Wat blijft er over van de beschuldigingen als die getoetst worden aan de feiten?
Ng Sauw Tjhoi, voormalig VRT-journalist, hoofdredacteur China Vandaag

Wie vandaag bepaalde Europese politici, industriële lobbyisten of commentatoren hoort klagen over China’s succes in zonnepanelen, batterijen, elektrische voertuigen en kritieke grondstoffen, krijgt vaak hetzelfde verhaal te horen. China zou zijn industriële voorsprong hebben opgebouwd dankzij staatssteun, dumping, overcapaciteit en … dwangarbeid in Xinjiang.
Opvallend is hoe de aard van de beschuldigingen de voorbije jaren is veranderd. Een eerdere versie had het over massale interneringskampen en miljoenen opgesloten Oeigoeren. De jongste jaren ligt de nadruk op vermeende dwangarbeid in katoen-, tomaten-, zonnepanelen- en andere exportsectoren.
Hoeveel van die beschuldigingen zijn daadwerkelijk bewezen ?
Lees dit niet als een pleidooi om geen kritische vragen te stellen over Xinjiang. Ernstige beschuldigingen verdienen ernstig onderzoek. Maar evenzeer verdienen zware beschuldigingen ernstig bewijs. En wanneer nieuwe feiten, audits of onderzoeken eerdere aannames nuanceren en weerleggen, verdienen ook die aandacht.
De vergeten context
Om de discussie over Xinjiang te begrijpen, moet er een context geschetst worden die in veel westerse berichtgeving onderbelicht blijft.
Tussen 1990 en (de laatste op 14 februari in Hotan) 2017 werd Xinjiang geregeld getroffen door terroristische aanslagen en gewelddadige incidenten gepleegd door separatistische en jihadistische groepen, waaronder de East Turkistan Islamic Movement (ETIM), later verveld tot de Turkistan Islamic Party (TIP). Een islamitische staat oprichten en dus afscheuren van China was het doel.
Er is sprake van honderden aanslagen waarbij enkele duizenden slachtoffers vielen. ETIM staat nog steeds op de sanctielijst van de VN-Veiligheidsraad wegens banden met Al Qaida en betrokkenheid bij terroristische activiteiten.[1]
De Chinese overheid reageerde met een harde veiligheidsaanpak, waaronder grootschalige surveillance, deradicaliseringsprogramma’s en uitgebreide veiligheidscontroles. [2] Of daarbij altijd alle rechten van verdachten werden gerespecteerd, is minstens vatbaar voor discussie. Het is geen evidentie om terrorismebestrijding en veiligheidsmaatregelen overal zuiver op de graat uit te voeren. Ook in Europa en de Verenigde Staten blijft dat onderwerp van kritiek.
Opmerkelijk is dat het jihadistisch-terroristisch geweld in Xinjiang vrijwel volledig verdween door een combinatie van harde veiligheidsmaatregelen en doorgedreven armoedebestrijding. Onder de ongeveer 800 miljoen mensen die China volgens de Wereldbank uit de extreme armoede tilde, zijn er ook honderdduizenden Oeigoeren en andere minderheden.[3]
De relevantie van ETIM/TIP is nog steeds niet voorbij, integendeel, zeer actueel maar buiten beeld gehouden. Oeigoerse strijders van de Turkistan Islamic Party duiken recent op in Syrië. De eerste berichten dateren van december 2024, dat TIP-strijders zij aan zij meevochten met andere jihadistische formaties tegen het Assad-regime. Na de machtsovername door het nieuwe Syrische regime rond Ahmed al-Sharaa, beter bekend als Abu Mohammed al-Golani, werden buitenlandse strijders, waaronder enkele duizenden Oeigoerse jihadisten, opgenomen in het nieuwe Syrische leger en zelfs in de commandoleiding twee functies bekleden.[4] Washington heeft zich daar niet tegen verzet en ziet deze integratie als onderdeel van een stabiliseringsproces. [5]
Ook al kan je vragen stellen bij het Chinese veiligheidsbeleid, deze ontwikkeling lijdt onder een opvallende dubbele standaard. Wanneer Beijing wijst op de jihadistische activiteiten van ETIM/TIP is dat propaganda, wanneer jihadistische (terroristische) strijders van ETIM/TIP in Syrië worden geïntegreerd in de staatsstructuren, is dat nodig voor een nieuw democratisch Syrië ?
De geopolitieke confrontatie tussen Washington en Beijing over Xinjiang kreeg op 19 januari 2021 een bijzonder zware lading. Op zijn laatste werkdag als VS-minister van Buitenlandse Zaken verklaarde Mike Pompeo – voormalig CIA-directeur en een van de architecten van de harde China-koers onder president Donald Trump – officieel: ‘I have determined that the People’s Republic of China (…) has committed genocide against the predominantly Muslim Uyghurs and other ethnic and religious minority groups in Xinjiang.’ [6]
Met die ene zin plaatste Pompeo een regionaal (binnenlands) veiligheids- en terrorismedossier op het geopolitiek strijdtoneel. De beschuldiging haalde onmiddellijk de voorpagina’s, werd overgenomen door tal van westerse regeringen en media en groeide uit tot een krachtig (schijn)argument in de bredere confrontatie tussen China en het Westen.
Maar net omdat de aantijging zo zwaar woog – genocide behoort tot de ernstigste misdrijven in het internationaal recht – rijst ook de vraag die elk journalistiek onderzoek hoort te stellen: waarop was deze conclusie precies gebaseerd, hoe sterk was het bewijsmateriaal, en zou het stand houden wanneer onderzoekers, bedrijven, rechtbanken en internationale organisaties de concrete feiten begonnen te toetsen? Tal van rapporten beschrijven allerhande vermoedens, getuigenissen die in scène zijn gezet, sattelietbeelden die één voor één worden ontkracht, … van genocide geen enkel bewijs.
Nu de gruwelijkheden van Israël in Gaza (en Libanon) de wereld duidelijk maken wat genocide is, krijgen de oudere beschuldigingen van grootschalige dwangarbeid weer voorrang.
En de bewijzen voor deze beschuldiging ? Die … blijven ook uit.
Het katoendossier: de machines die niemand vermeldt
Misschien is geen enkel voorbeeld illustratiever dan de beschuldigingen over grootschalige dwangarbeid in de katoenproductie.
Jarenlang werd in talrijke mediaberichten de indruk gewekt dat de katoenvelden van Xinjiang draaiden op massale dwangarbeid. Westerse merken verbraken contracten. Consumenten werden opgeroepen producten te boycotten. Het beeld ontstond van honderdduizenden mensen die katoen met de hand plukten onder dwang.
Maar intussen blijkt uit gegevens van het VS-ministerie van Landbouw dat de katoenproductie in Xinjiang vrijwel volledig gemechaniseerd is. Volgens cijfers van de USDA gebeurt het planten van katoen volledig machinaal en wordt ongeveer negentig procent van de oogst door machines binnengehaald. [2]
Tussen 2014 en 2024 steeg de mechanisatiegraad van ongeveer 35 procent naar ongeveer 90 procent. Ook zaaien, irrigeren, bemesten, gewascontrole via drones, oogsten en transport gebeuren vandaag grotendeels machinaal. De volledige productieketen bereikt volgens Chinese landbouwgegevens inmiddels een mechanisatiegraad van ongeveer 97 procent. [2]
Dat betekent niet dat elke arbeidskwestie ginds is opgelost. Maar het ondergraaft wel een van de krachtigste imaginaire beelden die jarenlang rond Xinjiang is verspreid: dat van eindeloze katoenvelden vol gedwongen arbeiders. De nep-vergelijking met de transatlantische slavernij uit Afrika van de 17-18de eeuw was nooit ver weg.
Opmerkelijk is de rol van het Better Cotton Initiative (BCI), de grootste internationale organisatie voor duurzame katoenproductie. De Chinese afdeling van BCI verklaarde na meerdere inspecties geen aanwijzingen voor dwangarbeid te hebben gevonden. Toch besloot het internationale hoofdkantoor in maart 2020 zijn activiteiten in Xinjiang op te schorten. Daardoor ontstond een merkwaardige situatie waarbij lokale inspecteurs geen bewijs rapporteerden, terwijl internationaal toch werd besloten afstand te nemen van de regio. [4]
Het tomatendossier: schuldig door afkomst
Hetzelfde patroon duikt op bij tomatenproducten uit Xinjiang.
Ook hier volgden sancties, importverboden en publieke beschuldigingen. Omdat Xinjiang een belangrijke producent is van tomatenpuree en tomatenconcentraat voor de wereldmarkt, werd de volledige sector als verdacht beschouwd. Zelfs de traditionele Italiaanse tomatensector kreeg een veeg uit de pan.
De VS onder Biden voerde importverboden in via de Uyghur Forced Labor Prevention Act (UFLPA). De kern van deze wet is het principe van de zogenaamde “rebuttable presumption”. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat goederen uit Xinjiang per definitie met dwangarbeid zijn geproduceerd, tenzij de importeur overtuigend het tegendeel kan bewijzen.[5]
In een klassieke rechtsstaat moet degene die beschuldigt het bewijs leveren. De UFLPA draait dat principe om. Niet de overheid moet aantonen dat dwangarbeid plaatsvond, de onderneming moet bewijzen dat dit niet het geval was.
Sommige Europese industriële lobbygroepen pleitten voor een vergelijkbare aanpak. Daardoor verschuift het debat van concrete bewijzen naar vermoedens over producten uit Xinjiang, want die zijn ineens zonder meer geproduceerd met dwangarbeid.
Opvallend is dat er geen concrete dossiers publiek bekend zijn waarin individuele werknemers uit de tomatensector aantoonbaar onder dwang werkten. Veel rapporten verwijzen weerom naar risico’s, mogelijke ketenverbanden en tewerkstellingsprogramma’s, maar niet naar juridisch bewezen gevallen van dwangarbeid. Zijn misschien de tewerkstellingsprogramma’s broeinesten van dwangarbeid ?
Veel westerse rapporten beschouwen georganiseerde arbeidsmobiliteit vanuit landelijke gebieden naar grote steden, automatisch als verdacht. De Chinese overheid organiseert deze programma’s om armoede te bestrijden en inkomens te verhogen in afgelegen regio’s waar traditionele landbouw lange tijd de belangrijkste bron van inkomsten vormde. [6]
Dat betekent niet dat elk programma automatisch positief ervaren wordt. Maar deelname aan een arbeidsprogramma staat nog niet automatisch gelijk aan dwangarbeid.
Volkswagen en de fabriek die niets vond
Nog opmerkelijker was de controverse rond Volkswagen en SAIC in Xinjiang. Jarenlang is de fabriek in Urumqi aangehaald als bewijs van vermeende betrokkenheid bij dwangarbeid. Onder toenemende druk liet Volkswagen een onafhankelijke audit uitvoeren. De conclusie was helder: er zijn geen aanwijzingen gevonden voor dwangarbeid in de onderzochte activiteiten. [7]
Opvallend genoeg draaide de discussie daarna vrijwel onmiddellijk in een bedenkelijke richting. Niet langer stond de vraag centraal of er bewijs was gevonden, maar of het überhaupt mogelijk was een betrouwbare audit in Xinjiang uit te voeren. De afwezigheid van bewijs leidde dus niet tot een herziening van de beschuldiging, maar tot twijfel aan elk onderzoek dat geen bevestiging opleverde. Dat creëert een merkwaardige situatie. Wanneer bewijs ontbreekt, wordt dat niet gezien als een probleem voor de beschuldiging, maar als een bewijs dat bewijs onmogelijk te verkrijgen is.
Het siliciumdossier: een hoogtechnologische paradox
Vandaag zien we dezelfde logica terug in het recente debat over silicium en zonnepanelen dat in de voorbije weken in de mainstreammedia de kop opduikt.
Het rapport In Broad Daylight (2021) van Sheffield Hallam University wordt vaak aangehaald als bewijs dat de wereldwijde zonnepanelensector besmet zou zijn door dwangarbeid in Xinjiang.[8] De auteurs van het rapport spreken echter zelf over risico’s, blootstelling en mogelijke ketenverbanden. Juridisch bewijs van systematische dwangarbeid leveren zij niet.
Bovendien behoort de productie van polysilicium tot de meest kapitaalintensieve en technologisch complexe industriële processen ter wereld. Moderne installaties draaien grotendeels geautomatiseerd en vereisen hoogopgeleid technisch personeel. [9]
Precies daarom stellen verschillende onderzoekers de vraag waarom producenten in een dergelijke sector überhaupt zouden kiezen voor dwangarbeid. In deze industrie zijn automatisering, procescontrole en technische expertise immers veel belangrijker dan goedkope arbeid.
De waardering van de Islamitische wereld
Xinjiang is de thuisregio van miljoenen moslims. Indien er werkelijk sprake zou zijn van een systematische uitroeiingscampagne tegen moslims, dan zou men verwachten dat vooral islamitische landen als eerste en luidste protesteren.
Dat gebeurde niet.
In augustus 2022 bezochten ambassadeurs en diplomaten uit dertig islamitische landen Xinjiang op uitnodiging van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken. De delegatie bestond uit vertegenwoordigers van onder meer Saudi-Arabië, Mauritanië, Algerije en andere leden van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC). [10] Na het bezoek volgde geen gezamenlijke veroordeling van China. Integendeel, verschillende deelnemers verklaarden dat zij met eigen ogen economische ontwikkeling, religieuze voorzieningen en sociale stabiliteit hadden gezien. Ook later bezochten diplomaten uit Arabische en islamitische landen de regio opnieuw. Veroordelingen volgden niet.
Critici merken op dat dergelijke bezoeken door China werden georganiseerd. Dat klopt, alleen kan dat geen reden zijn waarom er geen van de tientallen islamitische staten de kwestie voor het Internationaal Gerechtshof hebben gebracht, economische sancties ingevoerd of diplomatieke betrekkingen hebben verbroken ?
Wellicht zal de demografie van de Oeigoerse bevolking er mee te maken hebben. Officiële cijfers spreken over een 16,2% aangroei tussen 2010 en 2020. Van 10 miljoen naar 11,62 miljoen Oeigoeren in Xinjiang. Daar kan je bezwaarlijk een genocide mee bewijzen.
Een regio die miljoenen bezoekers ontvangt
Een fenomeen dat opvallend weinig aandacht krijgt, is het toerisme in Xinjiang. De regio kent de laatste jaren een explosieve groei van toerisme. Kashgar, Turpan, Urumqi, het Tian Shan-gebergte en de oude Zijderoutebestemmingen trekken jaarlijks honderden miljoenen bezoekers aan.
Volgens officiële statistieken ontving Xinjiang in 2024 meer dan 300 miljoen binnenlandse en buitenlandse toeristen.[11] Dat staat haaks op het beeld van een volledig afgesloten en gecontroleerd gebied waar niemand kan zien hoe mensen leven en werken.
Honderden vloggers, influencers en zelfs westerse fiets- en motorliefhebbers bezoeken de kleinste dorpen en postten hun overwegend fijne ervaringen op sociale media. Ook Belgen kunnen genieten van de 30 dagen visumvrije regeling voor China. Xinjiang Uyghur Autonomous Region (XUAR) als grootste provincie van China valt daaronder. Wie langer wil blijven kan terecht met een gewoon toeristenvisum.
Het zou verbazen mocht in geval van (jarenlange) genocide of (massale) dwangarbeid, er geen enkel video- of gsmbeeld als bewijsmateriaal kan ingebracht worden, toch ?
Bedoeling China isoleren ?
Recente internationale peilingen tonen een opvallende evolutie. Volgens een wereldwijde bevraging van Gallup steeg de internationale waardering voor China in 2025 tot een mediaanscore van 36 procent, terwijl de waardering voor de Verenigde Staten terugviel tot 31 procent. Voor het eerst in jaren scoorde China wereldwijd beter dan de VS. Gallup spreekt zelfs van de grootste voorsprong van China op de Verenigde Staten sinds het onderzoek wordt uitgevoerd. [12]
Ook andere onderzoeken wijzen in dezelfde richting. Morning Consult stelde vast dat China in 2025 opnieuw een positieve nettowaardering bereikte, terwijl de Verenigde Staten voor het eerst in jaren negatief scoorden. Opmerkelijk daarbij is dat deze verbetering plaatsvond ondanks jarenlange (westerse) negatieve berichtgeving over Xinjiang, Hongkong, Taiwan en de Zuid-Chinese Zee. [13]
Dat betekent niet dat China overal populair is. In veel westerse landen blijven de meningen verdeeld. Maar het maakt wel duidelijk dat een groot deel van de wereld de Chinese ontwikkeling anders bekijkt dan het dominante politieke discours in Washington, Brussel en Londen. [14]
De vraag dringt zich op of het Xinjiang-bashen draait om de bezorgdheid over moslims en niet eerder om de ongemakkelijke vaststelling dat de VS en Europa industriële posities verliezen aan een concurrent die nog amper bij te benen is ?
Bronnen
[1] Council on Foreign Relations – Backgrounder Xinjiang and Uyghurs
https://www.cfr.org/backgrounder/china-xinjiang-uyghurs-muslims-repression
[2] USDA Foreign Agricultural Service – Cotton and Products Annual China 2025
https://fas.usda.gov/data/china-cotton-and-products-annual-2025
[3] Wereldbank Rapport China
https://www.worldbank.org/en/news/press-release/2022/04/01/lifting-800-million-people-out-of-poverty-new-report-looks-at-lessons-from-china-s-experience
[4] Better Cotton Initiative (BCI) – Xinjiang Statements and Programme Suspension
https://bettercotton.org
[5] Uyghur Forced Labor Prevention Act (UFLPA)
https://www.congress.gov/bill/117th-congress/house-bill/6256
[6] Qiao Collective – Xinjiang Resource Hub
https://www.qiaocollective.com/xinjiang
[7] Reuters – Volkswagen audit found no indications of forced labour at Xinjiang
https://www.reuters.com/world/china/volkswagen-audit-found-no-indications-forced-labour-xinjiang-plant-2023-12-05
[8] Sheffield Hallam University – In Broad Daylight
https://www.shu.ac.uk/helena-kennedy-centre-international-justice/research-and-projects/all-projects/in-broad-daylight
[9] International Energy Agency – Solar PV Global Supply Chains
https://www.iea.org/reports/solar-pv-global-supply-chains
[10] Chinese MFA – Visit by diplomatic envoys from 30 Islamic countries to Xinjiang
https://www.mfa.gov.cn/eng/wjb/zzjg_663340/yzs_663350/xwlb_663352/202208/t20220809_10737758.html
[10] Middle East Monitor – Diplomats from 30 Muslim countries visited Xinjiang
https://www.middleeastmonitor.com/20220810-diplomats-from-30-muslim-countries-visited-chinas-xinjiang-region/
[11] Xinjiang Statistical Yearbook / Xinjiang Tourism Development Reports
http://tjj.xinjiang.gov.cn
[12] Gallup poll
https://news.gallup.com/poll/707945/china-edges-past-global-approval-ratings.aspx?utm_source=chatgpt.com
[13] Axios China – US global opinions
https://www.axios.com/2025/06/02/china-us-global-opinions?utm_source=chatgpt.com
[14] PEW research
https://www.pewresearch.org/global/2025/07/15/international-views-of-china-turn-slightly-more-positive/?utm_source=chatgpt.com
Aanbevolen lectuur: Xinjiang, Oeigoeren in nood? Feiten versus fake – China Vandaag, maart 2025.
