Hoe relevant is de Chinese revolutie vandaag?

Dr. Jenny Clegg (Opinie)

Chinese revolutie
Een wijk in Chengdu, Sichuan. Disclaimer Wikimedia Commons

Dr. Clegg legt uit dat we aan de Chinese revolutie en de manier waarop de Communistische Partij van China vandaag werkt, kunnen zien hoe het marxisme, geworteld in concrete omstandigheden en met participatie van de massa, ‘geschiedenis kan maken’. Dit zijn conclusies uit haar onderzoek voor haar recentste boek Storming The Heavens, uit het schrijven ervan, maar vooral uit haar jarenlange praktijk in de studie van het Chinese socialisme en in haar actieve steun voor dat socialisme.

China is op weg om in de komende tien tot twintig jaar de meest geavanceerde grote macht in de wereld te worden. Het spreekt vanzelf dat het zaak is te begrijpen hoe deze ontwikkeling zich voltrokken heeft.

Het revolutionaire verleden van China is diep verankerd in het heden, met een socialistische grondwet waarin de bijzondere kenmerken van ‘de primaire fase van het Chinese socialisme’ beschreven staan. Karakteristiek voor dat socialisme zijn: de leidende rol van de Communistische Partij, de alliantie van arbeiders en boeren, en de inzet en emancipatie van alle mensen die bijdragen aan de opbouw van het socialisme. Dit omvat ook de particuliere ondernemers, die in het verleden de revolutie hebben gesteund en vandaag de dag de economie blijven ontwikkelen, waardoor miljoenen migranten uit het platteland een baan in de steden kunnen vinden.

Door te spreken over ‘Chinese kenmerken’ maakt de Communistische Partij van China duidelijk dat zij niet als model hoeft te worden gezien — in het begin liep de partij zelf te angstvalling achter de Russen aan, iets waarvoor zij veel leergeld heeft moeten betalen. Kunnen wij, gezien we in een andere tijd en andere omstandigheden leven, universele lessen trekken uit deze specifieke ervaring?

Het punt van de democratie

In Groot-Brittannië stort de traditionele parlementaire politiek in elkaar. Miljoenen mensen breken uit het keurslijf van de sociaaldemocratie en wijzen de compromissen en incompetentie van deze politieke stroming af. Haar boegbeelden zijn hypocriet en maken zich schuldig aan verraad. Daardoor is er vraag naar een leiderschap dat verantwoording aflegt aan de werkende bevolking. Ondertussen heeft de kracht en reikwijdte van de pro-Palestijnse beweging het draagvlak verbreed voor het internationalisme en anti-imperialisme. Sommigen kijken nu naar andere massale strijdbewegingen in het zuiden van de wereld – de chaotische jongerenbewegingen in Bangladesh, Nepal en Tanzania, en ook Ibrahim Traore’s voortzetting van Sankara’s op boeren gerichte zelfredzaamheid en anti-imperialisme in Burkina Faso.

De utopische linkse beweging heeft echter de neiging om te vervallen in spontaneïsme. Het is niet voldoende om het doel van de strijd aan te geven met slogans die de massa tot actie oproepen – de actie moet actief politiek gestuurd worden. Hier kunnen de ervaringen van Mao en de CPC inzichten bieden die de specifieke Chinese omstandigheden en geschiedenis overstijgen.

Mao ondervond, net zoals Lenin, dat politieke actie plaatsvindt in complexe omstandigheden. Er ontstonden tegenstrijdige bewegingen en politieke actoren die uiteenlopende belangen bleken te vertegenwoordigen naarmate de strijd zich ontvouwde. En net als Lenin positioneerde Mao de CPC als bewuste voorhoede binnen de strijd van het volk– met zijn spontane demonstraties, stakingen, protesten in dorpen en wijken. Ook Mao reageerde flexibel op de diverse en tegenstrijdige stromingen en ontwikkelde in de loop van de tijd strategieën om die bewegingen te verenigen en te richten naar het programma van de arbeidersklasse.

De Chinese ervaring laat zien hoe in de interactie tussen het volk en de leiders er geleidelijk aan een democratie ontstaat buiten de formele structuren om. Het gaat er niet om enkel een populistische opstand te ontketenen of simpelweg een laissez-faire houding aan te nemen van ‘alles doen wat de massa wil’. De opvattingen schommelden tussen extremisme en passivisme, naarmate de invloed van verschillende delen van de bevolking op verschillende momenten naar voren kwam. Je moet Mao nageven dat hij bedreven was in het grijpen van kansen als de strijd verhevigde, hij kon ‘het ijzer smeden als het heet was’. Hij was echter evenzeer in staat om tegen de stroom van het spontaneïsme in te gaan wanneer heen en weer slingerende opinies de algemene volksbeweging begonnen te ondermijnen.
Op de wendingen wist de CPC te reageren met een specifieke democratische aanpak, waarbij de partij trachtte de onderlinge tegenstellingen tussen de mensen op te lossen. Dit gebeurde door middel van een uitgekiend beleid om ten minste gedeeltelijk tegemoet te komen aan de uiteenlopende materiële belangen waarop de diverse politieke tendensen waren gebaseerd. Het ‘organiseren van de arbeiders’ is immers niet zo eenvoudig: je moet kunnen omgaan met verschillende standpunten, erin slagen ongelijke belangen samen te brengen die een onderliggend gemeenschappelijk doel delen, en dat op een zodanige wijze dat iedere keer weer de wil van het volk wordt weergegeven. En zoals Ben Chacko al opmerkte in zijn recensie van Storming the Heavens in The Morning Star: de linksen in Groot-Brittannië zijn er herhaaldelijk niet in geslaagd een winnende alliantie te smeden die een meerderheid van de werkende bevolking verenigt, rekening houdend met hun verschillen in inkomen en vermogen.

Systeemdenken

De uitdaging bestaat erin twee onderling verbonden, maar uiteenlopende aspecten in handen te nemen. Enerzijds moet je eenheid creëren onder degenen die streven naar verandering, en anderzijds moet je hun tegenstanders die deze eenheid juist willen verbreken trefzeker aanvallen. Dit vraagt om een strategie – de Chinese marxisten spreken hier van ‘systeemdenken’, de dialectische methode om ‘een organisch geheel uit elkaar te nemen, en de tegenstrijdige delen ervan te onderkennen’.

Mao’s ‘Over de Tegenstelling’ is het voorbeeld bij uitstek — hij beschrijft het analyseren van een complexe politieke situatie, de hele reeks conflicten rond imperialisme, feodalisme en kapitalisme, die je niet alleen moet zien als een verzameling campagnes en conflicten, maar als een onderling verbonden geheel om zo de belangrijkste verbanden te vinden. Systeemdenken stelde de CPC in staat om een langetermijnvisie te ontwikkelen, prioriteiten te stellen en de strijd te ordenen om de tegenstanders een voor een uit te schakelen. Eerst bestreden ze de Japanse agressors, daarna de grotere bureaucraten, dan de met het imperialisme samenwerkende kapitalisten en landeigenaren. Vervolgens, toen ze de nationale bourgeoisie geïsoleerd hadden, kwam de overname van particuliere ondernemingen met de vreedzame overgang naar het socialisme in 1956.

In elke fase moest worden uitgezocht hoe de volgende stap kon worden gezet, iets wat de CPC bereikte door de klassen zo op één lijn te brengen dat de revolutie kon worden voortgezet. Deze graduele strategie staat in schril contrast met de trotskistische permanente revolutie, een strategie van ‘alles of niets’-, die de specificiteit van complexe politieke processen reduceert tot een abstract conflict tussen kapitaal en arbeid.

Afgevaardigden voor de vierde Wanshou-dialoog over mondiale veiligheid. Auteur Jenny Clegg zit op de eerste rij, tweede van links. disclaimer foto via Morning Star en IDCPC

Imperialisme, anti-imperialisme en Chinees marxisme

De Chinese ervaring, die zich over meerdere decennia heeft ontvouwd, laat misschien nog duidelijker dan die van de bolsjewieken zien hoe de ongelijke ontwikkeling van zowel imperialisme als anti-imperialisme van invloed kan zijn op de objectieve en subjectieve situatie van de sociale klassen.

De CPC vond haar weg in een context van binnenlandse complexiteit, maar was tevens een onderdeel van de langdurige wereldwijde proletarische revolutie die door de Russische Revolutie in gang was gezet. Daarbij diende de Chinese revolutie als een overgangsfase tussen semi-kolonialisme en semi-feodalisme enerzijds en socialisme anderzijds. Het imperialisme had zijn eigen tegengestelde effecten, zoals Mao opmerkte. Toen de imperialistische mogendheden politieke, culturele en economische middelen gebruikten om hun heerschappij te vestigen, sloten de heersende elites in de onderdrukte landen compromissen. Toen ze echter naar dwang en agressie grepen, ontstonden er kansen om de verschillende klassen te verenigen rond nationale doelstellingen. Als burgers van de imperialistische mogendheid Groot-Brittannië lijden wij aan een afgestompt bewustzijn van het machtsevenwicht in de wereld. Hier leeft de veronderstelling nog steeds dat andere landen ons willen en zullen navolgen. Maar nu zijn door de opkomst van China en het mondiale Zuiden de internationale spelregels veranderd.

Dag na dag worden we geconfronteerd met steeds scherpere uitdagingen en steeds heftigere reacties. Door te begrijpen dat de historische ontwikkeling naar het socialisme een lang en ongelijkmatig proces is, kunnen we een gevoel van richting verwerven. Als we inzien dat tegenstellingen niet snel kunnen worden opgelost, kunnen we ook realistisch blijven en geen onmogelijke eisen stellen, maar kijken naar wat er in een bepaalde situatie wel kan worden bereikt.

Het westerse marxisme wordt door Domenico Losurdo en anderen bekritiseerd omdat het neerkijkt op de concrete strijd van de bevolking in socialistische landen. Storming the Heavens kan inzicht bieden in de belangrijkste elementen van het Chinese marxisme, zoals het zich heeft ontwikkeld doorheen de revolutionaire strijd van het Chinese volk.

Te denken valt aan het volgende. Haal legitimiteit uit je praktijk bij de oplossing van de problemen van de mensen en de manier waarop je voor hun levensonderhoud opkomt. Pas het dialectisch en historisch materialisme toe. Leg de nadruk op de lange termijn, en ga daarbij uit van de fundamentele realiteit. Doe aan systeemdenken – bepaal datgene wat op een zeker moment de voorrang moet krijgen, stel prioriteiten. Leer van de praktijk. Breng verschillende belangen onder werkende mensen met elkaar in evenwicht, en zoek daarbij naar welke aspiraties ze delen voor een beter leven.

De relevantie van de Chinese revolutie vandaag de dag ligt in het feit dat ze aantoont dat het marxisme, toegepast in concrete omstandigheden, kan werken.

Dr. Jenny Clegg is een Brits academicus, Chinadeskundige en vredesactivist. Ze doceerde Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Lancashire en publiceerde ‘China’s Global Strategy’ bij Pluto Press (2009). Haar recentste boek is Storming the Heavens – Peasants and Revolution in China, 1925-1949 – vanuit marxistisch perspectief (Manifesto Press).

Het bovenstaande artikel verscheen in The Morning Star onder de titel China’s revolution: What relevance today?
De Nederlandse vertaling is van Dirk Nimmegeers.
De verwijzingen naar Britse toestanden zijn (tot op zekere hoogte) vergelijkbaar met de situatie in de rest van Europa.

*De standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare.be. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteurs.