De Iraanse les: hoe goedkope drones de krijgskunst herschrijven – en waarom China aandachtig meekijkt

De militaire confrontatie tussen Iran enerzijds en de alliantie van de VS met Israël en sommige Golfstaten heeft meer blootgelegd dan alleen de spanningen in het Midden-Oosten. Volgens militair historicus en oorlogsonderzoeker Martijn Kitzen (Knack, 23 juni 2026) toont ze vooral aan hoe moderne technologie de fundamenten van oorlogsvoering verandert.

Dronezwerm Afbeelding: X Screengrab Disclaimer

Jan Reyniers

‘Iran heeft bewezen dat je het een veel machtigere tegenstander erg moeilijk kan maken met een nieuwe vorm van asymmetrische oorlogsvoering,’ stelt Kitzen. ‘Met goedkope drones, ballistische raketten, regionale bondgenoten en economische druk is het erin geslaagd de kosten voor de VS en hun partners fors te verhogen. Het heeft aangetoond dat je ook zonder een conventioneel sterke krijgsmacht een haast gelijkwaardig gevecht kunt voeren tegen tegenstanders die op papier veel sterker zijn.’

Die vaststelling raakt aan een fundamentele verschuiving in militair machtsdenken. Decennialang werd militaire superioriteit vooral afgemeten aan het bezit van geavanceerde gevechtsvliegtuigen, vliegdekschepen, tanks en precisiewapens. Vandaag blijkt steeds vaker dat relatief goedkope systemen een disproportioneel effect kunnen hebben op het slagveld.

De prijs van superioriteit

Het succes van de Iraanse aanpak zit niet alleen in de technologie zelf, maar vooral in de economische logica erachter. Een Shahed-drone kost slechts een fractie van de prijs van de luchtafweerraket die nodig is om hem neer te halen. Wanneer tientallen of honderden van zulke systemen tegelijk worden ingezet, ontstaat een uitputtingsslag waarbij de verdediger meer middelen verbruikt dan de aanvaller.

Die dynamiek zagen we eerder niet alleen in Oekraïne, maar ook in de Rode Zee, waar door Iran gesteunde Houthi-rebellen met relatief eenvoudige drones en raketten de internationale scheepvaart en westerse marines onder druk kunnen zetten. De militaire uitdaging ligt daarbij niet zozeer in het vernietigen van één drone, maar in het afweren van grote aantallen goedkope dreigingen die tegelijkertijd opduiken.

Zelfs de VS hebben inmiddels elementen van die aanpak overgenomen. Onder meer via het Replicator-initiatief zet het Pentagon de voorbije jaren sterk in op de grootschalige productie van relatief goedkope, onbemande systemen die in grote aantallen kunnen worden ingezet – een concept dat tot voor kort vooral met zwakkere staten en niet-statelijke actoren werd geassocieerd. De grootste militaire macht ter wereld integreert vandaag bewust het soort capaciteiten dat Iran, Oekraïne en de Houthi’s op het slagveld brachten.

China ziet dezelfde revolutie

Misschien nog opvallender is dat ook China deze ontwikkeling nauwlettend bestudeert. Waar veel westerse legers jarenlang blijven investeren in steeds duurdere en complexere wapensystemen, groeit in Beijing het besef dat toekomstige conflicten niet alleen zullen worden beslist door technologische superioriteit, maar ook door schaal, uithoudingsvermogen en kostenefficiëntie.

Chinese militaire publicaties verwijzen steeds vaker naar de lessen uit Oekraïne en het Midden-Oosten. Vooral het vermogen van goedkope drones om dure luchtverdedigingssystemen te verzadigen krijgt veel aandacht. In analyses van het Volksbevrijdingsleger (People’s Liberation Army, PLA) wordt herhaaldelijk benadrukt dat grote aantallen goedkope onbemande systemen een tegenstander kunnen dwingen om disproportioneel veel middelen in te zetten voor zijn verdediging. Zo stelde het officiële legerblad PLA Daily dat dronezwermen een vijand in een toestand van ‘uitputting en passieve verdediging’ kunnen dwingen door zijn dure verdedigingsmiddelen systematisch te overbelasten.

Voor China is dat geen louter theoretische oefening. De strategische uitdaging waarvoor het land staat, verschilt fundamenteel van die van Iran, maar de onderliggende logica is vergelijkbaar. Mocht het ooit tot een conflict rond Taiwan komen – iets wat Beijing absoluut wil vermijden – zou China geconfronteerd worden met een tegenstander die technologisch erg geavanceerd is en bovendien kan rekenen op steun van de VS. In zo’n scenario kan het vermogen om grote aantallen relatief goedkope systemen in te zetten een cruciale rol spelen.

Van elitewapens naar massale dronezwermen

Dat inzicht vertaalt zich steeds nadrukkelijker in de Chinese defensieplanning. Het PLA investeert al jaren in ballistische raketten, kruisraketten en geavanceerde elektronische oorlogvoering, maar legt nu ook steeds meer nadruk op goedkope aanvalsdrones en autonome dronezwermen.

De ambitie gaat verder dan het simpelweg produceren van meer drones. Chinese onderzoekers werken aan systemen waarbij tientallen of zelfs honderden onbemande toestellen autonoom kunnen samenwerken. Dankzij artificiële intelligentie kunnen zulke zwermen doelen verdelen, onderling communiceren en hun missie voortzetten, zelfs wanneer individuele drones worden uitgeschakeld of de verbinding met een operator verloren gaat.

Voor militaire planners biedt dat een aantrekkelijk perspectief. Waar vroeger één duur gevechtsvliegtuig een cruciale aanval moest uitvoeren, kunnen in de toekomst honderden goedkope drones tegelijk een luchtverdedigingssysteem, marineformaties of militaire bases bestoken. Zelfs wanneer een groot deel van de zwerm wordt vernietigd, kan de aanval nog succesvol zijn.

De logica van de verzadigingsaanval

De kern van deze benadering is wat militaire strategen een ‘verzadigingsaanval’ noemen. Het doel is niet noodzakelijk om elk individueel wapen bijzonder krachtig te maken, maar om een verdediger te overspoelen met meer dreigingen dan hij efficiënt kan verwerken.

Zoals onderzoekers van het China Aerospace Studies Institute (CASI) opmerken, evolueert het Chinese denken over onbemande systemen van een ondersteunende rol naar een geïntegreerd concept waarin bemande en onbemande platforms gezamenlijk opereren binnen bredere A2/AD-operaties.1

De gedachte daarachter is eenvoudig: zelfs een technologisch superieure tegenstander beschikt niet over een onbeperkte voorraad onderscheppingsraketten, sensoren of personeel. Wie voldoende goedkope systemen kan inzetten, kan die verdediging uiteindelijk overbelasten.

Een nieuwe kwetsbaarheid

Tegelijkertijd beseft China dat dezelfde technologie ook tegen zichzelf kan worden ingezet. Net zoals de VS en hun bondgenoten kwetsbaar blijken voor massale droneaanvallen, geldt dat ook voor het PLA.

Daarom investeert China niet alleen in offensieve onbemande systemen, maar ook in gespecialiseerde anti-drone-eenheden, elektronische storingsmiddelen, lasersystemen en nieuwe detectienetwerken. Chinese militaire experts spreken zelfs over de noodzaak van een structurele aanpassing van de krijgsmacht om voorbereid te zijn op een tijdperk waarin goedkope drones overal aanwezig zijn.

Dat onderstreept hoe diepgaand de verandering is. Waar drones aanvankelijk werden gezien als een nichecapaciteit, worden ze vandaag beschouwd als een factor die de organisatie, doctrine en samenstelling van volledige strijdkrachten beïnvloedt.

De democratisering van militaire macht

De bredere betekenis van deze evolutie reikt verder dan Iran, China of de VS. Goedkope drones, commerciële technologie en artificiële intelligentie maken militaire capaciteiten toegankelijk voor een veel grotere groep actoren dan vroeger.

Waar vroeger enkel grootmachten zich geavanceerde luchtmachtcapaciteiten konden veroorloven, beschikken vandaag ook middelgrote staten en zelfs niet-statelijke groepen over middelen die aanzienlijke schade kunnen aanrichten aan veel sterkere tegenstanders.

Dat betekent niet dat tanks, gevechtsvliegtuigen of vliegdekschepen volkomen irrelevant worden, wel dat hun dominantie niet langer vanzelfsprekend is. Wie uitsluitend investeert in steeds duurdere platforms riskeert geconfronteerd te worden met een tegenstander die met een fractie van het budget een vergelijkbaar strategisch effect bereikt.

Toch benadrukken militaire experts dat goedkope drones op zichzelf geen wonderwapen zijn. Hun effectiviteit hangt immers sterk af van de kwaliteit van sensoren, communicatieverbindingen, elektronische oorlogvoering en de industriële capaciteit die achter hun inzet schuilgaat.

Hoe dan ook is de les van de Iranoorlog groter dan die van een regionaal conflict. Ze toont aan dat militaire macht in de 21e eeuw niet alleen wordt bepaald door wie de meest geavanceerde wapens bezit, maar ook door wie erin slaagt zijn technologie slim, massaal en kostenefficiënt toe te passen. Dat is een les die het Pentagon inmiddels begrepen zou moeten hebben. In Beijing ís die les al getrokken.

1 A2/AD is een militaire afkorting voor Anti-Access/Area Denial. Het concept is erop gericht een tegenstander eerst de toegang tot een bepaald operatiegebied te ontzeggen (Anti-Access) en, als die er toch in slaagt binnen te dringen, zijn bewegingsvrijheid sterk te beperken (Area Denial).Voor de Anti-Access-laag maken strijdkrachten gebruik van middelen zoals langeafstandsraketten, ballistische raketten, kruisraketten en langeafstandsluchtafweer. Die zijn bedoeld om vijandelijke schepen, vliegdekschepen, vliegtuigen, havens en aanvoerroutes al op grote afstand te bedreigen. De Area Denial-laag richt zich op het bemoeilijken van operaties binnen het betwiste gebied zelf. Daarvoor worden onder meer kortereafstandsluchtafweer, antischeepsraketten, zeemijnen, elektronische oorlogvoering en onbemande systemen ingezet. Het doel is een tegenstander voortdurend onder druk te zetten en zijn militaire bewegingsvrijheid zoveel mogelijk te beperken.

Bronnen: Knack, Xinhua, China Aerospace Study Institute (CASI),PLA Daily
.