Chinese plattelandsjongeren zijn de laatste jaren in groten getale na hun afstuderen naar hun geboorteregio teruggegaan om een onderneming te starten. Hoewel ze dit uit idealistische gevoelens voor hun geboorteplaats doen, worden ze in de praktijk toch met meerdere moeilijkheden geconfronteerd. Dit artikel categoriseert de problemen en eindigt met een voorbeeld van een succesvol project.

Lu Biyong toont zijn groenten; foto Lin’an News (disclaimer)
Marktstructuur
- Mismatch van vraag en bedrijfsconcept: de consumptiecapaciteit van de regionale markt blijkt beperkt of het consumptiepatroon van bewoners is conservatief en de acceptatie van niet-essentiële of dure producten (zoals melkthee en internetcatering) laag. Dit leidt er vaak toe dat stedelijke concepten niet op het platteland aanslaan.
- Homogene concurrentie: meer dan 60% van de terugkerende startup-projecten is geconcentreerd in catering, detailhandel, traditionele teelt en andere laagdrempelige vakgebieden. Dit kan gemakkelijk tot een prijzenoorlog leiden waarbij de winstmarges geminimaliseerd worden.
- Gebrek aan een industriële keten: gebrek aan koude keten (b.v. voor consumptie-ijs), verwerkingsondersteuning, marketing en andere dienstverleners. Zelfs als de producten van de startups van hoge kwaliteit zijn, is het vaak moeilijk op te schalen en een hoge toegevoegde waarde te bereiken.
Knelpunten in middelen en kapitaal
- Financieringsproblemen: bankleningen vereisen hypotheken of garanties, terwijl jonge ondernemers vaak de benodigde activa missen. De kosten van particuliere leningen zijn hoog en het aanvragen van overheidssubsidies is ingewikkeld.
- Onvoldoende startkapitaal: de meeste jonge ondernemers zijn afhankelijk van eigen spaargeld en het is moeilijk om de initiële investering te ondersteunen, vooral waar het land, inkoop van apparatuur en andere hoogdrempelige zaken betreft.
- Zwakke infrastructuur: netwerkdekking, logistieke distributie, opslagomstandigheden, enz. zijn nog in afgelegen townships vaak niet of nauwelijks aanwezig, waardoor de ontwikkeling van nieuwe bedrijfsvormen zoals e-commerce en cultureel toerisme wordt beperkt.
Gebrek aan talent en bekwaamheid
- Gebrek aan praktische ervaring: door gebrek aan marktvaardigheden als b.v. supply chain management, e-commerce praktijk, enz., is in veel plattelandsregio’s niet echt sprake van een marktomgeving.
- Tekort aan professioneel talent: Het is op het platteland moeilijk om mensen met bepaalde opleidingen aan te trekken, zoals technologie, marketing en management. De jonge ondernemers worden zo vaak ‘lichtmasten’, een Chinese uitdrukking voor mensen die als enigen in hun omgeving bepaalde vaardigheden hebben.
- De kwaliteit van de lokale beroepsbevolking is beperkt: omdat zoveel plattelandsjongeren hun heil in de steden zoeken, zijn de meeste dorpelingen van middelbare leeftijd en ouderen die landbouw bedrijven zoals zij van hun ouders geleerd hebben.
Slechte afstemming met het lokale beleid
- ‘volatiel’ beleid: veel steun van de lokale overheid richt zich op projecten die goed liggen in de media. Projecten met innovatieve technologie vangen daarentegen vaak bot. Jongeren weten niet genoeg over hoe ze in de lokale netwerken subsidies e.d. aan moet vragen. De procedures zijn gewoonlijk omslachtig en ondoorzichtig.
- Gebrek aan publieke diensten: op het platteland is gebrek aan one-stop platforms voor ondernemersdiensten die in de steden zo gewoon zijn. Voor ieder aspect van de nieuwe onderneming moet je een separate procedure opstarten.
- ‘Gehalveerd project’: dit is wederom een nieuwe term die verwijst naar de interesse onder lokale bestuurders in projecten die meteen goede publiciteit opleveren. Er is echter gebrek aan (interesse in) follow-up en ondersteuning voor merkopbouw en verkoop, wat kan resulteren in het snelle falen van projecten.
Sociale en psychologische weerstand
- Belemmeringen voor de ‘kennismaatschappij’: regionale commerciële middelen worden gemonopoliseerd door traditionele familie- of relatienetwerken (diffuse cultuur) en het is moeilijk voor nieuwkomers om toegang tot kanalen en ondersteuning van de toeleveringsketen te verkrijgen.
- Identiteitsdilemma: het is niet alleen moeilijk om als ‘buitenstaander’ in de lokale elitekring te integreren, maar ook de lokale bevolking beschouwt de terugkerende jongeren vaak als ‘stedelingen’; de ondernemers worden zo vreemden in hun eigen geboortestreek.
- Sociale druk en ‘face’: Vooral de familie van de jonge ondernemers kan ’terugkeren naar de geboorteplaats om een bedrijf te starten’ verkeerd interpreteren als ‘mislukking’, wat hun moed om beslissingen te nemen negatief beïnvloedt.
Voorbeeld van succesverhaal
Lu Biyong, geboren in oktober 1998, is momenteel een zelfstandige boer in Huzhou, provincie Zhejiang. Hij is een bestuurslid van het Lin’an Shangxi Huiqin Groenten Coöperatief. Hij is de persoon die verantwoordelijk is voor de samenwerking met de Meidajie Ecologische Boerderij. Hij is tevens de verantwoordelijke voor de Xinqiao-Dashanchuan Groenten Basis in het stadje Daoshi. In de Groenten Basis, die meer dan 600 meter boven de zeespiegel ligt, cultiveert Lu het land al twee jaar.
Toen hij een bedrijf in Huzhou begon, cultiveerde hij gestandaardiseerde groenten, bouwde hij geleidelijk zijn eigen boerderij op en nam hij de tijd rijke ervaring in basisactiviteiten en marktpraktijken op te doen. Terwijl hij zijn eigen boerderij exploiteerde, nam hij actief deel aan de promotie van lokale normen voor de tomatenteelt in de stad Huzhou en hielp hij de kwaliteit en de standaardisatie van regionale landbouwproducten te verbeteren.
Op uitnodiging van de lokale onderneemster Mei Huiqin kwam Lu Biyong meteen naar Daoshi om daar de hoogland groente-industrie te ontwikkelen. In de Groenten Basis ontplooide hij zijn professionele kennis volledig. Zo implementeerde hij planttechnologie en innovatieve ideeën voor de opbouw van het merk Meidajie (Zuster Mei; verwijzend naar Mei Huiqin), ontwikkelde hij een consistent landbouwproces en realiseerde hij een efficiënte door verkoop geleide productie en marketing. Tegelijkertijd nam hij het voortouw in de verwerking van landbouwproducten, breidde hij de industriële keten uit en verbeterde hij de toegevoegde waarde van landbouwproducten.
In overeenstemming met de oorspronkelijke bedoeling om alle dorpelingen te laten meedelen, nam Lu Biyong het initiatief om de technische ervaring van de boerderij door te geven aan de omliggende dorpelingen. Hij bouwde een model van ‘gezamenlijke technologie, uniforme acquisitie en verenigde verkoop’ op en leidde de dorpelingen om gestandaardiseerde landbouw te bedrijven. Dit hielp de dorpelingen hun inkomen gestaag te verhogen. Op dit moment heeft de Groenten Basis het collectieve jaarinkomen van boeren al met meer dan RMB 600.000 verhoogd.
Wat was dus de basis van het succes van Lu Biyong? Lu nam allereerst de tijd. Hij kwam als afgestudeerde terug met veel kennis, maar nam de tijd om zich in de lokale maatschappij te (her)integreren door eerst als boer onder de boeren mee te werken. Zodra hij geïntegreerd was pakte hij geleidelijk zijn knapzak met nieuwe kennis uit en paste dat stap voor stap in de lokale processen toe, waardoor de lokale mensen zich die nieuwe manier van werken eigen konden maken. Lu stelde zich op als leraar en niet als betweter. Lu zocht samenwerking met lokaal erkende ondernemers als Mei Huiqin en hielp haar haar merk (Meidajie) te versterken. Dit werkte veel beter dan wanneer hij van meet af aan een nieuw eigen merk gecreëerd zou hebben. Met andere woorden: hij verdiende sneller en meer door anderen ook te laten verdienen dan zijn talen voor zichzelf toe te passen. Dit sluit uiteraard bij de communautaire natuur van de Chinese cultuur aan. Momenteel is hij in zijn eigen regio de facto een van de technologische leiders, zonder dat hij deze positie opgeëist heeft.
Bron: de analyse van de problematiek is gebaseerd op een aantal Chinese mediateksten; de voorbeeldcasus komt van de site Lin’an News
