China waarheen?


China waarheen? Dat vraag Jo Cottenier zich af.
Hij schrijft: “China wil een ‘beslissende’ rol toekennen aan de markt in plaats van een ‘basisrol’, zo besliste de partijtop een week terug. Men zou hieruit kunnen afleiden dat er niet veel verandert, maar dat is een zware vergissing.”

Dit is een Opiniestuk . Het geeft niet noodzakelijk de mening weer van Chinasquare.be. Dit soort artikelen moet wel voldoen aan de minimumeisen die Chinasquare.be aan bijdragen stelt. Omdat het plenum zo belangrijk is publiceerde chinasquare.be eerder al een artikel over de besluiten van het plenum en één over de commentaren van experts. Eerder plaatsten we over het onderwerp ook een andere en van deze verschillende opinie

Foto Flickr.com, Erwan RichardEen ‘beslissende’ in plaats van een ‘basisrol’ voor de markt, dat is in geheimtaal de belangrijkste beslissing van het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij, dat van 9 tot 12 november bijeenkwam. Een beslissing met verstrekkende gevolgen.

Jo Cottenier

Precies een jaar geleden verkoos het 18de Partijcongres een nieuwe partijtop (of Centraal Comité)1 en een nieuwe partijvoorzitter, Xi Jinping. Sinds maanden kondigde die partijtop aan dat de derde bijeenkomst (of Plenum) van de partijleiding met ingrijpende hervormingen voor de dag zou komen. Al even lang kan men lezen dat aan andere zaken niet zou geraakt worden, zoals de positie van de Communistische Partij en de centrale rol van overheidsondernemingen in de strategische sectoren. De rechtse media en observatoren die het Chinese socialisme zo snel mogelijk willen zien verdwijnen, reageren dan ook ontgoocheld op de aangekondigde hervormingen. Het is hun job: ze zullen nooit tevreden zijn zolang China niet volledig in de pas loopt van het kapitalisme en de Communistische Partij de weg van Gorbatsjov niet volgt. Men kan zich ernstig mispakken aan dat soort commentaren. Er is wel degelijk een aardverschuiving aan de gang.

De hinkstapsprong

Het is niet de eerste keer dat een Derde Plenum de bakens verzet. De eerste grote zwenking naar marktmechanismen in de landbouw werd beslist op het Derde Plenum van het 11de Centraal Comité2 in 1978. Het was de start van een langzame liberalisering van de economie. Dit proces leidde tot de creatie van een vrije markt, waarop openbare ondernemingen in concurrentie komen te staan met pas opgerichte privébedrijven. Deze markt groeide met de jaren en deed, met zijn vrije prijsvorming door de ‘onzichtbare hand’, stap voor stap het domein van de planeconomie verschrompelen. In 1993 besliste het Derde Plenum van het 14de Centraal Comité dan om de planeconomie door een volledige markteconomie te vervangen. De markt werd de ‘basis’ voor de regulering van de economie. Niet rendabele ondernemingen zouden voortaan moeten sluiten en de staat zou zich concentreren op de 500 à 1.000 grootste bedrijven in de belangrijkste sectoren. Tegelijk kregen privébedrijven de vrije loop. Of toch bijna, want veel barrières bleven overeind, zoals het staatsmonopolie in de financiële sector, de energiesector, de telecommunicatie en de ruimtevaart. Om te kunnen toetreden tot de Wereld Handelsorganisatie in 2001 moest China bewijzen dat er een echte vrije markt werkzaam was, maar het bleef klachten regenen van indirecte staatssteun aan de grote staatsondernemingen. Die staatsbedrijven konden namelijk van de staatsbanken veel gemakkelijker kredieten loskrijgen dan privébedrijven. Privébedrijven zochten daarom meer en meer de woekerende schaduwbanken op. Staatsbedrijven hadden ook het monopolie om joint-ventures af te sluiten met buitenlandse bedrijven terwijl privébedrijven op eigen kracht hun technologische achterstand moesten inhalen. Het was al maanden duidelijk merkbaar in de Chinese publicaties dat de privéondernemingen een belangrijker plaats zouden krijgen.

Het besluit van het Derde Plenum van het 18de Centraal Comité luidt nu dat de markt een ‘beslissende’ rol krijgt in plaats van een ‘basisrol’. In China hebben zo’n woordenwissels een ingrijpende betekenis. Voor president Xi is deze wijziging gebaseerd op een nieuw theoretisch inzicht over de rol van de markt: “China moet de grondwet van de markteconomie respecteren en werken aan de problemen van het onderontwikkeld marktsysteem, de overdreven overheidstussenkomst en de zwakke controle van de markt”.3

De concrete hervormingen

1. De overheid zal zich verder terugtrekken en alleen nog een kader creëren voor een markt die ‘beslissend’ wordt voor de keuze van de investeringen en de spreiding van het kapitaal (wat en waar). Investeringsbeslissingen zullen minder gecontroleerd worden door de staat maar overgelaten worden aan de ‘onzichtbare hand’ van de markt. De staat gaat minder belemmeringen opwerpen voor een vrije marktwerking en de concurrentie tussen openbare en privébedrijven ‘eerlijker’ laten spelen. Men rekent erop dat de markt het probleem van de overcapaciteit in sectoren zoals staal, aluminium, vlakglas, cement en scheepsbouw zal oplossen. Het komt erop neer dat de concurrentie de overtollige capaciteit moet wegvegen. Er komt ook een ‘markt’ voor de grond: boeren die naar de stad trekken kunnen hun grond te gelde maken. Land- en grondstofprijzen, rentevoeten en prijzen van openbare diensten zullen nauwer de markt volgen. De regering zal zich meer toeleggen op het scheppen van een wettelijk kader en van infrastructuur en sociale zekerheid en op het oplossen van problemen zoals milieuvervuiling en voedselveiligheid. Xi: “De regering zal zorgen voor een stabiele macro-economie, publieke diensten aanbieden, een eerlijke concurrentie garanderen, de markt controleren en reguleren, een duurzame ontwikkeling promoten en initiatief nemen wanneer de markt het laat afweten.”

2. Er komt een belangrijke hervorming van de dienstensector in het algemeen en de financiële sector in het bijzonder. Het land zal meer opengesteld worden voor buitenlandse investeringen in de dienstensectoren, “inbegrepen financies, opvoeding, cultuur en gezondheid”.4 Dit is noch min noch meer een merkwaardige evolutie, zeker voor de genoemde sociale en culturele sector. Het document preciseert zelfs dat bestaande beperkingen op investeringen in kinder- en ouderenzorg versoepeld worden. Verder krijgt buitenlands kapitaal toelating om kleine en middelgrote privébanken op te richten. Het einde van het staatsmonopolie in deze sector opent vooral nieuwe mogelijkheden voor privébedrijven die nu spreken over ‘financiële repressie’ vanwege de staatsbanken.

En dit is slechts een begin. Er is een gloednieuw pilootproject gestart in Sjanghai, een vrijhandelszone van 29 km², waar de Chinese munt (de renminbi) vrij uitwisselbaar is, waar buitenlandse investeringen in een reeks sectoren (zoals banken en verzekeringen) volledig vrij worden. Daardoor moet Sjanghai het nieuwe financiële centrum worden dat Hongkong naar de kroon steekt. Maar tegelijk geeft het pilootproject van Sjanghai een perspectief dat vroeg of laat over andere centra en de rest van het land kan uitdijen.

3. De toegang voor privébedrijven tot min of meer beschermde sectoren wordt versoepeld. Er komt meer markt en concurrentie in sectoren zoals water, olie, aardgas, elektriciteit, spoorwegen en telecommunicatie. Er wordt in toenemende mate gerekend op de privésector voor technologische doorbraken en voor het verhogen van de productiviteit. Dit maakt deel uit van het proces van omschakeling naar een hoogtechnologische economie met een sterke dienstensector. Innovatie en binnenlandse koopkracht zijn de sluitstukken in de zorg om de Chinese groei te blijven garanderen. Vermits de lonen stijgen kan men minder rekenen op een toename van de export. De aanmoediging van de ‘niet publieke sector’ moet een push geven aan de concurrentie op de markt, aan de innovatie en het binnenlands gedreven onderzoek. Ook hier moet de overheid meer aan macro-regulering doen dan aan directe controle, door bijvoorbeeld de samenwerking tussen bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstituten te bevorderen. Investeringen en overnames in het buitenland worden aangemoedigd. Opstarten van nieuwe bedrijven en privé-initiatief wordt gemakkelijker gemaakt.

Derde grote hervorming

Dit is geen volledig overzicht van de besluiten, het gaat tot hiertoe alleen over het woordje ‘beslissend’. Dat woordje heeft voldoende lading om te stellen dat er een derde grote hervorming van start gaat, na die van 1978 en van 1992. Een hervorming die het ‘socialisme met Chinese kenmerken’ nog meer hybride zal maken: naar een economie die in essentie niet verschilt van een kapitalistische, met behoud van een socialistische staatsstructuur, onder leiding van een communistische partij. Na het Derde Plenum maken we ons nog meer zorgen over de vraag hoelang dit houdbaar is.

Buitenlandse dreiging wordt ernstig

Een andere opvallende beslissing van het Derde Plenum is de oprichting van een Veiligheidscommissie onder rechtstreekse leiding van Partijvoorzitter Xi. De commissie moet alle problemen van veiligheid aanpakken, zowel binnenlandse als buitenlandse. De VS-regering wil kost wat kost de alleenheerschappij over de wereld behouden en weet dat de Chinese impact in de wereld de belangrijkste bedreiging daarvoor vormt. De snelle groei van China tot de tweede grootste economie ter wereld heeft de Amerikaanse president Obama ertoe aangezet om officieel de Zuid-Aziatische regio tot belangrijkste belangenzone uit te roepen en de militaire strategie daarop af te stemmen. De aanwezigheid van de Amerikaanse vloot in de Zuid-Chinese Zee wordt opgedreven, er worden militaire samenwerkingsakkoorden gesloten met Japan en de Filipijnen. Daardoor krijgen alle twistpunten in het gebied het statuut van potentiële brandhaard: het statuut van Taiwan, de disputen over eilanden, Tibet… De oprichting van de Veiligheidscommissie toont dat de Chinese leiders maar al te goed beseffen dat de spanningen toenemen.


1. De Chinese Communistische Partij telt 82 miljoen leden, van wie er 2.270 waren afgevaardigd naar het 18e Partijcongres. Het voltallige Centraal Comité telt 204 leden en 169 plaatsvervangers. De bijeenkomsten van het Centraal Comité noemt men de Plenums. Het Centraal Comité koos een Politiek Bureau dat 25 leden telt.

2. Het 11de Centraal Comité is het Centraal Comité dat verkozen is op het 11e Partijcongres.

3. http://news.xinhuanet.com/english/china/2013-11/16/c_132892309.htm

4. http://news.xinhuanet.com/english/china/2013-11/16/c_132892307.htm

Het bovenstaande artikel is verschenen in Solidair en op de website van de PVDA van België.
Chinasquare publiceert het als opiniestuk met toestemming van de auteur.

Print Friendly, PDF & Email

15 comments for “China waarheen?

  1. De marxistische auteur maakt de in dat milieu vaak voorkomende denkfout om de kwaliteit van het socialisme af te meten aan de intensiteit van het al of niet aanwenden van het markmechanisme. Met andere woorden volgens deze visie is de marktwerking in China al ver gevorderd en na straks nog wat meer is het socialisme er helemaal naar de vaantjes. De kwaliteit van het socialisme wordt echter niet afgemeten aan de manier waarop goederen en diensten verdeeld worden of circuleren. Deng zei volledig terecht dat het kapitalisme ook planning gebruikt en het socialisme ook markten. Wat wel doorslaggevend is bij de beoordeling is de toestand van de eigendomsverhoudingen en wie de staatsmacht in handen heeft. In China is gemeenschapseigendom overwegend en zal dit na het plenum ook blijven, zelfs al zal de privésector in bepaalde sectoren zoals de banken meer speelruimte krijgen. De 4 grote staatsbanken hebben echter 80 % van het bankwezen in handen.

  2. Beste Jan. Het gaat al lang niet meer over de verdeling en circulatie van goederen en diensten zoals je stelt. In elk socialistisch land zijn (en waren) er markten. Het gaat om de spreiding van kapitaal en arbeid zoals het Derde Plenum stelde. Als je dat aan de markt overlaat dan wordt de economie gereguleerd door de markt en door de concurrentie op die markt. En dat is ook de cruciale beslissing waar Deng Xiaoping systematisch naar toe heeft gewerkt, om in 1993 over te stappen van een planeconomie naar een markteconomie. De hokus-pokus van Deng (‘er is ook planning onder het kapitalisme en er is ook markt onder het socialisme’) was een poging om die kwalitatieve ommezwaai als ‘marxisme’ te verpakken. Nu trekt men de logica gewoon door om een ‘eerlijke’ markt te garanderen, waar publieke ondernemingen op voet van gelijkheid concurreren met privé-ondernemingen. Daardoor krijgen die laatsten op grote schaal nieuwe zuurstof. Ik probeer alleen de feiten onder ogen te zien.

  3. Laatst kwam mij een artikel onder ogen dat het de gelijkheid was die het marxisme kenmerkte. Het zou mooi zijn als het Amerika van Obama hier sympathie voor heeft, en er naar streeft. Beter dan die bommenmachines van die cowboys. Voor China is het inmiddels ook een vreemd verschijnsel: een communistische middenklasse ed.

  4. Het is moeilijk een glimlach te onderdrukken als je bij lezer en auteur Jo Cottenier leest: “Ik probeer alleen de feiten onder ogen te zien.” Dan toch maar een beperkt aantal feiten en bekeken door een gekleurde bril. Want is het niet vreemd dat Jo niet praat over de versterking van de leidende rol van de staatsondernemingen, waartoe het plenum besliste? Nochtans is het gebruiken van de markt om dat doel te bereiken de essentie van het plenum. Vanaf het einde van de jaren ’70 zoekt China de superieure rol van het socialistische deel van de economie te realiseren. In de jaren ’90 voorspelden veel marxisten in Oost en West het einde van het socialisme, toen honderdduizenden kleine staatsondernemingen geliquideerd werden. De uitkomst van de operatie was integendeel de versterking van de staatssector. Vandaag is er het probleem van ondermaatse rentabiliteit van een reeks beschermde staatssectoren. Hoe ga je dat rectifiëren? (wordt vervolgd)

  5. De ongeziene economische en sociale successen zijn een gevolg van de socialistische markteconomie. Er is geen enkele economie die ooit beter gedaan heeft, en dan nog wel voor 1,3 miljard mensen. Socialistische markt betekent de markt te laten werken binnen een plan. Voor de Chinese staatsondernemingen was dat maar beperkt van kracht want deze holdings en bedrijven zijn financieel, economisch en politiek zeer beschermd. Het afbouwen van die bescherming is “de beslissende rol van de markt” toepassen maar wel binnen het concept van de socialistische markt. Het is absoluut onjuist dat China de socialistische markt opgeeft en overgaat naar een economie waar enkel de markt beslist over de verdeling van kapitaal en arbeid. De markt moet gebruikt worden om de markt te kunnen afschaffen, dat is de kern van het Chinese beleid sinds 35 jaar. Onder het Westerse kapitalisme heeft de markt gezorgd voor de afschaffing van zichzelf in een aantal sectoren. (wordt vervolgd)

  6. Dat is de revolutionaire rol van de markt zoals Marx en Engels die beschrijven in het Communistisch Manifest. Die periode van concentratie van het kapitaal leidt naar het bestaan van 2, 3 of 4 reuze bedrijven in iedere sector wat de mogelijkheid schept de markt af te schaffen en de hele economie over te laten aan het plan. Zolang dat stadium niet bereikt is, is er markt nodig. Veel linkse critici van China leven echter in een ideële wereld waarin alles mogelijk is, naar de utopieën en de dromen van getormenteerde zielen. Het socialistische China wil binnen 50 jaar nog socialistisch zijn. Als het de weg volgt van de jaren 1958-1978 of als het de weg volgt van de Sovjet-Unie sinds 1950, dan is ook dat een utopie.
    Het is geen toeval dat Jo nauwelijks of niet spreekt over het failliet van die experimenten waaruit de socialistische markt geboren is. En vooralsnog met bijzonder veel succes wat het socialisme wereldwijd versterkt.

  7. Het is maar een idee: kun je aan de hand van goed gedefinieerde criteria de toestand van de werkman in 1813 in West-Europa en de werkman in China in dezelfde tijd kwantificeren en dan dezelfde criteria gebruiken voor beide groepen in 2013?
    En als hamvraag dan: is de ontwikkeling van het kapitalisme zoals gemanifesteerd is in het western een gunstiger ontwikkeling dan andere systemen.

  8. @ huub: Natuurlijk brengt het kapitalisme géén gunstiger ontwikkeling dan het socialisme. Het kapitalisme met zijn vrije markt, zijn tegenstelling tussen sociale arbeid en privé bezit van de productiemiddelen en zijn kapitalistische staat veroorzaakt crisissen en is tussen de periodes van crisissen zelfs niet in staat de sociale noden te lenigen. Maar in deze discussie geldt vooral de constatatie dat het kapitalisme in de periode 1958-1978 in West-Europa en Noord-Amerika effectief superieur was ten opzichte van het Chinese socialisme op vlak van economische groei. Het socialisme zorgde niet voor een inhaalmanoeuvre, wat op termijn het doodvonnis voor het socialisme betekent. De les die daaruit getrokken werd is dat de planeconomie niet altijd de beste oplossing is voor socialistische landen. Vandaar de socialistische markteconomie wat iets anders is dan zowel de planeconomie als de vrije markteconomie. De praktijk bevestigt die theoretische conclusie.

  9. Jo wordt in zijn boodschap dat de huidige “hybride vorm” van economie op termijn niet houdbaar is, vervoegd door de voormalige voorzitter van de Wereldbank Robert Zoellick die in de Financial Times kopt ” Beijing must pull off a mix of Mao and markets”. Eigenaardig gezelschap. De hybride economie scoort almaar beter niet enkel economisch, maar ook sociaal en kan het zo nog lang volhouden volgens Justin Yifu van dezelfde instelling. Dan de privegolf waar Jo zo bang van is: het bankwezen is voor 95 % in overheidshanden en er is welgeteld 1 privebank, de Mingsheng Bank. Wie is daar bang van? De toestand is analoog in energie en telecom…

  10. Ik waardeer Chinasquare zeer en lees veel. Deze discussie komt mij totaal wereldvreemd over. Niemand weet hoe socialisme eruit ziet en het bestaat niet, banale in ideële hoofden en dat is te waarderen.
    Kapitalisme bestaat ook niet. Wat het westers systeem nu doet is al vele malen in de geschiedenis voorgekomen. Op basis daarvan wordt de discussie over de vrije markt een net zo’n wereldvreemde uitvinding. Er zijn een paar kenmerken van het westers of kapitalistisch systeem. Een daarvan is dat er in het westers systeem geen vrije markt is. Wanneer China die maakt doet de wereld een grote stap vooruit. Iedereen mag meedoen. In het westen mogen alleen monopolies die markt in hun voordeel inrichten. Wat een bevrijding zou het zijn wanneer China in staat is opnieuw een vrije markt te creëren.

  11. Theoretisch is er – volgens mij – sprake van socialisme als in de wereld of in een land het financieringskapitaal in handen is van de bevolking. Het fiancieringskapitaal is de som van al het geld dat op bankrekeningen staat, de som van alle kleine en grote private personen. Als de staat hen dan garandeert dat men 3, 4 of 5 procent rente per jaar krijgt, hoeft niemand meer andere dingen met zijn geld te doen. Laat ondernemen maar aan ondernemers over en investeren aan de overheid, de staat, democratisch gecontroleerd. Dat is in China overwegend het geval. Ondernemers kunnen dan geld lenen van het finacieringskapitaal. Net zo als nu. Het finacieringskapitaal wordt beheert door ons allemaal in belang van ons allemaal. En niet door een bankklerk in een achteraf kamertje. Ondernemers zijn geen kapitalisten. Aandeelhouders zijn kapitalisten. In China is de bevolking nog steeds de grootste aandeelhouder. De som van de totale meerwaarde wordt verdeeld door het volkscongres. Dus..?!

  12. Wanneer het financieringskapitaal in handen is van de bevolking, komt de vraag op: is er dan nog financieringskapitaal? Het gaat om het surplus. Wie beschikt daarover?
    Ik wil ook geen discussie over socialisme. Het is beter te discussiëren over concrete zaken. Ik maakte de opmerking om duidelijk te krijgen dat Marx geen bijbel is en sommigen hem wel zo gebruiken.
    De rol van China in deze wereld is om elk land in staat te stellen dusdanig voor zichzelf en andere te produceren dat reproductie, de eigen bevolking in leven houden, mogelijk is. Het westen kreeg dat zelf niet voor elkaar. Alleen door massaal te roven in de rest van de wereld kan het westen zowel producenten als consumenten in één land hebben. Dat deden westerse landen door de markt te monopoliseren. Alleen China is aan deze shit ontsnapt en enkele zeer kleine gebieden in de wereld.
    Nu gaat China in de richting van een vrije markt om te kunnen bepalen wat de prijs van de productie is. Wat een fantastische overwinning is dat

  13. Welke “successen”? In China zijn er volop armen, daklozen, werklozen, mensen die geen medische hulp zich kunnen veroorloven etc etc. En er is een groepje millionairs die landhuizen in Frankrijk e.d. koopt. En die verschillen groeien alleen maar. De werkers worden uitgebuit door degenen die zich “communisten” noemen, maar zijn in de prakrijk millionairs. Dit is GEEN socialisme. Punt uit, maakt niet uit wat voor mooie woorden jullie hier gebruiken om deze schandalige uitbuiting te rechtwaardigen.

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.