<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?> <rss version="2.0" xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" ><channel><title>Chinasquare &#187; Sociale zekerheid</title> <atom:link href="http://www.chinasquare.be/category/dossiers/sociale-zekerheid-dossiers/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" /><link>http://www.chinasquare.be</link> <description>Een infosite van de Vereniging België China</description> <lastBuildDate>Sun, 05 Feb 2012 09:55:11 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.0.3</generator> <item><title>Veroudering dringt stroomlijning pensioenen op</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/veroudering-dringt-stroomlijning-pensioenen-op/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/veroudering-dringt-stroomlijning-pensioenen-op/#comments</comments> <pubDate>Tue, 07 Apr 2009 18:30:22 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Sociale zekerheid]]></category> <category><![CDATA[pensioenen]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=263</guid> <description><![CDATA[China&#8217; s bevolking veroudert snel. Het land beschikt nog over een tiental jaren om het te versnipperd en gedecentraliseerd pensioensysteem te stroomlijnen vooraleer de verouderingstsunami -veroorzaakt door te weinig actieven vergeleken met de ouderen die langer leven- onherroepelijk toeslaat. Ondertussen worden voor de senioren zowel in de steden als te lande allerhande sociaal-culturele initiatieven genomen [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><span style="color: #ff0000;"><strong></p><div id="attachment_832" class="wp-caption alignleft" style="width: 137px"><img class="size-full wp-image-832" title="dans" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/dans.jpg" alt="Reacties op sambashow door gepensioneerde vrouwen" width="127" height="85" /><p class="wp-caption-text">Reacties op sambashow door gepensioneerde vrouwen</p></div><p></strong></span></p><p align="right"><p style="text-align: left;"><span style="color: #ff0000;"><strong>China&#8217; s bevolking veroudert snel. Het land beschikt nog over een tiental jaren om het te versnipperd en gedecentraliseerd pensioensysteem te stroomlijnen vooraleer de verouderingstsunami -veroorzaakt door te weinig actieven vergeleken met de ouderen die langer leven- onherroepelijk toeslaat. Ondertussen worden voor de senioren zowel in de steden als te lande allerhande sociaal-culturele initiatieven genomen die verder gaan dan de traditionele familiesteun.</strong></span></p><p style="text-align: left;">De werkende bevolking in China bereikt een maximum in 2016 met één miljard personen. Daarna worden de gevolgen ten volle merkbaar van de een-kindpolitiek uit de tachtiger jaren waarbij één kind twee ouders ondersteunt en vier grootouders. Anderzijds verhoogde de gemiddelde levensduur van 1980 tot 2001 met tien jaar tot 71 jaar. In de volgende decennia wordt de bevolking ook voortdurend ouder: de mediaan leeftijd die in 2005 32,5 jaar bedroeg, zal stijgen tot 48 jaar in 2050. Dan heeft het land de oudste bevolking ter wereld. Waar er nu 100 miljoen ouderen zijn boven 65 jaar of 7,6 % van de bevolking, zal dit tegen 2050 stijgen tot 330 miljoen senioren of 23,6 % van de bevolking, eenzelfde percentage als momenteel in het Verenigd Koninkrijk. In de wereld leven nu 100 miljoen personen ouder dan 80 jaar; in 2050 zal China alleen al dit aantal ouder dan 80 tellen. De snelheid van China&#8217;s vergrijzing is enkel vergelijkbaar met Japan dat dit wel realiseerde op een hoger inkomensniveau. Het gevolg is dat vanaf 2013 het aandeel van de actieve bevolking (gedefinieerd als 15- tot 64 jarigen) gaat dalen: van rond de 72 % tot 60% in 2050. Bovendien heeft China een pensioenleeftijd die een stuk gunstiger is dan de westerse:  de pensioenleeftijd bedraagt vijftig voor vrouwen en zestig voor mannen en sommigen in gevaarlijke of ongezonde beroepen kunnen nog vijf jaar vroeger met pensioen. Zo komt men tot een werkende bevolking van 62 % nu die daalt tot 47 % in 2050. In plaats van 11 senioren per honderd actieven, bekomt men nu al een cijfer van 26 ouderen die afhangen van 100 actieven. Als China zijn gunstig pensioenregime zou behouden betekent dit dat in 2050 100 werkenden 79 gepensioneerden zouden ondersteunen. Dit wordt een onhoudbaar scenario geheten als niet zou worden afgestapt van een pensioensysteem waarbij de onderneming de pensioenen betaalt, wat dus niet gebaseerd is op bijdragen van de werkgever- of werknemer gedurende zijn loopbaan. Vele ondernemingen konden hun pensioenlast al niet meer betalen, bij gebrek aan reserve. Vermelden we nog dat in het oud systeem dat tot in het midden van negentiger jaren gold, de werknemer 75 % van zijn loon uitbetaald werd als pensioen.</p><p style="text-align: left;">Gedurende de jaren negentig werd stap bij stap een sociaal zekerheidssysteem uitgedokterd dat niet meer louter afhing van het bedrijf van de tewerkgestelde maar dat wel opgezet en geregeld wordt via sociale zekerheidsdiensten. Voor de pensioenen ziet het systeem er zo uit: een eerste pijler wordt gefinancierd door de werkgever à rato van 13 % van de loonfiche en geeft recht op 20 % van de wedde na 15 jaar dienst; de tweede pijler wordt gefinancierd door de werknemer die 8 % (soms betaalt de staat er 5 % van bij bedrijven met moeilijkheden) van zijn maandloon aan de pensioendienst bijdraagt en dit geeft de gepensioneerde op het einde van zijn loopbaan recht op 38 % van zijn wedde: met andere woorden de werknemer die met het nieuw systeem op pensioen gaat, krijgt hooguit 58 % van zijn wedde met deze 2 pijlers. Dit kan wel aangevuld worden met bedrijfspensioenen of individueel pensioensparen.</p><p style="text-align: left;">Het aantal personen dat bijdroeg aan de pensioenen liep op tot 131 miljoen in 2005 en het aantal personen die pensioenen uitgekeerd kregen, was 43 miljoen. 10 jaar na de start participeert één op twee werkende stedelingen in de sociale zekerheid. Een groot pak werkers die vooralsnog uit de boot vallen zijn de migranten (die niet aan de vereiste 15 jaar werk komen) en de informele baantjes. Daarnaast hadden eind 2005 24.000 bedrijven bedrijfspensioenschema&#8217;s opgezet waar 10 miljoen personen aan participeren. Consulting firma McKinsey gelooft echter dat de komende jaren deze markt met een derde jaarlijks kan stijgen.</p><p style="text-align: left;"><span style="color: #ff0000;"><strong>Problemen</strong></span></p><p style="text-align: left;">In de praktijk is vooreerst het niet altijd duidelijk hoe personen die vallen tussen het oud en het nieuw systeem, zullen vergoed worden. De facto is het zo dat velen die na 1997 met pensioen gingen nog de 75 % van hun wedde uitbetaald kregen. Bovendien blijkt dat niet weinig sommen van de recentelijk opgebouwde pensioenkassen gebruikt worden voor de uitbetaling van de pensioenen van het oude en meer genereuze systeem. Voorts zijn in regio&#8217;s met verlieslatende nijverheden sommige werkgevers niet in staat hun pensioenlast te betalen. Daartegenover staat dan weer dat sommige nieuwe dynamische nijverheidstakken maar schoorvoetend bijdragen omdat zij dan weer de indruk hebben te betalen voor het systeem waar de verlieslatende nijverheden met veel oude werknemers van profiteren. Alle bijdragen voor sociale zekerheid (werkloosheid, gezondheid, pensioenen&#8230;) kunnen immers tot 40 % bedragen van de loonfiche. Overigens kwam in Sjanghai gesjoemel aan het licht met het geld van de sociale zekerheidskassen, wat het vertrouwen van diegenen die bijdragen zeker niet bevordert. Ook is het zo dat de pensioendiensten veelal op stedelijk of kantonniveau opereren wat een te laag niveau is: nog maar 12 provincies of gelijkgestelde gebieden hebben een ééngemaakte dienst voor pensioenen. Dan hebben we het nog enkel gehad over het pensioensysteem in de steden, terwijl de meeste Chinezen leven op het platteland waar een pensioen in het beste geval een marginaal verschijnsel is. In de negentiger jaren werd daarmee weliswaar geëxperimenteerd, maar dit werd verlaten voor een commercieel systeem van verzekering door de staatsverzekeraar &#8220;China Life&#8221;.  50 miljoen boeren zouden hierin meedoen. 85 % van de rurale gepensioneerden leeft van familiehulp. Deze vorm van traditionele hulp wordt ook in de hand gewerkt door de regering: 13 miljoen contacten met jongeren werden ondertekend om de eigen familie te ondersteunen. Wanneer de lokale gemeenschap echter vaststelt dat de jongeren hun ouderen niet bezoeken, verliest men zijn toelage. Nog een ander probleem is het pensioen voor boeren die door urbanisatie hun grond verloren: reeds 15 provincies hebben schema&#8217;s om ook aan deze landloze boeren een pensioen te bezorgen.</p><p style="text-align: left;"><strong><span style="color: #ff0000;">Oplossingen</span></strong></p><p style="text-align: left;">Vanuit grote wereldorganisaties wordt aangedrongen dat China zijn pensioenleeftijd zou aanpassen aan internationale normen, wat dus neerkomt op vijf jaar langer werken. Voorlopig is China daar niet op ingegaan omdat dit de werkloosheid nog zou vergroten. Wat we wel zien is dat het toegekende pensioen die voor 1997 tot 75 % van de wedde kon oplopen, langzaam aan het verminderen is om de 60 % te gaan bereiken van het nieuwe systeem.</p><p style="text-align: left;">Grootste probleem is echter waar het geld vandaan te toveren om het pensioen van diegenen te betalen die voor en vanaf 1997 de gerechtigde leeftijd bereikten zonder dat daarvoor sommen werden opzij gezet. Geschat wordt dat dit bedrag tot 100 à 140 % van het BNP beloopt.  Omdat het pensioensysteem te gedecentraliseerd is, kan de regering geen geld van rijke provincies toekennen aan armere. Daardoor misbruiken sommige lokaliteiten geld van de nieuwe pensioenkassen om de pensioenen van het oude systeem te betalen. Dit gevaar heeft de regering wel tijdig onderkend en om dit probleem op te vangen werd een &#8220;Nationaal Sociaal Zekerheidsfonds&#8221; opgericht dat een strategische reserve wil vormen om de toekomst van de sociale zekerheid op lange termijn veilig te stellen. Eind 2004 kwam de voornaamste bron van inkomsten voor dit Fonds uit de begroting (75 %), 15 % uit inkomen uit verkoop van staatsaandelen, voorts uit winsten van de Loterij en 6 % uit investeringsreturn. In 2004 werd 39 % van de 171 miljard yuan geïnvesteerd in bankdeposito&#8217;s, 43 % in staatsleningen, 11 % in aandelen en 7 % in andere beursbeleggingen.  De minder risicovolle investeringen worden gedaan door het Fonds zelf, terwijl de meer risicovolle beleggingen zoals aandelen geschieden door 10 nauwkeurig selecteerde investeringsorganisaties. Ondertussen mag het Fonds ook investeren in buitenlandse activa. De eigen activa verhoogden van 2005 tot 2006 van 211 naar 255 miljard yuan en vorig jaar werd een opbrengst geboekt van 61 miljard yuan of 29 %. Het is echter niet duidelijk wanneer het Fonds precies zal bijspringen (bv. bij provinciaal onvermogen) en ook niet of het enkel voor het pensioenprobleem dient of voor de bredere sociale zekerheid.</p><p style="text-align: left;">De uitdaging qua pensioenen is bijgevolg groot. Een gigantische schuld om de oude pensioenen te betalen, vooralsnog maar de helft van de werknemers in de steden gedekt voor de nieuwe pensioenen (hierbij laten we even de staatsambtenaren buiten beschouwing die genieten van een verzekerd riant pensioen) en tenslotte een marginale dekking in de rurale gebieden. Het is bijgevolg dringend dat de pooling die momenteel nog op een te laag niveau geschiedt, minstens op provinciaal niveau wordt verder eengemaakt en wel onder nationale controle. Zo kan verhinderd worden dat geld misbruikt wordt ofwel voor de oude pensioenen ofwel voor corruptie zoals in Sjanghai. Het hoger poolen kan ook tot gevolg hebben dat geld van rijke regio&#8217;s het tekort kan bijspringen van provincies met een oude nijverheid en dito werknemers zoals het noordoosten. Ook maakt pooling op een hoger vlak het makkelijker om te verhuizen en misschien kan het een aanzet worden om later ook migranten mee te laten participeren in het stedelijk systeem. Het land beschikt nog over een goede tien jaar om de pensioenkassen te spekken vooraleer de verouderingstsunami onherroepelijk toeslaat.</p><p style="text-align: left;"><strong><span style="color: #ff0000;">Comité</span></strong></p><p style="text-align: left;">Het pensioen is niet de enige bron van inkomsten voor de senioren. Naast de opbouw van een pensioensysteem bestaat er in de landelijke gebieden ook sociale steun voor personen zonder kinderen, inkomen of grond. Zij krijgen toelagen van de regering voor voeding, kleding, huisvesting, gezondheidszorg en begrafenisuitgaven (de zgn. &#8220;vijf garanties&#8221;). De acht miljoen arme plattelandsbewoners die niet aan deze voorwaarden voldoen krijgen een minimum.  In de steden ontvangen 22 miljoen personen het minimum, maar dit is het globale aantal met senioren maar ook anderen. Tibet betoelaagt hoogbejaarden tussen 80 and 89 met 300 yuan en zij tussen 90 and 99 met 500 yuan jaarlijks. Op nationaal vlak tenslotte is er nog een toelage voor 60 plussers die zich aan de geboortenbeperkingspolitiek hebben gehouden en die een toelage van 600 yuan voorziet per jaar. Dit pilootproject dat liep in 10 provincies en wat 1,25 miljoen bejaarden ten goede kwam, zal worden veralgemeend.  Hoewel inkomen en pensioen belangrijk zijn, omvat de seniorenproblematiek een breder gamma problemen. In oktober 1999 heeft de regering een &#8220;Werkcomité voor de veroudering&#8221; geïnstalleerd dat bestaat uit vertegenwoordigers van 26 verschillende ministeries. Deze commissie heeft op haar beurt lokale comités opgezet op de diverse niveaus (provincies, prefecturen, kantons, gemeenten). Op het laagste vlak zijn het de buurtcomités in de steden en de dorpscomités ten lande die verantwoordelijk zijn voor het seniorenbeleid.</p><p style="text-align: left;">Een andere zorg betreft de gezondheid. In de steden zijn 37 miljoen senioren gedekt door de ziekteverzekering. In de landelijke gebieden waar 80 pct van de bevolking al meedoet aan het nieuwe ruraal coöperatief gezondheidssysteem moet dit eind volgend jaar overal veralgemeend zijn: het individu, de staat en de locale overheid betalen elk 10 yuan bij en het individu is gedekt tegen ernstige ziekten. In de steden werd op wijkniveau een netwerk van gezondheidsdiensten opgezet dat speciaal gericht is op de senioren: eind 2005 waren in China 15.000 dergelijke wijkgebonden gezondheidscentra actief. Ook op wijkniveau situeert zich het &#8220;Starlight project&#8221; dat in 2001 gelanceerd werd, waarin de regering 13 miljard yuan investeerde voor de bouw van 32.500 seniorencentra waarin ze boeken kunnen lezen, kaart- of ma jong spelen, schilderen, calligrafie beoefenen, lichaamsoefeningen doen en lessen volgen specifiek gericht op ouderen. In 2005 was er gemiddeld in elke buurt 1,3 sociale dienst voor senioren en één Starlight centrum per 10 buurtcomités. Neem bijvoorbeeld Sjanghai dat ook inzake vergrijzing een voorloper is met 2,5 miljoen personen ouder dan zestig jaar: de gemiddelde levensduur bedraagt er 80 jaar of tien jaar meer dan de nationale levensduur. Het Starlight programma heeft er voor gezorgd dat 350.000 m² centra nieuw werden gebouwd; dat 185 oudere seniorenhomes werden gerenoveerd of uitgebreid en dat 83 dagzorgcentra werden opgericht de laatste 3 jaren aldus Xu Ling directeur van Sjanghais dienst Burgerlijke Zaken die opmerkt dat er nu sociale opvang is in elke buurt, dorp of stad onder het bestuur van de metropool.  Naast de instellingen financiert de stad ook thuiszorg voor 140.000 senioren. 24.000 beschikken over een persoonlijk alarmsysteem aldus Xu. De  metropool plant gedurende het elfde vijfjarenplan een verdubbeling van het aantal rusthuisbedden, maar tezelfdertijd een vervijfvoudiging van de thuiszorg voor senioren.</p><p style="text-align: left;"><strong><span style="color: #ff0000;">Rusthuizen</span></strong></p><p style="text-align: left;">Dit neemt niet weg dat bij een opinieonderzoek bij senioren in Sjanghai vastgesteld werd dat 85 % van de gepensioneerden hun tijd doorbrengen met televisie kijken en dat 70 % van de senioren beweert zich te vervelen, waarbij eenzaamheid de grootste vijand is. Uit een landelijk onderzoek uit 2002 blijkt echter dat natiewijd 24 % van de stadssenioren zich soms eenzaam voelt, terwijl dit 53 % is bij de plattelanders. Nochtans leeft 35 % van de stadssenioren met hun echtgenoot of in hun huis, op het platteland is dat 32 %; respectievelijk 60 % /63 % leven met hun kinderen en 4 %/ 3,5 % leven elders. Wat de tevredenheid met de leefomstandigheden betreft, is de tevredenheid groot in beide gebieden en ook op beide plaatsen wordt geloofd dat de toestanden in de rusthuizen goed zijn. Hoewel uit onderzoek blijkt dat 5 % van de ouderen wensen te leven in een rusthuis, zijn enkel anderhalf miljoen bedden ter beschikking in de 380.000 rusthuizen, een tekort van zeven miljoen bedden. Per 1000 senioren zijn er maar 9 bedden, terwijl dit in de ontwikkelde landen tussen de 50 à 70 bedraagt. Li Bengong vice-directeur van het &#8220;Werkcomité voor de veroudering&#8221; stipt aan dat hoewel een supplementair bed een gemiddelde kost van 50.000 yuan impliceert, China toch 2,2 miljoen bijkomende bedden voor senioren plant en ook nog 800.000 nieuwe stedelijke bedden voor ouderen zonder familieleden. Uit een andere enquête bij enkel 10.000 rurale gepensioneerden in de provincie Heilongjiang komt naar voor dat 93 % zich geen nieuw kledingsstuk per jaar konden veroorloven, dat 67 % geen medicatie kon kopen voor kleine ziektes en dat 85 % zichzelf onderhouden door verder te boeren. Uit de laatste bevolkingstelling blijkt overigens dat landelijk 33 % van de bevolking boven de zestig blijft werken.</p><p style="text-align: left;">In het Witboek van de regering over de vergrijzingspolitiek staat dat er landelijk 670.000 socio-culturele centra bestaan voor de senioren. 70 % van stedelijke buurten, maar enkel de helft van de rurale dorpen hebben sportverenigingen voor senioren. Nationaal loopt een Fitness-programma voor ouderen en geraamd wordt dat 58 miljoen senioren regelmatig sport- of lichaamsoefeningen doen. Wat vrijetijdbesteding betreft, lopen de gewoonten in stad en te lande wel uiteen. Te lande zijn de activiteiten meer familiegebonden (op kinderen passen, thuiswerk of kennissen bezoeken) terwijl de stedelingen terug naar de klas gaan of meedoen aan recreatieactiviteiten. Een laatste trend is dat stedelijke senioren hun pensioen wensen door te brengen in een rusthuis niet in hun eigen stad maar nabij een toeristische trekpleister. Eind 2005 publiceerde China 24 dagbladen voor senioren met een oplage van 2,8 miljoen en voorts 23 tijdschriften met een oplage van 3 miljoen. Recentelijk kwam goed nieuws voor rurale gepensioneerden. De criteria om het minimum (weliswaar amper 30 yuan per maand) te krijgen zouden worden verruimd zodat naast de bestaande 23 miljoen personen, nog een supplementaire 10 miljoen personen er van zouden kunnen genieten. Ook aan een herdefiniëring van de &#8220;vijf garanties&#8221; wordt gewerkt zodat de personen zonder familie toch geneeskundige zorgen, opvoeding van kinderen en huisvesting zouden krijgen. Tenslotte is in het kader van de &#8220;opbouw van een socialistisch platteland&#8221; ook een inhaalbeweging gepland op cultureel vlak waarbij alle dorpen met meer dan 20 bewoners en elektriciteit toegang zullen hebben tot radio en TV; in elk dorp zal minstens één film per maand wordt vertoond en tegen 2010 moet elk kanton ook een cultureel centrum en bibliotheek hebben; elk zelfs klein stadje een polyvalent cultureel centrum en elk dorp een culturele instelling. Media en uitgeverijen zullen ook meer moeten op het begrip van de landbouwbevolking zijn afgestemd. Hoewel deze laatste maatregelen niet specifiek voor de ouderen bedoeld zijn, zullen ze er ook wat mee van kunnen opsteken.</p><p style="text-align: left;"><strong>Selecte bibliografie</strong></p><p style="text-align: left;">PRC Labor, Social Security Ministry Official Briefs Press on Insurance Scheme for Enterprise Staff Ministry of Labor and Social Security: &#8220;Situation on Improvement of the Basic Old‑age Insurance System for Enterprise Employees&#8221; , Zhongguo Wang WWW, 15/12/2005</p><p style="text-align: left;">State Council Information Office on December 12, 2006, Li Bengong, standing vice‑director of China National Working Commission on Ageing, on the release of White Paper China&#8217;s Development on Ageing and related developments.</p><p style="text-align: left;">PRC Labor, Social Security Minister Tian Chengping on Old‑Age Insurance System: Twelve Provinces in China Realize or Basically Realize the Unified Pooling of Old‑Age Insurance Funds at the Provincial Level, Xinhua Wang WWW, 24/01/2006</p><p style="text-align: left;">Pension fund system is being restructured to address massive shortfalls, Lan Xinzhen, Beijing Review, 12/01/2006</p><p style="text-align: left;">Survey gives insight to attitudes of senior citizens, China Daily, 19/11/2002</p><p style="text-align: left;">Deutsche Bank Research, Tamara Trinh, China&#8217;s pension system, Caught between mounting legacies and unfavourable Demographics, 17/02/2006,</p><p style="text-align: left;">OECD (Oeso),  F. Salditt, P.Whiteford &amp; W. Adema, Pension Reform in China: Progress and Prospects, Paris, 2007</p><p style="text-align: left;">World Bank, Working Paper, China Pension Liabilities and Reform options for old age insurance, 2005</p><p style="text-align: left;">Asian Development Bank, L. Leisering, Gong Sen, A. Hussain; PRC: Old-Age Pensions for the Rural Areas: From Land Reform to Globalization, 2002</p><p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt; tab-stops: 108.0pt;" align="right"><p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt; tab-stops: 108.0pt;" align="right"><p class="MsoNormal" style="text-align: right; margin: 0cm 0cm 0pt; tab-stops: 108.0pt;" align="right"><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; mso-layout-grid-align: none;"><span style="font-family: Arial; font-size: 8pt; mso-fareast-language: NL; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB">China Vandaag   1/11/2007</span></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/veroudering-dringt-stroomlijning-pensioenen-op/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Hoe ziek is de Chinese gezondheidszorg?</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-ziek-is-de-chinese-gezondheidszorg/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-ziek-is-de-chinese-gezondheidszorg/#comments</comments> <pubDate>Tue, 07 Apr 2009 18:07:13 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Sociale zekerheid]]></category> <category><![CDATA[gezondheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=248</guid> <description><![CDATA[China kan goede cijfers voorleggen op het vlak van de gezondheidszorg. Toch verbergen deze cijfers een onrustwekkende trend tot het verwaarlozen van preventie ten voordele van dure behandelingen en van het bevoordeligen van de steden ten nadele van de arme en landelijke gebieden. Erger nog is dat in de landelijke gebieden voor zover de gezondheidszorg [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><img class="alignleft size-full wp-image-828" title="health" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/health.jpg" alt="health" width="85" height="127" />China kan goede cijfers voorleggen op het vlak van de gezondheidszorg. Toch verbergen deze cijfers een onrustwekkende trend tot het verwaarlozen van preventie ten voordele van dure behandelingen en van het bevoordeligen van de steden ten nadele van de arme en landelijke gebieden. Erger nog is dat in de landelijke gebieden voor zover de gezondheidszorg er nog bestaat, deze onbetaalbaar geworden is voor de personen die er het meeste nood aan hebben.</span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">In 2003 bracht de SARS-ziekte pijnlijk het gebrek aan preventie voor epidemiën aan het licht en meer algemeen de kwalen waaraan het Chinese gezondheidssysteem lijdt. Officieel zien de cijfers er nochtans goed uit. Tijdens de laatste 2 decennia is het totale bedrag dat aan gezondheidszorg wordt gespendeerd, gegroeid tot 5,7 % van het BNP, wat boven het wereldgemiddelde ligt van 5,3 %. In 1990 bedroegen China’s uitgaven aan gezondheidszorg 70 miljard yuan en tegen 2000 was dit bedrag al aangedikt tot 476 miljard yuan. Vergeleken met 1990 had China in 2000 21 % meer ziekenhuisbedden en 15 % meer gezondheidswerkers. Vergeleken met 1995 steeg het aantal inrichtingen, incluis klinieken met 70 %. Gezien dit investeringsniveau zou men een verbetering van de gezondheid van het Chinese volk kunnen verwachten, maar in werkelijkheid zijn de baten ongelijk. </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Internationaal worden 2 indicatoren gebruikt om de gezondheidsstatus van een natie te meten. De ene is de levensverwachting, de andere is de kindersterfte. Chinese officiëlen zijn vaak fier dat de levensverwachting steeg van 35 jaar rond 1949 tot 71 jaar in 2001, wat hoger is dan het wereldgemiddelde (65 j) en dat van de landen met een gemiddeld inkomen (69 j). Tezelfdertijd daalde de kindersterfte van 200/1000 naar 32 /1000; het wereldgemiddelde is 44/1000 en in de landen met gemiddeld inkomen 30/1000. Vaak wordt hierbij overzien dat deze verbeteringen plaats grepen in de zestiger en zeventiger jaren en dat er sindsdien maar kleine verbeteringen plaats grepen. Anderen argumenteren dat eenmaal qua<span style="mso-tab-count: 1;"> </span>levensverwachting zeventig jaren bereikt wordt, verdere vooruitgang maar langzaam komt. Van 1980 tot 1998 groeide de Chinese levensverwachting met twee jaar, maar in Australië, Hong Kong, Japan, Nieuw Zeeland en Singapore –die nochtans startten van een hogere vertrekbasis- steeg de levensverwachting met 4 tot 6 jaar. Gelijkaardige bedenkingen kunnen gemaakt worden over de kindersterfte. </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Tijdens de tweede helft van de jaren negentig waren er meer en meer tekens dat het gezondheidssysteem onder druk kwam te staan. Gedurende tientallen jaren was China een model in het verminderen van besmettelijke ziekten. In 1950 bedroeg het aantal gerapporteerde besmettelijke ziekten 3.200 per 100.000. Tegen 1990 verminderde dit tot 292/100.000. Nadien verminderde de vooruitgang en verhoogde het aantal in bepaalde gebieden. Hierbij is Tuberculose (TB) een voorbeeld. Tijdens de eerste 30 jaar van de Volksrepubliek daalden de gevallen TB met zestig à zeventig %. In de twintig jaren nadien, zelfs met meer middelen en een meer geavanceerde therapie, was er terug een groei. Er wordt geraamd dat 400 miljoen Chinezen de tuberculose bacterie vertonen, waarvan een 10 % de ziekte zullen krijgen. Momenteel zijn er 5 miljoen gevallen van long TB, het tweede hoogste aantal wereldwijd en ongeveer één vierde van alle TB-gevallen ter wereld. Verder is een groot gedeelte van deze personen besmet met TB die immuun is tegen geneesmiddelen. Virale hepatitis is mogelijks nog erger want er zijn geen tekenen dat het aantal dat hoger ligt dan TB, zou dalen. China heeft meer hepatitis B-dragers dan gelijk welk land. Naast TB en hepatitis nemen de SOA’s (sexueel overdraagbare aandoeningen) die virtueel uitgeroeid waren, epidemische vormen aan. Elk jaar stijgt het aantal personen met HIV met 30 %. In 1995 waren er 70.000 nieuwe infecties en 25.000 stierven aan de ziekte. Bij de inheemse ziekten is er ook een probleem. Sommige namen af, echter schistosomiasis dat virtueel uitgeroeid was op het eind van de jaren zestig, neemt nu weer systematisch toe en op sommige plaatsen is de toestand vrij ernstig. Dan hebben we het gemakshalve nog niet over de meer dan 1,3 miljoen dodelijke longontstekingen door de slechte luchtkwaliteit, de hoge zelfmoordcijfers, het jaarlijkse miljoen aantal doden door roken, de 15 dodelijke werkongevallen op 100.000 arbeiders. De Wereld Gezondheids organisatie die in 2000 een onderzoek deed naar de algemene prestaties van het gezondheidssysteem plaatste China als 144-ste op 191 lidstaten, slechter dan Egypte, Irak, India, Pakistan, Soedan en Haïti. Voor de financiële rechtvaardigheid van de bijdragen tot het gezondheidssysteem scoorde China in het onderzoek nog slechter: het was vierde laatste met enkel nog Brazilië, Birma, en Siërra Leone achter zich.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Oorzaken</span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Hoe is het ver kunnen komen? Een eerste factor is dat gezondheid niet echt een prioriteit was gedurende de laatste twintig jaar. Dit “ontwikkeling eerst” denken, kwam in de praktijk neer op economische groei eerst, waarbij andere zaken in de verdrukking kwamen. Dit uit zich vooreerst in de verhouding van de regeringsuitgaven die naar gezondheid gaan. Deze namen progressief toe van de vijftiger tot begin der tachtiger jaren. Daarna nam de proportie voortdurend af. Het is enkel gedurende het einde van de jaren negentig dat de trend terug omhoog gaat. Wanneer het bedrag dat de regering in China aan gezondheid betaalt, vergeleken wordt met wat andere landen spenderen, wordt de toestand ronduit beschamend. Bij het begin van de hervormingen betaalde de regering 36 % van de totale gezondheidsfactuur, tegen 1990 daalde dit tot 25 % om in 2000 nog enkel 15 % te bereiken. Tezelfdertijd daalde wat de samenleving (de werkeenheid) betaalde van 44 % naar 24,5 %. Met andere woorden de burger die in 1980 23 % van de gezondheidsfactuur betaalde, zag zijn bijdrage toenemen tot 66 %. In ontwikkelde landen betaalt het individu 27 % van de gezondheidskosten. De gevolgen van deze evolutie zijn drieërlei.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Tijdens de Mao-jaren was preventie en het uitroeien van besmettingen een prioriteit. Niettegenstaande het gebruik van lage kosttechnologie garandeerde China een model dat voorbeeld stond voor de gehele wereld. Sinds de tachtiger jaren verschoof de klemtoon van de dorpen naar de steden en dit met eerder de nadruk op behandeling nadien, dan op preventie vooraf. Het werd voor hospitalen een koud kunstje om toelating te krijgen voor de aanschaf van de meest gesofistikeerde apparatuur. Meer dan de helft van de provinciale ziekenhuizen hebben de vijf &gt;MA X-stralen machines, CT, ECT, kleur ultrasound en nieranalyse. Wat in de grote steden aan gezondheid besteed wordt, is al groter dan in de ontwikkelde landen. Hier kan het voorbeeld geciteerd van het in Zweden uitgevonden gammames waarvan er één in Stockholm is voor geheel Zweden. In China zijn er al 34 van deze tuigen. Daarmee staat in schril contrast de toestand van de preventie in de dorpen. In de meeste dorpen van centraal- en west-China hebben de meeste openbare gezondheidsinstellingen hun laboratoria-instrumenten niet geüpgraded sinds jaren. Sommigen zijn nauwelijks in staat de salarissen van hun werkers te betalen. Hoe zouden ze besmettingen en infecties kunnen tegen gaan? De kantons betalen gemiddeld maar één derde uit van de uitgaven van hun eigen instellingen. Het gebrek aan fondsen wordt bijvoorbeeld gecompenseerd door een procentje op de geneesmiddelen die dan meer worden voorgeschreven dan nodig. Er wordt geschat dat maar één derde van de gezondheidsinstellingen op kanton en lager niveau min of meer normaal functioneren; een derde vecht op de rand voor zijn bestaan en een derde is al uiteen gevallen. Dit betekent de facto dat het preventieve veiligheidsnet is gedesintegreerd. Dit verklaart ook dat tijdens de SARS-epidemie de overheid zo bang was dat de ziekte het platteland zou bereiken.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Regionale verschillen</span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Een tweede gevolg is het ontstaan van regionale verschillen. Je verwacht dat gezien iedereen zou aanspraak kunnen maken op een gelijke behandeling, dat de bestedingen terzake in de regio’s min of meer gelijk zouden zijn. In China betaalt de centrale regering echter maar 6,5 % van de gezondheidsuitgaven, de rest komt van de lokale overheden onder de provincies. Er is bijgevolg een sterke correlatie tussen het inkomen van elke provincie en zijn bestedingen aan volksgezondheid. Vanzelfsprekend kunnen welvarender regio’s zich meer veroorloven dan armere: in Sjanghai werd in 1998 90 yuan besteed aan volksgezondheid, terwijl dit in de provincie Henan maar 8,5 yuan per hoofd was: een kloof van tien tegen één. In provincies met een hogere overheidsbijdrage zijn er meer bedden en dokters per hoofd. Op het einde van het Maotijdperk waren er ook verschillen stad-platteland maar de kloof op het gebied van hospitaalbedden tussen Sjanghai en het arme Guizhou was drie tegen één. Professor Hu Angang vergelijkt de toestand van de gezondheidszorg in China met de toestand in “vier werelden”: Peking en Sjanghai staan op het niveau van de ontwikkelde landen; de drie noordoostelijke –en de kustprovincies staan ongeveer op het niveau van Oost-europa: de centrale en de westelijke provincies zijn er wat beter aan toe dan de meeste ontwikkelingslanden en een deel van de westelijke provincies zijn slechter af dan de meeste ontwikkelingslanden maar toch beter af vergeleken met de armste onder hen.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Stad-platteland</span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">In 1965 vroeg Mao Zedong om de situatie om te keren waarbij in de gezondheidszorg enkel aandacht besteed werd aan de steden en niet aan het platteland. In 1965 waren slechts 40 % van de hospitaalbedden op het platteland; 10 jaar later was dit 60 %. Op het einde van 1968 lanceerde hij het coöperatieve gezondheidssysteem waarbij in 1980 90 % van de dorpen waren aangesloten in een gezondheidsnetwerk op drie niveaus -kanton, gemeente (townships) en dorp- waarbij preventie, behandeling en nazorg gecombineerd werden. Naast het halve miljoen normale dokters kwam er hulp van anderhalf “dokters op blote voeten” die verder werkten in de brigade; 2,3 miljoen gezondheidswerkers op het niveau van het team en 630.000 verpleegsters in de dorpen. Deze gezondheidsrevolutie realiseerde het doel om kleinere ziekten te behandelen in het dorp en grotere op gemeentelijk niveau. Het scharnier van het systeem lag in de voormalige commune, wat na de afschaffing ervan en de vervanging door de townships problematisch werd. Immers gezien gezondheid een zaak van de lagere overheden werd, was voor deze niveaus gezondheidszorg zowat het laatste van hun prioriteiten en het eerste waarop bespaard werd. Economische groei ging voor alles. Gevolg was dat in 1998 de stedelingen voor 130 yuan per persoon uitbetaald kregen voor hun gezondheid, terwijl dit bij de ruralen maar 10,7 yuan bedroeg, een kloof van 13 tegen één.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">De ziekteverzekering dan die momenteel een vierde dekt van de gezondheidsuitgaven. Stedelingen genoten voorheen ofwel een ziekteverzekering van de regering ofwel van hun werk. Hoewel in 1998 maar 56 % van de stedelijke bewoners gedekt werd door een vorm van ziekteverzekering, ligt dit beduidend hoger dan de 13 % van de landelijke bevolking. De meeste ruralen moeten hun gezondheidsfactuur zelf betalen. Het vermelde coöperatief gezondheidssysteem dat 90 % van de plattelandsbewoners omvatte, viel na het opdoeken van de communes tot op 5 % in 1989. Hoewel China tijdens de jaren negentig pogingen deed om een nieuw gezondheidsysteem op te zetten, geraakte dit nooit goed uit de startblokken. Volgens de gezondheidsenquête uit 1998 werd slechts 12 % van de plattelandsbevolking gedekt door een ziekteverzekering en bedroeg het deel dat nog coöperatieve gezondheidszorg kreeg nauwelijks 6,5 %. </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">In 2000 bedroegen de gezondheidsuitgaven 476.000 miljard yuan, waarvan 22 % ging naar het platteland waar 63 % van de bevolking leefde. Met andere woorden een derde van de bevolking gaat lopen met drie vierden van de gezondheidsuitgaven. Een verziekte toestand, te meer dat het aandeel voortdurend daalt: in 1993 bedroeg het nog 34 % van het nationale geheel; in 1998 viel het tot 25 % en in 2000 bedroeg het landelijke aandeel nog 22 %. Parallel hiermee steeg het aantal hospitaalbedden van 1982 tot 2001 van 2,05 miljoen tot 2,9 miljoen een verhoging met 44%. Gedurende deze periode groeide het aantal stedelijke hospitaalbedden van 832.000 tot 1,9 miljoen een stijging met 135 % en dit terwijl het aantal bedden te lande daalde van 1,2 miljoen tot 1,01 miljoen. Bijgevolg zakte het aantal ziekenhuisbedden op het platteland terug van 60 % in 1982 tot 32 % in 2001, een nog lager percentage als dat wat Mao bekritiseerde in 1965. De geschiedenis herhaalt zich.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Structureel</span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt; text-indent: 35.4pt;"><strong><span style="color: #ff0000;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;"><br /> </span></span></span></strong></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Tijdens de gezondheidsrevolutie gedurende de Maojaren werd het volksgezondheid- en preventiesysteem uitgeoefend door een drietrapssysteem waarbij het commune of later het township-niveau (gemeente) de centrale rol speelde tussen de faciliteiten op het onderste niveau (het dorp) en het hoger liggende niveau het kanton (die in China even groot zijn als onze provincies). De dorpskliniek was het instappunt waar de dorpelingen onderzocht werden en behandeld voor vaak voorkomende ziekten. Het speelde een sleutelrol in preventie en als referentiepunt naar hogerop. Het hogere gemeentelijke niveau nam het initiatief in preventie, basisgezondheidszorg, opvoeding, gezinsplanning&#8230;Voor meer gespecialiseerde ziektes werd dan doorverwezen naar het kantonniveau. Ondertussen hebben vele professionelen onder meer wegens de verwaarlozing en onderbetaling, het platteland verlaten ten voordele van de steden. Volgens de minister van volksgezondheid werken maar één derde van de landelijke gezondheidscentra naar behoren en zijn één derde uiteen gevallen. De goede situeren zich in de oostelijke kustprovincies terwijl de hospitalen in het westen in een erbarmelijke toestand verkeren. Vele lokaliteiten hebben onder de mom van “hervorming” hun gezondheidscentra uitgeleased aan individuen ofwel geveild aan de privé. Door het gebrek aan financiering hebben de gemeentelijke centra het moeilijk hun staf te behouden of hun apparatuur te moderniseren. Minder kwaliteit leidt dan tot de vicieuze cirkel dat klanten achterwege blijven en er ook minder inkomsten zijn. De facto wenden de mensen zich nu eerst naar de dorpsdokter ofwel als het gecompliceerd wordt onmiddellijk tot de kantonkliniek. Momenteel zijn de helft van de dorpsklinieken geprivatiseerd. Het aantal dokters bedraagt twee derden van het aantal in 1975 en het aantal gezondheidswerkers daalde van 3,2 miljoen in 1975 tot 270.000 in 1997. Ondertussen steeg de bevolking zodat het aantal dokters en gezondheidswerkers in de landelijke gebieden daalde van 1,55 pro mille tot 1,41 in 2001. Bovendien schenken ze gewild of ongewild geen aandacht aan preventie, rapporteren van besmettingen&#8230;Gevolg is onder meer dat de kloof tussen kindersterfte in stad en platteland sinds 1995 terug aan het toenemen is en dat ook betreffende levensverwachting een grotere kloof ontstaat met respectievelijk 75 jaar in de steden en 69 jaren te lande.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Omdat de financiële middelen ontbreken, proberen vele gezondheidswerkers dan maar te verdienen op het voorschrijven van soms onnodige en dure geneesmiddelen. Terwijl tussen 1989 en 2001 het inkomen in stad en platteland 5,4 keer en 4 maal steeg, nam de kost voor behandeling en hospitalisatie toe met de factor 10. Het is dan ook niet verwonderlijk dat in 1998 één derde van de zieken zich niet konden laten verzorgen wegens geldgebrek en dit is des te meer het geval naarmate het een minder ontwikkeld gebied betreft (waar de noden doorgaans hoger zijn). In de steden vraagt 35 % van de patiënten om voortijdig het hospitaal te mogen verlaten omdat ze het niet meer kunnen betalen; in de arme dorpen bedraagt dit percentage 80%! Het gevolg is dat men probeert kleine ziekten te doorstaan en de behandeling van ernstiger ziektes uitstelt. In de praktijk betekent dit dat kleine ziekten grote ziekten worden en dat ernstige ziekten kunnen leiden tot werkonbekwaamheid. In kleinere steden zijn 10 % van de armen in de armoede gesukkeld wegens de gezondheidsfactuur. In de landelijke gebieden bedraagt dit percentage 22 % van het totale aantal armen. In sommige gebieden bedraagt dit tot 30 à 40 % en in de provincie Qinghai zelfs 56 %. De grote vrees is niet arm te worden, maar wel ziek te vallen. </span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Het resultaat is dat terwijl het aantal zieken per 100.000 tussen 1993 en 2001 steeg van 140 naar 149, het aantal hospitaalbezoeken afnam van 2,57 miljard naar 2,08 miljard ofwel 483 miljoen minder. Gezien het aantal gezondheidswerkers steeg, daalde het aantal personen dat een dokter per jaar ziet van 1652 naar 1180. Ook de bezettingsgraad van de bedden die in de jaren tachtig 80 % beliep, bedraagt nu amper 60 %. Ook onder het kantonniveau daalde het aantal patiënten dat een dokter behandelt van 7,3 naar 5,2 per dag. Terwijl het aantal bedden steeg, daalde het aantal hospitalisaties op het gemeentelijke niveau van 19,6 miljoen in 1995 tot 17 miljoen in 2001. Kortom nu de huidige machthebbers de slagzin hanteren van “het volk eerst” is de tijd rijp dat de Chinese regering<span style="mso-spacerun: yes;"> </span>deze verziekte toestand een halt toeroept en terug het drietraps-coöperatieve gezondheidssysteem in ere herstelt. Volgens deskundigen zou het herstel van de volksgezondheid in steden en te lande samen 150 tot 200 miljard yuan kosten. Dit is niet echt dramatisch hoog vermits in 2005 er 500 miljard yuan meer financiële inkomsten waren vergeleken met het jaar voordien.</span></span></p><p class="MsoNormal" style="text-indent: 35.4pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"></span></p><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Tahoma;"><span style="font-size: x-small;">Jan Jonckheere        China Vandaag   1/09/2006</span></span></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/hoe-ziek-is-de-chinese-gezondheidszorg/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Sociale zekerheid los van bedrijven</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/sociale-zekerheid-los-van-bedrijven/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/sociale-zekerheid-los-van-bedrijven/#comments</comments> <pubDate>Mon, 06 Apr 2009 18:43:31 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Sociale zekerheid]]></category> <category><![CDATA[hervormingen]]></category> <category><![CDATA[sociale zekerheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=160</guid> <description><![CDATA[China dat al een stedelijke werkloosheid kent van 7,5 % wil de komende jaren zowel de staatsondernemingen efficiënter maken en haar ambterarenapparaat minder bureaucratisch. Om de jobs die onvermijdelijk op de tocht zullen komen te staan terug op te vullen, wordt een werkgelegenheidsplan uitgewerkt dat meer dan 50 miljoen personen aan nieuw werk wil helpen. [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div class="Section1"><p><strong><span style="color: #ff0000;">China dat al een stedelijke werkloosheid kent van 7,5 % wil de komende jaren zowel de staatsondernemingen efficiënter maken en haar ambterarenapparaat minder bureaucratisch. Om de jobs die onvermijdelijk op de tocht zullen komen te staan terug op te vullen, wordt een werkgelegenheidsplan uitgewerkt dat meer dan 50 miljoen personen aan nieuw werk wil helpen. Grootscheepse openbare werken, een ontwikkeling van de tertiaire sector en de gemeenschapsdiensten en het steunen van KMO&#8217;s en zelfstandigen zijn daarbij enkele van de grote assen. </span></strong></p><p> </p><p>Vooreerst een begripsverduidelijking. In het Chinees begrippenkader bestaat er een onderscheid tussen geregistreerde werklozen en de categorie afgedankten.  De tweede categorie omvat personen die niet meer op hun werk meer hoeven te verschijnen, maar nog een arbeidscontract hebben met hun onderneming en door deze nog een uitkering uitbetaald krijgen. Hoewel er officieel een 5,5 miljoen geregistreerde werklozen zijn, hoeven daar in feite nog de 10 miljoen afgedankten bij te worden geteld. Daardoor komt de officiële werkloosheid van vier procent eerder op 7,5 pct. te liggen. We hebben het hierbij nog niet over de verdoken werkloosheid in de rurale gebieden die meer dan 120 miljoen personen bedraagt en waarvan er 50 miljoen naar de steden uitwijken op zoek naar werk. In de steden zelf zitten daarbij nog 11 miljoen werkers in de problemen wegens wanbeheer en slechte resultaten van hun bedrijf. Nog enkele miljoenen worden betaald om niets te doen.  Overigens zijn er cijfers die stellen dat het aantal overtalligen in de staats- en collectieve  ondernemingen eerder 20  à 30 miljoen dan 10 miljoen zou bedragen indien streng economisch criteria zouden worden gehanteerd. Kortom China zit wel degelijk met een kolosaal werkgelegenheidsprobleem te meer nu de staatsondernemingen terug efficiënter worden gemaakt en daarbij onvermijdelijk jobs op de tocht komen te staan. Het is immers mondgemeen in China dat het werk voor 3 man in de staatsondernemingen gedaan wordt door 5 personen. Daarbij verschijnen elk jaar opnieuw tien miljoen jongelingen op de arbeidsmarkt. China telde in 1996 846 miljoen arbeidskrachten tussen 16 en 65, wat 11 miljoen meer was dan in &#8217;95, en waarvan er een 700 miljoen economisch actief zijn.</p><p>Een goede honderd miljoen personen werken in staatsondernemingen en een kleine veertig miljoen in collectieve ondernemingen. Waar eerstgenoemde in 1978 nog instonden voor 72 pct. van de nieuwe werkgelegenheid in de steden, viel dit in 1996 terug tot 34 pct. Het aantal bedienden in de ambtenarij viel tijdens dezelfde periode van 78 pct. tot 64 pct. Overigens kende China tijdens het achtste vijfjarenplan (91-95) een minimale jobsaangroei van 1,3 % waarbij de bijdrage van arbeidsinput tot de groei van het Bruto Nationaal Product daalde van 19 tot 7%.  Tezelfdertijd groeide de arbeidsproductiviteit 1,24 maal of een jaarlijkse vooruitgang met 22 pct. en inflatie verrekend met 9 pct. De functie van de nijverheid als voornaamste werkverschaffer is wel duidelijk aan verandering toe. De landbouw nam in 1994 nog voor 54 pct. van de werkgelegenheid voor haar rekening, wat 5,7 minder is dan in 1990; het nijverheidspercentage bedroeg 22,7 wat nauwelijks 1,3 pct. omhoog is terwijl de tertiaire sector 23 pct. tewerkstelde of een vooruitgang met 4,6 %.</p><p> </p><p><strong>Sectoren</strong></p><p> </p><p>In 1994 waren de nieuwe nijverheidjobs voor de eerste keer minder talrijk dan de nieuwe jobs in de dienstensector. Het zijn vooral deze traditionele sectoren waarin de komende jaren het mes zal worden gezet. De textielindustrie is bijzonder hard getroffen als experimentele sector bij de hervormingen. In de komende 3 jaar moeten nieuwe banen worden gevonden voor 1,2 miljoen personen die bedankt zullen worden, overigens vooral vrouwen. De textiel stelt 1,8 miljoen personen te werk wat 20 pct. is van het totale contingent dat werkt in verlieslatende grote en middelgrote staatsondernemingen. In Zhengzhou bijvoorbeeld bedroegen de verliezen van de textielfirma&#8217;s 77 pct. van de totale staatsnijverheid in de stad.<br />  De steenkoolsector met zijn 3,6 miljoen arbeiders werd van 1993 tot 1996 reeds met 760.000 personen afgeslankt waarvan 440.000 werden ontslagen en 320.000 gerekanaliseerd in diverse operaties. Er kwam meteen een einde aan 13 opeenvolgende jaren van verliescijfers. In 1992 liepen die nog op tot 6 miljard yuan. De productiviteit groeide er ondertussen van 1,33 ton/man-dag tot 2,1 ton/man-dag waardoor het doel dat tegen de eeuwwende werd vooropgesteld, reeds bereikt werd.<br /> Bij de spoorwegen werd bekend dat 1,1 miljoen jobs zullen verdwijnen in de komende 3 jaar wat op 3,37 miljoen een vierde uitmaakt die ofwel zullen afgesplitst (er zal in de toekomst ook worden gewerkt met autonome corporaties voor spoorindustrie, -engineering, spoorwegbouw…) ofwel afgedankt. De verliezen liepen immers eveneens op tot meer dan 4 miljard yuan in 1997.<br />  Vorig jaar werden in de staatsbedrijven 12 miljoen personen afgedankt wat 3 miljoen meer was dan in 1996. Per nijverheidstak opgesplitst worden de meeste werklozen gevonden in de steenkool, textiel, metaal, petroleum, bosbouw en militaire industrie. Het gaat om personen van middelbare leeftijd en meestal vrouwen, wat bevestigd wordt door enquêtes. Tenslotte werd ook de administratie reeds afgeslankt tijdens de afgelopen jaren: de regeringsadministratie werd met 13 pct. ingeperkt wat 2 miljoen eenheden minder is en vele lokale administraties verminderden hun bureaucratie met 20 à 30 pct.</p><p>Uit studies valt een beeld van de gemiddelde ontslagen persoon op te maken. Zij is een vrouw (60 % van het totaal) uit een industriële onderneming (60%) tussen 35 en 45 (67%) en met een middelbare schoolopleiding. Van hen zijn 40 pct. afgedankt voor zes maanden, 29 % tussen 6 maand en een jaar, 17 pct. tussen één en twee jaar en 14 pct. sedert meer dan 2 jaar. Overigens zoeken 44 pct. van de afgedankten niet meer naar een job. Hoewel nationaal gesteld wordt dat de afgedankten een maandelijkse uitkering van 300 yuan moeten krijgen, ontvangen sommigen maar 100 yuan en geschat wordt dat de helft niets krijgt. In Shengyang krijgt de afgedankte 139 yuan, in Shanghai 291 yuan en in Guangzhou verdient deze met bijklussen incluis 598 yuan. De perceptie van het afgedankt zijn verschilt dan ook in de 3 steden: in Guangzhou wordt het door 60 pct. als een &#8220;normaal&#8221; fenomeen aanzien, terwijl dit 45 pct. bedraagt in Shanghai en 32 pct. in Shangyang. De inwoners van Guangzhou zijn ook meer ondernemend: 50 pct. heeft terug werk gevonden tussen 6 maand en één jaar, terwijl 70 % te Shengyang nog zonder zaten en 60 pct. te Shanghai. Bij de geregistreerde werklozen valt op te merken dat waar het gemiddelde in 1996 3 pct. bedroeg dit in de afgelegen provincies Qinghai (7,4pct.), Guizhou (5,8 pct.) en Gansu (5,5pct.),  duidelijk hoger dan in Peking (0,4pct.), Tianjin (1%) en Shanxi (1,4 %). Bij de geregistreerde werklozen zijn er 30 pct. die ontslagen werden en niet meer betaald worden door hun ex-bedrijf.  Een 75 % van de werklozen komt uit staatsbedrijven. Gezien de omvang van het probleem is het dan ook niet verwonderlijk dat uit een onderzoek bij 5000 personen blijkt dat de werkloosheid voor de corruptie probleem nummer één wordt genoemd.</p><p> </p><p><strong>Jobstrategie</strong></p><p> </p><p>Vice‑Minister van Arbeid Zhu Jiazhen verwacht dat er 54 miljoen nieuwe jobs kunnen gecreëerd worden tegen het jaar 2000. De strategie is gebaseerd op een nieuwe klemtoon op middelgrote en kleine bedrijven, de tertiaire sector, openbare werken en een ontwikkeling van de welzijnssector. De ontwikkeling van de economie is immers de eerste garantie voor werkverschaffing. Indien er een economische groei is van 8 pct. kunnen niet alleen de nieuw op de arbeidsmarkt verschijnende jongelingen aan een baan geholpen maar ook de werklozen en afgedankten plus een flink deel van de rurale werklozen.</p><p>Gezien de staatsondernemingen reeds een teveel aan personeel kennen, worden de groeipolen vooral de middelgrote ondernemingen, de collectieve en de privé-sector. De kleine en middelgrote ondernemingen zullen geholpen worden inzake fondsen, krediet en belastingen. Tezelfdertijd als kapitaalintensieve bedrijven ontwikkeld worden, moeten ook arbeidsintensieve bedrijven ontwikkeld worden. Van de lokale overheden wordt verwacht dat ze ontwikkelingszones opzetten en steunen van dergelijke kleine en middelgrote bedrijven die arbeidsintensief zijn. In die lijn wordt de ontwikkeling van de bouwindustrie, bouwmaterialen en binnenhuisdecoratie gezien.</p><p>De tertiaire sector is reeds een groeipool geworden en wordt eveneens gestimuleerd. Elk jaar zouden er in die sector een 10 miljoen jobs bijkomen zodat deze als voornaamste werkverschaffer in 2000 30 pct. en in 2005 38 pct. van de nieuwe jobs zou voor haar rekening nemen. Immers voor elk punt dat deze sector aangroeit in het percentage van het BNP, komen er één miljoen banen bij. Vorig jaar stond de sector reeds in voor 26 pct. van de nieuwe jobs.  Wat hier de social-profit of welzijnsector heet, wordt in China tot de gemeenschapsdiensten en tertiaire sector gerekend. Ook deze wordt als groeias gepromoot. Vele sociale diensten die nu nog afhangen van de fabrieken zullen worden overgeheveld naar de lokale gemeenschappen en de buurtorganisaties zullen gradueel van administratieve organen naar gemeenschapsdiensten worden omgeturnd. Kinderzorg en -oppas, bejaardenhulp, kuisen, herstellen, verhuis en catering zullen werklozen aan de slag kunnen helpen. Er zijn immers klachten dat de hersteldiensten te duur zijn en analoge opmerkingen worden gemaakt over de catering. Ook gemeenschapsdiensten en huishoudelijke hulp kunnen aan de vraag niet voldoen.</p><p>Openbare werken zijn eveneens een kanaal waarlangs werklozen aan het werk zullen worden gezet. China zou daar volgens vicepremier Li Lanqing in Davos de komende drie jaar 750 miljard US $ aan besteden. In de rurale gebieden zijn er nog heel wat brakke gronden die landbouwrijp moeten gemaakt en infrastructuurwerken zijn er nodig zoals irrigatie en waterbeheersingsprojecten. Overigens hinkt de aanleg van China&#8217;s infrastructuur achterop met deze van de economie: waar het GDP 4,4 maal steeg van 1978 tot 1996 en de toegevoegde waarde in de nijverheid  7,7 maal, steeg de aanleg van nieuwe spoorwegen maar met 33 pct, de waterwegen met 18 pct, de geïrrigeerde oppervlakte met 12 pct en werd het aantal kleine landelijke waterkrachtcentrales met de helft gehalveerd. China loopt zelfs achter op Brazilië en Rusland wat inter-cityvervoer betreft.</p><p> Overigens plant de Chinese overheid middelgrote steden uit te bouwen die als buffer zouden gaan fungeren tussen landbouwgebieden zodat de druk op de echt grote steden zou gaan afnemen. Wegen en pijpleidingen aanleggen, het bouwen van huizen, groenaanleg, vuilnisbehandeling en -preventie zijn daarbij noodzakelijk. In deze nieuwe steden kunnen dan lokale ondernemingen ontwikkeld, een sector die sinds de 20 jaar hervormingen reeds 214 miljoen mensen aan een baan hielp.</p><p>Stippen we nog aan dat in het kader van een werkgelenheidsstrategie werklozen ook aangespoord zullen worden om zich als zelfstandige te gaan vestigen en er daartoe opstartfondsen zullen worden vrijgemaakt. Volgens ramingen kwamen er van &#8217;91 tot &#8217;95 14 miljoen nieuwe banen bij in de privé-sector en zelfstandigen wat 40 pct. uitmaakt van de nieuwe jobs in de steden. Tenslotte wordt ook een soort van prepensioen in het vooruitzicht gesteld en behoren ingrediënten uit het zgn. &#8220;Poldermodel&#8221; zoals parttime, tijdelijk- en flexibel werk, ook tot de cocktail van de werkgelegenheidsstrategie.</p><p> </p><p><strong>Omscholing</strong></p><p> </p><p>Het algemeen idee achter het nieuw werkverschaffingssysteem is dat de staat het macroniveau reguleert, de stedelijke en landelijke gebieden de ontwikkeling in hun gebied coördineren, de onderneming autonoom is inzake aanwerving, de markt vraag en aanbod regelt en de maatschappij instaat voor het aanbieden van diensten. De Chinese arbeidsdiensten omvatten een vier pijlers met arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding, werkloosheidsverzekering en &#8220;Jobdienstenondernemingen&#8221;. Op het einde van 1994 had China 25.000 werkgelegenheidsagentschappen waarvan 20.000 gerund door de Arbeidsdepartementen van de overheid. Er waren 2600 beroepsopleidingscentra die 3,2 miljoen personen trainden. De vakbonden trekken ook mee aan de kar. Volgens statistieken hebben de vakbonden op alle niveaus de afgelopen jaren 1300 beroeps- en technische centra opgericht met 34.000 klassen waarin miljoenen personen werden getraind. Het land telde 200.000 jobdienstenondernemingen met een gezamenlijk arbeidspotentieel van 9 miljoen personen. Deze ondernemingen krijgen een preferentiële behandeling doordat ze gedurende 3 jaar vrijgesteld zijn van belastingen, maar moeten nieuwe bedrijven zijn die minstens 60 pct. ontslagenen onder hun personeel tellen. Van deze ondernemingen zijn er twee soorten initiatiefnemers: vooreerst zijn er de Arbeidsdepartementen en voorts andere departementen en ondernemingen In Peking hebben 3 districten en kantons en vijf corporaties in voeding en lichte nijverheid dergelijke zelfhulpbedrijven opgezet.</p><p>Wat de werkloosheidsverzekering betreft, heeft China nog maar een goede 10 jaar een regeling ter zake die hoofdzakelijk de werknemers uit de staatsondernemingen betrof. Personen die meer dan 5 jaar werkten, krijgen gedurende 2 jaar uitkeringen: het eerste jaar 60 tot 75 pct. van hun loon en het tweede jaar 50 pct. Voor diegenen die minder dan 5 jaar werkten, bedraagt de periode maar één jaar met een maandelijkse uitkering van 60 tot 75 pct. met een minimum van 60 yuan. Tegen 1994 waren meer dan 90 miljoen arbeiders erdoor gedekt. Sedert enkele jaren wordt gepoogd om ook de arbeiders uit de andere systemen in dezelfde regeling te betrekken. Bijvoorbeeld leven maar één op tien buitenlandse bedrijven in Peking de wetgeving inzake het betalen van hun werkloosheidsbijdrage na. De sociale zekerheid is echter helemaal aan een reorganisatie toe omdat deze vroeger geregeld werd per onderneming. Het moet natuurlijk kunnen dat een werknemer die naar een andere regio of sector trekt, ook zijn sociale zekerheid meeneemt. De eenmaking van de sociale zekerheid met niet alleen werkloosheidsverzekering, maar ook pensioenen en ziekte en invaliditeitsverzekering is echter niet voor morgen want sommige provincies gebruiken 3 verschillende systemen en als een werknemer dan verhuist naar een andere provincie met nog een ander systeem…. Indien de sociale zekerheid echter niet eengemaakt is, kan de markteconomie zich niet ontplooien. Dit is meteen de reden dat de miljoenen overtallige ambtenaren bij ontstentenis van een eengemaakte sociale zekerheid in feite toch nog door hun voormalige werknemer betaald worden.</p><p> </p><p><strong>Plan</strong></p><p> </p><p>Tijdens het negende vijfjarenplan zouden er echter nog een 15 miljoen ontslagen vallen. Om daaraan te verhelpen werd in 1995 een werkgelegenheidsplan ontworpen dat 40 miljoen stedelingen en 80 miljoen ruralen op 5 jaar tijd werk wil verschaffen. Tegen dan moeten 60 pct. van de werklozen heraangeworven zijn. Het project richt zich op personen die minstens 6 maand werkloos zijn en op ondernemingen die hun personeel niet van de basisuitkeringen kunnen voorzien. In 1996 hielp het 7 miljoen werklozen en afgedankten aan een baan. Van de 20 miljoen afgedankten vonden 70 pct. ander werk, wat betekent dat er nog 6 miljoen zonder baan zitten. Dit jaar is het de bedoeling 8 miljoen stedelingen banen te verschaffen en 4 miljoen te helpen bij het zoeken naar nieuw werk. 200 steden nemen aan het pilootproject deel. 4800 werkgelegenheidsagenschappen werden natiewijd opgericht waarvan 530 gerund door gemeenschappen, 2200 door regeringsorganen en 2000 door de privé-sector.Tezelfdertijd kwamen er nog 1300 jobdienstenondernemingen bij. In de sterk getroffen textielsector zouden dit jaar 600.000 arbeid(st)ers overgeplaatst worden, volgend jaar 500.000 en in 2000 tenslotte nog 100.000</p><p>In de provincie Guangdong waar er vorig jaar 680.000 werklozen waren en 670.000 afgedankten vonden van beide categorieën opnieuw twee derden werk.  Te Shanghai dat alleen reeds 437 werkgelegenheidsagentschappen (naast nog enkele honderden &#8220;onregelmatige&#8221;) telt waarin de laatste jobinfo via een netwerk vanTV-schermen wordt weergegeven, vonden 1,1 miljoen personen van 1,3 miljoen afgedankten nieuw werk. Midden februari bracht premier Zhu Rongji een bezoek aan de stad Tianjin waar eind vorig jaar 320.000 personen afgedankt waren maar waarvan er door een actief werkgelegenheidsbeleid terug reeds 265.000 aan de slag zijn. Zhu noemde de afdankingen pijnlijk maar op lange termijn in het belang van de arbeidersklasse. Hij riep alle niveaus op belang te hechten aan de werkgelegenheidspolitiek en bezocht een jobdienstenonderneming van de Xinkaihestraat waar relatief meer werklozen zijn. Van de 1200 werklozen die er geregistreerd zijn, vonden 630 jobs in fastfoodbedeling, patiëntenzorg, huishoudhulp en het reinigen van gebouwen. Voor China is dit eerder een nieuwigheid omdat vele werklozen hun neus ophalen om buiten de staatsondernemingen te gaan werken gezien in deze sector de sociale dienstverlening uitgebreider is. Dit is ook meteen ook de verklaring van het verschijnsel dat dertig procent van de 147 miljoen stedelijke arbeidskrachten boeren-migranten zijn die het vuile werk doen waarvoor de stedelingen zich te verheven achten. Bovendien zitten vele Chinese werklozen nog met de mentaliteit dat de overheid het wel zal oplossen in plaats van zelf ook de handen uit de mouwen te steken. Minister Li Boyong noemde in maart nog het verschijnsel van personen die niets te doen hebben enerzijds en werk dat niemand wil doen anderzijds &#8220;opvallend&#8221;.</p><p>Nu de volgende 3 jaren de staatsbedrijven terug efficient zullen worden gemaakt en de administraite nog verder zal worden ontvet, is de Chinese werkgelegenheidsproblematiek misschien wel de belangrijkste uitdaging waarvoor het regime staat. Economisten hebben het reeds over de behoefte aan een tweede zachte landing, naar analogie van het succes dat China kende bij het beteugelen van de inflatie na 1994. China is het aan zichzelf verplicht om te slagen als ze willen bewijzen dat de socialistische markteconomie superieur is aan de kapitalistische.</p><p> </p><p><strong>Selecte bibliografie</strong> (meestal geput uit Foreign Broadcast Information Service)</p><p> </p><p>Solutions for State Enterprise Surplus Labor, RENMIN RIBAO , 23/3/95</p><p>Articles View Re‑Employment Project  Part One and Two,Renmin Ribao, 15+16/6/95</p><p>Series Examines 8th, 9th 5‑Year Plans , Employment Trend,Jingji Ribao, 17/8/95</p><p>Minister Discusses Goals of Labor Ministry, RENMIN LUNTAN, 8/01/96</p><p>Labor Ministry Research Group on Employment Strategy from 1996‑2005, GUANLI SHIJIE, 24/1/96</p><p>Settlement of Surplus Enterprise Workers Examined, QIYE GUANLI, 1/5/96</p><p>Unemployment Problems, Reemployment Scheme, JINGRONG SHIBAO, 15/4/96</p><p>Multi‑Pronged Approach Necessary To Tackle Unemployment, JINGJIXUE DONGTAI, 18/7/96</p><p>Labor Minister on Resolving Problems in Labor Force, Renmin Luntan, 8/07/97</p><p>Academic on Reducing Unemployment Rate, Liaowang, 4/08/97</p><p>Renmin Ribao Series on Re‑employment, Pt 1-7, Renmin Ribao, 8-18/12/97</p><p>Labor Conference Held on Reemployment of Laid‑Off Workers, Ming Pao,19/12/97</p><p>Conference Aims To Keep Unemployed Rate at 3.5 Percent, Ming Pao, 20/12/97</p><p>`Most&#8217; Laid‑Off State Workers Still Supported by Government, Ming Pao, 31/12/97</p><p>Article on Unemployment Warning Lines, Liaowang, 5/1/98</p><p>Issues and Studies, jan 97,L Wong &amp; N. Kinglun,  Unemployment and Policy Responses in Mainland China p 47 e.v.</p><p><strong><br /> </strong></div><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-GB;" lang="EN-GB"><span style="font-size: x-small;">Jan Jonckheere     China Vandaag  1/06/1999</span></span></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/sociale-zekerheid-los-van-bedrijven/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Chinees werkgelegenheidsprogramma een Herculestaak</title><link>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-werkgelegenheidsprogramma-een-herculestaak/</link> <comments>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-werkgelegenheidsprogramma-een-herculestaak/#comments</comments> <pubDate>Mon, 06 Apr 2009 18:29:24 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Jonckheere</dc:creator> <category><![CDATA[Dossiers]]></category> <category><![CDATA[Sociale zekerheid]]></category> <category><![CDATA[werkgelegenheid]]></category> <category><![CDATA[werkloosheid]]></category><guid isPermaLink="false">http://chinasquare.amazingthings.be/?p=152</guid> <description><![CDATA[     China dat al een stedelijke werkloosheid kent van 7,5 % wil de komende jaren zowel de staatsondernemingen efficiënter maken en haar ambterarenapparaat minder bureaucratisch. Om de jobs die onvermijdelijk op de tocht zullen komen te staan terug op te vullen, wordt een werkgelegenheidsplan uitgewerkt dat meer dan 50 miljoen personen aan nieuw werk [...]]]></description> <content:encoded><![CDATA[<div class="Section1"><p class="MsoNormal" style="margin: 0cm 0cm 0pt;"> </p><div id="attachment_717" class="wp-caption alignleft" style="width: 310px"><img class="size-medium wp-image-717" title="jobmarkt" src="http://www.chinasquare.be/wp-content/uploads/2009/04/jobmarkt-300x200.jpg" alt="Jobmarkt" width="300" height="200" /><p class="wp-caption-text">Jobmarkt</p></div><div><span style="font-family: Arial; mso-ansi-language: EN-US;" lang="EN-US"><span style="color: #ff0000;"> </span></span><strong style="mso-bidi-font-weight: normal;"><span style="font-family: Tahoma; font-size: 18pt; mso-ansi-language: EN-GB; mso-bidi-font-size: 10.0pt; mso-fareast-font-family: 'Times New Roman'; mso-fareast-language: EN-US; mso-bidi-language: AR-SA;" lang="EN-GB"><span style="color: #ff0000;"> </span></span></strong></div><div class="Section1"><p><strong><span style="color: #ff0000;">China dat al een stedelijke werkloosheid kent van 7,5 % wil de komende jaren zowel de staatsondernemingen efficiënter maken en haar ambterarenapparaat minder bureaucratisch. Om de jobs die onvermijdelijk op de tocht zullen komen te staan terug op te vullen, wordt een werkgelegenheidsplan uitgewerkt dat meer dan 50 miljoen personen aan nieuw werk wil helpen. Grootscheepse openbare werken, een ontwikkeling van de tertiaire sector en de gemeenschapsdiensten en het steunen van KMO&#8217;s en zelfstandigen zijn daarbij enkele van de grote assen. </span></strong><strong> </strong></p><p> </p><p>Vooreerst een begripsverduidelijking. In het Chinees begrippenkader bestaat er een onderscheid tussen geregistreerde werklozen en de categorie afgedankten.  De tweede categorie omvat personen die niet meer op hun werk meer hoeven te verschijnen, maar nog een arbeidscontract hebben met hun onderneming en door deze nog een uitkering uitbetaald krijgen. Hoewel er officieel een 5,5 miljoen geregistreerde werklozen zijn, hoeven daar in feite nog de 10 miljoen afgedankten bij te worden geteld. Daardoor komt de officiële werkloosheid van vier procent eerder op 7,5 pct. te liggen. We hebben het hierbij nog niet over de verdoken werkloosheid in de rurale gebieden die meer dan 120 miljoen personen bedraagt en waarvan er 50 miljoen naar de steden uitwijken op zoek naar werk. In de steden zelf zitten daarbij nog 11 miljoen werkers in de problemen wegens wanbeheer en slechte resultaten van hun bedrijf. Nog enkele miljoenen worden betaald om niets te doen.  Overigens zijn er cijfers die stellen dat het aantal overtalligen in de staats- en collectieve  ondernemingen eerder 20  à 30 miljoen dan 10 miljoen zou bedragen indien streng economisch criteria zouden worden gehanteerd. Kortom China zit wel degelijk met een kolosaal werkgelegenheidsprobleem te meer nu de staatsondernemingen terug efficiënter worden gemaakt en daarbij onvermijdelijk jobs op de tocht komen te staan. Het is immers mondgemeen in China dat het werk voor 3 man in de staatsondernemingen gedaan wordt door 5 personen. Daarbij verschijnen elk jaar opnieuw tien miljoen jongelingen op de arbeidsmarkt. China telde in 1996 846 miljoen arbeidskrachten tussen 16 en 65, wat 11 miljoen meer was dan in &#8217;95, en waarvan er een 700 miljoen economisch actief zijn.</p><p>Een goede honderd miljoen personen werken in staatsondernemingen en een kleine veertig miljoen in collectieve ondernemingen. Waar eerstgenoemde in 1978 nog instonden voor 72 pct. van de nieuwe werkgelegenheid in de steden, viel dit in 1996 terug tot 34 pct. Het aantal bedienden in de ambtenarij viel tijdens dezelfde periode van 78 pct. tot 64 pct. Overigens kende China tijdens het achtste vijfjarenplan (91-95) een minimale jobsaangroei van 1,3 % waarbij de bijdrage van arbeidsinput tot de groei van het Bruto Nationaal Product daalde van 19 tot 7%.  Tezelfdertijd groeide de arbeidsproductiviteit 1,24 maal of een jaarlijkse vooruitgang met 22 pct. en inflatie verrekend met 9 pct. De functie van de nijverheid als voornaamste werkverschaffer is wel duidelijk aan verandering toe. De landbouw nam in 1994 nog voor 54 pct. van de werkgelegenheid voor haar rekening, wat 5,7 minder is dan in 1990; het nijverheidspercentage bedroeg 22,7 wat nauwelijks 1,3 pct. omhoog is terwijl de tertiaire sector 23 pct. tewerkstelde of een vooruitgang met 4,6 %.</p><p> </p><p><strong>Sectoren</strong></p><p> </p><p>In 1994 waren de nieuwe nijverheidjobs voor de eerste keer minder talrijk dan de nieuwe jobs in de dienstensector. Het zijn vooral deze traditionele sectoren waarin de komende jaren het mes zal worden gezet. De textielindustrie is bijzonder hard getroffen als experimentele sector bij de hervormingen. In de komende 3 jaar moeten nieuwe banen worden gevonden voor 1,2 miljoen personen die bedankt zullen worden, overigens vooral vrouwen. De textiel stelt 1,8 miljoen personen te werk wat 20 pct. is van het totale contingent dat werkt in verlieslatende grote en middelgrote staatsondernemingen. In Zhengzhou bijvoorbeeld bedroegen de verliezen van de textielfirma&#8217;s 77 pct. van de totale staatsnijverheid in de stad.<br />  De steenkoolsector met zijn 3,6 miljoen arbeiders werd van 1993 tot 1996 reeds met 760.000 personen afgeslankt waarvan 440.000 werden ontslagen en 320.000 gerekanaliseerd in diverse operaties. Er kwam meteen een einde aan 13 opeenvolgende jaren van verliescijfers. In 1992 liepen die nog op tot 6 miljard yuan. De productiviteit groeide er ondertussen van 1,33 ton/man-dag tot 2,1 ton/man-dag waardoor het doel dat tegen de eeuwwende werd vooropgesteld, reeds bereikt werd.<br /> Bij de spoorwegen werd bekend dat 1,1 miljoen jobs zullen verdwijnen in de komende 3 jaar wat op 3,37 miljoen een vierde uitmaakt die ofwel zullen afgesplitst (er zal in de toekomst ook worden gewerkt met autonome corporaties voor spoorindustrie, -engineering, spoorwegbouw…) ofwel afgedankt. De verliezen liepen immers eveneens op tot meer dan 4 miljard yuan in 1997.<br />  Vorig jaar werden in de staatsbedrijven 12 miljoen personen afgedankt wat 3 miljoen meer was dan in 1996. Per nijverheidstak opgesplitst worden de meeste werklozen gevonden in de steenkool, textiel, metaal, petroleum, bosbouw en militaire industrie. Het gaat om personen van middelbare leeftijd en meestal vrouwen, wat bevestigd wordt door enquêtes. Tenslotte werd ook de administratie reeds afgeslankt tijdens de afgelopen jaren: de regeringsadministratie werd met 13 pct. ingeperkt wat 2 miljoen eenheden minder is en vele lokale administraties verminderden hun bureaucratie met 20 à 30 pct.</p><p>Uit studies valt een beeld van de gemiddelde ontslagen persoon op te maken. Zij is een vrouw (60 % van het totaal) uit een industriële onderneming (60%) tussen 35 en 45 (67%) en met een middelbare schoolopleiding. Van hen zijn 40 pct. afgedankt voor zes maanden, 29 % tussen 6 maand en een jaar, 17 pct. tussen één en twee jaar en 14 pct. sedert meer dan 2 jaar. Overigens zoeken 44 pct. van de afgedankten niet meer naar een job. Hoewel nationaal gesteld wordt dat de afgedankten een maandelijkse uitkering van 300 yuan moeten krijgen, ontvangen sommigen maar 100 yuan en geschat wordt dat de helft niets krijgt. In Shengyang krijgt de afgedankte 139 yuan, in Shanghai 291 yuan en in Guangzhou verdient deze met bijklussen incluis 598 yuan. De perceptie van het afgedankt zijn verschilt dan ook in de 3 steden: in Guangzhou wordt het door 60 pct. als een &#8220;normaal&#8221; fenomeen aanzien, terwijl dit 45 pct. bedraagt in Shanghai en 32 pct. in Shangyang. De inwoners van Guangzhou zijn ook meer ondernemend: 50 pct. heeft terug werk gevonden tussen 6 maand en één jaar, terwijl 70 % te Shengyang nog zonder zaten en 60 pct. te Shanghai. Bij de geregistreerde werklozen valt op te merken dat waar het gemiddelde in 1996 3 pct. bedroeg dit in de afgelegen provincies Qinghai (7,4pct.), Guizhou (5,8 pct.) en Gansu (5,5pct.),  duidelijk hoger dan in Peking (0,4pct.), Tianjin (1%) en Shanxi (1,4 %). Bij de geregistreerde werklozen zijn er 30 pct. die ontslagen werden en niet meer betaald worden door hun ex-bedrijf.  Een 75 % van de werklozen komt uit staatsbedrijven. Gezien de omvang van het probleem is het dan ook niet verwonderlijk dat uit een onderzoek bij 5000 personen blijkt dat de werkloosheid voor de corruptie probleem nummer één wordt genoemd.</p><p> </p><p><strong>Jobstrategie</strong></p><p> </p><p>Vice‑Minister van Arbeid Zhu Jiazhen verwacht dat er 54 miljoen nieuwe jobs kunnen gecreëerd worden tegen het jaar 2000. De strategie is gebaseerd op een nieuwe klemtoon op middelgrote en kleine bedrijven, de tertiaire sector, openbare werken en een ontwikkeling van de welzijnssector. De ontwikkeling van de economie is immers de eerste garantie voor werkverschaffing. Indien er een economische groei is van 8 pct. kunnen niet alleen de nieuw op de arbeidsmarkt verschijnende jongelingen aan een baan geholpen maar ook de werklozen en afgedankten plus een flink deel van de rurale werklozen.</p><p>Gezien de staatsondernemingen reeds een teveel aan personeel kennen, worden de groeipolen vooral de middelgrote ondernemingen, de collectieve en de privé-sector. De kleine en middelgrote ondernemingen zullen geholpen worden inzake fondsen, krediet en belastingen. Tezelfdertijd als kapitaalintensieve bedrijven ontwikkeld worden, moeten ook arbeidsintensieve bedrijven ontwikkeld worden. Van de lokale overheden wordt verwacht dat ze ontwikkelingszones opzetten en steunen van dergelijke kleine en middelgrote bedrijven die arbeidsintensief zijn. In die lijn wordt de ontwikkeling van de bouwindustrie, bouwmaterialen en binnenhuisdecoratie gezien.</p><p>De tertiaire sector is reeds een groeipool geworden en wordt eveneens gestimuleerd. Elk jaar zouden er in die sector een 10 miljoen jobs bijkomen zodat deze als voornaamste werkverschaffer in 2000 30 pct. en in 2005 38 pct. van de nieuwe jobs zou voor haar rekening nemen. Immers voor elk punt dat deze sector aangroeit in het percentage van het BNP, komen er één miljoen banen bij. Vorig jaar stond de sector reeds in voor 26 pct. van de nieuwe jobs.  Wat hier de social-profit of welzijnsector heet, wordt in China tot de gemeenschapsdiensten en tertiaire sector gerekend. Ook deze wordt als groeias gepromoot. Vele sociale diensten die nu nog afhangen van de fabrieken zullen worden overgeheveld naar de lokale gemeenschappen en de buurtorganisaties zullen gradueel van administratieve organen naar gemeenschapsdiensten worden omgeturnd. Kinderzorg en -oppas, bejaardenhulp, kuisen, herstellen, verhuis en catering zullen werklozen aan de slag kunnen helpen. Er zijn immers klachten dat de hersteldiensten te duur zijn en analoge opmerkingen worden gemaakt over de catering. Ook gemeenschapsdiensten en huishoudelijke hulp kunnen aan de vraag niet voldoen.</p><p>Openbare werken zijn eveneens een kanaal waarlangs werklozen aan het werk zullen worden gezet. China zou daar volgens vicepremier Li Lanqing in Davos de komende drie jaar 750 miljard US $ aan besteden. In de rurale gebieden zijn er nog heel wat brakke gronden die landbouwrijp moeten gemaakt en infrastructuurwerken zijn er nodig zoals irrigatie en waterbeheersingsprojecten. Overigens hinkt de aanleg van China&#8217;s infrastructuur achterop met deze van de economie: waar het GDP 4,4 maal steeg van 1978 tot 1996 en de toegevoegde waarde in de nijverheid  7,7 maal, steeg de aanleg van nieuwe spoorwegen maar met 33 pct, de waterwegen met 18 pct, de geïrrigeerde oppervlakte met 12 pct en werd het aantal kleine landelijke waterkrachtcentrales met de helft gehalveerd. China loopt zelfs achter op Brazilië en Rusland wat inter-cityvervoer betreft.</p><p> Overigens plant de Chinese overheid middelgrote steden uit te bouwen die als buffer zouden gaan fungeren tussen landbouwgebieden zodat de druk op de echt grote steden zou gaan afnemen. Wegen en pijpleidingen aanleggen, het bouwen van huizen, groenaanleg, vuilnisbehandeling en -preventie zijn daarbij noodzakelijk. In deze nieuwe steden kunnen dan lokale ondernemingen ontwikkeld, een sector die sinds de 20 jaar hervormingen reeds 214 miljoen mensen aan een baan hielp.</p><p>Stippen we nog aan dat in het kader van een werkgelenheidsstrategie werklozen ook aangespoord zullen worden om zich als zelfstandige te gaan vestigen en er daartoe opstartfondsen zullen worden vrijgemaakt. Volgens ramingen kwamen er van &#8217;91 tot &#8217;95 14 miljoen nieuwe banen bij in de privé-sector en zelfstandigen wat 40 pct. uitmaakt van de nieuwe jobs in de steden. Tenslotte wordt ook een soort van prepensioen in het vooruitzicht gesteld en behoren ingrediënten uit het zgn. &#8220;Poldermodel&#8221; zoals parttime, tijdelijk- en flexibel werk, ook tot de cocktail van de werkgelegenheidsstrategie.</p><p> </p><p><strong>Omscholing</strong></p><p> </p><p>Het algemeen idee achter het nieuw werkverschaffingssysteem is dat de staat het macroniveau reguleert, de stedelijke en landelijke gebieden de ontwikkeling in hun gebied coördineren, de onderneming autonoom is inzake aanwerving, de markt vraag en aanbod regelt en de maatschappij instaat voor het aanbieden van diensten. De Chinese arbeidsdiensten omvatten een vier pijlers met arbeidsbemiddeling, beroepsopleiding, werkloosheidsverzekering en &#8220;Jobdienstenondernemingen&#8221;. Op het einde van 1994 had China 25.000 werkgelegenheidsagentschappen waarvan 20.000 gerund door de Arbeidsdepartementen van de overheid. Er waren 2600 beroepsopleidingscentra die 3,2 miljoen personen trainden. De vakbonden trekken ook mee aan de kar. Volgens statistieken hebben de vakbonden op alle niveaus de afgelopen jaren 1300 beroeps- en technische centra opgericht met 34.000 klassen waarin miljoenen personen werden getraind. Het land telde 200.000 jobdienstenondernemingen met een gezamenlijk arbeidspotentieel van 9 miljoen personen. Deze ondernemingen krijgen een preferentiële behandeling doordat ze gedurende 3 jaar vrijgesteld zijn van belastingen, maar moeten nieuwe bedrijven zijn die minstens 60 pct. ontslagenen onder hun personeel tellen. Van deze ondernemingen zijn er twee soorten initiatiefnemers: vooreerst zijn er de Arbeidsdepartementen en voorts andere departementen en ondernemingen In Peking hebben 3 districten en kantons en vijf corporaties in voeding en lichte nijverheid dergelijke zelfhulpbedrijven opgezet.</p><p>Wat de werkloosheidsverzekering betreft, heeft China nog maar een goede 10 jaar een regeling ter zake die hoofdzakelijk de werknemers uit de staatsondernemingen betrof. Personen die meer dan 5 jaar werkten, krijgen gedurende 2 jaar uitkeringen: het eerste jaar 60 tot 75 pct. van hun loon en het tweede jaar 50 pct. Voor diegenen die minder dan 5 jaar werkten, bedraagt de periode maar één jaar met een maandelijkse uitkering van 60 tot 75 pct. met een minimum van 60 yuan. Tegen 1994 waren meer dan 90 miljoen arbeiders erdoor gedekt. Sedert enkele jaren wordt gepoogd om ook de arbeiders uit de andere systemen in dezelfde regeling te betrekken. Bijvoorbeeld leven maar één op tien buitenlandse bedrijven in Peking de wetgeving inzake het betalen van hun werkloosheidsbijdrage na. De sociale zekerheid is echter helemaal aan een reorganisatie toe omdat deze vroeger geregeld werd per onderneming. Het moet natuurlijk kunnen dat een werknemer die naar een andere regio of sector trekt, ook zijn sociale zekerheid meeneemt. De eenmaking van de sociale zekerheid met niet alleen werkloosheidsverzekering, maar ook pensioenen en ziekte en invaliditeitsverzekering is echter niet voor morgen want sommige provincies gebruiken 3 verschillende systemen en als een werknemer dan verhuist naar een andere provincie met nog een ander systeem…. Indien de sociale zekerheid echter niet eengemaakt is, kan de markteconomie zich niet ontplooien. Dit is meteen de reden dat de miljoenen overtallige ambtenaren bij ontstentenis van een eengemaakte sociale zekerheid in feite toch nog door hun voormalige werknemer betaald worden.</p><p> </p><p><strong>Plan</strong></p><p> </p><p>Tijdens het negende vijfjarenplan zouden er echter nog een 15 miljoen ontslagen vallen. Om daaraan te verhelpen werd in 1995 een werkgelegenheidsplan ontworpen dat 40 miljoen stedelingen en 80 miljoen ruralen op 5 jaar tijd werk wil verschaffen. Tegen dan moeten 60 pct. van de werklozen heraangeworven zijn. Het project richt zich op personen die minstens 6 maand werkloos zijn en op ondernemingen die hun personeel niet van de basisuitkeringen kunnen voorzien. In 1996 hielp het 7 miljoen werklozen en afgedankten aan een baan. Van de 20 miljoen afgedankten vonden 70 pct. ander werk, wat betekent dat er nog 6 miljoen zonder baan zitten. Dit jaar is het de bedoeling 8 miljoen stedelingen banen te verschaffen en 4 miljoen te helpen bij het zoeken naar nieuw werk. 200 steden nemen aan het pilootproject deel. 4800 werkgelegenheidsagenschappen werden natiewijd opgericht waarvan 530 gerund door gemeenschappen, 2200 door regeringsorganen en 2000 door de privé-sector.Tezelfdertijd kwamen er nog 1300 jobdienstenondernemingen bij. In de sterk getroffen textielsector zouden dit jaar 600.000 arbeid(st)ers overgeplaatst worden, volgend jaar 500.000 en in 2000 tenslotte nog 100.000</p><p>In de provincie Guangdong waar er vorig jaar 680.000 werklozen waren en 670.000 afgedankten vonden van beide categorieën opnieuw twee derden werk.  Te Shanghai dat alleen reeds 437 werkgelegenheidsagentschappen (naast nog enkele honderden &#8220;onregelmatige&#8221;) telt waarin de laatste jobinfo via een netwerk vanTV-schermen wordt weergegeven, vonden 1,1 miljoen personen van 1,3 miljoen afgedankten nieuw werk. Midden februari bracht premier Zhu Rongji een bezoek aan de stad Tianjin waar eind vorig jaar 320.000 personen afgedankt waren maar waarvan er door een actief werkgelegenheidsbeleid terug reeds 265.000 aan de slag zijn. Zhu noemde de afdankingen pijnlijk maar op lange termijn in het belang van de arbeidersklasse. Hij riep alle niveaus op belang te hechten aan de werkgelegenheidspolitiek en bezocht een jobdienstenonderneming van de Xinkaihestraat waar relatief meer werklozen zijn. Van de 1200 werklozen die er geregistreerd zijn, vonden 630 jobs in fastfoodbedeling, patiëntenzorg, huishoudhulp en het reinigen van gebouwen. Voor China is dit eerder een nieuwigheid omdat vele werklozen hun neus ophalen om buiten de staatsondernemingen te gaan werken gezien in deze sector de sociale dienstverlening uitgebreider is. Dit is ook meteen ook de verklaring van het verschijnsel dat dertig procent van de 147 miljoen stedelijke arbeidskrachten boeren-migranten zijn die het vuile werk doen waarvoor de stedelingen zich te verheven achten. Bovendien zitten vele Chinese werklozen nog met de mentaliteit dat de overheid het wel zal oplossen in plaats van zelf ook de handen uit de mouwen te steken. Minister Li Boyong noemde in maart nog het verschijnsel van personen die niets te doen hebben enerzijds en werk dat niemand wil doen anderzijds &#8220;opvallend&#8221;.</p><p>Nu de volgende 3 jaren de staatsbedrijven terug efficient zullen worden gemaakt en de administraite nog verder zal worden ontvet, is de Chinese werkgelegenheidsproblematiek misschien wel de belangrijkste uitdaging waarvoor het regime staat. Economisten hebben het reeds over de behoefte aan een tweede zachte landing, naar analogie van het succes dat China kende bij het beteugelen van de inflatie na 1994. China is het aan zichzelf verplicht om te slagen als ze willen bewijzen dat de socialistische markteconomie superieur is aan de kapitalistische.</p><p> </p><p><strong>Selecte bibliografie</strong> (meestal geput uit Foreign Broadcast Information Service)</p><p> </p><p>Solutions for State Enterprise Surplus Labor, RENMIN RIBAO , 23/3/95</p><p>Articles View Re‑Employment Project  Part One and Two,Renmin Ribao, 15+16/6/95</p><p>Series Examines 8th, 9th 5‑Year Plans , Employment Trend,Jingji Ribao, 17/8/95</p><p>Minister Discusses Goals of Labor Ministry, RENMIN LUNTAN, 8/01/96</p><p>Labor Ministry Research Group on Employment Strategy from 1996‑2005, GUANLI SHIJIE, 24/1/96</p><p>Settlement of Surplus Enterprise Workers Examined, QIYE GUANLI, 1/5/96</p><p>Unemployment Problems, Reemployment Scheme, JINGRONG SHIBAO, 15/4/96</p><p>Multi‑Pronged Approach Necessary To Tackle Unemployment, JINGJIXUE DONGTAI, 18/7/96</p><p>Labor Minister on Resolving Problems in Labor Force, Renmin Luntan, 8/07/97</p><p>Academic on Reducing Unemployment Rate, Liaowang, 4/08/97</p><p>Renmin Ribao Series on Re‑employment, Pt 1-7, Renmin Ribao, 8-18/12/97</p><p>Labor Conference Held on Reemployment of Laid‑Off Workers, Ming Pao,19/12/97</p><p>Conference Aims To Keep Unemployed Rate at 3.5 Percent, Ming Pao, 20/12/97</p><p>`Most&#8217; Laid‑Off State Workers Still Supported by Government, Ming Pao, 31/12/97</p><p>Article on Unemployment Warning Lines, Liaowang, 5/1/98</p><p>Issues and Studies, jan 97,L Wong &amp; N. Kinglun,  Unemployment and Policy Responses in Mainland China p 47 e.v.</p><p class="MsoNormal" style="line-height: 12pt; margin: 0cm 0cm 0pt;"><span style="font-family: Arial; color: black; mso-ansi-language: EN-US;" lang="EN-US"><span style="font-size: x-small;">Jan Jonckheere    China Vandaag</span></span></p></div><p> </p><p> </p></div> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.chinasquare.be/dossiers/chinees-werkgelegenheidsprogramma-een-herculestaak/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> </channel> </rss>
<!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk
Page Caching using disk (enhanced)
Database Caching using disk
Object Caching 477/520 objects using disk

Served from: www.chinasquare.be @ 2012-02-05 09:58:12 -->
