Een experiment in de Taklamakan Woestijn in West-China dat al vier decennia loopt toont aan dat het mogelijk is om de uitbreiding van woestijngebieden middels vergroening in te perken en daarbij overtollige koolstofdioxide uit de lucht te halen. Een opvallend positief detail van dit project is de betrokkenheid van een Amerikaanse universiteit.

Vergroening van de Taklamakan Woestijn; foto Life Sciences (disclaimer)
Koolstofbron
Het uitgestrekte vergroeningsproject langs de randen van de Taklamakan Woestijn in de Chinese autonome regio Xinjiang creëert een zichtbare en meetbare koolstofbron, zelfs op een van de droogste plaatsen op aarde, zo zegt een studie onder leiding van wetenschappers van de Universiteit van Californië Riverside (UCR). Het project is een voorbeeld van succesvolle bebossing, een inspanning om bomen of struiken te planten op voorheen kale grond. In 2026 is alleen al Hotan, een prefectuur aan de rand van de Taklamakan, van plan om ongeveer 150,000 hectare woestijnland te vergroenen, inclusief de aanplant van 18.000 hectare bos.
De meting
De atmosferische natuurkundige King-Fai Li van UCR was co-auteur van de studie gepubliceerd in Proceedings of the National Academy of Sciences, waarin hij meerdere jaren satellietgegevens over de woestijn analyseerde, waar de Chinese regering in 1978 begon met het planten van winterbestendige struiken en bomen om te voorkomen dat de woestijn verder zou uitbreiden.
De maten
Voor deze studie observeerden de onderzoekers twee belangrijke indicatoren van succesvolle bebossing. Deze omvatten een daling van kooldioxide in de atmosfeer en een stijging van door de zon geïnduceerde fluorescentie, een licht dat wordt uitgezonden tijdens fotosynthese, wat een indicatie is voor de hoeveelheid plantenleven in een woestijn; in dit geval de Taklamakan.
Kooldioxide
‘Dit is niet zoals een regenwoud in de Amazone of de Congo’, aldus Li. ‘Sommige beboste regio’s zijn slechts struikgewas, zoals de chaparral in Zuid-Californië. Maar het feit dat ze kooldioxidepeil snel en consistent verlagen is iets positiefs dat we vanuit de ruimte kunnen meten en verifiëren.’
Het team
Naast Li omvatte het onderzoeksteam o.a. atmosferische wetenschapper Xun Jiang van de Universiteit van Houston, aardsysteemwetenschapper Le Yu van de Tsinghua University in Beijing en planetaire wetenschapper Yuk L. Yung van Caltech.
Satelliet
Het team vertrouwde op gegevens van NASA’s Orbiting Carbon Observatory (OCO) en de MODIS-satelliet, die samen de concentratie van kooldioxide en het groen over de Taklamakan volgden. De OCO-satelliet onthulde een ‘koud’ gebied met 1 tot 2 delen per miljoen lager in koolstofdioxide.
Politieke stabiliteit
Li zei dat dit werk een kans op een zeldzame, langdurige casestudy van vergroening van een woestijn in actie biedt. In tegenstelling tot soortgelijke pogingen, zoals een poging die door de Verenigde Naties in de Sahara Woestijn werd gelanceerd, houdt het Chinese initiatief stand. De politieke stabiliteit in China zorgde ervoor dat het project tientallen jaren ononderbroken kon blijven doorgaan.
Dubbele doelstelling
China’s motivaties betroffen het milieu, maar hadden ook een politiek aspect. Ongebreidelde woestijngroei bedreigde landbouwgrond en droeg bij aan instabiliteit in westelijke regio’s, waar etnische minderheidsgroepen lange tijd klaagden over het economisch achterblijven bij de rest van China. Het omkeren van woestijnvorming werd niet allen gezien als een strategie om de ecologische voetafdruk van het land te verkleinen, maar ook om de vooruitzichten van de lokale landbouw te verbeteren.
Bescheiden resultaten
De resultaten suggereren dat bebossing een de atmosferische koolstof kan verminderen, zij het op een bescheiden schaal. Zelfs als de hele Taklamakan, een gebied ongeveer zo groot als Duitsland, zou worden bebost, zou het slechts ongeveer 10% van de jaarlijkse CO2-uitstoot van, b.v., Canada compenseren, of ongeveer 60 miljoen ton. Ter vergelijking: de wereldwijde emissie bedraagt ongeveer 40 miljard ton per jaar. Toch betekent dat niet dat de inspanning zinloos is. ‘We gaan de klimaatcrisis niet oplossen door alleen bomen in woestijnen te planten. Maar begrijpen waar en hoeveel CO2 kan worden verminderd en onder welke omstandigheden, is essentieel’, aldus Li. ‘Dit is een stukje van de totale puzzel’.
Water
Water blijft het grootste obstakel voor het verhogen van de bebossing in de Taklamakan en elders. Struiken die op de rand van de woestijn zijn geplant, zoals in het boven genoemde Hotan, overleven alleen vanwege het smeltwater dat van de omliggende hooglanden naar beneden stroomt. Het uitbreiden van het project dieper in de woestijn zou een betrouwbare waterbron vereisen, iets dat over de hele planeet steeds schaarser wordt.
Nawoord
Tegen de achtergrond van alle kwaadwillende uitspraken van Amerikaanse politici jegens China is het bemoedigend te zien hoe samenwerking tussen Chinese en Amerikaanse academici gewoon doorgaat. Eén uitspraak van de Amerikaanse zijde is extra veelzeggend: China is een goede regio voor het bestuderen van vergroeningsprojecten. Dit komt niet enkel omdat de Chinese overheid zowel middelen inzet om de woestijnvorming tegen te gaan, maar met name ook omdat China een consistent beleid voert. Waar de westerse politiek gebonden is aan configuraties die iedere paar jaar veranderen en iedere keer ieder wiel opnieuw willen uitvinden, wordt in China een beleid dat werkt jarenlang gecontinueerd en hooguit waar nodig bijgestuurd. Een pluim voor China uit onverwachte hoek.
Bron: UCR News, 26-01-2026; CGTN, 06-04-2026; PNAS, 20-01-2026
