Werkkrachten tekort, lonen stijgen, vertrekken de buitenlandse bedrijven?

 


Van overal komen berichten binnen over loonstijgingen en tekort aan werkkrachten. Zal dat de buitenlandse bedrijven uit China wegjagen?

China moet om verder te kunnen ontwikkelen het binnenlands verbruik verhogen en dat gaat uiteindelijk via hogere lonen. Vorig jaar al stegen de lonen  , ondermeer nadat bij een aantal buitenlandse firma’s tussen mei en augustus ernstige sociale conflicten uitbraken. In het huidige vijfjarenplan  moeten tegen 2015 de minimumlonen gemiddeld verdubbelen.
In Shanghai verhogen de minimumlonen met meer dan 10% vanaf april. Beijing deed er al 21% bij. Guangdong is ondanks protest en lobbywerk van Hongkong-patroons van plan een vorm van sociaal overleg in te voeren.
In de steden langs de kust heerst ook dit jaar een tekort aan arbeidskrachten. Migranten uit het binnenland hebben meer mogelijkheden dan vroeger om uit de beste betrekking te kiezen, of zelfs gewoon thuis te blijven. Nieuw is dat nu ook sommige gebieden in het binnenland een tekort aan arbeidskrachten kennen.
Zo zijn er nu aanwervingsbureaus voor lokale firma’s opgericht in de stations van Chongqing, een stad van waaruit traditioneel veel migranten naar de kust vertrekken. Ook het plaatselijk ministerie van Arbeid roept de migranten op werk in eigen streek te aanvaarden. Van de 576.000 migranten uit Chongqing die op nieuwjaarsverlof kwamen, hebben er 71.000 beslist thuis te blijven.
En in het station van Kanton staan de lokale firma’s klaar om arbeiders die van de trein stappen meteen aan te werven. Firma’s uit Shanghai sturen speciale bussen naar Anhui, Henan en Hubei om hun migranten te gaan terughalen.
Sinds drie jaar zou het totaal aantal migranten met 20 miljoen verminderd zijn. Dat hangt enerzijds samen met het volwassen worden van de eerste generatie kinderen uit éénkindgezinnen, waardoor het aantal nieuwe arbeiders niet meer toeneemt. Anderszijds beginnen de aanmoedigen van de regering om firma’s in het minder ontwikkelde binnenland te doen investeren ook meer uitwerking te hebben.  Zo heeft  Chongqing in 2010 voor  6,3 miljard dollar buitenlandse investeringen aangetrokken, terwijl een andere migrantenregio, Chengdu, 6,4 miljard dollar aantrok.
De regering moedigt de bedrijven in de kustzones aan over te schakelen op meer gesofistikeerde producten en meer moderne arbeidsbesparende processen, maar dat verloopt (te) traag.
Er wordt over gespeculeerd of de stijgende lonen een massale exodus van buitenlandse bedrijven naar lageloonlanden zal teweegbrengen.
Volgens de Internationale Arbeids Organisatie stegen de Chinese lonen in reële termen met 12,6%  per jaar tussen 2000 en 2009. Een vergelijkbaar cijfer is 1,5% voor Indonesië en 0% voor Thailand. Een Chinese arbeider zou vandaag drie maal meer kosten dan een Indonesiër en vijf maal meer dan een Vietnamees.
Dat is echter slechts één aspect; volgens Steven Roach, dé expert  van Morgan Stanley Asia steeg in China de productiviteit sinds 1990 ook met 10-15% per jaar, zodat loonkosten per geproduceerde eenheid stabiel bleven.
Het is vooral arbeidsintensieve, laagtechnologische productie (schoenen, textiel) die zal verdwijnen naar lageloonlanden. Chips en flatscreens blijven zeker nog een tijd in China. Dit komt doordat de loonkost voor deze hoogtechnologische producten relatief laag is. Maar ook omdat fabrikanten in China een hoge productiviteit halen: ze hebben intussen rond hun Chinese bedrijven gespecialiseerde leveranciers en onderaannemers verzameld en hebben in de streek ook een belangrijke afzetmarkt
(Bron Financial Times; Volksdagblad )

Print Friendly, PDF & Email

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.