<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Chinasquare.be &#187; Maatschappij</title>
	<atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/dossiers/maatschappij-dossiers/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.chinasquare.be</link>
	<description>Een infosite van de Vereniging België China</description>
	<lastBuildDate>Wed, 08 Sep 2010 21:59:41 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.8.4</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>China sociaal: feiten en cijfers</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-sociaal-feiten-en-cijfers/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-sociaal-feiten-en-cijfers/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Apr 2009 17:41:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[migranten]]></category>
		<category><![CDATA[sociale zekerheid]]></category>
		<category><![CDATA[statistiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=231</guid>
		<description><![CDATA[

 
Dat China de afgelopen decennia het land is met de grootste economische groei en het meeste buitenlandse investeringen na de Verenigde Staten begint algemeen geweten te worden. In dit artikel pogen we na te gaan wat de gunstige economische cijfers betekenen voor de mensen op het platteland en in de steden. Welke is de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><span style="font-size: x-small;"></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt;" align="right"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"><img class="alignleft size-full wp-image-863" title="cn_pov_trends_china300" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/cn_pov_trends_china300.jpg" alt="cn_pov_trends_china300" width="300" height="299" /></span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt;" align="right"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red; mso-bidi-font-style: italic;">Dat China de afgelopen decennia het land is met de grootste economische groei en het meeste buitenlandse investeringen na de Verenigde Staten begint algemeen geweten te worden. In dit artikel pogen we na te gaan wat de gunstige economische cijfers betekenen voor de mensen op het platteland en in de steden. Welke is de toestand op het vlak van werkgelegenheid, sociale zekerheid, gezondheid, onderwijs en huisvesting?</span></strong><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt;" align="right"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Economie</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;">Volgens officiële cijfers groeide Chinese economie van 1979 tot 2002 jaarlijks met 9,4 pct. gemiddeld. Het land dat instaat voor een derde van de Aziatische export, neemt daarmee de rol van Japan over en doet ook de ster van de US in de regio tanen. China is reeds tweede qua energieproductie- en consumptie in de wereld. Het staat op het punt over Japan als derde handelsnatie<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>te wippen. Nu is China de zesde grootste economische macht, maar het is slechts een kwestie van een enkele jaren vooral het Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië achter zich laat. Japan zou pas rond 2012 ingehaald worden. China’s nijverheid staat voor de helft in van het BNP, landbouw nog voor amper 16 pct. en de diensten maken 34 pct. uit. Gemakshalve kan gesteld dat in de industrie ondernemingen gecontroleerd door de staat voor één derde van de productie instaan; de privé-sector, zelfstandigen en ondernemingen met buitenlands kapitaal ook voor een derde en de rest zijn mengvormen en collectieven. Bijvoorbeeld vind je bij de succesvolste ondernemingen zoals TCL, Kelon en Changhong een mengvorm waarbij overheidsaandeel, managements- en werknemersparticipatie evenals aandelen bij het publiek gecombineerd worden, soms nog met deelname van buitenlands kapitaal er bij.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt;" align="right"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Bevolking </span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;">China’s bevolking groeide van 450 miljoen in 1949 tot 1,29 miljard.</span><strong><span style="font-family: Tahoma; color: white; font-size: 8.5pt;"> </span></strong><span style="font-family: Tahoma;">De landbouwbevolking steeg tijdens deze periode van 400 tot 800 miljoen, maar daalde procentueel van 90 tot 62 pct. Het aandeel van de landbouw in de globale productie daalde van 85 pct. tot dus 16 pct. nu. De boer beschikt maar over gemiddeld 0,3 ha waar dit in Japan nog meer dan één ha is. Er zijn dan ook 150 miljoen overtallige personen in de landelijke gebieden.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;">Tijdens de komende twintig jaar zal China’s bevolking boven 16 jaarlijks stijgen met 5,5 miljoen. Tegen het jaar 2020 zal de werkende bevolking 840 miljoen bereiken. De stedelingen zouden dan echter<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>58 pct. van de bevolking uitmaken. Kleine steden zullen 200 à 300 miljoen personen opnemen en de 200 grote steden zouden elk drie miljoen inwoners moeten herbergen.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma;">Het aantal senioren dat nu maar een goede zeven pct. van de bevolking uitmaakt, zal gedurende de komende twintig jaar verdubbelen en dan 12 pct. bedragen.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Landbouwbevolking</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Het netto inkomen per hoofd in de rurale gebieden bedraagt gemiddeld 2.662 yuan. Het werkelijke inkomen -inflatie verrekend- steeg de laatste 10 jaar een 3,5 pct. gemiddeld jaarlijks. Vorig jaar bedroeg de stijging vijf pct. Het aandeel dat aan voeding gespendeerd wordt, daalde van 67 pct. in 1978 tot 45 pct.<span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">De bevolking zonder voldoende kleding en voeding nam af van 250 miljoen bij het begin van de hervormingen tot 39 miljoen nu. Wanneer het armoedecriterium van de Wereldbank dat 1$/ dag bedraagt, gehanteerd wordt, daalde het aantal armen tijdens dezelfde periode van 490 miljoen tot 88 miljoen of van 49 pct. tot 7 pct. in 2002. Geen enkel ander land kende zo’n grootscheepse en snelle vermindering van de armoede aldus de Wereldbank. Op het eind van 2003 waren daarbij 2, 5 miljoen personen gedekt door de armenhulp in de landelijke gebieden en 24.000 rusthuizen voor senioren boden er onderdak aan 503.000 arme personen van de derde leeftijd.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Stedelijke bevolking</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">De stedelijke bevolking had in 2003 een gemiddeld inkomen van 8.472 yuan. Zo ging ze er het laatste decennium jaarlijks met 7 pct. op vooruit, dus dubbel zoveel als de rurale. Volgens een grootschalig marktonderzoek in 30 grote steden hebben 48 pct. van de stedelingen een GSM, terwijl dat nog 3 jaar geleden maar 24 pct. bedroeg. Bij de huishoudtoestellen is de laatste mode een microgolfoven: in 2000 had één derde van de gezinnen er een, terwijl het nu de helft van de gezinnen is. 72 pct. van de gezinnen gebruiken waterverwarmers,<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>de helft van de stedelingen heeft airco, videospelers zijn er bij twee op drie stadsgezinnen. Het computergebruik groeit nog sneller: waar dit drie jaar geleden nog 17 pct. was, heeft nu 30 pct. van de stadsgezinnen een PC. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Het aantal personen dat terug te voet naar het werk gaat steeg van 12 pct. in 2000 tot 16 pct. nu. De fietsers daalden van 40 tot 34 pct. 4 pct. gebruiken de motorfiets (In Kanton is bv. het verboden uit pollutieredenen) en meer dan een derde gebruikt het openbaar vervoer als voornaamste transportmiddel. Slechts 2,6 pct. gebruikt de wagen. Tenslotte hadden 22 miljoen van de stedelingen een bestaansminimum, wat op een schamele 58 yuan maandelijks ligt.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Terwijl van de stedelijke senioren nu 30 pct. alleen zonder familie erbij leeft, zal dit aantal tegen 2010 stijgen tot 80 pct.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"><span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Werkende Bevolking</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">In 2003 bedroeg de werkende bevolking 744 miljoen, waarvan een derde in de steden en twee derden op het platteland</span><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">. </span><span style="font-family: Tahoma;">Van 1990 tot 2003 groeide de arbeidsbevolking met een kleine 100 miljoen.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Tijdens dezelfde periode steeg het aantal werkers in de tertiaire sector van 19 tot 29 pct. en bedraagt nu 218 miljoen. Het aantal tewerkgestelden in de industrie bleef rond 21 pct. met 160 miljoen personen nu. De boeren daalden van 60 pct. tot 50 pct., met 365 miljoen landbouwers nu, die maar instaan voor een gering aandeel in het BNP vergeleken met hun aantal.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Het aantal werknemers in de staatssector daalde met 34 miljoen tot 68 miljoen nu. Het aantal werkers in privé-ondernemingen met zelfstandigen er bij, groeide met 35 miljoen om nu 42 miljoen te bereiken. 10 miljoen personen werken in collectieve ondernemingen. Vele tientallen stadsbewoners worden gekatalogeerd in een “ongekende” vorm van tewerkstelling. Na de massale ontslagen in de staatsector registreerden 24 miljoen van de ontslagenen zich bij een tewerkstellingscel en 19 miljoen vonden nieuwe jobs. Eind 2003 waren er 26.000 jobdiensten, waarvan er 18.000 van de overheid uitgingen.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">De rurale ondernemingen die instaan voor een derde van het BNP, verschaffen werk aan 136 miljoen overtallige boeren of aan 28 pct. van de rurale werkkrachten.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Op het einde van 2003 waren er 635.000 CAO’s gesloten doorheen het land met 1,27 miljoen betrokken ondernemingen en meer dan 80 miljoen werknemers. De helft van de overeenkomsten betroffen salarissen en lonen.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Het aantal lokale vakbondsorganisaties groeide met 79 pct. vergeleken met vijf jaar geleden en het aantal aangeslotenen steeg met 38 pct. In de niet-publieke sector waren er 808.000 ondernemingen met vakbonden die met hun 30 miljoen aangeslotenen een derde van de tewerkgestelden uitmaken.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Bij de gehandicapten bedraagt de tewerkstellingsgraad 83 pct. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">In 2003 kende China ook 58.000 ernstige incidenten van sociale onrust waaraan meer dan drie miljoen personen deelnamen.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"><span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;">Migranten</span></strong></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">In 2003 nam een kleine 100 miljoen bewoners uit plattelandsgebieden jobs op in de steden. Dit is zesmaal het aantal van in 1990. Ze zijn vooral actief in bouw, catering en in sectoren met minder gunstige sociale voorwaarden. Van de personen die huishoudtoestellen herstellen, zijn 70 pct. migranten. In Peking zou de bouw voor de Olympische spelen zonder deze vlottende bevolking ondenkbaar zijn. De werkers die meestal zonder familie komen, hebben echter niet de status van stedeling, maar blijven hun rurale “hukou” behouden. De regering vond in een onderzoek dat </span><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt;">aan deze migranten nog 360 miljard yuan loonachterstal betaald moesten worden en dit in 124.000 projecten. </span><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"><span style="mso-spacerun: yes;"> </span>Deze loonachterstand moet nu in 3 jaar ten laatste uitbetaald en bij de overheden is de limiet eind 2005. Hoewel deze migranten instaan voor een derde van het Bruto Regionaal Product in steden als Peking, Shanghai en Kanton, worden ze gediscrimineerd in sociale zekerheid, onderwijs, huisvesting en andere. De migrantenpopulatie is in bepaalde gebieden wel verantwoordelijk voor 60 tot 80 pct. van de criminaliteit. Om zich tijdelijk te vestigen, zijn soms 10 stempels nodig waarvan de kost tot een maandloon kan oplopen. De regering plant alvast een verplicht systeem om de migranten te verzekeren tegen werkongevallen. In de stad Peking komt daar nog hospitalisatie en nog een dekking voor drietal ernstige buiten-ziekenhuiszorgen bij. Tevens wordt een plan uitgevoerd om de migranten te scholen. Het laatste nieuws aangaande de migranten was dat er in bepaalde gebieden er een tekort aan was onder meer omdat het boeren recentelijk meer opbracht door de recente verlichting van de fiscaliteit.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Sociale zekerheid</span></strong></p>
<p><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></strong></p>
<p><em style="mso-bidi-font-style: normal;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">In de negentiger jaren heeft China beslist het sociaal zekerheidssysteem volgens een markteconomie te herstructureren. In het verleden werd deze georganiseerd per onderneming. Wie zijn bedrijf verliet was ook zijn woning kwijt, kinderoppas, geneeskundige zorg…Bovendien dreigde het pensioensysteem voor de overheid onbetaalbaar te worden.</span></em></p>
<p><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: small;"> </span></span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: small;">STEDEN</span></span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Pensioenen</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">In 1997 besloot de regering het pensioensysteem voor werknemers van de overheid in de steden te hervormen volgens een bijdragesysteem met sociale pooling per persoon. In 1999 werd het uitgebreid naar ondernemingen met buitenlandse kapitaalinbreng, privé-ondernemingen en nog andere types. In 2002 werd iedereen er bij betrokken die in de stad tewerkgesteld werd en in 2003 deden 155 miljoen personen mee. Waar het pensioen vroeger uitbetaald werd per onderneming, geschiedt dit nu door sociale diensten. Naarmate iemand langer heeft bijgedragen, geniet hij ook van een hoger pensioen. Een werknemer draagt 8 pct. van zijn loon af, bij zelfstandigen is het meer. De werkgever doet ook een duit in het pensioenzakje. De pensioenleeftijd bedraagt 55 jaar voor de vrouwen en zestig voor de mannen. In 2003 bedroeg het gemiddeld uitgekeerd maandbedrag 621 yuan. </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Werkloosheid</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Hier dateert het nieuw systeem van 1999. Op het eind van 2003 hadden 103 miljoen personen bijgedragen tot de werkloosheidsverzekering en 7,4 miljoen kregen een uitkering. Elke werknemer betaalt één percent van zijn loon en de werkgever twee percent. Als dit minstens één jaar gebeurt, kan de persoon genieten van de uitkering. Afhankelijk van het aantal jaren bijdragen duurt de steun van 12 maanden tot 2 jaar. Een werkloze die ziek is, krijgt ook gezondheidstoelagen. De personen die afgedankt werden in de staatsondernemingen, konden gedurende drie jaar een speciale uitkering krijgen, waarna ze op de gewone werkloosheid terugvielen als ze nog geen werk gevonden hadden. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Ziekteverzekering</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Hier dateert de hervorming van 1998 en het principe is ook dat werkgever (6 pct.) en werknemer (2 pct.) een bijdrage betaalt. Het beheer gebeurt lokaal. Eind 2003 waren 109 miljoen personen betrokken in de basis gezondheidsverzekering en dit bij 79 miljoen werknemers en 30 miljoen gepensioneerden. Dezen moeten geen bijdragen meer betalen. De premies van de individuen en 30 pct. van de werkgeversbijdragen gaan naar individuele rekeningen en de overige 70 pct. van de werkgeversbijdragen gaan naar sociale gepoolde programma’s. De kleinere kosten voor niet-opnamekosten worden betaald door de individuele rekeningen; hospitaalkosten door de sociaal gepoolde programma’s.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: small;">LANDBOUW</span></span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Pensioenen</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">In de landelijke gebieden is de sociale zekerheid nog maar in een beginnend stadium na het in duigen vallen van de communes in 1985. Hier worden de bijdragen hoofdzakelijk geleverd door de individuen, maar aangevuld door overheidstoelagen. Eind 2003 werd het pensioensysteem uitgevoerd in 1870 kantons en 52 miljoen personen onderschreven het en 2 miljoen kregen een uitkering. In 2004 begon de regering met experimenteren om rurale huishoudens te belonen die zich gehouden hadden aan de familieplanning en op die manier kan elk koppel van 600 yuan genieten per jaar na zestigjarige leeftijd. </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"> </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Ziekteverzekering</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: small;"> </span></span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Het nieuw ruraal coöperatief ziekteverzekeringssysteem is zo mogelijk nog van recentere datum. Het gaat nog maar om een uittesten van het systeem in 310 kantons. Individuen, lokale overheid en de regering betalen elk 10 yuan per jaar. In juni 2004 dekte het systeem 95 miljoen deelnemers waarvan er 69 miljoen bijdragen betaalden. Het is de bedoeling dat de landbouwbevolking tegen 2010 verzekerd is tegen de zwaarste risico&#8217;s. Ondertussen zullen de ervaringen in de pilootkantons worden veralgemeend.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">De regering is ook nog van plan om de “dokters op blote voeten” uit de Mao-tijd te vervangen door “hospitalen op wielen”. Er waren reeds 1.004 dergelijke rondrijdende bussen in augustus 2003 en voor het jaareinde moesten er nog 800 bijkomen. Bedoeling is in de afgelegen streken van west- en centraal China eenmaal per jaar elke lokaliteit aan te doen per mobiel kantonhospitaal. Ze gaan diagnoses stellen bij frequent voorkomende ziekten, kleine operaties uitvoeren en helpen bij de gezondheidsopvoeding.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Gezondheid</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">De gemiddelde leeftijd bedraagt 70 jaar, dit is een verdubbeling vergeleken met voor 1949. Sterfte bij bevalling daalde van 15 pro mille begin der vijftiger jaren naar 4,2 pro mille. De kindersterfte daalde van 20 tot 3,1 percent en de sterfte onder de 5 jaar viel tot onder 4 pct. Het aantal eenjarige baby&#8217;s die volledig ingeënt zijn tegen TBC en mazelen bereikt 98 pct. Eind 2003 telde China 305.000 gezondheidsinstellingen met bijna 3 miljoen bedden en 4 miljoen gezondheidswerkers. 3.600 anti-epidemiecentra hadden een personeel van 159.000. Daarbij komen nog 45.000 primaire dorpsklinieken met 668.000 bedden en 907.000 aan personeel.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Toch is er een grote ongelijkheid tussen de gezondheidszorg in stad en platteland. Meer dan 90 pct. van de bevallingen in de steden gebeurt in het ziekenhuis, terwijl op het platteland 90 pct. van de geboorten thuis gebeurt. Sterven gebeurt in de steden eveneens voor 90 pct. in het ziekenhuis en op het platteland voor 90 pct. thuis. De rurale bevolking die 62 pct. van het totaal uitmaakt, krijgt maar 30 pct. van de middelen in de gezondheidszorg. Boeren met een ernstige ziekte zijn bang om zich te laten verzorgen, omdat ze het niet kunnen betalen. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">Onderwijs</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">In 2001 steeg het aantal volwassen geletterden tot 85 pct. Tijdens 2003 ging 98,6 pct. van de schoolplichtige leerlingen naar de lagere school. Bij het lager middelbaar onderwijs bedroeg dit 92,7 percent. Tot de drop-outs behoren veel migrantenkinderen. In totaal zijn er 31.900 secundaire scholen van diverse pluimage (technische scholen, scholen voor volwassenen..). Ze telden 32 miljoen studenten en een participatie van 44 pct.<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>Van deze zijn er 14.800 scholen voor secundair beroepsonderwijs met 12 miljoen leerlingen. Na 1985 werd de leerplicht verhoogd van 6 tot 9 jaar. De bevolking met lager onderwijs blijft op 35 pct., maar het aantal met lager secundair onderwijs verhoogde van 15 tot 34 pct. en dat met hoger secundair van 6 tot 11 pct. Toch moet opgemerkt worden dat de toestand in de kustgebieden ook in het onderwijs gunstiger is omdat er 2 à 3 jaren langer wordt school gelopen, vergeleken met de afgelegen gebieden. Bijvoorbeeld gingen in West- en Centraal China 34 pct. van de leerlingen naar het secundair onderwijs, terwijl dit in de Oost-China de helft bedraagt. </span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;">In 2003 waren er 19 miljoen studenten in hogescholen. Daarbij komen nog 74 miljoen leerlingen in het volwassenenonderwijs. Beroepstechnische scholen trainden 72 miljoen personen. Er waren 70.000 privé-scholen met 14 miljoen studenten. Daarbuiten zijn er nog 3.465 trainingscentra van de overheid en 17.350 niet-gouvernementele die alles samen 10 miljoen personen vormden. Vakbonden gaven vorming aan 3,6 miljoen ontslagen personen. De kosten voor onderwijs lopen hoog op en van de 12 miljoen universitairen komen 20 pct. van arme families. Het is dan ook niet verwonderlijk dat bv. in de provincie Shanxi 30 pct. van de studenten in financiële moeilijkheden verkeert en 10 pct. in een erge staat</span><span style="font-family: Tahoma; font-size: 7pt;">.</span></p>
<p><span style="font-family: Tahoma; font-size: 10pt; mso-bidi-font-size: 12.0pt;"><span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: small;">Huisvesting</span></span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">In het verleden was het normaal met drie generaties in een bekrompen wijze onder een dak te leven Begin der negentiger jaren was de gemiddelde oppervlakte per persoon in steden en platteland respectevelijk 6,7 m² en 22,8 m². Volgens een regeringswitboek werd gedurende de afgelopen vijf jaar in de steden –voor onze begrippen ongelooflijk- jaarlijks 20 pct. nieuw gebouwd, zodat de gemiddelde woonoppervlakte er nu 22 m² per persoon is. 72 pct. van de huizen in de steden is nu in privé-handen en de helft van de nieuwe huizen werden gekocht door individuen.<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>Er zijn drie systemen waardoor de overheid de huisvesting betaalbaar probeert te houden. Een eerste systeem is een politiek systeem waarbij de werkgever op een individuele rekening van zijn werknemer regelmatig een bijdrage stort. Het geld mag door de werknemer enkel gebruikt worden voor de bouw- of verbouw van een woning. Eind 2003 hadden 60 miljoen personen zo’n rekening waarop voor een 500 miljard yuan stond, waarvan 174 miljoen werd afgehaald voor bouwen en 234 miljoen gebruikt als lening. Zo werden 3,2 miljoen personen geholpen. Het tweede systeem betreft een systeem waarbij de overheid bepaalde woningbouw een voorkeursbehandeling geeft, maar ook kwaliteitsstandaarden er van bepaalt evenals de verkoopsprijs. Van 1998 tot 2003 werd zo voor 477 miljoen m² nieuw gebouwd. Tenslotte is er nog een systeem waarbij de lokale overheden lage huurwoningen ter beschikking stellen voor personen met een minimuminkomen. </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma;">VARIA</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; color: red;">Corruptie</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Het bedrag dat door corruptie verloren gaat, wordt door Prof. Hu Angang op 1300 miljard yuan per jaar geraamd wat jaarlijks zo&#8217;n vijftien procent van het BNP betekent. Hierbij zit wel een post van leningen die niet kunnen terugbetaald worden. Volgens het toonaangevende “Transparency International” dat 133 landen onderzocht, bekleedt China de 66-ste plaats inzake corruptie met een 3,4 score, waarbij Finland het minst corrupt is met een cijfer van 9,7 en Bangladesh het meest met 1,3.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; color: red;">Ongelijkheid</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">De ongelijkheid wordt uitgedrukt in de GINI-coëfficient waarbij 0 volledige gelijkheid betekent en 100 absolute ongelijkheid. De Wereldbank stelt dat de GINI-coëfficiënt die in 1981 28,8 bedroeg, groeide tot 38,8 in 1995. Volgens het Chinees ministerie nam het cijfer tot 45,8 toe in 2000 en dit betekent een toename met 162 pct. op 10 jaar tijd. Daarmee is de ongelijkheid in China groter dan in de USA met 40 en uiteraard dan België met 30. In tegenstelling tot een verspreid geloof, is de kloof minder veroorzaakt door een verschil tussen nieuwe rijken en nieuwe armen, maar wordt de helft van de ongelijkheid toegeschreven aan het verschil tussen inkomen in stad en platteland. De GINI-coëfficient binnen de rurale gebieden en binnen de steden zelf schommelt rond de 35, wat nog als redelijk billijk geldt.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; color: red;">Ongevallen</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">In 2003 waren er bijna één miljoen arbeidsongevallen van diverse aard met een 136.340 doden</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Elk jaar komen er 20.000 kinderen om bij verkeersongevallen. Het ging in 1999 om 412.000 ongevallen met 412.000 gekwetsten en 94.000 doden of 257 per dag.<span style="mso-spacerun: yes;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;">Indien China zijn eigen milieuwetgeving zou naleven zouden 289.000 doden kunnen vermeden worden. Het aantal overlijdens door roken dat in 1990 rond de 800.000 per jaar bedroeg, zou tegen 2020<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>kunnen oplopen tot 2 miljoen per jaar.</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-bidi-font-size: 10.0pt;"> </span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-ansi-language: EN-GB; mso-bidi-font-size: 10.0pt;" lang="EN-GB">Selecte bibliografie</span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="font-family: Tahoma; font-size: 11pt; mso-ansi-language: EN-GB; mso-bidi-font-size: 10.0pt;" lang="EN-GB"> </span></strong></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Xinhua Carries &#8216;Full Text&#8217; of White Paper on PRC&#8217;s Progress in Human Rights </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Xinhua, Tuesday,<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>30/03/ 2004, FBIS 31-03-04</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">&#8216;Full Text&#8217; of White Paper Titled &#8216;China&#8217;s Employment Situation and Policies&#8217; </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Xinhua, 26-04-2004 FBIS‑2004‑0426</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">&#8216;Full Text&#8217; of State Council White Paper &#8216;China&#8217;s Social Security and Its Policy&#8217;, Xinhua, </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">September 7, 2004, FBIS‑2004‑0907</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">China</span><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"> and the WTO Accession, Policy Reform and Poverty Reduction Strategies, World Bank, 2004</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">China</span><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"> Promoting Growth With Equity, Country Economic Memorandum, World Bank,</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">15-10-2003</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">Urban growth must be balanced, study warns, South China Morning Post, 17-09-04 </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">Workers should be free to move, Sun Ziduo, China Daily, 13-04-04</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">Major Improvements in Standard of Living in Past 5 Years, 27-02-2003, Xinhua, FBIS‑2003‑0227</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">Fair shake for migrant workers, China Daily, 9-02-04</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">20 Percent of Chinese University Students Face Financial Difficulties, Xinhua, 31-08-2004 </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">Income Disparities Highlighted, Government Action Urged, </span><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">FBIS‑2004‑0716, 16-07-</span><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB; mso-fareast-language: NL;" lang="EN-GB">2004</span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"> </span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;">
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;">
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: x-small;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: x-small;"> </span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: x-small;"> Jan Jonckheere       China Vandaag   1/01/2005</span></span></p>
<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: x-small;"> </span></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/china-sociaal-feiten-en-cijfers/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Landelijke armoede quasi uitgeroeid</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/landelijke-armoede-quasi-uitgeroeid/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/landelijke-armoede-quasi-uitgeroeid/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Apr 2009 16:35:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[armoede]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=206</guid>
		<description><![CDATA[
Tussen 1978 en 2000 is het aantal landelijke armen gedaald van 250 tot 30 miljoen zodat het procentueel aantal verminderde van 30 pct tot 3 pct van de bevolking. Het doel dat China zich gesteld had om tegen 2000 alle armen in landelijke gebieden genoeg eten en kledij te geven, werd bereikt. Dit staat in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="mso-ansi-language: NL;"><span style="font-size: x-small;"><span style="font-family: Arial;"><em><span style="color: #ff0000;"><strong><img class="alignleft size-medium wp-image-813" title="landbouw1" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/landbouw1-300x179.jpg" alt="landbouw1" width="300" height="179" /></strong></span></em></span></span></span></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong><span style="color: #ff0000;">Tussen 1978 en 2000 is het aantal landelijke armen gedaald van 250 tot 30 miljoen zodat het procentueel aantal verminderde van 30 pct tot 3 pct van de bevolking. Het doel dat China zich gesteld had om tegen 2000 alle armen in landelijke gebieden genoeg eten en kledij te geven, werd bereikt. Dit staat in een door de Chinese regering gepubliceerd Witboek waar we een samenvatting van maakten.</span></strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Het programma van de Chinese regering om de armoede uit te roeien, heeft een drietal stadia doorlopen. Een eerste etappe dateert van 1978 tot 1985. In 1978 maakte de arme bevolking met 250 miljoen, 30,7 pct uit van de bevolking in de landelijke gebieden. Tijdens de eerste periode die van 1978 tot 1985 liep, was de hervorming geconcentreerd op het landelijk uitbatingsysteem: het communesysteem werd vervangen door een uitbatingsysteem per gezin : het zogenaamde verantwoordelijkheidssysteem. Ook andere factoren zoals het versoepelen van de prijzen van de landbouwproducten en het ontwikkelen van de rurale nijverheden zorgden voor nieuwe wegen in het oplossen van armoede in de rurale gebieden.  Statistieken over de graan- en, katoenproductie, het boereninkomen  schoten de hoogte in. Het aantal arme personen slonk jaarlijks met 18 miljoen. Tijdens een tweede fase van 1986 tot 1993 werd een grootschalig initiatief gelanceerd voor het bestrijden van de armoede. Een aantal gebieden liepen achterop wegens economische, sociale, historische, natuurlijke en geografische redenen. De kloof met een aantal kustgebieden werd wijder. Sommigen met een laag inkomen konden  hun primaire noden niet lenigen. De regering begon speciale hulpeenheden op te zetten en fondsen vrij te maken voor hulp aan de armen.  Het netto inkomen van de boeren in de arme gebieden steeg over acht jaar van 206 yuan in 1986 tot 483 yuan in 1993. Het aantal armen daalde jaarlijks met 6,4 miljoen of met 6 pct.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Derde fase</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">In de derde periode van 1994 tot 2000 werd de kern van de zaak aangepakt. De oorzaken lagen bij natuurlijke factoren, weinig infrastructuur en een achterlijke sociale ontwikkeling. In maart 1994 werd een zevenjarig programma opgezet om 80 miljoen personen uit de absolute armoede te halen. Drie jaar na mekaar (van &#8216;97 tot &#8216;99) werd het probleem van voeding en kleding voor 8 miljoen personen opgelost. Eind 2000 waren de objectieven grotendeels gerealiseerd. Nu zijn er nog 30 miljoen armen of 3 pct. In de arme kantons daalde het aantal in de derde periode van 58 tot 17 miljoen. De landbouwproductie in de arme gebieden groeide met de helft en de nijverheidsproductie verdubbelde. Het drinkwaterprobleem werd over een periode van 15 jaar voor 77 miljoen personen en 83 miljoen dieren, opgelost. Er kwam 100 miljoen mu landbouwgrond bij (mu= 1/15 Ha). Tegen eind 2000 hadden 95 pct van de dorpen elektriciteit; 89 pct waren bereikbaar via wegen, 70 pct had postdienst en 67 pct was contacteerbaar per telefoon. 9 jaar verplicht onderwijs en het uitroeien van het analfabetisme  bij jongeren en de middengroep werd grotendeels bereikt. Lokale ziekenhuizen werden vernieuwd of nieuw gebouwd, 95 pct van de dorpen hebben radio en TV.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            Ondertussen was de meetstandaard van de armoede wel gewijzigd: In 1985 bedroeg de armoedegrens een jaarinkomen van 206 yuan; het was 300 yuan in 1990 en 625 yuan in 2000.   Volgens de standaard waren er 592 arme kantons in 1994. Vooral op de achterlijke westerse en centrale gebieden werd de klemtoon gelegd, want 82 pct van de armoedekantons  concentreert zich daar. In 2000 werd 25 miljard yuan besteed aan armoedebestrijding of 31 maal het bedrag van 1980. Het cumulatief bedrag over de laatste 20 jaar bedraagt meer dan 168 miljard. De bedragen  van de centrale regering dienen nog aangevuld met de kredieten van de lokale regeringen met de provinciale regeringen als hoofdverantwoordelijken. Het gaat om financiële- en kredietfondsen. De armenhulpfondsen worden gebruikt voor de aanleg van landbouwgrond, kleine irrigatiewerken en landwegen, aanvoer van drinkwater voor mens en dier, technische training en de popularisatie van praktische landbouwtechnieken. De kredietfondsen dienen voor het helpen bij het teelten van gewassen, watercultuur en het kweken van kippen.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Ontwikkeling</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            Het is duidelijk dat armenhulp gecombineerd wordt met economische ontwikkeling. Deze ontwikkelingshulp omvat een vijftal facetten. Eerst wordt gepoogd een &#8220;steunen op eigen krachten&#8221;- mentaliteit te kweken i.p.v een passief afwachten van overheidshulp. Ten tweede wordt de aanleg van infrastructuur bevorderd. Ten derde zijn er voorkeurtarieven bij leningen. Tot 1999 werd 3 miljard yuan geleend aan 2,4 miljoen arme huishoudens.Ten  vierde wordt een training gegeven in geavanceerde agrotechnieken: de afgelopen 15 jaar werden 30.000 technici gestuurd naar de arme gebieden waar ze 1500 centra hebben opgezet en 2000 technieken aangeleerd. Ten laatste wordt bij de ontwikkeling aandacht besteed aan het leefmilieuaspect.  10 miljard yuan werd aan arme kantons gegeven om de 9-jarige schoolplicht te helpen steunen.   Ook niet-gouvernementele organisaties kunnen een grote bijdrage leveren. Zo heeft bv het Hoopproject 8355 Hoopscholen helpen bouwen waardoor 2,3 miljoen kinderen terug naar school kunnen gaan.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Oostelijke gebieden helpen de westerse in de armoedebestrijding: Beijing helpt Inner Mongolia, Tianjin helpt Gansu, Shanghai helpt Yunnan, Guangdong helpt Guangxi, Jiangsu helpt Shaanxi, Zhejiang helpt Sichuan, Shandong helpt Xinjiang, Liaoning helpt Qinghai, Fujian helpt Ningxia,  en de steden Dalian, Qingdao, Shenzhen and Ningbo helpt Guizhou. De laatste jaren werden tussen oost en west 5745 samenwerkingsakkoorden afgesloten ter waarde van 28 miljard yuan. 510000 werkers werden naar de arme gebieden gestuurd.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">De staat moedigt personen aan die onder zeer moeilijke leefvoorwaarden leven, om een andere woonplaats te kiezen. De laatste jaren verhuisden zo 2,6 miljoen personen, wat het totale aantal dat echt hoefde te verhuizen tot 5 miljoen herleidde. Migranten spelen ook een rol bij het verspreiden van de oosterse technieken en cultuur in het westen. De 8 miljoen migranten van de provincie Sichuan sturen bijvoorbeeld 20 miljard yuan per post naar hun plaats van oorsprong. De armoedeprojecten worden soms gesteund door internationale organismen. Zo was de Wereldbank de eerste in de rij. Eén Wereldbankproject omvatte 610 miljoen US$ voor 8 miljoen personen gelokaliseerd in 91 arme kantons. Andere regeringen en organisaties als de EU, de regeringen van Nederland, Groot-Brittannië, Japan, het UNO-ontwikkelingsfonds, de Aziatische Ontwikkelingsbank, De Ford-stichting, Oxfam-Hongkong&#8230;boden ook hulp.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Specifiek</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">De projecten voor armoedebestrijding richten zich soms tot speciale groepen zoals de minderheden, de gehandicapten en de vrouwen. Van de 348 autonome kantons van etnische minderheden werden 257 arme kantons prioritair hulp verleend. Van 1994 tot het jaar 2000 investeerde de staat 43.253 miljard yuan in Binnen Mongolië, Guangxi, Tibet, Ningxia en Xinjiang plus Guizhou, Yunnan en Qinghai. Het aantal armen daalde er van 21 miljoen in &#8216;95 tot 12 miljoen in 1999. In Tibet bijvoorbeeld slonk het aantal van 480.000 tot 70.000. In Xinjiang schoot het aantal herders met vaste- of halfvaste verblijfplaats de hoogte in van 50 tot 80 pct. In de 4 autonome gebieden en de 3 provincies met veel minderheden werd het probleem van drinkwater opgelost voor 21 miljoen personen en 30 miljoen dieren. 67.000 km wegen werden aangelegd.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Er zijn 60 miljoen gehandicapten en 80 pct leven in de rurale gebieden. China telt 20 miljoen arme gehandicapten. Daarvan woont een derde in de 592 door de staat aangewezen arme kantons. Tegen  het jaar 2000 werd hen voor 2,6 miljard yuan geleend en waren in 80 pct van de kantons en 60 pct van de townships service-centra voor de gehandicapten. Door de inspanningen gedurende de laatste jaren werd het probleem van eten en kledij voor 10 miljoen arme gehandicapten opgelost zodat er nog 9,7 miljoen wel in het geval zijn.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            De Chinese vrouwenfederatie van haar kant heeft 3,47 miljoen arme vrouwen uit de armoede gehaald door training, financiële- en andere hulp.   Er bestaan ook aparte projecten voor het helpen van arme moeders dat een klein half miljoen vrouwen ten goede kwam en een programma dat één miljoen vrouwelijke drop-outs terug de weg naar school toonde.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="text-decoration: underline;"> </span></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">21° eeuw</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            China heeft een armoedebestrijdingsplan voor de 21° eeuw afgekondigd dat de lijn doortrekt van het programma uit 1994. Gesteld wordt dat economische groei de kern is van de oplossing van het armoedeprobleem. Een punt groei van het BNP betekent 0,8 pct min armen. Algemeen wordt gedacht dat China&#8217;s BNP de komende jaren met 7 pct zal groeien. In zijn oosterse gebieden wordt de klemtoon gelegd op kapitaal- en technologieintensieve nijverheden. Om de concurrentiepositie van China&#8217;s nijverheid te verbeteren zullen sommige arbeidsintensieve nijverheden getransfereerd worden naar minder ontwikkelde gebieden. De arme gebieden die  vooral in het centraal en westelijk gedeelte van het land liggen, kunnen hierbij hun troef van goedkope arbeid en rijkdom aan grondstoffen, uitspelen.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Bovendien is het ontwikkelingsplan voor de westerse gebieden van directe invloed. De focus van de ontwikkelingsstrategie is de bouw van infrastructuur meer bepaald waterbeheersing, transport en telecommunicatiefaciliteiten en het versterken van milieubescherming. Het zijn overigens de kantons die de provinciale plannen voor armoedebestrijding in de praktijk uitvoeren. Gedurende het tiende vijfjarenplan zullen een reeks projecten ondernomen worden en geniet het westen een voorkeursbehandeling zowel in het aanwenden van buitenlandse kredieten als door speciale staatsleningen. China is er trouwens van overtuigd dat de toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie gunstig zal uitvallen voor de arbeids- en grondstofintensieve nijverheden.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Problemen</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Toch is China zich bewust dat er nog veel problemen zullen opduiken. De gehanteerde standaard voor armoede is vrij laag. Personen die net boven de armoedegrens getild worden, kunnen er terug onder zakken. Gevreesd wordt dat met de minste tegenslag qua natuurlijke omstandigheden of natuurramp de betrokkenen er terug onder geduwd worden. Hoewel sommige armen geholpen werden, was er vaak geen kwalitatieve verandering in de leefomstandigheden van de betrokken bevolking. Ook de bevolkingstoename drukt op het probleem van de werkgelegenheid. De harde kern van personen die nu nog arm zijn, leven vaak in zeer moeilijke omstandigheden waar het kontrast tussen inbreng en uitkomst vrij groot is. Van 2001 tot 2010 zal de armoedebestrijding geconcentreerd worden op de gebieden van de etnische minderheden, oude revolutionaire bases, grensgebieden en verwaarloosde gebieden in centraal- en west-China. Eerst moet het probleem van onvoldoende voeding voor 30 miljoen personen opgelost worden. Voortdurend zal de klemtoon gelegd worden op de teelt van gewassen, watercultuur en het kweken van kippen en alles met inachtneming met duurzame ontwikkeling en milieubescherming. Een andere as voor het toekomstig beleid is de industrialisering van de landbouw. Grote en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten verwerken, worden verwacht in de arme gebieden productiebases op te zetten voor onafgewerkte producten evenals preproductie, in-productie en postproductie diensten. Zo wordt een geïndustrialiseerde operatie mogelijk met de integratie van handel, nijverheid en landbouw én het gecoördineerd beheer van productie, aanbod en verkoop.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">De budgetten voor het kweken van gewassen, watercultuur, kippenkweek, arbeidsintensieve ondernemingen, verwerking van landbouwproducten, handeldrijvende ondernemingen, en infrastructuur zullen opgetrokken worden. Tegen 2010 moet het probleem van het drinkwater eveneens in de onherbergzaamste arme gebieden opgelost zijn. De dorpen moeten bereikbaar zijn via wegen alsook voor post, telefoon, radio en TV. Ook in de armste townships zullen hospitalen gebouwd worden. Opdat de boeren geavanceerde technieken zouden meester zijn is het noodzakelijk landbouw, wetenschap en onderwijs te integreren. Plannen zullen worden opgesteld voor algemeen-, beroeps- en volwassenonderwijs zodat er beroeps- en technische scholen zijn en korte termijn training klassen. De negenjarige leerplicht zal gegarandeerd zijn in de arme gebieden en de aanwezigheidsgraad opgetrokken. Tenslotte wordt in het Witboek over de armoedebestrijding gestipuleerd dat er een controle komt op de besteding van de gelden voor armoedebestrijding omdat deze in het verleden wel eens gebruikt worden voor oneigenlijke doeleinden.</p>
<p style="text-indent: 36pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">(samenvatting <strong>Jan Jonckheere</strong>)       China Vandaag  1/01/2002</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/landelijke-armoede-quasi-uitgeroeid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Godsdienstvrijheid in China passeert via registratie</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/godsdienstvrijheid-in-china-passeert-via-registratie/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/godsdienstvrijheid-in-china-passeert-via-registratie/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Apr 2009 16:15:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[godsdienst]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=192</guid>
		<description><![CDATA[ 
 

 


 

 China Vandaag  1/01/2001
 China telt op de 1,2 miljard inwoners een 100 miljoen gelovigen en 300.000 geestelijken. Hoewel er godsdienstvrijheid is, moeten de kerken zich registreren bij de &#8220;Bureaus voor godsdienstzaken&#8221; op de diverse niveaus. De Chinezen zien dit niet op de eerste plaats als een middel tot controle, maar eerder als een basis waarop de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p class="MsoPlainText" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p class="MsoPlainText" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"></strong></div>
<p> </p>
<div><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red; mso-bidi-font-style: italic; mso-fareast-font-family: 'MS Mincho';" lang="NL-BE"></span></strong></div>
<p><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red; mso-bidi-font-style: italic; mso-fareast-font-family: 'MS Mincho';" lang="NL-BE"></span></strong></p>
<p> </p>
<p><span style="font-family: Tahoma; color: red; mso-bidi-font-style: italic; mso-fareast-font-family: 'MS Mincho';" lang="NL-BE"><span style="font-size: x-small;"></p>
<div id="attachment_824" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><strong><img class="size-thumbnail wp-image-824" title="img_1638" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/img_1638-150x150.jpg" alt="Auteur bij Boeddha" width="150" height="150" /></strong><p class="wp-caption-text">Auteur bij Boeddha</p></div>
<p><span style="font-family: Arial; font-size: small;"><em> </em><span style="color: #000000;">China Vandaag  1/01/2001</span></span></p>
<p> <strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="color: #ff0000;">China telt op de 1,2 miljard inwoners een 100 miljoen gelovigen en 300.000 geestelijken. Hoewel er godsdienstvrijheid is, moeten de kerken zich registreren bij de &#8220;Bureaus voor godsdienstzaken&#8221; op de diverse niveaus. De Chinezen zien dit niet op de eerste plaats als een middel tot controle, maar eerder als een basis waarop de rechthebbenden zich van een officiële ondersteuning kunnen voorzien.</span></strong></span></span></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Sedert 1949 staat gestipuleerd dat de Chinezen van de vrijheid van godsdienst genieten, een recht dat nadien door de grondwet werd overgenomen. De versie uit 1982 vermeldt dat geen enkel orgaan, collectiviteit of individu iemand mag dwingen een religie aan te hangen of ze niet te praktiseren. Discriminatie ten opzichte van gelovigen of ongelovigen is uit den boze. De staat beschermt &#8220;normale&#8221; godsdienstige activiteiten, maar tezelfdertijd wordt er aan toegevoegd dat de religies niet misbruikt mogen worden om de openbare orde of het onderwijssysteem te verstoren, noch om de gezondheid van de burgers aan te tasten. Naast de grondwet bevatten nog een reeks andere wetten anti-discriminatiemaatregelen.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">In de praktijk komt de uitoefening van het recht op godsdienstvrijheid neer op een reeks rechten én plichten. Vooreerst is er het recht dat de 30.000 bedienaars van de eredienst hun functie kunnen uitoefenen onder het leiderschap van de religieuze organisaties. Ten tweede is een belangrijke materiële voorwaarde het ter beschikking stellen van momenteel een 85.000 plaatsen voor de cultus. De &#8220;Bureaus voor Religieuze Zaken&#8221; op het kantonniveau hebben zich na de &#8220;Culturele Revolutie&#8221; vooral bezig gehouden met het teruggeven van het vastgoed dat voordien toebehoorde aan de religieuze organisaties, aan hun rechtmatige eigenaars. Dit was geen makkelijke taak want voor de scholen, fabrieken en kantoren die de plaatsen ondertussen hadden bezet, moesten andere locaties gevonden. Ten derde heeft elke godsdienst haar nationale en lokale organisaties en dit zowel bij het Daoisme, Boeddhisme, de Islam, de patriottische katholieken en protestanten. Ten vierde hebben alle godsdiensten het recht om godsdienstige boeken of publicaties of foto&#8217;s uit te geven en te verkopen. De bijbel is niet in Xinhua boekenwinkels te koop maar wel in het intern kerkelijke circuit. Ten vijfde hebben de verschillende godsdiensten scholen en seminaries voor de opleiding van hun clerus. Het Nationaal Seminarie van de patriottische Katholieken wordt voor één zesde betoelaagd door de overheid, maar moet de rest zelf bijeen harken via giften.  De burgers hebben tenslotte het recht om al of niet in een godsdienst te geloven, maar beiden groepen moeten elkaar respecteren en bijvoorbeeld mag geen atheïsme gepropageerd worden in  kerken.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Tegenover de rechten staan ook een reeks plichten en deze zijn vanzelfsprekend meer voor betwisting vatbaar. Vooreerst wordt verwacht dat de religieuze organisaties het socialistisch systeem en het vaderland steunen. Dat secten en bijgeloof niet toegelaten zijn, zorgt minder voor disputen.  Het meest problemen zijn gemoeid met de eis dat van de religies worden verwacht dat ze hun zaken zelf beredderen, zonder buitenlandse inmenging. Het schoentje wringt hier vooral bij de katholieken en Tibetaanse boeddhisten. Immers de paus erkent als hoofd van Vaticaanstad Taiwan en niet de Volksrepubliek. Voorts wordt de Dalaï Lama sedert zijn vlucht in 1959 van separatisme beschuldigd. Personen die een van beide geestelijke leiders volgen, kunnen meteen verdacht worden van illegale activiteiten.  Waarom China zo veel belang hecht aan feit dat de religieuze gemeenschappen zelf de eigen zaken regelen zonder buitenlandse inmenging vindt zijn verklaring in de geschiedenis.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Opstanden</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">In verband met de godsdienst hoor je in China weinig het cliché waarmee in het westen de Marxistische visie over religie afgedaan wordt. Marx en Lenin die geconfronteerd werden met staatsgodsdiensten als bondgenoten van reactionaire regimes, hebben de godsdienst bestempeld als een opium van het volk. Friedrich Engels heeft een positieve kant van de godsdienst belicht bij de Duitse boerenkrijg tegen het feodalisme rond 1525. China heeft ook een soort boerenkrijg meegemaakt in de vorige eeuw, meer bepaald de Taiping-opstand. Leider Hong Xiuquan die in zijn jeugd een protestantse missie had bezocht, verkondigde een religieus-utopische wereldvisie waarin de buitenlandse opiumtrafikanten en hun corrupte binnenlandse lakeien weg moesten ten voordele van een wereld waar iedereen gelijk was en in vrede leefde. Daarbij hadden de boeren het recht in opstand te komen om gelijkheid te eisen. Het Taipingleger trok als een wervelwind door het land en overal braken boerenopstanden uit. Alles wat herinnerde aan Confucius (de officiële leer tot dan toe) werd vernietigd. De landbouwgronden werden herverdeeld op basis van gelijkheid. De Taipingopstand -een echte revolutionaire opstand die 18 maand duurde en 600 steden aandeed- werd maar bedwongen door de militaire hulp van buitenlandse mogendheden aan de Qing-dynastie.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Van een geheel andere orde was de Boxersopstand (ontstaan vanuit de Boxersecte die een &#8220;heilig&#8221; boksen bedreven) uit 1900 die eveneens een revolutionair karakter had en gericht was tegen het buitenlands imperialisme maar zich vooral keerde tegen de buitenlandse godsdiensten die deze politiek ideologisch voorbereidden. Lenin schreef: &#8221; Hoe is het mogelijk dat de Chinezen deze lieden niet haten die schijnheilig een bandietenpolitiek bedrijven onder het mom van verspreiding van het christendom?&#8221; Christendom, handel en kanonnenpolitiek waren een drievuldigheid. De Brits-Duitse missionaris Gutschlaff kwam via in China aan via een spioneerboot die militaire inlichtingen verschafte aan het Britse leger en hij hielp ook bij de opiumtrafiek. Morrison een van de eerste Britse protestante missionarissen, was een bediende van de Britse Compagnie van Oost-Indië die zich specialiseerde in opiumhandel. Hij stelde het ontwerp op van het (voor China verknechtend)Verdrag van Nanjing en werd later Britse vice-consul. Peter Parker een van de eerste Amerikaanse missionarissen hielp bij het opstellen van &#8220;Het Verdrag van Wangxia&#8221; dat de Amerikanen aan China oplegden. In deze verdragen stond dat kerken mochten gebouwd worden in alle open havensteden. Dit bleken eveneens kostbare havens van inlichtingen voor de buitenlandse mogendheden. Wanneer de Franse katholieke missionaris Chapelain aangehouden werd in een binnengebied waarvoor hij geen toelating had, was dit het voorwendsel voor Frankrijk op  de tweede Opiumoorlog te lanceren.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> De Boxers veroverden Peking en Tianjin. Eens te meer stelden de buitenlandse machten de Qing-dynastie voor de keuze ofwel zelf de Boxers te overwinnen ofwel zouden zij de &#8220;orde&#8221; herstellen. De imperialisten zegden dat &#8220;om de handelsbelangen en deze van de evangelisatie te vrijwaren een militaire interventie noodzakelijk was&#8221;. Na veel bloedvergieten slaagde het verenigd leger van buitenlandse machten de opstand te bedwingen (onder meer door inlichtingenwerk van de missies) en China kreeg weer een vernederend verdrag opgelegd. Gezien de ervaringen uit het verleden is het dus niet onbegrijpelijk dat China overgevoelig is aan het feit dat buitenlandse mogendheden religie kunnen misbruiken voor eigen machtsdoeleinden.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Daoisme</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Een oud chinees spreekwoord zegt dat de meerderheid van de Chinezen &#8220;een Confucianistische kroon draagt, een Daoistisch kleed en een paar Boeddhistische sandalen&#8221; . Het Confucianisme is een leer gebaseerd op de geschriften van Confucius en Mencius die vijf verhoudingen (heerser-onderdaan; vader-zoon; oudere-jongere; echtgenoot-echtenote; vrienden) bepaalt waarbij het individu midden zijns gelijken staat en er in harmonie poogt mee te leven. Welwillendheid is de centrale deugd waaruit het naleven volgt van de moraal- en rechtvaardigheidsregels en dit zowel in persoonlijke, sociale als openbare relaties. Deze in China invloedrijke leer waartegen het Daoisme een reactie vormde, was in feite meer een sociale ethiek dan een godsdienst.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            Het Daoisme is ook een typisch Chinese leer die zich baseert op Lao Zi&#8217;s klassieker &#8220;Dao De Jing&#8221;. Het geeft Dao (vertaald als &#8220;De Weg&#8221;) aan als ordenend principe van de kosmos en dit bevat in zich de tegengestelden Yin en Yang. In tegenstelling tot het Confucianisme dat maatschappelijk gericht was, stelt het Daoisme dat het levensdoel is de harmonie met de natuur, kosmos en Dao te bereiken. Gelovend dat individuen onsterfelijkheid kunnen bereiken, zijn de praktijken van de Daoisten gebaseerd op diverse fysische en mentale oefeningen.  Hoewel een 86 verschillende Daoistische secten bestaan hebben, kunnen vanaf de 12 eeuw twee hoofdstrekkingen onderscheiden worden: enerzijds de Secte uit het Noorden (Quanzhentao) die verzaakt aan een huis en gezinsleven en waarvan de adepten strikte vegetariërs zijn en anderzijds de Zuiderse Secte (Zhengyitao) waarvan de aanhangers daarentegen wel huwen, vlees kunnen eten en alcohol mogen drinken. In de loop der jaren hebben de lichaamsoefeningen in het algemeen Wushu geheten, zich ontwikkeld met bijvoorbeeld taijiquan-gymnastiek en Qi Gong-ademhalingsoefeningen. Hun praktijken gaan tot en met een cultivering van de seksuele energie. De Daoisten hebben in hun zoektocht naar onsterfelijkheidsremedies ook bijgedragen tot geneeskunde,scheikunde en farmacologie.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Geschat wordt dat er in China 1,5 miljoen daoistische gelovigen zijn, 1600 tempels en 25.000 Daoistische priesters en nonnen. China telt 133 Daoistische verenigingen boven het kantonniveau. De nationale vereniging heeft haar hoofdkwartier in de &#8220;Tempel van de Witte Wolk&#8221; in Peking. Sedert 1982 wordt een twee jaar durende opleiding gegeven aan priesters en nonnen. In 1991 volgde de oprichting van een Chinees Daoistisch Instituut met een vierjarige universitaire opvoeding waarvan het diploma gehomologeerd is door de staat. Daoistische opvoeding is onbestaande voor kinderen en begint enkel op 18 jaar. Het Daoisme in China heeft zijn eigen publicaties, wisselt ervaringen uit met buitenlandse medestanders en kampt vooral met een ouder wordende clerus waarbij een aflossing van de wacht nog niet verzekerd lijkt.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Boeddhisme </strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">In tegenstelling tot Confucianisme en Daoisme komt het Boeddhisme uit het buitenland, meer bepaald uit India. In China bestaan een drietal soorten Boeddhisme. Vooreerst is er het Mahayana Boeddhisme of Han-Boeddhisme dat de nadruk legt op altruïstische daden, voorts streeft het Hinyana of Pali-Boeddhisme daarentegen een individuele spirituele bevrijding na en tenslotte is er nog het Lamaïsme of Tibetaans Boeddhisme. Onder de Tang-dynastie waren er reeds zoveel verschillende secten dat keizer Taizong in 629 de Boeddhistische monnik Xuan Zang naar India stuurde om materiaal op te halen dat moest duidelijker maken waar de waarheid lag. Hij kwam 14 jaar later na 25.000 km afgelegd te hebben zwaar beladen terug en de volgende 19 jaar werden 520 Boeddhistische sanskriet-geschriften in het Chinees vertaald. Over Xuan Zangs epos bestaat een Chinese literatuur-klassieker &#8220;Reis naar het westen&#8221;. Het boek illustreert het conflict dat lang bestaan heeft tussen Boeddhisme en Daoisme en hoe het Boeddhisme populair werd door bepaalde Confucianistische en Daoistische elementen te integreren. De Boeddhistische leer dat het leven slechts schijn en lijden is, verschilt nogal van het traditioneel Chinees denkpatroon en ook het celibaat voor nonnen en monniken is strijdig met de Chinese nadruk op familie en gezin. Het Boeddhisme kon gedijen omdat de familietrouw die het belijdt, wel in de Chinese traditie past. Het bracht soelaas aan zij die leden en beloofde een beter leven voor een goed leven in een volgende reïncarnatie, wat ook nieuwigheden waren die Confucianisme en Daoisme niet aanboden.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Er zouden in China 70 miljoen Boeddhisten zijn, 9000 Boeddhistische tempels en 200.000 nonnen en monniken waarvan de helft Tibetanen. Beroemd zijn de Boeddhistische  muurschilderingen in de grotten van Dunhuang. Verschillende tempels hebben ziekenhuizen ingericht die traditionele Chinese geneeswijzen gebruiken. Andere hebben meegewerkt aan herbebossing, wegenaanleg, landbouw en de renovatie van tempels. Bij hen geldt ook dat het geloof zonder te werken onecht is. De Boeddhistische Vereniging heeft eveneens haar publicaties en een Instituut om de professionelen op te leiden.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Lamaisme</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Pijnpunt in het Boeddhisme is het Tibetaans Boeddisme. De Dalaï Lama wereldlijke leider van Tibet, vluchtte in de vijftiger jaren naar India waar hij een zgn. &#8220;regering in ballingschap&#8221; vormde. Sedertdien wordt hij door de Chinezen ervan beschuldigd te willen opkomen voor Tibetaanse onafhankelijkheid en dus van separatisme. De Tibetaanse geestelijken die foto&#8217;s van de Dalaï Lama ophangen, worden er eveneens van verdacht potentiële handlangers te zijn van separatistische krachten. China wil enkel met de Dalaï Lama onderhandelen als hij voorafgaandelijk erkent dat Tibet een deel vormt van China. De Dalaï Lama die wil onderhandelen zonder voorafgaande voorwaarden, beweert de laatste tijd dat hij een derde weg wil bewandelen waarbij China enkele zaken zoals defensie, buitenlandse zaken en economie kan besturen in ruil voor &#8220;echte autonomie&#8221;. China heeft Tibet reeds echter een zekere autonomie gegeven.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">De verhouding met het Tibetaans Boeddhisme wordt nog gecompliceerder met de opvolging van de in 1989 overleden Bainqen Lama. Drie dagen na diens overlijden heeft de Chinese regering de begrafenis en het zoeken naar de ware incarnatie van de Bainqen Lama geregeld. Deze geestelijke leider had zelf gezegd dat deze moest geschieden volgens de traditionele procedure via lottrekking van de drie waarschijnlijkste kandidaten en dit voor het standbeeld van Sakyamuni. Zes jaar werd door de religieuzen van selectiecomitee (hoofdzakelijk van het Tashilhunpo-klooster)  gezocht naar valabele kandidaten. Toen de lijst van weerhouden 28 kinderen klaar was om tot een verdere selectie over te gaan, lekte een monnik in 1995  de lijst naar de Dalaï Lama die zelf een kind uit de shortlist aanduidde als de ware incarnatie. De normale procedure met lottrekking in een gouden urne werd echter afgewerkt en het selectiecomité bevestigde Gyantsen Norpo als de ware reïncarnatie. De ouders van de door de Dalaï Lama aangewezen knaap zouden de geboortedatum van hun kind verschoven hebben om in aanmerking te komen voor de selectie.  Overigens argumenteert Peking dat indien van de normale lottrekking-procedure afgeweken wordt, dit de toestemming vereist van de centrale regering. Het is Gyantsen Norpo die nu ook door de regering wordt erkend als de ware reïncarnatie, reeds opgeleid wordt voor zijn taak en op termijn ook mee zal beslissen wie de reïncarnatie van de huidige Dalaï Lama wordt.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">In de pers duiken via mensenrechtenverenigingen allerlei berichten op dat Tibetaanse geestelijken omwille van hun geloof vervolgd worden. China argumenteert dat dit niet omwille van godsdienstige redenen is, maar wel omdat ze steun verlenen aan iemand die het vaderland wil opsplitsen en een agent van het imperialisme is. Ondertussen telt het Tibetaans Boeddhisme over geheel China 140.000 lama&#8217;s en nonnen, 2000 &#8220;levende Boeddha&#8217;s&#8221; en 3300 tempels.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Wanneer bijvoorbeeld is het dorpje Bancun nagegaan wordt, praktiseren enkel 16 van de 44 gezinnen geen Boeddhistische missen thuis. Op religieuze feestagen gaan ze naar de tempels om Boeddha te vereren. Vergeleken met de periode voor 1949 waar enkel rudimentaire kleilampen en in de beste gevallen een paar Boeddha-nissen ter beschikking waren, zijn er nu op de 44 gezinnen 23 Boeddha-nissen, 10 beelden in klei, 31 tankas (schilderijen op zijde), 273 kartonnen beeldtenissen, 53 sets bronzen-, aluminium- of ander offerandetuig, negen zilver-, 428 koperen- en 31 kleilampen plus 33 Boeddhistische klassiekers. De helft van de 44 herdersgezinnen in Yaoqia nabij Amdo gingen in 1994 naar Lhasa waarbij de kosten tot 828 yuan per gezin oplopen. De kosten voor religie verschillen naar gelang het stedelijke, rurale of herdersgezinnen betreft. Stedelijken spenderen meer dan anderen omdat ze naar de tempels gaan of thuis aan religieuze verering doen. Bij de herdersgezinnen worden de religieuze uitgaven meer gedaan naar aanleiding van crises zoals ziekte en dood en reizen naar Lhasa. De landbouwfamilies spenderen het minst aan religie in Tibet.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Islam</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">            Arabische kooplui brachten de Islam China binnen. Het is de dominerende godsdienst van 10 minderheden vooral in het noodwesten: de Hui, Oeigoer, Kazak, Kirgiz, Tadjik, Uzbek, Tatat, Dongxiang, Salar en Bonan. Hun aantal wordt op een 20 miljoen geraamd. Momenteel zijn er een 35.000 moskeeën en 45.000 fulltime religieuze professionelen.  De meesten zijn Sunnieten, maar alle moslims zijn verenigd in de &#8220;Chinees Islamitische Vereniging&#8217; die in 1953 opgericht werd. De vereniging heeft intussen meer dan 100 lokale afdelingen, geeft ook een eigen publicatie uit en bestuurt 9 Islamitisch theologische instituten. Elk jaar brengen een 5000 personen een bezoek aan Mecca. Hun moskeeën en hun begraafplaatsen zijn naar het westen gekeerd. De Islamgelovigen zijn vrijgesteld van crematie. De besnijdenis van jongens gebeurt in moslimziekenhuizen. De regering vraagt dat in elke school, fabriek, bureel of andere werkplaats met meer dan 10 moslims, speciale maatregelen treft inzake eetbehoeften, bijvoorbeeld maaltijden met schaap i.p.v. varken (waar er minder dan 10 zijn, wordt een toelage uitgekeerd). Toen er in 1989 een betoging was tegen het voor de Moslims beledigend boek &#8220;Sexuele gewoonten(van de Hui-minderheid)&#8221; werd na onderzoek het boek gebannen en moesten de uitgevers hun verontschuldiging aanbieden.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">De Libai-moskee in Peking -een van 62 in de hoofdstad-, is een van de grotere met 25 fulltimers. In de omgeving zijn 70 pct van de 40.000 bewoners moslims. Naast de moskee bevinden zich ook moslimrestaurants, bakkers, beenhouwers, scholen, dagopvang en hospitalen. De moskee betaalt haar uitgaven echter met fondsen van de gelovigen en een winkeltje. De moslimscholen geven speciale cursussen geschiedenis van de Islam en van de Islamitische minderheden. Zowel in het Nationaal Volkscongres als in de Politiek Raadgevende Conferentie (min of meer de twee wetgevende kamers) zitten respectievelijk 97 en 57 leden als afgevaardigden van de moslimgemeenschappen.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Christendom</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Het protestantisme en het katholicisme (zie China Vandaag 1995/2) zijn geïmporteerde godsdiensten die beiden zowel een negatieve als een positieve rol hebben gespeeld in China. Na de opiumoorlog was China verplicht onder militaire dreiging van westerse machten een reeks verdragen te slikken waardoor onder meer christelijke missies onder bescherming kwamen van de buitenlandse ambassades en waarbij deze niet onderworpen waren aan de Chinese wet. De opleiding die de kerk aan de Chinezen gaven was enkel voldoende om hen ondergeschikte posities te doen innemen. Er waren ook uitzonderingen zoals de Belgische pater Lebbe die omdat hij het geloof poogde te doen aansluiten op de leefwereld van de Chinezen, met jarenlange tegenkanting heeft moeten kampen. Hij kreeg wel een Chinese staatsbegrafenis in 1940. Van Chinese zijde wordt als slecht voorbeeld van de godsdienstige inmenging de Belgische katholieke priester R.J.Jacques aangehaald die in 1945 een legertje opzette om in het bevrijd gebied van Zhengding een militaire opstand te organiseren waarbij 300 lokale bewoners gedood werden. De Amerikaanse missionaris J.L.Stuart die het onmogelijke deed om de nationalisten te helpen en de communisten te dwarsbomen werd in 1946 zelfs Amerikaans ambassadeur in China. </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">In 1949 waren er 700.000 protestanten in China en 2,7 miljoen katholieken. Van de 143 katholieke diocesen werden op de 143 bisschoppen maar 20 Chinese bisschoppen geteld. Er waren 3 Chinese aartsbisschoppen, maar zonder echte macht. Na de communistische overwinning keerden veel protestanten terug naar hun land van herkomst. Rome gaf de richtlijn niet samen te werken met de regering en dit in tegenstelling met bijvoorbeeld Oost-Europa waar katholieken wel mochten deelnemen aan openbare activiteiten of met Vietnam waar er wel een overleg was tussen het Vaticaan en de regering vooraleer de aartsbisschop tot kardinaal benoemd werd.  Bisschop Yun Bin van Nanjing zei openlijk dat de eerste vijand van het katholicisme de Chinese Communistische partij was. In Shanghai werd een brede gemeenschap van katholieke families de communie geweigerd werd omdat ze samenwerkten met de overheid. De paus stuurde een paar encyclieken de wereld in die de Chinese katkolieken waarschuwde geen eigen weg op te gaan. De protestanten hadden de betrekkingen met het buitenland afgebroken en onafhankelijke vaderlandslievende organisaties opgezet die de 3 &#8220;zelf&#8221;&#8217;s nastreefden: zelfbeheer (geen buitenlandse voogdij), zelfsupport en zelfverkondiging met nadruk op een eigen clerus. De Chinese katholieken die dit voorbeeld volgden, kwamen uiteraard in conflict met Rome. </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Hoe dan ook nu zijn er 2 katholieke kerken in China: de officieel erkende &#8220;Patriottische kerk&#8221; die 4 miljoen aanhangers telt en jaarlijks met 50.000 nieuwe gelovigen aangroeit. Ze heeft 4000 kerken, 70 bisschoppen, 1000 priesters, 1200 nonnen en 24 seminaries. 17.000 katholieken zijn lid van diverse Chinese (lokale, provinciale of nationale) assemblees. Daartegenover staat de ondergrondse kerk die de eigen aanhang op 5 à 6 miljoen raamt. Deze katholieke kerk is trouw aan het Vaticaan dat nog altijd Taiwan als het wettig China erkent. De recente rel over de heiligverklaringen van een reeks personen die volgens China handlangers van het imperialisme waren (anderen worden als criminelen bestempeld en de &#8220;heilige&#8221; Albericus Crescitelli wordt door Xinhua ervan beschuldigd bijna geen bekeerd meisje niet te hebben verkracht) geeft aan dat een toenadering tussen het Vaticaan en Peking niet in het verschiet ligt. De heiligverklaringen zullen Peking eerder stijven in de opvatting dat China een vinger in de pap moet houden bij de religieuze benoemingen. Het aantal protestanten is inmiddels tot tien miljoen aangegroeid wat veertien maal het aantal is uit 1949. Hun onafhankelijke opstelling heeft hen geen windeieren gelegd. Jaarlijks worden 600 tempels bijgebouwd. Naast de 12.000 protestantse kerken of kapellen bestaan nog 25.000 eenvoudige gebedsplaatsen. Het aantal protestanten dat thuis bijeenkomt in &#8216;huiskerken&#8217; zou een veelvoud van de 10 miljoen kunnen bedragen. Tussen 1980 en 1998 werden in China 20 miljoen bijbels gedrukt.</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Registratie</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Hoewel godsdienst een privéaangelegenheid betreft, zitten er toch heel wat sociale aspecten aan vast: zowel de religieuze organisaties, de sociale faciliteiten (zoals tempels en kerken) en de religieuze activiteiten. Het zijn de &#8220;Bureaus voor Religieuze Zaken&#8221; op de diverse niveaus die er op toezien dat de wetten en reglementering op de godsdienstvrijheid worden nageleefd. Registratie is hierbij centraal. Elke vereniging zonder winstoogmerk dient zich trouwens te laten registeren in China. De religieuze congregatie die een aanvraag indient, moet een religieuze leider hebben die erkend is door de respectieve pattriotische vereniging, een vaste ontmoetingsplaats en activiteiten die zich in een specifiek territorium afspelen. Voor de plaatsen waar een godsdienst beleden wordt, gelden zes voorwaarden tot erkenning: een vergaderplaats, aanhangers die geloven en regelmatig participeren in activiteiten, een georganiseerd bestuur, een minimum aantal gelovigen, een operationeel reglement en een legaal inkomen. Er zijn een 85.000 officieel erkende gebedsplaatsen. Naast de vijf erkende godsdiensten mogen de Joden in Shanghai van het &#8220;Bureau voor Religieuze Zaken&#8221; bijeenkomen in hotels.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Een plaats voor religieuze activiteiten moet een bestuur hebben dat verkozen wordt door de clerus van de betrokken plaats en de gelovigen. De verkozen bestuursleden moeten worden bekrachtigd door de &#8220;Bureau voor Religieuze Zaken&#8221; en in Tibet zien deze er wel op toe dat de clerus zo patriottisch mogelijk blijft. Het bestuur mag ook religieuze voorwerpen verkopen. Buitenlanders kunnen prediken op aanvraag van een erkende kerkvereniging, maar mogen zich niet mengen in bijvoorbeeld het benoemen van personeel. De reglementering in Zhejiang stipuleert dat religieuze activiteiten kunnen plaatsgrijpen bij gelovigen thuis als een bedienaar aanwezig is met de nodige kwalificaties. Het gebeurt wel dat de politie binnenvalt op een plaats die niet erkend is als gebedsplaats en waarbij personen opgepakt worden.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Vooral het geval van de Falungong-secte die niet geregistreerd was en tientallen miljoenen aanhangers zou tellen, is leerrijk. Secteleider Li Hongzhi beweerde dat &#8220;Falungong geen regels, leden of organisatie had&#8221;. In werkelijkheid beschikte zijn organisatie over 39 algemene richtstations, 1900 gewone stations en 28.000 punten waar gepraktiseerd werd. Volgens statistieken vonden 1500 personen de dood door de Falungong-praktijken en werden er 600 geestelijk onevenwichtig door. Toen in een academische publicatie uit Tianjin een artikel verscheen over de negatieve invloed van de Falungong, werd na 19 april 1999 verschillende dagen in Tianjin geprotesteerd door aanhangers. Op 21 april kwam Li Hongzhi als &#8220;businessman&#8221; uit de USA in Peking aangevlogen voor een 2 dagen durend geheim bezoek waarin hij de richtlijnen gaf voor verdere actie. Op 25 april volgde de nauwkeurig geplande actie van 10.000 aanhangers op het Tiananmenplein waarbij leidinggevende figuren bewust afwezig moesten blijven. Vermits het om een &#8220;spontane&#8221; niet aangevraagde manifestatie ging, moest ook de organisator onbekend blijven. Toen de overheid wilde praten met de actievoerders, konden niet meteen valabele gesprekspartners afgevaardigd worden. De ware opdrachtgevers werden uit hun tent gelokt. Er volgden een 20-tal GSM-gesprekken tussen Li Hongzhi -inmiddels in Hongkong- en de onderhandelaars van het hoofdkwartier. Alle acties in Peking werden vanuit Hongkong gestuurd. Op 26 april schreef de &#8220;Wall Street Journal&#8221; dat Falungong zich als de Taipingideologie had verspreid over China en wel eens de voornaamste tegenmacht van de communisten kon zijn. Het werd zonneklaar dat de &#8220;ongeorganiseerde beweging&#8221; die onschuldige ademhalingsoefeningen deed, in feite misbruikt werd voor politieke doeleinden. Na 25 april zouden nog 307 bezettingen volgen. Op 23 juni werd de niet-geregistreerde organisatie buiten de wet gesteld. Het is een hedendaags schoolvoorbeeld hoe onder de mom van religieuze motieven eigenlijk andere doeleinden nagestreefd worden. Registratie wil een dergelijke manipulatie vermijden evenals verhinderen dat misbruiken optreden.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;">Bisschop Fu Tieshan zei ter gelegenheid van de Wereld Vrede top van religieuze leiders eind augustus dat de Chinese godsdiensten zich in een gouden tijdperk bevinden. Het is niet omdat van de leden van de Communistische Partij verwacht worden dat ze geen godsdienst aanhangen (zij het dat daarop minder toegekeken wordt bij de minderheden) dat op het vlak van de staat niet een solidariteit tussen gelovigen en niet-gelovigen nagestreefd wordt. Vooral de &#8220;Politiek Raadgevende Conferentie&#8221; bevat veel religieuze afgevaardigden en bevat in haar schoot een commissie Godsdienstzaken. Het 68 jaar oude Volkskongres-lid Shadike Kariaji die tevens vice-voorzitter is van de Islamitische Conferentie van Kashgar bevestigt trouwens dat hij elke zittingsdag van het parlement de eredienst bijwoont en daarbij nog nooit gehinderd is.</p>
<p style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;">Selecte Bibliografie</strong></p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Jiang&#8217;s Comments on Religion Analyzed , FBIS‑96‑072, Renmin Ribao, 14 Mar 96 p 9</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Distortions About Christiniaty Refuted, FBIS‑97‑110, Xinhua, 9 Jun 97</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Official on State Religious Policy,FBIS‑97‑250, Beijing Review , No 35, 1‑7 Sep 97 pp 9‑14</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Zhejiang Religious Affairs Regulations, FBIS‑98‑020, Zhejiang Ribao ,11 Dec 97</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Ye Xiaowen Views Religious Policy, FBIS‑98‑082, Renmin Ribao , 12 Mar 98</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Article on Marxist Concept of Religion,  FBIS‑98‑182, Urumqi Xinjiang Ribao  29 Mei 98 p 4</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Jiang&#8217;s Views on Religious Affairs Viewed, FBIS‑1999‑0524, Qiushi , No 9, 1 Mei 99</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Religious Affairs Director on Policies, FBIS‑1999‑0610, Liaowang, 24 Mei 99 No 21</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Article Refutes State Department Report, FBIS‑1999‑1208 , Xinhua Hong Kong 8 Dec 99</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Bishop Ding Guangxun Interviewed on China&#8217;s Protestant Churches ,FBIS‑2000‑0921,Xinhua</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Full Text on Rules of Religious Activities of Aliens Within  China, FBIS‑2000‑0926,Xinhua,26 Sep</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Title: Chinese Catholic Church Assails Vatican &#8216;Conspiracy&#8217; ,FBIS‑2000‑0926,Xinhua , 26 Sep 00</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">100 questions sur les religions en Chine, Editions nouvelle Etoile, Beijing 1991</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Peter Stockwell, Religion in China Today,  New World Press, Beijing, 1993</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Edmond Tang,The Catholic Church in Modern China- Persectives, Orbis Books, New York</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Luo Zhufeng, Religion under Socialism in China, Sharpe,1991</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Cult Groups Seen Shaking Party Leadership, FBIS‑1999‑0614, Sentaku, Jun 99 pp 38‑41</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;">Li Hongzhi&#8217;s Role in &#8216;Illegal Gathering&#8217;,FBIS‑1999‑0812, Xinhua, 12 Aug 99</p>
<p style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><em> </em></p>
<h1 style="text-align: center; margin: 0cm 0cm 0pt;"> </h1>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/godsdienstvrijheid-in-china-passeert-via-registratie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De autonomie van de nationale minderheden</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-autonomie-van-de-nationale-minderheden/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-autonomie-van-de-nationale-minderheden/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Apr 2009 16:11:52 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[Binnen-Mongolië]]></category>
		<category><![CDATA[Hui]]></category>
		<category><![CDATA[minderheden]]></category>
		<category><![CDATA[Ningxia]]></category>
		<category><![CDATA[oeigoeren]]></category>
		<category><![CDATA[Tibet]]></category>
		<category><![CDATA[Xinjiang]]></category>
		<category><![CDATA[Zhuang]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=189</guid>
		<description><![CDATA[ 
 
 &#8220;De  minderheden in China hebben geen rechten, noch om hun eigen taal te spreken noch om hun godsdienst te belijden&#8221; hoorden we op de nationale omroep voor het bezoek van de Chinese eerste minister aan België. Deze bijdrage is bedoeld als een repliek en we hopen dat ons beeld hoe China het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><span style="color: #ff0000;"><strong> </strong></span></div>
<div><span style="color: #ff0000;"><strong> </strong></span></div>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong> </strong></span><span style="color: #ff0000;"><strong>&#8220;De  minderheden in China hebben geen rechten, noch om hun eigen taal te spreken noch om hun godsdienst te belijden&#8221; hoorden we op de nationale omroep voor het bezoek van de Chinese eerste minister aan België. Deze bijdrage is bedoeld als een repliek en we hopen dat ons beeld hoe China het minderhedenprobleem aanpakt, onder meer door het verlenen van een zekere autonomie, minder eenzijdig uitvalt dan wat door de massamedia als &#8216;objectief&#8217; of erger als &#8216;geëngageerd&#8217; wordt opgedist</strong>.</span></p>
<div id="attachment_985" class="wp-caption alignleft" style="width: 160px"><img class="size-thumbnail wp-image-985" title="miaofestvl1" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/miaofestvl1-150x150.jpg" alt="Miaos in festival" width="150" height="150" /><p class="wp-caption-text">Miaos in festival</p></div>
<p>De VR China heeft naast de Hanmeerderheid 55 erkende nationale minderheden die gezamenlijk een 110 miljoen personen tellen. Hoewel dit nog geen 10 % uitmaakt van de totale bevolking, beslaat het grondgebied waarop ze leven 62 % van het Chinese territorium. Deze gebieden zijn rijk aan delfstoffen, hout, petroleum en aardgas en ook de veestapel bevindt er zich grotendeels. De minderheden leefden bij het ontstaan van de Volksrepubliek nog in erg primitieve omstandigheden: zo bestond het middeleeuws lijfeigenschap nog in Tibet; het slavensysteem bij de Yis en bij sommige minderheden waren er overblijfselen van de primitieve maatschappij uit de tijd voor de klassen ontstonden. De neoconfucianistische filosoof Wang Yangming zei tijdens het Mingtijdperk dat deze barbaren geleken op wilde dieren: hen besturen vergeleek hij met wilde dieren te proberen temmen in iemands net huis. Sun Yat-sen zelf had de Republiek bij haar ontstaan bestempeld als de Republiek van de 5 naties: de Han, de Manchous, de Hui, de Mongolen en de Tibetanen. De opvoeding was toen het grote middel tot wat nu een &#8216;assimilatie&#8217; zou heten.</p>
<p>In 1938 definieerde Mao Zedong de beginselen van het werk tegenover de minderheden: onderlinge gelijkheid en ook gelijkheid tegenover de Hanmeerderheid, recht op autonomie binnen een ééngemaakte staat; een eenheidspolitiek tegenover de hogere lagen en godsdienstige personaliteiten; respect van de gewoonten en recht op opvoeding in de eigen taal en ten slotte een economische ontwikkeling ter verhoging van het levensniveau. Bij het ontstaan van de Volksrepubliek werd in het gemeenschappelijk programma gesteld dat elke discriminatie of onderdrukking van de minderheden, alsook elk separatisme, uit den boze was. Het programma stelde de regionale autonomie zou ingesteld worden in regio&#8217;s waar nationale minderheden in compacte groepen leven. Dit programma werd eerst geïmplementeerd in 1952, maar de huidige wet op de Regionale autonomie voor de Nationale minderheden dateert uit 1984. Hij legt de verhouding uit tussen de nationale autonome gebieden en de staat: langs de ene kant zijn de autonome gebieden een onvervreemdbaar deel van de Volksrepubliek en moet de politiek van de regering worden nageleefd; langs de andere kant moeten de speciale karakteristieken en noden van de autonome gebieden in acht genomen worden door hen een grotere macht te verlenen in het bestuur van de eigen zaken en kan in bepaalde gevallen afgeweken van nationale richtlijnen.</p>
<p>De realisatie van de autonomie omvat verschillende aspecten: de organen van het lokale autonoom bestuur moet hoofdzakelijk samengesteld zijn uit leden van de minderheidsgroep die de autonomie uitoefent; de bestuurlijke organen gebruiken de taal van het gebied; het bestuur moet in z&#8217;n werking rekening houden met de lokale zeden en gewoonten (bv. godsdienst); de organen van autonoom bestuur moeten specifieke reglementen uitvaardigen in functie van de lokale karakteristieken en ten slotte genieten ze van een financieel grotere speelruimte dan de vergelijkbare echelons in andere gebieden. Volgens de samenstelling van de minderheden zijn er verschillende soorten van autonome gebieden: gebieden met hoofdzakelijk één nationale minderheid (zoals de Autonome Huiregio van Ningxia);  gebieden met een sterke vertegenwoordiging van één minderheid en meerdere minderheden met een schaarser numerieke vertegenwoordiging (zoals de Autonome Oeigoerregio van Xinjiang); gebieden met diverse minderheden (zoals het autonome Mongools, Tibetaans en Kazachs departement van Haixi) &#8230; . Tot nog toe heeft China 5 autonome regio&#8217;s erkend gelijkaardig aan de andere provincies, 30 autonome prefecturen, en 121 autonome kantons, waarbij nog 1200 townships van minderheidsgroepen moeten gerekend worden. Zo oefenen 44 van de 55 nationale minderheden hun autonomie uit, wat neerkomt op 75 % van hun totale populatie op 64 % van het totale territorium.</p>
<p>In het nationale Volkscongres komt 14 % van de afgevaardigden uit de minderheden: zelfs de kleinste minderheid (Hezhe) heeft haar volksvertegenwoordiger. Om het werk bij de minderheden tot een goed einde te brengen, beschikt China over 2,7 miljoen minderheidskaders in het gehele land. China publiceert 100 dagbladen in 17 minderheidstalen en 73 tijdschriften in 11 talen. De centrale televisiestations zenden met hun lokale stations uit in 16 minderheidstalen; TV-stations op een lager niveau in meer dan 20 talen.</p>
<p>Laten we nu de grote autonome gebieden even van naderbij bekijken:</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Zhuang </span></strong></p>
<p>China&#8217;s grootste minderheidsgroep, de Zhuang (wat dapper betekent), is diegene waar in het Westen het minst over wordt gehoord. Er zijn 15 miljoen Zhuangs, van wie meer dan 9/10 in de provincie Guangxi leven en daarmee één derde van de bevolking van de regio uitmaken. In de provincie Yunnan bestaat nog de Wenshan Zhuang-Yao Autonome prefectuur en in de provincie Guangdong het Lianshan Zhuang-Yao autonoom kanton. De Zhuang zijn al lang gesiniseerd. Ze gebruiken de Hankarakters, zij het dat in 1955 voor hen een geschreven taal volgens Latijnse letters werd ontworpen. Guangxi is vooral bij toeristen bekend wegens het postkaartlandschap nabij Guilin. De autonome regio telt onder meer 12 autonome kantons, waarin ook nog andere minderheden leven zoals de Yao, de Miao, Dong, Mulao, Maonan, Hui, Jing, Yi, Shui en de Gelo. Guangxi was de afgelopen decennia synoniem voor afgelegen en arm. Voor 1949 had de regio nagenoeg geen nijverheid; zelfs nagels werden geïmporteerd. Er bestonden toen slecths enkele kleine ambachtswerkplaatsen en één suikerraffinaderij met een beperkte productiecapaciteit.</p>
<p>De regionale productie, die vroeger op de laatste plaats onder de provincies stond, klom ondertussen naar de 15e plaats. Omdat de regio zeer heuvelachtig is, wordt slechts 10 à 15 % van de grond gecultiveerd: rijst en rietsuiker zijn belangrijk. Vooral de nijverheid groeide in de jaren &#8216;90 sterk, niet in het minst door de lokale ondernemingen. Met het achtste vijfjarenplan werd 130 miljard yuan geïnvesteerd, waarvan de staat minder dan 60 % voor z&#8217;n rekening nam: het resultaat was dat de economie jaarlijks met 16,7 % groeide, wat 6 % meer is dan de nationale groeivoet.  Nu is de provincie sterk in de productie van suiker, machinebouw en bouwmaterialen als cement, en ze blijft verder een basis voor (sub)tropisch fruit, groenten, fruit, tabak, vis &#8230; . De laatste jaren is ook de infrastructuur van wegen, spoorwegen en luchtvaart ernstig verbeterd: gehoopt wordt dat de spoorweg Beijing-Kowloon, die door Guangxi loopt, mee zal bijdragen tot de ontsluiting van het gebied.  Vijftien jaar geleden telde de regio nog 15 miljoen armen; eind 1997 werden nog 3,6 miljoen armen geteld.  Li Zhaozhuo, regeringsvoorzitter van de autonome  Guangxi Zhuang verklaarde in januari dit jaar dat de regio de armoede had afgeschud.  Niet minder dan 200.000 personen verhuisden van onherbergzame gebieden naar oorden met betere leef- en teeltvoorwaarden. In gebieden met schaarse watervoorraden werden 120.000 watertanks gebouwd en wateropslagvijvers en -distributieprojecten aangelegd.  Dankzij steun van de Wereldbank werden nog eens 750.000 personen boven de armoedegrens getild. Wegen verbinden nu 2200 arme dorpen met de buitenwereld. Kortom, Guangxi staat niet langer voor een afgelegen, arm en achterlijk boerengebied. De minderheden uit de regio beschikken over zo&#8217;n 370.000 kaderleden die een belangrijke socio-economische rol spelen.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Mongolië</span></strong></p>
<p>Binnen-Mongolië ontstond in 1947 als eerste autonome regio in China. De oppervlakte ervan omvat een zesde van het Chinese grondgebied en de grenzen werden verschillende malen hertekend, soms tot openlijk ongenoegen van de Mongolen zelf. De bevolkingsdichtheid bedraagt maar 16 personen per km². De regio is rijk aan natuurlijke grondstoffen: de steenkoolvoorraden zijn één van de grootste in het land en ook de petroleum- en aardgasreserves zijn omvangrijk. Vier van de zes grote goudmijnen liggen in het gebied. Binnen-Mongolië is bekend voor de bossen in het oosten, ijzererts in het westen, graanproductie in het zuiden en veehouderij in het noorden. Het staat ook nummer één bij de defensienijverheden.</p>
<p>Van China&#8217;s 6 miljoen Mongolen zijn er 4 miljoen in Binnen-Mongolië gevestigd, de overige wonen verspreid over Xinjiang, Qinghai, Gansu en de 3 noordoostelijke provincies. Oorspronkelijk waren de Mongolen een nomadenvolk dat het Tibetaans boeddhisme aanhing en hoofdzakelijk van veefokkerij leefde. Nu nog staat Binnen-Mongolië op de eerste plaats qua weidegebied en is het derde op het vlak van graanproductie, met jaarlijks 50 miljard ton graan.  Het is wel zo dat er sedert 1949 een grote instroom was van Hanbevolking: waar vroeger vijf Mongolen waren voor één Han zijn er momenteel vier Han voor elke Mongool. De Mongolen zijn een minderheid geworden in hun regio en sommigen hebben de indruk dat de Han de beste plaatsen ingenomen hebben en de Mongolen verdrongen hebben naar hun steppen.</p>
<p>Tezelfdertijd groeide echter de nijverheid en infrastructuur van quasi nihil tot een kompleet systeem met metaal, textiel, chemie, elektronica, elektriciteit &#8230; wegen, spoor- en luchtwegen. Het Bruto Regionaal Product groeide de afgelopen 50 jaar zestig maal en sedert de hervormingen in 1978 achttien keer. Ook de veestapel werd vermenigvuldigd met de factor 6, tot 70 miljoen stuks. Het gemiddeld inkomen in de stad bedraagt 5300 yuan in de steden en 2000 yuan op het platteland, wat dertien maal het inkomen van 1978 is. Toch werd het probleem van voeding en kledij voor 2 miljoen personen uit het gebied nog niet helemaal opgelost. Wat vooral de economische ontwikkeling blokkeert, is het gebrek aan water. De regio plant om in dit verband de komende 10 jaar via een waterbeheersingsproject van 300 miljoen yuan (waarvan 2/3 betaald wordt door nationale regering) 600.000 hectaren verdorde weiden terug te laten bevloeien met als doel elk jaar 700 miljoen kg hooi te oogsten.</p>
<p>Radio en televisie groeiden de afgelopen decennia vanuit het niets en bereiken nu 80 % van het gebied.  Het aantal kaderleden uit minderheidsgroepen in Binnen-Mongolië beloopt 169.000, wat 23,4 % uitmaakt van het geheel. De Mongolen vinden dat bij de hoogste kaderleden te weinig Mongolen zijn en ze klagen ook over een ondervertegenwoordiging in staalnijverheid, non-ferro en de petroleumsector. Voor de rest zijn de betrekkingen tussen Mongolen en Hans tamelijk harmonisch: de Mongolen hebben hun gewaarborgde vertegenwoordiging in wetgevende en uitvoerende organen waar zij de voorzitter leveren; in de organen van de Communistische partij zijn de Han dominant, een verschijnsel dat ook in de andere autonome regio&#8217;s waargenomen wordt. Vergeleken met het land Mongolië, waar de Mongolen 90 % van de bevolking uitmaken, zijn deze uit Binnen-Mongolië echter duidelijk beter af. Mongolië kende in de jaren &#8216;90 een afbouw van het sociaal vangnet, vooral op de rug van de vrouwen (knotten in zwangerschapsverlof en kinderwelzijn). Eén derde van de bevolking leeft er onder de armoedegrens en in de hoofdstad zoeken bijvoorbeeld 3000 à 4000 straatkinderen in de riolen beschutting tegen de koude temperatuur. In sommige steden van Mongolië is zelfs de helft van de bevolking werkloos. Andere kwalen, zoals toenemende criminaliteit en alcoholisme, zijn in Binnen-Mongolië evenzeer een pak minder frequent.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Ningxia</span></strong></p>
<p>De autonome regio Hui Ningxia is een afgelegen binnenprovincie met 5,3 miljoen inwoners. Daarvan is een derde Hui, ondanks de instroom van Han meer dan de 25 % in 1949. Ningxia is het grootste gebied waar de Hui in compacte gemeenschappen leven. Daarnaast zijn er nog twee autonome Huiprefecturen in de provincie Gansu en zes autonome kantons in andere delen van het land. Hui staat bijna synoniem voor Islamaanhanger, hoewel nog andere minderheidsgroepen deze godsdienst aanhangen. De laatste eeuwen zijn de Hui gesiniseerd en spreken ze Han-Chinees, maar de Islam beïnvloedt hun levenswijze grotendeels.</p>
<p>In 1948 was in Yinchuan, de hoofdstad van Ningxia, hetzelfde plaatje te zien als in Mongolië: geen wegen, geen elektriciteit, geen nijverheid, geen telecommunicatie &#8230;, evenmin als onderwijs, gezondheidszorg, wetenschap en cultuur. Momenteel is het BRP 30 keer groter dan in 1957, het jaar waarin de autonome regio werd opgericht. De laatste twintig jaar bedroeg de jaarlijkse economische groei bijna 9 %. De graanproductie per hoofd is de vijfde grootste onder de provincies en de elektriciteitsproductie per hoofd staat op de tweede plaats. In de westerse gebieden was Ningxia het eerste om elektriciteit bereikbaar te maken voor alle dorpen. Het aandeel van de nijverheid in de economie bedraagt een derde en de klemtoon ligt op energie (steenkool en hydro), grondstoffen en halfafgewerkte producten. In 1997 verdienden de boeren 1545 yuan netto en de stedelingen 3431 yuan, 10 maal meer dan in 1978. Sedert 1983 werd voor 1,2 miljoen armen het probleem van voeding en kleding opgelost, toch leven nog 500.000 personen in armoede, maar 80 % zou binnen drie jaar daaruit verlost moeten zijn.</p>
<p>Er werd in het verleden enorm geïrrigeerd vanuit de Gele rivier en ook in de toekomst zal dit verder doorgetrokken worden naar de armere gebieden. Het is de bedoeling de komende 10 jaar de 373.000 ha geïrrigeerd landbouwland te verhogen tot 666.000 ha. De regio staat dan ook aan de top in irrigatieuitrusting, op de vijfde plaats wat steenkoolreserves betreft en qua energieproductie per hoofd op de tweede plaats. Inzake landbouw ligt de klemtoon, behalve op graan, vlees en zuivel, ook op lederverwerking, wijn, en biologische geneesmiddelen. In de nijverheid zullen petrochemie, metaal, bouw- en machinebouw versterkt worden. Qua telecommunicatie loopt de regio in het noordwesten voorop in kwaliteit en kwantiteit.</p>
<p>De autonome regio heeft nu 30.000 kaderleden uit de minderheden, zeven maal het aantal van voor het ontstaan. Ondertussen zijn duizenden moskees gebouwd en werd ook het &#8216;Ningxia Instituut voor de studie van de Islamitische Sutra&#8217; opgericht. De indruk is dat de sfeer tussen de Han, de Hui en andere minderheden tamelijk ontspannen is sedert de periode van de hervormingen. De voorzitter van de regio was meestal een Hui en omgekeerd was de secretaris van de partij meestal een Han. Een voorbeeld van autonomie is dat de Hui in Ningxia drie kinderen mogen hebben, terwijl de nationale politiek maar één kind voorschrijft. Typisch voor de binnenregio is dat ze op het gebied van buitenlandse betrekkingen gericht is op de landen uit het Midden-Oosten. Het Koeweitse Fonds voor de Arabische economische ontwikkeling heeft 86 miljoen dollar beloofd o.a voor de irrigatieprojecten, en de Islamitische Ontwikkelingsbank heeft reeds verschillende onderwijsprojecten gesponsord, zoals bijvoorbeeld 800.000 dollar voor de Tongxinschool waar het Arabisch aangeleerd wordt. Overigens was 95 % van de bevolking voor 1949 analfabeet en bestond er geen enkele hogeschool. Nu zijn er 6100 verschillende scholen met 1,3 miljoen leerlingen, vijf hogescholen met 11.000 studenten en wordt 90 % van de bevolking als geletterd beschouwd.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Xinjiang</span></strong></p>
<p>De autonome Oeigoerregio Xinjiang (&#8221;Nieuwe grens&#8221;) die één zesde van het Chinese grondgebied beslaat, ligt helemaal in het noordwesten. Slechts 40 % is geen woestijn. Daar leven 17 miljoen inwoners. Van de 10 miljoen minderheidsbevolking zijn er 7 miljoen Oeigoeren. De autonome regio, die de helft van China&#8217;s moslims huisvest, telt 29.000 moslimgeestelijken, 23.000 moskeeën en de laatste jaren gingen meer dan 30.000 Xinjianginwoners op bedevaart naar Mekka. Xinjiangs minderheden vormen een echte mozaiek: er zijn nomaden en niet-nomaden; hoewel Oeigoeren en Kazakken beiden moslims zijn, is er tussen beiden een groot onderscheid inzake de rol van de vrouw, huwelijk/scheiding, religie en geld. De Mongolen eten als Lama-aanhangers varkensvlees en worden door de moslims als onrein beschouwd; de Hui, die een zeer strikt zuivere en soms ascetische levensstijl praktiseren, nemen als chineessprekende moslims een tussenpositie in. Ze zijn wegens hun meertaligheid gegeerd in administratie en politie, wat door anderen dan weer als collaboratie met de &#8216;goddeloze Han&#8217; wordt beschouwd.</p>
<p>Ook in Xinjiang was er een grote instroom van de Han, niet in het minst na de aanleg van een spoorlijn naar Urumqi: in 1949 waren er nauwelijks 300.000 Han, nu zijn er een 6 miljoen waarvan 2,28 miljoen bij het &#8216;Xinjiang Productie- en Opbouwkorps gerekend kunnen worden. Dit is in oorsprong een defensiekorps dat als taak had de grenzen te bewaken en de economische opbouw te stimuleren. Ondertussen is dit een gigantische trust geworden waarvan de betekenis nauwelijks kan overschat worden. De plandoeleinden van het Korps worden zelfs opgenomen in het regionaal vijfjarenplan. Het Korps levert 43 % van de katoenproductie in de regio, een kwart van het graan en een derde van de suikerproductie; het heeft 725 ondernemingen, 96 miljoen mu landbouwland, 100 miljoen mu oases en 200 nieuw opgezette steden in de Gobiwoestijn. Behalve steden als Shiheze legde het Korps wegen en spoorwegen aan en 3200 irrigatiewerken. Dit jaar moet de landbouwproductie van het Korps 7 miljard yuan bedragen en de nijverheidsproductie 14,5 miljard. Het Korps, dat zelfs een eigen universiteit heeft, bestaat wel voor 80 % uit Han.</p>
<p>Toen Doak Barnet ook in 1948 aan Xinjiang een bezoek bracht, zag hij eveneens een erg achtergesteld gebied. Zelfs lucifers of duimspijkers moesten geïmporteerd worden. Helemaal anders was zijn indruk in 1988 toen hij Urumqi (dat vroeger Dihua werd genoemd; de naamsverandering is ook een toegift aan de minderheden) bezocht, dat van een afgelegen stoffige stad zonder geplaveide wegen en zonder gebouwen met verdiepingen naar een moderne stad was geëvolueerd. Van 1978 tot 1995 groeide het BRP vijf keer, wat een jaarlijkse aangroei van 12 % betekent. Opgesplitst per sector bedroeg dit percentage 7 % in de landbouw en 15 % in de nijverheid en de tertiaire sector. Van 1990 tot 1995 stegen de verkochte consumptiewaren jaarlijks met 20 %. Het inkomen van de boeren groeide van &#8216;90 tot &#8216;97 van 683 yuan tot 1500 yuan en het inkomen van de stedelingen schoot van 1355 yuan omhoog naar 4900 yuan.</p>
<p>In 1949 ging nog geen 20 % van de kinderen naar school en telde het gebied maar één hogeschool met 379 studenten. Tegen 1998 waren er 17 hogescholen, 1763 secundaire scholen en 6837 basisscholen. Er zijn tegenstrijdige cijfers over het aantal studenten uit de minderheden. Feit is dat bijvoorbeeld inspanningen gedaan worden om ook de kinderen van de 1,7 miljoen herders scholing te geven in mobiele scholen, die ondertussen 123.000 leerlingen tellen. In het parlement van de regio maken afgevaardigden van de minderheden 66 % uit van het geheel. De regio telt eveneens een 320.000 kaderleden uit de minderheidsgroepen. Ook hier blijven minderheden wel in de minderheid in de beslissingsorganen van de Communistische Partij.</p>
<p>Tijdens het achtste vijfjarenplan (1991-1995) investeerde de regio 66 miljard yuan in een 80-tal projecten, waarvan 56 miljard yuan van de staat kwam. Met het negende vijfjarenplan, dat dit jaar afloopt, is het de bedoeling dat Xinjiang de helft van China&#8217;s katoen produceert en een basis wordt op het gebied van petroleum, aardgas en petrochemische nijverheid. Deze laatsten worden de voornaamste groeipunten in de economie en de afgeleiden ervan (synthetische vezel, rubber e.a.) worden dan weer gelinkt aan textiel. De klemtoon ligt voorts op de ontwikkeling van lichte nijverheid op basis van landbouwproducten als suiker, tomaten en fruit. Dat veronderstelt op zijn beurt de bouw van infrastructuur in energie, transport, irrigatie &#8230; . Vorig jaar werd de 1446 km lange spoorweg van Turpan naar Kashgar ingehuldigd die Zuid-Xinjiang moet ontsluiten. De Oeigoeren, die dominant zijn in Kashgar, vrezen echter dat er met de nieuwe spoorlijn ook een influx zal komen van Hanbevolking. Dit jaar is het &#8216;Xinjiang Productie- en Opbouwkorps&#8217; begonnen met een grootschalig irrigatieproject dat 2,8 miljard yuan zal kosten: het moet 100.000 ha meer geïrrigeerde grond opleveren, en er zullen waterfaciliteiten gebouwd worden op 266.000 ha. Dit alles zal ten goede komen aan 100 staatslandbouwbedrijven. Voor Abdulahat Abdurixit, voorzitter van de autonome regio, is de grootste verworvenheid het feit dat 5 miljoen personen voor hun drinkwater niet langer aangewezen zijn op onhygiënische waterputten. Stippen we nog aan dat radio en televisie volgens het negende vijfjarenplan respectievelijk 80 en 85 % van de bevolking moet bereiken. Shanghai-Bell heeft ondertussen het contract gewonnen om in Xinjiang meer dan één miljoen analoge telefoons te upgraden. Het contract is zonder voorgaande qua oppervlakte, investerings- en werkvolume.</p>
<p>Ondertussen werden de krachtlijnen bekend van het tiende vijfjarenplan, dat de lijn van het negende doortrekt: 100 miljard zal geïnvesteerd worden in een 70-tal projecten en daarmee wordt een jaarlijkse groei van 10 % beoogd. Xinjiang wil de belangrijkste basis worden van alles rond katoen, de grootste productiebasis van petroleum en aardgas en een van de belangrijkste inzake graan, fruit, suiker en vleesproducten. Nieuw zijn de 6 leefmilieuprojecten: de plannen willen o.m. de Tarimrivier (de langste binnenrivier) temmen en de verwoestijning van het Tarimbekken tegengaan, bossen beschermen, bepaalde akkerlanden terug tot bossen en weiden maken en de luchtkwaliteit in Urumqi verbeteren. Toerisme wordt de volgende jaren een belangrijke industrie.</p>
<p>De laatste jaren zijn in dit etnisch kruitvat wel aanslagen gepleegd met dodelijke afloop door Oeigoerse separatisten. De daders werden ondertussen berecht en/of terechtgesteld. China smoort haarden van etnische onrust in de kiem, want gevreesd wordt dat dit anders tot Joegoslavische toestanden zou kunnen leiden. De Chinezen willen integendeel aan de omliggende GOS-republieken bewijzen dat de samenleving van Oeigoeren, Kazakken, Kirgiezen, Tadjieken, &#8230; in Xinjiang als een model kan gelden, ook voor deze republieken. Sommigen onder deze minderheden hebben echter het gevoel dat zij minder profiteren van de vooruitgang dan de Han. Toch kan hierbij opgemerkt worden dat er in de andere provincies ook nog een kloof bestaat tussen de rijkere bevolking in de steden en de armere op het platteland.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Tibets geschiedenis</span></strong></p>
<p><strong> </strong>China&#8217;s autonome regio waar in het westen het meest anti-Chinese reclame over gemaakt wordt, is Tibet. Het ligt in het zuidwestelijk gedeelte van het land op een hoogte van meer dan 4000 meter en telt één achtste van &#8217;s lands oppervlakte, Tibetaanse gedeelten in andere provincies niet inbegrepen. Van de 4,5 miljoen Tibetanen leven er 2,1 miljoen in de regio. De provincies Sichuan en Qinghai herbergen ook beiden rond één miljoen Tibetanen in autonome gebieden. In tempore non suspectu zei de Indiase eerste minister Nehru op 15 mei 1954: &#8220;Ik heb niet de indruk dat de soevereiniteit van China in Tibet ooit door welke buitenlandse staat dan ook in twijfel is getrokken in de loop van de voorbije eeuwen&#8221;. Tibet werd vrijwillig een deel van China onder de Mongoolse Yuandynastie (1270-1370). Sedertdien benoemde de centrale regering de Tibetaanse leiders en officiëlen, deelde ze de regio administratief in en stuurde ze het Chinese leger tegen buitenlandse invallers. Ook hieven de Chinezen taksen en deden ze volkstellingen. De Qingdynastie vaardigde in 1793 een gedetailleerd reglement uit over het bestuur van Tibet, waarin ook de manier aan bod kwam tot de erkenning van de reïncarnaties van de Dalai Lama en de Panchen Lama. Die diende te geschieden door middel van lottrekking in een gouden urne, waarna de keizer definitief bevestigde.</p>
<p>Bij het ontstaan van de republiek werd in 1913 door het parlement een wet gestemd over de verkiezing van zijn Tibetaanse leden. Ook wanneer de Kuomintang een partijcongres hield, waren er Tibetanen aanwezig, tot in het Centraal Comité. Voor het bestuur van Mongolië en Tibet werd een aparte commissie in het leven geroepen met gezanten in de betrokken gebieden. Toen de Kashag, de Tibetaanse lokale regering, in 1942 besliste de Chinese commissaris te doen onderhandelen met het zgn. &#8216;Bureau voor buitenlandse zaken&#8217;, werd de Kashag vlug door Nanjing tot de orde geroepen. In het begin van deze eeuw poogde het Brits imperialisme onrust te stoken in Tibet tegen de Chinezen, een taak van ondermijning die in de jaren &#8216;50 zou overgenomen worden door het Amerikaans imperialisme. Dit zou zeker niet verminderen met de proclamatie van de Volksrepubliek op 1 oktober 1949.</p>
<p>De Panchen Lama (in religieuze zaken de meerdere van de Dalai Lama) stuurde op 30 januari 1950 een telegram naar de regering om troepen te sturen naar Lhasa, stipulerende dat de autoriteiten in Lhasa probeerden de integriteit van het land te saboteren. Van juli tot september 1950 weigerde de lokale regering onder invloed van buitenlandse raadgevers om te onderhandelen met de Chinezen. Het toppunt van ant-Chinese agitatie werd op 22 augustus bereikt wanneer de religieuze en patriottische leider Geda in Qamdo door Britse agenten werd vergiftigd omdat hij een compromis voorstond tussen Lhasa en Beijing. Mao stuurde op 23 augustus een telegram dat, indien Qamdo kon ingenomen worden tegen oktober, dit de Tibetanen wel tot onderhandelingen zou dwingen. De inname van Qamdo volgde in oktober en de aanvoerder van de Tibetaanse troepen, Ngapoi Ngawang Jigmei, werd gevangengenomen en later vrijgelaten samen met 5000 andere gevangenen. De man die zich nadien langs de kant van de Chinezen schaarde, zou verder de meest cruciale rol spelen in Tibets geschiedenis. Wat Mao voorspeld had, gebeurde. De Dalai Lama zond een onderhandelingsteam naar Beijing en op 23 mei 1951 werd na 20 dagen onderhandelen (een lange tijd voor het bereiken van een akkoord &#8220;onder druk&#8221;, zoals de Dalai Lamagroep nu beweert) het zgn. 17-puntenakkoord afgesloten, dat toen door de 16-jarige Dalai Lama werd gesteund. Deze overeenkomst erkende Tibet als een deel van China ook qua defensie, garandeerde regionale autonomie en er werd overeengekomen geen druk uit te oefenen op de lokale regering inzake de hervorming van het feodale systeem. De 5 % officiëlen, nobelen en religieuzen bezat immers 95 % van de rijkdommen, terwijl de andere 95 % van de bevolking in doffe ellende leefde. De eigenaars van de 60 %lijfeigenen konden vrijelijk beschikken over het doen en laten van hun slaven. Deze hadden schulden die soms tot 3 generaties teruggingen. De helft van de bevolking kon zich geen boter veroorloven. De gemiddelde leeftijd bedroeg 35 jaar en van de 37.000 inwoners van Lhasa waren er 5000 bedelaars, soms levende skeletten. Deze leefden in wegterende krotten en wedijverden met zwerfhonden om wat vieze etensresten. Niet bepaald wat je het verloren paradijs zou noemen.</p>
<p>Het Chinees leger trad Tibet binnen in een gebied waar, in tegenstelling tot in Xinjiang, nauwelijks Han aanwezig waren. Bewust dat de ondertekening van het akkoord maar door een gedeelte van de Tibetaanse toplui aanvaard werd, probeerden de Chinezen zowel het volk als de bovenlaag voor zich te winnen door het bouwen van wegen (voordien had Tibet maar 10 km wegen), scholen (buiten de kloosters waren er maar een paar scholen), organisatie van ziekenzorg (er waren maar 3 ziekenhuizen) &#8230; . De redenering was dat naarmate de tijd vorderde de weldoende Chinezen aan populariteit zouden winnen en het uitbuitingsregime zich onpopulair zou maken. Immers, Tibetanen die meehielpen aan het bouwen van de wegen kregen een loon, een ongehoord fenomeen voor de lijfeigenen. In Tibet werd niet aan het lokale leger, noch aan het feodale regime en de godsdienstprivileges geraakt, dit in tegenstelling tot de Tibetaanse gebieden in de andere provincies waar wel democratische hervormingen werden doorgevoerd. Geprivilegieerden wiens belangen daar aangetast werden, keerden opgewonden naar Lhasa terug waar horrorverhalen werden verkondigd over de gewelddadige Chinezen die zich zouden vergrijpen aan de Tibetaanse sacraliteit. Toen de gemoederen het verhitst waren, brak de opstand tegen de Chinezen uit met het verscheuren van het 17-puntenakkoord en het uitroepen van de onafhankelijkheid. Het Chinees leger bedwong in twee dagen de opstand, die reeds in 1952 door Mao was voorspeld. Nadien werd de Tibetaanse regering ontbonden en werden ook in Tibet zelf de democratische hervormingen doorgevoerd: grond van de adel en kloosters werd verdeeld onder de voormalige lijfeigenen. Schulden van voor 1958 werden kwijtgescholden. De eigenaars die niet aan de rebellie hadden deelgenomen, konden 20 % van hun landbouwproducten houden, en 2085 personen kregen een schadeloosstelling voor een bedrag van 45 miljoen yuan. De honderdduizenden lijfeigenen veranderden van werktuigen die konden praten in mensen. Van mensenrechten gesproken.</p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Tibets verwezenlijkingen</span></strong></p>
<p><strong> </strong>Wat hebben enkele decennia socialisme in Tibet verwezenlijkt? Vooreerst nam de bevolking toe van 1 tot 2,4 miljoen, niettegenstaande de Dalai Lama- aanhangers beweren dat 1,2 miljoen Tibetanen gedood zouden zijn door de Chinezen, waarvan 470.000 in de autonome regio. De gemiddelde levensduur steeg van 36 tot 65 jaar. De instroom van Hanbevolking was duidelijk minder dan in Xinjiang en Mongolië, omdat de Han niet blijvend kunnen leven op grote hoogte. Volgens officiële cijfers zijn er maar 5 % Han, maar deze cijfers bevatten niet de soldaten, de tijdelijken en niet-geregistreerden. Vooral in grote steden als Lhasa maakt de Hanbevolking een groot deel uit in bepaalde wijken.</p>
<p>In 1952 leverde de 163.000 ha landbouwgrond 150.000 ton graan op en waren er 10 miljoen stuks vee. Tegen 1980 verhoogde de landbouwgrond tot 226.000 ha, de graanoogst tot 505.000 ton (in 1997 820.000 ton), en waren er 23 miljoen stuks vee. Elke Tibetaan beschikt nu over 372 kg graan per jaar: hoewel de bevolking meer dan verdubbelde, is dit drie keer meer dan in de vroege jaren &#8216;50. Het BRP steeg van 1978 tot 1997 jaarlijks met 8,7 % en met 13 % de laatste vijf jaar. De nijverheid groeide van nagenoeg niets tot 1365 miljard yuan en dit in sectoren als energie, mijnbouw, ledernijverheid, wolspinnen, voeding, drukkerij &#8230; . Toch is het aandeel van de landbouwsector nog te hoog met 46 % van de tewerkgestelden in 1994, terwijl in de nijverheid nu nog steeds nauwelijks 50.000 personen werken. Wat geproduceerd werd per hoofd bedroeg maar 66 % van het doorsnee Chinees gemiddelde. In 1998 verdienden boeren en herders gemiddeld 1158 yuan en de stadsbewoners 5438 yuan. Van de 480.000 arme Tibetanen hebben 380.000 nu genoeg voedsel. In 1996 werden per 100 gezinnen 88 kleuren-TV&#8217;s geteld, 6 zwart-wit-TV&#8217;s, 50 koelkasten, 9 motoren, 6 tractoren, 12 paardenkarren en 222 fietsen.</p>
<p>In de gezondheidszorg zijn nu 14 instellingen gespecialiseerd in de Tibetaanse geneeskunde en 60 gewone ziekenhuizen op kantonniveau. De 1324 medische instellingen tellen 6246 bedden en 11.000 personen medisch personeel en gezondheidspersoneel, zij het nog niet aan het gewenste niveau. Kwatongen beweren dat wie in China niet goed is voor geneeskunde of onderwijs, het nog kan maken in Tibet. In de landbouw- en herdersgebieden is de gezondheidszorg gratis. Tibet heeft gedecreteerd dat een werkweek maar 35 uur duurt, vijf uur minder dan het nationale aantal. Drieëntwintig dagbladen en tijdschriften worden uitgegeven in het Tibetaans. De regio heeft 2 radio- en 2 TV-stations. Een filmnetwerk met 650 lokale eenheden toont gratis films in landbouw- en herdersgebieden. Er zijn momenteel 1781 boeddhistische kloosters (wat 300 meer is dan in 1951) met 46.300 monniken en nonnen. Dit aantal is groter dan het aantal leerlingen in de secundaire scholen, een fenomeen dat de Chinezen niet graag zien en proberen in te perken. Ook pogen zij de plundering van de heiligdommen in de jaren &#8216;50 en &#8216;60 goed te maken door een renovatie van de waardevolle monumenten en dit met het ter beschikking stellen van honderden kilo&#8217;s goud en zilver, dit alles voor 300 miljoen yuan sedert &#8216;78.</p>
<p>De nationale regering besliste in 1984 om 43 projecten te bouwen voor Tibet en tien jaar later kwamen daar nog 62 andere bij met een prijskaartje van 3,6 miljard yuan. Naast de nationale regering hielpen in de jaren &#8216;90 ook 15 andere provincies  en steden met meer dan 2000 projecten voor een investering van 2,4 miljard yuan. Geschat wordt dat de nationale regering van de vroege jaren&#8217;50 tot 1997 40 miljard ter beschikking stelde, naast het toekennen van 6,74 miljoen ton aan grondstoffen. Anderzijds zouden de Chinezen nogal roofbouw gepleegd hebben op Tibets bossen en hout, maar ook qua leefmilieu is in Tibet een inhaalbeweging bezig. Ondertussen kent Tibet een moderne infrastructuur met 22.400 km wegen, elektriciteitsstations, 14.000 irrigatiekanalen, 400 dorpswaterkrachtcentrales,  moderne telecommunicatie, vlieglijnen, maar nog geen spoorweg. In de jaren &#8216;50 hebben meer dan 100.000 soldaten en burgers met primitieve middelen de autowegen doorheen de bergen aangelegd en bij de bouw van de autoweg Sichuan-Tibet lieten 3000 er het leven, niet in het minst door sabotage van lokale nobiljons die vreesden dat de aanleg van de weg hun privileges dreigde aan te tasten.</p>
<p>Tibet heeft 42.000 kaderleden uit de minderheden of 70 % van de kaderleden in de regio. In het regionale parlement is 70 % van de hoogste functies in handen van de minderheden en deze maken meer dan 90 % uit op kanton- en townshipniveau en in het gerecht. In het Permanent Comité van het Volkscongres zijn 15 % religieus en bij de vicevoorzitters 28 %. De Communistische Partij wordt nog altijd geleid door een Han.</p>
<p>Samengevat hebben de minderheidsgebieden zonder meer een merkwaardige economische opgang gemaakt vanuit het quasi niets tot het moderne tijdperk. Van &#8216;78 tot &#8216;98  steeg hun globale productie van 367.700 miljoen yuan naar 8.522.700 miljoen. Ze maken zich klaar op het programma dat de afgelegen westerse gebieden wil promoten, wat in een voorbereidingsstadium zit. Klaar voor de hoge vlucht? Tibet kan onder meer best nog een stoot gebruiken om het gat met de overige provincies dicht te rijden. De gouverneur van Xinjiang van zijn kant zegt nu al dat zijn agenda volgeboekt is door delegaties die in het noordwesten willen investeren. Het zweet en bloed dat het Korps daar heeft gelaten, is dus niet voor niets geweest.</p>
<p>(01/11/2000)</p>
<p><strong>Selecte Bibliografie</strong></p>
<p>Article on Nationality Work Over 20 Years, FBIS‑CHI‑99‑020, Renmin Ribao  30 Dec 98</p>
<p>Text of White Paper on Minorities Policy,FBIS‑CHI‑1999‑0927, Xinhua 27 Sep 99</p>
<p>New Progress in Human Rights in China&#8217;s Tibet Autonomous Region,&#8221; FBIS‑CHI‑98‑055, Xinhua in English , 24 Feb 98</p>
<p>Ningxia Leaders on Economy, Stability,FBIS‑CHI‑98‑079, Xinhua ,  13 Mar 98</p>
<p>Ningxia Leader on Development of Region, FBIS‑CHI‑98‑204, Renmin Ribao , 8 Jul 98</p>
<p>Xinjiang Five‑Year Plan, Long‑Term Target, FBIS‑CHI‑96‑118, XINJIANG RIBAO, 9 Apr 96</p>
<p>Forty years of progress in Tibet,  17/07/99,  China Daily</p>
<p>Inside Story of CIA&#8217;s Black Hands in Tibet (I),<strong> </strong>jpoplar@my‑dejanews.com, 26 Jul 1998 , talk.politics.tibet</p>
<p>CHARLES HUTZLER , From corps to corp., Chinese paramilitary seeks money to grow, AP Online, 19 Dec 1998.</p>
<p>Major Projects Said Beneficial to Tibet, FBIS‑CHI‑98‑219, Beijing Review, 27 Jul‑2 Aug 98</p>
<p>Report on Ethnic Minority Economic Success, FBIS‑CHI‑98‑001, Xinhua 24 Dec 97</p>
<p>On CPC Report, Nationality Autonomy System, FBIS‑CHI‑98‑050,Renmin Ribao,  22 Jan 98</p>
<p>Zou Jiahua Speech on Inner Mongolia, FBIS‑CHI‑97‑203, Xinhua ,19 Jul 97</p>
<p>Article by Zhuang CPC Secretary, FBIS‑CHI‑99‑006, Renmin Ribao , 11 Dec 98 p. 3</p>
<p>Tibet Five‑Year Plan, Long‑Term Target,  FBIS‑CHI‑96‑151, XIZANG RIBAO, 7 Jun 96 pp</p>
<p>INTERNATIONAL OUTLOOK Intervention Gone Sour: The CIA&#8217;s Tibet File, World Tibet Network News, June 16, 1999</p>
<p>Ma Yin, Questions and Answers about China&#8217;s national Minorities, New World Press, Beijing, 1985</p>
<p>Jean Golfin, La Chine et ses populations, Ed.Complexe, Bruxelles, 1982</p>
<p>A.D. Barnett, China&#8217;s Far West, Four Decades of Change, Westview, San Francisco, 1993</p>
<p>CCTV-video <a href="http://www.cctv.com/program/travelogue/01/03/06/index.shtml">over de minderheden</a></p>
<p><img class="size-full wp-image-986" title="zhuang3" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/zhuang3.jpg" alt="Zhuang meisje" width="123" height="123" /></p>
<div class="mceTemp">
<dl id="attachment_986" class="wp-caption alignright" style="width: 133px;">
<dd class="wp-caption-dd">Zhuang meisje</dd>
</dl>
</div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/de-autonomie-van-de-nationale-minderheden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Chinees migrantenprobleem wordt prangend</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-migrantenprobleem-wordt-prangend/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-migrantenprobleem-wordt-prangend/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Apr 2009 18:08:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[migranten]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=143</guid>
		<description><![CDATA[ 
 
 China zit met een overschot van 120 miljoen boeren die hun lapje grond verlaten en hun geluk in de stad gaan zoeken. Daar doen ze het vuile werk en zijn in grote steden nauwelijks nog weg te denken. Toch belasten ze de stedelijke infrastructuur en zorgen voor tal van problemen inzake onderwijs, gezinsplanning, vervoer&#8230;Het werd [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><span style="color: black;"> </span></div>
<div><span style="color: black;"><span style="font-family: Arial; font-size: x-small;"> </span></span></div>
<p> <span style="color: black;"><span style="font-family: Arial; font-size: x-small;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red; mso-bidi-font-style: italic;"><img class="alignleft size-medium wp-image-719" title="migrant" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/migrant-300x199.jpg" alt="migrant" width="300" height="199" /></span></strong></span></span><strong><span style="color: #ff0000;">China zit met een overschot van 120 miljoen boeren die hun lapje grond verlaten en hun geluk in de stad gaan zoeken. Daar doen ze het vuile werk en zijn in grote steden nauwelijks nog weg te denken. Toch belasten ze de stedelijke infrastructuur en zorgen voor tal van problemen inzake onderwijs, gezinsplanning, vervoer&#8230;Het werd dringend om een systeem op te zetten zodat het probleem van deze vlottende bevolking echt kan aangepakt.</span></strong></p>
<p> </p>
<p><span style="color: #ff0000;"><strong> </strong></span><strong> </strong>           Van 1952 tot 1988 rees de landbouwbevolking in China van 500 tot 900 miljoen waarbij de arbeidskrachten er toenamen van 170 tot 400 miljoen. 70 pct. van de Chinese bevolking woont immers nog altijd op het platteland. Het landbouwareaal daalde tezelfdertijd lichtjes zodat in de provincie Sichuan bijvoorbeeld nauwelijks nog 0,9 mu landbouwoppervlakte is per hoofd. . Wat 10 boeren in het verleden deden, kan bovendien nu door de mechanisering gedaan worden door 4 personen. De rurale ondernemingen konden wel 90 miljoen personen tewerk stellen, maar momenteel zijn er  van de 440 miljoen arbeidskrachten op het platteland er 120 miljoen “overtallig”. Tegen het einde van de eeuw wordt verwacht dat dit aantal kan oplopen tot 200 miljoen en de overheid is maar in staat nieuw werk te scheppen voor een 70 miljoen</p>
<p>De overtallige boeren zoeken hun heil in een trek naar de stad. Als ze van Hunan naar Guangdong emigreren, kunnen ze er driemaal zoveel verdienen dan in hun plaats van oorsprong. De steden trekken ook massaal migranten aan. In Peking is één op drie migrant. Shanghai zag zijn niet-stedelingen verdubbelen op 10 jaar tijd tot 3,3 miljoen nu. In Guangzhou met 5,5 miljoen is de verhouding ook reeds één op drie&#8230;In Shenzhen waar de toenamegraad van ‘79 tot ‘94 7,6 % per jaar bedroeg, vertegenwoordigen de niet-stedelingen de helft van de arbeidskrachten wat eveneens het geval is met Zhuhai&#8230;</p>
<p>            De migranten die er hun geluk komen zoeken vallen echter tussen wal en schip. Door hun tijdelijke registratie zijn ze geen boeren meer, maar anderzijds kunnen ze geen gebruik maken van de voordelen van een permanent stedelijke inschrijving. Ze doen het werk wat de stedelingen niet meer willen doen en de veralgemeende discriminatie zorgt voor negatieve fenomenen waarvan de criminaliteitsgraad het meest zichtbaar is. In Shanghai wordt 70 à 80 pct. van de criminaliteit toegeschreven aan de migranten terwijl dit in Guangdong ook 80 pct. beloopt.  Niet te verwonderen dat de overheid die in het verleden weinig aandacht schonk aan het fenomeen, nu probeert de problemen uit te klaren en te verhelpen.</p>
<p> </p>
<p><strong>V<span style="color: #ff0000;">uile werk</span></strong></p>
<p> </p>
<p>            In het verleden was het nogal eenvoudig: je had ofwel de status van stedeling of deze van niet-stedeling. Deze scherpe afbakening zorgde er voor dat er geen massale vlucht van het platteland naar de stad plaats greep.  Met de hervormingspolitiek werd de strakke scheiding iets losser. Sommige boeren hielden een lapje grond als verzekering en buiten het oogstseizoen gingen ze werken in de stad. De boom in de ontwikkelings- en speciale zones trok nog meer volk aan. De vlottende bevolking bestaat immers voor 70 pct. uit mannen, meestal van jonge of middelbare leeftijd,  2/3 hebben enkel lager of lager middelbaar onderwijs achter de rug en zoeken werk in nijverheid, bouw, handel of diensten. Van deze vlottende bevolking migreert er een derde binnen hetzelfde kanton, één derde binnen dezelfde provincie en één derde is transregionaal. Het is daarbij goed voor ogen te houden dat op het platteland van de 440 miljoen arbeidskrachten er 330 miljoen actief zijn in de primaire industrie (land- en bosbouw, fokken en vissen); 54 miljoen in de secundaire sector (nijverheid en bouw) en 55 mjn in de tertiaire sector (transport, handel, catering..). Hoewel er dus landbouwkrachten opgeslorpt worden door de secundaire en tertiaire sector is dit sterk onvoldoende om alle “overtalligen” te werk te stellen.</p>
<p>            In Peking en Shanghai staat de vlottende bevolking van het platteland in voor het kweken van groenten, de verdeling van groenten die van buiten de stad komen alsook de kleinhandel ervan. Het maken van kledij, babysitting, kleine herstellingen, maken en verkopen van kleine artikels, restaurant, leefmilieu en bewakingsdiensten in ziekenhuizen en andere instellingen zijn allen afhankelijk van de vlotters. In Peking zijn 300.000 niet-stedelingen betrokken in de bouw. Van 10 kwaliteitsprojecten in de sector die recentelijk aangevat werden zijn er 8 op het actief te schrijven van boeren uit Henans Lin-kanton. Het project voor de Aziatische spelen in Peking en de snelweg naar de luchthaven zou niet mogelijk geweest zijn zonder de migranten evenmin als de 3 Klovenstuwdam en de ontwikkeling van de Parelrivierdelta in Guangdong. Waar er ook bouw- of ontwikkelingsprojecten zijn, werken boeren: dit is zowel bij de bouw van snelwegen en bruggen, bij het optrekken van torengebouwen of ontwikkelingszones. In de speciale economische zone Pudong te Shanghai zijn er 300.000 migranten waarvan 200.000 geregistreerd (wat vergeleken met andere nog veel is). 45% werken in de bouw en 27 pct. in de nijverheid. 60 pct. zijn onder de 35 jaar. De helft komt op aanwijzing van vrienden of familie, 15 pct. zijn aangetrokken door de eenheid waarin ze tewerkgesteld zijn en 12 pct. door de lokale overheid. 42 pct. is van plan geld te verdienen en terug te keren naar huis, terwijl 12 pct. vast van plan zijn te blijven. 80 pct. doet handenarbeid en 20 pct. geestesarbeid. Vuil en hard werk is de regel. Ze zijn echter ook te vinden bij de haarkappers en schoenlappers.</p>
<p>            Volgens het ministerie van landbouw maken de migranten in het gehele land 60 pct. uit van de arbeiders in lokale stedelijke ondernemingen. In Wuxi zijn één of vier van de jobs ingenomen door de niet-stedelingen terwijl de stad Baoan met zijn 1,2 miljoen inwoners 1,1 mjn niet-stedelijken tewerkstelt. Niettegenstaande de grote omvang van het fenomeen blijkt toch dat het een mobiele bevolking blijft. Volgens een enquête in de provincie Jilin blijft 24 pct. van de migranten maar één maand in de stad; 35 pct. leeft er van één tot 12 maand en 40 pct. blijft er langer dan één jaar. Gezien 60 pct. minder dan één jaar blijft, mag toch gesproken van een bevolking die aan een frequente wissel onderhevig is.</p>
<p> </p>
<p><strong><span style="color: #ff0000;">Problemen</span></strong></p>
<p> </p>
<p>            Deze aanwezigheid zorgt echter wel voor problemen. Wat de tewerkstelling aangaat, zijn er zoals aangestipt meer dan 100 miljoen migranten, maar ook in de steden zelf bestaat er een overtal aan 30 miljoen arbeidskrachten.  Hun aanwezigheid stelt de stedelijke infrastructuur zwaar op de proef. Aangenomen kan worden dat ze in penibele omstandigheden gehuisvest worden. Het openbaar vervoer geraakt nog meer belast dan het al is en hetzelfde kan gezegd van de watervoorziening. Inzake de gezinsplanning hebben 40 pct. van de migrantengezinnen meer dan 2 kinderen. Het ministerie vond zo één miljoen niet-geregistreerde kinderen in China. In Peking hebben de migranten 200.000 kinderen. In China komt het inrichten en bekostigen van onderwijs toe aan de lokale overheid. Sommige scholen maken misbruik van de situatie om hoge kosten te vragen voor leerlingen die studeren op een tijdelijke basis. In feite zijn er geen regels voor onderwijs van migrantenkinderen. De facto zijn bepaalde kinderen verplicht af te haken omdat hun ouders het niet kunnen betalen. De lokale overheid van oorsprong zegt “die bevolking bevindt zich hier niet meer, wij hoeven er ons dus niet over druk te maken” terwijl de lokale overheid van bestemming zegt “die zijn hier slechts tijdelijk, laten we ons eerst bekommeren over onze eigen bevolking”. In het beste geval wordt een substandaard-onderwijs voorzien. In Shenzhen worden 10.000 leerlingen opgevangen in “hutscholen”. Op andere plaatsen zijn scholen voor migrantenkinderen soms open en gaan dan weer dicht. Vaak hangen deze kinderen rond op straat. Hoewel enkele lokaliteiten reeds beginnen regulerend op te treden, is het probleem verre van opgelost gezien het grote aantal.</p>
<p>Last but not least is er het probleem van de sociale zekerheid. Gezien ze nauwelijks beschermd zijn, wordt gesjoemeld met hun loonvoorwaarden. Er wordt gesproken van mishandeling en zelfs van kinderarbeid. Men kan stellen dat de sociale zekerheid van tientallen miljoenen migranten nauwelijks behartigd wordt.</p>
<p>            Voorts is het helemaal onduidelijk wie er precies verantwoordelijk is voor de niet-stedelingen. Bij een onderzoek van het Shanghais blad “Shehui (Maatschappij)” bleek dat in Nanjing de betrokken overheidsorganen zoals de districtsraden, de politie, het Bureau voor Handel en Nijverheid als het Arbeidsbureau de hete aardappel naar elkaar doorschuiven. De districten rapporteerden 50.000 externe werkers terwijl het cijfer veel hoger bedraagt. Hetzelfde blad deed een kleine steekproef en kwam tot de vaststelling van de 100 bevraagde werkers er 30 geregistreerd waren. Dit heeft banaal met geld te maken. Er is een stedelijke taks op elke geregistreerde migrant en deze geldsom moet reglementair voor één derde worden gedragen door het district en de stad en voor 40 pct. door de provincie waar de migrant vandaan komt. De facto verbergt elke ondergeschikte overheid zijn cijfers tegenover de hogere overheid uit vrees de belasting te zullen moeten betalen. Velen in de administratie zitten overigens nog met het oud idee van ofwel stad- ofwel landelijke registratie en onderkennen niet dat de vlottende bevolking een structureel gegeven is.</p>
<p> </p>
<p><strong>O<span style="color: #ff0000;">orzaken</span></strong></p>
<p> </p>
<p>            Wat zijn de structurele oorzaken van het probleem? Vooreerst is er het blote feit dat 70 pct. van de bevolking in China nog boeren zijn, terwijl dit in onze contreien nauwelijks nog 5 pct. bedraagt. Voorts bedraagt de gemiddelde verbouwde oppervlakte 1,2 mu per hoofd en komen er jaarlijks 10 miljoen nieuwe boeren bij. Bovendien maakt de tertiaire sector die erg arbeidsopslorpend kan zijn, maar 11,5 pct. uit van de tewerkstelling in de rurale gebieden. Overigens is de tertiaire sector in geheel het land onvoldoende ontwikkeld want hij beloopt maar 27 pct. van de verschillende sectoren terwijl dit in de ontwikkelde landen een 40 pct. beloopt. Overigens valt er in de landbouw niet veel te verdienen. Behalve het allerlaatste jaar groeiden de lonen in de steden sneller dan de inkomens ten lande. Momenteel wordt in de rurale gebieden veel hoop gesteld op de lokale rurale ondernemingen, maar vraag is of de spectaculaire aangroei van deze categorie kan blijven duren. Voorts is de verstedelijkingsgraad in China traditioneel laag. Terwijl dit in de ontwikkelde landen 80 pct. bedraagt, bedraagt het percentage in China maar 26 pct. zodat overbelasting er zich makkelijker voordoet dan in landen met een breed stedelijk spectrum..</p>
<p>            Het overschakelen naar een marktsysteem heeft ontegensprekelijk ook de groei van het fenomeen bevorderd. De diversificatie van de eigendomsstructuur en de ontwikkeling van de zelfstandigen en privésector hebben de marktfactoren een impuls gegeven zoals ook de arbeidskrachten die via markten werden aangetrokken. Anderzijds zijn meer en meer ondernemingen hun producten gaan verkopen via de markt wat ook meer verkoopslui veronderstelt. Voor de stedelingen was er in het verleden een gerantsoeneerde bedeling van graan- en voedselbonnen. Voor personen die niet permanent in de stad verbleven, was het uiterst moeilijk of een job te krijgen of toegang te hebben tot het onderwijs. Gezien goederen en diensten via geld op de markt aangekocht worden, kregen ook de vlotters toegang tot dezen.</p>
<p>.</p>
<p><strong>R<span style="color: #ff0000;">emedies</span></strong></p>
<p> </p>
<p>            Vicepremier Wu Bangguo zei in een interview met het blad “Liaowang” terecht dat het beheer van de vlottende bevolking een harde, gecompliceerde en lange-termijn opdracht is die verschillende facetten raakt zoals burgerlijke stand, arbeid, politie, handel- en nijverheid, geboortekontrole..zodat het niet door één departement kan afgehandeld. Zowel diverse organen van de plaats van oorsprong als van de plaats van bestemming zullen de samenwerking moeten opvoeren. De fundamentele oplossing bestaat voor hem dat de landbouw in zijn diverse facetten allesomvattend ontwikkeld wordt, dat het bouwen van kleine steden op basis van rurale nijverheid versneld wordt zodat het opslorpen van overtalligen lokaal blijft. Van de andere kant, terwijl het basiswerk in de landbouwgebieden opgevoerd wordt, is het nodig de migranten ordentelijk te kanaliseren, te gidsen, op te voeden en van de nodige administratieve formaliteiten en sociale opvang te voorzien.</p>
<p>           Concreet betekent dit dat in de eerste plaats het boeren zelf terug aantrekkelijk gemaakt wordt en dat er opnieuw substantieel wordt in geïnvesteerd. Enquêtes tonen aan dat als de boer geen 1500 à 2000 yuan verdient per jaar, ze naar de stad vertrekken omdat ze er meer kunnen verdienen als straatventer.</p>
<p>Voorts kan de surplus bevolking worden aangewend tot het maken van noodzakelijke infrastructuurwerken op het platteland. Staatssecretaris Chen Junsheng haalt het voorbeeld aan van het kanton Linxian in de provincie Henan waar 100.000 overtallige werkers een kanaal graafden wat allerlei rurale nijverheden deed ontstaan. Van officiële zijde wordt heftig de stelling bestreden als zou de uitweg voor de migranten een trek naar de grote steden zijn. Integendeel zegt Chen Junsheng” De belangrijkste uitweg ligt in de opslorping op het platteland”. Daarbij haalt hij het voorbeeld van de provincie Liaoning aan die -hoewel een nijverheidsprovincie- zijn reservoir aan werkkrachten gebruikte om de landbouw te verbeteren zodat de provincie van een graanimporteur tot graanexporteur werd. Van een landbouwlichtgewicht werd in de provincie het belang van nijverheid en landbouw ongeveer gelijk. Welnu China heeft nog 500 miljoen mu onverbouwde grond die voor cultuur in aanmerking komt en daarnaast nog 1,1 miljard mu die geschikt zijn voor boomkweek. Als objectief wordt de cultivering nagestreefd van 50 tot 100 miljoen mu de komende 8 tot 10 jaar.</p>
<p>           Vanzelfsprekend is het ontwikkelen van de rurale nijverheden ook een piste voor het tewerkstellen van de vlottende bevolking. Er zijn reeds meer dan 120 miljoen personen in tewerkgesteld, zij het voornamelijk in de kustgebieden.  In de toekomst is er nog een groot potentieel voor het scheppen van rurale nijverheid in het centraal gedeelte van het land en in het minder ontwikkeld westen. Dit kan gekoppeld worden aan een beleid voor het opzetten van kleine steden. Momenteel zijn er 19.000 kleine steden in China en de afgelopen 15 jaar slorpten ze 30 miljoen rurale werkers op wat 30% uitmaakt van de migranten. .In Zuid-Jiangsu werden boeren gemobiliseerd om op eigen kracht kleine steden te bouwen en deze hebben de overtallige boeren volledig kunnen tewerkstellen. Vooral in de secundaire en meer bepaald in de tertiaire sector speelden ze een belangrijke rol in de ontwikkeling van de kleine steden.  De tertiaire sector in de steden heeft bijwijlen geen werkers voor bepaalde jobs en vele segmenten ervan zijn arbeidsintensief: bijvoorbeeld restaurants, catering en huishoudelijke sociale taken hebben veel volk nodig en hebben een groot tewerkstellingspotentieel.</p>
<p>            Om concreet de vloed van migranten ordelijk te laten verlopen heeft het ministerie voorlopige regels opgesteld voor het beheer van de migrantenwerkgelegenheid doorheen de provinciale grenzen. Het bevat bepalingen voor werkgevers die rekruteren in andere provincies  en voor provinciale intermediaire jobdiensten. Het voerde ook een arbeidskaartsysteem in voor de migrerende werknemers en versterkte jobdiensten in steden. Een goed jaar geleden zijn er in 20.000 steden dergelijke werkgelegenheidsdiensten opgezet. In de regio’s Jangsu, Shanghai en Guangdong is dit reeds het geval in 80 pct. van de townships. Er worden echte regionale arbeidsmarkten georganiseerd. Bedoeling is tot een geordende flow te komen vanaf de plaats van oorsprong tot de plaats van bestemming met controle over het contingent. Concreet zijn reeds de Zuid-China, de Oost-China en het Noord-China jobinfo-netwerken georganiseerd evenals het Guangdong Centrum, het Shanghai Centrum en het Peking centrum plus nog 18 provinciale stations die in verbinding staan met het netwerk van het ministerie. 40 pct. van China’s bevolking is er bij betrokken of 500 miljoen werkenden.</p>
<p>            Van zijn kant heeft de stad Shanghai die op vele gebieden baanbrekend werk levert, reeds werk gemaakt van een regelgeving inzake het migrantenprobleem. Dit is een noodzakelijke voorwaarde, maar slechts een eerste stap. Peking heeft ook al een regelgeving. Later zullen er ongetwijfeld nog inspanningen moeten gedaan voor het onderwijs en de huisvesting van de vlottende bevolking. Hoewel het probleem ver van opgelost is, bestaat er althans bij de hogere overheid de politieke wil om de koe bij de horens te vatten. Het zal wel een tijd vergen vooraleer dat tot op alle lagere niveaus is doorgedrongen temeer dat diverse subsectoren te maken hebben met de kwestie. </p>
<p>  <strong>Bibliografie</strong></p>
<p> Chen Junsheng on Rural Surplus Labor, XINHUA,: 27 Jan 1995, FBIS‑95‑024</p>
<p>Article Views Impact of Rural Out Migration, QUNYAN, 7 Mar 1995, FBIS‑95‑08</p>
<p>Article Views Interregional Peasant Migration, NONGMIN RIBAO, 30 Mar 1995,FBIS‑95‑102</p>
<p>Problem of `Aimless Vagrants&#8217; in Shanghai, SHEHUI, 7 Dec 1995, FBIS‑95‑235</p>
<p>Report Weighs Issue of Migrant Workers in Cities, HONGKONG STANDARD,</p>
<p>11 Dec 1995, FBIS‑95‑237</p>
<p>Labor Minister Interviewed on Migrant Workers, LIAOWANG, 25 Mar 1996,FBIS‑96‑109</p>
<p>Survey on Migrant Laborers in Nanjing, LIAOWANG, 30 Mei 1996, FBIS‑96‑105</p>
<p>Impacts of Floating Population on Compulsory Education, RENMIN JIAOYU,4 Jun 1996, FBIS‑96‑159</p>
<p>Status of Mobile Population in Pudong New Zone Reported, SHEHUI, 1 Jul 1996, FBIS‑96‑222</p>
<p>Urban Floating Population Causes Social Problems, ZHONGGUO RENKOU BAO, 8 Jul 1996, FBIS‑96‑182</p>
<p>Management of Transient Population in Urban Areas, RENKOU YANJIU, 29 Jul 1996, FBIS‑96‑211</p>
<p>Shanghai Issues Migrant Management Regulations, JIEFANG RIBAO,14 Oct 1996, FBIS‑96‑209</p>
<p>Rational Transfer of Surplus Rural Labor, JINGJI CANKAO BAO, 4 Mar 1997, FBIS‑97‑061</p>
<p>Li Debin, The Characteristics and Reasons for the Floating Population in Contempory China, Social Sciences in China, Winter 1994, p 65-72</p>
<p>Gu Shengzu, Ideas and Policies for Solving the Problem of Surplus Rural Labor in China, Social Sciences in China, Winter 1995, 20-28</p>
<p>Li Tan, Population Flow Into Big Cities, Peking Review, 18/07/94, p 15</p>
<h1> <span style="color: black;"><span style="font-family: Arial; font-size: x-small;">    China Vandaag   1/08/1997</span></span></h1>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-migrantenprobleem-wordt-prangend/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Tegen 2000 armoede uitroeien</title>
		<link>http://www.chinasquare.be/dossiers/tegen-2000-armoede-uitroeien/</link>
		<comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/tegen-2000-armoede-uitroeien/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Apr 2009 17:55:37 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator>
				<category><![CDATA[Dossiers]]></category>
		<category><![CDATA[Maatschappij]]></category>
		<category><![CDATA[armoede]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=141</guid>
		<description><![CDATA[
 
China wil tegen het jaar 2000 zijn 65 miljoen armen boven de armoede-grens tillen. Hoewel er de laatste 3 jaren reeds 15 miljoen Chinezen de armoede vaarwel zegden, is de overgebleven harde kern een harde noot om te kraken omdat er vaak in onvruchtbare omstandigheden geleefd wordt met een spiraal aan negatieve socio-economische factoren. Momenteel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<div><span style="font-size: x-small;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red;"></span></strong></span></div>
<p> </p>
<p><strong>C<span style="color: #ff0000;">hina wil tegen het jaar 2000 zijn 65 miljoen armen boven de armoede-grens tillen. Hoewel er de laatste 3 jaren reeds 15 miljoen Chinezen de armoede vaarwel zegden, is de overgebleven harde kern een harde noot om te kraken omdat er vaak in onvruchtbare omstandigheden geleefd wordt met een spiraal aan negatieve socio-economische factoren. Momenteel worden alle zeilen bijgezet om ook daar de zelfwerkzaamheid op gang te trekken. Het objectief betekent echter dat elk jaar 13 miljoen personen uit de armoede dienen gehaald</span></strong></p>
<p><em>.</em>            65 miljoen Chinezen op het platteland zitten onder de armoede-grens met een jaarlijks inkomen van 530 yuan of minder. De helft van hen hebben een inkomen van 300 yuan en hebben de grootste moeilijkheid om hun basisbehoeften te bevredigen. 20 miljoen zitten op de rand van de armoede-grens en hebben net het probleem van voeding en kledij opgelost hoewel hun inkomen laag en onstabiel is.</p>
<p>Het gemiddeld inkomen in China bedroeg in 1995 4.283 yuan, in het oosten was dat 5.218 yuan in centraal China 3.546 yuan en in het westen 3.669 yuan. Bij de boeren bedroeg het in 1995 maar 921 yuan gemiddeld en in de respectieve landsdelen 1.380, 786 en 604 yuan. Van de 592 arme kantons liggen er 90 pct. in West-China. Zoals in België er in de steden kansarme gebieden zijn die allerhande negatieve socio-economische factoren opeenhopen, zo zijn er in China plattelandsgebieden die zowel ver afgelegen zijn, onvruchtbaar, ontoegankelijk, met een groot analfabetisme enz. In de provincie Guizhou heeft de bodem voor 70 pct geen grondlaag en pogen 7,89 miljoen personen te overleven in karststenen gebieden. Andere achtergebleven gebieden kunnen worden onderverdeeld in types van onvruchtbare grond, löss-plateau doorkliefd met ravijnen, diepe bergachtige gebieden, woestijngebied en hooggebergte waar enkel overleven aan de orde is. In de provincie Hubei leven van de 3,05 miljoen armen er 61 pct in koude bergstreken, 16 pct in overstroomde reservoirgebieden, 8 pct op stenen berggebieden en 15 pct. moeten geherhuisvest worden. In de provincie Yunnan zijn er bijvoorbeeld van de 127 kantons en steden, 73 nationaal als arm erkend wat 12 pct uitmaakt van het landelijk totaal. 6,6 miljoen mensen leven er in armoede en zelfs 2,75 miljoen personen hebben minder dan 200 yuan jaarlijks inkomen. Analfabetisme en semi-analfabetisme bedraagt er 40 pct. Er zijn geen wegen tot 8 stadjes en tot 1806 dorpen. Volgens het magazine Ontlook zijn er nationaal 17.000 dorpen zonder toegang via de weg en 108.000 dorpen hebben geen telefoon.</p>
<p>            Toch is sedert de hervormingen in 1978 gestart zijn, het aantal armen drastisch afgenomen. In 1978 bedroeg hun aantal 250 miljoen of 26 pct van de bevolking en nu officieel 65 miljoen of 5,4 pct van het totaal. Eigenlijk zou er nog het aantal armen moeten bijgeteld worden die niet in de 592 als arme gecatalogeerde kantons wonen evenals de 10 miljoen stedelijke armen. Sedert ‘78 werden in 1984, 1987,1990, 1991 programma’s opgesteld en uitgevoerd om de armoede te bestrijden. In 1994 kwam dan het plan om op zeven jaar tijd de nog 80 miljoen resterende armen te helpen zodat ze tegen de 21-ste eeuw meer zouden verdienen dan 530 yuan op jaarbasis. Het jaar na het afkondigen van het plan gingen reeds 7.382 officiëlen van 2.364 provinciale regeringsdepartementen en-instituties de boer op om 877 arme kantons te gaan helpen. 1,6 miljard yuan werd geïnvesteerd in 10.000 ontwikkelingsprojecten. Eén ervan ligt in het Longshan-kanton tussen Hunan en Hubei dat van de 500.000 inwoners een vierde personen telt dat in absolute armoede leeft. “Dit zal niet meer lang duren” zegt Li Yong’e die nog met 1500 anderen twee jaar geleden een contract getekend heeft om fruitbomen te planten. Li heeft 300 peren- en 60 kiwibomen geplant en hoopt daardoor jaarlijks 4000 yuan aan haar inkomen toe te voegen.</p>
<p> </p>
<p><strong>Strategie</strong></p>
<p> </p>
<p>            Op de nationale Conferentie ter bestrijding van de armoede begin dit jaar werd duidelijk gesteld dat de armoedebestrijding moet gericht zijn op ontwikkeling en steunen op eigen krachten zodat men niet meer afhankelijk zou zijn van externe hulp. Daartoe wordt geprobeerd om het volk te mobiliseren waterkontrolefaciliteiten te bouwen, de grond te verbeteren, bomen te planten, de wegen te verbeteren, de infrastructuur te versterken zodat de productievoorwaarden verbeterd worden evenals het leefmilieu zodat een duurzame ontwikkeling bereikt wordt. Voeding en kleding komen op de eerste plaats met vooraan de klemtoon op graanproductie. Uit de ervaring is gebleken dat het kweken van gewassen, viscultuur en het fokken van kippen en de nijverheden die de producten van de lokale landbouw en nevenactiviteiten verwerken, prioritaire sectoren zijn. Te veel nieuwe nijverheden scheppen wordt afgeraden. De 5,5 miljard die de regering voor armoede bestrijding in 1996 uittrok, zal opgetrokken worden tot 8,5 miljard yuan.  1,5 miljard zal supplementair gaan naar de armste gebieden om infrastructuurfaciliteiten te bouwen voor landbouwland, wegen, drinkwater voor mens en dier evenals om wetenschap en techniek te promoten en de training van de boeren te verbeteren. Terzelfdertijd zullen de leningen die ontwikkelingsprojecten steunen met 3 miljard worden verhoogd: deze zijn gericht op projecten inzake beplanting, kweken, boomgaarden en landbouwverwerkende nijverheden. Daarnaast zullen ook de kredieten van de Landbouwbank van China voor armoedebestrijding, verhoogd worden met een goede 5 miljard yuan tot een 33 miljard dit jaar. Ook vraagt de nationale regering aan de lokale overheden om zelf ook 30 à 50 pct bij te leggen bij het bedrag dat nationaal voorziet. Premier Li Peng maakte op de Conferentie bekend dat 43 pct van de dit jaar nieuw gelanceerde projecten in de westelijke regio’s gesitueerd zijn wat moet aantonen dat de staat de kloof tussen oost en west wil verkleinen.</p>
<p> </p>
<p><strong>Concreet</strong></p>
<p> </p>
<p>            15 ministeries van de regering hebben gedetailleerde plannen opgesteld om het nationaal plan in concrete vormen te gieten. Het ministerie van Energie wil elektriciteit brengen tot in de 28 kantons die nog zonder zitten zodat 95 pct van de landbouwfamilies tegen de eeuwwende electriciteit gebruikt. Het ministerie van Verkeerswezen plant de komende 6 jaar 136.000 km wegen aan te leggen zodat 1.000 stadjes en 12.000 dorpen in afgelegen gebieden toegankelijk worden. Het ministerie van Watervoorziening beloofde zijn projecten te versnellen. Het ministerie van Landbouw van zijn kant heeft een “Robin Hood”-plan dat lokale ondernemingen in het oosten van het land aanspoort hun collega’s in het centrum en het westen te helpen. De westelijk gelegen lokale ondernemingen hebben wel de grondstoffen en personeel, maar mankeren technologie en management. Deze samenwerking tussen oost en west gebeurt ook op andere vlakken. Beijing zal samenwerken met Binnen-Mongolië, Tianjin steunt Gansu, Shanghai Yunnan, Guangdong gaat samen met Guangxi, Jiangxi met Shaanxi,<span style="text-decoration: underline;"> </span>Jiangsu helpt Shaanxi; Zheijiang steunt Sichuan, Shandong Xinjiang, Liaoning ondersteunt Qinghai, Fujian Ningxia en de 4 steden Dalian, Qingdao, Shenzhen en Ningbo zullen de armste provincie Guizhou helpen. Leiders van Tianjin en Gansu hebben reeds 118 samenwerkingsprojecten. Guangdong zal Guangxi’s arme gebieden met 60 miljoen yuan helpen het volgend jaar. Gedurende een recent bezoek van Jiangsu’s leiders aan Shaanxi’s arme gebieden hebben ze 1,6 miljoen yuan geschonken voor 10 bussen en 200 landbouwvoertuigen. Jiangsu zal Shaanxi helpen bij de buitenlandse handel en ook meer werkers aanvaarden uit deze provincie. Shanghai heeft Yunnan o.m. geholpen om in gebieden van de etnische minderheden 13 kledingproductielijnen te bouwen.</p>
<p>            Ook China’s priveondernemers doen mee aan de beweging voor de armoedebestrijding. 3000 businesslui participeerden reeds in honderden projecten met een totale investering van 2 miljard yuan. Er is nog het project “Hoop” dat gelden inzamelt op internationaal vlak en met 358 miljoen yuan aan fondsen 749 scholen geholpen heeft om 1,01 miljoen kinderen die de school verlieten, terug hun studies aan te vatten. Het ministerie van Cultuur probeert een bibliotheekje op te zetten in 25.000 afgelegen dorpen. Voorts wil het project “Gezondheid” 100 ziekenhuizen bouwen in arme streken. Tenslotte doen nog een aantal NGO’s inspanningen om mee te werken aan de beweging, zo o.m. de Vereniging voor Familieplanning die arme moeders gaat steunen.</p>
<p align="center"> </p>
<p><strong>Provincies</strong></p>
<p align="center"> </p>
<p>            Hoe spelen de diverse provincies in op de armoedebestrijding en welke zijn de resultaten van de inspanningen die reeds geruime tijd bezig zijn? Typisch is het kanton Xichou Banggu in de provincie <em>Yunnan, </em>een arme stad die bevolkt wordt door nationale minderheden die wonen op een karstlaag die meer dan 90 pct bedekt van de stad. De laatste 4 jaar werd een harde strijd geleverd om eerder de stenen te verplaatsen dan zelf te verhuizen en het resultaat is dat de graanoutput per hoofd steeg met 56 kg en het netto-inkomen verdubbelde. Nu leiden wegen naar alle omringende dorpen en alle families hebben electriciteit.</p>
<p>In 1996 zegden in Yunnan globaal 1,2 miljoen mensen de armoede vaarwel, wat een sneller tempo is dan de tien jaar voordien toen het een half miljoen personen per jaar was. De provincie kreeg hulp van 10 nationale organen zoals de Chinese Academie voor Wetenschappen, het Ministerie van Metaalnijverheid, de non-ferro Federatie, de scheepsbouw-federatie en de administratie van staatseigendom, die een 200 technici uitstuurden om training te geven in 190 klassen zodat 5000 lokale techniekers gevormd werden in de meest diverse disciplines.  De 70 miljoen staatshulp en 94 miljoen van andere bronnen hielpen 130 bouwprojecten lanceren.</p>
<p> </p>
<p>In de provincie <em>Hubei</em> rees het Bruto Regionaal Product van de 38 arme gebieden 2,67 maal vergeleken met 10 jaar geleden en de industriële- en landbouwproductie bijna 3 maal. Het boereninkomen steeg van 322 yuan tot 1061 yuan terwijl de echt arme bevolking daalde van 7,18 miljoen tot 3,05 miljoen. 1 miljoen ontsnapten aan de armoede de laatste 2 jaar. Toch blijft de taak vrij zwaar om op enkele jaren tijd nog meer dan 3 miljoen personen uit de armoede te halen. Een analoog beeld valt waar te nemen in de provincie <em>Hebei</em> waar de provinciale regering een prioriteit legt bij de 46 armste kantons en 2.748 arme dorpen. Het aantal armen werd er van 7 miljoen 1992 gereduceerd tot 4 miljoen nu. Het inkomen per hoofd steeg er van 706 yuan in 1993 tot 1142 yuan nu. In het autonome gebied <em>Tibet </em>schudden 120.000 personen vorig jaar het armoedejuk af wat 27 pct betekent van het totaal, maar er schieten er nog 300.000 over. Dit jaar zal het autonome gebied 25 miljoen yuan besteden voor de aanleg van landbouw- en grasland, transport en drinkwaterfaciliteiten in de arme gebieden evenals aan wetenschappelijk-technische opvoeding van de boeren. In de provincie <em>Gansu </em>waar voor de hervormingspolitiek 75 pct van de bevolking getroffen werd door armoede, is dit nu gerduceerd tot 25 pct. Tegen het jaar 2000 zullen de overgebleven 4 miljoen ook genoeg eten en drinken moeten hebben wat neerkomt op een taak van één miljoen per jaar minder.</p>
<p> </p>
<p><strong>Shanxi</strong></p>
<p> </p>
<p>            Kijken we even in de provincie <em>Shanxi</em> hoe het inkomen er sedert de hervormingspolitiek is geëvolueerd.Van 1978 tot 1994 steeg het netto boereninkomen er van 114 yuan tot 884 yuan een verhoging met 7,7 maal. Het sparen steeg er van 330 miljoen tot 25 miljard yuan. De helft van de boeren had een inkomen van meer dan 800 yuan.. In de armste prefectuur Luliang zijn nog 224 straatarme dorpen waar dat aantal in 1985 nog 2.263 bedroeg. De absoluut arme bevolking daalde van 1,3 miljoen naar 66.000. In de Jinzhong Prefectuur werd een project uitgewerkt waardoor 284 arme dorpen aangespoord werden om koeien, schapen en varkens te kweken. In ‘94 bedroeg het inkomen er 586 yuan wat 323 meer was dan het jaar voordien.</p>
<p>            Gedurende 5 jaar stuurde de provincie 100.000 personen van de administratie in 10 golven uit om lagere organen te herorganiseren. 579 miljoen werd gespendeerd voor 21.000 dorpen, 12.000 nieuwe ondernemingen werden gesticht, 9700 nieuwe waterputten gegraven, 1,23 miljoen mu bos aangelegd, 80.000 km nieuwe wegen aangelegd, 5.530 medische stations gebouwd of vernieuwd evenals een 3100-tal scholen. 772 kaders van de 3 niveaus (prefectuur, kanton en stad) werden tijdens de tweede helft van vorig jaar naar de Luliangprefectuur getransfereerd en gezonden naar 701 arme dorpen: ze zullen er als partijsecretaris of voorzitter van het dorpskomitee fungeren gedurende drie jaar.</p>
<p>            Er zitten ook schaduwzijden aan de armoedebestrijdingspolitiek. De partijsecretaris van Shanxi schat dat eventjes 60 pct van de budgetten voor armoedebestrijding niet terecht komen bij de boeren die het nodig hebben. Ook geeft hij toe dat er met de economische ontwikkeling een tendens bestaat waardoor de inkomenskloof groter wordt. Tijdens de Conferentie begin januari merkte premier Li Peng eveneens op dat in arme gebieden stedelijke centrums, auditoria en hotels uit de grond reizen, verantwoordelijken toeren rond met GSM in nieuwe auto’s en dit terwijl het aantal armen dat onvoldoende te eten heeft, er constant blijft. Hij stelde vast dat hoe armer de gebieden worden, hoe groter het personeel bij de regerende instellingen wordt dat leeft van de belastingen. Li Peng vond dat er te veel personeel werkt in de administraties van de kantons zodat het geld op is vooraleer er kan geïnvesteerd worden in productieve sectoren. Nadien worden belastingen geheven die de boeren zwaar treffen. Om uit deze vicieuze cirkel te geraken raadde de premier aan om het aantal organisaties en het personeel in te krimpen. Hij pleitte voor meer supervisie en inspectie van de armoede bestrijding evenals voor het ontwikkelen van de economie in collectieve eigendom. In Shanxi was er het afgelopen jaar een doorbraak in de coöperatieven. Tegen het jaareinde waren er 47.000 coöperatieven met 401.000 aandeelhouders die 8.713 miljoen aandelen betaald hadden.</p>
<p> </p>
<p>             Volgens partijvoorzitter Jiang Zemin zijn er echter verschillende gunstige factoren om de objectieven te halen tegen het einde van de eeuw. Vooreerst nemen regering en partij de taak ernstig. Doordat ten tweede de economie het goed doet kunnen meer middelen worden vrijgemaakt voor de strijd tegen de armoede. Ten derde is de maatschappij meer bewust geworden voor de problematiek. Tenslotte zijn er door het werk van de laatste 10 jaar een reeks goede ervaringen die het vertrouwen van de arme streken zelf hebben verhoogd.</p>
<p>.Een verheugend bericht komt bijvoorbeeld uit Tianjin die er in slaagde om vier jaar voorop op het nationale schema, de armoede uit te bannen in zijn dorpen. Ook de provincie Guangdong die 10 jaar geleden nog 4 miljoen personen telde die niet genoeg eten en kleding hadden, streeft er naar om de nog dit jaar de absolute armoede uit te bannen bij de  600.000 overblijvende armen. Tot zover een paar avant-garde ervaringen. Als China zijn doelstelling tegen 2000 kan bereiken zal de aantrekkingskracht naar de derde wereld groot zijn. Op 50 jaar tijd meer dan 1 miljard mensen uit de armoede halen is van ontelbaar meer waarde voor de mensenrechten dan alle gecumuleerde rapporten van Amnesty International en aanverwante samen.</p>
<p> </p>
<p> </p>
<p><strong>Bibliografie</strong></p>
<p> </p>
<p>-Guangdong Governor on Poverty Elimination Efforts, CNS  9/5/96, FBIS‑96‑097</p>
<p>-Gansu Leaders Address Poverty‑Eradication Plans, Gansu People&#8217;s Radio, 3/10/96, FBIS‑96‑194</p>
<p>-Hebei Secretary Speaks on Eliminating Poverty, Hebei People&#8217;s Radio, 21/10/1996,FBIS‑96‑205</p>
<p>-CPC, State Council Issue `Decision&#8217; on Poverty Relief, XINHUA  6/1/97, FBIS‑97‑005</p>
<p>-Tibet Plans To Eradicate Poverty in 5 Years, XINHUA  9/1/97, FBIS‑97‑008</p>
<p>-Text of Jiang Zemin&#8217;s Speech on Helping Poor Document Number, XINHUA 4/1/97, FBIS‑97‑003</p>
<p>-Text of Li Peng Speech at Poverty Relief Conference, XINHUA  5/1/97, FBIS‑97‑004</p>
<p>-Shanxi Party Secretary on Becoming Well‑Off Together , DANGDAI SICHAO 20/04/96, FBIS‑96‑144</p>
<p>-Shaanxi Governor on Strategy for Developing Inland Areas, SHAANXI RIBAO 31/8/96,: FBIS‑96‑180</p>
<p>-Yunnan Party Secretary on Eliminating Poverty , YUNNAN RIBAO 30/03/96, FBIS‑96‑144</p>
<p>-Hubei Secretary Discusses Poverty Relief Work, HUBEI RIBAO 25/10/96, FBIS‑96‑221</p>
<p>-State Bodies Score Successes in Helping Yunnan&#8217;s Poor, XINHUA 24/01/97 , FBIS‑97‑017</p>
<p>-Xiong Lei, Storming the Citadel of Poverty, Window, 13/9/96</p>
<p>-Pockets of Poverty Pose Major Problems, Window, 29/3/96</p>
<p>-Kuan Yi, Lutte finale contre la pauvreté(2), La Chine au présent, octobre 1996</p>
<p>-Lydia Yang, The poverty Gap, Window, 14/7/95</p>
<p> </p>
<p>China Vandaag   1/05/1997</p>
<p><span style="font-size: x-small;"><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; color: red;"><span id="_marker"> </span></p>
<p></span></strong></span></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/tegen-2000-armoede-uitroeien/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
