In China zijn twee voormalige Chinese generaals, vroegere ministers van Defensie, ter dood veroordeeld wegens corruptie.

Op 7 april bracht Xinhua, het officiële persbureau van China, het volgende laconieke bericht over het vonnis uitgesproken over de twee topgeneraals. ‘Twee voormalige Chinese ministers van Defensie, Wei Fenghe en Li Shangfu, zijn donderdag beiden ter dood veroordeeld met een uitstel van twee jaarwegens corruptie. Hun vonnissen werden afzonderlijk uitgesproken door de Chinese militaire rechtbank. Zowel Wei als Li waren tevens voormalige leden van de Centrale Militaire Commissie en voormalige leden van de Staatsraad. Volgens de vonnissen werd Wei veroordeeld voor het aannemen van steekpenningen en Li zowel voor het aannemen als voor het aanbieden van steekpenningen. Ook werden hen hun politieke rechten voor het leven ontnomen en zal al hun persoonlijke bezit in beslag worden genomen. In de vonnissen staat dat er geen verdere strafvermindering of voorwaardelijke vrijlating zal worden toegestaan nadat hun straffen, overeenkomstig de wet, na het verstrijken van de uitstelperiode van twee jaar zijn omgezet in levenslange gevangenisstraf.’ (in het bovenstaande citaat zijn door ChinaSquare drie hyperlinks aangebracht, naar artikelen op Wikipedia.
Extra informatie
De China Daily voor Azië, uitgegeven in Hongkong, geeft extra informatie. ‘Wei, 72 jaar oud en afkomstig uit de provincie Shandong, trad in 1970 in dienst bij het leger en werd twee jaar later lid van de Communistische Partij van China. In 2012 werd hij lid van de Centrale Militaire Commissie (CMC) en in 2018 werd hij benoemd tot lid van de Staatsraad en minister van Nationale Defensie.
In september 2023 startten de tucht- en toezichthoudende autoriteiten van de CMC een onderzoek naar Wei wegens ernstige schendingen van de partijdiscipline en de nationale wetgeving. Er werd vastgesteld dat hij zijn politieke verantwoordelijkheden niet was nagekomen, zich tegen het onderzoek had verzet, personeelsvoordelen voor anderen had nagestreefd en grote sommen geld als steekpenningen had aangenomen. Ook werden andere ernstige overtredingen vastgesteld’. En verder ‘In het onderzoeksrapport stond dat Wei zijn politieke overtuigingen kwijt was en niet langer loyaal was. Zijn daden vormden een verraad aan het in hem gestelde vertrouwen, brachten ernstige schade toe aan het politieke klimaat binnen het leger en berokkenden aanzienlijke schade aan de zaak van de Partij, en aan de nationale defensie, de militaire ontwikkeling en het imago van de hoogste leiding’.
Over de andere veroordeelde meldt de China Daily: ‘Li, 68 jaar oud en afkomstig uit de provincie Jiangxi, trad in 1980 toe tot de Chinese Communistische Partij (CPC) en ging twee jaar later in militaire dienst. Hij werd in 2022 lid van de Centrale Militaire Commissie en werd in maart 2023 benoemd tot Staatsraadslid en minister van Nationale Defensie. Tegen Li werd in augustus 2023 een onderzoek gestart. De autoriteiten stelden vast dat hij zijn politieke verantwoordelijkheden niet nakwam, zich verzette tegen het onderzoek, de organisatorische discipline schond door personeelsvoordelen voor zichzelf en anderen na te streven, en grote sommen geld als steekpenningen aannam en aanbood. Er werden ook andere ernstige overtredingen vastgesteld’. Opmerkingen over het geloof aan overtuiging en toegebrachte schade aan de instellingen zijn gelijklopend met die over Wei.
Zorgvuldig en niet onverwacht
De journalisten van de China Daily benadrukken de juridische zorgvuldigheid waarmee de zaken tegen de twee generaals werden aangepakt.
‘De zaken tegen Wei en Li werden voor onderzoek en vervolging overgedragen aan de militaire openbare aanklagers, nadat zij in juni 2024 uit de Chinese Communistische Partij (CPC) waren gezet. Daarvoor had de Centrale Militaire Commissie (CMC) besloten Wei uit het leger te zetten en zijn rang van generaal bij de Raketstrijdkrachten in te trekken, en Li uit het leger te verwijderen en zijn rang van generaal bij het leger af te nemen.
In een commentaar dat in februari werd gepubliceerd in de People’s Liberation Army Daily stond dat “het leger de politieke hervormingen zal blijven verdiepen en de inspanningen om het gedrag te verbeteren en corruptie te bestrijden zal voortzetten”. In het artikel werd erkend dat het nog steeds moeilijk en veeleisend is om de voedingsbodem en omstandigheden voor corruptie weg te nemen. Het commentaar voegde eraan toe dat de recente geconcentreerde onderzoeken naar corruptie niet betekenen dat de corruptie erger wordt, maar eerder dat de inspanningen tegen corruptie grondiger worden’.
Terughoudendheid
Het is opzienbarend nieuws, maar Chinese journalisten zijn afkerig van sensationalisme, in tegenstelling tot hun collega’s in het Westen. Bovendien is er een begrijpelijke terughoudendheid om over rechtspraken in zwaarbeladen politieke kwesties veel informatie openbaar te maken. Op die manier blijven velen natuurlijk wel vragen houden over concrete feiten, bewijsmateriaal, argumenten van de aanklagers en van de verdediging. Toch zijn er enkele elementen die met zekerheid bekend zijn, vooral ook omdat de Chinese overheid, een doorgaans betrouwbare bron, daar geen geheim van maakt. In China is het leger ondergeschikt aan de Communistische Partij, niet aan de regering of aan een persoon. Dit (in de wereld unieke) principe is ooit beeldrijk verwoord als: ‘de partij commandeert het geweer’. Nog een zekerheid is die van de gestrengheid en de omvang van de strijd tegen corruptie van zowel lagere als hooggeplaatste functionarissen. Personen waarvan buitenlandse commentatoren vermoeden dat ze politieke medestanders of juist tegenstanders van de huidige toppolitici zijn vallen hierbij van hun voetstuk. Volgens het democratisch centralisme, een essentieel organisatieprincipe van de CPC, en een van de principes die in overeenstemming zijn met de Chinese cultuur, worden debatten binnenskamers gevoerd en wordt enkel over de uitkomst en besluiten gecommuniceerd met de buitenwereld.
Sommigen zullen de speculaties van de dominante westerse media verkiezen boven de strakke en spaarzame mededelingen van de Chinese. Zij kunnen er misschien beter rekening mee houden dat westerse journalisten, niet minder vaak dan Chinese, hun beroep uitoefenen vanuit hun ideologische overtuiging. En in beide groepen houden journalisten rekening met wat er door de autoriteiten gewenst wordt en toegestaan is. Dat is het kader waarin we ook de berichtgeving en de commentaren over rechtspraak in China moeten plaatsen.
Bronnen: Xinhua, China Daily Asia, Wikipedia
