De Panchen Lama heeft verklaard dat de erkenning van reïncarnaties moet gebeuren binnen de geldende Chinese regelgeving. De Dalai lama had op zijn 80 verjaardag verklaard dat enkel zijn kantoor bevoegd zou zijn te beslissen over zijn reïncarnatie.

De 35 jarige Panchen Lama Gyaincain Norbu is de op één na hoogste figuur in het Tibetaans boeddhisme. Hij is lid van het hoogste politieke adviesorgaan van China en vicevoorzitter van de officiële Boeddhistische Vereniging van China. Tijdens een officieel symposium in Shigatse verklaarde hij vorige week dat gereïncarneerde ‘levende boeddha’s’ binnen China moeten worden geïdentificeerd en goedgekeurd door de centrale regering. Dit moet gebeuren ‘zonder enige inmenging of controle van organisaties of personen buiten het land’, voegde hij eraan toe. Traditioneel speelt de Panchen Lama een cruciale rol bij de erkenning van de volgende Dalai Lama en omgekeerd speelt de Dalai Lama een belangrijke rol bij de erkenning van de volgende Panchen Lama.
Vlak voor zijn 90e verjaardag in juli zei de Dalai Lama dat enkel zijn kantoor de bevoegdheid zou hebben om over zijn reïncarnatie te beslissen, nadat hij eerder had gesuggereerd dat zijn opvolger buiten China zou worden gevonden. Beijing heeft dergelijke uitspraken herhaaldelijk bekritiseerd en benadrukt dat alle reïncarnaties van hoge Tibetaanse boeddhistische monniken zijn goedkeuring vereisen en binnen China moeten worden gezocht.
In 1995 ontstond er echter onenigheid over de keuze van de elfde Panchen Lama, omdat er twee kandidaten waren: één die door Beijing werd erkend en één die door de Dalai Lama werd erkend. De huidige Panchen Lama verklaarde dat zijn erkenning door Beijing als Panchen Lama in 1995 ‘volledig in overeenstemming was met religieuze rituelen en historische conventies’ en moest worden beschouwd als ‘een succesvolle uitvoering van het religieuze beleid van de partij op het gebied van Tibetaanse boeddhistische reïncarnatie’. Hij prees ook de Chinese maatregelen van 2007 met betrekking tot de reïncarnatie van Tibetaanse boeddhistische ‘levende boeddha’s’ en verklaarde dat deze maatregelen het proces onder ‘gestandaardiseerd’ en ‘gelegaliseerd’ beheer hadden gebracht.

Volgens de Tibetaanse boeddhistische traditie worden de zielen van de Lama’s en andere ‘levende boeddha’s’ na hun overlijden gereïncarneerd in een jong kind. Deze reïncarnatie moet formeel worden erkend door middel van een reeks zoekrituelen en religieuze protocollen. Deze selectie werd tot de 18e eeuw door Tibetaanse monniken uitgevoerd toen de keizer Qianlong van de Qing-dynastie het loterijachtige ‘gouden urn’-systeem invoerde om de reïncarnatie van de Dalai Lama te bepalen. Dit proces werd overgenomen door de Volksrepubliek China en in 2007 door de partij opnieuw ingevoerd en opgenomen in officiële voorschriften, waarbij inmenging door buitenlandse personen of krachten uitdrukkelijk werd verboden.
Maandag zei de Panchen Lama dat de reïncarnatie van ‘levende boeddha’s’ alleen de ‘gezonde overdracht’ van het Tibetaanse boeddhisme kon garanderen door zich aan deze regels te houden,”. Dinsdag meldde Xizang Daily dat partijleider Wang Junzheng van de autonome regio Tibet een ontmoeting had gehad met de Panchen Lama. Volgens de krant zei Wang tegen hem dat hij ‘resoluut de nationale eenheid en etnische solidariteit moest waarborgen en een duidelijk standpunt moest innemen tegen separatisme’. In juni had de Chinese president Xi Jinping een ontmoeting met de Panchen Lama in Beijing en riep hij hem op om te blijven helpen bij het bevorderen van de ‘sinificatie van religie’.
Bron: SCMP
