China en Afrika: tweeduizend jaar ontmoeting over de Indische Oceaan

We zijn in het jaar 1414. De ‘Verboden Stad’ in Beijing is nog in volle opbouw en zal pas in 1421 de officiële residentie van keizer Yongle worden. Voorlopig houdt hij nog hof in Nanjing. Voor de zuidelijke Wumenpoort van de keizerlijke binnenstad troepen tienduizenden verbaasde mensen samen. China krijgt voor het eerst … een giraffe te zien. Het dier is een relatiegeschenk van de sultan van Kilwa (Oost-Afrika) voor zijn ‘nieuwe vriend’, de Chinese heerser.

Jan Reyniers

Chinees porselein opgedoken uit scheepswrakken op de zeeroute tussen China en Afrika. De stukken dateren uit de Ming Dynastie (1368-1644). (Foto: China Daily) Disclaimer.

De ophefmakende verschijning van de giraffe in Nanjing was echter niet het begin van de relatie tussen China en Afrika. Die band ging toen al zo’n anderhalf millennium terug en was ontstaan door een enorm netwerk van handelsroutes over land en zee. Aanvankelijk verliepen de contacten niet rechtstreeks, maar via talloze tussenpersonen, zoals Arabische, Perzische, Indiase en Zuidoost-Aziatische kooplieden. De geschiedenis van China en Afrika is daarom in de eerste plaats het verhaal van de Indische Oceaan: een wereldzee die al eeuwenlang mensen, goederen, ideeën en culturen met elkaar verbindt.

Van de Han-dynastie naar de Indische Oceaan

De vroegste contacten tussen China en de Afrikaanse wereld zijn moeilijk precies te dateren. In de tijd van de Han-dynastie (204 v.C.–220 n.C.) waren er echter al uitgestrekte handelsnetwerken die China via Centraal-Azië en het Midden-Oosten met het Westen verbonden. Het Romeinse Rijk, dat onder meer over Noord-Afrika heerste, was al vertrouwd met Chinese zijde en brokaat, erg begeerde luxeproducten. Niet dat Chinese kooplieden in die periode persoonlijk naar Egypte of andere delen van Afrika afreisden met hun koopwaar. De handel verliep nog over lange ketens van tussenpersonen die de twee werelddelen met elkaar verbonden.

Vanaf de eerste eeuwen van onze jaartelling werden maritieme verbindingen steeds belangrijker. Chinese producten vonden via Zuidoost-Azië, India, de Perzische Golf en de Arabische wereld hun weg naar de Oost-Afrikaanse kusten. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat Chinese keramiek al vanaf de vroege middeleeuwen in het westelijke deel van de Indische Oceaan circuleerde. Vanaf de negende eeuw nam de export ervan sterk toe. De Indische Oceaan was in de jaren achthonderd van onze tijdrekening al lang geen barrière meer.

De Swahili-kust: Afrika als actieve speler

Aan de oostkust van Afrika ontstonden in de middeleeuwen (11de–15de eeuw) de eerste rijke handelssteden. Het sultanaat van Kilwa, steden als Mombasa en Malindi en andere Swahili-havens lagen op een kruispunt van handelsroutes. Schepen voeren af en aan vanuit Arabië, Perzië, India en het verder gelegen China. De Swahili-steden waren geen passieve bestemmingen waar buitenlandse handelaren alleen maar hun goederen kwamen afzetten. De Afrikanen waren bijzonder actief betrokken bij de handel en bepaalden welke goederen werden verhandeld, hoe die lokaal werden gebruikt en wat er mocht worden geëxporteerd.

Chinees keramiek wordt tot vandaag – helaas vaak in scherven – op talrijke plaatsen langs de Afrikaanse kust teruggevonden. Vooral in de Song- en Yuan-periode (960–1368 n.C.) nam de aanwezigheid van Chinese producten sterk toe. Schalen en kommen dienden in sommige Swahili-steden niet alleen als gebruiksvoorwerp, maar werden ook als statussymbool gekoesterd. De Chinese ambachtelijke voorwerpen kwamen via diverse havens terecht in woningen van rijke kustbewoners in Kenia en Tanzania. Vanuit Afrika vertrokken dan weer producten als ivoor en goud richting de verre oosterse markten.

De Song- en Yuan-dynastieën: een maritieme handelswereld

Tijdens de Song-dynastie groeide de Chinese maritieme handel sterk en voeren Chinese schepen steeds verder over de Indische Oceaan. Die koers werd doorgezet in de daaropvolgende Yuan-dynastie onder de Mongoolse heerschappij. Chinese kooplui rekenden in die tijd echter nog vooral op Arabische, Perzische en Indiase handelaren om hun kommen, borden en brokaat uit Nanjing in Kilwa te doen belanden. Zo groeide Oost-Afrika uit tot een kosmopolitische regio vol dynamiek en culturele uitwisseling.

Zheng He: China stak zelf de Indische Oceaan over

Tussen 1405 en 1433 leidde de Chinese admiraal Zheng He zeven gigantische expedities die behoren tot de spectaculairste hoofdstukken uit de Chinese maritieme geschiedenis. Zheng He was afkomstig uit Yunnan en groeide uit tot een van de belangrijkste vertrouwelingen van keizer Yongle (1402–1424). Zijn vloot voer via Zuidoost-Azië naar India, Sri Lanka, de Perzische Golf, de Rode Zee en herhaaldelijk ook naar de Oost-Afrikaanse kust.

Over de precieze afmetingen van de grootste Chinese schepen wordt onder historici nog steeds gediscussieerd. De ‘traditionele schattingen’ over schepen van 120 meter moeten mogelijk met vele percentages worden bijgesteld, maar de prestatie blijft kolossaal, gezien de duizenden zeelui die erbij betrokken waren en de enorme staatsmobilisatie.

Aan de Afrikaanse kust kwamen de eerste Chinese gezanten terecht in een voor hen exotische wereld, al zagen zij er voor de Afrikanen allicht even vreemd uit. Afrikaanse koningen stuurden op hun beurt gezanten en geschenken naar het Chinese hof, met de beroemde giraffe van 1414 als verrassend kroonjuweel. Voor de Chinezen was het dier veel meer dan een curiositeit; het symboliseerde de voorspoed die de overzeese contacten konden brengen. Zo ontstond er geleidelijk een breder diplomatiek systeem waarin handelsbelangen, prestige en strategische macht elkaar kruisten.

China vestigde echter nooit een koloniaal rijk in Oost-Afrika. De reizen van Zheng He verschilden dan ook fundamenteel van de latere Europese koloniale ondernemingen die in 1497 door de Portugees Vasco da Gama op gang werden geschoten (letterlijk).

Een stap terug

Na de dood van keizer Yongle (1424) verlegden zijn opvolgers de prioriteiten omdat de kostbare expedities minder opleverden dan gehoopt en het binnenlandse rijk verdedigd moest worden. Na de zevende expeditie in 1433 verdwenen de grote staatsvloten dan ook grotendeels uit beeld, hoewel de interesse voor de Indische Oceaan nooit stilviel. Handelaren bleven varen, Chinese producten vonden nog steeds hun weg naar de havens en de Swahili-kust bleef deel uitmaken van het uitgebreide Chinese handelsnetwerk.

De Chinees-Afrikaanse handelsgeschiedenis kende de volgende eeuwen afwisselend perioden van intensieve betrokkenheid en relatieve afstandelijkheid, allicht ook omdat de handel over de Indische Oceaan meer en meer werd gedomineerd door westerse koloniale machten.

De zestiende eeuw en het Europese imperialisme

Op het einde van de vijftiende eeuw begonnen de machtsverhoudingen in de Indische Oceaan inderdaad fundamenteel te veranderen met de komst van de Portugezen, later gevolgd door de Nederlanders, de Britten en de Fransen. Voor China en Afrika luidde het Europese imperialisme een compleet nieuwe en desastreuze fase in.

In de negentiende eeuw doken plots Chinese gemeenschappen op in het Afrikaanse zuiden en oosten. Sommigen arriveerden er als handelaar; anderen werden er manu militari naartoe gebracht als ‘contractarbeiders’ in omstandigheden die aan slavernij doen denken. De eeuwenoude handelswereld van de Indische Oceaan werd vanaf 1500 eeuwenlang ondergeschikt gemaakt aan de belangen van Europese koloniale machten die het wereldsysteem overheersten.

Het Nieuwe China en het TAZARA-project

Toen in 1949 de Volksrepubliek China werd uitgeroepen, bevond een groot deel van Afrika zich nog steeds onder Europees koloniaal bestuur. Beide slachtoffers van het westers imperialisme vonden elkaar in het verlangen naar nationale onafhankelijkheid en zelfstandigheid. De Bandung-conferentie van 1955 vormde een sleutelmoment waarop Aziatische en Afrikaanse landen samenkwamen om te spreken over soevereiniteit en samenwerking.

Onder leiding van de CCP profileerde China zich nu expliciet als partner van de jonge Afrikaanse staten. Naast de politieke en ideologische solidariteit bood China ook zeer praktische steun door middel van opleidingen en projecten in landbouw, gezondheidszorg, onderwijs en infrastructuur.

De TAZARA-spoorlijn kan hier symbool voor staan. China, Tanzania en Zambia bouwden tussen 1970 en 1975 samen een 1.860 kilometer lange spoorlijn van de havenstad Dar es Salaam in Tanzania naar Kapiri Mposhi in Zambia. Het koperrijke en ingesloten Zambia kreeg zo een alternatieve route naar zee en kon zich op die manier ver buiten de invloedssfeer houden van het blanke minderheidsregime in Rhodesië en van de apartheidsstaat die Zuid-Afrika toen nog was.

Voor China was TAZARA zowel een ontwikkelingsproject als een diplomatiek statement, terwijl het voor Tanzania en Zambia een krachtig symbool werd van onafhankelijkheid. China toonde daarmee voor het eerst aan dat grote infrastructuurwerken de basis kunnen leggen voor economische ontwikkeling.

Naar economische samenwerking en de Nieuwe Zijderoute

Na de economische hervormingen van Deng Xiaoping (vanaf 1978) stelde China zich steeds opener op voor de wereld. Chinese bedrijven gingen op zoek naar nieuwe markten, investeringsmogelijkheden en grondstoffen. Afrika kwam dan ook prompt hoger op Beijings agenda te staan.

In de jaren negentig verschoof de relatie definitief van politieke solidariteit naar een brede combinatie van handel en investeringen; een dynamiek die in het jaar 2000 werd bezegeld met de oprichting van het Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC).

In de eenentwintigste eeuw groeide China uit tot de allergrootste handelspartner van Afrika, met een jaarlijks handelsvolume dat in 2025 al opliep tot zo’n 350 miljard dollar.

Vanaf 2013 kreeg de samenwerking nog eens een extra impuls door de lancering van het Belt and Road Initiative, de moderne Nieuwe Zijderoute. Afrikaanse havens, spoorwegen, snelwegen en energieprojecten werden opgenomen in een gloednieuw transcontinentaal netwerk. Hoewel hedendaagse projecten uiteraard gepaard gaan met uitdagingen rond economische rendabiliteit en beheersbare leningen, bewijzen ze dat Afrikaanse landen allerminst passieve ontvangers zijn, maar juist actief onderhandelen en eigen prioriteiten stellen.

Vandaag betekent China voor Afrika toegang tot kapitaal, technologie en een reusachtige markt, terwijl Afrika voor China onmisbaar is voor grondstoffen, handelsroutes en nieuwe economische horizonten.

Van giraffe tot hogesnelheidstreinen

Wanneer we tweeduizend jaar Chinees-Afrikaanse geschiedenis overzien, ontdekken we, ondanks de ups en downs, een onverwoestbare constante. Wat ooit begon met indirecte handel over duizenden kilometers, groeide uit tot een maritiem netwerk langs de Indische Oceaan en bracht in de 15de eeuw admiraal Zheng He met zijn vloot naar Afrika.

Na eeuwen van wisselende dynamiek en een latere verschuiving richting politieke solidariteit en grootschalige infrastructuurprojecten zijn China en Afrika vandaag hechter met elkaar verbonden dan ooit tevoren. In 1414 was de giraffe nog een exotisch wonder aan het keizerlijke hof in Nanjing. Vandaag lopen de Chinees-Afrikaanse economische banden over hypermoderne spoorwegen, havens, snelwegen en telecommunicatienetwerken. Tegelijk worden heel wat gemeenschappelijke stappen gezet naar industrialisatie en emancipatie van het Afrikaanse continent.

De schaal en de middelen zijn onherkenbaar veranderd, maar het fundament blijft ongewijzigd: ondanks de enorme geografische afstand hebben China en Afrika door de eeuwen heen steeds weer wegen gevonden om elkaar op te zoeken. De Chinees-Afrikaanse geschiedenis bewijst dat geografische afstand geen hinder moet zijn voor sociale en economische solidariteit.

Geraadpleegde bronnen:

Alpers, E. (2009). East Africa and the Indian Ocean. Markus Wiener Publishers, New York, Princeton University.

FOCAC (2024). China-Africa Joint Statement on Deepening Cooperation Within the Framework of the Global Development Initiative.

FOCAC Action Plan (2025–2027).

Monson, J. (2013). Using the Past to Imagine the Future: The TAZARA Railway, 1925–1976 [Doctoraatsscriptie, Universiteit van Stanford, Californië, VS].

Levathes, L. (1994). When China Ruled the Seas: The Treasure Fleet of the Dragon Throne, 1405–1433. New York: Simon & Schuster.

Wade, G. (2020). Zheng He and Ming China’s voyages in the early 15th century. In Oxford Research Encyclopedia of Asian History. Oxford University Press.

Xinhua, China Daily.