Wanneer de relaties tussen China en Afrika ter sprake komen, domineert doorgaans het beeld van spoorlijnen, havens en mijnconcessies. Minder zichtbaar, maar steeds belangrijker, is de rol van onderwijs. Van taalonderwijs en universitaire uitwisseling tot beroepsopleidingen en digitale leerplatformen: onderwijs is uitgegroeid tot een centrale pijler van de Chinees-Afrikaanse samenwerking. Het jaar 2026 werd uitgeroepen tot het China-Africa Year of People-to-People Exchanges, met de expliciete bedoeling de relaties ook op onderwijsvlak te verdiepen.
Jan Reyniers

Het Chinese onderwijsengagement in Afrika is geen losstaande filantropie, maar zit stevig verankerd in beleidsstructuren zoals het Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC). In opeenvolgende actieplannen engageert China zich tot lerarenopleiding, studiebeurzen en institutionele versterking van Afrikaanse onderwijsinstellingen, vaak in samenwerking met UNESCO. Die aanpak past binnen China’s bredere visie op South-South cooperation, waarbij ontwikkelingslanden elkaar ondersteunen buiten de klassieke Noord-Zuid-hulprelaties om.
Onderwijs fungeert daarbij tegelijk als instrument voor capaciteitsopbouw én als vorm van soft power. Door kennis, taal en academische netwerken te delen, bouwt China aan langdurige relaties die verder reiken dan economische transacties.
Van beleidsnota naar klaslokaal: taal en cultuur in de praktijk
De impact van deze samenwerking is het duidelijkst merkbaar op het niveau van individuele studenten. In Zuid-Afrika is het inmiddels tien jaar geleden dat het Mandarijn officieel werd opgenomen in het nationale onderwijsprogramma. Aan de Universiteit van Johannesburg oefenen jaarlijks duizenden studenten de Chinese taal, vaak via het lokale Confuciusinstituut.
Voor Musfirah Yasir, een marketingstudente die opgroeide in Johannesburg, kreeg China hierdoor een menselijk gezicht. Wat begon als taalstudie groeide uit tot culturele betrokkenheid: van toon-oefeningen tot traditionele Chinese dans, uitgevoerd op evenementen van de Chinese ambassade. ‘China voelt niet langer abstract aan’, vertelt ze. ‘Het kwam gewoon dichterbij’. Haar traject illustreert hoe taalonderwijs, culturele praktijk en carrièreperspectieven met elkaar kunnen verweven.
Soortgelijke ontwikkelingen zijn te zien in Tanzania, waar Confuciusinstituten aan universiteiten niet alleen taalonderwijs aanbieden, maar ook culturele activiteiten en lerarenopleidingen organiseren. In academische termen versterken zij China’s culturele soft power, maar voor studenten betekenen ze vooral een verruiming van het curriculum en extra studiemogelijkheden.
Techniek, arbeid en debat over autonomie
Naast taal en cultuur ligt de nadruk sterk op technisch en beroepsgericht onderwijs.
De in 2016 gelanceerde Luban-workshops bieden beroepsopleidingen aan voor lokale jongeren in partnerlanden om technische talenten te ontwikkelen in sectoren zoals mechanica, logistiek, robotica en hernieuwbare energie. Ze combineren theorie en praktijk. Er zijn inmiddels 17 afdelingen in 15 Afrikaanse landen en wereldwijd afdelingen in een dertigtal landen.
In Ethiopië bijvoorbeeld worden opleidingen in mechanica, textiel en elektrotechniek afgestemd op industriële zones rond Addis Abeba, waar Chinese bedrijven actief zijn. Het doel is jongeren sneller inzetbaar maken op de arbeidsmarkt, met competenties die aansluiten bij reële productieomgevingen.
Critici wijzen op de soms directe koppeling tussen lokaal onderwijs en buitenlandse economische belangen. Toch valt moeilijk te ontkennen dat deze programma’s concrete vaardigheden opleveren in situaties waar jeugdwerkloosheid en onderkwalificatie hardnekkige problemen blijven. De kernvraag is dan ook niet of er economische belangen meespelen, maar in welke mate Afrikaanse landen deze samenwerking strategisch kunnen benutten voor een bredere industrialisering en een duurzame werkgelegenheid.
Digitale sprongen en afstandsonderwijs
Een ander opvallend spoor is de inzet op digitale en afstandsopleidingen. In Kenia helpen Chinese partners bij het opzetten van digitale klaslokalen en het aanbieden van ICT- en STEM-trainingen voor leerkrachten, zowel in het secundair onderwijs als in lerarenopleidingen. Met de steun van Chinese technologiebedrijven krijgen scholen toegang tot digitale leermiddelen, terwijl docenten worden bijgeschoold in technische vakken.
In Senegal maken leraren in rurale gebieden via online modules bijkomende kwalificaties mogelijk, zonder hun scholen langdurig te moeten verlaten. Onderzoek naar Open Distance Learning (ODL) toont aan dat dergelijke programma’s niet alleen de toegang tot hoger onderwijs vergroten, maar ook de professionele ontwikkeling van docenten ondersteunen. De effectiviteit van ODL blijft uiteraard afhankelijk van lokale infrastructuur, internettoegang en institutionele verankering – factoren die in Afrika sterk uiteenlopen. Hoe dan ook stimuleert deze aanpak de vraag naar digitale toegankelijkheid en, onvermijdelijk, ook naar extra investeringen in technologische infrastructuur.
Universiteiten als knooppunten van wederzijds leren
De samenwerking tussen Zhejiang Normal University en Nelson Mandela University in Zuid-Afrika illustreert hoe academische partnerschappen kunnen uitgroeien tot duurzame instellingen. Wat in 2019 begon als een gezamenlijk forum rond jeugdinnovatie, evolueerde naar structurele samenwerking rond studentenmobiliteit, gezamenlijk onderzoek en academische uitwisseling.
Elders, zoals in Rwanda, krijgen deze academische netwerken vorm via omvangrijke beursprogramma’s. Jaarlijks trekken honderden Rwandese studenten naar universiteiten in Beijing, Shanghai en Wuhan, waar zij vooral kiezen voor ingenieurswetenschappen, geneeskunde en ICT. Voor Afrikaanse studenten ligt de meerwaarde niet alleen in China’s technologische vooruitgang, maar ook in het kennismaken met Chinese sociale wetenschappen en denkkaders die afwijken van de nog steeds dominante westerse modellen. Die wederzijdse nieuwsgierigheid vormt de kern van betekenisvolle academische uitwisseling.
Individuele trajecten, collectieve impact
Soms belichaamt één persoon de bredere dynamiek van China-Afrika-onderwijssamenwerking. De Chinese academicus Liu Hongwu, in Nigeria liefkozend Lagos Boy genoemd, wijdde zijn carrière aan Afrikastudies. Zijn werk over de Nigeriaanse geschiedenis, inmiddels ook lokaal uitgegeven, wordt daar geprezen als een zeldzaam grondig overzicht door een buitenlandse auteur.
Liu’s visie is duidelijk: onderwijs moet aansluiten bij de lokale realiteiten en direct bijdragen aan ontwikkeling. Vanuit die overtuiging bouwde hij aan opleidingsprogramma’s en onderzoeksnetwerken die inmiddels duizenden Afrikaanse deelnemers bereikten.
Onderwijs in een veranderende wereldorde
Hoe dan ook biedt China’s rol in het Afrikaanse onderwijs concrete kansen op het vlak van toegang, vaardighedenontwikkeling en institutionele vernieuwing. Voor Afrika betekent dat nieuwe opties naast de historisch dominante westerse modellen. Voor China vormt onderwijs een sleutel tot duurzame, mensgerichte relaties binnen een win-winkader.
Wie onderwijs wereldwijd volgt, kan moeilijk om deze evolutie heen. Wat zich vandaag afspeelt in klaslokalen van Johannesburg tot Addis Abeba en van Kigali tot Hangzhou, is geen randverschijnsel, maar een wezenlijk onderdeel van een veranderende wereldwijde onderwijsorde.
Bronnen:
Voor de aangehaalde citaten, zie onderstaande link naar een artikel in People’s Daily online (https://en.people.cn/n3/2026/0114/c90000-20413841.html)
Forum on China-Africa Cooperation (FOCAC), recente actieplannen en onderwijsinitiatieven, Chinese Ministerie van Buitenlandse Zaken.
Sun, Y. (2022). ‘Education cooperation between China and Africa: A review of the development under the background of globalization,’ Top Journal of Educational Technology, 7(6).
Sun, Y. et al. (2023). ‘Study on the construction and communication of China’s vocational education brand in Africa’, International Journal of Education and Humanities.
Zhu, X. & Chikwa, G. (2019). An exploration of China-Africa cooperation in higher education: Opportunities and challenges in Open Distance Learning, Open Praxis.
