‘Hoe de Chinese politiek werkt’, interview Zhang Weiwei (2)

ZHANG WEIWEI en GITA WIRJAWAN (Opinie*)

Vertaling van het lange interview How Chinese Politics Works: By Deng’s Former Translator, gepubliceerd op Global Thinkers substack, 24 juni 2026. Wij publiceren het in drie afleveringen.

*Let wel: Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteurs, in dit geval de interviewer en de geïnterviewde. Wij wijzen er bovendien op dat professor Zhang Weiwei in dit interview (als eminent academicus) zijn privévisie geeft en hier niet optreedt als woordvoerder van de CPC of de Chinese regering.

Leden van het 14e Nationaal Comité van de Chinese Politieke Consultatieve Conferentie van het Volk (CPPCC) die tot etnische minderheden behoren, houden op 5 maart 2026 een groepsdiscussie. disclaimer Foto: VCG via Global Times

Kijk verder dan ‘democratie versus autocratie’: vergelijk ‘goed met slecht bestuur’ (2)

De originele Engelse tekst van dit deel van het interview kunt u hier ophalen.

Gita Wirjawan: Ik weet wel een en ander over de EV-sector, die in China bijna 100 merken telt. Dat is echte democratisering van een markt, en het betekent een felle concurrentiestrijd tussen de spelers. Dit intense concurrentielandschap maakt grotere technologische innovatie mogelijk.

Als we dit in de context van China en Zuidoost-Azië plaatsen: in de afgelopen 30 jaar is de economische groei van China ongeveer 10 keer zo groot geweest, terwijl die van Zuidoost-Azië ongeveer 2,7 keer zo groot was. Dit wordt ondersteund door infrastructuur, onderwijs (China heeft meer universiteiten in de wereldwijde top 20), bestuur (aanwerving op basis van meritocratie in plaats van vriendjespolitiek) en puur concurrentievermogen. Hoe kunnen mensen over de hele wereld beter begrijpen hoe ze vaart kunnen maken en de achterstand op China kunnen inhalen?

Zhang Weiwei: Het Chinese moderniseringsmodel is in meerdere opzichten uniek. Politiek gezien functioneert het onder wat ik een ‘partij voor holistische belangenbehartiging’ noem. Vanuit het perspectief van de beschaving werd China in 221 v.Chr. verenigd en werd het gedurende het grootste deel van zijn geschiedenis geregeerd door een verenigde entiteit. Was dat niet gebeurd dan was het land uiteengevallen. Deze verenigde heersende entiteit werd ondersteund door een meritocratisch systeem, te beginnen met het keju-systeem (ambtenarenexamen), dat meer dan 1.500 jaar geleden tijdens de Sui-dynastie werd uitgevonden.

Als het westerse systeem ‘verkiezing’ wordt genoemd, is het Chinese systeem ‘selectie plus verkiezing’. Selectie komt altijd op de eerste plaats, op basis van prestaties op verschillende bestuursniveaus. Als je kijkt naar de top van het Chinese leiderschap – het Permanent Comité van het Politbureau – dan hebben de meeste leden als ‘nummer één’-leider (partijsecretaris of gouverneur) van meerdere provincies gewerkt en leiding gegeven aan meer dan 100 miljoen mensen voordat ze hun huidige functie bereikten. President Xi Jinping heeft bijvoorbeeld leiding gegeven aan Fujian, Zhejiang en Shanghai. Tegen de tijd dat hij de hoogste leider werd, had hij leiding gegeven aan bevolkingsgroepen en economieën die groter waren dan die van veel grote landen.

Op economisch vlak kent China een gemengde economie, die officieel wordt omschreven als een ‘socialistische markteconomie’. Staatsplanning en marktkrachten zijn op organische wijze met elkaar verweven. Neem bijvoorbeeld de digitale infrastructuur: de overheidssector zorgt ervoor dat 4G en 5G elk afgelegen dorp bereiken, ongeacht de kosten. Dat is de missie van het socialisme. Vervolgens maken particuliere bedrijven optimaal gebruik van deze eersteklas infrastructuur.

Volgens het economische denken van president Xi Jinping zorgt het aanbod soms voor vraag. Dankzij een eersteklas digitale infrastructuur, hogesnelheidstreinen en snelwegen ontstaat er een dynamische nieuwe economie. Ook de sector van elektrische voertuigen is een product van deze gemengde economie. De staat maakte twintig jaar geleden al plannen voor elektrische voertuigen via vijfjarenplannen. Particuliere bedrijven sloten zich hierbij aan, wat leidde tot hevige binnenlandse wedijver. Uiteindelijk werden de meest succesvolle bedrijven internationaal competitief. Dankzij onze enorm grote markt kunnen we alle technologische wegen verkennen – lithiumbatterijen, waterstofenergie, enzovoort –, de beste selecteren en vervolgens middelen inzetten om deze te ondersteunen.

Op sociaal vlak stimuleren we een positieve interactie tussen de staat en de samenleving, in plaats van de samenleving tegen de staat op te zetten.

Productie van de volgende generatie: de geautomatiseerde productielijn in de Xiaomi EV-fabriek in Beijing. disclaimer foto Xinhua via Global Thinkers substack

Gita Wirjawan: Zou u stellen dat de harmonie tussen de staat en de samenleving een weerspiegeling is van de verantwoordingsplicht van de leiders jegens het volk? Dit lijkt bij te dragen aan de democratisering van publieke goederen, terwijl in sommige democratieën de verantwoordingsplicht meer gericht is op bepaalde klassenstructuren, wat leidt tot een gebrekkige verdeling van publieke goederen.

Zhang Weiwei:
Ja. Wat de theoretische begripsvorming betreft, hamer ik er al jaren op dat het westerse politicologische paradigma van ‘democratie versus autocratie’ achterhaald en volkomen onjuist is. Het wordt gebruikt om kleurenrevoluties en regimewisselingen aan te moedigen. Ik pleit ervoor een nieuw paradigma aan te nemen: ‘goed bestuur versus slecht bestuur’.

Wanneer ik met mijn westerse collega’s in debat ga, zeggen ze: ‘Als Chinees durf je niet over democratie te beginnen’.  Ik zeg dan tegen hen: ‘nee, we hebben het over echte democratie’.

In de Chinese culturele traditie verdelen we alles in Dao (algemene doelstellingen of het grote doel) en Shu (specifieke procedures). In het westerse paradigma wordt democratie volledig gedefinieerd door Shu – gebaseerd op de formule van Joseph Schumpeter uit 1942, waarbij leiders via verkiezingen worden gekozen. Voor ons is dit slechts procedurele democratie.

We moeten eerst de Dao vaststellen. Wat is het doel van democratie? Dat is goed bestuur. De staat moet resultaten boeken. Leiders moeten resultaten boeken en aan de eisen van het volk voldoen. In het begin van de jaren tachtig stelde Deng Xiaoping drie criteria vast om te beoordelen of een politiek systeem goed is:

1. Kan het politieke stabiliteit waarborgen?

2. Zorgt het ervoor dat de levensstandaard van de bevolking blijft verbeteren en dat de eenheid behouden blijft?

3. Zorgt het ervoor dat de productiviteit blijft stijgen?

Dit is een aanpak die uitgaat van de Dao – de fundamentele visie en de uiteindelijke doelstellingen – en vervolgens de formele democratie vormgeeft door deze te verweven met de unieke tradities en institutionele kaders van China. Neem bijvoorbeeld het regeringswerkverslag van de premier, dat elk jaar in maart wordt gepresenteerd tijdens de nationale ‘Twee Zittingen’. Vrijwel elke zin heeft directe gevolgen voor het levensonderhoud van miljoenen mensen. De inhoud is uiterst concreet: er wordt precies uiteengezet wat vorig jaar werd beloofd en wat er dit jaar precies is gerealiseerd. Vergelijk dit eens met de State of the Union-toespraak in de VS, die vaak leest als een verkiezingstoespraak. Het pure pragmatisme van het Chinese verslag onderstreept een diepgaand verschil in de kwaliteit van de besluitvorming.

Het systeem van vijfjarenplannen is een ander uitstekend voorbeeld van deze uiterst volgroeide bestuursarchitectuur. Het is een allesomvattende matrix: overkoepelende blauwdrukken voor sociaaleconomische ontwikkeling, ruimtelijke ordening voor landbouw- en natuurgebieden, en uiterst gerichte strategieën voor toonaangevende sectoren zoals AI en elektrische voertuigen. Deze plannen worden vanuit de centrale overheid doorgegeven naar het provinciale, gemeentelijke en districtsniveau. Cruciaal is dat ze tot stand komen via tienduizenden raadplegingen – binnen de Partij, tussen politieke coalities, onder denktanks en tot in de openbare debatten op het internet toe. Elke gewone burger, iemand zoals ikzelf die in Shanghai woont, kan eenvoudig het lokale plan raadplegen om precies te zien waar de komende vijf jaar een nieuwe metrolijn wordt geopend of een nieuw park wordt aangelegd. Het aanbod creëert zijn eigen vraag, economische activiteit stemt zich vanzelf hierop af, en deze collectieve vooruitziendheid wordt een normaal onderdeel van het dagelijks leven in China.

Uiteindelijk moet democratie worden beoordeeld op de concrete resultaten die zij voor de bevolking oplevert. Dat is de belangrijkste maatstaf. Zijn hele leven lang had Deng Xiaoping een hekel aan praatjes voor de vaak die niets opleveren voor het volk.

De Jangtse-delta verbinden: een hogesnelheidstrein rijdt over de hogesnelheidslijn Shanghai-Suzhou-Huzhou.disclaimer foto Xinhua via Global Thinkers substack

Gita Wirjawan: Denkt u dat het huidige systeem in China voldoende ‘inertie’ heeft opgebouwd – ik bedoel daarmee dat het nu behoorlijk bestand is tegen een afglijden in de verkeerde richting in de toekomst? Is het onwaarschijnlijk dat het systeem achteruitgaat, of men het nu bekijkt vanuit het perspectief van de onderliggende ‘Dao’ (algemene filosofische principes) of vanuit de manier waarop publieke goederen worden verdeeld? Dat is mijn eerste vervolgvraag.

Mijn tweede vervolgvraag is deze: als we kijken naar onze vrienden in democratische landen, hoe denken jullie dan dat zij de overstap kunnen maken van een procedurele democratie naar een andere vorm van democratie waarin publieke goederen effectiever worden verdeeld?

Zhang Weiwei: Wat betreft je eerste vraag – of er voldoende ‘inertie’ is. Ja, die is er, en dat is normaal. Sommige mensen presteren altijd beter en werken harder, terwijl anderen minder succesvol zijn. De sleutel ligt in een opvallend kenmerk van de Chinese economie: de hevige interne concurrentie tussen de provincies.

China heeft een vijfdelig bestuurssysteem: centraal, provinciaal, stedelijk, op districtsniveau en in townships. Lokale overheden op elk niveau concurreren met elkaar. Neem bijvoorbeeld het provinciale niveau: Shanghai, Jiangsu en Zhejiang liggen allemaal in de Jangtse-delta. Samen overschrijdt hun bbp (tegen officiële wisselkoersen) nu al dat van Japan of Duitsland, maar toch blijven ze fel met elkaar wedijveren. Je zou het gezonde wedijver kunnen noemen, maar de druk is zeer reëel.

Het district vormt de meest elementaire bestuurlijke eenheid. In veel opzichten functioneert het als een ‘ministaat’. Een districtspartijsecretaris of districtsmagistraat moet toezicht houden op politieke, economische, sociale, buitenlandse handels- en zelfs militaire aangelegenheden. Er is een oud Chinees gezegde: ‘Premiers moeten voortkomen uit de prefecturen en districten’. Dat principe geldt nog steeds. Elke ambtenaar die ooit premier van de Staatsraad is geweest, heeft uitgebreide ervaring opgedaan op het basisniveau. Elk jaar stellen overheden op alle niveaus een ranglijst van districten op en maken de resultaten openbaar. Ambtenaren die zich schuldig maken aan lui bestuur, passiviteit of slechte prestaties staan onder enorme druk en kunnen zelfs uit hun ambt worden ontheven. Ze hebben dus geen andere keuze dan zich te verbeteren.

Natuurlijk geldt de 80/20-regel overal: 20% van de mensen, bedrijven of organisaties is verantwoordelijk voor 80% van de resultaten. Dat is een natuurwet. Maar juist door dit concurrentiemechanisme is het hele land buitengewoon competitief geworden.

De genetische fouten van westerse politieke systemen

De originele Engelse tekst van dit deel van het interview kunt u hier ophalen.

Gita Wirjawan: En de tweede vraag: hoe kan de westerse procedurele democratie evolueren naar een minder procedurele vorm van democratie waarin meer nadruk wordt gelegd op de effectieve levering van publieke goederen?

Zhang Weiwei: Wat de landen betreft die het westerse politieke model – meerpartijenstelsel en algemeen kiesrecht – al hebben overgenomen: dat is hun eigen keuze. Het probleem is dat het westerse systeem nooit is ontworpen met ‘ontwikkeling’ als kerndoelstelling. Men gaat ervan uit dat een land, zodra het politieke instellingen naar westers model heeft ingevoerd, automatisch ontwikkeld zal worden en dat de economie zal bloeien. De werkelijkheid echter heeft het tegendeel aangetoond.

Veel landen zijn in chaos, stagnatie en eindeloze problemen terechtgekomen. Politici maken misbruik van populisme, het bestuur verslechtert en de ontwikkeling stagneert. Daarom precies stel ik een nieuw paradigma voor: goed bestuur versus slecht bestuur. Westerse systemen kunnen goed bestuur voortbrengen, maar niet-westerse systemen kunnen dat ook – China is daar een duidelijk voorbeeld van. Omgekeerd kan slecht bestuur zowel in westerse als in niet-westerse systemen voorkomen. Ik zou gemakkelijk honderd van dergelijke gevallen kunnen noemen. Daarom moeten we verder kijken dan het westerse politieke model.

Ik heb het hier vaak over met vrienden uit ontwikkelingslanden. De Chinese filosofie leert ons dat we, wanneer we met een veelheid aan problemen en tegenstellingen worden geconfronteerd, de belangrijkste tegenstelling moeten identificeren en aanpakken. Je zei dat de ASEAN-landen te maken hebben met uitdagingen op het gebied van onderwijs, concurrentievermogen, infrastructuur en nog veel meer. Maar het is vaak erg moeilijk – en soms zelfs contraproductief – om alles tegelijk aan te pakken. Je moet eerst de kern van de zaak aanpakken, de hele situatie in de juiste richting sturen en daarna de rest aanpakken.

Deng Xiaoping was van mening dat de modernisering van China ondenkbaar zou zijn zonder stabiliteit op de lange termijn. De grootste tekortkoming van het westerse politieke model is dat het moeite heeft met het opstellen en uitvoeren van langetermijnplannen. Ofwel is er helemaal geen plan, ofwel gooit een nieuwe partij, zodra zij aan de macht komt, de plannen van haar voorganger overboord.

Daarom stel ik me vaak de vraag: is het voor landen die het westerse model hebben overgenomen mogelijk om via een grondige partijoverschrijdende discussie en oprechte consensus een nationale langetermijnvisie te ontwikkelen? Idealiter zou deze visie in de grondwet kunnen worden vastgelegd en in school- en universiteitsboeken kunnen worden onderwezen – zoiets als ‘nationale vernieuwing’ of een ander overkoepelend doel. Elke partij aan de macht, zou dan deze gezamenlijke koers blijven volgen. Zonder een dergelijke continuïteit is vooruitgang uiterst moeilijk.

Deng Xiaoping heeft ooit gezegd dat een uitgestrekt land als China een eeuw van stabiliteit nodig heeft; anders heeft het geen schijn van kans. China streeft dan ook naar stabiliteit, eenheid en een voortdurende verbetering van de levensstandaard van de bevolking.

Zhang Weiwei in debat met Francis Fukuyama disclaimer screenshot televisie via Global Thinkers substack

Gita Wirjawan: Denkt u dat de politieke kringloop en het onvermogen om op de lange termijn te denken in het Westen fundamentele redenen zijn waarom het algemeen kiesrecht niet heeft gewerkt zoals bedoeld? Is het mislukt omdat het universalisme niet kan worden toegepast op de manier waarop één enkele natie het wereldwijd wil doorvoeren?

Zhang Weiwei: Ten eerste geloof ik niet dat er zoiets bestaat als westers ‘universalisme’. Echt universalisme zou gebaseerd moeten zijn op de kernboodschap van de Chinese ervaring: elk land moet zijn eigen weg naar succes vinden, rekening houdend met zijn eigen nationale omstandigheden. Het opdringen van een westers model aan ontwikkelingslanden is soms zelfmoord. Dit doet me denken aan mijn debat met professor Francis Fukuyama, precies 15 jaar geleden, in juni 2011. Op dat moment was de Arabische Lente in volle gang. Hij zag dit als een manifestatie van het ‘Einde van de Geschiedenis’ en stelde dat zelfs de Arabische volkeren de westerse democratie wilden omarmen. Hij zei tegen mij dat China politieke hervormingen moest doorvoeren, anders zou het zijn eigen Arabische Lente meemaken. Ik zei: ‘Geen sprake van.’

Ik vertelde hem dat, op basis van mijn kennis van de regio, de Arabische Lente al snel zou veranderen in een Arabische Winter. Volgens de Chinese wijsheid moet een systeem worden aangepast aan de lokale ‘bodem en water’ (culturele, politieke en economische omstandigheden). Een westers recept voor Egypte, Syrië of Jemen zou natuurlijk op een ramp uitlopen.

Ik heb hem ook persoonlijk gezegd: ‘Zorg ervoor dat de Verenigde Staten hun eigen politieke hervormingen doorvoeren. Dat is urgenter dan die in China. Mijn zorg is dat jullie, zonder ingrijpende politieke hervormingen, een leider zouden kunnen kiezen die nog erger is dan George W. Bush.’

Het westerse politieke model heeft structurele tekortkomingen. Het gaat uit van de veronderstelling van een ‘rationele kiezer’, maar door geldpolitiek, sociale media en AI raakt rationeel denken op de achtergrond en krijgt populisme de overhand. Bovendien beschouwt het Westen rechten als absoluut, terwijl de Chinese filosofie benadrukt dat rechten en verantwoordelijkheden hand in hand moeten gaan.

Ik waarschuwde hem dat het westerse model zou uitmonden in extreem, bekrompen populisme, voordat het Westen zelf zou vernietigen. Later vertelde professor Jeffrey Sachs me dat ik dat debat had gewonnen.

Gita Wirjawan: Waarom denkt u dat de Verenigde Staten nooit een geostrategisch plan hebben ontwikkeld waarin rekening werd gehouden met hun eigen relatieve achteruitgang? Het lijkt erop dat ze het zelfs nooit hebben geprobeerd. Het is duidelijk dat Amerika zowel aan economische macht als aan geopolitieke invloed aan het afnemen is. Je zou intuïtief verwachten dat slimme strategen dit twee of drie decennia geleden al hadden voorzien, vooral tegen de achtergrond van de opkomst van China en andere landen.

Zhang Weiwei: De Chinese filosofie legt de nadruk op het zoeken naar de waarheid op basis van feiten. Toen China nog achterliep op het Westen en de Verenigde Staten, hebben we ons bewust ingezet om alles wat positief en nuttig was van hen te leren. Daarom hebben we miljoenen studenten naar het buitenland gestuurd – niet alleen om wetenschap en techniek te studeren, maar ook andere vakgebieden. Zelf heb ik politieke wetenschappen en internationale betrekkingen gestudeerd in Genève. Al deze ervaringen zijn waardevol geweest. Het probleem ligt echter in de manier waarop westerse politieke systemen zijn opgezet. Zoals ik al eerder zei, draaien verkiezingen in wezen om prestaties en show, in plaats van om daadwerkelijk bestuur. Het is geen leiderschap; het is theater. Dit is een fundamentele tekortkoming van het westerse politieke systeem – wat ik een genetische fout noem. Of ze deze erfelijke ziekte kunnen overwinnen, daar blijf ik sceptisch over.

Zelfs George Kennan, een van de belangrijkste architecten van de Koude Oorlog, zei ooit dat Amerika, om de Sovjet-Unie te verslaan, er eerst voor moest zorgen dat het in eigen land uitstekend presteerde. Herinner je je het beroemde ‘Keukendebat’ uit 1959 tussen Nixon en Chroesjtsjov nog? Op dat moment wonnen de Verenigde Staten duidelijk op het gebied van de verbetering van de levensstandaard van de bevolking. De Sovjet-Unie stortte uiteindelijk grotendeels in omdat ze haar economische concurrentievermogen verloor. Vanuit het perspectief van Deng Xiaoping was dit de belangrijkste les. Daarom stond hij erop dat China zich moest richten op het welzijn van de bevolking en een succesvol economisch model moest worden. Vandaag de dag is de gemiddelde levensverwachting in China hoger dan die in de Verenigde Staten, en ligt de dagelijkse inname van eiwitten en groenten per hoofd van de bevolking ook hoger dan in Amerika. Dit houdt een fundamentele verschuiving in.

Gita Wirjawan: Als we naar de geschiedenis kijken, bestaan de Verenigde Staten pas ongeveer 250 jaar, maar toch lijken ze een aangeboren vermogen te hebben om zichzelf opnieuw uit te vinden. Sommige mensen geloven dat Amerika op een gegeven moment weer tot bloei zal komen. Denkt u dat deze visie klopt?

Zhang Weiwei: Veel mensen zeggen dat, maar ik ben wat terughoudender. Alle imperiums kennen hun cycli, en vanuit historisch perspectief is 250 jaar ongeveer de maximale levensduur van de meeste imperiums. Kijk maar naar de al lang bestaande, onopgeloste problemen van Amerika. Al ten tijde van de Xinhai-revolutie van Sun Yat-sen in China had men in de Verenigde Staten het over universele gezondheidszorg – maar meer dan een eeuw later is dit nog steeds niet gerealiseerd. Wat wapenbeheersing betreft: talloze mensen benadrukken het belang ervan, maar het komt er niet van. Het politieke systeem is er een geworden dat niet in staat is zijn eigen problemen op te lossen.

Ik pleit voor een evenwicht tussen politieke macht, sociale macht en kapitaalmacht dat in het voordeel is van de overgrote meerderheid van de bevolking. Het Chinese model bereikt dit. Het Amerikaanse model daarentegen bevoordeelt een kleine minderheid en geeft kapitaal de overhand. Lobbygroepen zijn geïnstitutionaliseerd en diep geworteld geraakt, en er lijkt geen effectieve manier te zijn om ze werkelijk aan banden te leggen of in toom te houden.