Afrikaanse Unie verwelkomt versterkte samenwerking met China

Op 14 en 15 februari kwamen leiders van de Afrikaanse Unie (AU) samen in Addis Abeba voor hun 39e gewone zitting. Daar las de Chinese delegatie een boodschap van president Xi Jinping voor. De Chinese leider had verrassend nieuws: vanaf 1 mei 2026 gaat Beijing alle invoer uit de 53 Afrikaanse landen waarmee het diplomatieke banden heeft volledig vrijstellen van invoerheffingen.

Garissa zonnecentrale in Kenia Foto: Xinhua Disclaimer

Jan Reyniers

Die aankondiging past volledig binnen het gekende Chinese beleid om de minst ontwikkelde landen een streepje voor te geven. Volgens het Chinese ministerie van Handel liepen de economische transacties tussen Afrika en China in 2023 op tot zo’n 282 miljard dollar. China is daarmee voor het vijftiende jaar op rij Afrika’s grootste handelspartner.

Goed nieuws voor Afrika

Voor Afrikaanse arbeiders, boeren, textielfabrikanten en producenten van halffabricaten is deze taksvrijstelling goed nieuws. Het wegvallen van invoerheffingen kan de export in deze sectoren een flinke boost geven. Internationale instellingen zien uitgerekend deze sectoren als cruciaal voor toekomstige tewerkstelling, toegevoegde waarde en industrialisering in Afrika.

De Oegandese staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Henry Okello Oryem, benadrukte dat deze beslissing Afrikaanse producenten een daadwerkelijk concurrentievoordeel kan bieden op de Chinese consumptiemarkt – momenteel de op één na grootste ter wereld, na de VS.

Ook de UNCTAD (de VN-Conferentie voor Handel en Ontwikkeling) wijst erop dat toegang tot de wereldmarkt, samen met een slim industrieel beleid, een echte structurele verandering kan versnellen. Het uiteindelijke doel van Zuidelijke landen moet zijn om te evolueren van de export van ruwe grondstoffen naar meer verwerkte en hoogwaardige producten. Op die manier kan ook Afrika minder afhankelijk worden van zijn huidige exportbeleid, dat zich al te lang beperkte tot de uitvoer van ruwe olie, koper- en ijzererts.

Van volume naar kwaliteit

Historisch exporteerde Afrika vooral grondstoffen naar China. Nu verschuift de focus geleidelijk naar de productie van verwerkte landbouwproducten, halffabricaten en lichte industriële goederen. Nieuwe sectoren zoals groene energie en digitale economie bieden ook kansen om verder te diversifiëren.

Volgens de Wereldbank zal Afrika tegen 2035 ongeveer 1,9 miljard inwoners tellen. Om Afrika’s snel groeiende bevolking een toekomst te bieden en massale werkloosheid te voorkomen, moeten er op het continent dringend honderden miljoenen extra banen worden gecreëerd. Als vuistregel hanteert de Wereldbank de inschatting dat er in Afrika tussen nu en 2035 zo’n 18 tot 25 miljoen extra arbeidsplaatsen per jaar moeten bijkomen. Benard Mono, directeur-generaal van de East African Development Bank, benadrukt dat de werkgelegenheid alleen kan groeien door de ontwikkeling van meer productiecapaciteit. Een toenemende eigen productie én tewerkstelling is dus niet alleen goed voor de economische groei van het continent, maar kan en moet ook helpen sociale rampscenario’s te voorkomen.

VN-secretaris-generaal António Guterres juichte het Chinese besluit tot nul invoerrechten toe en riep andere ontwikkelde landen op hetzelfde te doen. Hij pleit voor een eerlijker internationaal handelssysteem, temeer daar de wereld almaar meer kampt met tariefspanningen en versnippering.

70 jaar diplomatie en groeiend partnerschap

De timing van Xi’s aankondiging is symbolisch: in 2026 is het zeventig jaar geleden dat Egypte als eerste Afrikaanse land China erkende. Wat ooit politieke solidariteit was, is intussen uitgegroeid tot een diep partnerschap op economisch, strategisch en institutioneel vlak.

Belangrijke mijlpalen zijn er genoeg. Zo werd in 2000 het Forum voor Chinees-Afrikaanse Samenwerking (FOCAC) opgericht. Sinds het begin van deze eeuw coördineert het Forum de handel, de infrastructuurwerken, de gezondheidszorg, het onderwijs en de veiligheid. De initiële agenda breidde al snel uit van grondstoffenhandel naar de aanleg van industrieparken, de zoektocht naar digitale samenwerking en het gebruik van hernieuwbare energie. Tijdens de COVID-19-pandemie werd ook de samenwerking in de gezondheidszorg nog belangrijker.

Infrastructuur én menselijk kapitaal

Nog steeds is infrastructuur het meest zichtbare bewijs van de Afrikaans-Chinese samenwerking. Neem de Tanzania-Zambia-spoorweg (TAZARA). Deze werd in 1976 voltooid en was destijds al een historisch symbool van Chinese solidariteit. De spoorweg gaf het door land ingesloten Zambia toegang tot de haven van Dar es Salaam en verminderde ’s lands afhankelijkheid van het apartheidsregime in Zuid-Afrika en de Portugese kolonie Mozambique.

Recente Chinees-Afrikaanse projecten zoals de Addis Abeba–Djibouti-spoorlijn (Ethiopië, 2016), de Béchar–Gara Djebilet-spoorlijn (Algerije, 2026) en de Garissa-zonnecentrale (Kenia, 2018) tonen aan hoe transport en energie de regionale integratie en de economische capaciteit versterken. Maar Afrika heeft nog een gigantische infrastructuurkloof: de Afrikaanse Ontwikkelingsbank schat het jaarlijkse investeringstekort voor noodzakelijke infrastructuurwerken op 68 tot 108 miljard dollar.

China financiert een groot deel daarvan, maar het wil wel garanties voor aflossing en duurzaamheid. Alleen door het stimuleren van meer lokale betrokkenheid en (beginnende) industrialisering kan er op lange termijn een rendement ontstaan dat leidt tot een win-win voor beide betrokken partijen.

Naast beton en staal investeert China ook in mensen. Beurzen, beroepsopleidingen en technische uitwisselingen helpen Afrikaanse ingenieurs en technici zelfstandig groeitrajecten op te zetten. Dat stimuleert zowel economische activiteit als banengroei.

Afrikaanse kansen in het 15e Chinese vijfjarenplan

In 2026 begint ook het 15e Chinese vijfjarenplan. Het richt zich op technologische innovatie, groene transitie, geavanceerde productie en binnenlandse consumptie. Afrikaanse landen die inzetten op industriële capaciteit en kwaliteitsverbetering, kunnen profiteren van de veranderende Chinese importvraag. Ze kunnen evolueren van loutere grondstofleveranciers tot producenten van meer geavanceerde goederen.

De Afrikaanse Continentale Vrijhandelszone (AfCFTA), die sinds 2021 operationeel is, kan daarbij een essentiële rol spelen. AfCFTA stuurt een interne markt aan van 1,4 miljard mensen met een gezamenlijk bbp van 3,4 biljoen dollar. De vrijhandelszone versterkt daardoor Afrika’s onderhandelingspositie en industriële integratie wereldwijd.

Breder plaatje: multipolariteit en Zuid-Zuid-samenwerking

President Xi verwees in zijn mededeling ook naar het grotere wereldtoneel: opkomende en ontwikkelingslanden vertegenwoordigen vandaag bijna 60% van het mondiale bbp. De samenwerking tussen Afrika en China past in die bredere Zuid-Zuid-dynamiek. Op zijn beurt kan die helpen bij de hervorming van de internationale handelspraktijken, van ontwikkelingsfinanciering en van de multilaterale instellingen.

Kortom, de Afrikaanse handelsrelaties met China gaan verder dan bilaterale handel: ze gaan om een fundamentele erkenning van gelijkwaardigheid en soevereiniteit van alle landen in het Zuiden en dat binnen het kader van een wereldeconomie in volle herstructurering.

Uitdagingen blijven

Natuurlijk volstaat optimisme niet. Tariefverlagingen alleen brengen geen structurele verandering. Logistieke efficiëntie, streven naar het behalen van internationale productnormen, financiering vinden voor kleine en middelgrote bedrijven, een vooruitziend industrieel beleid voeren, de bevolking technisch en intellectueel opleiden,… Dat is en blijft allemaal cruciaal.

Toch staat Afrika op een beslissend economisch en industrieel keerpunt. Het continent zet aarzelend in op industrialisering, terwijl China zijn economie verschuift naar geavanceerde productie en technologie. De strategische afstemming tussen beide kan de economische verhoudingen in het mondiale Zuiden duurzaam beïnvloeden.

Volgens de Keniaanse internationalist Adhere Cavince is dit partnerschap ‘een zoektocht naar een moderniseringsmodel dat beide partijen vooruithelpt’. In tegenstelling tot traditionele Noord-Zuid-hulpmodellen, die vaak afhankelijkheid creëren, ligt de Chinese nadruk nu op het creëren van markttoegang, infrastructuurgedreven groei en industriële modernisering, met respect voor de nationale soevereiniteit.

De 39e top van de Afrikaanse Unie markeert niet alleen een diplomatiek Chinees succes, maar mogelijk ook het begin van een nieuw tijdperk voor Zuid-Zuid-samenwerking in een wereld in transitie die steeds multipolairder wordt.

Bronnen:
Xinhua News Agency
Ministerie van Handel van China – http://english.mofcom.gov.cn
UNCTAD – https://unctad.org/topic/africa
Wereldbank Afrika-overzicht – https://www.worldbank.org/en/region/afr
Officiële website van FOCAC – http://www.focac.org/eng
Afrikaanse Ontwikkelingsbank – http://www afdb org
AfCFTA-secretariaat – https://www.au-afcfta.org
IMF World Economic Outlook – https://www.imf.org