Een hoge vertegenwoordiger van China heeft ongewoon felle kritiek geleverd op landen die de mensenrechtensituatie in China hebben aangeklaagd. Zijn stelling was dat deze criticasters ‘in eigen boezem moeten kijken’. China laakt het ‘misbruik dat bepaalde landen maken van de mensenrechten om anderen te bestrijden die zij als politieke rivalen zien’.

Sun Lei, de plaatsvervangend permanent vertegenwoordiger van China bij de Verenigde Naties, reageerde op 6 oktober tijdens een debat na de Algemene Vergadering van de VN krachtig op aantijgingen van westerse landen over vermeende mensenrechtenschendingen van China. Sun drong er op aan ‘te stoppen met het verzinnen en verspreiden van leugens over China’. Hij tekende verzet aan tegen wat hij ‘het misbruik van mensenrechtenkwesties voor politieke manipulatie’ noemde.
“In eigen boezem kijken”
Tijdens het voornoemde debat zijn de volgende landen volgens China over de schreef gegaan: het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan, Ierland, Tsjechië en Litouwen. Volgens de Chinese vertegenwoordiger achten deze landen zichzelf superieur achten aan anderen. ‘Ze stellen zich vaak op als zelfbenoemde ‘schoolmeesters’. In feite kampen ze zelf met ernstige mensenrechtenproblemen en zijn ze niet in de positie om anderen de les te lezen.
Armoede
De Chinese diplomaat vergeleek het feit dat zijn eigen land extreme armoede heeft uitgebannen, met de voortwoekerende armoede in het Verenigd Koninkrijk die de afgelopen jaren alleen maar erger is geworden. Sun haalde cijfers van een rapport uit 2018 van Philip Alston, destijds speciaal rapporteur van de VN voor extreme armoede en mensenrechten. Ook baseerde hij zich op een onderzoek van de British Social Metrics Commission uit 2024. Daaruit bleek dat de crisis rond de kosten van levensonderhoud sinds 2019 twee miljoen mensen extra in ernstige nood had gestort.
Ook de nieuwe Chinese wet ter bevordering van etnische eenheid en vooruitgang kwam ter sprake en de democratische rechtsstaat. In China is het doel van de regering gemeenschappelijke welvaart en ontwikkeling onder alle etnische groepen te bevorderen. Japan daarentegen is er echter niet in geslaagd zijn toezeggingen na te komen om rassendiscriminatie uit te bannen en heeft de Ainu (een inheems volk dat in het noorden van Japan leeft) en de Ryukyu (Okinawa) niet als gelijkwaardige etnische groepen behandeld, waardoor hun voortbestaan en ontwikkeling in gevaar zijn gekomen. In het Verenigd Koninkrijk, Australië en Ierland heeft het kolonialisme tot op de dag van vandaag blijvende schade aangericht, en deze landen kampen met ernstige sociale problemen, waaronder racisme en etnische verdeeldheid.
Democratie
Ondertussen heeft de bevordering van de integrale democratie ervoor gezorgd dat de steun van het publiek voor de regering en de tevredenheid over het bestuur al jarenlang boven de 90 procent liggen. China vergelijkt dit met cijfers die laten zien dat de tevredenheid van de bevolking in het VK, Australië en Tsjechië over het politieke bestuur in hun land aanzienlijk lager is.
In tegenstelling tot de ‘concrete inspanningen van China om dialoog, samenwerking en een rechtvaardiger wereldwijd mensenrechtenbeleid te bevorderen, beroepen landen als het Verenigd Koninkrijk, Australië, Japan, Tsjechië en Litouwen zich vaak op morele principes, maar blijven ze onverschillig tegenover de onrechtvaardige behandeling van de bevolking van Palestina, Iran en Cuba’.
Inmenging vs solidariteit
Deze landen ‘gebruiken mensenrechten herhaaldelijk als voorwendsel om zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen en eenzijdige dwangmaatregelen op te leggen, waarmee ze inbreuk maken op de belangen van ontwikkelingslanden en een uiterst schandelijke rol spelen’, zo merkte Sun op. In de China Daily stond een commentaar van een aantal Chinese experts. Onder andere van Chen Hong, directeur van het Asia-Pacific Studies Center bij de East China Normal University. Chen merkte het volgende op. ‘Als het gaat om landen die zij als strategische rivalen beschouwen, blazen sommige landen mensenrechtenkwesties buiten proporties op. Ze gebruik dat als voorwendsel om druk uit te oefenen, sancties op te leggen, zich te mengen in de binnenlandse aangelegenheden van andere landen en zelfs internationale publieke opinie-campagnes te organiseren om hen te isoleren’.
Een eigen weg op gebied van de mensenrechten
Sun zei dat de wereldwijde trend naar multipolariteit en meer democratische internationale betrekkingen onomkeerbaar is, en riep op tot meer solidariteit en samenwerking op het gebied van de mensenrechten. Hij legde uit dat China een ontwikkelingspad op het gebied van de mensenrechten zal blijven volgen dat is afgestemd op de nationale omstandigheden. Beijing zal een ‘constructieve dialoog aangaan en zich verzetten tegen de politisering van de mensenrechten’.
Bronnen: China Daily, Global Times, Friends of Socialist China
