‘Leestafel Extra Large’, over Storming the Heavens  van Jenny Clegg

Mao Zedong spreekt revolutionaire boeren en arbeiders toe in 1944 disclaimer
Wikimedia Commons

Met Storming the Heavens werpt Jenny Clegg veel licht op de rol van de boeren in de Chinese revolutie en hun verhouding met de Communistische Partij van China.

Het boek is gebaseerd op onderzoek dat Clegg in de jaren tachtig uitvoerde voor haar doctoraat. Kenny Coyle van Manifesto Press (en medewerker van The Morning Star) overtuigden Dr. Clegg ervan om haar dissertatie na al die jaren om te vormen tot een boek, en terecht. ‘Storming the Heavens‘ is een baanbrekend marxistisch werk over de moderne geschiedenis van China en over een socialistische revolutie die op zijn minst even belangrijk is als die welke de Sovjet-Unie tot stand bracht. Het boek kan de vele leemten aanvullen in de westerse kennis van het marxisme in China, zijn geweldige resultaten en de verklaring daarvoor. De auteur heeft haar academische boek samengevat en toegelicht in 5 artikelen die in The Morning Star verschenen. De stukken geven een goed beeld van het boek en zijn belang. Ze kunnen een opstap vormen naar het aanschaffen en het lezen ervan zelf. Onder de links naar de eerste vier, die wij deze week op de Leestafel leggen, staat een samenvatting. Let op: het is zoals altijd met deze Leestafel-rubriek de bedoeling dat je de artikelen zelf leest om van de concrete bewijzen en feiten kennis te nemen. Het vijfde, meer algemene, artikel verschijnt volgende week in vertaling op ChinaSquare. (Zie ook de recensie van Ben Chacko)

Storming the Heavens: introducing China’s peasant revolution
https://morningstaronline.co.uk/article/storming-heavens-introducing-chinas-peasant-revolution

In het eerste artikel legt Jenny Clegg uit wat haar motiveerde om dit onderwerp te kiezen voor haar doctoraatsstudie en welke bronnen zij heeft geraadpleegd. In de jaren tachtig onderging China ingrijpende veranderingen met het uiteenvallen van de communes. Individuele boeren werden aangemoedigd om ‘rijk te worden’. Had de Communistische Partij van China (CPC) het revolutionaire potentieel op het platteland dan overschat? Clegg zocht het antwoord in een onderzoek naar de boerenbeweging vóór 1949. Zij ging te rade bij westerse en Chinese, marxistische en niet-marxistische specialisten. Casestudy’s van landhervormingen in dorpen in de jaren veertig, zoals Ten Mile Inn van Isabel en David Crook en Fanshen van William Hinton, behoorden tot de bronnen die haar het meest konden overtuigen. Zij waren onthullend over de relaties tussen de CPC en de boeren, en maakten een diepgaandere algemene analyse mogelijk. Na de vergelijking tussen verschillende analyses en theorieën kwam zij tot de volgende conclusies. De keuze in China voor revolutie in plaats van hervorming was de juiste geweest. De massalijn ten aanzien van de boeren was geen vorm van populisme, maar een zorgvuldig uitgewerkte lijn van klassenstrijd. De CPC was er in geslaagd de boerenbeweging te verenigen en sterk te maken en ze te koppelen aan de nationale beweging tegen de Japanse bezetter en voor de wederopleving van China.

Was China feudal? What made the Chinese peasants revolutionary?
https://morningstaronline.co.uk/article/was-china-feudal-what-made-chinese-peasants-revolutionary?

Westerse sinologen, zoals Tawney, zagen alle boeren als ondernemende landeigenaren die met vallen en opstaan pogingen deden om zich aan de uitdagingen van de moderne markt aan te passen, of traditionalistisch waren en die aanpassing niet wilden of niet aankonden. In elk geval zouden zij geen belang hebben gehad bij revolutie, enkel bij hervormingen. De westerse experts vroegen zich vooral dit af: was de staat geneigd geweest gunstige hervormingen voor de ondernemers door te voeren of had hij alle veranderingen autoritair tegengehouden? Chinese marxisten, en dan vooral Chen Boda, Chen Hanseng (naast Mao), bewezen echter volgens Jenny Clegg afdoende dat het gemonopoliseerde eigendom van de grond het zwaarste woog in het China van voor de Tweede Wereldoorlog. In de context van scheve eigendomsverhoudingen kwam het tot een genadeloze afpersing en uitbuiting van de middelboeren en de armen. In die situate was elke vooruitgang in de productie onmogelijk. De grootgrondbezitters konden hun macht handhaven zowel tegenover de staat, de steden als op het platteland omdat ze met alle partijen banden hadden en de verschillende groepen konden bespelen en tegen elkaar uitspelen. Dat maakte het feodalisme en zijn historische ontwikkeling en afschaffing in China verschillend van die in Europa. De CPC doorgrondde die materiële verhoudingen op het terrein zelf en kwam door vallen en opstaan tot het inzicht dat niet de opkomende kleinburgerij de revolutie zou maken, maar de verarmde massa van arme en middelgrote boeren.

Mao, the peasants and the question of proletarian leadership
https://morningstaronline.co.uk/article/mao-peasants-and-question-proletarian-leadership

De marxisten in China waren het met Lenin eens dat je in een land waar de bevolking voornamelijk uit boeren bestond en dat een zwakke arbeidersklasse had, de moeilijke vraag moest beantwoorden over de bijdrage van de boeren aan het socialisme. Een verschil tussen het ex-tsaristische Rusland en het ex-keizerlijke China was echter dat de rijke boeren in China minder belang hadden bij de opkomende kapitalistische productie dan hun Russische tegenhangers (de koelakken). Zij onderdrukten de middelboeren en de arme boeren met feodale middelen, maar bonden ze ook aan zich door feodale tradities en persoonlijke banden. Ten gevolge hiervan waren de historische boerenopstanden waarvoor China bekendstond niet alleen extreem, maar ook telkens weer tot mislukking gedoemd. Dat alles maakte het in de Chinese revolutie nog complexer om van de boeren bondgenoten te maken. Mao Zedong schreef in 1926 zijn Analyse van de klassen in de Chinese samenleving. Op basis van zijn concrete onderzoek verklaarde hij dat in China de boeren de belangrijkste bondgenoot van de arbeidersklasse waren. In 1933 publiceerde Mao dan Hoe de klassen in de plattelandsgebieden te differentiëren. Mao constateerde de materiële verschillen tussen de 3 lagen in de Chinese boerenbevolking: rijk, gemiddeld welvarend en arm. Onder zijn leiding steunde de CPC eisen en acties die een eenheid tot stand brachten tussen de twee laatste groepen, en die de rijke boeren losweekten van het feodalisme door hen nieuwe kansen in de productie te geven. Tegelijkertijd resulteerde een politiek debat binnen de partij in technieken van kritiek en zelfkritiek over de eigen praktijken en in de befaamde massalijn. Dit alles leeft vandaag voort zowel in de ‘beleid van openheid’ als in de interne partijregels van de CPC.

Building class unity: trial and error in China’s communist revolution
https://morningstaronline.co.uk/article/building-class-unity-trial-and-error-chinas-communist-revolution

De Communistische Partij van China (CPC) analyseerde onder impuls van Mao Zedong de materiële situatie van de sociale klassen in China. Dat deed de partij nadat het front tussen communisten en nationalisten was stukgegaan en toen Japan het land was binnengevallen in 1931 om het vanaf 1937 te bezetten. De leiders van de CPC slaagden erin de tegengestelde economische belangen tussen de verschillende lagen van de burgerij en van de boerenbevolking en de interne tegenstellingen binnen die klassen zelf te onderscheiden. Zo konden de communisten zowel linkse als rechtse fouten corrigeren en vermijden, die de eenheid onder de bevolking ondermijnden. Die eenheid, die de CPC zelfs met haar moordenaars van de Kuomintang van Chinag Kai-Shek bereid was te sluiten, was broodnodig en zou zorgen voor een succesvolle strijd tegen de hoofdvijand: de Japanse keizerlijke en fascistische bezetter. Het verstandige dialectisch-materialistische beleid in het belang van de meerderheid van de bevolking legde de basis voor de weg naar het socialisme die China zou inslaan vanaf 1949. Van die informatie kunnen (onder meer) westerse marxisten dankzij Jenny Cleggs boek kennis nemen. Haar analyse is van belang om te begrijpen waaraan het ontbreekt in westerse visies op China (bijvoorbeeld zichtbaar in de jarenlange meningsverschillen over China tussen aanhangers van Stalin en die van Trotski). De noties van de Chinese toepassing van het marxisme zullen ook bijdragen tot het inzicht in beleid dat de CPC vandaag voert.