China’s “vijfde colonne” zit in het buitenland

Door Jan Jonckheere op 22 oktober 2011

Toen Gorbatsjov in 1991 op de G7-top van London om financiële hulp kwam vragen voor zijn hervormingen, kreeg hij nul op het rekest De Chinezen kunnen daarentegen wel rekenen op de gulle steun van de overzeese Chinezen. Bij de buitenlandse investeerders in China staan Hong Kong, Taiwan en andere huaqiao (Chinezen in het buitenland) op de eerste rij.

Overseas Chinese Foreign Direct Investments (FDI) in China, 1979- 2000 (in 1 mln US$)

Years          Amount of  FDI       Overseas Chinese FDI            %
1979-1991                26,885                    17,932                       66 %
1992-1997              196,810                    27,600                      65%
1998-2000             126,633                    82,200                       65%

De triade VS, EU en Japan neemt 90 % van de buitenlandse investeringen wereldwijd voor zijn rekening. Hoewel China aan de top staat betreffende het ontvangen van buitenlandse investeringen is het bijlange niet deze triade die vooraan prijkt op het gebied van investeringen in China. Het zijn Hong Kong, Taiwan en overzeese Chinezen (huaqiao) die veruit het meest investeren in het land van hun voorvaderen. Van 1979 tot ’99 kwam meer dan de helft van de buitenlandse investeringen in China uit Hong Kong en Taiwan, terwijl de Triade samen nauwelijks een kwart aanbracht: alleen al Hong Kong staat in voor bijna de helft, dan komt Taiwan met 7,7 %, de VS (8,34%) en Japan (8,09%) benaderend. De triade samen bereikt nauwelijks 25%. Wanneer de cijfers van 1979 tot 2001 geanalyseerd worden, vallen twee zaken op: de sterke absolute stijging van de Hong Kong en Taiwanese investeringen sinds 1992 toen China overschakelde op een markteconomie en de relatieve daling in het geheel. Van 1992 tot 2001 bereiken beide bronnen een totaal van 206 miljard $ investeringen of 93 % van het totaal, terwijl dit getal van 1979 tot 1991 maar 16 miljard bedroeg of 7 % van het totaal. Tijdens de laatste periode steeg het aandeel van andere investeerders nog meer want het aandeel uit Hong Kong en Taiwan halveerde quasi van 80 % in 1992 tot 43 % in 2001.

Wanneer we de kenmerken vergelijken van beide groepen zien we een duidelijk onderscheid. De investeerders uit Hong Kong en Taiwan die na 1992 in China investeerden, hadden vaak een familieband met het vasteland. Het waren kleinere bedrijven die arbeidsintensieve eenvoudige producten vervaardigden (bv speelgoed, kledij) met weinig Onderzoek en Ontwikkeling en voornamelijk gericht op export. De investeringen uit de triade echter zijn grote multinationals met complexe technologie uit kapitaalintensieve sectoren. Ook geografisch bestaat een onderscheid tussen beide groepen: bedrijven uit Hong Kong en Taiwan verkiezen de delta’s van de Parelrivier en van de Jangtse terwijl de multinationals zich vestigen in alle grote steden. De ondernemers uit Hong Kong en Taiwan waren aangetrokken door goedkopere lonen en gronden waartoe ze makkelijk toegang hadden door een gemeenschappelijke afkomst en taal. Deze producten werden door hun logistieke kanalen dan via Hong Kong geëxporteerd naar EU of VS. De multinationals die zich vestigen in de buurt van dichtbevolkte centra, produceren hun producten eerder voor de lokale afzetmarkt. Laten we even de rol van Hong Kong, Taiwan en de huaqiao van nabij bekijken.

Hong Kong

De rol van Hong Kong in China’s buitenlandse handel valt nauwelijks te overschatten. Hong Kong is veruit het grootste entrepot van China. Indien re-export naar en van China inbegrepen worden, wordt 15 % van China’s buitenlandse handel via Hong Kong behandeld. Dit cijfer is nog hoger als overslag van goederen via Hong Kong wordt meegerekend. Volgens officiële cijfers uit Hong Kong waren in 2010 62% van de re-exports afkomstig uit China en 52 % bestemd voor de Volksrepubliek. Nog altijd blijft Hong Kong de grootste bron van “buitenlandse” investeringen met rond 43% van het totaal. In totaal vloeiden 456 miljard $ naar China. Omgekeerd is China een van de grootste investeerders in Hong Kong met 339 miljard $ in het totaal of 36 %. Bijna 600 ondernemingen op het vasteland zijn in Hong Kong op de beurs genoteerd: zij vertegenwoordigen 57 % van het totaal. Hong Kong is dan ook na de VS en Japan China’s derde handelspartner. Hong Kong is China’s tweede grootste exportmarkt na de VS en China is sinds 1985 Hong Kongs grootste handelspartner. Dit aandeel steeg van 9,3% tot 48,9% in 2010. Hong Kongs handel met China heeft grotendeels betrekking op producten die na verwerking ge-exporteerd worden.

Taiwan

De totale handel tussen China en Taiwan steeg van 1,1 miljard in 1985 tot 88 miljard $ in 2006. In 1993 werd China Taiwans tweede exportmarkt en in 2002 werd het vasteland nummer één. Het handelsvolume tussen 2001 en 2006 verdubbelde nogmaals. In 2005 waren één vierde van China’s topexporteurs van Taiwan en bij de top 10 zijn Foxconn, Dalang, Asus, Dakong, Compal, Acer en AOC. Taiwan is ook een topinvesteerder in Azië: tot 2004 had het eiland 129 miljard $ geïnvesteerd in Oost- en Zuidoost Azië, wat 80 % uitmaakt van zijn buitenlandse investeringen. China is daarbij favoriet nummer 1.  Tussen 1991 en 2000 verdrievoudigde het aantal projecten en de financiële waarde daarvan vertienvoudigde. Des te merkwaardig dat de Taiwanese overheid een politiek aanhield van “Haast u langzaam”. Deze heeft niet erg veel impact want al in 2001 werkten 40.000 Taiwanese bedrijven in het vasteland met in totaal voor 60 miljard $ buitenlandse investeringen, de helft van het totaal. Hierbij worden dan nog niet de firma’s uit de Caymaneilanden en de Maagdeneilanden gerekend die een dekmantel zijn van Taiwanese ondernemingen of groepen. Officieel investeerde Taiwan cumulatief in 2007 “maar” 44 miljard $, anderen ramen het totaal echter op 150 miljard; Al bij al wordt het volume van de Taiwanese investeringen in het vasteland op 10 % gerekend van het Chinese totaal waarbij Taiwan onmiddellijk na Hong Kong volgt.

Waar het in de beginperiode ging om kleine arbeidsintensieve KMO’s, gaat het later meer om grote en technologische bedrijven vooral in de ICT-sector. Ook geografisch valt een verhuizing vast te stellen van de Parelrivierdelta naar de delta van de Jangtse. Vooral de productie en de export verhuizen naar het vasteland, terwijl marketing en Onderzoek & Ontwikkeling alsnog in Taiwan blijven. Topsector is de ICT. In 2006 produceerden Taiwanese firma’s 87 % van ’s werelds laptops, 90 % van de moederborden en 70 % van de LCD-monitors. Uit statistieken blijkt dan weer dat van dit aantal laptops 78 % op het vasteland werd vervaardigd en 12 % op het eiland. Kunshan dat deel uitmaakt van Suzhou staat bekend als “klein Taiwan”. 25 miljoen laptops werden in 2006 te Kunshan vervaardigd. Merkwaardig is dat de Taiwanese ondernemingen niet ingebed zitten in het lokaal industrieel weefsel, maar wel toeleveranciers meebrengen zoals de hen gevolgd wordt door de kuikentjes. Ze doen wel beroep op een middel-management uit de Volksrepubliek. Specifiek is ook dat na de nederlaag van de Kuomintang in de verkiezingen in 2000 veel technocraten Taiwans top hightech “Hsinchu Science Park” verlieten om in de Volksrepubliek te gaan werken om daar gelijkaardige technologische zones te gaan opstarten.

Huaqiao

Als Hong Kong rond 45% investeert in China, Taiwan bijna 10 %, komen andere overzeese Chinezen ongeveer aan 5 %. Ook hier valt een sterke verhoging te noteren na Dengs bezoek aan Zuid-China en de overschakeling op een socialistische markteconomie. Singaporese investeringen stegen van 53 miljoen % in 1990 tot 1,18 miljard in 1994. Investeringen uit Indonesië, Maleisië, de Filippijnen en Thailand stegen van 10 miljoen $ in 1990 tot 692 miljoen in 1994. Vooral in deze landen zijn de overzeese Chinezen een economische kracht. Zuidoost Azië telt 20 miljoen overzeese Chinezen. Hoewel ze maar 4 % van de Indonesische bevolking uitmaken, is 70 % van het kapitaal in hun handen. In de Filippijnen hebben ze met 1 % van de bevolking 60 % in de zakensector. Concreet controleren ze in Indonesië 80 % van de ondernemingsactiva en 160 van de 200 grootste ondernemingen; in Maleisië bedraagt het cijfer 40 tot 50% van de activa en in Thailand bedraagt het 90 % in nijverheidsbedrijven en 50 % in de diensten. In 1995 was elke miljardair in Indonesië een Chinees. In Thailand controleren de huaqiao (letterlijk brug-Chinezen) de vier grootste privébanken waaronder de meest winstgevende “Bangkok Bank”. In de Filippijnen controleren ze een derde van de 1000 grootste bedrijven. Midden de jaren negentig werd de collectieve rijkdom van de Overzeese Chinezen in de regio op 400 miljard $ geraamd. Een voorbeeld van een etnisch Chinese onderneming die in China investeert, is Thailands Charoen Pokphand Group (CP). Opgestart in de agro business in 1921 diversifieerde CP naar telecom, bedrijven e a. In 1995 had het filialen in 20 landen met een jaarlijkse omzet van 7 miljard $. CP was ook een van de eerste multinationals die bij de aanvang van de opendeurpolitiek rond 1881 begon te investeren in Shantou en Shenzhen. Daarna gingen de investeringen in China sterk omhoog en medio de jaren negentig kwam 60 % van het CP inkomen uit China. In mei 1995 had CP 107 projecten in 27 provincies; landbouw- en veeteeltproducten, aquacultuur, petrochemische producten, wagens en moto’s plus vastgoed. Nu zouden het er al 280 zijn. Andere bekende groepen zijn de Salimgroep uit Indonesië, de Hong Loongroep uit Maleisië en de Sy-groep uit de Filippijnen. Neem bijvoorbeeld de Singapore tak van de Hong Leonggroep die in 1997 30.000 personeelsleden te werk stelde met een marktkapitalisatie van 16 miljard $. In 1989 had de groep maar 6 hotels en tegen 1997 was dit al aangegroeid tot 62 waarvan 13 in Europa. Analoge verhalen van de Salimgroep in Indonesië die onder meer de Nederlandse groep Hagemeyer in handen heeft met een netwerk in 21 landen. Het is wel zo dat vooral de twee provincies van herkomst van deze huaqiao het meest profiteren van hun investeringen en zaken; Guangdong waar twee derden van hen uit afkomstig zijn profiteert het meest, daarna gevolgd door Fujian. Stippen we nog aan dat China nu met de ASEAN-landen in de omgeving een vrijhandelsgebied vormt, waardoor de zaken zoals import- en export veel vlotter verlopen.

Wat niet onvermeld mag blijven in dit verband is dat volgens officiële statistieken van de 130.000 ingenieurs in de VS er 30.000 van Chinese herkomst zijn. Ook bij de top-professoren in de VS zijn 20 tot 30 % van Chinese oorsprong. Het is duidelijk dat China ook een politiek voert om deze groep minstens gunstig tegenover China te stemmen of voor zich te winnen, maar daarbij belanden we bij China’s politiek tegenover de overzeese Chinezen.

Politiek

Na de Mao-periode riep China in december 77 een conferentie bijeen om terug de banden aan te halen met de overzeese Chinezen. Het thema was “allen die houden van het vaderland zijn familie”. In 1978 volgden de conferenties  All Overseas Chinese Affairs Conference” en de “Second All Nation Conference of Returnee Delegates”.  Vermits vanaf 1979 de klemtoon verschoof naar de socialistische modernisering, werden overzeese Chinezen die hiertoe steun verleenden dan ook met open armen ontvangen. Het bevoegde orgaan dat hiervoor door de regering in 1978 werd opgericht heette: The Overseas Chinese Affairs Office (qiaoban) en het wil de huaqiao behandelen als de eigen ingezetenen. Zij worden terug gegroepeerd door het terug in het leven roepen van de in 1956 gestichte “All-China’s Federation of Returned Overseas Chinese (AFROC of qiaolan). Sinds 1978 heeft ook elke provincie met uitzondering van Tibet, elke Autonome regio en zelfs gemeente zijn eigen AFROC waarvan er in totaal een 2000 zijn op het niveau van provincies en steden en nog 8000 organisaties op een lager niveau. Sinds 1984 wordt om de vijf jaar een congres voor hen gehouden en in juli namen er 1000 afgevaardigden er aan deel. Een van de 8 naast de CPC toegelaten partijen heet de Zhigongdang en is primair een partij van onderdanen met een overzees Chinese link, ofwel teruggekeerden of hun familieleden. Tijdens de parlementaire zitting van maart 2004 ging president Hu Jintao de discussies van de China Zhigongdang en “ The All-China Federation of Returned Overseas Chinese “ (ACFROC) vervoegen en beklemtoonde de rol van de overzeese Chinezen in China’s moderniseringsproces. Hij beloofde de teruggekeerden een bescherming van hun investeringen en intellectuele rechten, ziekteverzekering en kwaliteitsonderwijs en werk voor hun kinderen. Als resultaat van het werk van deze verenigingen werden van 1979 tot 2000 door het Volkscongres 360 relevante wetten aangenomen en 800 reglementen door de regering uitgewerkt.

Nieuwe generatie

Na 1996 begint de aandacht stilaan te verschuiven naar de Chinezen die na de hervormingen in het buitenland gingen wonen. : Aangenomen wordt dat deze zogeheten nieuwe migranten 60 tot 80 % uitmaken van de Chinese bevolking in de ontwikkelde landen: in de USA vormen ze 45 % van de Chinezen, in Canada 75%, 80 % in Japan, 70 % in Australië en 80 % in West-Europa. In de VS waren er in 1994 37 takken van de “American Chinese Association” met meer dan 6000 leden. In Europa houden 35 organisaties uit 12 Europese lidstaten een jaarlijkse vergadering. China stuurde 150 leraren uit om taallessen te geven, wat later gevolgd werd door de oprichting van Confucius-instituten. De provincie Fujian bracht van 1993 tot ’97 136 bezoeken in het buitenland wat leidde tot contact met meer dan 800 Chinese etnische verenigingen en omgekeerd het bezoek van 235.000 leiders van dergelijke verenigingen aan Fujian waaronder 36 prominente business tycoons. In 1998 ontving Fujian 500 delegaties en Guangdong meer dan 3000 met 270.000 bezoekers. De provincie Guangdong organiseerde tien onderzoeksteams die tijdens het tweede semester van 2003 veertien landen bezocht om beter de noden te begrijpen van deze nieuwe uitgewekenen. Voor hen werd de website gocn.southcn.com/English in het Engels opgestart. Een van de mogelijkheden voor hen zijn de “Returned Overseas Students Industry Parks”: in 2003 hadden al 551 uit het buitenland teruggekeerde Chinezen een onderneming gesticht in 13 van deze voor hen speciaal bedoelde zones: enkel 44 % leeft er permanent. Aangenomen wordt dat sinds het midden van de negentiger jaren 3000 ondernemingen in China opgestart werden door deze nieuwe migranten met de hulp van de regering.

President Hu praat met mathematicus Samuel Ting tijdens bijeenkomst teruggekeerde Chinezen

Bij het begin van de hervormingen kende China duidelijk een brain drain. Nog niet de helft van de studenten die in het buitenland gingen studeren, keerde terug. Sinds eind 2008 heeft China een ondersteuningsplan lopen die een brain-gain wil op gang brengen. Volgens prof Davig Zweig die hierover een boek schrijft, lijkt dit te lukken. Prof Li Shengtian van de Jiaotong University’s School of Life Science and Biotechnology, in Shanghai, zegt dat 90 % van zijn wetenschappers personen betreft die uit het buitenland terugkeerden.

Charitatief

De weduwe van Sun Yat-sen’s Soong Ching Ling was de eerste die in 1937  hospitalen oprichtte voor de communisten achter de frontlinie en dit met donaties van tycoons uit Hong Kong . Na de communistische overwinning was Soong voorzitter van het “China Welfare Fund” dat kleutertuinen en ziekenhuizen oprichtte in Shanghai en Peking. Het Fonds werd na de culturele revolutie opnieuw opgericht als de “Song Ching Ling Foundation”  die voornamelijk actief is in de moslim-provincie Ningxia waar het 10 miljoen besteedde voor het onderwijs van meisjes.

De “Federatie voor overzeese Chinezen” heeft ook een sociale dienst die gedurende de laatste 3 jaren 500 miljoen yuan inzamelde voor de bouw van een 600-tal scholen (waarbij de lokale overheden 60 % bijdragen) en voor beurzen aan arme studenten uit West-China. De provinciale afdelingen van de Federatie worden aangespoord mee te doen in het “Overseas Heart Project” dat donoren opspoort om 100 scholen te bouwen en die 1000 bijkomende projecten steunen (als bibliotheken of computerklassen) en 10.000 beurzen. Ook bestaan er twee universiteiten die op de overzeese Chinezen gericht zijn. De universiteit uit Quanzhou (Fujian) werd door Zhou Enlai gesticht en heeft al 60.000 studenten opgeleid waarvan er iets meer dan de helft kwamen van buiten de Volksrepubliek. Momenteel zijn er 16.000 ingeschreven studenten, maar slechts een fractie uit andere landen. De universiteit van Jinan is de oudste universiteit die zich richt op de huaqiao en trekt de laatste tijd vooral studenten uit Hong Kong aan. Voor onderwijs zamelt ook het meest succesvolle charitatief project “Hope” gelden. Sinds 1989 heeft het Hoop-Fonds 200 miljoen ingezameld voor de bouw van lagere scholen en beurzen. Het geld betreft meestal kleine sommen van gewone particulieren, bijvoorbeeld uit Hong Kong of Singapore. Sinds 1994 bestaat nog de “China Charities Federation” waarvan het nationaal niveau 3,25 miljoen $ kreeg van de bankgroep “Hongkong Shanghai Banking Corporation”. De 70 lokale of provinciale afdelingen zamelen zelf hun fondsen in. In haar topjaar vergaarde het 600 miljoen yuan voor overstromingen. Een belangrijke schenker, de Hong Kong miljonair Li Kashing, gaf 110 miljoen yuan voor de oprichting van revalidatiecentra. Li is ook de voornaamste donor van “China Disabled Persons’ Welfare Foundation”. Al eind van de jaren 70 schonk hij 260 miljoen $ aan zijn geboortestad Shantou om er een universiteit en medische school op te richten met vijf ziekenhuizen voor opleiding. Bij de opening hiervan in 1981 richtte hij in Hong Kong een fonds op dat bijvoorbeeld in 2001 38 miljoen $ gaf voor onderwijs en gezondheidszorg in West-China. De liefdadigheidshulp van de overzeese Chinezen voor China overtreft de 80 miljoen $ die de UNO jaarlijks toekent aan China.

Kortom China hoeft niet bang te zijn als ze zich van de specifiek westerse interpretatie van universele begrippen als mensenrechten en democratie weinig gelegen laten, ze economisch geen steun meer zouden vinden van hun investeerders.

Selecte Bibliografie

Richard C.K. Burdekin and Hsin-hui I.H. Whited; Macroeconomic Interdependence Between Mainland China and Taiwan  A Cross-Strait Perspective on Globalization; The Chinese Economy, vol. 42, no. 1, January–February 2009, pp. 5–39. © 2009 M.E. Sharpe,

China Economic Review 16 (2005) 293–307,  Why does so much FDI from Hong Kong and Taiwan go to Mainland China? , Kevin HONGLIN ZHANG, Department of Economics, Illinois State University

ASIEN 96 (Juli 2005), S. 7-28, Trans-nationalising Chineseness: Overseas

Chinese Policies of the PRC’s Central Government, Elena Barabantseva

The Internationalization of Ethnic Chinese Business Firms from Southeast Asia: Strategies, Processes and Competitive Advantage, , HENRY WAI-CHUNG YEUNG, Joint Editors and Blackwell Publishers Ltd 1999. Published by Blackwell Publishers

The Chinese Diaspora and Philanthropy Nick Young & June Shih, Global Equity Initiative

Harvard University,  This paper was commissioned by the Global Equity Initiative for a workshop on Diaspora Philanthropy to China and India, held in May 2003.

Reaching Out and Incorporating Chinese Overseas: The Trans-territorial Scope of the

PRC by the End of the 20th Century; Mette Thunø, The China Quarterly, 2001

CHINA’S OVERSEAS CHINESE POLICY IN THE GLOBALIZATION ERA:CHALLENGES AND RESPONSES, Joseph Y. S. Cheng, Ngok Kinglun and Philip Y. K. Cheng

Sea turtles’ reverse China’s brain drain, October 28, 2010 Jaime FlorCruz, CNN Beijing Bureau Chief

http://www.chinasquare.be/tag/groot-china/

Verschenen in “China Vandaag” 01/09/11

Stem of voeg toe aan :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tags: , ,

Plaats uw reactie

 karakters beschikbaar

Archief