Jason Hickel (opinie)

‘Westerse beweringen over Chinees kolonialisme houden geen stand tegen empirische bewijzen’, volgens Jason Hickel. Zijn analyse is nuttig om vooringenomen berichtgeving over het huidige bezoek van topdipomaat Wang Yi aan Afriaanse landen te doorzien.
Westerse politici en journalisten beschuldigen China van ‘kolonialisme’ in Afrika. Hun denkbeeld komt oorspronkelijk uit het discours van de Amerikaanse regering van bijna twintig jaar geleden. Een typisch voorbeeld hiervan was de hoorzitting van het Amerikaanse Congres die toentertijd doorging onder de titel ‘China in Afrika: het nieuwe kolonialisme?’. In datzelfde jaar beweerde het Amerikaanse zakenblad Forbes dat het doel van de Chinese betrokkenheid in Afrika is ‘om de bevolking uit te buiten en hun grondstoffen te roven. Het is hetzelfde als wat Europese kolonisten hebben gedaan… maar dan erger.’
Er zijn zeker redenen om kritiek te hebben op de activiteiten van Chinese bedrijven in Afrika, maar wie beweert dat China zich als een koloniale macht gedraagt op het continent – en daarmee de Chinese bedrijvigheid gelijkstelt aan het westerse kolonialisme en imperialisme – maakt bewijsbaar een foute vergelijking. Daarmee verliezen de termen kolonialisme en imperialisme hun betekenis. Zoiets komt neer op de ontkenning van het geweld van het reëel bestaande kolonialisme.
Wat is koloniale macht?
Laten we eerst eens kijken naar het gewicht van deze beschuldiging. Wat vormt koloniale en neokoloniale macht? Het Europese kolonialisme was gegrondvest op invasies en militaire bezettingen, gedwongen onteigening en systematisch geweld. Dat laatste bestond uit beleidsmatig veroorzaakte hongersnoden, concentratiekampen en genocide. Alleen al in Afrika hebben de Britten, Duitsers, Fransen, Belgen en Italianen in respectievelijke gevallen genocide gepleegd. Duitse kolonisten hebben het grootste deel van de Herero- en Nama-bevolking in Namibië uitgeroeid. Belgische kolonisten hebben ongeveer 10 miljoen mensen in Congo vermoord.
Afrikanen verkregen politieke onafhankelijkheid in het midden van de 20e eeuw, maar de mondiaal dominante economische en politieke machten, de kernstaten, zijn in de decennia daarna dwang blijven uitoefenen op het continent. De VS heeft momenteel 58 actieve militaire basissen in Afrika. De VS heeft zich in veel nationale verkiezingen gemengd, waardoor het democratische proces werd verstoord, in het voordeel van Amerikaanse belangen. De Verenigde Staten hebben in Afrika ongeveer 20 operaties uitgevoerd om regeringen omver te werpen. Ze hebben economische sancties opgelegd aan de meeste Afrikaanse landen (slechts negen van die landen zijn ervan gespaard gebleven).
Frankrijk van zijn kant controleert op zijn beurt de munteenheid van 14 West-Afrikaanse landen en heeft tienduizenden troepen gestationeerd in zijn voormalige Afrikaanse koloniën. Frankrijk heeft een lange geschiedenis van het manipuleren van Afrikaanse verkiezingen en steun aan dictators. Dit Europese land heeft sinds de formele dekolonisatie meegewerkt aan moorden op verschillende politieke leiders in Afrika. Het Verenigd Koninkrijk is in bijna alle Afrikaanse landen (op vijf na) al eens binnengevallen en heeft momenteel 18 militaire basissen op het continent.
Westerse staten hebben staatsgrepen georkestreerd tegen tientallen progressieve regeringen in het Mondiale Zuiden. In Afrika waren die onder meer gericht tegen de regeringen van Patrice Lumumba in de Republiek Congo, Kwame Nkrumah in Ghana en Thomas Sankara in Burkina Faso. Allemaal werden ze vervangen door rechtse dictaturen of junta’s die meer bereidheid lieten zien om westerse belangen te dienen. Westerse staten hebben actief steun verleend aan het apartheidsregime in Zuid-Afrika.
Neokoloniale macht wordt ook uitgeoefend via internationale financiële instellingen. In het IMF en de Wereldbank heeft de VS vetorecht over alle belangrijke beslissingen en controleren de kernstaten de meerderheid van de stemmen. Ze hebben deze macht gebruikt om structurele aanpassingsprogramma’s (SAPs) op te leggen aan het hele Zuiden, waarbij de productie in het Zuiden met geweld werd gereorganiseerd, niet langer voor de behoeften van de lokale bevolking en in plaats daarvan gericht op export naar de kernstaten, en in ondergeschikte posities binnen de mondiale grondstoffenketens. In Afrika hebben SAPs geleid tot decennia van economische recessie en onderontwikkeling. Zo zijn Afrikaanse grondstoffen goedkoop beschikbaar gebleven voor het Westen.
Niets wat China in Afrika heeft gedaan, komt ook maar in de buurt van dit alles. Het morele en materiële verschil is enorm. China houdt in Afrika geen landen bezet met militaire macht. Het voert geen operaties uit om regeringen omver te werpen, moorden te plegen en staatsgrepen te organiseren. Het controleert geen Afrikaanse valuta. Het legt geen sancties of structurele aanpassingsprogramma’s op aan Afrikaanse economieën. China heeft geen genocide gepleegd in Afrika. Het is nooit een Afrikaans land binnengevallen.
China is de afgelopen 46 jaar inderdaad geen enkel land binnengevallen. In diezelfde periode hebben we gezien hoe westerse machten een lange lijst van landen in het Zuiden van de wereld zijn binnengevallen en deze met spectaculair geweld hebben gebombardeerd. Zeven van die landen waren hiervan alleen al in 2025 het slachtoffer. Het is niet alleen aantoonbaar onjuist om de activiteiten van China in Afrika gelijk te stellen aan het Europese kolonialisme en het hedendaagse westerse imperialisme, maar wie dat doet bagatelliseert ook het buitengewone geweld van het imperialisme. Het is in feite een vorm van kolonialismeontkenning.
De beschuldigingen onder de loep genomen
De beschuldigingen van Chinees ‘kolonialisme’ in Afrika omvatten drie belangrijke punten. Ten eerste zouden Chinese bedrijven zich schuldig maken aan misbruik van arbeidskrachten en sociale en ecologische conflicten veroorzaken in Afrika. Ten tweede zou China de grondstofwinning in Afrika domineren. Ten derde zou China Afrikaanse landen in een ‘schuldenval’ lokken.
Wat de eerste bewering betreft: ja, China heeft kapitalistische bedrijven die actief zijn in Afrika en die werknemers uitbuiten. Maar zo werken alle kapitalistische bedrijven, ongeacht waar hun hoofdkantoor is gevestigd. Uit een recent onderzoek naar Angola en Ethiopië bleek dat er geen systematisch verschil bestaat tussen de lonen die Chinese bedrijven betalen en die van westerse bedrijven. Als uitbuiting door kapitalistische bedrijven de definitie van ‘kolonialisme’ wordt, dan verliest de term alle analytische waarde. We kunnen net zo goed zeggen dat Indonesische of Braziliaanse bedrijven die in Afrika actief zijn koloniaal zijn, maar dan verliest de term duidelijk alle betekenis.
Wat betreft Chinese bedrijven die conflicten veroorzaken, blijkt uit een recent onderzoek naar Chinese mijnbouwbedrijven die in het buitenland actief zijn, dat zij niet meer conflicten veroorzaken dan andere buitenlandse bedrijven. Uit een onderzoek naar meer dan 3.300 conflicten op het gebied van milieurechtvaardigheid over de hele wereld blijkt zelfs dat wanneer buitenlandse bedrijven conflicten veroorzaken in Afrika en de rest van het zuidelijk halfrond, deze bedrijven overwegend hun hoofdkantoor in het Westen hebben en niet in China. Volgens de database die bij het onderzoek hoort (de Environmental Justice Atlas) zijn Franse bedrijven per hoofd van de bevolking verantwoordelijk voor 50 keer meer milieuconflicten in Afrika dan Chinese bedrijven.
En dan de tweede bewering, over de winning van grondstoffen: het verhaal dat China de winningsindustrieën in Afrika domineert, wordt niet ondersteund door bewijs. In 2022 was 72 % van de fondsen voor mijnbouwexploratie in Afrika in handen van Canadese, Australische en Britse bedrijven, en slechts 3 % van Chinese bedrijven. Gegevens uit 2018 laten zien dat Chinese bedrijven toen minder dan 7 % van de totale waarde van de Afrikaanse mijnproductie in handen hadden — minder dan de helft van de waarde die in handen was van één enkele Britse multinational, Anglo American.
Als we inzoomen op fossiele brandstoffen, zien we dat de plannen van westerse bedrijven voor de uitbreiding van de olie- en gaswinning in Afrika negen keer zo groot zijn als die van Chinese bedrijven. Van de 23 grootste institutionele investeerders in de uitbreiding van fossiele brandstoffen in Afrika is 92% van de investeringen in handen van het Westen; tegelijkertijd wordt 74% van de financiering voor de uitbreiding verstrekt door westerse banken. Deze cijfers geven aan dat het Westen de overgrote controle heeft over en profiteert van de winning van fossiele brandstoffen in Afrika.
De Democratische Republiek Congo (DRC) is een interessant geval. In 2008 sloten Chinese bedrijven een overeenkomst met de DRC om infrastructuur te ontwikkelen in ruil voor mineralen ter waarde van maximaal 50 miljard dollar over een periode van 25 jaar. Westerse instellingen beschouwden dit als ‘Chinees kolonialisme’. Later, in 2025, sloot de VS een overeenkomst met de DRC om 2 biljoen dollar aan mijnbouwrechten te verkrijgen in ruil voor de beëindiging van de aanvallen van door Rwanda gesteunde milities op de DRC. Deze aanvallen had de VS naar verluidt gesteund. De Amerikaanse overeenkomst is 40 keer groter dan de Chinese overeenkomst. Maar westerse instellingen beschuldigen de VS niet van kolonialisme; integendeel, ze neigen ertoe om mee te gaan in het verhaal over een ‘vredesakkoord’.
Tot slot, de kwestie van de ‘schuldenval’: uit bestaande gegevens blijkt dat Afrika slechts 12 % van zijn buitenlandse schuld aan China verschuldigd is, terwijl het 35 % — drie keer zoveel — verschuldigd is aan particuliere westerse crediteuren, en dat de schulden van Afrika aan westerse crediteuren twee keer zoveel rente opleveren als de schulden aan China.
Uit een uitgebreid onderzoek naar de leningen van China aan Afrika in de periode 2000-2019 bleek dat China nooit activa in beslag heeft genomen en nooit de rechter heeft ingeschakeld om betalingen af te dwingen. Bovendien heeft China tijdens de Covid-pandemie een aanzienlijk groter deel van de schulden van lagere-inkomenslanden opgeschort dan westerse crediteuren.
Misschien nog belangrijker is dat China geen structurele aanpassingsvoorwaarden aan zijn financiering verbindt. Westerse crediteuren daarentegen hebben een reputatie op het gebied van het gebruik van structurele aanpassingsprogramma’s om Afrikaanse regeringen te dwingen publieke activa te verkopen.
China in de context van het wereldsysteem
Het is belangrijk om bij dit alles de juiste verhoudingen en de context te zien. Imperiale macht betekent dat de VS en zijn bondgenoten hele staten aan de andere kant van de wereld kunnen vernietigen, en dat ook regelmatig doen, waarbij ze straffeloos het internationaal recht schenden. Ze kunnen en zullen individuen of bewegingen die hen niet aanstaan, waar ook ter wereld, om welke reden dan ook, bombarderen. Ze kunnen en zullen verpletterende sancties opleggen, waardoor miljoenen mensen omkomen en regeringen zich naar hun wil moeten schikken. China heeft dit soort macht simpelweg niet. Het is een semi-perifere economie, met een bbp per hoofd van de bevolking dat 80% lager ligt dan dat van de kernlanden, en gelijk is aan het gemiddelde van Latijns-Amerika. De militaire uitgaven per hoofd van de bevolking liggen 40% onder het wereldgemiddelde en zijn 1/20e van die van de VS. China kan zich tot op zekere hoogte verzetten tegen de dictaten van de kernstaten, maar het kan en zal zijn wil niet opleggen aan de rest van de wereld, zoals de kernstaten dat doen.
Dit wil niet zeggen dat Chinese bedrijven geen misbruik maken van arbeiders en grondstoffen in Afrika. Maar dit kan niet worden omschreven als koloniale of imperiale macht zonder deze termen analytisch betekenisloos te maken en het geweld van het daadwerkelijk bestaande kolonialisme te ontkennen. Semi-perifere landen zoals China zijn een schakel in het kapitalistische wereldsysteem. Ze leveren goedkope industrieproducten aan de kern in zeer concurrerende industrieën met uiterst kleine winstmarges. Kapitalisten die in deze industrieën actief zijn, staan onder druk om zo goedkoop mogelijk grondstoffen te verkrijgen, wat hen ertoe aanzet om grondstoffen in de periferie (waar Afrika toe behoort) uit te buiten. Het zijn de reële imperialistische interventies door de kernlanden die de regeringen daar hebben verzwakt en arbeid en grondstoffen goedkoper hebben gemaakt.
Binnen dit systeem haalt de kern waarde uit de semi-periferie – waar China toe behoort – en uit de periferie via de semi-periferie. Het gedrag van semi-perifere kapitalisten in de periferie moet in de eerste plaats worden gezien als een uitvloeisel van het imperialistische wereldsysteem en niet als een vorm van eigen imperialisme.
Jason Hickel is een bekend antropoloog. Zijn expertise ligt in politieke economie, ongelijkheid en ecologische economie. Hickel doceert aan een aantal prestigieuze universiteiten, waaronder die van Barcelona en Londen.
Het oorspronkelijk Engelstalige artikel verscheen op Hickels substack op 12 januari 2026, met als titel Is China doing “colonialism” in Africa?.
De vertaling is van Dirk Nimmegeers.
De standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare.be. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteurs.
