Belangrijke beslissingen met gevolgen voor de gehele natie worden in China via ‘centrale documenten’ bekend gemaakt. Ieder jaar is het weer uitkijken naar ‘Document Nr 1’, omdat de onderwerpen daarin, terecht of onterecht, als de belangrijkste aspecten van het nationale beleid van het komende jaar gezien worden. Een van de centrale thema’s van Document Nr 1 van 2026 is de voedselvoorziening.

Een goed gevulde Chinese dis; foto China Policy (disclaimer)
Bredere doelstelling
Terwijl China thuis met veranderingen in het dieet en de steeds onzekerder wordende levensmiddelenhandel in het buitenland geconfronteerd wordt, tilt het 2026 Central No. 1 Document het concept van ‘Groot Voedsel’ (da shiwu; een Chinese term die naar het totale levensmiddelenpakket alsmede de productie en distributie ervan verwijst) van een globaal doel op tot een dagelijkse kernactiviteit. Het handhaaft graan op de eerste plaats – de productie blijft rond de 700 miljoen ton – maar propageert de volledige voedselmand in plaats van enkel graan. Het roept op tot een groter aanbod van landbouw, bosbouw, veeteelt en visserij, met specifieke doelen zoals diepzeeteelt, bosvoedsel en stappen om de productie van zuivel te verhogen.
Van ‘Groot Graan’ naar ‘Groot Voedsel’
Het Groot Voedsel-concept van 2026 bouwt voort op de eerdere ‘Groot Graan’-visie van Xi Jinping, die voor het eerst graan (productie, distributie en consumptie) als onderdeel van een bredere voedselagenda aanwees. In 2015 zette een nationale bijeenkomst voor het plattelandsbeleid dit om in nationaal beleid, riep het op tot een ‘holistische landbouwvisie’ en lanceerde het het concept van Groot Voedsel. Cheng Guoqiang van het National Food Strategy Institute van Renmin University, omschrijft het concept als het uitbreiden van de voedselbasis buiten landbouwgrond tot bossen, graslanden, oceanen en microben.
In de Nr. 1 Documenten van 2023 tot 2025 is het idee steeds verder aangescherpt. 2023 benadrukte een bredere aanbodmix tussen landbouw, bosbouw, veeteelt en visserij en markeerde nieuwe bronnen zoals onderbosproductie (gewassen die laag bij de grond in bossen groeien), diepzeeteelt, schimmels en algen. 2024 voegde een nieuwe taak toe: het volgen en tellen van de bredere voedselmand, met meer dan enkel graan. 2025 bood meer details voor de aquacultuur in de oceaan, bosvoedsel, algenvoedsel en biologische landbouw – plus meer nadruk op gezonde voeding en het verminderen van afval. Nu, in 2026, wordt de verbinding gelegd met nieuwe productiekwaliteit. Het document roept op om AI te introduceren, meer drones, sensoren en robots toe te passen en om biologische productie te versnellen en op te schalen. De stuwkracht verschuift van ‘meer bronnen vinden’ naar ’technologie gebruiken om bronnen om te zetten in een stabieler aanbod en kwalitatief beter voedsel’.
Hoe het 2026 Document doorwerkt
De belangrijkste doorbraak in het document van 2026 is dat het een decennium van vooral mooie woorden in een concreet kernonderdeel van de dagelijkse activiteiten omzet. De primaire drijfveer komt voort uit de voor de hand liggende verschuiving in wat mensen in de China eten. In de afgelopen 30 jaar van snelle veranderingen is de graanconsumptie per hoofd van de bevolking gedaald van 145 kg naar 97 kg, terwijl de vleesconsumptie is gestegen van 20 kg naar 56 kg en de consumptie van plantaardige olie van 5 kg naar 26 kg. Het dieet omvat nu meer vlees, eieren, melk, fruit, groenten en vis. Dat betekent dat voedselzekerheid het hele voedingsspectrum moet omvatten.
Zoals Zhang Hongyu van de China Agriculture Risk Management Research Association opmerkt is 2026 het eerste jaar van het 15e 5-jarenplan, dus het Centrale Nr. 1 Document speelt een verbindende rol. Het moet de verdiensten van de eerdere campagnes voor armoedebestrijding consolideren, terwijl de toon gezet wordt voor de volgende fase in het versterken van de landbouw. De belangrijkste boodschap is: gebruik niet meer land voor graan, maar haal liever meer calorieën en eiwitten uit bossen, graslanden, oceanen en biotechnologie.
Uit land en zee
Op basis van veranderingen in het dieet steunt het Document een verschuiving in de manier waarop China zijn voedselmix instelt. Het roept op om voedsel uit alle land- en zeeruimte te betrekken. China heeft zo’n 2,3 miljoen km2 bossen, bijna 3 miljoen km2 zee en 4 miljoen km2 graslanden. Lange tijd hadden deze veel minder gewicht in de voedselvoorziening dan ze konden leveren.
De ‘bosvoedselwinkel’ (een Chinese term die wijst op de voedselrijkdom in bossen) zal nu snel groeien. De tekst roept op tot ‘actieve groei van de bosbouw en graslandteelt’. Hier zitten harde gegevens achter. De productie van economische bossen bedraagt nu ongeveer RMB 2,2 biljoen per jaar, en onderboswerk helpt ongeveer 34 miljoen boeren werk te vinden. De provincie Fujian is een goed voorbeeld. In het kader van zijn plan voor ‘bosvoedselwinkels’ streeft Fujian ernaar om tegen 2030 de voedselproductie van bossen tot 3,9 miljoen ton te verhogen, met aandacht voor zowel ecologie als voedselvoorziening.
Oude gewassen nieuw gebruik
Tegelijkertijd nemen oude gewassen nieuwe rollen aan. In 2016 riep China de aardappel uit tot een ‘vierde hoofdvoedsel’ (na rijst, tarwe en maïs), maar die ontwikkeling verliep traag. Veel kopers behandelen aardappelen nog steeds als een groente en de verwerking ervan kan meer kosten dan die van tarwe of rijst. Het 2026 Document beveelt aan deze blokkades op te ruimen. Met een betere verwerking kunnen aardappelen veranderen in brood en noedels en passen ze het dagelijkse dieet.
Voedergraan is een zwakke schakel
De belangrijkste zwakke plek in voedselzekerheid is het voedergraan. Huang Jikun van het Beijing University China Agricultural Policy Research Centre, stelt dat sojaveiligheid (in Chinese documenten over de levensmiddelenmarkt verwijst ‘veiligheid’ naar de mate waarin China altijd genoeg van een bepaald zal kunnen hebben; middels productie en/of invoer) in feite ‘eiwitveiligheid’ is. China importeert elk jaar bijna 100 miljoen ton soja, voornamelijk om aan de vraag naar eiwitvoer voor vee te voldoen. In eigen land geteelde eiwitbronnen leveren slechts 19 – 21% van de vraag. De afhankelijkheid van soja-import is meer dan 80%, en 90% daarvan komt uit Brazilië en de Verenigde Staten. De invoer van maïs, gerst en sorghum komt eveneens uit een klein aantal bronnen.
Het risico is groot. Volgens de ‘land area need‘-methode daalde het zelfvoorzieningspercentage van voedsel van China van zo’n 103% in 2000 tot 68% in 2022. In feite komt bijna een derde van de voedselvoorziening nu van landbouwgrond buiten China. Dat soort risico is moeilijker te beheren dan een eenmalig tekort. Zoals Cheng Guoqiang benadrukt is een daling van het lokale aanbod niet het belangrijkste gevaar. Het echte gevaar is een scheve risicomix.
Het Nr. 1 Document bestempelt ‘het beschermen en verhogen van de wil van boeren om graan te verbouwen’ als de eerste stap in het verhogen van het landbouwinkomen. Het hoopt dit doel te bereiken door een combinatie van prijzen, subsidies en dekking. Qiu Huanguang van Renmin University voegt eraan toe dat China moet overgaan van ‘graanveiligheid’ naar ‘voedselveiligheid’, en vervolgens naar ‘eiwitveiligheid’, met eiwitvoorziening als het ultieme doel.
Verhoog de productie thuis, spreid het risico in het buitenland
Nr. 1 Document roept op tot het verschuiven van de aanplanting en landbouwtechnologie in de belangrijkste graangebieden naar voedergewassen met een hogere opbrengst, om voldoende veevoeder te kweken. Het koppelt dit doel aan drie hefbomen: biologische landbouw, slimme machines en digitale tools. Ook wijst het op het belang van biomassa. China produceert ongeveer 800 miljoen ton stro per jaar, waarvan een groot deel wordt verspild. Dit kan een belangrijke grondstof voor eiwitproductie worden.
Ten tweede is er het spreiden van risico’s in het buitenland. Beijing wil meer importbronnen, bredere Belt and Road-verbindingen en een verschuiving van spotaankopen naar langetermijncontracten, zodat China minder aan een klein aantal leveranciers gebonden is.
Van testproductie tot brede uitrol
Het pad is vastgesteld, maar is er veel werk nodig. Zoals Wei Houkai van het CAAS Rural Development Institute opmerkt verhoogt het Document van 2026 het doel van ‘landbouwmodernisering’ naar ‘landelijke modernisering’. Dit houdt in dat steden en plattelandsgebieden tegelijkertijd in de planning meegenomen moeten worden en de revitalisering van het platteland van verspreide testprojecten naar brede uitrol moet doorschuiven.
Ten eerste is de controle over bossen, zeeën en graslanden verspreid over meerdere overheden en komen doelen vaak niet overeen. Daarnaast is de technologie nog steeds scheef, met de meeste R&D in basisproducten, met duidelijke hiaten in bosbouw, visserij en microbieel voedsel. Ten slotte moeten lokale kaderleden beter opgeleid worden.
Nawoord
De innovatieve kracht van China richt zich niet enkel op de sexy ‘high-tech’ sectoren, maar ook in de meer laag-bij-de-grondse. In het geval van de onderbosbouw kunnen we dit bijna letterlijk opvatten. Het typisch Chinese aspect van deze plannen is dat onderbosbouw en diepzeeteelt genoemd worden zonder dat er nu al specifieke producten op de radar staan. Experts op deze gebieden die de overheid adviseren zijn er voldoende zeker van dat hier op de korte termijn nieuwe lucratieve producten uit voort kunnen komen. De overheid neemt ze vervolgens in het nationale plan op, zodat er geld voor onderzoeksprojecten beschikbaar komt. Nu is het aan de experts met dat geld in de zak concrete producten te ontwikkelen. China wordt zo ook een wereldleider in het ontwikkelen van nieuwe eiwitbronnen voor de gehele mensheid.
Bron: China Policy
