De Chinese provincie Shandong – een reisverslag

Mijn vrouw, haar zuster en zwager en ikzelf maken een tweeweekse reis door de provincie Shandong. Het is voor geen van ons de eerste keer, maar wel alweer enige tijd geleden dat we deze regio bezochten. In dit artikel en dat van volgende week deel ik onze bevindingen.

De ligging van Shandong in China; illustratie van de auteur

Shandong

Shandong is een van de belangrijkste productieregio’s van voedsel in China, met name van groente en fruit. Shandong heeft een lange kustlijn, dus is de provincie ook goed voor een groot deel van de China productie van vis en andere zeevruchten. Al in de 19e eeuw woonden er buitenlanders in Shandong. De regio rond de havenstad Qingdao was lange tijd een Duitse concessie. Ook al keuren wij deze vorm van kolonisatie nu af, het Duitse erfgoed in het oosten van Shandong is nu wel een vast onderdeel van de lokale geschiedenis. Zo is Qingdao de thuisregio van een van China’s oudste brouwerijen. Duitse monniken plantten er ook wijndruiven. Qingdao Riesling is een van China’s eerste eigen wijnen wordt nog steeds geproduceerd.

Ji’nan

Wij vertrokken op 7 oktober per trein naar de hoofdstad van Shandong, Ji’nan. Deze reis, die vroeger al gauw een dag duurde, kostte ons nu slechts anderhalf uur, dankzij de snelheid van bijna 400 km/uur. Chinese HSL-stations nemen geleidelijk de functie over van lokale vliegvelden. Een ticket is zelfs niet meer nodig. Je gaat het station binnen met je paspoort, waarmee je de reis ook online besteld had. Zodra het perron open gaat, begeef je je naar je geboekte wagon en stoel.

Aangekomen stond onze chauffeur voor die twee weken al met zijn wagen gereed om ons naar het hotel te rijden. Klinkt dat duur? Dat valt in China wel mee. Wij zijn zeventigers en reizen dus niet meer als backpackers. De Chinese overheid zorgt goed voor de pensionado’s. Mensen van 70 jaar en ouder kunnen bijna overal gratis naar binnen. Een volledig persoonlijk georganiseerde reis is in China voor iedere beurs bereikbaar.

Ji’nan heeft als bijnaam: de stad van bronnen. De stad kent een groot aantal bronnen, waarvan wij er in twee dagen drie bezochten. Om dit speciale karakter van de stad te beschermen, heeft de aanleg van een metronetwerk in Ji’nan behoorlijk wat vertraging opgelopen, maar nu wordt er druk aan gewerkt.

Ik heb nog een aardige anekdote over bronwater. Wij raakten bij een van de bronnen met een lokale oudere man in gesprek. Hij had net een grote plastic fles met bronwater gevuld. Hij vertelde ons dat hij elke dag zo’n fles bronwater komt halen. ‘Als je eraan gewend bent, wil je niet anders meer’, zei hij.

Tai’an

De middag van 8 oktober verlieten we Ji’nan alweer voor een korte rit naar Tai’an, een stad ten zuidwesten van Ji’nan. De stad is vooral bekend als de locatie van een van China’s beroemde bergen: Taishan. Die dag bezochten we ’s middags echter eerst de Daimiao Tempel in het centrum van de stad. De tempel is gewijd aan de godheid van Taishan. Taishan is een van de vijf heilige bergen van het Daoïsme. Die bergen zijn tegelijkertijd goden die ieder een deel van de wereld regelen. De taak van Taishan is de mensheid, ervoor zorgen dat de maatschappij harmonieus blijft functioneren. De keizers van de opeenvolgende dynastieën hebben altijd grote aandacht aan de tempel besteed. De tempel bevat o.a. gedichten en andere geschriften die keizers daar tijdens een bezoek achtergelaten hebben. De oudste dateert van 200 voor Christus. Om niet te verdrinken in alles wat er in de Daimiao Tempel te zien is, maakten we gebruik van een dienst die in veel Chinese musea, tempels e.d. beschikbaar is: een persoonlijke gids die je volgens een vaste route langs alle belangrijke delen van de tempel leidt. Je ziet dan niet alles, maar wel alles wat het bekijken waard is.

Taishan

De ochtend van 9 oktober vertrokken we van ons hotel naar Taishan. Het was slechts een korte rit, maar we verbleven daar ruim drie uur. Theoretisch kun je vanaf de voet van de berg naar de top klimmen. Er is een stenen trap aangelegd. Verreweg de meeste bezoekers kopen een kaartje voor een bus die je een flink eind naar boven brengt. Vanaf daar heb je weer een keuze: of je pakt vanaf die hoogte alsnog de stenen trap naar de top, of je gaat per kabelbaan verder. Wij kozen uiteraard voor de bus en de kabelbaan; zoals de meeste andere bezoekers. Voor het lokale personeel was het, een dag na de nationale feestweek, een rustige dag, maar voor Europese begrippen was het ontzettend druk (zie foto). Taishan is populair; Chinezen moeten die minstens één keer in hun leven bezoeken. Rond het middaguur kwamen ook meerdere klassen scholieren de berg op.

Ook al is Taishan verbonden met de traditionele Chinese cultuur, wij brachten eerst een bezoek aan een filiaal van de snackbarchain Dicos, voor een kop koffie. Toch fijn dat die moderne gemakken toegelaten zijn.

Je kunt vanaf dat punt nog een klein stuk hoger klimmen, maar we besloten niet naar de top te lopen. Op die hoogte was er genoeg te zien en te doen. Voor mij is zo’n punt altijd weer interessant om het gedrag van de mensen te bekijken. Veel Chinese bezoekers komen er niet om kennis op te doen, maar gewoon om gezellig dat uit te gaan. Chinezen die alleen de berg opkomen zijn een zeldzaamheid. Ze komen in groepen vrienden, familie, collega’s, enz. Zeker, ze kijken naar de bezienswaardigheden en maken er foto’s van, maar dat zijn wel altijd foto’s waar ze zelf en/of hun groepsgenoten op staan. Een foto van een mooi uitzicht of een oude poort, zonder dat er een persoon op te zien is, is typisch iets voor buitenlandse toeristen.

Qufu

Rond twee uur ’s middags klommen we weer in onze auto, voor een korte rit van een uur naar een de volgende stad: Qufu. Shandong heeft opvallend veel beroemdheden voortgebracht, maar de allerbelangrijkste is ongetwijfeld Confucius. Hij is in de vijfde eeuw voor Christus in de staat Lu geboren. China bestond toen nog niet als eenheidsstaat. Wat nu Centraal China is was verdeeld in een aantal onafhankelijke staten die elkaar constant probeerden in te nemen. In die tijd ontstond er een groep mensen die rondreisden en de heersers van die staten met raad en daad bijstonden. Ieder van die raadgevers had een eigen theorie hoe je een staat het beste kon bestuderen. Confucius kwam hieruit geleidelijk als winnaar naar boven. Een kernbegrip van zijn theorie was ‘harmonie’. Zolang iedere burger zijn eigen plaats en rol in de maatschappij kende en die rol naar behoren uitvoerde, was er sprake van harmonie en ging het goed met de staat. ‘Harmonieuze samenleving’ is nog steeds een kernslogan in  het Chinese overheidsbeleid. Mensen moeten van mening verschillen om de samenleving levend te houden, maar dat mag niet tot vijandelijke conflicten leiden. Dat is wellicht het meest fundamentele verschil tussen de Chinese samenleving en de onze. Wij laten burgers eerst belangengroepen vormen, die daarna in discussie gaan. Alle problematiek bij het vormen en bij elkaar houden van kabinetten is een gevolg daarvan. In China komt de harmonie tussen belangengroepen op de eerste plaats, maar daarbinnen is ruimte genoeg voor debatten.

Een dagje Confucius

Voor de toerist zijn er drie plekken die je in Qufu moet bezoeken: de Confucius Tempel, het huis van de familie Kong en de begraafplaats van die familie. Het eerste deel kostte meteen al veel tijd, omdat we wederom een gids gebruikten. Dat was zeker de moeite waard. Omdat Confucius nog voor de eenwording van China leefde, zijn er op de lokatie van de tempel sporen van alle keizerlijke dynastieën te zien. Om die te onderscheiden heb je een specialist nodig die je helpt door het bos de bomen te zien. Het familiehuis kostte minder tijd. In werkelijkheid leidde Confucius een nomadisch bestaan. We besloten eerst te lunchen en daarna de begraafplaats te bezoeken. Dat was interessanter dan je wellicht zou denken. Het is geen begraafplaats zoals bij ons, met grafzerken netjes in rijen. Het is meer een park, bezaaid met heuvels die een graf markeren. Op sommige heuvels verrijst een zerk. Enkele graven zijn uitgebreider, bijv. met stenen beelden. Dat zijn graven van rijkere familieleden. Een ander interessant detail is dat bij het graf van Confucius een gebouwtje staat dat de plaats aangeeft waar Zi Gong, de trouwste leerling van Confucius na de dood van zijn meester verbleef om te rouwen. Volgens de overlevering hield Zi Gong zich aan de rouwperiode van drie jaar met zijn medediscipelen, waarna hij nog eens drie jaar alleen bij het graf waakte.

Toen was het de hoogste tijd om onze auto in te stappen en naar de stad Zibo te reizen. Daarover meer in het tweede deel van mijn verslag.

Bron: eigen ervaringen van de auteur