Gisteren daagden 350 belangstellenden op voor een panelgesprek ‘China Decoded’ in het Gentse Wintercircus. VRT-journalist en organisator Tom Van de Weghe ging in gesprek over China en Europa met professor Dorien Emmers van de Universiteit Leuven en Stanford, Jun Jiang van consultancybedrijf Chinaconnect, en sinoloog, technologie-expert, auteur en conferencier Pascal Coppens, samen met het publiek. Wat er verteld werd stond regelmatig haaks op de trend van de mainstream media. Het publiek toonde zich ook positiever tegenover China dan men op basis van die media kon verwachten.


‘We have outsourced our survival’
Tom Van de Weghe, die net het boek ‘Terug naar China‘ schreef, ging in op de fenomenale vooruitgang en de verbetering van de levensomstandigheden sinds de periode dat hij er twintig jaar geleden VRT-correspondent was.
Hij benadrukte de centrale rol die president Xi speelde. Die bleek niet de hervormer voor democratie naar westers model zoals sommigen – ook Van de Weghe? – hoopten. Hij voerde ambitieuze plannen door voor technologische vooruitgang (Made in China 2025) en ‘dual circulation’ (een mix van economische openheid met een sterke interne markt).
Het Belt and Road Initiative vormt het sluitstuk, bedoeld om een wereldwijde nieuwe orde op te bouwen, los van ‘onze op regels gebaseerde orde’. China werkt bijvoorbeeld samen met Afrika zonder voorwaarden op te leggen; binnen maximum vijf jaar verliest Europa Afrika indien het niet reageert.
Van de Weghe maakt zich zorgen over Europa, dat niet meer zonder Chinese producten kan. De Chinese ‘win-win slogan’ betekent voor Europa in de praktijk minder banen, minder fabrieken en Chinese controle over onze data.
De vraag is allang niet meer of China naar Europa komt; het is hier al, en steeds nadrukkelijker. Voorbeelden zijn de haven van Piraeus, de dominantie in de zonnepanelenmarkt, het succes van Tiktok, de Chinese autofabriek in Hongarije…. Conclusie: ‘We have outsourced our survival’.
Hoe moet Europa reageren? ‘E’uropa moet de controle terugwinnen’. Het moet stoppen met het maken van regels en in plaats daarvan actie ondernemen voor de lange termijn. Van de Weghe ziet drie mogelijkheden: zich overgeven en gewillige consumenten van Chinese producten worden, weerstand bieden door protectionistische muren op te trekken, of zich aanpassen. Dat laatste omschrijft hij als ‘radicale reciprociteit’ en draagt zijn voorkeur. Maar wat bedoelt hij met deze term?

De Chinese droom voor 2049
Professor Dorien Emmers trok een interessante historische parallel. Aan het einde van de 18de eeuw werd de Britse gezant die kwam pleiten voor handelsbetrekkingen tussen het VK en China vernederd door keizer Qianlong die vond dat China van een ‘verre vazalstaat’ zoals het VK niets te leren had. Vijftig jaar later begon het technologisch superieure en beter gewapende VK aan de verovering van China.
Beleven we vandaag niet hetzelfde in omgekeerde richting? Een Europa dat de vooruitgang van China niet ziet noch begrijpt?
Om die vooruitgang te illustreren toonde Emmers onder andere een filmpje dat van jaar tot jaar aanduidt welke landen van de wereld meer handel met de VS drijven en welke meer met China. In de 25 jaar sinds de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie zie je de wereld – en vooral het globale Zuiden – quasi integraal van blauw in rood veranderen.
Sommigen in het Westen troosten zich met de telkens terugkerende voorspelling dat het Chinese mirakel op instorten staat. Dat zou al onze problemen oplossen en we zouden ‘kunnen voortdoen zoals we altijd al deden’.
Emmers wijst erop dat de Chinese vooruitgang weliswaar trager is dan tien jaar geleden, maar met cijfers rond 5% en de volgende jaren waarschijnlijk 4-5% nog altijd op een niveau ligt waarvan wij alleen maar kunnen dromen.
Dat betekent niet dat er geen problemen zijn. Emmers wijst op de voortdurende handelsoverschotten en de lage verhouding tussen privéconsumptie en investeringen, zeker in vergelijking met ontwikkelde landen. Het nieuwe vijfjarenplan moet dit aanpakken door de privéconsumptie aan te zwengelen. Dat is echter niet evident, want de inkomensongelijkheid in China blijft relatief hoog, vooral door het verschil tussen stad en platteland (mijn commentaar).
Als laatste punt stelt Emmers de vraag: Wat wil China? De Chinese droom voor 2049 (de honderdste verjaardag van de Volksrepubliek) is vooral gericht op interne welvaart en een eigen Chinese vorm van democratie. Voor de wereld buiten China rekent het vooral op vrede en stabiliteit, voordelige factoren voor de ontwikkeling van China zelf. Ik maak me de bedenking dat de parallel met de opkomst van de Britse hegemonie in de 19de eeuw hier zeker niet langer opgaat.

Door de ogen van een Chinese
Jun Jiang kwam in 1988 via haar huwelijk met een Belg naar Europa en adviseert nu met haar bedrijf Chinaconnect bedrijven die zaken willen doen tussen China en Europa. Deels aan de hand van haar eigen levensloop bracht ze een levendige Chinese visie op China en Europa.
Komen onder meer aan bod: de sensationele verbetering van het leven in China; de huidige defensie-inspanningen – uitgestald tijdens de parade in Beijing in september – omdat China nooit meer de ‘eeuw van vernedering’ wil meemaken; het verschil in efficiëntie van de Chinese en de Belgische (of Brusselse) regeringen; de overbevolking en de behoefte aan veiligheid waardoor in China strengere regels en meer controle nodig zijn; de meritocratie in plaats van verkiezingen; de enorme concurrentie die iedereen dwingt het beste te geven, ook politici, en die er soms toe leidt dat overheden uit voorzorg overdreven strenge maatregelen nemen.
Jun Jiang stelt dat China wereldwijd ‘common prosperity’ als doel heeft en stelt de open vraag of Europa nog kan heropleven zonder samenwerking met China?

Het volgende Chinese mirakel
Pascal Coppens heeft eveneens een nieuw boek uit: ‘China, the Next Miracle‘. Hij vraagt zich af waarom China de fabriek van de wereld is en niet India, Indonesië of Brazilië.
Europa heeft China systematisch onderschat. De versnelde industrialisatie aan het eind van vorige eeuw en het begin van deze eeuw, georganiseerd door een sterk beleid, werd in onze media afgedaan als ‘autocratie’. Het ontwikkelen van een eigen digitale biotoop wordt weggezet als ‘digitale censuur’, terwijl Europa intussen volledig van de Amerikaanse digitale bedrijven afhangt. Vandaag werkt China aan een volgend mirakel: een technologische sprong voorwaarts onder het label New Qualitative Productive Forces (AI, quantumtoepassingen, biotech, nieuwe energie, robotten enz.). Onze media hebben het nu over ‘ongeoorloofde subsidies’ in plaats van goed beheer te erkennen.
Het is hoog tijd dat Europa leert van China. Chinezen zijn doeners en probleemoplossers. Technologische vooruitgang verloopt er stap voor stap van laagtechnologische kwantiteit naar hoogwaardige kwaliteit. In Europa komen projecten pas uit de startblokken nadat de kwaliteit en het rendement bewezen is.
Maar terwijl de VS Europa aan het koloniseren zijn bouwt Europa aan ‘beschermende muren’ tegen China in plaats van zelf te innoveren. Zo wordt toerisme al snel de belangrijkste industrie van Europa.
Het publiek denkt anders dan de mainstream media
Het publiek kreeg dan een aantal vragen voorgeschoteld waar het met de smartphone kon op antwoorden.
‘De demografische achteruitgang zal de ontwikkeling van China fnuiken’.
Meer dan 80% van het publiek en alle sprekers waren het hiermee oneens.
Robotisering en hogere efficiëntie moeten de daling van de arbeidskrachten opvangen. De zorg voor de ouderen wordt vergemakkelijkt door de sterke traditie waarbij kinderen voor hun ouders moeten zorgen.
‘Bij een militaire hereniging met Taiwan zal het Westen niet ingrijpen.’
Meer dan 60% van het publiek was het hiermee eens. De sprekers reageerden echter divers.
Dorien Emmers denkt dat de kans groot is dat alles bij het oude blijft en vindt Taiwan hoe dan ook niet belangrijk voor Europa.
Jun Jiang verwacht een vrij snelle vreedzame hereniging, eventueel via een Chinese deal met Trump.
Pascal Coppens ziet een ernstige kans op een gewapend conflict met zeer zware gevolgen voor de wereldeconomie (transport, chips,…), waardoor Europa erbij betrokken zou geraken.
Tom Van de Weghe speelde advocaat van de duivel: Veel jonge Taiwanezen zien zichzelf niet meer als Chinezen en zullen weerstand bieden tegen hereniging. Jun Jian reageerde dat de tijd inderdaad in het voordeel van de separatisten kan werken en dat China daarom alles zal doen om de hereniging te versnellen.
‘Het is naïef te denken dat privédata beter beschermd zijn bij ons dan in China?’
Meer dan 60% van het publiek is het hier mee eens.
Coppens vertelt dat er een Chinees equivalent van GDPR bestaat en dat het in China voor de grote bedrijven strenger wordt toegepast dan in Europa. Chinese jongeren hechten veel waarde aan de privacy van hun gegevens. Wel heeft de Chinese overheid officieel makkelijker toegang tot data dan onze overheid.
Van de Weghe vraagt zich af of China vandaag al niet onze data kan misbruiken, bijvoorbeeld in het geval van een conflict rond Taiwan. Emmers reageert hierop dat het probleem vandaag eerder de toegang van de Amerikaanse overheid tot onze data is. Overigens gebeurt het gebruik van big data overwegend met positieve doelstellingen.
‘China zal ons overtreffen in innovatieve technologieën.’
In het publiek denkt 87% dat dit klopt.
Van de Weghe stelt de vraag of Europa nog kan vechten om dat te veranderen. Coppens merkt op dat Europa wel de Amerikaanse technologische dominantie aanvaardt op veel domeinen. Europa kan enkel vooruitgaan door te focussen op de deeldomeinen waarin het uitblinkt. Jun Jiang roept op om met China een win-win samenwerking te onderhandelen. Een nulsomredenering klopt niet. Dorien Emmers stelt dat Europa meer aantrekkelijk moet worden voor buitenlandse onderzoekers, zeker nu die massaal de VS verlaten. Europa moet zich richten op speerpunten zoals groene energie (die trouwens cruciaal zal zijn voor de verdere AI-ontwikkeling.)
‘Een Europese Unie die een protectionistische politiek voert en werkt aan ontkoppeling zal in 2035 irrelevant zijn’.
85% van het publiek en ook alle sprekers zijn het hier mee ens. Pascal Coppens vindt dat we ons niet moeten beschermen tegen China, maar tegen onze onwetendheid over hoe de wereld evolueert.
Dreiging of opportuniteit
Er kwamen ook nog vragen en opmerkingen uit het publiek.
In verband met ‘reciprociteit’ meende een aanwezige dat Europa open staat voor Chinezen, maar dat westerse academici in China niet welkom zouden zijn.
Dit werd met klem ontkend door Dorien Emmers en Jun Jiang. China doet grote inspanningen om buitenlandse studenten en vorsers aan te trekken, doch dit wordt vanuit het Westen eerder afgeremd. Pascal Coppens voegde eraan toe dat de plaats van westerse jongeren in China nu meer en meer door jongeren uit het globale Zuiden ingenomen wordt. Hij riep onze jongeren op hun kans te grijpen.
Tom Van de Weghe merkte nog op dat het buitenlandse ondernemingen steeds moeilijker gemaakt wordt in China, maar zowel Jun Jiang als Pascal Coppens spraken dit tegen.
De bijeenkomst besloot met de vraag: ‘China dreiging of opportuniteit?’ Alle sprekers antwoordden in meer of mindere mate ‘beide’, maar of ze daarmee hetzelfde bedoelden was twijfelachtig.
Bron: eigen verslaggeving.
