Hoe de Chinese politiek werkt: door Zhang Weiwei, voormalig vertaler van Deng

‘Een indringend interview zoals je dat in de westerse wereld zelden leest. Professor Zhang Weiwei vertelt openhartig over Mao Zedong, Deng Xiaoping en de fijne details van hoe de Chinese politiek in werkelijkheid in elkaar zit.’ Global Thinkers substack

Vertaling van het artikel How Chinese Politics Works: By Deng’s Former Translator gepubliceerd op Global Thinkers substack, 24 juni 2026. Wij publiceren het in drie afleveringen.*

ZHANG WEIWEI en GITA WIRJAWAN (Opinie**)

Is de democratie de enige weg naar nationale ontwikkeling en menselijk welzijn, of is het slechts één van de vele bestuursmodellen? Hoe hebben sommige landen historische economische sprongen voorwaarts gemaakt en blijvende sociale stabiliteit tot stand gebracht zonder een westers systeem te kopiëren? De simplistische tegenstelling ‘democratie versus autocratie’ voldoet niet om onze complexe wereld te verklaren. Wordt het geen tijd om politieke modellen die we te gemakkelijk terzijde schuiven opnieuw onder de loep te nemen?

De antwoorden vinden we misschien in het unieke perspectief van professor Zhang Weiwei, directeur van het China-instituut aan de Fudan-universiteit. In het begin van zijn carrière werkte Zhang als vertaler Engels voor vooraanstaande Chinese leiders, waaronder Deng Xiaoping en Li Peng. Tijdens tientallen jaren van onderzoek naar internationale betrekkingen en vergelijkende politicologie heeft hij de hele wereld bereisd. Doorheen een voortdurende dialoog met de gangbare westerse verhalen heeft hij een systematisch kader ontwikkeld om het ‘Chinese model’ te doorgronden. Zhang stelt dat de opkomst van China aantoont dat een land een ingrijpende modernisering kan realiseren en de levensomstandigheden van zijn burgers kan verbeteren door zich te baseren op zijn eigen beschaving, met voortdurende zelfcorrectie en pragmatisch bestuur – zonder ooit een buitenlands politiek model nodig te hebben.

Professor Zhang was onlangs te gast bij Endgame, een videopodcast gepresenteerd door Gita Wirjawan, voorzitter van de Ancora Group en voormalig minister van Handel van Indonesië, om deze essentiële mondiale kwesties te bespreken vanuit het perspectief van zijn persoonlijke levensloop.

Zhang Weiwei
disclaimer Video screenshot: “Leaders Must Deliver, Meet Demands of the People” – Zhang Weiwei | Endgame #268

Het tijdperk van de hervormingen: hoe Beijing het verhaal van China herschreef (1)

Gita Wirjawan: Ik heb al heel veel over u gehoord en ik heb de eer gehad om met andere Chinese wetenschappers te spreken. Ik ben erg benieuwd naar uw visie op allerlei onderwerpen. Maar eerst zou ik u graag willen vragen hoe u bent opgegroeid in Shanghai en hoe u tot het besluit bent gekomen om naar Genève te gaan en vervolgens de wereld te verkennen.

Zhang Weiwei: Ik heb de Culturele Revolutie meegemaakt. Indertijd vond voorzitter Mao dat de Chinese jeugd haar revolutionaire ijver aan het verliezen was. Daarom besloot hij het toelatingsexamen voor de universiteit af te schaffen, dat al vele jaren werd afgenomen en diep geworteld was in de lange confucianistische traditie van examens. Na de middelbare school werd ik naar een fabriek gestuurd. Dat was op instructie van voorzitter Mao: jongeren moesten eerst naar het platteland, naar fabrieken of naar het leger gaan om zich te laten harden, hun geest en moed aan te scherpen en revolutionairder te worden.

Ik heb precies drie jaar als leerjongen in een jade-snijfabriek in Shanghai gewerkt. Toen kwam Deng Xiaoping plotseling weer aan de macht. Hij kondigde de herinvoering van de toelatingsexamens voor de universiteit aan. Ik schreef me in bij de Fudan-universiteit en werd toegelaten tot de afdeling vreemde talen, met als hoofdvakken Engelse en Amerikaanse literatuur. Zo begon ik aan mijn universitaire opleiding en werd ik later senior-tolk in China.

Ik deed het toelatingsexamen in 1977, als lid van een groep die later bekend werd als de ‘Klas van ’77’ (en in feite ook de Klas van ’78, aangezien er tijdens de tien jaar van de Culturele Revolutie geen toelatingsexamens voor de universiteit waren geweest). Toen de examens weer werden ingevoerd, was de concurrentie hevig. Afhankelijk van de provincie lag het toelatingspercentage tussen de 1% en 5%. Wij waren de gelukkigen die tot de universiteiten werden toegelaten om een formele universitaire opleiding te volgen.

Uiteindelijk hebben deze twee jaren (’77 en ’78) een cruciale rol gespeeld in de transformatie van China. Veel van de studenten van toen behoren vandaag de dag tot de hoogste leiding van China. Hoewel ik als leerjongen-jade-snijder werkte – een zeer zwaar maar ook artistiek beroep – lag mijn echte passie bij vreemde talen. Ik begon Engels, Frans en Japans te leren via radioprogramma’s. Ik ontdekte dat veel van mijn studiegenoten uit de jaargangen ’77 en ’78 ook autodidacten waren die in hun eentje heel hard hadden gestudeerd, omdat niemand verwachtte dat de examens weer zouden plaatsvinden. Deze unieke generatie werd gevormd op het platteland, in fabrieken en in het leger.

Later vertrok ik naar Genève om voor de Verenigde Naties te werken als simultaantolk. Daarnaast was het mijn hobby om academische studies te volgen, met name politieke wetenschappen en internationale betrekkingen, waarbij ik me vooral richtte op de opkomst van China. Na vijf jaar voor de hoogste leiding van China te hebben gewerkt, wilde ik een overzicht geven van wat China had gedaan – om daaruit zowel de succesvolle als de minder succesvolle ervaringen te distilleren. Uiteindelijk leidde dit tot mijn studie van het ‘Chinese model’, waarover ik in de jaren tachtig en negentig als een van de eerste wetenschappers schreef.

Tijdens mijn studie aan het Graduate Institute of International Studies in Genève heb ik ook veel gereisd. Ik droomde ervan om 100 landen te bezoeken. Tegen 2006 had ik dit ambitieuze doel bereikt: ik had 106 landen bezocht. Dit sluit aan bij een bekend Chinees gezegde: ‘Lees 10.000 boeken en reis 10.000 mijl.’ Het idee is om boekenkennis te combineren met praktische ervaring, waardoor je een authentiek totaalbeeld krijgt van maatschappelijke trends en krachten op elk continent.

Gita Wirjawan: Indrukwekkend. Vertel ons eens iets over je ervaringen met Hunne Excellenties, wijlen Li Peng, en wijlen Deng Xiaoping. Dat moet wel heel bijzonder zijn geweest. We hebben het hier over twee reusachtige persoonlijkheden die hebben bijgedragen aan het vormgeven – of hervormen – van het verhaal van China, en de reden waarom het zo belangrijk is geworden voor de mensheid over de hele wereld.

Zhang Weiwei: Deng Xiaoping was natuurlijk een buitengewone leider – een staatsman, niet zomaar een politicus. Wat het meeste indruk op me maakte, was zijn visie op de toekomst van China en de wereld. Toen ik voor hem ging werken, was hij al in de tachtig, maar hij sprak vol vertrouwen over China in de komende 20, 30, 40 en zelfs 50 jaar. In die tijd lanceerde hij het idee om de Chinese economie tegen het jaar 2000 te verviervoudigen ten opzichte van het niveau van 1980. Hij verklaarde dat China tegen het midden van de volgende eeuw een volledig ontwikkeld land zou moeten zijn. Ik herinner me dat hij met Li Peng sprak en zei: ‘Als onze economie moet verviervoudigen, wat is dan de benodigde stroomvoorziening? Je moet hieraan werken: als de economie met een dergelijk percentage groeit, hoeveel moet onze stroomcapaciteit dan toenemen?’ Dankzij deze langetermijnvisie en de uitvoering daarvan is China vandaag de dag een van de landen waar energie- en stroomvoorziening het beste verzekerd is, ondanks de crisissen in het Midden-Oosten.

Bovendien luidde de leus van Deng, die ook die van voorzitter Mao was: ‘haal de waarheid uit de feiten’. Je bestuurt een land niet op basis van dogma’s, of die nu uit het Oosten of het Westen komen. Geïnspireerd door die filosofie streefde hij naar hervormingen en koos voor het beleid van openheid.

Er is een bekend gezegde uit het confucianisme: ‘Het water kan de boot dragen, maar kan de boot ook doen kapseizen.’ De boot staat symbool voor macht en het hoogste leiderschap, terwijl het water het volk vertegenwoordigt. Een groot leider moet de vinger aan de pols van de samenleving houden, het volk begrijpen en de mensen begeleiden op weg naar hun doel: een beter leven. Dat is precies wat Deng Xiaoping in 1978 deed.

Later, als academicus, heb ik zijn theoretische argumenten bestudeerd en ben ik tot de conclusie gekomen dat Deng Xiaoping op drie cruciale momenten in de Chinese geschiedenis de strategische beslissingen heeft genomen die China voorgoed hebben veranderd. De eerste was in 1978, toen hij besloot China open te stellen en economische hervormingen door te voeren. Er waren destijds andere mogelijkheden, maar hij koos ervoor om iets geheel nieuws te omarmen. In 1978 bezocht hij Thailand, Maleisië, Singapore en Japan. Hij constateerde dat deze landen verder ontwikkeld waren. Hij had Singapore al in 1920 bezocht op doorreis naar Frankrijk, en destijds was het een zeer arm dorp. Toen hij het in 1978 opnieuw zag, was hij diep onder de indruk. Hij zei dat we van Singapore moesten leren, maar voegde eraan toe: ‘We moeten kijken of we het nog beter kunnen.’ Dit is de visie van het Chinese leiderschap: erkennen dat we achterlopen, van anderen leren en uiteindelijk ernaar streven het beter te doen. Ik deelde dit verhaal met Kishore Mahbubani, mijn goede vriend uit Singapore, en hij zei: ‘Dat is de reden waarom het Westen bang is voor China. Als je voortkomt uit een eeuwenoude beschaving die ooit aan de top van de wereld stond, is het volkomen natuurlijk om te vragen: “Kunnen we het beter?”’

ToenmaligChinees vicepremier Deng Xiaoping met Lee Kuan Yew, premier van Singapore, tijdens een officieel bezoek aan Singapore, november 1978 disclaimer via globalthinkers.substack

Gita Wirjawan: Ik heb nog een paar vervolgvragen. Als we terugkijken naar de vijfjarenplannen die begin jaren vijftig werden opgesteld, had voorzitter Mao plannen ontworpen om China de achterstand op de Verenigde Staten te laten inhalen. Maar wat u in 1978 zag, was de moed en overtuiging waarmee Deng vastbesloten was om China open te stellen. Als u terugkijkt, bent u dan verrast door hoe snel China is gegroeid?

Zhang Weiwei: Inderdaad. Terugblikkend verdeel ik het moderne China in twee periodes: de periode onder Mao en de periode sinds Deng Xiaoping. De eerste drie decennia onder Mao hebben een belangrijke basis gelegd voor de economische opmars van China. Welke fouten er ook zijn gemaakt, China heeft een zeer solide basis gelegd. De alfabetiseringscampagne was zeer succesvol, er werd een basisstelsel voor de volksgezondheid opgezet, de emancipatie van vrouwen werd voltooid en er werd een landhervorming doorgevoerd. Ik heb India vijf keer bezocht en ik heb gezien dat het probleem van India is dat het nooit een sociale revolutie heeft doorgemaakt om een dergelijke basis te leggen. In een ontwikkelingsland kunnen boeren zonder landhervorming economisch gezien hun leven niet verbeteren. Zonder de emancipatie van vrouwen kan de wijsheid van de helft van de bevolking niet worden benut.

Met het Eerste Vijfjarenplan deed China zijn uiterste best om van de Sovjet-Unie te leren. Sovjetdeskundigen zeiden dat de economische basis van China te zwak was en dat het plan te ambitieus was. Maar Mao hield vol dat we ambitieus moesten zijn en elke tak van de industrie moesten opzetten, met prioriteit voor de zware industrie. Dit was begrijpelijk, want China voerde oorlog tegen de Verenigde Staten in de Koreaanse Oorlog. Ze hadden de harde les geleerd dat je zonder zware industrie en voldoende staal op het slagveld genadeloos verslagen wordt.

Toch was China nog steeds erg arm toen Deng Xiaoping aan de macht kwam. De Wereldbank stuurde een team om het bbp van China te onderzoeken – een maatstaf die China tot dan toe niet had gebruikt. De conclusie was onmiskenbaar: het bbp per hoofd van de bevolking van China lag lager dan dat van de meeste Afrikaanse landen en zeker lager dan dat van de meeste ASEAN-landen. De vraag rees of China dit openbaar moest maken. Deng zei: ‘Natuurlijk, maak het openbaar. Als het er niet goed uitziet, geef dan gewoon toe dat het er niet goed uitziet. Maak je geen zorgen.’ Hij keek de realiteit recht in de ogen, maar bleef er tegelijkertijd van overtuigd dat China de achterstand zou kunnen inhalen.

Vanaf dat beginpunt in 1978 heeft China bereikt wat ik een leapfrog development noem, een ontwikkeling met een inhaalslag. We hebben vier industriële revoluties in één keer doorlopen. China heeft de eerste industriële revolutie (op basis van steenkool, lichte industrie) en de tweede (op basis van elektriciteit, zware industrie) gemist, de revoluties waarvan Europa en de Verenigde Staten de leiding hadden. Vanaf 1978 voltooide China echter de eerste industriële revolutie in één decennium en groeide het uit tot de grootste textielproducent en -exporteur. Tien jaar later overtrof de elektriciteitsproductie van China die van de Verenigde Staten, wat duidelijk maakte dat China de ontwikkeling van zowel de zware als de lichte industrie compleet had voltooid.

En dan de derde industriële revolutie – de internetrevolutie. Hierin heeft China niet alleen de achterstand ingehaald, maar is het zelfs een koploper geworden. Tegenwoordig zijn de twintig grootste internet- en telecommunicatiebedrijven ofwel Chinees ofwel Amerikaans.

En nu, in de vierde industriële revolutie (AI, big data, kwantumtechnologieën) bevindt China zich absoluut in de voorhoede en loopt het misschien zelfs iets voor op de Verenigde Staten. In een rapport van het Australian Strategic Policy Institute werd opgemerkt dat China op 57 van de 64 cruciale technologieën een voorsprong heeft op de Verenigde Staten. Dus ja, zelfs voor de Chinezen is het zeer indrukwekkend om te zien hoe China in enkele decennia heeft bereikt wat Europese landen twee- tot driehonderd jaar heeft gekost.

Een keerpunt: in 1977 leggen studenten het nationale toelatingsexamen voor het hoger onderwijs (Gaokao) af, waarmee het hoger onderwijs na de Culturele Revolutie weer op gang komt. disclaimer via globalthinkers.substack

Gita Wirjawan: Het is een verbazingwekkend verhaal. Wat waren volgens u enkele van de structurele risico’s die voorzitter Deng had ingecalculeerd, maar waarvan hij dacht dat het land ze wel aankon? Bijvoorbeeld de openstelling en het waagstuk om meer dan 9 miljoen mensen naar de rest van de wereld te sturen om te studeren – voornamelijk in het STEM-onderwijs van Europa, de VS en Japan – om de industrialisatie van China een enorme impuls te geven. Welke risico’s zagen de leiders in 1978 op zich afkomen?

Zhang Weiwei: Het openstellen van China voor de buitenwereld, en met name voor het Westen, was inderdaad een riskante strategie. Toen Deng eind jaren zeventig besloot dat we studenten naar het Westen moesten sturen om wetenschap en technologie te studeren, bestond er een reële bezorgdheid dat er een braindrain zou plaatsvinden. Maar Deng zei iets dat getuigde van een ongelooflijke moed en een langetermijnvisie: ‘Maak je geen zorgen. Als zelfs maar één op de tien terugkeert naar China, is ons beleid om studenten naar het buitenland te sturen een succes.’

Ik was een keer in Washington D.C., samen met Li Peng, toen hij vicepremier was. We hebben daar gedineerd met George H. W. Bush, die toen vicepresident was. Bush was eerder directeur geweest van het Amerikaanse verbindingskantoor in Beijing, en hij vroeg Deng Xiaoping hoeveel studenten China naar het buitenland zou laten gaan. Deng antwoordde: ‘er is geen limiet’. Door de Culturele Revolutie was er een groot tekort aan opgeleide deskundigen, wetenschappers en technici, en Deng wilde die achterstand zo snel mogelijk inhalen. Op de lange termijn is die brain drain omgeslagen in een brain gain. Zoals u al aangaf, keert nu zo’n 85% tot 90% van de studenten terug naar huis. Nog veel meer studenten zouden graag terug willen keren, hoewel er in China voor de oudere generatie nog praktische uitdagingen zijn op het gebied van bijvoorbeeld ziektekostenverzekering. Maar over het geheel genomen is de trend om terug te keren naar China stevig ingeburgerd.

Gita Wirjawan: Wat bracht hem ertoe om onevenredig veel meer studenten naar STEM-opleidingen te sturen? Het bleek een geniale zet te zijn voor de industrialisering van China, en dat is iets wat Zuidoost-Azië momenteel ontbeert.

Zhang Weiwei: Ik noem China een ‘beschavingsstaat’ – een samensmelting van een eeuwenoude beschaving en moderniteit. Historisch gezien pleitte Confucius voor ‘onderwijs voor iedereen, zonder onderscheid van sociale klasse’. Deze traditie bestaat al 2.500 jaar. Sinds 1949 hebben voorzitter Mao, Deng Xiaoping en alle Chinese topleiders prioriteit gegeven aan STEM-onderwijs.

Vanaf het begin van de jaren vijftig luidde de nationale leus: ‘Vooruitgang in wetenschap en technologie’. Daardoor is China misschien wel het enige land ter wereld waar de meeste middelbare scholieren nog steeds een sterke voorkeur hebben voor een STEM-opleiding. Toen Deng zich realiseerde dat de Culturele Revolutie dit onderwijs had ontwricht, wist hij dat we die achterstand moesten inhalen door studenten naar het buitenland te sturen.

Het was dus een combinatie van het historische respect dat China voor onderwijs koestert en de moderne prioriteit die aan wetenschap en technologie wordt gegeven. China heeft een lange geschiedenis. Ruim 2.500 jaar geleden pleitte Confucius voor ‘onderwijs voor iedereen zonder onderscheid’, waarbij hij stelde dat leren voor iedereen is weggelegd, ongeacht rijkdom of status. Sinds 1949 is er een nieuwe traditie ontstaan, waarbij het onderwijs sterk is verschoven naar de STEM-vakgebieden.

Gita Wirjawan: Een opvallend cultureel kenmerk van China is de drang om hard te werken. Ik vergelijk het ondernemerschap in Silicon Valley – dat zich bevindt op het snijvlak van academische excellentie en ondernemerschap – met Shenzhen. In Shenzhen vind je ondernemers die vanuit andere steden zijn gemigreerd. Als ze in Wuhan al acht uur per dag werkten, verhuizen ze naar Shenzhen en willen ze daar 12 tot 14 uur per dag werken om dingen goedkoper, beter en sneller te maken. Hoe zorg je ervoor dat een natie die mentaliteit aankweekt?

Zhang Weiwei: Wat je daar noemt is onze interne wedijver. Die is hevig, maar wij Chinezen zijn daaraan gewend. De belangrijkste toetssteen van deze wedijver blijft het toelatingsexamen voor de universiteit. Het is eerlijk voor iedereen. Ongeacht je familieachtergrond bepaalt je score aan welke universiteit je wordt toegelaten. Met de hervormingen en openstelling van China is een universitaire studie echter slechts één van de vele wegen naar succes geworden. Er zijn nu veel andere manieren om te slagen. Veel ondernemers die geen hoge opleiding hebben genoten, zijn zeer succesvolle zakenmensen geworden. Ze blaken van ondernemersgeest, wat veel te maken heeft met de Chinese culturele traditie. In de Chinese taal is elk woord of gezegde dat met werken te maken heeft – hard werken, ijverig werken, dag en nacht werken – positief. Het valt niet te ontkennen dat Chinezen tot de meest ijverige mensen ter wereld behoren.

Ik heb een hekel aan westerse propaganda waarin wordt beweerd dat Chinezen geen innovatief vermogen hebben en uitsluitend vertrouwen op uit het hoofd geleerde kennis. Als je de waarheid wilt weten, kijk dan naar de feiten: dit is een beschaving die Europa duizenden jaren voor was. Tot aan het begin van de 19e eeuw was China de grootste economie ter wereld en leverde het duizenden uitvindingen op. De berichtgeving in de westerse media over China, de islamitische wereld en Rusland is sterk stereotiep. Maar dat kan ons niets schelen. Uiteindelijk zal men zich realiseren dat China een enorm land is met een grenzeloos innovatievermogen.


*Via Guancha.cn en Global Thinkers kreeg ChinaSquare toestemming van Gita Wirjawan om deze vertaling te publiceren. Eerder plaatsten wij een interview van Vijay Prashad met Zhang Weiwei: Over China als beschavingsstaat: een interview met Vijay Prashad deel 1, en deel 2

** opinie:  Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.