China onder Xi Jinping: ‘de politiek op de commandopost’ (3)

Dr. Jenny Clegg

Derde en laatste deel van een analyse met een breed overzicht van het politieke traject dat China tegenwoordig volgt. De originele tekst, China under Xi Jinping: putting politics in command, is gepubliceerd door Friends of Socialist China. ChinaSquare publiceert de vertaling als opiniestuk, in een verdeling van 3 hoofdstukken. Hieronder deel 3.
Per definitie is de auteur in een opiniestuk verantwoordelijk voor de stellingen en meningen in de tekst.  

Xi Jinping
Ochtend in Shanghai 2018 (Xinhua/Ren Long) disclaimer

3. De socialistische modernisering van China

De specifieke betekenis van het 20e CPC-congres was dat het de doelstelling van een ‘socialistische modernisering met Chinese kenmerken’ bovenaan de agenda heeft geplaatst om tegen 2049 een moderne socialistische staat tot stand te brengen. Het Congresverslag van Xi Jinping geeft enige kijk op de inhoud van de toekomstplannen. Laten we echter eerst de vraag stellen: wat houdt modernisering in?

Twee wegen naar modernisering

Zoals uiteengezet door Walt Rostow in zijn befaamde werk The Non-Communist Manifesto uit de jaren 1950 – onderkent de moderniseringstheorie vijf stadia van ontwikkeling. De  samenleving gaat van eenvoudig naar complex voornamelijk onder de impuls van technologie, ondernemerschap, individualisme en concurrentie.

Volgens Rostow’s schema lijkt China zich ergens in fase 4 te bevinden: de drang naar volwassenheid – een lange periode van aanhoudende groei en structurele veranderingen waarbij de moderne technologie zich over de gehele economie uitbreidt, de armoede afneemt, de agrarische beroepsbevolking afneemt en de lonen stijgen naarmate de werknemers meer vaardigheden verwerven. Infrastructuur en communicatie, onderwijs en media, professionalisme worden allemaal tot een hoog niveau ontwikkeld, samen met een effectiever leiderschap van een bevolking die nieuwe mogelijkheden realiseert terwijl zij ‘ernaar streeft het beste uit het leven te halen’.

Fase 5: met het tijdperk van de massaconsumptie bereikt de maatschappij dan het welvaartsniveau van het Westen. Op dat punt leven de burgers, die zich nog nauwelijks de strijd om het bestaan van de vorige fasen herinneren, in comfort en ze brengen de dagen door met het genieten van kunst.

De moderniseringstheorie is natuurlijk een fantasie die bedoeld is om de weg van het Westen op te hemelen en zijn imperialistische aard te camoufleren. Van de 190 landen worden er volgens de VN-ranglijst slechts 36 als ontwikkeld beschouwd: zij maken minder dan een vijfde van de wereldbevolking uit, hun opmars ging ten koste van klassenpolarisatie, milieuvernietiging en plundering, oorlog en kolonialisme.[15]

China is van plan om nog eens een vijfde van de wereldbevolking op het niveau van de moderniteit te brengen, maar dan via een onmiskenbaar groene ontwikkeling, gemeenschappelijke welvaart en vreedzame betrekkingen met de rest van de wereld – wat allemaal essentiële kenmerken zijn van de voorgenomen socialistische modernisering Chinese stijl.

Het staat buiten kijf dat dit enorm ambitieus is.

China heeft zijn eigen ontwikkelingsstadia gevolgd: eerst herstelde Mao de soevereiniteit die nodig was opdat het land materieel vooruit zou kunnen gaan ondanks de tegenwerking van de imperialistische machten. Mao legde een industriële basis. Vervolgens ontketende Deng met zijn ‘hervorming en openstelling’ de snelle groei die van de Chinese economie de op een na grootste in de wereld maakte, een beleid dat de dynamiek van de particuliere sector ontketende, maar het eigendom en de controle van staat en overheid als kader handhaafde.

China is nu halverwege zijn eigen ‘opmars naar volwassenheid’ en plant de overgang doorheen de volgende eerste stadia van de primaire fase van het socialisme: tegen 2035 moet een basisniveau van socialistische modernisering worden bereikt en tegen 2049 moet de moderne socialistische samenleving een feit zijn.

De kenmerkende economische operatie van China

Met het oog op de modernisering van het industriële systeem richt de regering zich op de reële economie en streeft zij naar economische groei door de kenmerkende combinatie van marktmechanismen met de ‘strategische ondersteunende rol van de staatseconomie’.

Volgens de Chinese aanpak staan consumptie en investeringen niet los van elkaar, maar zijn ze volledig met elkaar verbonden: consumptie wordt beschouwd als fundamenteel voor het stimuleren van de economische groei; en investeringen worden gezien als de sleutel tot verbetering van de aanbodstructuur. Vraag en aanbod worden samen beheerd.

In overeenstemming met de verbintenis om het beschikbare inkomen aanzienlijk te verhogen, moet in de algemene inkomensverdeling meer gewicht worden toegekend aan de beloning voor het werk en moet de groei van het persoonlijke inkomen in grote lijnen gelijke tred houden met de economische groei, waarbij de beloning stijgt naarmate de productiviteit toeneemt.[16]

Aan de aanbodzijde moeten de investeringen strikt worden gedirigeerd naar terreinen die door de staat als prioritair worden aangemerkt, waarbij kapitaalstromen worden omgebogen van onproductieve speculatie in de financiële en de vastgoedsector naar de ondersteuning van innovatie bij productiegoederen van eigen land, met inbegrip van die welke de groene transformatie aandrijven.

Daartoe moeten het functioneren van de kapitaalmarkt worden verbeterd en moet het aandeel van directe financiering – hetzij door staatsbanken, hetzij door ondernemingen die opnieuw winst maken – worden verhoogd.

De volgende stap in de modernisering van China aan de aanbodzijde is, zoals al gezegd, de vorming van een eigen contingent geschoolde specialisten in wetenschap en techniek.

Dual circulation (afbeelding Ma Xuejing/CHINA DAILY) disclaimer

Nu wil China met de ‘dubbele circulatiestrategie’, die zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde werkt, een groter deel van de uitwisseling van producenten- en consumptiegoederen op de binnenlandse markten tot stand brengen en tegengaan dat er door ‘ongelijke ruil’-verhoudingen nog meer onbetaalde arbeid wegvloeit naar het buitenland.

Deze verwevenheid van staat en markt, van vraag en aanbod, maakt ten slotte de trilaterale coördinatie mogelijk van de strategische industriële planning en het fiscale en monetaire beleid die een bijzonder kenmerk is van het totale Chinese economische systeem.

De complexiteit hier vereist een doeltreffender bestuur en de aandacht verschuift naar een verbetering van het democratisch toezicht en de juridische praktijken op alle niveaus. China hanteert een systeem van raadpleging en participatie via volkscongressen, werknemerscongressen in ondernemingen, organisaties op gemeenschapsniveau en vrijwilligersorganisaties waarbij wordt gestreefd naar een geleide democratisering.

De opvatting van de CPC is dat het te snel openen van de deur kan leiden tot slecht doordachte wetten en slechte beslissingen, waardoor wanorde ontstaat die leidt tot ontmoediging.

De ervaring van de Culturele Revolutie laat nog steeds zijn sporen na, aangezien de chaos die eruit voort kwam een remmend effect heeft op de deelname van de bevolking. Het is duidelijk dat de motivatie van de bevolking om deel te nemen aan de politiek essentieel is voor een effectieve democratie en omgekeerd – dat effectief bestuur een impuls geeft aan actieve participatie.

Over veiligheid

Volgens de moderniseringstheorie komt er in samenlevingen, naarmate zij het tijdperk van grote massaconsumptie naderen, een moment waarop ze moeten kiezen  of hun voornaamste bekommernis uitgaat naar het militaire en de veiligheid of naar gelijkheid en welzijn.

Westerse commentatoren en politieke analisten hebben zichzelf ervan overtuigd dat China voor het eerste kiest, en beweren bij hoog en bij laag dat Xi in zijn Verslag aan het 20e Congres van de CPC voor nationale veiligheid heeft gekozen boven economie – alsof het niet het doel van de staat is om de veiligheid van het volk voorop te stellen!

En het is waar, Xi verklaarde dat de veiligheid van het volk het uiteindelijke doel is – dat wil echter zeggen politieke, economische, technologische, culturele en sociale, alsmede militaire veiligheid. In zijn Verslag werd opgeroepen tot een opwaardering van de defensie, maar werd ook aandacht besteed aan kwesties op het gebied van voedsel-, milieu- en energiezekerheid; er werd aandacht besteed aan zowel traditionele als niet-traditionele veiligheidskwesties en, opmerkelijk genoeg, niet alleen aan nationale maar ook aan gedeelde veiligheid – een uiting van China’s vreedzame politiek.

Een vreedzame externe omgeving wordt noodzakelijk geacht voor succes, maar de internationale situatie van China wordt steeds meer op de proef gesteld. In het Rapport van Xi wordt geconstateerd dat ‘het tekort aan vrede, ontwikkeling, veiligheid en bestuur toeneemt’. Hij bevestigde dat China zich inzet voor wereldvrede en ontwikkeling, maar zei dat het zich noodzakelijkerwijze moet ‘voorbereiden op het onverwachte’ en ‘klaar moet zijn om harde wind, een kolkende zee en zelfs gevaarlijke stormen te doorstaan’.

Xi Jinping in de VN bij de 50 verjaardag van het herstel van de zetel van China in de VN (Xinhua/Li Xueren) disclaimer

Het Westen toont niet langer waar de toekomst voor de wereld ligt

De socialistische modernisering van China wordt gehard doorheen de strijd tegen het Amerikaanse imperialisme en hegemonisme. China moet immers manieren vinden om buitenlandse sancties, inmenging van buitenaf en de lange arm van de zogenaamde ‘op regels gesteunde orde’ van het Westen tegen te gaan.

Om de veerkracht te trainen, adviseert Xi: ‘We moeten ons zelfvertrouwen vasthouden en op eigen benen staan’.

Deng Xiaoping moedigde zijn landgenoten aan van het Westen te leren, maar in het licht van nooit eerder geziene uitdagingen – pandemieën, klimaatverandering – en van nieuwe mogelijkheden die zich aandienen aan de grenzen van de technologie, voldoet dit advies niet langer.

Het vinden van zijn eigen weg naar moderniteit houdt voor China ook in dat het de geavanceerde kapitalistische landen niet meer kopieert en in plaats daarvan naar zijn eigen bronnen kijkt voor ideeën over hoe het moet. Voor Xi gaat het erom de marxistische ideologie te combineren met het beste van China’s tradities – het  confucianistische model om ambtenaren te selecteren op basis van verdienste en de taoïstische aanbeveling van harmonie tussen mens en natuur, bijvoorbeeld.

44 jaar geleden begon China zich open te stellen voor de wereld met vier speciale economische zones langs zijn kust. Voortgestuwd door de globaliseringsgolf, zou het de ‘werkplaats van de wereld’ worden. Met een bevolking die groter is dan die van alle ontwikkelde landen samen, belooft de modernisering van China nieuwe horizonten te openen voorbij de duisternis waarin de oorlogen en het militarisme van de VS de wereld hullen.

Maar is de opkomst van China als die van een nieuwe imperiale macht die zijn eigen neokoloniale uitbuitingsrelaties creëert? ‘Ongelijke ruil’-verhoudingen zijn onlosmakelijk verbonden met de handel tussen economieën met verschillende loonniveaus, en China, samen met andere opkomende economieën, moedigt zijn bedrijven aan om in het buitenland te investeren in de verwachting winst te maken en niet langer verlies voor lief te nemen. Maar dit betekent niet dat de voordelen allemaal naar een partij gaan. Het punt is dat, daar waar het imperialisme eenzijdige deals sluit om een monopoliepositie te verwerven, China zich niet met de politiek van zijn partnerlanden mengt met de bedoeling hun onderhandelingspositie te ondermijnen.              

Voor die anderen zijn er zowel uitdagingen als kansen. Maar het feit dat China erop aandringt dat landen het recht hebben hun eigen ontwikkelingsweg te kiezen, maakt ook een verschil: China steunt het recht van ontwikkelingslanden op een speciale en gedifferentieerde behandeling in de Wereldhandelsorganisatie (WTO), steunt het beginsel van gemeenschappelijke en gedifferentieerde verantwoordelijkheid op klimaatconferenties en verzet zich tegen de gewoonte die het IMF heeft om voorwaarden op te leggen.

China’s visie op zijn eigen moderniseringsproces tot 2049 is misschien niet die van de arbeidersdemocratie en participatieve planning die sommige westerse socialisten voor ogen staat. Maar als China erin slaagt de kloof tussen arm en rijk te verkleinen en een samenleving met een middeninkomen voor de meerderheid te creëren zonder dat de  middenklasse aan bepaalde voorrechten kan vasthouden; als zij haar verbintenissen inzake het koolstofvrij maken van de economie kan nakomen – en het land is als goed geplaatst om hierin te slagen[17]; als zij in eigen land vooruitgang kan boeken zonder andere landen te benadelen en in de plaats daarvan juist de ruimte kan creëren die ze nodig hebben voor hun ontwikkeling, dan zou het land inderdaad iets tot stand brengen dat de wereld verandert. De komende 27 jaar zullen het uitwijzen.

Vertaling: Dirk Nimmegeers
Deel 1. Wie is Xi Jinping? vindt u hier.
Deel 2. ‘Gemeenschappelijke welvaart’ op de agenda vindt u hier

*Dr. Jenny Clegg is een onafhankelijke Britse onderzoeker, Chinaspecialist en vredesactivist. Ze doceerde Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Lancashire en publiceerde ‘China’s Global Strategy’ bij Pluto Press (2009).

VOETNOTEN

[15] Het Verslag van Xi Jinping voor het 20e Nationale Congres van de Communistische Partij van China, 16 oktober 2022 https://www.fmprc.gov.cn/eng/zxxx_662805/202210/t20221025_10791908.html

[16] Xi Jinping, Verslag voor het 20e Nationale Congres van het CPC

[17] China’s Transition to a Low-Carbon Economy and Climate Resilience Needs Shifts in Resources and Technologies, Wereldbank 12 oktober 2022 https://www.worldbank.org/nl/news/press-release/2022/10/12/china-s-transition-to-a-low-carbon-economy-and-climate-resilience-needs-shifts-in-resources-and-technologies.

Print Friendly, PDF & Email