De waarheid over etnische eenheid in China en de haatcampagne ertegen

Carlos Martinez (opinie*)

Een redacteur van Friends of Socialist China reageert op de westerse veroordeling van de Chinese wet ter bevordering van etnische eenheid. Martinez plaatst waarheid tegenover kwalijke karikatuur.

Vergadering van dorpsbewoners en kaderleden in Xinjiang disclaimer foto China Daily

Sinds 1 juli is in China de Wet ter bevordering van Etnische eenheid en Vooruitgang van kracht – de eerste algemene nationale wet van het land inzake etnische aangelegenheden, die in maart door het Nationale Volkscongres werd aangenomen. Zodra dit een feit was stak er een georkestreerde en opmerkelijk goed gecoördineerde storm van veroordelingen op. Het regende aanklachten vanuit Washington en Brussel, er kwam een resolutie in het Europees Parlement. In de media klonken de kreten van commentatoren dat China zijn minderheden had opgedragen zich te ‘assimileren’. Het gammel gebleken verhaal over de ‘genocide in Xinjiang’ werd weer bovengehaald en nog maar eens gelanceerd – ditmaal met een extra hoofdstukje over Xizang (Tibet), voor de zekerheid.

Bescherming van nationale eenheid en solidariteit

Wat staat er nu eigenlijk in de wet? De bescherming van de nationale eenheid en de solidariteit tussen de bevolkingsgroepen is de verantwoordelijkheid van alle Chinese burgers. Discriminatie en onderdrukking van welke etnische groep dan ook is verboden. De wet bevestigt nadrukkelijk het recht van alle bevolkingsgroepen om hun eigen talen, waarvan ze zich schriftelijk of mondeling bedienen, te gebruiken en te ontwikkelen. De wet schrijft voor dat de centrale en lokale overheid de infrastructuur, de industrie, de openbare diensten en de milieubescherming in minderheidsregio’s moeten versterken, en ervoor moeten zorgen dat geen enkele etnische groep achterblijft bij de modernisering van China.

Op die manier continueert deze wet een al lang bestaand programma van wat wij met een westerse uitdrukking ‘positieve discriminatie’ zouden noemen. Dat wil zeggen: een voorkeursbehandeling bij de toelating tot de universiteit voor studenten uit minderheidsgroepen, tweetalig onderwijs, beschermde televisie- en radio-omroepen in minderheidstalen en formele autonomieafspraken. Dit project loopt van Binnen-Mongolië, in het noordoosten van China, tot Yunnan, in het zuidwesten. Voeg daaraan toe dat de nationale minderheden in China gedurende de gehele looptijd van de éénkindpolitiek waren vrijgesteld van die politiek. Al met al een nogal vreemde manier om leden van bepaalde bevolkingsgroepen te vervolgen.

Hysterie in de westerse media

Toen de wet in werking trad, luidde de kop van CNN: ‘China sommeert zijn etnische minderheden zich te integreren, anders volgen er consequenties.’ Op deze manier herschreven Amerikaanse journalisten het nadrukkelijke doel van de wet, namelijk ‘de bevordering van talrijke uitwisselingen, interacties en integratie tussen alle etnische groepen’. Van deze gangbare bewoordingen in elke multi-etnische samenleving die het streven naar sociale cohesie serieus neemt maakten ze een ultimatum.

De term ‘assimilatie’, die doorheen de hele berichtgeving opduikt, is daarbij geen neutrale term. In westers taalgebruik staat het symbool voor specifieke, gedocumenteerde misdaden, die vooral worden geassocieerd met het Angelsaksische kolonialisme. Denk: speciale kostscholen voor inheemse kinderen in Canada en de VS, en de ‘gestolen generaties’ van aboriginals in Australië. Denk: gedwongen adopties en gedwongen religieuze bekeringen, talen van gekoloniseerde volkeren die met grof geweld werden onderdrukt – een model dat het Japanse keizerrijk getrouw nabootste in het bezette Korea. En het verschijnsel bleef niet beperkt tot de koloniën. Generaties schoolkinderen in Wales werden vernederd en geslagen omdat ze hun moedertaal spraken. Aan de nek van het laatste kind dat betrapt werd op het gebruik van het Welsh, kwam een houten bordje met de tekst ‘Welsh Not’ te hangen – wat voor een deel verklaart waarom de taalkwestie altijd centraal heeft gestaan in de Welshe nationale beweging.

Door te grijpen naar de term ‘assimilatie’ projecteren westerse journalisten dus de historische schuld van hun eigen landen op China – en vellen ze een oordeel nog voordat er van enig bewijs sprake is.

De staat van dienst van China

Hoe China in werkelijkheid omgaat met zijn etnische minderheden kan iedereen die dat wil, te weten komen. Op dit terrein heeft de Volksrepubliek een staat van dienst die maar weinig landen kunnen evenaren.

In Xinjiang is de gemiddelde levensverwachting gestegen van 30 jaar in 1949 tot ongeveer 77 jaar vandaag de dag. De Oeigoerse bevolking groeide tussen 2010 en 2020 van 10 miljoen naar 11,6 miljoen – een stijging van 16 procent, vergeleken met een groei van 2 procent voor de Han-bevolking van Xinjiang in dezelfde periode.

Tijdens de acht jaar durende Chinese campagne om absolute armoede uit te bannen, die in 2021 met succes werd afgerond, zijn alle 420 districten in etnisch autonome gebieden waar gebrek heerste uit de armoede gehaald. Alleen al in de autonome regio’s werden hier meer dan 31 miljoen mensen mee geholpen. Jongeren in Xizang en Xinjiang genieten tegenwooordig vijftien jaar lang van door de overheid gefinancierd onderwijs. Documenten van het Nationale Volkscongres worden in zeven minderheidstalen gepubliceerd. Tientallen radio- en televisiestations zenden uit in minderheidstalen.

En in tegenstelling tot wat meestal het geval is bij kolonisering, dat rijkdom aan de periferie wordt onttrokken en naar het centrum gaat, verloopt de stroom van middelen hier juist in omgekeerde richting. Xinjiang en Xizang (Tibet) behoren tot de regio’s in heel China die per hoofd van de bevolking de hoogste financiële transfers van de centrale overheid ontvangen. Xizang staat op de eerste plaats, met meer dan het dubbele van elke andere autonome regio of provincie. Ook wat de taal aangaat – het terrein bij uitstek van de zogenaamde assimilatie – wijzen de feiten in de tegenovergestelde richting. Toen Xizang in 1951 werd bevrijd, bedroeg het analfabetisme er 95 procent. Vandaag de dag voltooien 98 procent van de kinderen in de regio het negenjarige verplicht onderwijs. Het Tibetaans is er gedurende die zeven decennia als hoofdvak onderwezen – en op grote schaal is het de taal van het onderwijs. In Xinjiang worden in zes talen kranten en boeken gepubliceerd en radio- en televisieprogramma’s uitgezonden. Er verschijnen meer dan 50 kranten en 120 tijdschriften in minderheidstalen, en jaarlijks worden meer dan 5.000 televisieprogramma’s in deze talen vertaald. Binnen-Mongolië telt zo’n 1.900 scholen waar in minderheidstalen wordt onderwezen, met in totaal ongeveer 420.000 leerlingen – en het is in China dat het klassieke Mongoolse schrift in het dagelijks gebruik bewaard is gebleven.

Het klopt dat elk kind in China tegenwoordig Standaardchinees (Mandarijn) leert, de gemeenschappelijke nationale taal – net zoals elk kind in Wales Engels leert – om de eenvoudige reden dat wie deze lingua franca beheerst meer kans maakt op succes in onderwijs en bij een carrière. Het onderwijs van een gemeenschappelijke taal – naast en in combinatie met vreemde talen – en minderheidstalen, vormt echter geen culturele bedreiging. Het is gewoon verstandig onderwijsbeleid.

Een geval van projectie

Laten we nu eens kijken naar de staat van dienst van China’s belangrijkste aanklager. De Verenigde Staten zijn gebouwd op de onteigening en de bijna volledige uitroeiing van de inheemse volkeren – een bevolking van vele miljoenen die tegen het begin van de twintigste eeuw was teruggelopen tot een kwart miljoen, als gevolg van bloedbaden, gedwongen verhuizingen en opzettelijk verspreide ziekten.

Tot ver in de jaren zeventig werden inheemse Amerikaanse kinderen bij hun families weggehaald en naar kostscholen gestuurd, waar ze hun taal niet mochten spreken, onder het expliciete motto van de man die deze scholen had gesticht: „Dood de indiaan, red de mens”. Dat is de reëel bestaande gedwongen assimilatie. De gevolgen zijn nog steeds merkbaar: inheemse Amerikanen leven gemiddeld meer dan vijf jaar korter dan andere mensen in de VS en deze etnische minderheid kampt met de hoogste armoedecijfers van het land.

Voor de afstammelingen van tot slaaf gemaakte Afrikanen ziet het er niet beter uit. Van de slavernij via de Jim Crow-wetten tot het tijdperk van massale opsluiting: zwarte mensen in de VS zijn altijd tweederangsburgers geweest. Het ‘land of the free’ heeft de grootste gevangenispopulatie ter wereld – zo’n twee miljoen mensen – waarbij zwarte Amerikanen ongeveer vijf keer zo vaak worden opgesloten als blanken. Zwarte huishoudens bezitten slechts een fractie van het vermogen van blanke huishoudens. Zwarte moeders sterven bij de bevalling vele malen vaker dan blanke moeders. De dodelijke schietpartijen door de politie, die aanleiding gaven tot de Black Lives Matter-beweging, gaan in wezen onverminderd door. Als politici in Washington op zoek zijn naar een systematische schending van de rechten van minderheden om aan de kaak te stellen, hoeven ze geen vlucht naar Urumqi te boeken.

Extraterritoriale vervolging

Een groot deel van de verontwaardiging richt zich op de zogenaamd sinistere ‘extraterritoriale reikwijdte’ van de wet – de bepaling dat buitenlandse organisaties en personen die zich bezighouden met etnisch separatisme gericht tegen China, juridisch aansprakelijk kunnen worden gesteld. De hypocrisie hier is stuitend. De Verenigde Staten passen hun sanctiewetgeving toe op elk land, bedrijf en elke bank ter wereld. Ze claimen jurisdictie over elke transactie die in dollars wordt uitgevoerd. Ze ontvoeren de gekozen president van Venezuela.

Maar er is belangrijk onderliggend fenomeen. De vrees van China voor door het buitenland gesteund separatisme is geen paranoia, ze is op historische feiten gebaseerd. Vanaf het einde van de jaren vijftig heeft de CIA Tibetaanse opstandelingen bewapend, getraind en gefinancierd – door een trainingskamp te runnen in de bergen van Colorado en de organisatie van de Dalai Lama jaarlijks te ondersteunen met een subsidie van 180.000 dollar – in een programma dat twee decennia heeft gelopen. Vandaag is het overgedragen aan het National Endowment for Democracy, die, zoals Kyle Ferrana beschrijft in Why the World Needs China, ‘jaarlijks miljoenen dollars uitgeeft om onrust te zaaien in Tibet en Xinjiang via ngo’s die bestaan uit ballingen en expats, waarvan de reactionaire leiders naar verwachting nieuwe regeringen van collborateurs zullen vormen’ mocht China ooit uiteenvallen – een financiering waarop de organisatie openlijk trots is. Een staat die wetgeving invoert tegen separatisme dat van buitenaf wordt gefinancierd, vervolgt zijn minderheden niet. China kijkt naar de begrotingen van zijn vijanden en neemt maatregelen evenredig met de grootte van de bedreiging.

Anti-Chinese propaganda verliest terrein

Waarom deze plotselinge storm, en waarom juist nu? Een deel van het antwoord is dat het niet goed gaat met de propagandaoorlog. Het westerse publiek – en vooral de groep van de jongeren – hecht minder en minder geloof aan de propaganda. Uit een in april gepubliceerde peiling van Onderzoeksbureau Pew bleek dat het aantal mensen met positieve opvattingen over China onder Amerikanen sinds 2023 bijna is verdubbeld: een derde van de respondenten onder de 50 staat positief tegenover China en slechts een vijfde beschouwt het land als een vijand. Uit een recent onderzoek van het magazine Politico bleek dat jongeren in Canada, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland liever zouden zien dat hun land afhankelijk is van China dan van het Amerika van Trump.

Miljoenen bezoekers maken gebruik van de visumvrije toegang vanuit 77 landen en melden – op TikTok en elders, onder de noemer „chinamaxxing“ – dat de dystopie die hen was voorgespiegeld, in werkelijkheid een land is met hogesnelheidstreinen, veilige straten, bloeiende Oeigoerse restaurants en dansende mensen in de parken. De hysterie rond de wet op de etnische eenheid is deels een paniekerige poging om het imago van China opnieuw in diskrediet te brengen, voordat het verhaal volledig ongeloofwaardig wordt.

De diepere drijfveer is van strategische aard. Xinjiang is een cruciale toegangspoort voor het ‘Belt and Road’-initiatief en het hart van de wereldwijd toonaangevende Chinese zonne-energie- en katoenindustrie. In Xizang ontspringen de rivieren die de waterreservoirs vormen van Azië. Degenen die ervan dromen de opkomst van China een halt toe te roepen, begrijpen maar al te goed dat de kracht van het land berust op zijn eenheid – en Joegoslavië levert een verschrikkelijke waarschuwing voor wat de ontmanteling van een multi-etnische socialistische staat betekent voor zijn volkeren. Een welvarende socialistische federatie van vele nationaliteiten, bijeengehouden door een collectief project, werd in het buitenland afgeschilderd als een gevangenis van onderdrukte minderheden. Etnische grieven werden van buitenaf aangewakkerd en bewapend. Het land brak in stukken precies langs die breuklijnen waar zijn vijanden met jarenlange ondermijning scheuren hadden laten ontstaan en de kloven breder hadden gemaakt. Wat volgde was geen bevrijding, maar een decennium van oorlog, etnische haat en economische ondergang, waarvan de staten die daaruit zijn voortgekomen zich nog steeds niet volledig hebben hersteld. Hetzelfde kan in grote lijnen worden gezegd van talrijke delen van de voormalige Sovjet-Unie.

Wat in China wordt opgebouwd, is kracht door eenheid in verscheidenheid. In de Global Times schreef een commentator: ‘… ervoor zorgen dat mensen van alle etnische groepen daadwerkelijk gelijke politieke rechten genieten en gezamenlijk als meesters van het land optreden. De eenheid van de hele maatschappij tot stand brengen om samen met alle etnische groepen op te trekken, en te strijden voor gedeelde welvaart en ontwikkeling’. Wat het Westen in China graag zou zien, is verdeeldheid en desintegratie. De nieuwe wet is bedoeld om ervoor te zorgen dat die wens nooit in vervulling gaat.

Dit alles betekent natuurlijk niet dat er niet over het etnische beleid van China mag worden gediscusseerd. Maar het debat moet gebaseerd zijn op feiten in plaats van op gruwelpropaganda, en degenen die het koor van veroordelingen leiden, kunnen zich maar beter eens afvragen of ‘wie in een glazen huis woont wel met stenen moeten gooien’. Malcom X waarschuwde ons al lang geleden: ‘Als je niet oppast, zorgen de kranten ervoor dat je de mensen gaat haten die onderdrukt worden, en voor de mensen gaat kiezen die onderdrukken.’
Zestig jaar later blijven zijn woorden het best denkbare commentaar op de opgezweepte hysterie rond de Chinese wet op de etnische eenheid.

Oorspronkelijke publicatie:
Manufactured outrage: the truth about China’s ethnic unity law
Standpunten in opiniestukken zijn niet noodzakelijk identiek aan de redactionele lijn van ChinaSquare. De verantwoordelijkheid voor de inhoud ligt bij de auteur.

Vertaling: Dirk Nimmegeers

Naschrift van de vertaler

Het hoofdthema van het bovenstaande opiniestuk is dat de wet op de etnische eenheid verkeerd wordt voorgesteld om het socialisme van China aan te vallen. In het Westen groeit stilaan kritiek op het eigen racistische en koloniale verleden en het huidige minderhedenbeleid. Diegenen die de Chinese wet aanvallen misbruiken dit om te laten zien ‘dat China geen haar beter is. Carlos Martinez toont aan dat er juist dag en nacht verschil is. Dat is nodig, want velen in het Westen denken nog steeds dat China ‘gewoon een imperialistische grootmacht’ in wording is.

Daarnaast is er allicht behoefte aan een artikel over de problemen waarmee het Chinese minderhedenbeleid, in een land met meer dan 1405 miljoen inwoners en 56 etnische bevolkingsgroepen, uiteraard zal te kampen hebben en hoe het die uitdaging aangaat. Dat is echter een ander artikel, te schrijven op basis van een diepgaande studie. Martinez biedt zelf alvast heel wat materiaal uit talrijke Chinese en niet-Chinese bronnen (zie de links in zijn stuk).