(Des)informeren over China

Essayist Nico Hirtt schreef een’open brief aan mevrouw Véronique Kiesel en aan alle journalisten die ons (des)informeren over China’. Véronique Kiesel is redactrice van Le Soir.

Opinies op chinasquare.be geven uitsluitend de mening weer van hun auteur. Ze worden niet noodzakelijk onderschreven door de redactie van chinasquare.be

Beste mevrouw,

In Le Soir van 7 oktober 2020 vertelt u ons dat, volgens een studie van het Pew Research Center in Washington, het imago van China in de publieke opinie van veel landen er sterk op achteruit is gegaan. Zo zouden 71 % van de Belgen en 70 % van de Fransen nu “een ongunstige mening” hebben over het vaderland van de heer Xi Jinping.

U vraagt zich af waarom China en zijn president zo hard naar beneden tuimelden in de opinie van onze medeburgers. U wil hier het resultaat in zien van “het Chinese beheer van de Covid-19-crisis” en de “opeenvolgende bochten die Peking in de internationale betrekkingen heeft gemaakt”. Maar u vergeet de hoofdoorzaak van deze negatieve ontwikkeling van de publieke opinie te vermelden. Allicht handelt u uit overdreven bescheidenheid, want het gaat om de impact van uw eigen actie, de “China bashing” waaraan u en de meeste van uw westerse collega-journalisten zich steeds zwaarder vergrijpen.

Corona fabels

Ongetwijfeld zouden de westerse burgers een heel andere mening over China toegedaan zijn, ware het niet dat de mainstream-pers onverdroten de meest waanzinnige fabels publiceert over de Chinese verantwoordelijkheid in de verspreiding van het Coronavirus. Toch kan geen enkel land ter wereld prat gaan op zo’n effectief crisismanagement als dat van de Volksrepubliek China. Terwijl China op eigen houtje een onbekende ziekte te lijf ging, nam het kordaat beslissingen aangaande lockdown, diverse voorzorgsmaatregelen, quarantaines, het dragen van een masker… en dat terwijl onze eigen leiders het nog steeds over een “griepje” hadden. Ik moet er niet aan denken hoe snel de epidemie zich zou hebben verspreid als het virus voor het eerst was opgedoken in een land met een gezondheidszorg onder leiding van leiders met de daadkracht van een Trump, een Macron, een Johnson of een Maggy De Block. Met slechts in totaal 4.739 sterfgevallen per 1,4 miljard mensen, een 20-tal nieuwe gevallen per dag en maar 7 sterfgevallen in de afgelopen maand, is China de veiligste plek op de planeet. Maar wanneer China zijn ervaring wil delen met de wereld, wanneer het medische apparatuur (ademhalingsapparatuur, maskers…) schenkt aan de armste landen, 400 opleidingsprogramma’s voor Afrikaanse medische professionals organiseert, de schulden van de Afrikaanse landen die dit jaar verstrijken kwijtscheldt… zien u en uw collega’s hierin alleen propaganda en economische expansie, nooit solidariteit.

‘Grootste CO2-uitstoter’

De mening van westerse burgers over China zou ook minder negatief zijn als u de moeite had genomen om hen uit te leggen dat de zogenaamde ‘grootste CO2-uitstoter’ ter wereld – waarbij u ‘vergeet’ deze vervuiling in verhouding met het aantal inwoners te laten zien – in feite een van de landen is die, gezien het welvaarts- en ontwikkelingsniveau, het meest actief is in de strijd tegen de klimaatverandering.

China beschikt tegenwoordig over de grootste wind- en zonne-energieparken ter wereld. Het land heeft plannen om al in 2026 de piek van CO2-uitstoot te bereiken (vier jaar eerder dan de oorspronkelijke toezeggingen in het kader van de akkoorden van Parijs) en C02-neutraliteit te bereiken tegen 2060.

China zorgt elk jaar voor ongeveer 6 miljoen hectare herbeboste grond. Volgens de gegevens van de NASA is het grotendeels dankzij deze inspanning dat de woudoppervlakte op aarde sinds 2000 met 5 % is vergroot, ondanks de ontbossing in het Amazonegebied en elders. Misschien betekent het niets voor u, maar dankzij deze “Grote Groene Muur” is de frequentie van zandstormen in China tussen 2009 en 2014 met een vijfde gedaald. En in het Kubuki-woestijngebied van Binnen-Mongolië is de regenval toegenomen van circa 70 mm 30 jaar geleden naar 400 mm in 2016.

Misschien zou deze informatie uw lezers geïnteresseerd hebben, zodat ze zich een correct persoonlijk beeld kunnen vormen van de Chinese ‘grote Satan’. Wanneer, mevrouw Kiesel, heeft u uw Belgische lezers eraan herinnerd dat elk van hen jaarlijks gemiddeld 8,33 ton CO2 uitstoot, en de Amerikanen 14,61 ton … terwijl de Chinezen slechts 6,68 ton uitstoten? En wanneer heeft u hen uitgelegd dat, zonder het één-kind-beleid, wat 400 miljoen geboorten in China heeft voorkomen, de totale CO2-uitstoot van China nu ongeveer 30 % hoger zou liggen?

700 miljoen mensen uit de armoede

Misschien zou de mening van onze medeburgers over China ook een beetje anders zijn als hen was verteld dat China er de afgelopen veertig jaar in slaagde om meer dan 700 miljoen mensen uit de armoede te halen, en zo het eerste ontwikkelingsland is geworden dat de Millenniumdoelstellingen voor Ontwikkeling van de Verenigde Naties heeft verwezenlijk. Eigenlijk is het heel eenvoudig: De armoede is wereldwijd toegenomen, behalve in China. Zoals Bernie Sanders zei: ‘China en zijn leiders hebben meer vooruitgang geboekt in het uitroeien van extreme armoede dan enig land in de geschiedenis van de beschavingen’.

En deze resultaten zijn niet alleen het resultaat van de recente economische openstelling. Zonder de ontwikkeling van het onderwijs en de gezondheidszorg in de jaren van Mao, had het economische en vervolgens sociale wonder van de afgelopen decennia nooit kunnen gebeuren. Niets hiervan komt ooit ter sprake in uw artikelen.

Oeigoeren

Maar men vindt er wel de eindeloos herkauwde verspreiding, zonder de minste kritische geest of elementaire journalistieke verificatie, van de stormachtige internationale propagandacampagne over het lot van de Oeigoeren in Xinjiang.

Uiteraard zal in Le Soir of in andere grote dagbladen nooit het Chinese standpunt over deze kwestie te vinden zijn, namelijk dat de geïnterneerden radicale islamitische militanten zijn, die behoren tot twee terroristische organisaties, de Islamitische Beweging van Oost-Turkestan en de Islamitische Partij van Turkestan. Sommigen onder hen vochten in Syrië, aan de zijde van Daesh. Anderen worden vastgehouden omdat ze de sharia prediken, vrouwen dwingen om de sluier te dragen, een burka dragen (wat daar net als bij ons verboden is) of omdat ze racistische aanvallen tegen Han-Chinezen en niet-moslims hebben deelgenomen.

We worden overspoeld met luchtfoto’s waarop niets te zien valt, en verhalen van een handjevol ‘getuigen’ en ‘slachtoffers’ worden duizendmaal naverteld. En als blijkt dat de foto’s datgene wat beweerd werd niet lieten zien, of dat de getuigen hadden gelogen, dan draagt men er zorg voor ons hierover vooral niet te informeren.

Men laat ons ook zorgvuldig in het ongewisse dat het “de-radicalisering” beleid in Xinjiang volledig komaf maakte met de terroristische aanslagen van de afgelopen drie jaar. Moeten we dan denken dat het lot van de jihadisten die in Chinese ‘heropvoedings’-kampen vastzitten, afschuwelijker zou zijn dan dat van de gevangenen van Guantanamo of dat van de Daesh-strijders die in kampen in Syrië en Irak zijn opgesloten?

De gemaakte ophef die één enkele richting uitgaat, wordt duidelijk georkestreerd. En eens te meer is Amnesty International hier de – zelfgenoegzame of onvrijwillige? – marionet van de Amerikaanse propaganda (zoals al zo vaak het geval was, of het nu ging om Cuba of de couveusebaby’s in Koeweit).

Tibet

Met eenzelfde lichtzinnigheid wordt beweerd dat China Tibet ‘onderdrukt’, terwijl geen enkele waarnemer ter plekke een spoor van deze ‘onderdrukking’ kan vinden. De Tibetanen daarentegen hebben wél het verschil kunnen merken tussen het oude feodale regime dat werd gedomineerd door een almachtige Dalai Lama, die land en lijfeigenen bezat, en anderzijds de vooruitgang – onderwijs, wegen, spoorwegen, ziekenhuizen, huisvesting, landverdeling – die sinds de jaren zestig is geboekt.

‘Militanten voor de democratie’

Leugens en nog eens leugens. Wat maakt het ook uit, hoe smeriger ze zijn, hoe gemakkelijker ze de ronde doen. Zo wordt de onwetendheid van het publiek misbruikt om een golf van sympathie te verwekken voor de arme, onderdrukte ‘militanten voor de democratie’ in Hongkong en het zielige eiland Taiwan, dat bedreigd wordt door de Chinese boeman.

Maar voor wie de geschiedenis kent, valt vooral China’s buitengewone terughoudendheid op. Het had van het Verenigd Koninkrijk een volledige teruggave van zijn voormalige kolonie kunnen eisen bij het verstrijken van de 99-jarige erfpacht die in 1898 werd gesloten. In plaats daarvan stemde het ermee in het gebied nog een geprivilegieerde status te verlenen voor een periode van 50 jaar.

Deze periode is nu al voor de helft voorbij en het is dus normaal dat China zich voorbereidt op een volledige terugkeer van Hongkong onder de best mogelijke omstandigheden. De gerechtelijke samenwerking maakt deel uit van dit toenaderingsproces. Westerlingen profiteren hiervan om anti-Chinese en onafhankelijkheidsbewegingen aan te wakkeren die ten onrechte als ‘pro-democratisch’ worden bestempeld, daar waar demonstranten met hun herhaalde oproepen tot inmenging, of zelfs tot directe interventie door Trump en het Verenigd Koninkrijk, eerder de benaming ‘pro-imperialisten’ zouden verdienen.

In Taiwan, het Chinese eiland dat sinds 1949 door een rebellenleger wordt gecontroleerd, onthield China zich ook van elk gebruik van geweld. Maar het accepteert niet dat westerlingen hiervan gebruik maken om de onafhankelijkheidsstrijders militair te ondersteunen en er hun bases op te zetten. Hoe zou men reageren als een Belgische regering, onder leiding van de N-VA, wapens zou leveren aan de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijders? Uiteraard loopt deze vergelijking mank: De Catalaanse beweging put een deel van haar historische wortels uit de antifascistische strijd, terwijl de onwettige regering van Taiwan haar wortels haalt uit het fascisme van de Kuomintang…

De echte dreiging van Huawei

Voor de goede orde nog dit: onze medeburgers kregen ook nog tal van horrorverhalen te slikken over de bedreiging die de 5G van Huawei zou vormen voor hun privacy en voor onze nationale veiligheid. Toch bleek de Amerikaanse geheime dienst niets anders te kunnen ontdekken dan dat ze er niet makkelijk in slaagden de overbeschermde systemen van Huawei te hacken, in tegenstelling tot die van Nokia en consoorten.

De dreiging die ons boven het hoofd hangt is dus niet dat de Chinese Communistische Partij ons via 5G controleert, maar dat Uncle Sam ons niet meer zo gemakkelijk zou kunnen in de gaten houden (‘om je beter te verdedigen, kind’).

Dictatuur

Tot slot herinnert de westerse pers ons bij geringste gelegenheid aan het feit dat China een dictatuur is, onder leiding immers van de enige Chinese Communistische partij.

Laten we er vanuit gaan dat deze aanval tenminste niet meer zo aanslaat bij Europese of Amerikaanse burgers. Wie gelooft nog dat de absolute macht van een paar honderd miljardairs (die bovendien meestal iemand uit eigen gelederen tot president van de VS laten verkiezen) democratischer zou zijn dan die van een partij die bestaat uit 90 miljoen leden (of één op de tien volwassen Chinezen), 90 miljoen militanten die actief zijn in hun bedrijf, hun dorp of hun buurt, die debatteren over de lokale of nationale politiek en de verwachtingen en problemen van de hele bevolking naar de top halen (en vandaag zwaar worden vervolgd als ze hun positie gebruiken om zich persoonlijk te verrijken)?

Waarom ‘China bashing’?

Daarom is de echte vraag die de enquête van het Pew Research Center opwerpt niet waarom westerse burgers zo boos zijn op China: ze geven gewoon de mening weer die ze dag na dag ingelepeld krijgen via uw artikelen, mevrouw Kiesel, en die van uw collega’s. Het is zelfs enigszins verbazingwekkend – en verheugend – dat 30 % Belgische of Franse burgers ongevoelig zijn gebleven voor deze stelselmatige haatcampagne.

Maar de echte vraag is veeleer: waarom deze ‘China bashing’? Hoe kon het gebeuren dat China de status van Eldorado van ‘onze’ investeerders inruilde voor die van zwart schaap van de westerse diplomatie?
Ik denk dat het antwoord tweeledig is.

Ten eerste is de economische ontwikkelingsstrategie van China aan het veranderen. De Communistische Partij besloot dat het land genoeg geld had verdiend met plastic speelgoed en matig kwaliteitskatoen op de planeet te dumpen en goedkope elektronische apparaten te produceren onder Amerikaanse licenties. Zij wil nu de industriële productie heroriënteren naar de binnenlandse markt, naar de ontwikkeling van de levenskwaliteit in China en naar spitstechnologieën.

Wat het Westen verontrust, is dat China niet langer het reservoir van goedkope arbeidskrachten is waarvan de hele wereld vroeger met plezier profiteerde, maar dat het nu concurreert met Europese en Amerikaanse bedrijven in de meest veelbelovende sectoren: milieu, vervoer, energie, communicatietechnologieën… en dit doet met eigen octrooien. Kortom, de goede tijden van een door ‘onze’ bedrijven exploiteerbaar Chinees volk maken plaats voor economische concurrent China. De ommekeer van de Amerikaanse diplomatie is waarschijnlijk minder te wijten aan de persoonlijkheid van Donald Trump dan aan het groeiende bewustzijn betreffende deze verandering.

Ten tweede is er wat u, mevrouw Kiesel, de ‘ideologische aanscherping’ noemt, op gang gebracht door Xi Jinping. Iedereen had gedacht (ikzelf ook een beetje, geef ik toe) dat die communistische ideologie nog slechts een façade was om het voortbestaan van de CCP te rechtvaardigen en dat, onder de druk van de ontwikkeling van een Chinees kapitalisme en de daaruit voortkomende verrijking van de heersende klassen, de partij zou instorten zoals in Rusland, of in ieder geval geleidelijk zou afbrokkelen.

Er zijn echter voorzichtige aanwijzingen dat de partijleiding het heft terug in eigen handen neemt. Hier en daar zien we in de officiële pers, artikelen waarin staat dat ‘het socialisme superieur is aan het kapitalisme’, dat het eerste ‘ooit definitief zal zegevieren’ over het tweede, dat het Chinese beleid ‘het marxisme van de 21e eeuw’ is en resoluut ‘in de lijn van Lenin en Mao’.

Ik geef toe dat ik wat aarzel om al deze uitspraken au sérieux te nemen. Maar ik zie ook, concreet, dat de planeconomie weer zeer aanwezig is in China, wat trouwens grotendeels de successen op sociaal, milieu- en gezondheidsniveau (met name het beheer van Covid-19) verklaart.

En de hefboom voor deze effectieve planning ligt duidelijk in de openbare eigendom van belangrijke productiemiddelen. In 2005 waren er van de 49 staatsbedrijven die in de Fortune Global 500 (de 500 grootste bedrijven ter wereld) zijn opgenomen, 14, dus 28,6 %, Chinese staatsbedrijven. In 2017, 12 jaar later, staan er maar liefst 75 Chinese staatsbedrijven in deze rangschikking, vijf keer zoveel. Zij maken nu driekwart uit van de 102 overheidsbedrijven die in die rangschikking voorkomen. Met andere woorden, de Chinese staatsbedrijven alléén vertegenwoordigen 15 % van de 500 grootste bedrijven ter wereld.

Bovendien heeft de Communistische Partij beslist om haar aanwezigheid en controle in deze staatsbedrijven te vergroten. We zijn wellicht wat overhaast geweest in ons oordeel dat het kapitalisme het socialisme in China heeft verdrongen.

Zo vormt China niet alleen een bedreiging voor de winsten van de westerse kapitalisten, maar het ziet ernaar uit dat het een antikapitalistische ideologie een nieuwe impuls wil geven, iets waarvan men dacht dat het definitief naar het kleine grondgebied van Cuba was verbannen. Reden genoeg dus om de haat tegen Xi Jinping op te wekken. En meer dan redenen genoeg om de Amerikaanse en Europese diensten aan het werk te zetten die gespecialiseerd zijn in het zorgvuldig orkestreren van laster- en desinformatiecampagnes. Met de zorgzame hulp van hun meest gewetensvolle waakhonden, binnen de pers of bepaalde ngo’s, en met de onvrijwillige hulp van journalisten en activisten die deze thema’s te goeder trouw overnemen, zonder zich echter al te veel vragen te stellen.

Nico Hirtt (essayist).

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar