Inperken van China bepaalt strategie van VS voor Iran

Onder de titel “Naar aardverschuiving in Midden-Oosten? Achtergrond historisch akkoord VS en Iran” publiceert Marc Vandepitte op De Wereld Morgen een analyse die hij begint met de militaire omsingeling van China door de VS.  Zoeken de VS toenadering tot Iran om beter op het inperken van China te kunnen focussen? We nemen hieronder het deel over van het artikel dat specifiek de band legt met de Amerikaanse politiek tegenover China.

VS leger omsingelt China

VS leger omsingelt China


De analyse van Vandepitte over het Midden-Oosten is geen losstaand verhaal. Nogal wat strategen zien ook in de door de VS gesteunde acties van de Fransen om Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek militair te ‘stabiliseren’ nauwelijks verhulde pogingen om een dam van bevriende regimes tegen de Chinese invloed in Afrika op te werpen. Toeval of niet, de Chinezen hebben laten weten dat ze ook zelf willen deelnemen aan de door de Veiligheidsraad goedgekeurde interventie in de Centraal-Afrikaanse Republiek. En dan is er nog sinds  2007 de uitbouw van het United States Africa Command vanuit Stuttgart.
Dit is evenmin een ver-van-mijn-bed-analyse. Dinsdag deed docent internationale politiek Jonathan Holslag een oproep in De Standaard: België moet nieuwe straaljagers kopen. De eerste reden voor de aankoop: het bikkelen om invloed tussen de VS en China leidt tot een behoorlijk hoge kans dat we in de komende tien jaar een militair treffen meemaken tussen ‘de Aziatische grootmachten’: Hij kan alleen bedoelen Japan (of – veel minder waarschijnlijk- India) gepusht door de VS tegen China.

Naar aardverschuiving in Midden-Oosten?

Achtergrond historisch akkoord VS en Iran

(uittreksel)

….
Het is niet de eerste keer dat Washington een pact sluit met ‘de duivel’. Roosevelt werkte (tijdelijk) samen met Stalin om nazi-Duitsland te verslaan en Nixon sloot na de nederlaag in Vietnam een overeenkomst met Mao om de Sovjet-Unie te verzwakken.
In geopolitiek spelen principes of ideologie geen rol van betekenis, het draait om de harde belangen. Ook deze keer is dit het geval. In wat volgt werpen we een blik op die belangen en op de vraag waarom beide partners zo’n strategische bocht hebben gemaakt en waarom dat nu gebeurt. We bekijken ook welke voordelen beide landen uit dit akkoord trachten te halen.

Beweegredenen van de VS

We beginnen met de VS. Minstens vijf factoren verklaren waarom Washington uit was op een akkoord en samenwerking met Teheran.
1. Overstretching
De eerste regering Bush was een echt oorlogskabinet[5]. Het wou korte metten maken met weerspannige landen van het Midden-Oosten en Afrika. Na 11 september was het de bedoeling om na de verovering van Afghanistan, binnen de vijf jaar nog eens zeven regeringen ‘te vernietigen’: Irak, Syrië, Libanon, Libië, Somalië, Soedan en Iran. Afghanistan en Irak draaiden echter uit op een militaire flop. Bovendien waren ze een ware economische ramp. Ze kostten samen meer dan het dubbele van de oorlog tegen Vietnam[6].
De ‘oorlog tegen de terreur’ was blijkbaar een brug te ver voor de VS. De kater was groot en Obama werd verkozen met de belofte dat hij zich zou terugtrekken uit Irak en Afghanistan. Dat de militaire aanval tegen Syrië uiteindelijk werd afgeblazen past in dit plaatje[7].
2. Verminderd belang van Midden-Oosten
Het Midden Oosten was tot voor kort van vitaal belang voor de petroleumbevoorrading van de VS. Maar dat is hoe langer hoe minder het geval als gevolg van de eigen ontwikkeling van schaliegas en teerzandolie, en van de ontginning van grote oliereserves in Canada. De VS zijn momenteel de snelst groeiende producent van olie en gas ter wereld. De import van olie uit het Midden-Oosten zal tussen 2011 en 2017 verminderd zijn met bijna 40 procent. Tegen 2020 zullen de VS een netto uitvoerder zijn van natuurlijk gas[8].
3. Focus op China
In 1992, een jaar na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, stelde het Pentagon: ‘Ons eerste objectief is het verhinderen dat er een nieuwe rivaal op het wereldtoneel verschijnt. We moeten de potentiële concurrenten er van afhouden om zelfs maar te streven naar een grotere rol op regionaal wereldvlak.’ Dat is sindsdien de doctrine gebleven ongeacht wie er president is[9].
Vandaag wordt hierbij in de eerste plaats gedacht aan China. Voor Hillary Clinton moest de strategische aandacht van de VS verschuiven naar de Stille Oceaan: ‘De toekomst van de politiek zal worden beslist in Azië, niet in Afghanistan of Irak. En de Verenigde Staten zullen zich precies in het centrum van de actie bevinden.’ In een televisiedebat met Romney was Obama al explicieter, hij noemde China als vijand (adversary)[10].
Het zijn niet alleen woorden. Rondom China hebben de VS troepen, militaire bases, steunpunten of trainingscentra in 17 landen of zeegebieden: Tadzjikistan, Kirgizië, Afghanistan, Pakistan, de Arabische Zee, de Indische Oceaan, de Straat van Malakka, Australië, de Filippijnen, de Stille Oceaan, Taiwan, Zuid-Korea, Taiwan, India, Bangladesh, Sri Lanka en Nepal en Maleisië. Nieuwe bases worden gepland in Thailand, Vietnam en de Filippijnen. Met Mongolië en Oezbekistan, Indonesië, en recentelijk ook met Myanmar is er militaire samenwerking. Tegen 2020 zal 60 procent van de vloot gestationeerd zijn in de regio. Als je dat op een kaart bekijkt, dan is het niet overdreven te stellen dat China militair omsingeld is[11] (zie kaart boven het artikel).
4. Bedreigende radicalisering
Een vierde factor is de radicalisering van de soennitische jihadi’s in de regio. In Syrië hebben extremistische milities de overhand gekregen[12] en de VS hebben nauwelijks vat op die milities. In Irak zijn het laatste half jaar alleen al 5.000 mensen vermoord door Al Qaeda. Ook in Libanon dreigt de situatie uit de hand te lopen[13].
In het verleden heeft het Pentagon al meermaals nauw samengewerkt met extremistische islamitische groeperingen. Dat was het geval in Afghanistan in de jaren tachtig, in Bosnië in de jaren negentig, wat later in Kosovo, en recentelijk in Libië en Syrië. Maar de voorwaarde is wel dat de VS de overhand blijven houden. Washington wil wel de pro-Iraanse regering in Libanon en Syrië ten val brengen, maar niet om de transnationale jihadi’s te versterken, laat staan om in die landen fundamentalistische emiraten de plak te laten zwaaien. Jordanië zou ontgetwijfeld snel volgen en in dat geval zou Israël omgeven zijn door extremistische regimes. Dat is een nachtmerriescenario[14]. In de ogen van Washington zijn de soennitische extremisten in de regio een te weinig gecontroleerde en dus risicovolle factor geworden.
5. Regionale bondgenoten
Een vijfde factor betreft de regionale bondgenoten van de VS. Na de Arabische lente zijn een aantal autocratische regimes in de regio onbetrouwbare of verzwakte partners geworden. Dat is in de eerste plaats het geval met Egypte, maar ook met Jemen, Jordanië, Bahrein en Tunesië. Dat geldt eveneens voor Saoedi-Arabië, dat bovendien voor een delicate generatiewissel staat[15].
Washington had gehoopt dat Pakistan een belangrijke steun zou zijn om de situatie in Afghanistan onder controle te houden, na het vertrek van de meeste troepen. De oorlog heeft Pakistan echter fel verzwakt en het land heeft daarnaast af te rekenen met binnenlands destabilisatie door jihadis[16].
Dan zijn er nog Afghanistan en Irak. In beide landen werden VS-gezinde regeringen in het zadel gebracht. Maar zij blijken niet zo volgzaam als gehoopt. Ze varen hoe langer hoe meer een eigen koers, los van het Witte Huis en soms zelfs lijnrecht er tegen in. Zo weigerde Irak zijn luchtruim open te stellen voor de VS om Syrië te bombarderen terwijl de Iraniërs dat rustig mogen gebruiken om het Syrische leger bij te springen[17].

Voordelen voor de VS

Het zijn deze vijf factoren samen die verklaren waarom de VS toenadering zocht tot Iran. De VS is niet meer in staat om unilateraal de hele wereld te overheersen en à la carte bondgenoten te kiezen en te controleren. Doseren en balanceren is de boodschap.
Zbigniew Brzezinski, topadviseur van verschillende presidenten van de VS en richtinggevend voor de buitenlandse politiek van Washington op dit moment, verwoordt het zo: “De nieuwe realiteit is dat geen enkele grootmacht in staat is om Eurazië te ‘overheersen’ en dus om de wereld te ‘bevelen’. Amerika’s rol, in het bijzonder na twintig jaar te hebben verspild, moet nu subtieler zijn en meer inspelen op de nieuwe machtsverhoudingen in Eurazië”[18].
Door het akkoord met Iran krijgt Washington meer (militaire) ruimte om zich te focussen op andere regio’s, in het bijzonder op de regio van de Stille Oceaan[19]. Het is niet dat de VS zich willen terugtrekken uit de regio, maar ze willen geen onnodig grote militaire voetdruk houden die hen verhindert om andere, prioritaire doelstellingen te halen[20].
Een samenwerking met Iran zal hen beter in staat stellen om de situatie in Syrië beheersbaar te houden, in het bijzonder de dreiging van de jihadi’s. Dat geldt evenzeer voor de situatie in Afghanistan na de terugtrekking van een groot deel van VS-militairen in 2014[21]. Ook voor een verbetering van de situatie in Irak, Libanon en Palestina, is de steun van Teheran onmisbaar[22]. Tenslotte zal de samenwerking met Iran de toegenomen invloed van Rusland in de regio na elf september doen verminderen. Ook dat is meegenomen voor Washington[23].
Het zou niet de eerste keer zijn dat Teheran en Washington samenwerken om extremistische jihadi’s te counteren. Dat gebeurde al in Irak en Afghanistan, resp. tegen Al Qaeda en de Taliban. Maar dat ging toen telkens om een tactische samenwerking, die aan de globale vijandige houding tussen beiden niets veranderde en ook geen impact had op de allianties van de VS in de regio. Deze keer hebben we te maken met een strategische samenwerking die de kaarten in het Midden Oosten door elkaar schudt[24].
Met deze toenadering streeft Washington een strategisch balans na tussen de Sjiieten en de Soennieten. Geen van beide kampen mag sterk genoeg worden om de overhand te halen. Een verdeelde Islam waarvan de antipolen elkaar in evenwicht houden en neutraliseren speelt perfect in de kaart van Israël en van de VS. Het is de beproefde verdeel-en-heers-strategie[25]. …
Noten:

Bronnen: De Werld Morgen, De Standaard

Het volledige artikel van Marc Vandepitte kan je hier lezen

De opinie van Jonathan Holslag in De Standaard kan je hier lezen

Print Friendly, PDF & Email
Voeg toe aan :

1 comment for “Inperken van China bepaalt strategie van VS voor Iran

  1. Rob Groenhuijzen
    18 december 2013 at 23:26

    Het zoveelste verhaal over de macht van het westen of de VS. Opnieuw de onzin over kracht van de VS en de verdeel en heers politiek. Wanneer houden zulke schrijvers op en gaan zij begrijpen dat het westen in een neerwaartse spiraal zit. De VS kunnen niet winnen van Irak en van het zwakste land ter wereld, Afghanistan, en dan zullen ze wel wat doen tegen China. Het is lachwekkend.
    Het verhaal moet gaan over de financiers die aan dit soort avonturen geld verdienen en Obama en zijn lakeien houden dan de verkooppraatjes. Iets anders is er niet. De VS hebben geen geld en de nederlaag duurt deze keer geen 8 jaar.
    Verder maakt China zich niet druk over zijn bondgenoten in Oost-Azië. Al die landen gaan om vanwege winsten en de VS kunnen deze koers niet vasthouden omdat China elk moment het financiële systeem van het westen onderuit haalt. Het westen is in verval. Dat is het uitgangspunt. Iets anders is (onbewuste of bewuste) bangmakerij

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

 karakters beschikbaar