Relaties India-China: tussen samenwerking en concurrentie

Door Jan Jonckheere op 29 januari 2017

Het boek ‘India China Relations’ (Routledge, 2016) heeft het over het spanningsveld tussen de ‘Chindia’-stelling dat de Aziatische reuzen maar beter kunnen samenwerken, en de tegenovergestelde visie dat ze afstevenen op een conflict. Uiteindelijk blijken beide landen in de praktijk toch eerst te handelen met het oog op het eigen belang.

xi-modi

President Xi en premier Modi

Verwacht wordt dat China en India in 2050 de helft van de wereldproductie zullen maken. Het is belangrijk te weten of de Aziatische grote machten de handen ineenslaan, of dat ze elkaar vijandig gaan bejegenen. Om een punt van verdeeldheid aan te halen: ze claimen allebei Tibetaanse gebiedsdelen.

Het boek analyseert de betrekkingen vanuit 5 aspecten: de bilaterale koers, het subregionaal crescendo, de regionale verhoudingen, het transcontinentaal niveau en tenslotte het wereldwijde ‘colloquium’. Wat de bilaterale koers betreft, schetst hoofdstuk twee de onderliggende principes en de feitelijke wederzijdse politiek. Hoofdstuk 3 toont aan dat het grensconflict niet enkel over grondgebied gaat, maar dat het een dieperliggend conflict over grondstoffen is. Het vierde hoofdstuk behandelt het complexe probleem van Tibet. Het voorspelt de mogelijkheden voor het tijdperk na de dalai lama.

Het vijfde hoofdstuk heeft het over het toenemende belang van de grondstoffen en meer bepaald het waterprobleem rond de Yarlung Tsangpo of Brahmapoetra. India is bang dat de westelijke variant van het Chinese project om water van het zuiden naar het noorden over te hevelen nadelig zal uitpakken voor de landbouw in Noordoost India. Er zijn overigens 3 rivieren die vanuit China India binnenstromen, maar hierover worden onderling hydrologische gegevens uitgewisseld. Het boek detailleert 4 mogelijke scenario’s voor de toekomst.

BCIMcorridor

BCIM-corridor

Het tweede deel, over het subregionaal crescendo, bevat twee hoofdstukken. Het zesde hoofdstuk behandelt het ‘One Belt, One Road’-thema of de nieuwe zijderoutes. Daarbij is de corridor die China door Pakistan aanlegt een bron van ergernis en wantrouwen in India. Vooral het feit dat de corridor dwars door Kasjmir heen loopt zit India hoog, omdat China zo een derde betrokken partij dreigt te worden in het conflict over het gebied.

Dat China zich eveneens op zee en dus ook in de Indische oceaan manifesteert, ligt India evenmin lekker. India toont zich op zijn beurt meer in de Zuid-Chinese Zee en dat kan Beijing evenmin waarderen. Hoofdstuk 7 heeft het over de samenwerking Bangladesh-China-India-Myanmar (BCIM) waarvan de  ruggengraat de BCIM-corridor is waarover voor het eerst werd gesproken tijdens het bezoek van Li Keqiang aan India in 2013. Vooral Bangladesh is geïnteresseerd in de brugfunctie die dit zou vervullen. China wil de provincie Yunnan richten op Zuid-Azië. Sommigen in India argumenteren dat de corridor ten goede zal komen aan de 440 miljoen mensen die in het noorden van het land wonen; anderen vrezen opnieuw een toenemende invloed van China die zich al in Myanmar laat gelden.

chindiaHet derde deel van het boek behandelt de regionale contouren van de relatie. Het achtste hoofdstuk legt de positie uit van diverse landen in Zuid-Azië. Het negende vertelt over de opkomende dynamiek van de samenwerking tussen India en China in Centraal-Azië, meer bepaald in het kader van de Shanghai Cooperation Organisation (SCO). De SCO-top te Ufa heeft het karakter hiervan gewijzigd en de auteur vraagt zich af of er een nieuwe driehoek Rusland-China-India in de maak is. De hoofdstukken van 10 tot 12 onderzoeken de betrekkingen tussen beide landen in de Azië-Pacific regio met de klemtoon op de maritieme gebieden van de Indische Oceaan en de Zuid-Chinese Zee. Het elfde hoofdstuk, dat gaat over hoe de Aziatische landen gevangen zaten tussen het TPP en de RCEP, is actueel. Het dertiende bekijkt beider rivaliteit ten aanzien van ASEAN. Het vierde deel van het boek behandelt de betrekkingen met de BRICS landen; met BASIC en de klimaatpolitiek en tenslotte de relatie met Afrika; Het laatste deel doet een poging om de inspanning van de twee landen te beschrijven bij het streven naar een nieuwe wereldorde die het systeem van Bretton Woods kan vervangen.

De auteur benadert de standpunten van zowel India als China vrij objectief en dat is een plus. Wanneer hij het over de toekomst heeft, beschrijft hij een reeks mogelijkheden gaande van ‘het kan dooien’ tot ‘het kan vriezen’. Een zwakte lijkt ons dat de auteur helemaal de economische banden tussen beide grootmachten niet behandelt terwijl dat toch op ICT-vlak al behoorlijk begint te worden. Zo staan de Chinese smartphones al in voor de helft van de markt in India terwijl de Indische merken het met 11 % moeten doen. Een vergelijking van de sectoren software en outsourcing had best interessant kunnen zijn.

Jagannath P. Panda, India-China Relations Politics of resources; identity and authority in a multipolar world order, Routledge, 2016, 267 pag.

 

Stem of voeg toe aan :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tags: , ,

Plaats uw reactie

 karakters beschikbaar

Archief