Wil politiek Nederland confrontatie met China?

Op woensdag 17 maart waren er in Nederland Tweedekamerverkiezingen. Fred Sengers (Blogaap.nl) analyseerde wat de programma’s van tien partijen zeiden over de relatie van Nederland met China, geopolitiek en de Nederlandse open economie.

De weken voorafgaand aan de verkiezingen spitte Sengers de verkiezingsprogramma’s van tien politieke partijen door op zoek naar hun China-beleid. In deel 11 trok de journalist van Blogaap.nl de conclusies, die hij zo vriendelijk was om met ChinaSquare te delen

Fred Sengers* schrijft op 11 maart:

‘Ik nam de definitie van China-beleid ruim, want de meeste partijen noemen China niet vaak expliciet of soms zelfs in het geheel niet. Vanwege de aard van onze verhouding tot China gaat het vaak over economisch beleid en bescherming tegen ongewenste invloed en spionage. Maar ook op het gebied van zorg, onderwijs, migratie en defensie kwam ik voornemens tegen die gevolgen hebben voor de Nederlands-Chinese relatie. En als de PvdA van 1 mei een nationale feestdag wil maken of de SP een nieuwe klassenstrijd aankondigt in het onderwijs – vooruit, dat reken ik ook goed.

10 blijvertjes

Ik heb me beperkt tot 10 partijen die nu in de kamer zitten met een fractie van enige omvang en waarvan waarschijnlijk is dat ze na 17 maart terugkeren. Dat is een arbitrair criterium, want ik heb natuurlijk geen idee van de verkiezingsuitslag. Maar dat VVD, PVV, CDA, D66, GL, SP, PvdA, CU en PvdD terugkeren in de kamer met vier zetels of meer lijkt me wel een gegeven. Met FvD heb ik gesmokkeld, want dat zou heel goed weleens een splinter kunnen worden. SGP en Denk heb ik benadeeld, want niet onderzocht. En electoraal kansrijke nieuwkomers als Volt en JA21 heb ik vooralsnog ook links laten liggen.

Niet om door te komen

Niets ten nadele van deze partijen, maar ik was er wel een beetje klaar mee. Programma’s lezen is namelijk geestdodend werk. De politieke verlanglijstjes lijken helemaal niet bedoeld om te worden gelezen, zo saai, vol burgemeestersproza en dubbelingen staan ze. Soms zijn ze moeilijk doorzoekbaar – ook fijn als je naar een specifiek onderwerp op zoek bent. En het is vooral veel. Heel veel.

Voornemens en tegenstrijdigheden

Veel schetsen van de huidige situatie, veel ideetjes, veel goede voornemens. Soms overduidelijk in tegenspraak met elkaar. Hoe kun je tegelijkertijd vrijhandel nastreven én bescherming van de eigen industrie tegen buitenlandse concurrentie? Je leest veel vage formuleringen als ‘indien nodig’, ‘onderzoek naar de noodzaak’ of ‘experiment’. Doorgaans is men wel concreet in het benoemen van problemen, maar onduidelijk over de oplossingen. Ja, zo kunnen we allemaal wel politiek bedrijven.

Dichtbij de kiezer

Verkiezingen worden in belangrijke mate bepaald door onderwerpen die dicht bij de kiezer staan. Partijen weten dat. Niet voor niets is ‘buitenland’ vaak het laatste hoofdstuk van het programma. Oh ja, buitenland. Niet bij alle partijen is dat zo. In het algemeen geldt: hoe banger een partij is voor globalisering en migratie, hoe prominenter het buitenland in het programma terecht is gekomen. De vraag is of dat terecht is. Globalisering, geopolitieke veranderingen, migratie, klimaatcrisis en niet te vergeten een wereldwijde pandemie – meer dan ooit is binnenlands beleid een directe afgeleide van wat er in het buitenland gebeurt. En vaak zijn problemen zo groot dat ze niet door individuele landen kunnen worden opgelost.

Politiek kluitjesvoetbal

De programma’s bieden veel van hetzelfde. Natuurlijk zijn er accentverschillen, maar er is zichtbaar sprake van politiek kluitjesvoetbal. Het wemelt van de kringlooplandbouw, waterstofeconomie en coalities met gelijkgezinde democratieën. Een mooi voorbeeld is dat vrijwel alle partijen noodvoorraden willen aanleggen van medicijnen en medische beschermingsmiddelen, of de productie ervan willen terughalen naar Europa. Vast heel nuttig, maar we gaan ons voorbereiden op de vorige crisis. Geen partij stelt de fundamentele vraag: laten we eens een goede analyse maken van welke risico’s we als land lopen. Dat merken we straks wel: boem is ho. Maar als het internet uitvalt, de dijken doorbreken of een tsunami de wereldhandel stillegt hebben wij de mondkapjes in ieder geval klaarliggen.

VVD kampioen China-alarmisme

Als we kijken hoe vaak China in de programma’s wordt genoemd, steekt de VVD met kop en schouders boven andere partijen uit met 16 vermeldingen. Allemaal in de categorie: China is een bedreiging voor onze veiligheid, welvaart en manier van leven. Geen programma zo alarmistisch over China als dat van de liberalen. Wat de PVV heeft met ‘moslimlanden’, heeft de VVD met China. Daar kan niets goeds van komen. Daarmee neemt ze het stokje over van het CDA, dat in de afgelopen vier jaar het meest een China-alarmistische toon aansloeg. Daar zie je in het CDA-program nog maar weinig van terug. Best opvallend van de VVD, die zich er altijd op beroemt dat het de partij is van ondernemers, koopmansgeest en neoliberale economie.

Helft van het verhaal

Wat opvalt is dat China, als het al in de programma’s expliciet aan de orde komt, eigenlijk alleen als bedreiging wordt gezien. Geen woord over dat onze relatie met China ook voordelen met zich meebrengt. Dat is in de plotkaart die Vincent Brussee (zie illustratie bovenaan) maakte op basis van mijn programma-analyses goed te zien. Politieke partijen willen de confrontatie aan met China, niet samenwerken.

Natuurlijk brengt de onstuitbare opkomst van China problemen en bedreigingen met zich mee. Maar dat is de helft van het verhaal. Partijen streven een welvarend land na, willen buitenlandse investeringen, zeggen voorop te willen lopen op het gebied van wetenschappelijke ontwikkeling en innovatie en de klimaatverandering te lijf. Blijkbaar denken ze dat te kunnen bereiken zonder wat binnenkort de grootste economie ter wereld is. Of ze hebben geen zin dat hun kiezers te vertellen. Dat is een beetje wereldvreemd, want de realiteit is dat er volop wordt gehandeld, samengewerkt en gestudeerd door Nederlanders in China en andersom.

Realistisch over haalbaarheid

Niemand is tegen mensenrechten. Ja, hè hè. Maar alleen D66, GL, SP, PvdA, CU en PvdD willen dat de Nederlandse regering actief voor mensenrechten in de wereld de boer opgaat. En vaak wordt dan ook China genoemd. De PvdD gaat daarin het verst: die wil dat Nederland zich sterk maakt voor het zelfbeschikkingsrecht van onderdrukte volkeren “zoals de Oeigoeren en Tibetanen.” Genoeg dominees dus tussen de koopmannen. Dat is een prachtig ideaal, maar het gaat wel een beetje voorbij aan wat Nederland in een land als China kan bewerkstelligen. Je zou toch enige realiteitszin verwachten bij de partijen. Zo organiseer je je eigen teleurstelling.

Maakbaarheidsparadox

Wat misschien wel het meest opvallend is, is de terugkeer van de maakbare samenleving. Over het volle politieke spectrum propageren partijen een sterke overheid, die ingrijpt in de economie, onderwijs en zorg. Hier en daar is zelfs sprake van een heuse Nederlandse industriepolitiek. Een term die we sinds de RSV-enquête in de jaren ’80 niet meer hebben gehoord. Er lijkt sprake van een Maakbaarheidsparadox; hoe groter de onzekerheid in de wereld en hoe geringer onze invloed daarop, hoe heftiger het verlangen onze polder tot een ideaalbeeld te kleien. Daarmee komt een einde aan de periode van neoliberalisme, marktwerking en ongebreidelde globalisering. Althans, dat beloven de partijen in hun programma’s. Het gekke is dat we altijd dachten dat China meer op het westen zou gaan lijken, maar als dit allemaal doorgevoerd wordt gaat Nederland in ieder geval economisch juist een beetje meer op China lijken.

De 10 afleveringen van Kieswijzer over China vind je via
Blogaap | China-kieswijzer: de conclusies

*Fred Sengers is China-deskundige en publiceert op Blogaap.nl en in andere media over het nieuws en de belangrijkste ontwikkelingen uit en over China op politiek, economisch en cultureel gebied.

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar