‘Chinese Social Credit System’,

Is het social credit system een hardnekkige westerse mythe of de dagelijkse realiteit in China?


Sesame credit scoregebruikt in een bibliotheek in Shanghai Foto: VCG Disclaimer

Ng Sauw Tjhoi

Het klinkt als het scenario van een dystopische sciencefictionfilm: een overheid die elke burger permanent volgt, elk gedrag registreert en uiteindelijk een score toekent die bepaalt of iemand mag reizen, een lening krijgt, zijn kinderen naar een goede school kan sturen of zelfs een hotelkamer kan boeken. Voor velen werd dat het beeld van het Chinese Social Credit System.

Jarenlang verspreidden westerse media dit beeld vrijwel unisono. Kranten schreven over een “Orwelliaanse samenleving”, televisieprogramma’s spraken van een “digitale dictatuur” en documentaires beschreven een land waarin kunstmatige intelligentie, gezichtsherkenning en miljoenen camera’s samen een allesomvattend controlesysteem vormden. Het Social Credit System groeide uit tot een van de krachtigste symbolen van China’s autoritaire staatsmodel.

De kern van dat verhaal was eenvoudig. Iedere Chinees zou beschikken over een persoonlijke sociale score. Goed gedrag leverde punten op, slecht gedrag kostte punten. Wie voldoende punten verzamelde, werd beloond; wie onder een bepaalde grens zakte, verloor rechten en mogelijkheden. Het beeld sloot naadloos aan bij de groeiende bezorgdheid over kunstmatige intelligentie, Big Data en digitale surveillance en werd daardoor nog zelden kritisch bevraagd.

Opmerkelijk genoeg hadden maar weinig journalisten of commentatoren de oorspronkelijke Chinese beleidsdocumenten gelezen waarop zij zich zeiden te baseren. Artikelen verwezen naar eerdere artikelen, documentaires citeerden krantenberichten en opiniemakers namen voorbeelden over die al jaren circuleerden. Naarmate het verhaal vaker werd herhaald, kreeg het het aura van een onbetwistbaar feit.

Dat is geen uitzonderlijk verschijnsel. In de journalistiek ontstaan vaker dominante narratieven die zichzelf versterken. Wanneer gezaghebbende media een bepaald beeld schetsen, nemen andere redacties dat gemakkelijk over, zeker wanneer het aansluit bij bestaande politieke of maatschappelijke verwachtingen.

Geleidelijk verschuift de aandacht van het controleren van oorspronkelijke bronnen naar het herhalen van wat algemeen als waar wordt beschouwd.

Het Chinese Social Credit System is daarvan wellicht een van de duidelijkste voorbeelden.

Dat betekent niet dat China geen omvangrijke databanken aanlegt, geen gebruik maakt van digitale technologie of geen verregaande administratieve bevoegdheden heeft. Evenmin betekent het dat er geen terechte vragen bestaan over privacy, gegevensbescherming of de verhouding tussen burger en staat. Integendeel. China beschikt over een van de meest geavanceerde digitale bestuursmodellen ter wereld en het debat daarover is noodzakelijk.

De vraag is echter of het systeem dat jarenlang aan het westerse publiek werd voorgesteld, werkelijk bestaat.

Wie de officiële beleidsdocumenten naast het wetenschappelijk onderzoek van de voorbije tien jaar legt, stuit op een opvallende vaststelling. Het beeld van één nationale sociale score voor iedere burger is nergens terug te vinden in de officiële regelgeving. Vrijwel alle toonaangevende onderzoekers beschrijven het Social Credit System niet als één gigantisch puntensysteem voor 1,4 miljard Chinezen, maar als een verzameling administratieve instrumenten die bedoeld zijn om wet- en regelgeving beter te handhaven en de gegevensuitwisseling tussen overheidsdiensten te verbeteren.

Hoe kon dan toch het beeld ontstaan van een samenleving waarin iedere burger voortdurend punten verzamelt?

Het antwoord is complex. Lokale experimenten werden voorgesteld alsof zij nationaal beleid waren. Commerciële kredietsystemen van technologiebedrijven werden verward met overheidsbeleid. Losse administratieve maatregelen werden samengebracht tot één overkoepelend systeem dat in werkelijkheid nooit in die vorm heeft bestaan. Vervolgens begonnen media elkaar te citeren, waardoor feit, interpretatie en speculatie steeds moeilijker van elkaar te onderscheiden waren.

Ironisch genoeg werd het debat over het Chinese Social Credit System daardoor vaak minder gebaseerd op de officiële Chinese documenten dan op de beeldvorming die rond die documenten was ontstaan.

Dat maakt het onderwerp niet minder belangrijk, maar juist interessanter.

Achter de mythe schuilt een systeem dat op fundamentele punten verschilt van wat miljoenen mensen denken te kennen. Het is minder spectaculair dan de populaire verhalen doen vermoeden, maar tegelijk veel omvangrijker en technischer. Wie het werkelijk wil begrijpen, moet afstand nemen van eenvoudige slogans en terugkeren naar de bronnen, de wetgeving en de manier waarop het systeem zich de voorbije vijftien jaar heeft ontwikkeld.

Waarom China aan een Social Credit System begon

Om het Chinese Social Credit System te begrijpen, volstaat het niet naar de technologische mogelijkheden van vandaag te kijken. De oorsprong ligt in de economische hervormingen die eind jaren zeventig onder Deng Xiaoping werden ingezet. Terwijl China evolueerde van een centraal geleide planeconomie naar een socialistische markteconomie, ontstond een nieuw bestuursprobleem: hoe bestuur je een economie met miljoenen bedrijven, honderden miljoenen consumenten en duizenden lokale overheden wanneer informatie versnipperd is en wetgeving moeilijk afdwingbaar blijkt?

De economische groei van de jaren tachtig en negentig was zonder historisch precedent. Privébedrijven schoten als paddenstoelen uit de grond, buitenlandse investeringen stroomden binnen en de internationale handel explodeerde. Tegelijk namen belastingontduiking, contractbreuk, productvervalsing, illegale financiële constructies, voedselveiligheidsschandalen en milieumisdrijven toe. Voor veel lokale overheden bleek het bijzonder moeilijk om overtreders doeltreffend aan te pakken.

Een fundamenteel probleem was dat overheidsdiensten nauwelijks gegevens met elkaar deelden. De belastingdienst, rechtbanken, markttoezichthouders, milieudiensten, douane en financiële toezichthouders werkten met afzonderlijke databanken. Ernstige overtredingen die bij de ene instantie bekend waren, bereikten andere diensten vaak niet. Sommige ondernemingen konden zelfs onder een nieuwe naam opnieuw beginnen zonder dat eerdere overtredingen zichtbaar waren.

Het melamineschandaal van 2008 legde deze tekortkomingen pijnlijk bloot. Producenten hadden melamine toegevoegd aan babymelkpoeder om het eiwitgehalte kunstmatig te verhogen. Meerdere baby’s overleden en honderdduizenden kinderen moesten medisch worden behandeld. De zaak maakte duidelijk dat verschillende toezichthouders wel informatie bezaten, maar dat die onvoldoende werd gedeeld en samengebracht.

Ook namaakgeneesmiddelen, grootschalige belastingfraude, vervuilende fabrieken en ondernemingen die rechterlijke uitspraken eenvoudig naast zich neerlegden, ondermijnden het vertrouwen in de markt. Voor de Chinese beleidsmakers werd “vertrouwen” daardoor steeds meer een economische randvoorwaarde. Een moderne markteconomie kon volgens hen niet goed functioneren wanneer contracten onvoldoende werden nageleefd, rechterlijke uitspraken zonder gevolgen bleven en bedrijven ernstige overtredingen konden verbergen achter administratieve versnippering.

Tegen die achtergrond publiceerde de Staatsraad in juni 2014 de Planning Outline for the Construction of a Social Credit System (2014–2020). Buiten China werd dit document vaak voorgesteld als het startschot voor een nationaal puntensysteem voor burgers. Wie de tekst leest, ziet echter andere prioriteiten. Het beleidsplan behandelt uitvoerig kredietwaardigheid, administratieve samenwerking, marktregulering, voedselveiligheid, productkwaliteit, fiscale naleving, gerechtelijke geloofwaardigheid en de uitwisseling van gegevens tussen overheidsinstanties. De nadruk ligt op het versterken van de rechtsorde en een efficiëntere handhaving van bestaande regelgeving.

Ook de term social credit wordt buiten China vaak verkeerd begrepen. Het Chinese woord xìnyòng (信用) betekent niet alleen kredietwaardigheid, maar ook betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en het nakomen van wettelijke of contractuele verplichtingen. De Engelse vertaling credit heeft daardoor buiten China vaak de indruk gewekt dat het om een persoonlijke kredietscore gaat, terwijl het begrip bestuurlijk veel ruimer is.

Het beleidsplan onderscheidt vier domeinen waarin die betrouwbaarheid moest worden versterkt: de overheid, de commerciële sector, maatschappelijke organisaties en het gerechtelijk systeem. Opvallend is dat vooral het commerciële luik veruit het meest uitgewerkt werd. Dat is logisch. De Chinese economie telde inmiddels tientallen miljoenen ondernemingen, actief in sectoren variërend van zware industrie en chemie tot e-commerce, voedselproductie en financiële dienstverlening. Voor de overheid werd het steeds belangrijker om snel te kunnen nagaan of een onderneming elders al ernstige overtredingen had begaan of herhaaldelijk regels had geschonden.

Daarmee verschuift ook het perspectief op het Social Credit System. Terwijl de internationale aandacht zich vooral richtte op individuele burgers, lag de beleidsmatige prioriteit vanaf het begin bij ondernemingen, markttoezicht en administratieve coördinatie. Burgers maakten wel deel uit van het systeem, maar vormden niet de kern ervan. Dat fundamentele onderscheid is essentieel om te begrijpen hoe het Social Credit System in werkelijkheid functioneert.

Bedrijven vormen het hart van het Social Credit System

Wie de officiële beleidsdocumenten, de uitvoeringsrichtlijnen van de National Development and Reform Commission (NDRC) en de regelgeving van de State Administration for Market Regulation (SAMR) naast elkaar legt, kan moeilijk om één conclusie heen: het zwaartepunt van het Chinese Social Credit System ligt niet bij individuele burgers, maar bij ondernemingen.

Dat is logisch. China telt vandaag tientallen miljoenen geregistreerde bedrijven, van kleine familiebedrijven tot staatsbedrijven en multinationals. Zij produceren voedsel, geneesmiddelen, auto’s, batterijen, zonnepanelen, halfgeleiders en duizenden andere producten voor zowel de binnenlandse als de internationale markt. De centrale overheid stond daarom voor een fundamentele uitdaging: hoe houd je toezicht op zo’n gigantische economie zonder voortdurend nieuwe inspectiediensten op te richten?

Het antwoord lag niet in méér controleurs, maar in een betere uitwisseling van bestaande informatie.

Vóór de invoering van het Social Credit System werkten overheidsdiensten grotendeels naast elkaar. De belastingdienst, milieudiensten, rechtbanken, voedselinspectie, douane en arbeidsinspectie beschikten elk over eigen databanken. Daardoor kon een onderneming jarenlang ernstige overtredingen begaan zonder dat andere bevoegde instanties daarvan automatisch op de hoogte waren.

Het Social Credit System moest precies die versnippering doorbreken. Wanneer een onderneming herhaaldelijk milieuwetgeving overtreedt, vervalste belastingdocumenten indient of een gerechtelijke uitspraak weigert uit te voeren, kunnen andere bevoegde administraties die informatie eveneens raadplegen. Het systeem creëert geen nieuwe wetten, maar maakt de handhaving van bestaande regelgeving efficiënter. Dat gebeurt via wat de Chinese overheid “geclassificeerd” of “gedifferentieerd toezicht” noemt. Ondernemingen die jarenlang aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, kunnen in bepaalde sectoren minder vaak worden geïnspecteerd. Bedrijven die herhaaldelijk dezelfde overtredingen begaan, komen sneller in aanmerking voor strengere controles. Het uitgangspunt is dat de beschikbare inspectiecapaciteit wordt ingezet waar de risico’s het grootst zijn.

Een fabriek die meermaals illegaal chemisch afval loost, zal daardoor vaker worden gecontroleerd dan een vergelijkbare onderneming met een onberispelijk dossier. Producenten die voedselveiligheidsnormen schenden, vervalste certificaten gebruiken of belastingen ontduiken, kunnen worden geconfronteerd met extra inspecties, administratieve sancties of beperkingen bij overheidsaanbestedingen.

In veel westerse reportages werd dit voorgesteld alsof bedrijven één “sociale score” kregen. Die voorstelling is te simplistisch. In werkelijkheid gaat het meestal om een uitgebreid nalevingsdossier waarin informatie uit verschillende administraties wordt samengebracht. Er bestaat geen universeel puntenaantal dat automatisch alle overheidsbeslissingen bepaalt. Bovendien hanteren ministeries en toezichthouders eigen beoordelingscriteria, afhankelijk van de sector waarvoor zij verantwoordelijk zijn.

Een farmaceutisch bedrijf wordt vanzelfsprekend op andere criteria beoordeeld dan een bouwonderneming of een producent van zonnepanelen. Voor geneesmiddelen staan kwaliteitscontrole, vergunningen en klinische regelgeving centraal; bij chemische bedrijven wegen milieunormen en veiligheidsvoorschriften zwaarder door, terwijl financiële instellingen vooral worden beoordeeld op hun naleving van financiële regelgeving en antiwitwasverplichtingen.

Het Social Credit System is dan ook geen uniform beoordelingsmechanisme, maar een administratief netwerk waarin verschillende toezichthouders informatie uitwisselen om bestaande wetgeving effectiever toe te passen.

Verschillende onderzoekers trekken daarom dezelfde conclusie. De Harvard-politicologe Meg Rithmire omschrijft het systeem als een nieuwe vorm van economisch bestuur waarbij digitale technologie wordt ingezet om regelgeving efficiënter af te dwingen. Analisten van Trivium China stellen eveneens vast dat juist ondernemingen het voorwerp vormen van de meest uitgebreide digitale controle.

Dat betekent niet dat het systeem zonder kritiek is. Integendeel. Bedrijven klagen geregeld over de complexiteit van de regelgeving, administratieve fouten die moeilijk te corrigeren zijn en de omvang van de gegevensverzameling door verschillende overheidsdiensten. Ook buitenlandse ondernemingen vragen meer transparantie over de manier waarop bepaalde beoordelingen tot stand komen.

Die kritiek is reëel en verdient ernstige aandacht. Tegelijk is de werkelijkheid minder spectaculair dan de populaire beeldvorming suggereert. Het hart van het Chinese Social Credit System wordt niet gevormd door burgers die voortdurend punten winnen of verliezen, maar door een omvangrijk digitaal toezichtssysteem dat bedrijven moet aanzetten bestaande wet- en regelgeving beter na te leven.

En de gewone burger? Zwarte lijsten in plaats van een nationale score ?

Als het zwaartepunt van het Social Credit System bij ondernemingen ligt, rijst vanzelf de vraag welke rol burgers daarin spelen. Juist hierover ontstonden de grootste misverstanden.

Jarenlang domineerde het beeld dat iedere Chinees voortdurend punten verzamelt of verliest. Een lage score zou ertoe leiden dat iemand geen vliegticket meer kan kopen, geen hypotheek krijgt of zijn kinderen niet langer naar een goede school kan sturen. In sommige reportages werd zelfs beweerd dat jongeren letterlijk “uit het systeem” konden vallen en daardoor op straat zouden belanden.

Voor dergelijke beweringen bestaat geen enkel bewijs.

China beschikt niet over één nationaal puntensysteem waarin alle burgers worden gerangschikt. Wat wel bestaat, is een uitgebreid netwerk van administratieve registraties, sectorale databanken en zogenoemde zwarte lijsten (blacklists) en rode lijsten (red lists). Die zijn gekoppeld aan specifieke wettelijke verplichtingen en worden beheerd door verschillende overheidsinstanties. Het gaat dus niet om één allesomvattend systeem, maar om uiteenlopende administratieve instrumenten met elk een eigen wettelijke basis.

De bekendste zwarte lijst wordt beheerd door het Supreme People’s Court, het Chinese Hooggerechtshof. Zij is bedoeld voor personen die weigeren een definitief rechterlijk vonnis uit te voeren, hoewel zij daartoe financieel in staat zijn. In het Chinees worden zij aangeduid als Shīxìn bèizhíxíngrén (失信被执行人), letterlijk: “personen die wegens gebrek aan betrouwbaarheid een rechterlijke uitspraak niet uitvoeren.”

Het gaat bijvoorbeeld om ondernemers die een schadevergoeding weigeren te betalen, bedrijven die schulden blijven ontlopen of particulieren die een bindende rechterlijke uitspraak bewust naast zich neerleggen.

Het doel van deze zwarte lijst is niet om afwijkende politieke opvattingen te bestraffen, maar om de uitvoering van gerechtelijke uitspraken af te dwingen. China kampte jarenlang met het probleem dat vonnissen wel werden uitgesproken, maar vervolgens eenvoudig werden genegeerd. Volgens het Hooggerechtshof ondermijnde dat het vertrouwen in de rechtsorde én in het economisch verkeer.

Personen op deze lijst kunnen tijdelijk met beperkingen worden geconfronteerd. Zo kunnen zij in bepaalde gevallen geen vliegtickets kopen, geen eerste klas reizen met de hogesnelheidstrein, geen luxehotels boeken of geen bestuursfunctie bekleden in bepaalde ondernemingen zolang zij een rechterlijke uitspraak blijven negeren. Zodra aan het vonnis is voldaan, kan de vermelding worden geschrapt.

Naast deze zwarte lijst bestaan ook registraties voor onder meer belastingfraude, ernstige financiële misdrijven, illegale fondsenwerving en zware overtredingen van voedselveiligheidsregels. Ook hier gaat het telkens om specifieke wettelijke domeinen en niet om een algemene beoordeling van iemands sociale gedrag.

De zwarte lijsten illustreren daarmee een belangrijk onderscheid. Waar de internationale beeldvorming uitging van een permanente beoordeling van iedere burger, richt het Chinese systeem zich in de praktijk vooral op de naleving van concrete wettelijke verplichtingen. Dat is een wezenlijk verschil, zowel juridisch als bestuurlijk.

Lokale experimenten die wereldnieuws werden

Hoe kon dan toch het beeld ontstaan van een nationale burgerscore?

Een belangrijk deel van het antwoord ligt in een reeks lokale proefprojecten die tussen 2014 en 2019 in verschillende Chinese steden werden opgezet. De centrale overheid gaf lokale besturen de ruimte om nieuwe vormen van bestuur en kredietregistratie uit te testen. Daardoor ontstond geen uniform systeem, maar een reeks uiteenlopende experimenten met eigen doelstellingen, beoordelingscriteria en toepassingen.

Het bekendste voorbeeld is Róngchéng (荣成), een stad met ongeveer 700.000 inwoners in de provincie Shandong. De gemeente ontwikkelde een lokaal kredietprogramma waarin inwoners werden ingedeeld in categorieën zoals AAA, AA, A, B, C en D. De beoordeling was gebaseerd op administratieve gegevens, zoals het naleven van rechterlijke uitspraken en andere wettelijke verplichtingen. In sommige gevallen konden ook maatschappelijke bijdragen, zoals vrijwilligerswerk of bloeddonatie, een positieve invloed hebben op de classificatie.

Buiten China werd Róngchéng al snel voorgesteld als hét model voor het Chinese Social Credit System. Dat beeld was misleidend. Het ging om een lokaal experiment dat uitsluitend binnen de gemeente gold, geregeld werd aangepast en nooit door de centrale overheid als nationaal model werd ingevoerd. Onderzoekers die het project ter plaatse bestudeerden, wijzen erop dat het systeem bovendien veel beperkter en minder uniform was dan vaak werd voorgesteld.

Vergelijkbare experimenten ontstonden onder meer in Sūzhōu (苏州), Xiàmén (厦门) en Fúzhōu (福州). Sūzhōu ontwikkelde de zogenoemde Guihua Score of Osmanthus Score, Xiàmén werkte met de Jasmine Score en Fúzhōu experimenteerde met een eigen kredietprofiel voor inwoners.

Hoewel deze projecten soms voordelen boden bij gemeentelijke dienstverlening of administratieve procedures, verschilden zij inhoudelijk sterk van elkaar. Sommige verdwenen na verloop van tijd, andere werden aangepast of geïntegreerd in bredere lokale bestuursmodellen. Geen één ervan groeide uit tot het nationale systeem dat in veel internationale reportages werd aangekondigd.

Toch vormden juist deze lokale experimenten de basis voor talloze buitenlandse reportages. Wat begon als een reeks gemeentelijke pilootprojecten, evolueerde in de internationale berichtgeving tot het beeld van één nationale burgerscore voor alle Chinezen.

Onderzoekers wezen er al vroeg op dat deze experimenten onderling sterk verschilden en vaak slechts een beperkte levensduur hadden. Sommige werden ingrijpend aangepast, andere volledig stopgezet of opgenomen in bredere administratieve systemen. Juist omdat zij lokaal bleven, is het misleidend ze voor te stellen als representatief voor heel China. Vandaag bestaat er geen enkel oorspronkelijk experiment meer.

De verwarring rond Zhīma Xìnyòng (芝麻信用)

Een tweede, en wellicht nog belangrijker, misverstand betreft Zhīma Xìnyòng (芝麻信用), internationaal beter bekend als Sesame Credit. Dit commerciële kredietplatform werd ontwikkeld door Ant Group, het fintechbedrijf dat voortkwam uit Alibaba. Zhīma Xìnyòng kende gebruikers een kredietscore toe op basis van financiële en commerciële gegevens. Die score kon voordelen opleveren bij commerciële diensten, zoals het huren van een appartement of auto zonder borg, het gebruik van deelfietsen, toegang tot consumentenkrediet of een snellere afhandeling van bepaalde online transacties. Deelname was vrijwillig en het systeem werd ontwikkeld door een privébedrijf, niet door de Chinese overheid.

Toch werd Zhīma Xìnyòng in tal van westerse artikelen, documentaires en televisieprogramma’s voorgesteld als de ruggengraat van het Chinese Social Credit System. Dat bleek één grote vergissing.

Hoewel Ant Group aanvankelijk deelnam aan een proefproject rond kredietbeoordeling, besloot de People’s Bank of China uiteindelijk geen van de commerciële kredietsystemen op te nemen in het nationale Social Credit System. In plaats daarvan koos de centrale bank voor een afzonderlijk financieel kredietregister onder publiek toezicht.

Dat onderscheid is essentieel. Zhīma Xìnyòng is een commercieel kredietproduct, vergelijkbaar met private kredietbeoordelingssystemen die ook in Europa en de Verenigde Staten bestaan. Het nationale Social Credit System daarentegen is een bestuurs- en reguleringsinstrument dat zich hoofdzakelijk richt op de naleving van wet- en regelgeving door bedrijven, overheidsinstellingen en – in zeer beperkte mate – burgers. Het jarenlang door elkaar halen van deze twee systemen heeft waarschijnlijk -meer dan welke andere factor ook- bijgedragen aan het hardnekkige misverstand dat iedere Chinees over één nationale sociale score zou beschikken.

Concrete voorbeelden uit de praktijk

Dat het Social Credit System in de eerste plaats een instrument van marktregulering is, blijkt uit de manier waarop ondernemingen en ondernemers in de praktijk met sancties worden geconfronteerd.

In 2021 kreeg Alibaba Group (Jack Ma) een recordboete van 18,2 miljard yuan wegens misbruik van zijn dominante marktpositie. Het bedrijf had handelaars verplicht exclusief via zijn platform te verkopen. Naast de boete werd Alibaba verplicht zijn bedrijfspraktijken aan te passen en kwam het onder verscherpt toezicht te staan.

Kort daarna werd ook Didi Global, de grootste Chinese aanbieder van taxidiensten, onderzocht wegens overtredingen van de cyber- en gegevensveiligheidswetgeving. De app verdween tijdelijk uit de Chinese appwinkels en het bedrijf kreeg in 2022 een boete van ruim 8 miljard yuan. Ook Luckin Coffee werd hard aangepakt nadat bleek dat honderden miljoenen yuan aan omzet kunstmatig waren opgevoerd. Het bedrijf kreeg zware sancties, leidinggevenden werden ontslagen en het aandeel verdween van de Amerikaanse beurs.

Naast deze bekende zaken worden jaarlijks duizenden ondernemingen aangepakt wegens milieumisdrijven, belastingfraude, voedselveiligheidsschendingen of het niet naleven van gerechtelijke uitspraken. Zulke bedrijven kunnen worden opgenomen in administratieve zwarte lijsten, waardoor zij onder meer moeilijker toegang krijgen tot bankleningen, overheidsopdrachten of bepaalde vergunningen.

Ook individuele ondernemers kunnen met sancties worden geconfronteerd wanneer zij rechterlijke uitspraken blijven negeren.

Een bekend voorbeeld is Jiǎ Yuètíng (贾跃亭), oprichter van LeEco. Nadat zijn technologieconcern in financiële problemen kwam en schulden onbetaald bleven, werd hij opgenomen op de lijst van Shīxìn bèizhíxíngrén. Daardoor kreeg hij beperkingen op luxe reizen, bepaalde consumptieve uitgaven en bestuursfuncties.

Een vergelijkbaar voorbeeld is Luó Yǒnghào (罗永浩), oprichter van Smartisan Technology. Na het faillissement van zijn onderneming kwam ook hij op de zwarte lijst terecht. Nadat hij een groot deel van zijn schulden had terugbetaald, werd zijn naam opnieuw geschrapt. Dat illustreert dat het systeem niet alleen sancties kent, maar ook voorziet in herstel zodra aan wettelijke verplichtingen is voldaan.

Deze voorbeelden maken duidelijk dat het Social Credit System in de praktijk veel minder draait om het beoordelen van iemands sociale gedrag dan om de naleving van concrete wettelijke en contractuele verplichtingen. De nadruk ligt op handhaving, niet op een permanente morele beoordeling van burgers.

Hoe een complex bestuursinstrument een wereldwijde mythe werd

Dat lokale experimenten en commerciële kredietsystemen met het nationale Social Credit System werden verward, verklaart slechts een deel van het verhaal. De vraag blijft waarom die misvatting zich zo snel en hardnekkig kon verspreiden.

Een eerste verklaring ligt in de complexiteit van het Chinese bestuursmodel. Anders dan veel Europese landen kent China geen eenvoudig, centraal georganiseerd administratief systeem. Nationale ministeries, provincies, prefecturen, steden en districten beschikken elk over eigen bevoegdheden en experimenteren geregeld met nieuwe beleidsinstrumenten. De centrale overheid moedigt lokale besturen zelfs expliciet aan om nieuwe bestuursvormen uit te testen voordat succesvolle initiatieven eventueel breder worden ingevoerd.

Voor buitenlandse journalisten, die vaak slechts beperkte tijd in China doorbrachten en een ingewikkeld bestuursmodel moesten uitleggen aan een breed publiek, was de verleiding groot om uiteenlopende projecten onder één noemer te brengen. Zo ontstond geleidelijk het beeld van één allesomvattend systeem, terwijl in werkelijkheid tientallen verschillende systemen naast elkaar bestonden.

Een tweede factor was de razendsnelle technologische ontwikkeling van China. In nauwelijks twintig jaar groeide het land uit tot een wereldleider op het gebied van mobiele betalingen, e-commerce, gezichtsherkenning en digitale dienstverlening. Vrijwel iedere Chinees gebruikt vandaag zijn smartphone om aankopen te doen, belastingen te betalen, medische afspraken te maken of trein- en vliegtickets te reserveren. Voor veel westerse waarnemers leek het vanzelfsprekend dat al die digitale toepassingen uiteindelijk deel zouden uitmaken van één centraal controlesysteem.

Dat vermoeden werd versterkt door de spectaculaire opmars van kunstmatige intelligentie en cameratoezicht. China beschikt inderdaad over een van de grootste netwerken van bewakingscamera’s ter wereld en investeert fors in digitale technologie. Het bestaan van die infrastructuur werd echter vaak ten onrechte gelijkgesteld met het bestaan van één nationale sociale score. De ene ontwikkeling werd als bewijs gebruikt voor de andere, hoewel daarvoor geen rechtstreeks verband bestaat.

Ook de media zelf speelden een belangrijke rol. Nadat enkele gezaghebbende internationale media het verhaal van de nationale burgerscore hadden gepubliceerd, begonnen andere redacties daarop voort te bouwen. Journalisten verwezen naar eerdere reportages, opiniemakers citeerden documentaires en televisieprogramma’s gebruikten telkens dezelfde voorbeelden uit Róngchéng (荣成) of Zhīma Xìnyòng (芝麻信用). Zo ontstond een informatieketen waarin dezelfde verhalen voortdurend werden herhaald, vaak zonder opnieuw de oorspronkelijke Chinese beleidsdocumenten of recente wetenschappelijke studies te raadplegen. Zo ontstond er een “loop” van medialeugens, beter bekend als het mechanisme in de media, “herhalingspropaganda”.

Dat betekent niet dat alle kritiek op het Social Credit System ongegrond is. Mensenrechtenorganisaties, juristen en academici wijzen terecht op verschillende aandachtspunten. De omvang van de gegevensverzameling door overheidsinstanties roept vragen op over privacy en gegevensbescherming. Ook de uitwisseling van administratieve informatie tussen verschillende overheidsdiensten, de transparantie van bepaalde besluitvormingsprocessen en de mogelijkheden om fouten te corrigeren verdienen blijvende aandacht.

Zoals ook in Europa en de Verenigde Staten dwingen nieuwe digitale technologieën een fundamenteel debat af over de verhouding tussen overheid, technologie en individuele rechten. China vormt daarop geen uitzondering.

Juist daarom is het belangrijk feit en fictie zorgvuldig van elkaar te onderscheiden. Een debat dat vertrekt van een onjuiste voorstelling van zaken leidt zelden tot goede conclusies. Wie het Chinese Social Credit System uitsluitend beschrijft als een dystopisch controlesysteem voor alle burgers, mist niet alleen de kern van het systeem, maar ook de wezenlijke vragen die het daadwerkelijk oproept.

Conclusie

Misschien is dat wel de belangrijkste les van dit verhaal.

Het Chinese Social Credit System is geen sciencefictionwereld waarin een algoritme het leven van iedere Chinees bepaalt. Evenmin is het één nationale sociale score die permanent het gedrag van 1,4 miljard burgers beoordeelt. In werkelijkheid gaat het om een omvangrijk bestuursinstrument waarmee de Chinese overheid de naleving van bestaande wet- en regelgeving wil verbeteren. De nadruk ligt daarbij vooral op ondernemingen, markttoezicht, fraudebestrijding en de uitvoering van gerechtelijke uitspraken.

Dat systeem verdient een kritische analyse. De omvang van de gegevensverzameling, de bescherming van persoonsgegevens, de transparantie van administratieve besluitvorming en de rechtsbescherming van burgers en bedrijven blijven legitieme onderwerpen van debat. Maar die discussie wordt pas zinvol wanneer zij vertrekt van een correcte beschrijving van hoe het systeem daadwerkelijk functioneert.

Een van de fundamentele opdrachten van de journalistiek is niet bestaande overtuigingen te bevestigen, maar ze voortdurend aan de feiten te toetsen. Dat geldt voor berichtgeving over China evenzeer als voor elk ander land. Wanneer complexe beleidsinstrumenten worden gereduceerd tot eenvoudige slogans, verdwijnt de nuance en wordt inzicht ingeruild voor beeldvorming.

Het Chinese Social Credit System leert ons daarom niet alleen iets over China, maar ook over de manier waarop internationale berichtgeving tot stand komt. Hoe gemakkelijk kan een sensationeel verhaal uitgroeien tot een wereldwijd aanvaarde waarheid? Hoe vaak worden oorspronkelijke bronnen nog geraadpleegd wanneer een bepaald narratief eenmaal dominant is geworden? En hoeveel ruimte blijft er over voor nuance wanneer een complex onderwerp perfect aansluit bij bestaande politieke en ideologische strategieën?

Misschien zijn juist die vragen uiteindelijk minstens zo relevant als het Social Credit System zelf.

Bronnen

Officiële Chinese beleidsdocumenten

  1. State Council of the People’s Republic of China (2014). Planning Outline for the Construction of a Social Credit System (2014–2020). Engelse vertaling via DigiChina (Stanford University).
  2. https://digichina.stanford.edu/work/planning-outline-for-the-construction-of-a-social-credit-system-2014-2020/
  3. State Council of the People’s Republic of China (2022). Opinions on Promoting the High-quality Development of the Social Credit System.
https://www.gov.cn/zhengce/2022-03/29/content_5682259.htm
  1. National Development and Reform Commission (NDRC). Social Credit System.
https://www.ndrc.gov.cn
  1. State Administration for Market Regulation (SAMR).
https://www.samr.gov.cn
  1. Supreme People’s Court of the People’s Republic of China. Shīxìn bèizhíxíngrén (失信被执行人) – National List of Dishonest Judgment Debtors.
https://zxgk.court.gov.cn
  1. People’s Bank of China (PBOC).
https://www.pbc.gov.cn
  1. State Taxation Administration of China.
https://www.chinatax.gov.cn

Wetenschappelijke literatuur

  1. Creemers, Rogier (Leiden University). China’s Social Credit System: An Evolving Practice of Control. Diverse publicaties en analyses.
    https://rogiercreemers.net
  2. Creemers, Rogier. Planning Outline for the Construction of a Social Credit System (2014–2020). Vertaling en analyse via DigiChina.
    https://digichina.stanford.edu
  3. Kostka, Genia (Freie Universität Berlin). China’s Social Credit Systems and Public Opinion: Explaining High Levels of Approval. New Media & Society (2019).
https://journals.sagepub.com/doi/10.1177/1461444820922181
  1. Kostka, Genia. China’s Social Credit Systems: From Fragmentation Towards Integration. MERICS Papers.
  2. Rithmire, Meg. Harvard Business School. Publicaties over Chinese economische governance en marktregulering.
    https://www.hbs.edu/faculty/Pages/profile.aspx?facId=651824
  3. Trivium China. Analyses over China’s Corporate Social Credit System.
    https://triviumchina.com
  4. MERICS – Mercator Institute for China Studies. China’s Corporate Social Credit System.
    https://merics.org
  5. European Union Chamber of Commerce in China. The Corporate Social Credit System: The Dawn of a New Era. (2019)
https://www.europeanchamber.com.cn/en/publications-corporate-social-credit-system

Rapporten en denktanks

  1. Center for Strategic and International Studies (CSIS). Analyses over China’s digitale governance.
    https://www.csis.org
  2. Brookings Institution. Publicaties over digitale governance in China.
    https://www.brookings.edu
  3. Harvard Kennedy School – Ash Center. Publicaties over bestuur en digitalisering in China.
    https://ash.harvard.edu
  4. Stanford University – DigiChina Project. Vertalingen en analyses van Chinese beleidsdocumenten.
    https://digichina.stanford.edu

Praktijkvoorbeelden

  1. State Administration for Market Regulation (SAMR). Besluit inzake de antitrustboete voor Alibaba (2021).
    https://www.samr.gov.cn
  2. Cyberspace Administration of China (CAC). Onderzoek en sancties tegen Didi Global.
    https://www.cac.gov.cn
  3. China Securities Regulatory Commission (CSRC). Dossier Luckin Coffee.
    https://www.csrc.gov.cn
  4. Supreme People’s Court. Nationale databank van Shīxìn bèizhíxíngrén (失信被执行人).
    https://zxgk.court.gov.cn
  5. People’s Daily (人民日报). Artikelen over de uitvoering van het Social Credit System en gerechtelijke zwarte lijsten.
    https://www.people.com.cn
  6. Xinhua News Agency (新华社). Officiële berichtgeving over de verdere ontwikkeling van het Social Credit System.
    https://www.xinhuanet.com