Totnutoe stond stadsvernieuwing los van de campagne voor koolstofvermindering. Deze twee bewegingen moeten echter geïntegreerd zodat vernieuwde steden ook minder koolstof uitstoten. Hoe kan dit concreet?

Nu de verstedelijkingsgraad van China meer dan 67 % bedraagt, richten de steden zich niet langer op ruimtelijke uitbreiding. De nieuwe uitdaging ligt in het optimaliseren van wat bestaat en dat met het oog op CO²-reductie. Nu dit jaar het 15e Vijfjarenplan (2026-2030) start, is het een cruciaal moment om de doelstelling de CO²-uitstoot vóór 2030 te laten pieken, te realiseren. Begin maart heeft het Nationale Volkscongres (NPC) de Ecologische en Milieuwet aangenomen. Voor het eerst legt de wetgeving groene en koolstofarme ontwikkeling systematisch vast, waarbij het tegengaan van klimaatverandering en energiebesparing in het wettelijke kader worden verankerd. Stadsvernieuwing en CO2-vermindering zijn niet langer afzonderlijke agenda’s. Ze zijn nu samengesmolten.
Tongzhou
Het district Tongzhou, Beijing. In het vroege voorjaar waar de Oriental Chemical Plant decennialang rook uitstootte, stroomt nu een nieuw soort energie uit de diepe ondergrond. Dit 11,2 km² grote district, dat het administratieve centrum is van Beijing, werd omgevormd tot een ‘koolstofneutraal park voor het hele gebied’. Geothermische putten benutten de warmte van de aarde. Fotovoltaïsche (PV) panelen op daken vangen zonlicht op. Samen vormen ze een complex energienetwerk dat grote gebouwen volledig van groene stroom voorziet, waardoor de jaarlijkse uitstoot van kooldioxide met ongeveer 11.000 ton wordt verminderd. De omvorming van dit industrieterrein tot een ecologisch knooppunt weerspiegelt een bredere verschuiving in de stedelijke ontwikkeling van China.
Gebouwen
Gebouwen zijn verantwoordelijk voor ongeveer 21,7 % van de CO2-uitstoot in China. In een groeiend aantal renovatieprojecten krijgen gebouwen echter een nieuwe vorm door zonne- en geothermische technologieën als miniatuur-energieproducenten. In combinatie met energie-efficiënte renovaties en slimme besturingssystemen realiseren ze wat ingenieurs ‘passieve energiebesparing’ noemen door betere isolatie en actieve energievoorziening door opwekking ter plaatse.

Dit wordt duidelijk bij de omvorming van industriële erfgoedsites. In het Jinyu Xingfa Science Park in Beijings voorstedelijke Huairou is een vervallen ketelhuis van de voormalige cementfabriek herboren als een koolstofneutraal gebouw. Ingenieurs pasten PEDF-technologie (fotovoltaïsch, energieopslag, gelijkstroom en flexibiliteit) toe om een overblijfsel van de zware industrie om te vormen tot een showcase voor koolstofarm onderzoek. Het park functioneert nu met een CO²-uitstoot die meer dan 10 % onder de lokale normen van Beijing ligt. In die zin doet stadsvernieuwing meer dan alleen oude ruimtes verfraaien. Het vormt industriële lasten om tot groene activa.
Meer dan milieu
De drang om hernieuwbare energie in steden te integreren is niet enkel een zaak van milieubeheer. Het is ook een kwestie van economische logica en energiezekerheid. Gedistribueerde energiesystemen, waaronder kleinschalige zonne-installaties, lokale opslag en microgrids – gelokaliseerde energiesystemen die elektriciteit kunnen opwekken, distribueren en beheren binnen een afgebakende grens zoals een enkel gebouw of een universiteitscampus vormen een aanvulling op traditionele gecentraliseerde elektriciteitsnetten. In geval van extreme weersomstandigheden of andere verstoringen kunnen deze gedecentraliseerde systemen essentiële infrastructuur draaiende houden. Ze maken ook een efficiënter regionaal energiegebruik mogelijk door de opwekking af te stemmen op de lokale vraag.

Het eiland Meizhou in de provincie Fujian biedt een overtuigend voorbeeld. Door wind-, zonne- en thermische energie op grote schaal te integreren, heeft het eiland 2.100 kilowatt aan PV-capaciteit geïnstalleerd, waarmee jaarlijks ongeveer 2,73 miljoen kWh wordt opgewekt. 90 % van de lokale huishoudens maakt nu gebruik van luchtwarmtepompen en volledig elektrische keukens zijn de norm geworden. In 2023 hebben deze maatregelen de CO²-uitstoot met 25.000 ton verminderd, oftewel 60 % van het totaal van het eiland.
Belemmeringen
Ondanks deze successen wordt de integratie van hernieuwbare energie in stadsvernieuwing nog steeds belemmerd door versnipperd beleid, technologische beperkingen en lacunes in de markt. Stadsvernieuwing wordt doorgaans geleid door instanties voor huisvesting en stedelijk-landelijk ontwikkelingsbeleid, terwijl de inzet van energie onder de bevoegdheid van energiedepartementen valt. Het resultaat is een planningkloof: in vernieuwingsplannen wordt vaak prioriteit gegeven aan esthetiek en behoud van erfgoed, zonder na te denken over hoe de energie-infrastructuur kan worden geïntegreerd. Ook blijven er technologische hindernissen bestaan. In gebouwen geïntegreerde PV-systemen blijven duur en relatief inefficiënt. De opbrengst van PV-panelen op daken voldoet vaak niet aan de projectbehoeften, wat de dringendheid onderstreept van het ontwikkelen van oplossingen van de volgende generatie zoals perovskietcellen en thermische opslag met faseverandering.
Financiering is een ander obstakel. Stadsvernieuwingsprojecten zijn gericht op het algemeen welzijn en hebben lange investeringscycli. De hoge initiële kosten van installaties voor hernieuwbare energie, in combinatie met het ontbreken van specifieke fiscale steun, hebben het enthousiasme van de particuliere sector getemperd. De complexe eigendomsverhoudingen van daken in oudere woonwijken bemoeilijken de inspanningen om de inkomsten uit energieopwekking te verdelen onder huiseigenaren, vastgoedbeheerders en investeerders nog verder.
Drieledige weg vooruit

Om deze barrières te overwinnen, is een gecoördineerde aanpak nodig. Op beleidsniveau moet de interdepartementale coördinatie tussen instanties voor huisvesting en stedelijke en plattelandsontwikkeling, energie en andere gerelateerde autoriteiten worden versterkt om ervoor te zorgen dat energieplanning vanaf het begin in vernieuwingsprojecten wordt geïntegreerd. Minimale drempels voor hernieuwbare energie voor openbare gebouwen, speciale subsidies voor verouderde gebouwen en proefprogramma’s voor koolstofvrije industrieparken moeten tijdens de periode van het 15e vijfjarenplan worden ingevoerd. Op technologisch vlak moet een op maat gemaakte matrix van hernieuwbare oplossingen worden ontwikkeld op basis van lokale omstandigheden. Demonstratieprojecten in oude woonwijken, commerciële complexen en brownfieldlocaties, zoals voormalige fabrieken en productiebedrijven, kunnen als katalysator dienen voor een bredere toepassing.
Wat de financiering betreft, moet de afhankelijkheid van overheidsuitgaven worden getemperd. Nationale strategische middelen, waaronder het nationale fonds voor de overgang naar een koolstofarme economie – een mijlpaalinitiatief dat op 5 maart door premier Li Qiang werd geïntroduceerd – kunnen via risicodelingsmechanismen essentiële ondersteuning bieden voor kapitaalintensieve projecten. Groene vastgoedbeleggingsfondsen en groene obligaties bieden mogelijkheden om particulier kapitaal te mobiliseren. Dienstverleningsmodellen van derden, waarbij gespecialiseerde bedrijven de verantwoordelijkheid op zich nemen voor investeringen in energie-installaties en de langetermijnexploitatie en het onderhoud daarvan, kunnen ook helpen de financieringskloof te dichten.
Even belangrijk is het creëren van mechanismen waarmee gewone inwoners direct kunnen profiteren. Voortbouwend op het systeem voor de handel in CO²-emissierechten dat is ingesteld door de nieuwe Ecologische en Milieuwet, zouden proefprogramma’s voor individuele CO²-rekeningen of groene-energiecredits CO²-reducties op huishoudniveau kunnen omzetten in tastbare economische opbrengsten waardoor publieke participatie van onderaf wordt aangewakkerd. Nu China de periode van het 15e vijfjarenplan ingaat, is duidelijk dat vernieuwing niet langer gaat om gevels en opknapbeurten maar om het integreren van hernieuwbare energie in het weefsel van de stad, in haar gebouwen, haar infrastructuur en haar dagelijkse ritmes.
Beijing Review
