Ng SauwTjhoi (opinie*)
Ng Sauw Tjhoi merkt op dat ‘Chinese investeringen en Chinese modellen werkgelegenheid in België kunnen veiligstellen’ en vraagt zich af ‘waarom Europa (nota bene onder impuls van een Belgische premier) dan steeds hogere handelsmuren opwerpt tegen dezelfde industrie?’

Terwijl de Europese Unie, met premier Bart De Wever op kop, invoerheffingen oplegt aan Chinese elektrische auto’s om de eigen auto-industrie te beschermen, speelt zich in Gent een opmerkelijke paradox af. De Belgische federale regering en de Vlaamse overheid trekken samen tot 119 miljoen euro uit om de concurrentiekracht van Volvo Car Gent te versterken. Tegelijk onderzoekt Geely de mogelijkheid om in Gent ook modellen van andere Chinese merken binnen de Geely-groep te bouwen.
Dat roept een fundamentele vraag op. Als Chinese investeringen en Chinese modellen werkgelegenheid in België kunnen veiligstellen, waarom bouwt Europa dan steeds hogere handelsmuren op tegen dezelfde industrie?
De Europese Commissie verdedigt de invoerheffingen met het argument dat Chinese autobouwers oneerlijke staatssteun ontvangen. Dat debat verdient een ernstig onderzoek. Maar het wordt moeilijk vol te houden wanneer Europese overheden zelf honderden miljoenen euro’s investeren om een autofabriek aantrekkelijk te houden. In Gent gaat het niet om een blanco cheque, maar om steun voor innovatie, opleiding, energie-efficiëntie en industriële modernisering. Toch blijft de vraag overeind: wanneer is overheidssteun een legitiem industriebeleid en wanneer wordt ze plots ‘marktverstoring’?
De werkelijkheid is bovendien veel complexer dan het politieke discours doet vermoeden. Volvo Gent produceert vandaag al de EX30, een model waarvan de productie vanuit China naar België werd overgebracht. De reden was niet alleen logistiek, maar ook het veranderende Europese handelsbeleid. Nu wordt zelfs onderzocht of Gent extra productiecapaciteit kan inzetten voor andere merken binnen de Geely-groep. Wat door sommigen als een ‘Chinese bedreiging’ wordt voorgesteld, kan in Vlaanderen juist de garantie worden voor duizenden industriële banen.
Het is een illustratie van hoe verweven de wereldwijde auto-industrie inmiddels is. Volvo is Zweeds, produceert in België, behoort tot een Chinese groep, verkoopt wereldwijd en gebruikt technologie die over meerdere continenten wordt ontwikkeld. Het onderscheid tussen een ‘Europese’ en een ‘Chinese’ auto wordt daardoor steeds kunstmatiger.
Europa lijkt ondertussen vast te houden aan een defensieve strategie. De extra invoerheffingen hebben sommige Chinese producenten afgeremd en ertoe aangezet productie naar Europa te verplaatsen, maar ze hebben de opmars van Chinese merken niet gestopt. Tegelijk blijven Chinese elektrische auto’s gemiddeld goedkoper dan Europese alternatieven en investeren Chinese constructeurs steeds meer in fabrieken op Europese bodem.
Dat leidt tot een ongemakkelijke conclusie. De markt sluit zich niet af; zij verplaatst zich. Productie komt naar Europa, technologie wordt gedeeld en nieuwe investeringen volgen. In dat licht lijken algemene invoerheffingen eerder een instrument dat de evolutie van de inkomende Chinese autobouwers op de Europese markt vertraagt dan een oplossing voor de structurele uitdagingen van de Europese auto-industrie.
Europa heeft jarenlang geprofiteerd van de open Chinese markt. Duitse constructeurs verkochten er miljoenen voertuigen en realiseerden er aanzienlijke winsten. Nu Chinese bedrijven uitgroeien tot wereldspelers in elektrische mobiliteit, software en batterijtechnologie, dreigt Europa de deur gedeeltelijk dicht te trekken. Dat is economisch én strategisch een riskante keuze.
Natuurlijk moeten eerlijke concurrentie, transparantie over subsidies en wederkerigheid uitgangspunten blijven van het handelsbeleid. Maar protectionisme alleen zal de Europese industrie niet opnieuw wereldleider maken. Concurrentiekracht ontstaat door innovatie, productiviteit, onderzoek, betaalbare energie en samenwerking met de sterkste technologische partners.
Volvo Gent toont dat een andere benadering mogelijk is. Niet confrontatie, maar samenwerking tussen Europese productie en Chinese technologie kan de toekomst van de Belgische auto-industrie versterken. In plaats van Chinese investeerders met wantrouwen te bekijken, zou Europa moeten nadenken over hoe die investeringen kunnen bijdragen aan duurzame werkgelegenheid, technologische vernieuwing en een snellere energietransitie.
De grootste bedreiging voor Europa is misschien niet de Chinese auto, maar de overtuiging dat handelsmuren de plaats kunnen innemen van een ambitieus industriebeleid. Volvo Gent bewijst precies het tegenovergestelde: samenwerking kan meer banen opleveren dan confrontatie.
*Ng Sauw Tjhoi is voormalig VRT-journalist, hoofdredacteur China Vandaag
Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur
Bronnen
- Reuters – steun aan Volvo Gent
https://www.reuters.com/business/ - Fortune – EX30 en productie in België
https://fortune.com/2024/06/09/volvo-ev-production-ex30-ex90-geely-china-belgium-eu-tariffs/
