Het Chinese ‘sociale kredietsysteem’ (社会信用体系) lijkt angstwekkend in het Westen. Eén enkele score, totale surveillance, burgers die de toegang tot de trein wordt geweigerd omdat ze de straat oversteken waar het niet mag… Hier volgt wat ik vond toen ik probeerde te begrijpen wat er werkelijk achter deze term schuilgaat en waarom de kloof tussen het mediaverhaal en de realiteit zo enorm is.

Dit artikel van Christophe Durandeauverscheen oorspronkelijk op www.chine365.fr . De vertaling naar het Nederlands is van ChinaSquare/Frank Willems
Net als velen van jullie ontdekte ik het Chinese ‘sociale kredietsysteem’ in 2019, tijdens een reportage in het Franse televisieprogramma Envoyé Spécial. Een systeem waarbij burgers beoordeeld worden. Overal camera’s. Mensen die de toegang tot de trein wordt geweigerd omdat ze bij rood licht oversteken. Totale controle.
Alleen klopte dit beeld niet met wat ik zag op het terrein. Dit distopisch portret leek op niets wat ik kende. Ik heb dan maar aan Haixia gevraagd: ‘Wat is jouw sociale kredietscore?’
‘Mijn wat?’
De vraag was voor haar onbegrijpelijk. Het duurde even voordat ze begreep waar ik het over had. Toen opende ze Alipay en liet me haar Sesamkrediet (芝麻信用, zhīma xìnyòng) zien. ‘Is dit waar je het over hebt? Hiermee hoef ik geen borg te betalen voor het fietsdeelsysteem.’ Ze haalde haar schouders op. Zaak afgesloten.
Die avond realiseerde ik me iets. ‘Sociaal krediet’ is niet iets waarover Fransen en Chinezen van mening verschillen. Het is iets waar ze niet op dezelfde manier over praten.
Waarom haal ik dit zes jaar later aan? Omdat het onderwerp nog steeds ter sprake komt in elk gesprek over China. En het misverstand is helemaal niet verdwenen.
‘Hij heeft het geld en weigert te betalen.’
‘Hij heeft het geld en weigert. Te betalen’ . Afgelopen herfst lunchte ik in Shenyang met een vriend van Haixia. Hij was in de veertig en eigenaar van een bouwbedrijf. Het gesprek ging over een van zijn voormalige zakenpartners die hem al drie jaar geld schuldig was. De rechter had een uitspraak gedaan. Maar de andere man had niet betaald.
‘Hij staat nu op de zwarte lijst’ zei hij. Niet boos. Eerder tevreden. ‘Hij mag niet meer vliegen. Hij kan geen appartement meer kopen. Zijn dochter kan niet meer naar de privéschool die hij had uitgekozen.’
Ik vroeg hem of hij dat niet buitenproportioneel vond. Hij keek me aan alsof ik iets vreemds had gezegd. ‘De rechter heeft hem bevolen te betalen. Hij heeft het geld. Hij weigert. Waarom zou hij dan nog wel mogen vliegen?’
De logica is glashelder maar ontgaat het westerse verhaal volledig. De zwarte lijst van het Hooggerechtshof (het beruchte ‘treinverbod’ dat in elk nieuwsbericht opduikt) is niet gericht tegen ‘burgers’. Het richt zich op degenen die bekend staan als 老赖 (lǎolài): weerbarstige schuldenaren die weigeren te voldoen aan een gerechtelijk bevel, ook al hebben ze daar de middelen voor. Het verbod geldt voor ‘hoge en onnodige consumptie’: vliegreizen, hogesnelheidstreinen (niet de gewone treinen), luxe hotels en onroerend goed.
De officiële logica kan in één zin worden samengevat: als je je schulden niet kunt terugbetalen, kun je je geen eersteklas reis veroorloven.
Wat opvalt, is niet het mechanisme zelf. Het is de reactie van Haixia’s vriend. Hij maakt zich geen enkele zorg over zijn eigen vrijheden. Voor hem is de zwarte lijst geen instrument voor controle; het is een instrument voor gerechtigheid. De man heeft valsgespeeld, de man wordt gestraft, het systeem werkt.
Hier botsen we op het eerste en grootste misverstand: deze zwarte lijst heeft niets te maken met ‘sociaal krediet’. Hij bestaat al sinds 2003, ruim voordat het sociale kredietsysteem in 2014 officieel werd opgestart. Het is een handhavingsmechanisme van de rechterlijke macht, beheerd door de rechtbanken, geen instrument om gedrag te beoordelen. Onderzoeker Jeremy Daum (Yale Law School), een van de meest vooraanstaande westerse experts op dit gebied, stelt dit ondubbelzinnig: deze lijst verschilt zo sterk van andere sociale kredietsystemen dat het waarschijnlijk juister is om hem uitsluitend te beschouwen als een handhavingsmechanisme van de rechterlijke macht. Toch is dit de lijst die westerse media voortdurend tonen wanneer ze het over het Chinese ‘sociale kredietsysteem’ hebben. De verwarring is compleet.
Om te begrijpen waarom Haixia’s vriend dit normaal vindt, moet men begrijpen wat de Chinezen verstaan onder het woord 老赖 (dānān). Het is niet zomaar een ‘wanbetalende schuldenaar’. Het is iemand die het vertrouwen heeft geschonden, die zijn woord heeft gebroken. Het niet nakomen van een schuld, terwijl men daartoe wel de middelen heeft, is niet alleen een financiële kwestie; het is een schending van de sociale relatie. En gezichtsverlies, in een maatschappij waar alles daarrond draait (zakelijke relaties, vriendschappen, familie), weegt oneindig veel zwaarder dan een boete.
Daarom raakt het vliegverbod de gevoelige snaar. Niet in de portemonnee, maar in de status. Een manager die niet langer in businessclass kan reizen, een CEO die zijn zoon niet langer naar een privéschool kan sturen – het wordt bekend. Het is zichtbaar. En in een land waar gezichtsverlies de bindende factor is in sociale relaties, is het een veel zwaardere sanctie dan een financiële boete die je zonder nadenken zou betalen.
Degenen die boven de regels staan.
We komen op een punt waar het westerse verhaal de bal volledig misslaat. Nieuwsberichten presenteren verschillende ‘sociale krediet’-mechanismen als een bedreiging voor de burger. Maar als je met gewone Chinezen praat, is het tegendeel waar: zij zien het als een instrument dat gericht is tegen degenen die denken boven de regels te staan. De corrupten. De rijken die niet betalen. Ambtenaren die hun positie misbruiken.
De strijd tegen corruptie is een diepgewortelde bezorgdheid in China, voortkomend uit decennia van ongebreidelde groei waarin misbruik ‘normaal’ was.
In 2008, tijdens de aardbeving in Sichuan, stortten meer dan 7.000 klaslokalen in, waarbij duizenden kinderen om het leven kwamen. De omliggende gebouwen bleven staan; de scholen niet. Omdat lokale ambtenaren en bouwbedrijven de aardbevingsnormen hadden genegeerd, op materialen hadden bezuinigd en het verschil in hun zak hadden gestoken. De Chinezen hebben er een woord voor bedacht: 豆腐渣 (dòufuzhā), ’tofuresten’. Scholen gemaakt van tofu. Kinderen dood omdat iemand smeergeld aannam.
In hetzelfde jaar was er het schandaal van met melamine vermengde babymelk. Projectontwikkelaars die verdwenen met het geld van kopers. Voor wie dit heeft meegemaakt, is de vraag naar een systeem dat de machthebbers ter verantwoording kan roepen geen onderwerping, maar een eis.
Onderzoeken bevestigen dit. Toen een Duitse professor aan de Vrije Universiteit van Berlijn 2209 Chinezen interviewde, zag 80% het systeem vooral als een nuttig instrument om een betrouwbaardere samenleving te creëren. Dat blijkt ook uit de twee meest voorkomende straffen: Uitsluiting van het openbare ambt (78%) en reisbeperkingen (77%). Dit zijn geen straffen tegen de gewone bevolking. Het zijn straffen tegen machthebbers.
Het verhaal dat niemand tot het einde vertelt
Wat is ‘sociaal krediet’ nu precies? Het officiële systeem heet 社会信用体系 (shèhuì xìnyòng tǐxì). Het sleutelwoord is 信用 (xìnyòng), wat zich vertaalt als “krediet”. Maar 信 (xìn) staat vooral voor vertrouwen, iemands woord, betrouwbaarheid. Het concept is moreel. Een goed begrip van China begint met dit inzicht: wanneer Beijing het heeft over ‘sociaal krediet’ heeft het het over vertrouwen in de samenleving. Niet over een score zoals in de TV-serie Black Mirror.
In werkelijkheid is het ‘systeem”‘helemaal geen systeem. Het is een mozaïek van heterogene, gefragmenteerde mechanismen, vaak onafhankelijk van elkaar. En het is in deze lokale experimenten dat de westerse media bij uitstek hun materiaal hebben gezocht en bijna altijd verkeerd hebben weergegeven). Rongcheng, een stad met 700.000 inwoners in de provincie Shandong, haalde wereldwijd de krantenkoppen. Elke inwoner begon met 1.000 punten. Vrijwilligerswerk leverde punten op, terwijl verkeersovertredingen punten deden verliezen. Andere steden gingen nog verder: Suining trok punten af voor petities aan de overheid, en Suzhou overwoog boetes voor het niet verschijnen bij reservaties op restaurant.
Deze gevallen zijn echt. Maar het verhaal eindigt daar niet (alleen vertelt niemand de rest).
De centrale overheid zelf heeft deze excessen bekritiseerd. In december 2020 verklaarde een hoge ambtenaar van de economische planning publiekelijk dat deze lokale maatregelen onverenigbaar waren met zowel de rechtsstaat als het opbouwen van geloofwaardigheid op de lange termijn. Rongcheng moest zijn systeem herzien. De meeste lokale scoresystemen zijn sindsdien afgeschaft. Beijing heeft zijn eigen lokale overheden gereorganiseerd. Dat zijn feiten. Maar ze passen niet in het “Black Mirror”-verhaal, dus verdwijnen ze.
En dan is er nog Sesame Credit. De kredietscore die Haixia me liet zien. Dat is een privéproduct. Geen overheidsproduct. Het is van Ant Group (Alibaba) en is geïntegreerd met Alipay. Het beoordeelt je financiële betrouwbaarheid: of je leningen terugbetaalt, of je je rekeningen betaalt, hoe je transactiegeschiedenis eruitziet. In Frankrijk doet elke bank precies hetzelfde: ze kennen je een interne score toe op basis van je profiel, en deze score bepaalt of je een lening krijgt en tegen welk tarief. Het mechanisme is identiek; alleen de naam is anders.
Maar Sesame Credit gaat in het dagelijks gebruik verder, en dat is waar je het Chinees pragmatisme moet begrijpen. In een land met 1,4 miljard mensen is alles wat processen stroomlijnt waardevol. Een goede Sesame-score benadeelt niemand; het versnelt de zaken voor degenen die hem hebben. Je kunt een fiets, een auto of een verblijf huren via Tujia (het equivalent van Airbnb) zonder borg te betalen. Op sommige platforms zoals Taobao kun je een artikel ontvangen voordat je ervoor betaalt. Je kunt direct kleine bedragen lenen via Huabei (花呗) zonder tussenkomst van een bank.
Een slechte score weerhoudt je er niet van om een fiets te huren; je betaalt gewoon de borg zoals iedereen. Sesame is een versneller van vertrouwen, geen barrière. Honderden miljoenen Chinezen gebruiken het dagelijks met evenveel enthousiasme als een Fransman die punten spaart op zijn klantenkaart.
Maar in westerse nieuwsberichten worden Sesame Credit, gerechtelijke zwarte lijsten, gemeentelijke experimenten en videobewaking op één hoop gegooid en als één angstaanjagend geheel voorgesteld.
Een onderzoeker van Yale, Jeremy Daum, suggereerde dat deze verwarring blijft bestaan omdat het Westen zijn eigen angsten voor digitale surveillance op China projecteert..
De MIT Technology Review vatte de situatie als volgt samen: de infrastructuur is ‘verrassend lowtech’, is voornamelijk gebaseerd op gedigitaliseerde administratieve documenten en er zijn geen bekende gevallen waarin geautomatiseerde gegevensverzameling leidt tot de geautomatiseerde toepassing van sancties zonder menselijke tussenkomst. In Rongcheng liepen ‘informatieverzamelaars’ door de straten en noteerden de goede daden van hun buren met een pen. Dat is heel anders dan Skynet (een computerspel en ook een Britse militaire inlichtingennetwerk.)
‘Ja, maar het blijft een dictatuur.’
Ik wil nog één laatste moment delen. Op een avond, dit keer in Frankrijk, vroeg een vriend me hoe de Chinezen omgaan met het sociale kredietstelsel. Ik probeerde het uit te leggen. Het Sesamkrediet. De zwarte lijsten die wanbetalers opsporen. De steun van de bevolking. Hij luisterde en zei toen: ‘Ja, maar toch, het is niet hetzelfde, het is een dictatuur’. Het gesprek eindigde daar. Want ‘het is een dictatuur’ werkt als een intellectueel decompressiesas. Het weerhoudt ons ervan verder te gaan. Om onszelf af te vragen waarom we in Frankrijk zonder protest accepteren dat onze bank een kredietscore berekent die bepaalt of we een hypotheek krijgen. Dat een huisbaas drie loonstroken en een borgsteller eist voordat hij de sleutels van een appartement van 40 vierkante meter overhandigt. Het TES-bestand bevat de biometrische gegevens van bijna de gehele Franse bevolking, per decreet ingesteld in het weekend van Allerheiligen in 2016, te midden van bijna totale onverschilligheid. De FICP beperkt de toegang tot bankdiensten voor degenen die op hun lijst staan. Londen is een van de meest bewaakte steden ter wereld, en toch heeft niemand ooit een primetime-nieuwsbericht uitgezonden met de titel ‘Engeland, alles is onder controle.’
Het gaat hier niet om dezelfde systemen. De politieke contexten zijn radicaal verschillend.
Maar de vraag die overblijft is: waarom worden score-, profilerings- en restrictiemechanismen die we in ons eigen land normaal vinden, een dystopie zodra ze een Chinese naam krijgen? We horen over een enkele, gecentraliseerde score die aan elke burger wordt toegekend. Die bestaat niet. We horen over een alwetend algoritme. Dat bestaat niet. We horen over een geterroriseerde bevolking. Onderzoeken vertellen een ander verhaal. We krijgen beelden uit films te zien en er wordt gezegd: ‘Dit is sociaal krediet’ terwijl het soms gewoon opsporingsberichten van voortvluchtigen zijn.
Tussen de westerse fantasie en de alledaagse realiteit gaapt een diepe kloof. En in die kloof schuilt misschien wel het meest interessante: wat onze angst voor China over onszelf onthult.
De laatste keer dat ik hierover met Haixia sprak, stelde ze me een vraag die ik niet kon beantwoorden.
‘Wanneer wij ons huis kochten, moesten we aan de bank bewijzen dat we betrouwbaar waren, toch? Loonstroken, rekeningen nazien, dat soort dingen. En als we niet afbetalen, komen we op een zwarte lijst te staan. Klopt dat?’
‘Ja.’
‘En maakt dat je niet bang?’
Stilte.
Bron: www.chine365.fr
Referenties
- [1] Stackademic, 13 octobre 2025, How China’s Social Credit System Actually Works (Technical Breakdown) ↑︎
- [2] Jeremy Daum, 25 juillet 2025, Inability vs. Unwillingness to Satisfy Judgments: Example Cases for the Court Judgment Defaulter List ↑︎
- [3] Genia Kostka, 13 février 2019, China’s social credit systems and public opinion: Explaining high levels of approval ↑︎
- [4] Zeyi Yangarchive, 22 novembre 2022, China just announced a new social credit law. Here’s what it means. ↑︎
- [5] UC Berkeley School of Information, 23 avril 2019, Shazeda Ahmed on the Messy Truth About Social Credit ↑︎
