Dirk Nimmegeers (opinie*)
Over de buitenlandse politiek van China is er in de media en in bepaalde kringen een debat, naar aanleiding van de manier waarop de Volksrepubliek reageert op de oorlog tegen Iran. Wij vinden het nodig de uitspraken van China zelf te bestuderen en ernstig te nemen.
In de media lees je de volgende commentaren en kritieken op de buitenlandse politiek van China, direct of indirect verpakt in geruchten of insinuaties. Voor de duidelijkheid: wij geven die hier weer om de gevaren ervan te laten zien, maar zijn het met deze ideeën niet eens.
‘China zou Palestina, Venezuela, Iran en straks Cuba in de steek laten. Beijing legt enkel mooie of verontwaardigde verklaringen af maar doet in feite weinig’. ‘Het is machteloos en de grote projecten waarvoor het zich inzet (BRICS, BRI) zijn nu tot mislukken gedoemd’.
‘China denkt enkel aan zijn eigen belangen. Het wil daarom niet dat de Straat van Hormuz wordt afgesloten en is er ook om die reden op tegen dat Iran de Golfstaten aanvalt’.
‘Beijing zal Trump ontvangen en gooit het op een akkoordje met Starmer, Merz en Macron. De Chinese regering zal geneigd zijn om op Trumps uitnodiging in te gaan en de wereld in invloedssferen op te delen. In ruil daarvoor zal ze door Trump met rust worden gelaten’.
‘China is niet consequent, want veroordeelt Rusland niet voor zijn inval in Oekraïne en levert waarschijnlijk zelfs wapens aan Rusland’. ‘Van China zou je verwachten dat het, als het consequent is, wapens levert aan de groepen en regeringen die zich tegen de VS verzetten. Beijing hoort sancties te treffen, de betrekkingen met Israël op te blazen en die met de Golfstaten herzien’.
‘China overweegt waarschijnlijk om Taiwan binnen te vallen en zal dat vroeg of laat doen.’
Waarom worden deze ideeën verspreid en met welke risico’s? Sommige van die kritieken en commentaren zijn afkomstig van westerse waarnemers, academici en media die de mondiale publieke opinie nog altijd domineren. Ze vormen een nieuw luik van de veelzijdige hetze die het Westen tegen China voert sinds ongeveer 2008. De verspreiding ervan is een van de manieren om regeringen die zich verweren tegen de aanvallen van de VS te ontmoedigen. Ze moeten in het Westen de solidariteitscampagnes en de strijd tegen die aanvallen ondermijnen. Op langere termijn willen ze het publiek misleiden over de strategie van de VS ten aanzien van China. Uiteindelijk is het de bedoeling om, als volgens Washington de voorwaarden vervuld zijn voor een militair conflict, de bevolking dit conflict onverschillig te laten accepteren en delen van de bevolking, jongeren bijvoorbeeld, warm te maken voor deelname (als kanonnenvoer) aan dat conflict. Een bijzonder pijnlijk aspect van dit alles is dat sommigen in westerse linkse bewegingen die kritieken en commentaren op China in een of andere vorm overnemen. Ze doen dat wellicht uit frustratie, misplaatste tactische overwegingen of dogmatisme. Dat de visie en de mentaliteit van veel westerse linksen in zekere mate, en onvermijdelijk, beïnvloed is door westerse houdingen van cynisme, zelfingenomenheid en zelfs racisme, is iets waarvan zij zich weinig bewust lijken te zijn.
Ook in China heeft dit op enkele waarnemers enig effect. Zij maken analyses die deels gelijklopen met de westerse, of die bedoeld zijn om een westers publiek te bevallen. Zo liet Zichen Wang van het Center for China and Globalization (CCG) in het Amerikaanse magazine Foreign Policy een stuk verschijnen. Daarin stelt hij aan de ene kant terecht dat de buitenlandse betrekkingen van China met andere landen niet zijn zoals die van de VS, die als beschermheer optreedt voor onderhorige bondgenoten. Aan de andere kant legt Zichen Wang echter eenzijdig de nadruk op de bereidheid van Beijing om in actie te komen als aan zijn eigen economische belangen wordt geraakt. Geen spoor van het Chinese streven naar multipolariteit, vreedzame co-existentie en wederzijds voordelige samenwerking. Het is de vraag of die opinies bij de Chinese beleidsmakers zelf enig gewicht in de schaal werpen. Wel is het opmerkelijk dat die meningen ongehinderd kunnen verschijnen en het debat verrijken.
Vanwege dat alles is de dringend noodzakelijk kennis te nemen van wat de Chinese politiek echt inhoudt om er inzicht in te krijgen. Wij hoeven niet dezelfde lijn aan te hangen of dezelfde visie als China te hebben. Slaafse navolging is niet wat China wil of wat het kan gebruiken. Maar als meer mensen in het Westen belangstelling hebben voor de Chinese kijk op de wereldpolitiek kan het politiek vertrouwen voor de Volksrepubliek groeien. Misschien zal dat helpen om te begrijpen dat je de kant van China moet kiezen in het conflict tussen de imperialistische en militaristische wereldvisie van het Westen enerzijds en het vredelievende project van een gemeenschappelijke toekomst en een multipolaire wereld waar China aan werkt anderzijds.
Daarom is het de moeite waard om aandachtig te lezen wat Wang Yi, een toppoliticus van de Chinese Communistische Partij en de minister van Buitenlandse Zaken van China, te melden had in de marge van het 14e Nationaal Volkscongres. Op 8 maart 2026 vond er in het mediacentrum van het congres een persconferentie plaats. Wang Yi beantwoordde er gedurende 80 minuten vragen van Chinese en buitenlandse media over het buitenlandse politiek en de externe betrekkingen van China.
Wang leidde zijn optreden als volgt in. ‘In het China van vandaag gaan we op volle kracht vooruit met de opbouw van een groot land, is onze nationale heropleving niet te stoppen en neemt de internationale invloed van ons land gestaag toe. Onder de sterke leiding van het Centraal Comité van de Communistische Partij van China (CPC) met kameraad Xi Jinping als kern, gericht op de centrale taken van de partij en het land, en volgens de richtlijnen van Xi Jinping’s diplomatieke gedachtegoed, beschermt de Chinese diplomatie … de nationale soevereiniteit, veiligheid en ontwikkelingsbelangen, handhaaft zij … de internationale rechtsorde en eerlijkheid en rechtvaardigheid, verzet zij zich sterk tegen alle unilaterale acties, machtspolitiek en intimidatie, neemt zij onze internationale verplichtingen in acht … staat zij … aan de juiste kant van de geschiedenis.
Als de belangrijkste kracht voor vrede, stabiliteit en rechtvaardigheid in de wereld hebben wij het volste vertrouwen in de toekomst van de mensheid. We staan klaar om samen te werken met alle gelijkgestemde landen om het nobele doel na te streven van het bouwen aan een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid’.
Vervolgens kwamen er van alle kanten vragen die Wang Yi meestal met openheid en verve beantwoordde.
‘De diplomatieke betrekkingen tussen staatshoofden zijn voor China de hoeksteen van zijn diplomatie’. Vandaar de vele bezoeken die Xi Jinping aflegt en ontvangt, bijvoorbeeld in contacten met Zuidoost-Azië, Rusland, Centraal-Azië en de Republiek Korea, en de grote vergaderingen die hij voorzit of bijwoont van de Shanghai Cooperation Organization of van het China-CELAC forum. Dit jaar staan de APEC Economic Leaders’ Meeting en de tweede China-Arab States Summit op zijn agenda. Het is ook een van de redenen waarom de Amerikaanse president Trump naar alle waarschijnlijkheid zal worden uitgenodigd naar China, ondanks het feit dat China felle kritiek heeft op de steun van de VS aan de genocide in Palestina en op de moorddadige agressie tegen Iran en andere landen in West-Azië.
De andere reden voor het bezoek is dat, volgens Wang Yi, ‘de relatie tussen China en de Verenigde Staten verstrekkende en mondiale gevolgen heeft. Als wij elkaar de rug toekeren, leidt dat alleen maar tot wederzijdse misvattingen en verkeerde inschattingen. Als wij afglijden naar een conflict of confrontatie, kan dat rampzalige gevolgen hebben voor de wereld’.. ‘Geen van beide partijen kan de ander veranderen, maar we kunnen wel kiezen hoe we met elkaar omgaan, dat wil zeggen: ons inzetten voor wederzijds respect, vasthouden aan vreedzame co-existentie en streven naar win-win-samenwerking. Dat is in het belang van het Chinese en Amerikaanse volk, en dat is ook wat de internationale gemeenschap verwacht’.
Wang Yi wil graag de hoopvolle kanten zien van de interactie tussen de twee presidenten…‘Ik ben ervan overtuigd dat wanneer beide partijen elkaar met oprechtheid en goede trouw behandelen, we de lijst met samenwerkingspunten kunnen uitbreiden en de lijst met problemen kunnen inkorten’.
Ook over de betrekkingen tussen China en Rusland kwamen er vragen. Wang Yi wees erop dat die ‘tegen alle verwachtingen in standvastig stand hebben gehouden’. Zijn verklaring daarvoor was de volgende. ‘Het strategische samenwerkingsverband tussen China en Rusland is vanaf het begin gebaseerd op gelijkheid, respect en wederzijds voordeel. Het belichaamt de essentie van een nieuw type internationale betrekkingen tussen grote landen. China en Rusland zijn strategisch onafhankelijk. We respecteren altijd elkaars kernbelangen, leggen elkaar geen wil of agenda op en houden ons aan het principe dat we geen allianties sluiten, en geen confrontaties of aanvallen op derde partijen willen’.
De minister van Buitenlandse Zaken van China herinnerde eraan dat Rusland en China een correcte kijk op de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog hebben en dat ze de 80-jarige overwinning op het fascisme daarom samen hebben gevierd. De twee landen willen ‘de vruchten van de overwinning in de oorlog veiligstellen’ en ‘verzetten zich tegen eenzijdige intimidatie’. ‘Tachtig jaar geleden hebben China en Rusland samen bijgedragen aan de opbouw van de naoorlogse orde. Vandaag, 80 jaar later, zullen China en Rusland samen een impuls geven aan de komst van een multipolaire wereld’.
Ook over de betrekkingen met die andere grote macht, de Europese Unie, is Wang Yi tevreden en optimistisch. Volgens hem zijn sinds vorig jaar de betrekkingen tussen China en Europese landen weer aan het verbeteren. ‘De handel tussen beide partijen bedroeg meer dan 1 biljoen dollar, meer dan twee miljoen Europese toeristen reisden hierheen onder visumvrije regelingen en bovendien brachten Europese leiders een aantal bezoeken aan China’.
Het duidelijke Chinese standpunt over Europa is dat het een gerespecteerde ‘pool moet zijn in een multipolaire wereld, dat Europa een belangrijke kracht is die de stabiliteit van de internationale orde ondersteunt, en dat Europa een belangrijke partner is voor China in onze modernisering. Om de betrekkingen tussen China en Europa stabiel en gezond te houden, is het van cruciaal belang dat Europa een juist beeld van China heeft’.. ‘De feiten wijzen uit dat onderlinge afhankelijkheid tussen deze partners geen risico inhoudt, en dat verweven belangen geen bedreiging vormen. Openheid en samenwerking zullen de economische veiligheid niet verzwakken. Het bouwen van muren en barrières zal alleen maar leiden tot zelfisolatie’. Wang beschrijft de verhouding met een grappige metafoor. ‘We zijn blij te zien dat onze Europese vrienden uit de “kleine zolderkamer” van het protectionisme stappen en de “fitnessclub” van de Chinese markt binnenlopen om hun kracht en concurrentievermogen op te bouwen’.
De minister kreeg ook vragen over de betrekkingen met zijn buurlanden en de grotere regio Azië, over de inmenging van de VS in Latijns-Amerika waar Washington de landen onder druk zet om afstand te nemen van China, en over de banden van China met Afrika. Voor elk van die gebieden noemde hij de samenwerkingsverbanden of het programma van hun activiteiten (China’s neighbourhood diplomacy, Community of Latin American and Caribbean States-China Forum, China-Africa Year of People-to-People Exchanges). Daarin kwamen elke keer enkele kernbegrippen terug: wederzijds voordeel, onafhankelijke ontwikkeling zonder inmenging, vriendschap.
Uiteraard kregen de genocide tegen het Palestijnse volk, de agressies tegen Iran en andere staten in West–Azië (het Midden-Oosten) veel aandacht. Wang Yi herhaalde de officiële oproepen van China ‘voor een onmiddellijke stopzetting van de militaire operaties om te voorkomen dat de situatie verder escaleert en het conflict overslaat en zich uitbreidt’. Hij haalde vijf principes aan die China huldigt en die de Volksrepubliek aan de internationale gemeenschap voorhoudt. Eerbied voor de nationale soevereiniteit (voor Iran en voor alle staten in de regio), de afwijzing van het machtsmisbruik, de verwerping van inmenging, de inspanningen om door gelijkwaardige onderhandelingen politieke oplossingen te vinden, het kweken van goodwill.
‘Grote landen moeten handelen in de geest van rechtvaardigheid en gerechtigheid, en meer positieve energie bijdragen aan vrede en ontwikkeling in het Midden-Oosten’. De Volksrepubliek heeft hiervan het goede voorbeeld gegeven met het Global Governance Initiative (GGI) voorgesteld door president Xi Jinping. ‘Dit plan bepleit vijf belangrijke principes, namelijk soevereine gelijkheid, de internationale rechtsstaat, multilateralisme, een mensgerichte benadering en concrete maatregelen’.
‘De meest expliciete boodschap van de GGI is dat de leidende status van de Verenigde Naties moet worden gehandhaafd, niet aangevochten. De centrale rol van de VN moet worden versterkt, niet verzwakt. De VN is niet perfect, maar zonder de VN zou de wereld alleen maar slechter zijn. Het creëren van parallelle structuren buiten de VN of, erger nog, de samenstelling van verschillende exclusieve blokken en kliekjes is hatelijk en loopt op niets uit.’ Wel moet de rol en de inbreng van het Mondiale Zuiden erg versterkt worden.
Wang Yi beseft terdege dat China, de Verenigde Staten en andere grote landen en blokken een aanzienlijke invloed hebben op de wereld. Hij houdt zijn toehoorders echter dit voor: ‘we mogen niet vergeten dat er meer dan 190 landen op onze planeet zijn. De wereldgeschiedenis is altijd door vele landen samen geschreven en de toekomst van de mensheid zal worden gesmeed door de gezamenlijke inspanningen van alle naties. Diversiteit is inherent aan de menselijke samenleving en multipolariteit is hoe het internationale landschap eruit zou moeten zien’. ‘Als grootste ontwikkelingsland is China zich extra bewust van de hoge verwachtingen van de landen in het Zuiden. Zowel de Shanghai Cooperation Organization als de BRICS, waaraan China heeft meegewerkt, hanteren het VN-Handvest daarbij als hun belangrijkste richtlijn en beide verkennen en verzamelen nuttige ervaringen voor het hervormen en verbeteren van het mondiale bestuur.’ Die belangrijke platforms en de ‘Groep van 77 en China’ moet zich uitspreken en actie voeren voor vrede en ontwikkeling.
Wang bestrijdt dus de visie dat China er door zijn oprichting en deelname aan verbanden met andere lande uit het Zuiden uit is op economisch gewin en politieke invloed. Voor hem is het Zuiden een opkomende, positieve kracht op het internationale toneel, geen nieuwe vorm van de rivaliteit en confrontatie tussen grote machten die al zoveel rampen hebben teweeggebracht. Dat is ook de reden waarom China ‘nooit de platgetreden paden van hegemonie zal nastreven naarmate zijn macht groeit of de logica dat de wereld door grote landen kan worden bestuurd zal onderschrijven’. ‘China heeft in zijn grondwet vastgelegd dat het een onafhankelijk buitenlands beleid voert en zich inzet voor een vreedzame ontwikkeling. Chinese leiders hebben vaak aan de wereld verklaard dat China, ongeacht hoe de internationale situatie zich ontwikkelt en hoe sterk het land ook wordt, nooit hegemonie of expansie zal nastreven’.
China houdt er rekening mee dat in de afgelopen veertig jaar het aandeel van het Zuiden in de wereldeconomie is gegroeid van 24 procent tot meer dan 40 procent. In Beijing beseffen ze uiteraard wel dat op dit moment hegemonisme en machtspolitiek zich doen gelden en dat Trump & Co de internationale orde een zware slag toebrengen. Er zit voor de Chinese leiders niets anders op dan samen met andere landen van het Zuiden de onderlinge communicatie en coördinatie te verbeteren, de ruimte voor onafhankelijke ontwikkeling te vergroten en op te komen voor het multilateralisme en het internationale systeem met als kern de Verenigde Naties. Met de woorden van Wang Yi: ‘Het hart van China ligt bij het Zuiden; de wortels van China liggen in het Zuiden. We zijn bereid om samen met andere landen in het Zuiden de weg naar modernisering in te slaan en de opbouw van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid te bevorderen’.
China wil geen oorlog, zal nooit als eerste aanvallen, maar zal zich met alle middelen verdedigen als het wordt aangevallen en is daarop voorbereid. De verdediging van China berust enerzijds op geavanceerde wapens en een sterk leger om de bevolking te verdedigen en anderzijds op de economische macht en de vervulling van de belangen van de bevolking waarmee de Chinese partij en de regering zich van de steun van de bevolking verzekeren. Daarom is de wettelijke aanvaarding van het 15e Vijfjarenplan die op dit moment wordt afgerond ook een fundament van de Chinese buitenlandse politiek.
Bronnen: Xinhua, website van het ministerie van BuZa van China, substack van CCG, Friends of Socialist China
* Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur. Dat is ook van toepassing als de auteur een lid is van de redactie.

