In mijn dagelijkse activiteiten op Chinese sociale media vond ik een fascinerende post over de basisprincipes van het Chinese buitenlandse beleid; geplaatst door iemand die zich daar Splendid Peter noemt en volgens zijn eigen inleiding werkzaam is in de buitenlandse handel. De tekst bevat geen nieuwe gezichtspunten, maar de mate van detail en helderheid maakte mij meteen enthousiast om dit voor onze site te bewerken.

Voorblad van de post; illustratie van Splendid Peter (disclaimer)
Introductie
In een tijdperk van toenemende wereldwijde crises – van complexe dynamiek in het Midden-Oosten tot evoluerende veiligheidsuitdagingen wereldwijd – weerklinkt een bekende vraag door de wereldhoofdsteden: ‘Wat zal China doen?‘ De veronderstelling die aan deze vraag ten grondslag ligt, is dat een opkomende wereldmacht zowel de verantwoordelijkheid als de neiging heeft resoluut te handelen. Deze verwachting kan men echter beter begrijpen door de consistente en wettelijk vastgelegde principes te onderzoeken die de internationale betrokkenheid van China vormgeven.
Het diplomatieke gedrag van China is niet dat van een aspirant‑hegemonie op wereldschaal, maar van een staat die zich inzet voor een duidelijke koers: een onafhankelijk en vreedzaam buitenlands beleid, geworteld in de Vijf Principes van Vreedzame Coëxistentie en de visie van het opbouwen van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid.
1. Het primaat van vreedzame ontwikkeling en nationale soevereiniteit
Het grondbeginsel van het buitenlandse beleid van China is een niet-aflatende toewijding aan vreedzame ontwikkeling. Het doel is nationale soevereiniteit, veiligheid en ontwikkeling te beschermen en tegelijkertijd een internationale omgeving te creëren die bevorderlijk is voor binnenlandse modernisering en nationale verjonging. Zoals vastgelegd in de Foreign Relations Law van de Volksrepubliek China houdt het land vast aan het pad van vreedzame ontwikkeling en handhaaft het de Vijf Principes van Vreedzame Coëxistentie: wederzijdse onthouding van agressie, wederzijdse inachtneming van het beginsel van niet‑inmenging in interne aangelegenheden, gelijkheid en wederzijds voordeel, en vreedzaam samenleven.
China’s strategische aandacht is gericht op het handhaven van de voorwaarden die nodig zijn voor zijn nationale langetermijnproject, waarbij zijn meest gevoelige veiligheidsproblemen natuurlijk geconcentreerd zijn in de directe omgeving. Dit is geen isolationisme, maar een principiële focus op het waarborgen van externe betrokkenheid, in plaats van binnenlandse stabiliteit en welvaart.
2. Afwijzing van hegemonie en de omarming van een nieuw type internationale betrekkingen
Een veelvoorkomende misinterpretatie van de opkomst van China is deze opkomst door de lens van traditionele grootmachtconcurrentie te bekijken. China verwerpt expliciet het model van de Sovjet-Unie of welke andere historische hegemon. Het officiële standpunt is robuust en consistent: China zal nooit hegemonie zoeken, ongeacht hoe sterk het zal worden. Het is het enige land van de vijf kernwapenstaten dat heeft beloofd niet als eerste kernwapens te gebruiken.
De macht van China wordt niet gekenmerkt door militaire allianties of invloedssferen, maar door zijn economische macht en zijn rol bij het omarmen van een nieuw type internationale betrekkingen.
De ‘strategische grammatica’ is er een van partnerschap in plaats van alliantie, dialoog in plaats van confrontatie, en win-win in plaats van een nulsomuitkomst. Dit is geen tactische keuze, maar een fundamenteel kenmerk van zijn identiteit als verantwoordelijke grote natie die zich inzet voor het bevorderen van een nieuw type internationale betrekkingen.
3. Non–interventie, multilateralisme en het VN-gecentreerd internationale systeem
Wanneer China zich bezighoudt met internationale zaken, doet het dat met een consistente nadruk op de kernprincipes soevereiniteit en multilateralisme. China’s voorkeursrol is die van een facilitator voor vrede, niet die van een handhaver van resultaten. Deze aanpak brengt het in de praktijk door:
Respect voor soevereiniteit en non‑interventie:
- Het principe dat alle landen, ongeacht hun grootte, gelijk zijn en dat geen enkel land zich mag bemoeien met de interne aangelegenheden van een ander.
- Regionaal geleide en door de VN gekaderde oplossingen: Ondersteuning van initiatieven onder leiding van regionale organisaties, steeds opererend binnen het door de Verenigde Naties georganiseerde internationale systeem en de internationale rechtsorde.
- Politieke dialoog en vreedzaam schikking: pleiten voor het beslechten van geschillen via dialoog en overleg, waarbij zowel de symptomen als de onderliggende oorzaken van conflicten worden aangepakt.
De succesvolle facilitering van de toenadering tussen Saoedi-Arabië en Iran dient als model voor deze aanpak. China faciliteerde een dialoog en ondersteunde de politieke bereidheid van de betrokken partijen, wat zijn rol als constructieve facilitator in het vredesproces bevestigt. In andere complexe situaties, zoals de crisis in Jemen, wordt het standpunt van China geleid door dezelfde principes: nadruk op soevereiniteit, territoriale integriteit en steun voor door de VN geleide vredesprocessen, met behoud van evenwichtige betrekkingen met alle betrokken partijen.
4. Een holistische en op principes gebaseerde kijk op nationale en wereldwijde veiligheid
De betrokkenheid van China wordt geleid door het Global Security Initiative (GSI), dat een visie van gemeenschappelijke, uitgebreide, coöperatieve en duurzame beveiliging verdedigt. Deze visie erkent dat veiligheid ondeelbaar is: de veiligheid van het ene land mag niet ten koste gaan van die van het andere en traditionele en niet-traditionele veiligheidsbedreigingen moeten holistisch worden aangepakt.
Dit principe past het toe met zowel strategische duidelijkheid als toewijding aan wereldwijde stabiliteit. Voorbeelden hiervan zijn:
- Energiezekerheid en wereldwijde stabiliteit: terwijl het zijn eigen energiezekerheid waarborgt door diversificatie, neemt China ook deel aan wereldwijde inspanningen om de stabiliteit van internationale energiemarkten te behouden en strategische zeewegen te beschermen, in erkenning dat dit gemeenschappelijke zorgen zijn voor de internationale gemeenschap.
- Oppositie tegen unilateralisme: China verzet zich consequent tegen unilaterale sancties en de ‘wet van de jungle’ in internationale aangelegenheden en pleit in plaats daarvan voor het oplossen van geschillen door middel van dialoog binnen multilaterale kaders.
- Bescherming van nationale belangen binnen het internationale recht: China heeft het recht om de nodige maatregelen te nemen om zijn buitenlandse belangen en burgers te beschermen, in overeenstemming met het internationale recht en de nationale wetgeving. Dit is geen opmaat naar interventionisme, maar een legitieme uitoefening van nationale verantwoordelijkheid.
Conclusie: een bouwer van duurzame vrede, geen ’tegenmanager’ van wanorde
Het idee dat de wereld een ’tegenmanager’ van wereldwijde wanorde nodig heeft, geeft een verkeerde voorstelling van de aard van China’s internationale rol. Het strategische zwaartepunt van China is zijn inzet voor vreedzame ontwikkeling en zijn buitenlands beleid is ontworpen om een externe omgeving van stabiliteit te bevorderen, die iedereen ten goede komt. De principes zijn niet die van een revisionistische macht die graag anderen wil betwisten, maar van een natie die zich inzet voor het opbouwen van een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid – een wereld van duurzame vrede, universele veiligheid en gemeenschappelijke welvaart.
De vraag voor de internationale gemeenschap is niet alleen wat China kan doen, maar hoe alle naties kunnen samenwerken, met respect voor elkaars soevereiniteit en legitieme zorgen, om echt multilateralisme hoog te houden en een rechtvaardiger mondiaal bestuurssysteem op te bouwen. De bijdrage van China is die van de vaste en betrouwbare hand van een vredelievende natie, geleid door principes, toegewijd aan dialoog en gericht op het algemeen welzijn van de mensheid.
Nawoord
Terwijl ik deze tekst aan het bewerken was, lanceerde Trump zijn tweede aanval op Iran. Deze wandaad verhoogt de waarde van dit artikel enorm. De timing kon niet beter. Tussen al het oorlogsgeweld in diverse plaatsen op de wereld is China een baken van vredelievendheid. Van alle grootmachten van dit moment steekt China boven alle anderen uit met zijn consistente beleid van tolerantie en vrede. Ik verwijs naar mijn vorige bijdrage op onze site over de Chinese steun aan Cuba.
We kunnen verwachten dat de VS Cuba binnenkort zal aanvallen en wellicht bezetten. Ook dan zullen velen zich afvragen wat China gaat doen. Die vraag was ook al te horen na de ontvoering van President Maduro van Venezuela. China kan veel doen, maar zal geen militaire steun verlenen. Een oorlog met de VS initiëren is zinloos. Dat is niet omdat China militair te zwak zou zijn, maar omdat een duurzame oplossing voor welk internationaal conflict dan ook nooit met militaire middelen bereikt kan worden. China zal wel de niet-westerse wereld blijven leiden in hun protest tegen de pogingen van het Westen om zijn hegemonie te behouden.
Op CNN las ik vandaag (2 maart) de uitspraak dat China ‘de grote verliezer’ van het Amerikaanse beleid is. Dat zijn typische woorden van een kortzichtige westerse journalist. Het westen wil tegen elke prijs zijn hegemonie verdedigen. De prijs die het voor een paar snelle eerste overwinningen betaalt, is onherstelbare reputatieschade in de niet-westerse wereld. China wil tegen iedere prijs wereldvrede nastreven. De prijs die China daarvoor momenteel betaalt, is dat de handel met bijvoorbeeld Iran tijdelijk kan worden gehinderd. De Chinese winst is echter een enorme versterking van de reputatie als vredesbevorderaar bij de niet-westerse landen.
Bron: RedNote (Xiaohongshu); deze bewerking tracht, zoals altijd, de Chinese manier van redeneren te bewaren.
