Ng Sauw Tjhoi (OPINIE)*
De Munich Security Conference 2026 vond plaats van 13 tot en met 15 februari 2026 in München. Belangrijke sprekers waren Maco Rubio en Wang Yi, ministers van Buitenlandse Zaken, respectievelijk van de VS en van China. Rubio keek achterom. Wang keek vooruit. En Europa? Dat keek vooral toe. De opinie van Ng Sauw Tjhoi, na het bericht over München dat eerder op ChinaSquare verscheen.

De Munich Security Conference 2026 vond plaats van 13 tot en met 15 februari 2026 in München. Het forum bestaat sinds 1963 en geldt als het grootste onafhankelijke forum ter wereld voor debat over internationale veiligheid en geopolitiek. Elk jaar brengt de conferentie een opmerkelijke mix samen van politieke leiders, defensiespecialisten, diplomaten, academici en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Ook ditmaal werd ze druk bijgewoond: 65 staatshoofden en regeringsleiders, ruim 65 ministers van Buitenlandse Zaken en ongeveer 40 defensieministers, naast vertegenwoordigers van internationale organisaties zoals de EU en de NAVO. De conferentie bevestigde opnieuw haar rol als dé plek waar mondiale machtsverschuivingen, veiligheidsrisico’s en mogelijke oplossingen openlijk en rechtstreeks met elkaar worden besproken.
VS en China, verschillende geopolitieke visies. En Europa?
Het was uitkijken naar twee stemmen die elk een antwoord probeerden te formuleren op dezelfde kantelende wereld. Het verschil van mening zat niet zo in de probleemstelling, maar in de richting waarin de heren keken. VS-Buitenlandminister Marco Rubio keek achterom, naar wat verloren is gegaan. Wang Yi, zijn Chinese collega, keek vooruit, naar wat zich zo goed als organisch ontwikkelt. En Europa? Dat keek vooral toe.
Rubio begon zijn toespraak met een historische terugblik en een duidelijke breuklijn. “Wij geloofden dat handel op zichzelf landen zou veranderen,” zei hij. “Wij dachten dat een zogenoemde op regels gebaseerde wereldorde nationale belangen zou vervangen.” Dat geloof noemde hij later zeer scherp “een naïeve gedachte die zowel de menselijke natuur als vijfduizend jaar geschiedenis negeerde.” In 2023 verklaarde Rubio: “Het idee (van de democraten) was: ze zullen Big Macs eten en Coca-Cola drinken, en als het ware democratie consumeren, waarna het systeem hen van binnenuit zou transformeren. Men stelde dus dat kapitalisme China zou veranderen. Nu, 23 jaar later, staan we hier met de vaststelling dat kapitalisme China niet heeft veranderd — China heeft het kapitalisme veranderd”. Zijn kritiek op voorbije VS-administraties stond bol van frustratie. “We hebben miljoenen banen van arbeiders en middenklassers naar het buitenland verplaatst,” stelde hij, “en de controle over kritieke toeleveringsketens uit handen gegeven.” Ook al ondersteunen cijfers dat gevoel van verlies: in de Verenigde Staten daalde het aandeel van de maakindustrie in de werkgelegenheid van ruim 22 procent in 1980 naar minder dan 9 procent vandaag, Rubio vergeet uiteraard de mega-winsten te vermelden waarmee VS-multinationals en andere doorgroeiden tot monopolies of topondernemingen.
Rubio’s conclusie is helder: globalisering was geen logische economische ontwikkeling, het was een verkeerde politieke keuze. Zijn antwoord is even duidelijk: terug naar de natiestaat, terug naar industriële grootsheid, terug naar waterdichte grenzen. “Soldaten vechten niet voor abstracties,” zei hij. “ze vechten voor een volk, een natie, een manier van leven.” Internationale instellingen kunnen nuttig zijn, maar mogen nooit daar boven gaan. “In een ideale wereld zouden diplomatie en internationale regels alle problemen oplossen,” voegde hij eraan toe. “Maar die wereld bestaat niet.”
Wang Yi beschreef dezelfde feiten, maar draaide de analyse om. “De problemen van het huidige internationale systeem komen niet voort uit de Verenigde Naties zelf,” zei hij, “maar uit bepaalde landen die streven naar dominantie, zich boven anderen plaatsen en confrontatie aanwakkeren.” Zijn kritiek was hard en expliciet. “Iedereen heeft de verantwoordelijkheid het internationale systeem te versterken,” en ging scherp verder “maar niemand heeft het recht het te ondermijnen of te ontmantelen.” Dat is geen theoretische discussie. Volgens Wang Yi leidt selectieve toepassing van regels rechtstreeks tot wantrouwen, blokvorming en escalatie. “Zonder de Verenigde Naties,” waarschuwde hij, “zou de wereld kunnen terugvallen in het recht van de sterkste.”
Wat met gewapende conflicten en vervuiling?
De naakte cijfers geven hem gelijk. Vandaag zijn meer dan zestig gewapende conflicten actief wereldwijd – het hoogste aantal sinds de Tweede Wereldoorlog. Volgens VN-gegevens leven ruim 420 miljoen mensen in extreme armoede in conflictlanden. Het economische verlies door geweld bedraagt volgens het Institute for Economics and Peace meer dan 13 procent van het mondiale bbp. Cynisch genoeg is de CO2-uitstoot van oorlogen bij de zwaarste vervuiling. Dit is geen wereld die door militaire afschrikking kan worden gestabiliseerd.
Toch is dat precies waar Rubio impliciet op inzet. De militaire realiteit onderstreept zijn blokdenken: volgens SIPRI gaven de Verenigde Staten in het meest recente jaar circa 860 miljard dollar uit aan defensie. Trump maakt plannen om dat op te trekken tot zo’n 1.500 miljard dollar. China besteedt ongeveer 230 miljard dollar en zal op de Twee Sessies het 15de Vijjarenplan goedkeuren waarin een lichte verhoging staat ingeschreven. Rusland heeft een defensiebudget van circa 85 miljard en alle Europese NAVO-landen samen rond de 380 miljard dollar, weliswaar versnipperd over 27 staten, met parallelle wapensystemen, inefficiënte aanbestedingen en beperkte strategische samenhang.
China: ‘veiligheid door mondiaal veiligheidsbestuur’
Wang Yi benadert veiligheid fundamenteel anders. “De sleutel tot beter mondiaal veiligheidsbestuur ligt in samenwerking tussen alle landen,” zei hij. “Veiligheid is geen zero-sum-game.” Een kernzin in zijn betoog was veelzeggend: “Verschillen moeten worden opgelost via bemiddeling en conflicten via dialoog.” Over Oekraïne benadrukte hij dat “de deur naar dialoog open moet blijven”. Over Gaza stelde hij dat “humanitaire hulp, wederopbouw en de tweestatenoplossing de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap blijven.”
Diversiteit en gelijkwaardigheid versus strijd tussen beschavingen
Rubio lijstte expliciet de tekortkomingen op van de internationale instellingen. De VN hebben volgens hem “potentieel, maar hebben in conflicten zoals Gaza en Oekraïne niet altijd effectief gehandeld.” Dat klopt – maar Wang Yi stelt een ongemakkelijke tegenvraag: wat is het alternatief? “Op het VN-platform,” zei hij, “heeft elk land, groot of klein, een stem, met zowel rechten als verantwoordelijkheden.” Voor de meerderheid van de wereldbevolking – met name in Afrika, Azië en Latijns-Amerika – is dat geen detail, maar het verschil tussen participatie en marginalisering.
Het diepste verschil tussen beide toespraken zit vooral in hun visie op de wereldorde. Rubio sprak herhaaldelijk over beschaving. “Wij maken deel uit van één westerse beschaving,” zei hij, verbonden door cultuur, geloof en geschiedenis. Dat is een exclusief wereldbeeld, gebaseerd op afbakening en loyaliteit. Het mag hierbij toch gezegd dat Rubio spreekt over 12% van de wereldbevolking.
Wang Yi sprak duidelijk een andere taal. “De wereld is divers,” zei hij. “Harmonie kan bestaan zonder uniformiteit.” Hij sprak niet over beschavingsstrijd, maar over gelijkwaardigheid. “Mondiale regels moeten gezamenlijk worden opgesteld,” stelde hij, “en de toekomst van de wereld moet gezamenlijk worden vormgegeven.” Dat sluit aan bij de feitelijke machtsverschuivingen: landen buiten het Westen vertegenwoordigen vandaag meer dan 88 procent van de wereldbevolking en het grootste deel van de mondiale economische groei. De BRICS-landen alleen al vertegenwoordigen ongeveer 36 procent van het mondiale bbp en bijna de helft van de wereldbevolking.
De oorverdovende stilte van Europa
En Europa? Dat bleef opvallend stil. In Rubio’s verhaal is Europa een onderdeel van het Westen dat zich moet herbewapenen en herpakken onder VS-leiderschap. In Wang Yi’s verhaal is Europa “een onafhankelijke pool in een multipolaire wereld” en “een partner, geen rivaal.” Maar die rol vult Europa nauwelijks in. Het spreekt over strategische autonomie, maar leunt militair op de VS. Het verdedigt multilateralisme, maar past het selectief toe. Het predikt regels, maar beschikt niet over de macht of de eenheid om ze af te dwingen. Dat maakt Europa zwak in beide wereldbeelden. Voor Rubio is Europa een juniorpartner. Voor Wang Yi is Europa een onbenutte mogelijkheid. Zolang Europa geen eigen strategische visie ontwikkelt – economisch, militair én diplomatiek – is het geen pool, maar een speelveld.
Aan het einde van zijn toespraak vatte Wang Yi zijn visie samen in één zin die blijft hangen: “Samenwerking is geen keuze. Het is een onvermijdelijke beslissing als we de geschiedenis in de juiste richting willen sturen.”
Multilateralisme versus militarisme
Aan het eind van zijn toespraak ging Marco Rubio expliciet in op wat hij zag als de rol van de Verenigde Staten en Europa in de wereld — niet als neutrale partners, maar als een gedeelde “beschavingshemisfeer” die volgens hem moet worden bewaakt en versterkt. Rubio herhaalde dat de relatie tussen de VS en Europa geen bijzaak is, maar een gedeeld project: “De Verenigde Staten en Europa horen samen,” zei hij — een zin die hij meerdere keren uitsprak om zijn hoop op vernieuwing van de trans-Atlantische alliantie te onderstrepen. Hij verwees daarbij naar historische banden en culturele gemeenschappelijkheid, en verklaarde dat dit geen abstracte romantiek is maar een strategische noodzaak: “Wij willen geen zwakke bondgenoten. We willen een Europa dat sterk, weerbaar en vrij is.” Dit was duidelijk bedoeld als aansporing tot herbewapening en herindustrialisering van het westen, gedreven door nationale soevereiniteit en culturele identiteit.
In het slotdeel haalde Rubio eerdere Amerikaanse acties aan tegen wat hij zag als bedreigingen in de bredere hemisfeer — van Iran tot Venezuela — en plaatste dat expliciet in het kader van VS-verantwoordelijkheid en leiderschap: de VS “hebben beslissend opgetreden” in conflicten zoals Gaza, Oekraïne, Iran en zelfs de narcoterroristische dreiging vanuit Venezuela, en dat de klus niet geklaard was door multilaterale instellingen maar door de daadkracht van de VS.
Het einde van Wang Yi’s speech had een wel heel andere inhoud en toon. In scherpe tegenstelling tot Rubio’s slotwoorden legt Wang Yi juist de nadruk op multilateralisme, respect voor soevereiniteit en dialoog als kern van de wereldorde. Hij doet appèl aan de wereld niet terug te vallen op “het recht van de sterkste”, maar juist moet kiezen voor een hervorming van het internationaal bestuur: “Iedereen heeft de verantwoordelijkheid het internationale systeem te versterken”.
Wang Yi noemde specifiek het Global Governance Initiative dat China voorstaat, en benadrukte dat internationale samenwerking geen optie maar een noodzaak is in een tijd van turbulentie. Hij omschreef die noodzaak met woorden als: “Menselijkheid heeft vele beproevingen doorstaan. Samenwerking moet daarom onze onvermijdelijke keuze zijn.”
Waar Rubio conflicten aanhaalt als bewijs van ineffectiviteit van samenwerkingsstructuren, gebruikt Wang Yi ze precies als bewijs dat juist meer samenwerking nodig is. Daarbij vernoemde hij expliciet Gaza, Oekraïne en ook de relatie met Iran wat betreft diplomatie en dialoog — “De deur naar dialoog moet open blijven”.
In het slot van zijn toespraak herhaalde Wang Yi de kerngedachte dat vooruitgang niet uit confrontatie maar uit gedeelde inspanning voortkomt: “Mondiale regels moeten gezamenlijk worden opgesteld, en de toekomst van de wereld moet gezamenlijk worden vormgegeven.” Daarmee contrasteert hij expliciet met Rubio’s nadruk op machtsherstel en militaire opbouw.
De wereldorde is een complex, integraal systeem waar hegemonische dominantie geen oplossing is, maar juist deel van het probleem, en dus is “niet één natie maar de gemeenschap van staten samen het kompas voor de toekomst”.
Ng Sauw Tjhoi, 15 februari 2026, journalist
*Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.
