China’s financieel systeem wordt meer marktgericht

 Na de crisis in Azië wordt in China gewerkt aan een globale hervorming van het financieel systeem. De Chinese Nationale Volksbank kreeg reeds een structuur die niet meer via de provincies loopt maar rechtstreeks onder 9 nationale afdelingen valt. De gewone banken zullen moeten leren bankleningen toe te staan op basis van marktprincipes,  zij het dat “politieke” banken ook blijven bestaan. De obligatiemarkt wordt  uitgebreid en meer aan supervisie onderworpen net zoals het financiële middenveld trouwens met allerlei fondsen en investeringsvennootschappen. Dit jaar wordt ook de nieuw gestemde beurs-en effectenwet  van kracht.
  

Chinese centrale Volksbank

China’s buurlanden kenden de laatste decennia eveneens een sterke groei en toch sloeg daar de Aziatische crisis toe. Dit heeft de  Chinese leiders aan het denken gezet. Ze kwamen tot de vaststelling dat enkele van de kenmerken van de economiën uit de Zuid-Oost-Azatische landen zich ook in China voordoen. Japan had een zeepbel-economie en kon de enorme hoeveelheid aan schulden niet aanzuiveren. In China zijn 25 pct van de bankleningen die meestal naar de staatsondernemingen gaan, “slechte” leningen die moeilijk kunnen terugbetaald worden; 5 pct van de leningen zijn twee jaar ten achter op de betalingstermijn en 2 pct zijn niet recupereerbaar. De betrokken Aziatische landen hadden een sterke overheid die gewillig via de administratieve kanalen de eisen van de ondernemers inwilligde, soms los van efficiency-vereisten. De vermenging van een sterke overheidshand met de nijverheid werkte de corruptie in de hand, verspilling, speculatie en de zeepbel die uiteen spatte aldus de economen Wu Jinglian en Wei Jianing  van het Chinees  Regeringsresearchteam. Volgens de Westerse expert N. Lardy hebben de Chinese firma’s meer schulden dan de Zuid-Koreaanse conglomeraten en ongeveer evenveel als de Japanse : deze wordt op 30 pct van het BNP geraamd, in China zou het ook ergens tussen de 20 à 40 pct van het BNP bedragen.
China zit weliswaar op een berg van  5.340 miljard spaargelden van bevolking waarvan 80 pct termijnsparen is. De jaarlijkse aangroei van het spaargeld bedroeg de laatste twintig jaar 32 pct. Deze spaargelden maken twee derden uit van het kapitaal van de banken en ook twee derden van de leningen wordt er door gefinancierd.  Een andere voor China gunstige factor is dat het land 145 miljard $ aan vreemde deviezen bezit, waarbij nog 80 miljard reserves dienen gevoegd die bij particulieren en instellingen zitten. Hoewel China ook 100 miljard $ uitstaande schulden heeft, maken in tegenstelling met Thailand en Zuid-Korea leningen op lange en middellange termijn meer dan 60 pct van het geheel. De schuld bedraagt maar 25 pct van het BNP; sedert Maastricht weten we allemaal uit het hoofd hoeveel dit in België is. Ook is China’s munt nog niet volledig convertibel zodat speculatieaanvallen tegen de munt uitgesloten zijn. Deze gunstige factoren nemen niet weg dat in China de relatie tussen ondernemingen, overheid en banken op dezelfde nefaste leest geschoeid is als deze in andere Zuidoost-Aziatische landen, zij het dat de eigendomsstructuur verschilt. De staatsondernemingen in China  die geld nodig hebben, porren hun politici aan de staatsbanken onder druk te zetten de geldkraan open te houden zoniet komt er sociaal hommeles.

Nationale Volksbank

In november 1997 werd op een financiële conferentie van de Chinese overheid lessen getrokken uit de Aziatische crisis en werd een stramien opgesteld waarlangs de hervorming van het financieel systeem dient te verlopen. Premier Zhu Rongji stelde vast dat hoewel de reden voor de crisis in de buurlanden complex waren, de hoofdoorzaak problemen betroffen in het financieel systeem; zowel inzake management, supervisie en controle. Hij gaf toe dat ook in China « heethoofdige politici een ambitieus beleid nastreven zonder de centrale richtlijnen of belangen te behartigen en dat  bepaalde financiële departementen falen in het doorvoeren van de vereiste controle en supervisie ». Concreet is het zo dat de provinciegoeverneurs de facto aan de provinciale afdelingen van de « Nationale Volksbank » orders geven waarbij in regel minder gekeken wordt of het project rendabel is of niet, dan wel of het hun populariteit ten goede komt. De staatsbanken verworden zo tot kassiers en geldkranen van de overheden in plaats van leningen te toetsen op basis van rendabiliteit. In de praktijk gingen de staatsondernemingen de laatste jaren lopen met 70 pct van de bankleningen, hoewel ze maar instaan voor 35 pct van de productie.
De Conferentie stelde voor om  de komende drie jaren een nieuwe organisatie van het financieel systeem op poten te zetten waarbij een marktsysteem uitgebouwd wordt, gekoppeld aan een regulerings-, controle- en supervisiesysteem dat compatibel is met de socialistische markteconomie. Het eerste dat afgesproken werd, was een reorganisatie van de « Nationale Volksbank ». Tegen augustus ’98 was de hoofdzetel van de “Volksbank van China” zoals hij officieel heet, gereorganiseerd wat resulteerde in een vermindering van  het personeel met 10 %. Tegen september werden 167 prefectuur- en stedelijke vestigingen opgeheven die elkaar overlapten. In oktober werd dan begonnen met het vervangen van de provinciale afdelingen door 9 transprovinciale regionale takken van de Volksbank . Na de hervormingen zal  er nog 1 hoofdzetel overblijven, 9 takken met 20 burelen voor financiële supervisie en administratie, 2 handelsdepartementen, 333 stedelijke burelen en 1660 kantonvestigingen. Bedoeling is dat de beïnvloeding door de lokale overheden uitgeschakeld wordt zodat de Volksbank ook een eengemaakt centraal beleid kan voeren. Hierbij werd het krediet-quotasysteem vervangen door een controle op de verhouding activa-passiva van banken die dit systeem verder zullen doortrekken tegenover ondernemingen of projecten.  Tevens zullen meer indirecte reguleringen en controlemiddelen worden gebruikt. Het intrestsysteem wordt geherstructureerd volgens marktprincipes. Er wordt aan gedacht de tweehonderd verschillende intrestvoeten terug te brengen  tot een paar tiental. Tezelfdertijd schikt de Volksbank zich ook naar de regeringspolitiek die meer klemtoon legt op de landbouw, waardoor deze sector 10  pct meer krediet zal ontvangen. Tenslotte wordt het banktoezicht versterkt en de controlestandaarden  verhoogd. Het Centraal Comitee van de Chinese Communistische Partij heeft trouwens in haar schoot een “financieel comitee” opgericht dat meehelpt de financiële politiek vorm te geven. Overigens hadden China’s financiële instellingen eind vorig jaar in totaal voor  15.020 miljard yuan aan activa en dit zonder effecten en verzekeringen. Het aantal deposito’s bedroeg  9.569 miljard yuan (3.248 mjd van bedrijven en 5.340 mjd spaargeld van individuen) wat 16 pct meer was dan het jaar voordien.

Commerciële banken

Na de hervorming van de Volksbank komen de staatsbanken aan de beurt die zullen omgevormd worden tot handelsbanken. Sedert de nieuwe wet op handelsbanken uit 1995 onderscheidt China commerciële banken die minimum 1 miljard yuan kapitaal moeten hebben, stedelijke coöperatieve handelsbanken die 100 miljoen yuan kapitaal moeten bezitten en de rurale coöperatieve banken waarvoor 50 miljoen yuan volstaat.
Er zijn een viertal grote commerciële staatsbanken met name de “Nijverheids- en Handelsbank van China”, de “Landbouwbank”, de “China Constructiebank” en de “Bank van China”.  Het management van hun leningensysteem wordt eveneens hervormd om te komen tot een autonoom beoordelen op basis van de commerciële leefbaarheid van de voorgestelde projecten. Complementair aan het commerciële circuit werden in 1994 enkele “politieke banken” opgericht namelijk de “Staats Ontwikkelingsbank”, de “Import- en Export Bank van China”  en de “Chinese Landbouw Ontwikkelingsbank”: Deze banken zullen kredieten blijven verlenen voor projecten die de overheid essentieel vindt en waarbij het maken van winst niet op de eerste plaats komt (bv. de Drie Engten stuwdam).  De commerciële banken zullen omgevormd worden  tot vennootschappen die verantwoordelijk worden voor winst en verlies tegenover de aandeelhouders. Banken met een nationale  vertakking kunnen nieuwe vestigingen opzetten waarbij een deel van hun aandelen verkocht wordt aan bij voorkeur lokale overheden of instellingen. Met het nieuwe inkomen kunnen de schulden afbetaald. De raad van bestuur die de aandeelhouders vertegenwoordigt, controleert dan op zijn beurt het  management. De politieke leningen die nu nog schering en inslag zijn, zullen doorgeschoven worden naar de politieke banken.
De regering is reeds begonnen met de 4 commerciële banken, die weinig eigen vermogen hebben, te herkapitaliseren door het uitschrijven van 270 miljard yuan staatsleningen. Ze heeft ook een professionele vennootschap in activabeheer aan het werk gezet die de slechte leningen van de 4 gespecialiseerde banken zal proberen te delgen. De firma krijgt 10 miljard yuan aan kapitaal en zal de slechte leningen herverpakken en tegen een verminderd tarief verkopen in de vorm van effecten.  De “China Constructiebank” werd gekozen als proefkonijn omdat zijn 300 miljard dubieuze leningen kleiner zijn dan de 1.140 miljard van de “Nijverheids- en Handelsbank van China” en van de “Landbouwbank”. Voorzitter Dai Xianglong heeft reeds onthuld dat dit jaar de slechte leningen van de  grote banken zullen onderverdeeld worden in een 5-tal categoriën.  Enkel de “Bank van China” zou niet failliet zijn indien internationale standaarden  worden gehanteerd. In 1998 maakte hij een winst van 3,2 miljard yuan en komt in de tophitlijst van ’s werelds grootste banken op de 27° plaats voor met zijn activa die 2.231 miljard yuan bedragen.
Verwacht kan worden dat enkel die banken die zich conformeren aan de nieuwe richtlijnen vers geld zullen ontvangen. De “Nijverheids- en Handelsbank van China” zou zich op vraag van de regering speciaal gaan toeleggen op het steunen van de grote en middelgrote staatsondernemingen  aldus voorzitter Liu Tinghuan die stipuleert dat  de nieuwe werkwijze een strakker management veronderstelt, een betere dienstverlening, preventie en uitspreiden van risico’s en een betere economische efficiency.  Voor het financieren van de kleine en middelgrote bedrijven wordt gemikt op lokale coöperatieve banken met aandeelhoudersschap die al dan niet bestaan uit lokale afdelingen van de staatsbanken versmolten met stedelijke kredietcoöperatieven. Op die manier wordt eveneens gepoogd de vele kleine niet-officiële ontleners die gelieerd zijn aan kleine bedrijven en  gezamenlijk voor een bijna even groot bedrag van de kapitaalmarkt zouden instaan als de officiële instituties, te standaardiseren.

Landbouw

Het ruraal financieel landschap is ook aan herverkaveling toe. De rurale kredietcoöperatieven worden losgekoppeld van de “Landbouwbank” die een commerciële bank wordt. Nieuw is de politieke “Landbouw Ontwikkelingsbank”. China telt 50.210 rurale kredietcoöperatieven met 58.000 subcoöperatieven en 260.000 agentschappen die 280.000 agenten tewerkstellen naast de 3500 functionarissen die van de Landbouwbank getransfereerd werden. Eind 1996 hadden ze 1.170 miljard yuan deposito’s en activa voor 1.550 miljard. Hun leningen nemen 10 pct in van alle financiële instellingen. 80 pct van de leningen voor de boeren en 70 pct van de kredieten voor de rurale ondernemingen komt van deze coöperatieven. Toch is hun bestuur pover en staan ze vaak onder invloed van lokale politici. Het is de bedoeling dat hun management professioneler wordt, de controle door de coöperanten effectiever en dat de voogdij gebeurt door de Nationale Volksbank.
De nieuwe “Landbouw Ontwikkelingsbank” van zijn kant heeft van bij de oprichting in 1994 tot eind 1996  29 provinciale takken, 300 lokale en 1272 stedelijke groepen opgericht. Tezelfdertijd werden 40.000 personeelsleden van de Landbouwbank overgenomen. De “Landbouw Ontwikkelingsbank” heeft tijdens het negende vijfjarenplan een dubbele taak: het voortzetten van de aankoop van graan, katoen en spijsolie evenals kredieten voorzien die de landbouwproductie kunnen verhogen. Ook wordt verwacht dat deze bank een rol speelt bij het bestrijden van de armoede. Begin 1997 zat hij ook reeds ferm in de rode cijfers en de trend was stijgend tot vorige zomer. Sedert augustus 1998 verdienen de staatsopkoopcentra van graan echter geld door een nieuw systeem van graandistributie en zullen de bankschulden bijgevolg vermoedelijk afnemen.
De Landbouwbank is een commerciële bank die eind 1996 894 miljard deposito’s had en dit vorig jaar met 196 miljard verhoogde.  De bank wil de landbouw  op alle vlakken te steunen zowel inzake technologie, stimuleren van de voedingsondernemingen, het steunen van groothandelsmarkten en ook het verlenen van kredieten aan de rurale lokale ondernemingen. Een grotere kwaliteit van de ondersteunde ondernemingen en een beter management van de bankkredieten op basis van deskundig risicoinschatting zijn hierbij eens te meer troef. Voor 1999 zou de bank zijn slechte leningen pogen te verminderen met 2 pct.

Obligaties

De obligatiemarkt heeft zich in China steeds verder ontwikkeld. Hoewel de eerste uitgeschreven staatsleningen uit het eerste vijfjarenplan dateren, wekten de hervormingen na 1980 dit middel weer tot leven. Hoofdbedoeling was het deficit bij te passen. Dit is nog niet  fundamenteel veranderd. Waar de staat 935 miljard inkomsten had in 1996, kwam het aandeel van staatsleningen op 185 miljard. Hoewel dit bedrag ondertussen verhoogde tot 250 miljard, is dit nog klein in vergelijking met andere landen. De staatsleningen in China maken maar 5 pct uit van het BNP terwijl dit bij ontwikkelde landen vaak tussen 20 à 40 pct bedraagt. Verwacht kan worden dat tegen de eeuwwisseling het jaarlijks aantal uitgeschreven staatsleningen zal opgelopen zijn tot 400 miljard. Typisch voor China is dat de staatsleningen voor meer dan 60 pct in handen zijn van individuen. Pas sedert 1991 werd een experiment gewaagd waarbij een vierde van de staatsleningen werd onderschreven door 70  institutionele belggers. Ook staan deze staatsleningen voor meer dan 80 pct in van de obligatiemarkt. Daarbovenop wordt 10 pct uitgeschreven door het ministerie van financiën ten voordele van banken en financiële instituties. In 1994 werden bijvoorbeeld voor 14 miljard RMB quasi-staatsinvesteringsleningen uitgeschreven ten voordele van de commerciële banken, 87 miljard voor de politieke banken en 15 miljard voor staatsinvesteringcorporaties.
Toen vorig jaar de invloed van de Aziatische crisis in China voelbaar dreigde te worden, werd door de regering beslist over 2 jaar gespreid 100 miljard staatsleningen uit te schrijven voor infrastructuurwerken (waterirrigatie, transport, huisvesting, stedelijk leefmilieu, telecommunicatie, graandepots..) om de economie aan te zwengelen. Dit zorgde er trouwens voor dat niettegenstaande de crisis in de buurlanden China vorig jaar een BNP-aangroei  kende van 7,8 pct. Tenslotte zijn er nog de bedrijfsobligaties die een bescheiden rol spelen: in 1994 werden er voor 68 miljard yuan uitgeschreven (of 8,2 miljard $) terwijl dit in Zuid-Korea bijvoorbeeld 161 miljard $ bedroeg. De bedrijfsobligaties hebben een kortere looptijd en een hogere interest.
De secundaire markt van obligaties dateert van rond 1990 maar enkel bewoners van de Volksrepubliek mogen  obligaties aankopen(of verhandelen). Overigens grijpt 95 pct van deze handel plaats op de beurs van Shanghai. Sommige ondernemingsobligaties kunnen ingeruild worden voor A-beursaandelen (enkel voor VRC-bewoners). Obligaties maken maar 5 % uit vergeleken bij de spaarcenten van de bevolking. Van de globale obligatiemarkt is maar 150 miljard in omloop en bedragen de open-marktoperaties maar 23,5 miljard. Naar de toekomst toe zal het marktkarakter toenemen met meer onderhandse verhandelingen en kan ook verwacht dat de macroregulering – en controle zal verbeteren. In Shanghai is de obligatiehandel reeds moeten stopgezet worden na de ontdekking van fraude. In de toekomst zal de rol van de institutionele beleggers in de effectenmarkt toenemen ten nadele van de privébeleggers.

Middenveld
Allerlei verzekeringsmaatschappijen, pensioen- en andere fondsen, de zgn. ITIC’s (Investerings- en Trust Institutie Companies vormen het financiële middenveld en zijn gedoemd aan belang in te winnen zij het dat de  overheid flink deze sector wil saneren. Reeds in 1997 werden 110 dergelijke investeringsvennootschappen aan een audit onderworpen. In ’98 werden 88 effectenvennootschappen onderzocht en werd ontdekt dat 45 pct van de winsten gefabriceerd werden. Bij de takken van de “Verzekeringsmaatschappij van China” kwamen voor 4,9 miljard yuan aan diverse onregelmatigheden aan het licht.  Nadat reeds 3 ITIC’s werden gesloten, doekte premier Zhu Rongji de investeringsarm van de provincie Guangdong op in oktober ’98. Dit betrof China’s tweede grootste maatschappij die kredieten uit het buitenland aantrok. Hoewel de ITIC’s geen bank- noch effectentransacties mogen uitvoeren, doen ze het toch. De Guangdong -ITIC heeft te veel buitenlands geld ontleend in Hongkong en moet daar nu de gevolgen van dragen.  De lokale “trusts” in de provincie Guangdong van Zhuhai , Zhanjiang , and  Foshan zullen  samengevoegd worden met lokale coöperatieve banken tot filialen van de commerciële banken.  Globaal zouden de ITIC’s met hun 540 miljard activa voor 8 miljard schulden hebben. Het aantal ITIC’s dat reeds van meer dan 1000 in 1992  daalde tot 239,  zou niet verder verminderd. Ze zullen wel gereorganiseerd en dit jaar zou ook de “Trust”-wet die sinds 1993 in de maak is worden afgerond.
De wet ziet voor hen een rol op lange en middellange termijn weggelegd als investeringsbanken maar de voogdij zal vooral toekijken op hun transacties in het buitenland. Ze zullen geen bankhandelingen meer mogen verrichten.
Verder vindt de Chinese overheid dat de markt voor investeringsfondsen moet uitgebreid en gestandaardiseerd worden. Gehoopt wordt dat de institutionele beleggers vooral de staatsondernemingen helpen en bijstaan wanneer deze zich omvormen tot aandelenvennootschappen of een beursgang voorbereiden. Bij het omvormen van schulden naar activa valt de expertise van deze investeringsbanken te gebruiken vooral als er reorganisaties, fusies of overnames bij komen kijken.  Er zijn momenteel 80 van deze investeringsfondsen met een totaal geldvolume van 10 miljard yuan. 25 ervan zijn beursgenoteerd. Verwacht wordt dat deze intermediaire niet-financiële instellingen een brug kunnen vormen tussen de individuele belegger en de vennootschappen want in de toekomst zal meer en meer een beroep worden gedaan op rechtstreekse financiering vergeleken met de indirecte via de banken die duurder is.  Ook is voor de investeringsfondsen reeds een voorlopige wettelijke regeling van kracht. Levensverzekeringen en pensioenfondsen zullen gelden op de markt pogen te verwerven voor de lange termijn terwijl kredieten op korte termijn verschaft zullen worden door beleggingsfondsen.

Beurs
De beurshandel is een laatste sector in de kapitaalmarkt die eveneens aan stroomlijning toe is. Eind juni 1998 hadden de 2 Chinese beurzen een totale beurskapitalisatie  ter waarde van 2.141 miljard yuan. Er waren 811 vennootschappen genoteerd en 37 miljoen geregistreerde investeerders deden mee. Volgens premier Zhu Rongji is “De beurs als een kapitaalmarkt een belangrijk onderdeel van de socialistische markteconomie. Het promoot de hervorming van de ondernemingen en verschaft fondsen tegen een lage kost en lange levensduur wat de economische stabiliteit vergemakkelijkt”. Er zijn A-aandelen die enkel voor bewoners van de Volksrepubliek toegankelijk zijn en B-aandelen die ook door buitenlandse investeerders kunnen aangekocht worden . De aandelen van de staatsondernemingen mogen enkel door privé-personen aangekocht worden .  Eind 1997 betroffen 76 pct van de beursgenoteerde bedrijven staatsondernemingen, 13 pct waren collectieve ondernemingen, 10 pct vennootschappen en 1,3 pct  werd gecontroleerd door buitenlands kapitaal. De beursgenoteerde bedrijven hebben totnogtoe binnen en buiten China 283 miljard yuan  aan kapitaal aangetrokken. De beurs van Shanghai rapporteerde vorig jaar een omzet van 3.400 miljard yuan waarvan 1.240 miljard voor aandelenhandel, 2.120 miljard aan handel in staatsleningen en 60 miljard aan fondsenhandel. Van de 1220 grote staatsondernemingen zijn er 40 pct op de beurs genoteerd en van alle beursgenoteerde bedrijven werken er maar 5 pct met verlies. Toch is de kwaliteit nog niet zoals het hoort. Uit een analyse uit 1996 bleek dat maar de helft van de genoteerde bedrijven een puntenscore van 60 pct haalde. Toch helpt de beursgang het meer efficiënt maken van de staatsondernemingen omdat deze aan een reeks administratieve voorwaarden (bv. zich onderwerpen aan audits, publiceren van jaarverslagen en doorzichtigheid) moeten voldoen om te mogen beroep doen op de kapitaalmarkt. De beursgenoteerde bedrijven situeren zich voornamelijk in de energie, transport, grondstoffen en high-tech sectoren. De beurs van Shenzhen ontpopt zich als de beurs voor kleine innoverende hightech-bedrijven terwijl de traditionele sectoren in Shanghai genoteerd staan. Beide beurzen zijn via computers met 27 regionale verhandelscentra verbonden door een netwerk waar 20 miljoen investeerders toegang toe hebben. Toch is de omloopsnelheid (verhouding omzet op beurskapitalisatie) niet in  verhouding met de Westerse beurzen: hier is de omloopsnelheid 30 à 60 pct per jaar, terwijl dit in China 1000 pct kan bedragen en 30 pct per dag.
Na 6 jaar overleg werd eind vorig jaar de effecten- of beurswet door het Volkskongres goedgekeurd. Dat het zo lang geduurd heeft wordt vooral toegeschreven aan het getouwtrek tussen nationaal en lokaal wie de lucratieve praktijken zou controleren. In de toekomst blijft de A-aandelenhandel voorbehouden voor bewoners van de Volksrepubliek. Alleen effectenvennootschappen met een geregistreerd kapitaal van 500 miljoen yuan mogen aandelenuitgiften onderschrijven. Een makelaarskantoor moet een minimumkapitaal van 50 miljoen yuan hebben. De nieuwe wet verhindert het manipuleren van fondsen doordat staatsondernemingen verboden wordt beursaandelen te verhandelen en ook doordat bankfondsen de toegang tot de beursmarkt ontzegd wordt. Effecten verhandelen met staatsfondsen of  geld- van de openbare sector  is uit den boze. In de boekhouding van de financiële instellingen legt de nieuwe wet een duidelijke scheiding op tussen effectenhandel en andere financiële verrichtingen. Op handel met voorkennis staan bijvoorbeeld strenge straffen. Tevens wordt gepoogd allerlei onregelmatigheden te verhinderen doordat de toezichthoudende “Effecten Regulerings-Commissie” met zijn 300 ambtenaren de sector gaat reguleren en controleren. Zij is het die beslist over het al of niet  noteren van de bedrijven. Voor het maken van de wet waren de twee beurzen die totdantoe onder de lokale stadsadministratie vielen, reeds onder de controle van de nationale Reguleringscommissie geplaatst. Ze zal er moeten op toezien dat institutionele beleggers de markt niet manipuleren. Dezelfde commissie heeft reeds beslist dat het aantal “Futures exchanges” of beurzen voor afgeleide producten, verder af te slanken. 8 van de 14 overblijvende beurzen (men komt van 60) zullen worden gereorganiseerd tot effectenkantoren. Het aantal verhandelde producten (dat reeds daalde van 50) zal verder gereduceerd van 35 tot 12.  De beurssector is nog niet rijp en kent nog vele onregelmatigheden die hopelijk kunnen weggewerkt worden via de nieuwe regelgeving. Hoewel ongetwijfeld nog schandalen en puberteitsverschijnselen zullen optreden, lijkt het er trouwens meer en meer op dat China zijn weg naar het marktconform maken van het financieel systeem aan het vinden is. Toch wordt voor het afronden van de financiële hervormingen op eind 2000 gemikt. Voorzitter Dai Xianglong van de Nationale Volksbank wil dat tegen deze datum een waarschuwingssysteem in werking treedt tegen financiële risico’s en dat supervisie van de banken de dubieuze leningen kan snoeien en voorkomen zodat de financiële orde en zekerheid gevrijwaard blijft.

Selecte bibliografie
Theoretical Discussion on China’s Capital Market , FBIS, 11 Apr 1996, Caimao Jingji
Capital Structure, Direction of Cash Flow Discussed , FBIS,18 Mei 1996, Jingjixue DongtaiI
Capital Market as Success Story ,FBIS, 15 Jul 1996 Jingji Cankao Bao
Further Rural Financial Reform To Support Agriculture ,FBIS-, 17 Jul 1997,Zhongguo Nongcun Jinrong
Bond Market Rapidly Developed, FBIS, 24 Nov 1997, Ching‑Chi Tao‑Pao
Develop Capital Markets To Promote Enterprise Reform , FBIS, 7 Nov 1997,Liaowang
SOEs To Use Capital Market for Funds, 27 Apr 1998, Guoji Maoyi
Financial system to undergo five major changes, China Daily , 28/02/98
Asian Financial Crisis: Impact, Lessons, Countermeasures, FBIS, 7 Mei 1998, Gaige
PRC Central Bank Governor Interviewed , FBIS, 9 Nov 1998, Ta Kung Pao
Stock System, Choice for Commercial Banks,  FBIS,  7 Aug 1998, Caimao Jingji
Wen Jiabao Views Central Bank Reform , FBIS, 17 Nov 1998, Xinhua
Zhu Rongji Reports on Financial Work, FBIS,15 Jan 1998, Ching Pao
Commentary on State Banks” Credit Strategy ,FBIS, 20 Apr 1998, Caijing Wenti Yanjiu
Expert on Perfecting Capital Market,FBIS, 26 Dec 1998, Zhongguo Zhengquan Bao
Official on State Council Plan to Rectify Trust Business, FBIS 4 Nov 1998, Ming Pao
Spokesman on Regulating Stock Market, FBIS 16 Dec 1996, Xinhua
Opening Up Capital Market Internally to Ease Capital Shortage , FBIS 1 Mar 1997, Gaike
Expert on Securities Market Development , FBIS 29 Mar 1997, Jinrong Shibao
Listed Companies”1997 Performance Analyzed, FBIS 13 Jul 1998, Jingji Cankao Bao
‘Special’ Report Views Securities Markets, FBIS 1 Oct 1998, CNS
PRC Securities Law, FBIS‑6 Jan 1999, Xinhua
China to enhance financial supervision, China Daily, 6/01/99
Reforming China’s Financial System, Gao Shangquan & Chi Fulin, Beijing, 1996
The Chinese Securities Market, Gao Shangquan & Chi Fulin, Beijing, 1996

Jan Jonckheere      China Vandaag  1/04/1999

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar