Sneltrein China

Door Frank Willems op 18 juli 2012

Boekbespreking: ‘Sneltrein China’ door Bart Pennewaert

Bart Pennewaert werkte van 2007 tot 2011 als diplomaat op de Belgische ambassade in Beijing. Zijn inzichten over de razendsnelle ontwikkeling van China verwerkte hij in een boek van 192 bladzijden dat leest als een (snel)trein zowel voor beginners als voor China-kenners. Pennewaert wisselt bedenkingen over wat hij persoonlijk gezien en meegemaakt heeft af met stukjes die meer algemene cijfers en feiten geven. Het leest soms als een novelle, soms als een laagdrempelige analyse. Het resultaat is zeker de moeite, want de man heeft én schrijverstalent én ernstig nagedacht over wat in China gebeurt.

Wat me het meeste opvalt, wanneer ik dit boek vergelijk met veel andere litteratuur over China, is dat de auteur een open, onbevangen poging doet om China te begrijpen en op zijn waarde te schatten. China ontwikkelt zich supersnel. Dat is een historisch ongeziene prestatie. Hoe kan dat? Hoelang gaat dat zo nog verder? Ik vind hier niet het gebruikelijke Westerse superioriteitsgevoel van ‘wij kunnen alles beter’ of ‘zolang de Chinezen de dingen niet doen zoals wij zijn ze verkeerd bezig’ of ‘ja maar, er loopt toch veel mis’.  De auteur stelt bijvoorbeeld vast dat het beperken van de individuele vrijheden een rationele strategie is in een land dat met ontwikkelingsproblemen geconfronteerd wordt op de schaal van China en dat die strategie door de bevolking gedragen wordt. De ‘Grote Sprong Voorwaarts’ gebruikt hij bijvoorbeeld niet om aan te tonen dat Mao misdadig  en de Chinezen gek waren, maar als illustratie van het continu aanwezige uitzonderlijke geloof van de Chinezen in de maakbaarheid van de wereld.

De literaire gedeelten van het boek zijn zoals gezegd heel mooi. Pennewaert slaagt erin via anekdotes – over de samenwerking met zijn secretaresse bijvoorbeeld- de realiteit van het Chinese leven en het Chinese denken kernachtig te laten aanvoelen.
Voor de meer analytische stukken heeft hij zich grondig gedocumenteerd, niet alleen over vandaag maar ook over de historische achtergronden. Zijn cijfers en data zijn over het algemeen correct – ik ergerde me wel aan de misser dat de Chinese arbeider vandaag slechts 2% verdient van een Westerse arbeider.

Wat de analyse ten gronde betreft benadrukt Pennewaert het succes van de Chinese ontwikkeling. Uiteraard vermeldt hij ook problemen en mistoestanden, maar als keerzijde van een medaille waarvan de belangrijkste kant ongetwijfeld succes is. Zo gaat hij uitvoerig in op het melamine schandaal en de repressie tegen radicale verdedigers van de slachtoffers. Zijn verdienste is dat hij hierbij de achterliggende logica blootlegt en aantoont hoe het bestuurssysteem  telkens de schade weet te beperken.

Vanwaar komt het Chinese succes? Pennewaert zoekt het terecht voor een groot deel in de Chinese geschiedenis en cultuur, die zozeer verschillen van de onze. Geloof in de maakbaarheid van de maatschappij, een gigantische omvang van de bevolking die het noodzakelijk maakt om de collectiviteit te laten voorgaan op het individu, een traditie van sterke en bekwame ambtenarij, van technocratie. In dat kader plaatst hij de Communistische Partij van China: een organisatie van technocraten die beseft dat ze haar macht en privileges alleen kan behouden als ze op een bekwame manier en met goede resultaten regeert. Ik vind dit het zwakste punt van de analyse. Pennewaert negeert de revolutionaire achtergrond van de partij, en schrijft haar Marxistische gedachtegoed af als iets van het verleden. Het zijn goede technocraten, punt. Dit is te simpel en gaat voorbij zowel aan de zelfverklaarde identiteit van de Communistische Partij van China, als aan het ingewortelde gevoel van Westerse leiders dat China, zeker nu het zo succesvol is, het ‘communistisch gevaar’ is. Het verklaart evenmin waarom eerdere technocratieën zoals die van de Kuomintang of de late Qing dynastie jammerlijk faalden.

‘Sneltrein China’ verwijst naast de algemene ontwikkeling van het land ook naar de extreem snelle uitbouw van het netwerk van hogesnelheidstreinen. Pennewaert besteedt veel aandacht aan de treinramp van 2011 in Shanghai. Die geldt als een metafoor voor het geheel van China. China ontwikkelt zich te snel en te onevenwichtig, het kan zo niet lang meer verder. De auteur stelt dat China aan de vooravond van een lagere groei staat, die meer kwalitatief zal moeten zijn en waarbij de bevolking meer inspraak zal eisen. Het einde van het sneltreinmodel is in zicht, zoals bij de trein is er een crash op komst. Hij haalt als bewijs onder meer uitspraken van Chinese regeringsleiders, in het bijzonder premier Wen Jiabao aan. Persoonlijk vind ik dat Pennewaert hier te veel de school van de buitenlandse pessimisten achternaloopt. Die voorspellen al dertig jaar een crash van het Chinese model. Premier Wen verklaart inderdaad dat de groei onevenwichtig en niet duurzaam is, en dat er te weinig democratie is, maar gebruikt dat als aanloop om te zeggen dat de regering maatregelen neemt om wel duurzaam en evenwichtig te worden en om de inspraak te verhogen; en dat de groei wel zal vertragen, tot ‘slechts’ 7,5% per jaar. Dat is nog altijd eerder een sneltrein dan een omnibus. En er zijn evengoed buitenlandse economisten – zoals bij de Wereldbank- die voorzien dat China nog lange tijd aan dat tempo kan verder ontwikkelen.

Besluit: een vlot leesbaar boek met relevante – zij het voor de kenner geen nieuwe – informatie, plus een boeiende open visie die aanspoort tot verder zelf nadenken.

‘Sneltrein China’, Bart Pennewaert, uitgeverij Vrijdag, 2012; 192 blz. ISBN 978 94 6001 161 1

Stem of voeg toe aan :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tags: ,

Plaats uw reactie

 karakters beschikbaar