Vorige week kwam het politbureau van de CPC samen, onder meer om een periodieke evaluatie van de economische en politieke toestand te maken. We publiceerden een vertaling van het verslag van het officiële persbureau Xinhua. De tekst is echter in jargon geschreven, waardoor niet-specialisten er moeilijk de volledige betekenis uit kunnen filteren. Daarom volgt hier een analyse, grotendeels gebaseerd op de substack ‘Pekingnology’.

Vertraging op korte termijn, strategische successen op langere termijn
Tijdens een vorige vergadering over de economie van het eerste kwartaal in april merkte het politbureau op dat ‘de economie het jaar goed was begonnen, dat de belangrijkste indicatoren (lees: groei) beter waren dan verwacht en dat de economische resultaten wezen op veerkracht en vitaliteit’. Na de huidige bijeenkomst is er echter geen expliciete verwijzing meer naar een stabiele of verbeterende economie. In de plaats daarvan werd verwezen naar nieuwe groeimotoren die het goed doen (lees: nieuwe hoogtechnologische sectoren) en naar een verbetering van de structuur van de economie (lees: de stilaan uitbodemende vastgoedcrisis en het geleidelijk wegwerken van de schuldenlast van de lokale besturen). De boodschap in klare taal is: er zijn problemen op korte termijn, maar China ligt op koers voor de structurele aanpassingen op langere termijn.
Vertraagde groei, dalende investeringen, stagnerende consumptie
Wat zijn de problemen op korte termijn? De groei is in het tweede kwartaal teruggevallen van 5% naar 4,3%. De investeringen in vaste activa daalden op jaarbasis met 5,7%, de privé-investeringen zelfs met 8,5%. De privéconsumptie nam ondanks de gedane inspanningen slechts met 1,3% toe. Bovendien was er half juli een sterke daling van de Chinese beurzen, zodat het ‘nationaal team’ (een groep van staatsbedrijven en financiële instellingen) door gerichte aankopen de rust moest herstellen.
Meer resolute actie vereist
Het politbureau geeft als algemene opdracht ‘grote aandacht te besteden’ en ‘sterk te focussen’ op de problemen en uitdagingen waar de economie mee te maken heeft. De toon is hiermee substantieel veranderd sinds de bijeenkomst van april toen slechts genoteerd werd dat er ‘enkele problemen en uitdagingen’ waren. Vandaag is een meer resolute aanpak vereist.
De belangrijkste wijziging in toon vergeleken met de vorige evaluatie is de opdracht om de macro-economische politiek ‘met kracht en meer efficiëntie door te zetten’, waar in april slechts sprake was van ’ten volle gebruiken’. In april ging het om het uitvoeren van geplande maatregelen en het behalen van de gewenste resultaten. Vandaag wordt de lat een stuk hoger gelegd: de maatregelen moeten krachtiger worden uitgevoerd, met meer resultaat. Ook dat wijst erop dat de problemen nu ernstiger worden ingeschat.
Conjunctureel probleem
Het politbureau vraagt onder meer dat er sterker ingegaan wordt tegen de conjunctuurcyclussen (die maken dat inflatie, investeringen, groei… in golven evolueren). Die oproep was afwezig in het verslag van april. In het document van de centrale werkconferentie over economie in december werd opgeroepen tot zowel een politiek die tegen cyclussen ingaat als een politiek die over de cyclussen heen de langetermijnperspectieven nastreeft.
Praktisch gezien betekent dit dat het politbureau de huidige groeivertraging ziet als een tijdelijk conjunctureel verschijnsel dat ernstiger moet aangepakt worden, niet als een fundamenteel probleem.
Nieuw ten opzichte van april is de aanpak in ’twee stappen’. De eerste stap is het volledig realiseren van de positieve resultaten van de bestaande maatregelen. De tweede stap betreft het ‘snel formuleren en doorvoeren van pragmatische maar effectieve bijkomende maatregelen’. Dat gaat een betekenisvolle stap verder dan toen premier Li nauwelijks een maand geleden in een toespraak vroeg om bijkomende maatregelen ’te bestuderen’.
Fiscale steunmaatregelen voor effecten op korte en lange termijn
De snelste steunmaatregelen zullen fiscaal zijn. Voorziene budgetten moeten sneller besteed worden, opbrengsten van overheidsobligaties sneller uitgegeven en de ‘ twee belangrijke’ en de ’twee nieuwe’ programma’s met kracht doorgevoerd.
‘Twee belangrijke’ programma’s slaat op grote projecten van nationaal belang (voornamelijk grootschalige infrastructuur) en op een betere capaciteit om (interne en externe) veiligheidsrisico’s op te vangen.
‘Twee nieuwe’ slaat op grootschalige modernisering van uitrustingen en op stimuleren van het inruilen van oude consumptiegoederen voor nieuwe.
Deze fiscale maatregelen zijn een dringend antwoord op de dalende investeringen van zowel overheid als privé. De dalende investeringen van de overheid komen vooral door de hoge schulden van lokale overheden en hun dalende inkomsten uit de verkoop van bouwgronden. De dalende investeringen door privébedrijven hebben te maken met de flinterdunne marges door overcapaciteit in sommige sectoren. Het is duidelijk dat fiscale maatregelen hier slechts tijdelijk soelaas kunnen brengen en dat ook de inspanningen om deze problemen ten gronde op te lossen moeten worden opgevoerd.
Aan wat wil de overheid zo snel mogelijk meer geld uitgeven? Hier komt de langetermijnvisie naar voren. Prioriteit gaat naar de ‘zes netwerken’: watervoorziening, aangepaste elektriciteitsnetten, netwerken voor computerrekenkracht, telecommunicatie van de volgende generatie, stedelijke ondergrondse pijpleidingen en logistieke netwerken.
Monetaire maatregelen naargelang de situatie
Wat gaat er op monetair vlak gebeuren? Monetaire politiek betreft intern de hoeveelheid geld die in omloop is (via de bankkredieten) en extern de wisselkoers. Het document beperkt zich hier tot een oproep om ’tijdig en ten volle de monetaire maatregelen aan te passen aan de situatie’
Concreet betekent dit vooral dat in de tweede jaarhelft hoogstwaarschijnlijk meer en gemakkelijker bankkredieten zullen worden verstrekt.
Ondersteuning van de consumptie door beter aanbod
De tekst vermeldt als eerste punt in het takenlijstje maatregelen om het binnenlands verbruik te verhogen.
Het verbruik zal ondersteund worden door het aanbod van kwaliteitsvolle producten en, meer nog, door het verbeteren van diensten die mensen nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan meer investeringen in ouderenzorg, kinderopvang, gezondheidszorg, toerisme en culturele activiteiten.
Dit is een belangrijke strategische keuze. Het politbureau kiest er niet voor om het inkomen van de families drastisch te verhogen. Onder het “Twee nieuw’ programma zullen nog wel aankoopsubsidies blijven bestaan. Maar er wordt evenwel geen uitbreiding van het systeem aangekondigd. Op korte termijn wordt evenmin gewerkt aan een uitbreiding van de sociale zekerheid of aan een sterke verhoging van de inkomens. Het politbureau gaat ervan uit dat er eerst een hoogwaardig aanbod moet zijn en dat de vraag dan wel zal volgen; consumenten zullen zich laten verleiden om minder te sparen en meer uit te geven.
Het is interessant te noteren dat in academische kringen een debat loopt over deze strategie. Nogal wat academici pleiten voor directe verhoging van het inkomen en/of een drastische verbetering van de sociale zekerheid voor migranten en plattelandsbewoners, waarna de markt – door de gestegen vraag – vanzelf het gepaste aanbod zou genereren. Ten gronde gaat het hier om de decennia oude vraag wat moet primeren: de (vrije) markt of de overheidsplanning.
Langetermijnevolutie naar diensteneconomie
We zien in de tekst ook een verschuiving van consumptie van goederen naar consumptie van diensten, zoals in de meest ontwikkelde landen het geval is. De voorbije jaren is herhaaldelijk gebruikgemaakt van aankoopcheques waarmee men oude toestellen kon vervangen door nieuwe. De aankoopcheques hadden echter slechts een snel afnemend effect en verstoorden soms de normale vervangingscyclus. Zo is de autoverkoop dit jaar met 20% gedaald na het einde van de subsidies. Met de sterkere nadruk op diensten verschuift de stimulering van het verbruik ook stilaan van een lapmiddel op korte termijn naar een beleid op langere termijn
Meer evenwicht in buitenlandse handel.
Vooral vanuit de VS en de EU krijgt China kritiek op het grote overschot op de handelsbalans. Protectionisme neemt toe.
Het politbureau vraagt maatregelen om meer kansen te bieden voor wederzijds voordelige internationale economische samenwerking, en specifiek om te streven naar een evenwichtiger buitenlandse handel. Een uitgestoken hand naar de twee grootste handelspartners?
Het is belangrijk dat het politbureau voor het eerst heeft erkend dat een toenemend handelsoverschot een strategisch probleem kan vormen voor China’s internationale economische samenwerking.
Het stelt voor eraan te verhelpen op een wederzijds voordelige manier, door meer invoer van goederen en diensten naar China en meer wederzijdse investeringen, niet door het afremmen van de Chinese uitvoer.
Veiligheidsrisico’s
Onder het hoofdstuk ‘verhoogde veiligheid’ behandelt de tekst maatregelen voor de aanpak van de vastgoedcrisis, de beurs, de schulden van lokale besturen en de situatie van kleine banken.
Dat vastgoed en financiële markten nu in de categorie risico’s staan die moeten gestabiliseerd worden, illustreert dat het politbureau deze sectoren niet langer beschouwt als motoren van economische groei.
Over de al vijf jaar aanslepende crisis in de vastgoedsector, die traditionele sectoren zoals bouw, staal, aluminium, glas en cement afremt, is de tekst kort maar betekenisvol. In april luidde het nog ‘streven naar stabilisering van de sector’, nu heet het ‘stabiliseer de vastgoedmarkt’. Het politbureau is dus van mening dat deze sector eindelijk de bodem kan hebben bereikt.
Het politbureau wil de kapitaalmarkten (voornamelijk de beurs) verder hervormen om ‘het weerstandsvermogen van en het vertrouwen in de markten’ te verhogen. In de tekst van april was nog geen sprake van ‘weerstandsvermogen’. De huidige tekst lijkt een defensieve reactie op de forse daling van de beurs in juli.
Inspanningen blijven focussen op de industriële langetermijnstrategie
Alhoewel het verhogen van de binnenlandse vraag als eerste op de takenlijst staat, is de sectie over industrie en technologie het meest gedetailleerd uitgewerkt, met dwingende doelstellingen: versnel de uitrol van een modern industrieel systeem, voorzie stabiele steun op lange termijn voor basisonderzoek, verwezenlijk doorbraken in grensverleggende technologieën, ontwikkel industrieën van de toekomst, richt nieuwe kernindustrieën op, breid AI Plus uit en moderniseer de traditionele sectoren.
Het politbureau vraagt actie tegen ‘involutieve concurrentie’, het verkopen met flinterdunne marges in sectoren met overcapaciteit, waardoor onvoldoende ruimte overblijft voor innovatieve investeringen. De oplossing ligt in het creëren van één nationale markt, waardoor investeringen in overcapaciteit met steun van lokale overheden en lokaal protectionisme onder controle moeten komen.
Het is vooral deze sectie die aantoont dat de focus van het politbureau op de industriële strategie op de langere termijn gericht blijft. Tegelijkertijd erkent het dat de onmiddellijke uitdagingen ernstiger worden. Het resultaat is een lijst met taken die zowel gericht zijn op onmiddellijke verbetering als op langetermijndoelen.
Bronnen: Xinhua, Pekingnology
