Bedrijft China echt oneerlijke concurrentie?

Het is evident dat China oneerlijke concurrentie voert, en technologie en intellectuele eigendom steelt. Als in  de VS republikeinen én democraten én de EU het over één ding eens zijn, dan dit. Maar klopt de ‘evidentie’? Stephen Roach twijfelt.

Stephen Roach is niet de eerste de beste. Hij was hoofd van Morgan Stanley Asia en is vandaag nog ‘senior lecturer’ aan Yale University School of Management. Hij onderzocht de Amerikaanse rapporten die de basis vormen voor de beschuldigingen tegen China.

Door steeds maar te herhalen dat China Amerikaanse bedrijven dwingt hun doorslaggevende technologie over te dragen wanneer ze in dat land zaken willen doen, dat China op grote schaal hackt en technologie steelt, en op grote schaal ongeoorloofde subsidies geeft aan de eigen hoogtechnologische bedrijven, is dit zeker bij de Amerikaanse politici diep in de geesten doorgedrongen. Dat leidt tot schrik dat China een existentiële bedreiging vormt voor de Amerikaanse welvaart. Dat stelt Roach vast. Verander in zijn vaststelling Amerika overal door Europa en ongeveer hetzelfde verhaal gaat op.

Maar wat is de ‘evidentie’ feitelijk waard?

Diefstal intellectuele eigendom

De Amerikaanse politiek put argumenten uit het ‘Rapport van de Commissie voor Intellectuele Eigendom ’ (IP Commission) van 2017. Die commissie schatte dat diefstal van intellectuele eigendom de Amerikaanse economie ergens tussen 225 en 600 miljard dollar per jaar kost. Gestolen zakengeheimen staan in voor 80-90% daarvan. De rest komt van piraat software en gekopiëerde soft- en hardware.

Maar er bestaan geen betrouwbare data over diefstal van zakengeheimen. De IP Commission baseerde zich zelf op een studie van PricewaterhouseCoopers en het Center for Responsible Enterprise and Trade uit 2014. De resultaten van die studie zijn met veel reserves te benaderen. Ze baseert zich op vergelijkbare modellen. Men vertrekt van losse gegevens over maatschappelijke problemen als handel in verdovende middelen, corruptie, beroepsmatige fraude en onwettige financiële stromen, en maakt op die basis zo goed mogelijke ramingen van de omvang van de fenomenen. Daarna gaat men door analogie ramingen maken van de omvang van diefstal van intellectuele eigendom. Volgens de studie is een cijfer tussen 1 en 3 % van het bbp een realistische schatting.

Nattevingerwerk

De commissie vertrekt van dit cijfer en gaat schatten hoeveel daarvan door China gestolen wordt. Ook die methode is bedenkelijk.

Men vertrekt van cijfers van de Amerikaanse douane, die in 2015 voor ongeveer 1,35 miljard dollar namaakproducten onderschepte. Volgens een model van de OESO werd een daaruit een schatting voor het totaal aan namaakproducten in de VS afgeleid en daarvan wordt verondersteld dat 52% van het Chinese vasteland komt en 35% uit Hongkong.

Volgens een ander model, van de Business Software Alliance, gebeurt 61% van de softwarepiraterij in de regio Azie- Stille Zuidzee .

Voor de hoeveelheid door China gestolen bedrijfsgeheimen, die volgens de commissie toch het leeuwendeel van het Amerikaanse verlies uitmaken, wordt zelfs niet geprobeerd de cijfers te onderbouwen. ‘Iedereen weet toch’ dat de Chinezen veel bedrijfsgeheimen stelen …

Gedwongen transfer van technologie

Een even bedenkelijke benadering is gebruikt in het rapport onder ‘Sectie 301’ van het ministerie van handel, de U.S. Trade Representative (USTR) in maart 2018. Dit rapport stelt dat Amerikaanse bedrijven verplicht worden hun technologie naar China te transfereren wanneer ze intreden in een joint venture om op het vasteland zaken te kunnen doen. Dit rapport werd gebruikt als rechtvaardiging om de Amerikaanse handelsoorlog met China te starten.

Binnen een joint venture is het normaal dat partners hun troeven, inclusief technologische kennis, samen gebruiken. Het is moeilijk vast te stellen dat dit delen gedwongen is, wanneer partners vrijwillig in een joint venture treden. Het USTR rapport geeft op pagina 19 impliciet toe dat het eigenlijk over weinig echte feiten beschikt: ‘de transfer strategie en praktijk is meer impliciet geworden, dikwijls gaat het om mondelinge instructies en gebeurt het achter gesloten deuren’.

USTR steunt daarom op anonieme enquêtes, uitgevoerd door de U.S.-China Business Council. Daarin gaven 19% van de ondervraagden aan dat ze gedwongen waren technologie te transfereren naar hun Chinese partner. Overigens gaf bij de laatste ronde enquêtes in 2018, 99% van de ondervraagden aan dat de situatie wat betreft bescherming van intellectuele eigendom niet verslechterd was.

Cyberaanvallen

Het USTR rapport gaat ook over cyberaanvallen. Bijna alle aangehaalde gevallen van vermoedelijke Chinese hacking gebeurden echter vóór september 2015, toen China en de VS daarover een akkoord afsloten. De beschuldiging over gevallen die het akkoord van 2015 zouden schenden, zij pas heel recent naar voor geschoven.

Industriële subsidies

Subsidies voor industriële sectoren zouden een alleen door China toegepaste en onfaire methode zijn om in speerpuntsectoren zoals artificiële intelligentie een overwicht te verwerven. Dat Japan, Duitsland al lange tijd een gelijkaardige strategie volgen, en de VS dat ook doet via door het Pentagon gesponsord onderzoek & ontwikkeling wordt niet vermeld.

Er gebeurt evenmin een ernstige analyse van het grote handelstekort van de VS met China, nochtans het voornaamste argument in de handelsoorlog. Dat tekort met China is maar een onderdeel van het multilaterale handelstekort dat de VS hebben met 102 landen, en dat sinds lang structureel voortvloeit uit een Amerikaanse economie waarin onvoldoende gespaard wordt.

Stephen Roach stelt dat China aangepakt moet worden wanneer er aanwijsbare economische overtredingen zijn. Maar de Amerikaanse regering zou beter ophouden haar zaak te staven met anekdotes, betwistbaar bewijsmateriaal en meer dergelijke ‘alternatieve feiten’.

Bron: Bloomberg

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar