcomplexen van meer dan 5000 m² zullen beoordeeld worden op basis van maatregelen voor een beter energiegebruik.</p>
<p>Het eerste energiestation op basis van wind dateert in Shanghai uit 2003. Op het eiland Chongming bestaat reeds een ‘windboerderij’ met een capaciteit van 20 MW, die elektriciteit levert aan 20.000 gezinnen. Nabij de Laogangafvalstortplaats komt een tweede windboerderij met 15 turbines van elk 1,5 MW. Een energieplan voorzag de windenergie op vier jaar tijd te vertienvoudigen tot 300 MW. Tegen 2010 zouden 13 windboerderijen 2,1 GW capaciteit hebben en jaarlijks elektriciteit leveren aan meer dan 4 miljoen gezinnen. Net voor de opening van de Expo zal China’s eerste 102 MW-offshorewindpark klaar zijn; dit zal 200.000 families van stroom voorzien.</p>
<p>Wat zonne-energie betreft, stelde Shanghai zich als doel tegen 2010 een capaciteit te hebben van 7 tot 10 MW, met daarnaast de bouw van minstens 5 centrales van 5 MW op basis van zonne-energie en een tiental pilootprojecten inzake gebruik in de residentiële en industriële sector. Het zonne-energiestation op Chongming was het eerste in de Volksrepubliek dat met het distributienetwerk geconnecteerd werd. In Shanghai zijn zonnecollectoren op het dak ook gemeengoed, zoals in geheel de Yangtzerivierdelta trouwens. Voor volgend jaar zouden (hoofdzakelijk) op openbare gebouwen voor 200.000 m² geïntegreerde zonneverwarmingssystemen moeten geïnstalleerd zijn. Spijtig genoeg zijn er geen cijfers beschikbaar over de verlichtingspalen die aangedreven worden door alternatieve energie. De VN-commissie juicht toe dat de energie-intensiteit in Shanghai na 2000 met één derde verbeterde, maar ze vraagt zich terzelfder tijd af of Shanghai niet ambitieuzer zou kunnen zijn inzake alternatieve energie, nu ook op nationaal vlak een aantal doelstellingen naar boven worden bijgesteld.</p>
<p> <span style="color: #ff0000;"><strong>Afval</strong></span></p>
<div id="attachment_6937" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-6937" title="laogangstort" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/12/laogangstort-150x150.jpg" alt="Laogang stort" width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Laogang stort</p></div>
<p>Volgens het ‘Bestuur voor Milieubescherming’ produceerde Shanghai in 2008 6,7 miljoen ton afval, waarvan er 5,22 miljoen werd behandeld. De cijfers omvatten niet de afval die in de wijken door speciale bemiddelaars wordt opgehaald voor recyclage. De dagelijkse afval per persoon bedraagt 1 kg, terwijl dit in de Europese landen boven de anderhalve kilo ligt. Toch bereikte de stad in mei 2009 maar een veilige behandelingsgraad van 77 %. De rest wordt gedumpt op storten die dateren uit de tijd voor milieureglementering van kracht werd. De graad van behandeling rond het jaar 2020 wordt op 80 à 85 % geraamd. In het Laogangstort wordt gewerkt aan een vierde fase. Deze kan dagelijks één derde van de afval van Shanghai aan en is zo met een capaciteit van 6300 ton Aziës grootste. De vorige drie fases dateren nog van voor de milieunormen en zijn niet uitgerust met membranen tegen het lekken. Dit is wel voorzien bij de nieuwe uitbreiding. Overigens zal ook methaan worden opgevangen en gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. Shanghai bouwde de laatste jaren verbrandingsovens die tot ’s lands grootste behoren. Ze generen over 15 MW aan elektriciteit met de warmte. Shanghai experimenteert ook met mechanisch-biologische behandeling van afval, waarvoor een paar stations gebouwd zijn en er nog twee gepland worden. Het station in Putuo bijvoorbeeld behandelt dagelijks 680 ton vast afval die verder per soort verwerkt wordt en ook 120 ton organisch afval die anaerobische vergisting ondergaat. Het residu, met name de biogassen, wordt ook gebruikt voor elektriciteit die bij dit station 41 miljoen kWh per jaar bedraagt.</p>
<p>Shanghai heeft ook een netwerk voor de behandeling van gevaarlijk afval van 32 diverse soorten. Er kan 420.000 ton gevaarlijk afval opgeslagen en behandeld worden. In 2006 werd een verbrandingsoven voor medisch afval gebouwd, die met zijn jaarlijkse capaciteit van 25.000 ton de afval van alle ziekenhuizen kan verwerken. Het in 2005 gebouwde TES-AMM-station voor de behandeling van elektronische afval kan 10.000 ton aan.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Water en groen</strong></span></p>
<p>In 2000 werd maar 55 % van het afvalwater gezuiverd. Tegen eind vorig jaar werden 50 nieuwe zuiveringsstations gebouwd, zodat volgend jaar 80 % van het afvalwater zal worden behandeld, wat tot 90 % zal verhogen in 2020.  Alle stations meten 24u/24 NH³N, zwavel en stikstof. Sommige stations kunnen het residuslijk behandelen en er ook energie uithalen.</p>
<p>Waterverontreiniging was lang een probleem. Sedert 1988 werden 18.000 km waterwegen gesaneerd met een totale investering van 25 miljard yuan. Het meest in het oog springend is de renovatie van de Suzhoukreek, die stonk in het midden van de jaren ‘90. Het tienjarig rehabilitatieprogramma kostte 14 miljard, en het resultaat is dat nieuwe trendy stedelingen en kunstenaars zich in de stad komen vestigen in de buurt die tien jaar geleden hopeloos vervuild en onaantrekkelijk was.</p>
<p>Het groene karakter –sensu stricto- van Shanghai verdubbelde van 2000 tot 2008 en zal 40 % bedragen in 2010. Ook de bebossing in de randgebieden verviervoudigde. Het is nog de vraag hoever het bio-eiland Chongming, waar een ecostad gepland werd, zal klaar zijn.</p>
<p>Feit is dat de Expo zelf vol ecologische faciliteiten en verrassingen zit, waarover we hier niet kunnen uitweiden, maar waarvoor we doorverwijzen naar andere artikels op deze site.</p>
<p>De VN-commissie ziet de inspanningen die Shanghai de afgelopen tien jaar deed voor het milieu wel zitten, maar vraagt dat de stad gaat samenzitten met de omgevende provincies, gezien de problemen grensoverschrijdend zijn.</p>
<p> Bron: UNITED NATIONS ENVIRONMENT PROGRAMME, ENVIRONMENTAL ASSESSMENT, EXPO 2010, SHANGHAI, CHINA</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-groen-is-shanghai-zelf/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>CHINEZEN IN POPERINGE EN OMSTREKEN  IN … 1917</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinezen-in-poperinge-en-omstreken-in-%e2%80%a6-1917/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinezen-in-poperinge-en-omstreken-in-%e2%80%a6-1917/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 17 Nov 2009 11:06:49 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Militair]]></category>
		<category><![CDATA[België-China]]></category>
		<category><![CDATA[buitenlandse betrekkingen]]></category>
		<category><![CDATA[mensenrechten]]></category>
		<category><![CDATA[migranten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=6239</guid>
		<description><![CDATA[Op onze oorlogsbegraafplaatsen in het diepe zuiden van West-Vlaanderen liggen nu nog de getuigen van wat ooit de grootste overzeese Chinese  gemeenschap in België was. 
 Met meer dan twaalfduizend waren ze destijds.  Vandaag herinneren enkel een paar honderd graven nog aan hun aanwezigheid.  Lange tijd wist niemand dat ze er lagen.  Ze verdwenen  wat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Op onze oorlogsbegraafplaatsen in het diepe zuiden van West-Vlaanderen liggen nu nog de getuigen van wat ooit de grootste overzeese Chinese  gemeenschap in België was.</strong> </span></p>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/default3.jpg" rel="lightbox[6239]"><img class="alignleft size-medium wp-image-6240" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/default3-300x206.jpg" alt="default" width="300" height="206" /></a> Met meer dan twaalfduizend waren ze destijds.  Vandaag herinneren enkel een paar honderd graven nog aan hun aanwezigheid.  Lange tijd wist niemand dat ze er lagen.  Ze verdwenen  wat temidden de tienduizenden Britse graven, maar vooral: ze pasten niet in het plaatje van de gemiddelde <em>battlefield tourist</em>.   Wie waren die Chinezen?   Wie of wat had hen hier gebracht  en waarom zagen de begraafplaatsen hier tot voor kort  geen  of nauwelijks Chinese bezoekers?  Over hoe de Chinezen een belangrijke pagina van hun geschiedenis bij ons in de Westhoek schreven …</p>
<p><strong>“koelies” voor  de Grote Oorlog</strong></p>
<p>Het  verhaal van de Chinezen in de Westhoek begint in de zomer van 1916, met de slachtingen bij de Somme.   Na  een  eerste succesvolle doorbraak van het Duitse leger was de oorlog  einde 1914 in een patstelling beland.     Om de patstelling te doorbreken werd van Britse kant besloten een doorbraak te forceren.  Op 1 juli 1916  werd het sein gegeven voor wat een massale  slachting zou worden.    In één dag verloren de Britten meer dan zestigduizend manschappen. Vele duizenden zouden volgen.  Net als de Fransen konden de  Britten het zich nu niet langer veroorloven van  mannen achter de hand te houden.    Wie  strijdbaar genoeg was om in de strijd gegooid te worden, werd naar het front gestuurd. Alleen dreigden hiermee  de aanvoerlijnen stil te vallen. Zonder oorlogsindustrie en zonder logistiek viel de oorlogsmachine stil.  Er moesten dringend arbeiders gevonden worden om het oorlogsbedrijf achter de schermen draaiende te houden.  Nergens elders leek de reserve aan mankracht onuitputtelijker dan in China.</p>
<p>Als eersten keerden de Fransen de blik oostwaarts. Frankrijk had al wat ervaring  met  Chinese arbeiders op haar grondgebied.   In 1913 — kort na de oprichting van de Republiek — waren de eerste Chinese arbeiders richting Frankrijk getrokken. Als jonge republiek kon China  nergens beter leer gaan dan bij haar lichtende voorbeeld, Frankrijk.   Overtuigd dat geen andere natie de  Chinezen  beter de Republikeinse geest kon bijbrengen dan   Frankrijk, werd een programma in het leven geroepen dat Chinese studenten toeliet een poos in Frankrijk door te brengen als arbeiders. Het programma was een kort leven beschoren. In het kader van het herstel van de monarchie in China einde 1914    werd het programma afgevoerd.</p>
<p>Niet veel later was terug sprake van arbeiders voor Europa. Begin 1916 — nog vóór de slachtingen bij de Somme —  arriveerde Truptil,  de  speciale gezant van de Franse overheid in Peking met de opdracht  arbeiders voor de oorlog te recruteren.   De Chinese overheid   nam het aanbod met beide handen aan.      Na het uitbreken van  de oorlog had Duitsland haar gebieden in China verloren zien gaan aan de Japanners.    China begreep dat ze  zich moest bewijzen,  wou ze na de oorlog een stem hebben in een vredesconferentie en kunnen terugnemen wat  de eerst  de Duitsers, en nu de Japanners hadden ontnomen.   Anderzijds   was China gebonden door haar neutraliteit in het conflict.  China bestond als staat bij de gratie zelf van de buitenlandse mogendheden die de koek in China onder elkaar hadden verdeeld.  Ook Duitsland had nog belangen in China.      Truptil, zelf militair,  werd voor de gelegenheid <em>ingénieur agronomique</em>, op zoek naar mankracht  voor de landbouw in Frankrijk. Om de Duitsers  verder te misleiden werd de spookfirma <em>Huimin</em> opgericht, die de  eigenlijke recrutering op zich zou nemen.   In de lente van 1916 vertrokken de  eerste lichting Chinese arbeiders uit  Tianjin.  Alles samen zouden  ongeveer veertigduizend arbeiders dienst nemen bij de Fransen.</p>
<p>De Britten aarzelden niet om het Franse voorbeeld te volgen.     Ook zij begonnen volop te recruteren.      De Britten concentreerden hun activiteiten in  de havenstad Weihaiwei (het tegenwoordige “Weihai”), op de tip van het schiereiland Shandong. In 1898   hadden de Britten bezit genomen van Weihaiwei en er de basis van hun vloot van gemaakt. De verbindingen met het binnenland waren verre van optimaal, maar de baai van Weihaiwei bood haar schepen de broodnodige beschutting. Bovendien hadden de Britten er nog enige infrastructuur staan van een eerdere recruteringscampagne voor de Zuidafrikaanse  mijnen in 1904.   Tussen 1916 en 1917  traden meer dan negentigduizend Chinese arbeiders in dienst van de Britten. Vijftigduizend van hen zouden via de haven van  Weihaiwei vertrekken.</p>
<p>Zoals de Fransen hadden ook de Britten  enige ervaring met overzeese Chinese arbeid.       Hun  laatste grote campagne was die voor de Transvaal  en was zowel hen  als de Chinezen uitermate  slecht bekomen. Dit maal werden de plichten en de rechten van de Chinese arbeiders vastgelegd in een  waterdicht contract.   Het contract bepaalde dat de arbeiders strikt civiele arbeid zouden verrichten en in geen geval zouden ingeschakeld zouden worden in militaire operaties.  Het dagloon werd vastgelegd op 1 franc, de werkduur op tien uur per dag,   Er werd compensatie voor de familie voorzien in geval van blijvend letsel of  overlijden, voeding, huisvesting, medische zorg en repatriëring werd gegarandeerd. De arbeiders van hun kant verbonden zich er toe een termijn van drie jaar uit te doen.  Het Franse contract voorzag in een  termijn van vijf jaar en het recht om nadien in Frankrijk te blijven.</p>
<p><strong> </strong><strong>In dienst van  het <em>Chinese Labour Corps</em> — het verhaal van Yan Zhensheng</strong></p>
<p>Ondanks  hun enorme aantallen, zijn nauwelijks getuigenissen bewaard gebleven van  de 140 000  Chinese arbeiders die tijdens WO  I  in Europa  gediend hebben.  In 1998 werd in de provincie Shandong het verhaal opgetekend van een zekere  Yan  Zhengsheng dat model kan staan voor het verhaal van zijn kameraden-arbeiders.</p>
<p>Yan’s verhaal begint in een niet nader genoemd dorp in de provincie  Shandong.   In de herfst van 1916  gonst het van de geruchten  in het dorp.   Eén van de christenen van het dorp meldt dat in de nabijgelegen stad Taian  de lokale Anglicaanse zendeling Iliff  in naam van de Britten arbeiders zoekt voor het Europa om er de verlaten velden te bewerken en spoorwegen aan te leggen.  Het nieuws brengt een golf van enthousiasme teweeg in het dorp. Op 26 november 1916 trekt Yan met drieëndertig van zijn dorpsgenoten richting Taian, waar ze zich in de  Engelse kerk van Taian officieel opgeven voor de dienst in Europa.  Geruchten als zou er een oorlog aan de gang zijn in Europa worden overstemd door de mythe dat er fortuin te rapen valt.</p>
<p>Yan en zijn kameraden nemen de trein naar Weihawei voor de eigenlijke recrutering, maar  halverwege blijkt dat  de spoorlijn onderbroken is door een oorlog van één van de lokale  krijgsheren.  Het  gezelschap  keert  terug en na een lange omweg bereikt ze de havenstad Tianjin waar ze de oversteek zal maken naar Weihaiwei.    Maar net wanneer de mannen  op een zucht van  Weihaiwei staan wordt  het hele gezelschap  opgepakt  door de politie en opgesloten onder het voorwendsel dat de Chinese regering de Britten geen toestemming heeft gegeven om arbeiders te  ronselen in China. Uiteindelijk bereiken de arbeiders toch Weihaiwei, waar ze officieel in dienst treden van de Britten. Rond Yan’s pols wordt een armband geklonken met zijn serienummer “1133”. De  armband zal Yan’s pols niet meer verlaten tot zijn terugkeer in China.  Yan is voortaan een nummer.</p>
<p>De reis overzee brengt de arbeiders langs Hong Kong, Singapore  en Durban in Zuid-Afrika, waar wapens geladen worden. Stilaan begint het de mannen te dagen dat ergens een oorlog aan de gang is. Wanneer  de opvarenden bovendien te horen krijgen dat de route  via het Suez-kanaal gemeden wordt omwille van het  Duitse onderzeegevaar in de Middellandse Zee is er geen twijfel meer: dit wordt geen plezierreis.   Onder de arbeiders breekt paniek uit.    Via Engeland arriveren de arbeiders uiteindelijk in Boulogne-sur-Mer, waar het per trein verder gaat naar het verzamelpunt van de Chinese arbeiders, het nabijgelegen  Noyelles.  Yan en zijn kameraden worden ingedeeld bij de derde compagnie vna het <em>Chinese Labour Corps.</em> Drie maanden  hebben de mannen er intussen op zitten sinds hun vertrek uit hun dorp.</p>
<div id="attachment_6241" class="wp-caption alignleft" style="width: 305px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/default4.jpg" rel="lightbox[6239]"><img class="size-medium wp-image-6241" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/11/default4-295x300.jpg" alt="Chinees graf in Noyelles" width="295" height="300" /></a><p class="wp-caption-text">Chinees graf in Noyelles</p></div>
<p>In  Noyelles worden de arbeiders met de neus op de rauwe werkelijkheid gedrukt.         Yan en zijn kameraden worden een maand lang intensief gedrilld door de Britten, waarna  ze ingezet worden om in het zog van de Fransen en Britse troepen loopgraven te graven.    Na  de terugtrekking van de Duitsers achter de Hindenburglinie wordt Yan’s compagnie  naar Poperinge gemuteerd waar ze ingeschakeld worden in het transport van spoorwegmateriaal, brandstof en munitie.  De arbeiders moeten er dag in dag uit sjouwen.  De Britten hebben medische voorzieningen, maar ontzeggen de Chinezen iedere vorm van medische zorg.</p>
<p>De Belgische vrouwen en kinderen die Yan  in het oorlogsgebied te zien krijgt zijn er nog erger aan toe dan de Chinezen: <em>schamel gekleed, graatmager als lucifers — geregeld kwamen ze bij ons om eten, kledij of wat geld bedelen. Soms  zochten ze bij ons niet minder dan gewoon wat bescherming. </em><em> </em></p>
<p>Na de wapenstilstand gaat het terug naar België voor Yan en zijn compagnie.    Yan’s compagnie wordt ingezet in Poperinge, en in Ieper op de voormalige frontlijn, waar ze belast worden met de opruiming van het slagveld.     Het werk is er iets lichter op geworden vergeleken bij hun vorige passage in België. Intussen is ook het landschap grondig getransformeerd: <em>overal liggen lichamen verspreid,  liggen hopen puin en tiert het onkruid welig. </em> Waar eens waterputten waren, gaapt nu enkel nog een vlakte.  Water moet aangevoerd worden en bij momenten zien de arbeiders zich gedwongen elkaars urine te drinken om in leven te blijven. Troost vinden de Chinezen in  het gezang.    Yan herinnert zich het lied van zijn kameraad Zhang:</p>
<p><em>Indroef wordt ik als ik aan mijn moeder denk;</em></p>
<p><em>Als een vogel in een kooi, ben ik,</em></p>
<p><em>met vleugels die ik niet kan uitslaan;</em></p>
<p><em>Als een draak in ondiep water, ben ik, </em></p>
<p><em>die vastzit in het slib. </em><em> </em></p>
<p>Stilaan  keren ook de Belgische vluchtelingen terug naar huis, waar ze tot hen ontzetting een ontvolkt gebied aantreffen en vreemde “gelige mannen”,  in de steek gelaten door de Britten die hen tot voor kort strak in het gareel hielden.  Moord en roof tieren welig in de Westhoek en al gauw worden de dolende Chinezen dader en zondebok van ieder incident  in de streek. De Belgische overheid dringt er bij de Britten op aan orde op zaken te stellen,  maar die stelt de Belgen op haar beurt voor de keuze.      Willen de Belgen  dat de Chinezen verdwijnen, dan draagt België de onkosten van  de opruiming van het slagveld  en vergoedt zij de Britten voor het ingezamelde schroot.   De keuze is snel gemaakt voor de Belgen…</p>
<p>Vanaf november 1918  tot 1919, worden massaal Chinese compagnieën van Frankrijk naar België overgeplaatst. In de lente van 1919 bevinden zich in de streek rond Poperinge en Ieper niet minder dan twaalfduizend Chinezen.   De Chinezen  worden gestationeerd waar puin  of munitie moet geruimd worden of lichamen  geborgen en (her) begraven worden. In onooglijke plaatsjes als  Boezinge, Voormezele, Wervik, …  verrijzen tijdelijke kampen die op hun volle getalsterkte tot vijfhonderd Chinezen huisvesten.   Pas in de loop van 1919 worden de  Chinese compagnieën één voor één teruggetrokken en gerepatrieerd naar  China.</p>
<p>Yan Zhenshengs avontuur eindigt met de langeverwachte terugkeer naar het vaderland. In Le Havre worden de Chinezen ingescheept voor de oversteek naar Amerika. In San Francisco wacht hen  een warm onthaal door de plaatselijke Chinese gemeenschap, die intussen als uitbundig de  “Chinese” overwinning op de Duitsers vieren.   In oktober 1919 staat  Yan terug in zijn dorp, net op tijd voor het Herfstwendefestival.</p>
<p>Van de zegeroes blijft intussen weinig meer over in China.     Op de Vredesconferentie in Parijs heeft  China niets uit de brand kunnen slepen voor zijn bijdrage aan de oorlog.     De centen die de arbeiders hebben kunnen bijeensparen zijn intussen nauwelijks nog iets waard.  De paar honderd jonge intellectuelen die meegereisd  waren naar Europa als tolk ontdekken dat van de belofte dat er  studiebeurzen voor hen lagen te wachten in Groot-Britannië  niets terecht is gekomen.</p>
<p>In België en Noord-Frankrijk blijven nog een handvol Chinese arbeiders achter. Zij  hebben van de Britten de taak gekregen de Chinese namen van  hun gevallen kameraden in de grafstenen te beitelen. Eens die taak volbracht is worden ook zij gerepatrieerd.     Daarna verdwijnen de Chinezen in het collectieve onderbewustzijn van de Westhoekbewoners. Tot voor kort…</p>
<p><strong>De Chinezen in de Westhoek worden herontdekt</strong></p>
<p>Niemand weet hoeveel van de Chinezen in  Franse dienst het leven lieten tijdens WO I.  De Fransen, van hun kant,  hielden geen bestand bij van de Chinese slachtoffers. De graven die nog bestaan liggen her en der verspreid over  vergeten kerkhoven in Frankrijk.   Maar het is nog steeds wachten op  de eerste inventaris van die graven.</p>
<p>De  doden in Britse dienst verging het iets beter. Zij  kwamen terecht op de grote  Britse Commonwealth begraafplaatsen in  Noord-Frankrijk en België, waar  hun graven keurig onderhouden worden door de Commonwealth  War Graves Commission.  De grafstenen dragen de vermelding “Chinese Labour Corps”, in regel gevolgd door het registratienummer van de overleden arbeider en diens datum van overlijden.   Verder geven de stenen ook de naam van de arbeider in Chinese karakters, diens provincie en prefectuur van herkomst.   Sommige stenen dragen geen vermelding of  weerspiegelen  de  gebrekkige informatie  waarover de grafdelvers de beschikking hadden toen ze de de lichamen van de Chinezen tijdens of kort na de oorlog aan de aarde toevertrouwden.  Je zou denken dat niet de Chinezen  vandaag ervan weerhoudt hun voorvaderen eer te komen bewijzen. Het tegendeel  is echter waar.</p>
<p>Het duurde maar liefst tot de jaren ‘90 vóór de Chinese grafstenen —  alles samen iets minder dan tweeduizend stuks —   aan een eerste kritische onderzoek onderworpen werden.   In 1996  publiceerde toenmalig studente sinologie in Leuven, Gwynnie Hagen, de eerste volledige lijst van Chinese graven in België mét de oorspronkelijke namen in het Chinees.   Het was van het einde van de eerste wererldoorlog geleden dat de namen nog eens hardop gelezen en met de hand gecopieerd werden.   Vergelijking met gegevens uit het  legendarische oorlogsdagboek van  “Pastoor Van Walleghem”  en  de stukken van het proces van één van de arbeiders liet Gwynnie Hagen toe één dubbel begraven Chinees te ontmaskeren en zo een ander, verloren gewaand Chinees aan  de  juiste grafsteen toe te wijzen.   Tot nader order is dit  nog steeds de eerste geslaagde poging tot<em> disaster victim identification</em> van in WO I omgekomen Chinezen.</p>
<p>Het duurde nog eens tot 2007 voor het dossier  nogmaals van onder het stof werd gehaald. In het kader van de tentoonstelling over de  niet-Europese volkeren aan het front tijdens WO I  <em>Mens Cultuur Oorlog </em>werd door  het In  Flanders Fields Museum (Ieper)  een  inventaris opgemaakt van de volkeren die ooit manschappen hadden in Europa tijdens de oorlog.   De Chinezen waren daarbij één van  het paar dozijn volkeren die op of achter het front ingezet werden, naast de Sikhs, de inheemse Amerikaanse volkeren,  de Senegalezen en anderen.   <em>Mens Cultuur Oorlog </em>wou de laatste ontbrekende stukken  inpassen in het verhaal   van de  Grote Oorlog vóór de grote herdenking van een eeuw WO I in 2014-2018.  Al tijdens de voorbereidingen op de tentoonstelling bleek dat  de Chinezen een apart initiatief vereisten vóór ook hun stuk in de grote puzzel zou passen.</p>
<p>Op 24 april 2010 opent in de Lakenhallen in Ieper alvast een internationale tentoonstelling rond het Chinese Labour Corps <em>Sjouwers voor de Oorlog. </em> De grootste uitdaging voor de makers van de tentoonstelling was en is het uiterst geringe aanbod aan  tentoonstellingsobjecten.  Op een aantal  door de Chinezen sierlijk bewerkte granaathulzen,   zijn  relatief  objecten uit de tijd en directe omgeving van de Chinese arbeiders bewaard gebleven.    De tentoonstelling wil daarom de leef- en denkwereld van de Chinese arbeiders reconstrueren en — ook letterlijk —  hun stem terug doen klinken over <em>Flanders Fields. </em> Sinds kort worden volop authentieke  getuigenissen zoals die van Yan Zhensheng gegaard.   De wetenschappelijke staf van  In  Flanders Fields Museum doorploegt op dit moment de  Belgische archieven op zoek naar verslagen en processtukken over incidenten met Chinezen, vaak met dodelijke afloop.     Op termijn moet iedere  graf zijn eigen verhaal spreken – ook al is de heroïek vaak ver te zoeken in die verhalen. Tegelijk worden de bewegingen van de Chinese kampen in kaart gebracht.    Die  kampen leidden  een even schimmig bestaan  als de Chinezen die ze bevolkten.        Je moet ze zoeken op luchtfoto’s en in de verhalen die van generatie op generatie overgedragen werden in de Westhoek.</p>
<p><strong>De “Dertien van Busseboom”</strong></p>
<p>Eén groep Chinezen krijgt bijzondere aandacht In 2010,  met name de dertien Chinezen die op 15 november 1917 omkwamen in een Duitse bomaanval op hun kamp in de buurt van het gehucht Busseboom (in Reningelst, een deelgemeente van Poperinge). Tot voor kort was over de Dertien van Busseboom nauwelijks iets bekend.      Uit het oorlogsdagboek Van Walleghem was al een gelijkaardig incident bekend met Chinezen in de nacht van 15 november 1917.  Voorts was bekend dat  de Chinezen langs de Roobaertbeek hun eigen begraafplaats hadden, waar ze hun landgenoten volgens de Chinese traditie begroeven.  Na de oorlog werden de lichamen op last van de Britse overheid  opgegraven en  overgebracht naar de gemeentelijke begraafplaats van Bailleul in Noord-Frankrijk. Daarbij gingen wellicht een aantal gegevens over de lichamen verloren, want de grafstenen in Bailleul geven weinig prijs over de identiteit van de mannen die er begraven liggen.</p>
<p>Toetsing aan de gegevens in de Chinese bronnen heeft toegelaten de identiteit van de dertien te achterhalen.  Dankzij de rapporten van de  toenmalige Britse Legatie in  London, nu bewaard in de archieven van het toenmalige ministerie van Buitenlandse Zaken in Peking, weten we zelfs precies uit welke dorpen in de provincie Shandong de Dertien vandaan komen.     Of er van de Dertien nog verwanten bestaan, wordt op dit moment uitgezocht door de onderzoekers van het Stadsarchief van Weihai,     onze Chinese partners in de herdenking van 2010.  Of de herdenking in de Westhoek in 2010 zal bijgewoond worden door  afstammelingen of verwanten van de Dertien zal nog moeten blijken, maar  er wordt aan gewerkt.</p>
<p>Het eerste en voorlopig laatste bezoek van  afstammelingen van Chinese arbeiders aan het graf van hun voorvader dateert van  november 2008, toen de dochter van een toenmalige Chinese arbeider speciaal werd overgevlogen  naar Frankrijk om op de militaire begraafplaats van Beaulencourt neer te knielen voor het  graf van haar grootvader.      Het bezoek werd  uitgebreid belicht in de Chinese media en haalde ook de nationale zender. Wat de Chinese kijker niet te zien kreeg, was dat de dochter en haar familie vóór een anoniem graf neergezet waren met niet meer dan een registratienummer. Het nummer bleek volgens de lijsten in de Britse archieven  aan een andere arbeider toebehoord te hebben.  Het kwaad was echter geschied.  Wat een intiem moment van een Chinese familie bij het verloren gewaand lichaam van hun grootvader had moeten worden, bleek  een  knap georchestreerd staaltje van  Franse culturele diplomatie op aangeven van bepaalde kringen binnen de Chinese gemeenschap in Frankrijk.  Niet toevallig werden rond dezelfde periode  door Frans minister  Jean-Marie Bockel publiekelijk hulde gebracht aan de Chinese arbeiders <em>tombés pour la France</em>.       Meteen had Frankrijk de sympathie teruggewonnen die ze  kwijtgespeeld was in China na de bewogen passage van de Olympische vlam door Parijs.</p>
<p>De eerste bewezen nakomelingen van Chinese arbeiders  van het <em>Chinese Labour Corps </em>moeten dus nog verwelkomd worden in Europa.     De Chinese Labour Corps herdenking in de Westhoek wil  het terrein daarvoor effenen.  Behalve de tentoonstelling in het In Flanders Fields Museum  en een Speciale Last  Post plechtigheid voor de op zee omgekomen Chinese arbeiders, wordt op zaterdag 29 mei 2010  in Busseboom een gedenkteken onthuld voor de Dertien van Busseboom.     Het gedenkteken wordt ingebed in een plantsoen dat beplant wordt volgens  de instructies die een aantal Chinese arbeiders ons zelf hebben nagelaten.    De Dertien van Busseboom zullen expliciet met hun naam en toenmalige thuisadres  vernoemd worden op het monument, dat bovendien uitziet op de Roobaertbeek, op de site waar de Dertien aanvankelijk door hun kameraden begraven werden en op het veld waar zich hun naar alle waarschijnlijkheid hun kamp bevond.     Het geheel zal — eens ingehuldigd — de plaats en het tijdstip markeren waar de eerste  poging werd ondernomen om de Chinezen hun doden van de Grote Oorlog terug te geven.     Dat dit op Belgische bodem zal gebeuren —  in aanwezigheid van  de Chinese gemeenschap zelf — mag genoeg reden zijn voor geïnteresseerden om de  schare sympathisanten te vervoegen die nu al hun effectieve steun betuigd hebben aan het project.</p>
<p>De “Busseboom Groep v.z.w.” coördineert de fondsenwerving en de  aanleg van het gedenkplantsoen. Op het terrrein na — dat door het stadsbestuur van Poperinge  welwillend ter beschikking gesteld werd  —    is  dit initiatief volledig aangewezen op privé-steun. De Koning Boudewijnstichting stelt een speciale projectrekening ter beschikking (Bank van de Post  IBAN: BE10 0000 0000 0404 BIC: BPOTBEB1, met vermelding “L82255 &#8211; Busseboom Groep”). Giften vanaf 30 euro zijn fiscaal aftrekbaar en komen integraal ten goede aan het project.      Schenkers zullen, ongeacht de omvang van hun bijdrage,  expliciet vermeld worden bij de inhuldiging van het monument. Als schenker krijgt u  tevens de primeur van eventuele doorbraken  in  het onderzoek en wordt  u ook op de hoogte gehouden bij de opvolging van het project na 2010.</p>
<p>Nader informatie op <a href="http://www.clc-eu.net/">www.clc-eu.net</a> , bij ondergetekende of via In Flanders Fields Museum (Ieper), <a href="mailto:stedelijke.musea@ieper.be">stedelijke.musea@ieper.be</a> t.a.v. Dominiek Dendooven.</p>
<p>Philip Vanhaelemeersch</p>
<p><a href="mailto:philip.vanhaelemeersch@gmail.com">philip.vanhaelemeersch@gmail.com</a></p>
<p><a href="mailto:philip.vanhaelemeersch@clc-eu.net">philip.vanhaelemeersch@clc-eu.net</a></p>
<p><strong>Artikel overgenomen uit </strong><a href="http://www.belchin.be"><strong>China Vandaag </strong></a><strong>nr. 5/2009</strong></p>
<p><strong>Zie ook  reeks van CCTV over het <a href="http://english.cntv.cn/program/newfrontiers/03/chineselabourcorps/index.shtml" target="_blank">China Labor Corps</a><br />
</strong></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinezen-in-poperinge-en-omstreken-in-%e2%80%a6-1917/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dossier Centraal-China</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/dossier-centraal-china/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/dossier-centraal-china/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 17 Oct 2009 11:52:24 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & Regio]]></category>
		<category><![CDATA[Centraal-China]]></category>
		<category><![CDATA[Changsha]]></category>
		<category><![CDATA[Hubei]]></category>
		<category><![CDATA[Hunan]]></category>
		<category><![CDATA[Wuhan]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=5452</guid>
		<description><![CDATA[In onze reeks kennismakingen met diverse steden en regio’s zijn we in Centraal-China aanbeland. We bezochten en belichten de provincies Hunan en Hubei en hun respectievelijke hoofdsteden Changsha en Wuhan. In Changsha praatten we met de onderdirecteur van het pilootproject van drie steden die ecologisch meer gaan samenwerken, en in Wuhan met de manager van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><em>In onze reeks kennismakingen met diverse steden en regio’s zijn we in Centraal-China aanbeland. We bezochten en belichten de provincies Hunan en Hubei en hun respectievelijke hoofdsteden Changsha en Wuhan. In Changsha praatten we met de onderdirecteur van het pilootproject van drie steden die ecologisch meer gaan samenwerken, en in Wuhan met de manager van het op stapel staande ‘Central Business District’. </em><strong> </strong></p>
<div><strong><span style="color: #ff0000;"> </span></strong></div>
<div id="attachment_5454" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0098.JPG" rel="lightbox[5452]"><img class="size-thumbnail wp-image-5454" title="PICT0098" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0098-150x150.jpg" alt="Changsha" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Changsha</p></div>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Centraal-China: eerste kennismaking</span></strong></p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Een blik op de inhaalbeweging in Hunan en Hubei</span></strong></p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;"> </span></strong></p>
<p><strong> </strong>Centraal-China bestaat uit de provincies Henan, Hubei, Jiangxi, Hunan, Shanxi en de Autonome Regio Binnen-Mongolië. Historisch uiterst prominent in China, met onder meer Henansteden Luoyang, Kaifeng en Anyang als hoofdsteden van veel dynastieën en Jiangxi als kruispunt van de noordzuidroutes en de Yangtze, maar niet zo de laatste decennia. Op het eind van de 20<sup>e</sup> eeuw lanceerde de Chinese regering een stimuleringsprogramma voor de westelijke provincies en nadien één voor het noordoosten, en de centrale provincies voelden zich wat verweesd. In 2006 werd voor hen echter het programma ‘Ga inlandwaarts’ door de regering opgezet.</p>
<p>Het hulpprogramma van de regering focust op de vijf provincies van Centraal-China en op Anhui. Deze zes provincies hebben 361 miljoen bewoners op een oppervlakte van meer dan 1 miljoen km² en ze realiseren een vijfde van het BNP. In totaal hebben deze provincies 30 luchthavens, 12 binnenhavens, 400.000 km autowegen en 15.000 km spoorwegen. De afgelopen tien jaar werd sterk geïnvesteerd, met een modernisering van havens zoals Wuhan en een toename met 40% van de weg- en spoorinfrastructuur. De meerderheid van de spoorwegen heeft echter nog steeds maar één spoor, waardoor amper aan een derde van de vraag in het Yangtzegebied kan voldaan worden. Dit leidt er toe dat ondernemingen hun toevlucht moeten nemen tot duurder wegvervoer. Voor de ondernemingen (zowel binnen- als buitenlandse) die willen verhuizen uit het dure oosten naar het centrum kent de regering een BTW-reductie toe aan 8 sectoren in 26 nijverheidssteden van Centraal-China.</p>
<p>De traditionale sterkte van de provincie <strong>Henan</strong> ligt in de landbouw. Ze behoort tot de grootste producenten van tarwe en sesam en is de derde grootste graanproducent. Andere gewassen zijn katoen, rijst en mais. Nijverheidsproducten zijn steenkool, koelkasten, aluminium, goud, autobanden, glas, cement en kunstvezel. De provincie probeert ook haar hightechimago te verbeteren. In <strong>Hubei</strong> wil de hoofdstad Wuhan zich gezien zijn centrale ligging ontpoppen tot industriële en logistieke draaischijf en dit niet alleen van Centraal-China. Hubei heeft het voordeel een van de meest ontwikkelde binnenvaarttransportsystemen te hebben. De havens van Wuhan, Huangshi, Shashi en Yichang zijn allen open voor buitenlandse schepen. De provincie <strong>Hunan</strong>,<strong> </strong>die in het stroombekken van de Parelrivier ligt, is rijk aan mineralen. Het smelten van ijzer en non-ferro maakt 20% uit van de totale industriële productie. Van 2006 tot 2011 zal Hunan 200 miljard US $ spenderen aan infrastructuur. Een minder ontwikkelde provincie is <strong>Jiangxi</strong>, die investeerders probeert te lokken met de argumenten dat grond er maar de helft kost van in het kustgebied en energie/water een vierde. De provincie is rijk aan hout en bamboe en bezit grote voorraden koper, zilver en uranium. De provincie <strong>Shanxi</strong> is een grote speler in de mijnbouw met een derde van ’s lands steenkool- en bauxietvoorraad. Shanxi’s economie draait dan ook vooral om zware industrie als steenkool, chemie, elektriciteit, en raffinage van metaal. Jaarlijks wordt er 300.000 miljoen m³ steenkool opgedolven.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Hunan</span></strong></p>
<p>Hunan in het stroomgebied van de Parelrivier heeft een bevolking van meer dan 68 miljoen personen, die leven op meer dan 200.000 km². Vorig jaar klom het BRP tot 100 miljard € , 14% meer dan het jaar voorheen, waardoor Hunan de negende plaats inneemt onder de provincies. De stadsbewoners zagen hun inkomen met 12% aangroeien, de plattelanders zelfs met 15%. Met haar subtropisch klimaat en veel regen en zon is de provincie de grootste rijstproducent in China, de derde theeproducent en de vierde grootste qua citrusvruchten, tabak en vlees. De primaire sector vertegenwoordigt nog 17% van het BRP een duidelijk afname, en daarvan is 40% veeteelt, behoorlijk meer dan in de jaren ‘90. Niet verwonderlijk dus dat Hunan zich ontwikkelt tot een productiebasis van zuivelproducten. Traditioneel is de industrie er niet fel uitgebouwd, omdat in het eerste vijfjarenplan geen projecten voorzien waren in de provincie. Toch is Hunan rijk aan mineralen, met onder meer lood, tin, bariet en grafiet. Met tungsteen, zink en bauxiet behoort het zelfs tot de Chinese top. De nijverheid, voor de helft geconcentreerd in de steden Changsha, Yueyan, Zhuzhou en Hengyang, komt dus voor een groot deel voort uit de rijkdom aan delfstoffen; zo maakt smelten en persen van ferro en non-ferro een vijfde uit van de industriële productie.</p>
<p>Hightech is een driver in Hunans economie met een toegevoegde waarde van meer dan 10 miljard €, 30% meer dan in 2007. De provincie gaat op dit domein prat op enkele primeurs op het gebied van SST, wandelende robots, intelligente werktuigen, ultrasnelle computers, &#8230; . Ook de vader van de hybride rijst en de tester van de eerste Chinese proefbuisbaby komen uit Hunan.</p>
<p>In de voorbije jaren werd de provincie een basis voor ondernemingen die verhuisden uit de kustgebieden. Ook de tertiaire sector nam sterk toe, tot 40% van het BRP. De televisie van Hunan is zeer populair in en buiten de provincie en op het gebied tekenfilm staat de provincie vooraan, met 26.500 minuten. Hunan exporteert vooral naar Hongkong, dat instaat voor de helft van de 2.475 miljoen US $ investeringen in de provincie. In de hoofdstad Changsha wordt een derde uitgegeven van wat de consumenten in de provincie besteden.</p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Changsha</span></strong></p>
<p>Hunans provinciehoofdstad Changsha telt 6,5 miljoen inwoners op 11.000 km² en is de stad waar Mao zijn studies deed. Het is één van China’s 20 economisch geavanceerde steden en nu al maken diensten er meer uit dan de helft van het BRP, dat overigens van 2002 tot 2006 met 14% per jaar aangroeide. Er zijn diverse sleutelnijverheden. Dertig ondernemingen uit de machinebouw genereerden 2 miljard $; autoproductie was goed voor 1,1 miljard $ en ICT-productie produceerde voor 780 miljoen $. Andere sleutelsectoren zijn geavanceerde materialen, traditionele Chinese geneesmiddelen en huishoudtoestellen. In 2005 had Changsha 19 nijverheidsparken en –zones, met 1219 ondernemingen en 123.000 werknemers.</p>
<p>De overheidssteun voor deze ondernemingen en zones bedroeg in 2007 2 miljard $, gelijk aan de gecumuleerde waarde van de steun tussen 1986 en 1995. Met die steun wil de provincie vooral de sectoren machinebouw, elektronica/ICT en huishoudtoestellen stimuleren, die reeds een derde van de productie door grote bedrijven vertegenwoordigen. De laatste jaren verhuisden tien ondernemingen die auto-onderdelen produceren naar Changsha en die genereren een productie van 150 miljoen $. Tweeënveertig ondernemingen uit ’s werelds top-500 hebben een stek in de stad. De voorbije vijf jaar werd voor meer dan 10 miljard $ aan buitenlandse investeringen aangetrokken, met een jaarlijkse vooruitgang van meer dan een kwart.</p>
<p>Ook de staatsondernemingen hebben een vernieuwbeurt ondergaan: in 2000 kenden 150 van de 199 staatsondernemingen problemen. Tegen 2005 waren er 173 geherstructureerd. Uit een recent onderzoek bij 44 van hen bleek dat 70% nu gezond draait, en dat de activa na de hervorming met meer dan de helft stegen. Ook de arbeiders zagen hun inkomen na de hervorming verhoogd met gemiddeld 6000 RMB per jaar. Volgens Cheng Jun, vicedirecteur van de lokale SASAC (staatsholding), werd één derde van de werknemers uit de voormalige staatsondernemingen opnieuw tewerkgesteld in de hervormde ondernemingen. Een ander derde betrof personen die beschermd werden (bijv. omdat ze boven de veertig jaren waren en recht hadden op een uitkering), en de rest vond werk in een andere sector.</p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Samenwerkingsverband</span></strong></p>
<div id="attachment_5455" class="wp-caption alignright" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0144.JPG" rel="lightbox[5452]"><img class="size-thumbnail wp-image-5455" title="PICT0144" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0144-150x150.jpg" alt="Hunan landelijk" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Hunan landelijk</p></div>
<p>De Chinese regering heeft eind vorig jaar de steden Changsha, Zhuzhou en Xiangtan aangeduid als pilootzone om samen te werken inzake duurzame ontwikkeling en energiebesparing. De drie steden produceren 40% van het BRP en zitten met een nogal traditionele (lees: vervuilende) industrie, en het doel van dit samenwerkingsverband is een nieuw mechanisme te ontwikkelen op het vlak van milieubeleid en duurzame ontwikkeling. Bovendien is het de bedoeling dat cityclusters worden gecultiveerd en de provincie heeft voorgesteld het project uit te breiden met nog vijf andere steden, alles samen goed voor 79% van de provinciale productie. Eigenlijk wil de regering met de pilootzones een nieuwe vorm van industrialisatie creëren en ook een nieuwe vorm van verstedelijking. Het geheel verloopt in drie fasen. Van 2008 tot eind 2010 wordt voornamelijk de infrastructuur voorbereid. Van 2010 tot 2015 ligt de klemtoon op een doorbraak in het minder verbruiken van energie. In de slotfase, die loopt van 2016 tot 2020, moet dan een nieuw alomvattend systeem van ontwikkeling bereikt zijn.</p>
<p>Dertien miljard € zal besteed worden voor de aanleg van 1000 km (metro)spoorweg tussen en in de steden. Daarnaast is er een driejarenplan uitgevaardigd waarbij meer dan 600 vervuilers (vooral papierfabrieken) tijdelijk hun productie hebben moeten opschorten totdat schonere productiemethodes worden gebruikt. De vervuilers bevinden zich meestal stroomopwaarts de Xiangrivier. Aan die gebieden zullen ook tegemoetkomingen worden toegekend. De Xiang zelf moet een hub worden voor vervoer langs het water, het water dat vervuild wordt door de steden zal worden gezuiverd en ten slotte zal de Xiang worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit. Ook het Dongtingmeer krijgt een schoonmaakbeurt. Daarnaast wil Hunan de leiding nemen in het onderzoek naar zonne- en windenergie en hybride auto’s worden eveneens ingezet in het streven naar meer duurzame ontwikkeling. Voorts wordt binnen de twee jaar een markt geschapen waar ondernemingen die te veel vervuilen hun quotum kunnen ruilen met zij die minder vervuilen. Voor het herstel van het leefmilieu en de waterzuivering wordt op vijf jaar gerekend.</p>
<p>Zeshonderd projecten vragen een enorme investering en die zal hoofdzakelijk van de overheid komen. Wat de taakverdeling tussen de drie steden betreft, wil Changsha vooral blijven focussen op nieuwe materialen en ook op hightech, waarvoor het reeds een erkenning kreeg van de regering. In Zhuzhou wordt vooral burgerluchtvaart benadrukt en van Xiangtan wordt verwacht dat het zich specialiseert in de ontwikkeling van nieuwe energie.</p>
<div id="attachment_5456" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0194.JPG" rel="lightbox[5452]"><strong><img class="size-thumbnail wp-image-5456" title="PICT0194" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0194-150x150.jpg" alt="Centrum Wuhan" width="150" height="150" /></strong></a><p class="wp-caption-text">Centrum Wuhan</p></div>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Hubei</span></strong></p>
<p><span style="color: #000000;">De provincie Hubei heeft 60 miljoen inwoners op 185.000 km². De vruchtbare Jianghanvlakte is één van de grote landbouw- en aquacultuurbases in China, met graan, katoen, oliehoudende gewassen, vis en groenten. De provincie is verder rijk aan grondstoffen: fosfaat, zout, silicium, graniet, &#8230; . De provinciehoofdstad Wuhan is traditioneel, behalve een centrum van zware nijverheid, ook een handelscentrum. Er lopen namelijk veel spoorlijnen en de stad is een van de belangrijkste binnenhavens langs de Yangtze. In Hubeis elfde vijfjarenplan wordt, naast traditionele nijverheden als auto’s, staal en petrochemie, gefocust op hightech zoals telecommunicatie, biotechniek en optische elektronica. Textiel wordt eveneens gemoderniseerd. In de voorbije twee decennia groeide de tertiaire sector het meest: van 18% in 1980 tot 42% in 2007. Dit belet niet dat in de nijverheid zware industrie blijft instaan voor drie vierden van de productie. Hubei heeft dan ook een tamelijk complete industrieketen inzake ijzer en staal, met de ‘Wuhan IJzer en Staal Corporatie’ als één van de staalgroten in China.</span></p>
<p>De provinciale productie van auto’s bedroeg in 2007 770.000 wagens met onder meer Dongfeng en Peugeot. Ook zijn er honderden producenten van auto-onderdelen. De textiel- en kledingfilière kent eveneens een uitgebreid gamma en onderging een omvorming tot en met de productie van bijvoorbeeld afdekkingsbescherming voor in de auto. Hightech groeide sterk en Wuhan ambieert een nationaal centrum te worden voor optische elektronica en laserproducten. Net zoals Changsha werd Wuhan door de regering aangewezen voor een samenwerkingsverband met andere steden op het gebied van duurzame ontwikkeling en milieuvriendelijke nijverheid. Het project met Wuhan als piloot is een samenwerking met acht steden die binnen een straal van 100 km liggen en samen met Wuhan goed zijn voor 61% van het BRP</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;"> Wuhan</span></strong></p>
<p>In de hoofdstad Wuhan, de rurale kantons inbegrepen, leven 8 miljoen mensen. Wuhan is eigenlijk een samenvoeging van de drie delen Hankou, Wuchang en Hanyang die van elkaar afgescheiden waren door de Yangtze en de Han-zijrivier. Wuhan ligt strategisch: vele provinciehoofdsteden, bv. Nanjing en Xian, liggen binnen een straal van 1200 km, en de stad ligt op het kruispunt van het spoorwegnetwerk en van de snelwegen Peking-Zhuhai en Shanghai-Chengdu. De stad wil zowel een knooppunt zijn van spoor, weg, luchtvaart en binnenvaart. De haven zal volgend jaar volgens specialisten 100 miljoen ton cargo aankunnen. Het ‘Bestuur van de burgerluchtvaart’ steunt Wuhan in het streven om ‘s lands vierde grootste luchtvaarthub te worden, cargo incluis. Op het vlak van onderwijs en technologie komt Wuhan op de derde plaats, na Peking en Shanghai, met 35 hogescholen en meer dan 700 onderzoeksinstituten.</p>
<p>Wuhan is niet enkel de grootste stad van Centraal-China, het is ook een van de snelst ontwikkelende. Van 2000 tot 2007 verdrievoudigde de economie tot 46 miljard $. Autobouwers als Dongfeng-Peugeot-Citroën, Dongfeng-Honda en Dongfeng-Nissan vestigden er zich in de nabijheid van de ijzer-en staalfilière. Een nieuwe filière duikt dan weer op in de ‘Wuhan Optical Valley’. Gezien z’n functie als distributiecentrum trok de stad ook groten aan uit de groot- en detailhandel, waaronder Gome, Suning en New World uit Hongkong, Trust-Mart en Chiconey uit Taiwan, het Thaise Ekchor Lotus, het Britse B&amp;Q, het Franse Carrefour, het Duitse Metro en het Amerikaanse Wal-Mart. Van Franse zijde wordt er prat op gegaan dat 60% van de buitenlandse investeringen in de stad Frans zijn. Wuhan komt dan ook op de vierde plaats wat Franse aanwezigheid in China betreft, met meer dan 70 ondernemingen. Naast Carrefour en Peugeot-Citroën zijn dat onder meer Renault, Alstom, Total, Société Générale en Valeo. En een Franse ontwikkelingszone is in de maak om nog meer Franse ondernemingen aan te trekken.</p>
<p>Tegen 2010 moet de groenoppervlakte verhogen van 30 tot 40% en tegen 2020 tot 50%. Hoewel de stad geen tekort heeft aan water, zal tegen 2010 een kwart van het afvalwater worden gezuiverd en tegen 2020 de helft. Er wordt tegen 2010 gestreefd naar een dekking van aardgas voor 90% van de energiebehoeften. Een andere doel is het verhogen van het aantal openbare toiletten tot 1500 à 1700, van het aantal huisvuilwagens tot 1300 en van de overslagstortplaatsen tot 176 in 2010. Ook de metro wordt uitgebouwd, met in een eerste fase drie lijnen met een lengte van 70 km en op termijn zes lijnen met 132 km.</p>
<p align="center"><strong><span style="color: #ff0000;">Wuhan CBD</span></strong></p>
<div id="attachment_5457" class="wp-caption alignright" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0201.JPG" rel="lightbox[5452]"><img class="size-thumbnail wp-image-5457" title="PICT0201" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0201-150x150.jpg" alt="CBD; afgedankt vliegveld" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">CBD; afgedankt vliegveld</p></div>
<p>Reeds in 2001 opperde burgemeester Li Xiansheng het idee om het voormalig militair vliegveld in Wangjiadun om te vormen tot een ‘Central Business District’ (CBD). Dit domein van 7,4 km² ligt in de binnenstad tussen de kleine ring en de middenring en in de nabijheid van het Hankouspoorwegstation, de financiële straat en op weg naar het vliegveld. Bedoeling is tot een modern zakencentrum te komen met als kernactiviteiten financiën, verzekeringen, handel, informatie en consultancy. Op de tweede plaats komen juridische en boekhoudkundige diensten, publiciteit en verder tentoonstellingen, kleinhandel en hotels. Het moet een allesomvattend en 24u/24 stedelijk centrum worden met efficiënt transport en waarbij 40% van de werknemers er effectief woont. Wuhan wijst er potentiële investeerders enerzijds op dat de lonen en de huurprijzen er de helft lager liggen dan in Peking en Shanghai en anderzijds dat Wuhan beschikt over een enorme pool aan goed opgeleid talent.</p>
<p>Enkele grote lokale ondernemingen hebben samen de holding opgericht die de planning en realisatie van het CBD tot een goed einde moet brengen. Algemeen manager Meng Wei legde ons uit dat het huidige ruimtelijk plan werd opgesteld na ettelijke consultaties met Chinese instituten en ook van westerse bureaus, waaronder McKinsey, Pricewaterhouse Coopers, SOM, Jones Lang LaSalle.</p>
<p>Het uiteindelijke plan voorziet “één centrum, twee assen en vier functionele gebieden”. Het centrum verwijst naar het centrale gebied van 1 km². De twee assen zijn het verkeerskruispunt en het handelskruispunt die op een verschillende plaats liggen. De vier functionele gebieden omvatten het zakencentrum, de levende stad, het alomvattend zakengebied en de residentiële ruimte. Binnen het centrale gebied van 100 ha ligt een centraal plantsoen, met daarrond bureeltorens, een verkeersvrije straat en nog vier speciale dienstenstraten. De levende stad van 63 ha, gesitueerd in het noordoosten, integreert voornamelijk exporuimte, zaken en wonen in één, en moet het geheel stimuleren. De alomvattende businesszone van 65 ha ligt in het westen en maakt een brug tussen het nieuwe district en de oude stad: hierin een vermenging van zakengebouwen, appartementen en een klein aantal bureelgebouwen. Het residentiële deel bestaat uit 280 ha, en biedt ruimte aan 200.000 personen.</p>
<div id="attachment_5458" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0203.JPG" rel="lightbox[5452]"><img class="size-thumbnail wp-image-5458" title="PICT0203" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/10/PICT0203-150x150.jpg" alt="CBD Toekomstmaquette" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">CBD Toekomstmaquette</p></div>
<p>Van buitenuit zal het CBD bediend worden door 6 metrostations en binnenin is er een scheiding tussen het voetgangers- en wegverkeer. Qua energie leeft de stad van aardgas aangevoerd uit Sichuan. Alle gebouwen zullen conform zijn aan China’s normen inzake energiebesparing. Het gebied krijgt ook een kunstmeer en elf parken, wat neerkomt op een groene ruimte van meer dan 17%. Tegen 2019 zouden in het CBD 150.000 to 200.000 personen wonen. Alles bijeen zou 1,3 miljoen km² bureelruimte worden gebouwd. Gezien Wuhans avant-garde in optische elektronica spreekt het vanzelf dat ook de “digitale stad” geen ijdel begrip zal zijn. Benieuwd of dit plan even succesvol zal blijken als Shanghais Pudongplannen waar we in 1993 gewag van maakten. Aan visie en ambitie ontbreekt het zeker niet. Of buitenlandse investeerders waarop gemikt wordt, nog zo happig zullen zijn nu in de westerse wereld de crisis hevig woedt, is de vraag. In elk geval boomt China nog altijd.</p>
<p><strong>Selecte bibliografie</strong></p>
<p>Changsha economy on fast track, Sharon Lee, China Daily, 11/10/2006</p>
<p>Hope for Central China, The cities surrounding Changsha and Wuhan in the middle reaches of the Yangtze River will ally to form a new pilot zone to boost regional economic development, Beijing Review,  Tan Wei, 6/12/2007</p>
<p>Growth dream for city cluster in Hubei Province, Gong Zhengzheng, China Daily, 30/09/2008</p>
<p>Eric Arndt, Critical Eye on Wuhan, Central Hub, The rise of central China gives a boost to its leading city</p>
<p>Developing Central China: A New Regional Programme, Hongyi Lai China: An International Journal 5.1 (2007) 109‑128</p>
<p>Hunan city cluster to be green test bed, China Daily,  17/12/2007</p>
<p>China speeds up development in central region to cope with financial crisis,</p>
<p><a href="http://www.chinaview.cn/">www.chinaview.cn</a>,  25/04/2009</p>
<p>Business Guide to Central China, China Briefing, Dezan Shira &amp; Associates, 2008 Hong Kong</p>
<p>2009 Hunan China, Information Office Hunan Province, Changsha, 2009</p>
<p>Zie ook CCTV <a href="http://xml.vod.cctv.com/html/media/travelogue/2009/05/travelogue_300_20090519_4.shtml">over Wuhan</a> <a href="http://english.cctv.com/program/newshour/20090920/102331.shtml">over Hunan</a> <a href="http://english.cctv.com/program/newshour/20090919/102735.shtml">over Hubei</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/dossier-centraal-china/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>1 oktober 2009: 60 jaar Volksrepubliek</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Sep 2009 18:30:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Frank Willems</dc:creator>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Beleid]]></category>
		<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[sociaal]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=4858</guid>
		<description><![CDATA[Een beknopt overzicht van 60 jaar Volksrepubliek]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h1><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default11.jpg" rel="lightbox[4858]"></a></h1>
<h2>“De toekomst is stralend, maar de weg is kronkelend” (Mao)</h2>
<p><em>Dit artikel verscheen in <a href="http://http://www.belchin.be/default_nl.aspx" target="_blank">China Vandaag </a>4/2009 </em></p>
<p>Na 60 jaar VRC  is de opkomst van China in de wereld stilaan voor iedereen duidelijk aan het worden. In dit artikel kijken we eerst terug op de geschiedenis: hoe is het zover gekomen? En vervolgens overlopen we de belangrijkste uitdagingen waarvoor het land staat.</p>
<h3>Deel 1: Hoe is het zover gekomen?</h3>
<p>In dit deel bekijken we de toestand van China om de tien jaar.</p>
<h4>1949: ‘Het Chinese volk is opgestaan’</h4>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default7.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4859" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default7.jpg" alt="default" width="200" height="139" /></a>Met die woorden echode Mao de uitspraak van Napoleon, 150 jaar vroeger : ‘Laat de Chinese reus slapen’. Het kolonialisme heeft er samen met een conservatieve Qingdynastie inderdaad voor gezorgd dat China de trein van de moderne tijden miste. Het China van 1949 was zo onderontwikkeld dat ik zelfs geen statistieken kon vinden over nationaal inkomen… . Je leest soms over een inkomen van minder dan 50 dollar per hoofd, een levensverwachting van 35 jaar …, het was een overbevolkt land vol arme boeren en nauwelijks industrie.</p>
<p>De beslissing van Mao om een Nieuw China te creëren was ambitieus. Maar hij had al een en ander bewezen: de westerse marxistische leer van de arbeidersrevolutie in een industrieland aanpassen aan een arm boerenland, een winnende militaire strategie ontwikkelen tegen de overmacht van het Japanse en daarna het Guomindangleger, een politiek front opbouwen met liefst acht andere oppositiepartijen – allen samen tegen de corrupte dictator Tchang Kaishek.</p>
<p>Mao had verschillende troeven: de bevolking stond massaal achter de landhervorming – het verdelen van het grootgrondbezit onder de boeren; en de Sovjets waren bereid leningen toe te staan en expertise te leveren om zeer snel het land te industrialiseren via vijfjarenplannen.</p>
<p>Er was ook tegenstand: Tchang en de rijkste families namen alles mee wat ze konden en trokken zich terug op het onbereikbare eiland Taiwan; de VS verklaarde de koude oorlog en stelde een economische blokkade in; en toen het Amerikaanse leger in de Koreaanse oorlog -Vietnam avant la lettre- opdook aan de Chinese grens, werd China meegezogen in een conflict waarin 500.000 vrijwilligers zouden sneuvelen.</p>
<p> </p>
<h4>1959: Eén voor allen, allen voor één een grote sprong vooruit</h4>
<p>Het kwam erop aan snel vooruit te gaan.</p>
<p>Snelle onteigening van het grootgrondbezit om te beginnen; die klus was in twee jaar geklaard, zoals te verwachten niet altijd zachtaardig. De nieuwe keuterboertjes hadden geen werktuigen, geen geld voor zaad. De regering had evenmin geld voor subsidies. Eenvoudige coöperatieven waren de natuurlijke oplossing: spontaan en met aanmoediging van boven. Kolchozen en sovchozen in Sovjetstijl leken iets voor de verre toekomst, binnen 20 of 25 jaar? </p>
<p>De middenstand en de ondernemers die in de regeringscoalitie zaten, bleken niet erg behulpzaam bij de algemene vooruitgang: hebzucht, speculatie, fraude overheersten. De staat richtte eigen groot- en kleinhandels op en kocht de burgerij in de kortste keren uit voor een appel en een ei. Hun partijen mochten wel blijven en zijn er nog altijd.</p>
<p>Het eerste vijfjarenplan voor de nieuw opgerichte staatsindustrie liep af in 1957 en was een groot succes.  Maar die nieuwe arbeiders moesten eten, en dat voedsel moesten de boeren produceren. En in die nieuwe steden was het leven veel beter dan op het platteland.  Wat te doen met de boeren?</p>
<p>Het succes van de coöperatieven verleidde de Partij in 1958 ertoe de overgang naar communes te lanceren, veel sneller dan gedacht. Communes waren zoals kolchozen: iedereen werkt samen op één grote boerderij en verdeelt de opbrengst volgens geleverd werk. Communes waren echter veel meer dan kolchozen: ze zouden ook eigen fabrieken oprichten, eigen scholen, hospitalen, politie en dorpsadministratie; alle problemen zouden zo ineens opgelost worden: de communes moesten op korte tijd de voedselproductie heel sterk doen toenemen, de industrieproductie sterk doen toenemen, en de socialistische overtuiging van de boeren verhogen. Heel China zette zich enthousiast aan het werk voor de Grote Sprong Voorwaarts!</p>
<p>Het was te hoog gegrepen: te veel boeren wilden het liefst &#8216;gewoon&#8217; hun eigen bedrijf en waren ongemotiveerd, landbouwers hadden geen ervaring met industrie en verknoeiden grondstoffen (ijzererts, kolen, hout,…) zonder dat er veel bruikbaars uitkwam, terwijl de oogst op het veld stond te rotten; niemand was persoonlijk verantwoordelijk voor het resultaat; van overal kwamen overtrokken zegebulletins binnen en iedereen dacht dat er wel hulp zou komen van die andere plaatsen waar het zo goed ging.</p>
<p>China ging in 59-61 door een diepe crisis; in sommige streken brak hongersnood uit en er waren geen centrale reserves om te helpen. De regering moest stappen achteruit doen: de boeren kregen terug lapjes grond en vee om voor eigen rekening te werken. Voor de industrie keerde men terug naar een realistisch vijfjarenplan, met echte fabrieken in plaats van een hoogoven in het dorp.</p>
<p>Ongetwijfeld is de collectivisering te snel gebeurd en was de snelle industrialisering van het platteland slecht overdacht. Vandaag zeggen sommigen dat er helemaal niet hoefde gecollectiviseerd te worden: na 1978 is de grond immers terug onder de boeren verdeeld. Dat lijkt me te simpel. De boeren hebben vandaag gebruiksrecht over de gronden, maar de eigendom ligt bij de collectiviteit; de staat kan gemakkelijk grond onteigenen voor grote ontwikkelingsprojecten; en het gebruiksrecht wordt ook regelmatig aangepast, aan de grootte van de familie, de situatie van families met migranten enz., zodat het als sociaal vangnet dient; bovendien was China zonder collectivisering waarschijnlijk terug veranderd in een land met een klein aantal rijke boeren en heel veel arme.</p>
<p>De hele Partijleiding had achter de Sprong gestaan, maar vooral het prestige van voorzitter Mao kreeg een knauw en hij verloor aan invloed. Echter niet bij de boeren, die hem tot de dag van vandaag beschouwen als de leider van ‘hun’ revolutie, die alles deed om het platteland vooruit te helpen, ook al beging hij daarbij een ernstige flater. Het beeld van Mao als moordenaar verantwoordelijk voor miljoenen hongerdoden staat haaks op de perceptie van de Chinese boeren.</p>
<h4>1969: Culturele Revolutie eindigt in chaos</h4>
<p>Na de Grote Sprong herneemt de groei snel. De stedelijke kaders en intellectuelen leven beter terwijl het platteland trager vooruitgaat. Het particuliere grondbezit, hoe miniem ook, maakt meteen alweer verschil tussen armere en rijkere boeren. In de Sovjet-Unie krijgt het ontwikkelingsmodel problemen en wordt Kroetsjev afgezet. Hoe ziet de toekomst eruit voor de Chinese Communistische Partij? Mao radicaliseert: hij wil naar meer gelijkheid; dat vereist dat de mentaliteit van de mensen verandert, dat men minder op eigen gewin uit is; mensen moeten gemotiveerd worden om te werken vanuit morele principes van solidariteit. Dat botst met president Liu, een traditionele communist die het normaal vindt dat verantwoordelijke kaders meer voorrechten hebben; en ook met Deng die pleit voor motivatie door persoonlijk voordeel. Mao zit in de minderheid, maar vindt gehoor bij radicale jongeren en ambitieuze radicale partijkaders. Hij roept de jongeren, en later de arbeiders, op om kritiek te leveren op mensen met burgerlijke opvattingen en op foute partijkaders en ze desnoods af te zetten. Hij ontwikkelt de theorie dat in een socialistisch systeem de sympathisanten van het kapitalisme de communistische partij van binnenuit willen veroveren – een profetische theorie wanneer men ze toepast op de Sovjet-Unie einde jaren 80, maar – zo zal Deng achteraf stellen- niet overeenkomend met de situatie van China in de jaren 60. Een chaotische strijd met een complexe sociale achtergrond breekt los, eerst op het domein van de literatuur en de opera, vandaar de naam Culturele Revolutie. Kaders en intellectuelen worden vernederd, scholen worden gesloten, groepen van jongeren trekken het land rond en gaan soms mekaar te lijf, allen in naam van Mao. Het vernietigen van de achterlijke oude cultuur wordt letterlijk opgevat. In 1968 beseft Mao dat de chaos niet vanzelf zal evolueren zoals hij gehoopt had. Het leger moet de orde in het land herstellen. Miljoenen jongeren, intellectuelen, kaderleden worden tijdelijk naar het platteland gestuurd om het harde boerenleven aan den lijve te ondervinden en te leren van de gezonde mentaliteit van de boeren. De Culturele Revolutie is officieel afgelopen in 1969 maar zal nog voortsudderen tot de dood van Mao in 1976, in de vorm van een strijd tussen verschillende fracties in de partij:  Mao’s aangeduide opvolger Lin Biao komt om bij een mislukte staatsgreep, Deng komt met de steun van premier Zhou Enlai terug in 73  en voert een machtsstrijd met de ultraradicale Bende van Vier, Mao balanceert tussen beide fracties.</p>
<p>De Chinese regering legt vandaag de nadruk op de jaren van chaos die de economische en technologische ontwikkeling van China fel afgeremd heeft. Ook het onrecht dat kaders en intellectuelen aangedaan is, leeft nog sterk  in de hogere maatschappelijke groepen. Allemaal correct, maar het kan ook gerelativeerd worden. Op de woelige periode 67-68 en het rampenjaar 1976 na groeide de economie snel tot heel snel. Veel van de jongeren die de boer opgingen, ervoeren dat niet als een ongelukkige periode; de ‘littekenliteratuur’ geeft daarvan een eenzijdig beeld; &#8216;Culturele Revolutie&#8217;-restaurants en -shows zijn vandaag populair bij de generatie van de jaren 60.</p>
<p>Mao’s ideeën van egalitarisme hebben vandaag niet veel aanhang meer in China, waar sterk de nadruk ligt op beloning volgens prestatie. Maar met zijn revolutionaire opvatting dat de gewone man zijn zeg mag en moet hebben, ging hij in tegen het eeuwenoude confucianistisch model van sociale hiërarchie; die opvatting  blijft vandaag attractief,  ligt aan de oorsprong van de mondigheid van de doorsnee Chinees en is een basis voor de ontwikkeling van ‘democratie op zijn Chinees’.</p>
<h4>1979: De waarheid zoeken in de feiten</h4>
<p>1976 is een rampenjaar: de grootste aardbeving ooit, drie historische topleiders sterven, de politieke fractiestrijd bereikt een hoogtepunt en verlamt de economie.</p>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default8.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4860" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default8.jpg" alt="default" width="199" height="128" /></a>Maar Deng komt terug op het voorplan en broedt op nieuwe strategieën. Hoe kan China de buurlanden en -regio’s die een enorme economische boom kennen, inhalen? Einde 78 stelt hij zijn plan voor: in plaats van de bureaucratisch opgelegde  planning zoals in de Sovjet-Unie, die intussen aan het vastlopen is, of de morele socialistische motivatie van Mao, die in chaos en verlamming eindigde, laat Deng iedereen vrij om zijn eigen belang na te streven. De staat is er voor de algemene strategie, de grote projecten en om te zorgen dat al die individualisten in de lijn van die strategie werken.</p>
<p>Volgens Deng betekent socialisme ontwikkeling zonder sociale polarisatie. En verder “de waarheid komt uit de feiten”, het marxisme is geen dogma. En “om een rivier over te steken stap je van steen tot steen”. En natuurlijk heeft de kleur van de kat geen belang als ze maar muizen vangt. Praktisch gezien: als de boeren graag decollectiviseren en voor eigen rekening werken, laat ze doen zolang de oogst toeneemt; en laat iedereen delen in de winst van de bedrijven, versoepel het plan en laat de markt meespelen, zolang dat leidt tot meer, betere en goedkopere verbruiksgoederen; kijk wat werkt in het kapitalisme en pas dat ook toe; laat desnoods privékapitaal toe; en om sneller technologisch te ontwikkelen, laat je buitenlands kapitaal binnen. Natuurlijk zijn er aan deze strategie ook nadelen verbonden: een nieuwe klasse rijken, winsten die naar het buitenland gaan, corrupte ambtenaren, morele en ideologische verwarring; het doet er niet toe, “laat sommigen eerst rijk worden” en nog “we zetten de ramen open zodat er frisse lucht binnen stroomt, en wanneer er te veel muggen binnenkomen, dan slaan we ze dood”.</p>
<p>Deng heeft onmiddellijk veel succes op het platteland: de boeren mogen terug  hun eigen gezinsbedrijf gaan beheren en de aankoopprijzen voor landbouwproducten worden verhoogd. Op vijf jaar tijd verdwijnen bijna alle communes. En in vijf jaar tijd stijgt de graanproductie met 60 %. De toegenomen koopkracht van de boeren schept een markt voor de fabrieken in de stad, en voor de nieuwe fabriekjes op het platteland.</p>
<p>Vanaf 1985 komt de hervorming van de stedelijke bedrijven aan de beurt. Winstdeling voor het personeel, maar ook minimumlonen in geval van verlies. De kleinhandel en nadien een deel van de groothandel worden geprivatiseerd. Gedaan met rantsoenbonnen, de markten zijn voortaan overvloedig voorzien van alle mogelijke producten.</p>
<p>De invoer van buitenlands kapitaal komt trager op gang, enkele Belgen (Janssen Pharmaceutica, intussen Johnson en Johnson,  en Bell Telephone, intussen Alcatel) zijn bij de pioniers, maar de redding moet vooral komen van de 40 miljoen uitgeweken Chinezen die hun fortuin in het land van hun voorouders willen investeren.</p>
<p>Om een maximum te kunnen leren van het ontwikkelde Westen, worden de deuren ook wijd opengezet voor westerse publicaties en ngo’s.</p>
<p>In 1988 ten slotte worden ook Chinese privéondernemingen officieel toegelaten.</p>
<p>Al die veranderingen gebeuren niet zonder slag of stoot. Binnen de Partij is er een belangrijke groep die de hervormingen niet aanvaardt. Op elk partijcongres keurt de meerderheid een motie goed waarin gewezen wordt op het gevaar dat de linkse lijn weer de overhand haalt.</p>
<p> </p>
<h4>1989: Het Tian An Men-plein als kruispunt van de geschiedenis</h4>
<p>Ook de rechterzijde zit niet stil. Vooral in intellectuele middens ontstaat een stroming die zegt dat China en het socialisme mislukt zijn, en dat alleen kapitalisme op westerse leest heil brengt.</p>
<p>De hervorming van de handel leidt tot opstoten van inflatie; sommige arbeiders zien hun koopkracht dalen; er ontstaat paniek en hamsterwoede. Verder is dit een gouden periode voor personen zonder scrupules om snel rijk te worden door de staat op te lichten. Ook dat zet veel kwaad bloed, maar Deng Xiaoping vindt dat er nog niet te veel &#8216;muggen&#8217; zijn en laat begaan.</p>
<p>In 1987 organiseren pro-westerse studenten opstootjes in Nanjing. Partijleider Hu Yaobang die in dezelfde richting denkt, wordt afgezet. Wanneer hij in april 1989 sterft, beginnen opnieuw studentenbetogingen. De Partij veroordeelt die op 26 april als antisocialistisch, maar de leiding is daarover verdeeld: de nieuwe partijleider Zhao Ziyang staat ook sympathiek tegenover de studenten. Allerlei groepen ontevredenen sluiten aan bij het protest, ook in andere steden. Zo bijv. arbeiders die opkomen voor het behoud van hun levensniveau en die betogen met portretten van Mao om te vragen dat de corruptie zou aangepakt worden. Wekenlang is er chaos. Pas wanneer de harde kern op het Tian An Men-plein een westerse ‘godin van de vrijheid’ opricht en de regering verandering belooft aan de opstandige arbeiders, komt er klaarheid. De grote meerderheid van de betogers gaat naar huis, een harde kern blijft achter en stuurt aan op omverwerping van het regime. Zhao sympathiseert met hen en wordt gewipt als partijvoorzitter. De staat van beleg wordt uitgeroepen en in de nacht van 3 op 4 juni komt de gewelddadige ontknoping van de opstand. </p>
<p>China blijft achter met een kater. Voor het eerst is een deel van de bevolking op straat gekomen tegen het regime. Voor het eerst is het leger opgetreden tegen de burgers. Had de Chinese regering moeten capituleren en het kapitalisme laten invoeren, zoals in datzelfde jaar overal in Oost-Europa gebeurde, of is het goed dat ze het socialisme gered heeft, zelfs ten koste van mensenlevens?</p>
<div id="attachment_4861" class="wp-caption alignleft" style="width: 209px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default9.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4861" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default9.jpg" alt="Jiang Zemin, in 89 nieuw partijleider, vandaag nog actief" width="199" height="180" /></a><p class="wp-caption-text">Jiang Zemin, in 89 nieuw partijleider, vandaag nog actief</p></div>
<p>In de nasleep van Tian An Men worden er maatregelen genomen om de arbeiders en studenten economisch tegemoet te komen. En opnieuw rijst de vraag: zijn de hervormingen goed of moeten we terug naar de socialistische moraal van Mao?  De oude Deng, die geen enkele officiële functie meer heeft, reist in 1992 naar de Speciale Economische Zone Shenzhen en orakelt daar: de Sovjet-Unie is ineengestort omdat ze economisch gefaald heeft. Wij moeten ten koste van alles economisch lukken, de mensen aan ons binden door hen een steeds betere levensstandaard te bezorgen. De hervormingen moeten niet teruggeschroefd worden, integendeel, we moeten nog beslister alles gebruiken wat in ons kraam past. Shenzhen is een model voor heel China. Deng laat de balans doorslaan. China voert in 1992 officieel de markteconomie in en besluit het buitenlands kapitaal en het Chinese privékapitaal meer te steunen.</p>
<h4>1999: Dansen op de slappe koord</h4>
<p>De privé-economie neemt toe, er komt meer buitenlands kapitaal, de staatsbedrijven worden op de markt gejaagd. In 1997 verklaart de Partij dat de privésector voor langere tijd mag rekenen op haar  steun. Tegelijk hebben de staatsbedrijven op de markt problemen: geen kapitaal, te veel personeel, verouderde installaties. Besloten wordt de toestand in vijf jaar recht te trekken! Alle kleine staatsbedrijven worden geprivatiseerd of omgevormd in coöperatieven. Grotere staatsbedrijven worden grondig gerationaliseerd: afdankingen, fusies, nieuw kapitaal, modernisering van de installaties.  Wat niet te rationaliseren valt, gaat dicht. Werkloze arbeiders krijgen een (beperkte) steun en worden aangemoedigd werk te zoeken in de nieuwe privébedrijven of zich te lanceren als zelfstandige. In 1999 zitten we midden in die fase. De kloof tussen arm en rijk wordt breder. De oude sociale zekerheid per fabriek wordt ondermijnd wanneer fabrieken verdwijnen of een nieuwe eigenaar krijgen. De regering moet op eieren lopen om grootschalige sociale onrust te vermijden, maar de modernisering van de staatsbedrijven wordt een succes.  De fabrieken presteren nu en ze produceren schoner. De meeste industriesteden worden volledig gerenoveerd.</p>
<p>Wat de samenwerking met het buitenland betreft, trekt China ook conclusies: export biedt vele voordelen, en zeker indien China vrije toegang krijgt tot de westerse markten. Daarvoor moet het lid worden van de Wereldhandelsorganisatie en zich helemaal integreren in de wereldeconomie. De moeizame onderhandelingen duren 13 jaar en zijn pas in 2001 afgerond. In de jaren 1999-2001 moet China nog belangrijke nieuwe toegevingen doen. Westerse waarnemers voorspellen dat de Chinese staatsbedrijven door de westerse concurrentie zullen weggevaagd worden …; het lijkt dat de Chinese regering een zware gok doet.</p>
<p>Ondertussen loopt de ontwikkeling van het platteland alsmaar verder achter op de stad. De landbouw moderniseert wel maar de te kleine boerenbedrijven hebben weinig mogelijkheden om hun situatie te verbeteren. Nu de stedelijke industrie gemoderniseerd wordt, krijgen de primitieve plattelandsfabriekjes het moeilijk. Tijdelijke arbeid in de steden biedt een kans om bij te verdienen. Het aantal interne migranten neemt snel toe tot tientallen miljoenen, en vandaag tot 200 miljoen. Hun arbeidsomstandigheden zijn slecht en stadsbewoners verwelkomen hen lang niet  altijd. Lokale besturen op het platteland hebben voortdurend geld tekort om goed te kunnen besturen; scholen en hospitalen worden verwaarloosd. De belastingen worden verhoogd. Het aantal boerenprotesten neemt toe.</p>
<p>Er moet iets gebeuren om de tijdbom van toenemende sociale polarisatie te ontmijnen.</p>
<p>Het keerpunt komt na het Partijcongres van 2002. De nieuwe motto’s  ‘de mensen eerst’ en ‘de harmonieuze maatschappij” nuanceren de tot dan toe gevolgde politiek van economische groei ten allen prijze. Er komen meer budgetten vrij voor plattelandsontwikkeling, de landbouwbelasting wordt afgeschaft, de levensomstandigheden van interne migranten worden stap voor stap verbeterd. In de steden komt meer geld vrij voor sociale zekerheid en voor de kwaliteit van het leven. Milieubescherming wordt een prioriteit. Nieuwe wetten op de arbeid en op de vakbonden moeten de positie van arbeiders in de bedrijven versterken en de werk- en loonomstandigheden verbeteren. De fase van grootschalige privatisering is voorbij en de staatsbedrijven winnen terug terrein, zelfs in het buitenland.</p>
<h4>2009: Geen tijd om op de lauweren te rusten</h4>
<p><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default10.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="alignleft size-full wp-image-4862" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default10.jpg" alt="default" width="200" height="160" /></a>Het dynamisme, het geloof dat een betere toekomst maakbaar is, voel je vandaag overal in het land. Mao&#8217;s ambities van 1949 zijn springlevend. Gedaan met de blinde bewondering voor het Westen van de jaren 80. China staat er.</p>
<p>Toch is  China nog altijd een arm land, met een inkomen per hoofd van ongeveer 3000 dollar. De volgende tien  jaar wil het dat inkomen verdubbelen. Tegen 2050 wil het een gemiddeld welvarend land zijn, zeg maar te vergelijken met Portugal of Griekenland. Tegen 2030 moet twee derden van de bevolking in de steden wonen, en pas van dan af zal de welvaartskloof tussen stad en platteland beginnen dichtgroeien. Er is nog heel wat werk voor de boeg!</p>
<p>Tegelijk is China door zijn snelle groei nu al een wereldspeler. Het zit Japan op de hielen als tweede economie in de wereld. Het beïnvloedt de prijs van zowat alle grondstoffen en goederen in de wereld. China voert al tien jaar meer uit dan in en is daardoor de grootste buitenlandse schuldeiser van de Amerikaanse schatkist geworden; China bepaalt het lot van de dollar! Chinese investeerders zijn een mogelijke reddingsboei voor grote westerse bedrijven in moeilijkheden. Vroeger dan verwacht moet China rekening beginnen houden met het effect van zijn ontwikkelingsstrategie op de rest van de wereld.</p>
<p>Dat geldt ook op politiek vlak: China verdedigt sinds 1954 consequent het principe van niet-inmenging in andermans zaken en gelijke rechten voor ieder land; het veroordeelde de invasieoorlogen in Joegoslavië en Irak; vandaag komt het in dossiers als Noord-Korea, Iran, Soedan, Myanmar, Zimbabwe,… onder druk te staan om die principes te laten varen. En dan zijn er nog de eigen belangen: in 2008 is voor het eerst sinds de vijftiende eeuw een Chinese vlooteenheid opgedoken voor de kusten van Somalië, om de piraterij te helpen bestrijden.</p>
<p>Er was een tijd dat Mao de volkeren opriep om de papieren tijger van het Amerikaans imperialisme te verslaan; maar Vietnam is geschiedenis. Deng en zijn opvolgers vermijden de confrontatie met de VS maar ondersteunen ondertussen overal alternatieve machtscentra:  de EU, BRIC, ASEAN+3, de Shanghai Verdrags Organisatie (met Rusland en Centraal Azië), de verschillende eenheidsinitiatieven in Afrika en Latijns-Amerika, de uitbreiding van de Veiligheidsraad, de democratisering van IMF , bilaterale samenwerkingsakkoorden met ieder land dat geïnteresseerd is …; hun objectief is een multipolaire wereld. De Chinese leiders zijn de absolute kampioenen in het wereldreizen geworden.</p>
<p>De internationale recessie vergt eveneens bijsturingen van de Chinese ontwikkelingsstrategie. China is ervan uitgegaan dat de kapitalistische wereld voor langere tijd stabiel was, en heeft van export één van de drie poten van zijn snelle ontwikkeling gemaakt. Nu die export onverwachts snel wegsmelt, moet het halsoverkop de twee andere poten van de groei ontwikkelen: overheidsinvesteringen in infrastructuur en binnenlandse consumptie.</p>
<p>Al in oktober 2008 kwam het op de proppen met een gigantisch driejarenplan, waarbij de overheid bijna 400 miljard euro gaat investeren. Met die investeringen moet het mensen aan het werk houden voor sociaal nuttige projecten (wegen, hospitalen, scholen, sociale woningen,…) , en de Chinese bedrijven ondersteunen bij de omschakeling van productie voor export naar productie voor binnenlands verbruik. Die omschakeling is gekoppeld aan een driejarenplan voor de tien belangrijkste sectoren van de economie; het motto is overal hetzelfde: moderner, properder, energiezuiniger, efficiënter en meestal groter. Banken kregen opdracht zoveel mogelijk leningen te verschaffen.</p>
<p>Om de binnenlandse consumptie aan te wakkeren, kiest men niet voor een drastische verhoging van de lonen, maar voor sociale herverdeling: overheidspremies bij aankoop van huishoudtoestellen, gesubsidieerde bouw van sociale woningen, snelle verbetering van de sociale zekerheid, optrekken van minimumuitkeringen, creatie van werkgelegenheid en afremmen van afdankingen, steun aan beginnende zelfstandigen, …; in tegenstelling tot de Amerikanen hebben de gewone Chinezen geen schulden maar een spaarboekje, het komt er dus vooral op aan hen te overtuigen geld uit te geven.</p>
<p>Tot nog toe heeft het antirecessieplan succes, en blijft de Chinese economie nog groeien. Maar voor de boeren die naar de stad komen en de jongeren die beginnen werken, moeten er jaarlijks 20 miljoen nieuwe jobs bijkomen; dat vereist een groei van de economie met  minimum 8%. De vraag is hoelang de overheid en de banken zullen kunnen bijspringen zonder de inflatie sterk aan te wakkeren.</p>
<p><strong>Deel 2: Uitdagingen bij de vleet </strong></p>
<p>China staat bij deze 60<sup>e</sup> verjaardag overigens nog voor veel meer uitdagingen:  We beperken ons hier tot de 4M: Mensenrechten, maatschappij, milieu en minderheden.</p>
<h4>Mensenrechten, Democratie, één partij</h4>
<p>Mensenrechten stonden altijd al hoog op de agenda in China. Het recht op leven, op een onafhankelijk land, op bescherming, voedsel, onderdak, onderwijs, gezondheidszorg, enz.. </p>
<div id="attachment_4865" class="wp-caption alignleft" style="width: 110px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default13.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4865" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default13.jpg" alt="Chinese spreker over mensenrechten aan VUB, sept. 2009" width="100" height="68" /></a><p class="wp-caption-text">Chinese spreker over mensenrechten aan VUB, sept. 2009</p></div>
<p>De Chinese overheid vindt dat er prioriteiten zijn, en politieke rechten staan niet vooraan. Niet onlogisch: de enorm snelle veranderingen die China onderging en ondergaat zouden onbestuurbaar zijn in een model zoals bijv. het Belgische; en de leidende personen in China zitten nog altijd met een stevige kater van de vervolgingen en chaos tijdens Mao’s ultrademocratische Culturele Revolutie.</p>
<p>Dat is aan het veranderen. De basisbehoeften van de meeste Chinezen zijn vervuld, er is een snel groeiende stedelijke middenklasse van 200 miljoen mensen. Tijd voor de burger om meer zeggenschap te eisen, en de regering erkent die verzuchting. De westerse media missen gewoonlijk de evolutie die er aan de gang is. China is bezig stap voor stap een echte rechtsstaat te worden, met wetten die rechten en plichten vastleggen en nageleefd moeten worden, ook door de lokale overheden, de politie, het gevangenispersoneel. Strengere procedures hebben het aantal doodstraffen sterk doen dalen. Er is een explosie van onafhankelijke media, en de grenzen van wat kan, worden elke dag verder uitgerokken: media worden aangemoedigd om de waakhonden van de maatschappij te zijn, zolang ze maar niet aan onverantwoorde stemmingmakerij doen. De Chinese vakbond wordt aangemoedigd om de belangen van werknemers in de privésector te verdedigen en om de migrantenwerking uit te breiden. Burgers worden rechtstreeks betrokken bij de wetgeving en het bestuur: wetsontwerpen en bestuursrapporten staan op het internet en iedere betrokkene kan zijn commentaar of advies geven. Op het laagste bestuursniveau (dorpen, wijken) zoekt men al twintig jaar naar de beste formules van rechtstreekse vrije verkiezingen met de bedoeling dit dan uit te breiden naar hogere besturen (het systeem blijkt nog altijd niet goed te werken, dorpsbesturen vallen te gemakkelijk in handen van maffiosi). Aan de werking van de Communistische Partij zelf wordt volop gesleuteld, het scholingsniveau van de kaders moet omhoog en de basis moet meer echte inbreng krijgen, zowel in de besluiten als in de verkiezing van verantwoordelijken; corruptie wordt strenger bestreden.</p>
<p>Wie die evolutie meet aan conformiteit met ons systeem zal bedrogen uitkomen. De Chinezen verklaren uitdrukkelijk dat ze een eigen systeem uitbouwen, volgens hun behoeften. Daarin zullen bepaalde beperkingen op de persoonlijke vrijheid nog lange tijd nodig zijn (die zijn er overigens bij ons ook). Een onafhankelijke rechtsmacht die de besluiten van parlement en regering kan dwarsbomen, strookt niet met het machtsmonopolie van de Communistische Partij van China. Een meerpartijenstelsel evenmin; het machtsmonopolie van de CPC laat bekwame technocraten toe langetermijnplannen op te stellen; die CPC hoeft daarbij geen rekening houden met de eisen van lobbygroepen van privékapitaal zoals in het Westen. Het systeem werkt, waarom zouden ze het veranderen?</p>
<p>Een machtsmonopolie corrumpeert natuurlijk. Strijd tegen de corruptie is een constante in de media sinds 25 jaar, maar valt niet definitief te winnen. Onlangs werd er nog een speciale kliklijn voor corruptiegevallen opgestart.</p>
<p>Naargelang China welvarender wordt, zal het maatschappelijke debat complexer worden en zullen nieuwe methoden voor inbreng van de volksopinie moeten gezocht worden. Sommigen stellen nu al voor twee concurrerende communistische partijen op te richten! Een meer realistische optie werd in 2002 genomen, toen de Partij opengezet werd voor privéondernemers: zo werd meteen een kanaal gecreëerd waarlangs hun belangen op een ordentelijke manier kunnen verdedigd worden.</p>
<div class="mceTemp">
<p><strong>Maatschappij</strong></p>
<p>Een meer welvarend China krijgt vooral in de steden ook meer en meer te maken met westerse kwalen. Chinezen worden vandaag geteisterd door kanker, maag- en hartziekten, niet meer door tbc en tyfus zoals de bevolking in vele andere ontwikkelingslanden. De verhoogde kosten voor gezondheidszorg zetten de sociale zekerheid onder druk en zijn een bron van bezorgdheid voor heel veel Chinezen.</p>
<p>Generatieconflicten en individualisme hebben nog steeds geen extreme vormen aangenomen. De Chinese maatschappij behoudt haar traditioneel respect en zorg voor de ouderen, en een diepgeworteld gevoel van solidariteit. Maar kan dat alles blijven weerstaan aan het markt- en winstgerichte denken?</p>
<p>De snelle veranderingen veroorzaken een enorme stress. Onzekere werkvooruitzichten voor jongeren en voor ouderen, gedwongen verhuizing van miljoenen mensen wanneer steden volledig herbouwd worden, de stress van de interne migratie met de uiteengerukte gezinnen, een sociale zekerheid met gaten als een gruyèrekaas. Het aantal zelfdodingen bij Chinese boerenvrouwen ligt bij de hoogste ter wereld: mannen trekken naar de stad, de vrouwen blijven achter met de volledige verantwoordelijkheid voor gezin en boerderij. </p>
<p>China past een strenge geboortebeperking toe, en toch groeit de bevolking nog. Maar ergens rond 2030 slaat die evolutie om en wordt de Chinese bevolking in recordtempo oud. Om het karikaturaal te stellen: één kleinkind dat moet werken voor twee ouders en vier grootouders. Een gigantische uitdaging voor de Chinese leiders.</p>
<p>‘Socialisme is ontwikkeling zonder polarisatie’ zei Deng. Het heeft niet mogen zijn. Het verschil tussen de rijke stad en het arme platteland, tussen de miljonair en de werkloze, is nu al té groot geworden. De Ginicoëfficiënt die de ongelijkheid uitdrukt, ligt nu al hoger dan die van de VS en veel hoger dan de Belgische. Minstens de helft van de economie is in privéhanden. Hoe zal dit ‘socialisme op zijn Chinees’ verder evolueren’? Verder naar een volledig kapitalistisch stelsel? Of terug naar een meer klassiek sovjetmodel? Of gewoon naar iets nieuws? De Chinese leiders spreken heel weinig over het verschil tussen socialisme en kapitalisme en benadrukken vooral de eigen weg voor China. De doorsnee Chinees, zelfs een basispartijlid of een jonge universitair, is niet in staat uit te leggen wat het verschil tussen beide systemen is.</p>
<p><strong>Milieu, broeikaseffect</strong></p>
<p>Milieu is lange tijd bijzaak geweest. Het Westen heeft zich eerst geïndustrialiseerd en is pas honderd jaar later aan het milieu beginnen werken. Waarom zouden de Chinezen niet hetzelfde kunnen doen? Het besef dat milieuvervuiling een onmiddellijke bedreiging voor China vormt, dateert pas van na de eeuwwisseling. Lucht- , water- en bodemvervuiling namen exponentieel toe. De woestijnvorming tengevolge van ontbossing en overbegrazing gaat verder; droogten, overstromingen en frequente zandstormen in Beijing zijn er het gevolg van. </p>
<dl id="attachment_4866" class="wp-caption alignleft" style="width: 109px;">
<dt class="wp-caption-dt"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default14.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-full wp-image-4866" title="default" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/default14.jpg" alt="autovrije zondag in Hainan" width="99" height="66" /></a></dt>
<dd class="wp-caption-dd">autovrije zondag in Hainan</dd>
</dl>
</div>
<p>De regering heeft op korte termijn en erg resoluut het roer omgegooid. Er is een Ministerie van Milieubehoud dat elk jaar krachtiger wil en mag optreden. Akkers worden omgezet in weiden, weiden in bossen; de begrazing van de Mongoolse steppen en het Tibetaanse plateau wordt verminderd. Vervuilende fabrieken moeten saneren of sluiten. Landbouw moet meer ecologisch. De normen voor voertuigen in de grote steden liggen op Europees niveau. Voor verwarming en in de keuken schakelen Chinese gezinnen, zeker in de stad, over van steenkool op aardgas. Gebouwen worden geïsoleerd. De uitstoot van nieuwe steenkoolcentrales wordt beperkt. In de steden begint de verbetering merkbaar te worden. Beijing had met de Olympische Spelen een voorbeeldfunctie.</p>
<p>Recent onderzoek dat uitwees dat de opwarming van de aarde voor China fatale gevolgen kan hebben op het gebied van watervoorziening en voedselproductie gaf de Chinezen een nieuwe schok. In juli zijn 300.000 Chinezen geëvacueerd wegens zware overstromingen tengevolge van de opwarming.  Ze kunnen de opwarming niet langer beschouwen als een luxeprobleem dat het Westen veroorzaakt heeft en dus maar moet oplossen. China heeft er alle belang bij zelf de wagen te gaan trekken. De officiële politiek is ‘gedifferentieerde verantwoordelijkheid’: de rijke landen zijn de historische oorzaak van het probleem en zij moeten het meest inleveren, 40% minder CO2 in twintig jaar. De ontwikkelingslanden zullen maximale inspanningen leveren volgens hun mogelijkheden, zonder hun ontwikkeling af te remmen. De rijke landen moeten 1% van hun BNP besteden aan steun voor de ontwikkelingslanden om het broeikaseffect te bestrijden. China zelf werkt intussen op drie vlakken: het beperken van het energieverbruik door efficiëntere fabrieken en elektriciteitscentrales -20% minder specifiek energieverbruik in het huidige vijfjarenplan; nummer één in de wereld worden in alle hernieuwbare energiebronnen: waterkracht, wind, zonne-energie, kernenergie; onderzoek naar de schone verbranding van steenkool, door vergassing en opslaan van CO2 – een eerste pilootcentrale in Tianjin is in aanbouw. Alhoewel het zich niet wil vastpinnen op een becijferde begrenzing van zijn CO2-uitstoot, doet het op deze drie vlakken fenomenale inspanningen.</p>
<p>De huidige recessie geeft de milieubescherming extra dynamiek. In de wereldeconomie na de recessie zullen de milieuvriendelijke economieën het sterkst staan. Het Chinese antirecessieplan speelt daarop in: wie niet milieuvriendelijk is, krijgt geen overheidssteun. Bovendien gaat de overheid zelf tientallen miljarden yuan investeren in het milieu. China kiest ervoor zich om te vormen tot groene kampioen.</p>
<p><strong>Minderheden</strong></p>
<div class="mceTemp">
<p>China telt 54 minderheden, die alles bijeen minder dan 10% van zijn bevolking uitmaken. De verhouding met de Hanmeerderheid is goed. China voorziet positieve discriminatie tegenover minderheden, onder meer op gebied van onderwijs en geboorteplanning; niet te verwonderen dat alle gemengde Chinezen zich als minderheid laten erkennen. Ook de cultuur van de minderheden wordt heel actief beschermd. Alleen met de Tibetanen en Oeigoeren zijn er problemen. Dit zijn nochtans lang niet de belangrijkste minderheden: de Zhuang,  Yi,  Hui zijn talrijker.</p>
<p>De Oeigoeren  – in totaal zowat 9 miljoen-, wonen in de autonome regio Xinjiang in het verre Westen. Het zijn Turkse moslims en hun enige culturele verwantschap met de Han is dat ze eetstokjes gebruiken. De regio controleert de Zijderoute en valt al meer dan 2000 jaar min of meer onder controle van het Chinese keizerrijk. In het verleden waren er pogingen om delen van het gebied onafhankelijk te maken, de laatste nog tijdens de Tweede Wereldoorlog. De regio ligt afgezonderd tussen woestijnen en hooggebergte, maar door het recente verbeteren van de verbindingen met China is de economische band erg sterk geworden. In tegenstelling met wat men zou kunnen denken, is de streek dankzij vruchtbare oasen, petroleum en grondstoffen tamelijk welvarend. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, veroorzaakt de opkomst van door het buitenland gestuende afscheidingsbewegingen er sinds de jaren 90 onrust, met verschillende bloedige aanslagen in 2008 en bloedige pogroms tegen Han-Chinezen in Urumqi in juli van dit jaar. Oeigoerse extremisten vochten in Afghanistan samen met de taliban en belandden in Guantanamo. Toch steunt de Amerikaanse regering via de NED (National Endowment for Democracy) nog steeds verschillende Oeigoerse afscheidingsbewegingen in het buitenland. Die deden alles om via gsm’s en het internet de racistische rellen van juli aan te wakkeren. De Chinese regering trekt de kaart van economische ontwikkeling en van repressie tegen het separatisme. Ze steunt ook de lokale cultuur; toch is de renovatie van Kashgar een project dat voor verdere onrust kan zorgen: het oude stadscentrum is een labyrint van veelal lemen huizen dat deel uitmaakt van het Unesco-Werelderfgoed, maar niet bestand is tegen aardbevingen en zonder elementair comfort; de autoriteiten gaan het grotendeels afbreken en veilig herbouwen.   </p>
<dl id="attachment_4868" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px;">
<dt class="wp-caption-dt"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/img_2544.jpg" rel="lightbox[4858]"><img class="size-thumbnail wp-image-4868" title="img_2544" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/09/img_2544-150x150.jpg" alt="In Xinjiang zijn hoofddoeken geen probleem" width="150" height="150" /></a></dt>
<dd class="wp-caption-dd">In Xinjiang zijn hoofddoeken geen probleem</dd>
</dl>
</div>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p> </p>
<p>De zes miljoen Tibetanen vormen de zesde grootste minderheid. Ze wonen voor de helft in de autonome regio Tibet, en voor de helft in gemengde gebieden in andere provincies (het zogenaamde groot-Tibet). De regeringen van alle landen erkennen zonder enige reserve dat Tibet deel was en is van China. Eind jaren 50 kwam de Chinese regering in aanvaring met de oude adel en de kloosters, die toen nog werkten met lijfeigenen. De elite vluchtte naar India. Een radicale fractie streeft nog naar de onafhankelijkheid en het herstel van hun oude macht. De dalai lama verdedigt de  ‘middenweg’: een zelfstandig, maar toch etnisch gezuiverd en fundamentalistisch groot-Tibet  formeel binnen China; een China waaruit de communisten volgens hem wel weg moeten. Als geestelijk leider heeft hij veel prestige bij de meestal diepgelovige bevolking. In maart 2008 braken in Lhasa rellen uit waarbij meer dan 20 Han en Hui vermoord werden. De onrust begon vanuit de kloosters en werd dan overgenomen door groepjes jongeren. De toekomst zal uitwijzen of het om kleine groepen vanuit het buitenland geleide herrieschoppers gaat (Chinese versie) of om algemeen volksverzet (versie van de bannelingen).  De Chinese regering combineert ook hier economische ontwikkeling, steun aan de lokale cultuur en repressie, vooral tegen separatistische kloosters. Tibet is afgelegen, heeft nauwelijks natuurlijke rijkdommen en is zeer arm. Zo’n 90% van het regionaal budget bestaat uit subsidies van Beijing. Toch wordt er gezegd dat (jonge) Tibetanen wegens gebrek aan opleiding onvoldoende aan de bak komen in goedbetaalde jobs. Beijing hoopt dat er na deze dalai lama religieuze leiders komen die, zoals de vorige panchen lama, wel bereid zijn het socialisme te aanvaarden en met hen samen te werken.</p>
<p><strong>Besluit?</strong></p>
<p>Wat gaan we binnen nog eens tien jaar vertellen?</p>
<p>China zal anders zijn, maar hoe? China zal belangrijker zijn in de wereld, maar hoe? En ook in onze eigen wereld zullen ongetwijfeld veel zekerheden sneuvelen. Eén ding is zeker, om mee te zijn met de trein van de geschiedenis zullen we open moeten staan voor samenwerking met en leren van het immense rijk van het Midden. Laten we in onze betrekkingen met China de eurocentristische oogkleppen, het exclusief vasthouden aan onze eigen normen, racistische vooroordelen, fundamentalistisch antisocialisme maar op de mestvaalt van de geschiedenis gooien.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/beleid-dossiers/1-oktober-2009-60-jaar-volksrepubliek/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Milieuvervuiling komt China duur te staan</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieuvervuiling-komt-china-duur-te-staan/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieuvervuiling-komt-china-duur-te-staan/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 05 Aug 2009 22:06:01 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Milieu]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[milieu]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=3323</guid>
		<description><![CDATA[Volgens schattingen sterven in China jaarlijks 750.000 personen voortijdig door de sterke vervuiling en deze milieuverontreiniging kost het land volgens experten 10 % van het BNP. Hierbij analyseren we zowel de trieste cijfers als wat China wil doen voor het aanpakken van de nefaste invloed die de vervuiling heeft op de gezondheid.
Wereldwijd wordt een kwart [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><span style="color: #ff0000;"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/pollminhang.jpg" rel="lightbox[3323]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-3325" title="pollminhang" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/pollminhang-150x150.jpg" alt="pollminhang" width="150" height="150" /></a>Volgens schattingen sterven in China jaarlijks 750.000 personen voortijdig door de sterke vervuiling en deze milieuverontreiniging kost het land volgens experten 10 % van het BNP. Hierbij analyseren we zowel de trieste cijfers als wat China wil doen voor het aanpakken van de nefaste invloed die de vervuiling heeft op de gezondheid.</span></strong></p>
<p>Wereldwijd wordt een kwart van de ziektes en de overlijdens toegeschreven aan milieufactoren. Het is dus niet abnormaal dat China qua gezondheidskost van de milieuvervuiling eveneens aan hoge cijfers komt. Bovendien haalde China de meeste van de vooropgestelde doeleinden inzake lucht- en waterverontreiniging niet tijdens het tiende vijfjarenplan (2001-2005). Niet te verwonderen dat de SO²-uitstoot drastisch toenam, gezien het land met zijn hoge groeivoeten nog voor 68 % aangewezen is op steenkool voor zijn energiebevoorrading. Minder bekend in het westen is China&#8217;s gebrek aan water, waardoor bevloeiing van landbouwgrond soms gebeurt met afvalwater. De gevolgen zijn dan ook legio. Eerst bekijken we de weerslag op de gezondheid van luchtvervuiling en de kost ervan. Daarna volgt de oefening voor waterverontreiniging en het resultaat qua verlies aan gewassen/oogst en visserij. Voorts hebben we het over de weerslag van de waterschaarste en het gebruik van afvalwater ter compensatie van het watergebrek. Ten slotte bekijken we de plannen van de regering op het vlak van volksgezondheid en milieu.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Lucht</strong></span></p>
<p>Beginnen we met de luchtvervuiling. Tijdens de laatste jaren is de luchtvervuiling veranderd van een vervuiling enkel door steenkoolsmog naar een combinatie van steenkoolsmog én uitlaat door voertuigen. Emissies van SO² verminderden gradueel, maar fijn stof werd de voornaamste reden tot ongerustheid in de steden. Gemeten in termen van aantal steden die de Chinese maatstaven inzake luchtverontreiniging overtreden, is er een lichte verbetering sinds 1999. Nochtans haalde maar de helft van de steden de standaarden inzake luchtverontreiniging. In 2003 bedroeg het fijn stof in de helft van de onderzochte steden meer dan 100 μg/m³, het dubbele van de Amerikaanse maatstaf. Twintig procent van de steden had zelfs meer dan 150 µg/m³. Maar 1 % van de Chinese stadsbevolking leeft op een plaats met minder dan 40 µg/m³. Met SO² gaat het beter: in 2003 hadden drie kwart van de steden niveaus onder het Amerikaans gemiddelde van 60 µg/m3. Niettegenstaande de consumptie van steenkool tussen 2000 en 2005 toenam met liefst 75 %, bleven de emissies &#8216;maar&#8217; 28 % stijgen doordat de energie-intensiteit steeg: waar in 1978 8,4 ton steenkool nodig was om 10.000 yuan BNP te produceren, daalde dit tot 2,58 ton in 2001.</p>
<p>Chinese cijfers geven aan dat luchtverontreiniging verantwoordelijk is voor 411.000 voortijdige overlijdens per jaar, hoofdzakelijk als gevolg van long- en hartziektes. Elk jaar zouden ook 50.000 jonge kinderen daardoor overlijden. De grotere verontreiniging heeft ook als gevolg dat het aantal gevallen van kanker snel stijgt: tussen 2005 en 2006 stegen de cijfers met een vijfde in de steden en met een vierde op het platteland. De OESO schat dat er tegen 2020 600.000 voortijdige doden zullen zijn door luchtverontreiniging en dit dan tegen een kost van 13 % van het BNP.</p>
<p>Er bestaan gesofisticeerde modellen die de kost berekenen van de mortaliteit en diverse ziekten als gevolg van de vervuiling: naargelang het gebruikte model bedroeg de kost voor de luchtvervuiling in 2003 150 miljard yuan met de methode &#8216;om te willen betalen voor het herstel&#8217; of 520 miljard met de methode &#8216;wat de waarde zou zijn van de productie indien de zieke of overledene toch aan de slag zou geweest zijn&#8217;.</p>
<p>De luchtvervuiling veroorzaakt naast een menselijke kost ook een kost van zure regen en de invloed ervan op gewassen. De economische verliezen door SO² en zure regen voor de landbouw werden door wetenschappers in 2003 op 30 miljard yuan geraamd. Het leeuwenaandeel heeft betrekking op groenten. De kost van de weerslag op de bossen is minder duidelijk te kwantificeren. Dit is dan wel meer het geval bij de materiële schade. Uit een studie gedaan in het door zure regen getroffen Zuid-China, blijkt dat de economische kost in 2003 6,7 miljard yuan bedroeg. Van alle provincies had Guangdong de grootste kost met rond de 1,6 miljard, gevolgd door Zhejiang en Jiangsu. Naast de doden veroorzaakt door luchtverontreiniging in de steden raamt de Wereldgezondheidsorganisatie dat jaarlijks in China ook bijna een half miljoen overlijdens te betreuren vallen door het gebruik van fossiele brandstoffen binnenshuis.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Water<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/waterqua.jpg" rel="lightbox[3323]"><img class="alignright size-thumbnail wp-image-3326" title="waterqua" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/waterqua-150x150.jpg" alt="waterqua" width="150" height="150" /></a></strong></span></p>
<p>De trend van 1990 tot 2005 toont aan dat de waterkwaliteit duidelijk verbeterde in het waterrijke zuiden, maar verslechterde in het waterarme noorden. China kent een ernstig watertekort, vooral in het noorden. Op bijna de helft van het grondgebied valt jaarlijks nauwelijks 400 mm water. China meet de kwaliteit van het water in tweeduizend riviersecties. Zo&#8217;n 25.000 km van deze rivieren bereikt niet de kwaliteitsstandaard voor leven in het water en 90 % van de rivieren rond steden blijkt ernstig vervuild. De waterkwaliteit wordt uitgedrukt van Klasse 1 (zeer goed) tot Klasse 5 (zeer slecht). Blijkt uit het onderzoek in 2004 op 412 secties van zeven grote stromen dat 42 % van deze onderzochte secties Klasse 1 tot 3 had; 30 % zat in Klasse 4 tot 5 en 28 % faalde voor de normen van Klasse 5. De Parelrivier en de Yangtzerivier hadden de beste kwaliteit. De Hairivier was het meest vervuild, met meer dan de helft van het water onder Klasse 5. Bij de grote meren is de toestand nauwelijks beter. Drie kwart ervan lijdt aan eutrofiëring.</p>
<p>De hoeveelheid afvalwater blijft stabiel door de bouw van industriële waterzuiveringsstations.  De behandeling van huishoudelijk afvalwater vergroot wel voortdurend. In 1999 had China 266 installaties waar afvalwater gezuiverd werd, wat nauwelijks 15 % waterzuivering van het geheel betekende. Er zijn 416 nieuwe installaties afgewerkt of nog in opbouw, maar eind 2004 bereikte de graad van waterzuivering in de steden al 46 %. Dit verbergt wel het cijfer dat megasteden aan 75 % zitten en dat &#8216;kleinere&#8217; steden dus voorlopig veel minder ver staan.</p>
<p>De stedelingen hebben weliswaar voor 95 % toegang tot leidingwater, maar te lande bedraagt dit maar één op drie. Zelfs drie vierden van de lage landbouwinkomens met kinderen onder de vijf jaar hebben geen toegang tot leidingwater.  Een groot deel van de bevolking heeft overigens geen sanitaire faciliteiten: één vijfde neemt zijn toevlucht tot de vrije natuur voor ontlasting, bij gebrek aan toilet. Uit recent wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat in de rurale gebieden met watergebrek de meisjes na de eerste menstruatie een hogere dropoutgraad hebben omdat hun hygiënische behoefte niet wordt voldaan. Water kan dus ook de ongelijkheid tussen de seksen verminderen.</p>
<p>Het grondwater dan. Het gebruik van kunstmest verdubbelde van 1990 tot 2000. Nitraat lekt vaak in het grondwater. Bovendien bevat de Chinese bodemstructuur hoge niveaus van arsenicum, die doordringen in het drinkwater, wat geassocieerd wordt met huidkanker. Er wordt geschat dat 2,3 miljoen personen blootgesteld zijn aan hoge arsenicumwaarden (&gt;0,05 mg/L). Onlangs stonden in de provincie Yunnan drie managers terecht van de onderneming die het water van het Yangzongmeer had vervuild, samen met 12 verantwoordelijken van de lokale overheid. Het meer, dat drinkwater bezorgt aan 26.000 personen, bevatte 0,128 mg arsenicum per liter en volgens gouverneur Qin Guangrong zal het drie jaar duren en 4 miljard yuan kosten vooraleer het meer weer het veilig niveau onder 0,05 mg per liter bereikt.</p>
<p>De geologische situatie leidt ook tot hoge concentraties van fluorine in het drinkwater. Zo&#8217;n 63 miljoen personen drinken water met hoge concentraties fluorine. De mortaliteit te wijten aan kanker als gevolg van vervuiling schommelt rond het wereldgemiddelde, maar de cijfers voor lever- en maagkanker liggen hoger. Wat de besmettelijke ziekten als gevolg van watervervuiling betreft, zijn vooral kinderen getroffen. De mortaliteit bij rurale kinderen onder de vijf jaar als gevolg van diarree is twee keer zo groot als in stedelijke gebieden: twee derden van de 102.000 doden onder vijf wegens diarree zijn kinderen uit de rurale gebieden. Dysenterie is wel fel teruggevallen de laatste decennia. Bij de volwassenen wordt aangenomen dat 11 % van de kankergevallen in het spijsverteringsstelsel kan te maken hebben met het drinken van vervuild water.  De kosten voor ziekten en overlijdens als gevolg van watervervuiling worden op 66 miljard yuan geraamd, wat maar een fractie is van de kost bij de luchtvervuiling. OESO-cijfers schatten dat jaarlijks 30.000 Chinese kinderen, vooral in landbouwgebieden, sterven door inname van vervuild water.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Waterschaarste</strong></span></p>
<p>Terwijl de meeste waterbronnen in het zuiden liggen, heeft het noorden het meest behoefte aan water. De vier noordelijke rivierbekkens bevatten minder dan een vijfde van de waterbronnen, maar zij vertegenwoordigen twee derden van het landbouwland en 45 % van het BNP. Het zuidwesten heeft ongeveer even veel water, maar produceert slechts 8,3 % van het BNP. Niveaus van 1000-1700 m³ per persoon betekenen watertekort en minder dan 1000 m³ geeft extreme schaarste aan. Gegevens van zes Chinese provincies tonen dat de gemiddelde beschikbaarheid van water per hoofd onder de 500 m³ valt en in vijf andere provincies onder de 1000 m³ reikt. Dus kent één derde van de provincies een ernstige waterschaarste. Deze wordt door de boeren onder meer tegengegaan door een beroep te doen op het grondwater. In sommige gebieden is het grondwater daardoor 50 meter gezakt sedert 1960 en zakt het nog jaarlijks met twee meter. Een ministeriële studie in meer dan honderd steden wees overigens uit dat het grondwater in 97 % in zekere graad vervuild was, in 64 % ernstig vervuild en in 30 % zou het niet mogen gebruikt worden als drinkwater. Een ander middel tegen de waterschaarste is vervuild water te hergebruiken voor irrigatie en industrie. Tijdens 2000-2003 werd zo jaarlijks 50 miljard m³ water aangeboden dat niet conform was met de vervuilingsstandaarden. Dit is ongeveer één tiende van de nationale waterconsumptie.  Daarbuiten werd 24 miljard m³ water onttrokken uit de grond die uitgeput raakte. Een ander gevolg van waterschaarste is frequentere droogte. In 2004 veroorzaakte droogte 20 miljoen ton schade bij de graanoogst en zaten 23 miljoen personen tijdelijk zonder drinkwater. De milieukost van de waterschaarste gekoppeld aan vervuiling wordt door specialisten op 147 miljard berekend. Vooral de provincies Hebei en Jiangsu betalen de zwaarste tol. De kost van de grondwateruitputting beloopt 92 miljard yuan.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Verlies gewassen</strong></span></p>
<p>Een rapport dat de door afvalwater bevloeide oppervlakte vergelijkt van 1949 tot 1982 stelt vast dat deze in 1982 14.000 km² bedroeg. Het vergelijkbaar rapport van 1996-99 toont aan dat deze oppervlakte reeds 36.400 km² bedroeg. De gevolgen van het gebruik van afvalwater voor irrigatie omvatten een reductie van de productie, gewassen van povere kwaliteit, gewassen die niet de milieunormen halen en een verslechtering van agro-ecologisch klimaat. Wanneer dit laatste om zeep is, wordt een herstel vrij moeilijk. Als de vermindering van kwaliteit van de gewassen omgezet wordt in cijfers komen de wetenschappers tot een globale kost van 6,7 miljard yuan in 2003. Deze verliezen vallen overwegend voor bij groenten met drie kwart van dit geheel. Het niet behalen van de milieunormen is de hoofdoorzaak van een 5,2 miljard verlies of 78 % van het totaal. Dit is de prijs die China betaalt om elk jaar 480 miljoen ton afvalwater te lozen op de velden.<a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/seapoll.jpg" rel="lightbox[3323]"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-3329" title="seapoll" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/08/seapoll-150x150.jpg" alt="seapoll" width="150" height="150" /></a></p>
<p>De vervuiling slaat ook toe in oppervlakte- en zeewater. In 2003 resulteerden visvervuilingsaccidenten in een totaal verlies van 4,3 miljard yuan, waaronder 713 miljoen in direct economisch verlies en 3,6 miljard indirect verlies. Van dit laatste aantal had 896 miljoen yuan betrekking op vervuilingsaccidenten gebeurd in oppervlaktewateren en 2,7 miljard yuan in accidenten op zee.</p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong>Reactie regering</strong></span></p>
<p>Begin 2008 heeft de Chinese regering een actieplan onthuld over haar plannen voor leefmilieu en gezondheid. Het plan loopt van 2007 tot 2015. Preventie,  supervisie en medewerking van een breed publiek staan centraal. Bij het uitwerken van de doeleinden worden in het actieplan drie fases onderscheiden. Van 2007 tot 2010 wordt een samenwerkingsmechanisme op poten gezet tussen de administraties van leefmilieu en volksgezondheid. Tijdens deze periode worden vooral de problemen wetenschappelijk in kaart gebracht en ook de studie over de kenmerken van het supervisienetwerk. Van 2010 wordt het werk opgestart inzake onderzoek, het afkondigen en verbeteren van richtlijnen en wetten op het terrein. Daartoe moeten eerst alle reeds bestaande wetten en reglementen worden beoordeeld. In de derde fase, van 2010 tot 2015, worden concrete standaarden van kracht en op dat ogenblik is het supervisienetwerk, dat lokale informatie doorstuurt en analyseert, volledig operationeel.</p>
<p>Naast het verbeteren van standaarden inzake lucht-, water- en bodemverontreiniging komen er ook drie respectievelijke monitornetwerken, waarbij de stations ook de gezondheidstoestand van de bewoners in hun gebied controleren. Bovenop deze netwerken wordt nog een netwerk opgezet voor exteem weer en volksgezondheid evenals een voor hygiëne en biologische zuiverheid op openbare plaatsen. Dit alles wordt gekoppeld aan een vroegtijdig detecteringssysteem van spoedgevallen en een betrouwbaar informatief en statistisch systeem, overigens ook met medewerking van de media en in samenwerking met internationale organen. Er wordt een stuurgroep in het leven geroepen van meer dan tien betrokken ministeries om het Actieplan concreet te sturen. Vooral de ministeries van Milieu en Volksgezondheid zullen goed moeten samenwerken. Het globale actieplan valt onder de Plancommissie, maar verder zijn zelfs de administraties van meteorologie betrokken, evenals radio en televisie. De uitdagingen zijn groot, maar het actieplan mankeert geen ambitie. Overigens heeft China reeds in 2007 beloofd om 200 miljard te spenderen voor het verminderen van lucht- en watervervuiling. Het feit dat Milieu en Gezondheid gaan praten, belet niet dat reeds bestaande plannen worden uitgevoerd.</p>
<p><strong>Selecte bibliografie</strong></p>
<p>Cost of Pollution in China, Economic Estimates of physical damages, World Bank, Feb 2007</p>
<p>Charles W. Freeman III &amp; Xiaoqing Lu,  Assessing Chinese Government Response to the Challenge of Environment and Health, A Report of the CSIS Freeman Chair in China Studies, June 2008</p>
<p>Environment and Health in China: Problems, Responses and Social Science</p>
<p>Research, Jennifer Holdaway, Program Director at the Social Science Research Council, where she heads the China Environment and Health Initiative.</p>
<p>China Releases Action Plan on Environment, Health 2007‑2015, 7/01/2008, Zhongguo Wang</p>
<p>Lees ook dossier <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/leefmilieu-wordt-op-agenda-geplaatst/">leefmilieu 1997</a></p>
<p>CCTV vice-minister over <a href="http://xml.vod.cctv.com/html/media/bizchina/2009/06/bizchina_300_20090605_10.shtml">aandeel milieu in stimulering</a>  over <a href="http://english.cctv.com/program/worldwidewatch/20090928/101168.shtml">vroegtijdig bereiken doelstellingen</a></p>
<p>CCTV-uitzending Dialogue (26 min) over streven naar <a href="http://english.cctv.com/program/e_dialogue/20100126/104495.shtml" target="_blank">groene economie</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/milieuvervuiling-komt-china-duur-te-staan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wat drijft China&#8217;s megasteden?</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/wat-drijft-chinas-megasteden/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/wat-drijft-chinas-megasteden/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 30 Jul 2009 18:10:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Stad & Regio]]></category>
		<category><![CDATA[hukou]]></category>
		<category><![CDATA[Kanton]]></category>
		<category><![CDATA[Shanghai]]></category>
		<category><![CDATA[Shenzhen]]></category>
		<category><![CDATA[steden]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=3156</guid>
		<description><![CDATA[Overgenomen uit het tijdschrift &#8220;Streven&#8221; juni 2009
China&#8217;s stadsbevolking verdubbelde de laatste dertig jaar; ze zal binnen vijftien jaar nog eens een aangroei kennen van 350 miljoen, waarvan 240 miljoen inwijkelingen van het platteland. Decennia lang stimuleerde China de uitbouw van kleinere steden om waterhoofden te vermijden. Nu echter vinden wetenschappers dat de bestaande Chinese steden [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_3159" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/img_1858.jpg" rel="lightbox[3156]"><img class="size-medium wp-image-3159" title="img_1858" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/img_1858-300x225.jpg" alt="Centrum Xian" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Centrum Xian</p></div>
<p><strong>Overgenomen uit het tijdschrift &#8220;Streven&#8221; juni 2009</strong></p>
<p>China&#8217;s stadsbevolking verdubbelde de laatste dertig jaar; ze zal binnen vijftien jaar nog eens een aangroei kennen van 350 miljoen, waarvan 240 miljoen inwijkelingen van het platteland. Decennia lang stimuleerde China de <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/china-gaat-kleinere-steden-promoten/">uitbouw van kleinere steden </a>om waterhoofden te vermijden. Nu echter vinden wetenschappers dat de bestaande Chinese steden &#8216;ondergeagglomereerd&#8217; zijn, ondanks het feit dat ze er vrij modern uitzien en nauwelijks slums kennen. Wat drijft die nog grotere verstedelijking en hoe kan men de nog te verwachten instroom uit het platteland opvangen?</p>
<p>In een eerste paragraaf ontleed ik de verschillende soorten steden. Vervolgens heb ik het over de nieuwe kijk op de verstedelijkingspolitiek: tot 1995 was die eerder gericht op de uitbouw van kleinere steden, maar sedert een vijftal jaar wordt betoogd dat China er baat bij heeft reuzenagglomeraties of megasteden te ontwikkelen. Een recente studie van McKinsey denkt in deze richting. Daarna behandel ik twee belangrijke groeifactoren van China&#8217;s megasteden: het aantrekken in speciale economische zones van buitenlandse investeringen, en een actieve grondpolitiek die steunt op een (voor beiden winstgevend) verbond tussen lokale overheden en bouwpromotoren. Ik ga ook in op het dubbele systeem van burgerlijke stand dat maakt dat men vanaf zijn geboorte zowel ruraal of stedelijk is als agrarisch of tewerkgesteld. Ten slotte bekijk ik enkele megasteden van nabij en besluit dat in de toekomst een ware aaneensluiting kan worden verwacht van megasteden tot nog grotere gehelen.</p>
<p><strong>Verschillende soorten steden<a name="_ednref1" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn1"><strong>[1]</strong></a></strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Het Chinees heeft twee woorden voor het begrip &#8217;stad&#8217;: &#8216;<em>shi</em>&#8216; of &#8216;<em>city</em>&#8216; en &#8216;<em>zhen</em>&#8216; of &#8216;<em>town</em>&#8216;, wat we in het Nederlands vertalen als &#8216;grote stad&#8217; en &#8216;kleine stad&#8217;. De Chinese Volksrepubliek telt 660 grote steden en 22.000 kleine steden. In 2002 hadden de <em>zhens</em> gemiddeld 32.309 permanente inwoners en 16.719 pendelaars of tijdelijke werkkrachten<a name="_ednref2" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn2">[2]</a>.</p>
<p>Binnen het bestek van dit artikel beperk ik me tot de shi&#8217;s. Maar ook hierbinnen bestaan verschillende geledingen. Vooreerst zijn er de vier metropoolsteden Beijing, Shanghai, Tianjin en Chongqing, die over een gelijkwaardig statuut beschikken als een provincie: ze hangen dus rechtstreeks af van de nationale regering. Ten tweede zijn er de prefectuursteden en subprovinciesteden, bijvoorbeeld Kanton (Guangzhou), die rechtstreeks afhangen van de provincie. Onderaan staan de subprefectuursteden en steden op het kantonniveau. Hoe hoger de stad in rangorde, des te meer autonoom ze is en des te meer ook ze eigen belastingen kan heffen.</p>
<p>Het is de regering die de rangorde van elke stad bepaalt. Sedert 1997 werden echter geen nieuwe steden meer goedgekeurd: de regels waren te ingewikkeld geworden en niet altijd erg logisch. De criteria voor grote steden waren te streng, die voor de kleine steden te laks. In 2001 waren er naast de vier topmetropolen 26 provinciale hoofdsteden en 225 steden van prefectuurniveau. Onderaan in de lijst kwamen nog eens 385 kantonsteden met een bevolking die varieert van 15.000 tot een half miljoen. Volgens de statistieken was China in 1978 voor 17,9% verstedelijkt; in 2004 was de urbanisatie al opgelopen tot 43,9%.</p>
<p>Ook het begrip &#8216;verstedelijking&#8217; is niet zo eenduidig. Binnen de steden, of beter aan de rand ervan, leeft doorgaans eveneens een landbouwersbevolking; ook zijn inwijkelingen uit de rurale gebieden een zekere tijd in de steden werkzaam. In de loop van de tijd veranderde de definitie van &#8217;stedeling&#8217; trouwens geregeld. Strikt genomen gaat het alleen om die mensen die in of rond de steden geen landbouw uitoefenen. Recentelijk echter worden ook de buitenmensen die minstens zes maand in de stad wonen, als stedeling beschouwd. Daarenboven zijn er heel wat grote landbouwgebieden in prefectuursteden. Dit geldt nog meer voor de kantonsteden.</p>
<p><strong>Politiek van verstedelijking</strong></p>
<p>Voor de hervormingen huldigde China een sterke antistedelijke politiek. De stadsbevolking kende maar een aangroei van 12% in 1952 tot 19% in 1980. In de jaren tachtig was er een ware bloei van rurale nijverheden. Het aantal hierin tewerkgestelden steeg van 28 miljoen in 1978 tot 128 miljoen in 1995. De staat zag erop toe dat de in deze nijverheden werkzame rurale bevolking zoveel mogelijk ter plaatse bleef wonen of hooguit verhuisde naar een kleine nabijgelegen stad. De bevolking in de kleine steden groeide dan ook aan: van 12 miljoen of 14% van de stedelijke bevolking in 1980 tot 23 miljoen of een percentage van 21% in 1995.<a name="_ednref3" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn3">[3]</a> Met deze politiek wilde men de groei van megasteden afremmen, en die politiek was aanvankelijk een succes: van 1990 tot 1995 verdubbelde het aantal kantonsteden.</p>
<p>In 1995 kwam hierin verandering met de verdere ontwikkeling van de opendeurpolitiek, die erop uit was buitenlands kapitaal aan te trekken in speciale &#8216;economische zones&#8217;. Dit leidde ertoe dat nog maar 40% van de vlottende bevolking ook als ze hun dorp verlieten binnen hun kanton bleef<a name="_ednref4" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn4">[4]</a>, terwijl een derde van de migranten al naar grotere steden trok, buiten het betreffende kanton. De lokale nijverheden hadden inmiddels hun aantrekkingskracht verloren. Als gevolg hiervan groeiden de kantonsteden van 1996 tot 2001 met niet meer dan één procent jaarlijks, terwijl de prefectuursteden en de provinciale hoofdsteden een aangroei kenden van respectievelijk twee en vier procent. De uitwijking naar grotere steden wordt onomkeerbaar. Volgens de volkstelling van 2000 trokken van de 112 miljoen migranten 71% naar grotere steden en slechts 7% naar de kleine<a name="_ednref5" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn5">[5]</a>.</p>
<p>Ondertussen hadden diverse westerse wetenschappers becijferd dat de stedelijke dichtheid (het aantal personen per m²) van zelfs de Chinese grootsteden te klein uitvalt om van de schaalvoordelen van reuzenagglomeraties of megasteden te kunnen profiteren<a name="_ednref6" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn6">[6]</a>. Om efficiënt te zijn zou een stad tussen de twee en vier miljoen inwoners moeten tellen. Tevens werd betoogd dat, in vergelijking met andere landen, China&#8217;s verstedelijking 10% achterop blijft bij de groeiende industrialisering van het land. Schaalvergroting is dus onontbeerlijk. De voordelen ervan zijn legio: grotere steden, met hoogbouw en wolkenkrabbers, vreten minder landbouwland aan, zijn zuiniger in hun energieverbruik, en beheersen, onder meer door metroaanleg, beter de mobiliteit. Daarenboven beperken ze de milieuschade en houden deze makkelijker onder controle. Het bureau McKinsey treedt met zijn studie over de Chinese verstedelijking in het licht van 2025 deze visie bij<a name="_ednref7" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn7"><strong><strong>[7]</strong></strong></a>.</p>
<p><strong>Vooruitzichten voor 2025</strong><strong> </strong></p>
<p>De <a href="http://www.mckinsey.com/mgi/publications/china_urban_billion/">studie van McKinsey Global Institute </a>(MGI) voorspelt dat in 2025 China&#8217;s stedelijke bevolking aangegroeid zal zijn van 572 miljoen in 2005 tot 926 miljoen, een toename dus van 45% tot 66% van de totale bevolking. Die aangroei van 350 miljoen zou voor 240 miljoen op het conto komen van migranten. De twee momenteel bestaande megasteden met meer dan tien miljoen inwoners, Beijing and Sjanghai, zullen dan aangevuld zijn met nog zes megasteden. Daarnaast wordt in de categorie middelgrote steden (1,5 tot 5 miljoen inwoners) een toename verwacht van 69 tot 115 steden. MGI schat dat in 2025 40% van de hoge inkomensklassen (met een inkomen groter dan 40.000 RMB) in megasteden zal leven, vergeleken met slechts 11% in 2005. Tevens zal migratie nog meer dan vroeger de steden doen groeien. Terwijl van 1990 tot 2005 honderd miljoen ruralen naar de steden trokken, goed voor een derde van hun aangroei, verwacht MGI dat in de toekomst 70% van de stadsaangroei te wijten zal zijn aan migratie. Tegen 2025 zou 40% van de hele Chinese stadsbevolking uit inwijkelingen van het platteland bestaan.</p>
<p>Ofschoon in 2005 45% van het stedelijk BNP (Bruto Nationaal Product) in de 40 topsteden werd gerealiseerd, zal het belang van de minder grote steden niet afnemen. Deze 900 steden zouden in 2025 goed zijn voor 54% van het stedelijk BNP en voor 55% van de stedelijke groei. Het zijn vooral deze niet-provinciale hoofdsteden die het sterkst de druk zullen voelen van de verstedelijking, zowel op het vlak van schaarse grond, energie en milieu, als op dat van jobs en vaardigheden en financiering. MGI doktert daarom een reeks scenario&#8217;s uit van verstedelijking. Zoals gezegd, schaart McKinsey zich aan de zijde van hen die reuzenagglomeraties voorstaan. In het scenario van megasteden en grotere steden zouden de staatsuitgaven met 2,5% van het BNP verminderen &#8211; deze steden zouden grotendeels zichzelf financieel kunnen bedruipen -, zou de watervervuiling, via gecoördineerde riolering en waterzuiveringsstations, gehalveerd worden, en de uitstoot van SO²  en NOx  met één derde gereduceerd worden dankzij de aanleg van fietspaden, en de uitbouw van bustransport, <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/metro-straks-in-19-steden/">metro </a>en taxidiensten, die een alternatief vormen voor het gebruik van personenwagens.</p>
<p><strong>Het aantrekken van investeringen via opendeurpolitiek</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Hoe komt het dat Chinese steden zo&#8217;n opgang kennen<a name="_ednref8" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn8">[8]</a>? Neem Shenzhen. Dertig jaar geleden was dit een slaperige vissersstad met 330.000 inwoners van wie er 30.000 in de stadskern woonden. Nu is het een supermoderne stad met meer dan acht miljoen bewoners; ze moet niet onderdoen voor buur Hongkong. De opmars van Shenzhen loopt parallel met de opmars van de &#8216;gaike kaifang&#8217;, de hervormings- en opendeurpolitiek die de laatste drie decennia van de grond is gekomen. Shenzhen was in 1980 één van de eerste &#8217;speciale zones&#8217;. Een tweede stimulans kreeg het van het bezoek van Deng Xiaoping in 1992 toen deze hier zijn ideologisch testament bekendmaakte, en een derde schwung door China&#8217;s toetreden tot de Wereldhandelsorganisatie. Duidelijk is dat de grote steden die in de jaren tachtig of negentig het voorrecht kregen speciale zones &#8211; later &#8216;ontwikkelingszones&#8217; genoemd &#8211; op te zetten, profiteerden van het aantrekken van buitenlands kapitaal dat jobs creëert. Zo creëerde het SIP (Singapore Industrial Park ontwikkelingszone) in Suzhou 270.000 jobs dankzij de 14.000 bedrijven die zich hier sedert 1994 zijn komen vestigen.<a name="_ednref9" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn9">[9]</a></p>
<p>De opendeurpolitiek groeide gestaag, met een viertal types speciale zones<a name="_ednref10" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn10">[10]</a>. Ten eerste werden in 1980, in navolging van de succesvolle exportzones in andere Aziatische landen, vier steden als &#8216;open stad&#8217; erkend. Vanwege het succes van deze pilootsteden werden nadien in diverse kuststeden &#8216;economische en technologische ontwikkelingszones&#8217; opgericht: binnen hun gebied mogen deze, in grotere autonomie, ondernemingsvriendelijke procedures ontwikkelen met bepaalde fiscale voordelen. Tussen 1984 en 1988 kwamen er in 14 kuststeden ontwikkelingszones van dit type. In 1992 werden er daar nog 35 aan toegevoegd. Momenteel zijn er in het totaal 54 &#8216;economische en technologische ontwikkelingszones&#8217;. In Shanghai kwam in 1990, ten tweede, een ander type speciale zone van de grond. Daar werd Waigaoqiao als &#8216;vrijhandelszone&#8217; erkend en tijdens de zes daaropvolgende jaren konden nog veertien steden zo&#8217;n erkenning in de wacht slepen. Deze zones staan onder douanetoezicht, maar buitenlandse ondernemingen kunnen er in hun eigen munt handel drijven. Daarnaast bestaan er, ten derde, vijftien &#8216;exportverwerkingszones&#8217;. Slechts 30% van hun productie is voor de Chinese markt bestemd. Ten slotte zijn er nog een vijftigtal &#8217;speciale technologische&#8217; zones, zoals <a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Zhongguancun">Zhongguancun</a> in Peking, waar 20.000 hightechondernemingen floreren.</p>
<p>Het aantrekken van buitenlandse investeringen heeft China geen windeieren gelegd. Het land heeft al meer dan 430.000 ondernemingen met een buitenlandse kapitaalinbreng ter waarde van 2100 miljard Amerikaanse dollar<a name="_ednref11" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn11">[11]</a>. In Shanghai hoesten deze bedrijven een vijfde van de totale belastingen op en stellen ze bijna drie miljoen personen te werk, wat neerkomt op een derde van alle werknemers aldaar. Wel moet worden gepreciseerd dat het leeuwenaandeel van deze &#8216;buitenlandse&#8217; investeringen komt van de zogeheten overzeese Chinezen. Zo staan in Shanghai alleen al investeringen uit Hongkong, Macao, Taiwan en van diverse Chinees-Aziatische magnaten in voor 50 à 60% van de &#8216;buitenlandse&#8217; investeringen. Gezien het succes van deze ondernemingen is het niet verwonderlijk dat er naast de door de regering erkende ontwikkelingszones ook zones zijn ontstaan die erkend worden door de provincies en zelfs door bestuurseenheden op een lager niveau. Zij wedijveren allemaal met elkaar om buitenlandse investeerders naar hun gebied te lokken. Significant is wel dat steden op het provinciaal niveau, waaronder de provinciehoofdsteden, viermaal meer buitenlandse investeringen aantrekken dan steden op het kantonniveau. Het Bruto Regionaal Product per hoofd ligt in provinciehoofdsteden dan ook 50% hoger dan in prefectuursteden, en 120% hoger dan in kantonsteden.<a name="_ednref12" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn12">[12]</a></p>
<div id="attachment_3161" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/img_1940.jpg" rel="lightbox[3156]"><img class="size-thumbnail wp-image-3161" title="img_1940" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/img_1940-150x150.jpg" alt="Centrum Kunming" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Centrum Kunming</p></div>
<p><strong>Grondpolitiek<a name="_ednref13" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn13"><strong>[13]</strong></a></strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>De facto is er een alliantie ontstaan tussen lokale overheden, die de grondpolitiek bepalen, en de bouwpromotoren. In ruil voor de goedkeuring van hun projecten bezorgen deze laatsten de lokale politici inkomsten. Grond behoort in het communistische China nu eenmaal niet toe aan particulieren, maar blijft staatseigendom, in de handen van de gemeenschap. In de steden beslist het stadsbestuur wat met de gronden gebeurt, terwijl in de landelijke dorpen de lokale dorpsgemeenschap daarvoor instaat. Verpachting is dus de regel, niet verkoop. Staatsondernemingen en gelijkgestelde basiseenheden kunnen beslissen hun gronden te verpachten, als de projecten maar kaderen binnen de stadsplanning. Zo gaat het ook met de steden. Sedert de jaren negentig verpachten deze geregeld grond aan bouwpromotoren, hetgeen een aardige duit oplevert, soms tot meer dan 50% van de stadsinkomsten. Zo betrekt Kunshan, &#8217;s lands meest ontwikkelde kanton, bijna al zijn inkomsten uit de opbrengsten van de relocatie van industriegronden: in het centrum verrijzen hightechburelen of handelszaken, terwijl de nijverheid naar de minder dure rand verhuist.</p>
<p>De steden verdienen goed aan hun grondpolitiek. Ze hebben eerst en vooral vaste inkomsten uit voor lange termijn verpachte grondoppervlakten ten behoeve van vastgoedprojecten. Gaat het om commerciële grondoppervlakten, dan spijzen supplementaire taksen de kas extra. Ook voor de onteigening van huizen moet schadeloosstelling worden betaald. Volgens ramingen zou in China van 1987 tot 2000 300.000 hectare grond zijn verpacht, waarvan 95% onderhands. Soms zien lokale overheden oogluikend toe dat vastgoedpromotoren de gronden te goedkoop loskrijgen of zonder voldoende schadeloosstelling van de onteigenden. Dit maakt nu eenmaal deel uit van de alliantie tussen lokale overheden en bouwpromotoren. Met de inkomsten van de verpachte gronden wordt stadsinfrastructuur aangelegd. Van Guangzhou&#8217;s inkomsten uit het verpachten van gronden ging 30% naar de bouw van de gloednieuwe metro. Boven op de metrostations komen dan nog commerciële centra, en zo bouwt de groeicoalitie verder.</p>
<p>De stedenbouw/stadsplanning is in China exclusief een zaak van de overheden. Dit is zonder meer duidelijk. Maar hier moet men twee niveaus onderscheiden. Enerzijds is er het &#8216;Bestuur van de Gronden&#8217;, dat op de verschillende niveaus als conserverend bewaker optreedt van de schaarse gronden (nationaal zit China bijna op de bodem van het aantal noodzakelijke hectaren landbouwgrond dat nodig is om zijn bevolking te voeden). Anderzijds zijn er de &#8216;Hervormings- en Ontwikkelingscommissies&#8217; (voorheen &#8216;Plancommissies&#8217;), eveneens op de verschillende niveaus. Hierdoor speelt stadsplanning zich af in een spanningsveld tussen deze twee. Als beide gelijk opgaande argumenten hebben, haalt de coalitie van bouwpromotoren en lokale overheid het, ook als hiervoor landbouwgrond moet sneuvelen. Het nationaal bebouwde stedelijk gebied groeide van minder dan 10.000 km² in 1985 tot 24.000 km² in 2000, en de bebouwde oppervlakte van 2,2 miljard m² tot 11 miljard m². Soms raakt de goedkeuring van een stedenbouwkundig plan zelfs achter op de realiteit van de marketing. Het systeem van planning/ontwikkeling in combinatie met opportuniteiten aangereikt door de markt maakt dat China&#8217;s megasteden de vergelijking met andere wereldsteden met succes doorstaan.</p>
<p><strong>Hukou<a name="_ednref14" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn14"><strong>[14]</strong></a></strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p>Een niet te onderschatten factor bij het afremmen van de verstedelijking is het zogeheten hukousysteem. Dit dubbele systeem klasseert de personen van bij de geboorte naar gelang hun plaats van afkomst (stedelijk of ruraal) en naar gelang hun activiteit (landbouw of niet-landbouw). Iemand met rurale <em>hukou</em> kan niet zomaar een stedelijke <em>hukou</em> krijgen, wel een tijdelijke verblijfsvergunning die kan worden verlengd. Dit opdelingssysteem heeft er positief voor gezorgd dat er in China geen slums bestaan, maar heeft als negatief gevolg dat migranten die tijdelijk naar de steden trekken, gediscrimineerd worden inzake huisvesting, onderwijs en sociale zekerheid. Ze genieten niet de voordelen die de stedeling heeft. Wel behoudt de persoon met rurale <em>hukou</em> zijn recht op het lapje grond dat hij bezit, ook al werkt hij geruime tijd in de stad.</p>
<p>In de Maotijd werd sterk de hand gehouden aan het opdelingssysteem, zodat boeren niet naar de stad konden en er geen bidonvilles konden ontstaan. In de jaren tachtig kwam een eerste versoepeling die toeliet dat boeren die voor hun eigen voeding konden instaan, in de kleine steden konden komen wonen. Een tweede verandering betrof de &#8216;blauwe&#8217; <em>hukou</em>, waardoor geschoolde technici en experts een stedelijke <em>hukou</em> konden afkopen voor een som die in grote steden makkelijk opliep tot 10.000 yuan of een veelvoud ervan. Vanaf 1997 werd in vele kleine steden de regel toegepast een <em>hukou</em> toe te kennen aan wie een stabiele job had en twee jaar in hun stad woonde. Grotere steden waren trager met de <em>hukou</em>hervorming, uit vrees overspoeld te worden. Zo zette Zhengzhou in 2004 de deuren wijd open, maar het moest hierop terugkomen omdat de klassen overvol kwamen te zitten, het openbaar vervoer te sterk werd belast en de criminaliteit steeg.</p>
<p>De vlottende stadsbevolking groeit aan met vijf miljoen per jaar. Het betreft overwegend maar niet uitsluitend mannen tussen 25 en 35 jaar. Ze laten vrouw en eventueel kind achter op zoek naar werk. In de steden wordt hun bijna een vijfde minder betaald dan stedelingen voor hetzelfde werk, maar ze verdienen toch nog een derde tot het dubbele meer vergeleken met wat ze opstrijken in hun plaats van herkomst<a name="_ednref15" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn15">[15]</a>. Migranten genereren naar schatting meer dan een vijfde van het BNP. Ze leven in slaapzalen van de fabriek, in behuizingen van de vakbond of in stadsdorpen. Dit laatste is een typisch Chinees fenomeen. Als hun dorp door de uitdijende stad wordt opgeslorpt, behouden de plattelandsbewoners hun grond aldaar en laten ze als &#8216;nieuwe stedelingen&#8217; bouwlagen optrekken boven hun huizen, die ze dan verhuren aan migranten, zodat ze zelf niet meer hoeven te werken.</p>
<p>Naast de ngo&#8217;s die opkomen voor de rechten van migranten wil ook de regering hun discriminatie opheffen. Zo maken deze migranten in enkele steden al deel uit van het lokale Volkscongres (de gemeenteraad), terwijl de vakbond probeert hen zoveel mogelijk te organiseren. Ook worden migranten steeds meer betrokken in deelgebieden van de sociale zekerheid, zoals arbeidsongevallen, ziekteverzekering en zelfs pensioenen. Shanghai en Shenzhen hebben beloofd dat ze de vlottende bevolking op gelijke voet zullen behandelen als de eigen bevolking. Dertig steden hebben zich aaneengesloten om deze groep rechtshulp te verstrekken. Banken geven al een speciale bankkaart uit voor migranten. Chengdu en Chongqing ten slotte zijn aangeduid als testgebieden om te experimenteren met de afschaffing van het hukousysteem. Onlangs heeft Shanghai besloten een hukou toe te kennen aan wie cumulatief zeven jaar in de stad verbleven heeft. Dit alles belet niet dat in tijden van economische crisis werkloze migranten terug naar hun dorp van herkomst worden gestuurd.</p>
<p><strong>Megasteden<a name="_ednref16" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn16"><strong>[16]</strong></a></strong><strong> </strong></p>
<p>Zoals vermeld startte Shenzhen als een speciale, op export gerichte zone. Shenzhen was ook de eerste plaats in China waar het leasen van de grond werd toegestaan. Alleen al uit Hongkong kreeg de stad een totaal aan investeringen ter waarde van 24 miljard Amerikaanse dollar. Van 1980 tot 2004 groeide de stad met 28% per jaar en Shenzhen staat nu al op de vijfde plaats in de rangorde van China&#8217;s grote steden<a name="_ednref17" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_edn17">[17]</a>. Toch moet opgemerkt worden dat Shenzhen maar 2,1 miljoen permanente inwoners heeft, terwijl er 8 miljoen tijdelijke migranten zijn. De bebouwde oppervlakte breidde uit van 3 km² in 1979 tot 713 km² in 2007. Dat jaar was Shenzhen met 168 miljard Amerikaanse dollar export voor het vijftiende jaar de grootste exportstad in China en werd 700 miljard yuan aan belastinggeld bijgedragen voor de schatkist. Sedert de opstart spendeerde Shenzhen 456 miljard aan de uitbouw van infrastructuur en het profileert zich nu ook als ecologische en innovatieve stad.</p>
<p>In 1992 werd Shanghais wijk Pudong erkend als speciale zone met de bedoeling van Shanghai het hoofd te maken van Yangtzerivier-draak. Sedertdien groeide de economie er jaarlijks met meer dan 10%; in 2005 lag het Bruto Regionaal Product al 75% hoger dan in 2000 en de afgelopen vijftien jaar bouwde Shanghai meer wolkenkrabbers dan er in heel New York staan. Hoe Shanghai zijn uitbouw kon realiseren, wordt bondig uitgelegd door voormalig burgemeester Huang Ju: &#8220;De eerste drie jaar gebruikten we het leasen van grond en daardoor kregen we het geld in handen van de vorige generatie. Van 1992 tot 2000 heeft Shanghai enkel door het verpachten van grond 100 miljard geïnvesteerd in infrastructuur. Tijdens de tweede periode van drie jaar gebruikten we de BOT-methode [<em>Build-Operate-Transfer</em>: financiering van projecten door inkomsten uit het gebruik ervan, JJ] en daarbij gebruikten we het geld van de toekomstige generatie. De aanleg van vele tunnels, bruggen en autowegen heeft van deze methode geprofiteerd. Gedurende de derde periode hingen we voor de financiering af van de kapitaalmarkt en gebruikten we het geld van deze generatie&#8221;. Sedert 1999 werd de dienstensector (tertiaire sector) in Shanghai groter dan de industrie (secundaire sector). Ondertussen heeft de stad 1500 ondernemingen uit het centrum ondergebracht in nijverheidsparken buiten het centrum. De metropool met zijn 17 miljoen bewoners telt 4,3 miljoen migranten.</p>
<p>Dat de grote vlucht die de steden nemen niet beperkt blijft tot het oostelijke kustgebied, bewijzen steden als Chengdu en Chongqing. Chongqing werd in 1997 erkend als autonome zone, en het omvat een gebied zo groot als Oostenrijk. Van de 31 miljoen inwoners leven er 4 miljoen in Chongqing-stad, en 12 miljoen in de kleinere steden rondom. Hierbij komen nog 6 miljoen vlottende stedelingen, van wie de helft uit andere provincies komt. Chongqing heeft een ware metamorfose meegemaakt. Momenteel ligt de modernisering er nauwelijks een paar jaar achter op die van Shanghai. Verkeersinfrastructuur werd aangelegd, benoorden de stad kwam een speciale zone en overal schieten de wolkenkrabbers als paddenstoelen de hoogte in. In deze uitvalsbasis naar het westen zijn buitenlandse investeerders niet minder aanwezig dan in het oosten. Vooral in ecologische infrastructuur wordt geïnvesteerd, nu de onteigende bewoners uit het Drieklovengebied geherhuisvest zijn. Voor deze herhuisvesting ontving Chongqing trouwens ruime toelagen van de regering.</p>
<p>In Beijing is de tertiaire sector al sedert 1995 groter dan de secondaire. De hoofdstad telt ook tal van ontwikkelingszones; van de 17 miljoen inwoners is één op vier migrant. Zoals bekend werd de stad gemoderniseerd voor de Olympische Spelen, met medewerking van westerse toparchitecten. In 2008 overschreed Beijing de doelstelling van 274 dagen zuivere lucht met meer dan 18 dagen. In alle megasteden moet men in de spitsuren in de file staan, hetgeen noopt tot uitbreiding van de metro. Heel wat megasteden zoeken nu naar westerse knowhow inzake energiebesparend bouwen.</p>
<p>Voor de toekomst verwacht men dat Beijing een duopolis gaat vormen met Tianjin, waarbij deze laatste zich meer op haven en economie zal toespitsen. De speciale zone Binhai in Tianjin is stukken groter dan Pudong in Shanghai. Het is onder meer Singapore dat in de Binhaizone een ecostad van 30 km² plant. Met de nieuwe supersnelle trein bedraagt de afstand tussen Beijing en Tianjin amper dertig minuten. De tendens tot de vorming van <em>megalopolen</em> wordt eveneens voorspeld door McKinsey. Voor de hand liggend is de ontwikkeling van de duopolis Shenzhen-Hongkong en van de duopolis Zhuhai-Macao. Ook Guangzhou en Foshan zullen met de aanleg van de metro tussen beide naar elkaar toegroeien. In het westen van het land ontstaat een verstedelijkte corridor die Chongqing met Chengdu verbindt. In het noorden groeien onder meer Shenyang-Fushun en Dalian naar elkaar toe. Maar ook rond Shanghai zijn er verschillende grootsteden die onderling reeds met snelwegen en bruggen over de Yangtze en de Hangzhoubaai met elkaar verbonden zijn; met de aanleg van supersnelle treinlijnen zullen ze onderling nog beter bereikbaar zijn. De lezer die meer wil weten over dit alles raad ik een bezoek aan van de Wereldexpo 2010 in Shanghai, die loopt onder het thema <em>Betere stad, beter leven</em>.</p>
<hr size="1" /><a name="_edn1" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref1">[1]</a> Chen Zhuoyong, &#8216;Urbanization and Spatial Structure Evolution of Urban System in China&#8217;, <em>IDE-JETRO</em> 439, nov 2008; Günther Fischer, <em>Interim Report Scenario Analysis on Urbanization and Rural-Urban Migration in China</em>, aug 2003, Laxenburg, www.iiasa.ac.at; <em>Urbanisation et Croissance des Villes en Chine,</em> doctoraat Zelai Xu, Edilivre, 2008.</p>
<p><a name="_edn2" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref2">[2]</a> ADB, <em>PRC Town-Based Urbanization Strategy Study</em>, Prepared by PADCO, Washington, DC CCTRD, Beijing.</p>
<p><a name="_edn3" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref3">[3]</a> Zie <em>IDE-JETRO</em> 439, blz. 17.</p>
<p><a name="_edn4" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref4">[4]</a> J. Vernon Henderson, Brown University, &#8216;Growth of China&#8217;s Medium-Size Cities&#8217;, <em>Brookings-Wharton Papers on Urban Affairs</em>, 2005, blz. 263-303.</p>
<p><a name="_edn5" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref5">[5]</a> <em>IDE-JETRO</em> 439 blz. 13.</p>
<p><a name="_edn6" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref6">[6]</a> J.V. Henderson, op. cit., blz. 7; Chun-Chung AU &amp; J. Vernon Henderson, Are Chinese Cities Too Small? <em>Review of Economic Studies</em> , 2006, 73, blz. 549-576.</p>
<p><a name="_edn7" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref7">[7]</a> McKinsey Global Institute, <em>Preparing for China&#8217;s Billion</em>, maart 2008, <a href="http://www.mckinsey.com/mgi/publications/china_urban_summary_of_findings.asp">http://www.mckinsey.com/mgi/publications/china_urban_summary_of_findings.asp</a></p>
<p><a name="_edn8" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref8">[8]</a> Brian Roberts and Trevor Kanaley, &#8216;Urbanization and Sustainability in Asia&#8217;, <em>Case Studies of Good Practice</em>, ADB, blz. 121; Liou XIE, Victor F.S. SIT, <em>A Transitional City of China: The Case Study of Shenzhen</em>, China, 1980-2005, Department of Geography, The University of Hong Kong; Zhaohua Deng, PhD student, <em>Design Control in Post-Reform China &#8211; A Case Study of Shenzhen&#8217;s Office Development</em>, School of City and Regional Planning, Cardiff University.</p>
<p><a name="_edn9" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref9">[9]</a> &#8216;Suzhou Industrial Park reaps benefits&#8217;, <em>China</em><em> Daily</em>, 23-09-2008.</p>
<p><a name="_edn10" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref10">[10]</a> &#8216;China&#8217;s Special Economic Zones and National Industrial Parks-Door Openers to Economic Reform&#8217;, <em>ProLogis Research Bulletin,</em> lente 2008.</p>
<p><a name="_edn11" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref11">[11]</a> &#8216;The number of foreign enterprises in China already surpasses 430,000 with registered capital of US $2.1 trillion&#8217;, <em>People&#8217;s Daily Online</em>, 25-12-2008.</p>
<p><a name="_edn12" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref12">[12]</a> &#8216;Growth of China&#8217;s Medium-Size Cities&#8217;, op.cit, blz. 7.</p>
<p><a name="_edn13" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref13">[13]</a> Jieming Zhu, &#8216;A Transitional Institution for the Emerging Land Market in Urban China&#8217;, Routledge, <em>Urban Studies</em>, Vol. 42, No. 8, 1369-1390, juli 2005; Jieming &#8216;Zhu, From Land Use Right to Land Development Right: Institutional Change in China&#8217;s<strong> </strong>Urban Development&#8217;, <em>Urban </em><em>Studies</em>, 2004, Vol. 41; 1249; Daniel You-Ren Yang &amp; Hung-Kai Wang, &#8216;Dilemmas of Local Governance under the Development Zone Fever in China: A Case Study of the Suzhou Region&#8217;, <em>Urban Studies</em>, Vol. 45, No. 5-6; George C.S. Lin, &#8216;Reproducing Spaces of Chinese Urbanisation: New City-based and Land-centred Urban Transformation&#8217;<strong>, </strong><em>Urban Studies</em>, 2007, Vol. 44, 1827.</p>
<p><a name="_edn14" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref14">[14]</a> Migration, Hukou, and the City, C. Cindy Fan in &#8220;<em>China Urbanizes</em>&#8221; op. cit., blz. 65-90; Bingqin Li &amp; David Piachaud, &#8216;Urbanization and social policy in China&#8217;, <em>Asia-Pacific Development Journal</em>, Vol. 13, No. 1, juni 2006; Huang Ping Institute of Sociology, Chinese Academy of Social Sciences and Frank N. Pieke Institute for Chinese Studies, <em>China migration country study,</em> University of Oxford.</p>
<p><a name="_edn15" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref15">[15]</a> <em>Interim Report Scenario Analysis on Urbanization and Rural-Urban Migration in China</em>, op. cit., blz. 40.</p>
<p><a name="_edn16" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref16">[16]</a> Shenzhen zie noot 11; <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/10-jaar-autonoom-chongqings-metamorfose-bloeit-open/">Chongqing</a>, <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/shanghai-bereidt-zich-voor-op-expo-2010/">Shanghai,</a> <a href="http://www.chinasquare.be/dossiers/pekings-voorbereiding-op-de-spelen/">Peking</a> zie dossiers &#8220;<em>China Vandaag</em>&#8221; 2007, nrs 2, 3, 4.</p>
<p><a name="_edn17" href="http://www.chinasquare.be/wp-includes/js/tinymce/plugins/paste/blank.htm#_ednref17">[17]</a> Wen Jiabao, &#8216;Speech Marking 25th Anniversary of Shenzhen SEZ&#8217;, <em>Xinhua</em>, 5-10-2005.</p>
<div id="attachment_3162" class="wp-caption alignright" style="width: 160px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/pict0513.jpg" rel="lightbox[3156]"><img class="size-thumbnail wp-image-3162" title="pict0513" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/pict0513-150x150.jpg" alt="Shanghai centrum" width="150" height="150" /></a><p class="wp-caption-text">Shanghai centrum</p></div>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_3160" class="wp-caption alignright" style="width: 160px;">
<dt class="wp-caption-dt"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/pict0194.jpg" rel="lightbox[3156]"><img class="size-thumbnail wp-image-3160" title="pict0194" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/07/pict0194-150x150.jpg" alt="Centrum Wuhan" width="150" height="150" /></a></dt>
<dd class="wp-caption-dd">Centrum Wuhan</dd>
</dl>
<p>Lees ook: <a href="http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/meer-dan-600-miljoen-chinezen-leven-in-steden/">Meer dan 600 mjn leven in steden</a></p>
<p>Zie ook CCTV-video <a href="http://english.cctv.com/program/travelogue/20090822/100502.shtml">over Shanghai</a></p>
<p>Zie ook CCTV-video <a href="http://english.cctv.com/program/rediscoveringchina/20091001/100761.shtml">over Shenzhen</a></p>
<p>CCTV-video over <a href="http://v.cctv.com/html/bizchina/2008/12/bizchina_300_20081209_8.shtml">Shenzhens speciale zone</a></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/wat-drijft-chinas-megasteden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wet op arbitrage grondconflicten goedgekeurd</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/wet-op-arbitrage-grondconflikten-goedgekeurd/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/wet-op-arbitrage-grondconflikten-goedgekeurd/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 27 Jun 2009 07:54:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>redactie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Actueel]]></category>
		<category><![CDATA[Wet & Recht]]></category>
		<category><![CDATA[grond]]></category>
		<category><![CDATA[landbouw]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.chinasquare.be/?p=2290</guid>
		<description><![CDATA[Na drie lezingen heeft de Chinese wetgever het wetsontwerp goedgekeurd op bemiddeling en arbitrage bij conflicten over gecontracteerde rurale gronden.
In China behoort de grond aan de gemeenschap en in de landelijke gebieden worden de gronden door de dorpsgemeenschap via contracten verpacht aan de boerenfamilies. Wanneer een boer naar de stad emigreert, kan hij het vruchtgebruik [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div id="attachment_2293" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><a href="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/06/pict0143.jpg" rel="lightbox[2290]"><img class="size-medium wp-image-2293" title="pict0143" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/06/pict0143-300x225.jpg" alt="pict0143" width="300" height="225" /></a><p class="wp-caption-text">Ruraal gebied in Hunan</p></div>
<p><strong>Na drie lezingen heeft de Chinese wetgever het wetsontwerp goedgekeurd op bemiddeling en arbitrage bij conflicten over gecontracteerde rurale gronden.</strong></p>
<p>In China behoort de grond aan de gemeenschap en in de landelijke gebieden worden de gronden door de dorpsgemeenschap via contracten verpacht aan de boerenfamilies. Wanneer een boer naar de stad emigreert, kan hij het vruchtgebruik van zijn grond doorspelen aan een derde en daar rijzen wel conflicten over.</p>
<p>De derde versie van het ontwerp tot wet legt meer de nadruk op bemiddeling vooraleer de zaak escaleert in arbitrage. Er wordt gevraagd dat lokale politici de wetten en regels duidelijk uitleggen. Van de lokale regeringen wordt gevraagd arbitragecommissies op te zetten, zowel op kanton- als stadsniveau. Deze commissies zijn dan verantwoordelijk voor het in dienst nemen van scheidsrechters, het aanhoren van disputen en het superviseren van het arbitrageproces. De commissies moeten de aanvragers binnen de 5 dagen laten weten of hun geval wordt aanvaard. Een geval moet binnen 60 dagen beslecht zijn. Minstens de helft van de zetelende scheidsrechters moet boer of jurist zijn.</p>
<p>In 2003 betrof 44% van de klachten die het Ministerie van Landbouw ontving, betwistingen over gronden. Dat jaar werden van de grondbetwistingen 90% opgelost door bemiddeling en 5% door arbitrage. In totaal waren er van 2003 tot maart 2008 50.000 grondbetwistingen in  224 steden en kantons. In oktober vorig jaar liet de regering officieel toe dat boeren die hun land pachten het vruchtgebruik  van grond transfereerden. In 2006 was dit reeds het geval bij 4,6% van het totaal aantal gronden, exclusief Tibet. De regeling komt op het juiste moment, nu miljoenen boeren teruggekeerd zijn naar hun dorp bij gebrek aan werk in de steden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/wet-op-arbitrage-grondconflikten-goedgekeurd/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
