China in Afrika: neokolonialisme of win-win situatie?

Door Medewerker op 19 mei 2011

Op 27 mei  organiseren ondermeer 11.11.11, ACV en ABVV in Brussel een belangrijke studiedag over China en Afrika, in het bijzonder over Kongo. In de aanloop naar deze studiedag schreef Marc Vandepitte dit dossier.

China en Kongo

Weinig thema’s zijn zo controversieel als ‘China in Afrika’. En daar is een goede reden voor: de groeiende aanwezigheid van het grootste Aziatische land wijzigt de spelregels op het zwarte continent, en daar is niet iedereen gelukkig mee. In dit artikel wegen we de voor- en nadelen af van de vernieuwde Afro-Chinese relatie.

1. Voor elkaar geboren?

 

Dat China zijn economische activiteiten uitbreidt tot in Afrika hoeft niet te verwonderen. Voor hun eigen ontwikkeling hebben de Chinezen geen andere keuze dan buiten de grenzen te gaan. In het Middenrijk woont ongeveer 20% van de wereldbevolking, maar je vindt er slechts 2% van de oliereserves, 3% van de bossen, 5% van de koperreserves, 7% van het water en 10% van de vruchtbare grond.[1] Omgekeerd is er in Afrika een overvloed aan heel wat strategische mineralen, vruchtbaar land, hout en petroleum.[2] Het is dus geen toeval dat China Afrika’s belangrijkste handelspartner is geworden en dat meer dan 2000 Chinese bedrijven zich gevestigd hebben op het continent.[3] Maar de behoefte aan natuurlijke rijkdommen is niet de enige drijfveer van de Chinezen om naar Afrika te trekken. Andere redenen zijn het teveel aan binnenlandse productiecapaciteit, een toenemende concurrentie op de binnenlandse markt, risicodiversificatie, voordelige voorwaarden in Afrika om handel te drijven met de Europese Unie en de VS, potentiële afzetmarkten, de wens om in eigen land op te klimmen op de ladder van de toegevoegde waarde. En uiteraard zijn er ook diplomatieke redenen.[4]

Dat wil niet zeggen dat China al zijn pijlen richt op Afrika, integendeel. Eind 2007 investeerde de Chinese economie vijf maal zoveel in Latijns-Amerika en vijftien maal zo veel in Azië.[5] De cijfers voor de handel zijn vergelijkbaar. Dus, voor China is het belang eerder relatief, terwijl dat voor Afrika precies het omgekeerde is. China is nu al de belangrijkste handelspartner en het is een kwestie van tijd vooraleer het de grootste investeerder en donor zal zijn.

Dat kan een belangrijke kans zijn voor Afrika. In het continent is er een dringende behoefte aan kapitaal, technologie, infrastructuur en productiecapaciteit. De Chinese betrokkenheid zou heel nuttig kunnen zijn om aan deze behoeften tegemoet te komen. Zou, want een kans is geen garantie. Beide partners zijn in grote mate complementair en vullen elkaar goed aan, maar het zijn geen gelijkwaardige partners. China kan met één stem spreken en heeft een zorgvuldig uitgewerkte en omvattende strategische aanpak. Afrika daarentegen is gefragmenteerd, beschikt niet altijd over voldoende sterke instituties en een strategische visie ontbreekt.[6] De partners zijn misschien voor elkaar geboren, maar of de romance zal eindigen in een gelukkig huwelijk valt nog te bezien. Dat zal afhangen van een reeks voorwaarden. We bekijken nu eerst wat er op het terrein gebeurt.

2. Feiten en cijfers

Na de Koude Oorlog verloor het Westen zijn liefde (belang-stelling) voor Afrika. De traditionele stroom van buitenlandse investering en ontwikkelingshulp droogde op. J. Brian Atwoord, toenmalig hoofd van USAID legde dit als volgt uit: ‘de overwinning van de markt en de nederlaag van het communisme verhoogden niet alleen de macht en de invloed van de donoren, de kredietverleners en de multilaterale instellingen, voor het Afrikaanse continent waren ze ook een grote uitdaging en kans. … We hadden niet langer hulpprogramma’s nodig om invloed te verkrijgen.’[7] De met luide trom aangekondigde beloften van de rijkste landen in Gleneagles (G8 top in 2005) werden niet waargemaakt. UNDP, het VN-orgaan dat zich bezighoudt met ontwikkeling en armoede, heeft becijferd dat de subsidie per Europese koe ongeveer 110 maal zoveel is als de hulp per Afrikaan.[8] De Europese Unie en de VS hebben geweigerd om hun markten open te stellen, in het bijzonder voor landbouwproducten, waar Afrika juist een comparatief voordeel heeft. Azië en niet Afrika was nu de plek om te investeren en zelfs de Wereldbank verleende weinig steun aan Afrikaanse fabrikanten. Voor het zwarte continent was het dus tijd voor een nieuwe minnaar. China kwam als geroepen en vulde een leegte die door het Westen was achtergelaten.

Als dusdanig is China een laatkomer met veel middelen maar met weinig ervaring.[9] De Chinese aanwezigheid en betrokkenheid bevat veel facetten. De verschillenden aspecten zijn vaak onderling met elkaar verbonden en worden meestal in een globale deal onderhandeld. We geven een kort overzicht van de diverse aspecten.

Handel. De Afrikaanse handel met China neemt toe terwijl die met andere grote marktspelers stagneert of afneemt. Om de handel met Afrika te stimuleren heeft China aanvankelijk meer dan 400 Afrikaanse producten vrijgesteld van invoerrechten. Dat werd nadien uitgebreid tot 95% van alle exportgoederen uit de 33 minst ontwikkelde landen van het continent. De bilaterale handel bedroeg in 2010 114 miljard dollar, dat is meer dan tienmaal zoveel als in 2000. Die handel is meer dan tien procent van de totale Afrikaanse handel. Ruwe olie is het belangrijkste exportproduct richting China, net zoals het dat is naar de rest van de wereld. De import uit China bestaat voornamelijk uit machines, transportuitrusting, afgewerkte producten en handwerk.[10]

Leningen. De laatste tien jaar heeft China leningen verstrekt ter waarde van ettelijke miljarden dollars, vaak met een lage intrestvoet of zelfs renteloos. De vrees dat dit een nieuwe schuldenval zou veroorzaken is ongegrond. Deze kredieten bedragen nog geen vijfde van wat Westerse landen de afgelopen jaren aan Afrikaanse landen hebben kwijtgescholden. Tussen 2001 en 2008 heeft China 3 miljard dollar kwijtgescholden aan meer dan dertig landen, zonder voorwaarden op te leggen. Dat staat in schril contrast met de brutale bezuinigingsprogramma’s die het IMF en de Wereldbank in het verleden hebben opgelegd.[11]

Ontginning van natuurlijke rijkommen. Zo’n kwart van de Chinese investeringen (FDI) in Afrika gaat naar het meer ontwikkelde Zuid-Afrika, maar het gros van alle investeringen, 58% in 2009, gebeurt in landen met olie of mineralen in de ondergrond. Voor Afrika is dat geen abnormaal percentage. Bovendien is het percentage van Chinese investeringen in landen zonder natuurlijke rijdomen aan het stijgen.[12] Ook dat staat in schril contrast met de Westerse investeringen. Van alle Westerse investeringen naar de 50 Minst Ontwikkelde landen wereldwijd gaat bijna 90% naar de tien landen met natuurlijke rijkdommen.[13] Afrika vormt daarop geen uitzondering. Tussen 1995 en 2007 ging bijvoorbeeld slechts 11% van de VS investeringen naar industriële activiteiten. Chinese investeringen in de ontginning van natuurlijke rijkdommen gaan bijna steeds gepaard met bijbehorende investeringen in infrastructuur (zie volgend punt). Bij Westerse investeringen ontbreekt deze dimensie praktisch altijd.[14] Tenslotte geeft China ontwikkelingshulp aan alle landen met wie het diplomatieke betrekkingen onderhoudt, met inbegrip dus van landen zonder natuurlijke rijkdommen.[15]

Infrastructuur. Om de Millennium Doelstellingen te bereiken, heeft Afrika zo’n 22 miljard dollar per jaar nodig. China neemt daarvan 5 miljard voor zijn rekening. Meer dan 50% van alle Chinese investeringen en hulp aan Afrika in de periode 2002-2007 ging naar infrastructuur of openbare werken.[16] Volgens de Wereldbank voeren de Chinezen de infrastructuurwerken snel en goedkoop uit, sneller dan alle concurrenten. Hun activiteiten beslaan een breed gamma: in verschillende landen bouwen, vernieuwen of onderhouden ze wegen, spoorlijnen, luchthavens, bruggen, irrigatieprojecten, telecommunicatievoorzieningen, stadia, kantoorgebouwen, enz. Ze hebben hydro-elektrische dammen gebouwd in minstens negen landen en daarbij de totale elektriciteitscapaciteit van Afrika met 30% verhoogd. In 2007 hebben Brazilië en China samen een satelliet gelanceerd die Afrika toelaat om zijn landbouwgebieden gedetailleerd en up-to-date in kaart te brengen.[17] De vaak gehoorde kritiek dat de investeringen in infrastructuurwerken volledig in functie staan van het ontginnen en exporteren van natuurlijke rijkdommen, is niet terecht. Slechts 7% van de totale infrastructuurinvesteringen is daarop gericht. Volgens de Wereldbank ‘is het grootste deel van de Chinese financiering van infrastructuurwerken bestemd voor projecten die gericht zijn op ontwikkelingsnoden van de betrokken landen’.[18]

Industriële productie. Het merendeel van de investeringen in industriële productie gebeurt d.m.v. joint ventures. De Chinezen zijn actief in een hele waaier van sectoren, verspreid over het gehele continent: autoassemblage, staal, cement, farmaceutische producten, chemicaliën, gsm’s, koelkasten, glas, textiel, schoenen, leder, matrassen, dakpannen, haarlotions, enz.[19] In 2007 werd het China-Afrika Ontwikkelingsfonds (CADF) in het leven geroepen door de Chinese overheid. Er is een budget van 5 miljard dollar voor het lanceren van joint ventures in Afrika. Het gaat om een vijftigtal projecten in bijna dertig Afrikaanse landen. De CADF heeft geen tegenhanger in de Westerse landen. Recentelijk werd ook een budget voorzien van 1 miljard dollar voor kleine en middelgrote bedrijven in Afrika.[20]

Landbouw. De ontwikkeling van de landbouw is een belangrijke hefboom voor de bestrijding van armoede. Niettemin is het aandeel van de landbouw in de Westerse hulp, uitgedrukt als percent van de leningen, gedaald van 23% in 1980 tot 6% in 2007, opnieuw in tegenstelling tot de Chinese aanpak.[21] De Chinezen volgen twee strategieën. Ten eerste vormden ze de landbouwbedrijven die ze reeds in de jaren vijftig hadden gevestigd, om tot joint ventures. Bijstand en hulp maakten plaats voor samenwerking op een meer winstgevende basis. Vandaag participeren ze in rijst-, katoen-, en vezelplantages, in het kweken en raffineren van suiker, in veterinaire centra, irrigatieprojecten, enz. Wat hierbij het meest in het oog springt is het telen van hybride rijst, met veelbelovende resultaten. De tweede strategie bestaat in de uitbouw van centra waar landbouwtechnieken aan de plaatselijke bevolking worden aangeleerd. Voor maïs, rijst en tarwe bijvoorbeeld, is de opbrengst in China twee tot drie maal hoger dan in Afrika. Deze centra geven de mogelijkheid om te leren van de Chinese expertise. Op dit moment zijn er zo’n centra in elf landen.[22] De Chinese betrokkenheid in de Afrikaanse landbouw betekent niet dat we hier te maken hebben met een invasie van Chinese boeren die zich in Afrika komen settelen of dat er massale stukken grond worden gereserveerd voor de export naar China. Die geruchten zijn er wel degelijk, maar daar is geen enkele grond voor. Het is één van de vele mythes over de aanwezigheid van China in Afrika.[23]

Ontwikkelingshulp. De Chinese ontwikkelingshulp is moeilijk te becijferen en beantwoordt niet altijd aan de traditionele definities. Het is vaak moeilijk om (niet-commerciële) hulp te onderscheiden van (commerciële) handel of investeringen. Desondanks zijn de meeste waarnemers het erover eens dat de Chinese hulp aan Afrika de laatste jaren sterk is toegenomen. De Chinese hulp is goed voor meer dan 80% van alle hulp aan Afrika vanuit landen van het Zuiden.[24] Aan het huidig groeitempo zal China in de nabije toekomst de grootste donor zijn van Afrika. Het zwarte continent werd door China uitgekozen als voornaamste ontvanger van zijn buitenlandse hulp, ongeveer 30% van het totaal. Met dit ontwikkelingsbudget werden ongeveer 900 sociale projecten en infrastructuurwerken gesponsord, zoals de bouw van ziekenhuizen en scholen en het zenden van leerkrachten en dokters.[25] De training van Afrikaans personeel is daarbij een prioriteit. Zo heeft Beijing beloofd om 45.000 Afrikanen op te leiden.[26] Het is in dit verband nuttig op te merken dat China andere prioriteiten legt dan Westerse donoren. Ook al bouwt China scholen en zendt het leerkrachten uit, de nadruk ligt op infrastructuur en de productie, terwijl de OESO landen hun hulp vooral richten op sociale sectoren (gezondheidszorg, onderwijs), governance, noodhulp en wederopbouw.[27]

3. Karakteristieken van de Chinese aanwezigheid

De eerste dertig jaar van de Chinese revolutie werden gekenmerkt door een overdosis aan ideologie en voluntarisme. Als gevolg daarvan werden heel wat ernstige fouten gemaakt. Vanaf 1978 sloeg de revolutie een meer pragmatische koers in. Sindsdien werden twee doelstellingen als topprioriteit naar voor geschoven: het uitroeien van de immense armoede en het wegwerken van de economische achterstand t.a.v. het Noorden. Men mag niet vergeten dat in het begin van de jaren zeventig het bnp per inwoner in China ongeveer helft was van dat van Sub Sahara Afrika en 27 maal minder dan dat van de rijke landen.[28] Meer dan 800 miljoen mensen – de actuele bevolking van zwart Afrika – was extreem arm.[29]

Om beide doelstellingen te bereiken koos Beijing voor een intensieve samenwerking met zowel de rijke als arme landen. Voor de landen van het Zuiden betekende dat de relaties voortaan gebaseerd zouden worden op wederzijds voordeel i.p.v. op liefdadigheid.[30] In het geval van Afrika is dat wederzijds voordeel voornamelijk gebaseerd op de grote complementariteit tussen beide partners (zie hierboven). Pragmatisme betekent ook dat er geen dogma’s zijn en dat er geïnvesteerd wordt daar waar de beste resultaten kunnen bereikt worden. De Chinezen waren in het verleden tot de vaststelling gekomen dat eenmaal ze het terrein hadden verlaten heel wat ontwikkelingsprojecten achteruit boerden of zelfs flopten. Vandaar dat ze zochten naar methodes om de projecten zelfbedruipend te maken. Dat betekende vaak een meer marktgerichte aanpak. Maar ze pasten dit op een voorzichtige en pragmatische wijze toe in tegenstelling tot de dogmatische en drastische aanpak van de Washington Consensus. Dus geen sprong over de rivier (shock therapie) , maar ‘de rivier oversteken door de stenen af te tasten’.

De Chinezen leerden ook heel wat uit hun eigen ervaring in eigen land. Hun eigen succesvolle ontwikkeling diende als model voor hun opstelling t.a.v. landen in het Zuiden. Deborah Brautigam beschrijft dit als volgt: ‘Op het einde van de jaren zeventig had China een groot nood aan moderne technologie en infrastructuur, maar beschikte over nauwelijks buitenlandse deviezen. Daarom gebruikte het zijn natuurlijke rijkdommen – grote voorraden van olie, steenkool en andere mineralen – om een grote lening van 10 miljard dollar van Japan los te krijgen. China kreeg nieuwe infrastructuur en technologie van Japan en betaalde dit met de levering van olie en steenkool. In 1980 begon Japan met de financiering van zes grote projecten: spoorlijnen, havens en waterkrachtcentrales. Het was het eerste van veel projecten waarin Japanse firma’s meehielpen aan de bouw van transportroutes, steenkoolmijnen en elektriciteitsnetten’. China paste het schema van ‘natuurlijke rijkdom als hefboom voor ontwikkeling’, toe op Afrika en sloot gelijkaardige overeenkomsten met verschillende grondstofrijke landen, zoals bvb. met de Democratische Republiek Congo, Angola of Ghana. Het voordeel is dat de betrokken landen niet moeten wachten tot ze voldoende geld hebben om te starten met de bouw van wegen, krachtcentrales, ziekenhuizen, enz. De bouw kan onmiddellijk beginnen met de grondstoffen als garantie.[31]

Hetzelfde is waar voor joint ventures. Gemengd eigenaarschap was zeer vruchtbaar voor de snelle ontwikkeling van de Chinese economie. Nu gebruiken ze deze formule in Afrika, die af en toe in de plaats komt van voormalige hulpprogramma’s.

Een derde les is het gebruik van het bankwezen en subsidies voor het behalen van ontwikkelingsdoelstellingen. Een groot deel van de ontwikkelingsstrategie van Oost-Azië was gebaseerd op goedkope leningen en overheidssteun aan topbedrijven (de zogenaamde champions). Dat liet die bedrijven toe om competitief te worden op de wereldmarkt. Deze strategie werd toegepast in Japan, Zuid-Korea en Taiwan. China haalde voordeel uit deze buitenlandse investeringen en past deze procedure nu zelf toe op Afrika. Met kapitaal van overheidsbanken richt het in Afrika bedrijven op die passen in zijn globale uitbreidingsstrategie, maar die tezelfdertijd ook tewerkstelling creëren in het continent.[32]

Wellicht de belangrijkste les die ze hebben geleerd uit het verleden, is die van de niet-inmenging. De economische, politieke en militaire inmenging van buitenlandse mogendheden in China waren verwoestend en maakten van het land een van de armste en meest marginale regio’s ter wereld, een beetje vergelijkbaar met de situatie van heel wat Afrikaanse landen vandaag. China wil deze geschiedenis niet herhalen. Ook wenst het niet het pad te volgen van de Westerse landen die getracht hebben om aan de landen van het Zuiden hun model – markteconomie en een meerpartijensysteem – op te dringen. Door middel van de Structurele Aanpassingsprogramma’s van het IMF onderwierpen ze de economieën van de ontwikkelingslanden volledig en probeerden ze die te kneden in functie van de behoeften van de metropolen. In de woorden van president Hu Jintao: ‘China zal, zoals altijd, vasthouden aan de Vijf Principes van Vreedzame Co-existentie. Het respecteert de onafhankelijke keuzes van de Afrikaanse landen voor een politiek systeem of ontwikkelingspad in overeenstemming met hun realiteiten. Het steunt de rechtvaardige strijd van de Afrikaanse landen om hun nationale onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit te vrijwaren. Het steunt de inspanningen van deze landen om hun binnenlandse stabiliteit en eenheid te bewaren, de nationale economie te versterken en de sociale vooruitgang te bevorderen.’[33]

4. Imperialisme?

Over de aanwezigheid van China in Afrika lopen de meningen sterk uiteen. Voor meer en meer landen in Zuiden is het Middenrijk een inspiratiebron voor hun eigen ontwikkeling. Dat hoeft niet te verwonderen. In de laatste dertig jaar slaagde China erin 600 miljoen mensen uit de armoede te lichten, een absoluut historisch record. De meeste Millennium doelstellingen zullen gehaald worden in 2015 of zelfs vroeger.[34] De levensstandaard gaat met sprongen vooruit. De lonen stijgen gemiddeld jaarlijks met 12%. In de regio volgt India met 2,5% en Thailand met 0,5%.[35] Vandaag zijn de lonen in China vijfmaal zo hoog als in Vietnam, driemaal zo hoog als in de Filippijnen en Indonesië, tweemaal zo hoog als in India en een anderhalve keer zo hoog als in Thailand.[36]

Ook op politiek vlak stijgt de appreciatie t.a.v. China. Het land slaagt er kennelijk in om aan een vijfde van de wereldbevolking een stabiel politiek bestel te bezorgen. Dat bestel is er niet alleen in geslaagd om de imperialistische overheersing en marginalisering te overwinnen, vandaag speelt het land mee in de eerste klasse van de wereldpolitiek. Voor de eerste keer sinds het ontstaan van het kapitalisme ‘heeft een relatief arm land een enorme mondiale invloed’.[37] Daarom wordt het ook gezien als een nieuw of alternatief model van globalisering. Chinakenner Mark Leonard verwoordt het zo: ‘China is een model voor de rest van de wereld. Zijn duizelingwekkende groeicijfers zonder liberale democratie, creëren de grootste ideologische dreiging die het Westen heeft gekend sinds het einde van de Koude Oorlog.’ We zijn inderdaad getuige van de geleidelijke vervanging van de Washington Consensus door de zogenaamde Beijing Consensus.[38]

Andere houden er een compleet andere visie op na. Zij beschouwen China als een nieuwe supermacht die zich op dezelfde manier gedraagt als andere imperialistische machten in het heden en het verleden. Dit zal leiden tot een nieuw gevecht voor de beste brokken van Afrika (‘scramble for Africa’). Yves De Smet van De Morgen zegt het zo: ‘China investeert met zoveel drift in heel Afrika om haar immense grondstoffenhonger te stillen dat je haast over een economische kolonisatie mag spreken.’[39] Het is een opinie die wijd verspreid is in het Noorden, zelfs en in het bijzonder in progressieve en NGO-kringen.

Is de kwalificatie ‘imperialisme’ gerechtvaardigd? Voor Lenin, de grondlegger van de theorie, vormden buitenlandse investeringen, verbonden met financierskapitaal, de drijvende kracht achter het imperialisme. Deze beschrijving is zonder twijfel van toepassing op het huidige China. Maar je moet dit wel in zijn juiste proporties zien. In het geheel van de buitenlandse investeringen speelt China een kleine, bijna marginale rol. In de periode 2001-2007 waren de Chinese buitenlandse investeringen goed voor minder dan 1% van het wereldtotaal, terwijl de VS 17% voor zijn rekening namen en de EU 55%. In 2007 investeerde China buitenshuis ongeveer evenveel als Nederland. Afrika is een beetje een uitzondering op de regel. Daar zijn de Chinese buitenlandse investeringen goed voor 10% van het totaal, en dat percentage is nog aan het stijgen. Maar opgelet, als investeringen in olie en gas niet worden meegeteld, dan is Zuid-Afrika de grootste investeerder in het continent en niet China of de EU.[40] Afrika is inderdaad een buitenbeentje.

Tot zover de investeringen. Lenins definitie had echter naast een economische component ook een politieke component. En het is die laatste die beslist of we al dan niet te maken hebben met imperialisme. Een imperialistische macht streeft namelijk naar een situatie waarin ‘de betreffende staten en volkeren zodanig onderworpen worden dat zij daarbij hun politieke onafhankelijkheid verliezen’. Dat gebeurt precies met de bedoeling om ‘de concurrentie uit te schakelen, zichzelf van leveringen te verzekeren, overeenkomstige “relaties” te versterken, enz.’[41] Dat is nu exact het tegenovergestelde van China’s opstelling. Het is precies China dat verweten wordt van zich niet in te mengen. Het is China dat het verwijt krijgt van te investeren, handel te drijven en hulp te verlenen ‘zonder voorwaarden te stellen’. Het is het een of het ander: men kan niet zeggen dat een land zich imperialistisch opstelt en tezelfdertijd het verwijt naar het hoofd slingeren dat het niet wenst tussen te komen in andere landen. Tijdens een toespraak in Pretoria in 2007 verwoordde Hu Jintao de Chinese opstelling als volgt: ‘China heeft nooit zijn wil opgelegd aan andere landen of ze op een ongelijkwaardige manier behandeld, en het zal dat ook nooit doen in de toekomst. Het zal absoluut niets ondernemen dat de belangen van Afrika en zijn volkeren zou kunnen schaden. China respecteert de politieke systemen en de ontwikkelingstrajecten die onafhankelijk gekozen en nagevolgd worden door de Afrikaanse volkeren en die het best passen bij hun nationale omstandigheden.’[42]

De feiten spreken voor zich. Tussen 1960 en 2005 heeft Frankrijk 46 militaire operaties uitgevoerd in zijn voormalige kolonies, China geen enkele. Frankrijk heeft 6 militaire basissen en de VS hebben in minstens 10 landen militaire basissen of permanente installaties. China heeft er geen enkele en heeft niet de minste intentie om er in de toekomst te verwerven. De VS houden op geregelde basis gemeenschappelijke militaire oefeningen met minstens 17 Afrikaans landen en ze leiden militairen op in 34 van de 53 landen. De Chinezen hebben geen militaire aanwezigheid behalve dan in het kader van de VN vredeshandhaving.[43] In de ogen van Washington vormt China ook geen enkele bedreiging voor de veiligheid van de VS. Dat kwam naar boven via een gelekte boodschap afkomstig van de VS-ambassade in Lagos.[44] Financial Times, allesbehalve een China lover, zet een en ander in perspectief: Een aantal zaken die China nog niet heeft gedaan: het illegaal vervangen van een democratisch verkozen regime door een dictator die later zou bekend staan als een bloederige kleptocraat; het steunen met geld en wapens van een president waarvan algemeen werd aangenomen dat hij er kannibalistische praktijken op nahield; of het geven van een half miljard dollar aan hulp aan een moordzuchtige leider van een militaire staatsgreep, die nauwelijks kon lezen of schrijven, alsook het verschaffen van video’s met speeches van Ronald Reagan om hem te helpen voorkomen als een staatsman. China’s interventies zijn ver verwijderd van de vroegere ingrepen in landen als Zaïre, de Centraal Afrikaanse Republiek en Liberia, door de VS en Europese landen, die China vandaag berispen omwille van hun gebrek aan verantwoordelijkheid.’[45]

Zoals de annex op het einde van dit artikel aantoont, is de wijze waarop China zich internationaal opstelt compleet anders dan de VS. In het algemeen kan men stellen dat het Westen het zwarte continent probeert te onderwerpen met de bedoeling het politiek en economisch te kneden in functie van zijn eigen belangen, daar waar China – juist zoals Brazilië, India en andere groeilanden – zich begeeft in Afrika om zijn eigen ontwikkelingshonger te stillen. Beijing is niet geïnteresseerd in Afrika’s interne problemen of politiek.[46] Men moet zorgvuldig omspringen met de term imperialisme. Lenin waarschuwde daar al voor: ‘“Algemene” beschouwingen over het imperialisme, waarbij het fundamentele verschil tussen de maatschappijformaties vergeten of op de achtergrond geschoven wordt, ontaarden onvermijdelijk in lege banaliteiten of snoeverij’.[47]

5. Geopolitieke spanningen

Dat betekent niet dat er geen geopolitieke spanningen zijn, integendeel. Ongelijke ontwikkeling – de aanhoudende spectaculaire economische groei van de Chinese economie tegenover de zwakke economische prestatie in het Westen – verandert de krachtsverhoudingen. De geschiedenis leert dat kapitalistische dominante mogendheden in de regel niet bereid zijn om zich daar bij neer te leggen. Het Westen vreest vandaag inderdaad dat het Afrika en andere grondstofrijke regio’s aan het ‘verliezen’ is. Men is bang dat China’s prominente aanwezigheid in de ontwikkelingslanden de invloed van de VS, Europa op die landen zal aantasten. Teunissen, een Nederlandse ambtenaar, bevoeg op het terreien van de buitenlandse relaties met Zuidelijk Afrika, heeft dit zeer pittig verwoord: ‘Na de val van de Muur dachten we dat Afrika onze achtertuin was. En nu komen de Chinezen de pret bederven.’[48] Peter Brookes van de invloedrijke Heritage Foundation is preciezer: ‘De VS moeten (…) beducht zijn voor de potentiële lange termijn ontwrichting van Amerika’s toegang to belangrijke grondstoffen en energievoorraden, omdat die “afgesloten” worden door Chinese bedrijven voor de binnenlandse markt van China, om er de economische groei te kunnen in stand houden. De nationale belangen van de VS liggen effectief in het counteren van deze ontwikkelingen in Afrika.’[49] Het Witte Huis heeft naar dit advies geluisterd. In november 2006 organiseerde China een uitzonderlijke top over economische samenwerking waarop minstens 45 Afrikaanse staatshoofden aanwezig waren. Een half jaar later kondigde de regering Bush de creatie aan van Africom, een nieuw militair commando dat alle militaire operaties op het continent zou coördineren. Op 1 oktober 2008 werd het operationeel. Met de komst van Africom verhoogden de VS hun militaire aanwezigheid en activiteiten op het continent. Het is de bedoeling om de opkomst van potentiële rivalen tegen te gaan en indien mogelijk een positie te bereiken van ‘strategische ontzegging’ (strategic denial), d.w.z. de mogelijkheid om de toevoer af te sluiten van belangrijke grondstoffen. In dit stadium komt Washington nog niet rechtstreeks of openlijk tussen maar probeert het via lokale bondgenoten te opereren, via de politieke weg indien mogelijk, militair indien nodig.[50]

Tot op heden zijn er drie regio’s waar die strategie werd toegepast: Soedan, de Democratische Republiek Congo en Niger. Een potentiële kandidaat is Guinea. De militaire interventies in Libië en Ivoorkust moeten ook gezien worden in dit perspectief.[51] In het zuiden van Soedan en Darfoer trainden en bewapenden de VS de SPLA (Zuid Soedan), voorzagen ze JEM en SLA (Darfoer) van wapens, en rekruteerden en trainden ze militaire officieren van Tsjaad, Ethiopië, Eritrea, Kameroen en de Centraal Afrikaanse Republiek. Ze probeerden ook om Navo-troepen te sturen en ze spoorden president Deby van Tsjaad aan om Soedan aan te vallen. China heeft aanzienlijke oliebelangen in het Zuiden van Soedan en ook in Darfoer. Na het referendum van januari, waarin de splitsing van Soedan werd goedgekeurd, is de situatie voor China zeer onzeker geworden.

Een andere rusteloze regio is Oost-Congo. Kort nadat Kabila een miljardencontract had gesloten met China, viel de Congolese krijgsheer Nkunda Kivu and Goma binnen en eiste hij dat Kabila met hem zou onderhandelen. Nkunda was een handlanger van de Rwandese president Kagame en had een training gekregen in de VS. Een van zijn eisen was de annulering van het miljardencontract met China.[52]

In Niger gaat het om het vitale grondstof uranium. Hier is het Frankrijk dat aan de touwtjes trekt. Eind 2007 gaf de regering van Niger concessies aan China voor de ontginning van uranium. Daarmee werd het veertig jaar oude feitelijke monopolie van Areva, een Frans overheidsbedrijf doorbroken. Begin 2010 kwam er dan een staatsgreep. Het een heeft wel degelijk met het ander te maken. Financial Times: Hoewel etnische rivaliteit en opportunisme hun deel hadden in de putsch, werd Mamadou Tandja de eerste Afrikaanse leider wiens val rechtstreeks zou kunnen teruggevoerd worden tot zijn omhelzing van Chinese minnaars. “Het was omdat Tandja Chinees geld had dat hij vond dat hij kon spotten met de Europese Unie, Ecowas, de VS”, zegt Mohamed Bazoum, een voormalig minister die nu zetelt in de “adviserende raad” opgericht door de militaire junta die de macht greep.’[53]

Met het groeiende militaire activisme van de VS en zijn junior partner, de Europese Unie, aan de ene kant, en de toenemende aanwezigheid van groeilanden op het continent aan de andere kant, kunnen we ons de volgende jaren aan meer van dat verwachten. Het lijkt erop alsof het Westen zijn economische teruggang probeert te stoppen met militaire middelen. Fidel Castro merkte ooit op: ‘Elke leidende klasse denkt van zichzelf dat ze onoverwinnelijk is tot de geschiedenis het anders leert’.[54]

We overlopen nu de positieve en negatieve aspecten van China’s aanwezigheid in Afrika. We starten met de positieve.

6. Voordelen en opportuniteiten

Infrastructuur. Elektriciteit, (spoor)wegen en communicatievoorzieningen zijn noodzakelijke voorwaarden voor elke economische ontwikkeling. De Chinese investeringen leveren in deze sectoren ongetwijfeld een belangrijk bijdrage. Volgens een studie van de Wereldbank ‘is de komst van China als een belangrijke financier van hydro-elektriciteit een trend van groot strategisch belang voor de Afrikaanse energiesector’.[55] De lancering van de satelliet in 2007 ‘zal de regeringen en Afrikaanse organisaties toelaten om satellietbeelden te gebruiken bij de opsporing en bestrijding van natuurrampen, ontbossing, verwoestijning en droogtes, gevaren voor de landbouwproductie of voedselveiligheid, en opkomende gezondheidsrisico’s.[56]

De vliegende ganzen. In Oost-Azië werden vanaf de jaren zeventig arbeidsintensieve sectoren verplaatst naar lageloonlanden. Men noemt dat het model van de ‘vliegende ganzen’ die in V-formatie vliegen, waarbij telkens opnieuw een andere gans in de punt van de V vliegt.[57] Die transfer gebeurde eerst van Japan naar de Vier Tijgers, vandaar naar de ASEAN landen, tenslotte naar China en Vietnam.[58] Het lijkt erop dat we nu een nieuwe fase binnentreden waarin China op zijn beurt arbeidsintensieve industrieën uitbesteedt aan andere regio’s, waaronder Afrika. Voor het continent houdt dit drie belangrijke voordelen in: een spillover effect,[59] capaciteitsopbouw en transfer van technologie. Het spillover effect werkt via joint ventures en het zogenaamde demonstratie-effect. Capaciteitsopbouw gebeurt door de opleiding van Afrikaanse specialisten ter plaatse of in China. Een goed voorbeeld is de leerindustrie. Technici uit minstens acht Afrikaanse landen volgen een training in China.[60] Het derde voordeel is de transfer van technologie. Chinese bedrijven zijn blijkbaar meer bereid om hun know how en technologie te delen dan hun Westerse collega’s.[61] Volgens de Wereldbank zijn investeringen uit China en India ook heel gunstig om Afrika uit zijn economische marginaliteit te halen. Bepaalde investeringen integreren de Afrikaanse handel in belangrijke multinationale netwerken, ‘die in toenemende mate de internationale arbeidsdeling wijzigen’.[62]

Handel en ruilvoeten. De laatste jaren exporteerde Afrika meer naar China dan het importeerde, behalve wanneer de olieprijzen laag waren.[63] Uiteraard is het plaatje verdeeld: in bepaalde landen is er een handelsoverschot en in andere een handelstekort, maar globaal gesproken was de handelsbalans gunstig voor Afrika. Bovendien stuwt de onverzadigbare honger van China en andere groeilanden naar grondstoffen de prijzen ervan de hoogte in, en dat is voordelig voor landen die grondstoffen exporteren, m.a.w. voor de meeste Afrikaanse landen. Tussen 2000 en 2006 zijn de ruilvoeten[64] tussen China en Afrika verbeterd met 70%.[65] Zoals we hierboven zagen halen de groeiende banden met China en andere groeilanden Afrika uit zijn marginale positie op de wereldmarkt.

Investeringen. Een belangrijk aspect van de marginalisering van Afrika betreft de buitenlandse investeringen. In de jaren zeventig ging nog 4,6% van alle buitenlandse investeringen wereldwijd, naar het Afrikaanse continent. In 2000 was dat nog minder dan 3%.[66] Maar die situatie is nu geleidelijk aan het veranderen dankzij hogere grondstofprijzen (waardoor investeringen interessanter worden) en een beter institutioneel kader voor investeringen.[67] Maar het is ook het gevolg van de spectaculaire toename van Chinese investeringen de laatste tien jaar: van minder dan 2% van het totaal in 2000 naar 9% in 2008.[68] Hierboven zagen we dat de komst van nieuwe spelers zoals China, de onderhandelingspositie van de Afrikanen verbetert. Daardoor kunnen ze de geproduceerde rijkdom beter binnen de eigen grenzen houden. De nieuwe investeringsgolf is ook zelfversterkend en zou de kapitaalvlucht kunnen tegengaan. Betere perspectieven en opportuniteiten zouden Afrikaanse kapitalisten inderdaad kunnen aanmoedigen op eigen bodem te investeren i.p.v. het ver weg te beleggen. Als je weet dat de Afrikaanse elites ongeveer 40% van hun rijkdom buiten het continent parkeren, dan is dat geen bagatel.[69] Investeringen zijn goed voor de tewerkstelling in de mate dat Chinese investeerders voldoende lokale werkkrachten rekruteren (zie verder).

Empowerment. Tot voor kort had het Westen Afrika in zijn greep. Het bezat een quasi monopolie op het vlak van handel, investeringen, kredieten en hulpverlening. Er was bijgevolg een sterke financiële afhankelijkheid. Westerse bedrijven konden hun voorwaarden unilateraal opleggen en donors legden opdringerige en nadelige condities op. De komst van China en andere groeilanden maakt een eind aan die situatie. Nu kunnen Afrikaanse regeringen onderhandelen met verschillende potentiële partners en de meest interessante er uitpikken. Dat uit zich op verschillende terreinen. Zo blijkt vooreerst dat op de commerciële markt de Chinese leningen voordeliger zijn.[70] Grotere concurrentie geeft aan Afrikaanse bedrijven en regeringen ook een betere onderhandelingspositie. Een goed voorbeeld is Congo. Het mijncontract ter waarde van miljarden dollars, voorziet voor de Congolezen een winstdeelname van 32%. Dat is veel meer dan de 7 tot 25% die meestal bij dergelijke contracten wordt gegeven. Maar het voordeel was nog groter. Gesterkt door 6 miljard dollar vers kapitaal nam de regering Kabila een harder standpunt in tijdens de schuldonderhandelingen met het IMF en de Wereldbank.[71] De fameuze deal lokte heel wat kritiek uit en Europese landen keken met enige afgunst naar het bereikte akkoord. Maar al bij al lijkt de overeenkomst veel kansen in te houden voor de economische ontwikkeling van Congo.[72] Dat geldt ook voor andere landen. Petroleumbedrijven van de VS moeten nu meer concessies toestaan in West-Afrika als gevolg van de concurrentie met China.[73] Tenslotte wijzigt de aanwezigheid van China de traditionele ontwikkelingshulp in de goede richting. The Economist windt er geen doekjes om: ‘Vijftig jaar Europese en Amerikaanse hulp aan Afrika en andere grondstofrijke landen heeft niet veel voorspoed teweeggebracht. Een andere aanpak van China kan misschien tot betere resultaten leiden. Het zal op zijn minst al de andere donoren aansporen om te zoeken naar efficiëntere methodes.’ De Westerse regeringen zijn minder in staat om zich te mengen en hinderlijke voorwaarden op te leggen. Daarom ‘kan China’s toenemende aanwezigheid de Westerse regeringen aansporen om hun neerbuigende houding van “wij weten wat goed is voor jou” te laten vallen’.[74]

Goedkope consumptieproducten. Als gevolg van goedkope importgoederen uit China besparen consumenten van de VS zo’n 60 miljard dollar per jaar. Voor de armste lagen betekent dat een koopkrachtverhoging van 5 tot 10%. Voor Afrika zal dat effect wellicht nog veel groter zijn. Ongetwijfeld zijn de producten afkomstig uit China van lagere kwaliteit dan die uit het Westen, maar dat neemt niet weg dat miljoenen Afrikanen zich voor het eerst een hele waaier aan consumptiegoederen kunnen veroorloven. Dr. Mthuli Ncube, de Chief Economist van de Afrikaanse Ontwikkelingsbank stelt dat ‘Chinese exportgoederen in het algemeen tegemoet komen aan de Afrikaanse behoeftes. Afgewerkte goederen, elektronische speeltjes en textiel, laten de Afrikanen toe om de reikwijdte van hun aankopen uit te breiden. Prijzen zijn relatief laag, waardoor de producten binnen het bereik komen van veel Afrikanen.’[75]

7. Nadelen en uitdagingen

Concurrentie en jobverlies. Afrika en China zijn in grote mate complementair en dat betekent dat beide weinig concurrentie van elkaar ondervinden, met uitzondering van kleding en textiel. Gedurende dertig jaar werden die twee sectoren beschermd, maar vanaf januari 2005 was dat niet langer het geval omdat het multivezelakkoord ten einde liep. Als gevolg daarvan gingen wellicht meer dan 700.000 banen verloren, in het bijzonder in Zuid-Afrika en Nigeria, maar ook in Lesotho, Swaziland, Ghana, Mauritius, Zambia, Madagaskar, Tanzania, Malawi, Namibië and Kenia.[76] Omdat Europa en de VS tijdelijk aan China enkele overgangsmaatregelen oplegden, stabiliseerden alle exportgerichte kledingsindustrieën, behalve die van Zuid-Afrika. Daarop legde China zichzelf quota op voor de export naar Zuid-Afrika en verleende het een subsidie van 31 miljoen dollar voor skill-building in de Zuid-Afrikaanse textielindustrie. Tenslotte verbond Beijing zich ertoe om meer katoen te kopen van West-Afrikaanse producenten, iets waarvan producenten uit Benin, Mali en Togo effectief voordeel uit haalden.[77] Ook enkele andere productiesectoren ondervinden concurrentie van China, maar er is geen ijzeren wet die de Afrikanen veroordeelt om die concurrentie te verliezen. Brautigam geeft de voorbeelden van Nigeriaanse plasticproducenten, Ethiopische schoenfabrikanten en Keniaanse kledingproducenten die erin geslaagd zijn om de Chinese import met succes te beconcurreren.[78]

Lokale tewerkstelling. Een vaak gehoorde klacht over Chinese ondernemers in Afrika is dat ze weinig of geen lokale arbeiders tewerkstellen. In de beginfase was dat inderdaad het geval en was er een sterke voorkeur voor Chinese arbeiders. Dat had te maken met taalproblemen, culturele barrières en een sterk verschillende werkethos. Dat zette uiteraard kwaad bloed bij de lokale bevolking.[79] Geleidelijk aan wijzigden de Chinese bedrijfsleiders hun houding. Angus McCoss, een CEO van een groot Brits bedrijf, actief in Ghana en Oeganda, merkt in dat verband op dat ‘de Chinezen hun fout ingezien hebben. En ze hebben er snel uit uitgeleerd.’[80] Ook Afrikaanse regeringen wijzigden hun politiek ter zake en eisen voor nieuwe contracten in toenemende mate een minimumpercentage aan lokale tewerkstelling. Volgens Brautigam ‘worden Chinezen vooral tewerkgesteld in technische en bestuursfuncties waar de taal essentieel is, terwijl de lagere functies eerder opgevuld worden met Afrikaanse arbeiders’.[81] Tot op heden is er over deze kwestie nog geen grootschalig of systematisch onderzoek gebeurd, maar een steekproef van de Wereldbank toont dat in Chinese bedrijven gemiddeld ten hoogste 20% van het personeelsbestand Chinees is. Dat is nog altijd veel en beduidend meer dan in bvb. Indische bedrijven.[82] Hier is dus nog werk aan de winkel.

Werkomstandigheden. Een andere klacht betreft de werkomstandigheden. Zoals een studie terecht aanduidt hebben Chinese bedrijven vaak ‘lange werktijden, lage lonen, slechte omstandigheden op vlak van gezondheid en veiligheid en geringe rechten’. Soms worden overuren niet betaald, zijn er geen geschreven contracten en zijn er willekeurige loonsverlagingen.[83] Als zodanig doen de Chinese ondernemers niet veel anders dan wat ze in eigen land gewoon zijn en hun praktijken verschillen ook niet zoveel van die van hun Afrikaanse collega’s. Maar dat is natuurlijk geen excuus. Wel moet er een onderscheid gemaakt worden tussen privé- en staatsondernemingen. Kan men verwachten dat Beijing zijn eigen privéondernemingen in het buitenland gaat controleren? Dat is misschien wat veel gevraagd.

Bevestiging van onderontwikkeling. In het verleden was de internationale arbeidsdeling nadelig voor Afrika. Het continent werd gedegradeerd tot leverancier van goedkope grondstoffen. Dit patroon werd in de jaren tachtig en negentig versterkt door de Structurele Aanpassingsprogramma’s (SAP) van het IMF en de Wereldbank, waardoor lokale industrieën teloor gingen. Daarna door de relatieve achteruitgang van de Westerse investeringen en handel met het continent. Gelukkig kwamen andere landen – in het bijzonder China – dit gat vullen.[84] Maar er bestaat nu wel een reëel risico dat China dat Westers patroon herhaalt. Voormalig president Mbeki van Zuid-Afrika drukte zijn bezorgdheid daarover uit in 2005: ‘Afrika verkoopt grondstoffen aan China en China verkoopt afgewerkte producten aan Afrika. Dat is een gevaarlijke verhouding die Afrika’s oude relatie met de koloniale machten reproduceert. … Het is in het belang van zowel Afrika als China om oplossingen te vinden voor deze strategieën.’[85] In de mate dat China investeert in infrastructuur en industriële productie, de capaciteitsopbouw stimuleert en bereid is om technologie te delen, kan het tegemoet komen aan de bezwaren van Mbeki. Maar gezien de asymmetrische verhouding tussen beide partners, is het gevaar wel degelijk reëel.

Aantasting van het milieu. Hoewel de zaken op dit vlak in beweging zijn, hebben Chinese bedrijven in eigen land in het recente verleden maar weinig aandacht gehad voor milieunormen. Het hoeft dan niet te verwonderen dat Chinese ondernemers het op dat vlak ook niet zo nauw nemen in Afrika. China wordt inderdaad beschuldigd van ernstige milieuschade in diverse Afrikaanse landen. Het gaat dan meestal om vervuiling. Bovendien zou de grote vraag naar hout kunnen leiden tot een verlies aan biodiversiteit en ontbossing.[8]6 De Chinese regering is zich bewust van deze problemen en heeft beloofd om grotere aandacht te besteden aan de bescherming van het milieu. Ze heeft ook verschillende projecten gelanceerd op het vlak van groene energie en milieubehoud.[87] Hier is in elk geval nog werk aan de winkel. Maar uiteraard is dat ook het geval voor de Westerse aanwezigheid in Afrika.

Macro-economische ontwrichting. Omwille van de schaal van zijn activiteiten in Afrika kan China de macro-economische impact ervan niet langer negeren. Of en in welke mate die activiteiten duurzaam en voordelig dan wel ontwrichtend zullen zijn, hangt af van twee voorwaarden. Ten eerste moet Beijing zijn handel, investeringen en hulp beter coördineren en op elkaar afstemmen. De laatste jaren is het aantal staats- en privé actoren sterk toegenomen, waardoor de Chinese overheid het overzicht en de controle over de situatie wat heeft verloren. Dit is in het bijzonder het geval voor de privéondernemers die opereren op het continent. Ten tweede kunnen de toegenomen handel, financiering en technologietransfer macro-economische ontwrichting veroorzaken. Een te grote instroom van kapitaal of hulp, kan een opwaartse druk uitoefenen op de lokale munt en zo de concurrentiepositie aantasten. Onbezonnen kredietverstrekking kan ook achteraf een schuldencrisis veroorzaken.[88]

8. Enkele voorlopige conclusies

Vijftig jaar Westerse aanwezigheid heeft weinig voorspoed gebracht in Afrika. De aanpak van China is zonder twijfel op een andere leest geschoeid en heeft niets te maken met imperialisme of neokolonialisme. Maar, zal de Chinese aanwezigheid vruchten afwerpen? Het is op dit moment nog te vroeg om stoere en definitieve conclusies te trekken i.v.m. de lange termijngevolgen van China’s engagement op het continent. Toch kunnen al enkele voorlopige conclusies worden getrokken.

Het is duidelijk dat het partnerschap heel wat voordelen heeft. Zo bieden de complementariteit en het ‘wederzijds voordeel’ tal van mogelijkheden. De komst van nieuwkomers zoals China maakt een einde aan de monopoliepositie die Westerse mogendheden hebben uitgeoefend op het continent. Dat zal hen uitdagen om meer te luisteren naar de Afrikanen en rekening te houden met hun vragen en belangen. Omwille van de groeiende banden met deze kolos kan Afrika ook voordeel halen uit diens spectaculaire economische dynamiek. Als zodanig is China’s aanwezigheid een historische kans, die in de woorden van de gerenommeerde auteur James Kynge, ‘effectief een einde zou kunnen maken aan de decennialange marginalisering van Afrika in de wereldeconomie.’[89] China is voor Afrika een vitale ontwikkelingspartner geworden en dat zal in de toekomst alleen maar toenemen.

 

Maar het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. Er zijn heel wat tekortkomingen, gevaren en uitdagingen. China en Afrika zijn wel complementaire partners, maar ze zijn ook zeer ongelijk, en daarbij heeft China duidelijk de bovenhand. Dat legt een groot deel van de verantwoordelijkheid op de schouders van China. Herhaaldelijk hebben Chinese beleidsvoerders beloofd dat ze de werkomstandigheden zullen verbeteren, meer lokale bewoners zullen tewerkstellen en het milieu zullen beschermen. Maar het mag niet bij beloftes blijven, ze moeten hun woorden omzetten in daden. Ze moeten er ook voor zorgen dat hun economische aanwezigheid geen macro-economische ontwrichtingen veroorzaakt. Socialisme, al dan niet met Chinese kenmerken, veronderstelt minstens dat je broederlijk omgaat met je partner i.p.v. (enkel) uit te zijn op winst.

Dat is wat je van de Chinezen kan verwachten. Maar de belangrijkste verantwoordelijkheid rust op de schouders van de Afrikanen zelf. Zoals de auteurs van China Safari het uitdrukken: ‘De bal ligt stevig in het kamp van de Afrikaanse leiders.’ Dankzij China hebben zij ‘nu de middelen om hun ambities door te zetten. Internationale organisaties hebben hen nooit zo’n grote leningen gegeven waar geen voorwaarden aan verbonden waren, zoals China die nu aanbiedt.’[90] Het is aan de Afrikaanse regeringen om de modaliteiten van de Chinese aanwezigheid vast te leggen. Het is hun taak om voorwaarden te stipuleren i.v.m. het tewerkstellen van lokale arbeiders. Het is hun verantwoordelijkheid om minimale sociale en milieueisen normen te eisen, om te bedingen dat een minimaal percentage van het werk moet geleverd worden door lokale firma’s, enz. Uiteraard zal de coördinatie tussen de Afrikaanse regeringen zelf hun capaciteit verhogen om meer voordeel te halen uit de opportuniteiten van China’s aanwezigheid op het continent. Dat deden ze bijvoorbeeld met de Istanbul Verklaring waarin de verlenging gevraagd werd van quota voor de export van Chinees textiel.[91]

Annex[92]

Verschillende modellen van buitenlandse relaties


China  

Multilateralisme

Bevorderen van mulitpolariteit

Veiligheid op basis van ontwikkeling

Gemeenschappelijke veiligheid op basis van samenwerking; proberen samenwerken met potentiële tegenstanders eerder dan oorlog tegen hen te voeren

Conflictoplossende diplomatie en op regels gebaseerde collectieve actie

Constructieve en coöperatieve partnerschappen op basis van gelijkwaardigheid en gemeenschappelijke belangen

Soevereiniteit van landen als hoeksteen van de internationale orde

Niet-inmenging

Onderhandelingen om win-win-resultaten te bereiken

Uitbouwen van internationale instellingen om de leidende rol van de VN te versterken

Gecoördineerde ontwikkeling van het Zuiden om mondiale ongelijkheid te verminderen

Erkenning van diverse trajecten van ontwikkeling

Harmonie in diversiteit

 

 

De Verenigde Staten

Unilateralisme/coalitie-multilateralisme

Behouden en uitbreiden van VS dominantie

Veiligheid op basis van militaire macht

Absolute veiligheid voor de Verenigde Staten

Preventieve oorlog en regimewissel

Militaire allianties en machtspolitiek op basis van gemeenschappelijke waarden (ideologische stereotypen)

‘Vrijheid en democratie’ als hoeksteen van de internationale orde

Humanitaire interventie

Zero-sum strategische spelletjes

Misprijzen voor het internationaal recht en verdragen

Neoliberaal vrije marktbeleid ten gunste van de sterkste multinationals

Nastreven van een neoliberaal patroon dat voor iedereen hetzelfde is

Universaliteit van de liberale waarden/botsing van de beschavingen

 

Eindnoten

[1] Gaye A., ‘China in Africa: Why the West is worried’, The Nation, maart 2008, http://www.thefreelibrary.com/China+in+Africa%3A+why+the+West+is+worried.-a0176695922; http://en.wikipedia.org/wiki/Agriculture_in_China.

[2] Ngone A., China’s Cooperation and Engagement with Africa: A COMESA Perspective, World Bank, 22 mei 2008, http://info.worldbank.org/etools/ChinaAfricaKS/docs/ppts/S5d-Andrew%20Ngone-China%27s%20Cooperation%20and%20Engagement%20with%20Africa%20%20A%20COMESA%20Perspective-n.pdf, p. 20; Financial Times, 2 juni 2010, p. 4.

[3] CNTV, 15 oktober 2010, http://english.cntv.cn/program/bizasia/20101015/101588.shtml.

[4] Lampton D., The Three Faces of Chinese Power, Berkeley 2008, p. 103; Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise. What the West Can Learn From Chinese Investment in Africa’, Foreign Affairs, 5 januari, 2010.

[5] http://www.vcc.columbia.edu/documents/DaviesPerspective-Final.pdf, p. 2.

[6] Cfr. Jacques M., When China Rules the World. The Rise of the Middle Kingdom and the End of the Western World, Londen, 2009, p. 331.

[7] New York Times, 20 november 1993 p. 5 en 5 december 1993, Section 4:5.

[8] UNDP, Human Development Report 2003, New York 2003, p. 153.

[9] Alden C., China in Africa, Londen 2008, p. 101; Alden C., ‘China’s New Engagement with Africa’, in Roett R. & Paz G. (ed.), China’s Expansion into the Western Hemisphere, Washington 2008, 213-235, p. 220 and 224; Brautigam D., The Dragon’s Gift. The Real Story of China in Africa, New York 2009, p. 230.

[10] Financial Times, Special Report, The World 2010, 1 januari, 2010, p. 6; http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html; Xiao Ye, ‘A Path to Mutual Prosperity? The trade and investment between China and Africa’, http://www.afdb.org/fileadmin/uploads/afdb/Documents/Knowledge/Session%20II.1.2_1_A%20path%20to%20mutral%20prosperity_the%20Trade%20and%20investment%20between%20China%20and%20Africa.pdf; http://www.focac.org/eng/wjjh/t404125.htm; Jian-Ye Wang, What Drives China’s Growing Role in Africa, IMF Working Paper 07/211, Oktober 2007, https://www.imf.org/external/pubs/ft/wp/2007/wp07211.pdf, p. 7; ‘Forum on China-Africa Cooperation Sharm El Sheikh Action Plan (2010-2012)’, 12 november, 2009, http://www.focac.org/eng/dsjbzjhy/hywj/t626387.htm.

[11] Foster V., e.a., Building Bridges: China’s growing role as infrastructure financier for Sub-Saharan Africa, The World Bank, Washington, 10 juli, 2008, http://siteresources.worldbank.org/INTAFRICA/Resources/Building_Bridges_Master_Version_wo-Embg_with_cover.pdf, p 48-9; Brautigam D., The Dragon’s Gift., p. 169; Engdahl F., Full Spectrum Dominance. Totalitarian Democracy in the New World Order, Wiesbaden 2009, p. 100.

[12] Xiao Ye, op. cit., p. 15. Van alle Chinese buitenlandse investeringen gaat een derde naar de ontginning van mineralen en olie. Deng Ziliang & Zheng Yongnian, ‘China reshapes the world economy’, in Wang Gungwu & Zheng Yongnian (ed.), China and the New International Order, 127-48, New York 2008, p.137.

[13] De gegevens zijn van het jaar 2002. UNCTAD, The Least Developed Countries Report 2004. Linking international trade with poverty 2004, Genève 2004, p. 16; cfr. Cheung Y., a.o., China’s Outward Direct Investment in Africa, http://faculty.buffalostate.edu/qianx/index_files/ChinaODIafrica.pdf, p. 22.

[14] Brautigam D., The Dragon’s Gift, p. 92; Jacques M., op. cit., p. 329.

[15] Brautigam D., China in Africa: Seven Myths’, Real Instituto Elcano, 8 februari 2011, http://www.realinstitutoelcano.org/wps/portal/rielcano_eng/Content?WCM_GLOBAL_CONTEXT=/elcano/elcano_in/zonas_in/sub-saharan+africa/ari23-2011.

[16] Lum T., e.a., ‘China’s Foreign Aid Activities in Africa, Latin America, and Southeast Asia’, Congressional Research Service, Washington, 25 februari 25, 2009, http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf, p. 11.

[17] Xiao Ye, op. cit., p. 18; Foster V., e.a., op. cit., p. 5 and 26; http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html.

[18] Foster V., e.a., op. cit., p. 37.

[19] Child A, & White D., ‘Chinese investors target virgin markets’, Financial Times, 15 maart, 2005, p. 2; Rain S., China’s African Challenges, New York 2009, p. 24-35; ‘Uganda: China to Build U.S. $10 Million Car Assembly Plant’, http://allafrica.com/stories/200711260481.html; Halper S., The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century, New York 2010, p. 101.

[20] http://www.cadfund.com/en/ques_online.asp?Id=9; Brautigam D., The Dragon’s Gift, p. 95; Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise. What the West Can Learn From Chinese Investment in Africa’, Foreign Affairs, 5 januari 2010.

[21] FAO, Rapid Assessment of Aid Flows for Agricultural Development in Sub-Saharan Africa. Investment Centre Division Discussion Paper, september 2009, http://www.fao.org/docrep/012/al144e/al144e.pdf p. 5.

[22] Li Xiaoyun, What Can Africa Learn From China’s Success in Agriculture?, http://www.iprcc.org.cn/userfiles/file/Li%20Xiaoyun-EN%282%29.pdf, p. 5 en 13; Brautigam D., The Dragon’s Gift, p. 246v.

[23] Brautigam D., China in Africa: Seven Myths’.

[24] UNCTAD, South-South Cooperation: Africa and the New Forms of Development Partnership, Economic Development in Africa Report 2010, New York 2010, p. 53.

[25] Lum. T., a.o., China’s Foreign Aid Activities in Africa, Latin America, and South East Asia, Congressional Research Service, Februari 25, 2009, http://www.fas.org/sgp/crs/row/R40361.pdf, p. 9; Li Xiaoyun, What Can Africa Learn From China’s Success in Agriculture, p. 2 and 13; The Economist, 6 juni, 2009, p. 57; Li Xiaoyun, China’s Foreign Aid and Aid to Africa: overview, http://www.oecd.org/dataoecd/27/7/40378067.pdf, p. 7.

[26] Li Xiao a.o., ‘China’s aid to Africa is more about teaching to fish than giving a fish, http://www.focac.org/eng/mtsy/t720692.htm.

[27] FAO, Rapid Assessment of Aid Flows for Agricultural Development in Sub-Saharan Africa, p. 5.

[28] Beaud M., Histoire du capitalisme de 1500 à 2000, Parijs 2000, p. 289.

[29] Shaohua Chen S. & Ravallion M., The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty, World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34.

[30] Zie bijvoorbeeld Hu Jintao, ‘Cooperation and Openness for Mutual Benefit and Win-Win Progress’, Brasilia, 16 April 2010, http://melbourne.china-consulate.org/eng/zyxw/t683414.htm.

[31] Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise’; Voor wat betreft Congo, zie Vandaele J., ‘China and Congo sign a 15 years, $9 billion deal’, http://www.asiafinest.com/forum/index.php?showtopic=147778.

[32] Vandaele J. & Vandepitte M., ‘Wat doet China in Afrika en Latijns-Amerika?’, MO* paper nr. 47, september 2010, http://www.mo.be/sites/default/files/MO-paper47_china.pdf, p. 6-7. Korte versie: in: Vandaele J. & Vandepitte M., ‘China’s interventie in Afrika en Latijns Amerika’, http://www.mo.be/artikel/chinas-interventie-afrika-en-latijns-amerika.

[33] Hu Jintao, 10 december 2003, http://www.china.org.cn/english/features/China-Africa/82055.htm.

[34] Shaohua Chen S. & Ravallion M., The Developing World Is Poorer Than We Thought, But No Less Successful in the Fight against Poverty, World Bank Policy Research Working Paper 4703, Washington augustus 2008, p. 34; United Nations System in China & Ministry of Foreign Affairs of the People’s Republic of China, China’s Progress Towards the Millennium Development Goals. 2008 Report, Beijing 2008, p. 15.

[35] Financial Times, 16 februari, 2011, p. 3. In Maleisië is de stijging 0%, in Zuid-Korea en de Filippijnen -0,5% en in Indonesië -3%. The cijfers slaan op alle werknemers, in de periode 2006-2009.

[36] ILO, Global Wage Report 2008/09, Genève 2008, p. 87; The Economist, 4 september, 2010, p. 54; Financial Times, 16 februari, 2011, p. 3. De laatste vijf jaar zagen de Chinese werknemers met de laagste lonen, de zogenaamde ‘interne migranten’, hun lonen stijgen met 48%. The Economist, 31 juli 2010, p. 46.

[37] Pilling D., ‘China at Number Two … and counting’, Financial Times, 19 august, 2010, p. 7.

[38] Leonard M., ‘The road obscured’, Financial Times, 9-10 juli 2005, p. w1-2; Ramo J., ‘The Beijing Consensus, Foreign Policy Centre, Spring 2004, http://fpc.org.uk/fsblob/244.pdf; Halper S., The Beijing Consensus: how China’s authoritarian model will dominate the twenty-first century; Arrighi G. & Lu Zhang, ‘Beyond the Washington Consensus: a New Bandung?’, maart 2009, http://www.soc.jhu.edu/people/arrighi/publications/Arrighi_and_Zhang_New%20Bandung_3-16-09_version.pdf, p. 28.

[39] De Smet Y, De Morgen, 25 april 2008. Zie ook Southall R. & Melber H. (Eds.), New Scramble for Africa?: Imperialism, Investment and Development, Scottsville 2009.

[40] Rosen H. & Hanemann T., China’s Changing Outbound Foreign Direct Investment Profile: Drivers and Policy Implications, Peterson Institute, Juni 2009, http://www.iie.com/publications/pb/pb09-14.pdf, p. 7; Xiao Ye, op. cit., p. 2; Financial Times, 8 juni 2010, p. 6; Financial Times, 24 februari 2010, p. 2.

[41] Lenin, Imperialism The Highest Stage of Capitalism, http://www.marxists.org/archive/lenin/works/pdf/Lenin_Imperialism_the_Highest_Stahe_of_Capitalism.pdf, p. 51 & 53. Eigen vertalingen. Voor een Nederlandstalig manuscript, zie bvb. http://www.marxists.org/nederlands/lenin/1916/imperialisme/6.htm.

[42] Speech aan de Universiteit van Pretoria, 7 februari 2007, http://www.fmprc.gov.cn/eng/wjdt/zyjh/t298174.htm.

[43] Griffin C., French Military Interventions in Africa: French Grand Strategy and Defense Policy since Decolonization, 12-15 september 2007, Italy, http://turin.sgir.eu/uploads/Griffin-france,_the_united_kingdom,_and_eu_capacities_-_christopher_griffin.pdf; http://fr.wikipedia.org/wiki/Fran%C3%A7afrique; Volman D., AFRICOM: The New U.S. Military Command for Africa, African Security Research Project, juni 2008, http://concernedafricascholars.org/african-security-research-project/?p=12; Peck J., ‘Remilitarizing Africa for Corporate Profit’, ZMagazine, Oktober 2000, http://www.zcommunications.org/remilitarizing-africa-for-corporate-profit-by-john-e-peck.

[44] Financial Times, 10 december 2010, p. 4.

[45] Financial Times, 23 april 2007.

[46] Alden C., China in Africa, p. 93.

[47] Lenin, op. cit., p. 51.

[48] Teunissen H., Internationale Solidariteit, september 2006, p. 38; cfr. ‚Special report on China’s quest for resources’, The Economist, 15 maart 2008, p. 4.

[49] Brookes P. & Ji Hye Shin, ‘China’s Influence in Africa: Implications for the United States’, The Heritage Foundation, 22 februari 2006, http://www.heritage.org/research/reports/2006/02/chinas-influence-in-africa-implications-for-the-united-states.

[50] Zie Engdahl F., op. cit.

[51] In beide gevallen is het Europa, de junior partner van de VS, die het vuile werk opknapt. In Libië waren de Chinese investeringen niet zozeer in de oliesector, maar vooral in de bouw en constructie. In 2008 sloten Chinese bedrijven voor 10 miljard dollar contracten af voor 180 projecten in die sectoren. Het gros van de oliecontracten waren voor Westerse bedrijven. Brautigam D., ‘China and Libya: What’s the Real Story?’, http://www.chinaafricarealstory.com/2011/03/china-and-libya-whats-real-story.html.

[52] Engdahl F., op. cit.; Mazzeo A., ‘Le campagne d’Africa di US Army Vicenza’, 18 januari 2011, http://www.ariannaeditrice.it/articolo.php?id_articolo=36868; Wrigh P., ‘U.S. Military Intervention in Africa: The New Blueprint for Global Domination’, 20 august 2010, http://www.globalresearch.ca/index.php?context=va&aid=20708; Manson K., ‘Sudan investors prepare for great oil divide’, Financial Times, 8 februari 2011, p. 8.

[53] Burgis T., ‘Strategic resources: a richer seam’, Financial Times, 21 mei 2010, p. 7; cfr. Burgis T., ‘Uranium: Coup alters the balance as nations jostle for position’, Financial Times, Special Report Africa-China Trade, 14 juni 2010, p. 3.

[54] Geciteerd in Becker B., ‘The power of protest: U.S. global agenda comes unglued in Seattle’, Workers World, 16 december 1999, http://www.workers.org/ww/1999/wtodick1216.php.

[55] Foster V., e.a., op. cit., p. 17.

[56] http://www.spacemart.com/reports/China_Brazil_give_Africa_free_satellite_land_images_999.html.

[57] Vandaele J. & Vandepitte M., ‘Wat doet China in Afrika en Latijns-Amerika?’, p. 8.

[58] De vier tijgers: Zuid-Korea, Taiwan, Singapore en Hong Kong. ASEAN landen: Thailand, Indonesië, Maleisië en de Filippijnen. Arrighi G., The Long Twentieth Century. Money, Power, and the Origins of Our times, Londen 1994, p. 347 and 372.

[59] Spillover betekent letterlijk overlopen. Het komt er op neer dat een bepaalde economische activiteit gunstige effecten heeft op zijn omgeving.

[60] Brautigam D., The Dragon’s Gift. The Real Story of China in Africa, p. 224v, 212v.

[61] ‘China winning resources and loyalties of Africa’, Financial Times, 23 februari 2006, p. 11; cfr. Kurlantzick J., Charm Offensive: How China’s Soft Power Is Transforming the World, New Haven 2007, p. 92.

[62] Broadman H, Africa’s Silk road. China and India’s New Economic Frontier, The World Bank, Washington 2007, p. 2.

[63] http://crossedcrocodiles.files.wordpress.com/2010/01/af-exports2china.gif ; http://www.chinadaily.com.cn/china/2009-02/11/content_7467460.htm; http://www.thecitizen.co.tz/business/14-international-business/4186-africa-trade-with-china-increases.html.

[64] Een ruilvoet is de verhouding tussen de prijs die een bepaald land ontvangt voor zijn exportproducten en de prijs die het moet betalen voor zijn importproducten, uitgedrukt in percentages. Derdewereldlanden voeren hoofdzakelijk grondstoffen uit terwijl ze voornamelijk afgewerkte producten invoeren. Als de prijs van de grondstoffen (uit Afrika) sneller stijgt dan die van de afgewerkte producten (uit China) dan betekent het dat de koopkracht van Afrika stijgt ook al produceert het land evenveel of minder dan vroeger.

[65] Jian-Ye Wang, op. cit., p. 7.

[66] UNCTAD, Asian Foreign Direct Investment in Africa. Towards a New Era of Cooperation among Developing Countries, New York 2007, p. 6.

[67] African Economic Outlook, 29 juli 2010, http://www.africaneconomicoutlook.org/en/outlook/external-financial-flows-to-africa/direct-investment-inflows/; http://www.economywatch.com/foreign-direct-investment/countries/africa.html.

[68] Financial Times, 24 februari 2010, p. 2.

[69] Dupasquier C. & Osakwe P., Foreign Direct Investment in Africa: Performance, Challenges and Responsibilities, Economic Commission for Africa, september 2005, http://www.uneca.org/atpc/Work%20in%20progress/21.pdf, p. 18; ‘Is Chinese Investment Good for Africa?’, Online discussion with Deborah Brautigam and Adama Gaye, 20 februari 2007, http://www.cfr.org/china/chinese-investment-good-africa/p12622. Het is moeilijk om de kapitaalvlucht exact te berekenen. Collier e.a. schatten de vlucht van Afrikaans privé-kapitaal in 1990 op 360 miljard dollar, of 39% van het totaal. Collier, P. Hoeffler A. & Patillo C., Flight Capital as a Portfolio Choice, Policy Research Working Paper 2066, World Bank 1999, http://elibrary.worldbank.org/content/workingpaper/10.1596/1813-9450-2066, p. 4.

[70] Foster e.a., op. cit., p. x. Het gaat hier over commerciële leningen. Uiteraard zijn de Chinese commerciële leningen niet zo attractief als de zogenaamde ‘zachte leningen’ in het kader van officiële ontwikkelingshulp.

[71] Brautigam D., ‘Africa’s Eastern Promise; Smith P., ‘East outmanoeuvres west over Africa’, Financial Times, 2 juni 2010, http://www.ft.com/cms/s/0/14d9df86-6e61-11df-ad16-00144feabdc0.html.

[72] Vandaele J., ‘Het Congolese roofdier, Mozes in Katanga en de Chinezen’, MO*, 28 januari 2008, http://www.mo.be/artikel/het-congolese-roofdier-mozes-katanga-en-de-chinezen; Vandaele J., ‘China outdoes Europeans in Congo’, Asia Times, 12 februari 2008, http://www.atimes.com/atimes/China_Business/JB12Cb01.html.

[73] Wallis W. & Burgis T., ‘Lagos Cables show US wary of China’s Africa dealings’, Financial Times, 10 december 2010, p. 4.

[74] ‘Special Report on China’s quest for resources’, The Economist, 15 maart 2008, p. 4; The Economist, 3 februari 2007, p. 16.

[75] http://www.eurekalert.org/pub_releases/2010-09/adb-cat091310.php.

[76] In Nigeria: 350,000 jobs, in Zuid-Afrika: 300,000 jobs. Phiri F. & Nduru M., ‘Asia strips Africa’s textile industry’, Asia Times, 26 april 2005, http://www.atimes.com/atimes/Global_Economy/GD26Dj01.html; Carmody P. & Owusu F., ‘Competing hegemons? Chinese versus American geo-economic strategies in Africa’, Political Geography, 26 (2007), 504-524, http://ic.ucsc.edu/~rlipsch/AFRICOM/Carmody.pdf, p. 510; Mutume G., ‘Loss of textile market costs African jobs’, Africa Renewal, 12 augustus 2006 http://www.newsfromafrica.org/newsfromafrica/articles/art_10751.html.

[77] Brautigam D., The Dragon’s gift, p. 218-20; Alden C., China in Africa, p. 81-2.

[78] Brautigam D., The Dragon’s gift, p. 231.

[79] Alden C., China in Africa, p. 83.

[80] Geciteerd door Hoyos C., ‘Burning ambition’, Financial Times, 4 november 2009, p. 9.

[81] Brautigam D., China in Africa: Seven Myths’.

[82] Broadman H, Africa’s Silk road, p. 251 ; Centre for Chinese Studies, China’s Interest and Activity in Africa’s Construction and Infrastructure Sectors, Stellenbosch University, november 2006, p. 58 & 80; Brautigam D., The Dragon’s gift, p. 157.

[83] Centre for Chinese Studies, China’s Interest and Activity in Africa’s Construction and Infrastructure Sectors, p. 59; Otieno J., e.a., ‘Tanzania: Afro-Chinese Labour Ties Turn Increasingly Icy’, All Africa, 26 oktober 2010, http://allafrica.com/stories/201010270889.html.

[84] Dupasquier C. & Osakwe P., Foreign Direct Investment in Africa, p. 3-7; UNCTAD, South-South Cooperation: Africa and the New Forms of Development Partnership,p. 81-2; Ismi A., ‘Impoverishing a Continent: The World Bank and the IMF in Africa’, juli 2004, http://www.halifaxinitiative.org/updir/ImpoverishingAContinent.pdf, p. 6.

[85] Geciteerd in in Pambazuka News, 14 december 2006, http://www.pambazuka.org/en/category/features/38845.

[86] Tutdel I., ‘Falling between the Cracks? Prospects for Environmental Litigation Arising from Oil Production in Southern Sudan’, ‘South African Institute of International Affairs’, 2010, Paper No 61, http://www.saiia.org.za/images/stories/pubs/occasional_papers/saia_sop_61_tutdel_20100525.pdf; Horta L., ‘China in Africa: Soft Power, Hard Results’, YaleGlobal ,13 november 2009, http://yaleglobal.yale.edu/content/china%E2%80%99s-soft-power-africa-could-have-hard-results, Kinver M., BBC News, 3 augustus 2010, ‘Model shows “waves of forest degradation”’, http://www.bbc.co.uk/news/science-environment-10839465; ‘Primatologist Goodall: China plundering Africa resources’, Google News, maart 10, 2009, http://www.janegoodall.ca/ChinaplunderingAfricaresources.php.

[87] Harsch E., ‘Big leap in China-Africa ties’, African Renewal, (20) nr. 4, januari 2007, p. 3 & 22, http://www.un.org/ecosocdev/geninfo/afrec/vol20no4/ar-20no4-english-web.pdf, p. 3 en 22; ‘China-Africa Summit in Sharm el-Sheikh begins today’, Almasry Alyoum, November 8, 2009, http://www.almasryalyoum.com/en/node/995; http://info.e-to-china.com/investment_guide/63737.html.

[88] Christensen B., China in Africa. A Macroeconomic Perspective, Center for Global Development, Working Paper 230, November 2010, http://www.cgdev.org/content/publications/detail/1424567/. Voor een bespreking daarvan, zie Vandepitte M., ‘China in Afrika: een win-winsituatie?’, http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/01/03/china-afrika-een-win-winsituatie.

[89] Kynge J., ‘China blurs bipolar view of the world’, Financial Times, 20 november 2009, p. 2.

[90] Michel S. & Beuret M., China Safari. On the Trail of Beijing’s Expansion in Africa, New York 2009, p. 259-60.

[91] Raine S., China’s African Challenges, Londen, p. 218; Alden C., China in Africa, p. 77.

[92] Clegg J., China’s Global Strategy. Towards a Multipolar World, Londen 2009, p. 63.

Zie ook CNTV uitzending Dialogue met president Malawi (27 min)

Stem of voeg toe aan :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tags:

Plaats uw reactie

 karakters beschikbaar