China en de media (2 delen)

Door Dirk Nimmegeers op 24 maart 2015

We proberen in Deel 1 “China en de Pers, leven in de drukkerij” in grote lijnen een portret te schetsen van recente ontwikkelingen, om dan in Deel 2 “China en de rol van de Media” stellingen te lanceren, die misschien tot nadenken of tot debat prikkelen.*

Deel 1 China en de Pers, leven in de drukkerij

Chinese newspapers bouquetWat er in de pers online en op papier over China te lezen valt bepaalt in grote mate het beeld van het land en de meningen over het nieuws en de toestanden daar. Het nieuws komt tegenwoordig in overvloed ook uit de Volksrepubliek zelf, onder andere in het Engels en Frans. Belgische en Nederlandse belangstellenden beschikken daarnaast over een ruime keuze van westerse bronnen. Op ChinaSquare vind je onze bronnen hier of via de knop Meer over China (bovenste menubalk).

We beperken ons tot de pers online, één van de media, naast de televisie, radio, sociale media en kranten en tijdschriften op papier. Geen nood: voor de pers, ook die online, gelden dezelfde definities en normen als in de andere media van wat en hoe journalistiek hoort te zijn, en dezelfde discussies.

Koning internet

Sinds 2000 is internet uitgegroeid tot een belangrijk communicatiemiddel. Op dit moment evolueert het aantal internetters naar 700 miljoen, en dat zijn gebruikers die vooral mobiel navigeren. Het besef dat de penetratie nog een tijd lang niet meer dan 50% van de bevolking zal zijn, helpt om de kolossale cijfers enigszins te relativeren: in westerse landen heeft meer dan 80% van de bevolking toegang tot het net. De helft van de gebruikers in China zegt dat het internet hun meest betrouwbare bron van informatie is, gevolgd door televisie met 30 procent en de gedrukte pers met 15 procent, volgens een Amerikaans rapport. (1)

Een studie van de Chinese Academie van Pers en Publicatie toonde in juli 2014 dat de hele sector zijn winst serieus zag verhogen. De papieren pers zag de bedrijfsopbrengsten echter dalen met bijna 10 procent ten opzichte van 2013. Elektronische publicaties in het land hebben tegelijk hun winsten zien stijgen tot meer dan 20 procent. Meer dan de helft van de Chinese volwassenen leest tegenwoordig ook vooral online. Het medialandschap van China dat Danwei in 2014 schilderde, laat dan ook geen misverstand bestaan over de dominantie. Messaging-diensten en microblogs zoals Sina Weibo, Tencent Weibo en Tencent WeChat bedienen tussen de 100 en 540 miljoen gebruikers per maand. Nieuwsportals Sina.com.cn, QQ.com, Sohu, Netease en iFeng bieden dagelijks nieuws aan tientallen miljoenen lezers, met als recordhouder Sina met 37,2 miljoen IP bezoekers per dag en als kleinste iFeng, dat ‘maar’ 10 miljoen Chinezen bereikt, elke dag, dat wel. De grootste gedrukte kranten moeten zich tevreden stellen met een dagelijks publiek van 3,4 miljoen (Reference News, in het verleden alleen voor intern gebruik door partijkaders en ambtenaren, maar nu het grootste officiële dagblad in China) gevolgd door het Volksdagblad (hier beter bekend als People’s Daily of Renmin Ribao)met 2,8 miljoen, de Global Times in de Chinese versie 2 miljoen, het commerciële en kritische Southern Metropolis Daily met 1,7 miljoen. De online zakenkrant Caixin (de Chinese Tijd of Echo) zou op een fors publiek van enkele honderdduizenden bezoekers per dag kunnen bogen. Het grootste Engelstalige blad China Daily heeft een circulatie van 900.000 papieren kranten, maar scoort elke dag 52 miljoen views op het web. Zijn lezers komen voor 60% van over de hele wereld, de anderen zijn Chinezen. Radio en televisie worden dagelijks gevolgd door een publiek van honderden miljoenen.

1280px-Hangzhou-Renmin-Ribao-2600In de wereld en vooral in het Westen, maken kranten over het algemeen een ernstige crisis door. In China en India, is de markt voor de pers snel gegroeid, aangewakkerd door de robuuste economische groei en de vraag van een opkomende stedelijke en goed opgeleide middenklasse die een stijgende levensstandaard kent. Uitgeverijen, drukkerijen en de distributie haalden in 2013, zoals hierboven al gezegd, volgens de Chinese Academie van Pers en Publicatie een uitstekend bedrijfsresultaat: 271 miljard euro, een stijging van bijna 10 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Het aantal kranten op het vasteland van China steeg van 42, bijna allemaal kranten van de Communistische Partij in 1968, tot meer dan 2.200 vandaag. Volgens officiële schattingen zijn er nu meer dan 7.000 tijdschriften en kranten in het land. Er worden minimaal meer dan 2 miljard kranten per dag verkocht, waarschijnlijk veel meer omdat uitgevers hun eigen distributienetwerken gebruiken in plaats van de officiële kanalen van verspreiding en ook bewust hun inkomsten onderschatten om belastingen te ontduiken. Daarnaast produceren en verkopen 25.000 uitgevers en duizenden boekhandels ook onofficieel materiaal, een bonte mix van liefdesverhalen en pornografie, maar ook wel politieke publicaties.

Tussen controle en concurrentie

Vanaf de jaren 80 is er in China geëxperimenteerd met marktwerking in de Chinese media, in 1992 werden voor het eerst commerciële media toegelaten. Meer en meer werden ook de staatsmedia gedwongen hun kosten te dekken door middel van reclame. Dat is nu voor de meeste media het geval. Tegenwoordig moedigt de overheid ook de staatsmedia aan om de concurrentie aan te gaan voor de verovering van de kijkers en reclame. Intussen hebben de staatsmedia af te rekenen met de concurrentie van commerciële, min of meer onafhankelijke mediabedrijven, die zich niet verplicht voelen om strikt journalistieke richtlijnen te volgen vastgesteld door de Chinese overheid of als politiek spreekbuis te fungeren. Media in Hongkong en Macao hebben een apart statuut, dat nog veel soepeler is.

Tegelijk blijft de staat door een regulering, die in strengheid fluctueert, de media controleren.
Regelgevende instanties, zoals de Algemene Administratie van Pers en Publicatie (GAPP) en de State Administration van Radio, Film en Televisie (SARFT), nemen beslissingen over persvergunningen, mengen zich soms in redactionele zaken, censureren onderwerpen die als taboe worden beschouwd. Er wordt streng gelet op wat er in de media komt over de legitimiteit van de Communistische Partij en de partijstaat, het beleid in Tibet en Xinjiang, pornografie en onderwerpen die voor controverse of tweedracht kunnen zorgen zoals bezoeken en theorieën van de dalai lama en de esoterische sekte Falun Gong. Als het volgens de censoren grenzen overschrijdt grijpen ze in.

sarft

De staatsmedia zitten tussen twee vuren: enerzijds het toezicht en de eisen van de overheid tegenover anderzijds de noodzaak om reclame te werven, dus lezers aan te trekken door middel van een boeiende inhoud. De commerciële media ondervinden dat het ook hen winsten kan opleveren als ze zich niet beperken tot onschuldige thema’s zoals entertainment, sport of financiën, maar ook interessante, onthullende of sensationele politieke artikelen brengen. Zo geven de media op het vasteland van China een meer gevarieerde inhoud te zien en een toename van de onderzoeksjournalistiek. Binnen de grenzen die de partij stelt zijn er tegenwoordig genoeg open discussies over sociale kwesties en beleidsopties.

Moedig, maar niet te stout

Veel kranten (waaronder enkele die nauwe banden hebben met de Communistische Partij) zijn stoutmoediger geworden, ook in hun kritiek op de regering. De journalisten verzamelen informatie op lokaal vlak, die wordt doorgegeven in persoonlijke gesprekken en e-mail of instant messaging.
Een paar sociale kwesties die de afgelopen decennia door de pers werden aangepakt zijn de aidsepidemie in de provincie Henan, de gevaarlijke toestand van de mijnen, het toedekken van de SARS-epidemie (onthuld door journalisten van de staatstelevisie China Central Television, CCTV). Een recent voorbeeld is het videoprogramma over luchtvervuiling Under the Dome, dat een miljoenenpubliek trok.

De beide vormen van druk, concurrentie en overheidsbeperkingen, veroorzaken echter ook de neiging om oppervlakkig leesvoer te brengen of zich te richten op onverkwikkelijke schandalen, waarbij journalisten lokale ambtenaren kunnen aanpakken die relatief weinig politieke rugdekking hebben. Soms neemt de aanval de vorm aan van een zogenaamde human flesh search, een zoektocht naar persoonlijke informatie om individuen aan te klagen of onder druk te zetten, die de grenzen van de privacy niet zelden overschrijdt. Er zijn journalisten die aan de resultaten bekendheid geven of zelf aan dit soort muckraking meedoen.

Het verschijnsel van een overheid die journalisten de handen bindt heeft nog een nefast effect. De analyse van de binnenlandse politieke gebeurtenissen vertoont vaak een gebrek aan breedte en diepgang. Voornamelijk de binnenlandse politiek ligt erg gevoelig. Neem het onderzoek naar Zhou Yongkang. Op 29 juli 2014 werd bekendgemaakt dat er een onderzoek was geopend naar deze gepensioneerde, voormalige toppoliticus, tijdens zijn loopbaan o.a. lid van het Permanent Comité in het Politbureau van de Communistische Partij van China en minister van Openbare Veiligheid. Hij wordt beschuldigd van corruptie. Op 5 december 2014 is Zhou Yongkang officieel gearresteerd en uit de partij gezet. Hij zal voor de rechter moeten komen. De partij heeft hem tussen eind 2012 en eind 2014 stap voor stap geïsoleerd en zijn invloedrijke medestanders en medewerkers aangepakt.

2014 eindelijk het imprimatur

2014 eindelijk het imprimatur

Gedurende twee jaar hadden buitenlandse media evenals die van Hong Kong en Taiwan de kans om geruchten en informatie verspreiden die uit anonieme bronnen kwamen. De media op het Chinese vasteland moesten zwijgen tot eind 2014. Chinese kranten hebben meer speelruimte met betrekking tot de berichtgeving over gebeurtenissen en analyses van het buitenlands beleid. Hun aanpak strekt zich daar dan ook uit over een breder terrein gaat dieper op de zaken in. Meer en meer wordt dat erkend en gewaardeerd, ook in het buitenland, door collega’s journalisten en lezers wereldwijd.

China’s Media Go Global

De overheid investeert tonnen geld in de internationale bureaus en versies van zijn media om de eigen standpunten van China te kunnen verspreiden en te zorgen voor een toenemende internationale invloed van het land. De Volksrepubliek wil zich presenteren als een grote mogendheid in opkomst die geen andere landen of bondgenootschappen bedreigt en die confrontaties wil vermijden. Organisaties zoals de staatstelevisie, China Central Television (CCTV), het persbureau Xinhua of de partijkrant People’s Daily krijgen miljarden voor ambitieuze projecten. Volgens CCTV International, dat is CCTV in het Engels, bereikt de zender op dit ogenblik zowat de hele wereld. Alle grote kranten hebben online edities in verschillende talen. CCTV heeft intussen een hoofdkwartier in Afrika en de VS en plant er een in Europa. Xinhua heeft zijn eigen 24-uurs televisiestation voor nieuws.

Dit alles heeft ongetwijfeld de invloed van China en zijn soft power in de internationale arena al bevorderd. Chinese media bieden een alternatief voor de dominante stem van het Westen door de presentatie van de eigen versie van China over onderwerpen en gebeurtenissen in China, Azië en de wereld. Vergeleken met de BBC en zeker met CNN, geven ze nog meer informatie over ontwikkelingslanden. Analyses laten ook zien dat het land geen geheime agenda heeft, haar eigen “waarden” niet probeert op te dringen en een vrij neutrale positie behoudt inzake mondiale vraagstukken. De Chinese media moeten bij hun mondiaal project opboksen tegen grote gevestigde concurrenten zoals BBC, CNN en Euronews of tegen andere nieuwe spelers zoals Al Jazeera en Rusland TV. CCTV en Xinhua werken hard aan de verbetering van hun uitstraling: ze moeten de kwalijke reputatie van propaganda-instrument wegnemen.

media globalDat lijkt aardig te lukken: ‘De kwaliteit en de verscheidenheid van de publicaties, radio-en tv-stations en online informatie in vele talen is indrukwekkend vooruitgegaan. De Chinese media leveren voorzieningen en opleiding aan media in een groot aantal andere landen en tegelijk nemen ze de ervaringen en de kennis op van de meest geavanceerde mediasectoren. Nationale, maar nu eveneens provinciale media komen op de wereldmarkt’, zo luidt een korte begeleidende tekst bij een belangrijke conferentie die het China Media Centre van de Universiteit van Westminster in september 2014 in Beijing organiseerde, samen met de Tsinghua Universiteit.

Sterspelers

Ondanks de concurrentie van meer onafhankelijke, commerciële media die onder andere online publiceren, nieuwsportals zoals Sina en Sohu, behouden de staatsmedia de grootste invloed op de vorming van de publiek opinie in China. Er is ook een toenemende wisselwerking tussen de twee, die elkaars berichten meer en meer overnemen of elkaar als bron raadplegen.

Xinhua of Xinhua News Agency is het officiële persagentschap van de Volksrepubliek China (het andere staatspersagentschap is China News Service). Xinhua geeft tientallen kranten en tijdschriften uit, levert informatie voor persconferenties. Er werken tienduizenden mensen bij Xinhua en het heeft in elke provincie van China een kantoor en nog 170 kantoren in het buitenland. Xinhuanet, het online bedrijf, publiceert multimediaal in het Chinees (vereenvoudigd en traditioneel) Engels, Frans, Spaans, Russisch, Arabisch, Japans, Koreaans, Tibetaans, Oeigoers. Xinhua is nauw verbonden met de regering en de communistische partij. Alle kranten in China nemen berichten af van het persbureau.

China Daily is begonnen als papieren krant en is in 1995 online gegaan. De groep geeft nu 16 papieren kranten uit en heeft tientallen websites en zenders over de hele wereld, wat de China Daily in staat stelt om de klok rond nieuws te geven. China Daily telt tientallen kantoren en drukkerijen in China zelf en in westerse en derdewereldlanden. De krant werkt samen met alle grote persbureaus en de wereldpers.

People’s Daily (Renmin Ribao of Volksdagblad) is de krant van overheid en partij, wereldwijd gepubliceerd in een oplage van 3 tot 4 miljoen. Naast de belangrijkste, Chineestalige, editie heeft het blad versies in het Engels, Japans, Frans, Spaans, Russisch, Arabisch, Tibetaans, Oeigoers, Kazaks, Zhuang, Mongools, Koreaans en andere minderheidstalen in China. Het tijdschrift biedt veel informatie over het beleid en de standpunten van de partij, direct uit de officiële bron.

GT

Global Times
De Global Times is een tabloid, een dagblad van een klein formaat, ooit gelanceerd door de People’s Daily. De Global Times is enigszins losgekomen van die grote broer. Het biedt een eigenzinnig type van wat populistische journalistiek en een nationalistische visie op het internationale nieuws. De stijl wordt niet door iedereen gewaardeerd, maar levert wel een ​​vrij groot lezerspubliek op.
Sinds 2009 is er ook een Engelstalige Global Times waarvan de redacteurs veel gematigder schrijven.

De twee grote online kranten in het Engels, China Daily en Global Times, richten zich specifiek op een internationaal publiek, met hun meer genuanceerde en pluralistische of kritische inhoud. De twee grote commerciële, onafhankelijke bladen zijn Southern Metropolis Daily en Caixin.

Southern Metropolis Daily, eigendom van The Southern Media Group, ook een tabloid, heeft een reputatie ontwikkeld van een medium met deskundige onderzoeksjournalistiek, scherpe analyses en (soms provocerende) commentaren. De krant bestaat alleen in het Chinees en richt zich vooral op Guangzhou en Shenzhen, maar wordt ook verspreid in Hong Kong, Macao en de rest van Parelrivierdelta. Circulatie: 1,7 miljoen plus een online versie met tientallen miljoenen views.

Caixin. Caixin Media Company Limited is een mediagroep die hoofdzakelijk focust op financieel en zakelijk nieuws. De groep bezit een online krant, maar ook een weekblad, een uitgeverij en een televisiezender. Ook Caixin brengt zijn informatie multimediaal de klok rond en huldigt in zijn analyses vaak liberale standpunten. De hoofdredacteur mevrouw Hu Shuli, een internationale ster van de journalistiek. De redacteurs van Caixin Media gaan prat op hun onafhankelijk denken en professionaliteit

Uitzonderingssituaties in Hongkong, Macao, Taiwan.

logo SCMPDoor de soepelere wetgeving in Hong Kong en Macao, volgens het principe van 1 land met 2 systemen, en de de facto afscheuring van Taiwan, ziet het medialandschap in die gebieden van China er totaal  anders uit. De media lijken er veel meer op die welke wij in het Westen kennen. In Hongkong en Taiwan worden ook bladen met een anticommunistische of Beijing vijandig gezinde inhoud gepubliceerd. Een voorbeeld van dat laatste is de Apple Daily, wat de best verkochte krant van Hongkong zou zijn. De South China Morning Post is een Engelstalig dagblad, met een online versie en vele andere multimediale kanalen. De Post is vaak zeer kritisch over Beijing en steunde bijvoorbeeld onomwonden de acties van Occupy, eind 2014.
In Taiwan is kabel-tv zeer populair (ongeveer 80%) en er is ook een breed gamma van kranten met de meest gangbare politieke opvattingen. In Hongkong en Taiwan zijn er ook media die meestal standpunten innemen die gunstig uitpakken voor Beijing. Zo heb je in Taiwan de China Times, die in gedrukte versie en online, regelmatig pleit voor de eenheid met het vasteland van China.

1) China’s Digital Generation 3.0, Boston Consultant Group 2012, in pdf beschikbaar
2) Chinese State Media Going Global, 2009, East Asian Policy van het East Asian Institute, Singapore, ZHANG Xiaoling, universiteit van Nottingham, in pdf beschikbaar.

*Het bovenstaande is van D.Nimmegeers, redacteur van China Vandaag en Chinasquare. Hij heeft zich voor dit artikel op zijn werk voor die media van de Vereniging België – China gebaseerd. Het artikel is een bewerking van de presentatie (in het Frans) die hij, op uitnodiging van China Actuelle in maart heeft gegeven.

China en de rol van de media (deel 2)

Een van de waarden die de ‘CPC Xi Jinping-style’ verwerpt voor China, is de westerse interpretatie van vrije meningsuiting in de media. China en het Westen zien allebei een andere rol weggelegd voor de journalistiek. Hoe verhouden de twee opvattingen zich tegenover partijdigheid en objectiviteit? Een poging tot antwoord onder de titel ‘China en de rol van de media’. We kijken zowel naar wat er in als naar wat er over China wordt geschreven.

Media met Chinese kenmerken

persconfEr bestaat zoiets als ‘de media met Chinese kenmerken’. In de Volksrepubliek verwachten staat en partij van de journalisten dat ze de kant kiezen van het socialisme op z’n Chinees. Voor de staatsmedia is het een opdracht. Voor wie bij de onafhankelijke media werkt een niet te overschrijden grens: houd in het oog dat je het socialisme niet fundamenteel ondermijnt.

Aan de negatieve zijde

Journalisten die werken voor de overheid zullen zichzelf bepaalde beperkingen moeten opleggen en richtlijnen of adviezen aannemen. Andere mediawerkers kunnen met censuur te maken krijgen, zeker als datgene wat zij schrijven burgers zou aanmoedigen of helpen om zich daadwerkelijk in te zetten voor een organisatie die tegen de CPC en het socialisme strijdt. Of als ze in hun stukken opkomen voor een concurrerende partij of een ander politiek systeem. Er zijn daarnaast andere dan louter politieke ontwikkelingen, die maken dat de overheid vaker censurerend optreedt de laatste jaren. Denken we aan verschijnselen met een ideologisch of ethisch aspect zoals de wildgroei van pornografie, het misbruik van de media voor afpersing of reclame, de focus op schandalen en sensationele geruchten, aan de overmoed van de Big V’s, bekende bloggers met sterallures die geneigd zijn hun ‘volgers’ om het even wat wijs te maken.

Aan de positieve zijde

De officiële definitie van de rol die de media vandaag in China moeten spelen betekent nog iets anders. Journalisten horen te helpen om de dialoog op gang te brengen en te onderhouden tussen de bevolking, de overheid en de partij. De media hebben een educatieve functie en de plicht om informatie te verstrekken aan de bevolking. Ze moeten de burgers een stem geven, zodat die hun kritieken kunnen uiten en met hun positieve inbreng en voorstellen het socialisme verbeteren. Kritiek moet ernstig en opbouwend zijn en rekening houden met de beperkingen van de Chinese realiteit, zoals de grootte van het land, zijn achterstanden en de geopolitieke machtsverhoudingen.

De westerse godin van de persvrijheid

In het Westen is de heersende ideologie over journalistiek dat die onafhankelijk hoort te zijn. Die vrijheid van meningsuiting is een absoluut principe, in theorie losgekoppeld van een maatschappijvisie: journalisten horen kritiek om de kritiek zelf uit te oefenen en hun mening te verkondigen omdat de ‘vrijheid van meningsuiting heilig’ is, een onaantastbare ‘waarde van onze maatschappij’, die zich voor sommigen uitstrekt tot ‘het recht om te beledigen’. De verwachting dat kritiek opbouwend is of dat journalisten hun opdracht moeten zien als educatief, informerend of bemiddelend zal veel westerse mediawerkers een gruwel zijn.

Niet iedere dwang is onaanvaardbaar

gebakken luchtDe zwakke punten van de hedendaagse westerse journalistiek, zoals sommige westerse journalisten die zelf hebben blootgelegd (1), zijn: slordigheid, churnalism (het kritiekloos en schaamteloos afschrijven van elkaar), sensatiezucht en propaganda. Dit soort uitwassen heeft vaak materiële oorzaken: concurrentie tussen verschillende media en tussen de mediawerkers onderling, de economische crisis die ook de mediasector treft. In de ogen van westerse journalisten is dat niet strijdig met het principe van vrije en onafhankelijke journalistiek, zolang zij maar denken dat ze uit vrije wil kiezen voor een minderwaardige manier van werken of voor het bedrijven van propaganda. Dwang door concurrentie, de noodzaak om je baan te behouden of carrière te maken is voor hen aanvaardbaar. Dwang door een politieke autoriteit niet.

Collega’s, maar niet van harte

De zwakke kanten van de westerse journalistiek komen goed tot uiting in de berichtgeving over een land zoals China. De meeste westerse journalisten permitteren zich al vele jaren lang fouten, slordigheden, overdrijvingen, tendentieus taalgebruik en een selectie die de nadruk legt op het negatieve. Dan blijkt dat de onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van de westerse journalisten een mythe is die zijzelf hebben bedacht, waarin ze blijven geloven en die ze in stand houden.

Er is een opvatting dat, terwijl de westerse journalisten zelf kiezen voor een zekere partijdigheid, aan de Chinese journalisten de partijdigheid zou worden opgelegd. Denk aan verplichte lessen marxisme, censuur, waarschuwingen tegen het verdedigen en verspreiden van ‘westerse waarden’. Denk ook aan de overheid die, vooral lokaal, medewerkers betaalt voor hun tussenkomsten en opinievorming op internet. In zekere zin klopt dat en daar is een sociologische verklaring voor. Journalisten horen tot de middenklasse. Het is voor leden van die klasse gemakkelijker zich met westerse waarden zoals de ‘absolute vrijheid van de journalist en van de meningsuiting’ te identificeren. Zij laten zich daardoor gemakkelijk en vaak zonder het te beseffen voor het karretje spannen van westerse elites die, zeker sinds de ineenstorting van de meeste socialistische experimenten, in de geopolitiek het interventionisme bepleiten. Dat maar weinig Chinese journalisten oprechte voorstanders van het socialisme zouden zijn is echter erg betwijfelbaar.

De Morgen

De Morgen

Sinds het team van Xi Jinping de partij en de staat leiden, zijn de censuur en de waakzaamheid tegen negatieve invloeden opnieuw een stuk strenger geworden. Het lijkt echter wel alsof de buitenlandse media, vooral de Amerikaanse en Britse, die nog altijd een grote invloed en reputatie genieten onder de collega’s in andere landen, van hun kant ook weer negatiever en alarmerend over China berichten.(2)
Ook hiervan zien we de laatste tijd alweer massa’s voorbeelden: artikelen die een karikatuur maken van China’s voorstellen ten aanzien van de Zijderoute, de Zuid-Chinese Zee, of het beleid in Afrika en Zuid-Amerika. Opiniestukken om het land als een cynische, bedreigende of neokoloniale macht te portretteren, die niet alleen het milieu in eigen land

Het Laatste Nieuws

Het Laatste Nieuws

bedreigt, maar nu ook al roofbouw zou plegen in andere landen. Tendentieus taalgebruik over slavenarbeid, rubber-stamp parlement, ‘de Chinese bank’ die ‘een wig drijft tussen de VS en het Verenigd Koninkrijk’ enz… Onnauwkeurigheden, understatements aan één kant (de weigering om aanslagen in Xinjiang terroristisch te noemen) en overdrijvingen aan de andere kant (de overheid die er alles aan doet om ‘de opbouw van een krachtige publieke opinie te bezweren’3). Het ridiculiseren van het Chinese beleid: DM en HLN brengen een identiek stukje onder de kop ‘gedachten niet langer strafbaar’ over het niet meer straffen van terreurintenties. Westerse media voeren een volgehouden campagne van een anti-personencultus gericht tegen Xi Jinping, die wordt voorgesteld als een man die er met zijn corruptiebestrijding enkel op uit is politieke rivalen uit te schakelen, of die er niet in kan slagen de ondergang tegen te houden van het communisme in China en zo gaat het maar door.

Botsingen tussen twee opvattingen.

De vrijheid van meningsuiting is een onderwerp van hetzelfde debat tussen het Westen en China als dat over de rechtsstaat, de onafhankelijkheid van de rechtspraak, de democratie en de mensenrechten. Bij al die thema’s staan ‘absolute waarden’ tegenover ‘waarden die samenhangen met de economische situatie van een land of van een bevolking’, ‘waarden die niet autonoom zijn, maar die een functie hebben’ (voor de bestendiging of de verandering van de economische situatie). (4)

CPC is niet ‘Confucianistische Partij van China’

Bij al die thema’s eist China ook het recht op om zijn eigen weg te volgen en vindt de Chinese overheid het nodig dat er in de wereld ruimte is voor een alternatief naast de westerse waarden en definities. De afgelopen decennia wordt meer dan onder Mao het verband gelegd met de culturele en filosofische traditie, bijvoorbeeld die van het Confucianisme. Toch is dat niet de essentiële reden waarom China het recht op een eigen weg opeist, tenminste niet zolang het land word geleid door een partij die zich op het marxisme beroept. China wil en moet fundamenteel zijn eigen weg zoeken omwille van de concrete materiële situatie van het land. Het is via dat eigen pad dat China de gekozen materiële doelstellingen zal bereiken. Het is de ontwikkelingsgang die China moet volgen, als het van de huidige leiders afhangt.

Angst kan schadelijke gevolgen hebben

Op de terreinen van rechtspraak, democratie, mensenrechten en persvrijheid zijn er uiteraard fouten gemaakt, en dat zal allicht nog wel voorkomen. Die misstappen, soms misdaden, zijn te wijten aan allerlei oorzaken, onder andere keuzes voor eigenbelang van sommige kaders of ambtenaren, maar ook gebrek aan ervaring of verkeerde inschattingen. De strengheid van de censuur en van de dwang in de media fluctueren en de indruk bestaat dat de angst voor instabiliteit, voor ondermijning en voor interventies van buitenaf schadelijke gevolgen kan hebben. De verplichte lessen marxisme komen bij veel journalisten als betuttelend over en ze zullen die lessen dan ook louter plichtmatig volgen. Het verbod om op onderwerpen in te gaan of er zelfs maar over te schrijven (zoals de affaire Zou Yongkang) kan leiden tot een oppervlakkige berichtgeving die het moet afleggen tegen buitenlandse of binnenlandse commerciële concurrenten. Het is zeker een feit dat de regels sinds het aantreden van Xi Jinping zijn aangescherpt en dat er een verhoogde controle is.(5) De redenen daarvoor zijn niet helemaal duidelijk. Het kan gaan om het besef dat er inderdaad op moreel en ideologisch vlak ontwikkelingen waren die de overheid terecht of ten onrechte als ongewenst beoordeeld heeft. Een van de andere mogelijkheden is de noodzaak om de rangen gesloten te houden, nu China geconfronteerd wordt met een noodzakelijke transformatie van zijn economisch model, zware tegenstellingen tussen groei en milieubehoud, onderschatte wantoestanden op het gebied van de corruptie of een agressievere opstelling van de VS.

Under the Dome

Under the Dome

Soms lijkt er sprake van echt onverantwoorde ingrepen. Twee voorbeelden: het incident met de Southern Weekly in 2013 en dat met de videoreportage Under the Dome in maart 2015. Het incident met de Southern Weekly in 2013 was een conflict tussen de propaganda-afdeling van de provincie Guangdong en een populair tijdschrift. Het oorspronkelijke nieuwjaarsbericht van de redactie werd onder druk van ambtenaren ingrijpend veranderd en uiteindelijk totaal vervangen door een tekst die de censoren welgevallig was. Het personeel ging in staking om te protesteren tegen deze gang van zaken. Dit incident veroorzaakte ook protesten in Guangzhou en daarbuiten. Volgens de Southern Weekly was dit incident geen toeval: in 2012 waren 1034 van hun stukken op een of andere manier gecensureerd. De videodocumentaire Under The Dome kwam op internet vlak voor de algemene zittingen van het parlement in maart 2015. Miljoenen mensen bekeken ze en de nieuwe milieuminister feliciteerde de maakster. De documentaire liet zien dat, ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren en de gloedvolle beloften van de overheid, de strijd tegen de luchtvervuiling nog maar weinig vooruitgang heeft gemaakt. Na enkele dagen hebben bevoegde instanties de film van het internet laten halen. De minister en de toppolitici gingen intussen in de parlementszitting door met hun dappere verklaringen en beloften. (6)

We kunnen het effect op het publiek wel vermoeden. Het soort overdrijvingen of fouten, zoals met Southern Weekly en Under the Dome, kan contraproductief zijn: leiden tot ongeloofwaardigheid van de media, onverschilligheid bij het publiek, beïnvloedbaarheid door buitenlandse media of het protest en de instabiliteit die men juist had willen vermijden.

Objectiviteit en onpartijdigheid, geen Siamese tweeling

Li 's persconfChinese journalisten kiezen, soms noodgedwongen, voor partijdigheid. De meeste westerse journalisten denken, of koesteren de illusie van neutraliteit. De beide groepen hebben er in elk geval belang bij objectief te zijn, de feiten te respecteren en alle feiten uit te zoeken en te laten spreken. Objectiviteit is niet hetzelfde als onpartijdigheid. Wie partij kiest voor een beleid of een systeem, zoals van de Chinese journalisten wordt verwacht, dient zijn opdrachtgever beter door objectiviteit en keihard respect voor de feiten, dan door feiten te verdraaien of te verzwijgen. Daarom is het een lichtpunt dat de censuur in China niet alleen in strengheid fluctueert, maar dat ze ook wel selectief is: op veel belangrijke domeinen heeft de CPC begrepen dat wetenschappelijke ontwikkeling zo ruim mogelijk botsende meningen vereist, bijvoorbeeld economie, medische wetenschap, maar ook milieubescherming. De Chinese tv-journaliste Chai Jing heeft tenslotte toch een jaar lang kunnen werken aan Under the Dome. Aan het eind van de algemene vergadering van het parlement beantwoordde premier Li Keqiang een vraag van een westers journalist over die reportage. Zonder zelf de titel te noemen liet hij blijken dat ze wel degelijk indruk heeft gemaakt, niet alleen op het publiek, maar ook op de regering en de volksvertegenwoordigers.

Het is niet de bedoeling van China om zijn model te exporteren. Dat is immers aangepast aan de huidige concrete Chinese situatie. Natuurlijk blijven de Chinezen zelf het beste in staat om de juiste afweging te maken tussen de noodzaak van controle, een vorm van zelfverdediging, en de noodzaak van uitwisseling van meningen, de weg voorwaarts. De westerse verslaggeving kan er veel bij winnen als zij andere modellen respecteert en de Chinese realiteit niet langer vertekend voorstelt.

———————————————————————————————————————————————

1 Onder andere in het boek Flat Earth News van Nick Davies http://www.flatearthnews.net/

2Vooroordelen over een ‘nieuwe culturele revolutie’ leiden op de VRT tot een sterk staaltje van hardnekkige negatieve beeldvorming http://www.chinasquare.be/actueel-nieuws/culturele-revolutie-de-media/

3 Een flagrant voorbeeld was het artikel ‘Wij zijn te lief tegen China’ van Jan van der Putten in de Nederlandse Volkskrant van 8 juli 2014. http://www.chinasquare.be/achtergrond/china-heeft-verdraaid-goede-redenen-om-zich-te-verweren-tegen-inmenging/

4 China and Europe, a fair representation?, een debat in mei 2014 georganiseerd door het Madariaga-fonds, een initiatief van het Europacollege, gaf een duidelijk beeld van de botsing tussen de westerse en de Chinese opvatting. Deze link leidt naar het rapport in pdf. http://www.madariaga.org/publications/reports/979-china-and-europe-through-the-eyes-of-the-media-a-fair-representation-
en http://www.chinasquare.be/achtergrond/twee-drie-vele-chinese-media/

5 Voorbeelden van verstrakte regels en verhoogde waakzaamheid: waarschuwingen voor westerse waarden in onderwijs en media, verbod van Amerikaanse comedy’s, regelmatige blokkeringen of sluitingen van Weibo, WeChat, VPN-diensten, Gmail. Strenge straffen voor het verspreiden van geruchten. Verhoogde identificatie- en registratieplicht bij internetgebruik. Toezicht op de nieuwsgaring en de berichtgeving.

6 In het artikel ‘Professor schiet Chinese verschoppelingen te hulp’, MO* 21 maart 2015, zit een link waarmee je de documentaire, met Engels ondertiteling, kan bekijken http://www.mo.be/interview/professor-schiet-chinese-verschoppelingen-te-hulp

Stem of voeg toe aan :Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op Digg Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Plaats dit bericht op Twitter Voeg toe aan je Facebook-profiel Deel met je MySpace-vrienden Deel met je LinkedIn-contacten Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Tags:

Plaats uw reactie

 karakters beschikbaar

Archief