Wij publiceren hieronder, als opiniestuk*, een redactioneel commentaar van Global Times over uitlatingen van de Belgische premier De Wever die aandacht kregen in de Europese media.

‘Deze brief van de Belgische premier graaft een kuil voor de EU‘
Volgens berichten in de Europese media heeft de Belgische premier Bart De Wever onlangs een brief geschreven aan Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, waarin hij beweert dat China ‘onze economie kapotmaakt’. Hij roept op tot besprekingen over ‘een krachtdadigere aanpak ten aanzien van China’ tijdens de top van de Europese Raad in april. Dergelijke radicale uitspraken zijn verrassend. Het door hem verspreide verhaal over de zogenaamde China-shock strookt niet met de feiten, en bovendien graaft De Wever een kuil voor de EU met de door hem voorgestelde oplossingen.
In zijn brief stelde De Wever dat China vaart zet achter een exportgerichte groeistrategie in sectoren als de chemische industrie, de farmaceutische sector en de groene transitie, waarbij de desbetreffende exportvolumes binnen een jaar met 20 procent zijn gestegen. Hij merkte verder op dat ‘we een punt hebben bereikt waarop er geen weg terug meer is’. De opvatting dat handelstekorten gelijkstaan aan ‘een achterstand voor Europa’ is vrij wijdverbreid in Europa en misleidt sommigen al langer.
Vijftig procent van de handel tussen China en de EU bestaat uit halffabricaten. Door de handel met China hebben Europese bedrijven hun productiekosten aanzienlijk verlaagd en hogere winsten behaald – een voorbeeld van ‘overschot in China, winst in Europa’. Kijk maar naar België: de haven van Antwerpen, een belangrijk Europees knooppunt, importeert grote hoeveelheden producten zoals batterijen en auto’s uit China, die vervolgens via België verder worden geëxporteerd naar andere EU-landen. Niet zo lang geleden werd een directe scheepvaartroute gelanceerd tussen de haven van Jiangyin in Wuxi, China, en de haven van Antwerpen, waardoor grote hoeveelheden hoogwaardige, correct geprijsde ‘Made in China’-producten rechtstreeks West-Europa kunnen bereiken. Als voormalig langdurig burgemeester van Antwerpen had De Wever zich ernstig kunnen afvragen of België werkelijk ‘in het nadeel’ is.
België behoorde tot de eerste westerse ontwikkelde landen die het hervormingsbeleid en de openstelling van China actief omarmden en in China gingen investeren en zaken doen. Bedrijven als Solvay, Bekaert, Barco en, daarvoor nog, Janssen Pharmaceuticals hebben de ontwikkeling van China ondersteund en tegelijkertijd aanzienlijke winsten behaald. Ondertussen hebben projecten zoals de Volvo-fabriek in Gent, de COSCO-terminal in Zeebrugge en het slimme logistieke knooppunt van Cainiao in Luik de ruimte voor wederzijds voordelige samenwerking tussen China en België vergroot, waardoor een groot aantal banen is gecreëerd en het concurrentievermogen van België op het gebied van productie en logistiek is versterkt. In 2024 was de bilaterale handel gegroeid tot bijna 2.000 keer het niveau bij het begin van de diplomatieke betrekkingen, wat een levendige weerspiegeling is van de complementaire sterke punten en de win-win-samenwerking tussen China en Europa.
Eigenlijk laten de uitspraken van De Wever in de loop van de tijd een sterke grilligheid zien. Afgelopen zomer erkende hij de lange geschiedenis van de betrekkingen tussen België en China, benadrukte hij de rol van België als toegangspoort voor de samenwerking tussen de EU en China, en pleitte hij voor intensievere uitwisselingen en meer wederzijds vertrouwen. Maar iets meer dan een half jaar later zei hij in Davos ‘velen willen bij de Europese Unie horen … maar niemand wil bij China horen’. Onlangs ging hij nog verder door over China te beweren ‘dat het de Europese economie aan het verwoesten is’. Sommige analisten zijn van mening dat De Wever, nu hij ruim een jaar in functie is, te maken heeft met diverse factoren van binnenlandse druk, en dat hij ‘de toename van de Chinese export’ bekritiseert omdat dit voor hem een handig instrument is om die interne druk af te leiden en de invloed van Brussel binnen de EU naar buiten toe te vergroten.
Veel van de problemen waarmee Europa momenteel te kampen heeft, vinden hun oorsprong niet in China, maar in de eigen, al lang bestaande structurele problemen. Europa kent een zwakke economische groei, hoge energiekosten, onvoldoende industriële investeringen, trage innovatie, trage beleidscoördinatie en aanzienlijke beperkingen op de interne markt. Met andere woorden: waar Europa vandaag de dag echt over zou moeten nadenken, is in de eerste plaats hoe het zichzelf kan hervormen, in plaats van te veronderstellen dat het simpelweg door China tegen te werken zijn concurrentieproblemen kan oplossen. Integendeel, hoe meer China wordt afgeschilderd als een zondebok voor de problemen van Europa, hoe groter het risico dat de interne problemen die Europa werkelijk moet aanpakken, uit het oog worden verloren. Er zijn personen die uitdagingen zoals de druk op de Europese industriële basis, de druk op het economisch concurrentievermogen en de toenemende bezorgdheid over de toeleveringsketens uitsluitend toeschrijven aan de ‘controle’ die China zou hebben op de productie en de toeleveringsketens. Zij vertonen een vorm van politieke luiheid door de schuld louter bij externe factoren te leggen.
Uit de opmerkingen van De Wever blijkt ook hoe sommige Europese politici intellectueel bevooroordeeld blijven ten aanzien van China. Deze mensen kijken onveranderlijk neer op niet-westerse modellen voor economische en sociale ontwikkeling. Zij weigeren de achteruitgang van Europa onder ogen te zien en klampen zich vast aan een gammel eurocentrisme. In hun ogen is de EU de toetssteen van de westerse beschaving. Ze zijn geobsedeerd door de soft power van een Europa met de macht om normen te bepalen, een Europa dat recht heeft op een grote interne markt, ontwikkelingsdividenden en bondgenootschappen gebaseerd op gemeenschappelijke belangen. Ze gaan maar door over ‘de EU die zo aantrekkelijk is voor veel landen, terwijl noch China, noch de VS zich hiermee kunnen meten’. Deze kijk op de wereld negeert echter de essentie van internationale betrekkingen: gelijkheid, wederzijds voordeel en win-win-samenwerking zijn de hoekstenen van goede relaties tussen landen, niet de vorming van clubjes en allianties aangegaan onder dwang.
Wij houden het er maar op dat de uitspraken van De Wever over China ingegeven zijn door een behoefte aan politieke trendvolging, dat we ze niet moeten zien als de conclusie van een weloverwogen denkproces. In 2025 bedroeg het bilaterale handelsvolume tussen China en België 40,37 miljard dollar, een stijging van 3 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Dat is een voor beide partijen voordelige samenwerking waar de Belgische premier niet naast kan kijken. Terwijl hij bezig was het verhaal van de China-shock weer aan te wakkeren, kwamen er met vrachtvluchten op de luchthaven van Luik onophoudelijk Chinese exportpakketten aan in Europa, en is Antwerpen dankzij het Belt and Road Initiative uitgegroeid tot een druk Europees vrachtknooppunt. Wij adviseren De Wever en anderen om, in plaats van zich te laten meeslepen door vooroordelen en achterhaalde retoriek met hun commentaren op China, meer strategische duidelijkheid en beleidsmatige eerlijkheid na te streven, en goed na te denken alvorens actie te ondernemen.
Bron: Global Times
* Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.
Vertaling voor ChinaSquare: Dirk Nimmegeers
Lees voor nog een andere Europese visie op de betrekkingen met China ook:
Trump maakt China weer groot – aldus een EU studie
