Markteconomie erkennen of open conflict aangaan?

Het Europees parlement vraagt om eind dit jaar aan China het statuut van markteconomie niet toe te kennen. Maar de stemming is niet bindend. Wat staat er op het spel en wat gaat er gebeuren?

markteconomie na maximum 15 jaar

Belofte maakt schuld?

China werd in 2001 lid van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) onder een uitzonderingsregime. Het land wordt niet erkend als markteconomie. Daardoor kunnen andere landen anti-dumping maatregelen opleggen zonder te bewijzen dat China de normale handelsregels van de WTO overtreden heeft. Zelfs de zakenkrant Financial Times erkent dat van deze situatie misbruik gemaakt is voor protectionistische maatregelen. Maar de uitzonderlijke toestand vervalt volgens het toetredingsverdrag na vijftien jaar, einde 2016: China krijgt dan het statuut van markteconomie. Een aantal Europese bedrijfslobby’s, met als belangrijkste de staalsector, die toenemende Chinese concurrentie vrezen, ijveren ervoor om te weigeren de uitzonderingstoestand af te schaffen en schermen daarvoor met honderdduizenden banen die bedreigd zouden worden worden.

Die lobby’s hebben hun slag thuisgehaald in het Europees parlement. Het parlement wil niet dat China als markteconomie erkend wordt omdat het niet voldoet aan de vijf criteria voor een markteconomie, die de EU opgesteld heeft. De grote meerderheid bij de stemming toont de kracht van de lobby’s maar verbergt tegelijk de ernstige tegenstellingen. Want er zijn natuurlijk ook talrijke bedrijvensectoren waarvoor China een goede klant is – de Europese machinebouwers en de luchtvaartsector bijvoorbeeld – en die zijn niet gediend met een open conflict. Bij een handelsoorlog zijn meer verliezers dan winnaars.

Chinasquare.be heeft de kwestie eerder ten gronde besproken en geargumenteerd tegen confrontatie voor respect aan het gegeven woord en voor gesprekken met China over de pijnpunten zoals de staalsector waar wereldwijde overcapaciteit is. Lees hier meer

De motie van het Europees parlement is niet bindend. Het zijn de Europese Commissie en de Europese ministerraad die uiteindelijk gaan beslissen. Die aarzelen om brutaal het engagement te verbreken dat ze in 2001 aangegaan hebben. Het boudweg naast zich leggen van regels die men in 2001 zelf opgesteld heeft is een precedent dat zware gevolgen voor de internationale handel kan hebben. En het aangaan van een frontale botsing is niet zonder risico’s; tegenmaatregelen van China zouden pijn kunnen doen. China kan ook naar de WTO stappen en vragen dat de EU veroordeeld wordt wegens het niet-toepassen van het toetredingsakkoord.
Haviken zoals ex-EU commissaris De Gucht pleiten voor de confrontatiestrategie. Tijdens de gewonnen jaren vooraleer de WTO de EU kan veroordelen zou de EU dan moeten werken aan nieuwe regels om ongewenste Chinese producten tegen te houden, zonder het uitzonderingsstatuut van China te moeten inroepen.
In
Europese kringen gaan sinds korte tijd ook stemmen op voor een soort tussenoplossing. De Europese Unie zou op basis van juristenverslagen die menen ‘dubbelzinnigheden’ te ontdekken in het WTO-toetredingsakkoord zelf naar de WTO kunnen stappen en een ‘verduidelijking’ vragen. Op die manier zou één à twee jaar tijd gewonnen kunnen worden. En het conflict met China zou misschien minder scherp zijn.

Knieval voor industriële lobby’s

Het Chinese persagentschap Xinhua noemt het parlementair besluit een knieval voor de industriële lobby’s en spreekt van kortzichtigheid en vooringenomenheid. De ‘vijf criteria’ zijn een voorwendsel, wat overduidelijk wordt wanneer men kijkt naar de lijst van landen die volgens de EU wèl markteconomieën zijn.
Xinhua merkt op dat protectionisme van de staalindustrie door Europa zinloos is; de essentie van efficiënte internationale handel is dat elk land datgene doet waarin het best is. Europa gebruikt echter het huidige uitzonderingsstatuut als protectionistisch instrument: van de 73 anti-dumping dossiers die nu in de EU lopen, zijn er 53 tegen China gericht.
En dat ondanks het gegeven dat China voor de EU steeds belangrijker wordt: de dagelijkse onderlinge handel bedraagt al meer dan één miljard euro, en China is de tweede handelspartner van de EU (na de VS). De Europese beleidsmakers zouden best naar het totale plaatje van de
EU-China handelsrelaties kijken in plaats van zich te laten manoeuvreren door protectionisten met oogkleppen.
Xinhua benadrukt dat het schrappen van het uitzonderingsregime ten laatste op 11 december een wettelijke verplichting voor de EU is.

Bronnen: Xinhua, Financial Times, Bloomberg.

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden.