Chen Weihua (recensie)
Chen Weihua, voormalig hoofd van China Daily EU, bespreekt het onlangs verschenen boek China’s Foreign Policy and the Making of a Multipolar World — Changes Unseen in a Century. Het geeft volgens hem waardevolle inzichten in het buitenlands beleid van China en een multipolaire wereld.

Het buitenlands beleid van China wordt in het Westen al lange tijd verkeerd geïnterpreteerd of opzettelijk verdraaid. Velen nemen vanzelf aan dat een snel opkomend China een macht wordt die net als de Verenigde Staten zal streven naar hegemonie, alleenheerschappij.
China verwerpt dat soort beweringen echter. Het buitenlands beleid van het land is gebaseerd op de Vijf Principes van Vreedzame Co-existentie: wederzijds respect voor soevereiniteit en territoriale integriteit; wederzijdse niet-agressie; niet-inmenging in elkaars binnenlandse aangelegenheden; gelijkheid en wederzijds voordeel; en vreedzame co-existentie.
Daar waar de term ‘multipolaire wereld’ ontbreekt in het officiële vocabulaire van de VS, staat dit begrip centraal in de Chinese visie op de wereldorde. Een systeem waarin ontwikkelingslanden, met name die in het Mondiale Zuiden, meer zeggenschap hebben in het wereldbestuur.
Het onlangs verschenen boek China’s Foreign Policy and the Making of a Multipolar World — Changes Unseen in a Century, onder redactie van de Britse China-specialisten Keith Bennett en Carlos Martinez, biedt waardevolle inzichten in het buitenlands beleid van China. Het geeft de historische context daarvan weer. De auteurs maken de standpunten duidelijk van China ten aanzien van mondiale kwesties en de visie die het land heeft op de toekomst.
Het boek, dat deze maand door Praxis Press is uitgegeven, bevat tien essays van negen Chinese en internationale deskundigen en wetenschappers over China. Elk van die opstellen biedt een uniek perspectief op cruciale vraagstukken. Ze geven bijvoorbeeld antwoord op de vraag of China een expansionistische en imperialistische macht is. De auteurs weerleggen dat het ‘Belt and Road’-initiatief voor connectiviteit tussen landen en werelddelen een ‘schuldenval’ is, zoals sommige China-haviken het bestempelen.
Volgens de redacteurs Bennett en Martinez gaan de tien essays uit van een gemeenschappelijk uitgangspunt: de opkomst van China als wereldmacht is, in tegenstelling tot wat velen in het Westen beweren, geenszins een bedreiging voor de mensheid. Het is integendeel juist een baken van hoop voor een rechtvaardige, vreedzame en multipolaire wereld.
In hun gezamenlijke essay getiteld ‘de wereld ondergaat ingrijpende veranderingen die al in een eeuw niet zijn voorgekomen’ – een bekende uitdrukking van president Xi Jinping – stellen Bennett en Martinez dat de collectieve opkomst van het Mondiale Zuiden, met China in de voorhoede, een definitief einde maakt aan het unipolaire tijdperk waarvan de VS kortstondig hebben geprofiteerd na de ingrijpende veranderingen in het internationale landschap in de jaren negentig.
De auteurs prijzen Xi’s strategische visie om een gemeenschap met een gedeelde toekomst voor de mensheid op te bouwen, en zetten de door China voorgestelde initiatieven voor mondiale veiligheid, ontwikkeling, beschaving en bestuur in de kijker.
Ken Hammond, emeritus hoogleraar Oost-Aziatische en mondiale geschiedenis aan de New Mexico State University, schetst een historisch perspectief op het Chinese buitenlandse beleid sinds de oprichting van de Volksrepubliek China in 1949.
Hij voert dit terug op de bittere ervaringen die China heeft opgedaan onder het westerse en Japanse imperialisme in de ‘eeuw van vernedering’ die volgde op de Opiumoorlog. Deze geschiedenis is van cruciaal belang om de huidige denkwijze van China te begrijpen.
Jenny Clegg, een China-specialist die het land in 1971 voor het eerst bezocht, gaat dieper in op de Vijf Principes van Vreedzame Co-existentie als leidend kader voor het Chinese buitenlandse beleid door de decennia heen.
In ‘Hoe de vreedzame opkomst van China de wereld verandert’, een essay van Cheng Enfu, voormalig voorzitter van de Academie voor Marxisme van de Chinese Academie voor Sociale Wetenschappen, bespreekt de auteur de mondiale invloed van China op zes gebieden: wetenschap en technologie, economie, politiek, cultuur, ecologie en het levensonderhoud van de bevolking.
Nu de lastercampagnes tegen China de afgelopen jaren hysterische proporties hebben aangenomen, biedt dit boek een correcter beeld van het Chinese buitenlandse beleid, de Chinese filosofie van win-win-samenwerking – in tegenstelling tot het door de VS nagestreefde nulsomspel – en het krachtige verzet van China tegen een nieuwe Koude Oorlog die de wereld dreigt op te splitsen in met elkaar strijdende blokken.
De vreedzame opkomst van China is opmerkelijk. Ze is in enkele decennia tot stand gekomen zonder oorlogen te voeren, landen te koloniseren, regimeverandering na te streven of moordaanslagen te plegen.
China is er vast van overtuigd dat landen met een verschillende geschiedenis, cultuur en politiek stelsel naast elkaar kunnen bestaan en moeten samenwerken in het belang van hun volkeren en van de wereld. De BRICS-groep, die bestaat uit een groeiend aantal zeer diverse landen, straalt deze overtuiging uit. De wereld evolueert onmiskenbaar in de richting van een multipolaire wereldorde. Dit is een onstuitbare trend die aansluit bij de visie van China op het buitenlands beleid. Het is tevens dat wat de meeste landen in de wereld wensen.

Het besproken boek is verkrijgbaar als paperback en als ePub.
De recensie verscheen in China Daily en bij Friends of Socialist China
Vertaling voor ChinaSquare: D.Nimmegeers

Chen Weihua is journalist. Hij werkte zijn hele carrière voor de Chinese krant China Daily. De voorbije zeven jaar woonde en werkte hij in Brussel als EU-bureauchef voor zijn dagblad. Daarvoor was hij 11 jaar correspondent in de Verenigde Staten. Een kenner van de VS, Europa en China…ChinaSquare interviewde hem bij zijn terugkeer naar China.
