Volgens het boek ‘Remade in South China’ Bottom Up Innovation in Guangdong is het succes van de ontwikkeling in de Parelrivierdelta minder te verklaren door een top-down benadering maar integendeel door de down-top politiek van de diverse betrokken overheden. Het beschrijft dit dialectisch proces gedurende de vier ontwikkelingsfasen.

Het boek vertrekt van de theoretische stelling van Harvarder Michael Porter die de economische ontwikkeling van een gebied ontleedt in 4 fasen met aparte karakteristieken en uitdagingen: de eerste fase is de ‘factorgedreven’ fase waarin het concurrentievoordeel uitsluitend berust op de arbeidskrachten en natuurlijke hulpbronnen, waardoor slechts relatief lage lonen mogelijk zijn. In de tweede ‘investeringsgedreven’ fase, wordt de efficiëntie bij de productie van producten en -diensten de belangrijkste bron van het concurrentievoordeel. Economieën in deze fase richten zich op de verwerkende nijverheid en op de uitvoer van uitbestede diensten. In de derde fase de ‘innovatiegedreven’ fase, wordt het vermogen om met behulp van de meest geavanceerde methoden innovatieve producten en diensten te produceren de belangrijkste bron van het concurrentievoordeel. In deze fase worden industriële clusters cruciale drijfveren, niet enkel voor het genereren van productiviteit, maar ook voor het stimuleren van innovatie op het wereldwijde technologische front. Dan is er nog de vierde en laatste ontwikkelingsfase: de door welvaart gedreven fase, die wordt gekenmerkt door een aantal ontwikkelde economieën met een hoog niveau van sociale welvaart en hoge inkomsten. China heeft de factor-gedreven fase (van de jaren 1980 tot 2006) en de investerings-gedreven fase (voornamelijk van 2007 tot 2017, maar ook tot op heden) doorgemaakt en is nu in volle vaart op weg naar de innovatie-gedreven fase (van 2014 tot nu).
In 2016 bedroeg de buitenlandse handel van China 4,3 biljoen yuan en vertegenwoordigde deze 13% van het wereldwijde aandeel. 30–40% van de Chinese buitenlandse handel betrof de export van verwerkte producten. De gemiddelde jaarlijkse groei van de arbeidsproductiviteit groeide tussen 1995 en 2003 met 20,4% en met 8,7% in de periode 2000–2005. In 2012 werd China de tweede economie in de wereld
De Chinese politici wilden rond 2015 graag de fase van innovatiegedreven ontwikkeling ingaan. Ze werkten een reeks beleidskaders uit om innovatie tot de belangrijkste drijvende kracht te maken, zoals het Nationaal Plan voor Wetenschappelijke en Technologische Ontwikkeling op middellange en lange termijn, ‘Made in China 2025’, de Nationale Strategie voor Innovatiegedreven Ontwikkeling en de ondersteunende nationale innovatiegedreven ontwikkelingsstrategie en de hervorming van de aanbodzijde in brede zin
Het innovatiedoel is na tien jaar inspanningen min of meer bereikt. In 2024 diende China 70.160 octrooiaanvragen in in het kader van het Verdrag inzake octrooisamenwerking (PCT), waarmee het de Verenigde Staten (op de tweede plaats) en Japan (op de derde plaats) respectievelijk met 30% en 45% overtrof. Uit de Innovation Composite Index die de Europese Commissie in juli 2025 publiceerde, bleek dat de score van China met 31,6 % was gestegen ten opzichte van 2020,
Het boek meent dat de economische ontwikkeling in Zuid Guangdong hoofdzakelijk gedreven werd door de regeringspolitiek zowel door een top-down benadering (nationale prioriteiten overgemaakt aan lagere organen) als ook door een down-top werkwijze. Wat er in China in de periode van sterke economische groei gebeurde, was dat de beleidspraktijk de facto werd gedomineerd door een bottom-up-benadering meent het boek. Hoewel top-down-beleid altijd belangrijk was als uitgangspunt, werden de daadwerkelijke uitvoering, aanvulling en zelfs het ontwikkelen van nieuw beleid vaak uitgevoerd en voltooid via de bottom-up-aanpak van lokale overheden
Guangdong

De Parelrivierdelta kreeg de bijnaam ‘de fabriek van de wereld’, omdat er de grootste concentratie ter wereld van productie met een lage en gemiddelde toegevoegde waarde te vinden was (OESO, 2010). Guangdong stond daarom ook bekend als een van de belangrijkste bestemmingen voor buitenlandse directe investeringen (FDI) in China (25% van de totale FDI in China van 1978 tot 2008, cumulatief) en later voor Chinese investeringen in het buitenland. Van 1981 tot het begin van de jaren 2010 noteerde de provincie Guangdong een jaarlijks gemiddelde van ongeveer 12%, een van de hoogste productiegroeipercentages in China. De basis voor het internationale concurrentievermogen van Guangdong was al ver vóór 2008 gelegd. De industrie was in wezen gericht op de internationale markt en dit in de eerste plaats door de vorming met Hongkong van het ‘winkel-vooraan-en-fabriek-achterin’-model. Na de golf uit Hongkong volgden investeringen, onderaanneming, toelevering en andere internationale productieafspraken met Taiwanese bedrijven en grote multinationals in Europa en de Verenigde Staten
In september 2015 keurde de regering het ambitieuze plan van Guangdong goed om de Parelrivierdelta aan te wijzen als nationale demonstratiezone voor inheemse innovatie. Veel bedrijven zoals DJI dat wereldleider was op het gebied van drones, konden profiteren van het grensoverschrijdende kennisnetwerk tussen het Chinese vasteland, Hongkong en Macau op het gebied van hoger onderwijs en ondernemerschap. . Verbazingwekkend genoeg werd dit ecosysteem opgebouwd zonder eersteklas universiteiten, nationale laboratoria en defensie-onderzoeksinstellingen, louter op basis van zijn rol in mondiale waardeketens en productieclusters.
De Parelrivierdelta heeft geleidelijk een lokaal industrieel ecosysteem gevormd met complete activiteiten in de toeleveringsketen zowel stroomopwaarts als stroomafwaarts en ondersteunende industrieën. Zo waren er bijvoorbeeld binnen een straal van twee uur rijden rond Shenzhen meer dan 2000 elektronicafabrikanten, meer dan 1000 fabrikanten van elektrische accessoires en apparatuur, meer dan 300 kledingfabrikanten en 1300 materiaalproducenten
De industriële modernisering leverde Guangdong aanzienlijke resultaten op. In 2015 had Guangdong een import- en exportvolume van $ 1241 miljard US$ of 29% van de totale buitenlandse handel van China. De goederenexport van de provincie was groter dan die van de Russische Federatie. De totale detailhandelsomzet van verbruiksgoederen bedroeg 3151miljard. Al in 2016 was Guangdong op provinciaal niveau verantwoordelijk voor het grootste deel van het Chinese bbp waardoor de economische omvang van de provincie vergelijkbaar was met die van Australië en Turkije.
Het boek schrijft het succes toe aan het model dat ‘bottom-up-innovatie’ genoemd. De kern van het model is dat in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, het aanhoudende succes niet uitsluitend te danken was aan het top-down-beleid van de centrale overheid, maar vooral aan ‘bottom-up-innovatie’, waarbij bedrijven en lokale overheden nauw hebben samengewerkt voor hun eigen, passende strategie en politiek. De diverse hoofdstukken van het boek ontleden hoe deze politiek evolueerde tijdens de vier ontwikkelingsfasen.
Fasen

In de ontwikkelingsfase als ‘wereldfabriek’ kozen lokale bedrijven meestal voor een strategie van technologisch leren. Ze leerden hoe ze moesten produceren van hun buitenlandse klanten die directe toegang hadden tot de eindmarkten. Ze kozen ervoor om technologische volgers te zijn en zich te richten op het worden van efficiënte productiecentra, vooraleer zich te gaan bezighouden met de productie en marketing van merkproducten. De lokale overheden voerden een beleid van het opzetten van lokale industrieclusters en -districten. Ze volgden nauwgezet de voetstappen van de lokale bedrijven bij het bevorderen van het bedrijfsleven en het bedienen van ‘klanten’ en bootsten zelfs de bedrijfsstrategie na door het organiseren van beursmarkten, het ontwikkelen van technologieën (testen en procesverbetering) en het opleiden van lokale werknemers. Er was sprake van beleidsleren en het nabootsen van bedrijfsstrategieën. Vervolgens in de fase van industriële modernisering, toen er een scherpe daling van het aantal orders was uit internationale markten, namen lokale overheden (in de eerste plaats de provinciale overheid, daarna de gemeentelijke en districts-/gemeentebesturen ) het initiatief om de verhuis van industriële bedrijven te stimuleren en hen te helpen bij hun technologische, maar ook commerciële modernisering. Lokale overheden maakten duidelijk welke sectoren prioriteit hadden voor investeringen en op welke gebieden O&O moest plaatsvinden en ze gaven stimulansen en subsidies aan lokale bedrijven.
Geleidelijk aan richtten lokale bedrijven hun investeringen opnieuw op die industrieën en projecten die de overheden prioritair vonden. Veel van hen sloten zich ook aan bij allianties of verenigingen met andere bedrijven en onderzoeksinstellingen die door de overheid waren opgezet. Toen de ontwikkeling van Guangdong de innovatiegedreven fase bereikte, begonnen zowel bedrijven als lokale overheden het nut van ‘innovatieplatforms’ en het belang van een ‘innovatie-ecosysteem’ in te zien. Veel bedrijven stonden te popelen om nieuwe ondernemingen, O&O-afdelingen of onderzoeksintensieve organisaties op te richten onder de noemer ‘platforms’.
Van hun kant gaven lokale overheden, in navolging van de nationale richtlijn van ‘grootschalig ondernemerschap en innovatie’ er de voorkeur aan om zowel hun eigen geld als het risicokapitaal van buiten de regio in te zetten voor het opzetten van nieuwe organisaties in de vorm van platforms en ecosystemen zoals incubators, hightechparken, innovatiecentra en trendy starters. Lokale overheden waren ook geïnteresseerd in het aantrekken van grote universiteiten en onderzoeksinstituten om lokale vestigingen op te richten voor de commercialisering van hun onderzoeksresultaten en octrooien. Op die manier kwamen het lokale innovatiebeleid en de bedrijfsstrategieën van ondernemingen steeds meer samen en raakten ze met elkaar verweven.
Lokale overheden en bedrijven richtten vaak gezamenlijk nieuwe ondernemingen en platforms op. Lokale overheden werden onmiskenbaar een belanghebbende binnen het gehele lokale innovatie-‘ecosysteem’. Kortom er vond in de loop van de tijd in Guangdong een wederzijdse co-evolutie plaats tussen lokale bedrijfsstrategieën en overheidsbeleid. In plaats van gewoon beslissingen over het industriebeleid te nemen en te wachten op de reactie van de lokale industrie, verweefden lokale overheden in Guangdong hun interventies proactief met de activiteiten van bedrijven. Eerst leerden ze de bedrijfsstrategie kennen en imiteerden ze deze, vervolgens stelden ze een kader op en probeerden ze bedrijfsinvesteringen te sturen en ten slotte raakten ze dieper betrokken bij het opzetten van nieuwe organisaties samen met bedrijven. Dit is misschien wel het belangrijkste ingrediënt van de ‘geheime formule’ van Guangdong
Praktijkvoorbeelden

De theoretische stellingen worden gestaafd door praktijkvoorbeelden met als eerste Yishion en Fenghua. Yishion werd in 1997 opgericht als OEM-fabrikant van kleding maar veranderde zijn bedrijfsmodel: in plaats van kleding aan detailhandelaren te verkopen, ging het bedrijf ontwerpdiensten, boetieksystemen en kleding aan franchisenemers verkopen. Wat de toeleveringsketen betreft, integreerde Yishion alle leveranciers in zijn nieuwe IT-systeem en werden ook de terminals in de boetieks van zijn Show Center met de leveranciers verbonden
Fenghua dat opgericht werd in 1984 was lange tijd de grootste producent van elektronische componenten in China en stond op de achtste plaats wereldwijd. Het produceerde met zijn 16 productielijnen diverse elektronische componenten, waaronder weerstanden, condensatoren en transistors en breidde zijn activiteiten uit naar kunstmatig siliciumdioxide voor componenten die worden gebruikt in printplaten en moederborden. Vanaf 1999 maakte het bedrijf een spectaculaire groei door. In 2002 had het een productiecapaciteit van 80 miljard stuks elektronische componenten bereikt. Met de toename van de productiecapaciteit groeide het personeelsbestand van meer dan 100 tot 10.000 werknemers.
Voorts komen de bedrijven TCL en BOE aan bod en bedrijven in de automobielindustrie. Sommige Chinese bedrijven werden kleine multinationals.
Na vele jaren van industriële ontwikkeling beschikte de Parelrivierdelta over grootschalige productiefaciliteiten, een complete toeleveringsindustrie, basisinfrastructuur samen met een hogere mate van clustervorming in de industriële organisatie. De rijke hulpbronnen die beschikbaar waren voor de verwerkende industrie, de technologische competenties en andere kenmerken waren zelfs vergelijkbaar met sommige nationale en regionale economieën met een hoog inkomen. De economie van de Parelrivierdelta werd echter gedomineerd door exportgerichte productie. Zo was in 2007 de exportverwerking met geïmporteerde grondstoffen en voor de export bestemde goederen goed voor 69% van de totale export in de PRD, en was de afhankelijkheid van de buitenlandse handel groot.
Het boek behandelt vervolgens industriële upgrading en de rol die de overheid speelde. Het is afhankelijk van de samenwerking tussen overheidsinstanties, grote bedrijven als koplopers, buitenlandse bedrijven in opkomst en lokale kleine en middelgrote bedrijven in meer traditionele sectoren.
Hoofdstuk 8 behandelt het regionale innovatiesysteem van onderaan af. Lokale overheden op alle niveaus hebben talrijke ‘innovatieclusters’ ‘industrieparken’, ‘wetenschaps- en technologieparken’, ‘ontwikkelingszones’, ‘economische zones’, ‘innovatiewijken’, ‘karakteristieke steden’, ‘innovatiecorridors’ en ‘innovatievalleien’ opgezet als nieuwe geografische ruimtes voor het opbouwen van de innovatie-ecosystemen. Deze innovatieve ‘ruimtes’ hebben een groeiend aantal innovatieve ondernemers, O&O-projecten, platforminstellingen en starters aangetrokken en geconcentreerd, waardoor ze het concurrentievoordeel van een regio vormen.
Lokaal

In het district Nanhai te Foshan zijn bijvoorbeeld meerdere opkomende industriële clusters gepland rond de gevestigde platforms voor technologische innovatie met diverse technologische innovatiesteden en met onderscheidende industriële kenmerken die door gemeente- en wijkbesturen kunnen worden ontwikkeld. Hiervan heeft het Sanshan Qian Deng Lake-gebied gecentreerd rond het Jihua-laboratorium, plannen om een innovatieve, grondstofintensieve, op talent geconcentreerde en prestatiegerichte milieuvriendelijke innovatiestad te creëren
Shenzhen met zijn regionale invloed, heeft een goed ontwikkeld innovatiebeleid dat voornamelijk openbare diensten aanbiedt aan technologiebedrijven en hun innovatieve activiteiten in de hele stad. Deze diensten omvatten financiële diensten voor hightechbedrijven (zoals een gediversifieerde kapitaalmarkt), juridische en auditdiensten voor hightechondernemingen, personeelsdiensten (zoals het aantrekken van talent, arbeidsmarkten en talentbeleid), het beheer van de technologiehandelsmarkt (zoals hightechbeurzen), investeringsdiensten via hightechzones en de toeleveringsketen
Guangzhou heeft daarentegen innovatiebeleid ontwikkeld rond opkomende pijlerindustrieën zoals de volgende generatie informatietechnologie, slimme voertuigen en voertuigen op nieuwe energiebronnen, biogeneeskunde en gezondheidszorg, evenals opkomende sectoren zoals intelligente apparatuur en robotica, spoorvervoer, nieuwe energie, energiebesparing en milieubescherming, nieuwe materialen en fijnchemie en digitale creativiteit
In 2017 stelde de provinciale regering van Guangdong het ‘Guangzhou-Shenzhen Wetenschap en Technologie Innovatie Corridorplan’ op, waarin de bouw van een internationaal eersteklas industrieel innovatiecentrum voor wetenschap en technologie tegen 2050 werd voorgesteld. Het plan omvat een ruimtelijke indeling van ongeveer 180 kilometer lang, met een totale oppervlakte van 11.836 km² gekenmerkt door ‘één corridor, tien kernen en meerdere knooppunten’. De Parelrivierdelta werd uitgebreid door het toevoegen van Hongkong en Macao als het ‘Gebied rond de Grote Baai.’
Het voorlaatste hoofdstuk gaat verder door op het platform economie model en neemt hierbij Nanhai district in Foshan als voorbeeld. Bij de bedrijfs case studies vermelden we Huashu Robotics, het Nieuw R&D-instituut van de Guangdong University of Technology (GURD) dat als eerste geïntegreerde innovatiecentrum in de Foshan middelen samenbracht van meer dan 10 toonaangevende industriële bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen en tenslotte het Leaguer Science Park, een dochteronderneming van het Onderzoeksinstituut van de Tsinghua-universiteit dat gespecialiseerd is in technologische diensten Het laatste hoofdstuk over de innovatiepolitiek van de toekomst staat stil bij de LED_sector en meer bepaald het LED Cluster in Zhongshan met Hongxing Innovation Valley als LED business incubator.
Kortom het boek beweegt zich vaardig tussen de innovatie in theorie en hoe dit in Zuid Guangdong praktisch vorm kreeg tijdens de verschillende fasen overigens zeer gedetailleerd en uitgebreid met de inbreng van overheid en privé. Dat lagere overheidsorganen een actieve rol speelden, kan echter ook als een onderdeel aanzien worden van wat Wu Fulong met meer scherpte beschrijft als staatsondernemerschap die de stedelijke politiek stuurt. Dit boek verwart de zgn down top aanpak van districten en subdistricten met dit staatsondernemerschap.
