China heeft derde pensioenpijler nodig

Door de veroudering van de Chinese bevolking neemt de pensioenlast snel toe. Naast de eerste pijler (basispensioen) en de tweede pijler (bedrijfspensioen) maakt de overheid nu ook werk van het stimuleren van de derde pijler (persoonlijk pensioenfonds).

Rusthuis in Beijing ( foto: Xinhua) Disclaimer

De pensioenleeftijd in China is 60 jaar (voor vrouwen en zware beroepen vijf jaar eerder). Einde 2021 was 18,9% van de bevolking ouder dan 60. Tegen 2035 zou dat volgens het ministerie van arbeid en sociale zekerheid oplopen tot 30%.

Om al die ouderen een degelijk pensioen te bezorgen volstaan de bestaande pensioenfondsen niet. Er zijn er drie: de overheidsfondsen, de bedrijfsfondsen en de individuele pensioenfondsen. In totaal zit er momenteel 15.000 miljard yuan (2.200 miljard euro) in. Dat komt overeen met 13% van het bnp. Dat is veel minder dan in landen aan de VS, waar 150% van het bnp in pensioenfondsen zit. Concreet betekent dit dat de pensioenkassen steeds meer beroep zullen doen op het overheidsbudget om tekorten aan te zuiveren.

Grote veranderingen

Sinds de economische hervormingen begonnen in 1978, is het oude systeem van pensioenen teloor gegaan. Op het platteland garandeerden de communes een levensminimum. De communes zijn afgeschaft in 1985. Sinds de jaren 90 bestaat er een nieuwe vrijwillige pensioenverzekering voor boeren. Staatsbedrijven waren verantwoordelijk voor hun gepensioneerden. Bij de hervormingen in de jaren 90 sneuvelde dit systeem, dat overigens nooit gold voor de nieuwe privébedrijven. In de plaats kwamen stedelijke of provinciale pensioenkassen. Allen het pensioensysteem voor ambtenaren hield stand.

China bouwt dus al drie decennia aan een nieuw pensioenstelsel, in principe gebaseerd op drie pijlers. De eerste pijler, het door de overheid gefinancierde basispensioen, dekt vandaag 1,03 miljard personen. Bij de tweede pijler, gefinancierd door de bedrijven en de werknemers zijn 72 miljoen mensen aangesloten. Dat is minder dan 10% van alle werkenden. De derde pijler, de persoonlijke pensioenverzekering, staat nog in de kinderschoenen.

Het basispensioen

De pensioenkassen van de overheid zijn georganiseerd op stedelijk of provinciaal niveau. Er is ook een nationaal fonds en druk om alles te centraliseren. Dit is nodig omdat sommige lokale fondsen al in de problemen geraakt zijn. Sinds 2016 hebben zes fondsen steun van de centrale overheid moeten vragen. Onder meer het fonds van de provincie Heilongjiang in het noordoosten, die kampt met een verouderde zware nijverheid en emigratie van jongeren. In 2018 werd een systeem opgezet om pensioenmiddelen over te hevelen van de rijkere naar de armere provincies. In 2022 kregen tien provincies steun van de centrale overheid om tekorten te dekken. Daarnaast zijn sinds 2013 voor 1.680 miljard yuan aandelen van staatsbedrijven overgedragen aan het nationale pensioenfonds.

Het basispensioen zal het belangrijkste blijven. Maar door de druk van meer gepensioneerden en minder jongeren moet China op zoek gaan naar bijkomende middelen in de twee andere pijlers.

Bedrijfspensioenen in de grote bedrijven

De tweede pijler, de bedrijfspensioenen werd gestart in 2004. Deze pijler is tot nu toe geen groot succes. Het is feitelijk een dubbel systeem, één voor ambtenaren en één voor bedrijven, met in totaal 72 miljoen deelnemers. Het programma voor de ambtenaren groeide snel, veel ministeries bieden het verplicht aan. Maar voor bedrijven zijn de regels minder strikt. Einde 2021 waren 28,8 miljoen personeelsleden van 117.500 bedrijven aangesloten. Bedrijven en werknemers kunnen samen maximum 12% van het loon storten in individuele pensioenrekeningen.
De bedrijven die deelnemen zijn overwegend grote en staatsbedrijven waar personeel lange tijd werkt. Personeel in kmo’s kan er meestal niet van genieten.

Een oplossing voor individuen met bescheiden inkomen?

De derde pijler zou kunnen focussen op mensen met een middelmatig of laag inkomen, die buiten de bedrijfspensioenen vallen maar toch een deel van hun inkomen sparen voor de oude dag, in het bijzonder de 200 miljoen werkers zonder langetermijncontract. Dat zou heel wat geld naar pensioenfondsen kunnen trekken.

Vorige maand heeft de nationale regering daarover een document met een kaderplan uitgebracht
Het bouwt verder op een pilotplan van 2018. Die pilot werd in enkele steden uitgetest. Burgers konden hun spaarcenten in goedgekeurde pensioenproducten beleggen bij goedgekeurde financiële instellingen en kregen in ruil beperkte belastingvoordelen. Die voordelen bleken onvoldoende en het experiment was met slechts 50.000 deelnemers geen succes. Een groot deel van het geviseerde publiek betaalt immers normaal al geen of nauwelijks belastingen. In het nieuwe plan kan iedereen die een officiële pensioenverzekering heeft een eigen pensioenrekening openen en er tot 12.000 yuan ( 1.700 euro) per jaar in investeren. Er komt meer keuze in de beleggingsmogelijkheden en het wordt gemakkelijker belastingvoordelen te krijgen. Details moeten nog vastgelegd worden. Er komt een testfase van één jaar in sommige steden vooraleer het programma over heel China uitgerold wordt. Analysten van Zhongtai Securities verwachten dat de derde pijler binnen 20 jaar kan instaan voor 18% van alle Chinese pensioenfondsen. Verschillende financiële instellingen bereiden zich voor geschikte producten aan te bieden. De privéverzekeraar Ping An heeft plannen maar ook de vier grote commerciële staatsbanken.

Bron: Caixin

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.